Posted on

Ad Astra, Ad Nihilum

Met prachtige beelden maakt de science fiction film Ad Astra (2019) veel indruk. Het is de moeite waard dit op een fors beeldscherm of in de bioscoop te zien, liefst in het donker en met goede geluidsvoorzieningen. Ad Astra, “naar de sterren”, vertelt het verhaal van een koelbloedige astronaut, zoon van een nog beroemdere astronaut, die — we plaatsen dit in de toekomst — bijna alle planeten van ons zonnestelsel heeft verkend. De maan is inmiddels gecommercialiseerd en het strijdtoneel van elkaar met wapens bestrijdende facties.

Het zijn vaak jongens en mannen die van binnen nog zo’n jongen zijn, die zich aangesproken voelen tot de ruimtevaart en sci-fi. Als kind kocht ik LEGO met de thema’s ruimtevaart en middeleeuwen. Bij scouting, als welp, hadden we een ruimtevaart themakamp en moest je als astronaut verkleed komen. Mooie herinneringen! Ook in de gaming scene zie je veel videospellen waarin je verre planeten kunt koloniseren of snelle ruimteschepen moet besturen. Ad Astra is dan ook vooral gericht op mannen. De zoon komt in conflict met zijn vader, die hij amper gekend heeft. Hij gaat op avontuur, op missie, op weg naar onbekende gebieden, en trotseert zonder veel emotie de gevaren op zijn pad.

Deze film bevat een wending in dit thema. In Angela Watercutter’s review in Wired staat te lezen:

Pitt, for his part, has said the movie is meant to challenge problematic notions of masculinity, and the film itself points to the trauma that those ideas inflict on men and the people they come in contact with.

Haar recensie draagt als titel “The Bleak Hopefulness of Ad Astra“. Dat is geen vrolijke titel. Angela schrijft:

That doesn’t mean patriotic, heroic astronaut films are a thing of the past, but in a time wrought with anxiety, perhaps the 2001s ring truer than the Space Cowboys does.

Kortom, Ad Astra toont niet de vaderlandslievende, heldhaftige astronaut, maar brengt juist kritiek op dat stereotype en brengt ook angst en onzekerheid in beeld. In de kern van de film wordt ons concept van mannelijkheid in twijfel getrokken. Eigenlijk was het aan het begin van de film al duidelijk. De hoofdpersoon heeft nauwelijks emoties en compartimentaliseert zijn gedachten en gevoelens. Hij lijkt wat autistisch. Het is niet zozeer dat hij zijn emoties controleert; hij lijkt ze niet eens te hebben.

Dit is nieuw en recent: dat ook het mannelijke publiek, via een uitgesproken mannelijk genre zoals sci-fi, cultureel gecastreerd wordt. De inversie, de omkering van waarden binnen onze samenleving, leek zijn toppunt al bereikt te hebben. Maar nee, daar zit geen rem op. Natuurlijk moeten de laatste bastions nog bestormd worden, zelfs als deze bastions voornamelijk in de fantasie bestaan. Of misschien wel juist die, want in de fantasie, in de verbeelding, juist daar ontstaat de ambitie en de creativiteit.

Kort samengevat: de vader, die weinig tot geen contact had met zijn vrouw en zoon vanwege zijn werk in de ruimte, was een van de beste astronauten en verkenners. Hij gelooft in God en in buitenaards leven. Hij is van het slag dat vindt dat muiterij neergeslagen moet worden en dat de kapitein als laatste het schip verlaat. Echter, als de zoon hem uiteindelijk bereikt bij Neptunus, dan blijkt het beeld van zijn vader in scherven uiteen te vallen. De vader geeft niet om zijn vrouw en zoon; hij verlaat uiteindelijk toch zijn schip, om daarna zelfmoord te plegen; hij heeft nooit buitenaards leven ontdekt, en alles wat hij ver van huis vond was kille, levenloze schoonheid; de conclusie luidt dat de vader in feite gestoord en gevaarlijk was. De zoon leert ervan dat je niet gelukkig wordt van het verkennen van nieuwe werelden, en maar het beste naar huis kunt terugkeren, om het geluk daar, in menselijke relaties, te vinden, verbonden met de emoties.

De boodschap is overduidelijk: onze klassieke mannelijkheid, die nog uit de tijd van het Christendom of zelfs ook nog die van de Verlichting en de Romantiek, is slecht. Eigenlijk moet de man een soort vrouw worden, emotioneel en huiselijk. Het lijden van de hoofdpersoon ontstaat omdat hij het pad volgt van de vader die hij amper kende: “The son suffers the sins of the father.”

Als lokmiddel wordt de sci-fi fantasiewereld gebruikt; prachtige beelden gecombineerd met licht depressieve muziek en een bij tijden naargeestige sfeer. De mannelijke fantasie wordt op die manier gedeconstrueerd en vergiftigd. Ook worden hierbij tunnelbeelden gebruikt, mogelijk om e.e.a. dieper tot in het onbewuste te laten inwerken. Dit is een vorm van herprogrammeren, van social engineering.

Waar klassieke systemen en organisaties, zoals Scouting, het spel van het verkennen gebruiken om juist de talenten, interesses, sociale vaardigheden en uiteindelijk dus ook de gevoelens en emoties te ontwikkelen; precies daarop voert Ad Astra de aanval uit. Alles wat je zo vinden kunt, is de boodschap achter de film, is een valse vorm van mannelijkheid, emotionele doodsheid, en levenloze werelden.

Deze conclusie kwam bijna direct na het zien van de film bij me aan; ik moest even goed contempleren om te onderzoeken waar mijn onduidelijke woede vandaan kwam die bij me opwelde. Waren mijn interpretaties vergelijkbaar met die van anderen? Na wat zoekwerk vond ik enkele reviews die op ongeveer dezelfde conclusies uitkwamen.

… its emotional blankness is designed to reflect its thematic interest in stoicism, abandonment, and alienation. Ad Astra is clearly using space travel and astronaut emotional compartmentalization as a metaphor for the challenges men face in letting go of bottled-up baggage and embracing vulnerability. […] It’s too bad the emotionality of his visuals never translate into a fully emotionally satisfying film. — Caroline Siede in The Verge

Caroline heeft m.i. gelijk. De film biedt geen werkelijke emotionele voldoening. De emoties die de zoon uiteindelijk vindt zijn oppervlakkig, niet uitgewerkt, en ontdaan van zingeving, diepte, of een hoger doel.

Behalve de twee vrouwelijke reviewers is er ook een mannelijke recensent die zich niet onkritisch uitlaat:

He came out here certain that he could prove alien life existed, just as he is certain of God, but his mission was a failure if only in his own mind. One planetary survey after the other showed empty surfaces devoid of life or the humanity he left behind. It also left a hole in his belief in God. — David Crow in Den of Geek

Welke invloed ligt ten grondslag aan deze film? Is het enkel atheïsme en nihilisme? Een vorm van feminisme die zowel het mannelijke als het vrouwelijke wil vernietigen en streeft naar genderneutraliteit? Een Luceriaanse inversie? De inversie zegt dat het gaan naar de sterren, (Ad Astra), naar de hemel dus waar God woont, eigenlijk neerkomt op het bezoeken van een koud kerkhof; dat is de duistere boodschap achter deze film.

Voor wie in een verlichte vooruitgang geloofd via het pad van verstand, wilskracht en moed; of voor wie hecht aan God; of voor wie als Nietzsche zoekt naar nieuwe heldhaftige waarden; voor al deze mensen is deze film niet anders te interpreteren dan een inverse-aanval op onze hoogste culturele waarden. Dat dit via een voor het grote publiek gemaakte en dure film gebeurt geeft aan in welk stadium dit cultureel conflict zich bevindt. We zijn hard op weg naar de ultieme zelfhaat, voortkomend uit nihilisme, verlies van verbondenheid met hemel en aarde, uiteindelijk verlies van onszelf: Ad Nihilum. Dat ware een betere naam geweest voor deze vervloekte film.

De lezer wordt desondanks aanbevolen de film te zien, zoals gezegd bij voorkeur op een groot beeldscherm in een donkere kamer. U kunt genieten van de beelden; uw geest is alert en gewapend tegen de malafide invloed; en u moet tenslotte ook kennis nemen van de middelen die tegen uw tradities en tegen het leven zelf worden ingezet. De spoilers hier gegeven waren noodzakelijk voor uw bescherming. Gelukkig is er nog voldoende ongezegd gebleven om van de film te kunnen genieten.

Zoals in de verhalen uit het noorden de krijgers van Odin, de dodenkrijgers of Einherjar, elke dag vochten en bier dronken, als voorbereiding op de grote ondergang, de godenschemering of Ragnarok, zo ook kunnen we lachen om de doorzichtige pogingen van de listige demonen die ons verzwakken willen. Of deze demonen nu culturele winden zijn, of egregores, of nihilistische personen: het doet er niet toe. Wat het Schone, het Ware, en het Goede niet dient, doet er nooit echt toe. We kunnen er slechts om lachen.

En precies daarom wens ik u veel kijkplezier.

Posted on

Rechtse meningen zijn best wel mainstream

Mijn aangeboren temperament komt het dichtst in de buurt van wat je politiek gezien ‘links-liberaal’ zou noemen. Ik ben creatief, open en breng mijn tijd graag door in chaos. Zo was ik een aantal jaar geleden voor een film in Congo tussen de muggen en rebellen op zoek naar een Rwandese missionaris die vrouwen naailessen gaf. Ik kookte ’s avonds een schildpad die maar niet gaar wilde worden en dacht: wat doe ik hier?! Maar in structuur kun je geen structuur ontdekken, en op slippers kun je best een berg beklimmen, ontdekte ik.

Ik werk al meer dan tien jaar lang als filmmaker in ontwikkelingslanden en conflictgebieden en stem progressief en liberaal. Ondanks dat heb ik niets met de superieure houding van de dominante links-liberale koers. Je ziet de laatste restjes ratio en redelijkheid verdampen rond thema’s als klimaat, immigratie, Rusland en Donald Trump. Emotie wint het schijnbaar makkelijk van de feiten.

Marijn Poels@marijn_poels

The documentary Paradogma (90 min) is now worldwide online and streamable. For 9,18 USD you will get the infinite stream!

“A thought-provoking journey why true liberty needs heretics”

Share your opinion below the Vimeo purchase. RT=NICEhttps://vimeo.com/ondemand/paradogma 

Embedded video

Ik maakte de documentaire PARADOGMA vanwege het agressieve en irrationele debat rondom klimaatverandering en de energietransitie. Die ervaring deed ik op na het uitkomen van mijn eerste deel The Uncertainty Has Settled. Een documentaire over landbouw, energietransitie en de verdeeldheid onder klimaatwetenschappers. Waarom kunnen we niet meer normaal en inhoudelijk met elkaar discussiëren en is het vrije denken zo goed als verdwenen? Dat was wat me bezighield tijdens de productie van PARADOGMA.

De meest verhelderende uitleg kwam van cognitief wetenschapper Dave Ward in Edinburgh. “Het menselijk brein verwerkt eerst de emotie en dan de ratio. De ratio creëert uiteindelijk ‘een eigen waarheid’ op basis van de emotie. En in de meeste gevallen zoekt de ratio naar een legitieme reden voor de emotie.” Of zoals de Schotse filosoof David Hume al in 18-de eeuw zei: “Reason is, and ought only to be the slave of the passions, and can never pretend to any other office than to serve and obey them.”

Stuurloze emotie

De rol van ratio in ons handelen is er alleen om de emotie te dienen, bedoelden ze. Dat staat haaks op wat daarvoor werd gedacht door filosofen. Namelijk dat het intellect de richting van ons denken bepaalt. Ook – en vooral – in deze tijd lijkt het inderdaad de emotie te zijn die naar nieuwe wegen zoekt om ons bestaan richting te geven. De rol van de ratio speelt volgens Ward pas weer op wanneer de emotie niet meer verder komt, stuurloos of grenzeloos is. Dan treedt het mechanisme in werking dat ordent, reguleert, zorgt voor realisme, structuur en efficiëntie. Beide benaderingen zijn onder normale omstandigheden niet met elkaar in conflict, maar vormen een interessante samenwerking waarin ze hun houdbaarheid en grenzen moeten kennen en accepteren. Maar we zitten in abnormale omstandigheden, waarin die samenwerking ontbreekt. Zowel in onszelf als onderling. 

Ik krijg dagelijks mails van mensen uit mijn eigen ‘stam’ die het niet begrijpen dat ik mensen als Aleksandr Doegin en Jordan Peterson een stem geef in PARADOGMA. Voor mij behoren zij echter tot de grote denkers van deze tijd. Dat wil niet zeggen dat ik wat zij vinden klakkeloos overneem, maar hun provocatie confronteert me met mijn eigen gedachten en laat me kritische vragen stellen. Ik vind het interessant om mijn liberale ideologie voortdurend te laten botsen met tegenovergestelde ideeën. Ik ben nu eenmaal sceptisch, blijf liever weg van consensus en zoek naar de tegenargumenten.

Als je heel eerlijk bent, lukt het vrijwel nooit om in je eentje overeind te blijven temidden van de verscheidenheid aan ideeën en emoties in deze complexe wereld. Daar heb je meerdere mensen om je heen voor nodig, om tot een gezamenlijke conclusie te komen hoe een samenleving kan werken. Die verscheidenheid aan mensen en discussies mag dan van mij zo groot en divers mogelijk zijn. Dan kom je tot de scherpste inzichten. Daarom zie ik conservatief rechts niet als vijand maar als de enige mogelijkheid om verder te komen.

De Franse Filosoof René Descartes legde in de 17-de eeuw met de uitspraak “Cogito ergo sum” het fundament voor de verlichtingsgedachte; alleen door het gebruik van de rede en het gezond verstand komt men tot de waarheid. Descartes begint zijn filosofie vanuit een sceptisch standpunt. Overgeleverde waarheden kunnen onwaar blijken te zijn, en ook je eigen waarneming kan je bedriegen. Die eigen waarneming bedriegt vooral als het rationele niet meer bewust bij mensen binnenkomt en de emotie het denken vertaalt in angsten en fobieën. Juist dan is het cruciaal om jezelf uit te dagen en in gesprek te gaan met andersdenkenden. Dat doet pijn en vernietigt je kwetsbare ego maar het is de enige weg naar echte progressie. Het hoogst haalbare doel is dan ook om een samenleving te creëren waarin rationele vermogens overeind blijven temidden van de emoties op de voorgrond.

‘Hoe linkser jij bent des te rechtser jij mijn film vindt’

Hoezeer deze gedachte op weerstand stuit, heb ik het afgelopen jaar ontdekt toen ik op tour was voor PARADOGMA. Tijdens een voorstelling in het zuid-Duitse Passau stond een journaliste van de plaatselijke krant op. Ze wilde een groot artikel schrijven over PARADOGMA en de discussie daarna. Het publiek was zeer interactief en positief. Ze zagen de film als nieuwe zuurstof in het verstikkende klimaat. De journaliste vroeg temidden van het publiek: “Ik mis je eigen statement. Waar sta jij in deze film?”

“Het gaat er niet om wat ik vind”, zei ik, “de kijker moet een keuze maken, ik voel die verantwoordelijkheid niet.” De journaliste:  “Maar je bezoekt verschillende personen die wel een heel afwijkende mening hebben en die vaak in de media worden omschreven als extreem-rechts.”

Inmiddels kon ik uit ervaring spreken toen ik antwoordde: “Des te linkser jij bent des te rechtser jij de meningen in mijn film vindt. Journalisten zouden iets meer naar het midden mogen komen. Dan ontdek je dat deze meningen best wel mainstream zijn en brandend actueel ook, alleen hebben de linkse media ze nog niet ontdekt. Dat zegt best veel over de heersende journalistiek”. Na de discussieronde zocht ik de journaliste voor het afgesproken interview. Ze was verdwenen en het geplande artikel is nooit verschenen. Daags erna reisde ik door naar Koblenz. Er stond een zielig standje voor de bioscoop met een tiental demonstranten. Met knalharde muziek, twee kratten bier en wat flessen wijn stonden ze  te demonstreren tegen de vertoning van PARADOGMA. 

Demonstranten van de antifascistische beweging ‘Die Partei’ drinken en delen flyers uit om te waarschuwen voor PARADOGMA

De tieners riepen lozen kreten als “Weg met fascisme!” Ze deelden flyers uit waarin beschreven stond waarom de PARADOGMA niet okay zou zijn. Ik liep er op af en stelde vragen aan de inmiddels beschonken jeugd. Ze bleken te zijn gestuurd door de politieke groep Die Partei. Het was geen vervelend gesprek totdat ik na ongeveer een kwartiertje vertelde dat ik de maker van de film ben. De toon veranderde en op elke vraag die ik stelde kwam geen antwoord meer. Ze verwezen me naar de flyer waarin alles beschreven zou staan. Na een prima uitverkochte voorstelling en discussie hoorde ik dat er vier auto’s van filmbezoekers waren besmeurd met davidsterren door de demonstranten. Treurig!

Voertuig van bioscoopbezoeker beklad tijdens vertoning PARADOGMA

 

Na een jaar lang toeren en discussiëren met en over PARADOGMA besef ik dat het niet polarisering op zich is die ons uit elkaar drijft maar het verstommen van het gesprek (met als gevolg polarisering). Juist de journalist heeft daarin de grootste taak, maar weigert die op zich te nemen. Polarisering is het signaal dat de samenleving uiteenvalt in verschillende wereldbeelden. Dat zou enorm interessant moeten zijn want het betekent dat we op het punt staan nieuwe wegen te bewandelen. Maar als het liberaal-linkse Europa de nieuwe geluiden niet benoemt en serieus bespreekt, lopen we het risico dat we datgene wat conflict nou juist kan voorkomen — het verlichte, vrije debat —  gaan zien als het conflict zelf. Dat idee kan enkel alleen maar leiden tot een totalitaire richting. Wellicht het lot van alle doorgeslagen ideologieën.

Kijk hier de film PARADOGMA online! Steun Marijn Poels via PayPal hier

Posted on

Boekpresentatie Michael

Vrijdag 29 november werd in het Goethe Instituut te Amsterdam de roman Michael van Menno Kalmann gepresenteerd. In dit boek vertelt Kalmann het verhaal van een Joodse familie die in de jaren 30 naar Nederland vlucht voor het nazi-regime. De auteur van de roman is een halfbroer van de hoofdpersoon, het jongetje Michael. Deze Michael Ben Dror is inmiddels een man van 79 en was bij de presentatie aanwezig.

De auteur, Menno Kalmann

 

Een ander belangrijk karakter in de roman is de Duitse schrijver Georg Hermann, de opa van Michael. Hij woonde in die jaren in Hilversum en via hem krijgen we een indruk van het Nederlandse intellectuele milieu rond mensen als uitgever Emanuel Querido en dirigent Peter Van Anrooy. Kalmann slaagt er zo in niet alleen personages van vlees en bloed te beschrijven, maar ook het mileeu en de omstandigheden waarin zij verkeerden tot leven te wekken.

Ronny Naftaniel en Frits Barend ontvangen een exemplaar uit handen van de auteur.

 

De roman neemt de lezer mee in het leven van opgejaagde Joden, door Frankrijk Zwitserland. En hun lot is weer verbonden met talloze andere mensen. We lezen over Chaim Pazner die vanuit Genève dag en nacht werkt om zoveel mogelijk Joden uit de kampen naar Palestina te laten vertrekken. Als hij in Bazel is en daar hoort over de Endlösung waartoe op de Wannseeconferentie is besloten, keert hij verslagen terug naar Genève: “De zon breekt door. De treinreis langs de Bielersee en even later langs het meer van Neuchatel is adembenemend mooi. Bijna thuis, langs het meer van Genève, grijpt de onbeschaamde schoonheid van het landschap hem dermate aan dat hij niet meer naar buiten wil kijken. De lente is in aantocht, ver weg nog, maar de natuur viert het al. Onverstoorbaar en haast minachtend naar de mens, die ervoor gekozen heeft het eigen leven tot een hel te maken.”

De Palestina-lijst zal voor een kleine groep Joden toch nog hun redding betekenen. Dat wordt niet alleen beschreven vanuit het perspectief van de betrokken Joden. Kalmann neemt ons mee naar het Haifa van 1933 waar we de smid Ulrich Goetz ontmoeten; een lid van een sektarische gemeenschap van Duitse protestanten, de zogenaamde Templergemeinschaft. Zijn zoontje heeft als peuter uit een fles loog uit de smederij gedronken en is daardoor gruwelijk verminkt: “Hij is taai en weigert dood te gaan, en zijn slokdarm laat na een jaar kleine stukjes voedsel door. Maar zijn hele groei en ontwikkeling zijn verstoord. Hij wordt uiteindelijk niet groter dan 1 meter 20. Zijn borst steekt als een ijsbreker vooruit.” Dat bedoel ik nu met personages van vlees en bloed.

Michael is met ruim 450 pagina’s een stevige roman. Er zit veel onderzoek in en in het nawoord worden diverse mensen genoemd die in het verhaal voorkomen en die Kalmann nog heeft kunnen spreken. Dat maakt Michael tot een rijke roman maar ook tot een deel van een levende geschiedenis die, vrij naar Bilderdijk, steeds in het heden present blijft.

Michael en Co de Kloet

Het is ongetwijfeld een tour de force geweest om deze roman te voltooien. De grote belangstelling voor de boekpresentatie en de prachtige locatie waren beslist een bekroning op dit werk.

Menno Kalmann, Michael, Groningen, De Blauwe Tijger, 2019.
€ 32,00 te bestellen via de webwinkel.

Posted on

Indrukken van een Britse diplomaat in Noord-Korea

Noord-Korea

Wat opvalt is dat veel schrijvers van boeken over Noord-Korea informatie van elkaar hergebruiken en uitgaan van de nodige veronderstellingen en informatie van derden. Eelco van Hoecke recenseert een boek dat hierop een uitzondering vormt.

In 2015 bezocht ik samen met een collega de Democratische Volksrepubliek Korea, oftewel Noord-Korea. Aangezien Nederland zoals de meeste Europese landen geen ambassade heeft in Noord-Korea nam ik contact op met de Britse ambassade, omdat Nederlandse burgers in Noord-Korea zich dienen te wenden tot de Britse ambassade in geval van calamiteiten. Het leek me wijs om de Britten op voorhand op de hoogte te stellen van ons bezoek. Het contact verliep allerhartelijkst, met het verzoek aan ons om hen een seintje te geven wanneer we zonder problemen teruggekeerd zouden zijn in China. Gelukkig is het ook zo gelopen. Deze flashback speelde door mijn gedachten toen ik begon aan deze recensie over het boek van John Everard.

Britse ambassadeur in Noord-Korea

Voor mijn Noord-Koreareis heb ik alles gelezen over het land wat ik te pakken kon krijgen, veelal in het Engels. Wat opvalt is dat veel schrijvers informatie van elkaar hergebruiken en uitgaan van de nodige veronderstellingen en informatie van derden. Dit boek is in mijn ogen een gunstige uitzondering. De auteur heeft alles bij elkaar meer dan 2 jaar als Brits ambassadeur in het land gewoond, van 2006 tot en met 2008, en vertelt over zijn eigen ervaringen in Noord-Korea en met name Pyongyang.

Het boek bestaat uit 4 hoofdstukken:
1. Life in the DPRK
2. Foreigners in the DPRK
3. The Nature of the DPRK Regime
4. Dealing with the DPRK

Contact met Noord-Koreanen

Anders dan de meesten had ambassadeur Everard wel degelijk contact met gewone Noord-Koreanen. Ook is hij kriskras door het land gereisd. Zijn informatie is niet afkomstig van vluchtelingen, maar van de buitenste schil van de elite die mag leven in de hoofdstad Pyongyang (ongeveer 1 miljoen mensen, 5% van de bevolking. In totaal wonen in Pyongyang iets meer dan 3 miljoen trouwe communisten, ongeveer 15% van de bevolking).

Beter beeld van alledaagse leven in Noord-Korea

Het beeld dat ambassadeur Everard schetst wijkt niet wezenlijk af van de verhalen van de meeste vluchtelingen. Wel slaagt hij erin om een beter beeld te geven van het alledaagse leven in Noord-Korea: relaties, trouwen, werk, carrière en de strijd die Noord-Koreanen elke dag moeten voeren om een min of meer gewoon leven te kunnen leiden in de paranoïde, disfunctionele Noord-Koreaanse maatschappij. Geen enkel ander boek slaagt er wat mij betreft in om zo’n realistisch beeld van het leven in Noord-Korea te schetsen. Een aantal zaken die door hem in het boek genoemd worden waren voor mij zeer herkenbaar.

Militaire controleposten rond Pyongyang

Zo heeft hij het bijvoorbeeld over de militaire controleposten rond Pyongyang. Diplomaten blijken binnen een straal van 35 km van Pyongyang vrij te mogen reizen. Everard fietst echter graag en komt meestal zonder al te veel problemen langs de verschillende controleposten. Die worden veelal bemand door (vriendelijke) dienstplichtigen. Hij fietst zonder problemen verschillende keren naar het strand bij Nampo. Die controleposten zijn er vooral om mensen die niet in de hoofdstad thuis horen buiten te houden. Enkel trouwe communisten mogen in de hoofdstad wonen. Sinds de hongersnood van de jaren ’90 is het land echter zeer corrupt. Iedereen is om te kopen en veel boeren reizen illegaal naar Pyongyang om hier hun producten tegen hoge winsten te kunnen verkopen op de markt.

Noord-Korea

Toen we met onze bus over een viaduct reden zagen we dat er mensen illegaal met een trein Pyongyang probeerden binnen te komen. Een Britse toerist uit onze groep die tegen de afspraken in foto’s nam van zo’n controlepost werd op een rustige, beschaafde manier uit de bus gehaald en gevraagd om die foto’s in het bijzijn van de militairen te wissen. Daar bleef het bij.

Hongersnood jaren ’90 veranderde samenleving blijvend

Verder heeft Everard het over het feit dat de hongersnood van de jaren ’90 de maatschappij blijvend veranderd heeft. Mannen waren vanwege het feit dat ze voltijds werken gedwongen om elke dag te blijven verschijnen in staatsbedrijven waar amper geld werd verdiend, terwijl de vrouwen konden gaan handelen op de eerste zogenaamde ‘boerenmarkten’ omdat ze niet werkten of slechts deeltijd.

Dit zie je overal in het land: vrouwen en oude mannen hebben kraampjes langs de kant van de weg en verkopen allerhande producten. Het voedsel op straat dient te worden afgerekend in harde valuta maar is van een veel betere kwaliteit dan het voedsel dat je krijgt in staatsrestaurants waar de kwaliteit zeer wisselend is. Zo was op de voorlaatste dag van de reis de helft van onze groep doodziek omdat ze niet tegen de kimchi konden die was geserveerd in een van de staatsrestaurants.

Leven als diplomaat in Noord-Korea

Het mooiste deel van het boek vond ik de verhalen over zijn eigen leven als diplomaat in Noord-Korea. De Britse ambassade zit samen met de vertegenwoordiging van Zweden, Duitsland en Frankrijk in het enorme voormalige gebouw van de Oost-Duitse ambassade. Zelfs DDR-diplomaten hadden het zwaar in Pyongyang en durfden vanwege het gebrek aan controle vanuit het thuisland regels te overtreden. Zo legden ze op staatskosten een enorm “waterbassin” aan. Dit was in werkelijkheid een zwembad om de warme zomers door te komen. Ook beschikte de ambassade over een meer dan goed gevulde bibliotheek om de verveling te verdrijven. Verder luchtten toch verschillende Noord-Koreaanse contacten hun hart over bijvoorbeeld het gebrek aan brandstof/verwarming in de wintermaanden. En dat in Pyongyang!

Pessimistisch over hervormingen

Op verzoek van de uitgever heeft de schrijver de laatste twee hoofdstukken toegevoegd die voor mijzelf minder verrassingen in petto hadden. Everard is pessimistisch over politieke en economische hervormingen en de mate waarin het buitenland invloed kan uitoefenen op Noord-Korea. Iets dat Trump en de VS in hun achterhoofd dienen te houden bij verdere onderhandelingen met het land.

N.a.v. John Everard, Only Beautiful, Please: A British Diplomat in North Korea (Shorenstein Asia-Pacific Research Center, 2012), paperback, 250 pagina’s.

Posted on

Joker: Echo van Trumps American Carnage-speech

Joker

Films zie ik in de eerste plaats als puur vermaak. En verreweg de meeste films zijn ook precies dat. Niemand gaat bijvoorbeeld de Star Wars films met grote filosofische beschouwingen verwarren. Soms zijn er echter films die cultureel een gevoelige snaar raken. Precies zo’n film lijkt “Joker” te zijn.

De hoofdpersoon, Arthur Fleck, is een psychisch gestoord persoon die in een liefdeloze wereld leeft. Zijn medicijnen worden voorgeschreven door een sociaal werkster die in de loop van de film wordt wegbezuinigd. Zijn omgeving, Gotham City, is een grauw kruitvat dat vanwege werkloosheid en algemene uitzichtloosheid klaar is om te ontploffen. Terwijl dit gebeurt probeert de baas van Wayne Enterprises, Thomas Wayne, burgemeester te worden en gooit olie op het vuur door de protesterende massa’s te omschrijven als “clowns”.

Ellendige lotgevallen

Arthur zelf heeft een droevig baantje als clown die per uur in te huren is. Gedurende de film wordt hij in toenemende mate getroffen door ellendige lotgevallen die uiteindelijk culmineren in de moord op drie medewerkers van Wayne Enterprises uit zelfverdediging. Dit, en het ontbreken van zijn medicijnen, duwt Arthur over het randje. Hij wordt vanwege zijn optreden voor het klein cabaret uitgenodigd door een alom bekende talkshowpresentator.

Talkshow

De moord op de drie medewerkers van Wayne Enterprises heeft echter als ontsteking gefunctioneerd voor de sociale situatie in Gotham City. De stad lijkt hiermee op hetzelfde tempo te ontsporen als de hoofdpersoon zelf. De afwezigheid van medicijnen heeft een radicaliserend effect op Arthur en hij lijkt vrede te sluiten met zijn rol als slechterik. Als hij enige tijd later door de talkshowpresentator live op televisie aan het woord wordt gelaten bekend hij alles wat hij gedaan heeft. Hij handelt ook onverwacht door de presentator live op televisie dood te schieten.

Rellen ontsporen

De rellen ontsporen door de moord vervolgens en terwijl Arthur zijn opstaat als de “Joker” in het Batman-universum worden Thomas Wayne en zijn vrouw in een obscuur steegje doodgeschoten. Daarmee de basis leggend voor de opkomst van Batman.

Arthurs gedrag niet veroordeeld

Het interessante aan de film is dat de film Arthurs gedrag niet veroordeeld. Hij is niet een megaslechterik zoals de Joker in de andere films, maar een slachtoffer van zijn sociale omgeving. In lijn met het niet-veroordelen van Arthur veroordeelt de film ook Thomas Wayne en de protesterende massa’s niet. We weten niet met welke motieven Thomas burgemeester wil worden. Misschien wil Thomas Wayne wel gewoon aan de knoppen zitten met als drijfveer zijn veel te grote ego? Wellicht is hij oprecht begaan met het lot van de burgers, ondanks zijn harde taalgebruik? We weten ook niet met welke motieven de protesterende massa op de been komt. Wellicht is iedereen wel gemarginaliseerd? Misschien willen de protesterende massa’s wel gewoon een relletje trappen vanwege hun lege inhoudsloze levens?

Negatieve recensies van sjw’s voor Joker

De film zelf heeft vooraf nogal wat negatieve aandacht gehad. Zo zou het “incels” (een internet subcultuur) aanzetten tot geweld. De grap is dat er niets in de film is dat ook maar hint op de incel-subcultuur. Wat de film wel doet is een blanke man afschilderen als slachtoffer van de maatschappij, zonder een echt oordeel te vellen over de daden die hij gedurende de film verricht. Dit verklaart wellicht waarom de film zo controversieel is in de ogen van linkse kranten als The Guardian en veel als filmcriticus vermomde activisten, want blanke mannen kunnen volgens deze Social Justice Warriors nooit slachtoffer zijn van gelijk welke situatie dan ook.

Talkshowpresentator

De enige die echt als “klootzak” wordt neergezet is de talkshowpresentator. Het zo portretteren van de niet-grappige talkshowpresentator zal in linkse, activistische kringen niet goed gevallen zijn, omdat de meesten die zich verkopen als cabaretier eigenlijk totaal niet-grappige linkse activisten zijn. Denk in Nederland aan LGBT-activisten als Arjen Lubach, Claudia de Breij en Freek de Jonge.

Trump

De film is ook niet pro-Trump. Zo lijkt de dronken en gewelddadige medewerker van Wayne Enterprises die door Arthur wordt doodgeschoten precies op de zoon van Donald Trump. Tegelijk is de film ook niet “liberal” of socialistisch. Zowel Arthur als de rellende massa worden immers niet definitief als moreel juist afgeschilderd.

American Carnage

Wat de film wel is, is een echo van de “American carnage”-speech van Donald Trump. Ik weet niet of de regisseur het zo bedoelde maar het is een kritiek op het systeem waarin iedereen die aan de bodem van het systeem leeft niet hoeft te strijden voor zijn basale benodigdheden en neerbuigend door sociale zekerheid overeind wordt gehouden. Zo het leven volledig zinloos makend. Ik zou willen dat er meer films waren als deze.

Posted on

Oorlogspropaganda – Waarheid sneuvelt meestal vóór oorlog

oorlogspropaganda

Er wordt vaak gezegd, dat de waarheid in een oorlog als eerste sneuvelt. Het liegen begint echter doorgaans al voor het uitbreken van de gevechtshandelingen. Of het schept zelfs de voorwaarden voor het überhaupt uitbreken van militair conflict. Over precies deze thematiek, oorlogspropaganda, schrijft de politicoloog prof. dr. Ulrich Treusch in Der Krieg vor dem Krieg (De oorlog voor de oorlog). 

Zijn boek schetst de perfide propagandastrategieën die oorlogshitsers wind in de zeilen geven en tegenstanders monddood maken. In dit verband noemt Teusch de vermeende kwaliteitsmedia, “massamisleidingswapens”. Hij analyseert aan de hand van voorbeelden hun tendentieuze en op emoties werkende berichtgeving. Dergelijke berichtgeving moet onder de bevolking de geesten rijp maken voor oorlog. Momenteel bijvoorbeeld met Rusland, of Iran en eerder Syrië.

Kritiek op oorlogspropaganda media heeft geen zin

Teusch stelt in dit verband dat mediakritiek inmiddels geen zin meer heeft, omdat de gevestigde media bereid noch in staat zijn om zich te hervormen: “Ze zullen belangrijke berichten blijven onderdrukken, informatie eenzijdig wegen, met twee maten meten, narratieven construeren op basis van belangen [..], campagnes voeren of zich lenen voor overduidelijke propaganda.”

De oorzaak hiervan zit de publicist in het feit dat het systeem, zeker in de VS, de oorlog nodig heeft. Het is wat Eisenhower reeds het militair-industrieel complex noemde en de decennia nadien verder om zich heen greep. Bepaalde lobby’s en denktanks in Washington buiten deze dynamiek uit. En door middel van de ‘euro-atlantische integratie’ heeft deze logica ook Europa in haar greep.

Anti-systemische media

Kritisch denkende mensen moeten volgens de politicoloog dan ook naar “anti-systemische media” grijpen. Als genoeg mensen dat doen, wordt de oorlogspropaganda van de gevestigde media vanzelf zinloos. Hoewel Teusch af en toe wat teveel dramatiseert, heeft hij een belangwekkend boek afgeleverd.

N.a.v: Ulrich Teusch, Der Krieg vor dem Krieg. Wie Propaganda über Leben und Tod entscheidet, Westend Verlag, Frankfurt am Main 2019, paperback, 224 pagina’s.

 

Posted on

Noord-Korea – Van Kluizenaarskoninkrijk tot Aziatische tijger?

kluizenaarskoninkrijk

Als er vrede gesloten kan worden, kon Noord-Korea wel eens de nieuwe Aziatische tijger worden, stelt Michiel Hoogeveen in zijn boek Het kluizenaarskoninkrijk. Het land heeft alles in huis om economisch succesvol te worden.

Samen met een collega bezocht ik in 2015 Noord-Korea. Het boek Het kluizenaarskoninkrijk van Michiel Hoogeveen is voor mij op veel punten dan ook een feest van herkenning. Ook bij ons was het gevaarlijkste moment van de reis de taxirit van het vliegveld naar het hotel in Beijing. Ook wij misten onze echte koffie enorm, ook in onze groep verdroeg 60% de kimchi niet, ook wij waren verbaasd over de relatieve welvaart in Pyongyang en de relatieve moderniteit van deze stad en het feit dat zoveel mensen (in tegenstelling tot China) perfect Engels spraken en zeker niet overkwamen als gevoelloze robots.

Perfect Engels

Tot onze verbazing werden we verschillende keren aangesproken in perfect Engels door verschillende burgers in Pyongyang. Ze wilden simpelweg een praatje maken en gidsen reageerden hier volstrekt normaal op. U dient wel in uw achterhoofd te houden dat enkel de elite in Pyongyang mag wonen.

Honger wordt er niet meer geleden in het kluizenaarskoninkrijk

Buiten de hoofdstad is het een ander verhaal. Zoals Hoogeveen in zijn boek stelt zijn de mensen hier veel armer. Honger wordt echter niet meer geleden. Het land was veel groener en vruchtbaarder dan ik ooit had kunnen denken. Wel is de voeding nog zeer eenzijdig. Zoals Hoogeveen terecht beschrijft wordt het socialisme steeds meer aan de kant geschoven en vervangen door moderne managementtechnieken. Ook de boeren mogen een steeds groter deel van hun oogst op de vrije markt verkopen. Overal in het land zie je dat er een klasse van handelaars ontstaan is die zeer kapitaalkrachtig is. Designerkleren en dure telefoons kom je in Pyongyang steeds meer tegen.

Economische ontwikkeling kan politieke verandering brengen

Net als Hoogeveen vind ook ik dat we met Noord-Korea de dialoog dienen aan te gaan. Ook ik denk dat economische ontwikkeling ook politieke veranderingen teweeg zal brengen. Er is reden tot hoop. Noord- en Zuid-Korea lijken eindelijk officieel vrede te gaan sluiten en Noord-Korea praat met de VS. Hun kernwapens zullen ze niet zomaar opgeven. Die moet men zien als een soort levensverzekering. Door de kernwapens kan het conventionele leger worden ingekrompen. Deze ontwikkeling zal de economie ten goede komen. Hoogeveen stelt met recht dat in geval van vrede Noord-Korea wel eens de nieuwe Aziatische tijger kan worden. Ze hebben alles in huis om economisch succesvol te worden: veel zeldzame grondstoffen, een hardwerkende, hoogopgeleide bevolking.

Dit boek is vooral interessant voor mensen die een boek zoeken dat gemakkelijk leest, zich niet in details verliest, maar wel een goed beeld geeft van de ontwikkelingen in het huidige Noord-Korea.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

Nieuwe MH17-documentaire met belangrijke getuigen

MH17

De raket was Russisch, de verdachten zijn aangewezen, de rechtszaak gaat beginnen. Maar dan verschijnt een documentaire die alles op zijn kop zet: MH17 – Call For Justice, gemaakt door MH17-onderzoeker Max van der Werff en Yana Yerlashova van Bonanza Media. 

De documentaire schijnt nieuw licht op het verkrijgen van de zwarte dozen door Maleisië. Ook stelt het vraagtekens bij de telefoongesprekken die de Oekraïense geheime dienst naar buiten heeft gebracht over de ramp met het Maleisische vliegtuig. Hierbij spreken ze met audio-experts en zelfs met de controversiële Sergej Dubinsky, bekend van de SBU-telefoontaps. De documentairemakers laten wel hele bijzondere getuigen aan het woord.

Documentaire doorbreekt mantra westerse journalistiek rond MH17

De documentaire doorbreekt met haar kritische houding de gebruikelijke mantra van de westerse journalistiek rondom de ramp, waarin het JIT-verhaal bijna tot evangelie is verheven. De documentaire geeft weliswaar geen antwoord op de vraag wat er 17 juli 2014 precies gebeurd is, maar doet wel het stof van 5 jaar vrijwel onbewogen journalistiek opwaaien.

Meer over de ramp met vlucht MH17 vind je in ons dossier: http://www.novini.nl/dossiers/mh17/

Posted on

Kijktip: Borderless – Documentaire Lauren Southern over migratiecrisis

“Het was een grote vergissing!” Met die woorden eindigt de documentaire Borderless, die de Canadese publiciste Lauren Southern onlangs op YouTube publiceerde. Ze klinken uit de mond van een zwarte afrikaan bij het kampvuur in een tentenkamp onder een brug in het winterse Parijs. 

Southerns documentaire is niet wat je misschien zou verwachten. De Canadese nam eerder deel aan de anti-immigratiemissie Defend Europe en staat er dan ook niet neutraal in. Maar met Borderless heeft ze geen rechtse propagandafilm geproduceerd, maar eerder een goed onderzocht stuk onderzoeksjournalistiek. Zoals ze overigens eerder al een goede documentaire over het lot van de blanke boeren in Zuid-Afrika maakte.

Hotspots van de asielcrisis

Met haar team reist ze naar verschillende hotspots van de asielcrisis. De Turkse kust tegenover Lesbos, Marokko, de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla en de Bulgaars-Turkse grens. Daarbij ligt haar focus niet primair op de migranten, maar vooral op de profiteurs van de crisis.

Profiteurs

Dat is de rode draad in Borderless: Wie verdient er eigenlijk aan mensen vanuit Afrika naar Europa te transporteren? Wie winnen erbij en wie zijn de verliezers? Bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen, stuit ze op rücksichtslose mensensmokkelaars en criminele ngo-medewerkers, die soms zonder scrupules de mensenhandel op de Middellandse Zee faciliteren.

Verborgen camera’s

Het is met name dit onderzoeksdeel van de documentaire, dat het de moeite waard maakt. Ze slagen er bijvoorbeeld in met een verborgen camera opnames te maken van een medewerkster van een grote asiel-ngo die vrijuit vertelt hoe ze potentiële asielaanvragers acteerles geeft zodat ze zich voor christelijke vluchtelingen uit kunnen geven. Anderen vertellen over smeergeld, valse identiteitsbewijzen, doktersverklaringen en wat dies meer zij. Kijken dus, Borderless!

Posted on

Captain Marvel, een feministische ruimteopera

Een goede bekende van mij vroeg mij laatst “Erwin, wat vind jij van het feminisme?” Nou dat hangt af van de definitie die je hanteert. Als de definitie “als vrouw voor jezelf opkomen” is, dan is het feminisme vrij onschuldig en zelfs goed. Als de definitie van feminisme hetzelfde is als men op agressieve wijze op universiteiten verspreidt, kan het echter wat problematisch worden. Zeker als universitair feminisme ook de inhoud wordt van Hollywood-films is het finale product niet om aan te zien.

‘Onderdrukte minderheid’

Zo’n product is Captain Marvel. Het laatste product van grote Hollywood-studio’s die met hun voorraad van miljarden en miljarden dollars de zaak van zogenoemde “onderdrukte minderheden” oppakken. Het is mij overigens onduidelijk hoe vrouwen, die ongeveer de helft van de bevolking vormen, een minderheid zouden zijn. Deze “social justice warrior”-houding van dit onderdeel van het internationale grootkapitaal is de laatste 10 jaar steeds onsubtieler geworden. Enige tijd geleden werd de film Black Panther uitgegeven en iedereen die deze slechte en voorspelbare film niet leuk vond was per definitie een racist. Je moet maar durven zo’n marketingstrategie uit te voeren.

‘Witte mannen’

Ook Captain Marvel bediende zich van zo’n marketingstrategie. Vooraf verkondigde de hoofdrolspeelster dat wat haar betreft “witte mannen” de film niet hoefden te zien en iedereen die toen al gegeten en gedronken had was “dus” een vrouwenhater.

Treinramp

Het punt is dat die “witte mannen” die de film daarom niet hebben gezien ook niets hebben gemist. De film is een treinramp. Het begin is slecht, het middenstuk is matig en hoe minder we zeggen over het einde hoe positiever we deze recensie houden. Van deze film leren we dat mannen op het zwakbegaafde af niets kunnen en enkel geïnteresseerd zijn in het maken van seksistische woordgrappen, vrouwen alleen superheld kunnen worden als ze naast een vliegtuigmotor staan wanneer deze ontploft. Wist u trouwens dat katten buitenaardse wezens zijn die mannen per dozijn kunnen verslinden. Nee? Dan weet u het nu.

Steriel

Wanneer er geen misplaatste feministische stereotypen worden opgevoerd is de film zo steriel als een verbanddoos. Niemand wordt verliefd of had enig andere menselijke emotie, de acteurs doen maar matig hun best, mensen overleven zonder problemen in de ruimte. Geen enkele emotie wordt uitgelokt door de film omdat de personages zich dus niet als mensen gedragen. Als ik nog minder emoties zou ervaren dan bij het zien van deze film zou ik me in een comateuze toestand bevinden.

Disconnectie

Ergerlijk is hoe met het gebruik van CGI, computer gegenereerde beelden, het gezicht van acteur Samuel L. Jackson met enkele decennia werd verjongd. Het voegde immens toe aan de disconnectie die ik ervoer tussen “mensen” in de film en hoe mensen zich in het echt gedragen.

Rusteloze fans van de Marvel-films halen misschien uit de film hoe het kan dat het personage “Nick Fury” een ooglapje kreeg en hoe de blauwe Tessaract-kubus in het bezit van het Amerikaanse leger kwam. Buiten dat is dit de meest onbelangrijke film in de filmgeschiedenis.