Posted on

Boekpresentatie Michael

Vrijdag 29 november werd in het Goethe Instituut te Amsterdam de roman Michael van Menno Kalmann gepresenteerd. In dit boek vertelt Kalmann het verhaal van een Joodse familie die in de jaren 30 naar Nederland vlucht voor het nazi-regime. De auteur van de roman is een halfbroer van de hoofdpersoon, het jongetje Michael. Deze Michael Ben Dror is inmiddels een man van 79 en was bij de presentatie aanwezig.

De auteur, Menno Kalmann

 

Een ander belangrijk karakter in de roman is de Duitse schrijver Georg Hermann, de opa van Michael. Hij woonde in die jaren in Hilversum en via hem krijgen we een indruk van het Nederlandse intellectuele milieu rond mensen als uitgever Emanuel Querido en dirigent Peter Van Anrooy. Kalmann slaagt er zo in niet alleen personages van vlees en bloed te beschrijven, maar ook het mileeu en de omstandigheden waarin zij verkeerden tot leven te wekken.

Ronny Naftaniel en Frits Barend ontvangen een exemplaar uit handen van de auteur.

 

De roman neemt de lezer mee in het leven van opgejaagde Joden, door Frankrijk Zwitserland. En hun lot is weer verbonden met talloze andere mensen. We lezen over Chaim Pazner die vanuit Genève dag en nacht werkt om zoveel mogelijk Joden uit de kampen naar Palestina te laten vertrekken. Als hij in Bazel is en daar hoort over de Endlösung waartoe op de Wannseeconferentie is besloten, keert hij verslagen terug naar Genève: “De zon breekt door. De treinreis langs de Bielersee en even later langs het meer van Neuchatel is adembenemend mooi. Bijna thuis, langs het meer van Genève, grijpt de onbeschaamde schoonheid van het landschap hem dermate aan dat hij niet meer naar buiten wil kijken. De lente is in aantocht, ver weg nog, maar de natuur viert het al. Onverstoorbaar en haast minachtend naar de mens, die ervoor gekozen heeft het eigen leven tot een hel te maken.”

De Palestina-lijst zal voor een kleine groep Joden toch nog hun redding betekenen. Dat wordt niet alleen beschreven vanuit het perspectief van de betrokken Joden. Kalmann neemt ons mee naar het Haifa van 1933 waar we de smid Ulrich Goetz ontmoeten; een lid van een sektarische gemeenschap van Duitse protestanten, de zogenaamde Templergemeinschaft. Zijn zoontje heeft als peuter uit een fles loog uit de smederij gedronken en is daardoor gruwelijk verminkt: “Hij is taai en weigert dood te gaan, en zijn slokdarm laat na een jaar kleine stukjes voedsel door. Maar zijn hele groei en ontwikkeling zijn verstoord. Hij wordt uiteindelijk niet groter dan 1 meter 20. Zijn borst steekt als een ijsbreker vooruit.” Dat bedoel ik nu met personages van vlees en bloed.

Michael is met ruim 450 pagina’s een stevige roman. Er zit veel onderzoek in en in het nawoord worden diverse mensen genoemd die in het verhaal voorkomen en die Kalmann nog heeft kunnen spreken. Dat maakt Michael tot een rijke roman maar ook tot een deel van een levende geschiedenis die, vrij naar Bilderdijk, steeds in het heden present blijft.

Michael en Co de Kloet

Het is ongetwijfeld een tour de force geweest om deze roman te voltooien. De grote belangstelling voor de boekpresentatie en de prachtige locatie waren beslist een bekroning op dit werk.

Menno Kalmann, Michael, Groningen, De Blauwe Tijger, 2019.
€ 32,00 te bestellen via de webwinkel.

Posted on

Indrukken van een Britse diplomaat in Noord-Korea

Noord-Korea

Wat opvalt is dat veel schrijvers van boeken over Noord-Korea informatie van elkaar hergebruiken en uitgaan van de nodige veronderstellingen en informatie van derden. Eelco van Hoecke recenseert een boek dat hierop een uitzondering vormt.

In 2015 bezocht ik samen met een collega de Democratische Volksrepubliek Korea, oftewel Noord-Korea. Aangezien Nederland zoals de meeste Europese landen geen ambassade heeft in Noord-Korea nam ik contact op met de Britse ambassade, omdat Nederlandse burgers in Noord-Korea zich dienen te wenden tot de Britse ambassade in geval van calamiteiten. Het leek me wijs om de Britten op voorhand op de hoogte te stellen van ons bezoek. Het contact verliep allerhartelijkst, met het verzoek aan ons om hen een seintje te geven wanneer we zonder problemen teruggekeerd zouden zijn in China. Gelukkig is het ook zo gelopen. Deze flashback speelde door mijn gedachten toen ik begon aan deze recensie over het boek van John Everard.

Britse ambassadeur in Noord-Korea

Voor mijn Noord-Koreareis heb ik alles gelezen over het land wat ik te pakken kon krijgen, veelal in het Engels. Wat opvalt is dat veel schrijvers informatie van elkaar hergebruiken en uitgaan van de nodige veronderstellingen en informatie van derden. Dit boek is in mijn ogen een gunstige uitzondering. De auteur heeft alles bij elkaar meer dan 2 jaar als Brits ambassadeur in het land gewoond, van 2006 tot en met 2008, en vertelt over zijn eigen ervaringen in Noord-Korea en met name Pyongyang.

Het boek bestaat uit 4 hoofdstukken:
1. Life in the DPRK
2. Foreigners in the DPRK
3. The Nature of the DPRK Regime
4. Dealing with the DPRK

Contact met Noord-Koreanen

Anders dan de meesten had ambassadeur Everard wel degelijk contact met gewone Noord-Koreanen. Ook is hij kriskras door het land gereisd. Zijn informatie is niet afkomstig van vluchtelingen, maar van de buitenste schil van de elite die mag leven in de hoofdstad Pyongyang (ongeveer 1 miljoen mensen, 5% van de bevolking. In totaal wonen in Pyongyang iets meer dan 3 miljoen trouwe communisten, ongeveer 15% van de bevolking).

Beter beeld van alledaagse leven in Noord-Korea

Het beeld dat ambassadeur Everard schetst wijkt niet wezenlijk af van de verhalen van de meeste vluchtelingen. Wel slaagt hij erin om een beter beeld te geven van het alledaagse leven in Noord-Korea: relaties, trouwen, werk, carrière en de strijd die Noord-Koreanen elke dag moeten voeren om een min of meer gewoon leven te kunnen leiden in de paranoïde, disfunctionele Noord-Koreaanse maatschappij. Geen enkel ander boek slaagt er wat mij betreft in om zo’n realistisch beeld van het leven in Noord-Korea te schetsen. Een aantal zaken die door hem in het boek genoemd worden waren voor mij zeer herkenbaar.

Militaire controleposten rond Pyongyang

Zo heeft hij het bijvoorbeeld over de militaire controleposten rond Pyongyang. Diplomaten blijken binnen een straal van 35 km van Pyongyang vrij te mogen reizen. Everard fietst echter graag en komt meestal zonder al te veel problemen langs de verschillende controleposten. Die worden veelal bemand door (vriendelijke) dienstplichtigen. Hij fietst zonder problemen verschillende keren naar het strand bij Nampo. Die controleposten zijn er vooral om mensen die niet in de hoofdstad thuis horen buiten te houden. Enkel trouwe communisten mogen in de hoofdstad wonen. Sinds de hongersnood van de jaren ’90 is het land echter zeer corrupt. Iedereen is om te kopen en veel boeren reizen illegaal naar Pyongyang om hier hun producten tegen hoge winsten te kunnen verkopen op de markt.

Noord-Korea

Toen we met onze bus over een viaduct reden zagen we dat er mensen illegaal met een trein Pyongyang probeerden binnen te komen. Een Britse toerist uit onze groep die tegen de afspraken in foto’s nam van zo’n controlepost werd op een rustige, beschaafde manier uit de bus gehaald en gevraagd om die foto’s in het bijzijn van de militairen te wissen. Daar bleef het bij.

Hongersnood jaren ’90 veranderde samenleving blijvend

Verder heeft Everard het over het feit dat de hongersnood van de jaren ’90 de maatschappij blijvend veranderd heeft. Mannen waren vanwege het feit dat ze voltijds werken gedwongen om elke dag te blijven verschijnen in staatsbedrijven waar amper geld werd verdiend, terwijl de vrouwen konden gaan handelen op de eerste zogenaamde ‘boerenmarkten’ omdat ze niet werkten of slechts deeltijd.

Dit zie je overal in het land: vrouwen en oude mannen hebben kraampjes langs de kant van de weg en verkopen allerhande producten. Het voedsel op straat dient te worden afgerekend in harde valuta maar is van een veel betere kwaliteit dan het voedsel dat je krijgt in staatsrestaurants waar de kwaliteit zeer wisselend is. Zo was op de voorlaatste dag van de reis de helft van onze groep doodziek omdat ze niet tegen de kimchi konden die was geserveerd in een van de staatsrestaurants.

Leven als diplomaat in Noord-Korea

Het mooiste deel van het boek vond ik de verhalen over zijn eigen leven als diplomaat in Noord-Korea. De Britse ambassade zit samen met de vertegenwoordiging van Zweden, Duitsland en Frankrijk in het enorme voormalige gebouw van de Oost-Duitse ambassade. Zelfs DDR-diplomaten hadden het zwaar in Pyongyang en durfden vanwege het gebrek aan controle vanuit het thuisland regels te overtreden. Zo legden ze op staatskosten een enorm “waterbassin” aan. Dit was in werkelijkheid een zwembad om de warme zomers door te komen. Ook beschikte de ambassade over een meer dan goed gevulde bibliotheek om de verveling te verdrijven. Verder luchtten toch verschillende Noord-Koreaanse contacten hun hart over bijvoorbeeld het gebrek aan brandstof/verwarming in de wintermaanden. En dat in Pyongyang!

Pessimistisch over hervormingen

Op verzoek van de uitgever heeft de schrijver de laatste twee hoofdstukken toegevoegd die voor mijzelf minder verrassingen in petto hadden. Everard is pessimistisch over politieke en economische hervormingen en de mate waarin het buitenland invloed kan uitoefenen op Noord-Korea. Iets dat Trump en de VS in hun achterhoofd dienen te houden bij verdere onderhandelingen met het land.

N.a.v. John Everard, Only Beautiful, Please: A British Diplomat in North Korea (Shorenstein Asia-Pacific Research Center, 2012), paperback, 250 pagina’s.

Posted on

Oorlogspropaganda – Waarheid sneuvelt meestal vóór oorlog

oorlogspropaganda

Er wordt vaak gezegd, dat de waarheid in een oorlog als eerste sneuvelt. Het liegen begint echter doorgaans al voor het uitbreken van de gevechtshandelingen. Of het schept zelfs de voorwaarden voor het überhaupt uitbreken van militair conflict. Over precies deze thematiek, oorlogspropaganda, schrijft de politicoloog prof. dr. Ulrich Treusch in Der Krieg vor dem Krieg (De oorlog voor de oorlog). 

Zijn boek schetst de perfide propagandastrategieën die oorlogshitsers wind in de zeilen geven en tegenstanders monddood maken. In dit verband noemt Teusch de vermeende kwaliteitsmedia, “massamisleidingswapens”. Hij analyseert aan de hand van voorbeelden hun tendentieuze en op emoties werkende berichtgeving. Dergelijke berichtgeving moet onder de bevolking de geesten rijp maken voor oorlog. Momenteel bijvoorbeeld met Rusland, of Iran en eerder Syrië.

Kritiek op oorlogspropaganda media heeft geen zin

Teusch stelt in dit verband dat mediakritiek inmiddels geen zin meer heeft, omdat de gevestigde media bereid noch in staat zijn om zich te hervormen: “Ze zullen belangrijke berichten blijven onderdrukken, informatie eenzijdig wegen, met twee maten meten, narratieven construeren op basis van belangen [..], campagnes voeren of zich lenen voor overduidelijke propaganda.”

De oorzaak hiervan zit de publicist in het feit dat het systeem, zeker in de VS, de oorlog nodig heeft. Het is wat Eisenhower reeds het militair-industrieel complex noemde en de decennia nadien verder om zich heen greep. Bepaalde lobby’s en denktanks in Washington buiten deze dynamiek uit. En door middel van de ‘euro-atlantische integratie’ heeft deze logica ook Europa in haar greep.

Anti-systemische media

Kritisch denkende mensen moeten volgens de politicoloog dan ook naar “anti-systemische media” grijpen. Als genoeg mensen dat doen, wordt de oorlogspropaganda van de gevestigde media vanzelf zinloos. Hoewel Teusch af en toe wat teveel dramatiseert, heeft hij een belangwekkend boek afgeleverd.

N.a.v: Ulrich Teusch, Der Krieg vor dem Krieg. Wie Propaganda über Leben und Tod entscheidet, Westend Verlag, Frankfurt am Main 2019, paperback, 224 pagina’s.

 

Posted on

Noord-Korea – Van Kluizenaarskoninkrijk tot Aziatische tijger?

kluizenaarskoninkrijk

Als er vrede gesloten kan worden, kon Noord-Korea wel eens de nieuwe Aziatische tijger worden, stelt Michiel Hoogeveen in zijn boek Het kluizenaarskoninkrijk. Het land heeft alles in huis om economisch succesvol te worden.

Samen met een collega bezocht ik in 2015 Noord-Korea. Het boek Het kluizenaarskoninkrijk van Michiel Hoogeveen is voor mij op veel punten dan ook een feest van herkenning. Ook bij ons was het gevaarlijkste moment van de reis de taxirit van het vliegveld naar het hotel in Beijing. Ook wij misten onze echte koffie enorm, ook in onze groep verdroeg 60% de kimchi niet, ook wij waren verbaasd over de relatieve welvaart in Pyongyang en de relatieve moderniteit van deze stad en het feit dat zoveel mensen (in tegenstelling tot China) perfect Engels spraken en zeker niet overkwamen als gevoelloze robots.

Perfect Engels

Tot onze verbazing werden we verschillende keren aangesproken in perfect Engels door verschillende burgers in Pyongyang. Ze wilden simpelweg een praatje maken en gidsen reageerden hier volstrekt normaal op. U dient wel in uw achterhoofd te houden dat enkel de elite in Pyongyang mag wonen.

Honger wordt er niet meer geleden in het kluizenaarskoninkrijk

Buiten de hoofdstad is het een ander verhaal. Zoals Hoogeveen in zijn boek stelt zijn de mensen hier veel armer. Honger wordt echter niet meer geleden. Het land was veel groener en vruchtbaarder dan ik ooit had kunnen denken. Wel is de voeding nog zeer eenzijdig. Zoals Hoogeveen terecht beschrijft wordt het socialisme steeds meer aan de kant geschoven en vervangen door moderne managementtechnieken. Ook de boeren mogen een steeds groter deel van hun oogst op de vrije markt verkopen. Overal in het land zie je dat er een klasse van handelaars ontstaan is die zeer kapitaalkrachtig is. Designerkleren en dure telefoons kom je in Pyongyang steeds meer tegen.

Economische ontwikkeling kan politieke verandering brengen

Net als Hoogeveen vind ook ik dat we met Noord-Korea de dialoog dienen aan te gaan. Ook ik denk dat economische ontwikkeling ook politieke veranderingen teweeg zal brengen. Er is reden tot hoop. Noord- en Zuid-Korea lijken eindelijk officieel vrede te gaan sluiten en Noord-Korea praat met de VS. Hun kernwapens zullen ze niet zomaar opgeven. Die moet men zien als een soort levensverzekering. Door de kernwapens kan het conventionele leger worden ingekrompen. Deze ontwikkeling zal de economie ten goede komen. Hoogeveen stelt met recht dat in geval van vrede Noord-Korea wel eens de nieuwe Aziatische tijger kan worden. Ze hebben alles in huis om economisch succesvol te worden: veel zeldzame grondstoffen, een hardwerkende, hoogopgeleide bevolking.

Dit boek is vooral interessant voor mensen die een boek zoeken dat gemakkelijk leest, zich niet in details verliest, maar wel een goed beeld geeft van de ontwikkelingen in het huidige Noord-Korea.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on 1 Comment

“Wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”

Aangetrokken door de titel Kerkgangers en Zuilenbouwers waagde ik mij aan het boek van Sid Lukkassen om mijn gedachtes daarover min of meer reviewend weer te kunnen geven. Als theoloog, één met affiniteit met de neocalvinistische traditie, was ik direct geïnteresseerd.

Ik kwam ongeveer tien jaar geleden in de restanten van de toen net doodverklaarde vrijgemaakte minizuil, maar bevond mij nog wel in een groep mensen die verzuilder waren en dachten dan ze zelf doorhadden. Ook heb ik mij met het fenomeen verzuiling beziggehouden vanuit de geschiedenis van het kerkelijk landschap van de vorige twee eeuwen. De naam Sid Lukkassen had ik wel eens voorbij zien komen, maar nooit iets van gelezen of gezien. Wat betreft politiek en maatschappelijke discussie beschouw ik mijzelf meer als een van de stillen in den lande. Desondanks was ik geprikkeld en besloot het boek te lezen en te kijken of Lukkassen mij kon overtuigen zich bij zijn nieuwe kerk te voegen of op te laten nemen in zijn zuil.

Het is vrij eenvoudig te formuleren waar De Nieuwe Zuil (verder afgekort tot DNZ) voor staat: een gemeenschap van mensen die uit solidariteit elkaar financieel willen steunen om vrije gedachte-uitwisseling te waarborgen tegen de achtergrond van de gestagneerde maatschappelijke en politieke hoofdstroom (vgl. de zin in appellerende wijs waarmee Lukkassen DNZ weergeeft op blz. 52 en 77). Deze hoofdstroom is de globalistische neomarxistische elite die zichzelf aan de macht houdt door voornamelijk tegenstanders door framing monddood te maken. Hoofdstuk negen werkt deze visie uit in 28 punten, gevolgd door een schematisch overzicht van missie, doelstelling, profiel van de leden en de te houden activiteiten. “Dus wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”; korter en pregnanter kan het niet gezegd worden (blz. 82).

Zwaartepunt

Het zwaartepunt van het boek ligt m.i. op blz. 51-87, daarbuiten staan enkele gesprekken met mensen uit de samenleving, die allemaal de indruk maken erg blij te zijn met hem. De rest van het boek bevat allemaal betogen die de noodzaak van de zuil duidelijk maken. Lukkassen geeft zijn meningen over thema’s en gebeurtenissen uit de afgelopen tijd om het failliet van links aan te tonen en de noodzaak van DNZ op rechts. Wat mij betreft was zijn pleidooi al prima als het alleen bestond uit de bladzijdes met het zwaartepunt.

Je leest het boek om als het ware rondgeleid te worden in het gebouw, maar op den duur voelde het voor mij als lopen op de woonkamerafdeling van de Ikea. Je ziet allemaal kleine kamers, los van elkaar en op een of andere manier lijken ze op elkaar. Met als enige verschil dat de Ikea-woonkamers allemaal af zijn en de losse hoofdstukken van Lukkassen ietwat onafgerond aandoen. Dit kan natuurlijk zijn omdat hij de openheid naar de toekomst wil behouden, conform uitgangspunt 28, en alvast een voorzet wil geven voor bezinning. Per slot van rekening geeft Lukkassen van DNZ, om in de Ikea metafoor te blijven, als het ware de bouwinstructies, niet het meubel zelf.

De gewone man

Aan de andere kant lijkt het mij ook te maken te hebben met de abstractiegraad van het betoog. Soms lijkt DNZ alleen interessant voor filosofen en is het vooral een wereld van geschreven en gesproken woorden. Er zit een neiging in het denken van Lukkassen om filosofen op de grond te stellen. Ik vraag me af of de doelgroep van DNZ echt gebaat is bij het plan om een prijs uit te reiken voor “het beste boek” of om “jonge ambitieuze denkers en schrijvers” te stimuleren. Zeker aangezien hij zich richt op de vader aan de keukentafel, op de ondernemer, op de gewone man en vrouw.

Ook registreert Lukkassen dat masculiniteit een probleem is dat aangepakt moet worden, enerzijds door gebrek eraan in het Avondland ten opzichte van de islam, anderzijds doordat de linkse cultuur masculiniteit tegenwerkt. Maar in zijn ethische gedeelte komt deze notie niet terug, noch hoe de deugdethiek die hij voorstaat wordt geoefend en gewaarborgd in praktijken. Deugdethiek is bij uitstek een ethiek van een gemeenschap en praktijken, en zou masculiniteit niet het beste in gezinnen kunnen worden ingezet? Maar zoals eerder gezegd, het kan zijn dat dit in andere werken van Lukkassen die ik (nog) niet gelezen heb behandeld wordt. Wat dat betreft zou DNZ wat kunnen leren van Rod Dreher’s Benedict Option, en minder inzetten op het gehalte Intellectual Darkweb.

Filosofen en krijgslui

Er zit ook ergens iets lichtelijk ironisch in om aan de ene kant filosofen (“en andere briljante mensen”) een leiderspositie toe te schrijven en aan de andere kant voornamelijk leiders als voorbeelden te kiezen die toch krijgslui waren. Het feit dat Marcus Aurelius ook een stoïcijn was doet niet af aan het feit dat ook het zwaard de geschiedenis maakt en bepaalt wie de pen hanteert (blz. 110). Nu wil ik mij wel haasten dat dit niet betekent dat het idee van DNZ compleet waardeloos is door deze punten. Ik ben allang blij dat Lukkassen het idee oppert en dat hij serieus nadenkt over belangrijke vragen. Daarvoor verdient hij lof, zeker omdat hij een van de weinigen is die het niveau van memes en politiek-incorrect zijn door middel van vuilbekkerij en grofheden overstijgt. Ik ben niet de door hemzelf beschreven intellectueel die Lukkassen afkraakt omdat ik hem te ongenuanceerd vindt (blz. 21). Ik vermoed dat wat ik aanstip punten zijn waar hij best over in discussie zou willen, als hij mij al niet wijst op plaatsen in andere werken waar hij dit wel of anders uitwerkt (ik heb immers alleen dit boek gelezen).

Antithese?

Maar, ondanks alle waardering die ik voor zijn initiatief en denkwerk heb, voeg ik mij niet bij zijn kerk en zoek ik geen plaats binnen zijn zuil. Het is voor mij niet duidelijk waar nu de antithese zit tussen DNZ en het door Lukkassen verfoeide cultuurmarxisme. Voor Abraham Kuyper, de aanjager van de verzuiling, bestond de antithese ten diepste op het gereformeerde leerstuk van de uitverkiezing, het theologische leerstuk dat God voor de schepping heeft bepaald welke mensen er tot geloof komen of niet. Zo werd de mensheid opgedeeld in groepen, de eerste met de mogelijkheid, al dan niet geactiveerd, tot geloof, en de ander zonder de mogelijkheid tot geloof. Zonder te vervallen in theologische nuances of discussies komt deze visie erop neer dat de mensheid zich ook organiseert in twee groepen, een christelijke groep met het christelijke leven vanuit (de mogelijkheid van) het geloof, en die zonder. Omdat het beginsel van geloof ligt in een besluit van God in de eeuwigheid en niet in mensen, is de tegenstelling tussen deze mensen absoluut en onverenigbaar. Zie hier de antithese die de rechtvaardiging is voor de verzuiling, er is een onoverkoombare tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.

Scheppende rede

Als ik dit kuyperiaanse schema als bril gebruik en kijk naar DNZ van Lukkassen, valt mij op dat Lukkassen wel de antithese scherp neerzet. Hij lijkt de kloof te leggen tussen twee existentieel-metafysische wereldbeschouwingen, die voorkomt dat cultuurmarxisten rationeel te overtuigen zijn (blz. 123-124)  Maar wat in vergelijking met het kuyperiaanse schema ontbreekt, is de filosofische of theologische rechtvaardiging voor de antithese. En ik vraag mij af een rechtvaardiging mogelijk is. Want naar mijn indruk is het niet dat de wereldbeschouwing van Lukkassen, een waarin rationaliteit de basis vormt, veel verschilt van de wereldbeschouwing van (cultuur)marxisten. Ook deze vertrekt vanuit rationaliteit naar de werkelijkheid en is ook een product van de Verlichting. Beide nemen hun uitgangspunt in wat dr. W. Aalders noemde de scheppende rede.

Sociaal-constructivisme

Zo beschouwd neemt Lukkassen slechts een rationele positie in tegenover een even rationele positie. DNZ staat dan voor het nationale of het Europese tegenover het globalistische. Ook staat het voor meer risico nemen, zeker in de drang naar heroïsche daden, tegenover minder risico nemen, met name ten opzichte van gevoelens van groepen mensen, het sobere tegenover het hedonistische. Zonder de rechtvaardiging van de antithese kan Lukkassen alleen maar de onwenselijkheid benadrukken, maar niet de onjuistheid aantonen van zijn tegenstanders. Daardoor zie ik in zijn wereldbeeld een ietwat willekeurige en vooral pragmatische trek. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Lukkassen spreekt over macht en niet over de wet, in tegenstelling tot een van zijn voetnoten (blz. 23). Macht is niet gegrond en gerechtvaardigd door een goddelijke of kosmische wet.  Deze weg heeft Lukkassen voor zichzelf afgesneden met het beroep op Verlichting. Het is dan ook de vraag wat zijn opvatting is van de menselijke natuur, wie dit niet ziet als een essentie, loopt het grote risico om uiteindelijk te belanden in scepticisme en denken in sociaal-constructivisme.

Mobilisatie

En dit is de tragiek van de verzuiling, het is een kenmerk van wat Charles Taylor in zijn boek A Secular Age noemt The Age of Mobilisation. Een periode die vooral lag in de 19de eeuw die liep tot de jaren ’60 van de 20ste eeuw en toen werd opgevolgd door de Age of Authenticity. In de Age of Mobilization  is het kenmerkend dat politieke, sociale en kerkelijke instituten in existentie moeten worden gemobiliseerd door mensen met een gemeenschappelijk doel. Hier tegenover staat dat in eerdere tijden, het ancien régime, achter al deze politieke, sociale en kerkelijke instituten een ordening van de wereld, beter gezegd, van de kosmos stond. Deze orde ging aan alle instituten vooraf en verleende de autoriteit aan deze. Dit verklaart waarom Lukkassen macht reduceert tot menselijke disposities, die hij Informele Macht noemt (blz. 112-117).

Agnostisch

Niet dat DNZ daarmee een waardeloos idee is en direct kan worden door geschoven naar de prullenbak. Ik hoop alleen dat Lukkassen ziet dat agnostisch blijven over het volgende leven (uitgangspunt van DNZ 11, blz. 67) ook rust op onbewust aangenomen theologische uitgangspunten. Iedere levensbeschouwing die zijn uitgangspunt neemt in de autonome scheppende rede veronderstelt een perspectief buiten alles wat bestaat en buiten een absolute in zichzelf bestaande God die hieraan voorafgaat en die het Christendom altijd heeft beleden. Wie deze positie niet kan innemen, maar toch atheïst of agnost wil blijven, veronderstelt hiermee een andere of een valse god dan het Christendom belijdt en is genoodzaakt de rede te hanteren als een selffulfilling prophecy of te vervangen door willekeur en contingentie.

Co-belligerence

En hier zie ik de antithese tussen mijzelf als belijder van het klassieke Christendom en Lukkassen als een modern Verlichtingsdenker. Dat sluit discussie en sympathie voor zijn denkwerk niet uit, maar ik zal mij hierom niet in zijn zuil kunnen laten opnemen. De belangrijkste les van hem neem ik in ieder geval wel ter harte, ik zal mij niet onder druk van Lukkassen distantiëren om te laten zien dat ik heus wel deug. Want de antithese sluit niet uit dat we elkaar aan dezelfde kant van het politieke spectrum kunnen tegenkomen en met elkaar moeten samenwerken. Maar ik zal wel altijd een voor de overige stillen in den lande bekend wijsje fluiten of neuriën: Quare fremuerunt gentes.

N.a.v. Sid Lukkassen, Kerkgangers en Zuilenbouwers (eigen beheer, 2018), paperback, 273 pagina’s.

Posted on

Cultuurmarxisme: een strijd om het denken

Een complottheorie voor extreemrechts? Dat is hoe de term cultuurmarxisme, die onlangs opdook in het Nederlandse publieke debat, veelal wordt weggezet. Met die Pavlovreactie kan ook de bundel “Cultuurmarxisme” worden neergesabeld in de kritieken, zo er überhaupt al aandacht aan wordt besteed. Let wel: een oordeel dat al geveld is voordat er een letter is gelezen.

Dit geeft cultuurmarxisme al enigszins weer als waartoe het in leven is geroepen: een strijd om het denken. Want wat is cultuurmarxisme? Is het gelijk aan de politieke correctheid? Marx toegepast op de cultuur?

De term wordt regelmatig als onwerkbaar beschouwd. Bovendien zouden er geen cultuurmarxisten bestaan. In dit boek schrijft daarentegen iemand mee die zichzelf als voormalig cultuurmarxist bestempelt. Puck van der Land nam jarenlang mee aan het ‘cultuurmarxistische samenlevingsverband’ van de Rotterdamse commune, wat stil ter ziele ging in 1991.

Deze bundel, waar dertien auteurs aan meeschreven, geeft een overzicht van de invloed van het nieuwe en naoorlogse marxisme op verscheidene vlakken van de Nederlandse samenleving en binnen het grotere geheel van de westerse wereld. De revolutionaire en marxistische invloeden in de wetenschap en het onderwijs, kunst en cultuur, politiek en media worden beschreven en bediscussieerd. Maar daarvoor moeten we eerst terug naar die ene Italiaanse ideoloog.

Gramsci

Medeauteur Sid Lukassen duikt met ons in de invloed van Antonio Gramsci (1891-1937), de leider van de Italiaanse communistische partij ten tijde van Mussolini, die zijn electoraal verlies verklaarde doordat de arbeiders cultureel nog niet waren voorbereid op de marxistische revolutie. Daarom wilde Gramsci de heersende hegemonie van traditionele en religieuze waarden doorbreken om de voorwaarden te scheppen voor de communistische heilsstaat.

Het huidige links kampt met een soortgelijk probleem van mensen die overstappen van socialistische partijen naar bijvoorbeeld de PVV of Front National. Het cultureel conservatieve Europa staat hierin tegenover een ‘diversiteitsdenken’. De perfect storm van het islam-en immigratiedebat, het EU-debat en de vluchtelingencrisis hebben deze tegenstellingen op scherp gezet. Ironisch genoeg kiest West-Europa doorgaans voor een kosmopolitisme met de ontchristelijkte waarden van compassie en openheid, waar het voormalige Oostblok veelal de christelijke identiteit benadrukt.

Gramsci’s cultuurmarxisme betreft de vraag hoe de heersende klasse de instemming van de ondergeschikte klasse verkrijgt en hoe die laatste de oude orde kan omverwerpen en een nieuwe opbouwen. Het verschil tussen Oost-en West-Europa is het verschil tussen Marx en Gramsci, tussen economisme en marxisme als cultuurgoed. Autoriteiten, tradities en historische instituties inspireren loyaliteiten bij de burgers aan koning, kerk en kapitaal, die doorbroken moeten worden. In het Westerse socialisme werd economisme ondergeschikt aan de culturele benadering.

Het nieuwe marxisme

De nieuwe marxistische theorievorming die hiervoor noodzakelijk bleek, werd grotendeels ingevuld door de Frankfurter Schule, die de kritische theorie ontwierp als de ultieme toepassing van de revolutie op de Westerse cultuur. De superstructuur, die bij Marx slechts van ondergeschikt belang was, werd een obsessie voor de nieuwe marxisten.

Gramsci formuleert dit als een revolutionaire stellingenoorlog (WOI) in vergelijking met de snelle revolutie in Rusland. Het is een permanente revolutie die minderheden mobiliseert om de culturele hegemonie te doorbreken. Cultuurmarxisme mobiliseert bijgevolg minderheden tegen de hoofdcultuur en ook de islam leent zich daarvoor.

Zo besteedt historicus Jan Herman Brinks aandacht aan wat hij noemt het ‘drievoudig falen’ van westerse fellow travellers tegenover de totalitaire krachten van het bolsjewisme, maoïsme en islamisme. In de islam is een nieuw proletariaat gevonden dat gered moet worden en dat de blinde intelligentsia noopt om de bevolking opnieuw op te voeden in antifascisme en multiculturalisme.

De uiteindelijke emancipatie

De ultieme bevrijding van het individu, het einddoel van de geschiedenis, moet in het cultuurmarxisme bereikt worden door de mens los te maken van traditionele instituties en autoriteiten. Als zaadjes in een bevroren stuk grond van culturele gewoonten moet men tot ontkieming worden gebracht door het ploegwerk van de staatsmacht.

Het boek is tevens de academische last stand van redacteur Paul Cliteur. Het is een aanklacht tegen de politieke correctheid en tegen de lange mars door de instituties: het veronderstelde cultuurmarxistische project dat ernaar streeft om door geweldloze ondermijning van democratische en niet-politieke instituties macht te verwerven voor het individu.

Zoals genoemd richt cultuurmarxisme zich op de cultuur, waar het klassieke marxisme de economie het primaat gaf, en probeert het de culturele hegemonie binnen de kranten, omroepen en andere media te verkrijgen door de enkeling te emanciperen. Cliteur bestrijdt specifiek de ‘cultuurmarxistische oorlog’ tegen de democratie. Hij ontwaart een zestal cultuurmarxistische trends, waaronder postmodernisme, cultuurrelativisme en identity politics, die consequent toegepast tot het einde van de democratie leiden.

Ironisch genoeg noemt Cliteur hier Karl Popper’s motto om totalitaire uitdagingen te weerstaan: “Geen tolerantie voor de intoleranten.” Een leuze die 80 pagina’s verderop door Brinks wordt verwoord als “geen vrijheid voor de vijanden van de vrijheid”, maar daar als adagium van zowel de Franse als de Russische revolutie geldt.

Is dit credo nu te gebruiken ter bescherming van de democratie tegen totalitarisme en het zogenoemde cultuurmarxisme? Of ging het ontstaan van de moderne democratische idealen gepaard met een kreet die via het liberalisme en bolsjewisme ook in het cultuurmarxisme terecht is gekomen en daarin juist een bedreiging vormt voor onze democratische instituties door ook deze tot in den treure te ‘democratiseren’?

Het laatste essay van deze bundel biedt een uitweg uit deze impasse.

De permanente revolutie

Socioloog Eric Hendriks beschrijft hoe een neo-marxistisch denkschema bestaande uit een tweedeling tussen onderdrukkers en onderdrukten, fundamenteel is voor het cultuurmarxisme en het links-identitaire acitivisme. De oorsprong van dit binaire tweedelingsschema is ouder dan het marxisme en vindt zijn origine in de Franse Revolutie en de absoluut gewaande tegenstelling van gewone burgers tegenover de geprivilegieerden. Mensen uit de adellijke stand kwamen onder de gevreesde guillotine op basis van hun groepsidentiteit. Dat is de politieke misgeboorte van de democratische verlichtingsidealen. Hendriks noemt dat ware diversiteit nooit binair, eenduidig of politiseerbaar is. Door middel van deze theoretische vereenvoudiging is de permanente revolutie desondanks in de moderniteit binnengedrongen en het egalitaire activisme is nooit meer uit de samenleving verdwenen.

In het marxisme kwam dit dualisme terug in de mobilisatie van de arbeiders tegen de kapitalisten. En in de jaren ’60 en het hedendaagse activisme is er sprake van een ‘wit privilege’ of een ‘mannenprivilege’ en komt de tweedeling terug in een veronderstelde strijd van ‘bruin tegen blank’, vrouw tegen man, student tegen docent, kind tegen ouder en allerhande dwaze en generaliserende scheidslijnen.

Hendriks besluit met een oproep om de Revolutie voor altijd achter ons te laten. Deze zit nochtans dieper in ons systeem dan we zelf kunnen toegeven. De huidige politieke correctheid bewijst dat.

N.a.v. Paul Cliteur e.v.a., Cultuurmarxisme. Er waart een spook door het Westen (Aspekt: Soesterberg, 2018), paperback, 300 pagina’s.

Posted on 1 Comment

Hedonistische technocratie houdt ons gevangen in post-adolescentie

Eerder dit jaar filosofeerde ik over het boek Keep the Aspidistra Flying. Daarin maakt George Orwell invoelbaar hoe banaal en afgestompt het leven van de Britse middenklasse was. Nadien verscheen er in Nederland een boek met een soortelijk thema: het is geschreven door Mel Bontje en heet Bart Mittendorf, een zak met niets. Van de film The Matrix (1999) kennen we allemaal de keuze tussen de blauwe en de rode pil. Wie de rode pil slikt, wordt wakker in de harde realiteit maar leeft wel in de authentieke waarheid. De blauwe pil betekent weer in slaap vallen en wegdromen bij comfortabele leugens.

Laat me daarom tevoren één opmerking maken: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar. Reader beware.

Het verhaal heeft raakvlakken met films als Fight Club (1999) en Noise (2007). In Noise ontmoet een man die is voorbestemd voor het leven van de familie doorzon een even wellustige als gewillige filosofiestudente. Zij prikkelt zijn geest en vervult zijn oerinstincten. Hierdoor ziet hij in een moment van helderheid hoe hij gebukt gaat onder een hedonistische technocratie: hij breekt los uit zijn routinebestaan en besluit volledig break the system te gaan.

Vanaf de openingspagina is duidelijk welke auteur voor Mel Bontje een grote inspirator is. Seks in een boek is één ding, maar waarom toch die fascinatie met zelfbevlekking? Een ander feit dat in het oog springt is dat de auteur doorklinkt in de gesprekken. Hij laat zich kennen in zowel zijn fascinatie met aftandsheid en verval, als in zijn erudiete woordkeuzes om sociale analyses uit te drukken. Dit rijmt niet overal met de personages: het zijn deftige zinnen waarmee de jonge geest absoluut en doordringend oordeelt over de werkelijkheid.

De hoofdpersoon Bart Mittendorf loopt een zielloze haptent binnen. “Het enige speelse in de zaak was het geluid van het borrelende frituurvet” (p.38). Elke pagina kent dergelijke zinnen – de auteur is duidelijk getalenteerd. Wel geven de personages lange, gestileerde commentaren op de maatschappij en op wat er speelt in hun leven. Deze reflecties vinden plaats binnen situaties die daar soms te vluchtig voor lijken.

Via deze commentaren drukt het boek het afgrijzen uit van het vooruitzicht een diploma te halen bij een instituut dat zich niet om je bekommert, om vervolgens in dienst te treden bij een bedrijf dat zich niet om je bekommert. Ondertussen een sprankelend en levenslustig enthousiasme veinzend om jezelf ‘in de markt te zetten’ – dit afgrijzen wordt met drank, drugs of Netflix gekalmeerd en dit noemen we ‘vrijheid’.

“Ik heb het geprobeerd, maar ik kwam erachter dat ik geen geluk haal uit een leven dat bestaat uit interactie met jongens en meisjes die hun gebrek aan authenticiteit verschuilen achter maat- en mantelpakjes […] Alles voor het behalen van validatie in een absurde, ontwortelde en volledig vervlakte realiteitscontext. Niemand was meer dan een mislukte reproductie van een vacatureomschrijving.” (p.16-7)

Het type leven dat zojuist werd omschreven hebben we ook nog eens uitgeroepen tot het hoogst haalbare in de menselijke geschiedenis, namelijk ‘liberale democratie’. En zo stuurt het boek ons indirect in de richting van een levenswijsheid: niet het hebben van een hoog inkomen is het geheim van de vrijheid, maar het hebben van een laag uitgavenpatroon. De auteur verwoordt dit als volgt: “Zijn buikvet zou schuilgaan achter een maathemd van dure stof. Dag in dag uit zou hij gehuld moeten gaan in een mantel van leugens en opgaan in de grijze massa der kantoorschepsels tot hij niet beter zou weten. Toch wilde hij de chaos in zijn ziel niet laten bedwingen door de dwangbuis van het bedrijfsleven.” (p.17)

De kernzin van het boek – en feitelijk van de Westerse cultuur – vinden we op pagina 52: “Niets dwong me om serieus te worden.” Oftewel de hedonistische technocratie houdt ons gevangen in een post-adolescentie. Het is normaal dat je na je afstuderen een vaste baan vindt met een degelijk salaris en dan een gezin sticht. Tenminste dat geldt voor een beschaving die wil voortbestaan. Onze realiteit na het afstuderen is tig onbetaalde stages, nul urencontracten, tien jaar Tinderen, een leven lang huurwoningen.

Échte volwassenheid betekent in deze situatie: een slaaf worden van het systeem. Steeds meer jongvolwassenen zien dit en slikken de rode pil. Ik ken een arts die maandelijks 4.000 euro verdient en 2.500 overhoudt. Ik ken een consultant die 5.000 verdient en 2.800 overhoudt. Beiden werken dag en nacht. De auteur beschrijft soortgelijke situaties en concludeert dat we welbeschouwd werkvee zijn van een globale elite, die jongeren met kosmopolitische propaganda bestookt om hen in dit keurslijf te lokken:

“Hoe langer de jonge westerling op reis is, hoe meer hij gaat geloven in de maakbaarheid van de wereld, het ideaal van mondiaal pacifisme en postmoderne theorieën. In de Berlijnse hostels krioelt het van de cultuurmarxisten: types die het als hun levensdoel zien om zich op te werpen voor alles wat zwak en zielig is. Ze willen niets liever dan zichzelf wegcijferen voor alles dat als minderheid, onderdrukt of achtergesteld bestempeld kan worden. Het Berlijnse jeugdhostel is de bunker van de Gutmensch.” (p.56)

Dat de welbespraaktheid van de personages niet overal rijmt met hun sociale stratificatie, maakt echter niet dat het geen leuke personages zijn om over te lezen. Neem nu Vera – zij wordt omschreven als slank, blond en goed in vorm. “Vera zweeg, legde haar hand op Barts rug, bracht haar lippen richting zijn hals en klom langzaam op zijn schoot. Ze zat met haar gezicht naar hem toe, met zijn neus onder haar boezem” (p.56). Dit personage vervult een belangrijke pedagogische rol: Vera’s geile gekronkel leert jeugdige lezers dat cultuurrealisme en postprogressivisme wel degelijk kunnen leiden tot goede seks.

Dit is een passend moment om kort iets te zeggen over Houellebecq, met wiens proza er vele gelijkenissen zijn. “Mijn wanstaltige voorkomen zou ze met een enkele blik veroordelen. Zonder woorden zou ze de verwerpelijkheid van mijn gedaante in volle helderheid bevestigen” (p.35). Deze Franse schrijver wordt soms ‘vrouwonvriendelijkheid’ verweten oftewel misogynie – het tegendeel is waar. Deze auteur die in de verleidingskunst wat klungelig is, maakt zijn vrouwelijke personages tot lustvolle sletten die zélf het contact initiëren. ‘Sletterig’ is hier niet in een negatieve zin bedoeld, maar juist in een sekspositieve. De vrouwelijke karakters die hun genot najagen zijn uiterst geëmancipeerd.

Het enige kritiekpunt op Bart Mittendorf is dat de auteur mogelijk teveel doorschijnt in de erudiete volzinnen van de personages. De dialogen van de personages zijn soms te intelligent geschreven voor de proleten die ze zijn. Maar al met al is dit een perfect jeugd- en avonturenboek dat de huidige tijdsgeest weerspiegelt. De anti-Steppenwulf.

“Rustig blijven we onze dagelijkse taken uitvoeren; we hopen dat iedereen elkaar ooit, zonde enige vorm van wrok, de hand zal reiken. In lijn met de Duitse filosoof Johann Gottfried von Herder stellen we ons voor dat culturen elkaar prachtig aanvullen, zoals bloemen in een tuin. Wat we vergeten is dat al die bloemen snakken naar licht, ruimte en lucht. Het hardnekkigste onkruid zal de dienst gaan uitmaken en al het overige verdringen. We laten iedereen binnen en zien alles steeds verder naar de klote gaan. Hierover durven we geen oordeel te vellen.” (p.63)

“We worden uitgeleverd door een politieke elite die zijn machtsgeile gezicht verschuilt achter een masker van valse humanitaire waarden. Het is de neomarxistische elite die de fatale baksteen in het bloedende gezicht van Europa smijt. Ik kan het niet accepteren om als nietszeggend schepsel te worden vertrapt onder de schoenzolen van de botsende beschavingen.” (p.64)

“In de menigte leek iedereen op elkaar: het kroost van het kroost van 68-ers.” (p.77)

“We zijn te laf om de slijmerige realiteit te ontsluieren. Tot dat moment, het moment dat we onszelf hebben ontdaan van de leugen, zullen we enkel leven om vergeten te worden, tot niets groots in staat zijn en louter onzinnig slavengedrag vertonen.” (p.22)

De schrijver Mel Bontje zal natuurlijk niet worden ‘ontdekt’ door ‘kwaliteitsmedia’: daarvoor is het deuggehalte onvoldoende – zo zal duidelijk zijn uit het bovenstaande meesterlijke proza. Maar het boek is zéker de moeite van het lezen waard. Misschien is het hier en daar zelfs net te gepassioneerd geschreven ‘for his own good’. Zoals ik al zei: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar.

Op zaterdag 29 september om 15:00 uur vindt een boekpresentatie plaats van het boek ‘Bart Mittendorf. Een Zak Met Niets’ in Boekhandel Cursief te Gorinchem. Meer informatie hier: https://www.facebook.com/events/1129092800581064/

Posted on

Boeken over Syrië

Men zegt wel eens dat de oorlog in Syrië het moorddadigste conflict is sinds de Tweede Wereldoorlog, maar dat klopt natuurlijk niet. Er was immers nog de feitelijk van 1941 tot 1989 durende oorlog in het vroegere Franse Indochina met Vietnam, Cambodja en Laos. Vele miljoenen mensenlevens raakten hier verwoest. En dus mag Syrië deze eeuw dan wel het voorlopig bloedigste conflict zijn, het is echter peanuts in vergelijking met wat de mensen in dat Indochina meemaakten. En zie, twintig jaar nadat het westen er in Indochina haar nederlaag moest erkennen, bloeien die landen als nooit tevoren. Nu de oorlog voor Syrië, en ook Irak, naar haar einde loopt is er dus ook daar volop licht aan het einde van deze Arabische tunnel. Laat ons hopen. Over de Syrische oorlog zijn al massa’s analyses, opiniestukken, reportages en krantenverslagen geschreven. Soms de platst mogelijke propaganda, meer dan eens complete onzin en ook veel boeiend materiaal dat een genot is om te lezen. Zelfs al is men het er altijd niet geheel mee eens. Ook qua boeken verscheen er al alles bij elkaar reeds een mooie bibliotheek met teksten o.m. van uitstekende Belgische analisten zoals Dirk Borgers en de politica Anne-Marie Lizin, beiden sindsdien spijtig genoeg overleden. Hun ‘La face cachée des révolutions arabes’ (1) (Het ware gezicht van de Arabische revoluties) is een meesterwerk. In het Nederlands taalgebied verschenen er vorig jaar al deel 1 van ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van de Norbertijner pater Daniël Maes en ‘Het dagboek van granaten in Damascus’ van journalist Jens De Rycke, een man verbonden aan ‘t Pallieterke, het Vlaams ultranationalistisch weekblad. Eerder al verscheen van Ludo De Brabander ‘Oorlog zonder grenzen’, een overzicht van de geschiedenis van de regio sinds 1914. Daarbuiten publiceerde de vroegere Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam vorig jaar zijn ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’, wat wil doorgaan voor een meer wetenschappelijke geschiedkundige analyse van deze oorlog. De man was de voorbije jaren voor dit conflict speciaal Nederlands gezant voor Syrië en wordt in bepaalde westerse academische kringen gezien als een van de beste specialisten in dit vakgebied.

Daniël Maes – Een dagboek uit een land in oorlog

Uit elk groot conflict komen steevast een serie merkwaardige figuren te voorschijn. Misschien geen grote helden maar mensen die opvallen en met hun bescheiden middelen poogden recht te doen zegevieren. Desnoods en veelal ook tegen de stroom in.
Daniël Maes ten tijde van de oorlog met enkele vluchtelingen aan het werk in de grote tuin van het klooster.
Figuren ook die echt aandacht hadden voor de miljoenen kleine lieden die het slachtoffer werden van de westerse machinaties die nog maar eens een zoveelste regimewissel op het oog hadden en probleemloos een land lieten vernielen. De titel van het boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van Daniël Maes kan voor wie de leugens van De Standaard en de NRC gewoon is en gelooft zeer schokkend overkomen. Maar Daniël Maes is een man met een overtuiging die zoals blijkt uit het boek groeide door zijn contacten met het land en de evolutie van dit conflict. Doodgezwegen Zijn wedervaren is ook een der beste bewijzen voor de censuur die de Belgische en ook Nederlandse media uitoefenen met betrekking tot deze oorlog. De man maakte de volle 7,5 jaar van deze opstand mee en zat er middenin. Maar voor zijn verhaal was er bij de media amper interesse. Alleen incidenteel kwam hij eens aan het woord, meer niet. Beeld u in, een Belgische pater middenin een uiterst brutale oorlog. Normaal zouden de media van de VRT tot Humo en het Laatste Nieuws zijn deur platlopen voor zijn exclusieve verhalen. Met de opbrengst in zijn geval bestemd voor het lenigen van het onmenselijke leed van de Syrische bevolking.
Daniel Maes ~ ‘Poetin en Assad hebben ons leven gered’
Maar neen. Een interview in Terzake, een gesprek in het AD, twee korte stukken op de regionale pagina’s van de Gazet Van Antwerpen, een verhaal in Het Belang van Limburg, twee verhalen in Knack en De Zondag. Dat was het in essentie. De VRT-radio had naar aanleiding van de actiedag rond Syrië in 2012 een interview met hem dat echter niet werd uitgezonden. ‘De kwaliteit was onvoldoende’, klonk het. Juist het tegenovergestelde wat men voordien tegen de man zelf zei. En televisievedette Rudi Vranckx was in zijn thuisbasis in de abdij van Postel uren bij hem en maakte opnames. Het werd nooit uitgezonden. Zijn visie past nu eenmaal niet in de propagandaoorlog waar onze media mee bezig zijn. En dus werd hij zo goed als kan verbannen uit de media. De katholieke kerk Zelfs het officiële Kerk en Leven, het Parochieblad voor de vele gelovigen, zweeg hem jarenlang dood. Pas vorig jaar bestede het blad aandacht aan deze held en bijna martelaar. Hij die zo opkwam voor de christenen, en die niet alleen, in het Midden-Oosten. Wie er wel in het blad kwam met zijn van de pot gerukte beweringen was de warrige Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio.
Klooster Dar Meir Yakub - Qara
Het klooster van Mar Yakub, een meer dan opmerkelijk verhaal. Met op de achtergrond de besneeuwde Qalamoenbergen. Het lijkt wel idyllisch.
De man liep als een blinde achter die salafistische opstandelingen aan en kwam om het leven in de provinciehoofdstad Rakka toen daar een strijd woedde tussen al Qaida & Co en ISIS – zijn vrienden – voor de controle over de regio met zijn rijke landbouw en vooral zijn oliebronnen. De behandeling door de kerk van Daniël Maes en zijn verhaal is een niet te wissen schandvlek voor zowel de Belgische bisschoppen als het Vaticaan.
Het doet denken aan de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt die op 7 april 2014 vlak voor de bevrijding van de stad Homs door een van die salafisten werd vermoord. Behoudens Arnold Karskens had voordien geen enkele Nederlandse journalist aandacht voor de man die ondanks het levensgevaar in het jihadistengebied bleef wonen. Pas na zijn dood verschenen er stukken over hem, met het ‘christelijke’ dagblad Trouw (onderdeel van de stal van Christian Van Thillo) daarbij bewust verzwijgend dat hij achter de Syrische regering stond. Kranten kunnen qua moraal dus erg diep zakken. Het is een van de opvallende zaken in het boek dat hij het wel heeft over Paolo Dall’Oglio maar zijn naam niet noemt. Hetzelfde voor Brigitte Herremans die bij Pax Christi en Broederlijk Delen verantwoordelijk was voor het dossier Syrië. Ook kritiek op de houding van de Belgische bisschoppen en het Vaticaan is feitelijk onbestaande. En nochtans hielpen zij door hun optreden of weigering om op te treden mee aan de moord op de christenen in de regio, de bakermat van deze godsdienst. Om de westerse machthebbers niet voor het hoofd te stoten deden zij op die wijze feitelijk mee aan die slachtpartij. Buiten wat vage woorden en het sturen van een gezant deed ook deze paus niets en bleven onze bisschoppen doofstom voor dit lijden. En dus kon Brigitte Herremans ongehinderd door haar kerkelijke hiërarchie – Pax Christi en Broederlijk Delen werken onder toezicht van de bisschoppen – jarenlang woordvoerster spelen voor groepen voor wie vrouwen of te verkrachten objecten en seksspelletjes zijn of anders kweekdieren voor nieuwe jihadisten. Mar Yakub Zijn werk is een dagboek en vertelt het leven van dag tot dag in het klooster van Mar Yakub (2) vlakbij het stadje Qara liggend aan de voet van het machtige Qalamoengebergte met zijn toppen van 3000 en meer meters. Het is een gewezen Romeins fort dat in de zesde eeuw toen het Oost-Romeinse rijk al erg verzwakt was omgevormd werd tot een klooster. Het raakte echter grotendeels in verval. De restauratie begon rond 1993. Dat het nu weer een mooi majestueus klooster is is het werk geweest van de op vele vlakken imposante kloosterzuster Agnes-Mariam de la Croix. Een van origine Palestijnse die na enkele mislukte avonturen als hippie het christendom ontdekte en zorgde dat dit klooster weer in al zijn glorie kon herrijzen. Het is genoemd naar de in 421 vermoorde Perzische martelaar Jacob de Verminkte, alias Jacobus Intercisus of Mar Yakub.
Agnès-Mariam-de-la-Croix en Daniel Maes
Agnes-Mariam de la Croix en Daniel Maes in de tuin van het Norbertijnerklooster in Postel. Een opmerkelijk duo.
Het klooster behoort tot de Grieks-Melchitische katholieke kerk, een van de talrijke christelijke groepen in het land. Het is een groot mankement van het boek dat de auteur niet wat meer uitleg geeft over die wirwar van christelijke geloofsgemeenschappen in de regio. Ook over de andere tientallen religieuze groepen vernemen wij amper iets. Spijtig want zonder een degelijke kennis van deze culturele puzzel is Syrië moeilijk te begrijpen. Daniel Maes kwam er in oktober 2010 toe om in het klooster een opleiding voor priesters te organiseren want die was er wel in Libanon maar niet in Syrië. Zijn visie over het land was er een in de toon van wat onze massamedia er over brachten en dat was van negatief tot zelfs vijandig. Al snel had hij echter door dat dit een karikatuur was van de realiteit. Het land bleek erg divers en was behoorlijk goed georganiseerd. Wat hij noch de mensen rondom het klooster echter konden vermoeden was dat amper 6 maanden later de hel over Syrië zou losbreken. Met snel toegesnelde buitenlandse jihadisten die via Libanon en vanuit bepaalde moskeeën onrust begonnen te zaaien. Nadien bleek dat er onder Bashar al Assad veel moskeeën waren gebouwd, veelal met geld vanuit Koeweit, Saoedi-Arabië en Qatar. En dit achteraf gezien niet zonder bijbedoelingen. Syriërs zijn solidair De moeilijkste en erg gevaarlijke periode voor hem was die van november 2012 tot eind 2013 toen allerlei extremisten ook Qara en de naburige dorpen in handen kregen en hun lusten botvierden op al wie niet plooide voor hun salafisme, uiteraard ook christenen. Uit zijn relaas blijkt dat de dorpelingen hen beschermden tegen mogelijke aanvallen. Ook nam het klooster vluchtelingen, en niet alleen christenen, in bescherming in hun kloosterfort. Uiteindelijk werden zij en de dorpelingen eind 2013 door het leger gered uit hun hachelijke situatie. Pas in 2017 zouden de laatste resten van al Qaeda en ISIS die zich in de barre bergen in het grensgebied tussen Libanon en Syrië schuilhielden verdreven worden. De titel van zijn boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ moet je dan ook letterlijk nemen. Zonder hen hadden Daniel Maes en de anderen het daar niet overleeft. Opmerkelijk is ook dat blijkens zijn dagboek er tussen de vele Syrische minderheden geen haat is ontstaan als gevolg van deze op sektarisme gebaseerde oorlog. De westerse poging om het land op die wijze voor heel lang of altijd onbestuurbaar te maken faalde zo te zien.
Daniel Maes bakt frietjes
Daniël Maes en het dagelijkse leven in het klooster Mar Yakub. Hier frietjes bakken.
Het is een verhaal dat ook elders te merken is. Met dorpen die steeds onder regeringscontrole stonden en buurgemeenten die in handen waren van terreurgroepen die, toen de oorlog eenmaal voorbij was, elkaar ter hulp kwamen om de grote noden te helpen delgen. Zo te zien heeft het westen hier totaal gefaald. Wat mooi zou zijn.
  Propagandisten vermomd als journalisten Spijtig is wel dat er geen relaas in staat van het begin 2012 mede door Agnes-Mariam de la Croix georganiseerde bezoek van een stel Europese journalisten aan Syrië. Bij een aanval door jihadisten op een betoging van regeringsaanhangers in de stad Homs stierf hierbij een Franse reporter. Voor die journalisten, inclusief Jens Franssen en Rudi Vranckx van de VRT en de Nederlandse fotograaf Steven Wassenaar, het werk van de regering die zo hen als lastige getuigen wilde uitschakelen. Waarbij zij zelfs de kloosterzuster viseerden als zat ze mee in dat moordcomplot. Een totaal van de pot gerukt verhaal dat toont dat men hier niet met journalisten te maken had maar met propagandisten die alleen maar leugens wilden verspreiden. Waarom zou Syrië journalisten officieel uitnodigen om hen dan twee dagen later te vermoorden? Hoe gek kun je het maken? Voor Agnes-Mariam de la Croix waren het gewoon kinderen die niet wisten hoe zich te gedragen en onverantwoord werkten. Maar dit verhaal zit niet in het dagboek daar hij blijkbaar toen in Postel zat. Niet aflatend Daniël Maes heeft door zijn niet aflatend werk met o.m. zijn wekelijkse brieven een niet onbelangrijke rol gespeeld in het geleidelijk veranderen van de publieke opinie in België en ook Nederland ten opzichte van dit Syrische drama. Onversaagd blijft hij al die jaren vrank en vrij zijn mening geven, tegen de heilige huisjes van de media, ngo’s en regeringen schoppend. De stad Ieper gaf vorig jaar een vredesprijs aan de Witte Helmen, onderdeel van die salafistische terreur en de westerse agressie. Men had die prijs veel beter aan Daniël Maes gegeven. Recent verscheen dan deel 2 van zijn  dagboek dat de periode van 2013 tot nu beschrijft. De tijd van de nakende overwinning en het begin van het herstel van de Syrische maatschappij en de heropbouw van het land. Het verscheen eveneens bij de Nederlandse uitgeverij De Blauwe Tijger. Een pluim voor deze uitgeverij die deze Belgische pater eindelijk het forum geeft dat hem toebehoort.
Daniel Maes, Oorlogsdagboek deel II

Jens De Rycke – Reisverslag

Het boek van Jens De Rycke is eveneens een verslag van een verblijf in Syrië maar is qua karakter totaal anders dan dat van Daniël Maes. Door wat hij beschrijft als een toevallig contact met een priester van een der christelijke kerken in het Midden-Oosten raakt hij betrokken bij deze oorlog en bezoekt tweemaal het land. Het boek is grotendeels het verslag hiervan. Het is uitgegeven bij Polemos. Hij is een freelance journalist en schrijft voor diverse media zoals Novini, ’t Pallieterke en andere en was recent te gast in de studio van de internettelevisie Café Weltschmerz. De interesse in Vlaams nationalistische kringen voor Syrië en de steun voor de strijd van de Syrische regering tegen het jihadisme is opvallend. Daniël Maes is er een graag geziene gast en het Vlaams Belang heeft de weg naar Damascus wel gevonden. In die zin komt het boekje van Jens De Rycke dus niet als een verrassing. Het bleef spijtig genoeg bij het grote publiek tot heden grotendeels onder de radar.
Jens De Rycke - Het dagboek van granaten in Damascus
Voor die interesse in deze kringen zijn er zo te zien meerdere redenen. Zo is er de islam die in dat milieu door velen als een gevaar wordt gezien waarbij de Syrische regering vecht tegen de uitwas ervan, het salafisme. En dus zijn de Syrische regering vrienden. En dan is er het Vlaams Belang dat alleen in de marge van de Belgische politiek kan opereren en politiek dus veel vrijer kan ageren. Neen zeggen tegen het buitenlands beleid van de VS en de EU hier is voor wie de macht wil grijpen, of wat daar voor moet doorgaan, niet zonder gevaren. Je riskeert een dodelijke perscampagne en het verdampen van de hoop op ministerpostjes. Het Vlaams Belang heeft dat probleem niet. Geen probleem dan ook voor Filip Dewinter om bij Assad koffie te gaan drinken. En dus kon een man als Daniël Maes, een Vlaamse pater, hier wel een luisterend oor vinden. Wat elders niet lukte. Bovendien zat het zogenaamde linkse publiek gevangen in het web van de door het Westen gespannen propaganda rond de mensenrechten. Leugens natuurlijk, maar diegenen die beter wisten zwegen bewust. Ma’loula Het boekje is wel, zeker wat de foto’s betreft, slecht uitgegeven. Wat natuurlijk spijtig is. Zijn verhaal is daarvoor te belangrijk. Mooi is ook dat hij voor zijn boek een voorwoord wist te versieren van Elijah J. Magnier, een der beste analisten van het ogenblik over de zaak. Het bevat ook een verslag van zijn bezoek aan het stadje Ma’loula met zijn serie kloosters en kerken dat ooit kort in handen van die salafistische terreurgroepen was gevallen. Verder is er een bijdrage over de Syrische Sociaal Nationalistische Partij die een groot Syrië voorstaat, radicaal Arabisch is en erg seculier. Ook bevat het boek verder een verhelderend gesprek met Marwa Osman, een politicologe en lid van Hezbollah. Interessant materiaal. De bijdrage over de alawieten is daarentegen te beknopt en mist diepgang. Het mysterie rond die religieuze groepering blijft bestaan. Wel enkele opmerkingen. Het is uiteraard juist dat het Syrische leger en zijn bondgenoten, vooral dan de lokale groepen, in bepaalde gevallen uiterst brutaal optraden en men soms ter plaatse mensen executeerde – recent nog tegen ISIS in de stad Sweida – maar men moet dan wel beseffen dat die oorlog door het Westen aan Syrië werd opgedrongen. (p 13).
DSC_0645
Marwa Osman, een politicologe verbonden aan Hezbollah komt in het boek aan het woord.
Verder heeft hij het op pagina 41 over de geopolitiek en de oorlog maar heeft het niet over de drijvende kracht achter deze oorlog: Israël. Een land dat via verdeel en heers en met steun van de NAVO de regio in vuur en vlam wou zien ten onder gaan. Het plan van de Israëlische geostrateeg en diplomaat Odet Yinon. En inderdaad speelden gas en olie een grote rol bij het ontstaan van deze oorlog maar de echte oorzaak is Israël, dat het erg klassieke principe van verdeel en heers wou toepassen. Tevergeefs blijkt nu. Verder heeft hij het op pagina 42 over de ‘nucleaire ambities’ van Iran. Dat klopt echter niet want er is niet het minste bewijs dat Iran ooit een kernmacht wou worden. De beweringen van de VS en de NAVO hierover zijn alleen gebaseerd op verdraaiingen van de feiten en leugens. En dat er in deze oorlog geen winnaars zijn (pagina 120) klopt ook niet. Integendeel, dit is een enorme nederlaag voor Israël en haar bondgenoten en een grote overwinning voor de as Moskou-Teheran-Beiroet-Bagdad-Damascus. Het idee om die landen totaal te vernielen raakte nergens. Natuurlijk is de schade in landen als Irak, Syrië en eerder Libanon enorm maar ze overleefden en toonden zich sterk. Als dat geen overwinning is! Tienduizenden jihadistische huurlingen stuurde men op Syrië af met daarboven nog een economische wurggreep om U tegen te zeggen. Tientallen miljarden gaf men uit en tevergeefs. De wederopbouw zal jaren vergen maar zal gebeuren. Desnoods zonder het Westen. Men hoeft zich in Washington en Brussel daarover geen illusies te maken.

Ludo De Brabander – Een teleurstellend boek

Een van de weinige critici van de NAVO die in de klassieke media nog eens aan het woord komt – al zij het heel zelden – is Ludo De Brabander van de vzw Vrede, een groep van mensen die werkt rond de buitenlandse politiek en het (ontbreken van een) vredesbeleid. Het boek is teleurstellend en toont een gebrek aan kritisch doorzicht in wat er op dit ogenblik in het Midden-Oosten gebeurt. Zolang hij de oudere gebeurtenissen vanaf 1914 tot 1979 bespreekt getuigt het van een goed inzicht en een kritische doorlichting. Het is dan ook vernietigend voor de politiek van het Westen daar. Zo komen er de Britse machinaties rond het Arabisch schiereiland en de Levant, de regio met Libanon, Palestina, Jordanië en Syrië, aan bod. Of hoe Londen koos voor het salafisme van de familie al Saoed. Met Winston Churchill die zelfs opteerde voor het gebruik van chemische wapens. Waarbij de Britten als tegengewicht voor het Arabisch nationalisme de kant kozen van de Moslimbroeders en andere islamistische groepen. Nog steeds steunt de Britse regering die reactionaire visie van de islam en die keuzes van toen liggen ook aan de basis van veel van de huidige problemen in de regio. Wat hij onvoldoende of zelfs niet ziet is dat achter de publieke beweringen van westerse regeringen en hun lof voor mensenrechten, vrede en democratie in de regio echter een hondsbrutale politiek schuilt. Een politiek gericht tegen de regio, met als voornaamste bedoeling die zo machteloos mogelijk te maken. Al Qaida in Jemen Neem de aanslag op Charlie Hebdo (pagina’s 45 en 194) die niet zoals hij schrijft het werk was van ISIS maar werd opgeëist door Al Qaida van het Arabisch Schiereiland, de Jemenitische tak van de groep. En zij waren voor zover bekend de enigen. En dat is een organisatie die in een bepaalde periode minstens mede onder controle stond van westerse veiligheidsdiensten. Zo mislukten al hun buitenlandse acties doordat de daders voor ze konden toeslaan steevast opgepakt werden. Wat een ver doorgedreven infiltratie van deze organisatie door de veiligheidsdiensten bewijst.
Ludo De Brabander - Oorlog zonder grenzen
Verder vecht al Qaida in Jemen samen met Saoedi-Arabië en de hele westerse alliantie, inclusief dus ook België, tegen de regering van de Houthi’s die op dit ogenblik grotendeels het nuttige Jemen controleren. Met andere woorden: al Qaida en het Westen zijn militair geallieerden in deze kwestie. Dat is de realiteit, niet die van de vele holle beweringen van een Jens Stoltenberg, Mike Pompeo of Didier Reynders. Dat de strijd tegen dit extremisme tot nu faalde heeft dan ook niets te maken met sociale of politieke problemen binnen de Arabische wereld of bij de groep van immigranten in Europa maar met de uitgebreide militaire, economische en politieke steun die deze groepen krijgen vanuit Washington en de EU. De onvrede is wel een der voedingsbodems die westerse geheime diensten gebruiken om via infiltranten in dit milieu te rekruteren. Het rapport van de Amerikaanse Militaire Veiligheidsdienst DIA van augustus 2012 over de oorlog in Syrië laat hierover niets aan twijfel bestaan. De VS controleerden deze groepen waaronder ISIS en wilden Syrië vernielen en daarnaast via ISIS ook Irak verder aan diggelen slaan. Mogelijkerwijs kende hij bij de publicatie van zijn boek dit rapport nog niet. Het rapport van de Conflict Armament Research (3) over de wapens van ISIS was bij de publicatie van zijn boek zeker nog niet openbaar. Dit door de EU en Duitsland gefinancierde rapport toonde dat een groot deel van de wapens van ISIS kwamen uit Bulgarije, een lidstaat van de Europese Unie, dat door o.m. de VS en Saoedi-Arabië was aangekocht. Duidelijker kan toch niet. Op pagina 161 heeft hij het over de wil van die salafisten voor een zogenaamde ‘authentieke islam’. Een bewering die getuigt van een gebrek aan kennis. Reeds van in het prille begin van de islam waren er grote theologische en financiële geschillen en groepen die elkaar soms met de wapens bevochten.
Ansar al Sharia bij Taiz - Februari 2016
Leden van Ansar al Sharia, een schuilnaam voor de lokale afdeling van al Qaida in Jemen, hier aan het front bij de stad Taiz samen met troepen van de westerse alliantie.
Het salafisme is in wezen zelfs van heel recente datum en vloeit voort uit het gedachtegoed van enkele toen verketterde islamtheologen. Waarvan de bekendste al Mohammad ibn Wahhab (1703-1792) is die dan weer de mosterd was gaan halen bij Taqi ad-Din Ahmad ibn Tamiyyah (1263-1328). Zeggen dat het salafisme authentieke islam is als zeggen dat Iggy Pop of Fleet Foxes authentieke rock & roll brengen.
Ruslands bedoelingen Ook schrijft hij dat Rusland zijn interventie in Syrië steunde op de wens om ISIS aan te pakken (p188). Dat is het verhaal dat bladen als The New York Times en De Standaard ervan maakten en een leugen. Moskou heeft steeds gesteld dat men ginds het terrorisme wou uitroeien en noemde daarbij expliciet zowel al Qaida als ISIS. Wat zin heeft het trouwens om ISIS uit te schakelen en al Qaida in leven te laten? Geen natuurlijk. Het is dit uitroeien dat het eerste en voornaamste doel van Rusland is om in Syrië op te treden. Haar bondgenoot ter hulp snellen en zo haar machtspositie in de regio versterken kwam tweedes. Zoals ook de wens om haar nieuw wapentuig te testen en beter te kunnen commercialiseren van secundair belang was. Rusland had al drie oorlogen met die salafisten achter de rug en wou hen in Syrië de genadeslag toebrengen. Wat lijkt te lukken. Essentieel is dat hij fout zit door te stellen dat militair optreden tegen dit extremisme niet helpt en daarbij verwijst naar het niet slagen van die oorlog tegen de terreur. De reden is dat het Westen niet vecht tegen maar met die salafistische terreurgroepen. Er zijn voldoende bewijzen die aantonen dat bepaalde veiligheidsdiensten zoals MI6, CIA en de Mossad die groepen via infiltranten manipuleren. Ooit al gehoord van een aanslag van die geroepen in Israël? Natuurlijk niet. De enige manier om hen te verslaan is door het gebruiken van geweld tegen hen, zoals Irak, Rusland, Iran, Hezbollah en het Syrische leger nu doen. Maar zolang het Westen hen blijft steunen zal het probleem mogelijk wel blijven bestaan. Wel is de mokerslag die deze groepen nu in Syrië te verduren krijgen erg pijnlijk en zien wij mogelijk hier het Waterloo van al Qaida & Company.

Nikolaos van Dam – Een expert in bedriegen

Een totaal ander boek over Syrië is dat van de gewezen Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam. De man wordt in de gespecialiseerde westerse media gezien als DE expert over Syrië die op een objectieve wetenschappelijke wijze de toestand in het land en de oorlog beschrijft. Niets is echter minder waar. Dit boek toont dat hij wel een kenner is maar mede daarom ook dat hij bewust een bedrieger en leugenaar is, een verkoper van halve en hele onwaarheden. Vooreerst maakt hij in zijn boek ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’ twee essentiële fouten die een analist en diplomaat als hij niet mag maken. En dat is een totaal gebrek aan bronnenkritiek en het geheel negeren van iets cruciaal als het internationaal recht met o.m. de niet-inmenging en de onschendbaarheid van landsgrenzen. Het laatste  is blijkbaar voor hem niet eens het bespreken waard. Gebuisd dus. De omslag van het boek is dan ook een gestileerde reproductie van een van de fameuze propagandafoto’s van de door zijn Nederland mee gefinancierde Witte Helmen die tussen de ruïnes van een stad een baby in zijn armen heeft. En in plaats van het te hebben over de Syrische regering heeft hij het continu over het ‘Syrische regime’. Wiens brood…. Het toont de teneur van dit pseudogeschiedkundig werk. Een regime, dat is een stel erg foute ministers, een regering dat zijn dan de goeden. Lees: Wie aan de goede kant van de VS staat is een regering en wie aan de foute kant van Washington staat is een regime. Maar dat is sfeerschepping en in wezen platte propaganda. Een geschiedkundige de naam waardig past voor dat soort praktijken.
Nikolaos van Dam - Destroying a nation
De man behoort tot de selecte vriendenkring rond de Zweed Aaron Lund en de Amerikaanse professor Joshua Landis die met de blog Syrian Comment poogt de richting aan te wijzen waar het Westen met Syrië volgens hen heen moet. Deze blog produceert zeker interessant materiaal maar over de Amerikaanse steun voor al Qaeda en ISIS zoals blijkt uit massa’s documenten zal je hier nooit iets lezen. Ook hier bedrog en censuur dus. Maar dat is zeker wat Nikolaos van Dam betreft zeker begrijpelijk. De man was een Nederlandse diplomaat en o.m. ambassadeur in Irak en door zijn regering tijdens deze oorlog aangesteld als speciaal gezant voor de kwestie Syrië. Met andere woorden: Hij zat op de eerste rij wat betreft de westerse strategie en Syrië. En ook, zeer belangrijk, de Nederlandse regering betaalde hem hiervoor en dan is er het gezegde ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’. En dat blijkt dus. Het betekent echter ook dat hij intern goed op de hoogte moet zijn geweest van de westerse strategie in deze kwestie. Zo vertelt hij over de serie staatsgrepen in Syrië na de onafhankelijkheid in 1946 maar vergeet er bij te zeggen dat de CIA hier soms erg actief was en al eens aan het stuur zat. Maar over de fouten van de Baath-partij en de familie Assad – en die zijn er zeker –  schrijft hij uitvoerig. Het is alsof je de geschiedenis van Japan zou beschrijven zonder de zaak Mantsjoerije en Pearl Harbour te vermelden. Feitelijk is zijn boek dus een intellectuele krachttoer. Voor hem is de revolte van Maart 2011 dus spontaan ontstaan en groeide het puur uit het ongenoegen over de politieke, sociale en economische beleid van de regering. Dat was er zeker zoals er overal in alle landen wel ongenoegen is over het regeringsbeleid. Maar zijn bewering is onzin. De strategie van de VS voor een machtsovername/staatsgreep is steeds dezelfde. Men infiltreert de maatschappij via allerlei verenigingen en helpt dat ongenoegen groeien met veel geld. De VS heeft hiervoor zelfs opleidingscentra en organisaties als de National Endowment for Democracy. Hij moet dat toch weten. Zie maar wat er bijvoorbeeld in Egypte of Joegoslavië gebeurde.
Iba Abdo - 2
De in Nederland wonende Iba Abdo wist al op 26 februari 2011 op haar blog te vertellen dat de ‘revolutie’ zoals ze dat noemde in Syrië was uitgesteld en pas op 15 maart ging losbarsten. Een helderziende. Ze reageerde niet op een verzoek voor een gesprek.
Ook in Syrië was dat zo en gebruikte de VS de Moslimbroeders en al Qaida. Zo verscheen in zijn eigen Nederland op 26 februari 2011 op de blog van de Nederlands-Syrische Iba Abdo dat men de ‘revolutie’ om organisatorische reden uitstelt tot 15 maart. Spontaan? Het is om te lachen. Waren de sluipschutters misschien nog niet klaar en diende men daarom die ‘revolutie’ uit te stellen? De dame werkte nadien eventjes bij Clingendael, het bekende Nederlandse regeringsinstituut voor buitenlandse politiek. Ze moeten elkaar dus normaal kennen en gezien zijn grote diepgaande kennis moet hij praktisch zeker weten van het bestaan van dit nadien afgevoerde blogbericht. Al Qaida Ook heeft hij het steeds over de vreedzaam begonnen betogingen die door brutaal politie- en legergeweld wel moesten ontaarden in een oorlog. Alsof hij niet weet dat bij de eerste betoging in de stad Daraa tot 8 politiemensen het leven lieten, er sprake was van sluipschutters – een klassiek ook in o.m. Sarajevo, Tunesië en Kiev gebruikte methode om de spanning op te drijven – en dat het gerechtsgebouw en de lokalen van de Baath die dag waren platgebrand. En uiteraard zwijgt hij over de aanwezigheid al vanaf de eerste dag van mensen van al Qaida die betrokken waren bij de opstand. Zijn landgenoot en oorlogscorrespondent Arnold Karskens maakte van hun aanwezigheid en de wapensmokkel vanuit Irak al begin 2011 gewag. Zoals trouwens ook de Syrische pers dat schreef. Maar dat is voor de man dus niet interessant en niet eens vermeldenswaardig. En dat de opstand al vanaf het prille begin ging ontaarden was zeker met de kennis die we nu hebben onvermijdelijk. Hij heeft het als enige reden hiervoor over het brutale legergeweld. Dat was er zeker en vast. Maar wat doet een regering als haar gebouwen bij betogingen in brand worden gestoken en politielui vanuit de betoging en door sluipschutters in serie worden afgemaakt? Wat zou het ‘regime van Mark Rutte’ doen als de mensen in Groningen, de zaak met de aardgaswinning en het regeringsbeleid hierover kotsbeu, grijpen naar gewapend verzet zoals die eerste dag in Daraa? Men zou het leger inzetten natuurlijk. Dat die door al Qaida en de Moslimbroeders – toch een geheim genootschap dat een kalifaat met de koran en de sharia als leidraad nastreeft – in afspraak met de VS en haar bondgenoten georganiseerde opstand al vanaf de eerste dag onmogelijke eisen stelde zoals de val van de regering Assad dan is dat geen probleem. Als de regering politieke hervormingen wil doorvoeren en zoals geëist politieke gevangen – waaronder een notoir terrorist als Zahran Alloesh nadien de leider van het Leger van de Islam – vrijlaat dan is dat onvoldoende voor de opstandelingen.
Daraa - Gerechtsgebouw in brand gestoken tijdens rellen van 15 maart 2011
Het gerechtsgebouw in Daraa na de zogenaamd vreedzame betoging in de stad die dag 15 maart 2011.
De Moslimbroeders en al Qaida blijven bij hun maximalistische eisen waarvan hij later in het boek zelf stelt dat ze onmogelijk in te willigen waren. En als het leger zich op vraag van de Arabische Liga en het Westen uit de steden terugtrekt dan wordt die ruimte onmiddellijk gevuld door die terroristische groepen. Met de bekende gevolgen. Maar ook dit is voor de auteur niet vermeldenswaardig. De fout ligt voor hem bij Assad en bij niemand anders. Basiskennis voor een diplomaat is het internationaal recht waarbij de niet-inmenging in de interne zaken van andere landen verboden is. Met als essentie ook de onschendbaarheid van de grenzen van andere landen. Wat men in de kwestie van Syrië soms met al te doorzichtige excuusjes en veelal zelfs zonder uitvluchten aan de westerse laars lapt. Zijn Nederland gooit bommen op Syrië en moet volgens de betreffende VN-resolutie de Syrische regering daarvoor om toelating vragen. Den Haag, zijn werkgever, vertikt het. Hetzelfde voor de Belgische overheid. The Day After Association Maar dit zijn daden van oorlog en daarom ook oorlogsmisdaden. Het zal hem zo te zien worst wezen. Hetzelfde met zijn bronnenkritiek die gewoon onbestaande is. Wat hem uitkomt neemt hij voor waar aan, wat niet past in het plaatje zal je in zijn boek niet lezen. Zo citeert hij regelmatig de Amerikaanse specialist Charles Lister en neemt veel van zijn soms straffe beweringen zomaar voor waar aan. Hij vergeet er echter bij te zeggen dat Lister de voorbije jaren werkte voor het Brookings Doha Center in Qatar, een studiedienst die werkt met geld van Qatar, een financier van o.m. al Qaida in Syrië. Erg intelligent moet men niet zijn om te beseffen dat die bron totaal onbetrouwbaar is. Ook dat is bij hem geen zorg.
Nikolaos van Dam - 2
Bronnenkritiek en respect voor het internationaal recht lijken Nikolaos van Dam totaal vreemd. Zoals bij Jens De Rycke slaagt hij er ook niet in meer duidelijkheid te verschaffen over de alawieten.
En dan is er de zogenaamde Caesar met zijn tienduizenden martelfoto’s van gevangenen van de Syrische regering. Gruwelijk materiaal. Volgens het verhaal van Caesar, een alias, moest hij in opdracht van de Syrische overheid die foto’s nemen om ze dan aan de familie te overhandigen. Hij was met zijn foto’s gevlucht maar wou anoniem blijven om zijn in Damascus achterblijvende familie te beschermen. Zo beweerden de auteurs van dit rapport. Een dossier gemaakt door een groot Brits advocatenkantoor in opdracht van Qatar en juist klaar voor Genève 2, de tweede vredesconferentie rond Syrië. Het moest tijdens de onderhandelingen extra druk zetten op Syrië en hen verder in de beschuldigingsbank duwen. Maar wie zo’n toch wel bizarre opdracht krijgt is zonder twijfel zo gekend bij de Syrische overheid want hij is vermoedelijk de enige die zo’n taak kreeg. De door dat advocatenkantoor gegeven reden voor zijn anonimiteit is dan ook pure onzin. Het is in wezen zelfs het bewijs dat dit dossier nep is. Human Rights Watch, nochtans niet vies van vervalst bewijsmateriaal in deze oorlog, uitte dan ook nogal wat bezwaren over die beweringen van dat Brits advocatenkantoor. Onze diplomaat niet. Het ergst qua een gebrek aan bronnenkritiek is echter als hij op pagina 72 een rapport uit 2016 van The Day After Association beschrijft. Volgens dat rapport had een opinieonderzoek van die vereniging aangetoond dat meer dan helft van de Syrische christenen die op hun zogenaamde peiling hadden geantwoord positief stonden tegenover die opstand. Simpel onderzoek leert dat die vereniging een van de vele tientallen vanuit het buitenland opererende oppositiegroepjes is die werken met gelden van de VS, de Arabische Golfstaten of Europese landen als Frankrijk. Maar hoe in ‘s hemelsnaam kon men in 2016 in een toestand van algehele oorlog vanuit het buitenland in Syrië zelf een opiniepeiling houden, laat staan een die wetenschappelijk betrouwbaar is? Geen probleem voor Nikolaos van Dam. Hij stelt zelfs dat aangezien de opstand anno 2016 meer jihadistisch dan bij de start de christenen in 2011 nog met een veel groter percentage achter die opstand moeten gestaan hebben. Is dat om te lachen? Religies klitten aan elkaar Wie al Qaida en ISIS financiert of financierde laat hij dan ook gemakshalve in het ongewisse. Ook over de centrale rol van Israël in de kwestie zwijgt hij zedig. En veelal heeft hij het over buitenlandse mogendheden die in Libië intervenieerden zonder veel te specificeren. Men zou eens kunnen gaan beseffen dat het regime van Mark Rutte mee hielp aan de vernieling van Libië en Syrië. De rol van Nederland in deze massaslachtpartij lijkt als we zijn boek moeten geloven nihil te zijn. Wiens brood….  Je hebt er bij van Dam dan ook het raden naar waarom ISIS en al Qaida de hoogste lonen konden betalen aan hun huurlingen, een pak meer dan wat soldaten van het Syrische leger kregen.
Dr. Nabil Toumeh
Volgens Dr. Nabil Toumeh faalde de Westerse poging tot vernieling van zijn land als gevolg van de sterke cohesie onder de Syrische bevolking. Syrië was naar hij stelde voor het Westen met daarbij Israël te rijk geworden en moest daarom kapot.
En ja, het Syrische leger en haar hulptroepen hebben zware misdaden begaan. Niemand kan dit betwijfelen. Kijk maar naar het verhaal van de Woestijnvalken (Desert Hawks) van generaal Mohammad Jaber die zeer succesvol was maar plots op 2 augustus 2017 ontbonden werd en waarbij Jaber om onverklaarde reden officieel naar Oekraïne vertrok. (4) Over het fameuze rapport van de DIA over Syrië lees je hier dan ook niets. Te sterk bewijsmateriaal over de misdaden van landen als Nederland, zijn broodheer? Hetzelfde met dat door de EU en Duitsland gefinancierde rapport van het Britse Conflict Armament Research (3) over Amerikaanse wapens van ISIS of over de verhalen uit de Israëlische pers over de steun aan o.m. al Qaida. Hij verzwijgt het. Dat de opstand ondanks de massale geldstromen en de tienduizenden vanuit het buitenland aangeleverde salafisten mislukte is het beste bewijs voor de cohesie van de Syrische maatschappij. De pogingen om het sektarisme te doen zegevieren faalden. Het is zoals de Syrische soefist, parlementslid, filmmaker en zakenman dr. Nabil Toumeh het in een gesprek in Damascus uitdrukte: “Syrië, dat is 30 religies en 60 sekten en dat klit sterk aan elkaar en daarom mislukte het Westen hier, in tegenstelling tot in Libië, om dit land te verslaan.” Maar voor Nikolaos van Dam is Syrië gewoon een alawietische dictatuur. Tegenstander Wel toont hij zich in zijn boek toch een tegenstander te zijn van het beleid van het Westen hier. Al zegt hij dat erg omfloerst. Zijn stelling is dat men die jihadisten aanmoedigde bij hun opstand, hun onrealistische eisen steunde en onvoldoende militaire hulp gaf om te slagen in hun opzet. De oorlog had zonder die steun minder mensenlevens gekost is zijn visie. Hij vergelijkt het met de Amerikaanse oproep aan de Iraakse sjiieten om na de Iraakse nederlaag in februari 1991 in opstand te komen. Waarna de VS van enkele kilometers ver zat toe te kijken hoe die naïeve opstandelingen door het Iraakse leger afgeslacht werden. De realiteit is echter dat dit ook het plan was. Het land vernielen en via de introductie van het sektarisme het voor decennia onbestuurbaar te maken. En het Westen is hier zeker niet aan haar proefstuk. Zie naar Bosnië, Kosovo, Afghanistan, Libië en ook Irak. En voor deze halsmisdaad tegen Syrië is de hoofdverantwoordelijke de gewezen Amerikaanse president Barack Obama. De man die bij het begin van zijn ambtsperiode van de Noorse premier Jens Stoltenberg de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Stoltenberg kreeg dan nadien van Obama de post van secretaris-generaal van de NAVO. De westerse waarden. Nikolaos van Dam betreurt de vernieling van Syrië maar is via zijn werk een onderdeel van die strategie. Zelfs al maakt hij er bezwaar tegen.
1) La face cachée des révolutions arabes, Ellips, redactie: Eric Denécé, 528 pagina’s, 2012. 2) https://www.maryakub.net/ 3) Conflict Armament Research: De VS wou niet antwoorden op de vraag van de groep hoe na juni 2014 In Bulgarije geproduceerde en aan de VS geleverde wapens bij ISIS werden gevonden. Wapens van een sovjet-type waar men in de VS niets mee kan aanvangen. In juni 2014 viel de stad Mosoel na de massale desertie van het Iraakse leger in handen van ISIS. Zie o.m. pagina 39 van het rapport. http://www.conflictarm.com/publications/. 4) Zie: https://www.almasdarnews.com/article/syrian-desert-hawks/. Al Masdar is een informatieve website die de Syrische regering steunt in haar oorlog. Het is dus geen geheim in Syrië. Integendeel. Daniël Maes, Poetin & Assad hebben ons leven gered – Syrisch dagboek deel 1, De Blauwe Tijger, 2017, 264 pagina’s, 21,5 euro. Jens De Rycke, Het dagboek van granaten in Damascus, Polemos, 2017, 160 pagina’s, 15 euro. Ludo De Brabander, Oorlog zonder grenzen, Epo, 2016, 271 pagina’s, 22,5 euro. Nikolaos van Dam, Destroying a nation – The civil war in Syria, I.B. Taurus, 2017, 242 pagina’s, 8,99 Britse pond.
Posted on

Ruimterevolutie: Hoe de walvisjacht ons wereldbeeld veranderde

Het boek Land en zee van de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt is een opvallende afwijking van zijn gebruikelijke discours. In zijn andere werken schrijft hij vooral over recht, politiek en direct aanverwante zaken. Een voorbeeld is het boek Die geistesgeschichtliche Lage des heutigen Parlamentarismus waarin Schmitt in 1923 de parlementaire democratie van de Weimarrepubliek bekritiseert. Bekender is het werk Der Begriff des Politischen waarin hij de politiek tot wij-zij tegenstellingen herleidt. In Land en zee gaat hij echter op heel andere zaken in.

Wat is de aarde eigenlijk en hoe komt het dat we de aarde zien zoals wij die zien? Hoe komt het dat wij anno 2018 de aarde zien als een groen-blauwe bol in een oneindige ruimte? Hoe kan dat zo verschillen van het wereldbeeld van andere volkeren? Volgens Carl Schmitt ligt hier een zogenoemde “ruimterevolutie” aan ten grondslag en die heeft alles te maken met de manier waarop onze voorouders naar hun wereld keken.

De eersten die de omslag maken zijn de oude Grieken in de klassieke Oudheid. Griekenland bestaat uit vele stadstaten, maar de zeemacht Athene en de landmacht Sparta steken in deze Griekse wereld boven allen uit. Het denken van de Grieken veranderde van een volk dat zich enkel met landbouw bezighield naar een zeemacht, omdat het op een gegeven moment het gehele oostelijke deel van de Middellandse zee ging beheersen. De Grieken waren opgesloten in deze context en ze misten de mankracht om hieruit te breken.

Pas toen het Romeinse Rijk uitdijde naar het tegenwoordige Frankrijk en dus naar de Atlantische oceaan, wist de klassieke Oudheid uit deze kooi te breken in de eerste eeuw van onze jaartelling. Maar toen was het eigenlijk al gedaan. Het Romeinse Rijk stortte zichzelf daarna in chaos en er was onder Romeinse leiding geen paradigmaverschuiving.

In de middeleeuwen was heel Europa, van het noorden tot het hele zuiden, opgemaakt uit verschillende agrarische staten. Aan de randen van deze boerenstaten werd er visserij bedreven. Met de Bijbel in de hand werden de Germaanse volkeren van noord tot zuid bekeerd tot het Christendom. De ruimte op de aarde is wat de Middeleeuwers betreft een heleboel land en een heleboel agrarische producten op dat land. Tot het einde van de middeleeuwen is er geen echte verandering in deze zienswijze.

In het Oude Testament is er een mythisch zeedier te vinden, de leviathan (Job, hoofdstuk 40 en 41), en leviathan gaat een grote rol spelen in de omslag van het besef van ruimte van de Germaanse volkeren in Europa. De leviathan, meestal afgebeeld als walvis, lokt de vissers van Europa de zee op omdat deze vis zich niet laat vangen aan de kust. Zonder de walvisjacht zouden de Europese vissers in een smalle strook van de kust zijn gebleven. Het besef van de ruimte op aarde verandert onder druk van de walvisjacht razendsnel. Carl Schmitt beschrijft dit fenomeen als een “ruimterevolutie”. De ruimte waarin men denkt te leven verandert van landmassa naar land- en zeemassa.

Ook de middelen om zich op de zee te begeven veranderen. De galei van de Klassieke wereld worden afgedaan en schepen die de wind opvangen met zeilen doen hun intrede. Men kan veel verder en veel sneller zich op zee begeven. Er wordt een nieuw continent ontdekt en daarmee nieuwe handel, nieuwe regels, nieuwe innovaties. Ongeveer tussen de jaren 1490 en 1600 vinden deze veranderingen plaats. Het besef van de ruimte waarin men denkt te leven verandert en de middeleeuwse ordening der dingen komt definitief ten einde. Hulpeloos rolt de Europese beschaving een nieuw tijdperk binnen.

Het begin is nog wat onhandig. Er gebeurt ook iets geks met Engeland. Vooral Engeland is in de middeleeuwen ook een boerenstaat die zich voornamelijk bezighoudt met schapen, textiel en Frankrijk proberen te veroveren. Het protestantse Engeland draait zijn rug naar het continent Europa en richt zich op de zee. Met zo’n succes zelfs dat het de katholieke landen Spanje en Portugal inhaalt. De heerschappij van de zee is van niemand of iedereen. Maar eigenlijk vooral van één land: Engeland. Dit Germaanse volk beheerst in de negentiende eeuw de zee, de zeehandel en daarmee de wereld. Zozeer zelfs dat Engeland zichzelf niet meer als Europese macht ziet.

We belanden aan in de 20e eeuw en dan vindt een tweede ruimterevolutie plaats. Het oudtestamentische monster, Leviathan, is niet meer zozeer een vis, maar een ijzeren monster in de vorm van een modern slagschip. De overgang van stoomboot naar modern slagschip is niet kleiner dan de overgang van galei naar zeilschip, verklaart Carl Schmitt. Duitsland en enkele andere landen zijn industriële machten geworden en kunnen net zo produceren als Engeland. Hiermee komt de onbetwiste heerschappij over de zee door Engeland ten einde.

Land en Zee is een bijna dichterlijke beschrijving van deze gigantische veranderingen. Het zijn mooie woorden die laten zien hoe het komt dat de Europese beschaving andere volkeren ontdekte en dat het niet die andere volkeren zijn geweest die ons ontdekt hebben.

Carl Schmitt ~ Land en Zee

Posted on

Waarom het liberalisme faalde

Recent werd er een boek onder mijn aandacht gebracht. De auteur was een Amerikaan dus ik was niet meteen geïnteresseerd. Zoals u misschien wel weet zijn veel van de teksten uit Amerika intellectueel een beetje pover en bovendien zeer sterk onderhevig aan de politieke kleur van de schrijver. Lees iets van een Republikein en er zal te lezen zijn dat alles de schuld is van de Democraten. Iets van een Democratische schrijver zal beweren dat alles de schuld is van de Republikeinen. Ik vond een podcast van de auteur, professor Patrick Deneen, op de website van Yale University Press en mijn interesse steeg omdat deze auteur over de genoemde schaduwen lijkt heen te springen. Omdat ik ver in het leven ben gekomen door het aannemen van goed advies kocht ik het boek en las ik het in één adem uit.

Het boet heet Why Liberalism Failed en wat mij direct opviel bij het lezen was de erudiete beschrijving van het liberalisme. De schrijver realiseert zich als Amerikaan dat liberalisme niet een heel specifiek geformuleerde set van politieke wensen en juridische verdediging van rechten is, nee, het is een fenomeen dat door twee revoluties de hele wereld wil veranderen. De eerste revolutie is volgens Deneen antropologisch individualisme en de voluntaristische opvatting van ‘keuze’. De tweede revolutie is de scheiding van de mens en zijn natuur en zeker ook het kiezen van de oppositie tegen die natuur. Liberalisme verwerpt volgens Deneen de meer katholieke/antieke opvatting van vrijheid, namelijk dat vrijheid begint wanneer een mens zijn primaire instinct heeft overwonnen. Liberalisme begrijpt vrijheid als iets dat ten volle kan worden gebruikt wanneer het niet gehinderd kan worden door positief recht. Liberalisme is ten diepste de opvatting dat mensen in hun natuurlijke staat het beste in staat zijn zichzelf te vormen en zelf keuzes te maken.

Deze opvatting van liberalisme springt inderdaad over de partijpolitiek heen. Liberalisme kent zijn eigen tegenstanders. Zowel van rechts, zoals Nietzsche, Schmitt en katholieke traditionalisten. En van links, zoals Marx en zijn volgelingen, Foucault, en de Frankfurter Schule. Geen van deze tegenstanders is het gelukt het liberalisme klein te krijgen. Toch hoeven de tegenstanders van het liberalisme volgens Deneen niet te treuren. Het liberalisme is volgens hem zichzelf namelijk aan het kapotmaken door zijn succes en in het verlengde van dit succes het manifesteren van de interne tegenstrijdigheden van het liberalisme.

Volgens Deneen zijn veel van de eigenschappen van de moderne wereld een typisch product van het liberalisme. Het liberalisme creëert een soort mens. In het verlengde van de zoektocht naar (keuze)vrijheid krijgt de inwoner van een liberale staat steeds meer keuze aangereikt. Miljarden op miljarden keuzes. Die keuzes vereisen (a) een grote markt vol met grote bedrijven die producten aanbieden en (b) een grote overheid die alles kan en moet reguleren. Waar het communisme faalde in het maken van de ‘Sovjet-mens’, slaagt het liberalisme er wel gedeeltelijk in de ziel een beetje te (her)vormen.

Dit heeft echter tot gevolg dat de gemiddelde inwoner van een liberale staat het gevoel krijgt, ondanks de miljarden op miljarden keuzes die er gemaakt kunnen worden, dat de wereld uit zijn controle glipt. De bedrijven zijn zo groot dat die buiten elke macht van elke enkele consument zijn. De politici waar die consument tijdens de verkiezingen op mag stemmen behoren tot een andere sociale klasse. Ver weg van de normale woonwijk. Een gevoel van onmacht heeft deze burger inderdaad gezien het succes van Donald Trump en (dichter bij huis) Forum voor Democratie. Dit is geen toeval dat deze mensen opkomen en zeker niet alleen omdat wat die mensen handig zijn in politiek bedrijven. Dit is volgens Deneen een integraal onderdeel van de laatste fase van het liberalisme.

Deneen beperkt zicht niet tot politiek. In een liberale staat met een liberale economie verandert de economie in een gevecht van iedereen tegen iedereen om de absolute top te halen, want er wordt de mensen (onterecht) wijs gemaakt dat iedereen die top kan halen. Uiteraard kan alleen de meest competente de top halen, en dit creëert een zekere mentaliteit en niet de meest fraaie. Iedereen probeert ook de absolute top te halen ten koste van alles, inclusief mede-menselijkheid, omdat het afvoerputje van de mislukking oneindig groot is. Diegenen die de top halen kunnen zich door multinationals, ministeries en de semi-overheid voor 6-700 euro (en meer) per dag laten inhuren. Deze mensen vormen de nieuwe aristocratie.

Wie de top niet haalt woont in de meest aftandse achterbuurten waar hij of zij ook niet meer terecht kan met zijn eigen moedertaal door de massamigratie van goedkope arbeid ten dienste van grote bedrijven.

Het liberalisme verkocht dit door te stellen dat succes niet meer door geboorte wordt bepaald zoals in het aristocratische systeem, maar door een meritocratisch geheel. Wat inspanning beloont. Dat is natuurlijk maar een hele schrale troost voor de grote massa aan mensen met een normaal baantje als administratief medewerker of iets van dien aard. Zo’n persoon heeft niets aan zulke abstracties. Dit voegt toe aan het gevoel van onmacht.

Deneen wordt nog interessanter wanneer hij het heeft over de scheiding van de mens van zijn natuur. Deneen citeert Solzjenitsyn wanneer hij liberalisme in de rol van anticultuur bespreekt. Met Solzjenitsyn is Deneen van mening dat elke zelfbeheersing in een liberale maatschappij uit den boze is. Als ik mij vandaag vrouw voel, wie houdt mij tegen dan mijzelf als man vrouw te voelen? Cultuurmarxisme als logisch onderdeel van laat-liberalisme? Deneen suggereert het.

Het boek Why Liberalism Failed is geschreven in helder Engels, maar vereist voor de lezer wel wat voorkennis van filosofie. Klinken de namen Descartes, Hobbes, Bacon, Spinoza, Locke, Stuart Mill en Machiavelli u niet bekend in de oren? Lees eerst iets van en over deze personen. Voor de rest is Why Liberalism Failed een uitstekend en provocatief boek om te lezen. Ongeacht de politieke kleur van de lezer zelf.

N.a.v. Patrick Deneen, Why Liberalism Failed (Yale University Press: New Haven CT, 2018) 248 pagina’s, hardcover.