Posted on

IJsberenlezing Susan Crockford in Blijdorp

 

De Canadese bioloog Susan Crockford was een week in Nederland op uitnodiging van Stichting CLINTEL en Stichting de Groene Rekenkamer. Zij gaf lezingen over het lot van de ijsbeer in onder andere Almere, Blijdorp en aan het Haagse Lyceum Ypenburg. Blue Tiger Studio maakte een uitgebreid videoverslag van Crockfords lezing in de prachtige haaienzaal van de Rotterdamse dierentuin Blijdorp. Zie onder.

Het haaienbassin van Blijdorp fungeerde als prachtig decor voor de lezing van Crockford

 

Crockford schrijft al enige jaren op haar website https://polarbearscience.com/ over het wel en wee van ijsberen. In tegenstelling tot alle doemverhalen in de media – dat de ijsbeer met uitsterven bedreigd zou zijn vanwege het smelten van de Noordpool – laat Crockford op haar blog overtuigend zien dat het goed gaat met de wereldwijde ijsberenpopulatie (er zijn 19 subpopulaties) en dat die populatie al enkele decennia zelfs groeiende is en niet dalende.

In haar Blijdorp-lezing legt Crockford ook uit hoe en wanneer de ijsbeer het icoon van klimaatverandering werd. Dit begon rond het jaar 2000 en culmineerde in 2007 met de voorspelling dat de ijsbeerpopulatie door de verwachte afname van zeeijs rond de Noordpool in 2050 met twee derde zou afnemen. De ironie wilde echter dat in september 2007 het zeeijs al zover geslonken was als door de meeste modellen verwacht werd voor het jaar 2050. Na 2007 bleef het zeeijs min of meer op dat niveau steken aan het eind van de zomer. Een uitgelezen kans dus om de hypothese te toetsen. Maar in tegenstelling tot de verwachtingen nam de ijsbeerpopulatie toe sinds 2007 en niet af. Dus, stelt Crockford, is de hypothese gefalsificeerd.

Volgens haar zijn de onderzoekers de mist in gegaan met hun voorspellingen omdat ze teveel de nadruk leggen op de zomerperiode. Voor ijsberen is vooral het voorjaar van belang waarin ze vanaf het zeeijs jagen op met name jonge zeehonden. De afname van zeeijs in het voorjaar is vooralsnog heel gering en er is ruim voldoende voedsel. IJsberen hebben ook het vorige interglaciaal, dat warmer was dan het huidige, overleefd.

Mede-organisator Cyril Wentzel van De Groene Rekenkamer
Organisator Marcel Crok van Clintel, een stichting voor ‘climate intelligence’.

 

Haar optimistische kijk op de ijsbeer wordt Crockford niet in dank afgenomen door haar collega’s. Eind 2017 verscheen er een ‘wetenschappelijk’ artikel dat opgevat kan worden als een heksenjacht op Crockford. Die jacht heeft helaas succes want onlangs werd haar onbetaalde aanstelling als adjunct professor aan de University of Victoria niet verlengd.

Het weerhoudt Crockford er niet van om stug door te gaan met haar werk. Ga eens rustig zitten voor haar verhaal en volg haar werk op polarbearscience.com.

 

Posted on

De huisrenegaat van De Volkskrant en de zwakte van rechts

Mocht Eva Vlaardingerbroek een merk zijn geweest, dan had ze vandaag flink kunnen cashen. De Volkskrant zond haar huisrenegaat, Hassan Bahara, op haar af om een stuk te produceren met wederom louter rancuneus geklets, verdachtmakingen, losse associaties en dwarsverbanden die uitsluitend tussen Hassans linker en rechterhersenhelft plaatsvonden.

En wij kunnen het zeggen, want toen we een half jaar geleden eenzelfde behandeling van hem kregen, genereerde dat veel nieuwe Epoque-abonnees, en mensen die onze webwinkel ontdekten. Eva had vandaag dus haar Eva-mokken en Eva is great-mutsen klaar moeten hebben staan (dat kan trouwens alsnog).

Een half jaar geleden hadden we heel woedend kunnen worden en er helemaal mee aan de haal kunnen gaan over wat er niet klopte aan het artikel over ons. De Volkskrant-trutjes hadden het immers gepresteerd om zogenaamd anderhalf jaar lang aan een artikel te werken waarin, zo bleek uiteindelijk, geen enkele primaire bron werd geraadpleegd. En nadat het artikel van zes pagina’s uitkwam, viel een TPO-redacteur mij op social media aan, op basis van die door de Volkskrant verzonnen of niet-gecheckte uitspraken. Hieruit bleek voor mij al dat men op rechts meer waarde hecht aan de media die ze bekritiseren dan aan de eigen mensen. De verheven positie van de journalist is nog steeds een speerpunt in het rechtse denken terwijl dat natuurlijk nergens op is gebaseerd.

Linkse reflexen op rechts

Meer recent was er ophef vanwege een domme en onnodige uitspraak van Haye van der Heyden, namelijk dat zelfs holocaustontkenners op zijn nieuwe omroep ON hun mening zouden mogen verkondigen. Haye moest zich vervolgens na veel ophef terugtrekken bij ON, maar nog geen paar uur later zond de VPRO een documentaire uit over neonazi Constant Kusters, en bood zo een platform aan een wel hele pikante holocaustontkenner. Als Haye zich moest terugtrekken, waarom viel rechts Nederland dan niet over de VPRO heen, die veel verder ging dan wat Van der Heyden voorstond? Het tekent de zwakte van rechts: men reageert op incidenten, maar zaken met elkaar in verband brengen waar maar een paar uur tussen zit, is al te veel gevraagd.

Een ander bizar voorbeeld van wat er op rechts gebeurt, is dat men de linkse indoctrinatie van het onderwijs hekelt, maar ondertussen en masse probeert het bijzonder onderwijs af te schaffen, zodat de linkse indoctrinatie ook de christenkindjes kan verpesten. Volgens deze redenatie is de overheid dus het probleem, maar de oplossing is nog meer overheid. Het is een zelfvernietigingsideologie op rechts: men is boos, boos, boos, maar de noodzakelijke denkstap zet men niet.

Linkse strategie

Deze zwakte op rechts wijst op een strategie die we al langer bij linkse media zien. Twee jaar geleden, toen Jeroen de Vries nog persvoorlichter was bij Tweede Kamer-fractie van de FvD, vertelde hij me eens dat hij behoorlijk bezig werd gehouden door linkse media; kranten, bladen en tv-programma’s. Deze mensen mailden en belden hem dag in dag uit op met steeds één vraag. En de volgende dag met weer een andere vraag. En zo werkten elk van die media schijnbaar maandenlang door aan één artikel en één uitzending, maar Jeroen was er naar eigen zeggen heel druk mee. Ik dacht bij mezelf ‘Waarom ga je in vredesnaam op al die vragen in?’

Want hetzelfde deed De Volkskrant ondertussen ook bij ons. Ik gaf één interview, maar er verscheen niks in de krant. Een jaar lang verscheen er zelfs niks in de krant, maar ondertussen wilden ze nog een interview, en nog een, en nog een. En ik deed dat niet. Ze wilden ook ‘graag de uitgeverij zien’. Doei.

Wat is dit voor strategie? Het is een strategie van woede en afleiding die op rechts helaas te vaak niet wordt doorzien. Ze delen gedurende langere tijd steeds porretjes uit, even een mailtje, een belletje, even een vraag neerleggen. Altijd even laten merken dat ze er zijn, dat ze aan iets werken.

En als er vervolgens wordt gepubliceerd, gaat het niet om een zinvolle journalistieke bijdrage. Integendeel: ze roepen zomaar wat dingen in hun blaadjes. Want wie reageert nou op een stuk waarin louter feitelijkheden staan? Niemand. Rechtsmensen reageren alleen en masse wanneer er louter onzin in staat en ze reageren vaak met veel emotie en onbegrip. Dan zijn ze weer enorm boos. Niets gebeurt zonder reden. Voor Volkskrant-renegaten is al die ophef op rechts vanwege hun rioolgepruttel in de eerste plaats clickbait. Voelen dat je reactie uitlokt is voor rancuneuze mensen eigenlijk al meer dan genoeg. Daarom is de eerste vereiste voor journalisten van linkse blaadjes de aanwezigheid van voldoende rancune.

Goochelaars in rechts water

Maar het tweede gevolg is veel belangrijker: deze strategie creëert een enorme mistwolk die ons het zicht ontneemt op onze eigen strategie. Linkse media zorgen er zo voor dat ze tot de vaste ruis van rechtse mensen gaan behoren. Dat rechtse mensen de linkse aanwezigheid als het ware incorporeren. Dat maakt rechtse mensen boos en soms ook vals.

Dat is wat links wil: mensen boos maken. Wie boos wordt om onfeitelijkheden waarvan je de opzet al mijlenver kunt zien aankomen, laat zich makkelijk afleiden en opnaaien. Zo was het Oekraïnereferendum in 2016 nog niet gewonnen, of heel rechts holde enkele dagen na de uitslag achter een of andere anti-Erdogan mediamomentje aan, als een nieuw worstje dat de meute werd voorgehouden. En rechtse media trapten erin en gingen dagenlang vol tegen Erdogan te keer. En vanaf dat moment was het momentum van het Oekraïnereferendum verloren. De focus was weg bij de massa die tegen het verdrag had gestemd omdat men meeging in de massale ophef rond een islamitische dictator. Zo gaat dat dus veel vaker op rechts. De aandacht erbij houden is lastig, zeker bij een referendum dat zo dichtbij de kern van de hedendaagse problematiek komt en nog steeds van grote betekenis is. Al was het alleen maar omdat het hele Nederlandse grootbedrijf Oekraïne momenteel als achtertuin gebruikt waar ze vrijelijk kunnen doen wat hier niet mogelijk is.

Je gaat het zien als je het doorhebt: er wordt zoveel beleid ingevoerd dat louter bedoeld is om mensen boos te maken. En de paradox is: we moeten ook boos zijn, alleen niet om de dingen waarover we geacht worden boos te zijn. Hetzelfde proberen ze ook bij de boeren, maar die hebben hun prioriteiten veel beter op orde en houden de focus doorgaans wat beter vast. Bovendien hebben zij echte trekkers om iets mee te bereiken, waar veel rechtse mensen niet veel verder komen dan een opgewonden tweetje versturen. Men gaat door en wij laten ons afleiden en boos maken door afleidingsmanoeuvres. De boeren zijn de afgelopen weken aan het lijntje gehouden door het kabinet. Veel gepraat, resultaat is nul. Dat was te verwachten. Ministers kunnen immers zelf niks beslissen. Als je weet hoe de lijnen lopen in dit land, weet je ook dat je niet op het Malieveld moet zijn en ook niet bij ambtenaren of bij een minister. Het gaat om de 30 UBO’s van dit land.

Dit land is een bananenrepubliek, Nigeria aan de Noordzee. Vraag dat maar aan mensen die het echte geld verdienen in dit land, en die afhankelijk zijn van vergunningen, ambtenaren, wethouders, toezicht, inspectie, belastingdienst, voorschriften, arbo en zo verschrikkelijk veel meer. Je kunt aan alle regels voldoen en toch morgen alles kwijt zijn. Al die dingen zijn alleen bedoeld om ons te frustreren, onder druk te zetten en ons in staat van bewustzijnsvernauwing te houden. Maar het gaat er niet om. En zo zijn ook de linkse media slechts een mechanisme waarmee de goochelaars hun grote truc kunnen onttrekken aan het zicht van het publiek. Onze aandacht wordt voortdurend afgeleid.

Die 30 mensen kun je natuurlijk ook boos maken. Door te laten zien dat we weten wat zij doen en waar ze mee bezig zijn. Laat je vooral niet afleiden. In plaats van de reactie te geven die we intuïtief moeten geven als we gepord worden door de systeemknechten van media, overheid en academie, moeten we de rust en focus bewaren en ons richten op de mensen die werkelijk de ellende veroorzaken waar we midden inzitten: de vernietiging van de middenklasse, de genocide op het MKB, de centralisatie van ongelofelijke hoeveelheden macht, geld en recht, het kapen van het publieke domein, het opwerpen van rookschermen overal waar mogelijk is en het afleiden van de aandacht van het volk. Volkswoede is het makkelijkste te managen, mits je de middelen hebt. Je kunt het opwekken, sturen, en ergens op richten. Maar wie zich laat verleiden woedend te worden vanwege zaken die bedoeld zijn onze aandacht af te leiden, kan wel eens in volstrekte lethargie wegzakken wanneer zijn aandacht gevestigd wordt op fundamentelere zaken die we geacht worden níet te zien. Want de boosheid moet gericht worden op degenen die het genereren.

Kortom; hun strategie werkt: rechts laat voortdurend mensen vallen en valt elkaar voortdurend aan. Links is veel verder met groepssolidariteit dan rechts. Voor wie linkse aanslagen en ander smerig werk heeft opgeknapt, wordt goed gezorgd. Ze worden beschermd in plaats van vervolgd.

Het wrange is dat, voorzover het rechts betreft, de geschiedenis heeft geleerd dat Eva Vlaardingerbroek waarschijnlijk kan stikken (als ze gewoon een lelijke vent was geweest).

Posted on

Verdacht: u bent te braaf.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de jagers in het vizier. Terwijl in de maatschappij de onrust groeit over illegaal wapenbezit en er bijna wekelijks wordt bericht over schietpartijen en afrekeningen in het criminele circuit, scherpt de minister de controle op de jachtwapens aan. Dit leidde tot de invoering van de e-screener.

Is er een probleem met jagers en hun wapenvergunning? Daarvan lijkt geen sprake te zijn. De toekenning van een wapenvergunning, de jaarlijkse verlenging en de controle daarop zijn al bijzonder goed geregeld. Toch voerde het ministerie het afgelopen jaar een bizarre maatregel in. Iedereen met een wapenvergunning moet een digitale test invullen op basis waarvan de politie een risicoprofiel kan vaststellen.

Deze e-screener is ontwikkeld door het Trimbos instituut en het TNO en biedt de politie de mogelijkheid om met de betrokken aanvrager dieper in te gaan op risico-indicaties. Hiertoe moet de aanvrager maar liefst 100 vragen beantwoorden over zijn gewoonten, zijn jeugd, morele opvattingen et cetera. Enkele voorbeelden van de vragen die moeten worden beantwoord:  Gooit u papierafval op de grond als er geen prullenbak in de buurt is? Heeft u weleens iets slechts of gemeens verteld over een ander? Was u als kind weleens brutaal tegen uw ouders? Wast u altijd uw handen voor een maaltijd? Vindt u dat het huwelijk een ouderwetse zaak is die net zo goed kan worden afgeschaft? Elke vraag moet met ja of nee beantwoord worden. Het meest voor de hand liggende antwoord – dat gaat u geen bal aan! – staat er niet tussen.

Foto: H.J.Prosman

Hier is dus een overheid aan het werk die zonder duidelijke noodzaak een groep burgers psychologisch wil uithoren. Ik vind dit een griezelige ontwikkeling. Deze digitale test is bovendien zo ingesteld dat vooral mensen die de test ‘voorbeeldig’ invullen als risico worden gezien. De jager van wie ik de uitslag onder ogen kreeg, was ingegaan op de uitnodiging en had de honderd vragen in 45 minuten naar eer en geweten ingevuld. Vier dagen later stond de politie voor de deur om zijn jachtakte, wapens en munitie in te nemen. De reden was dat zijn antwoorden ‘te sociaal wenselijk’ waren en hij de test te ‘braaf’ had ingevuld. De Nederlandse Jagersvereniging meldt dat veruit de meeste intrekkingsbesluiten zijn gebaseerd op dit kenmerk van  ‘sociale wenselijkheid’.

Vanaf het begin is er kritiek geweest op deze e-screener. Waarom is het ministerie er dan toch mee doorgegaan? De Nederlandse Jagersvereniging denkt dat het de minister eigenlijk om iets anders te doen is. Namens die vereniging wijst  mr. P.M. Timmer-Arends erop dat het wel heel toevallig is dat de e-screener versneld werd ingevoerd nadat de Hoge Raad had geoordeeld dat de politie Hollands Midden onrechtmatig had gehandeld in de zaak van de Alphense schutter Tristan van der Vlis: “Terwijl de Hoge Raad oordeelde dat de politieregio Hollands Midden onrechtmatig handelde door de schutter een verlof te geven voor het voorhanden hebben van een vuurwapen verlegde de korpschef onder verantwoordelijkheid van de Minister zijn aandacht naar de groep mensen die niet eerder voor problemen had gezorgd. Het is een reflex die tot op de dag van vandaag door belanghebbende(n) niet wordt begrepen.”

Het is de ironie van deze zaak dat een overheid die zelf gefaald heeft, zijn greep op de burger wil versterken door deze digitaal te gaan screenen. Deze e-screener is daarmee symptomatisch voor een overheid die het contact met de burger verliest en deze met digitale middelen in zijn greep probeert te krijgen. Denk hierbij ook aan de discussie over SyRi (Systeem Risico Indicatie): een systeem van de overheid dat persoonsgegevens van burgers aan elkaar koppelt om fraude, misbruik en overtredingen op te sporen. Laat de e-screener dan tenminste deze risico-analyse hebben opgeleverd: ook de burger die ‘voorbeeldig’ blijkt te zijn kan het wantrouwen van de overheid over zich afroepen. U bent gewaarschuwd!

Foto: H.J. Prosman
Posted on

Gevraagd: UBO-informatie!

In 2020 treedt de wet op de UBO’s in werking, de wet die duidelijk moet maken wie de Ultimate Beneficial Owner van een organisatie is: de uiteindelijke eigenaar. Er komt een UBO-register. “Prachtig!” hoor ik u zeggen! Maar of dat echt zo is, is nog maar de vraag …

Aan deze wet wordt vanuit de EU al meer dan tien jaar gewerkt, zogenaamd om witwassen tegen te gaan. Waarom duurde dat allemaal zo lang? Nou, deze ultieme transparantiewet moet natuurlijk wel zodanig ingeperkt worden dat het bepaalde mensen uit de wind houdt: de échte UBO’s. Want u en ik die weinig tot niks hebben en op ieder moment van alles onteigend kunnen worden, moeten natuurlijk volledig transparant zijn, maar dat geldt niet voor het handjevol mensen dat werkelijk alles in handen heeft.

We gaan daarom journaals maken die alle aspecten van dit UBO-register voor u op een rijtje zet. En we gaan tegelijk de echte UBO-top-20 van dit land in kaart brengen. En daarom een oproep! Wij weten van enkele van deze UBO’s dat ze waarschijnlijk veel meer bezitten en verdienen dan wat uit de officiële kanalen, zoals de jaarcijfers van hun bedrijven, is op te maken. We gaan dus het voor u en mij verplichte UBO-register aanvullen met de echte UBO’s: de mensen die van dit nieuwe nepregister zijn vrijgesteld: niet alleen vanwege de uitzonderingsregels die bedongen zijn, maar die waarschijnlijk ook een behoorlijke zwarte economie als ijsbergen onder hun multinationals en hedgefunds hebben hangen, waarvan het witte topje boven de zeespiegel uitsteekt.

Heeft u over onze miljardairtjes en multinationals concrete cijfers of informatie?  Deel het dan met ons, dat kan eventueel anoniem via ons contactvenster, maar ook via onze email: info [ @ ] deblauwetijger.com

Het is belangrijk dat we deze zoveelste neptransparantiemaatregel – met grote impact op uw en ons privéleven – goed onderbouwd neerzetten. Want onze jeugd in de Eerste en Tweede Kamer begrijpt er overduidelijk weinig van, of doet net alsof.

Posted on

De terugkeer van mei 68 en zijn toekomstobsessie

In 2018 werd uitdrukkelijk het vijftigjarig jubileum van mei 68 gevierd. 2019 zal de geschiedenis ingaan als haar finale wraakoefening. Mei 68 is niet alleen terug, maar zegeviert overal. De opstand van de boeren laat eindelijk zien wat er al decennia is voorbereid, en wat in enkele voorstadia al (door onder meer Sicco Mansholt) is voorbereid: grootschalige afschaffing van zowel privé-eigendom als van publieke middelen, de afschaffing van zelfstandige mensen en de uitbouw van een almachtig superviserend systeem, aangestuurd door letterlijke slechts enkele tientallen supperrijken. Als je gaat zoeken, kom je het overal tegen. Zoals we gisteren op onze sociale media uit het ‘toekomstplan‘ van de gemeente Hollands Kroon citeerden:

Twee weken geleden schreef ik in dit commentaar dat de val van de muur alleen kon plaatsvinden, omdat elders al nieuwe muren zijn opgetrokken, gordijnen zijn neergelaten en nieuwe fronten zijn ontstaan. Onzichtbaar weliswaar, maar beter. Een idee dat ik uitgebreid in mijn boek Permafrost behandel. Ook bij mei 68 is dat meer dan zichtbaar. Vorig jaar vierden we tijdens de herdenking van 50 jaar mei 68 het einde ervan. Maar de revolutie van 68 kon juist een stille dood sterven omdat ze almachtig is geworden, omdat de beweging is opgegaan in iets dat groter is dan waaruit het is voortgekomen. Het systeem waaraan mei 68 ten dienste stond, is gestaag uitgebouwd tot een systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is. De rebellen van toen zitten nu op de hoogste posten en verschuilen zich achter kromme, doodgejurispondeerde rechtstaten, democratische instellingen die niet bij te sturen zijn, geneutraliseerde grondwetten waar slechts een ambitie uit spreekt: elk vrijheidslievend initiatief van buiten of onderop onmogelijk te maken.

In 1968 schreef de Freiherr Caspar von Schrenk-Notzing:

Als Amerika niest, is Europa verkouden. Zwaar verkouden stormt de Europese jeugd door de straten, balt de vuisten, spuit met verf, gooit molotov-cocktails en bouwt barricades omdat in het lexicon staat dat wie barricades bouwt, geschiedenis maakt. Op geen enkele andere grond treedt de linkse jeugd op. Men zoekt naar het recept waaruit de toekomst gebrouwen kan worden. De jeugd denkt dat de poort naar de toekomst met twee sleutels open gaat: de sleutel van het plan, het programma, is zonder de sleutel van de macht nutteloos. het ‘verbond’ met de revolutionaire bewegingen in de derde wereld draait enkel om de baardmode, niet om de bestaande machtsverhoudingen.

Een adviseur van het State Department en president Johnson, Zbigniew Brzezinski schetst de toekomst die al begonnen is: In de komende decennia zal de mens in het ontwikkelde deel van de wereld een mutatie doorgaan die met de langzame evolutie van het dierlijke naar het menselijke bestaan te vergelijken is. Het overgangsproces zal echter in zo’n kleine tijdsruimte plaatsvinden, dat schokeffecten niet kunnen uitblijven.De postindustriële, op electronica en communicatiemedia gefundeerde ‘technotronische’ maatschappij waarin de mutatie zich voltrekt, is tot nu toe alleen in de VS ontstaan. De technische grondwet van het nadoen, leidde in het tehnotronische tijdperk tot een ‘wereldsupercultuur’ die vanuit Amerika is beïnvloed. Door het delen van wetenschappelijk-technische kennis zal het bijdragen aan de uitbreiding van een wereldsupercultuur en tot inhoud van de Amerikaanse politiek worden. De overgang van mensen naar een gestuurd technetron – door chemische gedachtecontrole, individualiteitsverlies naar transplantiaties, manipulaties van genetische structuren en politieke controle door opslag van alle data (ook de meest private) en de razendsnelle beschikking daarover door de autoriteiten – stellen de tot gedachtefabrieken omgebouwde universiteiten voor grote opgaves. Als scheppende centra van geweldige communicatienetwerken, als uitgangspunt van een groot deel van de strategische planning voor de binnenlandse en internationale politiek, zal de universiteit ook het nieuwe type van de intellectuele politicus voortbrengen. De verwachte regeringsvorm van de persoonlijke dictatuur door ‘aangename’, magnetische persoonlijkheden die de nieuwste communicatietechnieken benutten om de gevoelens te manipuleren en het denken te sturen en zich van de individuele steun van miljoenen ongecoördineerde burgers verzekeren, vooronderstelt hersenfuncties. De schoksgewijze overgang naar het technotronische tijdperk mag niet ten koste van de stabiliteit van het internationale systeem gaan, en dat zal ook niet gebeuren vanwege alle atoom-, chemische en biologische wapens waarover de internationale supermachten beschikken, van waaruit een stabiliserende werking uitgaat

De obsessie met de toekomst in de afgelopen 75 jaar is overduidelijk. Vorige jaar vierden we 50 jaar mei 68, deze maand dertig jaar de val van de muur, en deze maanden tot aan mei 2020, vieren we 75 jaar bevrijding. Maar dit hele tijdperk ontwikkelde zich slechts in één richting: toekomstbeheersing. De uit 1968 stammende, hierboven beschreven, opbouw van een controlesysteem, het toewerken naar een onomkeerbare werkelijkheid als enig vaststaand gegeven. Alles wat daarbuiten valt moet juist zonder ankerpunten, zonder vaste gegevenheden zijn. Had je vandaag een vaste baan? Niets is vast en morgen kun je die kwijt zijn. Heb je een bedrijf? De ondernemingskamer kan die zonder enige verdere rechtsgang en bewijsvoering van je afnemen. Heb je een huis? Dat dacht je maar. Heb je een bankrekening? Morgen niet meer. Een vriend van mij ging een aantal maanden geleden met een internationaal journalistengezelschap naar Syrië. Toen hij terugkwam, werd hij een week later door de Rabobank gebeld dat hij “niet langer klant kon blijven”. Hij heeft in Syrië geen geld opgenomen en deed alles om de reis in anonimiteit te kunnen maken, maar toch mocht hij daar van die bank niet geweest zijn. Heel binnenkort zitten we gevangen in een werkelijkheid waar vrijwel geen politie meer nodig is. Overtreed je de codes van het systeem, dan verlies je je bankrekening, je hypotheek, je boerderij, je MKB-bedrijf, je werk. Dit is al werkelijkheid

Het gaat niet om stikstof, PFAS etc. 

Enkele dagen geleden verscheen in het Reformatorisch Dagblad een stuk ‘Rekenmodellen maken Nederland kapot’. Dat klopt.  Modellen van het IPCC,  het RIVM, van de Wageningen Universiteit en ga zo maar door, zijn zelden op betrouwbare meetgegevens gebaseerd, maar zijn wel de leidraad voor beleid van de VN, de EU en Den Haag. In Epoque nr. 3 publiceerden we een artikel van de scheikundige en bodemdeskudige Marc van Bemmel, waarin hij bodemonderzoek in de Krimpenerwaard en de regio rond Dordrecht onderzoekt op in het grondwater aanwezige PFAS, waaronder GenX, PFOAS en C8. De bron daarvoor is de chemische fabriek Chemours in Dordrecht. De hoeveelheden GenX in het lichaam van werknemers, maar ook in die van omwonenden, zijn schrikbarend hoog, en hoger dan het RIVM gezond acht. Absurd genoeg is zelfs de norm van het RIVM vijftien keer hoger dan wat de Europese Autoriteit als norm heeft gesteld.

Maar nu het PFAS- en stikstofdebat in Nederland speelt, wordt Chemours nog steeds niets in de weg gelegd. Dan telt zelfs ineens de verbijsterend hoge norm van het RIVM niet meer. Ineens moeten de bouw- en de agrarische sectoren worden stilgelegd. Die liggen nu al maanden stil, maar de grote vervuiler Chemours blijft doordraaien. Het gaat dus niet om de PFAS en stikstof zelf. Het stilleggen van bouwprojecten is ook niet in het nadeel van de grote bouwbedrijven. Vergelijk het met de bankencrisis van 1929. Voordien beschikte de VS over vele duizenden kleine banken en tientallen grote. Na de crisis bleven alleen de groten over. Ook deze imaginaire PFAS- en stikstofcrises zijn alleen in het nadeel van de kleine bouwers, van agrarische familiebedrijven, van de zelfstandigen zonder personeel. De recessie die voor de deur staat doet de rest. Zoals ook VNO-NCW niet in handen is van MKB-Nederland, maar van multinationals, bankiers en beroepsbestuurders, zo is Bouwend Nederland dat ook. Multinationals en grote bouwbedrijven wringen zich in de handen. Chemours hoeft niet eens te handenwringen, want mag duizenden kilo’s toxisch materiaal in het grondwater lozen, tot meer dan 15 maal het maximum dat de EU gesteld heeft. De EU doet niets, het RIVM doet niets, en de Inspectie doet niets. Maar boeren en bouwers moeten stante pede met alles stoppen en een deel ervan zal failliet zijn voordat alles weer op gang komt. Natuurlijk zonder dat ze compensatie van de overheid krijgen, want er wordt nu al gewerkt aan een formule die ze straks uit  uit de hoge hoed wordt getoverd. Boeren en bouwers zullen als vanouds mogen doorgaan, maar dan met een paar duizend kleine boeren en bouwers minder. Geschiedenismakers kijken niet op een slachtoffer meer of minder.

Hetzelfde in de visserij

In de visserij zie je hetzelfde: de kottervloot dook de afgelopen jaren massaal in het pulsvissen, verruilde de zware motoren voor veel lichtere, maar het pulsvissen werd verboden via een dubieus spel waarbij een Franse ‘milieuclub’ werd ingezet. Dit betekende het einde voor  een groot deel van de kottervloot en vele boten waarop visquota voor tong en schol rust, staan nu in de verkoop of zijn al overgenomen. De overnames komen vrijwel allemaal vanuit de echte grote visserijsector, namelijk de hecktrawlervloot, een kartel dat in Nederland officieel vier maar waarschijnlijk slechts twee reders heeft: Jacson, Vrolijk, Parlevliet-Van der Plas (PP) en Van der Zwan. Financieel vormen deze vier driekwart van de hele Nederlandse visserij, hoewel het samen om nog geen 25 varende visfabrieken gaat, zijn ze toch al drie keer groter dan de 300 garnalenkotters, en honderden platviskotters. Deze grote reders vangen vooral pelagische vis. Maar PP heeft bijvoorbeeld ook al de hele garnalenvisserij in Nederland en Duitsland in handen. En nu kopen ze alle failliete pulsvissers op.

En du moment dat ze die boten overnemen, gaat het tij keren voor het pulsvissen. Ja, het is nog verboden, maar nu begint de machine pas echt te draaien. In Visserijnieuws verscheen het eerste artikel ‘Geen dood en verderf in spoor pulskotters’. Wageningen Universiteit, de WC-eend van het Ministerie van LNV, maar ook huisvriend van de grote reders, gaat zich inzetten voor het pulsvissen:

Uit het discards overlevingsonderzoek dat door Wageningen Marine Research (WMR) is uitgevoerd blijkt bijvoorbeeld dat ruim 90% van de tong en schol in de vangsten van pulskotters levend aan dek komt. Deze tongen en schollen zijn allemaal blootgesteld geweest aan het pulsveld, zonder dat ze daar massaal aan dood zijn gegaan. Ook het blootstellen van ongewervelde dieren aan pulsvelden in het laboratorium leverde geen bewijs op dat deze dieren daaraan dood gaan. Alhoewel het onwaarschijnlijk is dat de passage van een pulskor tot grote sterfte leidt, was er nog geen onderzoek gedaan naar hoe het bodemleven er kort na de passage van een pulskor uitziet. Daarom heeft het ministerie van LNV aan WMR de opdracht gegeven een pilotstudie uit te voeren naar het bodemleven in het spoor van een pulskotter.

Om de Franse NGO ‘ZOOM’ die in haar eentje het puslverbod voor elkaar kreeg, hangt ook een heel vreemd luchtje. Net als de wel heel laat gestarte Wageningse onderzoeken, waarvan de resultaten nu pas naar buiten mogen komen. Enfin, het einde van het liedje is: twee of drie grote reders kopen momenteel in een klap heel veel familiebedrijfjes in de kottervisserij op, na een heel verdacht spel met de EU, een Franse ngo, LNV en de WMR. Daarmee gaan ze een grote speler worden in de kottervisserij, gaan de marktprijzen bepalen, zoals ze die momenteel al voor de pelagische vis bepalen, en zo gaat de rest van de kottervloot ook op de fles. We kunnen nu al voorspellen: het pulsverbod zal niet blijven. Over een of twee jaar zal er weer met puls gevist mogen worden en dan zit een groot deel van de quota voor tong en schol, plus een prachtige vloot, in de pocket van het visserijkartel, en dan gaat ook de rest van de kottervloot naar hun pijpen dansen. 500 familiebedrijven in de kottervisserij noem je een markt, maar 2 of 3 bedrijven noem je een kartel.

Dit zijn zo de tactieken om u vandaag al af te nemen wat u gisteren nog dacht te bezitten, en waarvan u morgen bent verjaagd. Het staat er ook zo precies in dat ‘Gebiedsplan’:

Schaalvergroting: minder bedrijven, maar grotere bedrijven. Van boerengezinsbedrijven naar bedrijven met meerdere eigenaren/financiers en eigenaren op afstand.

Daarvan is geen afwijken mogelijk. Het gaat immers om de sleutel van de macht, evenzeer als om de sleutel van het plan. De nieuwe werkelijkheid is er een waarin alle macht geconcentreerd is op één plek, en alle anderen van die plek zijn uitgesloten. Das Leben der Anderen – ons leven dus – is gedoemd tot een bestaan zonder uitgangspunten, zonder zekerheden en zonder toekomst. Het tijdperk van de toekomstobsessie heeft ons van dè toekomst beroofd.

 

 

Posted on

300 jaar Liechtenstein groots gevierd

Vanaf 23 januari viert Liechtenstein met diverse feestelijkheden en tentoonstellingen de stichting van het vorstendom 300 jaar geleden. Keizer Karel VI verhief toen de graafschap Vaduz en de heerlijkheid Schellenberg samen tot vorstendom met rijksonmiddellijkheid.

Op 23 januari van dit jaar luidt het vorstendom met een groot feest zijn jubileumjaar in. Vanuit beide landsdelen begeven zich dan groepen mensen te voet op weg naar het Schaaner Riet. “De twee landsdelen zullen elkaar na het invallen van de duisternis symbolisch op de binnengrens treffen”, aldus Michelle Kranz van Liechtenstein Marketing. Deze enscenering moet tot een blijvend beeld van het jubileumjaar worden. Parallel hieraan vindt een feest met nationale en internationale gasten, waaronder diverse staatshoofden, in het centrum van Schaan plaats.

Geschiedenis

Vanaf 27 februari loopt in het Landesmuseum van Vaduz voor een jaar de tentoonstelling ‘1719 – 300 jaar vorstendom Liechtenstein’. Met objecten uit de vorstelijke collecties en van verschillende musea, wordt een beeld van de tijd tussen 1712 en 1722 geschetst. De exposities gaan onder andere over het leven van alledag, de economie, literatuur, filosofie, muziek, kunst, architectuur en de wetenschap. Meer informatie op www.landesmuseum.li

Wandelroute

Op 26 mei wordt een zogenoemde Liechtenstein-weg geopend. Deze 75 kilometer lange wandelroute, die alle elf gemeentes van het vorstendom aandoet, voert langs bezienswaardigheden, schitterende uitzichten en idyllische rustplaatsen. Voor informatie over de dingen die men onderweg tegenkomt, kan men de app ‘LIstory’ downloaden.

Staatsfeiertag

De Staatsfeiertag op 15 augustus vormt het hoogtepunt van de jubileumsfeestelijkheden met een feest bij slot Vaduz, het aperitief in de rozentuin, het aansluitende volksfeest en een groot vuurwerk.

Kunst

Met ‘Liechtenstein. Over de toekomst van het verleden. Een dialoog der collecties’ worden in het Kunstmuseum van Vaduz vanaf 19 september deels pas gerestaureerde werken van oude meesters uit de vorstelijke collecties in contrast met eigentijdse kunst gezet. Informatie hierover op www.kunstmuseum.li

Meer informatie over alle evenementen en tentoonstellingen in het kader van het jubileumjaar kunt u vinden op www.300.li

Posted on

In deze Zwitserse streek viert men Oud en Nieuw met Klazen volgens Juliaanse kalender

De Juliaanse kalender loopt 13 dagen achter op onze Gregoriaanse kalender. In de Oosters-Orthodoxe kerken wordt deze kalender nog altijd aangehouden. Maar ook in Zwitserland laat de kalender in delen van het kanton Appenzell tot op de dag van vandaag zijn sporen na. Zodoende wordt daar met de Silversterchlaus pas op 13 januari de jaarwisseling gevierd.

Om vijf uur ’s morgens is de winternacht in het ommeland van Appenzell nog pikkedonker en krakend koud. Maar in sommige drinklokalen brandt al licht, want hier maken de zogenaamde Silvesterchläuse zich gereed. Iedere groep van deze gemaskerde Klazen (Nikolazen) bestaat uit vijf tot acht mannen. Een Schuppel wordt zo’n groep genoemd. Ze trekken vrouwenkleren aan met witte kanten schorten of kleurige fluwelen pofbroeken. Katoenen kappen worden omgebonden, witte handschoenen aangetrokken. Ten slotte moeten de grote koebellen en hoeden nog opgezet worden.

Op deze hoofdbedekking, zo groot als een wagenwiel, is het boerenleven in miniatuur verbeeld. Kleine uit hout gesneden figuurtjes zijn te zien aan de dagelijkse arbeid. De mannen dragen dikwijls hele weides in miniatuurformaat op hun hoofd. De Vorrolli, de aanvoerder van een Schuppel, draagt 13 bellen op zijn borst en rug en heeft zo’n grote hoofdversiering, dat hij nog slechts waggelend door de deur naar buiten kan.

Wanneer alles opgetuigd is, breekt de groep terwijl het nog donker is in ganzenpas op en gaat op weg naar de eerste boerderij. Voor de Chläuse wordt het een langer en inspannende dag, want de maskers, hoofdbedekking en bellen wegen bij elkaar zeker 30 kilo, en de weg van boerderij naar boerderij gaat berg op en berg af. Het is een lange weg naar het dorp in het dal.

Hier in Urnäsch, een klein dorp midden in het Zwitserse Appenzellerland, aan de voet van de Säntis, verloopt de tijd anders. Want terwijl overal elders het nieuwe jaar al twee weken oud is, wordt hier nog Silvester gevierd met een unieke traditie, die in het Hinterland van Appenzell Außerrhoden, oftewel in de gemeentes Urnäsch, Herisau, Hundwil, Stein, Waldstatt, Schwellbrunn en Schönengrund, de meest indrukwekkende wintertraditie is.

De wortels van deze traditie kent hier niemand meer precies, maar ze stamt in ieder geval van voor de invoering van de Gregoriaanse kalender. Toen de paus in 1582 de Gregoriaanse kalender, een aanpassing van de Juliaanse, afkondigde, waardoor oud en nieuw verschoof, besloten de gereformeerde Appenzellers (dus die in Außerrhoden) simpelweg tweemaal oud en nieuw te vieren: volgens de nieuwe kalender op 31 december, maar ook volgens de oude kalender op 13 januari.

Het is een bijzondere eer om een Schuppel te gast te krijgen. Eerst wordt er veel geluid gemaakt met de bellen en dan zetten ze hun Zäuerli in, een hoog mannengezang, dat ver door het dal weerklinkt en nog het meest lijkt op jodelen zonder woorden. De heer des huizes en zijn gezin luisteren aandachtig. Driemaal herhaalt zich het schouwspel van gezang en klokgelui, dan wensen de Chläuse stuk voor stuk met een stevige handdruk een goed nieuwjaar. Als dank krijgen ze glühwein, die ze met een strohalm door een gaatje in hun masker opdrinken. Bij deze gelegenheid wordt er ook onderhands een geldbiljet overhandigd.

Tegen de middag hebben de diverse Schuppels van Chläuse alle boerderijen gehad en naderen ze het dorp. Daar ziet men groepjes van huis tot huis trekken, ondertussen door veel toeschouwers gadegeslagen. De feestelijke stemming wordt steeds meer tot een volksfeest. Uiteindelijk komen de verschillende groepen bij elkaar, de mooie Chläuse wedijveren met de Schö-Wüschten en de Wüsten. De woeste klazen zijn waarschijnlijk de meest oorspronkelijke. Hun gezichten zijn achter vreeswekkende maskers verborgen en door hun bekleding lijken ze op wandelende bomen of struiken. Maar als ze hun klokken en koebellen luiden en beginnen te zingen, gaat van hen dezelfde fascinatie uit.

In de kostuums van de Schö-Wüschten zijn geen grenzen gesteld aan de fantasie. De kostuums bestaan wel steeds uit natuurlijk materiaal, hun gezichten verbergen ze achter dennenappelmaskers, de bekleding bestaat uit mos, schors en gevlochten materiaal.

’s Middags verplaatst het gedruis zich geleidelijk naar de herbergen en taveernes, waar de klazen tot ver na middernacht met de andere gasten drinken en feestvieren en van tijd tot tijd nog een Zäuerli ten beste geven.

Het museum in Urnäsch heeft een expositie over diverse lokale tradities, waaronder deze. Meer informatie is te vinden op www.museum-urnaesch.ch

Posted on

Gebroodroofd en geïsoleerd, ondanks hun rol in het verzet

De CPN stond tijdens de Koude Oorlog (1945-1989) onvoorwaardelijk aan de kant van de Sovjet-Unie, althans dat is het beeld dat in de geschiedschrijving overheerst. Jos van Dijk wil met zijn boek Ondanks hun dappere rol in het verzet naar eigen zeggen meer nuance en meer respect voor de communisten. Daar slaagt zijn boek ten dele in.

Van Dijk verzet zich tegen het beeld dat de CPN-ers slechts de waterdragers van Moskou waren. Hij doet dat aan de hand van de rol van de CPN tijdens de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse geschiedenis. Hij wijst er op dat de populariteit van de communisten tot ongekende hoogten steeg tijdens de Duitse bezetting door hun rol in het verzet en dat de communisten vlak na de oorlog hoopten op een plaats in de regering vanwege hun vaderlandslievende houding. Hij wijst er verder op dat de CPN vanaf de jaren ’60 steeds kritischer tegenover de Sovjet-Unie kwam te staan, zoals in 1968 toen de onderdrukking van de Praagse Lente door het Rode Leger niet werd gesteund.

De communisten kwamen na 1945 echter van een koude kermis thuis – de Koude Oorlog legde een zware hypotheek op de binnenlandse politieke verhoudingen. Van Dijk betoogt dat er ook vanuit de gevestigde orde in het binnenland vanuit de gevestigde politieke orde veel verzet was tegen het idee om de communisten te beschouwen als een volwaardige democratische partij. Het boek levert om die reden alleen al voor de buitenstaander een schat aan informatie  op over de bedenkelijke methoden die partijen en veiligheidsdiensten meenden te moeten aanwenden tegen de communisten. Zo was er bijvoorbeeld de wetsaanpassing die louter bedoeld was om communistische wethouders uit hun ambt te kunnen zetten.

Verder gaat Van Dijk uitgebreid in op de vileine methoden die werden toegepast om communisten ook maatschappelijk te isoleren en te broodroven. Het dieptepunt was in juni 1956, toen het communistische hoofdkwartier in Amsterdam werd belaagd door een woedende menigte naar aanleiding van het neerslaan van de Hongaarse opstand in Boedapest door het Rode Leger. Toen werden ook bij communisten thuis de ramen ingegooid, niet zelden onder het toeziend oog én zelfs  medewerking van de politie. Zo richtte de politie in Utrecht de schijnwerper op het appartement van een communistisch raadslid, zodat de opgeschoten menigte wist op welk raam ze moesten mikken…

Een ander goed voorbeeld van brutale intimidatie was het inzetten van pantserwagens voor de ingang van het kerkhof om de herdenking van de communistische verzetsstrijdster Hannie Schaft in de kiem te smoren. Van Dijk bouwt zijn zaak voor meer respect voor de CPN vooral op rond de rol van de partij in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het punt is dat ook bij de communisten hierdoor alle nuance zoek begon te raken omdat alles door deze lens werd gezien: iedereen die rechts was, was een fascist (of een proto-fascist). Van Dijk ontsnapt zelf ook niet aan dit hokjes-denken wanneer hij een Oostenrijkse en een Duitse muzikant verwijt dat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog als soldaat in het Duitse leger hebben gediend (pagina 122-123). Het is lastig een zaak te maken voor nuance als je die zelf niet toepast.

Een ander punt van kritiek op het boek is de rol van de CPN in de naoorlogse arbeidersbeweging. Van Dijk stelt dat het stakingsmiddel door het werk van de CPN behouden bleef voor de werkende klasse en spreekt stelselmatig van het sociaaldemocratische verraad aan de linkse zaak, in het bijzonder bij de coalitievorming met de ‘rechtse’ Katholieken. Hij ‘vergeet’ hierdoor gemakshalve dat de sociaaldemocratie samen met de Katholieken in de jaren ‘50 de verzorgingsstaat hebben opgetuigd. Drees werd hiervoor over de partijgrenzen heen gerespecteerd door de naoorlogse generatie. De tragiek van de naoorlogse communisten is juist dat hun invloed vrijwel nihil was door hun beperkte omvang en bijna volkomen isolement.

9200000060402873Persoonlijk kon ik dit boek niet anders lezen dan door de lens van het boek van Joost Niemöller over de meer recente geschiedenis van Hans Janmaat en zijn centrumdemocraten. Hierin wordt tot in detail omschreven hoe een rechts-radicale stroming in een soortgelijk maatschappelijk isolement kwam en werd tegengewerkt door de inlichtingendiensten. Van Dijk spreekt er met geen woord over, ook niet in zijn drie zinnige lessen voor de democratie in het nawoord. Integendeel, hij spreekt vermanend over de PVV, terwijl juist de aanhangers van deze partij heden ten dage te maken hebben met maatschappelijke uitsluiting op basis van politieke denkbeelden. Hij heeft zeker een interessant boek geschreven, maar door het onvermogen van de schrijver om uit zijn eigen uitgesproken linkse hokjes-denken te breken heeft het boek niet de reikwijdte die het had kunnen hebben met een meer objectieve en analytische benadering voorbij de links-rechts tegenstelling.

N.a.v. Jos van Dijk, Ondanks hun dappere rol in het verzet… Het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog (Soesterberg, 2016), 248 pagina’s.

Posted on

Cliteur: Wilders’ minder-Marokkanen-uitspraken niet strafbaar

Er is geen Nederlandse wet “die het strafbaar maakt dat iemand publiekelijk uitspreekt dat hij minder, minder, minder mensen van een bepaalde nationaliteit in Nederland of in Den Haag wenst”, dat zei professor Paul Cliteur vandaag ter zitting van de Arrondissementsrechtbank Schiphol, waar hij als getuige-deskundige optrad in het proces tegen PVV-leider Geert Wilders.

Cliteur is van oordeel dat artikelen die in dit verband vaak genoemd worden, over groepsbelediging of aanzetten tot haat, niet van toepassing zijn. Nationaliteit bevindt zich namelijk niet onder de gronden die in die artikelen genoemd worden, zoals ras of godsdienst.

De hoogleraar vind het ook niet verstandig om desbetreffende artikelen breder te interpreteren, zodat ze wel geacht zouden kunnen worden van toepassing te zijn.

Verstandige racismebestrijding houdt in dat alleen “echt racisme” moet worden bestreden onder die noemer. Wie zegt dat hij minder Amerikanen in Nederland wil is wellicht anti-Amerikaans, maar geen racist. En wat voor Amerikanen geldt, geldt ook voor Marokkanen, Fransen, Polen en Syriërs.

Ook ziet Cliteur een dergelijke, bredere, interpretatie van artikelen in conflict komen met het legaliteitsbeginsel. Ten derde wijst hij op het belang van de grote vrijheid voor politici in een democratie om kwesties ter discussie te stellen. Ten slotte wijst hij op jurisprudentie waaruit naar voren komt dat de vrijheid van meningsuiting ook de vrijheid omvat om meningen te uiten die “beledigen, choqueren of onthutsen”.

De volledige bijdrage van Cliteur is te vinden op de Blauwe Archipel, het online magazine van Uitgeverij De Blauwe Tijger, waar binnenkort een boek van Cliteur verschijnt over de processen tegen Wilders, Bardot, Fallaci en Houellebecq.

Posted on

Goed als het woord allochtoon verdwijnt

Adviesorganen van de overheid hebben besloten om met onmiddellijke ingang het woord ‘allochtoon’ niet meer te gebruiken en een mediale storm van verontwaardiging ter rechterzijde was het gevolg. Het is echter helemaal geen verlies, maar het kan leiden tot een einde aan een tijdperk van semantische verwarring.

Het woord ‘allochtoon’ werd in 1971 opgevoerd door de sociaaldemocratische feministe Hilda Verwey-Jonker om een einde te maken aan het gebruik van het woord ‘migrant’ of ‘gastarbeider’.  De nadruk kwam te liggen op de geboortegrond (allo = vreemd, chtoon = grond) – een allochtoon is geboren in het buitenland, maar is desalniettemin een Nederlands burger. Het haakt in op een argument dat je wel eens hoort in de trant van “ik ben ook maar toevallig in Nederland geboren”. Alsof kinderen door de ooievaar worden gebracht.

Het probleem met het wetenschappelijke gebruik van het woord allochtoon is dat het een veel bredere groep mensen omvat dan doorgaans wordt bedoeld. Zo is de koninklijke familie ook allochtoon, aangezien alle partners van de Nederlandse vorsten vanaf Koning Willem I uit het buitenland komen. Toch zal het bevreemding wekken bij mensen als dit wordt opgevoerd. Met allochtonen worden namelijk doorgaans migranten uit het verre buitenland bedoeld, zelfs al wonen zij reeds enkele generaties in Nederland, zoals bijvoorbeeld Surinamers. Zelfs de inwoners van de Antillen, die formeel gezien tot het Koninkrijk der Nederlanden behoren, worden doorgaans beschouwd als allochtoon.

Het woord allochtoon is hierdoor net zo onbruikbaar als het woord integratie. Met integratie wordt in de volksmond aanpassing aan de Nederlandse cultuur bedoeld, maar dat hoeft het niet noodzakelijkerwijs te betekenen. Integratie kan ook betekenen dat er een afgebakende cultureel-religieuze groep woont die hier woont, maar niet volwaardig deelneemt aan het maatschappelijk leven vanwege een afwijkende cultureel-religieuze identiteit. In dat licht zou je sommige protestants-christelijke kerkgenootschappen ook ‘geïntegreerd‘ kunnen noemen, alsmede culturele minderheden zoals de Friezen met hun aparte taal.

Het gebruik van de woorden ‘allochtonen’ en ‘integratie’ hebben er toe geleid dat discussies over de positie van migranten en vreemde etnisch-culturele minderheden zijn verzand in vage begrippen die voor verschillende groepen verschillend worden uitgelegd. Het vertroebelt het debat over wie wij zijn als natie en over de toekomst van die natie. Aangezien ons politiek bestel is gebaseerd op de natiestaat, bijvoorbeeld op de veronderstelling dat we allemaal Nederlands spreken, is de komst van migranten uit vreemde culturen een uitdaging voor de natiestaat: welke eisen stellen we voor het verwerven van burgerschap, zoals de beheersing van de Nederlandse taal?

Het verdwijnen van het woord ‘allochtoon’ kan een zegen zijn, omdat het ook een einde kan maken aan het idee dat het enige verschil tussen een migrant en een Nederlander de geboortegrond is. De discussie kan zo eindelijk eens verschuiven naar de domeinen waar zich de meeste problemen voordoen, zoals de opleiding en tewerkstelling van migranten, en welke vreemde culturen we kunnen absorberen (en welke niet). Het woord allochtoon heeft er namelijk ook voor gezorgd dat alle migranten op één hoop werden geveegd, los van hun verblijfsstatus (gastarbeider, vluchteling, etc.) en afkomst (taal, cultuur en godsdienst). Daarom zeg ik: weg met het woord allochtoon en laat de discussie over (on)gewenste migratie beginnen!