Posted on

Ecologische voetafdruk van vliegschaamte

vliegschaamte

Maximaal 860 passagiers passen er in een Airbus A380. Stel je eens voor, dat ieder van hen door vliegschaamte bevat zou worden en met het oog op het klimaat met een zeilboot de Atlantische Oceaan over zou steken. Oftewel 860 schepen, met een eigen kapitein, bemanning en eigen proviand aan boord. Wat een logistieke inspanning! Momenteel gunt een jonge klimaat-activiste zichzelf deze luxe, omdat ze niet met het vliegtuig naar de VN-Klimaattop in New York wil reizen.

Vliegen is immers schadelijk voor het klimaat, zo luidt het argument. De gigantische pr-actie van Greta Thunberg veroorzaakt echter alleen maar meer CO2-uitstoot. Een schare begeleiders vliegt de Zweedse achterna. Zelfs de kapitein van het jacht reist met het vliegtuig terug.

Uitstoot van pr-stunt rond vliegschaamte compenseren

Om deze milieubelastende pr-stunt tegen broeikasgassen goed te praten, wil men de activiteiten pecuniair compenseren. Om de uitstoot goed te maken, doneert men dan geld aan milieuorganisaties, om zo het geweten te sussen.

http://www.novini.nl/greta-thunberg-professionele-mediahype-van-grote-spelers/

Vanaf nu kunnen we ons dus de grootste ecologische waanzin veroorloven, als we maar wat geld afdragen aan een milieu-organisatie. Geen grap; jonge lui van de Fridays for Future-beweging denken werkelijk zo. Het is natuurlijk een zelfbedrog van heb ik jou daar. Thunbergs actie stimuleert dit denken.

Koolstofvezel-jachten alles behalve ‘duurzaam’

Als de 860 A380-passagiers waar ik het aan het begin van deze column over had haar ten voorbeeld zouden nemen, zou het klimaat volgens de Greta-ideologie niet meer te redden zijn. Alleen de bouw van dergelijke dure koolstofvezel-jachten waarmee ook Thunberg reist, is alles behalve ‘duurzaam’. In plaats van zoveel energie te investeren in een pr-stunt rond vliegschaamte, zou men die energie eerst in een behoorlijk denkproces kunnen investeren.

Posted on

Greta Thunberg – Professionele mediahype van grote spelers

Greta Thunberg

Als je afgaat op de indruk die in de mainstream media gewekt wordt, zou je denken dat het fenomeen Greta Thunberg zich min of meer vanzelf, slechts gedragen door de kracht van overtuiging en toewijding, over de wereld verbreidt. De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt wist echter reeds: “Niets in de politiek gebeurt toevallig. En als er iets gebeurt, dan was het zo gepland.” Dat Greta Thunberg een instrument van de politiek is, behoeft geen betoog.

De misvatting begint al eerder. Namelijk bij de veronderstelling dat de Fridays for Future-beweging door de jonge Zweedse in het leven zou zijn geroepen. Dat klopt niet, het plan is een paar jaar ouder. Terwijl de mediahype rond Greta Thunberg in 2018 losbarstte, hield de Plant for the Planet Foundation drie jaar eerder in Bonn reeds een mondiale jongerentop. Een uitkomst van deze bijeenkomst is op de website climastrike.net te vinden, waar het heet: “Op de Global Youth Summit in mei 2015 hebben we het idee van een mondiale schoolstaking voor klimaatbescherming bedacht.” Het duurde vervolgens drie jaar tot de mensen op de achtergrond Greta Thunberg als de geschikte woordvoerster gevonden hadden, om haar vervolgens het auteurschap van het idee voor de schoolstakingen toe te schrijven.

De mensen op de achtergrond

Om wie het bij die mensen op de achtergrond zou kunnen gaan, wordt duidelijk als je uitzoekt wie de Plant for the Planet Foundation opgezet en met de nodige middelen uitgerust heeft. Dat zijn verhelderend genoeg de Club van  Rome en het German Marshall Fund.

Club van Rome

De Club van Rome werd door David Rockefeller opgericht en verkreeg wereldwijde bekendheid toen het in 1972 het boek ‘Grenzen aan de groei’ publiceerde. Daarbij maakten vooral twee centrale voorspellingen indruk. Ten eerste de voorspelling dat er door het afsterven van bossen rond de millenniumwisseling in Europa geen bos meer zou zijn. Ten tweede de prognose dat tien jaar later de aardolievoorraden van de planeet verbruikt zouden zijn. In werkelijkheid nam het bos-oppervlak in Europa juist toe en werd er wereldwijd jaarlijks meer olie gevonden dan verbruikt. Deze faalprognoses doen echter schijnbaar niet af aan de naam van de Club van Rome. In de mainstream geldt deze club als maatgevend in de milieubescherming.

German Marshall Fund

De oprichting van het German Marshall Fund wordt wel aan de voormalige Duitse bondskanselier Willy Brandt toegeschreven, maar ook hier stuit je al snel weer op Rockefeller, die voorzitter van de organisatie is geweest. Naast Rockefellers Chase Manhattan Bank duiken nog andere goed gefinancierde Amerikaanse clubs op, zoals het Aspen Institute en de Carnegie Foundation. Niets ten nadele van Willy Brandt, maar naast zulke grote namen zal zijn invloed toch eerder gering zijn geweest.

Plant for the Planet Foundation

Zoals men voor het German Marshall Fund Willy Brandt als visitekaartje gebruikte, hanteerde men voor de Plant for the Planet Foundation al het systeem zoals later rond Greta en zette een kind voorop: Felix Finkbeiner. Finkbeiner zou volgens de officiële lezing in 2007, op de leeftijd van negen jaar, de stichting opgericht hebben. Er zijn nog andere overeenkomsten met Greta Thunberg. Net als zij tutoyeert hij met prominenten als prins Albert van Monaco of de Hollywood-filmster Harrison Ford. En zoals Greta met paus Fransiscus babbelt, hield Felix een toespraak voor de Verenigde Naties.

Felix Finkbeiner in Mexico, 2018 (foto: Victoria Kolbert)

Maar laten we wel wezen: op de een of andere manier moet het stichtingsverhaal toch anders zijn verlopen. Een negenjarige kan immers niet zelf een stichting oprichten. Zijn vader Frithjof zal er wel mee geholpen hebben. Die is namelijk (wat een toeval!) nauw betrokken bij de Club van Rome.

Alte Mu

Dat Greta Thunbergs Fridays for Future-beweging nauw verbonden is met de Plant for the Planet Foundation blijkt op hun Duitse website. De beide organisaties zijn innig verstrengeld. In het impressum van de website van Friday for Future is sprake van ene Ronja Thein met een adres in Kiel. Mevrouw Thein lijkt echter niet te bestaan. Bij navraag wordt naar veiligheidsoverwegingen verwezen. Het adres in Kiel is evenwel bekend als dat van een links-alternatief ‘cultuurcentrum’ (lees: kraakpand) met de naam ‘Alte Mu’. Daar zijn talrijke linkse organisaties gevestigd. Gevraagd naar een bankrekeningnummer voor FFF wordt verwezen naar de bankrekening van de bevriende Plant for the Planet Foundation.

Zelfstandigheid blijkt wassen neus

De voorgewende zelfstandigheid van de Fridays for Future lijkt kortom weinig voor te stellen. Via de Club van Rome en de Plant for the Planet Foundation spelen de Rockefellers een belangrijke rol in de financiering van het fenomeen Greta Thunberg. Maar waar Rockefeller geld spendeert, wil George Soros niet achterblijven. De notoire speculant en oorlogshitser heeft ook een belang in de klimaatbusiness.

Luisa-Marie Neubauer en Greta Thunberg
Luisa-Marie Neubauer met Greta Thunberg bij een Fridays for Future-demonstratie in Hamburg, maart 2019 (foto: C.Suthorn)

Luisa-Marie Neubauer en George Soros

Soros gaat op een vergelijkbare manier te werk als Rockefeller. Iedere keer als Greta in Duitsland optreedt, wordt ze begeleid door een studente genaamd Luisa-Marie Neubauer. Niet alleen optisch is zij de tegenhanger van het kleine meisje Greta. Neubauer is fit, aanpakkerig en zelfbewust, lid van de Groenen en krijgt een stipendium van de Heinrich-Böll-Stiftung. Daarnaast is Neubauer jongerenambassadrice van de de Amerikaanse lobby-organisatie One, die professioneel campagne voert. One wordt onder andere gefinancierd door de Bank of America, Coca Cola, SAP, Google en de alomtegenwoordige George Soros met zijn Open Society Foundation.

Groots opgezette pr-campagne

Achter de ogenschijnlijk spontane scholierenstakingen die ons voorgespiegeld worden, zit kortom een groots opgezette pr-campagne van klimaatbusiness en milieulobby, ngo’s als de Club van Rome, We don’t have Time, Plant for the Planet, Greenpeace, Friends of the Earth en anderen. En de mainstream media spelen het hele spel mee. Kritische bespreking van de achtergronden van de hype hoef je daar dan ook niet te verwachten. De bakvis Greta is daarbij uiteindelijk niet meer dan een speelbal van ngo’s, bepaalde multinationals en media om een bepaalde politieke agenda ten dienste van hun zakelijke belangen erdoor te krijgen.

Posted on

De vuile oorlog tegen cruiseschepen

Cruiseschepen blinken niet uit in milieuvriendelijkheid, dat staat buiten kijf. Dat komt vooral door de gebruikte brandstof. Evenwel is een en ander beduidend minder schadelijk dan veel milieuorganisaties beweren.

Momenteel zijn er zo’n 400 cruiseschepen op de wereldzeeën onderweg. En in 2019 moeten er nog eens 21 bij komen. Het momenteel grootste is de Symphony of the Seas, met 2759 cabines voor bijna 7.000 passagiers. Cruisevaarten mogen zich in steeds grotere belangstelling verheugen. In 2018 staken zo’n 30 miljoen mensen met de pleziervaartuigen van wal. Er klinkt echter ook toenemend kritiek.

Vier cruiseschepen in de haven van Nassau, op de Bahama’s (foto: TampaAGS)

Milieuvervuiling

Enerzijds vanwege de massa’s toeristen die havensteden overspoelen bij het onderweg aan land gaan. Anderzijds vanwege de milieuvervuiling door de schepen. De vaartuigen beschikken in de meeste gevallen weliswaar over uitstekende zuiveringsinstallaties en produceren ook relatief weinig afval. Ze gebruiken echter bijna zonder uitzondering stookolie als brandstof. Dat is zware, zwavelhoudende olie, een restproduct bij de verwerking van aardolie.

De Symphony of the Seas, hier tijdens de bouw in Saint-Nazaire, is momenteel het grootste cruiseschip ter wereld (foto: Gponly).

De verbranding van deze zware olie produceert beduidend meer schadelijke stoffen dan benzine of diesel. De scheepsschoorstenen stoten onder andere fijnstof, roetdeeltjes en stikstofoxide en zwaveldioxide uit. De zware olie bevat immers drie procent zwavel, terwijl bijvoorbeeld diesel voor auto’s 0,001 procent zwavel bevat. Daaruit vloeien gezondheidsrisico’s voort, ook voor de passagiers die in de illusie verkeren “zuivere zeelucht” in te ademen.

Gezondheidsrisico’s

Maar niet alleen op het dek van de drijvende vakantieparadijzen loopt men gezondheidsrisico’s, ook op afstand aan land. Het Helmholz-Institut für Umweltmedizin in München rapporteerde in 2016 dat de scheepsuitstoot op de Noordzee als de wind uit de juiste richting stond tot in de hoofdstad van Beieren kwam. Professor James Corbett van de University of Delaware in de Verenigde Staten, een van de meest gerenommeerde experts op dit gebied, berekende het aantal voortijdige sterfgevallen door de emissie van schepen wereldwijd op 60.000.

Stemmingmakerij

De onbetwistbare schadelijkheid van het gebruik van zware olie in de scheepvaart gebruiken organisaties als de Naturschutzbund Deutschland (NABU) om op alarmistische wijze stemming te maken tegen de cruisevaartindustrie. Bijvoorbeeld met de bewering “een enkele oceaanreus stoot op een cruisevaart evenveel schadelijke stoffen uit als vijf miljoen auto’s”. Dat is natuurlijk appels en peren vergelijken. De doorsnee-auto is 20 à 30 minuten per dag onderweg, terwijl schepen op zee rond de klok varen en daarbij honderden kilometers afleggen. Daar komt bij dat ze duizenden mensen aan boord hebben, terwijl in auto’s meestal maar één of twee personen zitten.

Quantum of the Seas op de Elbe, Hamburg Altona

Fijnstofmetingen

Helge Grammerstorf, directeur van de Duitse tak van de Clia (Cruise Lines International Association) beklaagt dan ook volkomen terecht dat de vergelijkingen van de NABU zelfs voor een opstel van een student nog beneden peil zouden zijn.

Dat geldt ook voor de dilettantisch uitgevoerde fijnstofmetingen, volgens welke passagiers op het dek van een cruiseschip aan meer dan tien keer zo veel roetdeeltjes blootgesteld zouden worden als in de om zijn slechte lucht bekend staande Chinese hoofdstad Peking. Professor Holger Watter van de Hochschule Flensburg kwam bij zijn tegenberekening op heel andere waarden. Met alle factoren rekening houdend zou de emissie van schepen zelfs een zesde lager kunnen zijn dan die van auto’s.

Luchtvervuiling

Blijft staan dat de uitstoot van schepen onmiskenbaar voor luchtvervuiling zorgt. Zo is een grote havenstad als Hamburg meer dan een derde van de stikstofoxidebelasting van schepen afkomstig. Daar zijn echter bij lange na niet alleen cruiseschepen voor verantwoordelijk. Die maken immers minder dan één procent van de wereldwijde burgervloot uit. Tegenover de circa 400 luxe-liners staan circa 50.000 vrachtschepen, die dezelfde brandstof verstoken.

Nabehandeling

Daar komt bij dat de rederijen zich in toenemende mate inzetten om de emissie van hun cruiseschepen door systemen voor nabehandeling te reduceren. Daarmee willen ze zowel het comfort aan boord vergroten als hun imago verbeteren. Voor vrachtschepen is dit nauwelijks een thema. Veel West-Europese cruiseschepen beschikken reeds over stikstofoxidekatalysatoren en de nodige technische voorwaarden om stroom vanaf het land te gebruiken, zodat de generatoren aan boord in de havens uitgeschakeld kunnen worden.

Overstap naar LNG

Daarnaast wordt geprobeerd van zware olie af te stappen. Een belangrijke stap in deze richting ondernam het bedrijf AIDA Cruises met de ingebruikname van het schip AIDAnova in december 2018. Het op de Meyer-werf in Papenburg gebouwde schip is het eerste cruiseschip dat volledig op LNG (vloeibaar gemaakt aardgas) loopt. Mede daardoor stoot het schip praktisch geen fijnstof uit en is de uitstoot van stikstofoxiden zo’n 80 procent geringer.

De AIDAnova voor de 70 meter hoge hal van de Meyer-werf (foto: Dick Elbers)

AIDA Cruises wil tot 2023 nog twee van deze LNG-schepen in gebruik nemen. Andere bedrijven volgen, zo bestelde ook het Zwitserse MSC Cruises twee nieuwe schepen, die in 2022 en 2024 opgeleverd worden en eveneens op LNG varen.

Minder zwavel

Verder mag in de Noordzee en Oostzee inmiddels uitsluitend nog zware olie met een gereduceerd aandeel zwavel van 0,1 procent gebruikt worden. Vanaf 1 januari 2020 laat de International Maritime Organization bovendien wereldwijd alleen nog brandstoffen toe waarvan het zwavelgehalte bij hoogstens een zevende van de momenteel gebruikelijk waarde ligt. Tot slot zijn er reeds cruiseschepen die aanzienlijk afstanden elektrisch kunnen varen, zoals de MS Roald Amundsen van de Noorse rederij Hurtigruten, die in ecologisch gevoelige gebieden als de Noord- en Zuidpool ingezet wordt.

De MS Roald Amundsen, hier in de wateren rond Antarctica, kan lange afstanden elektrisch varen (foto: Hurtigruten).

Simplistische kritiek

Zonder de reële milieubelasting uit het oog te verliezen, mogen we dus vaststellen dat de simplistische kritiek van sommige milieuorganisaties op de cruisevaartindustrie voorbij gaat aan belangrijke technologische ontwikkelingen waardoor de branche de belasting verkleint. Het is goed om te bedenken dat op donaties aangewezen organisaties als de NABU belang hebben bij spectaculair slecht nieuws om zo de aandacht van het grote publiek op zich te vestigen.

Media

Iets dergelijks geldt overigens voor de media. Zo berichtte een Duitse tv-zender dat metingen uitgewezen zouden hebben dat de in de haven van Hamburg liggende AIDAperla daar enorm veel fijnstof zou produceren. In werkelijkheid liepen de stroomgeneratoren van het schip in aangemeerde toestand volledig op LNG, zodat er helemaal geen fijnstof ontstond. Men had alleen de algemene luchtvervuiling in de haven gemeten, die uit vele factoren resulteerde, maar uitsluitend aan het bewuste cruiseschip werd toegeschreven.

Posted on 1 Comment

Windmolens verantwoordelijk voor insectensterfte

Als oorzaak voor insectensterfte wijst men doorgaans op het gebruik van pesticiden in de landbouw. Windmolens zouden echter ook een rol spelen. Dat komt naar voren uit een modelanalyse van het Deutsche Luft- und Raumfahrtzentrum (DLR). 

Het hoeft niemand te verwonderen dat de rotorbladen van windmolens ieder jaar niet alleen honderdduizenden vogels en vleermuizen doden, maar ook vliegende insecten. Aan het DLR-onderzoek ligt de schatting ten grondslag dat in de zomer 5,3 miljard vliegende insecten met een biomassa van bij elkaar 24.000 ton de Duitse windmolenparken passeren. Zo’n vijf procent, oftewel 1200 ton daarvan zou ten prooi kunnen vallen aan windmolens. Bij zo’n 25.000 windmolens in Duitsland betekent dat zo’n 50 kilo aan gedode insecten per windmolen per jaar.

Acuut gevaar

Vanwege deze orde van grootte zien de auteurs van de studie een acuut gevaar voor de reeds sterk geslonken populatie vliegende insecten. Volgens een recente studie in het vaktijdschrift Biological Conservation bedraagt de afname van vliegende insecten wereldwijd gemiddeld 50 procent. Voor Duitsland valt op basis van lange termijnwaarnemingen zelfs een afname van tot 80 procent in de afgelopen 30 jaar op te tekenen. De bovengemiddelde afname in een land als Duitsland met tienduizenden windmolens zou kunnen wijzen op een direct verband met de steeds verder uitdijende windenergiesector. Dat stellen ook de auteurs van de studie, die verder onderzoek aanbevelen.

Insectenmigratie

Tot nog toe golden het verlies aan leefgebieden door intensieve landbouw, overbemesting en pesticide, verstedelijking en lichtvervuiling als hoofdoorzaken voor de insectensterfte. Op grond van onderzoek naar de wisselwerking tussen windenergie en insectenmigratie, concluderen de DLR-wetenschappers dat volgroeide vliegende insecten kort voor het leggen van eitjes in grote zwermen hoge en snelle luchtstromen opzoeken, om zich door de wind te laten meevoeren naar dikwijls veel verder gelegen broedplaatsen. Foto’s bewijzen dat insecten zich daadwerkelijk op hoogtes tot 100 meter begeven. Hun vluchtroutes kruisen zodoende de rotorbladen van windturbines die de lucht op hoogtes tussen 20 en 135 meter doorklieven.

Uitbouw windenergie

De onderzoekers benadrukken dat de sinds 1990 gestimuleerde uitbouw van windenergie zonder onderzoek naar hoe dit zich verdraagt met de vlucht van insecten een nalatigheid is geweest. Begin jaren 2000 werd wetgeving voor hernieuwbare energie met aanzienlijke subsidies voor windenergie voorbereid. Alles wat dit zou hinderen was voor de toenmalige rood-groene regering ongewenst. Nu moet men echter concluderen dat het weer aansterken van de insectenpopulatie bij gelijkblijvende sterkte of verdere uitbouw van windenergie onmogelijk lijkt. Meer insecten zouden ook grotere insectensterfte tot gevolg hebben.

Prestatieschommelingen

In 2001 publiceerde een groep Nederlandse en Deense wetenschappers in het Britse vakblad Nature onder de titel ‘Insects can halve wind-turbine power’ reeds de these dat de inslag van insecten op de rotorbladen de effectiviteit van windturbines tot 50 procent zou kunnen verslechteren. De prestatieschommelingen van windmolens schrijft men ondertussen toe aan turbulentie of luchtwervelingen achter de windmolens. Dat deze wervelingen ook insectenpopulaties reduceren, was tot nog toe een goed bewaard geheim van windturbinefabrikanten.

Gigantische luchtwervelingen

In 2017 toonde een onderzoeksgroep waaraan de Universiteit Tübingen deelnam in de Duitse Bocht (een deel van de Noordzee) voor het eerst het bestaan van kilometerlange v-vormige luchtwervelingen achter offshore-windmolens aan. Deze ontstaan zodra wind met barrières als windmolens in contact komt. De gelijkmatige stroming vertraagt en gaat wervelen. Er ontstaan turbulenties, waarin opnieuw kleinere wervelingen optreden. Ook op het land vormen zich gigantische luchtwervelingen achter iedere windmolen. Naar gelang de meteorologische omstandigheden remmen ze de wind en onttrekken ze energie aan de windturbine.

Insecten, die geursporen volgen, kiezen transitroutes op 100 meter hoogte om natuurlijke hindernissen als bomen en heuvels te vermijden. Wanneer ze de rotorbladen ongedeerd gepasseerd zijn, vervliegen ze zich vervolgens in de luchtwervelingen, waar ze van uitputting sterven.

Windenergiesector reageert afwerend

De Duitse windenergiesector met zijn circa 150.000 werknemers heeft reeds afwerend gereageerd op het onderzoek. Vermoedelijk zullen ook milieu-organisaties en politici verstokt vasthouden aan de stelling dat windenergie actieve milieu- en natuurbescherming zou zijn.

Posted on 1 Comment

Klimaatdrammers markeren doodsstrijd oude midden #PS2019

Het politieke paradigma is aan het verschuiven en politici hebben er geen invloed op. Dat steekt. Dit is precies de reden waarom de druk van de klimaatdrammers zo groot is. Systemen in verval slaan namelijk het meest krachtig om zich heen. Een laatste flikkering van het licht voor het weer dooft. De tijden zijn er tumultueus door.

Een dergelijke kracht wordt geprojecteerd vanuit zwakte. Als je gelijk hebt hoef je niet te drammen. Dan komt men vrijwillig je kant op. Het is een teken dat de realiteit van Nederlanders veranderd is en dat ze daar in politieke zin uiting aan geven. Voor het het eerst doen ze dat massaal buiten de partijen van de Verzuiling. Die bezetten nu virtueel 1/3 van de Tweede Kamer.

Het midden verdwijnt nooit

Het politieke midden ligt altijd daar waar de meeste mensen zich comfortabel voelen om hun politieke stem aan te geven. Het midden lijkt dus alleen te verdwijnen als je zelf op een positie staat die niet meer het midden is.

Kiezers bewegen langs twee assen. Ze bewegen binnen het Overton-raamwerk. Dat is het raamwerk van maatschappelijk geaccepteerde meningen. Dit raamwerk bevindt zich op een politieke schaal. Zowel het raamwerk als de plaats op de schaal bewegen in een nieuwe richting. Het is evident dat deze verschuiving in een wat rechtsere richting is.

Het oude midden bevindt zich daardoor meer aan de rand van zowel de politieke schaal als van het Overton-raamwerk. Dat doet pijn. Zij waren het redelijke midden, vormden partijen, leuke clubs, vulden columns en collegezalen. Het is hen niet kwalijk te nemen dat ze op dezelfde plek blijven. De eigen vertrouwde netwerken laten niemand zomaar los.

Kracht is een teken van zwakte

Het oude midden kan alleen nog relevant blijven door zichzelf te krachtig te manifesteren. Dat is nodig omdat hun ideeën niet meer aansprekend zijn. Slechts door kracht worden zij nog geaccepteerd.

Het is mogelijk om deze kracht uit te oefenen omdat de netwerken nog in dezelfde denkwereld zitten. Dit zijn media- en bedrijfsnetwerken die de oude maatschappelijke midden-structuur vorm hebben gegeven. Het is logisch dat zij zich conformeren aan de overblijfselen van de oude structuren.

De realiteit is echter dat het politieke midden zich al verwijderd heeft van de oude structuren. Hierop kracht toepassen werkt niet omdat het midden zich niet laat dwingen. Dat werkt alleen bij totale repressie. Dan is er geen keuze meer over. Precies die tendens kan men terugzien in de politiek geïnspireerde censuur van het referendum, in de door mensen gemaakte algoritmes van Facebook, YouTube en Twitter. Kracht gebruiken om mensen van ideeën weg te houden is een teken van zwakte. Het toont dat de eigen leegte. Deze trend is echter niet begonnen met Rutte.

Het nieuwe paradigma

Het hautaine gedrag tegen Fortuyn is de scheidslijn. De bestaande partijen werden erdoor van hun magie ontdaan. Er was alleen nog geen ruimte voor de kiezer om daadwerkelijk weg te lopen. Dat is nu anders. Alle nieuwe partijen in de Tweede Kamer zijn post-Verzuiling partijen in de zin dat zij voor Fortuyn niet bestonden.

Deze post-Verzuiling partijen hebben geen last van apologeten van communistische moordregimes, van voormalige of onbewezen terroristen, van gekochte politici, van grote schandalen. Ze hebben hun eigen problemen, uiteraard. Deze vallen echter in het niet bij de oude partijen. Kiezers zijn nog vergevingsgezinder omdat deze partijen anders lijken te zijn.

Post-verzuilingspartijen bezetten op 17 maart 2019 virtueel 1/3 van de Tweede Kamer. Daarmee laten burgers zien dat het maatschappelijk toelaatbaar is om op het nieuwe midden te stemmen. Het is de verplaatsing van het Overton-raamwerk in de praktijk.

Trendlijnen en toekomst

De komende Provinciale Statenverkiezingen worden een nieuw datapunt voor de trendlijn van het midden. Peilingen wijzen erop dat post-Verzuiling partijen ook hier hun slag gaan slaan, met uiteraard gevolgen voor de Eerste Kamer.

De trendlijn zal in geen geval abrupt afbreken en omkeren, gegeven normale omstandigheden. Alleen uitzonderingssituaties zoals optreden tegen buitenlandse functionarissen zullen een tijdelijke winst genereren. Lokale partijen zullen hun invloed verder uitbreiden. Daarmee neemt in steeds meer bestuurslagen de invloed van het oude midden af.

Komt deze gedachte uit dan is dat een nieuwe bevestiging van de verschuiving van het midden. Dit blijft ruimte scheppen voor nieuwe partijen of de groei van bestaande post-Verzuiling partijen. In de tussentijd zal het oude midden zich krachtig verweren tegen deze verandering, waar ze geen enkele invloed op hebben.

Met het einde van de Verzuiling verdwijnen ook de partijen en hun netwerken. Dat beseffen ze deels, en dat is waarom ze zich zo met kracht manifesteren. Bedenk telkens dat het een teken van zwakte is. Als hun ideeën zo goed waren had u ze wel gevolgd en hoefde u niet gedwongen te worden. De verzuiling is nu echt ten einde. Zoals De zanger van het vorige midden zong: The times, they are, a-changing. U weet wat u te doen staat bij de komende verkiezingen.

Posted on

Rotorbladen windmolens niet recycleerbaar

Vanwege klimaatdoelstellingen heeft Duitsland op grote schaal windmolens neergezet. Nu op afzienbare termijn grote aantallen hiervan afgeschreven worden, zit men echter met de handen in het haar over de verwerking van het afval. Met name de rotorbladen zijn praktisch niet te recycleren. 

Meer dan 20.000 windturbines draaien er tussen de Noordzee en de Alpen. Een aantal daarvan hebben hun voorgeschreven leeftijdsgrens bijna bereikt. Vanaf komend jaar wordt het een serieus probleem. Dan moet in Duitsland jaarlijks meer dan 15.000 ton vleugelmateriaal afgevoerd worden. De concepten daarvoor zijn de producenten grotendeels nog schuldig. Terwijl de beton en metaaldelen als de toren en de generator eenvoudig zijn, zijn de van kunststof gemaakte rotorbladen een echte uitdaging. Want deze bevatten gifstoffen.

[pullquote]”We stappen van de ene technologie af, omdat we niet weten wat we met het kernafval moeten, en we stappen over op een nieuwe technologie waarbij we ook niet weten wat we met het afval moeten”[/pullquote]

Ecologisch verantwoorde ontmanteling

De Frankfurter Allgemeine Zeitung berichtte onlangs dat het nog altijd ontbreekt aan gestandaardiseerde processen voor ecologisch verantwoorde ontmanteling. “We stappen van de ene technologie af, omdat we niet weten wat we met het kernafval moeten, en we stappen over op een nieuwe technologie waarbij we ook niet weten wat we met het afval moeten”, zo klaagt een woordvoerder van het recyclagebedrijf Remondis.

Demontage van een windturbine, voor een idee van de grootte staat links een personenauto (foto: KarleHorn, 2007).

Het Bundesverband Windenergie (BWE) rekent ermee dat de demontage van windmolens vanaf 2021 duidelijk toe zal nemen. Want veel molens vallen vanaf dan een voor een buiten de door de staat gegarandeerde vergoeding in het kader van de hernieuwbare energiewetgeving, die een looptijd van 20 jaar heeft.

Gifstoffen

Remondis pleit voor een richtlijn die voorschrijft dat alleen recycleerbare grondstoffen gebruikt mogen worden. De industrie heeft hierop echter tot nog toe geen antwoord. Want de windvangers bestaan onder andere uit met glasvezel versterkte kunststof. Het storten van deze composiet is verboden en bij de conventionele afvalverbranding ontwikkelt de hars giftige gassen die omslachtig gefilterd moeten worden.

In de industrievereniging RDR Wind hebben zich recent meerdere bedrijven aaneengesloten om naar oplossingen te zoeken. Men heeft zich ten doel gesteld eerst bindende demontagestandaarden uit te werken, aldus Martin Westbomke, projectingenieur bij het Insitut für Integrierte Produktion Hannover en voorzitter van de vereniging tegenover de FAZ.

Windmolens op zee

Het dagblad maakt verder melding van bijzondere problemen bij de demontage van windmolens in de Noordzee. “Om het leven dat zich rond de molen gevormd heeft niet te benadelen is een veel omzichtiger optreden dan op land vereist. Materialen zoals olie mogen bijvoorbeeld in geen geval in het water terecht komen”, aldus Berthold Hahn van het Fraunhofer-Institut für Windenergiesysteme.

Branche wil ondanks alles grotere uitbouw

Ongeacht dit debat vraagt de offshore-windbranche de Duitse regering om hogere uitbouwdoelen voor windmolens in de Noordzee en Oostzee. Tot 2030 zou minstens 20 gigawatt op het net moeten komen, zo deelde de BWE mee. Dit zou nodig zijn om zoals gepland 65 procent van de stroom uit hernieuwbare energiebronnen te winnen. Tot nu toe wil de Duitse regering tot 2030 echter slechts 15 gigawatt aansluiten. Volgens de BWE is er nu net 6,4 gigawatt. In het achterliggende jaar kwam met 136 windmolens 1 gigawatt nieuw erbij. Rekenkundig komt een gigawatt overeen met de elektriciteitsproductie van een blok van een kerncentrale.

Posted on

Klimaatverandering – Experts vrezen sneeuwloze winters

Onlangs hield de Toerisme-commissie van de Duitse Bondsdag een “gesprek met experts” inzake het toerisme in de bergen “onder omstandigheden van de klimaatverandering”. Men was het er over eens dat men ten gevolge van de zogenaamde opwarming van de aarde in toenemende mate met sneeuwloze winters te maken heeft. 

Kennelijk totaal niet onder de indruk van de langs alle kanalen naar binnen sijpelende realiteit, hielden de deelnemers aan de gespreksronde het voor nodig “alternatieven voor de wintersport in enge zin” te ontwikkelen. De “planningsonzekerheid van op sneeuw gebaseerde arrangementen zal immers toenemen”, zo formuleerde de toerisme-onderzoeker van de Hogeschool van München.

Besneeuwde landschappen

De voorzitter van het Bundesverband Deutsche Mittelgebirge, Michael Braun maakte zich dan ook zorgen om de overlevingskansen van de wintersportregio’s, nu de “typische besneeuwde landschappen in de toekomst minder vaak te zien zullen zijn”. Alexander Krämer van het Institut für Natursport und Ökologie aan de Duitse Sporthogeschool in Keulen riep er dan ook toe op om arrangementen te ontwikkelen “die met en zonder sneeuw functioneren”.

Kunstsneeuw

Relatief gelaten reageerde daarentegen de directeur van de de toerismeorganisatie van de Harz, Carola Schmidt op de gevolgen van de klimaatverandering: Als de helling in de winter groen blijft, dan gaat men gewoon over op kunstsneeuw.

Hevige sneeuwval

Terwijl dus uitvoerig gesproken werd over de sneeuwloze winters die ons treffen, verzonken delen van Beieren en Oostenrijk in diepe sneeuw, heerste in een aantal Landkreisen de noodtoestand, waren talrijke dorpjes van de buitenwereld afgesneden en kwamen zelfs mensen in de sneeuwmassa’s om. Fijne experts! Geen wonder dat de politiek met dergelijke adviseurs weinig zinnigs voortbrengt.

Posted on 1 Comment

Gevolgen klimaatdoelen voor auto-industrie geven Gele Hesjes voet aan de grond in Duitsland

Zo’n 1500 burgers demonstreerden onlangs in Stuttgart. Hun motieven waren vergelijkbaar met die van de eerste ‘gele hesjes’ in Frankrijk. Ondertussen lekten regeringsplannen uit waardoor de protesten verder aan kunnen zwellen.

Aanleiding was het uitlekken van ideeën van een regeringscommissie. Een bijna verdubbeling van de benzineaccijns en een 50-procent-quotum voor elektrische auto’s tot 2030, plus het oude Groene plan voor een snelheidsbeperking van 130 km/u op alle snelwegen. Federaal minister van Verkeer Andreas Scheuer (CSU) kon niet hard genoeg weerspreken dat er in deze richting gedacht wordt.

Veldtocht tegen de automobiliteit

De schade is al aangericht, de marsrichting bekend: Na de aanhoudende aanval op diesel, werken de planners achter de regering aan de finale veldtocht tegen de automobiliteit en daarmee tegen de belangrijkste industrie van Duitsland, tegen miljoenen consumenten en werknemers en daarmee uiteindelijk tegen Duitsland als belangrijk vestigingsland voor hoogwaardige industrie.

Eerste grotere gele-hesjes-demonstratie

De plannen kwamen onbedoeld naar buiten, juist op het moment dat in autostad Stuttgart gebeurde waarvoor de gevestigde politiek al maanden vreest: de eerste grotere gele hesjes-demonstratie in Duitsland. Zo’n 1500 burgers verzamelden zich daar naar Frans voorbeeld in de waarschuwingsvesten. De demonstratie was vooral gericht tegen de dieselverboden. De demonstranten wierpen de deelstaatregering van Groenen en CDU in Baden-Württemberg ‘onteigening’ voor. Als organisator van de manifestatie trad de Porsche-medewerker Ioannis Sakkaros op.

Links-radicale tegendemonstranten

Ook in Wiesbaden hielden burgers een gele hesjes-demonstratie. Hoewel in de hoofdstad van de deelstaat Hessen slechts zo’n honderd mensen deelnamen aan de demonstratie, bericht de Wiesbadener Kurier over positieve weerklank bij de meeste passanten. Grotesk was echter dat onmiddellijk enkele tientallen agressieve links-radicalen opdoken, de demonstranten tegenhielden en “nazi’s” brulden. De misselijke staat van hedendaags Duits links kan nauwelijks plastischer verbeeld worden: Normale burgers demonstreren tegen de aantasting van hun bestaansvoorwaarden en linkse figuren, die zich ooit als voorvechters van de kleine man opwierpen, snellen toe om de kritische burgers te blokkeren.

Afkoelende conjunctuur

Ook in Frankrijk waren vermeende ‘klimaatdoelen’ en de effecten ervan de vonk die de woede van burgers deed ontvlammen. Inmiddels is de beweging echter veel breder. Ook in Duitsland kan de woede op niet al te lange termijn verder gevoed worden: Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft de conjunctuurverwachtingen van Duitsland voor 2019 namelijk sterker naar beneden bijgesteld dan voor welk ander groot industrieland ook. Een hoofdoorzaak ligt volgens het IMF in de zwakke vraag naar auto’s ten gevolge van de anti-dieselcampagne. Een sterk afkoelende conjunctuur zou echter ook wel eens wat luchtkastelen van de politiek van hun financiële basis kunnen beroven. De economische en sociale kosten van de ideologische verblinding zullen voor de Duitsers alleen maar duidelijker worden.

Posted on

Windenergie versus natuurbescherming

Duizenden milieuactivisten mobiliseren zich onder het motto ‘Hambi bleibt’ tegen de plannen van energiebedrijf RWE om in Noord-Rijnland-Westfalen circa 100 hectare bos te rooien voor de uitbreiding van de bruinkooldagbouw. Door de bouw van windmolens dreigt echter een kaalslag van heel andere dimensies.

In de schaduw van de protesten die inmiddels al jaren ronde de Boswachterij Hambach plaatsvinden, hebben zich in Duitsland honderden burgerinitiatieven gevormd die de bouw van windmolens in bossen willen voorkomen.

In hun coalitieakkoord zijn CDU/CSU en SPD overeengekomen het aandeel hernieuwbare energie van het stroomverbruik van 36 procent te verhogen naar 65 procent in uiterlijk 2030. Naast zonnecellen moet er vooral meer gebruik gemaakt worden van windenergie. Momenteel staan er in Duitsland al 28.700 windmolens op land. Protesten van omwonenden hebben in sommige Duitse deelstaten inmiddels tot een grotere minimumafstand van windmolens tot woongebieden geleid.

Bos moet wijken voor windmolens

Bij de zoektocht naar nieuwe locaties voor windmolens komen nu steeds sterker ook bossen in het vizier. Deelstaten als Hessen, Baden-Württemberg, Rijnland-Palts en Thüringen staan inmiddels de bouw van windmolens middenin het bos toe. Het is te voorzien dat er op termijn ook in grote samenhangende bosgebieden een massieve aanbouw van windmolens plaats zal vinden.

Zo heeft de coalitie van CDU en Groenen in Wiesbaden voor Hessen tussen de 2300 en 2800 windmolens als doelstelling vastgesteld. Bij zo’n 80 procent van de potentiële locaties in Hessen gaat het om bos. Heel concreet werd er in een factsheet van een beschikbaar bosoppervlak van 550.000 tot 600.000 hectare gesproken. Het windkrachtplan van de regio Darmstadt (een van drie Hessische regio’s) voorziet zelfs in meer dan 3.000 hectare windkrachtterrein in de bossen van het UNESCO-natuurgebied Odenwald.

Burgerinitiatieven

De Hessische burgers nemen dat echter niet zonder verzet. In de hele deelstaat mobiliseren zich inmiddels al 200 burgerinitiatieven tegen de windkrachtplannen in de bossen. In heel Duitsland wordt het aantal anti-windkrachtinitiatieven inmiddels op zo’n 900 geschat.

Windkrachtlobbyisten argumenteren weliswaar dat de bouw in de bossen vooral in ecologisch minder waardevolle naaldbossen plaats zou vinden, maar de effecten op de natuur van zulke projecten zijn in alle gevallen ingrijpend. Het Bundesamt für Naturschutz gaat er vanuit dat per windkrachtmast een oppervlak van 0,2 hectare bos verloren gaat. Daarbij gaat het niet alleen om de betonnen fundamenten van de masten zelf, maar ook om de toevoerwegen en onderhoudsgebouwen. Als men dit doorrekent voor de bekende uitbreidingsplannen, dan dreigt in Duitsland in de komende jaren een aanzienlijk verlies aan bosoppervlak door de uitbouw van windkracht.

Biodiversiteit

Overigens is niet alleen de bodemafdekking en het rooien van bomen in de bossen een probleem. De windmolens in de bossen ontwikkelen zich in toenemende mate ook tot een ernstig probleem voor de biodiversiteit. Waar windmolens gebouwd worden, wijken de rode wouw, de zwarte ooievaar en andere vogelsoorten meestal uit.

Met name voor vleermuizen hebben de op allerlei plaatsen opgerichte windmolens zich tot een dodelijk gevaar ontwikkelt. De rotorbladen van de windmolens veroorzaken luchtkolken en drukverschillen waardoor vleermuizen verongelukken. Een onderzoeker van het Leibniz-Institut für Zoo und Wildtierforschung schat dat in Duitsland jaarlijks meer dan 250.000 vleermuizen door windmolens sterven.

Ornithologen in Beieren hebben vermelden bovendien gevallen waarin nesten van grote vogels in de buurt van bestaande of voorgenomen windmolens illegaal vernield werden. Daar zit vermoedelijk de bedoeling achter desnoods met criminele handelingen de juiste omstandigheden rond de windmolens te scheppen.

Geloofwaardigheidsprobleem

Hoe politiek explosief het thema windmolens in bossen in het bijzonder voor de Groenen is, werd duidelijk uit een demonstratie die in november in de Landkreis Postdam-Mittelmark, in de deelstaat Brandenburg, plaatsvond. Zo’n 300 demonstranten hadden daar gehoor gegeven aan de oproep van de vereniging ‘Waldkleeblatt’ om tegen de bouw van windmolens in een stuk bos op de Reesdorfer Heide te protesteren. Van de uitgenodigde vertegenwoordigers van de fracties in de landdag van Brandenburg was alleen Sven Schröder, die namens de AfD het woord voert over energiebeleid, op komen dagen. Opmerkelijk was verder dat ook Axel Kruschat, directeur van de Brandenburgse afdeling van de BUND (Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland, de Duitse afdeling van Friends of the Earth) bij het protest aansloot.  De natuurbeschermer noemde het een “dom idee” om windmolens in het bos neer te zetten. Dit maakt wel duidelijk dat de Groenen met de massieve uitbreidingsplannen voor windenergie een geloofwaardigheidsprobleem hebben ten aanzien van hun meest oorspronkelijke politieke thema en dat zelfs een deel van hun natuurlijke achterban ertegen in opstand komt.

Posted on

Waarom zijn koeien ‘milieuramp’, maar biobrandstoffen niet?

De overheid kent aan veehouderij een CO2-last toe voor landgebruik, bijvoorbeeld voor teelt van het voer dat koeien gebruiken en bemesting. Terwijl de overheid voor de teelt van biobrandstof nul CO2-emissies rekent.  Dat is meten met twee klimaten.

Uit activisten-rapport van de overheid (Ministeries VROM/LNV) en semi-overheid, (milieuclubs en Wageningen UR) CO2-labeling van voeding (2008): de vooringenomenheid spat van de pagina’s

Want of je nu koolzaad voor veevoer teelt of voor biodiesel, dat maakt voor het landgebruik en (kunst)mestgebruik niet uit. Zo krijgt veehouderij in media en overheidsvoorlichting wel milieulast toebedeeld per kg product (melk en vlees) versmald tot CO2-equivalenten. Maar biobrandstof niet, een liter biodiesel verbranden zou 0 CO2-emissie geven, de emissies uit teelt tellen niet mee.

Oormerken sinds EU-regulering 1997: waarom zou een koe bij een boer een CO2-emitter zijn….

Bij gelijke toerekening van CO2-equivalenten aan de energie-sector en de veehouderij, dus bij gelijke behandeling, zou bijvoorbeeld biodiesel niet meer als 0-emissie-energie per liter mogen gelden. Aan landbouw toegekende emissies, dienen dan op het conto van de energie-sector verrekend.

In dat geval zou het gehele duurzame energie-beleid op de helling kunnen. Omdat de overheid 50 procent van haar ‘groene’ doelen dekt met vele hectares biomassa. Wanneer de overheid die verrekening niet wil maken, dan dient de veehouderij een aanmerkelijke mindering toebedeeld te krijgen voor haar CO2-zonden.

…maar vee op zogenaamd ‘natuurterrein niet?

Feedprint en Agrifootprint
Bij het vaststellen van ‘duurzaamheid’-doelen voor de veehouderij in 2017 zien we hoe een CO2-uitstoot per kilo eiwit is berekend. Dat gebeurde op basis van de Feedprint-methode van Wageningen UR en Hans Blonk Consulting en diverse versies van de Agrifootprint van Blonk. Een milieudoel in de ‘Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij 1.0’ van overheid en veehouderij zou dan zijn om die waarde van CO2/kg product verder omlaag te krijgen.

Die Feedprint-methode, kent een CO2-waarde van 1080 kg per hectare toe aan de teelt van veevoer-gewassen, vanwege Land Use Change (LUC). Dat is een eigen gekozen gemiddelde van emissie-waarden in de literatuur. Wanneer je natuur in landbouwgrond omzet, zou je op landbouwgrond meer CO2-emissies veroorzaken dan in een ‘natuurlijke’ situatie. Dat is LUC.

Via complex verpakte berekeningen, vertalen ze CO2-strafpunten uit LUC dan naar CO2/kg melk of vlees. Zo zien we dat ze voor de teelt van koolzaad voor veevoer op 1 kg CO2 per kilo (Duits) koolzaad komen.

HOE slecht is vlees….De Staatsomroep krijgt honderden milijoenen euro’s voor globalistische agit-prop

Echter, als de emissie-waarden van Blonk, Wageningen UR en RIVM kloppen, dan moet je die LUC- ‘klimaatstrafpunten’ ook toekennen aan koolzaad dat je als biobrandstof teelt. Die hectares zijn evengoed aan de natuur onttrokken, volgens die zelfde redenatie. En dus moet je die CO2-emissie ook toerekenen aan biodiesel. In dat geval kom je niet op 0 CO2-emissie per liter biodiesel, maar al ongeveer 1 kg CO2 per liter.

En daar blijft het niet bij, zoals we zo dadelijk zien. Er zijn nog meer emissie-equivalenten die men de veehouderij toekent, die ook even goed aan biobrandstof zijn toe te schrijven.

Reken deze bloemenweide maar om in ‘CO2-uitstoot’: alleen via papieren toverij kun je van weiland CO2 maken

Een bloemenweide omrekenen naar ‘milieuschade’
Aan de basis van de Feedprint staat eerder onderzoek van Blonk Consulting voor het Ministerie van VROM in 2008 en de Vegetariersbond. De kwantificering van CO2 per kilo vlees staat weergegeven in het rapport ‘Greenhouse Gas Emissions of Meat’’ dat Blonk Consulting dat jaar met oa Wageningen UR en RIVM opstelde voor de VROM/LNV-gefinancierde stichting Duurzame Voedingsmiddelenketen

Hans Blonk zat in de ‘klankbordgroep’ van die stichting, die CO2-waarden per product voor consumenten moest adverteren.

Van de in dit rapport aan veehouderij toegekende CO2-emissie van 12,4 Megaton (6 procent Nederlandse emissies), schrijven ze 4,6 Megaton (1/3de totaal) toe aan ‘land occupation’, dus ook een LUC-waarde als bij de Feedprint en Agrifootprint. De door Blonk geproduceerde 6 procent wordt ook door de website vlees.nl geciteerd.

NOS Propaganda

Op basis van dergelijke berekeningen meldt de NOS dan op 28 maart onder de titel ‘HOE schadelijk is vlees eten’,dat een kilo rundvlees wel 30 kg CO2-emissies zou veroorzaken. De voorlichting van het volledig door de overheid gefinancierde Milieucentraal van Ed Nijpels ( 2,5 miljoen euro subsidie per jaar) slaat een zelfde toonaard aan, om je van vlees-eten af te helpen.

Hier is ‘milieuschade’ ook versmald tot CO2-equivalenten. En ook zij halen vooral Blonk aan als bron.

Hier zien we echter, dat louter de aanwezigheid van koeien op een hectare als ‘milieulast’ geldt. Want hoe meer ruimte scharrelkoeien innemen- dus hoe meer vrije uitloopruimte in de bloemenweide- hoe ‘schadelijker’ ze meetellen bij Blonk zijn rekenmethode van de CO2-voetafdruk.

….

Omdat Blonk ‘Geblokkeerde koolstof-vastlegging per hectare’ voor graslanden met koeien rekent, CO2-strafpunten. De aanname is hier opnieuw: de wilde natuur zou per hectare meer CO2 vastleggen dan een weiland met koeien. Het (papieren) verschil per hectare reken je dus in klimaat-strafpunten om.

En dus kunnen Braziliaanse runderen met hun vlees wel 60 kg ‘CO2’ per kilo vlees produceren: omdat per koe veel vrije graasruimte beschikbaar is op de Brazilliaanse Savanne (Cerrado).

Zo zien we dus dat ‘CO2’ gelijk staat aan ‘landgebruik’ bij CO2-voetafdruk-rekenaars. En dat je zo iets positiefs, scharrelkoe in een ruime weide- als negatief kunt uitleggen met een klimaat-jasje. Want er had op die hectare natuur kunnen groeien die in theorie meer CO2 zou vastleggen ( = LUC)

Slurpt deze vleeskoe wel 3400 liter water op 1 dag, 10 maal zijn lichaamsgewicht?

De Onlogische Voetafdruk

Volgens die zelfde simplistische aanname- landgebruik is milieuschade- komen ook beweringen tot stand van het Voedingscentrum (10 miljoen euro subsidie per jaar), over waterverbruik van vlees. Zij baseren zich op de Watervoetafdruk van de Universiteit Twente en Wereldnatuurfonds, om te beweren dat wel 15000 liter per kilo rundvlees nodig zou zijn.

Echter, neem een pink die in 16 maanden opgroeit tot de slacht in een weide. Als die 125 kilo vlees oplevert, zou zo’n Voedingscentrum-rund per dag (500 dagen lang) wel bijna 10 maal zijn lichaamsgewicht moeten drinken. Hebt U ooit een koe gezien met zo’n ongebruikelijke dorst?

Claims van wel 100 duizend tot 200 duizend liter per kilo rundvlees doen de ronde in de literatuur, en op campagne-sites. Kijk je naar de belangrijkste bron van dergelijke cijfers, de ecoloog David Pimentel, dan zie je ook hier: landgebruik staat gelijk aan ‘water’-verbruik bij de Watervoetafdruk van vlees.

Hoe meer ruimte een koe heeft om te grazen, iets positiefs, hoe hoger de Watervoetafdruk die ze toekennen. Het watervolume staat gelijk aan de hoeveelheid regen die op die begraasde hectares valt….

Met die aanname, wat zal dan wel de milieuschade zijn van de miljoenen hectares biobrandstof die geteeld moeten worden? En is er een reden die wel aan vleesvee toe te kennen, maar niet aan brandstof die men ‘groen’ noemt?

Oude koeienrassen, voor de liefhebber

Andere landbouw-emissies: uit mest
Het lijkt dus tijd om eens eerlijker te rekenen met milieu-lusten en lasten van diverse sectoren. Nu lijkt men de toekenning van emissies op politieke keuzes te baseren, en zo sectoren te discrimineren. Dit hoofdpunt van gelijke behandeling blijft overeind, wat voor technische onzekerheden er in berekening verder ook mogen zijn.

Als je mest van koeien op grasland en veevoer-gewas omrekent in CO2-equivalenten, dan moet je dat ook doen bij hectares met biofuels, als je biobrandstof-land bemest. En dat is wat bijvoorbeeld bij snijmais ruimhartig gebeurt. En dan komt er een forse CO2-emissie aan biodiesel te hangen, die nu op het landbouwbordje landt.

Een groot deel van eerder vermeldde Feedprint-emissies ontstaan namelijk- naast LUC-emissies- door het omrekenen van mestgebruik per hectare naar CO2-equivalent. Een extra vorm van landgebruik in CO2 omgerekend.

Mest is ook de emissie-factor die het RIVM gebruikt, om CO2-schuld aan landbouw toe te kennen.

Zo ver het oog reikt, intensieve mais-plantages voor biofuels

Wanneer je de emissies bekijkt die het RIVM jaarlijks rapporteert aan Klimaatpanel IPCC, dan bestaat hiervan 29 procent uit Soil Use. Dat lijkt op de zelfde ‘landgebruik’ als LUC, maar is het niet. Ook al komt die Soil Use-emissie ook ongeveer uit op 4,5 Megaton CO2-equivalenten, net als in het Blonk 2008-rapport.

We zien hier dat deze waarde totaal anders is berekend dan die van Blonk. Bij rapportage aan IPCC, rekent het RIVM in het geheel niet die LUC-waarde mee van landconversie (ten opzichte van natuurlijke situatie). Dat vermeldt RIVM expliciet (‘geen LULUCF’). Dus worden boeren bestookt met 2 gelijke waarden van 4,5 Megaton CO2-equivalent, die volledig anders zijn berekend.

Die van Blonk met LUC, die van RIVM hier plots zonder. Terwijl beide samenwerken, en beide voor hun werk door de zelfde overheden worden betaald. En alleen de door RIVM-gerapporteerde emissies tellen internationaal mee voor het IPCC.

Bij RIVM zien we dat het leeuwendeel van de ‘Soil Use’-emissies bestaan uit in CO2-equivalenten omgerekende N2O-emissies. En omrekening van andere stikstof-verbindingen.

Zo ver het oog rijkt, intensieve snijmais-plantages

Echter, het zelfde hoofdpunt van gelijke behandeling blijft ook hier staan: of je nu wel of geen LUC mee rekent. Los van de rekenmethode en alle onzekerheden, is er geen reden die Soil Use-emissie WEL aan landbouw toe te schrijven, maar ze niet te verrekenen met emissies door teelt van biobrandstof, die je nu als klimaatvriendelijk (0 emissie) mag opstoken.

En juist die emissies van biobrandstof-teelt zullen fors stijgen.

Stel dat de overheid daadwerkelijk bijvoorbeeld alle aardolie voor merendeels transport (39 procent energiemix 2017) zou vervangen voor biodiesel. In dat geval heb je wel 8-10 miljoen hectare landgrond nodig voor de teelt. (bij een biodiesel-equivalent per hectare van 3700).

Als je van 3 maal Nederland dan ook de LUC-emissies moet meerekenen bij biobrandstof, hoe ‘groen’ is ‘groene’ energie dan nog? En van alle mest-emissie per hectare die je omrekent in CO2-equivalent?

Eet soja voor het klimaat

Is ‘natuurlijk’ gelijk aan ‘onschadelijk’?
Men haast zich overal- ook bij Milieucentraal- om te stellen dat er zoveel onzekerheden bestaan bij emissie-berekening. Dat klopt en klinkt heel wetenschappelijk verantwoord. Maar daarmee omzeil je- naast sectorale discriminatie- een ideologisch addertje onder het gras.

De grootste zwakte van LUC-emissies is: waarom is ‘natuurlijk’ gelijk aan goed, dus dat ‘de natuur’ met haar ‘natuurlijke CO2-emissies’, bijvoorbeeld methaan uit moeras, als ‘normaal’ moet gelden?

Dat lijkt op de naturalistische drogreden, dat ‘de natuur’ gelijk staat aan ‘goed’, en ‘cultuur’ gelijk aan slecht. Immers, een oerbos is het meest natuurlijke bos dat bestaat. Maar via rotting van dood hout, bladeren en respiratie kunnen CO2-emissies hier groter zijn dan opname.

Het schijt-personeel van Fryske Gea dat overal haar keutels neerlegt zonder dat de boswachter er met een zakje achteraan moet lopen

Juist de veehouderij krijgt die naturalistische drogreden om de oren. Bijvoorbeeld wanneer RIVM met Wageningen Livestock Research wel 38 procent van de totale CO2-emissies toekent aan de befaamde koeienscheten: enteric fermentation door methaan, 500 kiloton in 2016. Maar wie beweert dat de natuur bij methaan-emissies vrijuit gaat, komt bedrogen uit.

In de literatuur vindt je enkel al voor de mondiale methaan-emissies van moeras- dus natuurgebied- een waarde van 250-450 maal de methaan-emissie van Nederlandse veehouderij. Plant-etende insecten als termieten kunnen volgens schattingen uit de jaren ’90 door Nijmeegse biologen wel 78 Megaton methaan uitscheiden per jaar.

Dat is evenveel als men nu de mondiale veestapel toerekent. (80 Megaton)

Water in een koe ‘verdwijnt’ niet, ze plassen het ook weer uit, zweten en verdampen, het komt weer terug in de natuur

Conclusie: Gelijke monniken….
Waarom zouden die ‘natuurlijke’ methaan-emissies NIET bijdragen aan het broeikas-effect, maar die van koeien wel? Beide zijn immers kort-cyclisch, afkomstig van via fotosynthese opgenomen plantenmateriaal.

Het kan alleen lang-cyclische CO2 zijn, koolstof uit vroeger geologische periodes, dat bijdraagt aan het broeikas-effect door ophoping van CO2 uit de lange cyclus. Dat is wat fossiele brandstof toevoegt. De enige redenatie die 0-emissies van biobrandstof rechtvaardigt, is dat die emissie kort-cyclisch is. Maar dat geldt ook voor veel emissies van landbouw en veehouderij.

Zo niet, dan geldt opnieuw: het toeschrijven van 0 emissies aan biobrandstof in energiebeleid- zoals de overheid nu doet- is een politieke keuze. Daarmee discrimineert zij landbouw en veehouderij ten opzichte van de energie-sector en haar eigen energiebeleid. Die keuze steunt niet op wetenschap voor CO2-emissie door land- en mestgebruik om die biobrandstof te telen.

LUC-Emissies en mest-emissies (in CO2-equivalent) die je dan aan landbouw toekent, zou je dus eigenlijk aan de energie-sector toebedelen.

Mag biobrandstof WEL haar 0-emissie-waarde houden als klimaatvriendelijke ‘groene’ energie? Dan kunnen de emissies uit koeienscheten en landgebruik OOK op de helling. En is de milieulast van koeien – versmald tot CO2-equivalent- plots 1/3de tot de helft lager.