Posted on

Is er nog een toekomst voor christenen in Irak?

Vier jaar na de inval van IS in Irak trok onderzoeksjournalist Jens De Rycke in samenwerking met VOS Vlaamse Vredesvereniging naar Noord-Irak om te zien wat de toestand daar is voor de Iraakse christenen en of zij nog een toekomst in hun thuisland hebben. 

De kerk in het Oosten heeft gedurende haar hele geschiedenis al te maken gehad met onderdrukking en vervolging maar het afgelopen decennium was rampzalig voor het christendom in Irak. Voor de Amerikaanse invasie van 2003 leefden er nog ongeveer 1.5 miljoen christenen in Irak. Vijftien jaar laten is daar ongeveer 2/3 van verdwenen. Het verwijderen van de dictator Saddam Hoessein bracht het land in een toestand van chaos waarbij de etnische en sektarische spanningen losbarstten die zorgden voor een spiraal van geweld en terreur. Bomaanslagen door extremistische organisaties zoals Al-Qaida viseerden o.a. de christelijke gemeenschap en creëerden met hun terreur een angstklimaat. Deze terreurgolf was de voornaamste reden waarom veel christenen vanuit de Iraakse grootsteden zoals Bagdad en Mosoel vluchtten naar de christelijke dorpen op de vlakte van Nineveh die op dat moment een veilige haven waren.  Maar dat alles veranderde toen IS in 2014 de stad Mosoel veroverde en nadien ook de vlakte binnenviel. Dorpen en kerken werden verwoest en ook deze keer moesten de christenen van Irak vluchten voor terreur.

Was het voor de christenen dan allemaal beter tijdens het tijdperk van dictator Saddam Hoessein? De rode draad in mijn interviews ter plaatse was dat niemand met heimwee terugkeek naar het tijdperk Saddam. Veel Irakezen – zowel christenen als personen uit andere gemeenschappen – stierven in zijn zinloze oorlogen alsook door zijn vervolgingen. Zo werden bijvoorbeeld naast Koerden ook veel Iraakse christenen slachtoffer van de Anfal-genocide. Maar ze maakten wel een belangrijke kanttekening bij zijn bewind: Saddam viseerde individuen en niet de christenen in het algemeen als geloofsgemeenschap. Zijn bewind was wreed en onderdrukkend maar zorgde daarnaast ook voor een zekere interne stabiliteit. En het is vooral deze stabiliteit waar naar terug wordt verlangd.

Is er een toekomst voor hen?

Het Amerikaanse leger is erin geslaagd te doen wat anderhalf millennium islamitische vervolging niet is gelukt. Het christendom in Mesopotamië bevindt zich in een ernstige toestand en kan zelfs deze eeuw nog verdwijnen. Vaak wordt de hedendaagse toestand voor christenen vergeleken met de Mongoolse invallen en de daaropvolgende vervolging in de 13de eeuw. Dit was naast de Ottomaans/Koerdische genocide van begin 20ste eeuw één van de grootste rampen in de geschiedenis van de Oosterse kerk. Maar wat is dan nu het verschil met deze dramatische periode en andere vergelijkbare periodes van vervolging uit het verleden?

Het antwoord daarop zijn de moderniteit en het globalisme. De mogelijkheid om buiten de eigen regio te vluchten heeft een andere dimensie gegeven aan de emigratie van (christelijke) vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Christenen vluchten nu niet meer (of in veel mindere mate) binnen de regio om zich elders in de regio te vestigen of om later terug te keren. Als ze er de mogelijkheid toe hebben vluchten ze nu buiten de regio en dan vaak naar westerse landen. De reden hiervoor is duidelijk: het Westen wordt bij hen nog steeds met het christendom geassocieerd en dus als een plaats gezien waar zij welkom zijn. Een plek waar zij zonder angst voor vervolging openlijk hun geloof kunnen belijden. De teleurstelling om te zien dat de huidige seculiere westerse maatschappij ver van hun denkbeelden staat is dan ook groot bij veel lokale oosterse kerkgemeenschappen wanneer ze zich eenmaal hier vestigen. Daarnaast worden ze in de buurten waar ze terecht komen ook vaak geconfronteerd met dezelfde islamitische gemeenschappen die ze trachtten te ontvluchten.

Een Midden-Oosten zonder christenen?

Als ik al de individuele verhalen hoor kan ik niets anders dan begrip opbrengen voor de redenen waarom deze christenen de regio ontvluchten. En het is dan niet meer dan begrijpelijk dat we hen om humanitaire redenen willen helpen door hen de conflictgebieden van het Midden-Oosten te helpen ontvluchten. Maar onbewust voeren we op deze manier ook de agenda uit van religieuze extremisten die een Midden-Oosten zonder christenen en andere religieuze minderheden willen creëren.

[pullquote]Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen.[/pullquote]

Als we het christendom in het Midden-Oosten willen helpen overleven zullen we voor hen duidelijker in de regio iets moeten betekenen door hen ter plaatse meer te helpen. De emigratiecijfers van de christenen zullen zich waarschijnlijk op een bepaald moment stabiliseren. De personen die wilden en konden vertrekken zijn weg.  Zij die de financiële middelen voor emigratie niet hebben of er bewust voor kiezen om te blijven zullen de christelijke gemeenschap in Irak vertegenwoordigen. Een kleinere kudde die met grote uitdagingen zal worden geconfronteerd. Enerzijds zullen ze in hun land met economische instabiliteit en conflicten blijven worden geconfronteerd. Daarnaast proberen de Koerden hen met discriminerende wetgeving en door middel van demografische druk van hun landen te verdrijven. Daarenboven blijft zelfs na de nederlaag van IS het gevaar dat religieuze extremisten de gemeenschap zullen blijven viseren.

Wat is er dan nodig om hen een toekomst te bieden? Vrede en stabiliteit zijn alvast een eerste voorwaarde.  En hiermee wil ik niet als een naïeve vredesactivist klinken die de dynamiek van het Midden-Oosten en de heersende machtsconflicten niet kent maar wil ik wel een oproep lanceren aan onze politici. Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen. De grootste slachtoffers van deze chaos zijn vaak ook de religieuze minderheden. Maar zelfs na de invasie van Irak werd deze les niet geleerd. Zo getuigt het beleid ten aanzien van Syrië…

Irakese en Syrische christenen

Het is politiek correcter om Irakese christenen te verdedigen dan Syrische christenen, maar in beide landen zijn ze slachtoffer van oorlogsgeweld. Beide zijn ze slachtoffer van vervolging door islamitische extremisten. Maar dan met het verschil dat veel Syrische christenen – omdat velen uit zelfbehoud de Syrische regering steunen – volgens sommigen niet dezelfde slachtoffer-status kunnen opnemen als hun geloofsbroeders in Irak. Uiteraard speelt hierin een geopolitieke dimensie mee. Extremistische soennitische groeperingen werden in Syrië door het Westen gesteund om een regimewissel te bewerkstelligen tegen dictator Bashar al-Assad. Dus werden de (oorlogs)misdaden die door deze extremisten ten aanzien van christenen en andere religieuze minderheden in Syrië werden uitgevoerd gebagatelliseerd. Of er werd de andere kant opgekeken…

Vorig jaar vroeg staatssecretaris Theo Francken tijdens de Paasviering bij de Assyrische gemeenschap in Mechelen om aandacht voor de christenen in de Syrische stad Mhardeh nabij Hama. Zij worden nog steeds door Jaysh al-Izza – een ‘gematigde’ soennitische rebellengroepering – met door de Amerikanen geleverde anti-tank raketten belegerd. Maar als hij tegelijkertijd tweetend juicht over de Amerikaanse luchtaanvallen in Syrië dan klopt zijn positie niet. In 2017 was de Amerikaanse luchtaanval in Homs één van de redenen waarom deze ‘gematigde rebellen’ een offensief tegen dit christelijke stadje konden uitvoeren. Politici die willen opkomen voor de christenen in het Midden-Oosten moeten zich dus afzetten tegen de nefaste westerse interventies die de regio destabiliseren. Wie wil bouwen aan een toekomst voor de christenen in deze regio zal een stem voor vrede moeten zijn.

‘Hungary helps’

Daarnaast hebben ze ook directe steun nodig om te blijven. De Koerdische en Iraakse autoriteiten helpen niet met het herbouwen van hun kerken en steden. Zij hebben dus onze steun nodig om dit samen met hen te doen. In het christelijke stadje Teleskuf zag ik tussen de nieuwbouw en de ruïnes van de vernielde gebouwen affiches met ‘Hungary helps’. Maar nergens zag ik in de dorpen die ik bezocht iets vergelijkbaars van een ander Europees land. Westerse landen bombardeerden deze plaatsen om IS te verdrijven en het is dan ook ontzettend jammer om te zien dat het Westen de ruïnes die ze heeft gecreëerd niet helpt weer op te bouwen.

Met het opnieuw opbouwen van kerken valt geen geld te verdienen en wapenhandel is voor veel politici lucratiever dan ontwikkelingshulp. Daarbij voelt voor de geseculariseerde elite van West-Europa steun aan christenen niet correct aan omdat ze Europeanen aan hun culturele wortels herinnert. Maar wie wel wil dat het christendom in de 21ste eeuw niet uit het Midden-Oosten verdwijnt moet zelf actief steun bieden. Help hen hun vernielde huizen en kerken weer op te bouwen, oefen druk uit op regeringsleiders om discriminerende wetgeving op te heffen en zorg voor economische ondersteuning zodat zowel zij als hun kinderen in hun thuisland een toekomst kunnen opbouwen.

VOS heeft een tentoonstelling gemaakt van het materiaal dat Jens De Rycke op zijn reis naar Irak verzamelde. Wij hopen u te mogen ontvangen bij de opening van deze tentoonstelling op zondag 7 oktober 2018 om 11.30u. in de Sint-Pieters-en-Pauluskerk (Veemarkt 44, 2800 Mechelen), na de misviering van de Chaldeeuwse gemeenschap. De tentoonstelling zal vervolgens nog tot 11 november 2018 te bezoeken zijn.

Posted on

Pax Christi hypocriet over christenvervolging in Syrië

Veel wordt geschreven over het lot van de Syrische christenen in de door ISIS ooit gecontroleerde gebieden. Over hun lot in de door de andere Salafistische groepen bezette gebieden hoort men zelden of nooit iets. Een in Syrië nochtans gespecialiseerde christelijke organisatie als het Nederlands-Vlaamse Pax Christi heeft er voor zover bekend nooit aandacht voor gehad.

Geen christenen meer

En nochtans hebben christenen en hun gebedsplaatsen het daar al hard te verduren gehad. Zelfs de media van die Salafisten geven dat soms toe. Een verhaal dat een klein tipje van de sluiter opheft is dit welke de website Syrian Observer recent publiceerde en afkomstig was van All4Syria, een van de vele websites van die groepen.(1)

De jezuïet Frans van der Lugt werd in april 2014 door een Salafist neergeschoten. In welke omstandigheden is nog steeds onduidelijk. Hij was ondanks het gevaar in zijn klooster in dat door die terreurgroepen bezet stadsdeel gebleven. Enkele dagen voor de bevrijding van dit deel van de stad Homs door het leger werd hij neergeschoten.

Het betreft een beslissing van de shariarechtbank in de stad Ghasam, gelegen in het zuiden van Syrië en ten oosten van de provinciehoofdstad Daraa. Hier besloot rechter Sjeik Asmat al Abasi om de kerken terug te geven aan hun gelovigen. Die christenen waren echter allemaal uit de stad en de regio gevlucht richting de nabijgelegen provincie Sweida, een vooral door druzen bevolkt gebied dat in handen is van de regering.

Die gebedsplaats van de Christelijke Evangelische Uniekerk is al sinds 2013 verlaten omwille van de Salafistische terreur. Sindsdien is er volgens All4Syria geen enkele christen meer in de stad. En vermoedelijk ook bijna niemand meer van andere niet-Salafistische geloofsgemeenschappen.

De Salafistische groepen in de provincie Daraa worden bij de gespecialiseerde media steeds omschreven als zijnde meer gematigd waarbij de invloed van Al Qaida er vrij beperkt is. Dit in tegenstelling tot de provincie Idlib waar haar controle bijna algemeen is.

Verhalen over het vernielen van gebedsplaatsen in door de regering bezet gebied zijn er in tegenstelling tot de toestand in de provincies Daraa en Idlib dan wel niet. Integendeel, het leger zal hen zelfs beschermen tegen de terreur van die salafistische groepen.

Het verklaart waarom slecht betaalde soldaten toch voor hun land en samenleving blijven vechten en continu hun leven riskeren. Het is een verhaal wat je bij Pax Christi en andere ngo’s van dat genre echter nooit zult horen.

Hypocrisie rond Frans van der Lught

Pax Christi, dat nog het eerste woord van kritiek moet geven op die Salafistische opstandelingen, hield eerder dit jaar wel een mars om de in de stad Homs op 7 april 2014 doodgeschoten Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt te herdenken. De dader is nog steeds niet bekend maar moet iemand van die Salafistische terreurgroepen geweest zijn. Hij zat daar immers in zijn klooster in geheel door die groepen bezet gebied.

Over de oorzaak van zijn dood en de vermoedelijke dader(s) echter voor zover geweten geen woord bij Pax Christi.(2) Deze mars was dan ook gewoon een schijnheilig misbruik van het leed van deze pater, een van de duizenden christelijke slachtoffers van die terreurbewegingen.

Omar Gharba in een legeruniform van het Vrije Syrische Leger voor hij overstapte naar ISIS. Zie de insignes op zijn borst. De vraag is wie dit zo te zien gloednieuw en piekfijn uniform betaalde. De Belgische of de Nederlandse belastingbetaler?

Deze mars van Pax Christi veroorzaakte dan ook groot ongenoegen bij de christelijke gemeenschappen in Syrië. Deze organisatie kiest al sinds 2011 de kant van die terreurgroepen. De enige slechten voor Pax Christi zijn de Syrische regering, die voor hen de vertegenwoordiger is van al het kwaad dat het land overkwam.

Voor groepen als deze en andere ngo’s is het juist de Syrische regering die schuldig is aan dit sektarisme dat tijdens deze oorlog enorm is toegenomen. Pax Christi werkt onder controle van de Nederlandse en Belgische bisschoppenconferentie. Zijn onze bisschoppen dan akkoord met het steunen van groepen die christenen desnoods omwille van hun geloof vermoorden?


1) Syrian Observer, 10 oktober 2017, All4Syria, ‘Daraa’s Churches to be Returned to Christians: Dar al-Adel Court’. http://syrianobserver.com/EN/News/33369/Daraa_Churches_be_Returned_Christians_Dar_Adel_Court/

De website Syrian Observer is een vrij interessante bron van informatie. Het brengt teksten van zowel de gewapende oppositie, de regering als van derden. Teksten die ze zoals deze vanuit het Arabisch vertaalt naar het Engels.

De website is door de Deense ngo International Media Support opgezet met de bedoeling een zogenaamd onafhankelijke Syrische pers te steunen. Hoe onafhankelijk blijkt wel als 51%, 35% en 6% van de fondsen van deze ngo afkomstig zijn van respectievelijk het Zweedse, Deense en Noorse ministeries van Buitenlandse Zaken. De hoofdlijn van deze website is dan ook die van steun aan die salafistische opstandelingen.

2) Pax, Zomer 2017.

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.

Posted on

Door pretentie alternatiefloosheid drijft westers establishment kiezers naar alternatieven als Trump

“Achteraf bezien lijkt Trumps overwinning een logische voortzetting van een breder proces dat zich ontvouwt in de westerse wereld: Hongarije, Polen, Brexit, mogelijke politieke verschuivingen in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk enzovoort”, aldus Ryszard Legutko, hoogleraar filosofie in Krakau en lid van het Europees Parlement voor de Poolse regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS, ECR-fractie) tegenover The American Conservative.

“Wat de ontwikkelingen in Europa en de Verenigde Staten gemeen lijken te hebben is een groeiend wantrouwen jegens het politieke establishment dat lange tijd de macht in handen heeft gehad. Mensen hebben een gevoel dat dit in veel gevallen het zelfde establishment is, ondanks de verandering van regeringen.”

Legutko analyseert vervolgens wat het wantrouwen jegens het politieke establishment veroorzaakt:

“Dit establishment wordt gekarakteriseerd door twee dingen: ten eerste, zowel in de Verenigde Staten als in Europa (en in Europa nog het sterkst) verklaren de vertegenwoordigers ervan schaamteloos dat er geen alternatief is voor hun agenda, dat er praktisch maar een set ideeën is – die van hun – die ieder beschaafd persoon mag onderschrijven, en dat zij zelf de enige verstrekkers van politieke respectabiliteit zijn; ten tweede zijn de leiders van dit establishment evident van matige kwaliteit, en dat is al zo lang het geval dat de kiezers het ook op kunnen merken.

Omdat de heersende politieke elites geloven dat zij de samenleving op de enige juiste politieke koers sturen, en dat zij de kwalitatief meest hoogstaande producten van de westerse politieke cultuur zijn, proberen ze het huidige conflict voor te stellen als een revolte van de onverlichte, verwarde en gemanipuleerde massa’s tegen de verlichte elites. In Europa lijkt het soms op een poging een nieuwe vorm van aristocratie te construeren, aangezien een plaats in de hiërarchie wordt toegewezen aan individuen en groepen, niet op basis van hun werkelijke opleiding of hun denkvermogen of de kracht van hun argumenten, maar vanwege het lidmaatschap van een bepaalde klasse. De nieuwe aristocraten zijn vol minachting voor het gepeupel, ze nemen geen blad voor de mond om ze de mantel uit te vegen, voor rotte vis uit te maken en de regels van de betamelijkheid te breken – en dit alles maakt niet dat ze zich minder aristocratisch voelen.

Het is denk ik dit contrast, tussen enerzijds de arrogantie waarmee de nieuwe aristocraten hun orthodoxie prediken en anderzijds de in het oog springende lage kwaliteit van hun leiderschap, dat uiteindelijk veel mensen in Europa en Amerika ertoe gedreven heeft om te zien naar alternatieven in een wereld waarvan het te lang was voorgehouden dat er geen alternatief was.”

Legutko wijst vervolgens fijntjes op de discrepantie in de beoordeling van de keuzes van de Amerikaanse kiezers door Europese establishment-commentatoren:

“Toen Amerika acht jaar geleden een volstrekt onbekende en onervaren politicus tot president koos, die ook nog eens niet bepaald een toonbeeld van politieke deugd was, werd deze keuze overal toegejuicht als een triomf van de politieke verlichting, en de president kreeg de Nobelprijs van tevoren, voordat hij iets had kunnen doen (niet dat hij naderhand iets van waarde deed). De voortzetting van dit beleid door Hillary Clinton voor nog eens acht jaar zou dit establishment en hun ideeën een nog sterkere positie hebben gegeven met alle betreurenswaardige gevolgen van dien.

Voor een buitenstaander als mijzelf, lijkt Amerika na de verkiezingen curieus verdeeld. Aan de ene kant is er het Amerika van Obama en Clinton dat het beste van de moderne politiek claimt te vertegenwoordigen, min of meer verenigd door een duidelijk linkse agenda met als doel een herstructurering van de Amerikaanse samenleving, het gezin, het onderwijs, gemeenschappen, de moraal. Dit Amerika loopt in de pas met wat algemeen beschouwd wordt als de tendens in de westerse wereld. Er lijkt echter ook een ander Amerika te bestaan, diep ontevreden met die eerste, kwaad en vastberaden, maar tegelijk verward en chaotisch, verlangend naar actie en energie, maar onzeker van zichzelf, trots op de verloren grootheid van hun land, maar zonder grote leiders, vol van hoop maar arm aan ideeën, een vreemde mengeling van groepen en ideologieën, zonder duidelijke identiteit of politieke agenda. Dit andere Amerika zou gepersonifieerd niet veel anders zijn dan Donald Trump.”

De christelijke kiezers

Rod Dreher van TAC vraagt Legutko hoe het kan dat 52 procent van de katholieken en meer dan 80 procent van de blanke evangelicalen op Trump stemden, ondanks het feit dat hij geen serieuze christen is. Dreher vermoedt zelf dat veel christenen van Trump verwachten dat er een einde komt aan de voortgaande aanvallen op de godsdienstvrijheid uit naam van de genderideologie.

“Christenen zijn de grootste vervolgde religieuze groep in de niet-westerse wereld, maar droevig genoeg ook de meest tot doelwit gemaakte religieuze groep in die westerse landen die besmet zijn met de ziekte van de politieke correctheid (dat wil zeggen vrijwel alle westerse landen). Sommige westerse christenen, inclusief de kerkleiding, hebben iedere gedachte aan verzet laten varen en niet alleen gecapituleerd maar zich zelfs bij de vijand aangesloten om hun eigen kudde te disciplineren. Geen wonder dat veel christenen bidden om betere tijden, hopende dat er tenminste een partij of een leider zal komen die de dwangbuis van de politieke correctheid wat losser kan maken en de anti-christelijke kantjes er af kan vijlen. Het was dan ook te verwachten dat, gegeven de keuze tussen Trump en Clinton, ze voor de eerste zouden kiezen. Maar is Trump zo’n leider?

Anti-christelijke vooroordelen hebben een institutionele en juridische vorm van zo’n omvang aangenomen, dat geen president, ongeacht hoe toegewijd aan de zaak, er snel verandering in kan brengen. Het is vandaag de dag in Amerika zelfs moeilijk om je bezwaar tegen politieke correctheid onder woorden te brengen, omdat het publieke en private discours fundamenteel gecorrumpeerd is door linkse ideologie, en het Amerikaanse volk heeft zichzelf gespeend van een alternatieve taal (en hetzelfde geldt voor de Europeanen). Om van dit discours af te bewegen vraagt meer bewustheid van dit probleem en meer moed dan Trump en zijn mensen lijken te hebben. Wat Trump wel kan en moet doen, en daaraan zullen we zijn bedoelingen zien, zij drie dingen:

Ten eerste moet hij breken met de, directe of indirecte, betrokkenheid van de regering in anti-christelijke acties, breken dus met de praktijk van zijn voorganger. Ten tweede moet hij de juiste rechters benoemen in het Hooggerechtshof. Ten derde moet hij de verleiding weerstaan om het politiek-correcte establishment te vleien, zoals sommige Republikeinen wel gedaan hebben, want dat zou niet alleen een slecht signaal zijn, maar ook getuigen van naïveteit: dit establishment is nooit tevreden met minder dan onvoorwaardelijke overgave van zijn tegenstanders.

Of dit genoeg ruimte zal creëren voor Amerikaanse christenen om een tegenoffensief te lanceren en verloren gebied te herwinnen, ik weet het niet. Veel zal afhangen van wat christenen zullen doen en hoe uitgesproken ze zullen zijn in het publiek maken van hun zaak.”

Liberalisme verdraagt geen pluralisme

demon-in-democracyMede naar aanleiding van zijn boek The Demon in Democracy spreekt Dreher verder met Legutko over de vraag hoe zaken als de uitslag van het Brexit-referendum en de verkiezing van Trump het politieke discours kunnen veranderen, nu is gebleken dat liberalen zich vergisten als ze dachten dat er een ‘goede kant van de geschiedenis’ was en zij eraan stonden.

“Liberalisme gaat, ondanks zijn opschepperige verklaringen van het tegendeel, niet over diversiteit, meervoudigheid of pluralisme, en dat is ook nooit zo geweest. Het gaat over homogeniteit en unanimiteit. Liberalisme wil dat alles en iedereen liberaal is, en tolereert niet dat iets of iemand niet liberaal is. Daarom hebben liberalen ook zo’n sterk gevoel voor wie de vijand is. Wie het ook maar met ze oneens is is niet slechts een opponent met andere opvattingen, maar een potentiële of daadwerkelijke fascist, een Hitler-adept, een xenofoob, een nationalist, of – zoals men in de EU vaak zegt – een  populist. Zo’n miezerig persoon verdient het om veroordeeld, bespot, vernederd en uitgescholden te worden.

Het Brexit-referendum had gezien kunnen worden als een oefening in diversiteit en als zodanig geapprecieerd kunnen worden door iedere pluralist, of als empirisch bewijs dat de EU in zijn huidige vorm er niet in slaagde diversiteit te accommoderen. Maar de reactie van de Europese elites was anders en voorspelbaar – dreigementen en veroordelingen. Voor de Brexit reageerde de EU op een vergelijkbare wijze op de verkiezingsoverwinning van non-liberalen in Hongarije en later in Polen, waarbij de winnaars meteen als fascisten werden geclassificeerd en de verkiezingen als niet helemaal legitiem. Het liberale denken zit zo in elkaar dat het alleen die verkiezingsuitslagen accepteert waarin de correcte partij wint.

Het valt dan ook te verwachten dat er op dezelfde manier omgegaan zal worden met Donald Trump en zijn regering. Zolang de liberalen de toon van het publieke debat zetten, zullen ze diegenen blijven wegzetten die volgens hen ten onrechte gekozen zijn of die volgens hen verkeerd gestemd hebben. Dit zal niet ophouden totdat boven iedere twijfel verheven is dat de veranderingen in Europa en de VS niet van tijdelijke en vluchtige aard zijn en dat er een levensvatbaar alternatief is dat niet zal verdwijnen met de volgende democratische pendelbeweging. Maar dit alternatief is zich nog aan het vormen en we weten nog niet zeker wat het uiteindelijke resultaat zal zijn.”

Posted on

‘Werk samen met Koerden om minderheden Irak te helpen’

De Europese Unie en de Verenigde Naties moeten samenwerken met de Koerdische strijdkrachten om de vervolgde minderheden in Irak te helpen. Dat stelt de European Christian Political Movement (ECPM), een politieke partij op Europees niveau waaraan vanuit Nederland de ChristenUnie en de SGP deelnemen, in een persverklaring.

De ECPM spreekt in de verklaring van een humanitaire crisis, die is ontstaan doordat de oprukkende ‘Islamitische Staat’ (voorheen bekend als ISIS) religieuze en etnische minderheden zoals christenen, jezidi’s en Turkmenen tot op de dood vervolgd en hun culturele en religieuze erfgoed vernield, zoals bevestigd wordt door diverse mediabronnen en VN-functionarissen in Irak.

Genoemde minderheden zijn op grote schaal naar de autonome Koerdische regio in het noorden van Irak gevlucht. Het bestuur van de Koerdische regio heeft duidelijk verklaard de voor de terreur van ISIS gevluchte minderheden in bescherming te willen nemen en daar ook naar gehandeld. Daarbij hebben de zogeheten Pesjmerga (Koerdische milities) hun leven in de waagschaal gesteld om hun territorium en enclaves met concentraties van minderheden te verdedigen. Eerder verklaarde de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN al dat zo’n 40.000 Syriërs hun toevlucht hadden gezocht in de Koerdische regio van Irak.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De ECPM ziet echter ook dat de middelen van de Koerden voor het afhouden van ISIS beperkt zijn en vraagt daarom om doortastend handelen van de internationale gemeenschap. De Europese Unie en de Verenigde Naties moeten zo snel en effectief mogelijk de Koerdische regionale overheid te hulp schieten. De ECPM ziet in haar namelijk de enige stabiele politieke partner in Noord-Irak die handelt naar maatstaven van de mensenrechten. De grondwet van de Koerdische regio garandeert ook gelijke rechten voor minderheden.

Bovendien krijgt de Koerdische regionale overheid niet de steun van de centrale Irakese overheid die ze zou mogen verwachten, mede daarom is het volgens de ECPM van belang dat de internationale gemeenschap hier een rol opneemt. Bestaande politieke verschillen van inzicht mogen daarvoor, gezien de omvang van de crisis, geen belemmering voor vormen, aldus de persverklaring.

Tot slot wijst de ECPM nog op een petitie aan de Verenigde Naties en de Arabische Liga inzake de Iraakse christenen: http://citizengo.org/en/9810-save-iraqi-christian-community

Posted on

Nederland tekent eigen doodsvonnis door negeren slachting christenen in Midden-Oosten

Terwijl in het Midden-Oosten niet alleen messen maar ook zwaarden worden geslepen heeft Nederland met het verwerpen van de motie voor VN onderzoek naar de massale slachtingen op christenen haar eigen doodvonnis getekend. Want met het internationaal blijven ontkennen van deze nieuwe genocide snijdt Nederland in haar eigen vrije vingers.

Daar waar ISIS het kalifaat heeft uitgeroepen is het niet meer veilig voor andersdenkenden. Voor christenen is de dreiging nog groter. Christenen worden namelijk vermoord. Dat is geen gerucht meer, dat zijn keiharde feiten en het kabinet lijkt het nog steeds te willen ontkennen.

Het kalifaat is niet genoeg voor ISIS en evenmin voor ISIS-sympathisanten in Nederland. Het moet groter, beter, gruwelijker en voornamelijk: gevaarlijk voor alle verworven vrijheden die wij hebben in het westen. Sympathisanten willen een islamofascistische staat. Alleen hun volk, hun religie, hun denkwijze en hun wetten. Het sluiten van de ogen voor dit enorme gevaar is het eigen doodsvonnis.

In Nederland beginnen de eerste anti-ISIS demonstraties eindelijk vorm te krijgen. In de Kamer blijkt dit geluid alleen nog maar via een paar Kamerleden te horen. Waaronder CDA-Kamerlid Omtzigt, die onlangs een vlammende speech hield over de gevaren van deze vorm van moslimsextremisme.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Niet alleen in het Midden-Oosten is de sfeer grimmig. Ook vanuit een ander islamitisch land begint de dreiging naar het christendom alleen maar toe te nemen. Afgelopen week alleen al viel Azerbeidzjan – u weet wel, dat land dat een groot gebied waar een Armeense enclave woont gewoon opeist – Armeense dorpen in het grensgebied aan. Ook dit geweld moet worden afgekeurd maar komt helaas niet aanbod in de Kamer.

Er moet een onderzoek komen naar de massale afslachting van christenen in Irak en Syrië. Er moet internationaal worden opgetreden tegen het toenemende geweld in de Kaukasus. Er moet internationaal worden opgetreden tegen dit geweld. Er moet internationaal worden opgetreden tegen elke vorm van buitensporig geweldig en terrorisme. Dat is namelijk geen kwestie van elkaar een andere mening gunnen, maar het trekken van een ethische grens: vrijheid moet voor iedereen vanzelfsprekend zijn en veiligheid moet niet een wens zijn maar een zekerheid. En pas als Nederland die ethische grens durft te trekken, dan kan men in Nederland ook in die zekerheid leven.

Andrei Vreeling is oprichter van het Nederlands Comité van Verenigde Christenen, een organisatie die aandacht vraagt voor de pijnlijke situatie waar christenen in het Midden-Oosten en Afrika in leven

Posted on 1 Comment

De verslechtering van de positie van christenen in de Arabische wereld ten gevolge van de ‘Arabische lente’

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen. Naast de groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen, en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe. Christenen verlaten de regio in groten getale, en de christenen die blijven verkeren in een kwetsbare positie. Te midden van de verdrukking geven het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen en het aantal moslims dat zich bekeert tot het christendom reden tot hoop.

Ruim twee jaar geleden werd de Arabische wereld opgeschud door een golf van protesten en revoluties die uiteindelijk leidden tot grote politieke aardverschuivingen. Aanvankelijk kwamen de protesten vooral voort uit breed gedeelde ontevredenheid over de aanhoudende slechte economische situatie, hoge voedselprijzen en structurele werkeloosheid. In korte tijd verdwenen echter sociaal-economische motieven naar de achtergrond. De revoluties werden gekaapt door fanatieke bewegingen die hun kans grepen om hun islamitische agenda te verwezenlijken. Met name de rechteloosheid ten gevolge van de ‘Arabische lente’, in combinatie met de sterke opkomst van verscheidene politiek-islamitische bewegingen, maakt de positie van christenen steeds moeilijker.

In het eerste deel van dit artikel zal aandacht besteed worden aan (1) de specifieke gevolgen van de ‘Arabische lente’ voor de positie van christenen in de Arabische wereld. In het tweede deel zal ingegaan worden op één van de meest verontrustende consequenties van de verslechterde positie van christenen: (2) de emigratie van christenen uit de regio. Tot slot zullen (3) enkele perspectieven worden gegeven voor de toekomst.

1. Arabische lente of Arabische winter? De gevolgen van de opstanden in de Arabische wereld voor de positie van christenen.

De ‘Arabische lente’ werd door velen gezien als een brede maatschappelijke beweging die vroeg om een einde aan mensenrechtenschendingen, corruptie en armoede. Heel snel bleek echter de uitkomst van deze revoluties volledig in strijd met de oorspronkelijke bedoelingen van de demonstranten[1]. De hoopvolle bestempeling van de revoluties in de Arabische wereld als ‘Arabische lente’ door Westerse analisten was niet alleen te optimistisch, maar ook naïef. Zeker, de autoritaire machthebbers in landen als Egypte en Libië werden verdreven, maar daar zijn politiek-islamitische regimes voor in de plaats gekomen die in de praktijk net zo autoritair zijn als hun voorgangers. Democratische hervormingen blijven uit, de rechteloosheid neemt toe, en de grote economische uitdagingen waar de regio voor staat zijn niet opgelost.

De Arabische lente begon in Tunesië in december 2010 en werd gevolgd door andere Arabische landen. In alle Arabische landen is de opkomst van een grote verscheidenheid aan politiek-islamitische bewegingen een belangrijk kenmerk van de revoluties, ten koste van seculiere protestbewegingen. Als gevolg hiervan oefenen islamitische groepen grote invloed uit op het regeringsbeleid en laten ze hun invloed merken in de samenleving.

In Tunesië, Egypte en Libië leidden de opstanden uiteindelijk tot een verandering van regime, waardoor islamitische partijen aan de macht kwamen. In Marokko, Algerije en Jordanië werden hervormingen geïntroduceerd om islamistische facties tevreden te stellen en de sociale vrede te bewaren, maar bleven de zittende regimes aan de macht. In Syrië, Saoedi-Arabië en Oman werden demonstraties op gewelddadige wijze neergeslagen. Ook in Jemen en Bahrein was er met name in 2011 meer geweld, al heeft dat nog niet geleid tot structurele veranderingen. In Jemen trad President Saleh die sinds 1990 aan het bewind was, als gevolg van aanhoudende protesten begin 2012, af.

SYRIA_please credit Flickr.com/freedomhouseSyrië bevindt zich al meer dan twee jaar in een zeer gewelddadige burgeroorlog met zowel politieke als sektarische elementen, waarin het regeringsleger vecht tegen diverse rebellengroepen. Formeel is Bashar Al-Assad nog steeds aan de macht, maar de rechteloosheid in het land neemt toe, en er lijkt geen uitzicht op een spoedige oplossing van het conflict. Het aantal geweldsincidenten tegen christenen in Syrië is ook fors toegenomen. In algemene zin maakt het burgerconflict christenen bijzonder kwetsbaar voor verschillende vormen van vijandelijkheden[2].

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen die ook terug te zien is in hogere scores op de wereldranglijst christenvervolging van Open Doors[3]. Naast de hierboven beschreven groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe.

Moslims die zich bekeerden tot het christendom (doorgaans aangeduid als Muslim Background Believers) hadden het altijd al moeilijk vanwege de afwijzing door hun families, maar de rechten van historische christelijke gemeenschappen (zoals de Kopten in Egypte of de Arameërs in Syrië) waren tot op zekere hoogte gewaarborgd onder de autoritaire regimes. Na de Arabische lente, namen de discriminatie en het geweld tegen beide groepen christenen flink toe.

De opkomst van islamitische groepen als de Moslimbroederschap in Egypte, het islamitische Bevrijdings Front in Algerije en het salafisme hebben duidelijk negatieve gevolgen voor de positie van christenen. De Arabische lente kan daarom beter gezien worden als een voorspel voor een Arabische winter, waarin de verdrukking van christelijke minderheden zal intensiveren.

Egypte, waar drie kwart van alle christenen in het Midden-Oosten leeft, islamiseert in rap tempo. De afgelopen jaren hebben koptische christenen zwaar geleden onder het geweld van islamitische groepen. Het bloedbad in de wijk Maspero in oktober 2011 waarin 27 christenen om het leven kwamen en honderden en honderden gewond raakten bij een demonstratie, zette al heel snel de toon voor de komende jaren. In dit bloedige incident deed het leger niets om christenen te beschermen, maar nam zelfs actief deel aan de moorden.

In Tunesië werd in 2011 een Poolse priester in koelen bloede vermoord door radicale islamisten. Sindsdien hebben er geen soortgelijke incidenten plaatsgevonden in het land, maar de bevolking is erg bang en het islamisme is veel zichtbaarder op straat. In Algerije worden de vrijheden van christenen steeds meer ingeperkt. Het land werd recentelijk opgeschrikt door een terroristische aanval in In Amenas in januari van dit jaar[4] waar circa 70 mensen bij omkwamen. In Libië kwamen in een aanslag door salafisten de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens en drie van zijn stafleden in september 2012 om het leven[5].

De val van despoten als Khadaffi (Libië) of Moebarak (Egypte) zorgde voor een machtsvacuüm dat nu gevuld wordt door moslimfundamentalisten. Voor grote groepen van de bevolking worden islamisten gezien als het enige alternatief voor structurele armoede en werkloosheid, na mislukt sociaal-economisch beleid van de voormalige heersers. In Libië heeft de transitieregering al duidelijk kenbaar gemaakt de sharia te willen implementeren in de nieuwe grondwet evenals de Annahda partij in Tunesië, die sinds de verkiezingen in 2011 leiding geeft aan de regering in dat land. In Egypte en Marokko hebben islamitische partijen eveneens de verkiezingen gewonnen. In Syrië wordt het rebellenleger in de oppositie gedomineerd door soennitische fundamentalisten.

2. De emigratie van christenen uit het Midden-Oosten

Hoewel minder dramatisch en nieuwswaardig dan gewelddadige vervolgingsincidenten van christenen zoals moorden en verbrande kerken, is er een ware exodus aan de gang van christenen uit het Midden-Oosten. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de inheemse christelijke bevolking van Turkije geschat op ongeveer 20 tot 25 procent van de bevolking. Na golven van etnische en religieuze zuiveringen, wordt geschat dat er vandaag de dag slechts 100.000 tot 120.000 christenen wonen in Turkije, 0,15% van de totale bevolking.

Nu, anno 2013, verlaten christenen opnieuw de regio in grote aantallen, al moet deze trend niet worden overdreven[6]. Hoewel de Amerikaanse invasie in Irak en de revolutionaire golf die bekend staat als de Arabische lente niet het begin waren van de emigratie van christenen uit het Midden-Oosten, was het wel een belangrijk keerpunt. Door deze recente politieke ontwikkelingen worden christenen geconfronteerd met een geheel nieuwe situatie, met fysiek geweld, mensenrechtenschendingen, sharia-wetgeving en overheden die niet in staat zijn om hun meest kwetsbare burgers te beschermen. In sommige gevallen zijn christelijke minderheidsgroepen een direct doelwit. In andere gevallen staan ze tussen verschillende strijdende partijen in en zijn daardoor extra kwetsbaar.

Vanwege de precaire situatie van christenen in het Midden-Oosten slinken hun aantallen. Sinds de oorlog in Irak en het daaropvolgende conflict kiezen steeds meer christenen ervoor het Midden-Oosten te verlaten. Van de 1 miljoen christenen die er volgens sommige analisten voor 2003 in Irak woonden, zijn er vandaag de dag nog maar tussen 200.000-500.000 over.

Op dit moment heeft met name de Syrische burgeroorlog een massale vluchtelingenstroom op gang gebracht, in de eerste plaats naar de buurlanden Turkije en Libanon. De impact van de Syrische burgeroorlog wordt daar steeds sterker gevoeld. Schattingen geven aan dat tussen 200.000 en 400.000 van de in totaal 1,9 miljoen christenen Syrië hebben verlaten sinds het begin van de burgeroorlog, wat neerkomt op 15-25% van de totale vluchtelingenstroom.

De huidige Syrische burgeroorlog doet vele parallellen zien met het Iraakse geweld tegen christenen na de ondergang van Saddam Hoessein. Turkije en Libanon waren tot voor kort relatief stabiele landen, maar de nabijheid van het Syrische conflict kan een voorbode zijn van wat christenen in die landen te wachten staat.

Het is overigens belangrijk te onderkennen dat de emigratie van de Syrische christenen niet is begonnen met de burgeroorlog in 2011. Hoewel het zeker waar is dat grote aantallen christenen (en andere minderheden) de burgeroorlog ontvluchten, groeit de maatschappelijke druk op christenen in feite al decennia lang door de radicalisering van de islamitische soennitische bevolking.

Ook Egypte destabiliseert steeds meer, nu de Moslimbroederschap stevig in het regeringszadel zit en salafistische groeperingen vrij kunnen opereren door de grote rechteloosheid. Volgens sommige persberichten zijn sinds 2011 100.000 van de in totaal 10 miljoen christenen geëmigreerd uit Egypte, maar dat getal is waarschijnlijk overdreven. Hoe dan ook valt het niet te ontkennen dat sinds de val van Moebarak veel Egyptische christenen het land hebben verlaten.

3. Toekomstperspectieven

Het is belangrijk te beseffen dat de Arabische wereld zich nog steeds in een transitiefase bevindt. De uitkomst van de Arabische lente is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk in te schatten welke kant een land als Syrië op zal gaan, en het is ook niet duidelijk of islamisten in een land als Tunesië aan de macht zullen blijven. Tegelijkertijd zijn de verkiezingsoverwinningen van islamitische fundamentalisten in verscheidene landen een slecht teken en ziet het er heel somber uit voor christenen die in de regio wonen.

De toekomstperspectieven voor de positie van christenen in de Arabische wereld lijken daarom verre van positief. Het ligt in de lijn der verwachting dat de druk op christenen in de komende jaren zal toenemen. De islamitische partijen die nu aan de macht zijn is er alles aan gelegen die macht vast te houden om steeds meer sharia-wetgeving te implementeren. Maar nog veel zorgwekkender dan de islamisten in de regering is de voortgaande islamisering van de samenleving waardoor christenen steeds meer gezien worden als uitheemse groepen, terwijl het in feite hele oude gemeenschappen zijn. Vanwege de chaotische en bedreigende situatie in de regio, zullen daarom waarschijnlijk in de toekomst nog veel christenen emigreren.

Van het succes van het islamisme gaat regionaal een sterke invloed uit. Het inspireerde de inval van jihadisten in Mali in 2012 en de terreur van Boko Haram in Nigeria. In Irak laait het sektarisch geweld ook weer op. En er is een reële dreiging dat het conflict in Syrië overslaat op buurlanden Libanon en Jordanië. Tevens moedigen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ook de verspreiding van de politieke islam aan in Afrikaanse landen met een christelijke meerderheid zoals Kenia of Tanzania.

Naast de politieke ontwikkelingen en de islamisering van de samenleving, is de voortdurende rechteloosheid in landen als Libië en Syrië mogelijk nog veel ernstiger voor christenen omdat het betekent dat misdrijven die tegen hen gedaan worden in feite niet worden bestraft. Hierdoor zijn christenen kwetsbaar, en dit geldt in nog grotere mate voor christenvrouwen en -meisjes die steeds vaker slachtoffer worden van seksueel geweld.

Tegelijkertijd zijn er ook signalen van hoop. Ondanks de verdrukking groeit de kerk in het Midden-Oosten langzaam. Moslims bekeren zich tot het christendom. Met name in Egypte groeit het aantal gelovigen. Het gaat nog steeds om kleine aantallen, maar het is onmiskenbaar dat de belangstelling voor het evangelie toeneemt.

In Syrië is het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen een belangrijke ontwikkeling die ook hoopvol doet stemmen. Nu de kerk onder grote druk staat, reikt zij steeds meer uit naar de samenleving en probeert het evangelie in de maatschappij handen en voeten te geven. De solidariteit van christelijke gemeenschappen in Libanon en Turkije die Syrische vluchtelingen opnemen is ook prijzenswaardig.

Wanneer zal deze winter voorbij zijn? Wanneer kunnen we verwachten dat de situatie zal verbeteren voor de christelijke bevolking? De onderdrukking en vervolging zal duren zolang de islamitische fundamentalisten de macht kunnen vasthouden. Als de islamitische fundamentalisten het Arabische volk teleurstellen, met name door geen wezenlijke antwoorden te bieden op de structurele armoede en uitzichtloosheid, zou dat op de lange termijn voor meer openheid kunnen zorgen om het evangelie te verspreiden.


[1] Hussein Agha and Robert Malley, “The Arab Counterrevolution”, The New York Review of Books, 29/09/2011

[2] Dennis Pastoor, Vulnerability Assessment of Syria’s Christians¸ Open Doors International, juni 2013, http://www.worldwatchmonitor.org/2013/06/2579000/.

[4] “In Amenas: timeline of four-day siege in Algeria”, The Guardian, 25/01/2013, http://www.guardian.co.uk/world/2013/jan/25/in-amenas-timeline-siege-algeria.

[5] “Chris Stevens, US ambassador to Libya, killed in Benghazi attack”, The Guardian, 12/09/2012, http://www.guardian.co.uk/world/2012/sep/12/chris-stevens-us-ambassador-libya-killed.

[6] Markus Tozman, “A short overview of the status quo of Christian minorities in Egypt, Iraq, Turkey, Syria and Lebanon”, World Watch Unit, Open Doors International, 2012.

Posted on Leave a comment

Seculiere zendingsijver in Europa. Durven zwijgzame christenen de confrontatie aan?

Enkele weken geleden, op de Nederlandse ambassade in Tbilisi, Georgië vond een gesprek plaats tussen een medewerker van de ambassade, een medewerker van de universiteit in Tbilisi en een vertegenwoordiger van een Nederlandse universiteit.

Het volgende voorstel werd geopperd. In Georgië is er de noodzaak voor begeleiding voor kinderen met handicaps. De universiteit van Tbilisi heeft een plan uitgewerkt waarbij een school met dagopvang wordt gebouwd voor kinderen met allerlei soort van handicap. Hierdoor kunnen honderden kinderen geholpen worden in hun dagelijks leven. Geld om de school te bouwen is er, geregeld door Noorwegen en Japan. Het enige wat nog ontbreekt is het ontwerp zelf. Er is nog een beperkt geldbedrag nodig om het ontwerp te maken.

Helaas, de Nederlandse ambassade heeft wel geld, maar niet voor een dergelijk initiatief. De aanwezige fondsen zijn gelabeld en bestemd voor `sexuele minderheden´.

Zomaar een voorbeeld. Maar wel een die het seculiere gezicht van Nederland in Europa laat zien. In dit artikel bekijken we een aantal recente gebeurtenissen in dit licht.

Meer dan een belangengemeenschap
De Europese Unie vindt zijn oorsprong in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die in 1952 gevormd werd door zes landen (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland). Deze gemeenschap was bedoeld om samen te werken op het gebied van zware industrie, noodzakelijk om elkaars productie van wapentuig te controleren. In 1958 kwamen de Europese Economie Gemeenschap (EEG) en de Europese Atoom Gemeeschap (Euratom) tot stand. De laatste om het vreedzaam gebruik van atoomenergie voor vreedzame doeleinden in Europa te bewerkstelligen. De EEG bevorderde de onderlinge samenhang op het vlak van onderlinge handel. In 1993 werd bij het verdrag van Maastricht de Europese Unie zoals we die nu kennen een feit. Inmiddels heeft de Europese Unie 27 lidstaten.

Vormt het gedeelde belang van vrede, handel en economie de enige gemeenschappelijke grond voor een hechte samenwerking van Europese lidstaten? Nee. Om een andere gezamenlijke bron op het spoor te komen gaan we verder terug in de tijd.

Christelijke wortels
Dit jaar is het 1700 jaar geleden dat in Edict van Milaan[1] werd uitgevaardigd in het Romeinse Rijk door Licinius en Constantijn de Grote. Vanaf toen waren burgers vrij hun godsdienst openlijk uit te oefenen. We mogen zeggen dat vanaf toen het christendom groeide in Europa en de cultuur mede gevormd heeft. De landen in Europa hebben een christelijke geschiedenis met daarbij behorende culturen en tradities.

In de afgelopen 1700 jaar is vanzelfsprekend veel gebeurd en veranderd. Was in het jaar 1000 de theologie nog absoluut de koningin der wetenschappen, aan het einde van de middeleeuwen was dat de natuurkunde. De rede had het geloof verdreven van de universiteiten. Deze overwinning van de rede werd met de Verlichting bezegeld.

Anno 2013 hebben we te maken met een ander Europa, een werelddeel met een nieuw gezicht, een nieuwe orde. De landen in Oost-Europa herleven na het communisme. Het christendom groeit daar terwijl het in West-Europa tanende is.

Seculiere propaganda
Golden vroeger de christelijke waarden in West-Europa, inmiddels zijn ze  vervangen door humanistische en libertijnse waarden. Dit wordt met name verspreid door de instellingen van de Europese Unie. De Europese Unie is een instituut geworden die de soevereiniteit van de natiestaten overstijgt, terwijl het verdrag officieel stelt dat EU de soevereiniteit en identiteit van de lidstaten respecteert.

De bevordering van humanistische en libertijnse waarden zien we vooral terug bij de omgang met toetredingseisen voor nieuwe lidstaten. Een land dat wil toetreden tot de Europese Unie heeft officieel te maken met de criteria van Kopenhagen. Deze criteria bevatten een aantal voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het kunnen toetreden tot de Europese Unie. Deze voorwaarden zijn vastgelegd door de Europese Raad in 1993 in Kopenhagen. Volgens deze voorwaarden moet een land dat wil toetreden tot de Europese Unie o.a. de mensenrechten respecteren, democratische principes in de praktijk brengen en een goed functionerende markteconomie hebben. Buiten het gegeven dat de mensenrechten universeel worden benoemd, gaan de Kopenhagen-criteria niet in op ethische kwesties. Toch worden deze criteria in de praktijk gebruikt als een kapstok om humanistische c.q. libertijnse waarden te introduceren en aan landen aanvullende eisen te stellen voor toetreding. Moldavië kreeg bijvoorbeeld te maken met Europese druk om abortus en euthanasie te legaliseren, omdat toetredingsgesprekken anders geen zin hadden.

Niet alleen het de instellingen van de propageren deze seculiere waarden, diverse lidstaten waaronder Nederland doen dat ook. In het vervolg van dit artikel gaan we in op een aantal voorbeelden uit de praktijk waarin deze seculiere zendingsijver in Europa tot uitdrukking komt:
–          Het Pink Embassy initiatief en de Nederlandse ambassade in Albanië
–          De kwestie Rocco Buttiglione en Tonio Borg
–          De reacties op anti-homohuwelijk demonstraties in Parijs

PINK Embassy
PINK Embassy is een initiatief dat opkomt voor homorechten in Albanië en wordt mede gesubsidieerd door Nederlandse MATRA-programma en COC-Nederland. Regelmatig schuift de Nederlanse ambassadeur, De la Beij aan bij rondetafelgesprekken.[2]

Nu zijn er ongetwijfeld Albanezen die hierop zitten te wachten. Er is immers aandacht en geld voor een bepaalde minderheid. Echter veel Albanezen zien dit initiatief als een grove belediging aan het adres van Albanië. Wie denken de Nederlanders wel dat ze zijn, en waar bemoeit die ambassade zich eigenlijk mee?

Dit en het voorbeeld waar dit artikel mee begon, duiden erop dat het secularisme bepaald niet neutraal is, maar traditionele, christelijke waarden wil vervangen door wat men ‘moderne waarden’ vindt. Genoemd is al het voorbeeld waarbij alleen geld beschikbaar is voor ´sexuele minderheden´ in een land als Georgië waar christelijke waarden hoog in het vaandel staan. In die traditionele maatschappelijke context zullen secularisten in 2013 wel even vertellen dat het allemaal anders moet. Blind als men is voor voor het levensbeschouwelijk karakter van het eigen streven, schoffeert men zonder meer de lokale samenleving en hun tradities. En dat in naam van ‘Democratiebevordering’. Je gaat je afvragen van wie ze dit kunstje hebben afgekeken…

Rocco Buttiglione en Tonio Borg
In 2004 zou de Italiaan Rocco Buttiglione aantreden als eurocommissaris voor Justitie, Vrijheid en Veiligheid. Echter, hij werd weggestemd door liberale en socialistische groeperingen in het Europees parlement, met als reden dat hij als christen niet kan instemmen met de seculiere visie op homoseksualiteit. Hoewel Buttiglione aan de leden van het Europees Parlement helder uiteenzette dat hij zijn privémening keurig gescheiden zou houden van de uitvoering van de taken waarvoor hij als eurocommissaris verantwoordelijk is, werd hij toch weggestemd. Men pruimde zo’n conservatieve christen gewoonweg niet. Feitelijk was zijn levensbeschouwing de reden om af te zien van een aanstelling.

De casus Tonio Borg is van recenter datum. Hij volgde vorig jaar John Dalli op als eurocommissaris voor Gezondheid. Borg is orthodox katholiek en burger van Malta. Ook Tonio Borg werd bevraagd over zijn standpunten rondom abortus en het homohuwelijk. Ook nu weer kwam de meeste kritiek uit de liberale en socialistische kampen van het Europees Parlement. Uiteindelijk werd hij toch gekozen met een minimale benodigde meerderheid van stemmen.

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat het een orthodox christen bijzonder moeilijk wordt gemaakt om eurocommissaris te worden. De discussie gaat niet over de capaciteiten van de kandidaat, maar over levensbeschouwelijke zaken die vaak niets of slechts zijdelings te maken hebben met de functie. Daarnaast is het zo dat de Europese Unie zich niet mag inlaten met ethische kwesties van lidstaten. Op dit punt lopen wetten en regelgeving in de lidstaten uiteen. Het is volgens het verdrag niet toegestaan dat er vanuit de Europese Unie pressie wordt uitgevoerd op lidstaten om hun wetgeving op dit punt aan te passen.

Parijse demonstratie tegen homohuwelijk

Demonstraties in Parijs
Eind maart 2013 gingen meer dan een miljoen vreedzame betogers de straten van Parijs op om te protesteren tegen de invoering van het homohuwelijk. Schattingen naar aantallen liepen in de media nogal uiteen. Van honderdduizenden tot 1,4 miljoen.

Volgens de politie was er sprake van overtredingen door de betogers en daarom zette zij traangas in. Zelfs kinderen werden hier het slachtoffer van.

Men durfde zelfs zover te gaan dat organisaties die betrokken waren bij de organisatie van deze betoging, getypeerd moesten worden als staatsgevaarlijk, extra in de gaten moesten worden gehouden en mogelijk zelfs verbieden.

Wat in Frankrijk is gebeurd is demonstratief voor de toenemende intolerantie van het secularisme in Europa. We zien regelrecht de aanval geopend worden op christelijke organisaties die pleiten voor het traditionele gezin en daarmee tegen een mening van de dominante meerderheid ingaan. Blijkbaar raakten de protesterende mannen, vrouwen en kinderen – vaak ook jonge gezinnen! – een gevoelige snaar bij hun seculiere opponenten. Aan de andere kant moeten we bedenken dat er in Parijs meer dan een miljoen mensen op de been waren om christelijke waarden publiekelijk te verdedigen, daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

Geen enkele levensbeschouwing is neutraal
De christelijke overtuiging is niet neutraal, de niet-religieuze liberalen of atheïsten zijn beslist ook niet neutraal. Iedere overtuiging heeft levensbeschouwelijke of filosofische uitgangspunten. De christelijke heeft dat, de atheïstische of humanistische hebben dat niet minder. Het vertrekpunt bijvoorbeeld dat er geen waarheid bestaat of dat alle godsdiensten even waar of even onwaar zijn, is net zo goed vooringenomen als een religieus vertrekpunt. In filosofische zin gaat het bij geloven en bij niet-geloven om dezelfde handeling, slechts de oriëntatie of het object van de gelovige of ongelovige verschilt. Een mens kan de ene kant opgaan en zich in de richting van God bewegen, of zich van Hem vandaan bewegen en de andere kant opgaan. Tegenover God staat geen macht of mens neutraal.

Verder geldt de overweging dat de meerderheid niet altijd gelijk heeft. Soms is een mening zo dominant in een samenleving dat men bij voorbaat degenen die een andere opvatting erop nahouden als achterlijk bestempelt. In een democratie telt elke stem, anders ontaardt zij in een dictatuur van de meerderheid. Daarom is het belangrijk dat christenen vandaag de dag de moed opbrengen om een afwijkende mening naar voren te brengen.

En het is goed om christen-jongeren vaardigheden aan te leren hoe zij hun visie of mening naar voren kunnen brengen, zodat ze zich niet bij het eerste het beste tegenargument uit het veld laten slaan. Op deze manier kunnen we de zwijgzaamheid van christenen doorbreken. Dat hoeft niet alleen in het publieke debat te gebeuren, juist op de werkplek en in het alledaagse leven, bij de bakker of de kapper, is het goed om een andere visie te laten horen.

Zwijgzaamheid doorbreken
Christenen willen niet graag provoceren en zijn daarom mogelijk te zwijgzaam. Ze laten zich misschien ook te makkelijk uit het veld slaan met ondeugdelijke argumenten van anderen. Maar als we zelf wegduiken, geven we libertijnen en atheïsten volop de ruimte. Het liberale verhaal mag dan populair zijn, het is ook vrij kortzichtig. Men zet oude, diep verankerde waarden overboord voor nieuwe, soms zeer vluchtige opvattingen. Gisteren werd het homohuwelijk legaal, nu spreekt men over polygamie, wordt straks pedofilie ook normaal? Europa is door moderniteit en secularisme op drift geraakt. We moeten daarom onze zwijgzaamheid doorbreken. De samenleving mag best meer aan de weet komen waar christenen voor staan.


Zicht
Zicht 2013-2 kleinDit artikel verscheen in Zicht 2013-2: Christenvervolging wereldwijd.

Wereldwijd worden er vandaag de dag zo’n 100 miljoen christenen verdrukt en vervolgd omwille van hun geloof. Christenen in politiek en samenleving mogen niet zwijgen over het kwaad en onrecht dat medebroeders en –zusters in andere landen op deze wereld wordt aangedaan.

Vanaf 2012 heeft Novini een eigen rubriek in het tijdschrift Zicht onder de naam Worldview. Zicht is een kwartaaluitgave van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP. Meer info over Zicht vindt u hier.

Posted on Leave a comment

Christenen hadden in Assads Syrië meer vrijheden dan in Turkije

Dat schrijft Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie Joël Voordewind in een verslag van een reis die hij samen met een medewerker en iemand van de christelijke mensenrechtenorganisatie Jubilee Campaign maakte.

“Hoewel christenen volgens de grondwet niet worden erkend en formeel geen rechten hebben, was er onder Assad ruimte om christen te zijn. Er waren kerken die bezocht konden worden en klokken van kerken mochten worden geluid. Christenen konden eigen scholen en seminaries oprichten. Uit meerdere verklaringen hebben wij ook kunnen afleiden dat moslims en christenen in redelijke harmonie samenleefden en dat gematigde moslims en Christenen deel uitmaakten van  elkaars  vriendengroepen. Een vergelijking met de vrijheid van christenen in het huidige Turkije levert op dat een christen onder het regime Assad meer vrijheden kende dan een christen in  het huidige Turkije. In tegenstelling tot in Turkije mochten christenen hun eigen taal spreken, kerken bezoeken en bouwen, scholen (inclusief kinderopvang) en seminaries stichten. Verder hadden christenen hoge posities in de maatschappij en in de politiek. In de republiek Turkije is nu voor het eerst in de geschiedenis een christelijke Koerd in het parlement gekomen. In Syrië waren er meer mogelijkheden om politiek actief te zijn. Ook typerend is dat een kerk in Turkije geen klokken mag luiden -uitzonderingen daargelaten zoals in een enkel dorp waar (bijna) uitsluitend christenen wonen- terwijl dat in Syrië wel mocht. Volgens bisschop Samuel van Mor Gabriel die wij spraken had iedereen in Syrië in tegenstelling tot in Turkije respect voor bisschoppen. Hij deelde ons ook mee dat hij bij reizen vanuit Turkije naar Syrië respect ervoer van de Syrische politie. ”Er werd zelfs voor mij gesalueerd” vertelde hij”

Na de zogenaamde Arabische lente werd alles anders:

“Van de vele christelijke vluchtelingen die we hebben gesproken hebben we verhalen gehoord over beroving, bedreiging en ontvoering. Ook over fatwa’s tegen christenen onder meer inhoudende dat christenen straffeloos mochten worden ontvoerd of gedood. Vluchtelingen vertelden ons dat  het begon met rebellen die christelijke mensen met aanzien, zoals artsen of ondernemers, ontvoerden om met het losgeld wapens te kunnen kopen. Om het losgeld bij elkaar te krijgen is de familie genoodzaakt hun mooiste kleren te verkopen en in bepaalde gevallen zelfs hun  land en huis. Zelfs dan zijn ze echter nog niet zeker dat ze hun familielid weer in de armen kunnen sluiten. Door de gebeurtenissen voelden ook de gemiddelde burgers zich helemaal niet meer veilig en vluchtten. In Syrië vallen onder alle bevolkingsgroepen slachtoffers en zijn er onder alle groepen ook vluchtelingen. Christenen lijden echter aantoonbaar meer. Getalsmatig zijn er meer ontheemd en gevlucht [..]. Christenen zijn een makkelijk slachtoffer, omdat ze vaak welgesteld zijn en geen bescherming genieten. Ze hebben geen militie of leger die hen beschermd. Ze willen ook niet meevechten omdat ze pacifistisch zijn en het omver werpen van het regime niet hun doel is. Daarnaast zijn het de militante  moslims die christenen zwaar onderdrukken. Christenen kunnen niemand vertrouwen en heel moeilijk bepaalde gebieden of straten afschermen, zoals bijvoorbeeld de Koerden wel kunnen doen. Na drie uur gaat niemand meer de straat op uit angst voor ontvoering. [..] Berichten van ontvoerde en vermoorde christenen en stromen van christenen die richting Turkije vluchten, blijven ons bereiken.”

Het rapport beschrijft verder de situatie van de vluchtelingen, zowel binnen Syrië als in buurland Turkije, verschillende (gewapende) oppositiegroeperingen en tast verschillenden oplossingsrichtingen af om uiteindelijk tot een aantal aanbevelingen te komen.  Gesuggereerd wordt onder andere het vormen van een veilige zone voor christenen en opvang van christenen in aparte vluchtelingenkampen, zodat ze niet bedreigd worden door moslimvluchtelingen. Verder wordt ontraden wapens te leveren aan de oppositie vanwege de samenwerking radicaal-islamitische beweging Jabat al-Nusra.

Het reisverslag is op de website van Jubilee Campaign te downloaden.

Posted on Leave a comment

Christenen Pakistan wel risicogroep

De redenen die staatssecretaris Teeven noemt om Pakistaanse christenen niet als risicogroep te beschouwen, kloppen niet met de werkelijkheid. Er is wel degelijk sprake van sektarisch geweld en van beperkende maatregelen van de overheid.

PAKISTAN CHRISTIANS PROTESTStaatssecretaris Fred Teeven, van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, communiceerde in zijn kamerbrief “Asielbeleid ten aanzien van Pakistaanse christenen” van 26/03/2013 zijn besluit om Pakistaanse christenen niet aan te merken als risicogroep. Hoewel hij onderkent dat “alle religieuze minderheden, maar de ahmadi-gemeenschap in het bijzonder, te maken hadden met discriminatie, bedreigingen en geweld”, beschouwt hij alleen de ahmadi-gemeenschap als risicogroep. In zijn kamerbrief “Antwoorden kamervragen over het bericht dat ca 100 huizen van Pakistaanse christenen zijn verbrand vanwege vermeende belediging van Mohammed” van 03/04/2013 herhaalt Staatssecretaris Teeven zijn standpunt dat “op dit moment de kwalificatie van Pakistaanse christenen als risicogroep niet aan de orde is.”

De toezegging van Staatssecretaris Teeven “dat het niet kwalificeren van Pakistaanse christenen als een risicogroep geenszins betekent dat er nooit bescherming wordt verleend” en de erkenning dat “van de vreemdeling mag redelijkerwijs niet worden verwacht dat hij afziet van godsdienstige handelingen die hem blootstellen aan een werkelijk gevaar van vervolging” zijn geruststellend.

Echter, de redenen die Staatssecretaris Teeven aanvoert voor het besluit om Pakistaanse christenen niet aan te merken als risicogroep staan ver af van de feiten. In Pakistan is de christelijke bevolking minstens zo kwetsbaar als de ahmadi-gemeenschap, en zou dus wel degelijk aangemerkt moeten worden als risicogroep.

Staatssecretaris Teeven stelt in zijn kamerbrief dat “de vrijheid van vereniging en vergadering van christenen wordt, voor zover bekend, door de autoriteiten niet beperkt.” Deze uitspraak is in strijd met de werkelijkheid. De Pakistaanse overheid perkt de vrijheden van christenen wél in. In dit kader kan worden verwezen naar de wetgeving op godslastering en afvalligheid. Vele christenen (en moslims) zitten vast vanwege de vaak misbruikte wet op de godslastering. Verder is bekend dat de overheid regelmatig weigert om toestemming te verlenen voor de bouw van kerken of het houden van publieke bijeenkomsten – vrijheid van vereniging en vergadering.

Meerdere toonaangevende onderzoeksinstellingen delen hun zorg over de waarborging van de rechten van de christelijke minderheid in Pakistan. Op de wereldranglijst christenvervolging die Open Doors jaarlijks uitbrengt, bevindt Pakistan zich op plaats 14, wat wil zeggen dat Pakistan het 14de land ter wereld is waar christenen het meeste druk ervaren om hun geloof in vrijheid te beleven. Deze druk uit zich niet alleen in de publieke ruimte, maar ook nadrukkelijk in de privé-, familie- en gemeenschapssfeer.

De bevindingen van Open Doors worden gedeeld door de United States Commission on Religious Freedom (die Pakistan beschouwd als een “land van bijzondere zorg”) en het Noord-Amerikaanse Pew Forum. Volgens Brian Grim, senior onderzoeker bij Pew Forum is “Pakistan het land met het hoogste niveau van sociale vijandelijkheden met betrekking tot religie, en ook één van de landen waar de overheid de meeste beperkingen oplegt aan religie.” Deze studie benoemt nadrukkelijk de wetgeving op godslastering en afvalligheid, maar noemt ook nadrukkelijk het religieuze geweld dat veroorzaakt wordt door zowel radicaal islamitische groepen als familieleden van moslims die zich bekeren tot het christendom: “Bovenop het geweld in verband met de wetgeving op godslastering en afvalligheid, ervaart Pakistan tal van andere vormen van religieuze vijandigheid door invididuën, organisaties en sociale groepen, met inbegrip van maffia of sektarisch geweld, religie-gerelateerd terrorisme, intimidatie over religieuze kledij en andere religie-gerelateerde intimidatie of misbruik.”

In Pakistan ondervinden christenen niet alleen hinder van de overheid, maar nadrukkelijk ook van fanatieke radicaal-islamitische groeperingen, die druk uitoefenen op de autoriteiten om religieuze vrijheden in te perken, maar ook zelf daders zijn van aanslagen, ontvoeringen, verkrachtingen, valse beschuldigingen, gedwongen bekeringen tot de islam en zelfs moorden. Christenen voortdurend onder angst en voelen zich vaak nergens veilig. Het feit dat christenen zich hierdoor een “zekere zelfcensuur” opleggen zou dan ook gezien moeten worden als een teken van de dreiging die ze ervaren.

Dit artikel is eerder verschenen in het Nederlands Dagblad van donderdag 11 april 2013.