Posted on

Christchurch en Sri Lanka – Gewenste en ongewenste daders en slachtoffers

Radicaal-islamitische aanslagplegers lijken politiek en media niet in hun kraam te pas te komen, blanke daarentegen des te meer. Het resultaat is grotesk.

Nog nooit sprong de volstrekt verschillende behandeling van terroristische aanslagen door politiek en media zo onthullend in het oog als in de afgelopen Paasdagen. In de eilandstaat Sri Lanka zijn meer dan 300 mensen door radicale moslims vermoord. De moordenaars wilden gericht christenen en westerse toeristen treffen. De meeste media talmden echter minstens een dag om de achtergrond van de moordenaars bij de naam te noemen en spraken liever vaag-algemeen van “extremisten”.

Easter worshippers

De slachtoffers werden door prominente Amerikaanse politici als Barack Obama en Hillary Clinton niet als christenen, maar verhullend als “Easter worshippers” aangeduid, terwijl Nederlandse politici als Lodewijk Asscher het vermelden van hun religieuze identiteit simpelweg achterwege lieten. Waar politici zich na ‘Christchurch’ ogenblikkelijk solidair verklaarden met de moslimgemeenschap, werden de aanslagen op Sri Lanka niet als een aanval op de hele christenheid of het hele Westen geduid. Ook werden er niet meteen vermoedens uitgesproken over de wereldbeschouwing van de daders of over mogelijke ideologische overlappingen met bepaalde islamitische organisaties.

“Fascistische Internationale”

Hoe anders ging het enkele weken eerder, na de aanslag in het Nieuw-Zeelandse Christchurch. Niet alleen werd de dader toen in een handomdraai als blanke rechts-extremist geïdentificeerd, ook de religieuze identiteit van zijn slachtoffers werd prompt niet alleen vermeld maar ook uitgebreid gethematiseerd: hij wilde moslims doden. Sterker nog: talrijke media begonnen meteen de kring rond de aanslagpleger van Christchurch zo breed te trekken dat het absurd werd. Het toonaangevende Duitse tijdschrift Die Zeit fantaseerde zelfs over een “Faschistische Internationale”, waaronder het zelfs enkele vertegenwoordigers van de AfD en verwante organisaties schaarde. Zo kon men met de massamoord aan de andere kant van de wereld ideologische winst boeken in de “strijd tegen rechts” in eigen land.

Notre Dame

Notre Dame was daarentegen weer anders: Hier “wisten” de autoriteiten reeds dat het niet om opzet kon gaan terwijl de brand nog woedde en het onderzoek naar de oorzaak waarschijnlijk nog niet eens goed had kunnen beginnen. Wat de autoriteiten tot nog toe over de grote brand naar buiten hebben gebracht staat bol van de merkwaardigheden.

Ongelijke behandeling

Het verschil in de omgang met mogelijke of bewezen ideologisch gemotiveerde daden springt dermate in het oog, dat men nog slechts kan vervolgen met de vraag naar het motief voor de ongelijke behandeling. Ook die lijkt ideologisch gemotiveerd. Mogelijk treedt hier westerse zelfhaat aan de dag, die de blanke, pardon “witte” man slechts als dader wil zien, vanwege de primitieve dader-slachtofferclichés waaraan men zo verknocht is. Daarnaast streeft de asielideologie openlijk het doel na Europa minder blank, pardon “wit” te maken. Dan komen nieuwsberichten over de gevaren die de immigratie van bepaalde groepen met zich mee kan brengen niet zo goed van pas.

Posted on

Met Pasen zijn de eigen tradities van de Sorben goed te zien

Wie in de Lausitz komt, ziet overal tweetalige plaats- en straatnaamborden. Hier leeft sinds 1000 jaar het volk van de Sorben, een etnische minderheid zonder eigen staat, tussen de Duitsers. En ze hebben zo hun eigen tradities. Met Pasen kun je dat goed zien, aan het Paasrijden bijvoorbeeld.

De heimat van de tegenwoordig rond de 60.000 Sorben zijn de Oberlausitz in het oosten van de deelstaat Saksen en de Niederlausitz in het zuidoosten van Brandenburg. In het eerstgenoemde gebied wonen zo’n 20.000 Niedersorben en in het laatstgenoemde zo’n 40.000 Obersorben. De Saksische Oberlausitz strekt zich uit tussen Kamenz, Bautzen, Weißwasser en Hoyerswerda. “Veneti” noemden Romeinse geschiedschrijvers de hen onbekende Slavische stammen, die zich vanaf de volksverhuizingen in Centraal- en Oost-Duitsland vestigden. Zo ontstond het begrip ‘Wenden’. Deze oudere term wordt soms in Brandenburg nog wel gebruikt om de Sorben mee aan te duiden.

Folklore

Hoewel het aandeel van de Sorben op het geheel van de bevolking in Brandenburg onder de een procent ligt, is de rijke folklore en mythologie van het volk breder bekend en geliefd. Met Pasen, het grootste christelijke feest, is het schenken van eieren een wijdverbreid gebruik. In de dorpen van de Lausitz worden al generaties op Goede Vrijdag in de gezinnen Paaseieren versierd, om ze op Paaszondag weg te geven.

Kunstige Paaseieren

Sorbische Paaseieren zijn ver buiten het land bekend als kunstwerkjes. Daarbij is het belangrijk de typisch Sorbische elementen en symbolen te gebruiken. Zo symboliseert de driehoek de drie-eenheid van God en cirkels en stippen de bescherming van mens en dier tegen boze geesten. Strepen symboliseren zonnestralen, die voor warmte, licht en het opbloeien van de natuur staan. Alle symbolen worden in geometrische, gestileerde of naturalistische ornamenten geschikt.

In de Lausitz zijn vier technieken voor het versieren van eieren overgeleverd. Bij de wasbatik-techniek wordt met eerst was aangebracht op het ei, waarin patronen aangebracht kunnen worden met een ganzenveer of iets dergelijks. De eieren worden vervolgens in een kleuroplossing gelegd, waardoor de kleur wordt aangebracht op de delen van het ei die niet bedekt zijn. Dit procedé kan tot wel zes maal herhaald worden. Aan het eind wordt de was verwarmd en met een doek verwijderd. Een andere techniek is het toevoegen van kleurstoffen aan de was, om die zo op het ei aan te brengen. Verder is er de krastechniek, waarbij sterk geverfde eieren met een scherp voorwerp bewerkt worden. Tot slot is er de etstechniek, waarbij met een stalen pennetje en etsvloeistof versieringen op een gekleurd ei aangebracht worden. Op de vele Paaseiermarkten in de Lausitz kan men niet alleen de prachtige resultaten zien, maar ook hoe de volkskunstenaars met inspanning en precisie deze fijne werkjes afleveren.

Sorbische Paaseierenversiering in Schleifen (foto: Dr. Bernd Gross)

Paasrijden

Een andere befaamde Paastraditie van de Sorben is het Paasrijden, dat uit voorchristelijke tijden stamt. Ritjes rond de velden moesten het jonge zaad voor misoogsten behoeden. Vandaag de dag wordt de traditie in alle katholieke Sorbische gemeenschappen in ere gehouden. Feestelijke ruiterprocessies trekken van en naar Bautzen, Ralbitz, Wittichenau, Crostwitz, Panschwitz-Kukkau, Radibor, Storcha, Nebelschütz en Ostro, om de opstanding des Heren te verkondigen.

 

In de dagen voor Pasen worden de paarden op de boerderijen klaar gemaakt, het hoofdstel opgepoetst en de manen en staart versierd met linten en bloemen. Met Pasen begeven de in feestelijke klederdracht gestoken Paasruiters zich dan op weg. Maar niet voordat de vrouw des huizes haar man met wijwater uitgezegend heeft met de woorden “Bože žohnowanje a dobry nawrót!” (Gods zegen en een goede terugkeer!). Na drie rondjes om het kerkhof en de kerk begeven de ruiters zich zingend en biddend naar de naburige dorpen.

 

Paasruiters in Ostritz (foto: Dr. Bernd Gross)

 

Paaseieren rollen

Niet onvermeld blijven mag het Walkowanje. Vroeger gingen de kinderen met de eieren die ze gekregen hadden naar het Paaseieren rollen. De 19e-eeuwse volkenkundigen beweerden dat men geloofde dat het gedijen van de gewassen bevorderd werd door de eieren over het veld en de dorsvloer te rollen. In ieder geval was het een leuk spel. Men rolde de eieren achter elkaar aan. Wie met zijn ei een ander ei raakte, mocht beide hebben. Vandaag de dag is dit gebruik opnieuw geliefd.

Paaswater

Oudere mensen uit de streek herinneren zich wellicht ook nog het Paaswater. Vroeg in de morgen gingen jonge, ongehuwde meisjes in klederdracht naar een rivier die in oost-west-richting stroomt om daar Paaswater uit te scheppen. Het bijgeloof was dat dit schoonheid en kracht zou verlenen en ziekten zou genezen. Belangrijk was daarbij om niet te praten, anders zou het water zijn kracht verliezen. Voor jonge jongens was het nu de uitdaging om van alles te proberen om de meisjes te laten schrikken, zodat ze een kreet zouden slaken.

Paaskleppers

In enkele katholieke dorpen van de Sorbische Lausitz zijn op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag kinderen tussen de vier en veertien jaar oud met houten kleppers onderweg. Ze gaan ’s morgens, ’s middags en ’s avonds door het dorp en bidden bij iedere kruising. Aangezien de kerkklokken zwijgen, is alleen hun harde geklepper te horen, waarmee ze de mensen oproepen tot het Angelus-gebed.

In sommige dorpen bestond ook het gebruik dat jonge meisjes zich in de Paasnacht verzamelen en zingend door de dorpsstraat trekken. Dit gebruik werd in 1993 weer in ere hersteld door de Schleifer Singefrauen in Rohne (Rowno in het Sorbisch), bij Weißwasser. Ze trekken in halfrouwdracht van huis tot huis en zingen geestelijke liederen.

Posted on

‘Stille nacht’ – Hoe een Kerstlied een wereldhit werd

Een goed lied gaat de wereld over. En er is geen lied waarvoor dat meer geldt dan het kerstlied ‘Stille nacht, heilige nacht’. Op 24 december precies 200 jaar geleden zette Franz Xaver Gruber de destijds twee jaar oude tekst van zijn vriend Joseph Mohr op muziek. Het werk werd nog diezelfde avond in Oberndorf bij Salzburg voor het eerst door hen opgevoerd.

Wat geen van beiden kon vermoeden: De toegankelijke melodie zou een wereldhit worden, die tot op heden in meer dan 300 talen en dialecten door zo’n 2,5 miljard mensen ieder jaar met Kerstmis gezongen wordt. Wereldberoemd werd het lied door Bing Crosby’s radio-uitzending in 1934: De opname werd de op twee na meest verkochte muziekplaat aller tijden. Sinds 2011 behoort ‘Stille nacht’ officieel tot het immateriële culturele erfgoed van de mensheid.

Film

De populaire stof inspireerde sinds 1910 de meest uiteenlopende regisseurs tot een hele reeks, niet allemaal even geslaagde, films. Zo eenvoudig als de melodie is, zo moeilijk laat ze zich cineastisch omzetten. In het jubileumjaar heeft de Oostenrijkse tv-zender Servus TV in samenwerking met de Duits-Franse tv-zender ARTE en de Bayrische Rundfunk een nieuwe poging ondernomen. Het is een mix geworden van een muziekfilm en een verhalende documentaire. Een film van 52 minuten, waarin ‘Stille nacht’ nu eens gezongen, dan weer instrumentaal of als achtergrondmuziek voorbijkomt, gezongen steeds in de moedertaal van de vertolker. De variaties op het lied worden geschikt verweven met kerstige blikken op de plaatsen die bepalend waren in het ontstaan en de verspreiding van het lied. Daaronder in de eerste plaats Salzburg, maar ook New York, Londen, Parijs en Jeruzalem. Internationale sterren uit klassieke en popmuziek komen voorbij. Zo presenteren Joss Stone, Kelly Clarkson, Rolando Villazón, Anggun, Lina Makhoul, de Wiener Sängerknaben en het Mozarteumorchester Salzburg exclusief hun eigen versies van ‘Stille nacht’.

Loopgraven

‘Stille nacht’ was door zijn tekst altijd al een lied van hoop en verwachtingsvol uitzien, maar door het gezamenlijk zingen ervan in de wederzijdse loopgraven en de aansluitende verbroedering onder de vijandelijke soldaten aan het Westfront in 1914, werd het lied nog sterker verbonden met het verlangen naar vrede onder de mensen.

Om dit Kerstwonder nog eens na te vertellen, werd Robin Aristorenas met zijn team aan boord gehaald, die eerder onder andere voor de televisieserie Game of Thrones digitale effecten creëerde. De kijker wordt door de hele film geleid door toneelspeler Peter Simonischek, die de buitengewone geschiedenis van het lied simpelweg sprookjesachtig verteld.

https://www.arte.tv/de/videos/079462-000-A/stille-nacht/

Posted on

Onafhankelijkheid Oekraïense Kerk leidt tot breuk in Orthodoxe Kerk

Dat de patriarch van Constantinopel de onafhankelijkheid van de Oekraïense Orthodoxe Kerk van het patriarchaat van Moskou toestaat, werd door de Oekraïense president Porosjenko begroet als de voltooiing van de Oekraïense onafhankelijkheid van Rusland. De breuk betekent een pijnlijk verlies voor de Russische Orthodoxe Kerk.

De Oekraïense president Porosjenko verklaarde naar aanleiding van het erkennen van de onafhankelijke Oekraïense kerk het volgende:

“God heeft de strijd van het Oekraïense volks voor onafhankelijkheid gezien. Hij heeft onze gebeden gehoord. Hij heeft onze inspanningen gewaardeerd. Het is Zijn wil dat zijne heiligheid de oecumenische patriarch Bartholomeus I en de heilige synode van de moederkerk in Constantinopel hebben gezegd waarvan wij hebben gedroomd en waarvoor we hebben gevochten gedurende een lange tijd: Ja, de onafhankelijkheid van de Oekraïense Kerk. (…) Dit is een kwestie van onafhankelijkheid. Dit is een zaak van nationale veiligheid. Dit is een zaak van statelijkheid. Dit is een zaak van mondiale geopolitiek. Dit is de ineenstorting van Moskous eeuwenoude claim voor werelddominantie als het Derde Rome. De onafhankelijkheid van onze kerk is deel van ons pro-Europese en pro-Oekraïense beleid dat we de afgelopen vier jaar hebben gevolgd.”

Porosjenko had in april van dit jaar bij de patriarch van Constantinopel sterk aangedrongen op het erkennen van de onafhankelijkheid van de Oekraïense Orthodoxe Kerk.

Splitsing in de Orthodoxe Kerk

Patriarch Kirill van het Patrichaat van Moskou verklaarde hard te zullen reageren, hetgeen ook daadwerkelijk is gebeurd: De Russische Orthodoxe Kerk heeft haar banden verbroken met de Kerk van Constantinopel, wat de grootste scheuring binnen de Orthodoxe Kerk in duizend jaar inhoudt.

In de jaren ’90 werd de Oekraïense Orthodoxe Kerk meer autonomie verleend door het Patriachaat van Moskou.  Oekraïense nationalisten namen hier echter geen genoegen mee en zodoende is ook een tak van de Oekraïense kerk helemaal van de officiële Orthodoxe Kerk en onafhankelijk verder gegaan. De Kerk van Constantinopel heeft de door het Patriarchaat van Moskou opgelegde beperkingen in de contacten met deze schismatieke kerk opgeheven. Het Patriachaat van Moskou wijst erop dat de Kerk van Constantinopel de afsplitsing tegen het kerkrecht in heeft erkend en daarmee van de Orthodoxie is afgeweken. Wel is het bereid de banden te herstellen indien Constantinopels beslissing ongedaan wordt gemaakt.

Posted on

Is er nog een toekomst voor christenen in Irak?

Vier jaar na de inval van IS in Irak trok onderzoeksjournalist Jens De Rycke in samenwerking met VOS Vlaamse Vredesvereniging naar Noord-Irak om te zien wat de toestand daar is voor de Iraakse christenen en of zij nog een toekomst in hun thuisland hebben. 

De kerk in het Oosten heeft gedurende haar hele geschiedenis al te maken gehad met onderdrukking en vervolging maar het afgelopen decennium was rampzalig voor het christendom in Irak. Voor de Amerikaanse invasie van 2003 leefden er nog ongeveer 1.5 miljoen christenen in Irak. Vijftien jaar laten is daar ongeveer 2/3 van verdwenen. Het verwijderen van de dictator Saddam Hoessein bracht het land in een toestand van chaos waarbij de etnische en sektarische spanningen losbarstten die zorgden voor een spiraal van geweld en terreur. Bomaanslagen door extremistische organisaties zoals Al-Qaida viseerden o.a. de christelijke gemeenschap en creëerden met hun terreur een angstklimaat. Deze terreurgolf was de voornaamste reden waarom veel christenen vanuit de Iraakse grootsteden zoals Bagdad en Mosoel vluchtten naar de christelijke dorpen op de vlakte van Nineveh die op dat moment een veilige haven waren.  Maar dat alles veranderde toen IS in 2014 de stad Mosoel veroverde en nadien ook de vlakte binnenviel. Dorpen en kerken werden verwoest en ook deze keer moesten de christenen van Irak vluchten voor terreur.

Was het voor de christenen dan allemaal beter tijdens het tijdperk van dictator Saddam Hoessein? De rode draad in mijn interviews ter plaatse was dat niemand met heimwee terugkeek naar het tijdperk Saddam. Veel Irakezen – zowel christenen als personen uit andere gemeenschappen – stierven in zijn zinloze oorlogen alsook door zijn vervolgingen. Zo werden bijvoorbeeld naast Koerden ook veel Iraakse christenen slachtoffer van de Anfal-genocide. Maar ze maakten wel een belangrijke kanttekening bij zijn bewind: Saddam viseerde individuen en niet de christenen in het algemeen als geloofsgemeenschap. Zijn bewind was wreed en onderdrukkend maar zorgde daarnaast ook voor een zekere interne stabiliteit. En het is vooral deze stabiliteit waar naar terug wordt verlangd.

Is er een toekomst voor hen?

Het Amerikaanse leger is erin geslaagd te doen wat anderhalf millennium islamitische vervolging niet is gelukt. Het christendom in Mesopotamië bevindt zich in een ernstige toestand en kan zelfs deze eeuw nog verdwijnen. Vaak wordt de hedendaagse toestand voor christenen vergeleken met de Mongoolse invallen en de daaropvolgende vervolging in de 13de eeuw. Dit was naast de Ottomaans/Koerdische genocide van begin 20ste eeuw één van de grootste rampen in de geschiedenis van de Oosterse kerk. Maar wat is dan nu het verschil met deze dramatische periode en andere vergelijkbare periodes van vervolging uit het verleden?

Het antwoord daarop zijn de moderniteit en het globalisme. De mogelijkheid om buiten de eigen regio te vluchten heeft een andere dimensie gegeven aan de emigratie van (christelijke) vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Christenen vluchten nu niet meer (of in veel mindere mate) binnen de regio om zich elders in de regio te vestigen of om later terug te keren. Als ze er de mogelijkheid toe hebben vluchten ze nu buiten de regio en dan vaak naar westerse landen. De reden hiervoor is duidelijk: het Westen wordt bij hen nog steeds met het christendom geassocieerd en dus als een plaats gezien waar zij welkom zijn. Een plek waar zij zonder angst voor vervolging openlijk hun geloof kunnen belijden. De teleurstelling om te zien dat de huidige seculiere westerse maatschappij ver van hun denkbeelden staat is dan ook groot bij veel lokale oosterse kerkgemeenschappen wanneer ze zich eenmaal hier vestigen. Daarnaast worden ze in de buurten waar ze terecht komen ook vaak geconfronteerd met dezelfde islamitische gemeenschappen die ze trachtten te ontvluchten.

Een Midden-Oosten zonder christenen?

Als ik al de individuele verhalen hoor kan ik niets anders dan begrip opbrengen voor de redenen waarom deze christenen de regio ontvluchten. En het is dan niet meer dan begrijpelijk dat we hen om humanitaire redenen willen helpen door hen de conflictgebieden van het Midden-Oosten te helpen ontvluchten. Maar onbewust voeren we op deze manier ook de agenda uit van religieuze extremisten die een Midden-Oosten zonder christenen en andere religieuze minderheden willen creëren.

[pullquote]Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen.[/pullquote]

Als we het christendom in het Midden-Oosten willen helpen overleven zullen we voor hen duidelijker in de regio iets moeten betekenen door hen ter plaatse meer te helpen. De emigratiecijfers van de christenen zullen zich waarschijnlijk op een bepaald moment stabiliseren. De personen die wilden en konden vertrekken zijn weg.  Zij die de financiële middelen voor emigratie niet hebben of er bewust voor kiezen om te blijven zullen de christelijke gemeenschap in Irak vertegenwoordigen. Een kleinere kudde die met grote uitdagingen zal worden geconfronteerd. Enerzijds zullen ze in hun land met economische instabiliteit en conflicten blijven worden geconfronteerd. Daarnaast proberen de Koerden hen met discriminerende wetgeving en door middel van demografische druk van hun landen te verdrijven. Daarenboven blijft zelfs na de nederlaag van IS het gevaar dat religieuze extremisten de gemeenschap zullen blijven viseren.

Wat is er dan nodig om hen een toekomst te bieden? Vrede en stabiliteit zijn alvast een eerste voorwaarde.  En hiermee wil ik niet als een naïeve vredesactivist klinken die de dynamiek van het Midden-Oosten en de heersende machtsconflicten niet kent maar wil ik wel een oproep lanceren aan onze politici. Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen. De grootste slachtoffers van deze chaos zijn vaak ook de religieuze minderheden. Maar zelfs na de invasie van Irak werd deze les niet geleerd. Zo getuigt het beleid ten aanzien van Syrië…

Irakese en Syrische christenen

Het is politiek correcter om Irakese christenen te verdedigen dan Syrische christenen, maar in beide landen zijn ze slachtoffer van oorlogsgeweld. Beide zijn ze slachtoffer van vervolging door islamitische extremisten. Maar dan met het verschil dat veel Syrische christenen – omdat velen uit zelfbehoud de Syrische regering steunen – volgens sommigen niet dezelfde slachtoffer-status kunnen opnemen als hun geloofsbroeders in Irak. Uiteraard speelt hierin een geopolitieke dimensie mee. Extremistische soennitische groeperingen werden in Syrië door het Westen gesteund om een regimewissel te bewerkstelligen tegen dictator Bashar al-Assad. Dus werden de (oorlogs)misdaden die door deze extremisten ten aanzien van christenen en andere religieuze minderheden in Syrië werden uitgevoerd gebagatelliseerd. Of er werd de andere kant opgekeken…

Vorig jaar vroeg staatssecretaris Theo Francken tijdens de Paasviering bij de Assyrische gemeenschap in Mechelen om aandacht voor de christenen in de Syrische stad Mhardeh nabij Hama. Zij worden nog steeds door Jaysh al-Izza – een ‘gematigde’ soennitische rebellengroepering – met door de Amerikanen geleverde anti-tank raketten belegerd. Maar als hij tegelijkertijd tweetend juicht over de Amerikaanse luchtaanvallen in Syrië dan klopt zijn positie niet. In 2017 was de Amerikaanse luchtaanval in Homs één van de redenen waarom deze ‘gematigde rebellen’ een offensief tegen dit christelijke stadje konden uitvoeren. Politici die willen opkomen voor de christenen in het Midden-Oosten moeten zich dus afzetten tegen de nefaste westerse interventies die de regio destabiliseren. Wie wil bouwen aan een toekomst voor de christenen in deze regio zal een stem voor vrede moeten zijn.

‘Hungary helps’

Daarnaast hebben ze ook directe steun nodig om te blijven. De Koerdische en Iraakse autoriteiten helpen niet met het herbouwen van hun kerken en steden. Zij hebben dus onze steun nodig om dit samen met hen te doen. In het christelijke stadje Teleskuf zag ik tussen de nieuwbouw en de ruïnes van de vernielde gebouwen affiches met ‘Hungary helps’. Maar nergens zag ik in de dorpen die ik bezocht iets vergelijkbaars van een ander Europees land. Westerse landen bombardeerden deze plaatsen om IS te verdrijven en het is dan ook ontzettend jammer om te zien dat het Westen de ruïnes die ze heeft gecreëerd niet helpt weer op te bouwen.

Met het opnieuw opbouwen van kerken valt geen geld te verdienen en wapenhandel is voor veel politici lucratiever dan ontwikkelingshulp. Daarbij voelt voor de geseculariseerde elite van West-Europa steun aan christenen niet correct aan omdat ze Europeanen aan hun culturele wortels herinnert. Maar wie wel wil dat het christendom in de 21ste eeuw niet uit het Midden-Oosten verdwijnt moet zelf actief steun bieden. Help hen hun vernielde huizen en kerken weer op te bouwen, oefen druk uit op regeringsleiders om discriminerende wetgeving op te heffen en zorg voor economische ondersteuning zodat zowel zij als hun kinderen in hun thuisland een toekomst kunnen opbouwen.

VOS heeft een tentoonstelling gemaakt van het materiaal dat Jens De Rycke op zijn reis naar Irak verzamelde. Wij hopen u te mogen ontvangen bij de opening van deze tentoonstelling op zondag 7 oktober 2018 om 11.30u. in de Sint-Pieters-en-Pauluskerk (Veemarkt 44, 2800 Mechelen), na de misviering van de Chaldeeuwse gemeenschap. De tentoonstelling zal vervolgens nog tot 11 november 2018 te bezoeken zijn.

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

Turkse campagne tegen Moeder Teresa in Macedonië

Met een reeks bekladdingen op de Moeder Teresa-gedenktekens en acties met strooibiljetten probeert de Turkse ambassade in Macedonië onder de etnische Albanezen de geliefde christelijke symboolfiguren Moeder Teresa en Gjergj Kastrioti ‘Skanderbeg’ van hun sokkel te stoten.

Moeder Teresa, de heilige van de armen van Calcutta, drager van de Nobelprijs voor de Vrede van 1979, geniet wereldwijd groot aanzien bij mensen van allerlei godsdiensten en kerken. Bijzonder vereerd wordt ze echter door de Macedonische Albanezen, want de uit een katholieke familie uit Noord-Albanië stammende Anjeze Gonxha Bojaxhu werd in 1910 in de huidige hoofdstad van Macedonië geboren.

Toen Moeder Teresa voor haar weergaloze inzet in Calcutta de Nobelprijs voor de Vrede ontving, verkeerden de door Albanezen bewoonde gebieden in Macedonië, Kosovo en Abanië nog onder communistische heerschappij. Niemand was destijds geïnteresseerd in haar Albanese afkomst. Dat veranderde vanaf de jaren ’90 echter, toen de landen en bevolkingsgroepen in kwestie nieuwe symboolfiguren nodig hadden.

Haar dood 21 jaar geleden, op 5 september 1997, haar zaligverklaring op 19 oktober 2003 en haar heiligverklaring op 4 september 2016, grepen alle Albanezen aan, ongeacht waar ze woonden. De datum van haar zaligverklaring werd in Albanië tot nationale feestdag verklaard, de luchthaven van Tirana werd naar haar vernoemd. In de hoofdstad van Kosovo, Pristina werd in 2010 een Moeder Teresa-kathedraal geopend en in haar geboorteland Macedonië herinneren in Skopje een Moeder Teresa-gedenkteken en een gedenkhuis aan haar en zijn er in zo ongeveer alle door Albanezen bewoonde plaatsen wel gedenktekens voor haar.

Juist in haar geboorteland Macedonië zijn er echter toenemende aanwijzingen van een campagne tegen de ‘Moeder van alle Albanezen’. Sinds het voorjaar wordt haar gedenkteken in Skopje keer op keer bekladt met radicaal-islamitische leuzen. Als de bekladdingen verwijderd worden, wordt het gedenkteken steeds weer opnieuw besmeurd. Strooibiljetten die in Skopje verspreid werden, eisten dat het Moeder Teresa-huis in de Macedonische hoofdstad gesloopt wordt en dat de verering van deze “ongelovige” gestaakt wordt. “Alleen een islamitische Albanees is een ware Albanees”, zo heette het op aanplakbiljetten.

Turkse propaganda

De uit Kosovo stammende onderzoeksjournaliste Arbana Xharra heeft deze campagne na lang onderzoek weten te herleiden tot de Turkse ambassade en Turkse scholen in Macedonië. Deze verspreiden sinds enkele jaren onderhands propagandamateriaal tegen de Albanese christenen, die ongeveer een kwart van de bevolkingsgroep uitmaken. Turkse diplomaten en leraren propageren daarin de gedachte dat de Abanezen altijd islamitisch zouden zijn geweest. Hoewel historisch duidelijk is dat de Albanezen pas vanaf de Ottomaanse veroveringen in de 14e en 15 eeuw met de islam in aanraking kwamen. Voor het atheïstische bewind van Enver Hoxha goldt voor Albanië de vuistregel dat een derde van de bevolking katholiek, een derde orthodox en een derde islamitisch was.

De Turkse propagandisten lijken de Albanezen echter te willen gebruiken als een instrument voor het vergroten van de islamitische en Turkse invloed op de Balkan. De hetze tegen Moeder Teresa is zo bezien slechts het topje van de ijsberg.

Hoe sterk de Turks-islamitische invloed in Skopje reeds geworden is, merkte de onderzoeksjournaliste toen ze de uitkomsten van haar onderzoek in Macedonische media wilden publiceren. Geen enkele krant of radiozender wilde zich aan het onderwerp wagen. Zodoende werd het materiaal uiteindelijk door het Griekse dagblad Kathimerini gepubliceerd.

Skanderbeg

Naast Moeder Teresa richt de Turkse campagne zich ook tegen een andere nationale held van de Albanezen, Gjergj Kastrioti ‘Skanderbeg’. De van 1405 tot 1468 levende vorst uit het adellijke geslacht van de Kastrioti leidde in de 15e eeuw als eerste een opstand van de toen nog christelijke Albanezen tegen de Ottomaanse overheersers en gold zelfs in de communistische tijd nog als een Albanese nationale held. Radicaal-islamitische Albanezen in Macedonië willen echter niets van hem weten, omdat hij slecht aansluit bij hun ideaal van totale islamisering van de Albanezen.

Wat de Albanezen in Macedonië in 2001 met een korte burgeroorlog niet konden bereiken, namelijk meer rechten voor hun minderheid die een kwart tot dertig procent van de bevolking uitmaakt, lukt nu langs democratische weg alsnog. Ze waren namelijk nodig om de sociaaldemocraten aan een regeringsmeerderheid te helpen. Zo is het Albanees sinds mei 2018 de tweede officiële taal in geheel Macedonië.

Posted on

De dubbele agenda van de dictator-paus

Het nieuws van een groot onderzoek naar misbruik binnen de Katholieke Kerk in Pennsylvania sloeg in als een bom. De details van de getuigenissen van slachtoffers van misbruik door meer dan 300 priesters in de Amerikaanse staat liegen er dan ook niet om. Hoofdaanklager Josh Shapiro somde op zijn persconferentie op 14 augustus een aantal uit het 900 pagina’s tellende onderzoeksrapport op: een priester dwong een negenjarige jongen tot orale seks en spoelde diens mond daarna met wijwater; een jongen werd naakt aan een kruis gebonden en de priesters namen foto’s van hem; een priester maakt een meisje zwanger, regelt een abortus en ontvangt van de bisschop een brief waarin die zijn medelijden kenbaar maakt – niet aan het meisje maar aan de priester die haar heeft misbruikt; priesters in het bisdom Pittsburg runden een pedofiliering, waarin ze slachtoffers naar elkaar doorschoven.

Shapiro maakte ook bekend dat kerkleiders, zoals aartsbisschop Donald Wuerl, het onderzoek bewust hebben gedwarsboomd. Het is opnieuw een herhaling van zetten. De kerkleiding negeert keer op keer waarschuwingen en onderneemt geen stappen. Integendeel, de misbruikpriesters en -bisschoppen werden overgeplaatst naar andere parochies, waar ze vervolgens verder gingen met hun misdadige praktijken. De enige verantwoordelijke die het veld moest ruimen was kardinaal Theodore McCarrick, die onlangs zijn ontslag aanbood aan paus Franciscus. Deze accepteerde het ontslag. Maar ontslag aanvaarden is een passieve handeling is, niet een actief optreden tegen misbruikers! Het blijft bij mooie woorden en een wat scherp aangezette brief. Eerder dit jaar vergaloppeerde de paus zich ook al in de kwestie rond de Chileense bisschoppen. Ook dat land kent een langdurig misbruikschandaal, waarin de verantwoordelijke priesters en bisschoppen buiten schot bleven. Paus Franciscus deed onthullingen daarover af als laster, maar werd uiteindelijk gedwongen het ontslag te aanvaarden van 3 van de 34 Chileense bisschoppen die een ontslagbrief hadden ingediend.

Waar is het 300 pagina’s tellend dossier over seksueel misbruik in de kerk, dat de toenmalige paus Benedictus XVI vlak voor zijn abdicatie ontving? De katholieke blogger Louie Verrecchio (https://akacatholic.com/) schreef onlangs dat Benedictus (mogelijk afgetreden vanwege de onthullingen in het dossier?) zijn opvolger de opdracht meegaf stappen te ondernemen. “Maar wat heeft Jorge Bergoglio, die het dossier nu vijf jaar in handen heeft, gedaan?” vraagt Verrecchio zich af. “Hij benoemde een homoseksueel, priester Battista Ricca, tot hoofd van de Vaticaanse Bank en antwoordde op vragen over de seksuele gerichtheid van de man “Wie ben ik om te oordelen?”; hij publiceerde een rapport voor de Synode van 2014 waarin hij schrijft dat “homoseksuelen gaven en kwaliteiten hebben die ten goede kunnen komen aan de christelijke gemeenschap”; hij benoemde Juan Barros tot bisschop in Chili, hoewel mensen de paus wezen op de homoseksuele voorkeur van Barros; hij benoemde priester James Martin, een LHBT-activist, tot raadgever bij het Secretariaat voor Communicatie van het Vaticaan.” En eerder deze maand benoemde de paus de Portugese priester José Tolentino Mendonça tot hoofd van het Geheim Vaticaans Archief. Mendonça zegt dat “Jezus geen regels vaststelde” en hij verkondigt de ideeën van een non die abortus en het homohuwelijk goedkeurt.

Veel zalvende woorden, maar ondertussen de verkeerde daden stellen. Hoe anders gaat de paus te werk als het gaat om priesters en bisschoppen die meer traditioneel en conservatief zijn. Kardinaal Raymond Burke heeft dat als een van de eersten ondervonden. Eind 2013 verwijderde paus Franciscus hem uit de Congregatie voor de Bisschoppen. Burke wordt gezien als woordvoerder van de conservatieve vleugel binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Een van de jongste slachtoffers van de progressieve koers van paus Franciscus is de aartsbisschop van Zagreb, kardinaal Josip Bozanić. Eind juli werd bekend dat het Vaticaan de conservatieve Bozanić wil verwijderen van zijn post in Zagreb en vervangen door de jonge bisschop Dražen Kutleša. Het is geen geheim dat de paus de traditionalistische kerkleiding in Kroatië niet ziet zitten. Kardinaal Bozanić spreekt zich openlijk uit “tegen de mislukte ideologieën uit de vorige eeuw, die een nieuwe orde in de samenleving willen creëren en vrede, welvaart en volledige gelijkheid beloven”. En terwijl Franciscus er geen probleem mee heeft een hamer-en-sikkel in ontvangst te nemen van de Boliviaanse president Evo Morales (in 2015), leidde Bozanić in mei 2017 een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van het communisme. “Voor ons betekende het communistische totalitaire systeem het begin van nieuwe vervolgingen, detenties en het vermoordden van onschuldige mensen in kuilen, ravijnen en massagraven. Vele daarvan bestaan nog steeds en zijn niet onderzocht,” aldus de kardinaal.

Paus Franciscus houdt er een dubbele agenda op na. Hard optreden richting conservatieve en traditionalistische priesters en weifelen of geen actie ondernemen naar liberale prelaten. Dat past binnen de politieke en theologische visie die ontwikkeld is door de ‘St. Gallen Groep’, een verzameling progressieve kardinalen die probeerde de verkiezing van paus Benedictus te voorkomen en er in 2013 in slaagde Jorge Bergoglio tot paus te laten verkiezen. Dat is althans de mening van Henry Sire, die onder het pseudoniem Marcantonio Colonna, vorig jaar The Dictator Pope: The Inside Story of the Francis Papacy publiceerde. In dat boek beschuldigt Sire paus Franciscus van opportunisme, tiranniek gedrag richting andersdenkenden, het mislukken van het aanpakken van corruptie in het Vaticaan, en het doelbewust sturen van de Synode over het Gezin, waarvan de uitkomsten moesten leiden tot wijziging van de moraal-leer van de Kerk. Eenzelfde mening houdt Philip Lawler er op na in zijn eerder dit jaar verschenen boek Lost Shepherd: How Pope Francis is Misleading His Flock. Meer en meer katholieken spreken hun verontrusting uit over de zwalkende koers van paus Franciscus en zijn moedwillig creëren van chaos in de Kerk en in haar leer. De vrees bestaat dat er nog heel wat onderzoeksrapporten zullen verschijnen, die vervolgens op mysterieuze wijze verdwijnen. Ook dat past in het chaotische beleid van de huidige paus.

Een Nederlandse vertaling van The Dictator Pope verschijnt later dit jaar bij uitgeverij De Blauwe Tijger:

Marcantonio Colonna ~ De dictator-paus

Posted on

Saoedi-Arabië schakelt over van ‘culturele verwoestijning’ naar harde middelen

Dat uitgerekend Saoedi-Arabië afgelopen juni Qatar ervan beschuldigde terrorisme te ondersteunen was een gotspe. Niet dat Qatar niets op de kerfstok heeft, maar geen ander land heeft zoveel gedaan om de radicale islam te verspreiden als Saoedi-Arabië. Reeds sinds enkele tientallen jaren financiert het olierijke land door middel van publieke en private instellingen een veelheid aan organisaties die zich toeleggen op het verspreiden van de meest radicale en reductionistische interpretaties van de islam.

Het omvormen van de islam tot een strategisch inzetbaar wapen is een belangrijk onderdeel van het Saoedische buitenlandbeleid. Het is de voornaamste manier waarop het land macht projecteert en invloed veiligstelt in landen in het Midden-Oosten en de bredere islamitische wereld. Het is tot nu toe een erg succesvolle strategie gebleken, mede mogelijk gemaakt door de Verenigde Staten.

Saoedi-Arabië is bezig met een soort culturele verwoestijning. Eeuwen van diverse en uiteenlopende religieuze tradities binnen de islam, in landen zoals Jemen, Somalië, Egypte, Syrië en Irak, worden weggevaagd door een influx van in Saoedi-Arabië opgeleide imams en in Saoedi-Arabië geproduceerde lesmaterialen. Deze imams en deze lectuur leren de radicale soort islam die overheerst in Saoedi-Arabië: Wahabisme.

In 1744 sloot Mohammed bin Saoed een Faustisch akkoord met Mohammed ibn Abdul-Wahhab: Wahhab zou Saoed steunen in zijn strijd om suprematie als hij trouw zou zweren aan Wahhabs fundamentalistische visie op de islam, die weinig verschilt van de militante Salafistische overtuigingen van ‘Islamitische Staat’ of Al Qaida’s opvatting van de islam.

De Saoeds, die niet afstammen van de profeet Mohammed en die zelfs geen bijzondere claim hebben op de heerschappij in hun territoriale kernland van Najd, steunden op de imams van de Wahhab-familie voor hun religieuze legitimiteit. Zodoende hield het akkoord dat in 1744 gesloten werd stand. In 1926 nam Saoed de Hidjaz over en in 1932 werd het land Saoedi-Arabië in het leven geroepen. Saoeds verovering van het grootste deel van het Arabische schiereiland had niet plaats kunnen vinden zonder de steun van de fanatieke krijgen (de Ikhwan), die vooral vochten om het schiereiland te zuiveren van wat zij als ketterse geloofspraktijken zagen.

De Saoedische koninklijke familie heeft herhaaldelijk geworsteld met wat sommige leden van het Saoedische koningshuis een pact met de duivel genoemd hebben. Hervormingsgezinden binnen de koninklijke familie zijn met handen en voeten gebonden door gedreven imams die een toenemende macht uitoefenen binnen het koninkrijk. De belangrijkste geestelijk leider in Saoedi-Arabië is de moefti van Saoedi-Arabië. Abdul Aziz bin Baaz, de vorige grootmoefti, was berucht om zijn archaïsche opvattingen, zo loochende hij dat de aarde om de zon draait.

De huidige grootmoefti, Abdul Aziz Aal ash-Shaikh, heeft fatwa’s (proclamaties) uitgegeven die opriepen tot de vernietiging van alle kerken op het Arabisch schiereiland, het recht van mannen om meisjes van tien tot bruid te nemen overeind houden, het spelen van schaak verbieden en de gehele Iraanse bevolking tot afvalligen verklaarden.

Dergelijk fanatisme helpt een land niet vooruit, zelfs een buitengewoon rijk land niet. Ondanks zijn rijkdom worstelt Saoedi-Arabië met een snel groeiende bevolking, toenemende armoede en werkloosheid en bloedige sektarische verdeeldheid. Net als de buurlanden aan de Perzische Golf, blijft Saoedi-Arabië in hoge mate afhankelijk van gastarbeiders. Dit is met name het geval bij banen die veel technische expertise vereisen. De maakindustrie in Saoedi-Arabië is zeer beperkt en de economie is nog altijd vrijwel geheel afhankelijk van de export van olie.

Deze binnenlandse problemen dragen bij aan de angst van het Saoedische bewind voor wat het ziet als toenemende Iraanse invloed in de regio. Deze angst is tot op zekere hoogte niet zonder grond. In tegenstelling tot Saoedi-Arabië, beschikt Iran over een formidabele krijgsmacht, een diverse economie met een relatief bloeiende maakindustrie en een groeiende hogeropgeleide middenklasse. Ook niet onbelangrijk is dat Irak, dankzij de Amerikaanse invasie, nu duidelijk binnen de Iraanse invloedssfeer valt.

De reële binnenlandse problemen van Saoedi-Arabië, waar grotendeels niets aan gedaan wordt, in combinatie met de vrees voor Iraanse invloed in de regio, vormen de achtergrond van een buitenlandbeleid dat steeds agressiever wordt. Saoedi-Arabië zet nog een tandje bij in het werken aan culturele klimaatverandering in de rest van de islamitische wereld.

Deze strategie is overal in de islamitische wereld zichtbaar, maar het duidelijkst in het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika. Saoedische stichtingen en charitatieve instellingen hebben in de afgelopen jaren het nodige bewerkstelligd in landen als Somalië en Jemen, eeuwenoude tradities, zoals het bezoeken van de schrijnen van Soefi-heiligen, zijn verdwenen. In veel gevallen zijn de schrijnen zelf vernield door radicale islamisten. Ook aan de kleding is het te zien, zo droegen vrouwen in grote delen van Somalië en Jemen vanouds geen sluiers en in sommige gevallen zelfs geen hoofddoek, maar inmiddels zijn de Saoedisch-geïnspireerde abaya’s, boerka’s en nikaabs opgerukt.

Dit mogen ogenschijnlijk oppervlakkige veranderingen zijn, maar ze zijn het resultaat van aanhoudende inspanningen van ‘charitatieve instellingen’ uit Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Eén van hun methodes bestaat in het voorzien in een stortvloed aan gratis of sterk afgeprijsde religieuze materialen, beurzen voor studenten en imams in opleiding om te studeren in madrassa’s in Saoedi-Arabië en het verlenen van microkredieten aan mannen die gezien worden als volgers van de Saoedische variant van de islam.

Deze relatief zachte methodes om deze radicale ideologie te verspreiden, hebben de Saoedische staat goede diensten bewezen. Dergelijk beleid houdt de geestelijke tevreden en scheppen tegelijk een band tussen Saoedi-Arabië en delen van de bevolking in de rest van de islamitische wereld. Ten gevolge van de toegenomen invloed van Iran en zijn eigen diepgewortelde onzekerheid grijpt het Huis Saoed nu echter ook toenemend naar harde middelen.

In Irak, Syrië en Jemen financiert Saoedi-Arabië deels openlijk en deels heimelijk een heel scala aan gewapende groeperingen, die als ze al niet openlijk aan groepen als Al Qaida gelieerd zijn, grotendeels dezelfde doelen nastreven, namelijk de vestiging van een staat waar een radicale interpretatie van de islamitische wetgeving geldt. Ondanks het feit dat vijftien van de negentien kapers van 11 september Saoedische paspoorten hadden en mogelijk geholpen werden door Saoedische functionarissen, heeft de Amerikaanse regering de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van het radicale islamisme grotendeels genegeerd. Dit is, afgezien van een paar subtiele verschillen, dezelfde ideologie als ten grondslag ligt aan terroristische groeperingen als ‘Islamitische Staat’. Niet alleen hebben de VS de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van radicaal islamisme doorheen de islamitische wereld genegeerd, ze steunen nu ook nog eens de rücksichtslose oorlog van een coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië in Jemen.

In Jemen is Saoedi-Arabië betrokken in een oorlog die het hele land in de vernieling heeft geholpen en de op dit moment grootste, meest nijpende en tegelijk meest miskende humanitaire crisis in de wereld heeft voortgebracht. De groepering die nog het meeste heeft geprofiteerd van de oorlog van Saoedi-Arabië en co. in Jemen is Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAP). Terwijl Saoedische bommenwerpers zonder ophouden alles in Jemen, van ziekenhuizen en boerderijen tot vluchtelingenkampen gebombardeerd hebben, nemen ze nooit bolwerken van AQAP op de korrel. AQAP is er zodoende in geslaagd de Jemenitische havenstad van Mukalla een jaar lang te bezetten. AQAP en Saoedi-Arabië vechten tegen de zelfde vijand: de Houthi’s. De Houthi’s worden gemakshalve door veel commentatoren als een Iraanse proxy neergezet in het kader van een breder soennitisch-sjiitisch conflict, maar dat is een te grote simplificatie, want in feite behoren de leden van de rebellengroep tot de Zaidi’s, die zich nog weer onderscheidt van de Sjiitische islam in Iran. Bovendien is er vanuit Iran hooguit morele, maar niet of nauwelijks materiële steun geweest voor de Houthi’s.

De oorlog in Jemen heeft in ieder geval ook de beperkingen van het Saoedische buitenlandbeleid laten zien en bovendien de zwakte van zijn krijgsmacht, die er dikwijls niet in slaagt het eigen territorium te verdedigen tegen de Houthi’s. De oorlog in Jemen zou ook een waarschuwing moeten zijn voor de Amerikaanse beleidsmakers. Doordat men Saoedi-Arabië heeft toegelaten de stap van zachte naar harde middelen te maken, hebben terroristische groeperingen als AQAP voet aan de grond gekregen, evenals diverse groeperingen in Syrië.

Dat Saoedi-Arabië toenemend naar harde middelen grijpt, is ook een risico voor relatief stabiele landen in het Midden-Oosten. Saoedi-Arabië en zijn bondgenoot de Verenigde Arabische Emiraten hebben nu een blokkade van Qatar ingesteld. Qatar is echter ook een bondgenoot van de Verenigde Staten en biedt tevens onderdak aan het Amerikaanse commandocentrum voor het hele Midden-Oosten. Doordat de VS Saoedi-Arabië hebben toegelaten van zachte middelen over te schakelen naar harde middelen, is er een dynamiek ontstaan waarin ook de Amerikaanse belangen in de regio in gevaar kunnen komen.