Posted on

Noord-Korea: Voorspelling voor 2019

The National Interest, een toonaangevend tijdschrift over internationale betrekkingen, heeft onlangs aan 27 Noord-Korea experts gevraagd om in 500 woorden aan te geven wat hun voorspellingen zijn voor 2019. Gaan we terug naar “Fire and Fury” of ligt er een duurzame Koreaanse vrede in het verschiet? Via Novini doe ik graag mijn bijdrage. 

Waar 2017 bekend stond om ‘Fire and Fury’, was 2018 het jaar van ‘de Koreaanse vrede die niet kwam’.

Op 1 januari 2018 deed Kim Jong-un in zijn nieuwjaarstoespraak – naast aangeven dat zijn nucleaire arsenaal was voltooid – een handreiking aan Zuid-Korea om de relaties te verbeteren. Vanaf dat moment greep de toenaderingsgezinde president Moon Jae-in van Zuid-Korea zijn kans op een diplomatieke doorbraak. En die kwam er. Succesvolle diplomatie tijdens de Olympische Winterspelen in Pyeongchang, en topontmoetingen tussen de leiders van Noord- en Zuid-Korea volgden. Het hoogtepunt van 2018 was op 12 juni toen in Singapore de historische ontmoeting tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un plaatsvond. Beide leiders spraken het vertrouwen in elkaar uit om in goede wil te gaan onderhandelen om de problemen op het Koreaanse schiereiland op te lossen. Richtlijn voor deze onderhandelingen was het ‘June 12 Joint Statement’, waarin werd aangegeven dat beide landen zouden toewerken naar ‘duurzame vrede’ en de ‘denuclearisatie van het Koreaanse Schiereiland’.

Onderhandelingen zitten muurvast

Al snel werd echter duidelijk dat, ondanks de zalvende woorden van Trump en Kim, de Amerikanen en de Noord-Koreanen nog steeds lijnrecht tegenover elkaar staan. Het probleem komt op het volgende neer: De Amerikanen willen dat Noord-Korea per direct alle nucleaire wapens opgeeft, en willen dan pas onderhandelen over vrede. De Noord-Koreanen zien dit als onvoorwaardelijke overgave, en willen het ‘Joint Statement’ stapsgewijs implementeren: eerst onderhandelen over veiligheidsgaranties voor het regime en sanctieverlichting, dan over denuclearisering, daarna over een vredesverdrag.

Denktanks

De onderhandelingen tussen beide landen zitten dus muurvast. Daarbij heeft de vooringenomen berichtgeving in de media ook niet geholpen. Regelmatig werd er informatie ‘gelekt’ door militair-industriële denktanks dat de Noord-Koreanen zouden ‘vals spelen’ en ‘niet te vertrouwen zijn’. Hetgeen niet mogelijk is aangezien er nooit een bindende overeenkomst is getekend.

Onenigheid in het Witte Huis

Wat ook niet heeft geholpen is de onenigheid in het Witte Huis over hoe met de Noord-Koreanen te onderhandelen. De onconventionele president Trump gaf meerdere keren aan vredesonderhandelingen een kans te geven. “KOREAN WAR TO END!”, twitterde hij op 27 april. Maar zijn adviseurs en medewerkers staan hier minder welwillend tegenover.

Toenadering

Wat kunnen we verwachten in 2019? Ik verwacht dat Noord- en Zuid-Korea onverminderd door zullen gaan met het beleid van toenadering. Onlangs werden er landmijnen en bewakingsposten verwijderd uit de zwaarbewapende ‘gedemilitariseerde zone’, en er lijkt binnenkort een trein over de grens te gaan rijden. Kleine maar belangrijke stappen om wederzijds vertrouwen te creëren.

Nieuwe top

Daarnaast verwacht ik dat er een tweede ontmoeting plaats zal gaan vinden tussen Trump en Kim. Waarschijnlijk ergens in het voorjaar. Aangezien het voor de beleidsmakers van beide landen niet mogelijk is gebleken om verder te komen met de onderhandelingen, moet een nieuwe top tussen de leiders de impasse doorbreken.

Diplomatie

Ik verwacht niet dat de spanningen uit 2017 snel zullen terugkeren. Dat is in niemands belang. Een nieuwe nucleaire test of raketoefening van Noord-Korea zal al het opgebouwde krediet van Kim Jong-un op het wereldtoneel teniet doen. Daarin moet de rol van China ook niet worden vergeten. Peking heeft altijd laten weten niets op te hebben met de testen. Voor Trump zou het afbreken van de onderhandelingen de ultieme diplomatieke nederlaag betekenen. De kans is groot dat oorlogszuchtige haviken in het Witte Huis dan over willen gaan op daadwerkelijke militaire actie. Zover zullen beide leiders het hopelijk niet laten komen.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

‘Handelsoorlog VS-China duurt nog minstens 20 jaar’

Jack Ma

Jack Ma, een van de meest succesvolle en wereldwijd meest bekende Chinese ondernemers heeft over de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China onlangs een duistere prognose afgegeven.

De oprichter van het Chinese internetplatform Alibaba zei dat de handelsoorlog tussen de beide landen nog meer dan 20 jaar zou kunnen voortduren. Zoals de self made miljardair het ziet, ijveren de twee grootste economieën van de wereld om de mondiale suprematie. Ma gaat er van uit dat deze strijd ook met het einde van het presidentschap van Donald Trump niet zal eindigen.

Importheffingen

De waarschuwing van de Chinese zakenman kwam op het moment dat het conflict tussen de beide grootmachten zich verder toespitste. Trump kondigde de invoering van importheffingen op Chinese import ter waarde van 200 miljard Amerikaanse dollar aan. Met deze stap zal de helft van de totale Amerikaanse import uit China aan importheffingen onderhevig zijn. In eerste instantie geldt vanaf 24 september een heffing van tien procent voor de geselecteerde Chinese goederen die in de VS ingevoerd worden. Mocht Peking in de strijd niet toegeven dan zou begin komend jaar de heffing naar 25 procent stijgen. In het geval dat China ervoor kiest vergelding te zoeken door er heffingen tegenover te stellen – zoals voor de hand ligt – heeft Trump een derde fase aangekondigd. Deze zou dan zonder uitzondering alle Amerikaanse import uit China treffen.

Vorige maand had de Amerikaanse president reeds importheffingen van 25 procent op de import van staal en tien procent op aluminium ingevoerd. Daar bovenop voerde Trump een extra afdracht van 25 procent op Chinese goederenleveringen naar de VS ter waarde van 50 miljard dollar in. In reactie daarop heeft de Chinese leiding heffingen op Amerikaanse goederen van vergelijkbare omvang ingesteld.

Oneerlijke handelspraktijken

De Amerikaanse president verdedigt zijn beleid door te stellen dat hij wil bereiken dat China de eigen markt sterker opent, investeringsbelemmeringen voor buitenlandse bedrijven wegneemt en tegen de diefstal van technologie optreedt. “Maandenland hebben we er bij China op aangedrongen deze oneerlijke handelspraktijken te veranderen en Amerikaanse bedrijven eerlijk te behandelen”, aldus Trump.

De leiding in Peking lijkt tot nu toe echter geen krimp te geven. De voortekenen wijzen eerder op escalatie. Als antwoord op de nieuw ingevoerde Amerikaanse heffingen, kondigde het Chinese ministerie van Handel aan van zijn kant additionele heffingen op Amerikaanse goederen van 60 miljard dollar in te stellen. Ondertussen wordt in Peking nog over een geheel andere mogelijkheid om de VS te straffen nagedacht. Diverse media melden namelijk dat de Chinese leiding de invoerheffingen voor belangrijke andere handelspartners wil verlagen.

De Chinese invoer beliep vorig jaar zo’n 130 miljard dollar. 40 procent van deze invoer was onderhevig aan importheffingen. Met de aangekondigde tegenmaatregelen van China zal het aandeel stijgen naar 85 procent. Voor verdere uitbreiding is dus weinig ruimte. China zal bij verdere escalatie dus bestaande heffingen verder op moeten schroeven of naar zogenaamde non-tarifaire handelsbelemmeringen moeten grijpen. Daaronder valt bijvoorbeeld de invoering van voorschriften of technische maatstaven die buitenlandse aanbieders van de binnenlandse markt moeten weren.

Uitblijvende hervormingen

Intussen neemt ook vanuit Europa de druk op China toe. Veel bedrijven uit EU-landen delen de Amerikaanse kritiek op het gebrek aan bereidheid tot hervormingen bij de Chinese leiding. Peking heeft weliswaar veranderingen aangekondigd, maar onder Europese investeerders die in China actief zijn, neemt de frustratie over uitblijvende hervormingen toe, zo komt naar voren uit een onderzoek van Roland Berger consultancy onder 1600 Europese bedrijven die in China actief zijn. Ruim de helft van de ondervraagden uitte de vrees dat in de komende jaren de administratieve belemmeringen en regulering in China toe zullen nemen. 62 procent van de ondervraagden bekritiseren dat Chinese bedrijven betere toegang hebben tot Europese markten dan Europese bedrijven tot de Chinese markt.

Ook de Handelskamer van de Europese Unie in Peking lijkt de kritiek van Trump te delen, deze noemt China “een van de meest restrictieve economieën ter wereld, ver achter de meeste newly industrialized countries”. De confrontatiegerichte koers van de Amerikaanse regering lijkt echter althans voor de afzienbare toekomst de problemen alleen maar te verergeren.

Posted on

China en Noord-Korea: tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld

De ogen waren in het Westen steeds gericht op Trump en Kim Jong-un, maar hoe staat het eigenlijk met de verhouding tussen Noord-Korea en China? Na al het retorische geweld en vervolgens de vredige top tussen de leiders van de Verenigde Staten en Noord-Korea, blijft het uiterst relevant te weten welke invloed China achter de schermen uitoefent. Hoe zag de verhouding tussen China en Noord-Korea er de afgelopen decennia überhaupt uit? En welke ontwikkelingen maken dat, na een dieptepunt in 2015, de betrekkingen nu plotseling aanzienlijk beter lijken te zijn?

Het is 4 september 2015. In de Chinese hoofdstad Peking zit de toenmalige Zuid-Koreaanse president Park Gyeun-hye prominent naast haar Chinese collega president Xi Jinping. Geamuseerd kijken ze naar een legerparade ter ere van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl beide leiders innig in gesprek zijn, zit Choe Ryong-hae – een hoge functionaris uit Noord-Korea – op enkele meters afstand. Decennia geleden had een vertegenwoordiger van Noord-Korea op de stoel naast de Chinese president gezeten en was dit beeld ondenkbaar geweest. De functionaris, die werd uitgezonden als de persoonlijke vertegenwoordiger van Kim Jong-un, werd zelfs een korte ontmoeting met Xi Jinping geweigerd. Het onderstreepte de diepe kloof die bestond tussen de twee landen.

De Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye kreeg een prominente plaats op de tribune bij een militaire parade ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Peking, 2015.

Hoe anders is het beeld sinds maart 2018. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un is inmiddels tot drie keer toe op bezoek geweest bij de Chinese president. Met zijn zwaar gepantserde trein raasde Kim door het Chinese landschap. Peking werd compleet voor hem stilgelegd. Na een innige ontmoeting en een urenlange bespreking waren Kim en zijn vrouw te gast bij een uitgebreid staatsbanket. Speeches volgden. Beide leiders prezen de zeventig jaar lange ‘goede’ relatie tussen beide landen. Xi beloofde economische samenwerking. Alsof er drie jaar geleden niets was gebeurd. Het is tekenend voor de ongemakkelijke relatie tussen beide landen. China is niet blij met het gedrag van Noord-Korea, dat al jarenlang aan een nucleair wapenarsenaal werkt. Toch blijft China trouw steun verlenen aan Kims regime. Waar komt deze onvoorwaardelijke steun vandaan? Wat belemmert het machtige China in te grijpen? En hoe verhoudt deze ongemakkelijke relatie zich tot het geopolitieke schaakspel dat Noordoost-Azië sinds de Koude Oorlog in haar greep houdt?

Veiligheidsparaplu
De innige vriendschap tussen beide communistische volkeren ontstond tijdens de Koreaanse Oorlog die van 1950 tot en met 1953 gevoerd werd. Het Chinese volksleger van Mao Zedong schoot de Noord-Koreanen te hulp nadat de troepen van de Verenigde Naties dicht bij de Chinese grens kwamen. Met hulp van de Chinezen werden de VN-troepen weer teruggedrongen naar de 38-ste breedtegraad. Het is dankzij de Chinezen dat Noord-Korea überhaupt bestaat.

Na de wapenstilstand van 1953 – een vredesverdrag werd nooit getekend – trokken China en Noord-Korea samen op. Hun onvoorwaardelijke vriendschap werd verankerd in het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag van 1961. In dit verdrag verklaren de twee staten zich met ‘alle nodige maatregelen’ te zullen verzetten tegen elk land of elke coalitie van landen die één van hen zou kunnen aanvallen. Na de Koreaanse Oorlog schaarde Noord-Korea zich onder de ‘veiligheidsparaplu’ van China. Zuid-Korea schaarde zich onder die van de Verenigde Staten.

Tijdens de Koude Oorlog veranderde er weinig in de Sino-Noord-Koreaanse betrekkingen. Hoewel er ten tijde van de Culturele Revolutie spanningen waren – naar verluidt vonden de Noord-Koreanen het ‘een grote krankzinnigheid’ – heeft China decennialang onvoorwaardelijke economische en politieke steun verleend. Voor China heeft Noord-Korea altijd gediend als een ideale bufferstaat tussen China zelf en het kapitalistische Zuid-Korea en Japan, die beide onder invloed van de Verenigde Staten staan. Hoewel arm en weinig invloedrijk, diende Noord-Korea de belangen van China door in de regio tegen de Amerikanen te ageren.

Een faalveilig mechanisme
Na de Koude Oorlog veranderde dit beeld. Toen de Sovjet-Unie instortte en wegviel als economische donor van Noord-Korea, probeerde China het gat op te vullen. China kreeg echter al snel te maken met eigen economische problemen. Hierdoor kwam Noord-Korea er alleen voor te staan. Overal ter wereld zag het Noord-Koreaanse regime voormalige onvoorwaardelijke allianties uit elkaar vallen. Socialistische dictaturen werden bloedig omvergeworpen en maakten plaats voor de liberale marktdemocratie. In 1994 overleed president Kim Il-sung en was de Noord-Koreaanse economie volledig ingestort, met een enorme hongersnood tot gevolg. Noord-Korea stond op de rand van de afgrond.

China transformeerde ondertussen tot een economische grootmacht. In dit proces haalde China zelfs de banden met Zuid-Korea aan. Terwijl Zuid-Korea als soeverein land werd erkend door China en Rusland, weigerden Japan en de Verenigde Staten hetzelfde te doen met Noord-Korea. De Chinese ‘veiligheidsparaplu’ leek weg te vallen. Wat was het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag nog waard? Het kwetsbare Noord-Korea had een faalveilig mechanisme nodig om overleving van het regime te garanderen. Het besloot kernwapens te ontwikkelen.

Speldenprikjes
China heeft de afgelopen decennia vaak laten weten niets op te hebben met deze nucleaire ambities. De constante spanningen die erdoor oplaaien in de regio zijn niet in het belang van de Chinezen. Zij willen juist regionale stabiliteit ten behoeve van de groei van de Chinese economie.

Toch heeft China bijzonder weinig gedaan om de ontwikkeling van Kims kernwapenprogramma tegen te werken. Terwijl de internationale gemeenschap na iedere nucleaire test steeds weer strengere sancties oplegde, bleef China Noord-Korea oogluikend ondersteunen. VN-resoluties werden afgezwakt door Chinees toedoen en in de praktijk vaak niet uitgevoerd. Terwijl Peking beweerde zijn best te doen de sancties tegen Noord-Korea te handhaven, werd in Dandong aan de grens met Noord-Korea nog volop gehandeld.

De maatregelen die China wél tegen Noord-Korea heeft genomen zijn slechts speldenprikjes geweest. Voorbeelden daarvan zijn het tijdelijk afknijpen van de olietoevoer, het aan banden leggen van de import van Noord-Koreaanse kolen en het geven van een diplomatieke voorkeursbehandeling aan Zuid-Korea. Hoewel de Chinese maatregelen leidden tot ongemakken in de Noord-Koreaanse samenleving, hebben ze op geen enkel moment het regime aan het wankelen gebracht. China heeft er altijd voor gezorgd dat Noord-Korea het hoofd boven water kon houden.

De reden daarvoor is dat het alternatief voor de Chinezen nog vele malen onaantrekkelijker is. Een ineenstorting van het Kim-regime zou voor China desastreus uitpakken. China zou ten eerste te maken krijgen met een ongekende vluchtelingenstroom aan zijn grenzen. Ten tweede is het allerminst zeker wat voor regime de macht in Noord-Korea zou overnemen. Bij regime change is bijna altijd sprake van bloedvergieten. Zeker omdat daar kernwapens bij kunnen worden ingezet, wil China dat risico liever vermijden. Ten derde zal China met het wegvallen van Kim aanzienlijke regionale politieke invloed verliezen. Als Zuid-Korea – met een economie bijna veertig keer zo groot als die van de noorderbuur –- invloed zou krijgen over Noord-Korea, kunnen de Amerikanen heel dicht bij de Chinese grens komen.

Amerikaanse druk
De Amerikanen ergeren zich al jaren aan het tegenstrijdige beleid van China. Zij willen het liefst Noord-Korea politiek en economisch zoveel mogelijk onder druk zetten tot Kim eindelijk zal toezeggen zijn kernwapens op te geven. President Trump zei: “Zonder de hulp van China kan Noord-Korea niet eens eten. Om het Noord-Koreaprobleem op te lossen, moeten we achter China aan.”

Trump voerde de druk op China op om de strenge sancties tegen Noord-Korea te handhaven. President Xi werd voor het blok gezet. Óf het Kim-regime blijven steunen, óf de Chinese handelsbelangen met Amerika behartigen. Even leek China voor het laatste te kiezen. Onder druk van de Amerikaanse president werd recent zelfs de handel in de Chinese grensgebieden zo goed als stil gelegd. Tot er iets historisch gebeurde. Kim Jong-un beloofde te stoppen met het testen van nucleaire wapens en langeafstandsraketten. Van kreupelende sancties en oorlogsretoriek ging het ineens over het sluiten van een vredesverdrag en diplomatieke toenadering. Op 12 juni 2018 vond een ontmoeting plaats tussen Trump en Kim Jong-un. Dat was de eerste keer dat een leider van Noord-Korea en een zittende Amerikaanse president elkaar ontmoetten. De twee leiders beloofden met elkaar te onderhandelen. Hierdoor was de diplomatieke druk van de ketel. Omdat de Amerikanen toenadering zochten tot Noord-Korea, kon Xi zich losweken van de druk om de sancties uit te voeren. Sinds de top van 12 juni wordt er weer volop gehandeld over de Chinese grens. Er gaat zelfs het gerucht dat president Xi binnenkort naar de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang zal afreizen om Kim te ontmoeten.

Breekijzer
Xi ziet het liefst een politiek stabiel en economisch voorspoedig Noord-Korea aan de grens. Daarom wil China dat Noord-Korea zijn economie hervormt, zoals het land zelf onder Deng Xiaoping eerder in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw heeft gedaan. China zat in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog in een vergelijkbaar parket als waar Noord-Korea momenteel in zit. Er is sprake van een totalitaire leider, een failliet economisch systeem en het land wordt bovendien internationaal verguisd vanwege het kernwapenprogramma en de massale schending van de mensenrechten. In een opmerkelijke en tegelijkertijd indrukwekkende transformatie veranderde China binnen enkele decennia in een economische en politieke wereldmacht. Noord-Korea zou op zijn minst een vergelijkbare ontwikkeling op economisch gebied kunnen doormaken.

vrachtwagens wachten tot ze de grens tussen China en Noord-Korea over mogen (foto: Roman Harak).

Momenteel vinden officieus al op beperkte schaal economische hervormingen in Noord-Korea plaats. Maar hoewel zo’n tachtig procent van de bevolking afhankelijk is van de kapitalistische grijze en zwarte markten, blijft de regering vasthouden aan het socialistische ideaal. Evenals China stelt Noord-Korea bij alle ontwikkelingen altijd de veiligheid en het voortbestaan van het regime voorop. Daarom kan er pas nu Noord-Korea zijn kernwapenprogramma op orde heeft worden toegewerkt naar een hervorming van de economie. Dat gebeurt langzaam maar gestaag. Sinds enkele jaren mogen Noord-Koreaanse staatsbedrijven wat ze produceren boven de door de overheid voorziene quota zelf op de markt brengen en de winst behouden. Bedrijven zijn vrij om dat geld zelf te investeren. Het resultaat is een flexibelere economie, die steeds meer in contact treedt met het buitenland.

Een glimp daarvan valt op te vangen bij de halfjaarlijkse Pyongyang International Trade Fair. Een soort huishoudbeurs waar Chinese bedrijven hun producten slijten aan vermogende Noord-Koreanen. Tijdens mijn reizen heb ik gezien dat er een enorme aanloop was op deze beurs. Flat screentelevisies, keukenapparatuur en zelfs zonnepanelen werden massaal verhandeld. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het vond bij de Noord-Koreanen gretig aftrek. Op de beurs wordt, opvallend genoeg, afgerekend in Chinese yuan of Amerikaanse dollars. De Chinezen zien nieuwe zakelijke kansen in Noord-Korea en hopen met het investeren in de Noord-Koreaanse economie het land meer te openen naar de buitenwereld, en vooral naar  China toe.

De Nieuwe Zijderoute
Uiteraard vormt de economie ook een belangrijk onderwerp bij de besprekingen tussen Xi en Kim. In het eerste gesprek met Kim vertelde Xi zeer verheugd te zijn met het besluit van Pyongyang om prioriteit te geven aan economische ontwikkeling. Een vervolg liet niet lang op zich wachten. In mei 2017 nodigde China Noord-Korea uit voor de eerste Belt and Road-top. Noord-Korea maakt vooralsnog geen deel uit van China’s Belt and Road-initiatief – een reusachtig plan voor het bouwen van hoogwaardige infrastructuur op het Euraziatische continent. Maar dat ziet China graag veranderen. Met de uitnodiging aan Noord-Korea om deel te nemen aan dit initiatief geeft China aan klaar te staan om flink in Noord-Korea te investeren. Daar wil China niet alleen financieel wijzer van worden.

Een prioriteit is om van Noord-Korea een stabielere en voorspelbaarder bondgenoot te maken. Het valt nog te bezien of Kim Jong-un gevoelig is voor het Chinese grote geld. Noord-Korea blijft als de dood dat buitenlandse investeerders zich in binnenlandse politieke aangelegenheden zullen mengen. Maar als Kim zijn economie op het beloofde ‘wereldniveau’ wil brengen, zal hij het ook moeten aandurven om buitenlandse investeringen aan te trekken.

Of dit gaat gebeuren hangt voor een groot deel af van de gesprekken tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten. Als die onderhandelingen mislukken, kunnen de spanningen tussen China en Noord-Korea ook snel weer groter worden. De druk van de Verenigde Staten op China om de sancties te handhaven zal dan weer toenemen. Het bewijst eens te meer dat de relatie tussen Noord-Korea en China een bijzonder ongemakkelijke is. Het is dan ook de vraag of Kim Jong-un bij een eventueel bezoek aan een toekomstige, grote Chinese militaire parade naast Xi Jinping mag zitten, of genoegen moet nemen met een plekje achterin.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

China en de obsessie van Jonathan Holslag

De column ‘Zwichten voor China’ (Knack 11 juli 2018) is een klassiek werk van Jonathan Holslag voor wie China een obsessie is, een synoniem voor al het kwaad dat er op deze aarde te beleven is. Ik vermoed dat de man er nachtmerries over heeft met de Chinese president Xi Jinping in een hoofdrol.

Het resultaat is natuurlijk een enorm pak onzin en kant noch wal rakende prietpraat. Zo stelt hij: “Die (Chinese, red.) banken, overigens, weigeren ook maar enigszins om met Europa in gesprek te gaan over de manier waarop ze in het buitenland hun krediet verstrekken. De OESO probeert reeds tien jaar om ze een aantal spelregels te laten aanvaarden, maar tevergeefs.”

Te zot voor woorden. Alsof een bepaalde natie aan een ander land dient te zeggen hoe diens banken moeten werken. Moet de Europese Investeringsbank (EIB) eerst in Peking gaan praten hoe ze kredieten aan andere landen moet geven? Compleet krankzinnig. Hetzelfde voor de OESO (OECD) waar China geen lid van is.

AIIB

Zijn artikel ging in de eerste plaats over het Belgische lidmaatschap van de Aziatische Infrastructuur en Investeringsbank (AIIB). Hij ontdekte dit nu terwijl die beslissing tot lidmaatschap door de federale minister van Financiën en de regering Charles Michel al zeker twee jaar geleden werd genomen.

Hij schrijft daarbij dat dit onder ‘Chinese druk’ gebeurde. België werd lid nadat praktisch alle landen van de EU, groot en klein, er al lid van waren. Het eerste land in de EU om lid te worden was trouwens het Verenigd Koninkrijk. Wij waren de voorlaatste.

 

Zoals The Financial Times over de AIIB toen regelmatig schreef was er grote Amerikaanse druk op landen om GEEN lid van die AIIB te worden. Uiteindelijk was Japan het enige land in Azië om geen lid te worden. Als er in dit verhaal dus druk was, dan werd deze volgens The Financial Times niet door China maar door de VS uitgeoefend.

De reden voor de oprichting van deze AIIB heeft vooral te maken met de veranderde economische verhoudingen in Azië. China is nu de grootste economie ter wereld met India op de derde plaats. De Aziatische Ontwikkelingsbank die normaal instaat voor het financieren en regelen van grote investeringsprojecten in die regio is hieraan niet aangepast.

Zo heeft de VS er de facto een veto en mag Japan er tweede viool spelen. Voor de anderen zijn er kruimels. Pogingen om dit te wijzigen botsten steeds op het veto van die twee.

Vandaar dat alle landen in Azië ondanks de blijkbare Amerikaanse banbliksems lid werden. En wie lid is kan zijn bedrijven zo mee laten genieten van de grote investeringsprojecten die via de AIIB gaan lopen. Dat is de heel simpele erg mercantiele reden waarom ons land lid is: Ons bedrijfsleven steunen.

Maar ja, wat kan men verwachten van een man die ooit in 2015 toen koning Philip naar ginds trok schreef dat het zinloos is om een handelsmissie naar China te sturen want de Chinezen kopen hier toch nooit iets. Een historisch te noemen bewering. Van zo iemand kun je toch geen serieuze analyses verwachten.

Spionnen aan de VUB

Het wekt dan ook geen verbazing dat hij zo te zien via uw medewerker Jan Lippens (Hoe groot is het gele gevaar binnen de VUB, Knack 11 juli ) laat insinueren dat zijn collega emeritus professor Jan Cornelis wel eens een Chinese spion zou kunnen zijn. Mooie reclame voor de VUB.

En waarom men bezwaren zou moeten maken tegen de aanwezigheid hier van het Chinese Confuciusinstituut terwijl o.m. Spanje, Duitsland, de VS en het Verenigd Koninkrijk vergelijkbare instellingen hebben is mij een raadsel. In tegenstelling tot de VS voert China trouwens ook geen oorlog tegen de EU en luistert het niet op massale schaal samen met de Britten alle telecommunicatie in ons land af.

China is volgens het IMF ’s werelds grootste economische mogendheid en het is dan ook in ‘s lands belang er goede relaties mee te onderhouden zoals trouwens ook met andere belangrijke economieën als bijvoorbeeld Brazilië, Canada en India.

Tussen haakjes er zijn in België ongetwijfeld meerdere Chinese spionnen actief zoals er ook Amerikaanse, Britse, Turkse en Russische spionnen zijn. Niets bijzonders dus. Duik in jullie archief en je zult mijn wedervaren hierover kunnen lezen. Die stelling van Knack over spionnen is dan ook een wel heel nieuwe en erg ‘schokkende’ onthulling. Om ‘bang’ van te worden. Op de tientallen buitenlandse ambassades in Brussel krioelt het ervan.


Lezersbrief aan Knack over het werk van Jonathan Holslag en het ‘Gele gevaar’. Men heeft het daarbij ook over de moeilijke toestand in de Chinese provincie Sinkiang waar veel Oeigoeren wonen die ook in veel gevallen moslims zijn.

http://www.novini.nl/nepnieuws-oeigoeren-china-als-geopolitiek-instrument/

Wat de auteur in zijn verhaal vergeet te vertellen is het zeer grote probleem daar met door buitenlandse mogendheden (Turkije, Saoedi Arabië, de EU en de VS) gesteunde salafistische terreurgroepen die er tot zelfs in Peking aanslagen plegen en ook massaal in Syrië aanwezig zijn. Of journalist Jan Lippens kent het probleem niet of, erger, hij verzwijgt het.

http://www.novini.nl/china-kampt-toenemend-oeigoers-terrorisme/

Posted on

China neemt leiding in vredesbemiddeling Afghanistan

China heeft de leiding genomen in de bemiddeling in het conflict in Afghanistan en heeft reeds een verrassend diplomatiek succes weten te boeken. Chinese diplomaten zijn er in geslaagd Afghanistan in een vredesdialoog met Pakistan over de bestrijding van het terrorisme te betrekken.

De Chinese regering had enige tijd daarvoor aangeboden Afghanistan op te nemen in een miljardeninvesteringsprogramma. In het nieuwe jaar moet er een vervolgtreffen in Kaboel plaatsvinden, waar Peking ook vertegenwoordigers van de Taliban uit wil nodigen.

Met deze ontwikkeling is China nu al succesvoller dan de VS met hun Afghanistan-beleid ooit geweest zijn. De reden daarvoor moet vooral gezocht worden in het feit dat de Chinese diplomaten zich inspannen voor het vinden van een vergelijk, terwijl de Verenigde Staten Pakistan recent vooral hard verbaal aangevallen hebben en in Afghanistan hun geld reeds langer eenzijdig op militaire aanvallen zetten. Daarbij kan China zich positioneren als vriend van de Pakistaanse regering, terwijl Washington de confrontatie zoekt met Islamabad.

Het Chinese initiatief in Afghanistan is onderdeel van de strategie van Nieuwe Zijderoutes. De regio speelt daarin een belangrijke rol. China heeft er dus zelf ook belang bij dat er naar vrede toegewerkt wordt of tenminste een verdere escalatie voorkomen wordt.

“Op de lange termijn zullen we de Pakistan-corridor met de Centraal-Chinese economische corridor en de West-Aziatische economische corridor door Afghanistan verbinden”, aldus de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi.

Met het Chinese initiatief in Afghanistan zet zich een trend uit de afgelopen maanden voort: China kan zijn invloed in het eigen nabije buitenland, maar ook in verder afgelegen regio’s van geostrategisch belang uitbreiden, terwijl de Verenigde Staten buitenlandse partners voor het hoofd stoten. Peking kan daarmee zijn buitenlandse betrekkingen bestendigen, terwijl de Amerikaanse aan toenemende belasting blootstaan.

Lees ook:

Posted on

Hoe Noord-Korea de wereld ziet

Noord-Koreaanse posters van kernbommen op Washington, aankondigingen over nucleaire proeven en raketlanceringen verschijnen van tijd tot tijd op onze televisieschermen. Vanaf komende zondag brengt de Amerikaanse president Donald Trump een bezoek aan niet alleen Zuid-Korea, maar ook Japan, China en Zuidoost-Azië. Toch zal vooral de spanning rond Noord-Korea Trumps Azië-reis domineren. Maar hoe kijkt de Noord-Koreaanse regering eigenlijk aan tegen de spanning in de regio en in de relatie met de VS? En hoe ziet Noord-Korea zijn kernwapenprogramma?

De recente rede van Noord-Koreas minister van buitenlandse zaken op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties geeft een zeldzame mogelijkheid verder te kijken dan de schijnbaar groteske woordenstroom van en over Noord-Korea. De rede gaf een inkijkje in hoe de Democratische Volksrepubliek de wereld en haar kernwapenprogramma ziet.

War deterrent

In het kader van de Algemene Vergadering van de VN heeft Noord-Korea, net als alle andere lidstaten van de VN, een uiteenzetting gegeven van een aantal punten die voor het land belangrijk zijn. De speech van de Noord-Koreaanse minister Ri Yong Ho focuste vooral op wat het land, naar eigen zeggen, heeft bewogen een kernwapenprogramma te starten.

De rede van de minister van Buitenlandse Zaken werd geopend door een aantal verwijten aan de Verenigde Staten. Noord-Korea wijst erop dat de VS gedurende de Korea-oorlog nucleaire wapens dreigde in te zetten en later ook nucleaire wapens stationeerde op het Koreaanse schiereiland. Evenzeer ervaart het land een dreiging door militaire oefeningen tijdens en na de Koude Oorlog. “Onze nationale nucleaire strijdkrachten”, stelt Ri, “zijn voor alle voornemens en doeleinden een oorlogsafschrikkingsmiddel en om een einde te maken aan de nucleaire dreiging van de VS en het voorkomen van haar militaire invasie.” Waarbij het doel van de Democratische Volksrepubliek is om een krachtsbalans te bereiken met de VS.

Veiligheidsraad dient belangen van haar permanente leden

Naast de VS bekritiseert Ri de VN-Veiligheidsraad. Ri stelt dat de Veiligheidsraad (VNVR) alleen handelt in het belang van haar permanente leden. “Het is voornamelijk gerelateerd aan de ondemocratische praktijk van de VN-Veiligheidsraad”, zegt Ri: “Een enkel permanent lid kan de algemene wil van 190 VN-lidstaten vetoën.” Ri Yong-ho noemt een drietal voorbeelden van VNVR-resoluties waardoor Noord-Korea zich oneerlijk en onterecht behandeld voelt. Allereerst ervaart de Democratische Volksrepubliek een dubbele standaard wat betreft het lanceren van satellieten, ‘in overtreding van het vreedzaam gebruik van de ruimte door een soevereine staat.’

Daarnaast beschouwt Noord-Korea de resolutie die Noord-Korea verbiedt nucleaire proeven te houden als illegaal en vindt dat er met twee maten wordt gemeten. Ri Yong-ho wijst er in zijn rede op dat de internationale wet over het verbieden van nucleaire wapens nog niet van kracht is en dat er andere landen zijn die veel meer tests hebben uitgevoerd.

Als derde en laatste punt wordt aangehaald dat de VNVR de ontwikkeling van nucleaire wapens door Noord-Korea als een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid duidt. Noord-Korea ziet dit als een overtreding van artikel 51 van het Handvest van de VN met betrekking tot de zelfverdediging van elk land.  Pyongyang neemt waar dat andere landen niet op de vingers zijn getikt voor het ontwikkelen van nucleaire wapens maar Noord-Korea nu wel.

Non-Proliferatie

Er wordt door de Democratische Volksrepubliek kritiek geuit op het Non-Proliferatieverdrag over kernwapens. “Artikel 10 van het Non-Proliferatieverdrag stipuleert dat elk lid het recht heeft zich van het verdrag te onttrekken als zijn belangen in gevaar zijn gebracht”, aldus Ri, “Dit artikel erkent dat de belangen van de staten boven het belang staan van nucleaire non-proliferatie.” Vanuit dit perspectief beschouwt de Democratische Volksrepubliek het ontwikkelen van een eigen kernwapenarsenaal als een zelf-verdedigingsmaatregel.

Betreffende het inzetten van haar nucleaire wapens zegt Ri dat Noord-Korea “preventieve handelingen zal ondernemen indien de VS en haar marine enig teken laten zien van het uitvoeren van een ‘onthoofdingsoperatie’ tegen ons hoofdkwartier, een militaire aanval tegen ons land.” De minister voegt hier aan toe: “We hebben echter niet de intentie om onze kernwapens in te zetten tegen landen die zich niet aansluiten bij militaire acties tegen de Democratische Volksrepubliek Korea.”

Sancties

Een laatste punt betreft de sancties die o.a. de VS hebben ingesteld tegen Noord-Korea ‘vanaf de eerste dag van haar bestaan’. Ri zegt in zijn rede dat Noord-Korea zichzelf heeft moeten ontwikkelen gebukt onder de zwaarste sancties ter wereld. De minister geeft aan dat er momenteel een onderzoek wordt uitgevoerd naar de ‘fysieke en morele schade’ van deze sancties. “Wanneer dit palet aan sancties en druk een kritisch punt bereikt, en daarmee het Koreaanse schiereiland in een oncontroleerbare situatie drukt, dan hebben de onderzoeksresultaten [van dit onderzoekscomité] een enorme invloed op het verantwoordelijk houden [van degenen die de sancties hebben ingesteld].” Bij dit laatste punt moet worden genoemd dat Ri dit in de opbouw van zijn speech los van de inzet van kernwapens noemt. De laatste paar zinnen van zijn rede wijdt Ri aan een steunwoord voor Venezuela, Syrië en Cuba.

Speech in vogelvlucht

Samenvattend brengt de Noord-Koreaanse minister Ri het volgende ter sprake: Noord-Korea ervaart een sterke dreiging van de VS, o.a. door haar militaire oefeningen en het stationeren van kernwapens. In de VN-Veiligheidsraad heeft het land geen vertrouwen aangezien het de resoluties van de Veiligheidsraad als vooringenomen beschouwt. Ook in een Non-Proliferatieverdrag ziet de Democratische Volksrepubliek geen bescherming, omdat landen daar uit kunnen stappen. Vanuit deze optiek achtte Noord-Korea het aangewezen kernwapens te verkrijgen om nucleaire pariteit met de VS te bereiken.


Noot: De Engelse vertaling van de toespraak die is gebruikt is voor het schrijven van dit artikel bevat een aantal grammaticale fouten en is daardoor niet op alle momenten even duidelijk.

De volledige rede, inclusief vertaling, kan hier worden bekeken:

Posted on

Chinees flottielje op weg naar Oostzee voor oefening met Russen

De NAVO beschouwt de Oostzee graag als een soort binnenwateren, ook voor zover het om internationale wateren gaat. Rusland en China zijn echter voornemens er een gezamenlijke marineoefening te houden.

Onlangs heeft een Chinees flottielje vanuit de haven van Sanya, in de provincie Hainan in het zuiden van China, koers gezet naar de Oostzee, waar het aan gezamenlijke zeemanoeuvres met de Russische marine deel zal nemen.

De Chinese zeestrijdkrachten zullen aan de oefening deelnemen met de moderne torpedobootjager Changsha, het fregat Yuncheng en een bevoorradingsschip. De manoeuvre maakt deel uit van een reeks, waarvan die in Oostzee in juli als eerste plaats moet vinden, daarna volgen oefeningen in de Japanse Zee en de Zee van Ochotsk.

De reeks manoeuvres is de zesde reeks van gezamenlijke Russisch-Chinese oefeningen sinds 2012. Vorig jaar oefenden de Russische en Chinese marineschepen het afweren van onderzeebootaanvallen. Aan die oefening namen ook gevechtshelikopters deel.

Deskundigen gaan er vanuit dat in de komende jaren ook gerekend moet worden met de aanwezigheid van Chinese kernonderzeeërs in de Atlantische Oceaan.

Posted on

Chinezen willen investeren in tunnel naar de Krim

In het kader van de zogenaamde Nieuwe Zijderoute investeren Chinese ondernemers op grote schaal in infrastructuurprojecten in Centraal- en Voor-Azië, Afrika en Europa. Nu hebben Chinese investeerders ook hun oog op de Krim laten vallen.

Concreet is er sprake van een zeetunnel door de Straat van Kertsj. Zo deelde de minister van Economische Ontwikkeling van de Krim, Andrej Melnikov mee.

“Een van de werkvoorstellen die te horen was, was interesse in de bouw van een tunnel parallel aan de brug. We zullen dat bespreken. Volgens de Chinese ondernemers kunnen ze ons daarvoor tamelijk goedkope technologieën aanbieden”, aldus Melnikov.

Elders op de Krim zijn Chinese bedrijven reeds betrokken bij de bouw van een van de nieuwe luchthavens van Simferopol, zo voegde de minister er nog aan toe.

Door de gespannen verhouding met Oekraïne is het momenteel zo dat autoverkeer tussen de Krim en het vasteland van Rusland vrijwel uitsluitend per veerboot verloopt. Er staan dan ook dagelijks files. Sinds 2016 wordt gebouwd aan een brug over de Straat van Kertsj. De Straat van Kertsj verbindt de Zee van Azov met de Zwarte Zee en scheidt de Krim van het vasteland van Rusland. De bouw van de brug heeft nog wat voeten in de aarde, omdat de bodem weinig stabiel is en de stroming vrij sterk.

Posted on

Nieuwe Chinese raketten bedreiging voor Amerikaanse vliegdekschepen

Wat tien jaar geleden nog ondenkbaar leek, is nu een factor om rekening mee te houden voor zeemacht nummer 1, de Amerikaanse marine en haar vliegdekschepen. De meest recente Chinese raketproeven in de Golf van Bohai hebben volgens Chinese media aangetoond, dat Peking met de nieuwe generatie ballistische raketten zowel Amerikaanse vliegdekschepen als ook de in Zuid-Korea gestationeerde THAAD-luchtafweersystemen succesvol weerwerk kan leveren.

Tot deze inschatting komt de Chinese militair deskundige Song Zhongping in het in Peking verschijnende Engelstalige dagblad Global Times.

De Amerikanen hebben diverse gevechtsvliegtuigen, bommenwerpers, tank- en spionagevliegtuigen gestationeerd op Andersen Airforce Base op het eiland Guam.

De nieuwe generatie Chinese ballistische raket Dong Feng-26 wordt in de omgang ook wel ‘Guam killer’ genoemd. Het in de Stille Oceaan gelegen eiland Guam is een afzonderlijk territorium van de Verenigde Staten, waar een Amerikaanse marinebasis en luchtmachtbasis gevestigd zijn. Veel Amerikaanse operaties in Oost-Azië worden van hieruit uitgevoerd.

De Golf van Bohai is een baai van de Gele Zee, het noordelijke deel van de Oost-Chinese Zee (kaart: Karl Musser).

Een dag voor het bericht in de Chinese krant had het Chinese ministerie van Defensie bevestigd, dat de rakettroepen van het Chinese leger raketten van het nieuwe type getest hadden in de Golf van Bohai en daarbij het “gehoopte resultaat” behaalden.

Begin februari meldden Amerikaanse media dat China de nieuwste intercontinentale raketten van het type DF-16 met zogenaamde MIRV’s (Meervoudige Onafhankelijke Richtbare Springkoppen) getest zou hebben, die een bedreiging zouden kunnen vormen voor militaire steunpunten van Japan en de Verenigde Staten.

Posted on

China gaat in Djibouti eerste buitenlandse militaire basis inrichten

Afgelopen voorjaar verklaarde China reeds dat het, in samenhang met haar toevoer van energie en delfstoffen en het openhouden van bepaalde zeewegen, ook zwaarwegende overzeese belangen heeft. In het nieuwe defensie-witboek gaf de Volksrepubliek aan deze belangen zo nodig ook met militair geweld te willen verdedigen. In dit kader moet het recente nieuws gezien worden, dat China een militaire basis in de Hoorn van Afrika inricht.

DjiboutiNadat hoge Chinese militairen een oorlogsschip dat in Djibouti bijgetankt werd bezocht hadden, maakte Peking op 26 november bekend dat men onderhandelingen voerde met de regering van Djibouti over de inrichting van een militaire basis in dat land. Het Chinese ministerie van Defensie ontweek in eerste instantie de vraag of de basis vergelijkbaar zou worden met de bases van westerse landen in het buitenland, maar enkele maanden later bevestigt men nu toch de uitspraken van de Djiboutische president Omar Guelleh tegenover persbureau AFP over dit grote project in Obock, een havenstad in het noorden van de verarmde Oost-Afrikaanse republiek, die het kleine land met een bevolking van zo’n 830.000 mensen een aanzienlijk inkomen zal brengen.

Eind januari nu maakte Hong Lei, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, bekend dat men een overeenkomst bereikt had. Beide landen ondertekende hieraan voorafgaand diverse economische akkoorden, die voor Djibouti het in het leven roepen van een vrijhandelszone, versterking van zijn rol als omslagcentrum voor de handel tussen China en de rest van de wereld en de schepping van een juridisch kader waarin Chinese banken in Djibouti actief kunnen worden inhouden. President Xi Jinping zet infrastructureel in op de totstandbrenging van de zogenaamde Nieuwe Zijderoute, de Hoorn van Afrika kan daar een van de stations in zijn.

China heeft voor zijn eerste buitenlandse militaire steunpunt een strategisch uiterst belangrijke locatie aan de Straat van Bab al-Mandeb, aan de toegang van de Rode Zee en het Suezkanaal, uitgekozen. Met deze stap laat de Volksrepubliek niet alleen op papier maar daadwerkelijk de oude strategie achter zich, die louter bestond in de verdediging van de landsgrenzen.

In de afgelopen tien jaar hebben zich volgens officiële cijfers een miljoen Chinezen in Afrika gevestigd. Gezien de politieke instabiliteit van veel Afrikaanse landen, kan de basis in Djibouti niet alleen de economische belangen van China dienen, maar ook een steunpunt zijn voor eventuele repatriëring van Chinezen in noodgevallen. Afgelopen maart evacueerde de Chinese marine nog zo’n 600 Chinezen en enkele honderden andere buitenlanders uit Jemen, dat te lijden heeft onder een burgeroorlog waarin ook een regionale coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië zich gemengd heeft en een zeeblokkade die tot hongersnood heeft geleid.

‘Vrede en stabiliteit in de regio’

De Chinese overheid benadrukt evenwel dat de militaire basis niet bedoeld is als steunpunt voor grote militaire interventies, zoals de Amerikanen gewoon zijn. Het Chinese ministerie van Defensie spreekt dan ook liever van een logistiek centrum, dat bijvoorbeeld een belangrijke rol kan spelen in de anti-piraterijmissie in de Golf van Aden. Sinds december 2008 speelt de Chinese marine hierin een belangrijke rol, sinds begin 2010 in het kader van een VN-missie in samenwerking met andere landen. Deze inzet van de Chinese marine kan zeer vergemakkelijkt worden door het steunpunt in Djibouti, aldus het ministerie.

Verder zijn er nog Chinese blauwhelmen die in Zuid-Soedan en Mali de vrede handhaven en in andere Afrikaanse landen humanitaire missies vervullen.

[contextly_sidebar id=”Weg0azAHIgGxxqXvn7aaaygh5q2lqFPC”]Te denken valt ook aan het feit dat China eind vorig jaar geconfronteerd is met de dreiging van islamistische terreurgroepen. In drie dagen tijd werden in Syrië en Mali vier Chinese staatsburgers vermoord door dergelijke groepen. Zo betrekt de vestiging en economische activiteit van Chinezen over de hele wereld de Volksrepubliek ook bij de problemen van de rest van de wereld.

Ongetwijfeld speelt ook een zekere rivaliteit met de Verenigde Staten een rol, wier hegemonische optreden in de wereld de Chinezen een doorn in het oog is. Djibouti huisvest immers ook een Amerikaanse militaire basis, Camp Lemonnier bij de internationale luchthaven Ambouli, buiten de hoofdstad Djibouti. Toen Washington in 2014 het contract voor die basis voor tien jaar verlengde was er sprake van investeringen in de infrastructuur van meer dan 800 miljoen dollar.