Posted on

De gelukzalige complotdenker

Er zijn weinig verwijten denkbaar die een spreker zozeer neutraliseren in het publieke debat als het verwijt een complotdenker te zijn. Nu wil het geval dat ik een complotdenker ben.

Ten eerste ben ik opgegroeid met de Bijbel. In de centrale hoofdstukken van dat boek, over de opstanding uit de dood van Jezus Christus, is onmiskenbaar sprake van een complottheorie. De evangelist Mattheüs waarschuwt zijn lezers voor de ‘officiële versie’ van de opstanding van Jezus. Over het verslag van de Joodse priesters zegt hij daar dat zij:

“… vergaderden met de oudsten en besloten de ​soldaten​ een flinke som ​geld​ te geven en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn ​leerlingen​ zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.” En mocht dit de ​prefect​ ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’ Ze namen het ​geld​ aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de ​Joden​ de ronde.”

Alle elementen van complotdenken zitten in deze korte passage. Het verdraaien van de feiten, het verhalen van gebeurtenissen die zich heimelijk hebben afgespeeld en het afkopen van getuigen. Het is dus mijn voorzichtige intuïtie dat serieuze gelovigen juist een zekere sympathie moeten hebben voor complottheorieën.

Maar dit is natuurlijk niet mijn enige argument. Volgens Van Dale is het woord complot eenvoudigweg een synoniem voor samenzwering. Zo bezien is er geen enkele reden om complotten op voorhand naar het rijk der fabelen te verwijzen. Neem als voorbeeld de aanslagen van 11 september 2001. Dat was volgens iedereen een samenzwering. Volgens de officiële versie heeft een aantal islamieten in het bergland van Afghanistan samengezworen om een aanval op de Verenigde Staten uit te voeren. Volgens anderen — de alternatieve theorie — zwoeren mensen samen die verbonden waren aan de Amerikaanse regering en veiligheidsdiensten. Het is, met andere woorden, geen keuze tussen de realiteit en een samenzwering, maar tussen twee verschillende samenzweringstheorieën.

Een van mijn favoriet Rembrandts is “De samenzwering van de Batavieren onder Julius Civilis”. De wereldgeschiedenis hangt aan elkaar van de samenzweringen. Zonder complotten geen moord op Caesar door Brutus, geen aanslag op Hitler door Stauffenberg. Daar staan irrationele complottheorieën tegenover. Bijvoorbeeld de gedachte dat de aarde plat is of dat de Joden achter de schermen aan de touwtjes trekken. Maar met het vermoeden van samenzweringen is, rationeel bezien, niet zoveel mis.

Mijn goede vriend Tom Zwitser beschrijft in zijn boek Permafrost enkele spectaculaire samenzweringen die op het eerste gezicht speculatief aandoen, maar die toch waar zijn gebleken. Het opmerkelijke van onze tijd is dat het vanaf de jaren 60 vooral links was die grossierde in complottheorieën – denk hierbij aan het wantrouwen in de instituties en de vele ‘listen’ van de moderniteit – maar dat tegenwoordig vooral rechts zich bedient van dit genre.

Onlangs verrijkte Thierry Baudet in een eigenzinnige bijdrage in de Tweede Kamer het debat over complottheorieën. De retoriek die rond complotdenken is opgetuigd is volgens hem bijzonder paradoxaal. Zelfs als beleidsmakers — in dit geval voorstanders van het Europese immigratiebeleid – expliciet zijn over hun doelstellingen kan de criticus verweten worden in complottheorieën te geloven. Een sceptische, bezonnen, ‘verlichte’ commentator maakt in dit geval zijn tegenstander het verwijt dat hij de woorden van de beleidsmakers letterlijk neemt. Ook als die beleidsmaker zijn doelstellingen expliciet verwoordt in respectabele media, kan de criticus het verwijt van complotdenken over zich heen krijgen. In dit scenario is feitelijk de bezonnen scepticus de complotdenker. Die beweert immers dat achter expliciete verklaringen een diepere rationaliteit schuil gaat die voor de onbevangen toehoorder vooralsnog verborgen blijft (D66 is helemaal geen voorstander van een diep individualistisch wereldbeeld, GroenLinks heeft het beste voor met de boeren).

Mijn conclusie is vooralsnog dat er allerlei complotten zijn. Mensen zweren samen om een bank te overvallen en net zo goed om een rechtvaardigere wereld te bereiken. In die zin ben ik een complotdenker: er wordt, zowel op links als op rechts, heel wat bekokstoofd!

Een van de meest suspecte complottheorieën is wel de omvolkingstheorie. En inderdaad vraagt het feit dat vrijwel alle regeringen van West-Europese landen al decennia een ruim immigratiebeleid voeren om een verklaring. Maar decennia van massa-immigratie (waar de autochtone bevolking nooit expliciet om gevraagd heeft) komen ook niet zomaar van de grond.

Niet zo lang geleden was ik met mijn tienerdochter in Mannheim. We gingen ’s avonds een pizza eten in de stad. Het viel me op dat er nauwelijks Duitse gezinnen waren. Het straatbeeld werd gedomineerd door allochtonen en jonge Noord-Afrikanen in peperdure SUV’s. Ik kan u vertellen: zelden voelde ik me meer unheimisch. Terug in ons hotel zocht ik wat statistieken op over deze tamelijk gemiddelde Duitse stad. Wat bleek? Ruim 50 procent van de bevolking had een migratie achtergrond! Op dat moment maakte het me niet zoveel uit of omvolking nu een complot is of niet. Het was vooral een realiteit. En als er een ding is waar mijn critici geen boodschap aan hebben, bedacht ik me, is het wel de realiteit. Noem mij dan maar een complotdenker!

Er is onmiskenbaar een toename van complotdenken in verschillende varianten. Laat het vooral een symptoom zijn van een nieuwe maatschappelijke werkelijkheid die door politici in het leven is geroepen en waarvoor de burger een verklaring zoekt.