Posted on

De ineenstorting van christelijk Nederland

Afgelopen zaterdag werd er in Hardinxveld-Giessendam door het Logos Instituut een congres belegd met als doel het christendom te versterken [1]. Dit deed men door twee dagen lang diverse sprekers uit binnen- en buitenland uit te nodigen over tal van onderwerpen. Veel bijdragen raakten de problemen die veel christenen ervaren rond schepping en evolutie, met andere woorden: de verhouding tussen geloof en wetenschap. Naast de vraag of het scheppingsgeloof in onze tijd nog wel houdbaar is, kwamen ook andere kwesties aan bod, zoals de vragen rond de historiciteit van de zondvloed en een eigen verwerking van de stand van de archeologie. Dit laatste met betrekking tot de vraag in hoeverre de gebeurtenissen in – met name – het Oude Testament werkelijk zijn gebeurd en in hoeverre de archeologie deze gebeurtenissen hetzij bevestigt, hetzij als ‘nooit gebeurd’ verklaard.

Het meest opvallende van deze bijeenkomst was wel dat het klassieke christelijke geloof ook binnen christelijk Nederland steeds meer een randverschijnsel wordt. De tendens die werd beschreven was vrij eenduidig: steeds meer gelovigen, theologen en niet-theologen, zetten de klassieke verklaringsmodellen van het christendom opzij en nemen hun uitgangspunt in wat de wetenschap ons gebiedt in haar laatste stand van zaken. Ook als dit betekent dat oude opvattingen moeten sneuvelen of moeten worden aangepast.

Het geschetste tempo van aanpassing door de Nederlandse gelovigen aan ‘de wetenschap’ is adembenemend. Ook in de tot voor kort orthodoxe bolwerken zoals Evangelische Omroep en tal van strenggelovige kerken, volgt men in rap tempo het voorbeeld van Andries Knevel die in 2009 publiekelijk zijn scheppingsgeloof afzwoor en de evolutietheorie omhelsde [2]. Afgelopen zaterdag passeerden er vele namen de revue die aangaven dat de omslag op een grotere schaal bezig is dan dat ik tot voor kort dacht. Zelfs in het huisorgaan van de SGP, het Reformatorisch Dagblad, begint het te schuiven, getuige de opvattingen van iemand als dr. Rouwendal.

Het is hier niet de plek om genoemde kwestie uit te werken. Wat ik hier constateer is dat het massale inruilen van het scheppingsgeloof pas het topje van de ijsberg is. Christelijk Nederland is een slagveld: dogma’s en geloofsregels sneuvelen, het geloof in wonderen taant, de zondvloed wordt terzijde gesteld. En velen vragen zich af wat er nog waar is van alles wat er in de Bijbel staat, zoals de uittocht van het volk Israël uit Egypte, de intocht in Kanaän en tal van andere zaken. Om nog maar te zwijgen over de verhalen rond Jona, Jericho, enzovoorts.

Wist men zich al geruime tijd geen raad met alle weerbarstige en – volgens de moderne morele maatstaven – inhumane verhalen in het Oude Testament, thans moet ook het historische werkelijkheidsgehalte eraan geloven. De verkruimeling van de grondvesten van de kerk in Nederland lijkt echter het gros van kerkleiders en gelovigen niet te raken.

In plaats daarvan roert men de trom rond thema’s als klimaatverandering, vluchtelingenopvang en de strijd tegen prostitutie en voor daklozen. Op preekstoelen fulmineert men naar hartenlust tegen Baudet, tegen Trump en tegen Rusland. Van dit laatste was ik afgelopen zondag nog getuige.

De grondtrek is duidelijk: de wetenschap bepaalt in het vervolg de inhoud en de vorm van de bijbelse inhoud. Men heeft als het ware het heft uit handen gegeven. Het procedé is niet alleen van toepassing op de plek van de wetenschap. Want zoals de tijdgeest i.c. ‘de cultuur’ volgens het gros van de theologen in het vervolg de ethiek en de moraal moeten bepalen, en zoals volgens diezelfde lieden de overheid de bewegingsruimte en verantwoordelijkheid van kerken en individuele gelovigen moet definiëren, zo wordt steeds meer de grondtrek duidelijk van het moderne christendom als louter volgend en irrelevant.

Men hult zich in vaagheid, zoals Rouwendal doet in het Reformatorisch Dagblad: “Ik pleit niet voor een bepaald antwoord, maar voor het onder ogen zien van de vragen.” Of men pleit hoogstens voor de houding van de ‘geleerde onwetendheid’, zoals prof. Marc de Vries deed op het Logos-congres van afgelopen zaterdag.

Het proces van uitkleden is nog lang niet ten einde. De mogelijkheid van een christelijke cultuur of een christelijke staat, onze ‘vaderlandse geschiedenis’, de band tussen kerk en volk, onze tradities, het natuurrecht – dit alles heeft het Nederlandse christendom reeds prijsgegeven en losgelaten.

Wat van het christendom overblijft, is een spiritualiteit zonder enige substantie. Verkondigd door mannetjes en vrouwtjes die vooral heel hard meeschreeuwen met de moderne goegemeente. En prat gaan op hun bewogenheid met asielzoekers en hun afkeer van Poetin. Maar ondertussen heeft datzelfde christendom niets meer in huis dan aftreksels van wat buiten de kerk ruimschoots voorhanden is.

Het Logos-congres in Hardinxveld-Giessendam getuigt van een rest die niet met de stroom mee wil gaan: het verzet van een slinkende groep die nauwelijks wordt gehoord. En zeker niet gewaardeerd. Want we leven in een cultuur die oppositie minacht en aanpassing toejuicht. En die houding wordt door het huidige christendom meer en meer in de hand gewerkt. Hoe dom kun je zijn.

[1] https://logos.nl/evenement/tweedaags-logoscongres-2/

[2] https://www.trouw.nl/nieuws/de-evolutie-van-de-evangelische-omroep~b5f58987/