Een ander conflict: Syrie

by | 31 October 2011

De NAVO-missie in Libië kan alweer beëindigd worden. Na maanden van bombarderen en beschietingen is het doel bereikt: de burgers bescherming bieden tegen het regime van Kaddafi. Nu de schokkende beelden van een gedode Muammar Kaddafi de wereld over gaan verschuift de internationale aandacht naar een ander land: Syrië. 

De strijd om Libië is gestreden en des te meer wordt duidelijk hoe moeizaam de zogenaamde ‘Arabische Lente’ in Syrië verloopt. Ondanks talloze anti-regeringsdemonstraties en honderden militaire deserteurs blijft president Assad’s regime het land in een ijzeren greep houden. Steeds grover wordt het optreden van het Syrische leger tegen de protesten die afgelopen maart begonnen. Sinds het begin van de opstand zijn meer dan 3000 mensen om het leven gekomen, meldde de VN vorige week, en zijn tienduizenden gearresteerd. Duizenden Syriërs zijn naar Turkije gevlucht, verdreven uit angst voor represailles en op zoek naar vrijheid. Officiële cijfers zijn er echter niet aangezien onafhankelijke waarnemers het land niet in mogen.

“Waarom grijpen de VS en Europa hier niet in?” is de vraag die steeds vaker en luider klinkt. Tegoeden van Syrië zijn weliswaar al bevroren, financieel-economische sancties zijn ingesteld en Assad en aanhangers komen Europa niet meer in maar van enige militaire actie is geen sprake. Onlangs werd de Syrische Nationale Raad opgericht. In tegenstelling tot de Libische Overgangsraad die massaal erkend werd door het Westen blijft het voor de Syrische variant bij steunbetuigingen. Waarom is het Westen nu wel zo terughoudend en bij Libië niet?

Dit omdat het om een conflict in een totaal andere context gaat. Weliswaar wordt Syrië, een land met ongeveer 14 miljoen inwoners, al decennialang geregeerd door dezelfde Ba’ath-partij. Een Arabisch socialistische partij die eenheid in het Midden-Oosten nastreeft. Als secretaris-generaal voert president Bashar al-Assad de regering aan. Hij volgde in 2000 zijn vader Hafez al-Assad op, die in 1970 via een staatsgreep aan de macht kwam. Zijn politieke opstelling naar het buitenland is milder dan die van zijn vader, die samen met Egypte in 1973 de Jom-Kippoer oorlog tegen Israel begon. In eigen land echter heerst hij met harde hand. Maar daar houden de overeenkomsten met Libië wel op.

Muammar Kaddafi opereerde veelal op eigen houtje en kwam in een steeds groter isolement terecht. President Assad daarentegen weet zich gesteund door de ayatollahs in Teheran en heeft sterke banden met Libanon. Kaddafi maakte zich door zijn grillige optredens en banden met het terrorisme niet populair, terwijl Assad een vrij stabiele factor is in het Midden-Oosten. De situatie in Syrië en de omliggende landen lijkt ondanks de stabiliteit in eigen land al veel langer op een kruitvat. Grenzend aan landen als Irak, Jordanië en Libanon is er genoeg onrust aan de grenzen. Het Israelisch-Palestijns conflict ligt heel gevoelig, ieder moment kan de spanning weer hoog oplopen. Daarom zullen de VS en Europa zich niet zomaar in dit conflict gaan mengen.

Verder speelt ook de vraag wie straks de macht in handen krijgt als Assad verjaagd of gedood is. De Moslim Broederschap is net als in Egypte sterk vertegenwoordigd. De situatie in Egypte wijst uit dat het wegjagen van een dictator conflicten tussen religies alleen maar kan vergroten.

En waar houdt het ingrijpen op? Als Syrië gebombardeerd en bevrijd is moeten dan Jemen, Qatar en nog een reeks landen volgen? Op dit moment is er geen mandaat van de VN-veiligheidsraad voor militair ingrijpen. Voor het optreden in Libië onthielden China en Rusland zich van stemming, maar een VN-resolutie voor ingrijpen in Syrië zullen ze zeker torpederen. Bovendien, wat doet de Arabische Liga? Zij keuren het optreden van Assad zeker niet goed, maar het blijft bij woorden.

Als laatste kan gesteld worden dat twee langslepende oorlogen in Irak en Afghanistan wel genoeg is voor het Westen. Tenslotte is een land binnenvallen niet al te moeilijk, maar het ordelijk verlaten na het instellen van een democratie is een ander verhaal. Buurland Turkije heeft al gedreigd met stappen tegen het regime uit Damascus, maar durfde tot dusver niet militair in te grijpen. Turkije ziet ook in dat militaire actie tegen Syrië vrijwel zeker leidt tot oorlog met Iran en dat is wel het laatste wat de Turken willen. Het niet ingrijpen door de VS en Europa (en dus de NAVO) is dan ook de enige juiste optie.

Nu de opstand in Libië succesvol is gebleken, zal de opstand in Syrië weer met nieuwe energie opbloeien. Echter zonder ruggensteun vanuit het Westen. Het is te hopen dat president Assad zelf inziet dat zijn dagen geteld zijn als hij geen hervormingen doorvoert. Alleen op die manier creëert hij stabiliteit voor zichzelf, zijn land en de omgeving.