Posted on

Het transgender dilemma

Een interessante reportage van Robbert Minkhorst over de puber die haar vrouw-naar-man transitie motiveert (Rosanne naar Jonah; LD 12.1.2019). Het transgenderisme is in de afgelopen jaren met de homo-emancipatie meegelift naar een erkenning door tenminste onze politiek correcte gezindte. Fanatici binnen die gezindte pleiten zelfs voor de verminking van onze taal naar een genderneutrale woordenschat en grammatica, en van onze materiële cultuur naar de genderneutraliteit van gebruiksvoorwerpen – met toiletten lukt zoiets maar hoe dat moet met beha’s of gulpen?

Hier ligt een probleem: Homoseksualiteit is zeer waarschijnlijk (onderzoek in die richting is door de politiek correcte goegemeente taboe verklaard) een biologisch gefundeerde geaardheid. De homo ondervindt bij individuen van hetzelfde geslacht een autonome fysieke reactie (de erectie); zoiets kun je, zoals mannen weten, niet ‘faken’. Homofiele seks is dus een natuurlijk gebeuren. Transgenderisme daarentegen berust op (dwangmatige?) inbeelding, je zou kunnen zeggen op een discrepantie tussen de ‘software’ en de ‘hardware’. Het m/v-verschil is géén kwestie van keuze: sekse is een fundamenteel genetisch gegeven dat op celniveau vastligt in het verschil tussen een XX- en een XY- chromosomenpaar, ook bij transgenders. Het komt over als oplichting wanneer bij transgenders de ‘ongewenste hardware’ met chirurgisch/biochemische technieken uiterlijk wordt gemaskeerd. Het presenteren van deze afwijking als een soort derde sekse komt over als bedrog. Moeder natuur maakt fouten. Dat is niemands schuld. Hulp daarbij, zo goed als mogelijk, en ook maatschappelijke acceptatie, passen een beschaafde samenleving. Daarom is het passend dat, net als homo’s, transgenders desgewenst kunnen huwen. Maar een recht op adoptie van kinderen binnen zo’n huwelijk hoort per geval afhankelijk te zijn van een weging van de belangen van het kind in kwestie. Normaliter is een kind het beste af in een biologisch normgezin, met een vader en een moeder.