Posted on 2 Comments

Kiezer versus Kartel: Eurosceptische burger heeft niets in te brengen

Nederland heeft zijn stem uitgebracht, maar de tragiek daarvan is dat verkiezingen geen effect hebben, niet nationaal en al helemaal niet Europees. Ten eerste moeten onze nationale politici voor het grootste deel zélf wetgeving volgen die op een hoger niveau gemaakt is (de EU produceert tussen 50-80% van de nationale wetgeving). En ten tweede zijn de besluitvormingsmechanismen van de EU zo ontworpen dat het onmogelijk is zich te verzetten tegen de internationale consensus van de traditionele politieke fracties. Een versmachtende situatie.

Om het Europese systeem beter te begrijpen volstaat het om even het Belgische systeem te bestuderen. Nederland kan niets beginnen tegen een ‘Europees kartel van nationale regeringen’ (Roland Vaubel) op dezelfde manier dat Vlaamsgezinde partijen in België niets kunnen beginnen tegen een Belgicistisch kartel van traditionele partijen. In beide gevallen consolideren de traditionele machtspartijen hun positie met “buitenlandse” meerderheden. In België bewaren de Vlaamse machtspartijen het status quo met behulp van de Franstaligen. In Nederland bewaren de eigen machtspartijen het status quo met behulp van de andere nationale elites. Het verschil is maar miniem. Nederlandse partijen zijn steeds pro-Europees om dezelfde reden dat Vlaamse machtspartijen pro-Belgisch zijn, namelijk omdat het op lange termijn hun garantie is voor de macht.

Van dit systeem zie je vele voorbeelden. Geert Wilders wou strengere regels voor gezinshereniging maar werd tegengehouden door eurocommissaris van binnenlandse zaken Cecilia Malmström ‘omdat geen enkel ander land het nut inziet om strengere eisen op te leggen aan gezinsmigranten’. Mark Rutte verzette zich van zijn kant tegen de eurobonds omdat deze  nefast zijn voor financiën en democratie (soevereiniteitsoverdracht) van Nederland. Maar andere landen doen het wel waardoor Nederland wel mee moet of later onder een andere regering de voorwaartse beweging inhaalt.

Dat is de essentie van de politieke onvrijheid in een Europa onder de EU. Eurosceptische of niet-traditionele partijen kunnen nooit genoeg stemmen halen, enkel zichzelf laten isoleren of boycotten door samenspannende traditionele fracties (christendemocraten, socialisten, liberalen). Ze kunnen zelfs niet winnen wanneer ze wél een meerderheid hebben, want de collega-elites in  andere landen zullen soeverein politiek optreden afstraffen. Nederland kan enkel uit de EU stappen maar dat is dan weer te revolutionair om aan de achterban te verkopen. Nederland zit dus in een deadlock.

Ook de academische wereld ontdekt het probleem. Finse onderzoekers (Mattila & Raunio, 2009) onderzochten de Europese nationale partijprogramma’s van de laatste jaren en concludeerden dat kiezers geen keuzes krijgen betreffende de EU. In bijna alle landen bestaat er consensus over Europese integratie, en dit binnen alle traditionele fracties en dwars doorheen elke links-rechts opstelling. Vooral in landen met meerpartijsystemen en grote regeringscoalities zoals Nederland of België worden doorsnee kiezers met bedenkingen bij de koers van de EU gewoonweg niet vertegenwoordigd.

De Nederlandse burger heeft dus niet gestemd voor verschillende nationale agenda’s, zoals politici ons laten geloven met hun artificiële bekvechterij, maar wel voor één en dezelfde Europese agenda. De EU wint altijd, want het kartel van traditionele partijen is steeds in de meerderheid. Het enige effect van nationale verkiezingen is steeds weer verdere ‘integratie’. Eigenlijk hebben we daarmee de controle verloren over de historische gebieden waarin we wonen, en over de problemen waarmee we te maken hebben.

Maar niet alleen de kiezer is de controle kwijt, ook politici. Frans ex-parlementslid en ex-bewindsvoerder Yvan Blot (gaullist) schreef in zijn boek L’Oligarchie au pouvoir (2011) dat in Frankrijk noch parlementsleden, noch regering, noch een president het laatste woord hebben maar wel een structuur van topambtenaren en carrière-bureaucraten. Ook binnen de EU, een ambtenarij opgebouwd naar Franse model sinds Monet, vormen bureaucraten de echte macht: COREPER op het niveau van de Europese Raad (300 geheime werkgroepen), en de zesendertig Directeur-Generaals op het niveau van de Europese Commissie (3000 geheime werkgroepen). Politici geven de schijn van vertegenwoordiging en keuren gewoon de besluiten en communiques goed die ambtenaren voorbereiden. Volgens Deens Europarlementslid Jens Peter Bonde (socialist) komt zo 85% procent van de Europese wetgeving tot stand, 97,5% volgens Duits ex-commissaris Gunther Verheugen (socialist). ‘Wij zijn de Europese heersende klasse’, zei een DG in een recente studie van het Duitse onderzoekcentrum ‘Identity Foundation’.

Een mogelijke oplossing ligt niet bij afzonderlijke politieke partijen, maar bij een tegenkartel. We moeten de verdelende links/rechts scheidslijn, die de aandacht weghoudt van de werkelijke macht (het Europees kartel), vervangen door  een nieuwe opsplitsing in het voordeel van de burger: voor of tegen zelfbestuur en soevereiniteit. Vergelijk het met de achttiende eeuw waar uiteenlopende oppositie-partijen zich verenigden in één grote partij voor meer rechten tegenover het establishment (ins vs outs, hats vs caps, tories vs whigs). De mate waarin dit front aan succes wint in verschillende landen, is de mate waarin de kiezer het kartel kan verslaan.

In het internationale verzamelwerk ‘Europa wankelt‘ betoogt de Litouwse academicus Vladimiras Laučius dat er twee soorten patriottisme bestaan: één instinctief op basis van historische afkomst, en anderzijds een rationele toewijding aan iets dat politiek juist en goed is. Het eerste onderbouwt het patriottisme van het vaderland, het tweede een Europees patriottisme. Overtuigde Europeanen, zoals ikzelf en vele Nederlanders, kunnen enkel tegen de EU zijn omdat zijn versmachtende structuren de Europese gedachte onmogelijk maken.

Omwille van Europa moet de kiezer winnen van het kartel. Deze verkiezingen waren zinloos, maar die erna misschien niet.

Dit artikel is oorspronkelijk in sterk ingekorte vorm verschenen in het Nederlands Dagblad van 8 oktober 2012.