Mannen maken geschiedenis

by | 27 December 2016

Het vlakke moderne type politicus loopt op zijn laatste benen. Opvallende karakters en uitstekende leiders timmeren aan de weg voor een nieuw tijdperk.

Met de vermeende totale overwinning van het liberalisme overal ter wereld werd het ‘einde van de geschiedenis’ (Francis Fukuyama) geprognosticeerd. Daaraan gepaard ging ook de neergang van de politieke persoonlijkheid in zijn klassieke vorm. In plaats van de charismatische leider, of de bedachtzame staatsman, of zelfs de strijdende filosoof, kwam de kleur- en karakterloze apparatsjik  van de westerse eenheids-‘democratie’. Die lijkt echter zijn langste tijd te hebben gehad. Het establishment heeft over het algemeen niets in het veld te brengen tegenover de overal de kop opstekende onbuigzame karakters. De geschiedenis is weer terug en ze wordt ‘gemaakt’ door sterke persoonlijkheden.

Klassieke geschiedenisopvattingen bewijzen zich

Het gevleugelde woord “Mannen maken de geschiedenis” stamt van de historicus Heinrich von Treitschke (1834-1896). In onze tijd werd het dikwijls door links bekritiseerd, vooral door marxistische beïnvloede historici. Naar verluidt werd daardoor zowel op de vrouwen als ook op de zogenaamde ‘normale mensen’ te weinig acht geslagen. Het louter opsommen van belangrijke veldslagen en grote mannen zou de geschiedenis vervlakken en geen echte antwoorden leveren of tot een dieper begrip van het gebeurde leiden. De vestiging van deze instelling aan de universiteiten ging vaak gepaard met het opbloeien van nieuwe takken c.q. methoden, zoals de ‘geschiedenis van het alledaagse leven’ of de ‘mondelinge overlevering’.

Het relativeren van het belang van grote persoonlijkheden is enerzijds een vereiste van het egalitarisme, aangezien het uitstekende en geniale de natuurlijk vijand van de ondergemiddelde ‘gelijkheid’ is, die vandaag de dag een ‘ideaal’ heet te zijn. Anderzijds volgt de afkeer van grootsheid uit het marxistische historisch materialisme, volgens welke het wereldgebeuren mechanisch naar zijn doel loopt.

Treitschke heeft de ware aard van de geschiedenis echter goed herkend:

Als de geschiedenis een exacte wetenschap was, zouden we in staat moeten zijn de toekomst van de staten te onthullen. Dat kunnen we echter niet, want overal stuit de geschiedkunde op het raadsel van de persoonlijkheid. Personen, mannen zijn het, die de geschiedenis maken.

Het volk heeft zijn tribunen nodig

De spreuk ‘vox populorum est vox dei’ staat er op de muur van de pronkzaal van het Minnesota State Capitol en drukt daarmee de Verlichtingsgeest van de oprichters van de Verenigde Staten van Amerika uit. Het volk heeft echter helemaal geen stem die men als ‘stem van god’ kan begrijpen. Veeleer moet de leiding het volk een stem geven. Het zijn de grote persoonlijkheden van de geschiedenis, die als spreekbuis en uitvoerder van een goddelijke wil gezien kunnen worden. Niet voor niets sprak men in de Oudheid over een bijzonder succesvolle man als een ‘lieveling van de goden’.  Uit de eenheid van volk en leiding, volgens Carl Schmitt de eigenlijke definitie van ‘democratie’, komt de ware macht van een natie voort. Voor Gustave Le Bon ligt in deze combinatie het grootste explosieve potentieel van een “menigte”, die uiteindelijk de grootste omslagen in het wereldgebeuren veroorzaakt en daarmee geschiedenis schrijft.

We leven in een ontaard gemeenschapswezen, waarin een van de algemeenheid volledig afgezonderde politieke klasse nog slechts in het belang van een kleine internationalistische camarilla handelt en daarbij alle vitale belangen van het volk niet slechts veronachtzaamd, maar zelfs bewust en bedoeld schaadt. Het gaat om een systeem van alleenheerschappij van een kaste van minderwaardigen en niet om een organisatievorm van het volksgeheel. Politieke krachten die er, ondanks alle beperkingen en de vermurwende werking van het systeem in slagen, blijvend succes te hebben, worden door de vertegenwoordigers van de achterhaalde politieke klasse zeer juist als ‘populisten’ aangeduid, oftewel als stem van het volk. Tegen deze ‘populisten’ is er intussen echter geen werkzaam middel weer, ze zullen dus verder opklimmen.

Rechts heeft de persoonlijkheden

Het ware rechts is het, dat reeds lang de werkelijke karakters in zijn gelederen heeft. Dat vindt alleen al daarin zijn reden, dat het publieke optreden in naam van deze ideeën ondertussen een zware levensweg met zich meebrengt, waartegen alleen mensen opgewassen zijn die sterk in hun schoenen staan. De rechtse activist kiest uit idealisme voor een onzeker leven van strijd, terwijl zijn tegenstanders er aan gewend zijn van alle kanten slechts instemming en ondersteuning te ontmoeten. Nu het tij zich lijkt te keren, ontbreekt het de overkant aan equivalente persoonlijkheden.

Rechtse bewegingen, hetzij partijen dan wel burgerinitiatieven, zijn in hoge mate van hun leiders afhankelijk. Veel koppen zouden bij uitval feitelijk onvervangbaar zijn. Maar het is evenwel ditzelfde gegeven dat voor een groot deel voor de recente succes verantwoordelijk is. De mensen kiezen nu eenmaal voor een bepaalde persoon, in wie ze hun vertrouwen stellen en waarmee ze zich identificeren kunnen. Het publiek heeft simpelweg genoeg van steeds dezelfde voorspelbare, vlakke dertien-in-een-dozijn-gezichten. De apparatsjiks van de oude partijen zijn volstrekt uitwisselbaar en zodoende van geen belang. Het beste voorbeeld voor de overwinning van de persoonlijkheid is zeker Donald Trump, die zelfs tegen de weerstand van de elites van zijn eigen partij en feitelijk van de gezamenlijke mediale publieke sfeer erin geslaagd is in het Witte Huis door te dringen.

Veel wijst er op dat Trump niet de laatste man van dit nieuwe tijdperk is die geschiedenis zal schrijven. Vrouwen, zoals bijvoorbeeld Marine Le Pen, zijn van dit fenomeen overigens niet uitgesloten.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij de Blaue Narzisse.