Paul van Buitenen: De Enschedese milieudienst en het OM

by | 20 January 2020

  • ·      AGGELEN van F.W. (Frits) directeur Bouw- en Milieudienst,
  • ·      STREBUS J.J.W. (Jan Willem) afdelingshoofd Milieu,
  • ·      MEIJERINK Gerard plv. afdelingshoofd Milieu,
  • ·      BOSCH Nico ten, uitvoerend ambtenaar Milieu.

Zij traden alle vier op namens de gemeentelijke Bouw- en Milieudienst richting vuurwerkbedrijf en overige instanties. Gisteren publiceerde ik reeds dat zij door mij, individueel dan wel in gezamenlijkheid, verantwoordelijk worden gehouden voor:

  1. Onjuiste afwijzing van bezwaar tegen de milieuvergunning S.E. Fireworks.
  2. Verstrekking van onwettige milieuvergunningen (1997, 1999) S.E. Fireworks.
  3. Vervalsing van de gemeentelijke milieuvergunning 1999 S.E. Fireworks.
  4. Misleiding burgemeester MANS over klasse 1.1 weg uit milieuvergunning.
  5. Misleiding Tolteam/OM over de inbeslagname gemeentelijke dossiers.

Jan-Willem Strebus

Hij was sinds 1 februari 1997 hoofd van de afdeling Milieu van de Bouw- en Milieudienst van de gemeente Enschede. Hij wordt door de rechtbank Almelo op 5 oktober 2001 ondervraagd. Hij bevestigt in zijn verklaring onder meer dat S.E. Fireworks onder vorige eigenaar Harm S. meer dan vier jaar zonder geldige vergunning heeft gedraaid met zwaar vuurwerk in een woonwijk. Defensiebureau Milan constateerde in 1993 een omschakeling van consumentenvuurwerk naar het zwaardere evenementenvuurwerk bij het bedrijf, waarvoor er geen vergunning was. Pas in 1997 kwam er een milieuvergunning voor het evenementenvuurwerk. Strebus wees op achterstanden bij de gemeente en een gebrek aan prioriteit voor het vuurwerkbedrijf.

Strebus tekende als hoofd Milieu namens het college van B&W regelmatig brieven die gericht waren aan S.E. Fireworks. Zo ook een brief n.a.v. een door de gemeente uitgevoerd controlebezoek bij S.E. Fireworks op 29 december 1999, de laatste jaarwisseling voor de ramp. De controle is verricht door de heren Ten Bosch en Oosterheeft en mevrouw Olthuis, allen van de gemeentelijke Bouw- en Milieudienst. Strebus schrijft aan S.E. Fireworks dat de controle aan de hand van de milieuvergunningen 1997 en 1999 bevredigend is verlopen en dat het bedrijf de voorschriften naleeft.

Nico ten Bosch

Ten Bosch legde belastende verklaringen af. Het OM deed er niets mee.

Kapitein Forsman (Defensie-MILAN) constateerde in 1998 dat er bij S.E. Fireworks containers stonden in strijd met de vergunning. Forsman zei toen dat dit alsnog vergund kon worden. Ik (Ten Bosch) heb de eis van 120 min brandwerendheid ten aanzien van de zeecontainers in de vergunning van 1997 laten vallen. Daarvoor is kwam het voorschrift dat de containers één meter uit elkaar moesten staan. In de vergunning van 1999 heb ik zowel de eis van 120 minuten brandwerendheid als de 1 meter grens weggelaten. Ik dacht dat dat kon op grond van het advies van defensie. Ik merk ook op dat Forsman tijdens het bezoek aan S.E. Fireworks op 10 mei 2000 (3 dagen voor de ramp) zei: “wat er in Culemborg is gebeurd, kan hier niet gebeuren”

“Na de ramp bleek dat er geen vuurwerkdeskundigen zijn. De ministeries werken langs elkaar heen. De classificatie van consumentenvuurwerk is onjuist. Ik ken geen deugdelijke informatie over brandwerendheid van zeecontainers. Van de adviezen van bureau MILAN kan niet worden afgeweken omdat zij ook adviseur van de Raad van State zijn. In een procedure wegens afwijking van het MILAN-advies, kom je datzelfde advies weer tegen als advies aan de Raad van State. Ik had te weinig opleiding en ervaring met vuurwerk en stond voor een onmogelijke taak. Ik ben voor die functie bij de gemeente geselecteerd op basis van irrelevante criteria. Er werd gevraagd wie er voortaan met Gerard Meijerink mee wilde gaan op vuurwerkcontrole. Omdat mijn echtgenote altijd werkte tussen Oud en Nieuw, vond ik het prima om op eindejaar vuurwerkcontrole te gaan, dus kreeg ik die functie. Ik kende de onderzoeksresultaten van de ramp te Culemborg niet, omdat ik dit rapport nooit heb gezien.”

“Kapitein Forsman (MILAN) merkte op dat het goed was dat de containers bij S.E. Fireworks niet in een L-opstelling stonden.” (Kapitein Forsman verklaarde ook zelf dat er toestemming was gegeven voor een foutieve vergunning.)

“Ik heb in de S.E. Fireworks vergunning 1997 nooit voorschriften voor sprinklerinstallatie opgenomen omdat MILAN er niet over repte. Wel adviseerde MILAN om m.b.t. de brandpreventie te overleggen met de brandweer voor de vergunning 1997. Ik denk niet dat ik dat heb gedaan. Bij de vergunning 1999 adviseerde MILAN wel om handbediende sprinklers aan te brengen in de ompakruimte, maar ik ben vergeten dat in de vergunning 1999 op te nemen. Deze omissie is controle niet gesignaleerd.”

Door het Tolteam aangesproken op de vergunningscondities in 1999 verklaart Ten Bosch het volgende:

“De situatie bij S.E. Fireworks is historisch. … Niemand maakte in het verleden ooit opmerkingen over brandwerendheid en zelfsluitendheid van deuren bij S.E. Fireworks. In 1993/1994, toen we over het terrein bij S.E. Fireworks liepen, sprak ik hierover met Gerard Meijerink, mijn chef, en hij zei dat we hier niets aan deden. Ook Bouma, Forsman en Ceelen (= bureau MILAN Defensie) constateerden dit en maakten geen opmerkingen. Zij bezochten het bedrijf ook en moeten dit hebben geconstateerd. Zij bespraken dit niet met mij. Ik kan dan geen eisen stellen aan S.E. Fireworks. Op redelijk korte termijn zou het bedrijf daar verdwijnen. Ook bij de procedures voor de vergunningen 1997 en 1999 voor S.E. Fireworks dacht ik er niet aan te eisen dat de milieuvergunning werd nageleefd. Dit eiste ik van nieuwe bedrijven wél”.

Ten Bosch wist dus dat er bedenkingen waren bij de veiligheid van vuurwerkopslag in containers en heeft aanvragen tot toestemming van containeropslag van vuurwerk bij andere bedrijven geweigerd. Dit blijkt uit in beslag genomen stukken.

Ondanks het enorme belang van de verklaringen van Ten Bosch, zijn verzoeken van de verdediging van S.E. Fireworks, om Ten Bosch voor verhoor in de rechtbank op te roepen, door de rechter afgewezen.

Gerard Meijerink

Hij wordt bevraagd tijdens een rechtbankverhoor over vermiste stukken in het gemeentedossier m.b.t. S.E. Fireworks uit de periode 1979 – 1989. Eerst een citaat van het Tolteam:

‘In het gemeentedossier betreffende S.E. Fireworks zijn door ons geen stukken aangetroffen uit de periode 14-12-1979 tot 30-11-1989. Door ons verbalisanten is in het dossier een formulier aangetroffen met daarop een routingstempel, gedateerd 30-11-1989, voorzien van een paraaf gelijkend op de paraaf van Meijerink, met daarbij geschreven: ”opbergen in H W dossier Smallenbroek onder “ontheffingen”’

Ondanks aanwezigheid van zijn paraaf, ontkent dhr. Meijerink voor de rechtbank het bestaan van het door hem geparafeerde formulier, gedateerd 30-11-1989, dat is opgeborgen in het dossier ‘H.W. Smallenbroek’. Ook in het Journaal van het Milieuteam blijkt het gat in het dossier. Verder blijkt uit een verklaring van een lid van het Tolteam dat Meijerink weigert persoonlijke aantekeningen te overhandigen bij de inbeslagname. Dit leidt zelfs tot een gespannen situatie. Het Tolteam drukt echter niet door en Tolteamleider Rik de B. heeft daar achteraf spijt van.

In tegenstelling tot zijn ondergeschikte Nico ten Bosch, die op 4 en 5 april 2001 wél tegen het Tolteam diverse verklaringen heeft afgelegd vanuit zijn positie als verdachte van strafbare feiten, heeft de toen eveneens als verdachte aangemerkte Gerard Meijerink geweigerd tijdens het verhoor van 10 april 2001 te verklaren. Hij beroept zich op zijn zwijgrecht als verdachte. Ten Bosch verklaarde eerder dat zijn beslissingen om overtredingen van S.E. Fireworks te gedogen waren genomen in overleg met zijn chef Gerard Meijerink.

Bij de inbeslagname van gemeentelijke S.E. Fireworks dossiers op 14 en 15 mei bij de gemeente Enschede, ondervond het Tolteam de eerste dag geen problemen bij afdelingshoofd de heer Strebus, maar plv. afdelingshoofd de heer Meijerink weigerde de dag erna bepaalde documenten mee te geven aan het Tolteam.

Ontbrekende stukken uit het procesdossier

De dossiers ‘Grondbedrijf‘, ‘Brandweer‘ en ‘Opslag/verkoop vuurwerk’ zijn door politie/OM op 30 mei 2000 bij de gemeente Enschede in beslag genomen, maar komen echter niet, dan wel gedeeltelijk, in het strafdossier voor. Dit ligt niet aan de gemeente, maar aan het OM. Een verzoek van de verdediging van Fireworks om deze documenten alsnog aan het procesdossier toe te voegen is door de rechtbank afgewezen doordat de rechtbank vertrouwde op de stelling van het OM dat deze stukken niet voorhanden waren. Het blind vertrouwen van de rechtbank in de OM-fictie van ‘waarheidsvinding’ wreekt zich in de rechtsgang. Dit is een kwetsbaar punt in het Nederlandse rechtssysteem. De rechter zou gebruik moeten maken van de eigen bevoegdheid tot toetsing en verificatieonderzoek.

Over het ontbreken van gemeentestukken verklaart het OM het volgende (samenvatting):

Het gemeentedossier is niet compleet. Controleverslagen en notities zijn waarschijnlijk vernietigd. Het HW-dossier S. ontbreekt en de stukken uit de periode 14 december 1979 tot 20 november 1989 ontbreken. Het OM betreurt dit maar kan niet meer zorgen voor completering van het gemeentedossier. Het OM vermoedt een te stringent vernietigingsbeleid van het gemeentearchief c.q. het archief van MILAN. Dit vermoeden is bevestigd door de getuigen Ten Bosch, Meijerink, Van Aggelen en Strebus t.a.v. het gemeentedossier en door dhr. Forsman m.b.t. het MILAN-dossier. Het OM ziet echter geen aanleiding tot strafrechtelijke vervolging wegens achterhouden van bewijsstukken.”

Het OM misleidde hier de rechter en de rechter neemt alles voetstoots aan van het OM. Het OM doet immers aan ‘waarheidsvinding’. Het ‘Feitenoverzicht vergunningverlening’, van het COT van de universiteit Leiden, dat dossieronderzoek deed in het gemeentearchief, toont dat de documenten 1979 – 1989 wél bestaan in het gemeentearchief. Ook zijn er stukken, waarvan het OM beweerde dat ze niet bestonden, later wél opgedoken via een WOB-procedure. Dit alles zou betekenen dat wel degelijk aanleiding was om de gemeente strafrechtelijk te vervolgen voor het achterhouden van stukken voor het OM. En het OM op zijn beurt misleidde de rechter.

Voorlopige conclusie dossiers en milieudienst

Door toedoen van de gemeente Enschede én door politie en OM, waren de procesdossiers incompleet en opgeschoond. Persoonlijke aantekeningen, complete jaargangen en dossiers zijn buiten het procesdossier gehouden. Dit had belangrijke gevolgen:

  • De rechten van de verdediging van de eigenaren van het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks zijn ernstig geschonden. Zij konden hierdoor geen eerlijke verdediging voeren. Dit is een inbreuk op de bepalingen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarin vastligt dat aangeklaagden recht hebben op een eerlijke rechtsgang.
  • De verwijtbare gedragingen van de gemeente Enschede zijn buiten het zicht van de strafrechter gebleven, waardoor te gemakkelijk een beroep kon worden gedaan op de immuniteit voor strafvervolging uit hoofde van de Pikmeer-arresten.
  • Het Openbaar Ministerie misleidde de rechter. Dit was niet voor het eerst en ook niet voor het laatst binnen het dossier van de Vuurwerkramp.
  • Gemeente Enschede was laakbaar bij vergunningverlening en controle op het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks. Noch de commissie Oosting, noch het rechtbankdossier meldden dit. Beide dossiers werden afgesloten voordat milieuambtenaar Ten Bosch zijn bezwarende verklaringen aflegde in april 2001 bij het Tolteam.

Programma

Tot zover. Donderdag (16/1) of vrijdag (17/1/20) komt de rijksrecherche aan de beurt. Echter de situatie met het Openbaar Ministerie, betreffende de behandeling van de aangifte van strafbare feiten, lijkt zich ondertussen niet gunstig te ontwikkelen. Hierover kan een bericht noodzakelijk zijn en om voorrang vragen op www.vuurwerkramprapport.nl