Posted on

Wagenknecht kritisch over omgang Die Linke met AfD-kiezers

Sahra Wagenknecht

De socialistische partij Die Linke was onder de grootste verliezers in de deelstaatverkiezingen in Saksen en Brandenburg. In beide deelstaten zakten de socialisten terug naar ruim tien procent. Mocht hun enige deelstaatpremier Bodo Ramelow eind oktober in Thüringen ook nog weggestemd worden, kon de storm wel eens losbarsten in de partij. Sahra Wagenknecht wil lessen trekken.

De spanning is bij Die Linke toch al om te snijden. Co-fractievoorzitter in de Bondsdag, Sahra Wagenknecht maakte haar partij medeverantwoordelijk voor het goede resultaat van de AfD. Die Linke was volgens de politica “vele jaren lang de stem van de ontevredenen”. “Door ons van onze vroegere kiezers te vervreemden, hebben we het de AfD gemakkelijk gemaakt. In zoverre zijn wij medeverantwoordelijk voor hun succes”, aldus Wagenknecht.

Wagenknecht wil lessen trekken uit stemmenverlies aan AfD

Wagenknecht riep op tot een bezinning, voor wie Die Linke in de eerste plaats politiek wil voeren: “Voor de goed opgeleide, hogere middenklasse in de metropolen of voor hen die steeds harder moeten vechten om hun beetje welvaart. Als de partij mensen buiten de hippe grootstedelijke milieus wil bereiken, moet ze hun kijk op de zaak serieus nemen, in plaats van ze te beleren hoe ze moeten spreken en denken.” De partij moet er volgens de politica mee ophouden begrippen als heimat of veiligheid negatief te duiden. “Voor de meeste mensen is heimat iets heel belangrijks. Ze hechten waarde aan sociale bindingen, gezin en sociale samenhang. Sociale zekerheid is belangrijk, maar ook het beschermen voor criminaliteit. Als we dat niet accepteren, verliezen we de mensen permanent.”

De groeiende afstand tot de belevingswereld van een deel van de kiezers in de voormalige DDR, blijkt volgens Wagenknecht ook uit de omgang van Die Linke met AfD-kiezers. “Die beschimpen we graag generaliserend als racisten, hoewel velen van hen eerder links stemden”.

Rest partijtop minder zelfkritisch

Wagenknechts mede-fractievoorzitter Dietmar Bartsch bleek echter minder zelfkritisch. Tegenover het Franse persagentschap AFP gaf hij weliswaar toe dat het “altijd een nederlaag voor een linkse partij” is, “wanneer rechts zo sterk wordt”. Maar hij wilde verder geen “overhaaste” conclusies trekken. Hij gaf verder toe dat veel mensen Die Linke inmiddels als een te gevestigde partij zien, maar wilde dit niet in verband brengen met de regeringsdeelname van zijn partij in drie deelstaten. Vervolgens merkte Bartsch evenwel op dat je als regeringspartij “niet te veel stampij” kunt maken.

Machtsstrijd onderdrukt in afwachting campagne Thüringen

Achter de schermen woedt reeds langer een machtsstrijd. Nu is er discussie over de aflossing van de beide partijvoorzitters Katja Kipping en Bernd Riexinger. Met het oog op de enige deelstaatpremier van Die Linke, Bodo Ramelow, die campagne voert voor de deelstaatverkiezingen van oktober in Thüringen, wacht men echter nog met de interne putsch. Bondsdaglid Sevim Dagdelen laat er echter geen misverstand over bestaan: “We hebben leiderspersoonlijkheden nodig die bereid zijn tot verandering.”

Posted on

Hoe schrijf je een goed Volkskrant-artikel? – een aantal tips

Voorpagina van de Volkskrant, zaterdag 13 juli 2019

Sinds mijn tiende ben ik een verwoed krantenlezer. Eerst nationaal, en vanaf mijn dertiende ook internationaal. Ik hield en hou vooral van zogenaamde kwaliteitskranten. En juist vanwege die liefde viel me op hoe alles in de loop der jaren veranderde, eerst langzaam, maar steeds sneller. Hoe alles steeds banaler werd, kortzichtiger, lomper, dommer en – vooral – eenvormiger. Of het nu de Times, de Frankfurter Allgemeine, de Volkskrant of de NRC betrof, overal leek hetzelfde virus rond te waren. Uiteindelijk besloot ik alle kranten vaarwel te zeggen. Losse exemplaren zijn hun geld niet meer waard al trap ik soms nog in de val er eentje te kopen.

Ik heb het sinds maanden maar weer eens gedaan: een Volkskrant. En alleen omdat ik ‘erin sta’. Of liever: er wordt over mij geschreven. Onder de titel ‘Hoe rechtzinnige katholieken samen met cultuurchristenen de strijd aanbinden tegen links’. Wat men schrijft, interesseert me eigenlijk niet zoveel. Ik verwachtte er toch al niets van. Maar wat opvalt is de domheid van het stuk.

Op het eerste gezicht lijkt het nog heel wat. Een grote foto op de voorpagina. Pagina’s vol met tekst en illustraties. Veel namen komen voorbij. Maar ik lees niet als consument. Ik weet van het journalistieke receptuur wat aangaande mijn persoon door Annieke Kranenberg en Hassan Bahara werd toegepast. Zoveel opgepoetste stompzinnigheid had ik niet verwacht. Ik verwachtte van grachtengordelaars meer niveau, meer intelligentie, minder doorzichtigheid. En dat vind ik vervelend. Als men probeert mij journalistiek kalt zu stellen, dan zij dat zo, maar dan wel graag in stijl. Zoals het hoort. En niet op de wijze der patjepeeërs.

Daarom een aantal tips – in eerste instantie gericht aan ‘Annieke’ en pas in tweede instantie aan haar loopjongen Hassan – om deze journalistieke smurrie in het vervolg te voorkomen. Met alle goede bedoelingen. Met de verwachting dat men er iets van zal leren. Want mensen die blijkbaar weinig tot niets weten, leren al heel snel aardig wat.

Tip 1. Check uw feiten. Check uw bronnen, en vooral: lees ze!

Enkele uren voor verschijnen kreeg ik een aantal citaten toegestuurd met wat vragen van Hassan (Bahara) met de vraag om toelichting. Het betrof citaten uit enkele artikelen die ik zou hebben geschreven. Al snel werd me duidelijk dat het derdehands citaten betrof aangezien Hassan en/of Annieke (Kranenberg) niets hadden gelezen van deze artikelen. Weggeplukt uit een duister artikel van internet van drie neokatholieke obscuranten en uit een stukje uit de hoek van AFA/Antifa had men dezelfde ‘citaten’ gebruikt zonder context. Eén zin bleek zelfs niet in het genoemde artikel te staan. Er was maar wat overgekalkt.

Het resultaat was nogal pijnlijk. Een satirisch stuk waarin ik juist het racisme aanviel van hen die met de mond belijden dat iedereen welkom is, maar die ondertussen de werkelijke aard van ‘immigranten’ verafschuwen, had men omgetoverd tot een schijnbaar racistisch stuk. Dat is natuurlijk niet kies. Ik ga natuurlijk ook niet het stuk van Hassan en Annieke omtoveren tot een oproep om FvD te stemmen en katholiek te worden. Maar zij zijn er blijkbaar wel toe in staat. Ik zal later de volledige tekst plaatsen.

Hetzelfde met iets anders. Had men namelijk eerder aangegeven te wachten op mijn stuk in Epoque, uit het artikel blijkt wel dat er met een Epoque werd gezwaaid, maar niet dat er ook in is gelezen. Welnu, wapperen met Epoques is niet genoeg. De krant leent zich niet voor visuele effecten. Citeer en laat zien dat u de materie beheerst en ook daadwerkelijk iets gelezen heeft. Uw doelgroep bestaat uit lezers en die stellen het op prijs dat ook ‘hun’ journalisten soms iets lezen.

Tip 2. Maak gebruik van zoekmachines.

U kon blijkbaar niets van mij vinden. Welnu, Google is reuze handig om een aantal oudere artikels terug te vinden. De connectie Jan Hoogduin c.q. (vml.) kraakpand Vrankrijk [1] had u dus links kunnen laten liggen (ik heb te vaak te maken gehad met journalisten die onderdeel uitmaakten van linkse groepen die door de AIVD als staatsgevaarlijk werden bestempeld). Evenals die van de broddelbeiers Van Zoest, Van den Berg en Bosman.

Tip 3. Verdiep u in de betekenis van woorden, van zinnen, artikelen en stijlvormen.

In een satirisch stukje is er dikwijls sprake van overdrijving en van zekere spot. Een satire is geen persverklaring. Hou dat goed in de gaten. The Life of Brian van Monty Python moet men niet lezen als een werk van Augustinus. En de artikelen in de Volkskrant niet als de geopenbaarde wil van Allah aan Mohammed in de grot. En een satirisch stukje van mij niet als een politiek pamflet. U doet dat wel, en dat komt nogal dom over.

Iets soortgelijks viel me al op tijdens de boekpresentatiebijeenkomst in Amsterdam. Annieke oreerde er lustig op los door alle mogelijke termen die ze weleens had gehoord – zoals altright, nationalisme, conservatief en reactionair – aan elkaar te breien. Toen ik haar rustig probeerde uit te leggen wat voor onzin ze daarmee debiteerde vond ze de termen opeens niet meer van belang, iets wat door haar per mail werd herhaald. Ze wist blijkbaar niet waar ze het over had, en daarmee bevond ze zich in ‘goed’ gezelschap.

Onlangs liet namelijk ook een zekere prof. Stefan Paas in het Reformatorisch Dagblad blijken niet te weten wat het verschil is tussen conservatief en reactionair (wat door hem als hetzelfde werd gezien), en het bleek dat hij als politieke nazaat van de ARP dus blijkbaar ook niet het verschil weet tussen antirevolutionair en contrarevolutionair. Het is niet erg om dit niet te weten zolang men erover zwijgt. Gaat men echter spreken, dan komt de begrippenzwendel je weldra tegemoet. Dat voorkomt men heel simpel door te zwijgen over zaken waar men niets van af weet.

Tip 4. Wees duidelijk wat betreft het onderwerp waar u over wilt schrijven.

Een kind kon aanvoelen dat de reden om mij te willen interviewen een kulreden was en dat de werkelijke reden een geheel andere was. U beweerde dat er sprake zou zijn van een trend van ‘toenemende belangstelling in het katholicisme in conservatieve en rechtse kringen’. Ik wees naar de zaal en zag in uw ogen meteen dat u wist dat u onzin sprak.

Ook per mail kon en wilde u niet uitleggen waarom er sprake zou zijn van een dergelijke trend. In mijn ogen is minder dan één persoon per jaar die deze stap zet geen noemenswaardige trend. Er is wel sprake van een sympathie van vele minder katholieke e.a. gelovigen richting FvD en PVV. Maar dat is heel wat anders. Dat had u moeten zeggen zonder de onzin eromheen.

Uw eigenlijke missie was een andere, en deze kwam stapsgewijs naar buiten. Eerst door per mail alles af te buigen richting Catholica en de mailinglijst van Breivik, en later door alles te koppelen aan de figuur van Baudet, een persoon die u als krant al langer in het vizier heeft.

Tip 5. Communiceer helder en eerlijk en speel geen toneel.

Het was vermakelijk om te zien hoe happig u – Annieke – reageerde toen ik – via een citaat van een niet-genoemd persoon – kritiek leverde op Paul Cliteur. Als u toen op een fiets had gezeten, was u er van opwinding vanaf gegleden. Weer bleek niet de ‘trend’, maar de aanval op Forum voor Democratie uw eigenlijke beweegreden te zijn om met mij te willen spreken.

Uw antwoordmail op mijn lijst van vragen was van het gelijke laken een pak. U kon en wilde nergens op ingaan, maar ging er wel vanuit dat ik zou happen. Uw doorzichtigheid was vermakelijk. Ik denk werkelijk dat in uw ogen alles wat rechts is, katholiek en/of man ‘dom’ is. Maar u laat zich dan ook omringen door nog dommere personen, zoals Hassan.

Zijn laatste mail bevatte namelijk de bewering dat hij en ik met elkaar ‘kennis hadden gemaakt’. Nu herinnerde ik me wel dat u naar hem wees. De jongeman die als een oude woestijnvos door de zaal ijsbeerde om een plek te vinden om te sterven, bleek uw loopjongen te zijn die zich geen houding kon geven en een en al uitstraalde dat hij de boel journalistiek aan het belazeren was.

Tip 6. Sla niet onnodig deuren dicht.

De schamelheid van het aantal personen dat in uw artikel geïnterviewd werd c.q. geïnterviewd wilde worden, moet u toch te denken geven? Sluit dan ook niet uit dat dit wellicht ook aan uzelf ligt. Leg niet meteen de bal bij de ander. Durf te denken voorbij de dijken van het eigen gelijk. Uw ongeduld om te investeren in relaties met mensen, en uw onwil om zelfs vragen fatsoenlijk te willen beantwoorden, heeft ertoe geleid dat er een idioot artikel is ontstaan. De personen waar het over gaat, buikspreken allemaal. Dat men aan het buikspreken was, wordt grappig geïllustreerd door het vergeten van de aanhalingstekens bij de tussenkop ‘Neo-Tridentijns hipster-fascisme’. Daardoor laat u zien dat dit volgens u geen mening is, maar een door uw krant erkend objectief feit. Overigens worden alle elementen in deze kop nergens onderbouwd, maar voor u stond de strekking van deze draak van een term (waar zijn bijvoorbeeld de skinny jeans?) blijkbaar al vast voor de eerste uwer vingeren de eerste typemachinetoets had aangeraakt.

Die enige drie die wel spreken, Bosman, Van den Berg en Van Zoest, buikspreken bij monde van eerstgenoemde twee personen. Waarbij direct de vraag oprijst: met welke autoriteit spreken zij? Hun verregaande uitspraken over mij en Tom Zwitser zijn van tevoren niemand voorgelegd om op te reageren. Deze uitspraken vormden dus reeds de onomstootbare kern van uw artikel.

U kon en wilde niet uitleggen wat mijn autoriteit zou zijn op dit gebied als persoon zonder publieke functies of bijzondere expertise. Dat enige autoriteit of deskundigheid er voor u niet toe doet, bevestigt niet alleen de idee dat het u uitsluitend te doen is om beschadiging van de FvD via personen zoals ik, maar heeft ook geleid tot een hilarische opbouw van dit stuk. De enige drie personen van ‘gewicht’ die u kon vinden zijn drie obscuranten. Eentje een vereenzaamde doordrinkende pornocraat, een ander een beoefenaar van een zelfverzonnen wetenschap – cultuurtheologie – en de derde slaat werkelijk alles. Deze ‘internetondernemer’ werd jaren geleden ontmaskerd als de verkoper van sites die à la minute te hacken waren, en als iemand die geld verdiende door goedgelovige katholieke oude vrouwtjes voor geld ‘twittercursussen’ aan te smeren.

De grootste grap was het vervolg. Had hij eerder, met zijn ‘kompanen’, Catholica ervan beschuldigd ruimte te geven aan zogenaamde ‘heel-Nederlandse’ ideeën; deze ‘ondernemer’ presteerde het om zijn critici aan te vallen door de enige Heel-Nederlandse advocaat en activist in dienst te nemen die ons land kent: Wim Schuller. Deze maakte het zo bont om alle critici van mijn naamgenoot formeel te beschuldigen van ‘poging tot doodslag’… Verder bleek dat diezelfde ondernemer de domeinnaam katholiek.nl had verkregen via een connectie die niet alleen sedevacantist was geworden, maar ook verbonden was aan een gemeenschap in Oldenzaal die sympathiseert met Mgr. Richard Williamson, de welbekende Holocaust-ontkenner.

Ik ben dus niet onder de indruk van hun morele autoriteit. En dit gezelschap van maatschappelijke kwakzalvers laat u uw lezers vertellen wat ‘normale’ katholieken zijn en hoe neonazistisch zij zijn die andere opvattingen koesteren dan deze heren. Kijk, hiermee kweekt u geen vertrouwen. En zo wordt het nooit wat met de podiumfunctie van uw krant.

Tip 7. Denk na over bewoordingen en gooi niet alles op een hoop.

Vermijd, in vervolg van voorgaande punt, taalgebruik dat richting personen zoals die van mij de suggestie voedt dat u wellicht doet aan haatzaaien door bepaalde termen te gebruiken c.q. toe te staan c.q. te publiceren in uw artikel. Dat wilt u natuurlijk niet, maar u doet het wel. U weet natuurlijk heel goed dat ‘bruine rand’ niet verwijst naar de kleur van een stoelleuning, maar naar nazisme. Hou u er dan ook verre van.

Mail mij dan ook niet dat ik ‘geweigerd’ zou hebben geïnterviewd te worden, terwijl u niet in staat was of wilde zijn mijn simpele vragen over zo’n interview te beantwoorden. Geef dan ook geen ruimte aan obscure types door via hen te buikspreken dat ik een tegenstander zou zijn van ‘normale’ en ‘gematigde’ katholieken. Geef charismatisch en seksueel gemankeerden niet de kostbare ruimte te oreren over masturbatie (ik moet weer aan die fiets denken).

En haal niet zomaar ergens de NSB bij, waar ooit is geschreven over de driekleur ‘Oranje, blanje, bleu’. Ik heb dat vroeger gewoon geleerd op de lagere school en mijn leraren waren geen NSB’ers, ook al vinden u en Wikipedia van wel (want u lijkt letterlijk Wikipedia te citeren…). Ik schreef dit ooit op in combinatie met aandacht voor de drieslag ‘Unie, Religie en Militie’. U weet wel, de typering die prof. Van Hamel vlak na de bevrijding van stal haalde (in boekvorm onder de titel De eendracht van het land, maar reeds in april 1944 in een artikel in De Gids uitgegeven in bevrijd Nederland) met een verwijzing naar een schilderij van Rembrandt.

Op dit punt overschrijdt uw stompzinnigheid de grens met de kwaadaardigheid. Daarom: gooi in vervolg niet alles op een hoop. Hou het voor u inzichtelijk, zeker wanneer het een materie betreft die voor u volkomen nieuw is. Bedenk: vele discoursen hebben een eigen jargon en een specifiek symbolisch universum. U stampt daar als een olifant doorheen. Mijn advies: niet doen.

Tip 8. Ontwikkel een sterke maag.

In deze wereld zijn er meer opvattingen dan enkel en alleen die van de journalisten aan de Wibautstraat. Het kan zijn dat sommigen van u vanwege achtergrond, ervaring en ontwikkeling een zekere gevoeligheid hebben ontwikkeld voor afwijkende opvattingen. Neem daarom deze raad ter harte: “kweek een sterke maag”.

Niet iedereen is zoals u en besef dat dit ook niet zo snel zal gebeuren. Om de kwaliteit van uw waarnemingen en uw oordeelsvermogen te bewaren is het dan ook noodzakelijk op zijn minst andersdenkenden te verdragen en elk gevoel van walging te voorkomen. Dit vergt een oefening die wellicht in bepaalde gevallen, zoals de uwe, beter buiten de vertrouwde kring kunnen plaatsvinden om enig effect te sorteren. Een Turks koffiehuis is dan ook een betere oefenlocatie dan een redactielokaal van een Volkskrant.

Tip 9. Wees duidelijk in het uitdragen van uw missie.

Een journalist is allereerst dienstbaar en is slechts de explicitering van een eigenschap die elke burger bezit; namelijk drager en uitoefenaar van de vrijheden c.q. rechten van meningsuiting, informatievergaring en drukpers. Het enige verschil tussen de journalist en de burger is dat de eerste is vrijgesteld om deze eigenschap c.q. vrijheid c.q. recht te beoefenen in het algemeen belang. Een journalist staat dus nooit boven de burger en alleen al daarom dient de journalist elke burger met respect en eerlijkheid te bejegenen en te behandelen.

Uw vraag aan mij per mail naar de ideologische overeenstemming tussen Breivik en mijn persoon was dan ook zeer onbetamelijk. En niet zozeer vanwege de aanname dat ik dat manifest gelezen zou hebben – ik heb dat namelijk niet. Nee, de vraag herbergt de suggestie dat de vragensteller volledig onwetend is aangaande de aard van ‘terrorisme’, namelijk als de combinatie van deugd en geweld (Robespierre).

Sinds wanneer doet het gewelddadige grijpen van een individu naar geweld de ‘deugd’ teniet? De Volkskrant was nooit kieskeurig t.a.v. van figuren als Paul Rosenmöller die openlijk hun steun uitspraken richting mannen als Mao, Pol Pot, Stalin en Enver Hoxha. Nooit raakten voor de Volkskrant hierdoor haar linkse deugden in diskrediet. En evenzeer nooit de figuur van Rosenmöller.

Maar het is erger. De vraag suggereert dat het eventuele verwijzen van Breivik naar Benedictus XVI zou betekenen dat elke katholiek ideologisch verbonden zou zijn met een massamoordenaar als Breivik. Dit is uiteraard een krankzinnige opvatting die grenst aan het onbedaarlijke. Dit soort uitglijders zijn onvergeeflijk, tenzij u erop terugkomt. Daarom: volg op z’n minst een workshop ‘dienstbaarheid’. En:

Tip 10. Durf excuses aan te bieden.

Iedereen maakt fouten, sommigen maken soms grote fouten. Zoals u. Dat is niet erg. Fouten maken hoort bij het leven, maar fouten moeten wel erkend worden en worden opgevolgd door excuses. Schade aan uw krant, de geloofwaardigheid van uzelf en de onnodige schade aan de reputaties van goedwillende burgers dienen te worden rechtgezet. Dit versterkt uw geloofwaardigheid en tevens uw karakter.

Geef rustig toe dat u nooit van plan was een eerlijk interview af te nemen. Dat u wel degelijk in staat was mijn vragen te beantwoorden, maar dat u gewoon niet wilde. Dat u niet geïnteresseerd bent in welk verhaal dan ook. Het lucht op en maakt van u een beter mens.

Tip 11. Volg onderwijs.

Wie te kort schiet op alle bovengenoemde punten kan beter het zekere voor het onzekere nemen en gewoon weer naar de schoolbanken gaan. Een gewezen ombudsvrouw van de Volkskrant is nog niet automatisch een goede journalist. Evenals een afvallige islamhater dat is. Zonder goed onderwijs is het lastig om paginagrote artikelen te schrijven met enige samenhang en betekenis.

Tip 12. Houdt uzelf een spiegel voor.

Bijvoorbeeld de satire ‘Ik wil een echte neger’. Ik vond nog ergens het origineel. En ik kan er – in tegenstelling tot u – eerlijk gezegd niets fouts in ontdekken. De strekking is en was duidelijk: waar in 2010 (en nog steeds in 2019) de mainstream-politici, media en opiniemakers zogenaamd solidair zijn met Afrikanen, immigranten en allochtonen, is en was men in feite alleen maar tolerant ten aanzien van ‘negers’ als lege hulzen: die hun moraal, cultuur en opvattingen hebben afgelegd en vanbinnen ‘blanke, progressieve, liberale homo-activisten-in-spe’ zijn geworden.

De strekking van de Volkskrant (en anderen) is duidelijk: wie ‘echte negers’ welkom wil heten, zoals ik dat deed, is in hun ogen een racist. In uw ogen is er slechts een welkom voorbehouden aan aangepaste en leeggemaakte ‘negers’ om zo uw grachtengordels en Wibautstraten van nieuw neuk- en schrijfvlees te voorzien.

Echte negers ~ Een satire (uit mei 2010)

Volgens de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen zijn echte negers “meer dan afschuwelijk”. Hij zei dit na het incident in Malawi waar twee kerels die met elkaar wilden trouwen een fikse gevangenisstraf kregen opgelegd (die na hevige externe druk weer werd ingetrokken). En zowat de hele wereld viel hem daarin bij. Want zeg nu zelf: echte negers zijn eng, agressief, hebben een achterlijke moraal. Zolang ze in Amsterdamse varkensflats huizen, vallen ze nog mee. Maar zodra ze hun mond opentrekken krijg je van die meer dan afschuwelijke spirituals te horen. Onze fijnbesnaarde Rammstein- en Youp van ’t Hek-oortjes kunnen daar natuurlijk niet tegen.

Negers zijn een mooie voorbeeldcase van onderdrukte volken. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake de SGP presteerde Trouw-columniste Elma Drayer het om de vergelijking te leggen tussen slavernij en het vrouwenstandpunt van deze partij. De analogie was volgens haar duidelijk: ooit was slavernij normaal, maar thans verboden; idem dito met het afwijzen van passief vrouwenkiesrecht door een SGP. Dat Elma daarmee impliciet zei dat onze maatschappij er een is van slaven die elke vier jaar haar slavenhouders kiest, drong waarschijnlijk niet tot deze columniste door. De grap was vooral het neger-element.

Elma Drayer vindt het goed dat juist de partij met de grootste neger-factor wordt aangepakt. Niet alleen uiterlijk in zwarte pakken en slobkousen, maar ook qua opvattingen. De Nederlandse Veluwenegers zitten volgens mevrouw Drayer terecht in het verdomhoekje van Halsema-land. Elma Drayer haat negers, zelfs blanke stadsnegers uit olde Barnevelt.

Nu zijn negers ook niet iets om trots op te zijn. Zeg nu zelf: verpest door kolonialisme, door een politiek van moraalafbraak, uitbanning van huwelijk en huwelijkstrouw onder slaven, en het uit elkaar trekken van mannen en vrouwen in townships is er een fantastisch mengsel ontstaan van rasta-dragende, rondcopulerende bling bling gangstarappers. MTV spint er garen bij, evenals de Amerikaanse NBA.

Halsema-typetjes – waar onder invloed van Flair en Viva ons land zo langzamerhand vol mee zit – hebben niets met MTV – dus niets met negers. Neem nu Femke. Viel haar voorganger André van Es nog op fors geschapen zwarte mannen; Femke Halsema geeft negers het liefst een knietje. Seksisten moet je te grazen nemen. Zelfs al heten ze Jan Peter Balkenende.

In Amerika weten ze er raad mee. Toen Californië onlangs het homohuwelijk afwees – Proposition 8 – en de homoactivisten kwamen erachter dat dit vooral te danken c.q. wijten was aan de tegenstem van zwarten, ontstonden er heuse razzia’s door homo’s op negers. De ondankbaarheid van negers is groot, zullen we maar zeggen. Ben je doodgeknuffeld door neomarxistische welzijnswerkers, zit je zoon in de gevangenis en ligt zijn pa in de goot, ben je nog niet dankbaar! In Californië maten linkse homo’s zich daarom het recht aan negers in elkaar te meppen. Aan het velletje van Oom Tom zie je toch niet dat hij blauwe plekken heeft – dus niet zeuren.

Een ander ondankbaar soort negers woont in Malawi. Daar proberen ze nog iets te redden van een maatschappelijke orde die niet is verwoest door de goede bedoelingen van het Westen. Ondankbaar volk, niet? Ze hebben geen kennis van onze strafmaten. Madonna heeft er twee gered, maar de rest zal het nooit leren. Honderd jaar leerschool heeft er nog geen keurige negertjes van gemaakt. Dan maar de botte bijl van de VN. De negermoraal moet maar eens afgelopen zijn. Het negervlees gaat dood aan AIDS; de negermoraal gaat dood door de VN. Een cocktail en een knietje.

Volgens onze linkse elite zijn negers “meer dan afschuwelijk”. Echte negers althans. Zwart, aangepast vlees is echter uitstekend. Hetzij in de vorm van half-om-half voor 2 Euro 99 bij de C1000, hetzij in de vorm van hotsende en klotsende voetbalbenen. Maar zodra er in dat zwarte vlees ook nog een neger woont, is de wereld te klein. Het vlees mag er zijn; de voorouderlijke geest moet begraven worden. In Malawi of zo.

Bij Catholica zijn negers welkom. Als ze iemand in de cel willen stoppen, moeten ze dat maar ergens anders doen. Wij sluiten niet zomaar iemand op. En bovendien: onze cellen zitten vol met afgedankte medewerkers die denken dat ze Job Cohen, Mark Rutte of Lee Towers zijn.

Wij vallen wel mee. Wij zullen mannen die zich met elkaar verloven veertien jaar lang uitlachen. Vanuit het cellencomplex van Schiphol. Voordat we het land worden uitgezet en worden teruggezet in de savannes van Negrotopia.

Ten slotte

Dit stuk toont de grondhouding en daarmee de weeffout aan in uw denken. Het is een kritiek op de renegaten zoals die kranten als de Volkskrant bevolken: de afvalligen met onblusbare haatgevoelens en met de moraal van de woestijn. U haat kennelijk Baudet. En in zijn kielzog haat u daarom ook mensen zoals ik. Niet vanuit een sterke overtuiging, maar juist vanwege gebrek aan overtuiging. U bent namelijk een lakei van het systeem en Hassan is uw koelie.

U ziet het als uw taak de lacunes van ons systeem te dichten. Waar justitie te kort schiet, moet volgens u een Volkskrant de taak van eliminatie op zich nemen. De staat van onze pers wordt mede door uw toedoen gekenmerkt door een onderzoeksjournalistiek project waar meerdere mensen vele weken aan gewerkt hebben, maar dat bij nader inzien goedkoop broddelwerk van schoolkrantniveau blijkt te zijn. Denk daarom eens na of u wel geschikt bent voor uw taak en of niet beter een ander die taak op zich kan nemen.


Noot

[1] Jan Hoogduin was één van de fictieve personae die extreemlinks gebruikt(e) om informatie te vergaren en op internet te zetten waar kranten als de Volkskrant e.a. dan weer hun ‘objectieve’ informatie vandaan konden halen.

Posted on

Multimiljonair Trump begrijpt arbeiders beter dan links

Links kan en wil het economisch nationalisme van Trump en de Brexit niet begrijpen, want ze heeft geen enkele binding meer met arbeiders die hun werk en leefomgeving bedreigd zien door migranten en kosmopolieten.

De Duitse journalist Hans Magnus Enzensberger muntte in de vorige eeuw de treffende beeldspraak van de samenleving als een treincoupé. In de tijd dat treinen nog afzonderlijke coupes kenden, was dit een herkenbaar beeld: je zit met z’n tweeën in de trein en na een stop meldt zich een nieuwe reiziger in de coupé. Er ontstaat onrust en wrevel. De derde persoon neemt plaats, maar van beide kanten is er onmin. Dat blijft totdat een nieuwe reiziger ook plaats wil nemen in de coupé. Zodra deze aanstalten maakt om te gaan zitten, vormen de twee oorspronkelijke reizigers samen met nieuwkomer nummer drie een onzichtbaar verbond tegen nummer vier, de nieuwste reiziger. Enzensberger wilde met dit beeld duidelijk maken hoe migratie werkt in de samenleving. Vraag eerste of tweede generatie gastarbeiders wat ze vinden van nieuwe landgenoten en het antwoord zal, overal ter wereld, luiden: “Er moeten niet teveel komen, want ze verpesten het voor ons.”

Succesvolle migranten

In de geschiedenis van migratie naar westerse landen is dat een constante. Paul Scheffer in de discussie naar aanleiding van zijn spraakmakend essay ‘Het multiculturele drama’: “De vraag blijft in welke mate de succesvolle migranten zichzelf nog willen zien als zaakwaarnemers van hun eigen gemeenschap. Mijn indruk is dat velen in deze nieuwe middenklasse zich los hebben gemaakt van de problemen in hun gemeenschap.” De constante dat succesvolle migranten zich voegen bij de al bestaande middenklasse en tot grote verwondering van linkse journalisten en wetenschappers gaan stemmen op rechtse partijen die kritisch zijn over migratie en de multiculturele samenleving.

In de Verenigde Staten stemt zo’n 30 procent van de Latino’s op Trump, ondanks het beleid dat illegale immigratie wil stoppen. Zoals bijvoorbeeld Sylvia Menchaca Abril, eigenaar van een Mexicaans restaurant in Phoenix (AZ), die over Trump in een BBC-reportage zegt: “Ik ken hem en ik geloof dat hij begrijpt dat we met z’n allen er aan werken om Amerika weer groot te maken. Ik denk niet dat hij tegen Latino’s is, maar hij is tegen de problemen die over de grens binnen komen.”

Klootjesvolk

Ooit stond links voor de verheffing en emancipatie van de arbeidersklasse. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw kon die arbeider voor het eerst een eigen huis kopen en wilde hij niet meer dan met de caravan op vakantie en kijken naar TROS-programma’s. Halverwege de jaren zestig bestempelden de Provo’s de arbeiders daarom al denigrerend als ‘klootjesvolk’. Niets ergers dan burgerlijke idealen.

De arbeiderspartij bij uitstek, de Partij van de Arbeid, werd overgenomen door identitaire belangengroepen: feministes, homoseksuelen en allochtonen. Ze kwam niet meer op voor de arbeider, maar verkocht haar ziel aan politieke en maatschappelijke minderheden. De berendans van André van der Louw op het vernieuwingscongres van de PvdA in 1969, was een dans op het graf van de klassieke arbeidersbeweging. Daarna was het einde verhaal voor de sociaaldemocratie. De arbeiders werden uit hun stadswijken naar Lelystad en Purmerend verdreven. Hun plaatsen werden ingenomen door of yuppies (Jordaan) of allochtonen (Schilderswijk). De partij deed nog een paar zielige pogingen om de arbeidersstem terug te winnen – Joop den Uyl in de ‘André van Duin Show’ (1981). Maar met Jan Schaefer stierf in 1994 – symbolisch het eerste jaar van het Paarse kabinet Kok – de laatste arbeider in de PvdA.

Eerste kabinet Kok

Het eerste kabinet Kok, de vakbondsman die ooit op de schouders van scheepwerfarbeiders in Schiedam werd rondgedragen, was niet het begin van het einde van de sociaaldemocratie, maar eerder het sluitstuk. Het verloochenen van de socialistische principes en het op zolder opbergen van het ‘roode vaandel’ was al enkele decennia eerder begonnen, toen links zich overleverde aan protest- en identiteitspolitiek. Zelfs de communisten moesten er aan geloven; de gestaalde kaders werden verdreven door getuinbroekte feministes en biodynamische milieufreaks. Legendarisch is de boosheid van een lokale communist, ergens in de Groningse ommelanden: “Ze hebben de strokarton-industrie uitgekleed en nu maaien ze niet eens meer de bermen langs de weg. Allemaal voor het milieu, zeggen ze, maar het is toch levensgevaarlijk voor het verkeer!”

Het neoliberalisme begon niet met Paars I, maar had in de jaren zestig de linkse protestbeweging al overgenomen. De commercie rook geld en nieuwe, vooral jonge consumenten, en speelde behendig in op de toegenomen welvaart, de nieuwe popmuziek en de vernieuwende mode.

De arbeider

De arbeider was ondertussen al lang uitgeweken naar andere partijen (DS70, met de zoon van de sociaaldemocratische godfather Willem Drees, Centrumpartij/Centrumdemocraten en PVV). Alleen de SP vormt een uitzondering op deze regel, maar het is niets voor niets dat de socialisten door nieuwlinks en de identiteitspolitici zo onder vuur liggen. Want de arbeider heeft geen boodschap aan open grenzen, rekeningrijden en klimaatheffingen.

Links kan en wil het economisch nationalisme van Trump en de Brexit niet begrijpen, want ze heeft geen enkele binding meer met arbeiders die hun werk en leefomgeving bedreigd zien door migranten en kosmopolieten. “De enige manier om de migranten uit Oaxaca te veranderen in middenklasse-stemmers, vergelijkbaar met conservatieve Cubaanse migranten, is het sluiten van de grenzen en het toelaten van diverse en legale immigranten op basis van bekwaamheid”, schrijft Victor Davis Hanson in zijn boek ‘The Case for Trump’.

Democratische revolte

“Dit ging helemaal niet over de Europese Unie of over buitenlanders, zij zijn slechts de totem van waar mensen zich tegen verzetten: verandering”, zegt Sir John Hayes in een beschouwing in De Groene Amsterdammer over de Brexit. “Wij van de leave-kant hebben begrepen waar het referendum echt over ging. Dit is een spirituele beweging, een van emotie en gemeenschap – daar is niets irrationeels aan.” De Britse politicoloog Matthew Goodwin zegt in datzelfde artikel: “We moeten deze opstand niet zien als de omverwerping van liberaal-democratie, maar een correctie daarop. In de kern is dit een democratische revolte. Dat bewijzen de cijfers, mensen aan de oostkust zijn niet tegen democratie. Ze willen juist méér gehoord worden. Al keren ze zich wel tegen liberale waarden, dat is niet mooi maar het is te makkelijk om ze dan maar af te schrijven als een stelletje racisten.” In het Engelse Luton zijn blanken in de minderheid. En toch stemde ook daar een meerderheid voor het verlaten van de EU. Het gelijk van Hans Magnus Enzensberger.

Posted on

Identiteitspolitiek is neoliberale natte droom

“Het is wáár dat er in Nederland vele culturen leven. Maar de multiculturele samenleving als ideaal is mislukt. Er is nauwelijks integratie. Bevolkingsgroepen leven veelal gescheiden van elkaar. Kijk eens in het onderwijs: we hebben zwarte en witte scholen. In de steden hebben we zwarte en witte wijken. Kijk eens in het openbare leven. Je kunt nog zo mooi zeggen ‘we leven allemaal vrolijk met elkaar’, maar dat is gewoon niet waar.” Uitspraken van een (extreem)rechtse politicus? Nee, het zijn citaten uit het interview dat Marieke Hoogwout van Vrij Links had met Tweede Kamerlid Jasper van Dijk. De volksvertegenwoordiger van de SP sprak stevige woorden over de illusie van open grenzen, over de noodzaak van islamkritiek, en de race to the bottom door arbeidsmigratie.

Verontwaardiging

Er stak een storm van verontwaardiging op. De termen ‘racist’ en ‘fascist’ spatten van de schermen. Niet uit de hoek van rechtse partijen, maar juist vanuit het progressieve kamp. Van Dijk werd op sociale media met pek en veren besmeurd, op dezelfde dag dat SP-leider Lilian Marijnissen hetzelfde overkwam na haar uitspraak dat “arbeidsmigratie de lonen in Nederland onder druk zet”. Zelfbenoemde antifascisten briesten: “De SP vist in de bruine electorale vijver van de PVV en het Forum voor Democratie.”

Deze vertegenwoordigers van de zogeheten identiteitspolitiek – uit de bekende hoek van Bij1 en GroenLinks – laten hiermee zien dat ze niet links zijn in de klassieke zin, maar gewoon liberaal. Ze zeggen dat ze voor een inclusieve samenleving zijn, maar ze zijn helemaal niet inclusief maar eisen voortdurend erkenning. Erkenning van hun zogenaamde slachtofferschap. Hiermee past hun ideeëngoed naadloos in de postmoderne liberale orde, die stelt dat wat je overkomt je eigen schuld is, dat ziekte een keuze is, en dat als je niet mee kan komen je een loser bent. Het leeft van slachtofferschap en de race wie het ergste slachtoffer is, is nog lang niet gelopen.

Yippies werden yuppies

De propagandisten van identiteitspolitiek – de antiracisten, antifascisten, de inclusie-denkers, de genderadepten – krijgen vaak het stempel ‘cultuurmarxisme’. Maar dat is een slecht gekozen term, die geen recht doet aan de realiteit. Want het zijn helemaal geen marxisten, het zijn liberalen. De revolutionaire geest van de jaren zestig, waar tegenstanders de bron van het cultuurmarxisme leggen, werd namelijk al snel omgevormd in de geest van Veronica: lekker jezelf zijn, lekker doen waar je zin in hebt. Het revolutionaire vuur van Mao- en Castro-volgelingen doofde spoedig. Yippies werden Yuppies.

Jerry Rubin, een van de grondleggers van de protestbeweging die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 hun kandidaat presenteerden – Pigasus, een 66 kilo zwaar varken – stierf in 1994 als een multimiljonair. Zijn medestanders volgden vaak dezelfde weg, creëerden lucratieve universiteitsposten en betrokken luxe appartementen of statige herenhuizen. Ze waren studenten, afkomstig uit de middenklasse, en ze hebben geen enkel idee van wat er leeft in de arbeidersklasse; het klootjesvolk, het plebs.

Slachtofferschap

Vleesgeworden liberalen, die hun progressieve schuldbewustzijn afkopen met een veganistisch dieet, maar ondertussen wel die alternatieve wandelvakantie door Vietnam boeken. Ze grossieren in slachtofferschap. Daarin onderscheiden ze zich van klassieke marxisten. Die spreken namelijk niet over slachtofferschap, maar over macht. De legendarische uitspraak “Het maakt nogal uit wie over de zweep praat: het paard of de voerman!” was een klassieker in socialistische kringen. Zoals rechtse partijen (PVV, FvD, VVD) niet conservatief, maar liberaal zijn, zo zijn progressieve partijen (GroenLinks, D66, PVVD) niet links, maar liberaal.

De voorstanders van open grenzen en identiteitspolitiek verdedigen uiteindelijk de liberale politiek waar multinationals baat bij hebben. De strijd voor het klassieke huwelijk tussen man en vrouw werd in sommige staten in de Verenigde Staten niet verloren omdat een politieke meerderheid er tegen was, maar omdat het bedrijfsleven zich er tegen keerde. De grote bedrijven staan zich voor op inclusief personeelsbeleid en lopen voorop met de LHBT-kleuren.

Vandaar dat Jasper van Dijk stelt dat “het sprookje van de open grenzen de natte droom van het bedrijfsleven is”. Progressieve identiteitspolitiek is niet antikapitalistisch, maar is al tevreden met regenboogtompoezen en gender-neutrale rompertjes bij de HEMA. Daarmee lopen de politieke en ideologische scheidslijnen niet langer tussen links en rechts, maar tussen nationalisme en kosmopolitisme en tussen onderklasse en elite. Voor echte conservatieven biedt dit nieuwe onverwachte bondgenoten. En dat zou zomaar bijvoorbeeld de SP kunnen zijn.

Posted on

Wierd Duk geeft antifa koekje van eigen deeg

Nogal wat ophef in de linkse (sociale) media-kanalen. Aanleiding is het artikel van Wierd Duk en Marcel Vink, waarin de Telegraaf-journalisten een analyse maken van de dwarsverbanden tussen een aantal ‘anti-Zwarte Piet’ personen en hun organisaties plus de financiers van deze clubs. Bovendien zetten de journalisten een aantal uitspraken van bekende activisten op een rijtje. Uitspraken die er niet om liegen.

Wat Duk en Vink hebben gedaan is al decennia gebruikelijk binnen radicaal-links (antifa, krakers, dierenactivisten, etc.). In grote schema’s en dossiers brachten linkse activisten personen en organisaties in kaart die in hun ogen extreem-rechts waren. En dat ging ‘van dik hout zaagt men planken’. Via EO-journalisten en DS’70-parlementariërs was men in enkele stappen bij Joop Glimmerveen (NVU) en de weduwe Rost van Tonningen. Vandaag de dag doen de activisten nog steeds hetzelfde. En kan het gebeuren dat dorpsbewoners die in de nabijheid van een asielzoekerscentrum wonen of een buurtcomité in een zogeheten ‘Vogelaarwijk’ met gemak geassocieerd worden met neo-nazi’s die jaarlijks aanwezig zijn op de Rudolf Hess-herdenking in Duitsland. Naming & Shaming is een geliefde bezigheid binnen linkse actiekringen. Het liefst ook nog met foto en adres van de desbetreffende ‘fascist’.

Hypocriet

De verontwaardiging die nu binnen die kringen is opgestoken is dan ook hypocriet. Duk en Vink presenteren de actievoerders een koekje van eigen deeg. Maar dan wel een koekje volgens het juiste recept. Want wat de twee journalisten op een rijtje zetten is schokkend. “Ik houd van vechten, vooral tegen de witte man,” schrijft Mitchell Esajas, een van de voormannen van Kick Out Zwarte Piet. “Ik hoop dat jullie dit jaar iets doen, vreedzaam of niet.” Zijn compaan Jerry Afriyie zei in een toespraak: “Het is oorlog. Ik wil niet langer rekening houden met jouw gevoelens, als jij na vierhonderd jaar niet weet, of niet kunt accepteren dat ik ook gevoel heb.” En op een andere plek riep hij: „De één gaat zingen op de Dam, de ander gaat met een knuppel naar een intocht. Ik vind dat ze allebei de ruimte moeten krijgen.”

‘Shoot the messenger!’

Maar in plaats van op de inhoud van de door Duk en Vink opgetekende uitspraken in te gaan, gaat de achterban van Kick Out Zwarte Piet en vergelijkbare organisaties los op de verslaggevers. ‘Shoot the messenger!’ is hun credo. Activisten die opereren onder veelzeggende namen als ‘YoungFarrakhan’ eisen van andere journalisten dat deze publiekelijk afstand moeten nemen van het artikel van Duk en Vink. “We kennen de kracht/macht van de media en we kunnen niet toestaan dat zij die misbruiken,” twittert de jonge bewonderaar van de racistische en antisemitische Louis Farrakhan. Een andere twitteraar spreekt over een wraakactie van Duk omdat de Blokkeerfriezen veroordeeld zijn.

Links privilege

Beter dan schieten op de boodschappers kunnen de mensen die sympathiseren met Esajas en Afriyie zich eens gaan afvragen wat voor soort activisten ze steunen. Maar linkse extremisten genieten een links privilege, schreef Nausicaa Marbe een jaar geleden. “Wat de NCTV [Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid] als een links-extremistisch gevaar ziet, wordt door het linkse establishment, scholen en maatschappelijke organisaties gekoesterd als een motor voor een ’beter’ land. Niemand die KOZP steunt, zou zich inlaten met een club die de NCTV als rechtsextremistisch identificeert. Maar voor linksextremisten gelden andere maatstaven, dan verschuift de moraal.” De verontwaardiging over de Telegraaf-analyse bewijst dit maar weer eens.

Posted on

Onverdraagzaam fanatisme extreemlinks leidt tot terreur

Op 19 januari 1984 gooiden zelf benoemde ‘anti-apartheidsactivisten’ – lees: barbaren – de bibliotheek van de Nederlands Zuid-Afrikaanse Vereniging in een Amsterdamse gracht. Twee jaar later belegerde dezelfde mensensoort een hotel in Kedichem, waar de Centrumdemocraten van Hans Janmaat een bijeenkomst hielden. Het gebouw werd in brand gestoken en bij de secretaresse van Janmaat moest na hun vluchtpoging een been worden geamputeerd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was Nederland regelmatig het toneel van veldslagen tussen krakers en hun sympathisanten enerzijds en de overheid en de bevolking anderzijds. Rellen in Amsterdam waren in die jaren aan de orde van de dag, en ook in Groningen, Utrecht en Nijmegen werd door krakers en andersoortige activisten terreur uitgeoefend. Ook het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985 voltrok zich deels in wolken traangas.

De terreur ging nog een stap verder in 1991 met de bomaanslag op het huis van staatssecretaris Aad Kosto, verantwoordelijk voor het vluchtelingenbeleid. De jaren daarvoor werden benzinestations en groothandels, die handel dreven met onder meer Zuid-Afrika, in de brand gestoken. De aanslagen werden opgeëist door RaRa, de Revolutionaire Anti-Racistische Actie. Eén lid van deze terreurgroep werd ooit veroordeeld. Hij woont tegenwoordig in Venezuela!

Voorlopig dieptepunt is de moord op Pim Fortuyn in 2002, die bij ieder publiek optreden al werd belaagd door linkse activisten. En uit eigen ervaring weet ik dat om die moord in progressieve kringen geen traan is gelaten. En al die jaren, tot de dag van vandaag, moeten politici en schrijvers rekening houden met bekladde ramen en muren en dichtgekitte sloten, alleen omdat ze in de ogen van de ‘activisten’ – lees: terroristen – er een verkeerde mening op na houden.

Civitas Christiana

Het laatste slachtoffer van deze linkse terreur is Civitas Christiana. De mensen van deze bij Nijmegen gevestigde stichting staan al regelmatig bloot aan laster en fysiek geweld. Linkse activisten verstoren hun manifestaties. ‘Havanna aan de Waal’ was altijd al een broeinest van extreemlinkse acties. Nu hebben zij afgelopen week het kantoor van Civitas beschadigd en beklad. Uiteraard in de nacht en anoniem, want het daglicht verdragen zij niet.

Het is niet moeilijk te achterhalen uit welke hoek deze activisten komen. Via geplakte stickers en een pamflet (inclusief spelfouten en slechte grammatica) laten zij hun geloofspapieren zien. De verklaring bevat de bekende ronkende zinnen als “Het uiterst conservatieve gedachtegoed van Civitas Christiana is een aanval op ons allen en is exemplarisch voor het politieke klimaat waar we in leven. We moeten als progressieve idealisten ons niet laten verdelen maar zien dat onze strijd een geheel vormt voor een wereld waar gelijkheid, solidariteit en vrijheid centraal staan.”

Voorhoedegedachte

Wie zijn die “allen”? “Exemplarisch politiek klimaat”? Het is opmerkelijk dat activistische minderheden altijd voor ons “allen” praten. De voorhoedegedachte zit diep in de genen bij extreemlinks. En het politieke klimaat lijkt me wat betreft de speerpunten van het anonieme linkse groepje (recht op abortus, rechten voor transgenders, vernietiging patriarchaat) beter dan ooit. De terreurachtergrond van hen wordt echter helemaal duidelijk met deze zinsnede: “Ze zien het als hun missie om katholieke beschaving te verspreiden en om de progressieve waarden die voortkwamen uit bijvoorbeeld de Franse revolutie en de sociale bewegingen uit de vorige eeuw teniet te doen.”

Terreur van links

De Franse revolutie zette namelijk de toon voor de terreur van links. Het was, net als de revoluties in de 20ste eeuw in Rusland, China, Vietnam, Cuba, en Cambodja, een staatsgreep door een fanatieke en intolerante minderheid. Na 1795 maakte de guillotine overuren, net zoals de geheime politie in genoemde landen in de vorige eeuw mensen voor het executiepeleton plaatste.

De voorhoede, het kleine groepje partijleiders, moet het volk leiden naar een glorieuze toekomst. Die toekomst, de marxistische transformatie van socialisme naar communisme en het afsterven van de staat, werd door de ‘proletarische voorhoede’ keer op keer uitgesteld. Zogeheten ‘vijanden van het volk’ belemmerden de realisering van de ‘heilstaat’ en werden daarom opgespoord, verbannen en vermoord. En waar de linkse extremisten er niet in slaagden de macht te grijpen, organiseerden ze zich in terroristische groepen, die het volk rijp moesten maken voor het ‘rode paradijs’.

Alleen al het lezen van biografieën van partijleiders of terroristen laat zien dat de weg naar het paradijs, de heilstaat, niet geplaveid is met goede bedoelingen, maar met de dode lichamen van honderdduizenden onschuldige mensen. Dit scenario is keurig samengevat in ‘De revolutionaire catechismus’ (1869) van Sergej Netsjajev. De catechismus is een opsomming van 26 stellingen met slechts één thema: vernietiging. Stelling 6 bijvoorbeeld:

“Tiranniek ten opzichte van zichzelf, moet hij [de revolutionair] ook tiranniek ten opzichte van anderen zijn. Hij moet alle zachtzinnige, verzwakkende gevoelens van verwantschap, liefde, vriendschap, dankbaarheid en zelfs van eer in zichzelf onderdrukken en moet de ijskoude, doelgerichte hartstocht voor de revolutie ruimte geven. Voor hem geldt slechts één vreugde, één troost, één loon en één bevrediging — het slagen van de revolutie. Dag en nacht mag hij maar één gedachte, één doel voor ogen hebben — de meedogenloze vernietiging. Terwijl hij onvermoeibaar en koudbloedig dit doel nastreeft, moet hij bereid zijn, om zichzelf te vernietigen en met zijn eigen handen alles te vernietigen, wat de revolutie in de weg staat.”

Geldingsdrang

De vraag is waarom mensen overgaan tot dit denken en handelen? Natuurlijk zullen er een paar naïeve idealisten zijn die oprecht denken dat ze aan het werk zijn voor een betere wereld. Voor de rest zal het een mengsel zijn van geldingsdrang, “kijk mij eens bezig zijn voor de goede zaak” en rauwe machtspolitiek. Binnen links lopen heel veel machtswellustige mannen en vrouwen rond, die bereid zijn heel ver te gaan om hun doel te bereiken. Opnieuw, lees de biografieën van de partijleiders. Overtuigd van hun eigen gelijk zijn ze voortdurend op zoek naar doelwitten, binnen én buiten de organisatie. Het elkaar de maat nemen – hoe ver durf jij te gaan, hoe radicaal ben jij eigenlijk? – leidt bijvoorbeeld tot nachtelijk activisme. Zogenaamd voor de goede zaak, maar feitelijk een wedstrijdje elkaar ophitsen wie het meeste durft. Je moet ook wat, als je de hele dag in touw bent voor de realisering van het rode paradijs. Nescio had er een mooie roman over kunnen schrijven.

De jongens en meisjes die afgelopen week het kantoor van Civitas Christiana bekladden zijn een slap aftreksel van de terreur van de Russische nihilisten die zich lieten leiden door ‘De revolutionaire catechismus’. Maar ze staan, net als de anti-apartheidsactivisten en antiracisten, wel degelijk in dezelfde traditie, die begint met intimidatie, geweld, intolerantie, minachting en uiteindelijk leidt naar terreur.

Posted on

Racisme is nieuws, zelfs als het geen racisme is

Deze week verspreidde de NOS een video van een ruzie in een vliegtuig. Een blanke man zou zich racistisch hebben uitgelaten tegen een zwarte medepassagier. Toen ik dit kreeg voorgeschoteld las ik alleen de titel en vroeg me direct af waarom dit zo breed werd uitgemeten. Waarom maakt de NOS een losstaand voorval zó groot? Zijn er niet voortdurend ruzies tussen passagiers in veel te krappe vliegtuigen? Waarom is er geen aandacht voor de systematische anti-blanke plaasmoorde in Zuid-Afrika? De vraag borrelde op, de vraag verstierf – ik swipete verder door het nieuws.

http://www.novini.nl/doelgerichte-eliminatie-blanke-boeren-zuid-afrika/

Later ving ik op dat de blanke man überhaupt niet ‘black’ zou hebben gezegd, maar ‘blasted’, en dat het dus een gevalletje nepnieuws was. Dit was voor mij de aanleiding om hier nog eens op metaniveau bij stil te staan. Wanneer is iets ‘nieuws’? Het komt voor dat ik een idee krijg en direct besluit dat dat idee nieuws is. Zo simpel kan het soms zijn. Natuurlijk niet zomaar elk idee – het moet wel een goed idee zijn. Gelukkig kan ik dat zelf goed afwegen. Maar u snapt mijn punt.

Priming

Ik bedoel dat iedere berichtgeving politieke implicaties heeft – puur door de themakeuze. Als leerlingen van alles leren over kolonialisme, nazisme en Nelson Mandela, maar niets over Joegoslavië, de late periode van het Romeinse Rijk en de Armeense genocide, dan hebben we het over priming. De leerling wordt klaargemaakt om informatie in te nemen die een politiek-correct wereldbeeld versterkt. Hij krijgt kennis over de meest duistere perioden in de historie van onze Europese voorvaderen, maar leert niets over hoe rijken en staten uiteenvallen bij ongecontroleerde migratiestromen en onvoldoende culturele samenhang.

Dit leidt tot de vraag of we het ‘vliegtuigfilmpje’ überhaupt moeten willen behandelen. Het is boeiend om stil te staan bij de voors en tegens. De grote vraag wat de NOS hiermee wil, is interessant voor zowel rechts als links. Want het probleem van de tegenwoordige tijd is dat elke situatie waarin (een lid van) een minderheid benadeeld wordt, waar er zelfs maar de schijn daarvan bestaat, per definitie als racistisch of discriminerend wordt neergezet. Voortdurend versterkt deze berichtgeving de suggestie dat onze maatschappij discriminerender is dan dat deze feitelijk is.

Wie de blanke doorsnee-inwoner van Nederland liefheeft, is nu gedwongen om deze priming casus voor casus te ontmantelen. Dit is ook voor links een groot probleem, want hierdoor blijft het debat over cultuurmarxistische issues gaan. Door überhaupt in te gaan op de casussen blijft het debat geconcentreerd op identity politics en niet op neem nu het hervormen van de huizenmarkt of de flexibilisering van arbeid. Ewald Engelen en de SP zullen mijn gelijk op dit punt moeten erkennen.

http://www.novini.nl/een-reeel-alternatief-voor-de-klassenstrijd-van-ewald-engelen/

De priming van de NOS is dus goed voor cultureel links en economisch rechts, en slecht voor economisch links en cultureel rechts. Dit sluit precies aan bij een analyse die ik al jaren uitdraag en die ik in mijn nieuwe boek Kerkgangers en Zuilenbouwers verder uitwerk. Namelijk dat het neoliberale grootkapitaal plus globalistische multinationals, de handen ineenslaan met cultuurmarxistische academici plus SJW-activisten. Zij trekken samen op tegen de middenklasse. De middenklasse wordt bejegend als cultureel achterblijfsel van het nationalisme, met haar tradities zoals Sinterklaas en Zwarte Piet. De middenklasse vangt tegelijk de economische klappen op van de globalisering, de massamigratie en de automatisering.

De identity politics van links houdt de middenklasse in morele zin gevangen in het defensief, terwijl haar economische belangen tegelijk worden weggespeeld in de globalisering. Alleen de bouw van een Nieuwe Zuil kan deze krab met twee scharen weerstand bieden.

Framing

Ondertussen is de kernzaak, of die man nu het woord ‘black’ of ‘blasted’ gebruikte en of het bericht van een racistisch incident dus wel of niet berust op nepnieuws, ondergesneeuwd door het emotionele geblaat daaromheen. Media als Twitter lenen zich niet voor genuanceerde analyses: toch wordt van sommige twitteraars ieder woord kapot geanalyseerd. Hoe dan ook versterkt dit emotionele geblaat identity politics – het voedt cultuurmarxisme en leidt de aandacht af van de alarmerende toestand van de middenklasse in Westerse landen.

Op zaterdag 8 december organiseer ik een Café Middag in Amersfoort. Hier zal mijn nieuwe boek worden gepresenteerd, Kerkgangers en Zuilenbouwers, dat mogelijk is gemaakt door een crowdfunding. Het boek bevat analyses over vrijheid en het belang van culturele samenhang. Ook komen ‘gewone’ mensen aan het woord die de vrijheid liefhebben en wegens hun mening worden uitgesloten. Bestel hier uw ticket.

Daarom is de video een uitstekende val van de NOS. Want zelfs als je de hele wereld weet te overtuigen dat de razende blanke man geen racist is, dan is hij alsnog een eikel, en wie een eikel verdedigt moet zelf ook wel een eikel zijn. Zo gaat dat in de beeldvorming. Maar wie stewardess is weet: passagiers vechten elkaar dagelijks de tent uit. Door dit asociale gedrag te framen als racisme is de toon weer gezet en zijn daar weer onderzoekjes uit te slepen voor academici van de linkse kerk, die zich warmen aan het dampende lijk van de Europese middenklasse.

Posted on

Tegen rechts is alles geoorloofd

In hun zeer herkenbare en bemoedigende boek ‘Mit Linken leben’ wijzen Caroline Sommerfeld en Martin Lichtmesz op de debatdooddoener die links voortdurend inzet. “Nazi”, “fascist”, plus het gevreesde H-woord (Adolf). “Zonder het grote verhaal van Adolf Hitler en het nationaalsocialisme als de pseudo-Gouden Standaard van het absolute Kwaad stelt links niets voor,” schrijven Sommerfeld en Lichtmesz. “Zijn terugkeer moet absoluut voorkomen worden.” Het bewijs van hun constatering is dagelijks in de media (kranten, rtv, sociale media) te vinden. Zoals afgelopen zaterdag in Trouw. Marijn Kruk bespreekt ‘Fascisme, een waarschuwing’ van Madeleine Albright en ‘Het verraad van de intellectuelen’ van Julien Benda. Onder de kop “Fascisme is terug (maar dan anders)” trekt de recensent een aantal zeer wonderlijke conclusies.

Madeleine Albright was minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten in de jaren negentig van de vorige eeuw. Op de Balkan kunnen ze haar bloed wel drinken en de dood van duizenden dode kinderen ten gevolge van de oorlog in Irak in 2003 en daarna bagatelliseerde ze. Tegenwoordig doceert de 80-jarige internationale betrekkingen in Washington. Vanuit haar huidige en vorige functie meent ze te moeten waarschuwen voor het ‘fascisme’ dat in Europa, maar zelfs in de Verenigde Staten, aan een comeback bezig zou zijn. De vrouw die tijdens de verkiezingsstrijd in 2016 zei dat “er een speciale plek in de hel is ingericht voor vrouwen die niet op Hillary Clinton stemmen”, schrijft nu in haar boek: “Als we fascisme beschouwen als een wond uit het verleden die bijna was geheeld, is Trump in het Witte Huis zoiets als het verband losrukken en aan de korst krabben”. De typering die Albright geeft voor het herkennen van een fascistische leider luidt: “iemand die zich sterk identificeert met een hele natie of groep, zich niet bekommert om de rechten van anderen, en bereid is elk middel aan te wenden om het gewenste doel te bereiken, inclusief geweld”. Uiteraard doelt Albright hier op Orbán, Erdogan en Trump. Ironisch genoeg gaat haar definitie net zo zeer of beter op voor de beide Clintons. Die gebruikten geweld om hun doel te bereiken (critici van hun politiek, Irak, voormalig Joegoslavië, Libië), voerden een machtspolitiek op basis van identity politics en verachten die groepen die in hun ogen niet tot de gewenste minderheden behoren – de “deplorables” – en ontzegden rechten aan de ‘restjesmensen’ (Jan Antonissen) en bijvoorbeeld christelijke ondernemers. Maar het begrip ‘fascsime’ wordt voor progressieve en linkse politici, intellectuelen en activisten niet toegepast. Het is voorbehouden aan alles en iedereen die zich tegenwoordig nog rechts durft te noemen. Het mechanisme waar Sommerfeld en Lichtmesz op wijzen.

Vandaar dat Trouwrecensent Kruk de Nederlandse actualiteit erbij meent te moet betrekken en in één adem een verband legt tussen de mensen die de politiek van Orbán steunen en de ‘blokkeerfriezen’ die vorige week in Leeuwarden voor de rechter verschenen. Kruk noemt het niet letterlijk, maar de hele teneur van zijn artikel wijst erop: het zijn mensen die handelen in de geest van het fascisme. “Bedenkelijke groepsdenkers”, die “hun identiteit bóven de rechtsstaat” stellen. Dezelfde eenzijdige blik, het H-woord, de debatdooddoener, volgt hij in zijn bespreking van het boek van Julien Benda. Volgens Kruk verweet de Franse filosoof begin vorige eeuw dat de intellectuelen van die tijd tijdens de Dreyfusaffaire zich niet boven de politieke passies hadden gesteld, maar deze juist hadden aangewakkerd. Volgens Kruk doelt Benda op Maurice Barrès en Charles Maurras, “extreemrechtse schrijvers”, ergo, fascisten. Kruk noemt Benda “een uitstekende gids in deze verwarrende en verontrustende tijden. Zelfs als wij te maken hebben met blokkeerfriezen in plaats van de Dreyfusaffaire”.  Een gotspe! Voor het gemak vergeet Kruk maar even het echtpaar Webb (Sovjetunie), Sartre (China), Foucault (Iran) en Mulisch (Cuba). Intellectuelen die volledig opgingen in hun politieke passies en zo’n beetje ieder links-totalitair regime steunden. En gaat het niet om Dreyfus en blokkeerfriezen, maar om Stalin en antifa-terreur.

Want zij passen nu eenmaal niet in het betoog van Kruk, die alles ter rechterzijde weg zet met het gevreesde H-woord. “Ben je rechts, dan ben je een ‘nazi’; een ‘nazi’ is een onmens en daarmee ben je eigenlijk een ‘untermensch’, een duivel, die als een gevaarlijk virus van de rest van de samenleving geïsoleerd moet worden,” schrijven Sommerfeld en Lichtmesz. “Wie het label ‘nazi’ krijgt is vogelvrij. Als het om ‘tegen rechts’ gaat, is voor veel mensen alles geoorloofd.”

Posted on

Sintgedoe en zeurpieterij

Het is net oktober en daar steken de zeurpieten hun kop al weer op, ze schreeuwen en krijsen moord en brand over vermeend racisme. Gewoon droevig om te zien hoe Nederlanders zichzelf naadloos in een wel-‘denkende’ hoek plaatsen en zichzelf daarmee tegelijk in de NIET-wetende categorie ordenen. Men denkt na, men praat na en kletst naar dat men verstand heeft.

WEL wetende mensen hebben zonder al te veel inspanning duizenden jaren oude kennis opgedaan en vegen het racismeverhaal dat er aan de haren wordt bijgetrokken finaal en radicaal van tafel. Onzingeklets van de bovenste plank, te vergelijken met de onzinverhalen die jarenlang de ronde deden dat 50.000 naamplaatjes van Mascotte-vloeitjes recht gaf op een gratis rolstoel (ja.. rook zoveel en je eindigt als wrak aan de zuurstof in een rolstoel) of nog infantieler, de toentertijd oerdegelijke kwaliteitsmeubelen van Oisterwijk die – dat wist men zeker – gevuld waren met beton, het is maar net wat je wilt geloven.

Historisch besef

Sinterklaas & Zwarte Piet mag niet is de giftige boodschap van een stel krijsende harpijen zonder enig historisch besef en kennis die met gif en venijn de ‘rechten’ van minderheden denken te verdedigen maar daarmee hun eigen en ook mijn eeuwenoude erfgoed te grabbel gooien. Het heeft niks met slavernij of racisme te maken en is hetzelfde broodje aap verhaal als dat de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog van de aan het front gesneuvelde soldaten zeep, olie en munitie maakten, niets anders dan een gruwelijk sprookje.

Gelukkig heeft Nederland buiten de gesubsidieerde schreeuwers in de grote steden nog meer dan voldoende ruggengraat, zoals de blokkeer-Friezen onder aanvoering van Jenny Douwes die zich straks notabene voor het gerecht moeten verantwoorden. Helemaal van de pot gerukt! Net als de komende intocht waar een stel historisch debiele minkukels voor u heeft besloten dat er alleen roetveeg-pieten mogen deelnemen aan de Nationale intocht.

Mag ik bij deze een oproep aan ALLE zwarte pieten in Nederland doen om in vol tenue naar de intocht te komen en de Sint vanaf de kant hartelijk welkom te heten?!

Maancyclus

Voor wie tot zover meegelezen heeft, nog iets ter afsluiting van dit stukje: Noteer maar ergens in je agenda voor de volgende keer, want die zeurpieterij is nog lang niet afgelopen, zolang als die gesubsidieerde beroeps-zeikerds hun gang kunnen gaan (daarin gesteund door meekrijsers) zullen ze doorgaan. Waar we het over hebben is een oud, zelfs pre-christelijk maanfeest. Het is ook de maancyclus die door later ontstane religies als basis genomen is voor de eigen leer, bijvoorbeeld terug te vinden in het Jodendom en de Islam die volledig schatplichtig zijn aan de maan en haar verschijningen.

Even over de feesten die wij hier al eeuwen (en in steeds wisselende gedaanten) vieren: Sint Maarten (laatste maankwartier van de 12e maan) Sint Nicolaas (laatste volle maan van de 12e maan) Kerst & Nieuwjaar (laatste nieuwe maan van de 12e maan). Misschien moeten het islamitische Suikerfeest en de Hadj bij deze ook maar afgeschaft worden om zo maar een paar dingen te noemen, of het Joods of Islamitisch nieuwjaar, verdiep u er maar eens in, kijk naar de stand van de maan..

Posted on

Cultuurmarxisme: een strijd om het denken

Een complottheorie voor extreemrechts? Dat is hoe de term cultuurmarxisme, die onlangs opdook in het Nederlandse publieke debat, veelal wordt weggezet. Met die Pavlovreactie kan ook de bundel “Cultuurmarxisme” worden neergesabeld in de kritieken, zo er überhaupt al aandacht aan wordt besteed. Let wel: een oordeel dat al geveld is voordat er een letter is gelezen.

Dit geeft cultuurmarxisme al enigszins weer als waartoe het in leven is geroepen: een strijd om het denken. Want wat is cultuurmarxisme? Is het gelijk aan de politieke correctheid? Marx toegepast op de cultuur?

De term wordt regelmatig als onwerkbaar beschouwd. Bovendien zouden er geen cultuurmarxisten bestaan. In dit boek schrijft daarentegen iemand mee die zichzelf als voormalig cultuurmarxist bestempelt. Puck van der Land nam jarenlang mee aan het ‘cultuurmarxistische samenlevingsverband’ van de Rotterdamse commune, wat stil ter ziele ging in 1991.

Deze bundel, waar dertien auteurs aan meeschreven, geeft een overzicht van de invloed van het nieuwe en naoorlogse marxisme op verscheidene vlakken van de Nederlandse samenleving en binnen het grotere geheel van de westerse wereld. De revolutionaire en marxistische invloeden in de wetenschap en het onderwijs, kunst en cultuur, politiek en media worden beschreven en bediscussieerd. Maar daarvoor moeten we eerst terug naar die ene Italiaanse ideoloog.

Gramsci

Medeauteur Sid Lukassen duikt met ons in de invloed van Antonio Gramsci (1891-1937), de leider van de Italiaanse communistische partij ten tijde van Mussolini, die zijn electoraal verlies verklaarde doordat de arbeiders cultureel nog niet waren voorbereid op de marxistische revolutie. Daarom wilde Gramsci de heersende hegemonie van traditionele en religieuze waarden doorbreken om de voorwaarden te scheppen voor de communistische heilsstaat.

Het huidige links kampt met een soortgelijk probleem van mensen die overstappen van socialistische partijen naar bijvoorbeeld de PVV of Front National. Het cultureel conservatieve Europa staat hierin tegenover een ‘diversiteitsdenken’. De perfect storm van het islam-en immigratiedebat, het EU-debat en de vluchtelingencrisis hebben deze tegenstellingen op scherp gezet. Ironisch genoeg kiest West-Europa doorgaans voor een kosmopolitisme met de ontchristelijkte waarden van compassie en openheid, waar het voormalige Oostblok veelal de christelijke identiteit benadrukt.

Gramsci’s cultuurmarxisme betreft de vraag hoe de heersende klasse de instemming van de ondergeschikte klasse verkrijgt en hoe die laatste de oude orde kan omverwerpen en een nieuwe opbouwen. Het verschil tussen Oost-en West-Europa is het verschil tussen Marx en Gramsci, tussen economisme en marxisme als cultuurgoed. Autoriteiten, tradities en historische instituties inspireren loyaliteiten bij de burgers aan koning, kerk en kapitaal, die doorbroken moeten worden. In het Westerse socialisme werd economisme ondergeschikt aan de culturele benadering.

Het nieuwe marxisme

De nieuwe marxistische theorievorming die hiervoor noodzakelijk bleek, werd grotendeels ingevuld door de Frankfurter Schule, die de kritische theorie ontwierp als de ultieme toepassing van de revolutie op de Westerse cultuur. De superstructuur, die bij Marx slechts van ondergeschikt belang was, werd een obsessie voor de nieuwe marxisten.

Gramsci formuleert dit als een revolutionaire stellingenoorlog (WOI) in vergelijking met de snelle revolutie in Rusland. Het is een permanente revolutie die minderheden mobiliseert om de culturele hegemonie te doorbreken. Cultuurmarxisme mobiliseert bijgevolg minderheden tegen de hoofdcultuur en ook de islam leent zich daarvoor.

Zo besteedt historicus Jan Herman Brinks aandacht aan wat hij noemt het ‘drievoudig falen’ van westerse fellow travellers tegenover de totalitaire krachten van het bolsjewisme, maoïsme en islamisme. In de islam is een nieuw proletariaat gevonden dat gered moet worden en dat de blinde intelligentsia noopt om de bevolking opnieuw op te voeden in antifascisme en multiculturalisme.

De uiteindelijke emancipatie

De ultieme bevrijding van het individu, het einddoel van de geschiedenis, moet in het cultuurmarxisme bereikt worden door de mens los te maken van traditionele instituties en autoriteiten. Als zaadjes in een bevroren stuk grond van culturele gewoonten moet men tot ontkieming worden gebracht door het ploegwerk van de staatsmacht.

Het boek is tevens de academische last stand van redacteur Paul Cliteur. Het is een aanklacht tegen de politieke correctheid en tegen de lange mars door de instituties: het veronderstelde cultuurmarxistische project dat ernaar streeft om door geweldloze ondermijning van democratische en niet-politieke instituties macht te verwerven voor het individu.

Zoals genoemd richt cultuurmarxisme zich op de cultuur, waar het klassieke marxisme de economie het primaat gaf, en probeert het de culturele hegemonie binnen de kranten, omroepen en andere media te verkrijgen door de enkeling te emanciperen. Cliteur bestrijdt specifiek de ‘cultuurmarxistische oorlog’ tegen de democratie. Hij ontwaart een zestal cultuurmarxistische trends, waaronder postmodernisme, cultuurrelativisme en identity politics, die consequent toegepast tot het einde van de democratie leiden.

Ironisch genoeg noemt Cliteur hier Karl Popper’s motto om totalitaire uitdagingen te weerstaan: “Geen tolerantie voor de intoleranten.” Een leuze die 80 pagina’s verderop door Brinks wordt verwoord als “geen vrijheid voor de vijanden van de vrijheid”, maar daar als adagium van zowel de Franse als de Russische revolutie geldt.

Is dit credo nu te gebruiken ter bescherming van de democratie tegen totalitarisme en het zogenoemde cultuurmarxisme? Of ging het ontstaan van de moderne democratische idealen gepaard met een kreet die via het liberalisme en bolsjewisme ook in het cultuurmarxisme terecht is gekomen en daarin juist een bedreiging vormt voor onze democratische instituties door ook deze tot in den treure te ‘democratiseren’?

Het laatste essay van deze bundel biedt een uitweg uit deze impasse.

De permanente revolutie

Socioloog Eric Hendriks beschrijft hoe een neo-marxistisch denkschema bestaande uit een tweedeling tussen onderdrukkers en onderdrukten, fundamenteel is voor het cultuurmarxisme en het links-identitaire acitivisme. De oorsprong van dit binaire tweedelingsschema is ouder dan het marxisme en vindt zijn origine in de Franse Revolutie en de absoluut gewaande tegenstelling van gewone burgers tegenover de geprivilegieerden. Mensen uit de adellijke stand kwamen onder de gevreesde guillotine op basis van hun groepsidentiteit. Dat is de politieke misgeboorte van de democratische verlichtingsidealen. Hendriks noemt dat ware diversiteit nooit binair, eenduidig of politiseerbaar is. Door middel van deze theoretische vereenvoudiging is de permanente revolutie desondanks in de moderniteit binnengedrongen en het egalitaire activisme is nooit meer uit de samenleving verdwenen.

In het marxisme kwam dit dualisme terug in de mobilisatie van de arbeiders tegen de kapitalisten. En in de jaren ’60 en het hedendaagse activisme is er sprake van een ‘wit privilege’ of een ‘mannenprivilege’ en komt de tweedeling terug in een veronderstelde strijd van ‘bruin tegen blank’, vrouw tegen man, student tegen docent, kind tegen ouder en allerhande dwaze en generaliserende scheidslijnen.

Hendriks besluit met een oproep om de Revolutie voor altijd achter ons te laten. Deze zit nochtans dieper in ons systeem dan we zelf kunnen toegeven. De huidige politieke correctheid bewijst dat.

N.a.v. Paul Cliteur e.v.a., Cultuurmarxisme. Er waart een spook door het Westen (Aspekt: Soesterberg, 2018), paperback, 300 pagina’s.