Posted on

De hypocrisie rond Oost-Ghouta

Syrië is weer het brandpunt van de wereld. Na de herovering van Aleppo, de nederlaag van IS en de (momenteel) gestaakte strijd in de provincie Idlib heeft het Syrische leger de strijd verplaatst naar Oost-Ghouta nabij de hoofdstad Damascus. Het statuut van een de-escalatiezone dat Oost-Ghouta tijdens de Astana vredesbesprekingen had verkregen heeft niet standgehouden. De willekeurige mortier- en raketaanvallen die de islamitische strijders van Oost-Ghouta op de hoofdstad Damascus uitvoeren verschaffen het Syrische leger het motief om deze rebellenenclave deze keer definitief onder controle te krijgen. Dr. Bashar Jaafari (Syrische vertegenwoordiger bij de VN) maakte dit duidelijk door tijdens een zitting van de Veiligheidsraad over Oost-Ghouta te stellen dat het gebied een tweede Aleppo zou worden. Naast het feit dat Oost-Ghouta voor het Syrische leger een strategisch zeer belangrijk gebied is, is er nog een bijkomende reden achter deze reconquista: hoe meer grondgebied Assad onder controle heeft des te sterker zijn onderhandelingspositie in de toekomst. Want hoe graag velen ook stellen dat de Syriërs hun eigen toekomst zonder Assad moeten bepalen, hij heeft (in zekere mate) deze oorlog militair gewonnen en dus ook zijn positie aan de onderhandelingstafel verworven. Zij het wel dat Assad een pyrrusoverwinning heeft behaald met het behouden van de macht over een gedecimeerd en verwoest land. Desalniettemin is er tot grote frustratie van zijn tegenstanders in het Westen, Turkije en de Golfstaten (momenteel) geen sprake meer van een regimewissel in Damascus.

Ondertussen woedt de oorlog in Syrië echter verder met als gevolg dat er nog steeds duizenden doden blijven vallen en burgers moeten vluchten voor oorlogsgeweld. Deze onschuldige burgers kunnen nergens terecht en zijn het voornaamste slachtoffer van dit internationale conflict dat al 7 jaar lang op Syrisch grondgebied wordt uitgevochten.  Dit gaat ook op voor de strijd die zich momenteel in Oost-Ghouta afspeelt. In de media wordt de gruwel van de Russische en Syrische bombardementen terecht veroordeeld maar tegelijkertijd worden bepaalde aspecten van deze strijd onderbelicht. Wat ik zelf door mijn reizen naar Syrië heb geleerd is dat in deze oorlog het makkelijke zwart/wit-beeld van helden en demonen niet meer valt te hanteren. Assad heeft oorlogsmisdaden begaan maar hij is lang niet de enige partij in Syrië die dit doet. Hiermee doel ik op het bombarderen van burgerdoelen door de jihadisten die zich momenteel in Oost-Ghouta bevinden. Het klopt dat deze islamitische strijders maar een fractie van de vuurkracht van het Syrische leger en zijn bondgenoten bezitten maar dat neemt het feit dat hun onwillekeurige aanvallen honderden onschuldige levens eisen niet weg. Het stoort mij dan ook dat aan het lijden van deze onschuldige burgers van Damascus geen aandacht wordt besteed. De reden dat hier zo weinig over wordt bericht is dat zij zich volgens sommigen in het Westen aan de foute zijde van dit conflict bevinden. Wie onder de hoede van deze dictator leeft heeft geen recht op een slachtofferstatus. Een simplificatie van deze vreselijke oorlog die ik in mijn boek Het dagboek van granaten in Damascus heb trachten te weerleggen. Want ook deze burgers zijn het slachtoffer van het oorlogsgeweld en ook hun grootste wens is dat deze oorlog zo snel mogelijk word beëindigd.

Rebellen of jihadisten ?

De Syrische oorlog blijft een complex conflict waaraan verschillende partijen elk met hun eigen streven deelnemen. Oost-Ghouta is daar geen uitzondering op. Vandaag de dag controleren terreurbeweging Hay’at Tahrir a-Sham (het vroegere Al-Nusrafront m.a.w. Al Qaida in Syrië) en andere radicaalislamitische groeperingen zoals Faylaq al-Rahman, Ahar al-Sham en Jaysh al-Islam (het leger van de Islam) het grondgebied van Oost-Ghouta. In de media worden deze groeperingen simpelweg rebellen genoemd maar dit etiket dekt niet de volledige lading van deze strijders. Want door hen simpelweg rebellen te noemen wordt voorbijgegaan aan het feit dat Hay’at Tahrir a-Sham en Jaysh al-Islam dezelfde extremistische ideologie als IS uitdragen. In het verleden hebben deze ‘rebellen van Oost Ghouta’ ook met IS samengewerkt in hun strijd tegen het Syrische leger. Ook dat is iets wat we te weinig horen in de media. De burgers van Oost-Ghouta lijden ook onder hun bewind. Vorig jaar werd dit nog duidelijk toen op het internet en sociale media video’s werden gedeeld van Jaysh al-Islam die het vuur opende op protesterende burgers in Douma (Oost-Ghouta). Zij kwamen op straat tegen het geweld dat voortkwam uit de onderlinge gevechten tussen deze jihadistische groeperingen en het antwoord op hun roep om vrede waren geweerschoten. Maar Jaysh al-Islams beruchtste misdaad is waarschijnlijk het gebruiken van de in Adra gevangengenomen burgers als levend schild. Honderden Syriërs – vaak burgers afkomstig uit religieuze minderheden – werden in metalen kooien opgesloten en nadien in de straten van Douma gehangen. Zogezegd als bescherming tegen bombardementen.

Aangezien Hay’at Tahrir a-Sham door Rusland als een terreurbeweging wordt beschouwd zijn ze voor hen dan ook een legitiem doelwit. Andere gewapende rebellen weigerden volgens Russische bronnen in te gaan op onderhandelingen via het Russische bemiddelingscentrum. En dus werd gewapende strijd volgens Rusland de enige optie. En zo komen de onschuldige Syrische burgers van Oost-Ghouta weer terecht in een door mensen gecreëerde hel. Ze kunnen nergens terecht want door de jihadistische groeperingen worden ze – al dan niet onder dwang – gebruikt als gijzelaars en menselijke schilden. Anderzijds verduren ze de gruwel van de Syrische en Russische bombardementen die deze jihadisten trachten te verdrijven. In het Westen reageert men hierop door vanuit een morele hoogte Syrië en Rusland eenzijdig te veroordelen. Volledig misplaatst, want ook het Westen heeft een aandeel in deze hel. Ze hebben jarenlang deze islamitische strijders bewapend in hun strijd tegen Assad. Er is momenteel geen openlijke steun aan de strijd van deze jihadisten, maar dat neemt niet weg dat ze hun strijders waren in de proxyoorlog gericht op een regimewissel in Damascus. Tegelijkertijd zorgt de opnieuw opgelaaide Koude Oorlog tussen het Westen en Rusland ervoor dat er in Syrië een dubbele standaard wordt gehanteerd. Westerse bommen op jihadisten zijn zogenaamd rechtvaardig maar die van anderen niet. Maar dat maakt het niet minder waar dat de terreur van de jihadisten in Oost-Ghouta van dezelfde soort is als dan die van IS. Ook hebben de burgers van Mosoel en Raqqa – die ook moesten worden ontzet van islamitische terreur – dezelfde gruwel moeten ervaren als wat vandaag de realiteit is voor de burgers van Damascus en Oost-Ghouta. Maar toch krijgen de onschuldige burgers van Raqqa en Mosoel een ander statuut dan die van Oost-Aleppo en Oost-Ghouta. Dit alles op basis van de geopolitieke doelen van het Westen, die als maatstaf dienen om te bepalen wie goed en slecht is in Syrië. Terwijl de tragische realiteit is dat iedereen – evengoed Assad als zijn tegenstanders – burgerdoden op zijn geweten heeft en dit onderscheid niet meer valt te maken. Dat de media ook een wapen is in de strijd die zich momenteel tussen het Westen en Rusland afspeelt is de afgelopen week weer duidelijk gebleken in de berichtgeving over het conflict in zowel Russische als Westerse media.

Geen hoop op vrede

Maar toch probeert men in het belang van de onschuldigen de wapens te laten zwijgen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nam dit weekend resolutie 2401 aan. Hierin wordt geëist dat alle partijen voor minstens 30 dagen een wapenstilstand houden en toestaan dat humanitaire konvooien de belegerde plaatsen kunnen bereiken en medische evacuaties kunnen uitvoeren. Maar de resolutie sluit IS, Al Qaida en andere terreurbewegingen uit. Het is dus duidelijk dat de wapenstilstand niet zal standhouden aangezien de andere islamitische strijders volgens het Syrische leger en zijn bondgenoten ook onder de noemer van een terreurbeweging vallen. Bronnen in Syrië melden dat momenteel enkel Douma zal worden ontzien. Dr. Jaafari zal dus waarschijnlijk gelijk krijgen. De islamitische strijders in Oost-Ghouta zullen niet kunnen standhouden tegen de gecombineerde Syrische en Russische vuurkracht. De beruchte groene bussen zullen ook deze strijders en hun families naar de provincie Idlib brengen. De Syrische stortplaats voor jihadisten waar in de nabije toekomst de volgende strijd en daaraan verbonden mediastorm zal ontstaan. Vrede in Syrië blijft momenteel een utopie. Het is en blijft een strijdplaats tussen Rusland en het Westen alsook tussen Iran en de andere regionale machten. De strijd in Syrië zal pas volledig staken als de (regionale) grootmachten en hun plaatselijke (Syrische) bondgenoten denken dat ze door middel van geweld hun doelen niet meer kunnen bereiken. En dat punt is momenteel helaas nog niet bereikt. Dus blijft de tragische realiteit van de Syrische oorlog dat geopolitieke belangen zwaarder wegen dan het menselijke leed dat uit deze oorlog ontstaat. Of het resultaat in Syrië uiteindelijk een fragiele vrede of een bevroren conflict zal worden valt niet te voorspellen en kan enkel de toekomst uitwijzen.

Posted on

De bokkensprongen van kroonprins Mohammed bin Salman

Verrassing eergisterenavond op de Libanese televisiezender Future, eigendom van de clan van premier Saad Hariri, toen de in Saoedi-Arabië gevangen zittende premier aankondigde de komende dagen terug te keren naar Libanon om daar officieel zijn ontslag als Eerste Minister aan de president te overhandigen. Een interview waarop hij er erg vermoeid uitzag. Waarbij hij ook stelde dat ontslag eventueel te heroverwegen en onder voorwaarden opnieuw samen te willen werken met Hezbollah. Een draai van 180°.

Saad Hariri nam vanuit Saoedi Arabië via de Saoedische televisie ontslag als premier van Libanon. Dit dient echter te gebeuren door persoonlijk een ondertekende brief met dit ontslag af te geven aan president Michel Aoun, een bondgenoot van Hezbollah. Hij wil zijn ontslag nu heroverwegen en zelfs met Hezbollah verder regeren.

Alleenheerser

Het is erg heet daar in het zand van Saoedi-Arabië. Dit niet zozeer letterlijk maar figuurlijk. Onder de huidige koning Salman bin Abdoel Aziz kent het land een ongeziene instabiliteit die vragen doet rijzen over het voortbestaan van de dynastie van de familie van Abdoel Aziz bin Saoed, stichters en feitelijk eigenaars van Saoedi-Arabië.

De familie Saoed bestuurde het land steeds in onderlinge afspraken tussen de verschillende zoons en kleinzoons van Abdoel Aziz al Saoed, de veroveraar van het land.

Dit officialiseerde men in 2007 met de Raad van Getrouwheid waarin 34 leden van de verschillende clans der koninklijke familie zetelen. Die benoemde de kroonprins(en) en zo de opvolging. Met verder de 150 koppige Majlis al Shoera als een soort van raadgevend orgaan voor de koning en de ministerraad.

Vader en zoon Salman zullen na de grote blamage met Saad Hariri nu wel minder hard lachen.

Recent lijkt dit systeem echter opgeborgen en blijkt de zieke koning Salman bin Abdoel Aziz te regeren als een absoluut vorst die in de praktijk alle beslissingen doorschuift naar zijn zoon Mohammed bin Salman.

Voordien reeds werd de toen 29-jarige prins in 2015, na de kroning van Salman bin Abdoel Aziz, tot tweede kroonprins benoemd en werd prins Moekrin bin Abdoel Aziz, tot dan de troonopvolger, zonder veel ceremonie als kroonprins gedumpt in ruil voor prins Mohammed bin Nayef, geen zoon als Moekrin maar een kleinzoon van Abdoel Aziz.

Maar ook diens liedje duurde niet lang en enkele maanden geleden schoof men ook die plots opzij en werd Mohammed bin Salman de enige kroonprins en verantwoordelijk voor zowat alle belangrijke zaken waar het salafistische koninkrijk mee bezig is, zijnde de olieverkoop, defensie en economie. Van Mohammed bin Nayef heeft men sindsdien niets meer gehoord. Anonieme bronnen stellen dat hij onder huisarrest staat.

En dat gaat verder. Recent werden een 200 prinsen en prominente figuren binnen het koninkrijk gearresteerd op verdenking van corruptie. Waaronder een der ‘s werelds rijkste figuren prins Alwaleed bin Talal, zakenpartner bij o.a. het imperium van mediabaron Rupert Murdoch en Twitter. De strijd tegen corruptie is altijd een goed excuus, zeker in dictaturen als Saoedi-Arabië waar elke vorm van zelfs maar de lichtste dissidentie desnoods eindigt op het hakisisblok.

Oorlogen

Prins Mohammed bin Salman is sinds hij de facto alleenheerser werd begonnen met de oorlog tegen Yemen die van een zelden geziene brutaliteit getuigt, lanceerde een blokkade van Qatar en dreigde nu openlijk een oorlog tegen Libanon te beginnen. En uiteraard zette hij ook de oorlog tegen Syrië voort die hij erfde van zijn oom de in 2015 overleden koning Abdoellah Abdoel Aziz.

Niets hiervan lijkt enig succes te hebben. Integendeel. De oorlog in Jemen zit in een totale impasse waar alleen en dankzij de door het Westen gesteunde totale blokkade de bevolking enorm te leiden heeft. Maar daarover valt het Westen het land niet lastig. Integendeel, Westerse oorlogsschepen helpen bij het in stand houden van dit embargo.

Qatar en het gasveld van Zuid-Pars. Zonder dit veld staat het land praktisch aan de bedelstaf. Goede relaties met Iran zijn daarom ook niet onlogisch.

En dan is er de koude oorlog met Qatar die evenmin nergens raakt en er alleen voor zorgt dat Qatar verder toenadering zoekt tot Iran. Logisch want beide landen bezitten immers een deel van het gigantische in de Perzische Golf gelegen gasveld Zuid-Pars en moeten daarom best samenwerken. Zonder Pars is het immers praktisch gedaan met Qatar. Weg gas, weg geld.

Maar Qatar is per hoofd van de bevolking nog rijker dan Saoedi-Arabië en kan die blokkade perfect doorstaan. Met hulp uiteraard van Iran dat zijn grenzen met genoegen openstelde voor vliegtuigen en schepen richting Qatar. Ook hier heeft de uiterst oorlogszuchtige prins Salman geen schijn van kans. In de Qatarese hoofdstad Doha zit men hem vermoedelijk uit te lachen en wacht men tot hij toegeeft.

Libanon

Enkele weken terug waarschuwde Thamer al Sabhan, de minister voor Golf-zaken, de regio dus, voor belangrijke gebeurtenissen wat betreft Libanon. En zie, zijn woorden waren amper koud of de Libanese premier Saad Hariri nam vanuit de Saoedische hoofdstad Riaad via de televisie ontslag als premier.

Stellende dat Hezbollah, en dus Iran, zinnens waren hem te vermoorden. Rafik Hariri, zijn vader en vroegere premier werd eerder in 2005 met een autobom om het leven gebracht. Een onopgeloste zaak waar Washington eerst Syrië en daarna Hezbollah van beschuldigde.

Waarna de Saoedi’s beweerden dat Libanon een oorlogsdaad had gepleegd tegen het salafistische koninkrijk. Wat betekent dat kroonprins Mohammed bin Salman met dit excuus een vierde oorlog, dus na Syrië, Jemen en Qatar, zou kunnen beginnen tegen Libanon. Men eiste dan ook dat alle Saoedische onderdanen Libanon onmiddellijk zouden verlaten.

Maar ook hier lijkt prins Salman op een muur te botsen en alleen maar zichzelf pijn te doen. In de praktijk heeft het land namelijk geen operationeel leger en beschikt het alleen maar over een deels functionerende luchtmacht, vermoedelijk gevlogen en onderhouden door huurlingen. Het kan daardoor militair niet echt optreden. Reden waarom het blijkbaar in stilte andere landen heeft zitten polsen om het vuile werk voor hen op te knappen.

Iedereen zegt nee

Maar zoals voorheen toen men tegen Jemen ten strijd trok en Pakistan en Egypte vroeg om troepen te sturen, weigerde Cairo ook nu weer kanonnenvoer te leveren voor de dolle avonturen van de kroonprins. Zo wees de Egyptische president Abdoel Fatah al Sisi hem in het publiek over Libanon terecht. Eenzelfde nul op het rekest in Israël waar men geen zin heeft om een tweede oorlog met Hezbollah uit te lokken.

Ook Benjamin Netanyahu premier van Israël had ditmaal geen zin in een zoveelste oorlog met Libanon en Hezbollah. De vorige liepen immers allen faliekant af. Het risico dat steden als Haifa of Tel Aviv deels tot puin worden geschoten is ook vrij groot. Hij stuurde de kroonprins dan ook wandelen. Het moet een schok geweest zijn voor prins Salman.

En volgens sjeik Hassan Nasrallah, de leider van Hezbollah, beloofde Saoedi Arabië de zionistische leiders die oorlog met tientallen miljarden te financieren. Een straf verhaal maar zeker niet ongeloofwaardig voor wie de Saoedi’s kent.

Maar Hezbollah is te sterk en te gevaarlijk geworden voor de zionistische leiders. Het risico bij oorlog op massale vernielingen en zo de vlucht van joden naar elders zou te groot zijn. En dat is een echte nachtmerrie voor figuren als een Benjamin Netanyahu.

Ook elders valt de oorlogszucht van kroonprins Salman op een ijskoude steen. Zelfs bij hondstrouwe met zeer veel geld gekochte bondgenoten. In wezen neemt zelfs niemand de verdediging op van de Saoedi’s in deze kwestie. Zo stelden zowel Frankrijk als de VS in officiële verklaringen dat Saad Hariri door de Saoedi’s wordt vastgehouden. (1)

Zo opperde Heather Naurt, de woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, tijdens een persbriefing in Washington dat:

In terms of the conditions of him being held or the conversations between Saudi Arabia and the Prime Minister Hariri, I would have to refer you to the Government of Saudi Arabia and also to Mr. Hariri’s office.

Over de kwestie van de voorwaarden waaronder hij wordt vastgehouden en de gesprekken tussen Saoedi Arabië en premier Hariri moet ik U hiervoor doorverwijzen naar de regering van Saoedi-Arabië en het bureau van Hariri.

Eenzelfde maar wel krachtiger reactie kwam er uit Frankrijk, de vroegere kolonisator van Libanon, waar Reuters een woordvoerder van Buitenlandse Zaken citeerde die stelde:

We would like Saad al-Hariri to have all his freedom of movement and be fully able to play the essential role that is his in Lebanon.

We zouden willen dat Saad al Hariri zijn volledige vrijheid van handelen heeft en hij zijn essentiële rol in Libanon geheel kan spelen.

Wie beseft welke financiële drukkingsmiddelen het Huis van Saoed op Washington, Cairo en Parijs heeft beseft dat dit ongezien is. Zelfs al klonk dit op het eerste gezicht erg braaf. Ook viel de reactie op van Antonio Guterres, de Portugese secretaris-generaal van de VN. Deze riep in deze kwestie op tot kalmte. Een verklaring duidelijk richting de Saoedische kroonprins.

Maar Guterres is een man uit de stal van de NAVO en de EU en dus die voor zijn  handelen zeker eerst zal overleggen met Brussel en ook de nummer twee van de VN, Jeffrey Feltman, de Amerikaanse diplomaat die jarenlang de oorlog tegen Syrië mee leiding gaf.

Libanon eendrachtig

Nog erger voor kroonprins Salman is de reactie in Libanon. Zo eisten, behoudens Samir Geagea, leider van de christelijke Lebanese Forces, en Ashraf Rifi, gewezen minister van Justitie en dissident binnen de groep rond Hariri, zowat alle belangrijke figuren er de terugkeer van ‘hun’ president en stelden ze eensluidend dat de Saoedi’s Hariri hadden ontvoerd.

Zelfs parlementslid Bahia Hariri, zuster van Rafik Hariri, de vader van Saad, sprak van een ontvoering. En zij is gezien haar sleutelposities in de clan, achter de schermen in de familie zowat de vrouw die de broek draagt.

Ook Bahia Hariri, parlementslid voor de stad Sidon en tante van Saad Hariri, protesteerde tegen het arresteren van Saad Hariri. Vroeger toonde de dame trouwens met trots haar erg weelderige haartooi. Nu is er de hoofddoek.

In plaats van het creëren van instabiliteit in Libanon heeft de actie van Saoedi-Arabië nu gezorgd voor een versterken van de eendracht in het normaal sterk verdeelde land. Met president Michel Aoun, de clan Hariri en Hezbollah die aan Riaad eenzelfde eis stelden. Ongezien. Wat het startschot moest zijn voor de Saoedische herovering van de verloren invloed in Libanon en de vernieling van Hezbollah had juist het omgekeerde effect.

Dat Rafik Hariri gisteren totaal onverwacht aankondigde terug te keren naar Libanon, eventueel zijn ontslag te herzien en weer met Hezbollah te willen werken is dan ook geen echte verrassing. Alleen het feit dat het zo snel kwam is dat wel.

Het betekent wel een enorm gezichtsverlies voor oorlogsstoker Mohammed bin Salman. De man loopt van de ene enorme blunder naar de volgende en maakt in de tussentijd massa’s vijanden en zorgt in de regio voor enorm veel leed en spanningen.

In wezen wees het ganse Westen hem in het publiek terecht. Een nooit geziene blamage. En de vraag is dan ook welke gevolgen op termijn dit allemaal voor de kroonprins, zijn vader de koning en het Huis van Saoed gaat hebben.

Voorheen moest hij ook al de grootsprakerige praatjes rond onder meer de Saoedische staatsolieproducent Aramco opbergen. Eerst ging men dit via de beurs privatiseren, daarna werd dat dan maar 5% maar nu stelt men die 5 % aan private investeerders te willen verkopen. Ja, een beursgang vergt immers een beperkte transparantie, maar die openheid van bestuur is het laatste wat de familie al Saoed wil.

De gevolgen voor Syrië

Zeker is dat de invloed van Hezbollah in Libanon nu nog veel meer toenam. Het heeft leden en fans in zowat alle lagen van de bevolking en behoort tot het winnende Syrische kamp dat tegen al Qaida & Co vecht. En wie wil behoudens een kleine groep nu eenmaal al Qaida steunen?  Het is dan ook niet verrassend geen zuiver sjiitisch groepje meer maar een die ook rekruteert buiten de religieuze groep waaruit ze ooit ontstond.

In het gevecht met de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman is sjeik Hassan Nasrallah van Hezbollah de duidelijke winnaar. Bij de komende parlementsverkiezingen die via een proportioneel systeem zullen worden gehouden wordt hij dan ook bijna zeker de grote winnaar.

De invloed van Riyad is daarentegen nu bijna zero. Ook is dit allemaal zeer positief nieuws voor Syrië. Het Westen, met Israël, toonde in deze kortstondige crisis in de regio naar ontspanning te streven en de oorlogstrom (voorlopig?) te laten rusten. Vader en zoon Salman dachten die eventjes boven te halen maar werden in wezen brutaal de mond gesnoerd.

Hadden Israël, de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de spanning in de regio verder willen doen toenemen dan had men prins Salman gewoon, en desnoods maar alleen met woorden, kunnen steunen. Ze deden het niet en dat is cruciaal en toont welke richting zij op dit ogenblik in het Midden-Oosten willen gaan. En dat is naar ontspanning.

De kansen op een echte politieke regeling en een einde aan de Syrische oorlog nemen dan ook verder sterk toe. Vermoedelijk zal er dan volgend jaar een alles omvattend akkoord over het land worden gesloten en kan Bashar al Assad gewoon verder regeren. Zelfs al zal het land anno 2018 in veel opzichten anders zijn dan dit in 2011.

En er zal veel werk aan de winkel zijn. Iets voor Oger, het Saoedische bedrijf van de familie Hariri? Oger is de tweede grootste Saoedische bouwonderneming maar zit in zware moeilijkheden. Saad Hariri is trouwens in Saoedi-Arabië geboren en bezit zowel de Saoedische als de Libanese nationaliteit.

Maar de jihadisten waaronder die van de Moslimbroeders zullen zich na dat politiek akkoord wel geen illusie moeten maken. Ze zullen hun mond moeten blijven houden en braaf zijn. Na hun eerste mislukte opstand van 1979 tot 1982 leiden ze nu een tweede nog zwaardere nederlaag. En winnaars hebben altijd succes bij de massa’s.

Bij welke serieuze verkiezingen dan ook lijkt de zege van Bashar al Assad een bijna zekerheid. Het optreden van de Moslimbroeders zal behoudens bij de harde en kleine kern op geen sympathie kunnen rekenen. Hun acties maakten hen nu eenmaal bij velen gehaat.

Een Syrische provincie als het door de Moslimbroeders en al Qaida bestuurde Idlib kent naast harde repressie alleen maar plunder, willekeur en een voortdurende oorlog tussen de serie jihadistische groepen. Wat men beweerde een bevrijding te zijn werd een ongezien nachtmerrie voor de lokale bevolking. Ook daar zorgden de Saoedi’s voor.


1)

Posted on 2 Comments

Steunt Nederland terroristen in Syrië?

Al Nusra

Minister Bert Koenders erkent dat Nederlandse hulp aan ‘gematigde’ gewapende groepen in Syrië in handen kan vallen van ISIS en Al Nusra. Maar de Tweede Kamer lijkt er niet mee te zitten. Volksvertegenwoordiger Joël Voordewind: “De Christenunie heeft een motie ingediend om de steun te staken, maar die heeft geen meerderheid gehaald.”

Het kabinet Rutte steunt sinds 2015 ‘gematigde gewapende groepen’ in Syrië. Anders dan de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Saoedi-Arabië, die wapens leveren, verstrekt de Nederlandse overheid alleen non-lethal support, ‘niet-dodelijke hulp’. Deze bestaat uit voedselpakketten, medische kits, kleding, dekens, communicatiemiddelen, voertuigen, elektriciteitsgeneratoren, communicatiemiddelen en ‘media office-ondersteuning’. Het kabinet heeft hier 21,4 miljoen euro voor uitgetrokken.

De bedoeling van de Nederlandse steun aan ‘gematigde gewapende groepen’ is dat deze de macht overnemen in Syrië. In de woorden van PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken: “Er is steun nodig voor de gematigde oppositie om te voorkomen dat deze wordt weggedrukt tussen Assad, ISIS en Al Nusra. Het is een soort preparatie voor de toekomst, want je zult zo’n partij aan tafel moeten hebben bij onderhandelingen.”

Want niet alleen zegt Koenders af te willen van terroristische groeperingen als ISIS en Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaida. Ook “Assad zal moeten vertrekken”. Dit omdat, volgens hem, de president van Syrië, Bashar al-Assad, de oorlog in zijn land heeft veroorzaakt en oorlogsmisdaden heeft gepleegd waarvoor hij vervolgd zou moeten worden.

Vrije Syrische Leger

Wie zijn de ‘gematigde gewapende groepen’ die steun ontvangen vanuit Nederland? “Gezien de gevoeligheid van het noemen van steun aan specifieke groepen en de mogelijke negatieve consequenties van het openbaar worden van deze informatie, kunnen specifieke namen van groepen niet genoemd worden,” schrijft Koenders op 4 februari 2015 in een brief aan de Kamer.

Het enige wat hij er op dat moment over kwijt wilde was dat gekeken werd naar groepen die ressorteerden onder de banier van het Vrije Syrische Leger. “Dit zijn gematigde, inclusieve groepen, die zichzelf als onderdeel zien van een toekomstig Syrische leger en uiteindelijk een politieke transitie voor ogen hebben, maar nu strijden tegen het regime in Damascus en tegen jihadistische groeperingen als ISIS en Jabhat al Nusra.”

‘ongewenste handen’

Bert KoendersMinister Koenders erkent, in een andere brief aan de Kamer, geschreven op 4 april 2015, dat er risico’s verbonden zijn aan zijn beleid. “Een van de risico’s van het steunen van gewapende groepen is dat deze steun in ongewenste handen valt.” Maar volgens de minister loopt het wel los: “Om te beginnen neemt het kabinet groepen in overweging die door partners – aan de hand van een zogenoemde vetting-procedure – als voldoende betrouwbaar zijn beoordeeld.”

Wie deze partners zijn (de VS? Saoedi-Arabië?) en waaruit de genoemde ‘vetting procedure’ bestaat, legt hij echter niet uit. Maar, zo zegt de minister: “In aanvulling op deze voorselectie hanteert het kabinet een eigen vetting-procedure.” Daarbij wordt onder meer gekeken naar eventuele samenwerking met extremistische groepen en naleving van het humanitair oorlogsrecht.

In dezelfde brief van 4 april 2015 meldt Koenders dat hij de goederen levert aan de gewapende groepen via “een ervaren organisatie die, op basis van eerdere werkzaamheden bij andere donoren, een goede reputatie heeft,” en dat deze werkt vanuit Turkije en Jordanië.

Stop Arming Terrorists Act

Tulsi GabbardWaar in Nederland de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen niet of nauwelijks discussie oproept, groeit in de VS het verzet. Het Democratische congreslid Tulsi Gabbard heeft een wetsvoorstel ingediend, de ‘Stop Arming Terrorists Act’, die de Amerikaanse overheid verbiedt directe én indirecte steun te verlenen aan terroristische organisaties. Gabbard heeft inmiddels steun gekregen in de Amerikaanse senaat van de voormalige presidentskandidaat Rand Paul. Gabbard wijst er op dat al heel lang duidelijk is dat vrijwel alle hulp, geleverd door de VS, aan gewapende groepen in Syrië uiteindelijk in handen komt van groeperingen die door het Westen als terroristisch worden beschouwd.

Het kabinet Rutte en de Tweede Kamer hadden dit kunnen weten. Want de genoemde berichten in de internationale media waren er al voordat minister Koenders begon met uitdelen. Zo stond het Vrije Syrische leger al in 2015 uiterst zwak in de tweefrontenstrijd tegen het regeringsleger van Assad en terroristische groeperingen. Keer op keer liepen groepen over ‘van het Vrije Syrische Leger naar Al Nusra en ISIS, werden ze gedwongen hun wapens af te staan of samen te werken (hier, hier, hier en hier). Ook waren er op dat moment al voorbeelden van door de VS gesteunde ‘gematigden’, al dan niet verbonden aan het Vrije Syrische Leger, die oorlogsmisdaden pleegden, waaronder het zuiveren van gebieden die bewoond werden door christenen en andere minderheden (hier, hier en hier).

ongewijzigd kabinetsbeleid

Dergelijke berichten, die al sinds het begin van de oorlog in Syrië te lezen waren in de internationale pers, waren voor minister Bert Koenders kennelijk geen reden af te zien van zijn plan gewapende groepen te gaan steunen in Syrië. En tot op heden is het kabinetsbeleid ongewijzigd gebleven. “De Nederlandse steun aan gematigde oppositiegroepen, waaronder non-lethal assistance, wordt voortgezet”, schrijft Koenders op 4 april 2017 in een brief aan de Kamer.

Inmiddels is bekend dat het bij de verdeling van de Westerse lethal en non-lethal support al fout gaat. Een Bulgaarse journaliste, Dilyana Gaytancieva, interviewde afgelopen maand kolonel Malek al Kurdi, commandant van het Vrije Syrische Leger. Deze beklaagt zich er over dat de organisatie die vanuit Turkije en Jordanië de Westerse en Saoedische steun distribueert in Syrië, deze vooral levert aan groeperingen die een ‘radicale islamitische ideologie’ belijden. Het Vrije Syrische Leger zou nauwelijks nog iets ontvangen. Al Kurdi zegt de Amerikanen en Europanen hierover te hebben ingelicht, maar zonder resultaat.

oorverdovend stille Tweede Kamer
Novini benaderde alle woordvoerders buitenland in de Tweede Kamer persoonlijk, en vroeg hen of zij op de hoogte zijn van de steun van het kabinet aan gewapende groepen in Syrië. En zo ja, wat hierover hun mening is gezien bovengenoemde informatie uit de internationale pers.

De woordvoerders van de regeringspartijen VVD en PvdA onthielden zich van commentaar. Maar vreemd genoeg kwam er ook geen enkele reactie van het merendeel van de oppositiepartijen. Zelfs niet van de PVV, die zich graag profileert als bestrijder van de radicale islam.

Slechts drie Kamerleden reageerden: Joel Voordewind van de ChristenUnie, Kees van der Staaij van de SGP en Raymond Knops van het CDA.

Raymond Knops

Raymond Knops“Het CDA was op de hoogte van Nederlandse steun aan gewapende groeperingen in Syrië”, meldt Raymond Knops. Hij zegt hierover ‘kritisch’ te zijn, omdat onduidelijk is om welke groeperingen het gaat en hoeveel ‘gematigde’ rebellen er nog over zijn.

“Het kabinet heeft geen antwoord gegeven op de vraag of salafistische, jihadistische groeperingen uitgesloten worden van steun. Dat zou het kabinet wel moeten doen.” Ook stoort het Knops dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt waar de non-lethal support precies uit bestaat. “Het kabinet heeft de Kamer weliswaar een lijst gegeven van geleverde goederen, maar het is onduidelijk of die uitputtend is.”

Knops vindt het verder ‘onbegrijpelijk’ dat de Syrisch-Koerdische YPG en de Syrian Democratic Forces (SDF) ‘voor zover bekend’ geen steun ontvangen van Nederland. “En dat terwijl zij nu juist bondgenoten zijn in de strijd tegen ISIS. Juist zij kunnen gezien worden als gematigde gewapende groeperingen. Het CDA pleit er dan ook voor om een belangrijk deel van de non-lethal support te bestemmen voor de SDF en YPG.”

Ook Kees van der Staaij van de SGP zegt op de hoogte te zijn, maar steunt niettemin het kabinetsbeleid, zoals verwoord in de artikel-100 brief van het kabinet aan de Kamer. Tot de gematigde groeperingen in Syrië die steun verdienen van Nederland rekent Van der Staaij de door zijn CDA-collega Knops genoemde Syrian Democratic Forces (SDF). Op de door Novini genoemde artikelen uit de internationale pers, waaruit blijkt dat de vanuit het Westen geleverde steun aan groeperingen in Syrië steevast in verkeerde handen valt en ten koste gaat van christelijke gemeenschappen en andere minderheden in Syrië, gaat Van der Staaij echter niet in.

Joël Voordewind

Joël VoordewindJoël Voordewind van de Christenunie reageert verbolgen op de vraag van Novini of hij wist van de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen in Syrië: “Ik heb nota bene een motie ingediend om de steun aan het Vrije Syrische Leger te staken. Deze had een meerderheid kunnen krijgen als de partij van minister Koenders was meegegaan. Maar helaas: de PvdA stemde tegen.”

Een zoekopdracht in het krantenarchief van Lexis Nexis maakt duidelijk dat geen krant of actualiteitenrubriek aandacht heeft besteedt aan de motie van Voordewind. Ook in het digitale archief van de Tweede Kamer is het even zoeken, maar inderdaad: Op 29 april 2015 diende Voordewind een motie in, waarin hij het kabinet opriep “af te zien van steun aan het Vrije Syrische Leger en het geld te besteden aan humanitaire hulp in vluchtelingenkampen in en rondom Syrië.” Dit omdat “het verstrekken van middelen aan het Vrije Syrische Leger grote risico’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat de steun contraproductief is en in de verkeerde handen kan vallen.”

Op dezelfde dag werd de motie in stemming gebracht. Vóór de motie stemden: CDA, SGP, Christenunie, SP, Partij voor de Dieren en 50Plus. Tegen stemden: VVD, PvdA, GroenLinks, D66, PVV, Groep Kuzu/Öztürk en Groep Bontes/Van Klaveren en Houwers.

“Ik ben zelf in Syrië geweest”, verklaart Voordewind zijn beweegreden voor het opstellen van de motie. “Ik heb daar gesproken met de Free Syrian Army. En zij zeggen gewoon openlijk: Als wij met Al Nusra kunnen samenwerken om de strijd tegen Assad te voeren, dan doen we dat. Dus die wapens worden ook gewoon doorgesluisd naar de radicalere groeperingen.”

Voordewind deelt de mening van Knops en Van der Staaij dat het kabinet er beter aan zou doen, naar het voorbeeld van de VS, de Syrian Democratic Forces (SDF) te steunen. “Die bestaan met name uit Koerden, en er zitten ook Christenen en Arabische groeperingen bij”, zegt Voordewind. “Ze hebben inmiddels al een soort plan voor een autonome regio gecreëerd, zoals de Koerden in Irak hebben gedaan. Met een grondwet, met respect voor minderheden, met respect voor godsdienstvrijheid. Die zijn veel beter te vertrouwen en zijn veel effectiever in het bestrijden van ISIS.”

Syrische christenen

Is het beeld dat Voordewind schetst van de Syrische Koerden niet te rooskleurig? De Syrian Democratic Forces worden militair geleid door de Koerdische militie YPG (People’s Protection Units). De YPG is gelieerd aan een politieke partij, Democratic Union Party (PYD), waarvan gezegd wordt dat dit de Syrische tak van de Turkse PKK is. Syrische christenen zijn over beide partijen, YPG en PYD, weinig enthousiast. Zestien Armeense en Assyrische organisaties beschuldigden in een gezamenlijke verklaring de PYD van mensenrechtenschendingen en andere vergrijpen. De World Council of Arameans richtte vervolgens soortgelijke beschuldigingen aan het adres van de YPG. En begin dit jaar bracht de Assyrian Confederation Europe een zwartboek uit over de Koerdische omgang met de Assyrische minderheid.

Zou Nederland niet beter helemaal kunnen stoppen met het verlenen van hulp aan gewapende groepen in Syrië?

“Het is mij bekend dat Human Rights Watch een rapport heeft uitgebracht over incidenten met de YPG en PYD”, zegt Voordewind. “Maar er is in Syrië geen enkele partij die geen bloed aan zijn handen heeft. Je zult moeten kiezen voor het minste kwaad. Ik behoor niet tot degenen die zeggen: Laat ze elkaar maar uitmoorden daar.”

Echter, de Koerden zijn, anders dan het kabinet Rutte, niet uit op de val van Assad. Zij streven naar een autonome regio binnen Syrië. Dat zal Turkije niet toestaan. Dan zal dus steun voor de Syrian Democratic Forces leiden tot nog meer nodeloos bloedvergieten?

Voordewind: “Van Erdogan moeten we ons niet te veel aantrekken. Kijk hoe hij onlangs tekeer is gegaan in New York, met zijn bodyguards die insloegen op demonstranten. En kijk wat er in Irak is bereikt. Daar hebben de Koerden al een autonome regio.”


Verder lezen over Stop Arming Terrorists Act: www.na4t.org


Fractiewoordvoerders Buitenlandse Zaken die geen commentaar wilden leveren op de vraag van Novini wat zij vinden van Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, gezien internationale berichtgeving over steun die in handen valt van ISIS en Al Nusra:

PvdA: Kirsten van den Hul
VVD: Han ten Broeke, André Bosman, Anne Mulder, Bente Becker, Dilan Yeşilgöz-Zegerius
PVV: Geert Wilders, Raymond de Roon, Danai van Weerdenburg
GroenLinks: Bram van Ojik en Isabelle Diks
D66: Salima Belhaj, Sjoerd Sjoerdsma en Achraf Bouali
SP: Sadet Karabulut en Renske Leijten
PvdD: Marianne Thieme
DENK: Tunahan Kuzu
50Plus: Martin van Rooijen
FvD: Thierry Baudet

Posted on

Gifgasaanvallen: Westerse media zijn doorgeefluik Al Qaida

Toch merkwaardig, telkens wanneer er een cruciale stap gezet wordt in het diplomatiek ontwarren van de complexe oorlog in Syrië gebeurt er iets schokkends dat de vooruitgang teniet doet of dat poogt te doen. Nu kwam dit nieuws over de gifgasaanval bij Khan Sheikhoun bijna vlak na de officiële beslissing van de Amerikaanse regering om Assad de facto te erkennen. Met op datzelfde ogenblik ook een conferentie in Brussel over zogenaamde Europese hulp bij de wederopbouw.

Waarbij de EU zich in een publieke verklaring nog wel tegen de Syrische president keerde maar voor het eerst openlijk stelde dat het Syrische volk zelf moet beslissen wie hun president wordt. Met andere woorden: De Syriërs mochten van de arrogante EU zelf ook Assad kiezen. Hoe genereus toch! Voor de EU een zoveelste draai richting een oplossing van die oorlog.

Shajul Islam

En ditmaal is dit nieuwe obstakel naar vrede niet het gevolg van nog maar eens een uit Qatar komend rapport over de regering Assad van Human Rights Watch of Amnesty International. Neen, het is weer een vermeende gifgasaanval, ditmaal dus in de stad Khan Sheikhoun

Een plek gelegen in de provincie Idlib en vlakbij de provincie Hama waar een twintig kilometer verderop dit ogenblik hard wordt gevochten. We kregen hier dus een herhaling van de eerdere gifgasaanval van 21 augustus 2013 vlakbij Damascus in Oost-Ghouta.

Het nieuws live op de sociale media en in de journaals werd gebracht door een daar in Khan Sheikhoun actieve dokter genaamd Shajul Islam, een man die vlekkeloos Brits Engels sprak en ons vertelde over de aanval met gifgas door de Syrische luchtmacht, die als we hem en zijn vrienden moeten geloven resulteerde in bijna honderd doden en een groot pak gewonden.

Shajul Islam maakte als eerste de zaak van de gifgasaanval in Khan Sheikhoun openbaar. Maar hoe geloofwaardig is dit verhaal komende van een Britse Syrië-strijder actief in het land van al Qaida?

Al onmiddellijk na deze aanval met chemische wapens liet Shajul Islam de wereld weten dat het Syrische leger gifgas had gebruikt. En de media en de westerse regeringen geloofden zijn verhaal als ware het een evangelie. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson beaamde het zelfs al diezelfde dag: Dit was voor hem en zijn regering een zoveelste oorlogsmisdaad van Assad.

Veel vragen stelde men niet en snel klonk het unisono: Dit was het werk van, dixit de westerse media, de brutale dictator en slachter van Syrië Bashar al Assad. Zich afvragen wie er baat had bij die heisa rond die gasaanval hoefde niet.

De vraag of dit voor het Syrische leger militair zinvol was opperde men evenmin. En vragen of dit misschien wel eens een provocatie, een ‘false flag’, van al Qaida kon zijn was er evenmin bij. Barbertje moet hangen. Erg simpel.

Shajul Islam, uw vriendelijke Salafistische dokter, volgens het Britse gerecht specialist in het kidnappen van o.m. journalisten en het plegen van terroristische activiteiten. In 2013 en 2014 voor de pers een groot monster, nu de held in diezelfde media. Niets toont beter de algehele onbetrouwbaarheid van onze kranten dan de transformatie van deze ‘dokter’.

En dus deed men ook in de pers geen onderzoek naar wie Shajul Islam precies is, die Britse dokter in oorlogsgebied en actief in door al Qaida gecontroleerd territorium. En de reden waarom niemand die vraag stelde blijkt vrij snel logisch te zijn. De man is immers een van de paar duizend Britse Syrië-strijders die er aan de zijde van al Qaida of een van die andere Salafistische terreurgroepen vechten.

En dus is het voor onze media en regeringen best om daar geen vragen bij te stellen. Het zou immers de geloofwaardigheid van zijn verhaal zo doen instorten. En een onderzoek zou nochtans erg simpel zijn en snel gaan, men moest maar het eigen krantenarchief raadplegen. Shajul Islam is immers een in Londen opgeleide arts die in de Britse pers in het verleden een zeer slechte reputatie bijeen wist te sprokkelen.

Ontvoeringen

In oktober 2013 werd hij immers bij zijn terugkeer uit Syrië op de luchthaven van Heathrow gearresteerd wegens zijn betrokkenheid bij de ontvoering in de periode van 17 tot 26 juli 2013 van de persfotografen John Cantlie en Jeroen Oerlemans (1). Ultrasnel en reeds op 11 november 2013 klapte de zaak voor de rechtbank in elkaar. Officieel wegens een gebrek aan getuigen. Maar was dat de echte reden?

John Cantlie zat toen in november al opnieuw gevangen, ditmaal bij ISIS. En Jeroen Oerlemans (2) leek wel met de noorderzon verdwenen. En omdat beide getuigen niet kwamen opdagen stopte het openbaar ministerie eigenaardig al na enkele weken de zaak.

Een van de argumenten voor de rechtbank van Shajul Islam was dat hij er als dokter alleen humanitair werk deed en de Britse regering de zaak van de Syrische jihadisten ook voluit steunde.

Wat natuurlijk klopte want tot dan had de Britse regering zelfs nooit opgetreden tegen die stroom van salafisten die richting Syrië trok. En hij zal dat argument ook gebruiken in een uitgebreid interview met Bilal Abdul Karim, de met al Qaida verbonden journalist van On the Ground News (OGN) (3).

In dat interview geeft hij trouwens toe dat hij betrokken was bij die ontvoering maar dan als dokter om hen te verzorgen. De barmhartige Samaritaan dus. Tijdens dat recent gehouden gesprek doet hij ook het verhaal over hoe de Britse regering massaal Belgische FAL’s van FN leverde aan die jihadisten, en dus ook aan al Qaida. Een ongeprovoceerde daad van oorlog tegen Syrië vanwege de Britse regering en dus een oorlogsmisdaad.

ISIS en James Foley

De gids van de twee fotografen kon later echter ontsnappen en de buitenwereld verwittigen waardoor ze na een vuurgevecht vrij raakten. John Cantlie was nadien zeer negatief over de houding van de Britse dokter die hem verzorgde van de schotwonden die hij bij zijn ontvoering had opgelopen. Daar ze geblinddoekt waren wist hij echter hun identiteit niet. Hij wist alleen dat het er enkele tientallen waren, in essentie buitenlanders.

In 2014 was er in het Verengd Koninkrijk en de VS een vermoeden dat Razul Islam, broer van Shajul, de man was die James Foley had vermoord. Mogelijks is deze foto echter een enscenering en gebruikte men een green screen effect om de waarheid te verhullen.

Razul en Najul Islam, zijn broers, zijn volgens de Britse pers intussen ook in Syrië of Irak. Daarbij zou Razul de kant gekozen hebben van ISIS. Britse en Amerikaanse veiligheidsdiensten vermoedden trouwens dat Shajul Islam meer wist over de ontvoering en onthoofding door ISIS van journalist James Foley. (4) (5) Men dacht trouwens dat Razul Islam wel eens de moordenaar zou kunnen zijn.

Shajul Islam werd op 13 november 2016 door de Britse Medical Association zelfs van de lijst van geneesheren geschrapt. Van de traditionele media legde de voorbije weken alleen de Londense Times de link van Shajul Islam met die eerdere terreurverhalen. De rest zweeg, van The Telegraph over The Guardian tot The Sun. Ook de BBC hulde zich in geheel stilzwijgen. De burger mocht het niet weten!

Het is alsof Salah Abdeslam op TV dit verhaal zou brengen en al onze media over zijn verleden zouden zwijgen. Het klinkt schokkend maar is een feit en het toont hoe de Britse klassieke media vals spelen en gewoon instrumenten zijn van het Britse buitenlandse beleid. Voor dit verhaal over Shajul Islam diende men elders bij alternatieve media en RT te zoeken waaronder ook bij Breibhart trouwens (6).

Uit zijn twitteraccount (7) blijkt trouwens dat Shajul Islam in contact staat met de Britse ngo One Nation, een islamitische hulporganisatie met adressen in Leicester en Batley. Via deze kan men voor zijn werk (en dat van al Qaida?) stortingen doen.

Op 1 april, vier dagen voor die vermeende gifgasaanval, bleek die ngo trouwens tien gasmaskers aan hem te hebben geleverd. Naast dan Artsen Zonder Grenzen die er die dag ook leverde. Allemaal juist op tijd voor de Grote Dag. Toeval? Wie gelooft dat?

Helderziende Feras Karam

Het verhaal van Shajul Islam is echter verre van de enige reden waarom er hier aan dit gifgasverhaal een geurtje hangt. Zo is er natuurlijk het feit dat dit gebied bezet wordt door al Qaida en zij dus qua informatie alles onder controle heeft. Wat een normaal mens toch achterdochtig moet maken en veel vragen zou moeten doen stellen.

De journalist Feras Karam, sterreporter van de televisiezender Orient News, een vanuit de Verenigde Arabische Emiraten opererende jihadistennieuwszender, wist al op 3 april te melden dat er op 4 april een luchtaanval met gifgas ging plaatshebben. En dit niet met raketten of granaten maar dus zelfs met een luchtbombardement. Een slimme jongen die Feras Karam.

Zo is er ook nog de tweet van een zekere Feras Karam, een topreporter van Orient News, een jihadistische propagandazender die werkt vanuit de Verenigde Arabische Emeritaten. Deze Feras Karem wist op 3 april om 17 uur fier te melden dat men de volgende dag in de provincie Hama, dus vlakbij Khan Sheikhoun, een reportage gaat maken over het gebruik van chemische wapens daar. Vreemd want er waren hier tot dan nog geen dergelijke verhalen te horen.

Een helderziende man dus die zelfs wist dat er een luchtaanval ging plaatshebben met gifgas. Wat later wordt dat dan bij een volgende tweet een verhaal over chloorgas. De echtheid van die tweets worden ook door niemand betwist.

Wel worden ze zoals steeds door de massamedia doodgezwegen. Het is een traditie. Maar wie dit koppelt aan de op 1 april toegekomen zending van een set gasmaskers krijgt inderdaad de indruk dat die jihadisten wisten dat er wat stond te gebeuren.

Feras Karam is de man die in februari dit jaar op zijn zender Orient TV het verhaal bracht dat president Bashar al Assad zeer zwaar ziek in een hospitaal lag, dat er in Damascus een staatsgreep bezig was en dat Iraanse en Russische troepen daarbij met elkaar slaags waren geraakt (8). Een typevoorbeeld van wat men tegenwoordig met een modewoord ‘fake news’ noemt. Oorlogspropaganda dus.

Ondanks die duidelijke tekenen dat men hier dus zeer voorzichtig moest zijn met dit verhaal over Khan Sheikhoun, rees er op dag twee, de kranten van 6 april, geen enkele twijfel meer, de ‘bloeddorstige dictator’ was nog maar eens schuldig aan het gebruik van gifgas, hier sarin.

Khan al Asal

En ook de Westerse regeringen, veelal de ‘Internationale Gemeenschap’ genoemd, volgden uiteraard die visie. Overal van Brussel over Canberra tot Washington en de lakeien in Londen klonk het woord oorlogsmisdaden.

Met dus als eerste Boris Johnson, de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Diezelfde man die tot kort voor hij minister werd opriep tot militaire steun aan Assad en er op het Londense Trafalgar Square zelfs actie voor voerde (9). Waarbij het opvalt hoe de massamedia voor zover geweten zwijgen over die grote kloof tussen zijn optreden toen hij nog Londens burgemeester was en nu. De man mist dan ook elke geloofwaardigheid. En niet alleen hier.

Boris Johnson, minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk. Vorig jaar als burgemeester van Londen een fervent verdediger van Bashar al Assad. Nu ziet diezelfde Boris Johnson Assad als de grootste crimineel mogelijk. Maar wie in ‘s hemelsnaam neemt deze man serieus?

Uiteraard is dit niet het enige verhaal over chemische wapens in deze oorlog. De eerste aanval met chemische wapens had plaats op 19 maart 2013 vlakbij Aleppo in het stadje Khan al Asal en resulteerde volgens de regering in 25 doden en 110 gewonden, allen soldaten en burgers in een op dat ogenblik nog door de regering gecontroleerde plaats.

Dit gebied werd toen aangevallen door salafistische terreurgroepen en op het ogenblik dat de VN-missie van Ake Sellström met haar onderzoek begon was Khan al Asal al veroverd door die salafisten. De jihadisten beweerden daarbij dat dit sarin door de Syrische luchtmacht was gebruikt. Behoudens hun beweringen leverden zij hiervoor echter geen bewijzen.

De jihadisten en gifgas

Onderzoek van 21 tot 23 augustus 2013 door de VN-missie bewees volgens de VN echter het gebruik van sarin op de slachtoffers. Wat bijna zeker aantoont dat al Qaida en haar bondgenoten hier sarin gebruikten.

Dit gifgas was voorheen in december 2012 door de verovering van de vlakbij Khan al Asal gelegen legerbasis Sheikh Suleiman, alias basis 111, in het bezit geraakt van een grote hoeveelheid chemische wapens waaronder sarin. (10)

Alhoewel men ook nu nog in onze media, de ngo’s en de Westerse regeringen straal blijft ontkennen dat al Qaida over sarin beschikt zijn de aanwijzingen hiervoor vrij groot. Zo is er de toch officiële brief van Ban Ki-moon, de vorige secretaris-generaal van de VN, dat men obussen met sarin ontdekte bij die terreurgroepen.(11)

Ook is er de toch wel merkwaardige dreiging van Abd al Baset Tawila, toen commandant  van het Noordelijk Front Vrije Syrische Leger gedaan op 10 juni 2013 op de Qatarese Arabischtalige nieuwszender al Jazeera. (12)

“I give the international community one month to provide the rebels and the FSA with weapons and ammunition, so that we can defeat this criminal regime. We give them one month. If we see that the international community continues to desert our revolution, we will reveal all the evidence we have [about use of chemical weapons]. I think you know full well that I mean what I say.”

“Ik geef de Internationale Gemeenschap een maand om de rebellen van het VSL van wapens en munitie te voorzien zodanig dat we dit criminele regime kunnen verslaan. We geven hen een maand. En als we zien dat die Internationale Gemeenschap onze revolutie blijft weigeren te steunen, dan zullen we al het bewijsmateriaal openbaren dat we hebben (over het gebruik van chemische wapens). Ik denk dat U voldoende beseft wat ik hiermee bedoel.”

Ook Amnesty International, gedurende deze oorlog veelal de spreekbuis van al Qaeda, Qatar en de VS, moest om haar zogenaamde neutraliteit te tonen blijkbaar ook al eens die terreurgroepen beschuldigen van het gebruik van gifgas, vooral hier dan chloor. (13) De op dit vlak bekend geraakte serie beschuldigingen richting die terreurgroepen is dan ook groot.

Het befaamde bewijs van Human Rights Watch, Eliot Higgins (alias Bellingcat) en The New York Times dat de 104de brigade van het Syrische leger die raketten met sarin had afgevuurd. Wonderwel konden zij twee lijnen trekken, en zie, ze kwamen uit vlakbij het presidentieel paleis. In wezen echter kon die ene met enige zekerheid geïdentificeerde raket maar 1 km ver vliegen. Maar als men dat bekend maakt dan zwegen HRW & Company. Want ja, het waren dus hun vrienden van al Qaida….

En dan is er nog het verhaal van de Syrische nieuwssite al Masdar die de regering steunt. Die maakte melding maakt van een rapport van de aan de VN gelieerde Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW). Daarin stond dat die salafisten nog steeds twee depots controleren waar normaal chemische wapens zouden moeten liggen opgeslagen. Plekken die door de OVCW niet konden bezocht worden. (14)

Zo is er verder ook het verhaal van 13 mei 2016 toen de door de Koerdische YPG gecontroleerde wijk Sjeik Maksoed in de stad Aleppo volgens berichten met chloorgas werd aangevallen met, aldus de YPG en de regering, 83 doden tot gevolg, waaronder 30 kinderen. Waarbij dan ook ongeveer 700 gewonden zouden zijn gevallen.

Vragen over de OVCW

Wat de salafistische Britse website Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten bevestigde en waarbij de terreurgroep Het Leger van de Islam zich nadien hiervoor zelfs verontschuldigde. (15) Merkwaardig genoeg bleef men bij de OVCW doof voor de Syrische en Russische vraag voor een onderzoek in deze zaak. In het Westen bewoog niemand. Men was plots potdoof.

Volgens klachten uit Syrië en Rusland zou men bij de OVCW geen onderzoeksdelegatie willen afvaardigen naar de door de VS gebombardeerde Syrische luchtmachtbasis van Shayrat (foto) of naar Khan Sheikhoun. Nochtans beweert de VS dat die vliegtuigen met hun sarin van hier in Shayrat waren opgestegen. En dus ligt het eventuele bewijs hier voor het rapen.

Waren er echter beschuldigingen door al Qaida en haar bondgenoten dan schoot de OVCW bijna onmiddellijk in actie. Waarbij de Westerse regeringen in navolging van al Qaida luidkeels de overheid in Damascus veroordeelden voor het gebruik van chloorgas. De OVCW zal over die serie beweringen van al Qaida zelfs een rapport maken en in haar conclusies de Syrische overheid beschuldigen van het gebruik van chloorgassen.

Het eigenaardige hierbij is dat de OVCW haar conclusies geheel baseerde op enkele getuigenissen, foto’s en materiaal welke exclusief afkomstig waren van die jihadisten. Wat die conclusies op wetenschappelijk vlak uiteraard waardeloos maken. De mogelijke dader geeft dus zelf het bewijsmateriaal van zijn onschuld en de schuld van zijn tegenstander. Te zot om los te lopen natuurlijk.

Het is als zeggen dat er sprake is van klimaatverwarming zonder echter een degelijke wetenschappelijke basis te geven waarop men die verklaring baseert. Niemand zou dit aanvaarden. Waarom hier dan wel?

Chloorgas

Vooreerst waren er al grote vragen over het optreden van de in Den Haag gevestigde en door Ahmet Üzümcü, een Turks diplomaat, geleide OVCW. Deze was voorheen ambassadeur bij de NAVO. Waarom weigerde men in Syrisch rebellengebied onderzoek te doen naar die beschuldigingen?

Waarom weigerde men, behoudens enkele, bijna alle door die jihadisten gepleegde vermeende gasaanvallen te onderzoeken? Men had dit nochtans in vele gevallen snel en tot in de details en in bijna perfecte omstandigheden kunnen onderzoeken.

Wat toch cruciaal is in dit soort zaken. En als men langs regeringszijde die paar maal toch iets onderzocht dan constateerde men wel de doden en slachtoffers van die mogelijke gasaanvallen maar kon het OVCW nooit bepalen wat er juist gebeurd was.

En dan waren er de twijfels over de beschuldigingen komende van die terreurgroepen. Klopten die wel? Een onderzoek van de nieuwssite The Indictor en de Zweedse Dokters voor de Mensenrechten (16) stelt aan de hand van een erg technisch forensisch onderzoek een boel vragen en uit grote twijfels bij die jihadistische beweringen.

Zij oppert daarbij de mogelijkheid dat de door die terreurgroepen gepresenteerde slachtoffers van die chloorgasaanvallen gewoon gevangenen van die terroristen waren. The Indictor dacht in een specifiek geval dat het om christenen ging.

Voorheen bij de aanval in Oost-Ghouta poneerde kloosterzuster Agnes Mariam in haar rapport een gelijkaardig vermoeden. In haar op de foto’s van die jihadisten gebaseerde analyse opperde zij de mogelijkheid dat de slachtoffers daar alevieten en Armeniërs waren die men de weken ervoor had ontvoerd.

Met steun van al Qaida

En dan stelt zich dus toch wel de vraag naar de betrouwbaarheid van het rapport van de OVCW over dat chloorgas. Het Russische persagentschap TASS geeft een mogelijkheid (17). Volgens haar waren onderzoeken van de stalen gedaan door een niet door het OVCW gecertifieerd laboratorium.

En inderdaad veel van het gebruikte klinisch materiaal is afkomstig van die jihadisten, de beschuldigende partij. Zij leverden de stalen, getuigenissen en de vermeende slachtoffers. De analyseresultaten waren met andere woorden in dit geval waardeloos. Men hoeft geen toponderzoeker te zijn om te weten dat een op dit materiaal gebaseerd rapport als bewijsmateriaal onbruikbaar is en een aanfluiting is voor wat forensisch onderzoek hoort te zijn.

Grondig onderzoek van dit verslag van de OVCW zou normaal weinig heel laten van de conclusies van dit rapport en eerder tot resultaat leiden dat er hier geen zekerheden zijn. Bij forensisch onderzoek is het niet een partij die alle materiaal levert maar gaat men zonder enige belemmering zelf op zoek. Hier gebeurde het tegendeel.

De vraag is trouwens of men op een correcte wijze een moordonderzoek van die omvang kan uitvoeren terwijl men in oorlogsgebied zit. Het lijkt om allerlei redenen gewoon onmogelijk. Het verreist immers bijvoorbeeld voor de enquêteurs een algehele vrijheid van optreden. En dat kan hier niet.

Indien dit rapport het onderwerp zou worden van een serieuze publieke discussie onder specialisten dan zou onmiddellijk blijken hoe dit gewoon een stukje oorlogspropaganda is, een simpele herhaling van de beweringen van al Qaida en haar bondgenoten. Het verslag zou als een boemerang in het gezicht van de OVCW en het Westen ontploffen.

Die houding van de OVCW en het Westen is vermoedelijk een gevolg van de flop die Washington en haar salafistische bondgenoten van het Arabisch schiereiland meemaakten met het eerste rapport in 2013 van de VN-missie geleid door de Zweed Ake Sellström.

1 km vliegbereik

Ake Sellström geeft zijn tweede rapport over gasaanvallen in Syrië af aan toenmalig secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon. Ze waren voor wie grondig las vernietigend voor die salafistische terreurgroepen en hun vrienden. En op zijn persconferentie kort nadien maakte hij hen helemaal verdacht toen hij begon over het vliegbereik van die raket.

Die trok wel naar jihadistengebied en verzamelde er getuigenissen en omgevingsstalen die men dan in een gecertificeerd lab deed onderzoeken. Met dien verstande dat het verzamelen van stalen en de getuigenissen geheel onder strikte controle gebeurde van die jihadisten.

Het resultaat was dat voor wie de twee door hen gemaakte rapporten goed leest het verhaal van al Qaeda, Human Rights Watch, Artsen Zonder Grenzen, Eliot Higgins, The New York Times en het Westen als leugenachtig diende beschouwd te worden. Vooral het heel duidelijke verhaal over de gifgasaanval in Khan al Asal in het tweede en finale rapport was, zonder de daders echt aan te wijzen, heel duidelijk.

Zeker toen Ake Sellström tijdens zijn persconferentie van 12 december 2013 in de VN in New York stelde dat de raketten die bij die aanval zouden gebruikt zijn maar een reikwijdte hadden van slechts 2 km. Wat hij nadien zelfs afzwakte tot amper 1 km. (18) Dit terwijl het Syrische leger toen op meer dan twee kilometer afstand stond van waar die aanvallen zogenaamd hadden plaats gehad. Logische conclusie: Die jihadisten hadden het gedaan!

Professor emeritus Theodore A. Postol, de Amerikaanse raketspecialist, maakte al in 2013 brandhout van de beweringen van de VS en de rest van de Westerse elite over de zaak. Ook van de beweringen over deze recente aanval bij Khan Sheikhoun blijft er na zijn twee rapporten niets meer over. Hij lacht het Amerikaans rapport gewoon weg als het werk van amateurs en leugenaars.

Het was een visie die ook al door Theodore A. Postol (19), de Amerikaanse emeritus professor van het MIT op het gebied van rakettechnologie al verklaarde. Voorheen hadden al Qaida en haar vrienden steeds gesteld dat die raketten een afstand hadden van 9 km en afgevuurd waren van bij het presidentieel paleis door de 104de brigade, toen gezien als de sterkste eenheid van het leger. Men wou die duidelijk via bombardementen door de VS laten uitschakelen.

Achteraf heeft de NYT zich in haar krant hiervoor verontschuldigd. Human Rights Watch – die toen opriep om Damascus te bombarderen – weigerde op een vraag hierover zelfs te antwoorden. Het typeert.

Een onderzoek dat moest zorgen voor een nieuwe aanklacht tegen de Syrische regering draaide voor het Westen en al Qaida uit op een grote flop. Zij stonden integendeel in de beschuldigingsbank. Geen verbazing dus dat er voor het tweede rapport van Ake Sellström in het Westen bij de massamedia amper nog interesse was. Le Monde, voorheen hier haantje de voorste, bestede er zelfs geen enkele aandacht aan.

Geen pottenkijkers

 

Een zak met chloor gevonden in het eerder door al Qaida & Co gecontroleerde deel van Aleppo. De zak komt uit Saoedi-Arabië.

Vermoedelijk is dat de reden waarom men nu naar die aanvallen met chloorgassen in het grootste geheim onderzoek deed en elke publieke discussie poogt te vermijden. Het is heel waarschijnlijk ook de reden waarom al Qaida & co zowel journalisten als onderzoekers van de OVCW en VN de toegang tot hun gebied weigeren. Het zijn nu eenmaal pottenkijkers die zij niet echt volledig controleren.

Door bezoeken onmogelijk te maken kunnen de jihadisten de gehele controle behouden over de onderzoeken en de communicatie hierover naar de buitenwereld. En wat zij beweren staat de volgende dag voor waar in al onze kranten. Dat is de regel.

Trouwens zelfs toenmalig president Barack Obama stelde in zijn fameus interview met het maandblad The Atlantic dat hij door sommige van zijn veiligheidsdiensten in deze kwestie was belogen;

Zo staat er:

Obama was also unsettled by a surprise visit early in the week from James Clapper, his director of national intelligence, who interrupted the President’s Daily Brief, the threat report Obama receives each morning from Clapper’s analysts, to make clear that the intelligence on Syria’s use of sarin gas, while robust, was not a “slam dunk.” (20)

Obama was ook onzeker geworden door een verrassingsbezoek vroeg in de week van James Clapper, zijn Nationale Veiligheidsadviseur, die de dagelijkse briefing van de president, het dreigingsrapport dat Obama elke ochtend van de mensen van Clapper ontvangt, kwam verstoren. Hij maakte de president duidelijk dat de informatie over het Syrisch gebruik van sarin wel stevig maar een verre van uitgemaakte zaak was.

Om een tweede fiasco als dat met het rapport van Sellström te vermijden ging men dus voor dat over de chloorgassen anders te werk. En daarom stelt men in het Westen en in onze media steevast dat die beschuldigingen over gifgas komen van de VN en de OVCW. Technisch juist maar de beschuldigingen zijn nergens op gebaseerd. Wat men dan vergeet.

Ook nu weer met de gifgasaanval in Khan Sheikhoun krijgt men al hetzelfde scenario. Zo maakte het Russisch persbureau Tass melding van een felle ruzie tijdens een vergadering van de OVCW over die kwestie. Volgens dat bericht van Tass waren er al stalen genomen en was men onder leiding van twee Britten al begonnen met het maken van een rapport. (17) Met andere woorden: MI6 of een verwante organisatie doet het onderzoek.

Geen sarin

Maar hoe, wanneer en waar men de stalen voor dat onderzoek had genomen blijft geheim. Het OVCW weigert om er over te communiceren. Bovendien was een van de basiseisen van Rusland dat de mensen die het onderzoek doen uit verschillende regio’s zouden komen – lees ook specialisten uit China en Rusland – en men vetorecht kreeg over de samenstelling van die missie.

Verder bleek men volgens Tass bij de OVCW niet eens meer geïnteresseerd in een bezoek aan de Syrische luchtmachtbasis van Shayrat welke door de VS was aangewezen als die vanwaar die vliegtuigen met hun gifgas waren opgestegen. Dit terwijl de Syrische regering expliciet aandrong op een bezoek ter plekke. Nog steeds volgens Tass weigert men trouwens ook Khan Sheikhoun te bezoeken. Conclusie: Men weet dus dat dit verhaal nep is.

Tijdens onderhandelingen tussen de Amerikaanse en Russische ministers van Buitenlandse zaken, Rex Tillerson en Sergeï Lavrov, zou men overeengekomen zijn om te onderzoeken of men hiervoor een ‘meer objectieve’ missie kan samenstellen.

De Amerikaanse neurofarmacoloog Dennis O’Brien, professor emeritus van de Universiteit van Missouri, lacht de beweringen over het gebruik van sarin in Khan Sheikhoun gewoon weg.

Volgens de Amerikaanse neurofarmacoloog Dennis O’Brien is er hier bij Khan Sheikhoun trouwens geen sprake van een aanval met sarin. (21) Uit zijn klinische studie van de beelden van de slachtoffers blijkt dat sommige van de op de video’s te zien patiënten wel ziek zijn maar zeker niet van een aanval met sarin. “Het kan gewoon niet en diegenen die men op die video’s de vermeende slachtoffers ziet behandelden hadden in dit geval normaal allen zelfs dood moeten zijn”, oppert hij met wetenschappelijke zekerheid.

De klassieke symptomen zoals een onmiddellijke spontane grootschalige stoelgang, overvloedig tranende ogen en uitgebreid urineren zijn volgens hem nergens op de beelden merkbaar. Men ziet integendeel bijvoorbeeld mensen met propere onderbroeken en nergens sporen van ontlasting.

Andere op die beelden getoonde merkbare symptomen, oppert hij, zoals schuimen of spasmen duiden dan weer in de richting van een ander gif. Spasmen of met de mond schuim maken toont aan dat de spieren nog werken. Wat bij een aanval met sarin na een paar seconden al onmogelijk is. Bovendien maakten een aantal getuigen trouwens gewag van een grote stank terwijl sarin juist geurloos is.

De website Moon of Alabama (22) wijst daarbij in de richting van chloorgas. Zo maakt de nieuwssite melding van het feit dat de eerste persberichten van de OVCW en het Turkse persagentschap Anadolu Agency beiden spreken over een aanval met chloor. Wat mogelijks verklaart waarom journalist Feras Karam in zijn tweede tweet van 3 april sprak over een verwachte luchtaanval met chloor. Hij wist dus blijkbaar zelfs dit detail!

Theodor A. Postol

Ook Theodor A. Postol zal trouwens brandhout maken van deze beweringen van de regering van Donald Trump. Als reactie op het Amerikaans rapport (23) van 11 april zal hij op 13 en 14 april twee lijvige replieken schrijven (24) waarbij hij stelt dat dit verhaal een pak onwaarheden zijn, geschreven door mensen die er ofwel niets van kennen ofwel gewoon leugenaars zijn. Hierover geeft hij trouwens een uitgebreid interview aan RT. (25)

Aan de hand van een analyse (26 en 27) van het Amerikaans regeringsdocument bewijst hij dat ook hier het die jihadisten waren die deze gasaanval pleegden. En kijk, toen hij een twintig jaar terug de ganse discussie rond die Patriotraketten vorm gaf haalde hij in de VS uitgebreid alle grote media. Met Oost-Ghouta was dat nog maar een keer in The New York Times en nu…. nergens. Men zwijgt hem dood. Het heet censuur.

Volgens de video’s van al Qaida over die gifgasaanval in Khan Sheikhoun was deze baby een van de vele slachtoffers van deze aanval met sarin. Alleen toont de foto niets van mogelijke symptomen van een vergiftiging met sarin. Hij lijkt integendeel, zoals O’Brien stelt, er heel normaal uit te zien. En waar is de ontlasting? Deze opname komt uit een video.

En wie dacht dat de massamedia ditmaal niet voor spreekbuis van al Qaida ging spelen is zéér naïef. Zoals Washington en Boris Johnson gewoon de beweringen van Al Qaida letterlijk overnemen zo doen ook onze media dat.

Massamedia als woordvoerders van al Qaida

Een grondige analyse van de berichtgeving van De Morgen, De Standaard, Le Monde, de NRC, The Financial Times, The New York Times en The Washington Post bewijst dat zonder enige twijfel. Zij opereren gewoon als een soort luidspreker via welke al Qaida zijn verhaal kan doen. De kranten zijn de lakeien van de terreur.

Wie goed leest ziet hoe zij in wezen in die leugens zelfs verstrikt raken. Zo stellen die kranten zelf op een bepaald ogenblik dat al Qaida dit gebied bezet en er zelfs haar dictatuur invoerde. “Al-Nusra, een spin-off van al Qaida domineert nu de rebellengebieden. De militie voert de shariawetgeving in” (DS 8/4/2017, p 6)

Bij NRC klinkt dat op 4 april op pagina 1 zo: “Khan Shaykhun in de provincie Idlib die in handen is van de Syrische rebellen, die daar gedomineerd worden door Fatah al Sham, het voormalige filiaal van al Qaeda in Syrië.”

Le Monde ziet het in een editoriaal op 6 april zo: “Khan Cheikhoun est contrôlée par des milices rebelles filiales d’Al Qaida.” (Khan Sheikhoun staat onder controle van rebellenmilities gelieerd aan al Qaida.)

Volgens het officieel rapport van de VS viel hier de bom met sarin afkomstig van de Syrische luchtmacht. Alleen zijn dit de resten van een raket op de korte afstand. De put is ook te klein om afkomstig te zijn van een vliegtuigbom.

Eenzelfde teneur bij The New York Times waar men op 9 april in het persbericht van Reuters ‘Assad Could See U.S. Strike as Just a ‘Slap on the Wrist’’ schrijft: ‘… because Idlib is controlled by al Qaeda affiliates,’ (… omdat Idlib – de provincie nvdr. – onder controle staat van aan al Qaida gelieerde groepen).

De massamedia weten dus maar al te goed dat al die berichten die men via sociale media kreeg alleen afkomstig waren van al Qaeda en men dus alleen al om die reden uiterst behoedzaam moest zijn met die beweringen.

Raaskallen

Maar men zal die aanwezigheid van al Qaida in het geheel van de massa informatie die in de klassieke pers verschijnt doodgewoon wegmoffelen. In totaal werden bij die kranten en het weekblad Knack 103 artikels bestudeerd. Ook werd er via een zoekmachine onderzoek gedaan bij Le Monde, The New York Times en The Washington Post. Dit voor de periode van 4 tot en met 17 april 2017.

Daarbij viel de naam al Qaeda slechts tien maal en veelal terloops of in een randstukje, stak men 42 maal de schuld op de regering, was er 5 maal twijfel over de dader en gebruikte men in de voor die salafistische groepen in regel omfloerste termen als rebellen (26  gevallen), 4 maal burgers, 5 maal activisten, en 1 maal omschrijvingen als gematigde oppositie, tegenstanders, Syrisch Bevrijdingsleger, oppositiedorp en gewapende opposanten.

The Financial Times gebruikte ook 5 maal het woord activisten en tweemaal plaatselijke soennieten. De kranten grossierden vooral in scheldtermen richting Assad zoals slachter, dictator, massamoordenaar, en meer van dat fraais. Verder is er in de massamedia steevast sprake van ‘het regime’ en niet van ‘de regering’. Ziet men De Standaard al schrijven over het regime van François Hollande? Natuurlijk niet.

In wezen was het in de kranten een grootschalig raaskallen met als toppunt misschien de NRC, de zogenaamde Nederlandse kwaliteitskrant bij uitstek. Zo schrijft Karel Knip op 6 april op pagina 4 (Ademnood, speekselvloed, overgeven – Dat is sarin) over de aanval met sarin in Oost-Ghouta: “Waarvoor granaten waren ingezet”

Wat verder in de krant van diezelfde dag schrijft hun columnist Ko Colijn, voormalig directeur van het overheidsinstituut Clingendael en uiteraard een ‘groot expert’, over datzelfde incident “.. bombardement met het zenuwgas sarin door de luchtmacht van Assad”. Een visie welke hij in De Morgen van 7 mei op pagina 2 herhaalt in “De VN hebben hun relevantie verloren.” Hij is dan ook DE expert bij uitstek.

De raket die bij de aanval in Oost-Ghouta volgens de VN al Qaeda en de massamedia was gebruikt voor die aanval met sarin. Geen zorg bij de NRC. Daar heeft men het over een aanval met een granaat gevuld met sarin. Complete onzin die zo uit een sketch van Monthy Python zou kunnen komen. Dat wel.

In feite echter staat het vast dat die aanval in Oost-Ghouta niet met granaten (wat een grap) of met vliegtuigen maar met raketten gebeurde, dit met een reikwijdte van 1 km. Maar de expert is nu eenmaal onfeilbaar en voor de kranten steekt het niet nauw. Zolang men de vijand van de VS kan uitschelden en er voldoende tekst is om de krant te vullen is er geen probleem. En de waarheid? Wie maalt daarom?

Helemaal bruin bakt de NRC het ook met haar Amerikaanse correspondent die in die periode van de gifgasaanval blijkbaar lag te dromen. Zo schrijft Guus Valk vanuit Washington op 7 april: “… waarbij afgelopen weekend tientallen Syriërs om het leven kwamen.’’ Afgelopen weekend? De aanval was in de vroege ochtend van dinsdag 4 april. Geen verrassing natuurlijk dat de NRC die onzin plaatst.

Opvallend is zeker ook dat in vele artikels de aanval met sarin van 21 augustus weer ter sprake komt. In 25 gevallen wordt die zonder aarzelen op de rekening van de regering van Damascus geschoven, amper in twee gevallen uit men twijfels. Waarbij men bijna steevast het getal van 1.400 doden geeft. Wie meer?

Lastercampagne

En uiteraard komt amper of nooit de kwestie van de legaliteit of illegaliteit ter sprake. In wezen gaat men alleen in De Morgen daar in detail op die kwestie in. De teneur hiervan wekt echter geen enkele verbazing.

Theo Koele van de Nederlandse Volkskrant, zuster van De Morgen, gaat wat betreft die kwestie van de legaliteit daarvoor bij twee ‘specialisten’ te biechtte, Jaap de Hoop Scheffer, de vroegere baas van de NAVO en tegenwoordig hoogleraar internationale relaties en diplomatieke praktijk aan de Universiteit in Leiden en Geert-Jan Knoops, hoogleraar van het internationaal recht aan de Universiteit Utrecht.

En zoals kon verwacht worden hadden die heren internationaalrechtlijk hier geen enkel probleem. Volgens de vroegere NAVO-baas had Assad herhaaldelijk gifgas gebruikt en dus kon men zomaar zonder iemands toestemming bombarderen. Hij was dan ook dankzij de VS ooit op kunnen klimmen tot de grote baas van de NAVO. In zijn optiek ongetwijfeld iets om fier op te zijn.

En voor Knoops was er evenmin een probleem want door het steunen van de gewapende oppositie in Syrië was de VS al in oorlog en kon men er ginds dus evenzeer op los schieten. Alsof het met wapens of ander materiaal steunen van een gewapende opstand in een ander land geen oorlogsmisdaad is. Leve het recht dus. De soevereiniteit der naties is bij een Jaap de Hoop Scheffer, Gert-Jan Knoops en Theo Koele iets voor mietjes.

Maar misschien wel het grofst was Koen Vidal in De Morgen die een ware lastercampagne opzet tegen iedere tegenstander van die bombardementen. In de krant van 12 april onder de hoofding  ‘Extreemrechtse achterban Trump ziedend om bombardement’ wordt die ganse oppositie op een hoopje gegooid met allerlei als fascisten, racisten en idioten omschreven randfiguren. (28)

In haar rapport beweerde de VS dat men er zeker van was dat er met die put niet geknoeid was. Hoe ze dat dan met zekerheid wist is een raadsel welke vermoedelijk alleen Donald Trump zal kunnen oplossen. Hier ziet men dat dit verhaal niet klopt. Normaal hadden deze heren trouwens en samen met alle hulpverleners van die dag nu dood moeten zijn. Zoals deze heren droegen zij immers alleen een chirurgisch masker en soms handschoenen. Goed tegen het stof of een griepje, dat wel.

Ja, want stelt hij, alle informatie die poogt de schuld bij de jihadisten en niet bij Syrische regering te steken is totaal onbetrouwbaar want ze baseren zich op verhalen die komt uit de omgeving van Assad, hier dan Al Masdar News.

Het is zeer beangstigend maar de hier in detail onderzochte media die zich allen kwaliteitskranten noemen stonden luid te applaudisseren toen president Donald Trump die luchtmachtbasis in Syrië bombardeerde. Ze roepen wel om een onderzoek naar de feiten maar intussen mag men er wel al op los schieten want, onderzoek of niet, de misdadiger is bekend. Het zijn dus oorlogsstokers. Beangstigend hoe de pers werkt!

Wapens beslissen

Maar hoe moet het nu verder met Syrië? Van een politieke oplossing is helemaal geen sprake meer. VN-onderhandelaar Staffan De Mistura spreekt er wel van en zo ook de rest van het internationaal gezelschap.

De realiteit is echter dat bepaalde machtige figuren daar helemaal geen zin in hebben en ondanks de militair benarde positie van al Qaida nog steeds dromen van de verdere vernieling van Syrië. Hun hoop is om zoals men in Libië en Irak het hoofd van Saddam Hoessein en Muammar Khadaffi op een schotel aangeboden kreeg ook dat van Assad ten geschenke te krijgen.

De recente opflakkering van de gevechten tussen de jihadisten en het Syrische leger in de aan de Jordaanse grens gelegen stad Daraa is hierbij een zeer slecht voorteken. De gevechten lagen hier meer dan een jaar praktisch stil na ‘advies’ aan die jihadisten van de VS en Jordanië. De voorbije weken echter laaien de gevechten plots op. Wie is hier aan het stoken?

Zeker, de jihadisten maken ondanks hun grote inspanningen nergens vooruitgang en leiden zeer zware verliezen, maar ze blijven vechten tot de dood. Ondanks het feit dat al hun aanvallen zoals die nu in Noord-Hama eindigen in nederlagen. Onze politie maakte hun fanatieke vechtlust tot der dood al mee in Verviers.

Alle ‘vredesonderhandelingen verliepen tot heden trouwens zonder medewerking van al Qaida en haar kloon Ahrar al Sham, de twee enige overgebleven grote salafistische groepen. En die vechten zonder pardon tegen de regering en al wie hen dwarsligt. Neen, de wapens zullen zoals trouwens in alle oorlogen beslissen.

Het grote probleem is trouwens niet eens het bestaan van die terreurgroepen maar het al zeven jaar ontbreken van een duidelijke Amerikaanse politiek tegenover Syrië, zowel onder Obama als nu onder Trump. Niemand, ook Washington niet, weet bijvoorbeeld waar de VS heen wil met het door de Koerdische YPG/PKK met Amerikaanse steun veroverde oosten van Syrië.

Zo blijven er vele vragen bestaan over het Amerikaanse bombardement van de Syrische luchtmachtbasis van Shayrat. Waarom bleef zowel de Syrische als Russische luchtafweer inactief?

En met de afweersystemen S300 en S400 hadden die normaal toch zware schade kunnen aanrichten aan die aanval van kruisraketten. En als het klopt dat de Russen wisten wat komen zou, wat wist dan het Syrische leger? En daarom de vraag: was dit bombardement reëel of een enscenering?

Het is een realiteit die men in Moskou, Teheran, Beijing en Damascus vermoedelijk al goed beseft. En evenzeer in Saoedi-Arabië, Turkije (dat trouwens de recente alliantie met Rusland verbrak), het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de VS. Figuren als een senator John McCain (29) – wiens stichting ook geld krijgt van Saoedi-Arabië – of Hillary Clinton en haar entourage willen gewoon de totale destructie van Syrië. Voor minder doen ze het niet.

Anderen wil wel een einde aan de gevechten of die beperken. Niemand weet het tot waar men in de VS wil gaan. En van de oorlog tegen de terreur is er ook onder Trump in goede Amerikaanse traditie helemaal geen sprake. Het is gewoon een cynische grap, barslecht theater. Misschien dat Trump toch nog een goede zet doet, maar dat is verre van zeker. Daarop rekenen is vrij dom.


1) BBC, 11 november 2016, ‘Syria kidnap case against doctor dropped by prosecution’. http://www.bbc.com/news/uk-24901481

2) Jeroen Oerlemans werd op 2 oktober 2016 in de Libische stad Sirte door onbekenden neergeschoten. Zijn begrafenis op 13 oktober in de Amsterdamse Zuiderkerk nadien roept echter veel vragen op. Amateuropnames van die in zeer beperkte kring gehouden plechtigheid tonen bijvoorbeeld zijn uitbundig lachende kinderen, echtgenote en zowat alle andere genodigden. Ook was er de zeer discrete aanwezigheid van wat bijna zeker geheime agenten waren. Een bizar gebeuren.

3) IBTimes, VK, Tareq Haddad, 7 april 2017, ‘British doctor who documented Syria ‘chemical attacks’ previously held on, terror offences.’ http://www.ibtimes.co.uk/british-doctor-who-documented-chemical-attack-previously-held-terror-offences-1615849.

Deze link bevat een lang interview van de aan al Qaeda gelieerde journalist Bilal Abdul Kareem met Shajul Islam. Hierbij heeft hij het over de levering door de Britse regering van vooral Belgische wapens. In het interview schreeuwt de man zijn onschuld uit.

4) The Telegraph, Gordon Rayner, 21 augustus 2014, ‘Net closes on ‘Jihadi John’ as London pair probed’. http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeast/iraq/11049953/Net-closes-on-

5) Breitbart, VS, Oliver J.J. Lane, 22 augustus 2014, ‘NHS Doctor With Family Jihad Ties Sought in ‘Black Beatle’ Beheading Search’. http://www.breitbart.com/london/2014/08/22/terrorism-is-a-family-affair/Jihadi-John-as-London-pair-probed.html.

Breitbart is de o.m. aan Steve Bannon en dus ook aan president Donald Trump gelieerde alternatieve nieuwswebsite. Zou Trump dit feit dus niet kennen?

6) Breitbart, VS, Jack Montgomery, 7 april 2017, ‘Syrian Chemical Attack Doctor Tried as Jihadist in UK’. http://www.breitbart.com/london/2017/04/07/syrian-chemical-attack-doctor-tried-jihadist-uk/

7) Zijn Twitteradres: https://twitter.com/DrShajulIslam

8) Memri TV, VS , 7 februari 2017, “Pro-Opposition Syrian Journalist In Tweets And Posts: Russian Forces Thwarted Maher Al-Assad’s Iran-Backed Coup Attempt “. https://www.memri.org/reports/pro-opposition-syrian-journalist-tweets-and-posts-russian-forces-thwarted-maher-al-assads

Memri Televisie en The Long War Journal van het Amerikaanse Institute for the Defence of Democracies zijn twee door Israëlische belangen gecontroleerde Amerikaanse informatiebronnen over het salafisme. Het is dan ook nodig erg voorzichtig te zijn met de wijze waarom zij het nieuws brengen en soms natuurlijk ook verzwijgen en manipuleren.

9) The Telegraph, Boris Johnson, 27 maart 2016, ‘Bravo for Assad – he is a vile tyrant but he has saved Palmyra from Isil’. http://www.telegraph.co.uk/opinion/2016/03/27/bravo-for-assad–he-is-a-vile-tyrant-but-he-has-saved-palmyra-fr/

10) The Long War Journal, Bill Roggio, 10 december 2012, ‘Al Nusrah Front, foreign jihadists seize key Syria Army base in Aleppo’. http://www.longwarjournal.org/archives/2012/12/al_nusrah_front_alli.php

Al Nusrah is de vroegere naam van al Qaeda in Syrië. Nu noemt die terreurgroep zich Hayat Fatah al Sham, een door al Qaeda gecontroleerde koepelorganisatie waar officieel een tiental jihadistengroepen deel van uitmaken. Khan Sheikhoun is sinds de eerder dit jaar gevoerde oorlog tussen jihadisten door al Qaeda bezet. In de provincie Idlib is al Qaeda militair de sterkste formatie.

11) The Straits Times, Reuters, Singapore, 8 juli 2014, ‘Two ‘abandoned’ cylinders seized in Syria contained sarin: UN’.  http://archive.is/XuTec#selection-1581.0-1578.2

The Straits Times is zoals praktisch alle andere gedrukte media in Singapore eigendom van de lokale regering.

12) https://www.youtube.com/watch?v=nODxF4jOjCs. Verklaring van commandant Abdel Baset Tawileh gedaan op 21 juni 2013. Twee maanden voor de gasaanval met sarin in Oost-Ghouta.

13) Amnesty International, Londen, 13 mei 2016, ‘Syria: armed opposition group committing war crimes in Aleppo – new evidence’.  https://www.amnesty.org.uk/press-releases/syria-armed-opposition-group-committing-war-crimes-aleppo-new-evidence

14) Al Masdar News, Leith Fadel, 11 april 2017, Last two chemical weapons facilities in Syria belong to rebels: OPCW. https://www.almasdarnews.com/article/last-two-chemical-weapons-facilities-syria-belong-rebels-opcw/

Zie ook pagina 1 van het vooruitgangsrapport van de OVCW van 28 maart 2016 bestemd voor de VN Veiligheidsraad. http://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=S/2016/285

15) RT, Moskou, 15 november 2016, ‘Rebels shell Syrian Army with poison gas in Aleppo, scores injured – military’, https://www.rt.com/news/366799-aleppo-chemical-weapons-attack/

16) The Indictor; Adam Larson, April 2017, Analysis of evidence contradicts allegations on Syrian gas attacks’. http://theindicter.com/analysis-of-evidence-contradicts-allegations-on-syrian-gas-attacks/

17) Tass News Agency, 14 april 2017, Moscow calls for transparent investigation of Syria chemical incident’. http://tass.com/politics/941476

18) Willy Van Damme blog, 9 maart 2014, ‘Syrische gifgasaanvallen – Vragen voor Ake Sellström en de VN’. https://willyvandamme.wordpress.com/2014/03/09/syrische-gifgasaanvallen-vragen-voor-ake-sellstrom-en-de-vn/

19) Theodor A. Postol is een emeritus professor in de wetenschap, technologie en nationale veiligheidspolitiek aan het Massachusetts Institute for Technology (MIT) in Boston, VSA. Hij werkte jarenlang als specialist en topadviseur voor zowel het Pentagon als het Amerikaans parlement en trok nadien naar Boston en het MIT.

Hij wordt gezien als de autoriteit in de VS op dit vlak en als iemand die niet terugschrikt om zijn nek uit ter steken. In het verleden maakte hij bijvoorbeeld brandhout voor de beweringen rond het raketafweersysteem Patriot dat volgens de toenmalige president George H. Bush Sr. tijdens de tweede Golfoorlog bijna 100% effectief was. Hij schatte het eerder op 0 tot 10%. Ook het Israëlische IJzeren Schild kreeg van hem eenzelfde kritiek te verwerken. Hij kreeg in 2006 voor zijn werk van de American Federation of Scientists de jaarlijkse Richard L. Garwin Prijs.

Dus ook voor dat werk rond die Patriotraketten van het industrieel conglomeraat Raytheon. Zijn werk over die eerdere vermeende aanval met sarin in Oost-Ghouta van 2013 is essentieel. Hier ontmaskerde die beweringen als een boel leugens van o.m. de Amerikaanse regering, The New York Times, Human Rights Watch en ‘expert’ Eliot Higgins, alias Brown Moses en Bellingcat. Zij moesten later hun woorden hierover inslikken. Hierover verscheen echter niets in onze media.

20) The Atlantic, Jeffrey Goldberg, April 2016, ‘The Obama Doctrine’. https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/

Het was James Clapper, de directeur voor de Nationale Veiligheid van de VS, die Obama toonde dat het eerste rapport van zijn veiligheidsdiensten (CIA, DIA?) over die aanval in Oost-Ghouta van 21 augustus 2013 leugens waren. Het is een zoveelste aanwijzing dat het Syrische leger hier geen sarin gebruikte en die salafistische terreurgroepen het zelf deden. Met als slachtoffers mogelijks gevangenen.

Wat het vermoeden versterkt dat bepaalde organisaties in Washington betrokken waren bij die vermeende aanval met sarin. Het verklaart ook de gecoördineerde actie toen eind augustus 2013 van HRW, Eliot Higgins en journalist C.J. Chivers van The NYT. Geen toeval dat HRW bijna onmiddellijk opriep om Syrië te bombarderen. Vermoedelijk zijn dus ook nu veiligheidsdiensten zoals MI6 bij deze nieuwe ‘gifgasaanval’ betrokken. Al Qaeda werkt nu eenmaal niet in totale isolatie.

21) LogoPhere.com, 13 april 2017, Denis O’Brien, 13 april 2017, ‘The Apr04|17 incident at Khan Sheikhoun, Syria. A series of inquiries.  LogoPhere’s Top Ten Ways to Tell When You’re Being Spoofed by False-Flag Sarin Attacks‘. http://logophere.com/Topics2017/17-04/17_017-BLA-Sarin.htm

Dennis O’Brien is professor emeritus van de University of Missoury en een veel gelauwerd wetenschapper die op zijn wetenschappelijk terrein ook baanbrekend werk verrichte.

Dennis O’Brien bekijkt de zaak op een zuiver klinisch biologische wijze door het wetenschappelijk analyseren van de vele foto’s en video’s. Hij publiceerde eerder over de aanval in Oost-Ghouta al een boek ‘Murder in the Sunmorgue’ dat gratis op het internet te downloaden is. Ook hier betwist hij dat er sarin was gebruikt maar dat men die mensen vermoordde door middel van andere gassen.

22) Moon of Alabama, 20 april 2017, ‘Chlorine, Not Sarin, Was Used In The Khan Sheikhun Incident’. http://www.moonofalabama.org/2017/04/only-chlorine-not-sarin-involved-in-the-khan-sheikhun-incident.html

23) The New York Times, 11 april 2017, ‘Declassified U.S. Report on Chemical Weapons Attack’. https://www.nytimes.com/interactive/2017/04/11/world/middleeast/document-Syria-Chemical-Weapons-Report-White-House.html

24) Theodor A. Postol, 11 april 2017, A Quick Turnaround Assessment of the White House Intelligence Report Issued on April 11, 2017 About the Nerve Agent Attack in Khan Shaykhun, Syria. https://www.scribd.com/document/344995943/Report-by-White-House-Alleging-Proof-of-Syria-as-the-Perpetrator-of-the-Nerve-Agent-Attack-in-Khan-Shaykhun-on-April-4-2017#download.

25) Ook RT, Interview met Theodor Postol. 14 april 2017, ‘White House claims on Syria chemical attack ‘obviously false’ – MIT professor (VIDEO)’. https://www.rt.com/usa/384520-postol-report-sarin-syria/

26) Washington Blog, Robert Barsocchini, 12 april 2017 MIT Rocket Scientist: White House Claims on Syria Chemical Attack “Cannot Be True”. http://www.washingtonsblog.com/2017/04/66712.html en

27) Washington Blog, Robert Barsocchini, 13 april 2017, ‘Addendum to Dr. Theodore Postol’s Assessment of the White House Report on Syria Chemical Attack.  http://www.washingtonsblog.com/2017/04/addendum-dr-theodore-postols-assessment-white-house-report-syria-chemical-attack.html

28) Hij baseerde zich op het artikel van het Digital Forensic Research Lab, Atlantic Council, VS, Ben Nimmo, Donora Barojan, 7 april 2017, ‘How the alt-right brought #SyriaHoax to America’. https://medium.com/dfrlab/how-the-alt-right-brought-syriahoax-to-america-47745118d1c9

The Atlantic Council is een Amerikaanse studiedienst en lobbygroep die deels gefinancierd wordt door Saoedi-Arabië. Deze is via haar Rafik Hariri Center erg actief rond Syrië. Een van hun voornaamste woordvoerders rond Syrië is Frederick C. Hof. Dit is een oudgediende van Buitenlandse Zaken onder Barack Obama en in de beginperiode een van de voornaamste strategen achter de oorlog tegen Syrië.

Bij De Morgen (zie Koen Vidal, 12/04/2017, ‘Extreemrechtse achterban Trump ziedend om bombardement’ hebben ze dit artikel duidelijk ook gelezen en gebruikt men het om elke kritiek op de Amerikaanse regering in deze kwestie in de grond te boren.

De bron van die kritiek is namelijk iemand die goed ligt in Damascus en dit is volgens Koen Vidal dus per definitie totaal onbetrouwbaar en te verwerpen. Dat The Atlantic Council geld uit Saoedi-Arabië krijgt is voor diezelfde De Morgen en Koen Vidal dan geen probleem. Het artikel typeert de schandelijke mentaliteit die heerst bij het overgrote deel van onze pers.

29) Disobedient Media, VS, William Craddick, 8 maart 2017, ‘McCain Institute’s Failure To Use Donations For Anti-Trafficking Purposes Raises Questions’. http://disobedientmedia.com/mccain-institutes-failure-to-use-donations-for-anti-trafficking-purposes-raises-questions/

Posted on

De wortel van veel kwaden

Honderd jaar geleden verdeelden de Britten en de Fransen het Midden-Oosten onder elkaar. In het zogeheten Sykes-Picot-akkoord maakten ze afspraken over de verdeling van delen van het grondgebied van het Ottomaanse Rijk en braken alle beloftes over zelfbeschikking die ze eerder aan de Arabieren hadden gegeven.

Het militaire aanzien van de Britten was twee jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog zwaar gehavend. De centrale machten Duitsland, Oostenrijk en Turkije hadden zich in de militaire confrontatie met de Entente Londen-Parijs-Sint-Petersburg als gelijkwaardig bewezen. De poging van de Britten om met een landing de Dardanellen en vervolgens de Ottomaanse hoofdstad Constantinopel te veroveren, was begin 1916 onder zware verliezen voor leger en vloot faliekant mislukt. In Mesopotamië moest weinig later een Brits leger van 13.000 man capituleren voor de Turken die aangevoerd werden door de Duitse veldmaarschalk Colmar Freiherr von der Goltz.

Deze precaire situatie buitte Londens bondgenoot Frankrijk schaamteloos uit om zich in het Midden-Oosten van toekomstige buit te verzekeren. Het ging er daarbij om, om na de voorziene nederlaag van het Ottomaanse rijk het territorium daarvan, buiten het Anatolische kernland, te bezetten. Aanvankelijk was het doel van de Britse diplomatie geweest om de hele regio onder Britse controle te brengen. Nu moest echter ook gerekend worden met de eisen van Frankrijk.

De gesprekken over de opdeling van het Midden-Oosten vonden onder strikte geheimhouding plaats. De leiding van de gesprekken lag bij François-Georges Picot, voormalig consul-generaal in Beiroet, en luitenant-kolonel Sir Mark Sykes, chef van de Arabische afdeling in het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken. “Deze twee mannen hebben een plaats op de eerste rij onder de duivels van Arabië verdient”, aldus de Britse historicus Desmond Stewart. Op 16 mei 1916 sloten de beide diplomaten een akkoord, dat officieel het ‘Asia Minor Akkoord’ heette, maar bekend zou worden als ‘Sykes-Picot-akkoord’. Met de ondertekening door de Britse minister van Buitenlandse Zaken Edward Grey en de Franse speciale gezant Paul Cambon trad het in werking.

Zonder enige rekening te houden met historische, religieuze en etnische verschillen of stamgebieden, werd in het akkoord de nog te veroveren, met talrijke olievelden gezegende, buit verdeeld. Daarbij gingen de deelnemers deels met de liniaal te werk.Ter discussie stond een enorm gebied van meer dan anderhalf miljoen vierkante kilometer, dat zich uitstrekte van Jeruzalem tot de Perzische Golf en van Oost-Anatolië tot het Suezkanaal. In dat gebied woonden ongeveer 20 miljoen mensen, Turken, Arabieren, Armenen, soennieten, sjiieten, christenen en joden.

Het twaalf punten omvattende akkoord verdeelde de zuidelijke territoria van het Ottomaanse rijk in een Gebied A (Frankrijk) en een gebied B (Groot-Brittannië). In deze gebieden bezaten de beide grootmachten “vastgelegde voorrechten”. De Fransen stelden de heerschappij over zuidoost-Turkije (Alexandrette/Iskenderun), Noord-Irak, Syrië en Libanon veilig. Het gebied strekte zich uit van Beirut tot Damascus en Aleppo tot Mosul. De Britten kregen een territorium dat overeenkomt met het huidige Jordanië en het zuiden van Irak en zich uitstrekt van Amman tot Bagdad en Basra. De grenzen binnen hun respectievelijke invloedssfeer konden de Britten den Fransen naar eigen inzicht bepalen.

Onder punt twee van het akkoord heette het: “Het zal beide machten toegestaan zijn in dit gebied direct of indirect bestuur of beheer in te richten, zoals zij dat nodig achten.” Er werd met andere woorden niet voorzien in vertegenwoordiging van de belangen van de autochtone bevolking en de koloniale overheersers konden simpelweg gebruik maken van Arabische vazallen. Tegelijkertijd werd onder punt 10 benadrukt dat men niet zou toestaan dat “een derde macht op het Arabisch schiereiland bezitsrechten verwerft of vlootbases aan de kust of op de eilanden in de Rode Zee inricht”.

Voor het door Frankrijk geclaimde Palestina werd een bijzondere regeling getroffen. Het gebied zou onder internationaal bewind geplaatst worden. De havens van Haifa en Akko vielen echter aan de Britten toe en de Britten kregen ook het recht om een spoorlijn van Haifa naar Bagdad aan te leggen.

Ondanks de geheimhouding drong medio 1916 toch iets van dit akkoord tot de openbaarheid door, waarop onrust ontstond onder Arabische politici die naar onafhankelijke staten streefden. Zo sprak Sykes in Caïro met drie vertegenwoordigers van Syrië en verzekerde hen “dat er niets onzaligs voorbereid werd”. Cynisch meldde hij aan Londen dat het eenvoudig geweest was, “de afgevaardigden om de tuin te leiden, zonder ze een landkaart te laten zien of ze te laten weten, dat er allang een gedetailleerde overkomst was”.

Lawrence, de bedrieger van Arabië

Bij deze heimelijke onderneming moesten de Britten en de Franse wel acht slaan op Hoessein Ibn Ali, de invloedrijke emir van de Hidjaz, het westelijke deel van het tegenwoordige Saoedi-Arabië met de heilige steden van Mekka en Medina. Hoessein, die door een tijdgenoot beschreven werd als “vrome, oude man met een sterke hang naar grootheidswaan”, streefde een onafhankelijk Groot-Arabisch koninkrijk onder zijn leiding na. Zijn zoon Faisal spande sinds 1915 in de omgeving van Damascus met de Britse avonturier en geheim agent Thomas Edward Lawrence, beter bekend als ‘Lawrence of Arabia’, samen. De twee organiseerden een opstand tegen de Turken die op 5 juni 1916 begon en de Britse troepen enorme bijstand verleende. Lawrence zou later bekennen: “Mij was duidelijk dat, in het geval van onze overwinning, de aan de Arabieren gedane beloftes niet meer dan een stukje papier zouden zijn.”

map-asia-minor

Italië en het tsaristische Rusland, bondgenoten van de Britten en Fransen in de Eerste Wereldoorlog, waren inmiddels door hun inlichtingendiensten ook op de hoogte gekomen van het Sykes-Picot-akkoord en deden dan ook al snel een duit in het zakje. Ook zij eisten een deel van de buit voor zich op. Met tegenzin werd Rusland Armenië en delen van Koerdistan toegestaan. De Italianen zouden Rhodos en aantal andere eilanden in de zuidelijke Egeïsche Zee krijgen, alsmede een invloedssfeer rond de stad Smyrna (Izmir) in het zuidwesten van Anatolië.

Toen na het einde van de Eerste Wereldoorlog een rüksichtslose herverdeling van de wereld inzette, werden de hoofdpunten van het Sykes-Picot-akkoord bevestigd (de Sovjets hadden het akkoord reeds eind november 1917, kort na de bolsjewistische revolutie gepubliceerd). Tijdens de conferentie van San Remo in april 1920 kregen de Britten en de Fransen een mandaat van de Volkenbond in het Midden-Oosten. De kiem voor een politieke chaos was daarmee onherroepelijk gelegd. Want de Arabieren, die men jarenlang toezeggingen had gedaan over nationale onafhankelijkheid, zagen zich afgeschaald naar de rang van tweede klas volkeren.

lawrenceZo zijn allerlei gewelddadige conflicten in de regio, het conflict tussen Israël en de Palestijnen, de burgeroorlog in Libanon, de Iraakse inval in Koeweit, de Golfoorlogen en het woeden van ‘Islamitische Staat’ (ISIS) op een of andere wijze te herleiden tot de koloniale grootheidswaan en de willekeurige verdeling van territoria door politici in Londen en Parijs zo’n honderd jaar geleden.

Tip: Bij Uitgeverij De Blauwe Tijger is onlangs een nieuw boek van Robert Lemm verschenen: Lawrence. Heraut van het Kalifaat.

Posted on

‘Werk samen met Koerden om minderheden Irak te helpen’

De Europese Unie en de Verenigde Naties moeten samenwerken met de Koerdische strijdkrachten om de vervolgde minderheden in Irak te helpen. Dat stelt de European Christian Political Movement (ECPM), een politieke partij op Europees niveau waaraan vanuit Nederland de ChristenUnie en de SGP deelnemen, in een persverklaring.

De ECPM spreekt in de verklaring van een humanitaire crisis, die is ontstaan doordat de oprukkende ‘Islamitische Staat’ (voorheen bekend als ISIS) religieuze en etnische minderheden zoals christenen, jezidi’s en Turkmenen tot op de dood vervolgd en hun culturele en religieuze erfgoed vernield, zoals bevestigd wordt door diverse mediabronnen en VN-functionarissen in Irak.

Genoemde minderheden zijn op grote schaal naar de autonome Koerdische regio in het noorden van Irak gevlucht. Het bestuur van de Koerdische regio heeft duidelijk verklaard de voor de terreur van ISIS gevluchte minderheden in bescherming te willen nemen en daar ook naar gehandeld. Daarbij hebben de zogeheten Pesjmerga (Koerdische milities) hun leven in de waagschaal gesteld om hun territorium en enclaves met concentraties van minderheden te verdedigen. Eerder verklaarde de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN al dat zo’n 40.000 Syriërs hun toevlucht hadden gezocht in de Koerdische regio van Irak.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De ECPM ziet echter ook dat de middelen van de Koerden voor het afhouden van ISIS beperkt zijn en vraagt daarom om doortastend handelen van de internationale gemeenschap. De Europese Unie en de Verenigde Naties moeten zo snel en effectief mogelijk de Koerdische regionale overheid te hulp schieten. De ECPM ziet in haar namelijk de enige stabiele politieke partner in Noord-Irak die handelt naar maatstaven van de mensenrechten. De grondwet van de Koerdische regio garandeert ook gelijke rechten voor minderheden.

Bovendien krijgt de Koerdische regionale overheid niet de steun van de centrale Irakese overheid die ze zou mogen verwachten, mede daarom is het volgens de ECPM van belang dat de internationale gemeenschap hier een rol opneemt. Bestaande politieke verschillen van inzicht mogen daarvoor, gezien de omvang van de crisis, geen belemmering voor vormen, aldus de persverklaring.

Tot slot wijst de ECPM nog op een petitie aan de Verenigde Naties en de Arabische Liga inzake de Iraakse christenen: http://citizengo.org/en/9810-save-iraqi-christian-community

Posted on

Nederland tekent eigen doodsvonnis door negeren slachting christenen in Midden-Oosten

Terwijl in het Midden-Oosten niet alleen messen maar ook zwaarden worden geslepen heeft Nederland met het verwerpen van de motie voor VN onderzoek naar de massale slachtingen op christenen haar eigen doodvonnis getekend. Want met het internationaal blijven ontkennen van deze nieuwe genocide snijdt Nederland in haar eigen vrije vingers.

Daar waar ISIS het kalifaat heeft uitgeroepen is het niet meer veilig voor andersdenkenden. Voor christenen is de dreiging nog groter. Christenen worden namelijk vermoord. Dat is geen gerucht meer, dat zijn keiharde feiten en het kabinet lijkt het nog steeds te willen ontkennen.

Het kalifaat is niet genoeg voor ISIS en evenmin voor ISIS-sympathisanten in Nederland. Het moet groter, beter, gruwelijker en voornamelijk: gevaarlijk voor alle verworven vrijheden die wij hebben in het westen. Sympathisanten willen een islamofascistische staat. Alleen hun volk, hun religie, hun denkwijze en hun wetten. Het sluiten van de ogen voor dit enorme gevaar is het eigen doodsvonnis.

In Nederland beginnen de eerste anti-ISIS demonstraties eindelijk vorm te krijgen. In de Kamer blijkt dit geluid alleen nog maar via een paar Kamerleden te horen. Waaronder CDA-Kamerlid Omtzigt, die onlangs een vlammende speech hield over de gevaren van deze vorm van moslimsextremisme.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Niet alleen in het Midden-Oosten is de sfeer grimmig. Ook vanuit een ander islamitisch land begint de dreiging naar het christendom alleen maar toe te nemen. Afgelopen week alleen al viel Azerbeidzjan – u weet wel, dat land dat een groot gebied waar een Armeense enclave woont gewoon opeist – Armeense dorpen in het grensgebied aan. Ook dit geweld moet worden afgekeurd maar komt helaas niet aanbod in de Kamer.

Er moet een onderzoek komen naar de massale afslachting van christenen in Irak en Syrië. Er moet internationaal worden opgetreden tegen het toenemende geweld in de Kaukasus. Er moet internationaal worden opgetreden tegen dit geweld. Er moet internationaal worden opgetreden tegen elke vorm van buitensporig geweldig en terrorisme. Dat is namelijk geen kwestie van elkaar een andere mening gunnen, maar het trekken van een ethische grens: vrijheid moet voor iedereen vanzelfsprekend zijn en veiligheid moet niet een wens zijn maar een zekerheid. En pas als Nederland die ethische grens durft te trekken, dan kan men in Nederland ook in die zekerheid leven.

Andrei Vreeling is oprichter van het Nederlands Comité van Verenigde Christenen, een organisatie die aandacht vraagt voor de pijnlijke situatie waar christenen in het Midden-Oosten en Afrika in leven

Posted on Leave a comment

Christenen hadden in Assads Syrië meer vrijheden dan in Turkije

Dat schrijft Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie Joël Voordewind in een verslag van een reis die hij samen met een medewerker en iemand van de christelijke mensenrechtenorganisatie Jubilee Campaign maakte.

“Hoewel christenen volgens de grondwet niet worden erkend en formeel geen rechten hebben, was er onder Assad ruimte om christen te zijn. Er waren kerken die bezocht konden worden en klokken van kerken mochten worden geluid. Christenen konden eigen scholen en seminaries oprichten. Uit meerdere verklaringen hebben wij ook kunnen afleiden dat moslims en christenen in redelijke harmonie samenleefden en dat gematigde moslims en Christenen deel uitmaakten van  elkaars  vriendengroepen. Een vergelijking met de vrijheid van christenen in het huidige Turkije levert op dat een christen onder het regime Assad meer vrijheden kende dan een christen in  het huidige Turkije. In tegenstelling tot in Turkije mochten christenen hun eigen taal spreken, kerken bezoeken en bouwen, scholen (inclusief kinderopvang) en seminaries stichten. Verder hadden christenen hoge posities in de maatschappij en in de politiek. In de republiek Turkije is nu voor het eerst in de geschiedenis een christelijke Koerd in het parlement gekomen. In Syrië waren er meer mogelijkheden om politiek actief te zijn. Ook typerend is dat een kerk in Turkije geen klokken mag luiden -uitzonderingen daargelaten zoals in een enkel dorp waar (bijna) uitsluitend christenen wonen- terwijl dat in Syrië wel mocht. Volgens bisschop Samuel van Mor Gabriel die wij spraken had iedereen in Syrië in tegenstelling tot in Turkije respect voor bisschoppen. Hij deelde ons ook mee dat hij bij reizen vanuit Turkije naar Syrië respect ervoer van de Syrische politie. ”Er werd zelfs voor mij gesalueerd” vertelde hij”

Na de zogenaamde Arabische lente werd alles anders:

“Van de vele christelijke vluchtelingen die we hebben gesproken hebben we verhalen gehoord over beroving, bedreiging en ontvoering. Ook over fatwa’s tegen christenen onder meer inhoudende dat christenen straffeloos mochten worden ontvoerd of gedood. Vluchtelingen vertelden ons dat  het begon met rebellen die christelijke mensen met aanzien, zoals artsen of ondernemers, ontvoerden om met het losgeld wapens te kunnen kopen. Om het losgeld bij elkaar te krijgen is de familie genoodzaakt hun mooiste kleren te verkopen en in bepaalde gevallen zelfs hun  land en huis. Zelfs dan zijn ze echter nog niet zeker dat ze hun familielid weer in de armen kunnen sluiten. Door de gebeurtenissen voelden ook de gemiddelde burgers zich helemaal niet meer veilig en vluchtten. In Syrië vallen onder alle bevolkingsgroepen slachtoffers en zijn er onder alle groepen ook vluchtelingen. Christenen lijden echter aantoonbaar meer. Getalsmatig zijn er meer ontheemd en gevlucht [..]. Christenen zijn een makkelijk slachtoffer, omdat ze vaak welgesteld zijn en geen bescherming genieten. Ze hebben geen militie of leger die hen beschermd. Ze willen ook niet meevechten omdat ze pacifistisch zijn en het omver werpen van het regime niet hun doel is. Daarnaast zijn het de militante  moslims die christenen zwaar onderdrukken. Christenen kunnen niemand vertrouwen en heel moeilijk bepaalde gebieden of straten afschermen, zoals bijvoorbeeld de Koerden wel kunnen doen. Na drie uur gaat niemand meer de straat op uit angst voor ontvoering. [..] Berichten van ontvoerde en vermoorde christenen en stromen van christenen die richting Turkije vluchten, blijven ons bereiken.”

Het rapport beschrijft verder de situatie van de vluchtelingen, zowel binnen Syrië als in buurland Turkije, verschillende (gewapende) oppositiegroeperingen en tast verschillenden oplossingsrichtingen af om uiteindelijk tot een aantal aanbevelingen te komen.  Gesuggereerd wordt onder andere het vormen van een veilige zone voor christenen en opvang van christenen in aparte vluchtelingenkampen, zodat ze niet bedreigd worden door moslimvluchtelingen. Verder wordt ontraden wapens te leveren aan de oppositie vanwege de samenwerking radicaal-islamitische beweging Jabat al-Nusra.

Het reisverslag is op de website van Jubilee Campaign te downloaden.

Posted on Leave a comment

Positie van christenen in Turkije en Egypte helemaal niet positief

Op 30 juni stonden in het Nederlands Dagblad twee artikelen over de positie van christenen in Egypte en Turkije. Helaas is het beeld dat beide artikelen schetsen, te positief.

Hoewel de moslimwereld in het kader van de Arabische Lente belangrijke veranderingen ondergaat, kan moeilijk gesteld worden dat in de nabije toekomst de positie van christenen zal verbeteren. Het artikel over de positie van christenen in Turkije stelt, bij monde van Rober Koptas (redacteur van de Armeense krant Agos en opvolger van de vermoordde Hrant Dink), dat de islamistische AKP-regering positiever staat tegenover religieuze minderheden dan de nationalistische partijen.

En dat het nationalisme eerder een bron van vervolging is, dan het islamitisch extremisme. Hoewel veel geweld tegen christenen, maar ook tegen andere minderheden als Joden en alevieten, het werk is van nationalisten, moet de snel groeiende rol van de islam in Turkije niet worden onderschat.

Hoofddoekjes
In de eerste plaats wordt het straatbeeld, als afspiegeling van de Turkse samenleving, steeds islamitischer. Hoofddoekjes (ook in de publieke ­sector) en moskeeën worden zichtbaarder. Daarnaast is de politieke islam, ­belichaamd door de AKP, al een decenniumlang de belangrijkste kracht in het politieke landschap. Bovendien moet de aanwezigheid van extremistische organisaties als al-Qaeda en Hezbollah in Turkije niet worden onderschat.

Vertegenwoordigers van de AKP verklaren dat de partij haar islamitische wortels heeft verlaten en dat het een moderne Europese middenpartij is. Maar politieke strategen moeten niet beoordeeld worden op hun woorden, maar op hun daden.

Bescherming
Nu de toetredingsonderhandelingen tot de Europese Unie definitief voorbij lijken te zijn, richt Turkije zich steeds meer op de islamitische wereld, verstevigt het de positie van de nationale instelling die islamitisch onderwijs op scholen bevordert, en islamiseert het overheidsbeleid in rap tempo. Rechtszekerheid voor christenen en hun organisaties is verre van gegarandeerd. Verklaringen over het teruggeven van het historisch eigendom over kerken blijken loze beloftes.

Van het Mor Gabrielklooster wordt nog steeds land afgesnoept en de veelbesproken Malatya-casus is nog steeds niet opgelost. De Vereniging van Protestantse Kerken in Turkije uit nog regelmatig haar ongenoegen over discrimerende maatregelen. De vraag is dus of de situatie van christenen in Turkije nou echt zo veel ­ vooruit is gegaan. Misschien gaf Rober ­Koptas zijn commentaar wel om zichzelf in bescherming te nemen en ligt de werkelijkheid heel anders.

Godsdienstvrijheid
Dan Egypte. Hoeveel waarde moet er worden gehecht aan de mooie woorden van de nieuwe president Mohamed Morsi over godsdienstvrijheid en zijn ‘open gesprekken’ met vertegenwoordigers van Egyptische kerkgemeenschappen? Het is overduidelijk dat in Egypte het geweld tegen christenen sterk is toegenomen na de revolutie van vorig jaar.

Uit eigen mediaonderzoek tel ik ruim 59 gewelddadige incidenten tegen christenen in de afgelopen tien maanden, waaronder bedreigingen, gewapende overvallen, moorden en ook een groot aantal verkrachtingen van met name koptische meisjes. Dramatisch is niet alleen dat het geweld tegen christenen toeneemt, maar ook dat extremistische groepen en bendes volledig rechteloos opereren. Het lijkt niet in het belang van zowel het leger als de Moslimbroederschap ook maar iets te doen om christenen beter te beschermen.

Uitzonderingen
Een goede graadmeter is het grote aantal christenen dat Egypte verlaat. Betrouwbare statistieken zijn er niet, maar er is onmiskenbaar een exodus gaande. Uiteraard zijn er uitzonderingen, meestal van helfdhaftige broeders en zusters, die het als een roeping ervaren om in deze moeilijke tijden in Egypte te blijven, zoals in het voorbeeld dat dr. Jabbour aanhaalt in het ND van 30 juni. Maar de algehele situatie is ­verre van rooskleurig.

Het veelbesproken Turkse model, waarin het leger opereert als waakhond van de democratie en het secularisme, lijkt voor Egypte niet waarschijnlijk. Militairen, met name die in de lagere rangen, zijn sterk islamitisch. Om deze redenen lijkt de boodschap van dr. Jabbour te optimistisch. Wel stelt hij terecht dat in Egypte een moeilijke tijd aangebroken is voor christenen, maar een goede voor het Koninkrijk van God. De kerk groeit onder grote verdrukking. In het islamitische Iran, waar christenen enorm lijden, is juist nu een grote opwekking aan de gang.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in het Nederlands Dagblad van donderdag 12 juli 2012.