Posted on

Luik – Vakbonden noemen Al Qaida bondgenoot

Luik

Eerder deze maand verspreidden de socialistische metaalvakbond in Luik en de gelijkaardige bediendenbond van FN Herstal en John Cockerill een pamflet waarin ze zich verzetten tegen de mogelijkheid om de wapenuitvoer naar bepaalde landen te verbieden. Een voorstel dat tijdens de onderhandelingen voor de vorming van de Waalse regering door Ecolo op tafel werd gegooid, maar al snel weer verdween.

Minimi - al Qaeda - Deutsche Welle - Video YouTube
Een foto uit een door Ansar al Sharia, onderdeel van al Qaida in Jemen, in januari 2016 op YouTube online gezette video. Een minimi gemaakt met steun van de metaalvakbond van Luik.

Dat kan niet, want dan gaan onze concurrenten met die mooie contracten lopen. Zo was de redenering van beide bonden in Luik. Ze gebruikten daarbij naast de werkgelegenheid ook nog een ander argument. Namelijk dat van de geostrategische bondgenootschappen van ons land.

Bondgenoten volgens vakbonden Luik

Zo stelt hun pamflet:

Et enfin de la géopolitique (qui sont nous alliés dans les conflits qui déchirent le monde?)

En dan is er ook nog de geopolitiek (wie zijn onze geallieerden in de conflicten die de wereld verscheuren?)

Met andere woorden: al Qaida, IS, Saoedi-Arabië, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar zijn volgens de Luikse metallo’s onze bondgenoten. Niet dus de honderdduizenden slachtoffers, ook in België, van dit salafisme. Hoe klonk dat ook weer, die Internationale?

Atleten naar Qatar

Maar ja, op dit ogenblik zien we onze atleten afzakken naar gasproducent en al Qaida-financier Qatar voor de wereldkampioenschappen atletiek daar. En geen persmuskiet die hierover opmerkingen maakt. Ook geen woord over de honderden bij de bouw van die Qatarese sportinfrastructuur omgekomen arbeiders. Dat was toch maar lompenproletariaat? Maar wat als al Qaida met haar Luikse minimi ’s toeslaat in de fiere stede aan de Maas? Wat zullen beide vakbonden dan tegen de nabestaanden van de slachtoffers zeggen? Sorry?

Posted on

Doping is wijdverbreid, alleen Russen worden aangepakt

Bij de Olympische Spelen of in de topsport in het algemeen gaat het niet zozeer om het erbij zijn als wel om het winnen. En dat vaak tegen elke prijs, niet alleen bij de Russen.

Zo bleek uit een anonieme enquête van de gerenommeerde Tübinger psycholoog Rolf Ulrich in opdracht van het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) dat circa 40 respectievelijk 60 procent van de deelnemers aan het wereldkampioenschap atletiek van 2011 in Daegu alsmede de in het zelfde jaar gehouden Pan-Arabische Spelen in Doha niet toegestane prestatieverhogende substanties geconsumeerd had. Door de dopingcontroles van de internationale atletiekbond IAAF in Daegu konden zeggen en schrijven 0,5 procent van de aangetreden atleten als bedriegers ontmaskerd worden.

Ook breder is doping sinds jaar en dag een alledaags verschijnsel in de topsport – of het nu om Italiaanse snelwandelaars, Poolse gewichtheffers of Chinese turners gaat. Desalniettemin is de aandacht van het wereldpubliek momenteel vrijwel uitsluitend op Russische atleten gevestigd. Verantwoordelijk daarvoor zijn de onthullingen van de Russische klokkenluider Grigori Rodsjenkov en de onderzoeken van drie commissies van de WADA en het Internationaal Olympisch Comité (IOC) onder de leiding van Richard Pound, Richard McLaren en Dennis Oswald.

Deze onderzoeken zouden bewijzen dat er een even geheim als grootschalig dopingprogramma in Rusland bestaat, in het kader waarvan meer dan 1000 sporters behandeld zouden zijn. De winnaars onder hen zouden nu de door hen gewonnen medailles terug moeten geven. Daarbij kwam in veel gevallen levenslange uitsluiting van de Olympische Spelen.

Rusland werd vanwege “systematische doping” collectief van de aanstaande Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang van 9 tot 25 februari uitgesloten. Alleen aantoonbaar zuivere sporters mogen onder bepaalde voorwaarden als “Olympische atleten uit Rusland” – dus niet namens Rusland – deelnemen.

Daarbij is de bewijslast zwakker dan het op het eerste gezicht lijkt. Ten eerste wekt de biografie van de kroongetuige Rodsjenkov twijfel aan zijn geloofwaardigheid. Ten tweede laat de individuele schuld van de sporters nauwelijks juridisch zuiver bewijzen – om selectief de bewijslast om te keren voor atleten van Russische afkomst druist in tegen elementaire rechtsbeginselen als gelijke behandeling en in dubio pro reo. Dat zien niet alleen de advocaten van de sporters in kwestie zo, maar ook de anti-dopingcommissie van de Internationale Bobslee- en Skeletonfederatie (IBSF).

Zelfs het WADA bleef in september 2017 geen andere keuze dan 95 van de 96 als eerste aangespannen procedures vanwege gebrek aan bewijzen af te breken. Ook sommige Olympische sporters die zelf niet onder verdenking staan verwelkomen dat, bijvoorbeeld Ole Bjørndalen. De Noorse biatleet wees er op, hoe verschrikkelijk eenvoudig het is om dopingmonsters tijdens de voorgeschreven tienjarige opslagtermijn te openen en met manipulatieve bedoeling te verontreinigen. Tegen deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat menigeen op de gretigheid wijst waarmee de Amerikaanse politiek deze affaire heeft aangeblazen.