Posted on

Wagenknecht kritisch over omgang Die Linke met AfD-kiezers

Sahra Wagenknecht

De socialistische partij Die Linke was onder de grootste verliezers in de deelstaatverkiezingen in Saksen en Brandenburg. In beide deelstaten zakten de socialisten terug naar ruim tien procent. Mocht hun enige deelstaatpremier Bodo Ramelow eind oktober in Thüringen ook nog weggestemd worden, kon de storm wel eens losbarsten in de partij. Sahra Wagenknecht wil lessen trekken.

De spanning is bij Die Linke toch al om te snijden. Co-fractievoorzitter in de Bondsdag, Sahra Wagenknecht maakte haar partij medeverantwoordelijk voor het goede resultaat van de AfD. Die Linke was volgens de politica “vele jaren lang de stem van de ontevredenen”. “Door ons van onze vroegere kiezers te vervreemden, hebben we het de AfD gemakkelijk gemaakt. In zoverre zijn wij medeverantwoordelijk voor hun succes”, aldus Wagenknecht.

Wagenknecht wil lessen trekken uit stemmenverlies aan AfD

Wagenknecht riep op tot een bezinning, voor wie Die Linke in de eerste plaats politiek wil voeren: “Voor de goed opgeleide, hogere middenklasse in de metropolen of voor hen die steeds harder moeten vechten om hun beetje welvaart. Als de partij mensen buiten de hippe grootstedelijke milieus wil bereiken, moet ze hun kijk op de zaak serieus nemen, in plaats van ze te beleren hoe ze moeten spreken en denken.” De partij moet er volgens de politica mee ophouden begrippen als heimat of veiligheid negatief te duiden. “Voor de meeste mensen is heimat iets heel belangrijks. Ze hechten waarde aan sociale bindingen, gezin en sociale samenhang. Sociale zekerheid is belangrijk, maar ook het beschermen voor criminaliteit. Als we dat niet accepteren, verliezen we de mensen permanent.”

De groeiende afstand tot de belevingswereld van een deel van de kiezers in de voormalige DDR, blijkt volgens Wagenknecht ook uit de omgang van Die Linke met AfD-kiezers. “Die beschimpen we graag generaliserend als racisten, hoewel velen van hen eerder links stemden”.

Rest partijtop minder zelfkritisch

Wagenknechts mede-fractievoorzitter Dietmar Bartsch bleek echter minder zelfkritisch. Tegenover het Franse persagentschap AFP gaf hij weliswaar toe dat het “altijd een nederlaag voor een linkse partij” is, “wanneer rechts zo sterk wordt”. Maar hij wilde verder geen “overhaaste” conclusies trekken. Hij gaf verder toe dat veel mensen Die Linke inmiddels als een te gevestigde partij zien, maar wilde dit niet in verband brengen met de regeringsdeelname van zijn partij in drie deelstaten. Vervolgens merkte Bartsch evenwel op dat je als regeringspartij “niet te veel stampij” kunt maken.

Machtsstrijd onderdrukt in afwachting campagne Thüringen

Achter de schermen woedt reeds langer een machtsstrijd. Nu is er discussie over de aflossing van de beide partijvoorzitters Katja Kipping en Bernd Riexinger. Met het oog op de enige deelstaatpremier van Die Linke, Bodo Ramelow, die campagne voert voor de deelstaatverkiezingen van oktober in Thüringen, wacht men echter nog met de interne putsch. Bondsdaglid Sevim Dagdelen laat er echter geen misverstand over bestaan: “We hebben leiderspersoonlijkheden nodig die bereid zijn tot verandering.”

Posted on

Sahra Wagenknecht neemt afscheid van fractievoorzitterschap Die Linke

Voor de Duitse socialistische partij Die Linke dreigen opnieuw turbulente tijden. Sahra Wagenknecht doet afstand van het fractievoorzitterschap. Dit kan tegelijk een neergang inluiden en nieuwe mogelijkheden bieden.

De vrouw van de voormalige partijvoorzitter Oskar Lafontaine gold als tegenstander van een regeringscoalitie met SPD en Groenen. “Tot de politieke mythes hier te lande behoort dat SPD, Groenen en Die Linke in 2013 een meerderheid hadden om een regering te vormen”, zo becommentarieerde Die Zeit de terugtrekking van Wagenknecht. Rekenkundig was dit volgens weekblad weliswaar juist, maar politiek was het een verkeerde inschatting. Alleen doordat SPD-lijsttrekker Peer Steinbrück destijds voor de verkiezingen een coalitie met Die Linke al afwees, kon de SPD op 25,7 procent van de stemmen komen. “Als hij had verklaard dat Rood-Rood-Groen voorstelbaar was, zou het resultaat van de SPD slechter uit zijn gevallen – bijvoorbeeld zoals in 2017 bij Martin Schulz die Rood-Rood-Groen nooit uitsloot”, zo vervolgt het tijdschrift. In de afgelopen maanden heeft de SPD geprobeerd zich weer te profileren op typisch linkse thema’s, maar de peilingen bleven slecht.

‘Partijleiding heeft Wagenknecht slecht behandeld’

Maar nu dreigt ook Die Linke door openlijke conflicten achteruit te boeren. Bondsdaglid Thomas Lutze verweet de partijleiding de fractievoorzitter slecht behandeld te hebben. “Voor een linkse partij was de omgang met Sahra Wagenknecht een onwaardig schouwspel”, aldus Lutz tegenover de dpa. De partijleiding heeft volgens hem geen verantwoordelijkheid genomen. Wagenknecht had aangekondigd in het najaar niet opnieuw kandidaat te zijn voor het fractievoorzitterschap. De 49-jarige voerde daarvoor gezondheidsredenen, stress en overbelasting als redenen aan. Dat uitgerekend Lutze haar ter zijde sprong is opmerkelijk. De Saarlander geldt in zijn deelstaat als verbeten tegenwerker van Lafontaine.

Burn-out

Wagenknecht had in de afgelopen weken vanwege ziekte noodgedwongen een pauze moeten nemen. In Berlijn spreekt men van een burn-out. Begin vorige week liet ze weer van zich horen met opmerkelijk nieuws. Eerst kondigde ze aan dat ze zich terug zou trekken uit de leiding van de nieuwe beweging Aufstehen. Vervolgens verklaarde ze af te zien van het fractievoorzitterschap. Precies 20 jaar eerder – volgens Wagenknecht toevallig -kondigde haar huidige echtgenoot, de toenmalige SPD-politicus Oskar Lafontaine aan dat hij al zijn politieke ambten neerlegde, waarmee hij de splitsing van links bewerkstelligde.

‘Sfeer in fractie onverdraaglijk’

Nu staat links in Duitsland opnieuw voor een cesuur. Het boulevardblad Bild citeert een ingewijde met de woorden “de sfeer in de fractie is onverdraaglijk”. Diverse fractieleden zouden continu samenspannen tegen Wagenknecht en Dagdelen. Er is ook sprake van pesterijen. In de fractie zouden Bernd Riexinger, Katja Kipping, Caren Lay, Anke Domscheit-Berg, Sabin Leiding, Cornelia Möhring en Martina Renner doorlopend tegen ze tekeergaan. Na de terugtrekking van Wagenknecht kondigde dan ook de politiek dicht bij haar staande vice-fractievoorzitter Sevim Dagdelen haar vertrek uit het fractiebestuur aan. Dagdelen werd door sommigen als mogelijke opvolger van Wagenknecht gezien.

Wagenknecht gebruikte de aankondiging van haar vertrek echter niet om vuil te spuien. Ze verklaarde wel dat de afgelopen jaren haar niet in de koude kleren waren gaan zitten. Ze wil overigens wel lid van de Bondsdag blijven, waarschijnlijk ook om te bezien welke politieke mogelijkheden ze heeft.

Retorisch talent

Oud-politiek leider Gregor Gysi, niet bepaald een vriend van Lafontaine, schaarde Wagenknecht in een interview met het weekblad Stern onlangs onder de tien beste sprekers uit de Duitse politieke geschiedenis. Voor Die Linke zou het fataal zijn als ze zich helemaal af zou wenden. Want noch de partijleiders Katja Kipping en Bernd Riexinger, noch co-fractievoorzitter Dietmar Bartsch zijn retorisch erg verfijnd. Bodo Ramelow, de enige deelstaatpremier van Die Linke, staat in Thüringen een problematische verkiezing voor de nieuwe landdag te wachten. Van hem wordt dan ook niet verwacht dat hij op korte termijn naar de federale politiek overstapt.

Linkse coalitie?

Overigens heeft Wagenknechts terugtrekking het debat over nieuwe coalitiemogelijkheden wel weer losgemaakt. Zo stelde Groenen-fractievoorzitter Katrin Göring-Eckardt tegenover de Freie Presse, er voorstander van te zijn dat er meerdere coalitie-opties zijn en dat Die Linke daaraan een bijdrage zou kunnen leveren. Ralf Stegner, die op de linkervleugel van de SPD zit, stelde dat het na Wagenknechts vertrek misschien makkelijker zou worden om een coalitie links van de CDU te realiseren. In de SPD geldt het als een uitgemaakte zaak dat Wagenknechts echtgenoot Lafontaine destijds de drijvende kracht achter de afwijzing van een Rood-Rood-Groene coalitie zou zijn geweest. Maar volgens Stegner markeert de terugtrekking van Wagenknecht dat ook Lafontaines tijd voorbij is.

Posted on

Kunnen Gele Hesjes en Identitaire Beweging krachten bundelen tegen systeem?

De laatste maanden zien we in verschillende landen in West-Europa dezelfde tendensen opduiken. Mensen raken gefrustreerd over de politiek en gaan de straat op. Van allerlei kleine acties en manifestaties tot grotere betogingen. Er zijn twee grondstromingen te zien, die elk vanuit een eigen achtergrond in opstand komen. 

Enerzijds heb je de groei van identitaire bewegingen in West-Europa. Van Generation Identitaire in Frankrijk en de Identitäre Bewegung Österreich, tot Schild&Vrienden in Vlaanderen, ze lijken zich allemaal te hebben aangepast aan de 21ste eeuw. In Vlaanderen is die tendens zelfs zeer opmerkelijk. Van een verouderde Vlaams-nationale beweging, komt er nu vanuit de ruïnes  een moderne organisatie die een strakke organisatie heeft en een zeer groot bereik via de sociale media. Sinds de ‘Mars tegen Marrakech’ zien we dat dit zich ook kan vertalen in mobilisatiekracht op straat. Het was alvast een veel gevarieerder en jonger publiek op de manifestatie dan in het verleden de Vlaamse beweging op de been kon brengen. De nieuwe aanpak trekt vooral jongeren aan, en  laat zien dat identiteit weer leeft bij jongeren. De grote migratiestromen en de ‘incidenten’ veroorzaakt door ‘verwarde mannen’ spelen blijkbaar bij een jonge generatie.

Anderzijds heb je de opstanden van de ‘gele hesjes’. De druk van de belastingen op loon, accijnzen op benzine, de btw op energievoorzieningen… Het treft de mensen in de geldbuidel. We horen vaker dat er geen geld is om de lage pensioenen op te krikken, en de werkende bevolking komt niet vooruit op financieel vlak. De naweeën van de financiële crisis zijn dan ook dat de huidige generatie van pas afgestudeerden opgezadeld zit met torenhoge schulden. De QE-operaties (kwantitatieve geldverruiming, red.) van de ECB om meer dan 1000 miljard euro in de economie te pompen blijken slechts doekjes voor het bloeden te zijn geweest, maar het systeem blijft rot. Ondertussen zijn de schuldigen van de financiële crisis vrijuit gegaan voor de immense risico’s die ze hebben genomen met het spaargeld van de mensen en is de schuldenberg allerminst afgenomen.We kunnen dus nog uitkijken naar een volgende zeepbel die ons te wachten staat.

Identitair en sociaal-economisch

Over de verhouding tussen die twee grondstromen valt veel te zeggen. De identitaire en de sociaal-economische hebben altijd een wat vreemde verhouding gehad. Als we kijken naar de verouderde links/rechts-as zijn ze aan elkaar tegengesteld. Die zou bij rechts een (neo)liberale economische koers plaatsen, en bij links een progressief ethisch beleid. Voorbeelden zijn nog altijd legio te vinden die zich hier aan vasthouden. Anderzijds hebben de beide symptomen één gemeenschappelijke vijand en is het uit pragmatisch oogpunt al moeilijker te begrijpen waarom radicaal-links en radicaal-rechts niet samenwerken tegen de gemeenschappelijke vijand, het liberale politieke systeem.

Een sociaal-economisch beleid dat zich afzet tegen het centraal bankierssysteem en de groeiende ongelijkheid op mondiale schaal zou perfect kunnen samengaan met een cultureel conservatief beleid dat zich eveneens afzet tegen de grote migratiestromen en het verdwijnen van onze cultuur en tradities.

Problemen op links

Voor de radicale linkerzijde zijn er echter twee problemen om zich te verzoenen met rechts. Enerzijds is de verzorgingsstaat gefundeerd op het centraal bankierssysteem. De overheid heeft jaren alsmaar meer kunnen uitgeven dankzij de leningen en staatsobligaties die ze via de ECB heeft kunnen verkrijgen. Hoe groter de schaal waarop de overheid zijn leningen kan verspreiden, hoe meer cadeautjes die kan uitgeven. Het cliëntelisme is een belangrijk deel van de economische crisis. De voorbeelden van een Griekse overheid die zijn begroting niet op orde wist te houden, zitten bij iedereen die de financiële malaise heeft gevolgd wellicht nog in het geheugen.Niet toevallig werden ze een aardig handje geholpen door de bankiers van Goldman Sachs om hun begrotingen
op te smukken. Dat er nog steeds een ex-Goldman Sachs-jongen verantwoordelijk is voor de ECB en voor
het bijdrukken van meer dan 1000 miljard euro in de geldvoorraad is dus geen toeval. Het perverse aan het systeem is dat de grote meerderheid van het geld in omloop niet bij de ‘kleine man’ terecht komt, maar dat hadden jullie wellicht al door.Anderzijds is er de omschakeling van de linkerzijde van een communistische beweging, naar een cultuur-marxistische beweging. Onder invloed van de Frankfurter Schule zijn ze zich voor hun engagement gaan baseren op het aanvallen van hun eigen cultuur en tradities op basis van een hoog schuldcomplex. De zwarte
pieten-discussie, opiniestukken waarin het lidwoord ‘het’ geproblematiseerd wordt tot de ‘refugees welcome’-campagnes liggen in dat rijtje. Dan hopen ze met een progressieve coalitie aan de macht te kunnen komen, terwijl de groene partijen en links-liberale partijen als D66 net de partijen zijn van gegoede stadsmensen die welvaren bij het kapitalistisch systeem. Van een systeemverandering kan er dus met zo’n benadering ook geen sprake zijn.

Problemen op rechts

Langs rechterzijde zijn er ook zwakke punten te vinden. Eén daarvan is dat de laatste jaren, zeker sinds 9/11
een groot deel van rechts blijft hameren op ‘islamisering’ terwijl dit eerder een gevolg is van het liberale migratiebeleid én vanuit een bewuste sponsoring en bewapening door onze overheden van jihadisten in het Midden-Oosten. Bovendien worden zo de migranten geviseerd in plaats van de schuldigen van het systeem. Dat de grote migratiestromen georganiseerd zijn vanuit het Midden-Oosten door het bewust destabiliseren van die landen en het financieren van ngo’s om migranten naar Europa te brengen mogen we op rechts nooit vergeten.

Voorbij de patstelling

De hoop dat we voorbij deze patstelling geraken moet erin zitten dat het ongenoegen van de mensen zich op het politieke systeem gaat richten en naar onze politici en de overheid in zijn geheel. Dat heeft een verbindende kracht. Aan beide zijden van het politieke spectrum is er de keuze om zich als nuttige idioot in te laten zetten voor een falend liberaal systeem, of zich te richten op een systeemverandering. De journalisten van de mainstream media, de ordediensten en de politici vormen één front. Werpt de bevolking zich er tegenin, of blijft ze onderling verdeeld?

Posted on

CDU is zo doormerkeld, daar helpt geen nieuwe fractievoorzitter aan

Ondanks veel tamtam in zowel Duitse als internationale media, is er van een opstand in de Bondsdagfractie van de CDU/CSU geen sprake. Daarvoor ontbreekt het ook aan de kracht en de oriëntatie. Een echte ommezwaai zal groter moeten zijn en meer kosten.

De nieuwe leider van de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag, Ralph Brinkhaus, haastte zich, nadat hij het verrassend won van Angela Merkels favoriet Volker Kauder, om te benadrukken dat er geen streepje licht tussen hem en de bondskanselier zit. Om zijn loyaliteit te bewijzen, sprak hij zich er zelfs meteen maar voor uit dat Merkel zich in december opnieuw herkiesbaar stelt voor het partijleiderschap

Wat even had geleken op de emancipatie van de parlementsleden van CDU/CSU van de oppermachtige partijleidster, was daarmee al heel snel vervlogen. Dat het Merkel-tijdperk ten einde loopt was al minstens een jaar duidelijk, dat Kauder niet herkozen werd als fractievoorzitter is daar alleen maar het zoveelste teken van. Het einde van het tijdperk Merkel betekent echter nog niet automatisch dat haar partij ook een andere koers gaat varen. De lauwheid van Brinkhaus’ eerste stappen laat veeleer zien dat het de Unie van CDU en CSU zowel aan het personeel als ook aan de oriëntatie ontbreekt die nodig zijn voor een krachtige koerswijziging na Merkel.

Wending naar links

Waaraan ligt dat? De CDU-leidster heeft niet alleen personeel zo lang om zich heen gebeten tot alle potentieel concurrerende zwaargewichten verdwenen waren. Door de CDU naar links te wenden, heeft ze ook het coördinatensysteem van het gehele Duitse partijenstelsel uit het lood getrokken. Haar eigen partij heeft intussen door de tendens naar links ieder idee verloren van waar ze eigenlijk voor zou moeten staan. De ondergang van de SPD als volkspartij is de vanzelfsprekende collaterale schade van deze ontwikkeling, omdat er op centrumlinks geen ruimte meer overblijft voor de sociaaldemocraten naast de CDU.

De wending naar links van de Union heeft de politieke debatten in Duitsland in het irreële af laten glijden. De concurrentie tussen linkse en rechtse standpunten dwong eerder nog tot een zekere worteling in de realiteit, omdat standpunten van de tegenstander anders eenvoudig als luchtfietserij te ontmaskeren waren. Tegenwoordig heerst echter een eensgezinde loochening van de realiteit die beschermd wordt voor tegenspraak uit de realiteit van alledag door middel van hysterie over de ‘strijd tegen rechts’ en dat er weer nazi’s in de Bondsdag zouden zitten.

Ideologie versus volksheid

De Groenen kunnen met deze situatie nog het beste uit de voeten. Zij kunnen het zich veroorloven om zich helemaal op te sluiten in hun eigen wereldbeschouwing, want hun kiezersachterban is die met de hoogste inkomens. De socialistische partij Die Linke heeft het op dit punt al moeilijker, zoals fractievoorzitter Sahra Wagenknecht wel maar grote delen van de rest van de top van die partij niet begrepen heeft. Ook de liberale FDP zwalkt.

Het zwaarst getroffen zijn echter de beide oude volkspartijen, die het nooit moesten hebben van sterk ideologisch gekleurde profilering, maar van aan de realiteit gekoppelde ‘volksheid’. Juist die volksheid zijn ze op weg naar hun huidige links-groene positie verloren. Dat ze deze volksheid nog kunnen herwinnen lijkt intussen steeds onwaarschijnlijker. En daarmee neemt tegelijk de waarschijnlijkheid van een grondige herverkaveling van het partijlandschap toe.

Posted on

Eenzijdige reactie politiek en media op Chemnitz is spelen met vuur

Met alle geweld moet het burgerprotest in Chemnitz zwart gemaakt worden. De gevestigde media en politiek in Duitsland spelen daarin echter met vuur.

In de reacties van de gevestigde partijen en media op de gebeurtenissen in Chemnitz komt een onbeschaamde eenzijdigheid aan de dag. De moord op een 35-jarige Duitse gezinsvader, door messteken van vermoedelijk een Syriër en een Irakees, speelde al snel nauwelijks nog een rol in het mediacircus. In plaats daarvan werden duizenden demonstrerende burgers, die hun verontwaardiging niet weg wilden slikken, generaliserend als ‘rechts gespuis’ weggezet.

Het brengen van de Hitlergroet en aanvallen op buitenlands of links ogende mensen zijn uiteraard niet te rechtvaardigen. Maar bij linkse demonstraties, die door extremisten en geweldszoekers misbruikt worden, benadrukken gevestigde media en linkse politici uitentreuren dat het slechts om ‘een klein groepje relschoppers’ gaat, die zich ‘onder de massa van vreedzame demonstranten begeven’ of woorden van gelijke strekking. De duizenden burgers in Chemnitz worden daarentegen zonder aanzien des persoons of van hun motieven over een kam geschoren met de foute figuren die er tussen zitten.

De ‘strijd tegen rechts’ houdt de radicaal-linkse organisaties die hun acties coördineren met de gewelddadige Antifa uit de wind, maar wil naar rechts geen differentiatie accepteren. Het lijkt wel een sadistisch spel. Massief ondersteund door vooringenomen media stimuleert de Duitse politiek een asiel- en immigratiegolf, waarover de rest van de wereld alleen maar het hoofd kan schudden. Als gewone Duitse burgers dan hun geduld verliezen en naar aanleiding van een wrede moord hun opgepotte woede uiten, reageren politiek en media als hebben ze op de gelegenheid zitten wachten om er schande van te spreken en de burgers als ‘rechts gespuis’ te ontmaskeren.

Politiek en media spelen hierin echter met vuur. Men moet zich niet laten misleiden door de relatieve rust in de westelijke deelstaten van de Bondsrepubliek. Ook daar groeit het misnoegen, net als in de voormalige DDR, en grijpen angst en onzekerheid om zich heen. Het ontbreekt de West-Duitsers echter aan de revolutie-ervaring van hun landgenoten in de nieuwe deelstaten, ze zijn zodoende gemakkelijker te disciplineren door politiek en media. Nog wel, want ook bij hen zit er een limiet aan, waarna de angst als ‘rechtsradicaal’ weggezet te worden overmand wordt door woede op de politiek.

De historische vraag is, of er voorbij deze limiet een kracht is die het protest in democratische banen kan leiden of dat het daadwerkelijk extreme krachten lukt zich op de voorgrond te plaatsen. Als de gevestigde media en politiek in Duitsland boze burgers en de democratische oppositie blijven wegzetten en ieder werkelijk debat weigeren, spelen ze daarmee de echt radicale krachten in de hand. Zo is bijvoorbeeld het nieuwe boek van Thilo Sarrazin een aanbod om eindelijk op basis van feiten en realistisch te discussiëren. Het lijkt er echter niet op dat het establishment in Duitsland dit aanbod aan zal nemen.

Posted on

Critici van Sarrazins nieuwe boek spelen op de man

Nog voordat Thilo Sarrazins nieuwe boek ‘Vijandige overname. Hoe de islam de vooruitgang hindert en de samenleving bedreigt’ überhaupt verschenen is en terwijl nauwelijks een criticus het al helemaal gelezen kan hebben, hagelt het al kritiek, die in de meeste gevallen onder de gordel is.

De een heeft commentaar op Sarrazins uiterlijk, een ander spreekt van de “kleingeestige toon van een slechte verliezer” en het aanwakkeren van “anti-islamitisch ressentiment”. Die laatste kwalificatie was voor uitgeverij Random House, die tot nog toe Sarrazins kaskrakers uitgegeven had, aanleiding om het manuscript als “argumentatief zwak” af te wijzen.

In plaats van zich inhoudelijk te verhouden tot de stellingen van Sarrazin en in te gaan op de negatieve kanten van immigratie uit islamitische landen, zoals kindhuwelijken, onderdrukking van de vrouw, haat jegens andersgelovigen, houden Sarrazins partijgenoten van de SPD zich bezig met de zoveelste poging dit dwarse geluid uit hun partij te zetten.

Dat terwijl Sarrazin in zijn boek niet alleen bekritiseerd, maar ook oplossingsrichtingen aandraagt om de falende integratie van immigranten nog te redden. Daarvoor is echter wel een heroriëntatie van de verantwoordelijke politici nodig, die kritische en waarschuwende stemmen liever monddood maken dan problemen serieus te nemen.

Posted on

Nieuwe beweging ‘Aufstehen’ kan immigratiedebat in Duitsland openbreken

Sahra Wagenknecht viel voor een linkse politica reeds langer op met haar uitspraken over immigratie. Nu ze daarom steeds meer onder druk stond binnen de socialistische partij Die Linke, waarvoor zij fractievoorzitter in de Bondsdag is, kiest ze de vlucht naar voren met de oprichting van een nieuwe beweging.

4 september zou wel eens als een belangrijke datum de nieuwe Duitse partijgeschiedenis in kunnen gaan, vergelijkbaar met de oprichting van de Alternative für Deutschland (AfD) in het voorjaar van 2013. Het is de officiële oprichting van de nieuwe beweging ‘Austehen’ (Opstaan) door de iconische fractievoorzitster van Die Linke.

Wagenknecht is in het verleden niet slechts met allerhande slecht te slijten linkse tot radicaal-linkse ideeën opgevallen, zoals voor veel van haar partijgenoten geldt. Ze prees weliswaar het ‘Cubaanse model’ en stelde het socialistische Venezuela ten voorbeeld, maar dit alles wekte in het politieke establishment en de gevestigde media weinig ophef op.

Wat wel voor veel ophef zorgde: De 49-jarige viel ook het asiel- en immigratiebeleid aan en nam het EU-centralisme op de korrel, die ze als in de kern ondemocratische geselde. Daarmee vergreep ze zich aan de heiligen koeien van de globalisten van CDU, SPD, FDP, Groenen en binnen haar eigen partij.

Het bijzonder pijnlijke voor gevestigd links bestond erin, dat Wagenknecht met haar kritiek een hemeltergende tegenspraak blootlegde, die met het ontstaan van haar nieuwe beweging in alle openbaarheid besproken dreigt te worden. Namelijk dat ongecontroleerde massa-immigratie onontkoombaar druk zet op de arbeidsmarkt en de verzorgingsstaat.

Juist lageropgeleiden lijden onder de aanhoudende toestroom van nieuwe concurrenten op de arbeidsmarkt en ook de middelen van iedere verzorgingsstaat zijn vanzelfsprekend beperkt. Wie ze onbegrensd voor de hele wereld beschikbaar stelt, vernietigt de verzorgingsstaat.

Alleen met luide, agressieve en aanhoudende aanvallen ‘tegen rechts’, gepaard gaande met nazi-vergelijkingen, is het de gevestigde politiek tot nu toe gelukt deze overduidelijke samenhangen enigszins buiten het publieke debat te houden.

De nieuwe linkse beweging rond Wagenknecht zou er in kunnen slagen om dit doodslaan van het immigratiedebat met een reductio ad hitlerum te doorbreken. In Duitsland zullen velen er met spanning op zitten te wachten.

Anderzijds valt op dat wat de nieuwe beweging Austehen tot nu toe op dit gebied laat horen, wat ingehouden klinkt in vergelijking met uitspraken die Wagenknecht en haar man Oskar Lafontaine in het verleden al deden. Als de pioniers van de nieuwe linkse beweging echter uitgerekend op dit vlak ervoor kiezen om binnen het kader van de  bestaande linkse partijen te blijven, dan kunnen ze hun boedel gelijk wel weer inpakken. Dat zal niet de voorkeur van Wagenknecht hebben, maar dan moet zij er wel het voortouw in nemen om in het immigratiedebat een onderscheidend geluid te laten horen.