Posted on

Christchurch en Sri Lanka – Gewenste en ongewenste daders en slachtoffers

Radicaal-islamitische aanslagplegers lijken politiek en media niet in hun kraam te pas te komen, blanke daarentegen des te meer. Het resultaat is grotesk.

Nog nooit sprong de volstrekt verschillende behandeling van terroristische aanslagen door politiek en media zo onthullend in het oog als in de afgelopen Paasdagen. In de eilandstaat Sri Lanka zijn meer dan 300 mensen door radicale moslims vermoord. De moordenaars wilden gericht christenen en westerse toeristen treffen. De meeste media talmden echter minstens een dag om de achtergrond van de moordenaars bij de naam te noemen en spraken liever vaag-algemeen van “extremisten”.

Easter worshippers

De slachtoffers werden door prominente Amerikaanse politici als Barack Obama en Hillary Clinton niet als christenen, maar verhullend als “Easter worshippers” aangeduid, terwijl Nederlandse politici als Lodewijk Asscher het vermelden van hun religieuze identiteit simpelweg achterwege lieten. Waar politici zich na ‘Christchurch’ ogenblikkelijk solidair verklaarden met de moslimgemeenschap, werden de aanslagen op Sri Lanka niet als een aanval op de hele christenheid of het hele Westen geduid. Ook werden er niet meteen vermoedens uitgesproken over de wereldbeschouwing van de daders of over mogelijke ideologische overlappingen met bepaalde islamitische organisaties.

“Fascistische Internationale”

Hoe anders ging het enkele weken eerder, na de aanslag in het Nieuw-Zeelandse Christchurch. Niet alleen werd de dader toen in een handomdraai als blanke rechts-extremist geïdentificeerd, ook de religieuze identiteit van zijn slachtoffers werd prompt niet alleen vermeld maar ook uitgebreid gethematiseerd: hij wilde moslims doden. Sterker nog: talrijke media begonnen meteen de kring rond de aanslagpleger van Christchurch zo breed te trekken dat het absurd werd. Het toonaangevende Duitse tijdschrift Die Zeit fantaseerde zelfs over een “Faschistische Internationale”, waaronder het zelfs enkele vertegenwoordigers van de AfD en verwante organisaties schaarde. Zo kon men met de massamoord aan de andere kant van de wereld ideologische winst boeken in de “strijd tegen rechts” in eigen land.

Notre Dame

Notre Dame was daarentegen weer anders: Hier “wisten” de autoriteiten reeds dat het niet om opzet kon gaan terwijl de brand nog woedde en het onderzoek naar de oorzaak waarschijnlijk nog niet eens goed had kunnen beginnen. Wat de autoriteiten tot nog toe over de grote brand naar buiten hebben gebracht staat bol van de merkwaardigheden.

Ongelijke behandeling

Het verschil in de omgang met mogelijke of bewezen ideologisch gemotiveerde daden springt dermate in het oog, dat men nog slechts kan vervolgen met de vraag naar het motief voor de ongelijke behandeling. Ook die lijkt ideologisch gemotiveerd. Mogelijk treedt hier westerse zelfhaat aan de dag, die de blanke, pardon “witte” man slechts als dader wil zien, vanwege de primitieve dader-slachtofferclichés waaraan men zo verknocht is. Daarnaast streeft de asielideologie openlijk het doel na Europa minder blank, pardon “wit” te maken. Dan komen nieuwsberichten over de gevaren die de immigratie van bepaalde groepen met zich mee kan brengen niet zo goed van pas.

Posted on 1 Comment

Schijnheilige kwartiermakers van de massa-immigratie

Benedictijner monnik Thomas Quartier is voor open grenzen. Quartier, ondertussen de bekendste broeder van Nederland en naast monnik ook hoogleraar in Nijmegen, zegt in een interview met het Nederlands Dagblad van 10 april: “Wij zouden als abdij verdwijnen als we onze grenzen niet bewaken. Er zit een beperking aan wat wij kunnen doen en die grens moeten we bewaken. Tegelijk ben ik voorstander van open grenzen. We mogen aan de poort niemand afwijzen. En als dat tot conflicten leidt, moeten we daarover praten.”

Grens en Geest

Quartier doet zijn uitspraken naar aanleiding van een studiedag over ‘Grens en Geest’, in Kapel Berchmanianum in Nijmegen. Dat de Geest alle kanten opwaait laat niet alleen de paradoxale opmerking van broeder Thomas zien. Want waarom wel de grenzen van een abdij bewaken en niet die van een land?

Kardinaal Robert Sarah, prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten van de Romeinse Curie, krijgt een andere geestelijke inspiratie. In een interview met het Franse tijdschrift Valeurs Actuelles eind maart bekritiseert Sarah die Katholieke leiders die de kerk zien als een soort NGO, die zich moet focussen op migratie, open grenzen en milieuvraagstukken. “Sommige katholieke leiders vragen de kerk niet over God te spreken, maar zich met hart en ziel in te zetten voor sociale problemen: migratie, ecologie, dialoog, de cultuur van ontmoeting, de strijd tegen armoede, voor vrede en rechtvaardigheid,” aldus de prefect. “Hoewel allemaal zeer belangrijk, heeft zo’n kerk geen enkel belang voor ons. De kerk is alleen van belang omdat ze ons Jezus laat ontmoeten.”

Quartier en Sarah

De verschillen in opvatting tussen Quartier en Sarah over wat de kerk moet zijn laten de breuklijnen zien die dwars door de Katholieke kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie lopen. Bevangen door de revolutionaire geest van de jaren zestig werd de kerk meer en meer een welzijnsorganisatie, waar niet langer de Openbaring van God centraal staat, maar een maatschappelijk sociaal actieprogramma. “De crisis van de kerk is vooral een crisis van geloof,” zegt kardinaal Sarah hierover. “Sommigen willen dat de kerk menselijke en horizontale organisatie wordt; ze willen dat ze de taal van de media spreekt. Ze willen haar populair maken.”

Hoewel de kardinaal de naam van paus Franciscus nergens noemt, is het wel duidelijk dat hij ook de ‘dictator-paus’ op het oog heeft. Deze spreekt, hoewel zeer vaak verwarrend, ook de taal van de media, die in de progressieve goegemeente zoveel onthaal krijgt. Broeder Thomas spreekt, hoewel zeer vaak verpakt in vage mystieke bewoordingen, ook deze taal. Zeg maar het partijprogramma van GroenLinks.

Benedictus en Franciscus

Thomas Quartier is Benedictijn. Deze oudste kloosterorde beroept zich op de ‘Regel van Benedictus’, de grondlegger van de orde. De Amerikaanse conservatieve auteur Rod Dreher publiceerde in 2017 ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’. Het boek wil, vanuit het leven van Benedictus en zijn kloosterregel, een strategie voor het overleven van de kerk in de seculiere en postmoderne 21ste eeuw bieden. Dreher, ooit Rooms-Katholiek maar overgegaan naar de Oosters-Orthodoxe kerk, is kritisch over de maatschappelijke rol die paus Franciscus (Jezuïet) meent te moeten spelen.

In een artikel over de apostolische exhortatie ‘Gaudete et Exsultate’ (‘Verheugt u en jubelt’) schrijft Dreher in ‘The American Conservative’ dat als de paus zijn woorden over vluchtelingen echt meent, hij de grenzen van Vaticaan Stad eerst maar eens moet openen. ‘Walk the way you talk”, een populaire uitspraak in progressieve kringen (die daar zelfs overigens geen gehoor aan geven). Volgens Dreher zegt de Regel van Benedictus nergens dat iedereen maar welkom moet zijn, zoals paus Franciscus in zijn exhortatie suggereert.

En de paus gaat nog een stap verder. Hij schrijft specifiek over economische vluchtelingen en zegt daarover dat de enige “echt christelijke’ houding is hen toe te laten. “Open de grenzen, of je bent on-christelijk,” zegt Dreher hierover. De conservatieve journalist haalt de theoloog Oliver O‘Donovan aan, die stelt dat het algemeen welzijn van een gemeenschap ook inhoudt dat deze in staat is haar waarden over te dragen naar volgende generaties.

Paradox

De vraag is welke waarden dat zijn in een post-christelijk, seculier en steeds meer atheïstisch Europa? Broeder Thomas beroept zich op een postmodern idee van individualisme, ook al zo’n paradox voor een monnik in een kloostergemeenschap: “Je kunt alleen open zijn, als je weet waar je grenzen liggen.” Bepaalde vormen van volksprotest, zoals de Brexit, worden door Quartier weggezet als “angst”. O wee het volk dat opkomt voor haar eigen identiteit! Ook al zo’n progressieve manie, om alles dat tegen je ideologische uitgangspunten ingaat te psychologiseren.

Kardinaal Sarah noemt massa-immigratie een vorm van slavernij, die een bedreiging vormt voor het Westen. Vanuit de visie van de monnik moet de kardinaal een bange man zijn. Maar juist Sarah betoont zich, door het opkomen voor kerk en beschaving, vele malen moediger dan de postmoderne mysticus, die wel zijn eigen kloostercel beschermt, maar dat het land misgunt.

Posted on

Alexander Gauland: van conservatief publicist tot populist

Binnen de CDU werd hij op de achtergrond gehouden, als conservatief publicist was hij geliefd bij links en rechts en na zijn zeventigste brak hij toch nog door als politicus. Een portret van AfD-leider Alexander Gauland.

Als staatssecretaris in Hessen eind jaren ’80 gold Alexander Gauland als man voor op de achtergrond, niet geschikt voor de eerste rij. Deelstaatpremier Walter Wallmann zou hem gezegd hebben dat hij een goede functionaris was, maar niet met mensen om kon gaan, nooit campagnetoespraken zou kunnen houden. Hij was kortom niet geschikt als politicus. Inmiddels lijkt Gauland zijn vroegere mentor weerlegd te hebben. Na 40 jaar zei hij zijn lidmaatschap van de CDU op en werd hij mede-oprichter van de eurokritische Wahlalternative 2013. Inmiddels is hij partijleider van de AfD en fractievoorzitter in de Bondsdag. 

Gauland als krantuitgever

Zo beleeft Gauland in de leeftijd der sterken toch nog zijn politieke doorbraak en geldt hij als grand seigneur van de nieuwe beweging rechts van CDU en CSU. Maar wie is deze “vriendelijke scherpslijper” (Der Tagesspiegel), die sinds het begin van de jaren ’70 als politiek publicist en conservatief intellectueel actief was en decennia lang ook door politieke tegenstanders gewaardeerd werd? Biedt zijn journalistieke werk indicaties waarom deze voormalige CDU-man “van publicist tot populist” (Die Zeit) werd?

Gaulands activiteit als auteur begon met zijn 1971 verschenen volkenrechtelijke dissertatie ‘Das Legitimitätsprinzip in der Staatenpraxis seit dem Wiener Kongreß’. Daarna schreef hij diverse boeken met titels als ‘Gemeine und Lords. Porträt einer politischen Klasse’, ‘Helmut Kohl. Ein Prinzip’, ‘Das Haus Windsor’ en ‘Anleitung zum Konservativsein’. Na zijn tijd als staatssecretaris in Hessen onder Walter Wallmann (CDU) was hij uitgever en directeur van het dagblad Märkische Allgemeine in Potsdam.

Ook bij links gewaardeerd

De anglofiele Gauland (met een zwak voor tweed-jasjes en Britse auto’s) speelde het kunststukje klaar in de meest uiteenlopende media te publiceren. Hij was een conservatieve publicist die “ook door links geprezen werd” (FAZ). Zijn artikels, opstellen, portretten en commentaren verschenen even goed in het linkse dagblad Tageszeitung en in het Sponti-tijdschrift Pflasterstrand als in het rechts-conservatieve bald Criticón van Caspar von Schrenk-Notzing. Ook de Frankfurter Rundschau, de FAZ, Die Welt en de Tagesspiegel drukten zijn non-conformistische, goed geschreven bijdragen af.

In de in 1989 bij Suhrkamp verschenen portretten van Engelse denkers en politici uit de afgelopen drie eeuwen liet Gauland zich hier en daar ook over de actuele politiek uit. Zo trok hij in ‘Gemeine und Lords’ van leer tegen “de verschrikkelijke heerschappij van de functionarissen”, “die zich in de 20e eeuw meester heeft gemaakt van alle politieke partijen”. Een zekere antikapitalistische grondhouding en een afkeer van de “economisering van het politieke” is dan ook reeds zichtbaar. Vandaag de dag deinst de AfD-leider er niet voor terug in de electorale vijver van Die Linke te vissen. Met een zekere reactionaire attitude neemt hij het als politicus voor “de kleine man” op.

In het portret van Churchill zou men ook een verkapt portret van de AfD-leider kunnen ontwaren, die sinds zijn 72e zijn eerste echte politieke lente beleeft en zichtbaar geniet van zijn publieke optreden: “Maar Churchills kracht was tegelijk zijn zwakte. Zijn zucht naar theatrale actie, naar het grote avontuur schiep bij zowel vrienden als tegenstanders de verdenking dat het hem niet om principes, maar alleen om het optreden ging.”

Constanten in zijn denken

Het denken van Gauland laat echter duidelijke constanten zien. Zowel destijds als nu zijn de vijandbeelden van zijn conservatisme “de toenemende economisering”, het multiculturalisme en “de globalisering van markt en mensenrechten”. Dat de AfD juist in de vijver van de ‘verliezers’ van de globalisering vist (bijvoorbeeld in het oosten van Duitsland, maar in het algemeen in de arbeiders- en lagere middenklasse), hangt ook met Gaulands denken samen. Zo keerde hij zich als publicist al tegen een zuivere marktideologie: “Wat de One-World-ideologie, de droom van een door de globalisering democratisch herenigde mensheid, is niet minder utopisch en geen geringer gevaar voor het historische bestaan van staten en volken dan de ten onder gegane socialistische waan.”

Ook een ‘Leitkultur‘, die niet meer inhoudt dan grondwetspatriottisme vindt de auteur echter armoe troef. Echt houvast vinden de mensen in gedeelde geloofsovertuigingen, mores, taboes, culturele tradities, nationale vooroordelen en etnische begrenzingen, traditionele leefomgevingen en religieuze taboes. Immigratie, zo stelde Gauland in 2002 al, moet aangepast zijn aan de “culturele draagkracht van een samenleving”. Ook Gaulands Amerikakritiek is een belangrijke constante. De ‘Putinversteher’ bekritiseerde als publicist reeds de imperiale pretenties van het Amerikaanse buitenlandbeleid, dat mede de immigratie naar Europa aandrijft.

Reeds in zijn boek over conservatisme toonde de West-Duitse conservatief veel begrip voor de mensen in de nieuwe deelstaten van de Bondsrepubliek die op een bepaalde manier terugverlangden naar de DDR. Van deze ‘Ostalgie’ profiteerde de PDS, de opvolger van de SED. Over de schaduwzijden van het DDR-bewind werd daarbij natuurlijk niet gesproken, maar de DDR had op haar manier ook een vorm van heimat en overzichtelijkheid gecreëerd. Dit is ook wat Gaulands AfD de globaliseringsverliezers in zowel oost als west wil bieden.

Populisme

Alexander Gauland mag politiek wat radicaler geworden zijn, dat kan er echter ook mee samenhangen dat hij tot voor kort het meer contemplatieve leven van een intellectueel kon leiden, terwijl hij nu waarschijnlijk meer tijd doorbrengt in talkshows en debatten dan in zijn studeerkamer thuis. De grondtrekken van zijn denken zijn evenwel niet veranderd. Het maakt nu eenmaal verschil of men zich als vrije intellectueel of als verantwoordelijk politicus uit. Als CDU-intellectueel – een zeldzame diersoort – genoot Gauland een zekere narrenvrijheid.

In zijn boek ‘Die Deutschen und ihre Geschichte’ schreef Gauland dat de sleutelwoorden voor de West-Duitse samenleving stabiliteit en consensus waren. Hier is in de afgelopen jaren echter misbruik van gemaakt door politiek en media, die steeds minder lijken te weten wat ‘de mensen in het land’ werkelijk bezighoudt. Dit is natuurlijk in niet geringe mate te wijten aan de door Angela Merkel bepaalde koers van de CDU, die Gauland in een artikel in Die Welt tot ruïne verklaarde:  “De Unie (van CDU en CSU, red.) heeft haar inhoud verloren. Ze komt voor als een antieke ruïne – van buiten is het nog mooi om te zien, maar van binnen is het woest en leeg.” Over de AfD zegt hij daarentegen in een interview met Christ & Welt: “We zijn een Duitse partij, die zich inzet voor Duitse belangen.” De partij verdedigt “het traditionele levensgevoel in Duitsland, het traditionele heimatgevoel”, aldus Gauland.

Meer continuïteit dan radicalisering

Uit de uitlatingen van Gauland als gewaardeerde publicist en als weggezet politicus rijst kortom niet zozeer een beeld van radicalisering op, als wel van een grote continuïteit. Gauland was altijd al een conservatief, ook binnen de CDU, en dat is hij bij de AfD gebleven. Nog meer dan elders in Europa, is er in Duitsland echter een hang naar intolerantie voor bepaalde politieke geluiden. Zoals Gauland in 2012 al schreef in de Tagesspiegel: “In alle democratische debatten gaat het er steeds weer om de van de mainstream afwijkende standpunten moreel buiten de orde te verklaren.”

Posted on

Avondland – Kardinaal Marx doet prinses Maxima na

De Duitse kardinaal Marx (normen est omen) smaakt de term “christelijk Avondland” niet. Tragisch, maar niet verrassend. De katholieke Kerk in Europa is al decennialang in dezelfde ideologische houdgreep als de rest van de Europese bestuurlijke elite en journalistiek.

Voorbeelden hiervan liggen voor het oprapen. Zo was er de Zweedse ambtenaar die ontkende dat er zoiets bestaat als de Zweedse cultuur en dichter bij huis hebben we prinses Maxima die zei dat “de Nederlander” niet bestaat. Nu hebben we dus ook de kardinaal die zegt dat het christelijke Avondland niet bestaat.

Zakelijk bekeken is Avondland een van de vele synoniemen van ons mooie continent Europa. Het woord “Europa” is mogelijk afgeleid van het woord “ereb”, dat “avond” betekent. Een meer etymologische verklaring is een vertaling van de term “Occident” van het Latijn “occidere” voor het ondergaan van de zon. Tegenover het Avondland staat het Morgenland, oftewel de “Oriënt”, het land van de opkomende zon.

Identiteitspolitiek

Maar deze zakelijke betekenis van het woord Avondland is niet de betekenis die aangevallen wordt. Want zegt kardinaal Marx: “Davon halte ich nicht viel, weil der Begriff vor allem ausgrenzend ist”. Zijn afkeer van de term moet dus worden begrepen in het kader van identiteitspolitiek. Ik ga kardinaal Marx natuurlijk niet overtuigen, maar voor de rest die het wil weten volgt er een kort geschiedenislesje.

Romeinse Rijk

In den beginne was er het Romeinse Rijk. Het Romeinse Rijk was woest en vol met intriges. Het gedrag van de Amerikaanse politiek, alle clowns daarin, Donald Trump, de volledige Republikeinse partij, de volledige Democratische partij, vallen in het niet vergeleken met de vulgariteit van de politiek van het Romeinse Rijk. Het Romeinse Rijk werd gekerstend en viel enige tijd later vanwege verschillende oorzaken uit elkaar.

Katholieke kerk

Ondertussen had de Katholieke kerk iets van het succes van het Romeinse Rijk (totdat het definitief mis ging) afgekeken en overgenomen. Behalve dat lag alles aan gruzelementen en zo rond het jaar 500 was het ontwikkelingsniveau van Europa zo ongeveer dat van Afrika. Maar met één duidelijk verschil. De Katholieke kerk had al wortel geschoten in Europa. Er waren verschillende kloosterordes die zich als een netwerk, beginnende rond het Middellandse Zeegebied, langzaam naar het noorden van continentaal Europa uitbreidden.

Kloosters

De kloosters hadden een zeer elementaire functie. Ze bewaarden de kennis over landbouw en pasten die zelf ook daadwerkelijk toe in hun nabije omgeving. Het beste voorbeeld hiervan is Duitsland. Duitsland was een groot bos- en moerasgebied voordat de kloosterorders hun intrede deden. Een zeer vruchtbare landmassa daarna.

Technologie

Na de landbouwfase kwam de langzame toename van technologie. Men moest vanuit een bijna absoluut nulpunt alles uitvinden. En veel dingen die we nu als primitief zien, zoals rudimentaire ijzersmelterijen en eenvoudige toepassingen van windenergie, werden toen onthaald als nieuwe technologie en door het netwerk van kloosterorders verspreid door heel Europa. Van noord tot zuid.

Wetenschap

De technologie werd vanzelfsprekend en er gebeurde bijna parallel iets anders. Men ging studeren in de kloosters. Steeds meer en meer. Niet enkel de elite kon studeren, zoals in de Klassieke Oudheid, maar ook en vooral de lokale middenstand. Vanuit de kloosters waarin gestudeerd werd groeiden vanzelf de universiteiten die we nu voor vanzelfsprekend aannemen. Wetenschap van elk denkbaar soort kon vanaf de Middeleeuwen, beginnend in Europa, enkel floreren omdat de Katholieke kerk deze basis heeft gelegd. Het christelijke geloof zelf rekende af met allerlei heidense praktijken, zodat de geestelijken in de kloosters onbevooroordeeld en ongehinderd door bijgeloof wetenschap konden bedrijven.

Zieken- en weeshuizen

Weer andere kloosterordes hielden zich bezig met goede doelen en het verzorgen van de zieken en wezen. Daaruit groeiden de ziekenhuizen die wij eveneens voor vanzelfsprekend aannemen. Allemaal vanuit een hecht netwerk van kloosters die zich specialiseerden in functies.

Expansie

Dit vormde de ruggengraat voor een tijdperk van Europese verovering van de wereld die na het jaar 1500 aanbrak. Een groot deel van de wereld buiten Europa kent de wortels van universiteiten en ziekenhuizen misschien niet, maar kopieerde ze wel en paste die met ongeveer hetzelfde succes toe.

Beschaving

Ondertussen kunnen we veilig tot de conclusie komen dat het christelijke Avondland wel degelijk bestaat en niet zoveel met identiteitspolitiek te maken heeft. Maar met instituties opbouwen en beschaving uitbreiden. Wie zegt “de term christelijk Avondland sluit mensen uit” zegt iets vergelijkbaars als “ziekenhuizen sluiten mensen uit” of “universiteiten zijn inherent racistisch” en dat is best tragisch. Ons Europa verdient ook daarom een moediger christendom.

Thomas E. Woods ~ De bouwmeesters van Europa. De geboorte van een beschaving uit de katholieke kerk

Posted on

Waarom Rusland-haat modieus is geworden

Tot afschuw van velen, en tot uitbundige blijdschap van anderen, is Nederland sinds enkele jaren vervallen tot universele Rusland-haat. Om precies te zijn: sinds het Nederlands-Russische vriendschapsjaar in 2013 is de situatie flink geëscaleerd. De vraag is, wat steekt er achter?

Wat er in Oekraïne over en weer passeerde, daar vallen kritische dingen over te zeggen. Het is een geostrategische kwestie, een belangenspel rond militair evenwicht, rond territoriale soevereiniteit en de machtsbalans aan de grenzen van Europa. Het conflict over Oekraïne verklaart nog niet de diepe haat ten aanzien van de Russische cultuur, die vandaag door mainstream media en politici wordt aangewakkerd. De kern van deze diepere Rusland-haat vinden we in de identiteitspolitiek, zoals deze door onder meer de Amerikaanse Democraten is aangevuurd.

Van communisme naar globalisme

Zij die in de jaren zestig de barricades beklommen droomden van collectivisme: ze verlangden een versmelting van alle volkeren, religies en culturen – het communistische Rusland was daarbij hun gidsland. Na de val van de Berlijnse Muur bleven zij ditzelfde doel nastreven, maar nu via de mondiale eenwording van de markt. Toen de jaren negentig aanbraken hulden de achtenzestigers zich in een neoliberaal jasje. Hun feestvreugde bekoelde toen bleek dat het IJzeren Gordijn een blessing in disguise was geweest. Oost-Europa schermde zich af van het multiculturalisme terwijl Rusland besloot een Europees-georiënteerde Leitkultur te identificeren en na te volgen. Rusland wilde nationale soevereiniteit en werd tot vijand van de globalisten. Het kosmopolitische deel van links is woedend omdat Rusland het communisme heeft verloochend.

Op het dossier Rusland zijn de liberalen van het ene naar het andere uiterste geslingerd. Annemie Neyts-Uyttebroeck (OVLD) is een goed voorbeeld. Zij hield in 2011 een gloedvol betoog op het Europarlement dat het contact met Rusland perfect was, dat er tussen de EU en Rusland beslist geen spanningen bestonden, en dat de Russische defensie zich totaal concentreerde op China. Wat er toen werd gezegd vond ik uitermate naïef, wat er vandaag wordt gezegd vind ik uitermate vooringenomen. De wereld is gek geworden maar ik heb mijn verstand bewaard.

Extreem contrast

Haar betoog staat in een extreem contrast met een conferentie die een jaar later werd belegd door Guy Verhofstadt (OVLD) over de zaak Magnitsky. De mysterieuze ondergang van deze Russische fraudespecialist werd aangegrepen om Rusland vanuit een EU-bril te kenschetsen als maffialand.

http://www.novini.nl/zaak-magnitsky-kremlin-criticus-valt-geloof/

Destijds merkte ik op dat we weliswaar veel kunnen aanmerken op Rusland – maar de bottom line is dat Europa een geopolitieke toekomstvisie behoeft. Oftewel als je Rusland tegen je in het harnas jaagt, worden dan Turkije en de islamitische olielanden de nieuwe bondgenoten van het Westen? Of zullen China en Iran de beste vrienden van Europa zijn? I don’t think so. Helaas was er geen enkele reflectie te bespeuren op deze kritische overweging.

Verhalen

Dit gebrek aan geopolitiek realisme bracht mij tot het schrijven van Avondland en Identiteit. Maar als ik de situatie vandaag bekijk, dan zijn de verhalen die ik binnenkrijg slechts ernstiger geworden. Neem dit relaas van een jongedame:

“Graag vertel ik hoe de Russofobie mij persoonlijk heeft geraakt. Vanaf mijn zesde jaar woon ik in Nederland – mijn ouders waren Joods-Russische vluchtelingen, ik ben hier opgegroeid en heb bestuurskunde gestudeerd. Ik had een toffe baan bij de IND en voelde eerlijk gezegd nooit de behoefte om terug te gaan naar Rusland. Totdat MH17 plaatsvond: toen veranderde alles.

Op mijn werk werden er grapjes gemaakt en elke man die ik ontmoette vroeg lollig of ik niet een spion was. Bij de IND werd ieders contract verlengd, behalve de mijne, terwijl ik wel een van de betere was. Officieel heb ik er niets van gezegd. Door de eenzaamheid die ik voelde door die grapjes en door de Russofobie, besloot ik om voor het eerst sinds mijn kindertijd Rusland te bezoeken.

Bij de IND had ik dit aangegeven, maar mijn eerlijkheid vertaalde zich in meer spanningen. Dit betekende uiteindelijk dat ik de baan verloor die ik zo leuk vond en dat ik met mijn opleiding weinig meer kon. Ik begreep dat ik niet-Nederlands was. Toen ben ik me voor het eerst in mijn leven gaan verdiepen in de Russische orthodoxe religie en begon ik weer Russisch te schrijven.

Ik verdiepte me in Forum voor Democratie, maar ook daar ontmoet ik altijd twee soorten mannen. Een Rus die hier zogezegd een ‘expat’ is of een Nederlander, maar beiden stellen me honderden vragen over mijn achtergrond en afkomst, en maken altijd dezelfde ‘grapjes’ over mijn ‘spionnenwerk’. Waar hoor ik dan? Ik ben geen Russische spion want ik wil niet voor ‘De Russen’ werken: Nederland heeft mij alles gegeven, ik voel er niets voor om dat te verraden. Maar in mijn sector kan ik niet in Nederland blijven werken, met de constante Russofobie.”

Kosmopolitische identiteitspolitiek is Russofoob

De identiteitspolitiek van het kosmopolitisch-progressieve deel van de bestuurscultuur, is de diepere oorzaak van de Russofobie. Sinds het einde van de Koude Oorlog is er een nieuwe status quo ontstaan: ‘links’ en ‘rechts’ gooiden het op een akkoord en verdeelden het bestuurlijke speelveld onderling. De economie is geflexibiliseerd terwijl het cultuurwezen is verlinkst. Vandaar de extreme obsessie met bijvoorbeeld homorechten, die toen al in 2012 op het Europarlement werden aangegrepen als stok om de (Russische) hond te slaan.

Zonder nu inhoudelijk in te gaan op al deze dossiers – van homorechten tot mediatransparantie en rechtsbescherming – moeten we toch ten minste de vraag stellen waarom er zo demoniserend wordt gesproken over Rusland, maar niet over Turkije. Het antwoord kan wel eens verrassend cynisch zijn: wat de Turken betreft is ‘de vijand’ al door de poorten, wat hier verwijst naar de lange arm van Ankara, beter gezegd die van Erdogan en de AKP.

Bedreigde diersoort wet en doorgeslagen (neo)liberalisme

Deze omzwenking is verklaarbaar vanuit de bedreigde diersoort wet: Turken zijn moslims en dus zieliger dan de christelijke Russen. In de progressieve belevingswereld vertegenwoordigen islamitische Turken ‘de Ander’: een spiegelbeeld waarin de Westerling zich niet herkent en waarin hij de eigen gewetenswroeging, de morele bezoedeling die hij in zijn ziel aantreft, dus niet terugvindt. Het Erdogan-regime kan hierdoor met meer wegkomen dan het Russische.

Europeanen hebben in de laatste eeuwen vrijwel alleen nog oorlogen uitgevochten tussen de staande legers van verschillende natiestaten, wat de obsessie rond de Russische ‘vijandschap’ mede verklaart. De hedendaagse Europeaan heeft echter veel moeite met het minder vastomlijnde begrip van bedreigingen door massamigratie of door de islam – in de moderne individualistische denkwijze is immers ieder individu uniek en kun je geen religie aanwijzen als vijandig, omdat je dan een ‘onschuldige’ aanhanger van die overtuiging iets zou aanrekenen voordat hij of zij een tastbaar misdrijf heeft begaan. Dit ligt anders bij een grote natiestaat als Rusland.

Verkeerde diagnose

De islam als gevaarlijk aanmerken is zó extreem not done in de hedendaagse (neo)liberale maatschappij, dat men intussen cognitief dissonant is geworden. Enerzijds zien miljoenen Europeanen hun thuislanden verloederen, anderzijds weigert men de islam als probleem te erkennen omdat men dan ook de ‘onschuldige’ aanhangers van deze religie tot vijand bestempelt. Zo komen wij wederom op de identiteitspolitiek, want die werpt zich op voor de ‘zielige’ minderheden (moslims), terwijl de religie van de meerderheid (christendom) weer onderdrukkend zou zijn voor andere zielige minderheden (zie opnieuw de discussie rond homorechten en recent de Nashville-verklaring).

De situatie die aldus ontstaat is zo extreem frustrerend, dat de frustratie maar wordt afgereageerd op Rusland. Na iedere islamitische aanslag zijn het immers alleen de ‘radicale’ moslims die de daders waren en daarom wordt de drijvende religieuze ideologie achter de aanslagen nooit aangepakt. Dit verklaart hoe het komt dat indien Rusland als natiestaat, opdracht zou geven om met vrachtwagens over Europeanen heen te rijden, dit direct tot oorlog zou leiden, terwijl bij aanslagen door jihadisten er nooit een consequentie volgt (behalve dan het verder inperken van eigen privacy en vrijheden van Europeanen).

Slotsom

Zo stellen we vast dat de discussie over vrijheid en mensenrechten zeer eenzijdig wordt gevoerd, dat goedwillende personen het slachtoffer worden van Russofobe generaliseringen, en dat er geen realistische visie op geopolitiek is te bespeuren bij onze bestuurders of bij de EU. Helaas is er vooralsnog, met de huidige instituties die vooral mensen aannemen die qua denken de eigen nestgeur versterken, geen manier om dit te veranderen. Richt dus eigen instituties op, vorm een eigen Zuil.

Zelf werk ik momenteel aan een onderzoek naar identiteitspolitiek. Steun dit belangrijke project hier om mijn onafhankelijkheid mogelijk te blijven maken. Mijn nieuwste boek Kerkgangers en Zuilenbouwers zal ik presenteren in Gent op 12 februari, waar ook Sander Loones en prof. Matthias Storme optreden als gastsprekers. Tickets hier verkrijgbaar.

Posted on 1 Comment

“Wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”

Aangetrokken door de titel Kerkgangers en Zuilenbouwers waagde ik mij aan het boek van Sid Lukkassen om mijn gedachtes daarover min of meer reviewend weer te kunnen geven. Als theoloog, één met affiniteit met de neocalvinistische traditie, was ik direct geïnteresseerd.

Ik kwam ongeveer tien jaar geleden in de restanten van de toen net doodverklaarde vrijgemaakte minizuil, maar bevond mij nog wel in een groep mensen die verzuilder waren en dachten dan ze zelf doorhadden. Ook heb ik mij met het fenomeen verzuiling beziggehouden vanuit de geschiedenis van het kerkelijk landschap van de vorige twee eeuwen. De naam Sid Lukkassen had ik wel eens voorbij zien komen, maar nooit iets van gelezen of gezien. Wat betreft politiek en maatschappelijke discussie beschouw ik mijzelf meer als een van de stillen in den lande. Desondanks was ik geprikkeld en besloot het boek te lezen en te kijken of Lukkassen mij kon overtuigen zich bij zijn nieuwe kerk te voegen of op te laten nemen in zijn zuil.

Het is vrij eenvoudig te formuleren waar De Nieuwe Zuil (verder afgekort tot DNZ) voor staat: een gemeenschap van mensen die uit solidariteit elkaar financieel willen steunen om vrije gedachte-uitwisseling te waarborgen tegen de achtergrond van de gestagneerde maatschappelijke en politieke hoofdstroom (vgl. de zin in appellerende wijs waarmee Lukkassen DNZ weergeeft op blz. 52 en 77). Deze hoofdstroom is de globalistische neomarxistische elite die zichzelf aan de macht houdt door voornamelijk tegenstanders door framing monddood te maken. Hoofdstuk negen werkt deze visie uit in 28 punten, gevolgd door een schematisch overzicht van missie, doelstelling, profiel van de leden en de te houden activiteiten. “Dus wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”; korter en pregnanter kan het niet gezegd worden (blz. 82).

Zwaartepunt

Het zwaartepunt van het boek ligt m.i. op blz. 51-87, daarbuiten staan enkele gesprekken met mensen uit de samenleving, die allemaal de indruk maken erg blij te zijn met hem. De rest van het boek bevat allemaal betogen die de noodzaak van de zuil duidelijk maken. Lukkassen geeft zijn meningen over thema’s en gebeurtenissen uit de afgelopen tijd om het failliet van links aan te tonen en de noodzaak van DNZ op rechts. Wat mij betreft was zijn pleidooi al prima als het alleen bestond uit de bladzijdes met het zwaartepunt.

Je leest het boek om als het ware rondgeleid te worden in het gebouw, maar op den duur voelde het voor mij als lopen op de woonkamerafdeling van de Ikea. Je ziet allemaal kleine kamers, los van elkaar en op een of andere manier lijken ze op elkaar. Met als enige verschil dat de Ikea-woonkamers allemaal af zijn en de losse hoofdstukken van Lukkassen ietwat onafgerond aandoen. Dit kan natuurlijk zijn omdat hij de openheid naar de toekomst wil behouden, conform uitgangspunt 28, en alvast een voorzet wil geven voor bezinning. Per slot van rekening geeft Lukkassen van DNZ, om in de Ikea metafoor te blijven, als het ware de bouwinstructies, niet het meubel zelf.

De gewone man

Aan de andere kant lijkt het mij ook te maken te hebben met de abstractiegraad van het betoog. Soms lijkt DNZ alleen interessant voor filosofen en is het vooral een wereld van geschreven en gesproken woorden. Er zit een neiging in het denken van Lukkassen om filosofen op de grond te stellen. Ik vraag me af of de doelgroep van DNZ echt gebaat is bij het plan om een prijs uit te reiken voor “het beste boek” of om “jonge ambitieuze denkers en schrijvers” te stimuleren. Zeker aangezien hij zich richt op de vader aan de keukentafel, op de ondernemer, op de gewone man en vrouw.

Ook registreert Lukkassen dat masculiniteit een probleem is dat aangepakt moet worden, enerzijds door gebrek eraan in het Avondland ten opzichte van de islam, anderzijds doordat de linkse cultuur masculiniteit tegenwerkt. Maar in zijn ethische gedeelte komt deze notie niet terug, noch hoe de deugdethiek die hij voorstaat wordt geoefend en gewaarborgd in praktijken. Deugdethiek is bij uitstek een ethiek van een gemeenschap en praktijken, en zou masculiniteit niet het beste in gezinnen kunnen worden ingezet? Maar zoals eerder gezegd, het kan zijn dat dit in andere werken van Lukkassen die ik (nog) niet gelezen heb behandeld wordt. Wat dat betreft zou DNZ wat kunnen leren van Rod Dreher’s Benedict Option, en minder inzetten op het gehalte Intellectual Darkweb.

Filosofen en krijgslui

Er zit ook ergens iets lichtelijk ironisch in om aan de ene kant filosofen (“en andere briljante mensen”) een leiderspositie toe te schrijven en aan de andere kant voornamelijk leiders als voorbeelden te kiezen die toch krijgslui waren. Het feit dat Marcus Aurelius ook een stoïcijn was doet niet af aan het feit dat ook het zwaard de geschiedenis maakt en bepaalt wie de pen hanteert (blz. 110). Nu wil ik mij wel haasten dat dit niet betekent dat het idee van DNZ compleet waardeloos is door deze punten. Ik ben allang blij dat Lukkassen het idee oppert en dat hij serieus nadenkt over belangrijke vragen. Daarvoor verdient hij lof, zeker omdat hij een van de weinigen is die het niveau van memes en politiek-incorrect zijn door middel van vuilbekkerij en grofheden overstijgt. Ik ben niet de door hemzelf beschreven intellectueel die Lukkassen afkraakt omdat ik hem te ongenuanceerd vindt (blz. 21). Ik vermoed dat wat ik aanstip punten zijn waar hij best over in discussie zou willen, als hij mij al niet wijst op plaatsen in andere werken waar hij dit wel of anders uitwerkt (ik heb immers alleen dit boek gelezen).

Antithese?

Maar, ondanks alle waardering die ik voor zijn initiatief en denkwerk heb, voeg ik mij niet bij zijn kerk en zoek ik geen plaats binnen zijn zuil. Het is voor mij niet duidelijk waar nu de antithese zit tussen DNZ en het door Lukkassen verfoeide cultuurmarxisme. Voor Abraham Kuyper, de aanjager van de verzuiling, bestond de antithese ten diepste op het gereformeerde leerstuk van de uitverkiezing, het theologische leerstuk dat God voor de schepping heeft bepaald welke mensen er tot geloof komen of niet. Zo werd de mensheid opgedeeld in groepen, de eerste met de mogelijkheid, al dan niet geactiveerd, tot geloof, en de ander zonder de mogelijkheid tot geloof. Zonder te vervallen in theologische nuances of discussies komt deze visie erop neer dat de mensheid zich ook organiseert in twee groepen, een christelijke groep met het christelijke leven vanuit (de mogelijkheid van) het geloof, en die zonder. Omdat het beginsel van geloof ligt in een besluit van God in de eeuwigheid en niet in mensen, is de tegenstelling tussen deze mensen absoluut en onverenigbaar. Zie hier de antithese die de rechtvaardiging is voor de verzuiling, er is een onoverkoombare tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.

Scheppende rede

Als ik dit kuyperiaanse schema als bril gebruik en kijk naar DNZ van Lukkassen, valt mij op dat Lukkassen wel de antithese scherp neerzet. Hij lijkt de kloof te leggen tussen twee existentieel-metafysische wereldbeschouwingen, die voorkomt dat cultuurmarxisten rationeel te overtuigen zijn (blz. 123-124)  Maar wat in vergelijking met het kuyperiaanse schema ontbreekt, is de filosofische of theologische rechtvaardiging voor de antithese. En ik vraag mij af een rechtvaardiging mogelijk is. Want naar mijn indruk is het niet dat de wereldbeschouwing van Lukkassen, een waarin rationaliteit de basis vormt, veel verschilt van de wereldbeschouwing van (cultuur)marxisten. Ook deze vertrekt vanuit rationaliteit naar de werkelijkheid en is ook een product van de Verlichting. Beide nemen hun uitgangspunt in wat dr. W. Aalders noemde de scheppende rede.

Sociaal-constructivisme

Zo beschouwd neemt Lukkassen slechts een rationele positie in tegenover een even rationele positie. DNZ staat dan voor het nationale of het Europese tegenover het globalistische. Ook staat het voor meer risico nemen, zeker in de drang naar heroïsche daden, tegenover minder risico nemen, met name ten opzichte van gevoelens van groepen mensen, het sobere tegenover het hedonistische. Zonder de rechtvaardiging van de antithese kan Lukkassen alleen maar de onwenselijkheid benadrukken, maar niet de onjuistheid aantonen van zijn tegenstanders. Daardoor zie ik in zijn wereldbeeld een ietwat willekeurige en vooral pragmatische trek. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Lukkassen spreekt over macht en niet over de wet, in tegenstelling tot een van zijn voetnoten (blz. 23). Macht is niet gegrond en gerechtvaardigd door een goddelijke of kosmische wet.  Deze weg heeft Lukkassen voor zichzelf afgesneden met het beroep op Verlichting. Het is dan ook de vraag wat zijn opvatting is van de menselijke natuur, wie dit niet ziet als een essentie, loopt het grote risico om uiteindelijk te belanden in scepticisme en denken in sociaal-constructivisme.

Mobilisatie

En dit is de tragiek van de verzuiling, het is een kenmerk van wat Charles Taylor in zijn boek A Secular Age noemt The Age of Mobilisation. Een periode die vooral lag in de 19de eeuw die liep tot de jaren ’60 van de 20ste eeuw en toen werd opgevolgd door de Age of Authenticity. In de Age of Mobilization  is het kenmerkend dat politieke, sociale en kerkelijke instituten in existentie moeten worden gemobiliseerd door mensen met een gemeenschappelijk doel. Hier tegenover staat dat in eerdere tijden, het ancien régime, achter al deze politieke, sociale en kerkelijke instituten een ordening van de wereld, beter gezegd, van de kosmos stond. Deze orde ging aan alle instituten vooraf en verleende de autoriteit aan deze. Dit verklaart waarom Lukkassen macht reduceert tot menselijke disposities, die hij Informele Macht noemt (blz. 112-117).

Agnostisch

Niet dat DNZ daarmee een waardeloos idee is en direct kan worden door geschoven naar de prullenbak. Ik hoop alleen dat Lukkassen ziet dat agnostisch blijven over het volgende leven (uitgangspunt van DNZ 11, blz. 67) ook rust op onbewust aangenomen theologische uitgangspunten. Iedere levensbeschouwing die zijn uitgangspunt neemt in de autonome scheppende rede veronderstelt een perspectief buiten alles wat bestaat en buiten een absolute in zichzelf bestaande God die hieraan voorafgaat en die het Christendom altijd heeft beleden. Wie deze positie niet kan innemen, maar toch atheïst of agnost wil blijven, veronderstelt hiermee een andere of een valse god dan het Christendom belijdt en is genoodzaakt de rede te hanteren als een selffulfilling prophecy of te vervangen door willekeur en contingentie.

Co-belligerence

En hier zie ik de antithese tussen mijzelf als belijder van het klassieke Christendom en Lukkassen als een modern Verlichtingsdenker. Dat sluit discussie en sympathie voor zijn denkwerk niet uit, maar ik zal mij hierom niet in zijn zuil kunnen laten opnemen. De belangrijkste les van hem neem ik in ieder geval wel ter harte, ik zal mij niet onder druk van Lukkassen distantiëren om te laten zien dat ik heus wel deug. Want de antithese sluit niet uit dat we elkaar aan dezelfde kant van het politieke spectrum kunnen tegenkomen en met elkaar moeten samenwerken. Maar ik zal wel altijd een voor de overige stillen in den lande bekend wijsje fluiten of neuriën: Quare fremuerunt gentes.

N.a.v. Sid Lukkassen, Kerkgangers en Zuilenbouwers (eigen beheer, 2018), paperback, 273 pagina’s.

Posted on

Tweede congres GIVN: ‘Een eerlijke kijk op geopolitiek’

Na een goed bezocht en inhoudelijk geslaagd eerste congres in mei van dit jaar, organiseert het Geopolitiek Instituut Vlaanderen Nederland (GIVN) op 17 november aanstaande zijn tweede congres onder het thema ‘Een eerlijke kijk op geopolitiek’. Sprekers zijn Willy Van Damme, Robert Steuckers en Jonathan van Tongeren.

Willy Van DammeDe Vlaamse journalist Willy Van Damme staat onder andere bekend om zijn analyses van de oorlog in Syrië. Op het congres van het GIVN zal hij dan ook spreken over de laatste fase van die oorlog.

 

Robert SteuckersDe Belgische nieuwrechtse geopoliticoloog en essayist Robert Steuckers schreef recent een trilogie over de geopolitiek van Europa en zal op het congres in Leuven ook over dat onderwerp spreken.

 

De Nederlandse geopoliticoloog en slavist Jonathan van Tongeren zal ten slotte aan de hand van de oude en nieuwe zijderoutes spreken over geopolitiek als drijvende factor in de wereldgeschiedenis, waarbij tevens veel voorkomende misvattingen over geopolitiek behandeld zullen worden.

 

Op het eerste congres van het GIVN, in mei van dit jaar, spraken onder andere de Duitse journalist Manuel Ochsenreiter, de Vlaamse pater Daniël Maes en de Nederlandse filosoof en uitgever Tom Zwitser. Van de lezingen van Maes en Zwitser zijn opnames gemaakt, die hier en hier terug te zien zijn.

Praktische informatie over het tweede congres van het GIVN op 17 november aanstaande is hier te vinden: https://www.facebook.com/events/492674321250533/

Posted on

Over nut en noodzaak van de Renaissancevloot – Zin en onzin van ‘imagined traditions’

Gister werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik had afgesproken met een vriend van mijn eerdere lerarenopleiding – inmiddels zo’n veertien jaar geleden. Die persoon was altijd best nationalistisch en behoudend. Nu zag ik mezelf nooit als nationalist en meer als humanist. Dat gaf aanleiding tot boeiende discussies over maatschappij en politiek. Plots kwam het gesprek nu op Thierry Baudet. Wat er vervolgens tussen ons werd gezegd heeft meer met me gedaan dan me slechts ‘aan het denken gezet’. Het heeft me op een existentiële wijze geraakt.

Wat we gezamenlijk hadden was dat we beiden het belang zagen van levenskrachtige tradities en een sterke cultuur, om een land bijeen te houden. Het was zoals Gerard Pieters, docent Middeleeuwen, destijds zei: “Als een natiestaat geen boeiende verhalen kan vertellen over haar geschiedenis, dan verliest de democratie iedere samenhang.”

Europese cultuurfamilie

Destijds al had ik het idee, dat de levensbeleving in de Randstad behoorlijk verschilde van de landelijke provincieën, en dat dit ‘natiegevoel’ te zwak was om ook maar enige aantrekkingskracht te hebben op minderheden. Ik zag Nederland als deel van de Europese cultuurfamilie, die tegen de contouren van het globalisme wél duidelijk te onderscheiden is. Nu ik meer tijd in Brussel doorbreng, begin ik het typische volkskarakter van de Nederlander beter te zien, de recht-door-zee-heid die velen van ons kenmerkt. Als er een probleem is dan hoeft men met de Nederlander  – anders dan met de Belg – geen serie aftastende gesprekken te voeren om te ontdekken wat het probleem zou kunnen zijn. En wat landen als Duitsland en Zweden zichzelf aandoen, daar kan een weldenkend mens slechts op neerkijken.

Maar ik zag dus altijd al dat het ‘natiegevoel’ weinig vlees op de botten heeft, en is opgelost in een levenshouding van consumeren. Als Michiel de Ruyter ooit zou terugkeren, dan zou het hooguit een cameo-appearance zijn op de omslag van meergranenbiscuits, als een soort kapitein koek. Wél zouden door de globalisering en de geopolitieke botsing van culturen, de Europese volkeren zich bewust worden van een verwante cultuurgeschiedenis en gedeelde identiteit.

Maar die studiegenoot kon juist prachtige verhalen vertellen over figuren als De Ruyter, Willem van Oranje en Willem Barentsz. Hij was fan van die vaderlandse helden, kende de details van hun ontdekkingsreizen en geloofde oprecht in de bezielende, natievormende kracht die daar van uitging. Hij hield bij het vak ‘drama’ gloedvolle pleidooien voor de Sinterklaastraditie omdat dat tenminste een authentiek Europees feest was met wortels in de Germaanse mythologie. En geen “kloonproductie zoals de Kerstman, die is uitgevonden door Amerikaanse bedrijven”.

Zwarte Piet wijst op wezenlijk vraagstuk

Gisteren zei hij dan plots: “Sid je moet weten dat ik nu anders over dingen denk. Zo vind ik bijvoorbeeld dat Zwarte Piet best groen mag worden geschminkt. Als we hierdoor minder mensen voor het hoofd stoten. Want die Zwarte Piet is toch een knecht. Ik was altijd voor het behoud van tradities omdat dit wortels geeft. Maar nu zie ik dat je niet trots kunt zijn op dingen die je niet zelf hebt gemaakt. Ik hoor tokkies zeggen: ‘het mag niet veranderen, want het is traditie’. Dat is een onzinargument. Dat is net zoiets als de islam die weigert om haar heilige teksten aan te passen.”

Ik antwoordde dat ik nooit Sinterklaas vier, maar dat het veranderen van Zwarte Piet om twee redenen geen goed plan is. Ten eerste omdat het nooit een issue was – dit is het discours van Amerikaanse universiteiten, een discours met wortels in Martin Luther King, de Jim Crow laws en de KKK. Europa heeft een totaal andere koloniale geschiedenis en tot voor kort wisten alle zwarte mensen dit: hierom was Zwarte Piet nooit een issue, totdat dit discours hier kwam. Ten tweede moet je als heersende cultuur kracht uitstralen en eisen van anderen dat zij zich aanpassen, niet andersom.

Omdat het op deze wijze een vervelende avond zou worden, verlegde ik de aandacht naar de islam. Ik wees erop dat dit geen goede vergelijking was. Tradities zijn door mensen gemaakt en hebben historische wortels: de Koran zou daarentegen een ongeschapen boek zijn dat buiten de wereldlijke tijd bestaat. Het Zwarte Piet-discours chanteert met een positie van achtergesteldheid en slachtofferschap, maar de islam stelt vanuit zelfvertrouwen een eigen dominante claim centraal. Namelijk dat democratieën worden gemaakt door mensen en daarmee ook feilbaar zijn zoals mensen; het onfeilbare woord van God zou dus de grondslag zijn van een superieure politieke orde.

Baudet en de Renaissancevloot

Vervolgens kwam het gesprek op Thierry Baudet. “Ik zou nooit op hem kunnen stemmen. Hij spreekt wel erudiet maar ik krijg er een rare gewaarwording bij. Ik ben wel voor een seculiere staat natuurlijk, daarin geef ik hem gelijk. Maar dan met die stomme VOC-bootjes op de achtergrond… Dat gepraat over een Renaissance, ik voel me er onpasselijk bij. En dan ben ik nog iemand die erg in geschiedenis is geïnteresseerd.”

Ik knipperde met mijn ogen toen ik dit hoorde. Van iemand die ik kende als behoorlijk nationalistisch. “Je bedoelt dat met die schepen een bepaald beeld van de Nederlandse historie wordt opgeroepen? Het beeld zou zinspelen op een oer-Nederland. Daarbij vraag je je af, wat dat Nederland dan is.”

“Daar sla je precies de spijker op zijn kop. En ik maak me zorgen over de islam en ben natuurlijk vóór een seculiere rechtsstaat. Maar om die zorgen te onderbouwen, heb ik geen behoefte aan een verhaal over de Nederlandse identiteit.”

Imagined traditions

“Maar is dat niet de meerwaarde van een Thierry Baudet? Net noemde je Wilders een ‘schreeuwer’ die ‘alleen maar in herhaling valt’. Baudet probeert mensen te verleiden en hun harten te winnen met een positief eigen verhaal. Toevallig ken ik de man die die poster met de Renaissance-schepen heeft gemaakt. En ik weet ook wat het idee erachter is. Onze geschiedenis is niet perfect – dat weten wij geschiedenisdocenten als geen ander. Maar we hebben toch nationale of op zijn minst cultuurhistorische symbolen nodig om maatschappelijke samenhang te organiseren? Om daarop een bezielend verhaal te baseren over de leidende cultuur.”

“Maar zelfs als het gebaseerd is op verbeelding? Dan kom je uit bij de imagined traditions. Want zelfs in de Gouden Eeuw was er natuurlijk ruzie tussen de orangisten en de patriotten. Er waren conflicten tussen de zee- en de landgewesten, tussen de remonstranten en de contraremonstranten, tussen de stadhouder en de raadspensionaris, enz.”

“Wij kunnen samen een bezield en bevlogen gesprek voeren over deze nuances omdat wij deze kennis hebben over de geschiedenis van dit land. Het alternatief is een generatie die hier helemaal niets van weet, maar wél een rugzakje naar school draagt met daarop de kreet: ‘Fuck Nederland, Turkije nummer één’.”

De strijd om de Leitkultur

Men kan zeggen, ‘ik hoef alleen een liberale rechtsstaat – ik wil hier niet een overheersende cultuur hebben met duidelijke symbolen als standbeelden van De Ruyter om die cultuur uit te dragen’. Maar wat is dat standpunt waard als er een versnippering van cultuurenclaves voor terugkomt: Turkse en Marokkaanse of wie weet Somalische, die de publieke ruimte opeisen? Wat nu als dit wél duidelijke identiteiten zijn, met bijbehorende etniciteiten en religies en uiteindelijk ook eigen visies op het recht? En waar ‘wij’ dan eigenlijk geen antwoord op hebben? Om precies dat scenario te voorkomen, mag de Nederlandse cultuurhistorie met wat meer eigenwaarde worden uitgedragen.

En ten tweede, je kunt zeggen: ‘Ik wil alleen die seculiere rechtstaat, waar mensen gelijk voor de wet zijn, maar daar hoef ik niets omheen te hebben.’ Dan heb je inderdaad dat kader van die liberale rechtstaat, maar dat is een kale kapstok. Je hebt je kantoorbestaan, je werkt en betaalt belasting, maar verder heb je niets om jouw samenhang met die rechtsorde mee in te kleden. Stel nu dat jij een ‘kansenjongere’ bent, met weinig mobiliteit in het leven. Dan ben je vooral aangewezen op religie: die geeft houvast en identiteit. Waarom zou zo iemand dat laatste stukje trots en eigenwaarde loslaten voor de ‘kale kapstok’ van zo’n seculiere rechtstaat?

Hierdoor moest hij terugdenken aan een Syrische leerling die hij jaren geleden in de klas had. De leerling bleef met alle ernst volhouden dat Wilders van de ChristenUnie was, ondanks de tastbare tegenbewijzen. De verklaring hiervoor, zo zei mijn gesprekspartner, is als volgt. Hoe zouden zij als moslims omgaan met christenen in hun land? In die landen behoor je eerst en boven alles tot een religie – pas dan spelen zaken als nationaliteit of burgerschap een rol. Zelf zouden die moslims absoluut de meerderheid willen blijven boven de christenen. En dus projecteert die leerling ditzelfde denken op Wilders: die zou hoe dan ook zijn christelijke land christelijk willen houden, en is daarom kritisch op moslims. Moet je nagaan als zij ooit een meerderheid zouden worden…

Hoofdconclusie

Zo kwamen we terug op de kern van de discussie: zulke mensen kunnen alleen maar een verhouding aangaan op basis van kracht. Enkel vanuit het idee: ‘Ik ben de sterkere – mijn cultuur is hier leidend. Ik ben hier trots op en jij hebt je aan te passen. Jij moet eerst maar eens bewijzen of je het wel waardig bent om hier te zijn, dus heb jij je te voegen naar mijn cultuur.’

Als dit soort eisen dus niet worden uitgesproken, dan ben je in hun ogen zwak en ridicuul en niet serieus te nemen. Daarom kun je dus niet aankomen met een seculiere rechtsstaat zonder dit in te passen in een leidende cultuur met een bijbehorende identiteit. Inmiddels is dit besef van identiteit zo sterk verwaterd in Nederland – of zo u wilt geliberaliseerd – dat het vanuit de verbeelding moet worden verwekt.

Tot slot

Nu moet u weten dat deze persoon op de universiteit studeerde tussen echt radicale linksgekkies: mensen voor wie Baader Meinhof nog te rechts was. Door met hen om te gaan groeide zijn weerstand tegen die denkbeelden en werd hij voor zijn gevoel conservatiever. Maar juist door die omgeving van studie en discussie achter zich te laten en een kantoorbaan aan te nemen, werden al zijn gevoelens bij natie en traditie uitgewist: het enige wat voor hem nu nog telt zijn de seculiere rechtsstaat en de vrijheid om hedonistisch te leven. Zo blijkt weer duidelijk dat niet de ‘linksgekkies’ de ware vijand zijn, maar het gebrek aan maatschappelijk houvast. Hoog tijd voor een Nieuwe Zuil!

En kom langs op de 22ste!

Posted on

De welkomscultuur als white man’s burden

Op zaterdag 2 juni vond ‘Europe on Trial’ plaats (mijn deel begint op 2:55:00): een bijeenkomst over Europa en migratie. Het werd georganiseerd in De Balie te Amsterdam – ondergetekende was uitgenodigd om kritische vragen te stellen.

Helaas hadden de meeste sprekers nauwelijks iets nieuws te melden: velen kwamen weinig verder dan de moralistische statements die we wel kennen van de NPO. Omdat er zoveel sprekers op het menu stonden, werden argumenten die al eerder waren neergezet ook continu herhaald. Zo werd ik gedwongen om hier drie uur zonder pauze naar te luisteren (ik hoop vurig dat u mijn inspanningen voor het rationele geluid zult belonen via crowdfunding).

Tegenstrijdigheden

Een perfecte illustratie van de bevooroordeelde linkse tunnelvisie was Ogutu Muraya, een zwarte spreker die een groepsgevoel opwekte. Om dat groepsgevoel te vestigen riep hij het publiek op om met hem mee te juichen bij elke beschuldiging die hij over Europa uitsprak. Dat er daarbij tegenstrijdige argumenten en onwaarheden werden gebruikt, leek niet uit te maken.

Zo zei hij dat het Europese migratiebeleid is gebaseerd op de nazistische rassenleer van de blanke suprematie. Om in één adem door de braindrain in Afrika aan te halen, waarbij Europa de meest succesvolle en slimste mensen van Afrika zou stelen. Ook zou Europa de hoofdschuldige van milieuvervuiling zijn, terwijl dat in China en India toch gradaties erger is.

Blank schuldgevoel

Terwijl ik hem hoorde spreken realiseerde ik me dat het zijn enige wapen is om in te teren op het schuldgevoel van de blanke Europeaan. Maar zodra ik toegeef dat ik me niet schuldig voel, heeft hij geen enkel middel om op mij in te werken en vervalt zijn hele betoog als irrelevant. Zijn werkwijze is namelijk het opwekken van groepsemoties, zonder enig argument waar ík wat aan heb of waar ik in rationeel opzicht wat mee kan. Dit is vergelijkbaar met het debat over diversiteit, identiteit en verplichte quota’s om een veranderende bevolkingssamenstelling te weerspiegelen. Als dat dan het uitgangspunt moet zijn – en niet meritocratie – dan geef mij maar zoveel mogelijk blanke heteroseksuele mannen op topposities. Want dat weerspiegelt mij het meest.

Als zwarte activisten zich dan mogen beroepen op het gegeven dat alles een machtsstrijd is tussen concurrerende identiteiten, dan zal een ander zich ook op zijn of haar identiteit beroepen. Immers, Europa kon het zich enkel veroorloven om zich door schuldgevoel te laten chanteren, toen het nog de leidende geopolitieke kracht was. Zodoende zien we dankzij Muraya hoe makkelijk de linkse logica tegen zichzelf kan worden gekeerd; want als ik mijzelf niet schuldig voel dan bevat zijn vertoog geen enkel handvat om mij te beïnvloeden. Daarom zal links een nieuw kunstje moeten leren nu het blanke schuldgevoel als gevolg van de massa-immigratie begint te verdwijnen. Het zal nog moeilijk blijken omdat zij zijn geconditioneerd om te werken via subsidies: dat zijn de aflaten van dit schuldgevoel.

Links activisme

Thomas Spijkerboer sprak in positieve zin waarderend en sympathiserend over “links activisme”, terwijl hij daar stond te oreren als professor. Het punt wat hij maakte was echter niet vernieuwend: een mensenrecht wordt opgeëist tegenover een staat, maar het gerechtshof dat het mensenrecht moet verdedigen is zelf een staatsorgaan.

Robert Bor (bekend als medeorganisator van De Nederlandse Leeuw) vatte het niveau samen toen hij zei: “Er komen geen intellectueel verfrissende ideeën los. Links is dood.” Inderdaad kwam men niet verder dan het benadrukken van schuldgevoel en boetedoening, om het morele falen van Europa er nog eens in te wrijven. Het bevestigt één van de twee hoofdstellingen van mijn boek Avondland en Identiteit: wat zich ‘links’ noemt is feitelijk de masochistische kant van de christelijke religie in een ontkerkelijkt jasje.

Narcisme versus tastbare verandering

Niettemin waren er een paar die er positief uitsprongen. De theatermaakster Rebekka de Wit kwam met een punt dat intrigerend is, mits we het losweken uit de inbedding van het migratieactivisme. Mensen zijn teleurgesteld omdat ze zich voelen als een druppel in een oceaan: dat is omdat ze zich laten domineren door hun ego – ze willen zien dat zijzelf in het centrum van de wereld staan. Wie daadwerkelijk wat wil veranderen moet echter héél lang doorploeteren en ziet pas later het effect van de eigen daden. Dikwijls is het dan zelfs te laat om er persoonlijk nog profijt van te hebben. In die zin is het veranderen van de wereld net zoals liefde: wie de liefde van de ander bewezen wil zien, maakt die liefde stuk.

Cliteur & Baudet

Wat ze zei raakte mij persoonlijk, omdat ik de vorige avond aanwezig was bij een presentatie door Paul Cliteur en Thierry Baudet over het boek Cultuurmarxisme. Nu heb ik dit natuurlijk zelf tot onderwerp van het publieke debat gemaakt in Avondland en Identiteit: het is boeiend om te zien dat anderen daarop voortborduren. Wierd Duk schreef er bijvoorbeeld over in de Telegraaf.

Als ik vanuit een honger naar erkenning nu boos zou worden omdat zij mijn ideeën gebruiken, dan zou men het begrip cultuurmarxisme loslaten: zodoende zou ik uiteindelijk minder impact hebben, los van het feit dat ik zelf niet van die impact profiteer. Baudet heeft zijn Kamerzetel, Cliteur is directeur van het Renaissance Instituut en Aspekt krijgt de opbrengst van de boekverkoop.

De moraal van het verhaal is precies wat De Wit zegt: soms moet je kiezen tussen óf invloed hebben óf profiteren, en is beiden tegelijk onmogelijk. Dan is het bepalend hoezeer je jezelf laat leiden door ego. Toch is het mooi om van een afstand te zien wat er allemaal in werking is gezet, zoals dit ook zo is met het debat over linkse universiteiten.

Met zoveel herhaling in de verhalen van de migratieactivisten zult u het mij vergeven dat mijn gedachten afdwaalden naar de bovenstaande overpeinzing. Er kwamen ook vluchtelingen aan het woord: helaas hielden sommigen van hen een langdradig en incoherent verhaal (terwijl de tijd voor zoveel sprekers al veel te krap was).

Paul Scheffer & Herman Vuijsje

Paul Scheffer en vooral Herman Vuijsje sprongen er positief uit. Scheffer stelde dat migratie ook een gevolg is van stammenoorlogen: het zou een vorm van “white man’s burden” zijn om te menen dat Europa de verantwoordelijkheid moet nemen voor de onderlinge conflicten van niet-Westerse volken. Ook kan men de Europese wapenhandel niet eenzijdig de schuld geven van migratie als we zien dat Rusland, Iran, Turkije, Amerika en Israël allen bombarderen in Syrië.

Vuijsje voegde toe dat China deals sluit met de corrupte regimes van voormalige Europese koloniën. Deze roofzuchtige deals zouden érg slecht zijn voor de toekomst van die landen: desondanks blijft de bevolking die regimes herkiezen. Wegens deze punten werden beide sprekers echter uitgejouwd door het publiek. Het bewees opnieuw dat de motor van het migratieactivisme draait op morele verontwaardiging en niet op rationele analyses.

Minstens één miljoen migranten naar Europa

Márton Gulyás kwam afsluitend aan het woord: hij is een activist die demonstreert voor meer Soros-universiteiten en meer migranten in Hongarije. Hij wil er minstens een miljoen per jaar. Hier bracht ik tegenin dat hij zijn verhaal baseert op een zwart-wit tegenstelling tussen ‘inclusiviteit’ en ‘xenofobie’, alsof dit de enige smaken zijn.

Ook leidt het spreken in termen van “jaarlijks minstens een miljoen migranten opnemen in Europa”, tot een beleid dat niet vertrekt vanuit een realistische afweging die ook de onvrede van de inheemse inwoners meeneemt. Een miljoen migranten brengt al merkbare cultuurveranderingen teweeg en is nog niet eens één procent van de totale armen in de wereld. Het voert tot een ongestructureerd beleid gebaseerd op willekeur. Wat tot de overweging leidt of het niet veel humaner is om de groei van de wereldbevolking te beperken, dan om grenzeloos mensen in Europa te absorberen.

Als we doen wat Gulyás wil, dan raakt het systeem overbelast door de enorme toestroom en dan zullen willekeurige emoties en het blinde lot bepalen wie wel en niet wordt toegelaten: dat is voor helemaal niemand eerlijk.

Nationaalconservatisme is in opkomst

Daarom stelde ik hem de vraag: “Wat is jouw verhaal naar seculiere minderheden die vluchten uit niet-Westerse landen? Zij willen hier een vrij leven beginnen, maar worden nu geconfronteerd met groeiende enclaves en subculturen waar dezelfde repressieve gebruiken heersen die ze om te beginnen probeerden te ontvluchten. In West-Europa stellen de seculiere en goed-geïntegreerde minderheden zich langzaam maar zeker achter de nationaalconservatieven. Je kunt hen toch moeilijk van xenofobie beschuldigen, of wel soms?”

Omdat de discussie al zover over tijd was heb ik mijn deel van het debat zeer bondig en to the point gevoerd, zoals ik dit heb geleerd tijdens lange vergaderingen in de gemeenteraad. Gulyás praatte over mijn observaties heen door te zeggen: 1. er zijn inderdaad teveel armen in de wereld – hierom is er meer globale nivellering nodig, en 2. er zijn ook Chinese enclaves in Hongarije en dit heeft nooit problemen opgeleverd. Dat raakte verreweg niet aan het punt, maar wat anders valt er te verwachten van iemand die steun van Soros ontvangt? Uiteindelijk vond de aanwezige massa dat Europa tóch schuldig was: dit was tegelijk het einde van de bijeenkomst.

Posted on

Hoe zou een soeverein buitenlandbeleid eruitzien? (video)

In kwesties van buitenlands beleid is Europa niet leidend maar volgend. De diverse Europese landen kijken in de eerste plaats naar Amerika. De meeste Europese landen zijn dan ook aan Amerika gebonden via de NAVO of daaraan gerelateerde partnerschapsprogramma’s. Alleen al daarom kan er geen sprake zijn van een soeverein Europees buitenlandbeleid gemeenschappelijk of individueel. Als Europa een keer afwijkt van de Amerikaanse lijn, bekritiseert ze die echter slechts voorzichtig en gaat ze uiteindelijk vaak alsnog door de pomp. Hoe dan ook is het doorgaans Europa dat het meest geconfronteerd wordt met de gevolgen van het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten en Afrika. Zo wordt duidelijk dat de belangen van Amerika en Europa lang niet altijd samenvallen.

De vraag dringt zich dan ook op hoe een soeverein buitenlandbeleid eruit zou kunnen zien. Manuel Ochsenreiter, hoofdredacteur van het Duitse geopolitieke magazine Zuerst, formuleerde in zijn toespraak tot het Institut für Staatspolitik  getiteld ‘Rußland, USA, Europa. Von Souveränität und Hegemonie’ een antwoord op deze pertinente vraag. Bekijk de video hieronder:

Lees ook: