Posted on

China en de obsessie van Jonathan Holslag

De column ‘Zwichten voor China’ (Knack 11 juli 2018) is een klassiek werk van Jonathan Holslag voor wie China een obsessie is, een synoniem voor al het kwaad dat er op deze aarde te beleven is. Ik vermoed dat de man er nachtmerries over heeft met de Chinese president Xi Jinping in een hoofdrol.

Het resultaat is natuurlijk een enorm pak onzin en kant noch wal rakende prietpraat. Zo stelt hij: “Die (Chinese, red.) banken, overigens, weigeren ook maar enigszins om met Europa in gesprek te gaan over de manier waarop ze in het buitenland hun krediet verstrekken. De OESO probeert reeds tien jaar om ze een aantal spelregels te laten aanvaarden, maar tevergeefs.”

Te zot voor woorden. Alsof een bepaalde natie aan een ander land dient te zeggen hoe diens banken moeten werken. Moet de Europese Investeringsbank (EIB) eerst in Peking gaan praten hoe ze kredieten aan andere landen moet geven? Compleet krankzinnig. Hetzelfde voor de OESO (OECD) waar China geen lid van is.

AIIB

Zijn artikel ging in de eerste plaats over het Belgische lidmaatschap van de Aziatische Infrastructuur en Investeringsbank (AIIB). Hij ontdekte dit nu terwijl die beslissing tot lidmaatschap door de federale minister van Financiën en de regering Charles Michel al zeker twee jaar geleden werd genomen.

Hij schrijft daarbij dat dit onder ‘Chinese druk’ gebeurde. België werd lid nadat praktisch alle landen van de EU, groot en klein, er al lid van waren. Het eerste land in de EU om lid te worden was trouwens het Verenigd Koninkrijk. Wij waren de voorlaatste.

 

Zoals The Financial Times over de AIIB toen regelmatig schreef was er grote Amerikaanse druk op landen om GEEN lid van die AIIB te worden. Uiteindelijk was Japan het enige land in Azië om geen lid te worden. Als er in dit verhaal dus druk was, dan werd deze volgens The Financial Times niet door China maar door de VS uitgeoefend.

De reden voor de oprichting van deze AIIB heeft vooral te maken met de veranderde economische verhoudingen in Azië. China is nu de grootste economie ter wereld met India op de derde plaats. De Aziatische Ontwikkelingsbank die normaal instaat voor het financieren en regelen van grote investeringsprojecten in die regio is hieraan niet aangepast.

Zo heeft de VS er de facto een veto en mag Japan er tweede viool spelen. Voor de anderen zijn er kruimels. Pogingen om dit te wijzigen botsten steeds op het veto van die twee.

Vandaar dat alle landen in Azië ondanks de blijkbare Amerikaanse banbliksems lid werden. En wie lid is kan zijn bedrijven zo mee laten genieten van de grote investeringsprojecten die via de AIIB gaan lopen. Dat is de heel simpele erg mercantiele reden waarom ons land lid is: Ons bedrijfsleven steunen.

Maar ja, wat kan men verwachten van een man die ooit in 2015 toen koning Philip naar ginds trok schreef dat het zinloos is om een handelsmissie naar China te sturen want de Chinezen kopen hier toch nooit iets. Een historisch te noemen bewering. Van zo iemand kun je toch geen serieuze analyses verwachten.

Spionnen aan de VUB

Het wekt dan ook geen verbazing dat hij zo te zien via uw medewerker Jan Lippens (Hoe groot is het gele gevaar binnen de VUB, Knack 11 juli ) laat insinueren dat zijn collega emeritus professor Jan Cornelis wel eens een Chinese spion zou kunnen zijn. Mooie reclame voor de VUB.

En waarom men bezwaren zou moeten maken tegen de aanwezigheid hier van het Chinese Confuciusinstituut terwijl o.m. Spanje, Duitsland, de VS en het Verenigd Koninkrijk vergelijkbare instellingen hebben is mij een raadsel. In tegenstelling tot de VS voert China trouwens ook geen oorlog tegen de EU en luistert het niet op massale schaal samen met de Britten alle telecommunicatie in ons land af.

China is volgens het IMF ’s werelds grootste economische mogendheid en het is dan ook in ‘s lands belang er goede relaties mee te onderhouden zoals trouwens ook met andere belangrijke economieën als bijvoorbeeld Brazilië, Canada en India.

Tussen haakjes er zijn in België ongetwijfeld meerdere Chinese spionnen actief zoals er ook Amerikaanse, Britse, Turkse en Russische spionnen zijn. Niets bijzonders dus. Duik in jullie archief en je zult mijn wedervaren hierover kunnen lezen. Die stelling van Knack over spionnen is dan ook een wel heel nieuwe en erg ‘schokkende’ onthulling. Om ‘bang’ van te worden. Op de tientallen buitenlandse ambassades in Brussel krioelt het ervan.


Lezersbrief aan Knack over het werk van Jonathan Holslag en het ‘Gele gevaar’. Men heeft het daarbij ook over de moeilijke toestand in de Chinese provincie Sinkiang waar veel Oeigoeren wonen die ook in veel gevallen moslims zijn.

http://www.novini.nl/nepnieuws-oeigoeren-china-als-geopolitiek-instrument/

Wat de auteur in zijn verhaal vergeet te vertellen is het zeer grote probleem daar met door buitenlandse mogendheden (Turkije, Saoedi Arabië, de EU en de VS) gesteunde salafistische terreurgroepen die er tot zelfs in Peking aanslagen plegen en ook massaal in Syrië aanwezig zijn. Of journalist Jan Lippens kent het probleem niet of, erger, hij verzwijgt het.

http://www.novini.nl/china-kampt-toenemend-oeigoers-terrorisme/

Posted on

China gaat in Djibouti eerste buitenlandse militaire basis inrichten

Afgelopen voorjaar verklaarde China reeds dat het, in samenhang met haar toevoer van energie en delfstoffen en het openhouden van bepaalde zeewegen, ook zwaarwegende overzeese belangen heeft. In het nieuwe defensie-witboek gaf de Volksrepubliek aan deze belangen zo nodig ook met militair geweld te willen verdedigen. In dit kader moet het recente nieuws gezien worden, dat China een militaire basis in de Hoorn van Afrika inricht.

DjiboutiNadat hoge Chinese militairen een oorlogsschip dat in Djibouti bijgetankt werd bezocht hadden, maakte Peking op 26 november bekend dat men onderhandelingen voerde met de regering van Djibouti over de inrichting van een militaire basis in dat land. Het Chinese ministerie van Defensie ontweek in eerste instantie de vraag of de basis vergelijkbaar zou worden met de bases van westerse landen in het buitenland, maar enkele maanden later bevestigt men nu toch de uitspraken van de Djiboutische president Omar Guelleh tegenover persbureau AFP over dit grote project in Obock, een havenstad in het noorden van de verarmde Oost-Afrikaanse republiek, die het kleine land met een bevolking van zo’n 830.000 mensen een aanzienlijk inkomen zal brengen.

Eind januari nu maakte Hong Lei, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, bekend dat men een overeenkomst bereikt had. Beide landen ondertekende hieraan voorafgaand diverse economische akkoorden, die voor Djibouti het in het leven roepen van een vrijhandelszone, versterking van zijn rol als omslagcentrum voor de handel tussen China en de rest van de wereld en de schepping van een juridisch kader waarin Chinese banken in Djibouti actief kunnen worden inhouden. President Xi Jinping zet infrastructureel in op de totstandbrenging van de zogenaamde Nieuwe Zijderoute, de Hoorn van Afrika kan daar een van de stations in zijn.

China heeft voor zijn eerste buitenlandse militaire steunpunt een strategisch uiterst belangrijke locatie aan de Straat van Bab al-Mandeb, aan de toegang van de Rode Zee en het Suezkanaal, uitgekozen. Met deze stap laat de Volksrepubliek niet alleen op papier maar daadwerkelijk de oude strategie achter zich, die louter bestond in de verdediging van de landsgrenzen.

In de afgelopen tien jaar hebben zich volgens officiële cijfers een miljoen Chinezen in Afrika gevestigd. Gezien de politieke instabiliteit van veel Afrikaanse landen, kan de basis in Djibouti niet alleen de economische belangen van China dienen, maar ook een steunpunt zijn voor eventuele repatriëring van Chinezen in noodgevallen. Afgelopen maart evacueerde de Chinese marine nog zo’n 600 Chinezen en enkele honderden andere buitenlanders uit Jemen, dat te lijden heeft onder een burgeroorlog waarin ook een regionale coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië zich gemengd heeft en een zeeblokkade die tot hongersnood heeft geleid.

‘Vrede en stabiliteit in de regio’

De Chinese overheid benadrukt evenwel dat de militaire basis niet bedoeld is als steunpunt voor grote militaire interventies, zoals de Amerikanen gewoon zijn. Het Chinese ministerie van Defensie spreekt dan ook liever van een logistiek centrum, dat bijvoorbeeld een belangrijke rol kan spelen in de anti-piraterijmissie in de Golf van Aden. Sinds december 2008 speelt de Chinese marine hierin een belangrijke rol, sinds begin 2010 in het kader van een VN-missie in samenwerking met andere landen. Deze inzet van de Chinese marine kan zeer vergemakkelijkt worden door het steunpunt in Djibouti, aldus het ministerie.

Verder zijn er nog Chinese blauwhelmen die in Zuid-Soedan en Mali de vrede handhaven en in andere Afrikaanse landen humanitaire missies vervullen.

[contextly_sidebar id=”Weg0azAHIgGxxqXvn7aaaygh5q2lqFPC”]Te denken valt ook aan het feit dat China eind vorig jaar geconfronteerd is met de dreiging van islamistische terreurgroepen. In drie dagen tijd werden in Syrië en Mali vier Chinese staatsburgers vermoord door dergelijke groepen. Zo betrekt de vestiging en economische activiteit van Chinezen over de hele wereld de Volksrepubliek ook bij de problemen van de rest van de wereld.

Ongetwijfeld speelt ook een zekere rivaliteit met de Verenigde Staten een rol, wier hegemonische optreden in de wereld de Chinezen een doorn in het oog is. Djibouti huisvest immers ook een Amerikaanse militaire basis, Camp Lemonnier bij de internationale luchthaven Ambouli, buiten de hoofdstad Djibouti. Toen Washington in 2014 het contract voor die basis voor tien jaar verlengde was er sprake van investeringen in de infrastructuur van meer dan 800 miljoen dollar.

Posted on

Roekeloze haviken

Eerder deze week gingen kandidaten voor de Republikeinse nominatie voor het presidentschap van de Verenigde Staten op CNN in debat over buitenlands beleid en veiligheid. Wat vooral duidelijk werd, is dat de grootste kanshebbers zonder uitzondering roekeloze haviken zijn.

Sinds de neoconservatieven greep kregen op de Republikeinse partij, wordt deze in toenemende mate gekenmerkt door een losgeslagen en ronduit gevaarlijke kijk op buitenlandse bedreigingen en wat de gepaste reactie daarop zou zijn. Het debat van dinsdag werd gedomineerd door ISIS en het Midden-Oosten in het algemeen. Over andere delen van de wereld werd nauwelijks gesproken.

Vergeleken met de roekeloze stellingnames van hardliners als Rubio, Kasich, Christie en Fiorina, kunnen de standpunten van Cruz en Trump soms nog gematigd klinken. Maar ook zij zien er als het er op aan komt geen been in om op grote schaal oorlogsmisdaden te plegen om maar flink over te komen. Toen men bijvoorbeeld bij Cruz doorvroeg over zijn retoriek over tapijtbombardementen op ISIS, deinsde hij niet terug, maar bleef hij bij zijn standpunt dat in feite in zou houden dat tienduizenden burgers in door ISIS bezette Syrische steden om zouden komen door Amerikaanse bombardementen.

Het Duitse Wezel werd in 1945 door tapijtbombardementen in een maanlandschap veranderd.
Het Duitse Wezel werd in 1945 door tapijtbombardementen in een maanlandschap veranderd.

De hardliners lieten zich daarentegen voorstaan op standpunten die tot een direct conflict met Rusland zouden kunnen leiden, neem bijvoorbeeld het idee van een ‘no-fly-zone’ boven Syrië, maar wilden niet toegeven dat er ook een risico zou kunnen zitten aan dergelijke voorstellen. Eerder in het debat maakte Christie er een punt van om te zeggen dat het conflict met ISIS zoveel is als een Derde Wereldoorlog. Een herhaling van eerdere uitspraken die inhoudelijk weinig toevoegde, vooral een poging om op te vallen door stevige retoriek. Dat het in dit verband misschien ook zaak zou kunnen zijn om te voorkomen dat er een direct conflict met Rusland ontstaat, kwam bij Christie kennelijk niet op.

Paul deed het in dit debat relatief goed. Hij nam Rubio op de korrel inzake immigratie, surveillance en buitenlands beleid. Paul greep het geblaat van Christie over een derde wereldoorlog aan om hem in z’n hemd te zetten:

“Nou, als je voor een derde wereldoorlog bent, dan heb je je kandidaat gevonden. Hier heb je ‘m dan. Lieve mensen, wat we zoeken in een leider is iemand met oordeelsvermogen, niet iemand die zo roekeloos is dat hij hier op het podium staat en zegt: ‘Ja, ik sta te springen om Russische vliegtuigen neer te halen.’ Rusland vliegt immers al in dat luchtruim.”

Paul wees er ook terecht op dat als er twee jaar geleden daadwerkelijk naar de zogenaamde ‘rode lijn’ gehandeld was, ISIS nu waarschijnlijk ook de rest van Syrië onder controle zou hebben. Het debat van dinsdag gaf Paul de kans om zich duidelijk te onderscheiden van de andere kandidaten op deze beleidsterreinen, maar hij was dan ook de enige die zich werkelijk onderscheidde.

Trump maakte nog wel even een sterke opmerking over de zinloosheid van recente Amerikaanse interventies. Waarbij hij benadrukte dat de VS er “niets” aan gehad heeft, om vervolgens wat tegenstrijdig door te gaan over olie. Toen hij gevraagd werd naar het moderniseren van het Amerikaanse kernwapenarsenaal had Trump duidelijk geen idee waar het precies om gaat. In antwoord op een vraag over Syrië, zei Trump dat “we niet iedereen tegelijk kunnen bestrijden”, dat is in ieder geval een wat meer realistische en verantwoorde kijk op de zaak dan die van de hardliners.

Kasich sloeg een flater toen hij de Saoedi’s op hun blauwe ogen geloofde inzake het doel van hun internationale ‘anti-terrorisme-coalitie’. Inmiddels ontkennen diverse landen die door de Saoedi’s als onderdeel van die coalitie genoemd worden hun betrokkenheid. Maar wat belangrijker is, het idee dat uitgerekend Saoedi-Arabië, dat al decennia jihadisten in diverse landen ondersteund, een internationale anti-terrorisme-coalitie zou gaan leiden, moet toch op zijn minst de wenkbrauwen doen fronsen. Hij maakte zich verder belachelijk door te stellen dat Amerika Rusland op de neus moet slaan. Een clowneske en gevaarlijke opmerking die nog maar eens laat zien hoe onrealistisch en ondoordacht de visie van veel Republikeinse politici op internationale spanningen en potentiële conflicten is.

Ook Fiorina maakte zich volstrekt belachelijk door te denken dat China de VS zal steunen inzake Noord-Korea, als de Amerikanen eerst maar op alle mogelijke manieren de Chinese belangen doorkruisen.

“Ik heb 25 jaar zaken gedaan in China, dus ik weet dat om China zo ver te krijgen dat het met ons meewerkt, we eerst terug moeten slaan tegen hun cyberaanvallen, zodat ze weten dat het ons ernstig is. We moeten weerstand bieden aan hun verlangen om de handelsroute door de Zuid-Chinese Zee, waardoor ieder jaar 5 triljoen dollar aan goederen en diensten stroomt, te beheersen.

We kunnen ze niet de betwiste eilanden laten beheersen en we moeten samenwerken met de Australiërs, de Zuid-Koreanen, de Japanners en de Filipijnen om China in bedwang te houden. En dan moeten we ze vragen om hun steun en hun hulp inzake Noord-Korea.”

Wat er aan logica en samenhang ontbreekt in hun argumenten, lijken de haviken aan te willen vullen met strijdbaarheid en confrontatiegerichtheid.

Rubio kreeg de meeste aanvallen te verduren in het debat. Hij hield zich staande, maar kwam niet erg uit de verf. Hij bepleitte nog maar eens een agressiever beleid inzake Syrië. Daar hoort volgens Rubio ook een grondoorlog bij, die dan vooral door de legers van soennitische Arabische staten uitgevochten zou moeten worden. Waarom die landen dat risico zouden nemen, werd niet duidelijk. Hij kwam ook weg met een praatje over de verspreiding van ISIS naar Libië en Jemen. Terwijl die verspreiding juist plaats heeft kunnen vinden door oorlogen die hij Rubio steunde en in het geval van Jemen nog steeds steunt.

Al met al was het debat weinig hoopgevend. Alarmistische taal en bangmakerij zetten de toon en dreigingen werden opgeblazen. Voorgestelde oplossingen kwamen vooral neer op totale en rücksichtslose confrontatie. Er waren een paar positieve uitzonderingen, maar over het algemeen maakte het debat maar weer eens duidelijk waarom het buitenlandbeleid niet aan Republikeinen toevertrouwd kan worden.

Posted on

China wil aardolie in eigen munt gaan betalen

Met de lancering van het project om te komen tot een Aziatische Infrastructuur-Investeringsbank (AIIB), die een concurrent moet worden van bestaande instellingen als het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB), heeft China de Verenigde Staten reeds uitgedaagd. Nu heeft de Volksrepubliek tevens te kennen gegeven de facturering van haar aardolieaankopen in Amerikaanse Dollars ter discussie te stellen.

Nog dit jaar wil het land aan de Shanghai International Energy Exchange (INE) de handel met oliecontracten op basis van de eigen munt, de Yuan (Renminbi), aanbieden. Tot nog toe gelden ‘Crude Brent’ voor Noordzeeolie en de Amerikaanse soort ‘Western Texas Intermediate’ (WTI) als referentiemerken voor de oliemarkt. Het Chinese voornemen is dus ook een uitdaging aan de beide standaarden die tot nog toe de wereldoliehandel domineren.

Eerdere pogingen om de Amerikaanse Dollar van zijn monopoliepositie bij de handel in aardolie af te helpen, hebben dikwijls drastische reacties van de Verenigde Staten uitgelokt. Eind 2000 had de Iraakse dictator Saddam Hoessein aangekondigd EU-landen olie voor Euro’s en niet meer voor Dollars te willen verkopen. Met de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 was niet alleen het lot van Hoessein bezegeld, maar ook dat van het project ‘Euro’s voor olie’. Eveneens opvallend is het verloop in de tijd van de gebeurtenissen in Libië. Daar had Moeammar Khadaffi in 2011 aangekondigd Libië’s aardolie alleen nog voor Goud-Dinars te willen verkopen. Bovendien had Khadaffi de andere aardolie-exporterende landen in Afrika en de Arabische wereld opgeroepen zijn voorbeeld te volgen en aardolie alleen nog voor goud te leveren. Enkele maanden later speelde een militaire interventie door de Verenigde Staten en enkele andere NAVO-lidstaten een beslissende rol in de val van Khadaffi.

In het geval van China komt de poging om de Petrodollar concurrentie aan te doen echter niet van de aanbod- maar van de vraagzijde. Het rijk van het midden is de grootste energieverbruiker ter wereld en heeft de VS als grootste olie-importeur afgelost. Wat Peking in de kaart speelt, zijn de sancties van de VS en hun Europese bondgenoten tegen Rusland. Die hebben ertoe geleid dat Moskou en Peking de rijen sluiten. Reeds in mei van dit jaar werd Saoedi-Arabië als tot dan toe grootste olieleverancier van China afgelost door Rusland. Het Russische energiebedrijf Gazprom heeft reeds aangegeven akkoord te gaan met het afhandelen van zijn transacties met de Volksrepubliek in Chinese Yuan in plaats van Amerikaanse Dollars.

Dat de VS er veel aan gelegen is de rol van de Dollar in de oliehandel te verdedigen hoeft niet te verbazen. De status van de Dollar als mondiale reservemunt hangt immers in niet geringe mate samen met het feit dat aardolie overal ter wereld in Dollars betaald wordt. Een voor de VS aangenaam gevolg van de facturering in Dollars is de praxis van aardolieproducenten als Saoedi-Arabië om hun Dollarinkomsten uit de aardolie-export in Amerikaanse staatsobligaties te beleggen.

Intussen heeft de lage olieprijs er echter toe geleid dat dit terugvloeien van Dollars in toenemende mate niet meer functioneert. Diverse olieproducerende landen zijn namelijk begonnen Amerikaanse staatsobligaties van de hand te doen om te compenseren voor uitblijvende exportinkomsten. Dat ook de Chinezen intussen Amerikaanse staatsobligaties verkopen, legt verdere druk op de Amerikaanse betalingsbalans. Zo heeft China alleen in de maand augustus Amerikaanse staatsobligaties ter waarde van 93 miljard Dollar afgestoten.