Posted on

Trump haalt troepen weg uit Syrië

Met een simpele tweet gaf Donald Trump gisteren de Amerikaanse troepen het bevel zich terug te trekken uit Syrië. Hoeveel dat er precies zijn is onduidelijk. Officieel gaat het om 2.000 soldaten maar dat is vermoedelijk een grove onderschatting. Daar moeten immers zeker ook allerlei huurlingenlegertjes bij gerekend worden. Verder zijn er ook Franse en vermoedelijk Britse soldaten aanwezig. En deze zullen zo te horen dan ook vertrekken.

Totaal onverwacht

De beslissing van Trump komt totaal onverwacht zelfs al had hij reeds herhaalde malen laten verstaan zijn troepen er te willen weghalen. Maar nog recent kondigde de Amerikaanse generaal Joseph Dunford, de chef van de Generale Staf, aan dat men 40.000 leden van de Koerdische YPG/PKK en wat Arabische huurlingen ging trainen en bewapenen. Tot woede van Turkije.

Verder had generaal John Mattis, minister van Defensie, vorige week nog het bevel gegeven om aan de Turkse grens observatieposten in te richten om de PKK/YPG zo te beschermen tegen mogelijke Turkse invallen. De zaak dreigde dan ook te escaleren tot een oorlog tussen de VS en Turkije, twee leden van de NAVO. En dus is er de vraag wat nu met beider relaties?

Trump - Tweet terugtrekking Amerikaanse troepen - 19 december 2018
Een van de ontelbare leugens van president Donald Trump maar een goede zaak voor Syrië en de regio. Het is in wezen het einde van de Pax Americana in de regio en een waarschuwing aan het adres van Israël dat kan tellen. Barack Obama begon de oorlog, Donald Trump stopt hem. Het was hoe dan ook een zoveelste uitzichtloze zaak voor het Pentagon.

Volgens de persberichten zouden de Amerikanen vandaag en morgen al hun civiel personeel verbonden aan Buitenlandse Zaken terugtrekken en de militairen volgens het persbureau Reuters binnen de 30 tot 60 dagen. Het bericht kwam voor zowat alle Amerikaanse betrokken bij dit dossier zowel bij het Pentagon als de CIA en Buitenlandse Zaken als een totale verrassing.

De Franse regering noch het leger hebben tot heden echter voor zover geweten al publiek op de zaak gereageerd. De zaak werd in Parijs tot heden er ook grotendeels stilgehouden. Of hoe het Franse imperialisme zich nog maar eens belachelijk maakte. De Force de Farce!

Over die aanwezigheid van het Amerikaanse leger in Oost-Syrië zijn in Washington de voorbije maanden allerlei tegengestelde verklaringen afgelegd. De laatste meest voorkomende versie was dat men er zou blijven zolang er sprake was van een Iraanse militaire en politieke aanwezigheid in Syrië. Daarover nu niets meer. De teneur van Trump is dat ISIS is verslagen en zijn soldaten dus weg kunnen, liefst nu al.

In wezen is ISIS echter nog niet geheel verslagen en resten er nog twee gebieden waar ze overleven. Een stuk woestijn ten westen van de Eufraat dat omsingeld is door het Syrische leger.

En dan is er een zone van een drie kilometer breed en 15 kilometer lang gelegen langsheen de oostelijke oever van de Eufraat tot de Iraakse grens. De YPG/PKK slaagde er recent met heel veel moeite Hajin, de enige echte stad in dit gebied te veroveren.

Vermoedelijk zal het Syrisch en Iraakse leger dit nu voor hun rekening nemen. De Iraakse luchtmacht voerde hier trouwens met akkoord van Damascus al aanvallen uit. Voor het Syrische leger is het gewoon de rivier oversteken. Ze hebben trouwens op de oostelijke zijde van de Eufraat al enkele bruggenhoofden.

Heropbouw Syrië en Irak saboteren

In wezen poogde de VS via haar positie in het oosten van het land nog steeds haar wil aan Syrië op te dringen. Dit zoals met Libië in duizenden stukken uiteen slaan kon wel niet meer, maar het land verzwakken was nog steeds het plan. En daarom moest president Bashar al Assad en de Baath-partij, veruit de krachtigste politieke fractie, weg. Een natte droom in Israël en de vrienden in de VS. In wezen echter een grote illusie.

Naast de troepen ten oosten van de Eufraat zijn er ook nog Amerikaanse militairen in het grensstadje al Tanf. Strategisch belangrijk daar het ligt op de autoweg van Damascus naar Bagdad, de Iraakse hoofdstad. Verder zouden er officieel nog zo’n 5.000 Amerikanen in Irak zitten. En de druk is daar erg groot om hen het land uit te zetten.

De grenspost van al Tanf ligt langs de wegverbinding die essentieel is voor de economische heropleving van beide landen. Deze vormt immers de snelste route tussen de havens aan de Middellandse Zee en die aan de Perzische Golf.

Het zijn belangrijke transitlanden. Maar door de Amerikaanse bezetting van al Tanf blijft die weg geblokkeerd en raakt de economie van beide landen moeilijk op dreef. Wat de bedoeling van de VS is.

Ook is er in die zone een zeer groot vluchtelingenkamp dat maar mondjesmaat hulp krijgt daar de VS dit feitelijk verbied. De vlakbij gelegen soldaten daarentegen hebben niets tekort. Ze worden daarbij gesteund door een lokale terreurgroep die leeft van de smokkel naar dat kamp. Een erg winstgevende zaak.

Syrië - Militaire situatie - 15 - 19-12-2018
De militaire situatie in Syrië op dit ogenblik. Na de terugtrekking van het Amerikaanse leger kan Syrië weer voluit zijn rol van transitland spelen. Een belangrijke bron van inkomsten voor de regeringen in Damascus en Bagdad. Nu rest er alleen nog een akkoord met Turkije en de verovering van de provincie Idlib. De YPG/PKK heeft immers geen andere keuze dan een nederlaag. Een tegen het Turkse leger of een overgave aan het Syrische leger.

De vraag is wat er nu gaat gebeuren met de YPG/PKK en de vele in de regio verspreidde affiches van Abdoellah Öcalan, de Grote Leider van de groep. Veel kans tegen het Syrische leger maken ze niet zodat weerstand bieden een bij voorbaat verloren zaak is. Ze hebben immers geen vliegtuigen of zwaar geschut.

Vermoedelijk zal men dit via onderhandelingen oplossen waarbij de regering in Damascus een heel beperkte vorm van autonomie zal toestaan. Het zal in de verdere onderhandelingen met zekerheid een Turkse basiseis zijn. Er is trouwens in dat gebied nu reeds groot ongenoegen over bijvoorbeeld het schoolcurriculum dat de YPG/PKK wil invoeren. Het gebied is immers etnisch zeer divers.

Verraad

De YPG/PKK heeft nu in wezen de keuze tussen een Turkse invasie en het snel sluiten van een akkoord met de regering in Damascus. Gaan ze ditmaal de juiste keuze maken? Zullen ze ervoor kiezen om de held uit te hangen en zoals in het district Afrin ten onder gaan in een bloedig gevecht met Turkije? Of maken ze voor eenmaal de juiste keuze en sluiten ze een deal met de Syrische regering?

Hun Amerikaans avontuur is als te verwachten hen duidelijk slecht bekomen. Als huurlingen trokken ze op vraag van de VS naar de stad Rakka en de provincie Der Ezzor met vermoedelijk duizenden doden tot gevolg. Honderden kilometers ver. En nu….. Verraad en de dolk in de rug zoals bij de YPG/PKK te horen zou zijn.

Althans volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten, een Britse nieuwsdienst. De VS zou volgens de nu circulerende verhalen de YPG/PKK vooraf zelfs niet eens verwittigd hebben. Een voor de VS klassiek verhaal dat alleen onkundigen nog verrast.

De Amerikaanse troepen in Syrië beleven er hun laatste dagen. Het imperium geeft zijn nederlaag toe. Saigon april 1975 2.0.

Wel is er in de VS als kon verwacht worden groot verzet tegen de via een tweet aangekondigde en door bronnen bij het leger bevestigde berichten. Zo pogen de generaals toch nog iets te redden van hun militaire positie.

Dat lijkt echter eerder op een achterhoedegevecht om zo het gezicht te redden dan op iets anders. Ook haviken als de Republikeinse senator Lindsey Graham uiten hun ongenoegen. Maar dat is eveneens klassiek. Eens havik altijd havik.

Of dat veel gaat helpen om de relatie tussen Turkije en de VS te verbeteren is echter twijfelachtig. De haat in Turkije tegen de VS is immers te diep om te hopen op veel beterschap. De zware verklaringen aan het adres van de VS komende van Erdogan en de Turkse regering zullen vermoedelijk wegblijven. Meer niet.

Toegenomen fierheid

Kort voor Kerstmis 2016 wist het Syrische leger en haar bondgenoten het oosten van de stad Aleppo te veroveren. Juist op tijd zodat men in de ganse stad uitbundig Kerstdag en Nieuwjaar kon vieren. Twee jaar later kan, op de provincie Idlib na, het ganse land nu feesten. De oorlog tegen Syrië loopt naar zijn einde en de wederopbouw is al volop bezig maar zal een werk van lange adem zijn. Het land likt zijn wonden.

Normaal zou begin volgend jaar ook een 150 man sterk constitutioneel comité gevormd worden om een nieuwe politieke structuur uit te werken. Ook kwam de Soedanese president Omar al Bashir deze week op bezoek in Damascus, het eerste Arabische staatshoofd sinds 2011. Het is een duidelijke verdere stap in de richting van het normaliseren van de relaties van Syrië met de Arabische Liga.

De Soedanese president Omar al Bashir was deze week bij zijn ambtsgenoot Bashar al Assad op bezoek in Damascus. Het lijken wel de beste vrienden. Het is wat men diplomatie noemt.

De al die oorlogsjaren in Syrië verblijvende pater Daniel Maes, verbonden aan het klooster van Postel in Mol en Qara in Syrië, ziet in het land een opvallend toegenomen fierheid. Begrijpelijk want het heeft de grootste Westerse coalitie ooit weten te verslaan. Waarbij die vele tientallen miljarden dollars uitgaven om het land in stukken te hakken.

Syrië voerde al een serie oorlogen tegen Israël, o.a. in Libanon, en heeft nu voor het eerst duidelijk gewonnen. De twee laatsten in Libanon eindigden op een gelijk spel. Nu is er de overwinning. In Israël moet men angstig de toekomst tegemoet zien.

De Amerikaanse terugtrekking betreft misschien maar 2.000 manschappen maar geostrategisch is dit het einde van de Pax Americana in het Midden-Oosten. Vandaag maakte Trump wereldgeschiedenis.

Posted on

Boeken over Syrië

Men zegt wel eens dat de oorlog in Syrië het moorddadigste conflict is sinds de Tweede Wereldoorlog, maar dat klopt natuurlijk niet. Er was immers nog de feitelijk van 1941 tot 1989 durende oorlog in het vroegere Franse Indochina met Vietnam, Cambodja en Laos. Vele miljoenen mensenlevens raakten hier verwoest. En dus mag Syrië deze eeuw dan wel het voorlopig bloedigste conflict zijn, het is echter peanuts in vergelijking met wat de mensen in dat Indochina meemaakten. En zie, twintig jaar nadat het westen er in Indochina haar nederlaag moest erkennen, bloeien die landen als nooit tevoren. Nu de oorlog voor Syrië, en ook Irak, naar haar einde loopt is er dus ook daar volop licht aan het einde van deze Arabische tunnel. Laat ons hopen. Over de Syrische oorlog zijn al massa’s analyses, opiniestukken, reportages en krantenverslagen geschreven. Soms de platst mogelijke propaganda, meer dan eens complete onzin en ook veel boeiend materiaal dat een genot is om te lezen. Zelfs al is men het er altijd niet geheel mee eens. Ook qua boeken verscheen er al alles bij elkaar reeds een mooie bibliotheek met teksten o.m. van uitstekende Belgische analisten zoals Dirk Borgers en de politica Anne-Marie Lizin, beiden sindsdien spijtig genoeg overleden. Hun ‘La face cachée des révolutions arabes’ (1) (Het ware gezicht van de Arabische revoluties) is een meesterwerk. In het Nederlands taalgebied verschenen er vorig jaar al deel 1 van ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van de Norbertijner pater Daniël Maes en ‘Het dagboek van granaten in Damascus’ van journalist Jens De Rycke, een man verbonden aan ‘t Pallieterke, het Vlaams ultranationalistisch weekblad. Eerder al verscheen van Ludo De Brabander ‘Oorlog zonder grenzen’, een overzicht van de geschiedenis van de regio sinds 1914. Daarbuiten publiceerde de vroegere Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam vorig jaar zijn ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’, wat wil doorgaan voor een meer wetenschappelijke geschiedkundige analyse van deze oorlog. De man was de voorbije jaren voor dit conflict speciaal Nederlands gezant voor Syrië en wordt in bepaalde westerse academische kringen gezien als een van de beste specialisten in dit vakgebied.

Daniël Maes – Een dagboek uit een land in oorlog

Uit elk groot conflict komen steevast een serie merkwaardige figuren te voorschijn. Misschien geen grote helden maar mensen die opvallen en met hun bescheiden middelen poogden recht te doen zegevieren. Desnoods en veelal ook tegen de stroom in.
Daniël Maes ten tijde van de oorlog met enkele vluchtelingen aan het werk in de grote tuin van het klooster.
Figuren ook die echt aandacht hadden voor de miljoenen kleine lieden die het slachtoffer werden van de westerse machinaties die nog maar eens een zoveelste regimewissel op het oog hadden en probleemloos een land lieten vernielen. De titel van het boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van Daniël Maes kan voor wie de leugens van De Standaard en de NRC gewoon is en gelooft zeer schokkend overkomen. Maar Daniël Maes is een man met een overtuiging die zoals blijkt uit het boek groeide door zijn contacten met het land en de evolutie van dit conflict. Doodgezwegen Zijn wedervaren is ook een der beste bewijzen voor de censuur die de Belgische en ook Nederlandse media uitoefenen met betrekking tot deze oorlog. De man maakte de volle 7,5 jaar van deze opstand mee en zat er middenin. Maar voor zijn verhaal was er bij de media amper interesse. Alleen incidenteel kwam hij eens aan het woord, meer niet. Beeld u in, een Belgische pater middenin een uiterst brutale oorlog. Normaal zouden de media van de VRT tot Humo en het Laatste Nieuws zijn deur platlopen voor zijn exclusieve verhalen. Met de opbrengst in zijn geval bestemd voor het lenigen van het onmenselijke leed van de Syrische bevolking.
Daniel Maes ~ ‘Poetin en Assad hebben ons leven gered’
Maar neen. Een interview in Terzake, een gesprek in het AD, twee korte stukken op de regionale pagina’s van de Gazet Van Antwerpen, een verhaal in Het Belang van Limburg, twee verhalen in Knack en De Zondag. Dat was het in essentie. De VRT-radio had naar aanleiding van de actiedag rond Syrië in 2012 een interview met hem dat echter niet werd uitgezonden. ‘De kwaliteit was onvoldoende’, klonk het. Juist het tegenovergestelde wat men voordien tegen de man zelf zei. En televisievedette Rudi Vranckx was in zijn thuisbasis in de abdij van Postel uren bij hem en maakte opnames. Het werd nooit uitgezonden. Zijn visie past nu eenmaal niet in de propagandaoorlog waar onze media mee bezig zijn. En dus werd hij zo goed als kan verbannen uit de media. De katholieke kerk Zelfs het officiële Kerk en Leven, het Parochieblad voor de vele gelovigen, zweeg hem jarenlang dood. Pas vorig jaar bestede het blad aandacht aan deze held en bijna martelaar. Hij die zo opkwam voor de christenen, en die niet alleen, in het Midden-Oosten. Wie er wel in het blad kwam met zijn van de pot gerukte beweringen was de warrige Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio.
Klooster Dar Meir Yakub - Qara
Het klooster van Mar Yakub, een meer dan opmerkelijk verhaal. Met op de achtergrond de besneeuwde Qalamoenbergen. Het lijkt wel idyllisch.
De man liep als een blinde achter die salafistische opstandelingen aan en kwam om het leven in de provinciehoofdstad Rakka toen daar een strijd woedde tussen al Qaida & Co en ISIS – zijn vrienden – voor de controle over de regio met zijn rijke landbouw en vooral zijn oliebronnen. De behandeling door de kerk van Daniël Maes en zijn verhaal is een niet te wissen schandvlek voor zowel de Belgische bisschoppen als het Vaticaan.
Het doet denken aan de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt die op 7 april 2014 vlak voor de bevrijding van de stad Homs door een van die salafisten werd vermoord. Behoudens Arnold Karskens had voordien geen enkele Nederlandse journalist aandacht voor de man die ondanks het levensgevaar in het jihadistengebied bleef wonen. Pas na zijn dood verschenen er stukken over hem, met het ‘christelijke’ dagblad Trouw (onderdeel van de stal van Christian Van Thillo) daarbij bewust verzwijgend dat hij achter de Syrische regering stond. Kranten kunnen qua moraal dus erg diep zakken. Het is een van de opvallende zaken in het boek dat hij het wel heeft over Paolo Dall’Oglio maar zijn naam niet noemt. Hetzelfde voor Brigitte Herremans die bij Pax Christi en Broederlijk Delen verantwoordelijk was voor het dossier Syrië. Ook kritiek op de houding van de Belgische bisschoppen en het Vaticaan is feitelijk onbestaande. En nochtans hielpen zij door hun optreden of weigering om op te treden mee aan de moord op de christenen in de regio, de bakermat van deze godsdienst. Om de westerse machthebbers niet voor het hoofd te stoten deden zij op die wijze feitelijk mee aan die slachtpartij. Buiten wat vage woorden en het sturen van een gezant deed ook deze paus niets en bleven onze bisschoppen doofstom voor dit lijden. En dus kon Brigitte Herremans ongehinderd door haar kerkelijke hiërarchie – Pax Christi en Broederlijk Delen werken onder toezicht van de bisschoppen – jarenlang woordvoerster spelen voor groepen voor wie vrouwen of te verkrachten objecten en seksspelletjes zijn of anders kweekdieren voor nieuwe jihadisten. Mar Yakub Zijn werk is een dagboek en vertelt het leven van dag tot dag in het klooster van Mar Yakub (2) vlakbij het stadje Qara liggend aan de voet van het machtige Qalamoengebergte met zijn toppen van 3000 en meer meters. Het is een gewezen Romeins fort dat in de zesde eeuw toen het Oost-Romeinse rijk al erg verzwakt was omgevormd werd tot een klooster. Het raakte echter grotendeels in verval. De restauratie begon rond 1993. Dat het nu weer een mooi majestueus klooster is is het werk geweest van de op vele vlakken imposante kloosterzuster Agnes-Mariam de la Croix. Een van origine Palestijnse die na enkele mislukte avonturen als hippie het christendom ontdekte en zorgde dat dit klooster weer in al zijn glorie kon herrijzen. Het is genoemd naar de in 421 vermoorde Perzische martelaar Jacob de Verminkte, alias Jacobus Intercisus of Mar Yakub.
Agnès-Mariam-de-la-Croix en Daniel Maes
Agnes-Mariam de la Croix en Daniel Maes in de tuin van het Norbertijnerklooster in Postel. Een opmerkelijk duo.
Het klooster behoort tot de Grieks-Melchitische katholieke kerk, een van de talrijke christelijke groepen in het land. Het is een groot mankement van het boek dat de auteur niet wat meer uitleg geeft over die wirwar van christelijke geloofsgemeenschappen in de regio. Ook over de andere tientallen religieuze groepen vernemen wij amper iets. Spijtig want zonder een degelijke kennis van deze culturele puzzel is Syrië moeilijk te begrijpen. Daniel Maes kwam er in oktober 2010 toe om in het klooster een opleiding voor priesters te organiseren want die was er wel in Libanon maar niet in Syrië. Zijn visie over het land was er een in de toon van wat onze massamedia er over brachten en dat was van negatief tot zelfs vijandig. Al snel had hij echter door dat dit een karikatuur was van de realiteit. Het land bleek erg divers en was behoorlijk goed georganiseerd. Wat hij noch de mensen rondom het klooster echter konden vermoeden was dat amper 6 maanden later de hel over Syrië zou losbreken. Met snel toegesnelde buitenlandse jihadisten die via Libanon en vanuit bepaalde moskeeën onrust begonnen te zaaien. Nadien bleek dat er onder Bashar al Assad veel moskeeën waren gebouwd, veelal met geld vanuit Koeweit, Saoedi-Arabië en Qatar. En dit achteraf gezien niet zonder bijbedoelingen. Syriërs zijn solidair De moeilijkste en erg gevaarlijke periode voor hem was die van november 2012 tot eind 2013 toen allerlei extremisten ook Qara en de naburige dorpen in handen kregen en hun lusten botvierden op al wie niet plooide voor hun salafisme, uiteraard ook christenen. Uit zijn relaas blijkt dat de dorpelingen hen beschermden tegen mogelijke aanvallen. Ook nam het klooster vluchtelingen, en niet alleen christenen, in bescherming in hun kloosterfort. Uiteindelijk werden zij en de dorpelingen eind 2013 door het leger gered uit hun hachelijke situatie. Pas in 2017 zouden de laatste resten van al Qaeda en ISIS die zich in de barre bergen in het grensgebied tussen Libanon en Syrië schuilhielden verdreven worden. De titel van zijn boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ moet je dan ook letterlijk nemen. Zonder hen hadden Daniel Maes en de anderen het daar niet overleeft. Opmerkelijk is ook dat blijkens zijn dagboek er tussen de vele Syrische minderheden geen haat is ontstaan als gevolg van deze op sektarisme gebaseerde oorlog. De westerse poging om het land op die wijze voor heel lang of altijd onbestuurbaar te maken faalde zo te zien.
Daniel Maes bakt frietjes
Daniël Maes en het dagelijkse leven in het klooster Mar Yakub. Hier frietjes bakken.
Het is een verhaal dat ook elders te merken is. Met dorpen die steeds onder regeringscontrole stonden en buurgemeenten die in handen waren van terreurgroepen die, toen de oorlog eenmaal voorbij was, elkaar ter hulp kwamen om de grote noden te helpen delgen. Zo te zien heeft het westen hier totaal gefaald. Wat mooi zou zijn.
  Propagandisten vermomd als journalisten Spijtig is wel dat er geen relaas in staat van het begin 2012 mede door Agnes-Mariam de la Croix georganiseerde bezoek van een stel Europese journalisten aan Syrië. Bij een aanval door jihadisten op een betoging van regeringsaanhangers in de stad Homs stierf hierbij een Franse reporter. Voor die journalisten, inclusief Jens Franssen en Rudi Vranckx van de VRT en de Nederlandse fotograaf Steven Wassenaar, het werk van de regering die zo hen als lastige getuigen wilde uitschakelen. Waarbij zij zelfs de kloosterzuster viseerden als zat ze mee in dat moordcomplot. Een totaal van de pot gerukt verhaal dat toont dat men hier niet met journalisten te maken had maar met propagandisten die alleen maar leugens wilden verspreiden. Waarom zou Syrië journalisten officieel uitnodigen om hen dan twee dagen later te vermoorden? Hoe gek kun je het maken? Voor Agnes-Mariam de la Croix waren het gewoon kinderen die niet wisten hoe zich te gedragen en onverantwoord werkten. Maar dit verhaal zit niet in het dagboek daar hij blijkbaar toen in Postel zat. Niet aflatend Daniël Maes heeft door zijn niet aflatend werk met o.m. zijn wekelijkse brieven een niet onbelangrijke rol gespeeld in het geleidelijk veranderen van de publieke opinie in België en ook Nederland ten opzichte van dit Syrische drama. Onversaagd blijft hij al die jaren vrank en vrij zijn mening geven, tegen de heilige huisjes van de media, ngo’s en regeringen schoppend. De stad Ieper gaf vorig jaar een vredesprijs aan de Witte Helmen, onderdeel van die salafistische terreur en de westerse agressie. Men had die prijs veel beter aan Daniël Maes gegeven. Recent verscheen dan deel 2 van zijn  dagboek dat de periode van 2013 tot nu beschrijft. De tijd van de nakende overwinning en het begin van het herstel van de Syrische maatschappij en de heropbouw van het land. Het verscheen eveneens bij de Nederlandse uitgeverij De Blauwe Tijger. Een pluim voor deze uitgeverij die deze Belgische pater eindelijk het forum geeft dat hem toebehoort.
Daniel Maes, Oorlogsdagboek deel II

Jens De Rycke – Reisverslag

Het boek van Jens De Rycke is eveneens een verslag van een verblijf in Syrië maar is qua karakter totaal anders dan dat van Daniël Maes. Door wat hij beschrijft als een toevallig contact met een priester van een der christelijke kerken in het Midden-Oosten raakt hij betrokken bij deze oorlog en bezoekt tweemaal het land. Het boek is grotendeels het verslag hiervan. Het is uitgegeven bij Polemos. Hij is een freelance journalist en schrijft voor diverse media zoals Novini, ’t Pallieterke en andere en was recent te gast in de studio van de internettelevisie Café Weltschmerz. De interesse in Vlaams nationalistische kringen voor Syrië en de steun voor de strijd van de Syrische regering tegen het jihadisme is opvallend. Daniël Maes is er een graag geziene gast en het Vlaams Belang heeft de weg naar Damascus wel gevonden. In die zin komt het boekje van Jens De Rycke dus niet als een verrassing. Het bleef spijtig genoeg bij het grote publiek tot heden grotendeels onder de radar.
Jens De Rycke - Het dagboek van granaten in Damascus
Voor die interesse in deze kringen zijn er zo te zien meerdere redenen. Zo is er de islam die in dat milieu door velen als een gevaar wordt gezien waarbij de Syrische regering vecht tegen de uitwas ervan, het salafisme. En dus zijn de Syrische regering vrienden. En dan is er het Vlaams Belang dat alleen in de marge van de Belgische politiek kan opereren en politiek dus veel vrijer kan ageren. Neen zeggen tegen het buitenlands beleid van de VS en de EU hier is voor wie de macht wil grijpen, of wat daar voor moet doorgaan, niet zonder gevaren. Je riskeert een dodelijke perscampagne en het verdampen van de hoop op ministerpostjes. Het Vlaams Belang heeft dat probleem niet. Geen probleem dan ook voor Filip Dewinter om bij Assad koffie te gaan drinken. En dus kon een man als Daniël Maes, een Vlaamse pater, hier wel een luisterend oor vinden. Wat elders niet lukte. Bovendien zat het zogenaamde linkse publiek gevangen in het web van de door het Westen gespannen propaganda rond de mensenrechten. Leugens natuurlijk, maar diegenen die beter wisten zwegen bewust. Ma’loula Het boekje is wel, zeker wat de foto’s betreft, slecht uitgegeven. Wat natuurlijk spijtig is. Zijn verhaal is daarvoor te belangrijk. Mooi is ook dat hij voor zijn boek een voorwoord wist te versieren van Elijah J. Magnier, een der beste analisten van het ogenblik over de zaak. Het bevat ook een verslag van zijn bezoek aan het stadje Ma’loula met zijn serie kloosters en kerken dat ooit kort in handen van die salafistische terreurgroepen was gevallen. Verder is er een bijdrage over de Syrische Sociaal Nationalistische Partij die een groot Syrië voorstaat, radicaal Arabisch is en erg seculier. Ook bevat het boek verder een verhelderend gesprek met Marwa Osman, een politicologe en lid van Hezbollah. Interessant materiaal. De bijdrage over de alawieten is daarentegen te beknopt en mist diepgang. Het mysterie rond die religieuze groepering blijft bestaan. Wel enkele opmerkingen. Het is uiteraard juist dat het Syrische leger en zijn bondgenoten, vooral dan de lokale groepen, in bepaalde gevallen uiterst brutaal optraden en men soms ter plaatse mensen executeerde – recent nog tegen ISIS in de stad Sweida – maar men moet dan wel beseffen dat die oorlog door het Westen aan Syrië werd opgedrongen. (p 13).
DSC_0645
Marwa Osman, een politicologe verbonden aan Hezbollah komt in het boek aan het woord.
Verder heeft hij het op pagina 41 over de geopolitiek en de oorlog maar heeft het niet over de drijvende kracht achter deze oorlog: Israël. Een land dat via verdeel en heers en met steun van de NAVO de regio in vuur en vlam wou zien ten onder gaan. Het plan van de Israëlische geostrateeg en diplomaat Odet Yinon. En inderdaad speelden gas en olie een grote rol bij het ontstaan van deze oorlog maar de echte oorzaak is Israël, dat het erg klassieke principe van verdeel en heers wou toepassen. Tevergeefs blijkt nu. Verder heeft hij het op pagina 42 over de ‘nucleaire ambities’ van Iran. Dat klopt echter niet want er is niet het minste bewijs dat Iran ooit een kernmacht wou worden. De beweringen van de VS en de NAVO hierover zijn alleen gebaseerd op verdraaiingen van de feiten en leugens. En dat er in deze oorlog geen winnaars zijn (pagina 120) klopt ook niet. Integendeel, dit is een enorme nederlaag voor Israël en haar bondgenoten en een grote overwinning voor de as Moskou-Teheran-Beiroet-Bagdad-Damascus. Het idee om die landen totaal te vernielen raakte nergens. Natuurlijk is de schade in landen als Irak, Syrië en eerder Libanon enorm maar ze overleefden en toonden zich sterk. Als dat geen overwinning is! Tienduizenden jihadistische huurlingen stuurde men op Syrië af met daarboven nog een economische wurggreep om U tegen te zeggen. Tientallen miljarden gaf men uit en tevergeefs. De wederopbouw zal jaren vergen maar zal gebeuren. Desnoods zonder het Westen. Men hoeft zich in Washington en Brussel daarover geen illusies te maken.

Ludo De Brabander – Een teleurstellend boek

Een van de weinige critici van de NAVO die in de klassieke media nog eens aan het woord komt – al zij het heel zelden – is Ludo De Brabander van de vzw Vrede, een groep van mensen die werkt rond de buitenlandse politiek en het (ontbreken van een) vredesbeleid. Het boek is teleurstellend en toont een gebrek aan kritisch doorzicht in wat er op dit ogenblik in het Midden-Oosten gebeurt. Zolang hij de oudere gebeurtenissen vanaf 1914 tot 1979 bespreekt getuigt het van een goed inzicht en een kritische doorlichting. Het is dan ook vernietigend voor de politiek van het Westen daar. Zo komen er de Britse machinaties rond het Arabisch schiereiland en de Levant, de regio met Libanon, Palestina, Jordanië en Syrië, aan bod. Of hoe Londen koos voor het salafisme van de familie al Saoed. Met Winston Churchill die zelfs opteerde voor het gebruik van chemische wapens. Waarbij de Britten als tegengewicht voor het Arabisch nationalisme de kant kozen van de Moslimbroeders en andere islamistische groepen. Nog steeds steunt de Britse regering die reactionaire visie van de islam en die keuzes van toen liggen ook aan de basis van veel van de huidige problemen in de regio. Wat hij onvoldoende of zelfs niet ziet is dat achter de publieke beweringen van westerse regeringen en hun lof voor mensenrechten, vrede en democratie in de regio echter een hondsbrutale politiek schuilt. Een politiek gericht tegen de regio, met als voornaamste bedoeling die zo machteloos mogelijk te maken. Al Qaida in Jemen Neem de aanslag op Charlie Hebdo (pagina’s 45 en 194) die niet zoals hij schrijft het werk was van ISIS maar werd opgeëist door Al Qaida van het Arabisch Schiereiland, de Jemenitische tak van de groep. En zij waren voor zover bekend de enigen. En dat is een organisatie die in een bepaalde periode minstens mede onder controle stond van westerse veiligheidsdiensten. Zo mislukten al hun buitenlandse acties doordat de daders voor ze konden toeslaan steevast opgepakt werden. Wat een ver doorgedreven infiltratie van deze organisatie door de veiligheidsdiensten bewijst.
Ludo De Brabander - Oorlog zonder grenzen
Verder vecht al Qaida in Jemen samen met Saoedi-Arabië en de hele westerse alliantie, inclusief dus ook België, tegen de regering van de Houthi’s die op dit ogenblik grotendeels het nuttige Jemen controleren. Met andere woorden: al Qaida en het Westen zijn militair geallieerden in deze kwestie. Dat is de realiteit, niet die van de vele holle beweringen van een Jens Stoltenberg, Mike Pompeo of Didier Reynders. Dat de strijd tegen dit extremisme tot nu faalde heeft dan ook niets te maken met sociale of politieke problemen binnen de Arabische wereld of bij de groep van immigranten in Europa maar met de uitgebreide militaire, economische en politieke steun die deze groepen krijgen vanuit Washington en de EU. De onvrede is wel een der voedingsbodems die westerse geheime diensten gebruiken om via infiltranten in dit milieu te rekruteren. Het rapport van de Amerikaanse Militaire Veiligheidsdienst DIA van augustus 2012 over de oorlog in Syrië laat hierover niets aan twijfel bestaan. De VS controleerden deze groepen waaronder ISIS en wilden Syrië vernielen en daarnaast via ISIS ook Irak verder aan diggelen slaan. Mogelijkerwijs kende hij bij de publicatie van zijn boek dit rapport nog niet. Het rapport van de Conflict Armament Research (3) over de wapens van ISIS was bij de publicatie van zijn boek zeker nog niet openbaar. Dit door de EU en Duitsland gefinancierde rapport toonde dat een groot deel van de wapens van ISIS kwamen uit Bulgarije, een lidstaat van de Europese Unie, dat door o.m. de VS en Saoedi-Arabië was aangekocht. Duidelijker kan toch niet. Op pagina 161 heeft hij het over de wil van die salafisten voor een zogenaamde ‘authentieke islam’. Een bewering die getuigt van een gebrek aan kennis. Reeds van in het prille begin van de islam waren er grote theologische en financiële geschillen en groepen die elkaar soms met de wapens bevochten.
Ansar al Sharia bij Taiz - Februari 2016
Leden van Ansar al Sharia, een schuilnaam voor de lokale afdeling van al Qaida in Jemen, hier aan het front bij de stad Taiz samen met troepen van de westerse alliantie.
Het salafisme is in wezen zelfs van heel recente datum en vloeit voort uit het gedachtegoed van enkele toen verketterde islamtheologen. Waarvan de bekendste al Mohammad ibn Wahhab (1703-1792) is die dan weer de mosterd was gaan halen bij Taqi ad-Din Ahmad ibn Tamiyyah (1263-1328). Zeggen dat het salafisme authentieke islam is als zeggen dat Iggy Pop of Fleet Foxes authentieke rock & roll brengen.
Ruslands bedoelingen Ook schrijft hij dat Rusland zijn interventie in Syrië steunde op de wens om ISIS aan te pakken (p188). Dat is het verhaal dat bladen als The New York Times en De Standaard ervan maakten en een leugen. Moskou heeft steeds gesteld dat men ginds het terrorisme wou uitroeien en noemde daarbij expliciet zowel al Qaida als ISIS. Wat zin heeft het trouwens om ISIS uit te schakelen en al Qaida in leven te laten? Geen natuurlijk. Het is dit uitroeien dat het eerste en voornaamste doel van Rusland is om in Syrië op te treden. Haar bondgenoot ter hulp snellen en zo haar machtspositie in de regio versterken kwam tweedes. Zoals ook de wens om haar nieuw wapentuig te testen en beter te kunnen commercialiseren van secundair belang was. Rusland had al drie oorlogen met die salafisten achter de rug en wou hen in Syrië de genadeslag toebrengen. Wat lijkt te lukken. Essentieel is dat hij fout zit door te stellen dat militair optreden tegen dit extremisme niet helpt en daarbij verwijst naar het niet slagen van die oorlog tegen de terreur. De reden is dat het Westen niet vecht tegen maar met die salafistische terreurgroepen. Er zijn voldoende bewijzen die aantonen dat bepaalde veiligheidsdiensten zoals MI6, CIA en de Mossad die groepen via infiltranten manipuleren. Ooit al gehoord van een aanslag van die geroepen in Israël? Natuurlijk niet. De enige manier om hen te verslaan is door het gebruiken van geweld tegen hen, zoals Irak, Rusland, Iran, Hezbollah en het Syrische leger nu doen. Maar zolang het Westen hen blijft steunen zal het probleem mogelijk wel blijven bestaan. Wel is de mokerslag die deze groepen nu in Syrië te verduren krijgen erg pijnlijk en zien wij mogelijk hier het Waterloo van al Qaida & Company.

Nikolaos van Dam – Een expert in bedriegen

Een totaal ander boek over Syrië is dat van de gewezen Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam. De man wordt in de gespecialiseerde westerse media gezien als DE expert over Syrië die op een objectieve wetenschappelijke wijze de toestand in het land en de oorlog beschrijft. Niets is echter minder waar. Dit boek toont dat hij wel een kenner is maar mede daarom ook dat hij bewust een bedrieger en leugenaar is, een verkoper van halve en hele onwaarheden. Vooreerst maakt hij in zijn boek ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’ twee essentiële fouten die een analist en diplomaat als hij niet mag maken. En dat is een totaal gebrek aan bronnenkritiek en het geheel negeren van iets cruciaal als het internationaal recht met o.m. de niet-inmenging en de onschendbaarheid van landsgrenzen. Het laatste  is blijkbaar voor hem niet eens het bespreken waard. Gebuisd dus. De omslag van het boek is dan ook een gestileerde reproductie van een van de fameuze propagandafoto’s van de door zijn Nederland mee gefinancierde Witte Helmen die tussen de ruïnes van een stad een baby in zijn armen heeft. En in plaats van het te hebben over de Syrische regering heeft hij het continu over het ‘Syrische regime’. Wiens brood…. Het toont de teneur van dit pseudogeschiedkundig werk. Een regime, dat is een stel erg foute ministers, een regering dat zijn dan de goeden. Lees: Wie aan de goede kant van de VS staat is een regering en wie aan de foute kant van Washington staat is een regime. Maar dat is sfeerschepping en in wezen platte propaganda. Een geschiedkundige de naam waardig past voor dat soort praktijken.
Nikolaos van Dam - Destroying a nation
De man behoort tot de selecte vriendenkring rond de Zweed Aaron Lund en de Amerikaanse professor Joshua Landis die met de blog Syrian Comment poogt de richting aan te wijzen waar het Westen met Syrië volgens hen heen moet. Deze blog produceert zeker interessant materiaal maar over de Amerikaanse steun voor al Qaeda en ISIS zoals blijkt uit massa’s documenten zal je hier nooit iets lezen. Ook hier bedrog en censuur dus. Maar dat is zeker wat Nikolaos van Dam betreft zeker begrijpelijk. De man was een Nederlandse diplomaat en o.m. ambassadeur in Irak en door zijn regering tijdens deze oorlog aangesteld als speciaal gezant voor de kwestie Syrië. Met andere woorden: Hij zat op de eerste rij wat betreft de westerse strategie en Syrië. En ook, zeer belangrijk, de Nederlandse regering betaalde hem hiervoor en dan is er het gezegde ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’. En dat blijkt dus. Het betekent echter ook dat hij intern goed op de hoogte moet zijn geweest van de westerse strategie in deze kwestie. Zo vertelt hij over de serie staatsgrepen in Syrië na de onafhankelijkheid in 1946 maar vergeet er bij te zeggen dat de CIA hier soms erg actief was en al eens aan het stuur zat. Maar over de fouten van de Baath-partij en de familie Assad – en die zijn er zeker –  schrijft hij uitvoerig. Het is alsof je de geschiedenis van Japan zou beschrijven zonder de zaak Mantsjoerije en Pearl Harbour te vermelden. Feitelijk is zijn boek dus een intellectuele krachttoer. Voor hem is de revolte van Maart 2011 dus spontaan ontstaan en groeide het puur uit het ongenoegen over de politieke, sociale en economische beleid van de regering. Dat was er zeker zoals er overal in alle landen wel ongenoegen is over het regeringsbeleid. Maar zijn bewering is onzin. De strategie van de VS voor een machtsovername/staatsgreep is steeds dezelfde. Men infiltreert de maatschappij via allerlei verenigingen en helpt dat ongenoegen groeien met veel geld. De VS heeft hiervoor zelfs opleidingscentra en organisaties als de National Endowment for Democracy. Hij moet dat toch weten. Zie maar wat er bijvoorbeeld in Egypte of Joegoslavië gebeurde.
Iba Abdo - 2
De in Nederland wonende Iba Abdo wist al op 26 februari 2011 op haar blog te vertellen dat de ‘revolutie’ zoals ze dat noemde in Syrië was uitgesteld en pas op 15 maart ging losbarsten. Een helderziende. Ze reageerde niet op een verzoek voor een gesprek.
Ook in Syrië was dat zo en gebruikte de VS de Moslimbroeders en al Qaida. Zo verscheen in zijn eigen Nederland op 26 februari 2011 op de blog van de Nederlands-Syrische Iba Abdo dat men de ‘revolutie’ om organisatorische reden uitstelt tot 15 maart. Spontaan? Het is om te lachen. Waren de sluipschutters misschien nog niet klaar en diende men daarom die ‘revolutie’ uit te stellen? De dame werkte nadien eventjes bij Clingendael, het bekende Nederlandse regeringsinstituut voor buitenlandse politiek. Ze moeten elkaar dus normaal kennen en gezien zijn grote diepgaande kennis moet hij praktisch zeker weten van het bestaan van dit nadien afgevoerde blogbericht. Al Qaida Ook heeft hij het steeds over de vreedzaam begonnen betogingen die door brutaal politie- en legergeweld wel moesten ontaarden in een oorlog. Alsof hij niet weet dat bij de eerste betoging in de stad Daraa tot 8 politiemensen het leven lieten, er sprake was van sluipschutters – een klassiek ook in o.m. Sarajevo, Tunesië en Kiev gebruikte methode om de spanning op te drijven – en dat het gerechtsgebouw en de lokalen van de Baath die dag waren platgebrand. En uiteraard zwijgt hij over de aanwezigheid al vanaf de eerste dag van mensen van al Qaida die betrokken waren bij de opstand. Zijn landgenoot en oorlogscorrespondent Arnold Karskens maakte van hun aanwezigheid en de wapensmokkel vanuit Irak al begin 2011 gewag. Zoals trouwens ook de Syrische pers dat schreef. Maar dat is voor de man dus niet interessant en niet eens vermeldenswaardig. En dat de opstand al vanaf het prille begin ging ontaarden was zeker met de kennis die we nu hebben onvermijdelijk. Hij heeft het als enige reden hiervoor over het brutale legergeweld. Dat was er zeker en vast. Maar wat doet een regering als haar gebouwen bij betogingen in brand worden gestoken en politielui vanuit de betoging en door sluipschutters in serie worden afgemaakt? Wat zou het ‘regime van Mark Rutte’ doen als de mensen in Groningen, de zaak met de aardgaswinning en het regeringsbeleid hierover kotsbeu, grijpen naar gewapend verzet zoals die eerste dag in Daraa? Men zou het leger inzetten natuurlijk. Dat die door al Qaida en de Moslimbroeders – toch een geheim genootschap dat een kalifaat met de koran en de sharia als leidraad nastreeft – in afspraak met de VS en haar bondgenoten georganiseerde opstand al vanaf de eerste dag onmogelijke eisen stelde zoals de val van de regering Assad dan is dat geen probleem. Als de regering politieke hervormingen wil doorvoeren en zoals geëist politieke gevangen – waaronder een notoir terrorist als Zahran Alloesh nadien de leider van het Leger van de Islam – vrijlaat dan is dat onvoldoende voor de opstandelingen.
Daraa - Gerechtsgebouw in brand gestoken tijdens rellen van 15 maart 2011
Het gerechtsgebouw in Daraa na de zogenaamd vreedzame betoging in de stad die dag 15 maart 2011.
De Moslimbroeders en al Qaida blijven bij hun maximalistische eisen waarvan hij later in het boek zelf stelt dat ze onmogelijk in te willigen waren. En als het leger zich op vraag van de Arabische Liga en het Westen uit de steden terugtrekt dan wordt die ruimte onmiddellijk gevuld door die terroristische groepen. Met de bekende gevolgen. Maar ook dit is voor de auteur niet vermeldenswaardig. De fout ligt voor hem bij Assad en bij niemand anders. Basiskennis voor een diplomaat is het internationaal recht waarbij de niet-inmenging in de interne zaken van andere landen verboden is. Met als essentie ook de onschendbaarheid van de grenzen van andere landen. Wat men in de kwestie van Syrië soms met al te doorzichtige excuusjes en veelal zelfs zonder uitvluchten aan de westerse laars lapt. Zijn Nederland gooit bommen op Syrië en moet volgens de betreffende VN-resolutie de Syrische regering daarvoor om toelating vragen. Den Haag, zijn werkgever, vertikt het. Hetzelfde voor de Belgische overheid. The Day After Association Maar dit zijn daden van oorlog en daarom ook oorlogsmisdaden. Het zal hem zo te zien worst wezen. Hetzelfde met zijn bronnenkritiek die gewoon onbestaande is. Wat hem uitkomt neemt hij voor waar aan, wat niet past in het plaatje zal je in zijn boek niet lezen. Zo citeert hij regelmatig de Amerikaanse specialist Charles Lister en neemt veel van zijn soms straffe beweringen zomaar voor waar aan. Hij vergeet er echter bij te zeggen dat Lister de voorbije jaren werkte voor het Brookings Doha Center in Qatar, een studiedienst die werkt met geld van Qatar, een financier van o.m. al Qaida in Syrië. Erg intelligent moet men niet zijn om te beseffen dat die bron totaal onbetrouwbaar is. Ook dat is bij hem geen zorg.
Nikolaos van Dam - 2
Bronnenkritiek en respect voor het internationaal recht lijken Nikolaos van Dam totaal vreemd. Zoals bij Jens De Rycke slaagt hij er ook niet in meer duidelijkheid te verschaffen over de alawieten.
En dan is er de zogenaamde Caesar met zijn tienduizenden martelfoto’s van gevangenen van de Syrische regering. Gruwelijk materiaal. Volgens het verhaal van Caesar, een alias, moest hij in opdracht van de Syrische overheid die foto’s nemen om ze dan aan de familie te overhandigen. Hij was met zijn foto’s gevlucht maar wou anoniem blijven om zijn in Damascus achterblijvende familie te beschermen. Zo beweerden de auteurs van dit rapport. Een dossier gemaakt door een groot Brits advocatenkantoor in opdracht van Qatar en juist klaar voor Genève 2, de tweede vredesconferentie rond Syrië. Het moest tijdens de onderhandelingen extra druk zetten op Syrië en hen verder in de beschuldigingsbank duwen. Maar wie zo’n toch wel bizarre opdracht krijgt is zonder twijfel zo gekend bij de Syrische overheid want hij is vermoedelijk de enige die zo’n taak kreeg. De door dat advocatenkantoor gegeven reden voor zijn anonimiteit is dan ook pure onzin. Het is in wezen zelfs het bewijs dat dit dossier nep is. Human Rights Watch, nochtans niet vies van vervalst bewijsmateriaal in deze oorlog, uitte dan ook nogal wat bezwaren over die beweringen van dat Brits advocatenkantoor. Onze diplomaat niet. Het ergst qua een gebrek aan bronnenkritiek is echter als hij op pagina 72 een rapport uit 2016 van The Day After Association beschrijft. Volgens dat rapport had een opinieonderzoek van die vereniging aangetoond dat meer dan helft van de Syrische christenen die op hun zogenaamde peiling hadden geantwoord positief stonden tegenover die opstand. Simpel onderzoek leert dat die vereniging een van de vele tientallen vanuit het buitenland opererende oppositiegroepjes is die werken met gelden van de VS, de Arabische Golfstaten of Europese landen als Frankrijk. Maar hoe in ‘s hemelsnaam kon men in 2016 in een toestand van algehele oorlog vanuit het buitenland in Syrië zelf een opiniepeiling houden, laat staan een die wetenschappelijk betrouwbaar is? Geen probleem voor Nikolaos van Dam. Hij stelt zelfs dat aangezien de opstand anno 2016 meer jihadistisch dan bij de start de christenen in 2011 nog met een veel groter percentage achter die opstand moeten gestaan hebben. Is dat om te lachen? Religies klitten aan elkaar Wie al Qaida en ISIS financiert of financierde laat hij dan ook gemakshalve in het ongewisse. Ook over de centrale rol van Israël in de kwestie zwijgt hij zedig. En veelal heeft hij het over buitenlandse mogendheden die in Libië intervenieerden zonder veel te specificeren. Men zou eens kunnen gaan beseffen dat het regime van Mark Rutte mee hielp aan de vernieling van Libië en Syrië. De rol van Nederland in deze massaslachtpartij lijkt als we zijn boek moeten geloven nihil te zijn. Wiens brood….  Je hebt er bij van Dam dan ook het raden naar waarom ISIS en al Qaida de hoogste lonen konden betalen aan hun huurlingen, een pak meer dan wat soldaten van het Syrische leger kregen.
Dr. Nabil Toumeh
Volgens Dr. Nabil Toumeh faalde de Westerse poging tot vernieling van zijn land als gevolg van de sterke cohesie onder de Syrische bevolking. Syrië was naar hij stelde voor het Westen met daarbij Israël te rijk geworden en moest daarom kapot.
En ja, het Syrische leger en haar hulptroepen hebben zware misdaden begaan. Niemand kan dit betwijfelen. Kijk maar naar het verhaal van de Woestijnvalken (Desert Hawks) van generaal Mohammad Jaber die zeer succesvol was maar plots op 2 augustus 2017 ontbonden werd en waarbij Jaber om onverklaarde reden officieel naar Oekraïne vertrok. (4) Over het fameuze rapport van de DIA over Syrië lees je hier dan ook niets. Te sterk bewijsmateriaal over de misdaden van landen als Nederland, zijn broodheer? Hetzelfde met dat door de EU en Duitsland gefinancierde rapport van het Britse Conflict Armament Research (3) over Amerikaanse wapens van ISIS of over de verhalen uit de Israëlische pers over de steun aan o.m. al Qaida. Hij verzwijgt het. Dat de opstand ondanks de massale geldstromen en de tienduizenden vanuit het buitenland aangeleverde salafisten mislukte is het beste bewijs voor de cohesie van de Syrische maatschappij. De pogingen om het sektarisme te doen zegevieren faalden. Het is zoals de Syrische soefist, parlementslid, filmmaker en zakenman dr. Nabil Toumeh het in een gesprek in Damascus uitdrukte: “Syrië, dat is 30 religies en 60 sekten en dat klit sterk aan elkaar en daarom mislukte het Westen hier, in tegenstelling tot in Libië, om dit land te verslaan.” Maar voor Nikolaos van Dam is Syrië gewoon een alawietische dictatuur. Tegenstander Wel toont hij zich in zijn boek toch een tegenstander te zijn van het beleid van het Westen hier. Al zegt hij dat erg omfloerst. Zijn stelling is dat men die jihadisten aanmoedigde bij hun opstand, hun onrealistische eisen steunde en onvoldoende militaire hulp gaf om te slagen in hun opzet. De oorlog had zonder die steun minder mensenlevens gekost is zijn visie. Hij vergelijkt het met de Amerikaanse oproep aan de Iraakse sjiieten om na de Iraakse nederlaag in februari 1991 in opstand te komen. Waarna de VS van enkele kilometers ver zat toe te kijken hoe die naïeve opstandelingen door het Iraakse leger afgeslacht werden. De realiteit is echter dat dit ook het plan was. Het land vernielen en via de introductie van het sektarisme het voor decennia onbestuurbaar te maken. En het Westen is hier zeker niet aan haar proefstuk. Zie naar Bosnië, Kosovo, Afghanistan, Libië en ook Irak. En voor deze halsmisdaad tegen Syrië is de hoofdverantwoordelijke de gewezen Amerikaanse president Barack Obama. De man die bij het begin van zijn ambtsperiode van de Noorse premier Jens Stoltenberg de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Stoltenberg kreeg dan nadien van Obama de post van secretaris-generaal van de NAVO. De westerse waarden. Nikolaos van Dam betreurt de vernieling van Syrië maar is via zijn werk een onderdeel van die strategie. Zelfs al maakt hij er bezwaar tegen.
1) La face cachée des révolutions arabes, Ellips, redactie: Eric Denécé, 528 pagina’s, 2012. 2) https://www.maryakub.net/ 3) Conflict Armament Research: De VS wou niet antwoorden op de vraag van de groep hoe na juni 2014 In Bulgarije geproduceerde en aan de VS geleverde wapens bij ISIS werden gevonden. Wapens van een sovjet-type waar men in de VS niets mee kan aanvangen. In juni 2014 viel de stad Mosoel na de massale desertie van het Iraakse leger in handen van ISIS. Zie o.m. pagina 39 van het rapport. http://www.conflictarm.com/publications/. 4) Zie: https://www.almasdarnews.com/article/syrian-desert-hawks/. Al Masdar is een informatieve website die de Syrische regering steunt in haar oorlog. Het is dus geen geheim in Syrië. Integendeel. Daniël Maes, Poetin & Assad hebben ons leven gered – Syrisch dagboek deel 1, De Blauwe Tijger, 2017, 264 pagina’s, 21,5 euro. Jens De Rycke, Het dagboek van granaten in Damascus, Polemos, 2017, 160 pagina’s, 15 euro. Ludo De Brabander, Oorlog zonder grenzen, Epo, 2016, 271 pagina’s, 22,5 euro. Nikolaos van Dam, Destroying a nation – The civil war in Syria, I.B. Taurus, 2017, 242 pagina’s, 8,99 Britse pond.
Posted on

Daniël Maes: “Westen zal blijven proberen Syrië te onderwerpen”

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden en gaven we de lezing van de Nederlandse filosoof en uitgever Tom Zwitser door. Een andere spreker op dit congres was pater Daniël Maes, die uit eigen ervaringen in Syrië verslag kon doen. Bij Uitgeverij De Blauwe Tijger verscheen eerder het eerste en onlangs het tweede deel van zijn Syrisch Oorlogsdagboek, nu samen met korting verkrijgbaar.

Ook van zijn lezing in Leuven is een opname gemaakt, die hieronder te bekijken is:

Posted on

“Voor Damascus is wat vandaag gebeurt een déja-vu”- Westerse interventies als wortel van conflicten in Midden-Oosten

Zo eenzijdig als de blik van de mainstream van de westerse politiek op het Midden-Oosten met zijn verschillende conflictgebieden is, zo manicheïsch is haar indeling daarvan in goede en kwade actoren. Goed zijn vooral diegenen die met dit manicheïsche wereldbeeld instemmen en de de opvatting van de westerse politiek bevestigen. Wie daarentegen een gedifferentieerd beeld van de situatie uitwerkt en de conflicten in hun veelkleurigheid probeert te vatten, wordt al snel bij de As van het Kwaad ingedeeld.

Zo ook de Duitse journalist en islamoloog Michael Lüders, die met ‘Wer den Wind sät’ en ‘Die den Sturm ernten’ twee met elkaar samenhangende boeken over de gevolgen van de westerse politiek in het Midden-Oosten en Noord-Afrika heeft uitgebracht. In het eerste boek, dat een iets algemenere scope heeft en twee jaar geleden voor het eerst verscheen, belicht Lüders eerst de omverwerping van de Iraanse premier Mohammed Mossadegh door de CIA, die hij als blauwdruk voor vergelijkbare operaties ziet: “De staatsgreep in 1953 laat een basismodel zien, dat de VS en hun bondgenoten nog altijd aanwenden bij een voorgenomen wisseling van regime: de demonisering van de tegenstander voorafgaand aan de eigenlijke operatie”, aldus Lüders. Zo wordt Mossadegh bijvoorbeeld in campagnes herhaaldelijk met Hitler vergeleken. Vergelijkbare formuleringen als in die campagnes steken later “bijna woord voor woord het zelfde” de kop op in campagnes tegen Saddam Hoessein, Moeammar Khadaffi of Bashar al-Assad.

Blow back

Deze eerste regime change is de haast ideaaltypische illustratie van een steeds terugkerende figuur bij Lüders, de ‘blow back’ van westerse politiek. Interventies in de islamitische wereld, moreel  opgeblazen als bevrijding of democratisering, in werkelijkheid echter uitdrukking van door belangen geleide machtspolitiek, zetten processen in gang die zich tegen de oorspronkelijke of voorgewende doelstellingen keren. In het geval van Iran had de interventie op de langere termijn de islamitische revolutie van 1979 tot gevolg.

Knap is ook Lüders portret van het conflict tussen Afghanistan en de Sovjet-Unie als kiem van Al Qaida en het ‘jihad-toerisme’, dat aanvankelijk door het Westen gestimuleerd werd. Ook het portret van ‘Islamitische Staat’ en zijn wortels in Saoedi-Arabië is, ondanks dat het relatief kort is, informatief en opnieuw een goede illustratie van de ‘blow back’ van westerse interventies.

‘Die den Sturm ernten’ concentreert zich op het conflict in Syrië, dat Lüders inleidt met een breder historisch vertoog. Uitgaande van de geleidelijke dekolonisatie en de emancipatie van Arabische naties, beschrijft Lüders hoe de westerse machten in dit proces hun belangen proberen door te zetten. Met de Verenigde Staten, die daarmee het prestige dat ze daarvoor als niet-koloniale macht in die regio hadden, verspeeld hebben, voorop. Met betrekking tot Syrië: “Zonder Syrisch gebied te doorkruisen, laat zich geen rendabele pijpleiding van de Perzische Golf of vanuit Irak naar de Middellandse Zee aanleggen.” En dat geldt al in 1956.

Bezorgd zien de Verenigde Staten en Groot-Brittannië hoe opeenvolgende Syrische machthebbers toenemend ondersteuning zoeken uit de Sovjet-Unie. En die laatsten registreren verontrust de westerse voorbereidingen voor ‘regime change’. Lüders vat de Britse, pas recent publiek geworden plannen samen: “Het [plan] voorzag er in met behulp van terreuraanslagen en het binnensluizen van geld en wapens een opstand van regeringstegenstanders te veroorzaken en vooral ontevreden stammen in het zuiden en oosten van Syrië te mobiliseren.”

Déja-vu

Het plan wordt voortijdig onthuld, de Amerikaanse ambassadeur het land uitgezet en Moskou dreigt met troepenopbouw aan de grens van Bulgarije (dan nog in het Warschaupact) met Turkije. De daaropvolgende consolidatie van een militaire dictatuur aan het hoofd waarvan Hafiz al-Assad zich in 1970 stelt, wordt begrijpelijkerwijs gekenmerkt door paranoia ten aanzien van westerse invloeden die het regime willen destabiliseren. “Voor Damascus is wat vandaag gebeurt een déja-vu.”

Lüders schildert enerzijds duidelijk het rücksichtslose optreden van de dictatuur, maar maakt anderzijds ook duidelijk dat de westerse perceptie, als zou de Syrische ‘oppositie’ het gehele Syrische volk of zelfs maar een wezenlijk deel van de bevolking vertegenwoordigen, simpelweg onjuist is. In vrije verkiezingen zouden de opstandelingen geen schijn van kans hebben op een overwinning. De manicheïsche indeling in goed en kwaad kan bovendien niet verder van de waarheid verwijderd zijn. De strijders van de oppositie houden in de schermutselingen net zo min rekening met mogelijke burgerslachtoffers als regeringstroepen, zo vat Lüders samen. “Beide zijden zijn vertrouwd met gruweldaden.”

Goede bedoelingen?

Lüders slaagt er weliswaar in te laten zien hoe de westerse interventiepolitiek onder leiding van de VS tot een destabilisatie van de regio geleid heeft. “Gechargeerd gezegd worden de Europeanen in de vluchtelingencrisis geconfronteerd met de brokken van een mislukt Amerikaans interventiebeleid, en betalen ze gewillig de prijs voor de machtsaanspraken van anderen.” Minder overtuigend werkt daarbij echter Lüders eenzijdige interpretatie als zou de ‘blow back’ louter een irrationele fout van dit beleid zijn.

Dat de Europeanen, Duitsland voorop, allang zelf voorwerp van een interventiebeleid zijn geworden, dat tot uitdrukking komt in de massale instroom van Midden-Oosterse en Afrikaanse immigranten, komt bij Lüders kennelijk niet op. Zo beklaagt hij de verdere opkomst van de radicale islam, omdat deze “niet in de laatste plaats een fontein van de jeugd is voor de rechts-populisten in Europa”. Desalniettemin bevat het boek genoeg waarmee ook ‘rechtspopulisten’ hun voordeel kunnen doen in de bestrijding van het schadelijke beleid van de gevestigde partijen.

Posted on

De ondervraging van Saddam Hoessein

Eind maart 2003 zet het Amerikaanse leger in het Midden-Oosten zich in beweging. Vanuit meerdere invalshoeken trekken zij Irak binnen. Het doel is het afzetten van Iraaks dictator Saddam Hoessein die dan al enkele decennia een terreurbeleid voert in zijn land. Daarnaast steunt hij radicale islamisten en heeft hij bijgedragen aan de aanslagen van 11 september. Uit angst dat hij zijn verborgen arsenaal van massavernietigingswapens inzet in toekomstige aanslagen besluit de VS om korte metten te maken met hem. Onderweg naar Bagdad zal het volk in massa de Amerikaanse troepen toejuichen waarna de VS een nieuw Irak zal oprichten. De Iraakse partners hiervoor zijn de Iraakse bannelingen die ondanks hun ballingschap een goed contact hebben kunnen houden met hun land en zo de VS perfect de situatie intern kunnen uitleggen. Saddam zelf vangen zal niet zo makkelijk zijn aangezien hij meerdere dubbelgangers gebruikt. Zo heeft de CIA kunnen vernemen uit meerdere betrouwbare bronnen, wier informatie na een nauwkeurig analyseproces is bevestigd. Met Saddam uit de weg zal gebouwd kunnen worden aan een pluralistisch en democratisch Irak, zonder sectaire of andere verschilpunten.

Realiteit

Zowat alles behalve de eerste twee zinnen van de vorige alinea klopt niet. Desondanks is praktisch alles destijds wel bevestigd door CIA bronnen.  De CIA, toen onder leiding van George Tenet, werkte in een atmosfeer van “Don’t dare to be wrong”. Waarbij wrong wordt bekeken als een mening aanhouden die niet past in het narratief dat de top wenst.  John Nixon is in die periode analist bij de CIA en ten tijde van de Amerikaanse inval in Irak is hij al enkele jaren zich aan het specialiseren in de persoon Saddam Hoessein. Op het moment van de inval is ook hij overtuigd dat Hoessein een verborgen arsenaal massavernietigingswapens heeft. Dit ondanks het feit dat de CIA dit soort dingen verneemt uit dezelfde onbetrouwbare bronnen die Hoessein een zware ziekte toeschrijven wanneer hij in de jaren daarvoor opmerkelijk vermagerd op televisie verschijnt. Later zou blijken dat hij enkel op dieet was. Volgens de CIA was hij, tevens vanwege die zware ziekte, gestopt met roken en rood vlees eten. In latere ondervragingen zal Saddam Hoessein hartelijk lachen om die beweringen. Hij was op dieet gegaan, maar stoppen met rood vlees eten? Daar was geen sprake van. Het stoppen met sigaren roken was nog belachelijker, hij rookte nog altijd vier sigaren per dag. En een ziekte? Meerdere mensen uit de inner circle rond hem zouden later zeggen dat hij voor zijn leeftijd (achter in de zestig) nog enorm fit was. Sterker nog: hij gaf jongere mannen vaak het nakijken.

Het zijn maar enkele dingen die John Nixon bijleert wanneer hij na de gevangenneming van Saddam Hoessein de man zelf moet ondervragen over zijn beleid. De ondervragingen zelf worden amper tot niet voorbereid aangezien hogerhand constant andere beslissingen neemt over wie hem zal ondervragen. In het begin krijgt hij te horen dat hij een week krijgt, daarna neemt de FBI het over. Na een week blijkt dit toch niet zo te zijn. Langzaam dringt het tot hem door dat de VS eigenlijk geen plan hadden voor na de inval in Irak. Men meende dat de Ba’ath-partij uit de macht ontzetten in volledigheid, zoals het ontslaan van het volledige Iraakse leger en de politiemacht, zou leiden tot een stabiel Irak. Vanuit de groene zone kon Nixon echter de explosies horen van het verzet tegen de Amerikaanse troepen. Saddam merkte er over op dat de Amerikanen geen idee hadden van hoe Irak werkt en verbaasde zich erover hoe weinig ze ook wisten van het gebied. Wanneer Nixon met Hoessein wilt spreken over de gebeurtenissen van de laatste honderd jaar in Irak wuift hij dat lachend weg. De laatste duizend jaar lijken hem veel meer relevant. En nog nuttiger zou het zijn als ze het zouden hebben over enkele millennia terug. Het is een feit dat Amerikanen dit verwijt wel eens vaker krijgen. Zo was er enkele jaren terug een Iraans diplomaat die tegen een Amerikaanse vertegenwoordiger zei dat de Amerikanen hun land op en al 300 jaar oud is. De Iraniërs zijn er echter al millennia, wat weten die Amerikanen nu van denken op lange termijn. Laat staan van verhoudingen die millennia oud zijn?

Saddam

Terug naar Saddam Hoessein. Wanneer Nixon hem voor het eerst ontmoet, verwacht hij een oude, gebroken man. Het tegendeel blijkt. Saddam wordt de kamer binnengebracht, stapt op zijn ondervragers toe en schudt hen flink de hand. Zijn natuurlijke charisma en kamer vullende aanwezigheid vallen direct op. De verrassingen stapelen zich de weken daarna op. Zo bleek dat Saddam Hoessein zich al enkele jaren nog amper bezighield met regeren en besturen. Hij had zich toegelegd op het schrijven en had kort voor de inval nog een manuscript gestuurd naar Tariq Aziz voor correctie en commentaren. Dat hij geen schrijfgerei kreeg (hij zou immers zelfmoord kunnen plegen met een pen…), ervoer hij als een marteling.

Nixon ging in op het beleid dat hij had gevoerd. Was hij een tiran geweest? Nee, een dictator wel zo bleek. Saddam Hoessein bleek geen totalitair systeem te hebben geleid, maar wel een sterk autoritair systeem. Wel was het zo dat er vaak actoren waren in Irak die handelden zonder zijn medeweten, maar die hij later wel moest goedkeuren om verdere problemen te vermijden. Tot de verbazing van Nixon bleek Hoessein niets dan goeds te zeggen te hebben over de Koerden. Zijn problemen waren met de extreemlinkse terroristen van de PKK e.d., maar niet met de Koerden als zodanig. De gifgasaanval op Halabja beweerde hij pas ontdekt te hebben na de feiten. Men zou kunnen denken dat Hoessein verantwoordelijkheid van zich afschuift, maar op andere momenten heeft hij geen probleem toe te geven dat hij een harde aanpak goedkeurde en leidde. Er valt effectief wel iets voor te zeggen. In de periode na de Iraaks-Iraanse oorlog, waar de VS beide kanten bleek te steunen tot algemene verbijstering in Bagdad, lag Irak in puin. Iran steunde Koerdische milities die tegen Bagdad streden en Saddam Hoessein had, vanuit eerdere ervaringen in het verleden, ervoor gekozen om kort en krachtig voorbeelden te stellen. De gifgasaanval in Halabja zou echter het persoonlijke initiatief zijn geweest van Ali Hassan al-Majid (“Ali Chemicali”). Waarbij Saddam Hoessein volhield dat er inderdaad burgers zijn gestorven, maar dat de meerderheid gewapende strijders waren.

Waar die massavernietigingswapens nu waren? Opgeruimd, zoals door de VN bevolen uiteraard. De VN en VS bleven hameren op het uitleveren van documenten die hun bestaan en locatie moesten aangeven. Wat echter niet bestaat, kan niet worden uitgeleverd. Waarbij Hoessein fijntjes vermeldde dat na de Golfoorlog er algemene chaos heerste in Irak en er veel staatsgebouwen zijn vernietigd door rebellen. Nixon begon dan over het gerucht dat Irak zijn massavernietigingswapens naar Syrië had gebracht. Iets dat Hoessein al helemaal grotesk vond. Voor Assad had hij, net zoals voor koning Abdoellah van Jordanië, enkel minachting. Abdoellah was volgens hem een marionet van de Amerikanen en de zionisten en Assad een zwakkeling. Saddam Hoessein daarentegen was de grootste van alle Arabische heersers, hij moest immers de poort van de Arabische wereld beheersen tegen de Perzen. Hij zal consequent termen gebruiken die verwijzen naar Perzië en niet naar Iran, al is dat hetzelfde. Zijn woordkeuze ligt echter in het verlengde van zijn historisch perspectief. Hoessein zag zichzelf als iemand met een historische missie. Voor hem was Irak de grendel op de deur die een inval van de Perzen moest tegenhouden. En zolang Irak seculier werd geregeerd, met harde hand uiteraard, zou dat ook lukken. De intrede van “de tulband in de politiek” zou de Perzen echter de grendel van de deur doen schuiven. Voor Saddam was het revolutionaire sjiisme van Iran enkel het spiegelbeeld van het wahhabisme, dat hij evenzeer als een bedreiging zag. Hij doet dan ook vaak zijn beklag over hoe mensen het nationalisme opzijleggen voor religieuze conflicten die enkel een externe partij dienen. En ook hier heeft hij een punt. Tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog bestond het Iraakse leger voor het merendeel uit sjiieten die trouw hun plicht vervulden in het Iraakse leger. Voor religie in zijn Ba’ath-partij was Saddam Hoessein echter kleurenblind. Het kon hem niet schelen of iemand soenniet, sjiiet of christen was, men was allemaal Iraki. Al gebruikte hij bij momenten wel de verschillen in zijn eigen voordeel. Zo liet hij Sadiq al-Sadr, een machtige sjiitische ayatollah in Irak, vermoorden door een team onder leiding van een christen. Divide et impera, zo u wilt.

Aanklacht

Zoals u kunt lezen, is het boek niet enkel de ondervraging van Saddam Hoessein. Die later overigens meer gelyncht dan geëxecuteerd zou worden. Het is ook een aanklacht tegen de manier van opereren van de CIA, iets dat we in de jaren na de oorlog tegen Irak ook hebben mogen zien. Het  steunen van vermeende gematigde rebellen in Syrië, die later kinderen blijken te onthoofden. Het krampachtig vasthouden aan dat beleid omdat men niet wil of kan toegeven een fout gemaakt te hebben. Ronduit het durven om de nederlaag van islamisten te bestempelen als een humanitaire catastrofe. Beschuldigingen aan de Russen in zo’n mate dat het wel lijkt of Poetin met het knippen van zijn vingers even de Amerikaanse verkiezingen kan manipuleren. De CIA is een ranzig instituut geworden, een rotte plek in de Amerikaanse instellingen. Een reputatie die de CIA ook al redelijk snel na haar ontstaan heeft gekregen en die enkel bevestigd is in de jaren daarna. Nixon illustreert dit in de latere hoofdstukken ook nog met enkele voorbeelden en haalt zo hard uit naar de sfeer die er leeft bij de top van de CIA en het algemene gebrek aan kennis in alle regionen. Om één voorbeeld te noemen: nergens in de CIA was er ergens rekening gehouden met het feit dat als Saddam Hoessein verdreven werd, Iran zich actief zou gaan mengen in de Iraakse politiek. Sterker nog: de Amerikanen wisten hoegenaamd niets over de rol van de sjiitische islam in Irak.

Het is te hopen dat Trump de bezem door de CIA haalt. Al lijkt de rot ondertussen zodanig verspreid dat het misschien beter is de dienst op te doeken en opnieuw te beginnen.

Nawoord

Overigens nog interessant. John Nixon was verplicht het boek voor te leggen aan de afdeling censuur van de CIA. Het resultaat is dat soms halve pagina’s vervangen zijn door lange zwarte censuurbalken, waarbij het duidelijk is dat het heus niet enkel ging om namen of locaties.  De meest zwaar gecensureerde stukken staan tussen alinea’s over het einde van Saddam Hoessein zijn zonen (omgekomen in een vuurgevecht met Amerikaanse troepen) en over de Ba’ath-partij van Syrië. Dat op zich is al interessant.

N.a.v. John Nixon, Debriefing the President. The Interrogation of Saddam Hussein (Bantam Press: Ealing, 2016), hardcover, 256 pagina’s.

Posted on

Lawrence: Heraut van het kalifaat

Uitgeverij De Blauwe Tijger presenteert dit najaar het ene na het andere belangwekkende boek. Het begon al met De doofpotgeneraal van Edwin Giltay. Afgelopen maandag was er dan de presentatie van Udo Ulfkottes Gekochte journalisten en van de Wikileaks-documenten. En woensdag 12 oktober wordt in Amsterdam het nieuwe boek van Robert Lemm gepresenteerd over niemand minder dan ‘Lawrence of Arabia’.

Een hoogst actueel en belangwekkend onderwerp in een tijd waarin ‘Islamitische Staat’ overal in het Midden-Oosten en Noord-Afrika huishoudt waar het maar voet aan de grond kan krijgen en terroristische aanslagen in Europa opeist. Robert Lemm presenteert T.E. Lawrence dan ook als ‘Heraut van het Kalifaat’, zoals de ondertitel van het boek luidt.

Ook op Novini schreven we al over ‘Lawrence of Arabia’ en de gevolgen tot op de dag van vandaag: De wortel van veel kwaden

Boekpresentatie

lawrenceWoensdag 12 oktober vindt de presentatie plaats van Robert Lemms nieuwe boek Lawrence. Heraut van het Kalifaat, om 20:15 uur in de Wackersacademie, Eerste Helmerstraat 271, 1054  DZ Amsterdam.

Naast de auteur zelf spreken de historica en arabiste Machteld Allan en de publicist en rechtsfilosoof Thierry Baudet.

Facebook-event

Posted on

IS-leider mogelijk in Amerikaanse foltergevangenis Abu Ghraib geradicaliseerd

Volgens een reportage van het journalistieke platform The Intercept, zou de IS-leider Ibrahim Awad Ibrahim al-Badry, beter bekend onder zijn nom de guerre Abu Bakr al-Baghdadi, in de Amerikaanse foltergevangenis Abu Ghraib geradicaliseerd kunnen zijn.

In 2004 leidde de publicatie van beeldmateriaal uit deze gevangenis in Irak internationaal tot een schandaal. Op foto’s en film was vastgelegd hoe Irakese gevangenen door hun Amerikaanse bewakers zwaar mishandeld, misbruikt en gefolterd werden.

De beelden zorgden destijds wereldwijd voor ontsteltenis bij regeringen en media, waarop zich de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush en zijn minister van Defensie Donald Rumsfeld zowaar publiek verontschuldigden. De verantwoordelijke gevangenisbewaarders werden weliswaar veroordeeld, niemand weet echter wat er van de gevangen die het betrof precies geworden is.

Tot nog toe werd vermoed dat IS-leider Ibrahim Awad Ibrahim al-Badry in Camp Bucca, een Amerikaans gevangeniskamp nabij de havenstad Umm Qasr in het zuiden van Irak gevangen was. Nu heeft het Amerikaanse leger tegenover journalisten van The Intercept echter bevestigd dat hij onder het nummer US9IZ-157911CI acht maanden in Abu Ghraib was.

Van de levensloop van al-Badry is vrij weinig bekend, wat een analyse van zijn persoonlijkheid en motivatie bemoeilijkt. De Verenigde Staten hebben aan die vaagheid echter ook bijgedragen. Zo waren er tot nog toe veel tegenstrijdige gegevens over de duur van zijn gevangenschap en de locatie in Irak waar hij gevangen gehouden werd.

De Verenigde Staten hebben inmiddels een prijs van 10 miljoen dollar staan op het hoofd van ‘kalief Ibrahim’ zoals al-Badry zichzelf noemt. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor misdaden tegen de menselijkheid, etnische zuiveringen en executies door onthoofding, kruisiging, verdrinking en levende verbranding, die in het ‘kalifaat’ hebben plaats gevonden.

Het feit dat al-Badry in Abu Ghraib gevangen heeft gezeten, zou mede kunnen verklaren hoe hij geradicaliseerd is. Wie de beelden van de toestanden in de Amerikaanse gevangenis in Irak kent (googelen op eigen risico), kan het niet verbazen dat deze na de oorlog de reputatie van ‘djihad-universiteit’ kreeg.

Posted on 1 Comment

Rusland wil Libisch scenario voor Syrië voorkomen

Rusland wil voorkomen dat zich in Syrië een ‘Libisch scenario’ voltrekt. Daarom versterkt het land haar militaire aanwezigheid in Syrië. Dat maakt Poetin uiteraard eens te meer tot boeman in het Westen.

De acties van de Amerikaanse regering inzake Syrië gelden als weinig geslaagd. Nog altijd duurt de oorlog tussen het bewind van president Bashar al-Assad en de ‘Islamitische Staat’ (IS) voort. De talrijke luchtaanvallen van de Amerikanen op stellingen van IS hebben dat tot nog toe niet kunnen verhinderen. Dat de Russische president Vladimir Poetin nu openlijk de effectiviteit van de Amerikaanse luchtaanvallen in twijfel trekt, zit Obama en de zijnen natuurlijk niet lekker.

Het is echter niet alleen de Russische kritiek die in Washington wrevel wekt, maar ook het doortastende Russische handelen. Zo begon enkele dagen geleden in Jableh ten zuiden van de havenstad Latakia in het westen van Syrië de opbouw van een Russische luchtmachtbasis.

Op deze basis moeten zo’n 1000 militairen gestationeerd worden en naast gevechtsvliegtuigen komen er ook luchtafweer-raketsystemen van het type Pantsir-S-1. Deze militaire inspanningen vinden niet zonder reden plaats. Per slot van rekening is Rusland al een oude bondgenoot van Syrië en Assad. Syrië was ook al een bondgenoot van de Sovjet-Unie en heeft vanuit deze tijd nog een schuld van ongeveer 10 miljard Amerikaanse dollars uitstaan bij Rusland. Rusland beschikt ook nog altijd over een marinebasis in het Syrische Tartus. Dat is het enige militaire steunpunt van Rusland in het Middellandse Zeegebied, zodat het belang ervan duidelijk mag zijn.

Er zijn kortom oppervlakkig al genoeg redenen waarom Rusland de regering van Assad nog ondersteunt. Die steun krijgt sinds enige tijd gestalte in de vorm van wapenleveringen en militaire adviseurs/trainers. Er zijn echter ook diepere redenen voor de Russische opstelling.

Het gaat de Russische regering er namelijk vooral om in Syrië een ‘Libische scenario’ te voorkomen. De westerse militaire interventie in Libië ligt bij de Russen nog vers in het geheugen, maar niet op de manier waarop de politiek-mediale klasse in het Westen hierover spreekt. Rusland ziet het bombarderen van Libische regeringstroepen in 2011 terecht als misbruik van VN-resolutie 1973. Die resolutie legitimeerde immers geen militaire aanval op het bewind van Khadaffi, maar slecht een militair ingrijpen om de burgerbevolking te beschermen. Poetin voelde zich in dezen door het Westen bedrogen. En dat zal hem geen tweede keer gebeuren.

Vrede in Syrië zonder Assad niet haalbaar

De situatie in Libië na de val van Khadaffi laat bovendien een scenario zien, dat Rusland in Syrië in geen geval wenselijk acht. Libië is immers diep verzonken in terroristische chaos en een vergelijkbaar scenario in Syrië, zou voor Rusland betekenen dat de terroristen in de Noord-Kaukasus, waarmee Rusland sinds enige tijd in opnieuw toenemende mate te kampen heeft, een blijvende uitvalsbasis in het Midden-Oosten krijgen. Dat zou de bestrijding van deze groepen uiteraard bemoeilijken.

Bovendien gelooft in Moskou, anders dan in Washington en Brussel, niemand serieus dat een vreedzame oplossing in Syrië mogelijk is zonder Assad en zijn regering daarin te betrekken. Een verenigde oppositie met brede steun die na het vertrek van Assad  het bestuur over zou kunnen nemen, is er immers feitelijk niet.

Terwijl Rusland op de grond feiten schept, zijn de Verenigde Staten niet in staat een vreedzame oplossing voor Syrië na te streven die niet de val van Assad inhoudt, omdat de Amerikaanse bondgenoot Saoedi-Arabië die als ononderhandelbare voorwaarde stelt. Het wahabitische regime in Riaad wil Assad als de hoofdverantwoordelijke zien voor de ruim 200.000 doden van de nog altijd voortdurende oorlog, en wast de eigen handen in onschuld. Daarbij komt dat de Saoedi’s de positie van Iran, dat een belangrijke bondgenoot van Assad is, op alle mogelijke manieren wil verzwakken. In de afgelopen weken zou Iran daadwerkelijk troepen naar Syrië hebben gestuurd, het gaat naar verluidt om zo’n 1000 soldaten van de Revolutionaire Garde die het Syrische regeringsleger moeten versterken. Een en ander zou in nauw overleg met de Russen gebeurd zijn.

Zowel Rusland als Iran staan dus een oplossing voor Syrië zonder Assad in de weg. Turkije heeft intussen in eigen land de handen vol aan het oplaaiende conflict met Koerdische milities. Een oplossing voor Syrië die een versterking van de Koerdische positie zou betekenen en daarmee waarschijnlijk een burgeroorlog in Turkije, zal de Turkse regering uiteraard niet accepteren. Daar kunnen Rusland, Iran en Assad op rekenen, ongeacht hoe de Turkse opstelling tegenover Assad an sich is.

Door het Russische optreden in Syrië is kortom een vrede in Syrië mét Assad waarschijnlijker geworden. Of de Verenigde Staten of Saoedi-Arabië dit nog weten te verhinderen moet de toekomst uitwijzen.

Posted on Leave a comment

Syrische revolutie 2011-201..?

In de laatste dagen van 2010 stak een man zichzelf in brand in Tunesië als een teken van protest van zijn frustratie over de economische situatie waarin hij verkeerde.  Honderden begonnen te demonstreren en uiteindelijk werd de dictatuur in 3 weken omver geworpen door een spontane volksopstand. Dit werd gevolgd door demonstraties in de rest van de Arabische wereld, massa’s kregen hoop dat ze hun bewind omver zouden kunnen werpen, in Egypte slaagde men hierin, in Libië niet dan met buitenlandse militaire steun.

Medio maart 2011 begon een vreedzame protestmars in Damascus tegen het bewind van de Baath-partij, dat Syrië bestuurt sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw. De demonstranten waren afkomstig uit alle etnische bevolkingsgroepen en hadden diverse religieuze achtergronden, hetzelfde kan gezegd worden van de voorstanders van het regime en de strijdkrachten die loyaal bleven aan de regering.

Na ruim 11 maanden gaan de demonstraties en de onderdrukking daarvan nog altijd voort en nog altijd is er geen uitzicht op een einde aan het conflict. Het officiële dodental ligt rond de 8000 en er zijn nog veel meer gewonden. Veel mensen zeggen dat een militaire interventie nodig is om het bloedvergieten te stoppen, omdat het bewind van president Assad zijn behandeling van de bevolking niet zal veranderen. Maar er is iets belangrijks dat we niet uit het oog moeten verliezen.

Achter het conflict tussen een deel van de Syrische bevolking met het bewind ligt een belangenconflict tussen de Verenigde Staten en Rusland. Syrië is het enige Arabische land dat een militaire overeenkomst heeft niet met de Verenigde Staten maar met Rusland. Syrië is verder een bondgenoot van Iran en haar strategische geografische ligging vergroot haar belang. President Assad is geen soenniet, zoals de meerderheid van de bevolking, maar een aleviet, religieuze verschillen spelen ook een belangrijke rol. De oppositie wordt bewapend en gefinancierd door Qatar en Saoedi-Arabië, die felle tegenstanders zijn van Iran. Ook milities die de oppositie steunen hebben massamoorden begaan nadat zijn de controle kregen over steden of buurten.

Saoedi-Arabië gooit olie op het vuur door de Syrische oppositie van wapens te voorzien.

Arabische landen hebben allemaal een dictatuur gehad in de afgelopen decennia (met uitzondering van Libanon, maar met inbegrip zelfs van de rijke Golfstaten), maar Syrië heeft economisch het beste gepresteerd, het land heeft een olie-industrie die niet te veronachtzamen is. Dit wekt ongetwijfeld afgunst.

We moeten ons er van bewust zijn dat met de Amerikaanse inval in Irak de staatsveiligheidsdiensten volledig werden weggevaagd, 6 à 7 jaar was nodig om het land te stabiliseren, bijna 4 miljoen Irakezen sloegen op de vlucht, 2 miljoen vertrokken naar Syrië. De meerderheid van de Iraakse christenen raakte zijn huis kwijt en moest zijn toevlucht zoeken in Koerdistan en Syrië. 500 à 1000 van de oudste christelijke kerken ter wereld werden compleet verwoest en de Amerikaanse strijdkrachten deden niets.

Een embargo zou een pressiemiddel kunnen zijn om het bewind van Assad onder druk te zetten, maar een militaire interventie zou het begin van een veel groter conflict kunnen zijn. Poetin zal onverwijld handelen als het belang van Rusland bedreigd wordt. Er zijn terechte zorgen over de mogelijke Iraanse ambitie kernwapens te ontwikkelen, temeer omdat er onder de Iraanse elite mensen zijn die dergelijke wapens daadwerkelijk tegen Israël zouden willen gebruiken. Maar het destabiliseren van Syrië door een militaire inval is zeer gevaarlijk voor de diverse etnische bevolkingsgroepen en religieuze gemeenschappen in Syrië en voor de landen in de regio, zelfs voor Israël.