Posted on

De curieuze onafhankelijkheid van Catalonië en de EU

Mocht u het nog niet weten: de minister-president van Catalonië is in Brussel. Na een omstreden referendum besloot Carles Puidgemont het vliegtuig naar Brussel te pakken om bij de Europese Unie de Catalaanse zaak te bepleiten. Tot nu toe kreeg hij daar nul op het rekest en het is nog maar de vraag wat hij denkt (dacht) te bereiken. Binnen de Europese Unie is het vooral de Belgische federale regering geweest die de meest uitgesproken standpunten innam over de Catalaanse kwestie. Standpunten die dan ook niet verder gingen dan het veroordelen van het geweld van de Guardia Civil en oproepen tot dialoog. Niet dat dat hoeft te verbazen, buitenlandse conflicten importeren in regeringszaken is nooit een teken geweest van staatsmanschap.

Catalaanse grieven

Over de Catalaanse separatisten vallen enkele opmerkelijke dingen te zeggen. Het is echter nodig om te benadrukken dat de escalatie van dit conflict voor een aanzienlijk deel bij Madrid ligt. In een cynische visie, die het gevolg is van de democratische logica naar de letter te volgen, besloot de Partido Popular (PP) dat zij door een conflict met Catalonië meer stemmen kon winnen in de rest van Spanje dan dat ze zou verliezen in Catalonië. In 2006 krijgt Catalonië een nieuw statuut van autonomie, dat zwakker is dan wat gewenst was in 2005 en beloofd in 2003. De PP trekt naar het Grondwettelijk Hof die in 2010 het statuut op belangrijke delen schrapt. Het betekent een belangrijke breuk in de verhouding tussen Barcelona en Madrid. In 2012 geeft de Spaanse overheid aan de regionale overheden een kredietlijn (FLA) aan lagere interest dan op de markt beschikbaar is. Uiteindelijk zal Catalonië 40% van alle FLA-fondsen voor regionale overheden via het FLA-mechanisme krijgen en wordt Madrid de grootste schuldeiser (60%) voor de Catalaanse openbare schuld.

Catalonië voelt zich terecht benadeeld door het schrappen van het statuut. Madrid voelt zich gesterkt doordat zij, niet onterecht, meent via het FLA-mechanisme Catalonië financieel en economisch  overeind gehouden te hebben. Zoals hierboven reeds gezegd, redeneerde Rajoy van de PP ook naar de letter democratisch. Aangezien de PP in Catalonië slechts op een klein aantal van de stemmen kan rekenen, is het interessanter voor de PP om het conflict op te drijven. Op deze manier kan zij op stemmen rekenen van armere regio’s, die economisch en financieel afhankelijk zijn van Madrid en dus van Spaanse eenheid. Wat de PP verliest in Catalonië wint zij elders in meervoud. De spanning werd verder opgebouwd tot het referendum waar de Guardia Civil, blijkbaar zonder strategische doelen, de wapenknuppels liet spreken. Vervolgens koos Catalonië voor een onafhankelijkheidsverklaring in twee delen en op een zeer halfhartige wijze. Zelfs Madrid, dat op vinkenslag lag om de Catalaanse separatisten te vervolgen bij de minste gelegenheid, moest informeren wat er nu eigenlijk gebeurd was. Uiteindelijk begon Madrid over te gaan tot de juridische vervolging van de Catalaanse leiders van de separatisten. Tot de verbazing van vele eurofielen, en de verwachting van de eurosceptici zweeg de EU oorspronkelijk, om daarna de kant te kiezen van Spanje. Internationale veroordelingen bleven uit, belangrijke internationale erkenning van een Catalaanse republiek bleef ook uit.

Bedenkingen

Desondanks stellen de aanhangers van de Catalaanse separatisten momenteel dat de houding van de EU ten voordele van Spanje nadelig zou zijn voor de EU. Het tegendeel is waar. De EU moet men zien als hebbende een structuur die gelijkenissen toont met het Perzische Rijk van weleer. Elke lidstaat van de EU is een eigen satrapie waar de nationale elites hun macht behouden en gelegitimeerd zien door Europese regeringsinstellingen. Vanuit deze instellingen, die fungeren als een postmodern keizerlijk hof, kijken de machtigste intriganten neer op de deelstaten waarbij zij slaan en zalven naargelang het centrum van het rijk daar baat bij heeft. Polen en Hongarije gaan de verdere centralisering van het geheel tegen en dienen dus bestraft te worden. Spanje daarentegen is een loyale vazal die de richtlijnen van de EU volgt en mee een motor vormt voor verdere Europese integratie. Daarom mag zij genadeloos hard optreden tegen interne dissidentie indien zij dat wenst. Dat is niet eigen aan Spanje, eenzelfde houding ziet men tegenover Frankrijk, Nederland en Ierland. Daar stemde de bevolking via referenda tegen Europese besluitvorming, maar werd dit uiteindelijk genegeerd of werd er gestemd tot de juiste resultaten er waren. Zolang de satrapen braaf via de keizerlijke weg naar het Brusselse hof reizen om hulde te brengen aan het centrale machtscentrum blijven de problemen binnen hun grenzen interne problemen. Zodra zij een afwijkende route nemen en zich verwijderen van het machtscentrum en van het beleid daardoor uitgestippeld, worden problemen binnen hun grenzen existentiële breekpunten voor de EU.

Momenteel heeft de EU er alle baat bij om Spanje te steunen. Daartegenover zal staan dat Spanje niet te moeilijk doet tegenover verdere machtscentralisatie naar Brussel en braaf mee zal stemmen tegen de Visegrad-landen (wiens informeel forum overigens al wankel is). Wordt de EU echter geconfronteerd met een existentieel probleem door Catalonië? Absoluut niet, integendeel.

Het Catalaanse bochtenwerk

Aan de Vlaamse krant “Het Nieuwsblad” gaf Carles Puidgemont op 8 november 2017 een interview over hoe dat onafhankelijke Catalonië vorm moet krijgen. Daar gaf hij een uiteenzetting over het feit dat de Catalaanse onafhankelijkheid allesbehalve onafhankelijkheid inhoudt, integendeel. Militair gezien wil Catalonië geen investeringen doen in soldaten of wapens, een leger zal er namelijk niet komen. Landsgrenzen moeten er ook niet komen en een Catalaans paspoort is optioneel. De concurrentie met Spanje wordt niet aangegaan, maar in de zin daarop gaan de bedrijven wel de concurrentie aan met de rest van de wereld. Wat duidelijk impliceert dat Catalonië binnen Spanje blijft.  Het meest concreet is Puidgemont in de volgende zin: “Vergis u ook niet, het einddoel is geen nieuwe staat met landsgrenzen en een eigen leger, die naast Spanje zal ontstaan.” Op 13 november 2017 verscheen in het Franstalige Le Soir een interview met Puidgemont waarin hij zei bereid te zijn om een oplossing te zoeken zonder de Catalaanse onafhankelijkheid . Hij zegt daarbij dat hij dertig jaar heeft gewerkt om Catalonië te verankeren in Spanje. Een kaakslag voor hen die de wapenstok van de Guardia Civil hebben getrotseerd om hun stem uit te brengen.

Waarom immers een referendum houden over onafhankelijkheid indien dat niet het doel was? Het voorstel van Puidgemont komt er immers op neer dat militair gezien Catalonië volledig kiest voor een Europees leger (NAVO-leden zijn immers verplicht zelf te investeren in een nationaal leger). Daarnaast kiest men voor de integratie van Catalonië als een soort provincie van de Europese Unie. Catalonië zou er ook niet voor kiezen de economische concurrentie aan te gaan met Spanje. Deze factoren samen zorgen ervoor dat de Catalaanse onafhankelijkheid minder zou inhouden dan een Amerikaanse deelstaat.

Op cultureel vlak is het beleid van de Catalaanse separatisten ook al enkele jaren typerend voor de postmoderne anti-identitaire nietszeggendheid. Arabisch wordt op de scholen aangeleerd naast het Spaans. De contacten met de moslimgemeenschap zijn dan ook goed, op voorwaarde dat men de islamisten van de Moslimbroeders als de ganse moslimgemeenschap beschouwt. In ruil voor het ondersteunen van de onafhankelijkheidsgedachte ondersteunt Catalonië actief radicaalislamitische prekers en verenigingen. Zo zijn er al langer plannen om de grote arena van Barcelona om te vormen in de grootste moskee van Europa. De enige reden dat dit niet is doorgegaan, is omdat de financiële kant (gesteund door wahhabitisch Saoedie-Arabië) niet rond geraakte. In Barcelona ziet men ook de typische uitingen van een progressieve hogere middenklasse wiens prioriteiten verwaterd zijn geraakt tot een misplaatst wereldredderssyndroom. “Refugees welcome, tourists go home” is een typische uiting hiervan, waarbij zelfs een toeristische bus werd aangevallen. Het verbaast dan ook niet dat de politieke initiatieven vanuit deze middens enkel nationale structuren willen afbreken en er geen eigen wensen op te zetten. Waar de Catalaanse anarchisten en communisten nog voor soevereiniteit pleitten, zijn hun erfgenamen enkel voor een statuut dat inhoudt dat ze niet direct onder Madrid vallen. Voor hen is het afstaan van soevereiniteit aan Brussel, het zichzelf aanbieden als trouwe vazallen, het hoogste doel geworden in een beweging die zijn eigen autonomistische wortels ontkent.

Indien de EU een Catalaanse republiek zou erkennen en mee helpen opzetten, dan zou dit de facto betekenen dat Brussel naast zijn Spaanse satrapie een gebied krijgt dat praktisch direct vanuit Brussel geregeerd zou worden. Geen grenzen, geen leger en geen paspoort houdt in dat het enige dat Catalonië onderscheidt van Spanje een directe verhouding tot de EU zou zijn. De Catalaanse regering zou niet meer zijn dan een provinciaal bestuur waarbij de eigenlijke beslissingen in Brussel, en dus gedeeltelijk ook in Madrid, zouden gemaakt worden.

Voor de Europese Unie is het dan ook geen existentiële crisis. Zij spreken zich in dit geval uit tegen het separatisme van de Catalanen omdat de wijziging voor hen geen voordeel levert tegenover de status quo, die Spanje nauwer aan de EU hecht. Supranationale organisaties als de EU, en de NAVO, bekijken de wereld slechts gedeeltelijk ideologisch, maar vooral geopolitiek en machtscentraliserend. Kosovo moest en zou onafhankelijk worden omdat het de Russische invloedssfeer, via Servië, op de Balkan en Oost-Europa zou tegengaan. Getuige daarvan is het immense Camp Bondsteel in het zuidoosten van Kosovo, nochtans geen NAVO-lid. Decennia daarvoor mocht NAVO-lid Turkije Cyprus binnenvallen om een Turks separatisme in het noorden te ondersteunen. Geen van beide gingen in tegen de geopolitieke belangen van de NAVO als geheel en versterkten de organisatie in haar brede geopolitieke doelstellingen. Qua machtscentalisering zit de EU nu nog steeds op de route naar een federaal Europa. Indien morgen Spanje zich kritisch begint op te stellen tegenover de EU zullen de Catalaanse leiders opeens wel open deuren ontmoeten in de wandelgangen van de Europese instellingen. Zo mocht Sturgeon van de Scottish National Party opeens ook op audiëntie bij Verhofstadt en co toen het Verenigd Koninkrijk voor Brexit koos. Met het ontvangen van de SNP, en dat is dan weer geopolitiek, liet de EU nogmaals blijken dat zij er niet vies van is om de periferie van de EU te destabiliseren en een invloedszone daarin te vestigen. Of dat nu is door middel van het ondersteunen van het Schotse separatisme of door het steunen van gewapende milities van neonazi’s in Oekraïne.

De EU steunt cultureel gezien dan wel een postmodern en ronduit nihilistisch beleid, maar Catalonië is in zijn plannen voor “onafhankelijkheid” té postmodern om te voldoen aan de geopolitieke belangen van de EU en de militaire alliantie NAVO waar de EU een belangrijke positie inneemt. Voor de tegenstanders van de machtscentralisatie van de EU en/of de geopolitieke doelen van de NAVO presenteren de Catalaanse separatisten geen interessant alternatief dat als blauwdruk kan dienen voor de bredere beweging tegen voornoemde Europese en Atlantische belangen. Wat we hier wel uit kunnen leren, is dat wanneer het erop aankomt de Europese lidstaten bruut geweld zullen en mogen inzetten tegen hun inwoners. Zolang dat geweld ertoe dient de eenheid van de EU te behouden, zal dat ook op goedkeuring van die EU kunnen rekenen. Tenslotte draait de EU om macht, alle romantische sprookjes ten spijt.

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.