Posted on

Naoorlogse verzetshelden waarschuwen voor Baudet

De wanhoop slaat nu toch echt toe! Zelfbenoemd ‘weldenkend’ Nederland weet nu echt niet meer hoe ze Baudet moet stoppen. Ruim een week geleden werd er tijdens een antiracisme-demonstratie opgeroepen Baudet neer te schieten; het journaille en de intellectuele goegemeente was er als de kippen bij om deze moordoproep te bagatelliseren. Bijna dagelijks zitten ‘pratende hoofden’ in een van de vele talkshows te fulmineren tegen Baudet en het Forum voor Democratie. Opiniepagina’s van de dagbladen staan dag-in dag-uit vol met alarmerende schrijfsels over de filosoof-politicus en redactionele commentaren maken voortdurend hysterische vergelijkingen tussen de opkomst van Baudet en – natuurlijk – de jaren dertig van de vorige eeuw. Een al lang uitgerangeerde cabaretier schreeuwde onsamenhangende anti-Baudet kreten tijdens het herdenkingsmoment voor de slachtoffers van de aanslag in Utrecht bij de opening van het Boekenbal. Men zit kortom met de handen in het haar. Waarom wil het domme volk maar niet luisteren?!

“Volwassen politici”

Een laatste bedroevende bijdrage aan de dagelijkse stroom van anti-Baudet geluiden levert filosoof en Trouw-redacteur Leonie Breebaart. In het Letter&Geest-katern van 30 maart steekt ze al vanaf zin 1 met grof geschut van wal: “In de week voor de Maand van de Filosofie sloeg Thierry Baudet alle taboes aan diggelen die volwassen filosofen – en volwassen politici – proberen te respecteren, en die je kunt samenvatten als: doe niet of je een goddelijke ziener bent en hou je aan de feiten.”

Breebaart suggereert hier nogal wat in één zin. Baudet is geen volwassen filosoof en geen volwassen politicus, hij noemt zichzelf een ‘goddelijke ziener’ en hij houdt zich niet aan de feiten. Daarnaast verwijt de redacteur tussen neus en lippen door dat Baudet taboes doorbreekt. Laat het nu juist de generatie linkse journalisten zijn die er prat op gaat overal en nergens taboes te willen doorbreken! Maar Baudet, die schopt tegen het linkerbeen, verstoort het progressieve feestje.

Bodar op de korrel

Wie is Breebaart om vast te stellen wie wel volwassen is en wie niet? Welke criteria hanteert de filosoof/redacteur daarvoor? Op z’n minst mag je daarvan toch wel een verantwoording verwachten van iemand die zichzelf filosoof noemt? Maar de Trouw-redacteur suggereert heel geniepig dat Baudet, in tegenstelling tot zijn tegenstanders, een kind is. En kinderen hoef je niet serieus te nemen. Dat blijkt al uit de volgende alinea, waarin Breebaart Antoine Bodar, die zeldzaam moedig in Buitenhof het opnam voor Baudet, op de korrel neemt. De priester had de leider van het Forum vergeleken met een gymnasiast. Breebaart schampert daarover: “Ach ja, die goeie, ouwe puberteit, toen je grootse visies de wereld in slingerde in de hoop heel geleerd over te komen.” Nee, de redactie van Trouw is dat stadium allang ontgroeid. Daar werken alleen heel volwassenen mensen.

“Het land beschermen”

Want volgens Breebaart zelf behoort zij tot de groep mensen die het land beschermen, maar die Baudet wegzet als vijanden: “En dus dat degenen die ons in werkelijkheid beschermen tegen de macht van een leider – wetenschappers, journalisten, bestuurders – weggezet moeten worden als vijanden van het volk.” Het staat er echt. Wetenschappers, journalisten en bestuurders die “ons” moeten beschermen. Wat een gotspe, wat een eigendunk, wat een arrogantie!

(Non-)conformisme in de wetenschap

Wetenschappers die bijvoorbeeld werkzaam zijn bij een van de overheidsinstellingen, zoals een Planbureau, en die braaf opschrijven wat een ministerie wil horen. Wetenschappers die zo overtuigd zijn van hun eigen theorieën, dat ieder afwijkend geluid de mond wordt gesnoerd. Neem bijvoorbeeld promovendus Joris van Rossum van de VU in Amsterdam. In zijn proefschrift haalde Van Rossum, niet christelijk, de evolutietheorie van Darwin onderuit. Hij kon een baan in zijn vakgebied vergeten.

Gekochte journalisten

Journalisten die braaf op- of beter overschrijven wat een ministerie of inlichtingendienst hen voorkauwt. Udo Ulfkotte heeft dit overtuigend aangetoond in zijn boeken, zoals ‘Gekochte journalisten’ (Uitgeverij De Blauwe Tijger). Journalisten, die acht jaar lang hijgerig en kwijlend achter president Obama hebben aangehobbeld, maar die sinds 2016 Trump wegzetten als een levensgevaarlijk man. Trouw kopte op 31 maart nog: “Donald Trump regeert als een koning die geestelijk niet tegen zijn taak is opgewassen”. Alweer een kind, net als Baudet. Verslaggevers die twee jaar lang ongenuanceerd en kritiekloos berichten over Russische beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar vervolgens het Mueller-rapport – dat als conclusie heeft dat er geen enkel bewijs van beïnvloeding is – in twijfel trekken. En dat noemt zich kwaliteitsjournalistiek. Journalistiek als verdienmodel is een betere naam (Perscombinatie, salaris Van Nieuwkerk, etc.).

Reductio ad hitlerum

Bestuurders die hun sociale media-kanalen gebruiken voor het rondsturen van berichten waarin Baudet en het Forum voor Democratie een-op-een geassocieerd worden met het nationaal-socialisme. Als het Forum inderdaad de grootste partij van Nederland wordt, verwacht ik al snel ‘Baudet-vrije’ gemeenten. Want de bestuurders in dit land zijn echte verzetshelden.

Breebaart zingt in dat koor lustig mee. “Nieuw-rechtse bewegingen”, “extreem-rechtse Polen”, “omvolking”, “sterke leider”: de column van de redacteur grossiert in dit soort grove associaties en beschuldigingen. Beschermers? Tendentieuze rioolratten, die een klimaat creëren dat erger is dan dat van 2002. De demonisering neemt beangstigende vormen aan. Was het in 2002 nog ‘Stop de Hollandse Haider’, nu leest men zwart op wit of tussen de regels door ‘Stop de Hollandse Hitler’. De wanhoop van de linkse elite kent geen grenzen meer. Wie herinnert zich niet de schreeuwende Alexander Pechtold in De Balie in Amsterdam? Er hoeft maar een gek op te staan…

Posted on

Zestien jaar na Fortuyn, de demonisering van Baudet

“Meneer Baudet, we zijn pas begonnen,” schreeuwt D66-leider Alexander Pechtold aan het einde van het verkiezingsdebat in Amsterdam vorige week. Pechtold was toen al meerdere malen uitgevallen naar Thierry Baudet, die zich staande moest houden in een spervuur van vileine en leugenachtige beschuldigingen van onder andere Lodewijk – “Wees toch een  kerel” –  Asscher en Jesse – “morele zelfverheffing” –  Klaver. Dezelfde Asscher, die vier jaar op schoot zat bij Mark Rutte en van kruiperigheid niet wist hoe hij iedere dag zijn gezicht moest plooien. Jesse Klaver, die zijn messiasrol niet in vervulling zag gaan en laf op zijn Babboe-bakfiets de formatiebesprekingen verliet.

Op YouTube staat sinds 10 februari een knap gemaakte videocompilatie, waarin beelden van demoniserende politici tegen Fortuyn worden afgewisseld met beelden van demoniserende politici tegen Baudet. De registratie is beangstigend en misselijkmakend.

We zien een vertwijfelde Ad Melkert (PvdA), die Le Pen van stal haalt om Fortuyn in een hoek te zetten. Ad Melkert, de beoogde opvolger van Wim Kok. Ad Melkert, die voor ieder televisie-debat en fotosessie drie vers geperste grapefruits nuttigde en zo aan zijn zure gezichtsuitdrukking kwam. We zien een valse Thom de Graaf (D66), die citeert uit het dagboek van Anne Frank om Fortuyn te besmeuren. Links-extremisten voegden de daad bij het woord en duwden een taart gevuld met onder meer uitwerpselen in het gezicht van de lijsttrekker van Leefbaar Nederland. We zien grootgrondbezitter Marcel van Dam (PvdA), die Fortuyn een “minderwaardig mens” noemt en daarmee de eerste nagel aan de doodskist spijkerde. En we zien een boze en machteloze Pim Fortuyn, die bij de talkshow van Jensen genoemde politici verantwoordelijk houdt voor zijn dood – hoe profetisch.

En zestien jaar later gaan de opvolgers van genoemde zetelplakkers keihard verder met hun lynchpartij. Fortuyn is uitgeschakeld, Wilders schakelt zichzelf uit, dus wordt alle vitriool en demonisering uitgestort over Thierry Baudet en het Forum voor Democratie. En ze weten zich daarbij zoals altijd gesteund door de media. Zestien jaar geleden legde het oudste weekblad van Nederland, twee dagen na de taartaanslag, Pim Fortuyn op de divan. Psychologen bogen zich over de geestelijke gesteldheid van de lijsttrekker. Op 10 februari schrijven Ruben Koops en Marcel Wiegman in het Parool een groot psychologiserend stuk over Thierry Baudet. Aan de hand van schoolherinneringen, verloren vriendschappen en Baudet’s familiegeschiedenis duiden de journalisten de lijsttrekker. De teneur is duidelijk, gezien de kop boven het artikel: ‘De man die de hele wereld zijn voeten ziet kussen’. Het is gemakzuchtige en schofterige journalistiek, die geen enkele informatie biedt en niet zou misstaan op de Privé-pagina van De Telegraaf. We zien hier het mechanisme dat Sid Lukkassen in zijn proefschrift – onder de titel ‘De democratie en haar media’ verschenen bij uitgeverij De Blauwe Tijger – beschrijft: hoe de politiek onder invloed van de media tot een vorm van entertainment is geworden. Onwaarheden en verkeerd geciteerde uitspraken worden in stelling gebracht om de tegenstander onschadelijk te maken. En het grote taboe – racisme (volgens de Franse filosoof Alain Finkelkraut is het antiracisme de ideologie van de 21ste eeuw) – maakt iedere zinvolle discussie onmogelijk. Artikel 1 van de Grondwet is – CPN-leider Marcus Bakker laat groeten – alsnog verheven tot het grote zaligmakende gebod.

Geen beter bewijs hiervoor dan de hysterie van Pechtold, Asscher en Klaver op 9 februari in Amsterdam.

 

 

Posted on

Sid Lukkassen analyseert de zelfmoordfilosofie van het Avondland

Destijds kwam ik Sid Lukkassen tegen op een bijeenkomst van GeenStijl/GeenPeil. Het ging over het referendum aangaande het Oekraïne-Verdrag. Sid overhandigde mij een exemplaar van zijn boek Avondland en Identiteit. Nu de derde druk is uitgekomen is de tijd rijp voor deze recensie.

Geestverwantschap
Mede door tijdgebrek, maar ook omdat ik wist dat zijn ideeën erg met de mijne corresponderen, legde ik het boek weg en lag het maanden ongelezen in m’n boekenkast. Juist omdat Lukkassens overtuigingen zo vergelijkbaar zijn met de mijne, was ik enigszins terughoudend. Ik had iets van een vrees dat ik wellicht minder origineel zou worden in mijn eigen schrijfsels als ik zijn boek gelezen zou hebben.

Wel, ik ging op vakantie en nam een aantal boeken mee, waaronder Sids boek. Hoewel ik reeds besefte dat we politiek, filosofisch, en historisch gezien geestverwanten waren, bleek dit meer dan ooit bij het lezen van dit boek. Daar waar ik gewend ben vrijwel in elk artikel in de mainstream media historische fouten of belachelijke, onwetenschappelijke – maar politiek-correcte – aannames aan te treffen, was zijn boek een zeldzame geestelijke herkenning.

Het resoluut verwerpen van ieder policorisme
Avondland en Identiteit geeft een korte maar daarom juist goed te volgen uitleg van het cultureel marxisme. Één van de sterke punten is overigens dat hij niet te schuw is om deze term daadwerkelijk te gebruiken. Daar waar een auteur als Thierry Baudet nog het wat veilige ‘oikofobie’ gebruikt, is Lukkassen resoluut met zijn drang om iedere vorm van (halve) politieke correctheid van zich af te werpen. Daar valt hij zeker om te prijzen.

Hoewel het cultureel marxisme zeer breed is, diept hij vooral de extreem slechte invloed van het feminisme (deel van het cultureel marxisme) uit. Hij beschrijft niet alleen dat dit één van de hoofdredenen is waardoor het Westen in diepe demografische problemen is geraak; hij gaat vooral in op de geknakte masculiniteit van de meeste hedendaagse westerse mannen. Dit zijn gedomesticeerde mannen die zich niet langer kunnen oprichten om hun volk en vaderland fatsoenlijk te verdedigen. Mede daarom laten zij hun continent islamiseren en koloniseren.

Mannen zonder borst
Tevens neemt hij de huidige consumptiemaatschappij en haar hedonistische en nihilistische ‘waarden’ onder de loep. Terecht constateert de auteur dat Europa, of zelfs het volledige Westen, in een soort gelukzalige zelfmoordfilosofie is gaan geloven. Hierin bestaan de hoogste ‘waarden’ uit het roepen dat ‘iedereen welkom is’, zonder dat er zelfs maar een vraagteken bij dat beleid geplaatst mag worden. Daarmee constateren we dan ook de progressieve aanval op het intellect en zelfs de bèta-wetenschap. Want strookt het niet met de politiek-correcte censuur, dan is het ‘fout’ – zelfs als het empirisch bewijsbaar is.

Ook gaat Lukkassen in op de strijd tussen het globalisme en het nationalisme. Hij constateert terecht dat het globalisme de schatrijke elite van bankiers, multinationals en ook eurocraten goed uit komt, maar verwoestend is voor zowel de middenklasse als de onderklasse van de maatschappij. Tevens geeft hij min of meer toe dat de gevestigde partijen CDA, VVD, D66 en de PvdA vrijwel inwisselbaar zijn geworden. Het boek beschrijft bijvoorbeeld hoe iemand binnen enkele dagen van de VVD overstapte naar de PvdA, omdat er een baantje bij de PvdA was beloofd. Terwijl de auteur zelf nota bene VVD’er is. Overigens spaart hij zijn eigen partij wel vaker niet in zijn boek.

Standpunten over Rusland en de EU
Als ik al kritiekpunten heb, dan is het zijn Rusland-standpunt. De kaft van het boek suggereert dat Rusland imperiale ambities zou koesteren en de auteur stelt dat Rusland een (groot) aandeel heeft in het Oekraïne-conflict. Met deze mening ben ik het fundamenteel oneens. Niet alleen hadden de VS en de EU de hand in de coup tegen de democratisch gekozen pro-Russische regering in Kiev: ook hebben de NAVO en de EU tegen de afspraken in naar het oosten uitgebreid. Juist de EU en de VS waren/zijn de imperialistische partij.

Tevens is Lukkassen van mening dat de EU op zichzelf niet slecht is als tegenwicht tegen andere blokken als de VS, Rusland en China. Hij zou het alleen om willen vormen door Europees-nationalistische leiders aan het roer te zetten – leiders die zich inzetten voor het behoud van het traditionele cultuurkarakter van Europa. Op zich is dit een sympathiek streven maar mijns inziens onrealistisch. Persoonlijk ben ik van mening dat de EU veel te diep cultureel marxistisch is om te kunnen worden hervormd. Bij pogingen daartoe kunnen we kostbare tijd verdoen. Logischer is het dus om voor uittreding te blijven pleiten en zo mede door die uittreding tot een implosie van de EU te komen.

Ten slotte zijn ook het voorwoord van Thierry Baudet en de nabespiegeling van Derk Jan Eppink zeer de moeite waard. Hoewel zij merkbaar hun best doen om met een optimistische blik te eindigen; ze proberen een soort hoopvolle eindnoot te forceren. Dit kan wat krampachtig overkomen – het boek zelf is namelijk nietsontziend in zijn analyse en methode. Lukkassen heeft duidelijk geen behoefte aan valse hoop.

N.a.v. Sid Lukkassen, Avondland en Identiteit (Aspekt, 2015), paperback, 348 pagina’s.

Posted on

“Nederlands referendum geeft ook andere Europese burgers weer moed”

Beatrix von Storch, europarlementariër voor de eurosceptische partij Alternative für Deutschland, begroet op de voorpagina van het Duitse weekblad Junge Freiheit de uitslag van het Nederlandse referendum over het Associatieverdrag van de EU met Oekraïne: “Het referendum van onze buren is een motie van wantrouwen tegen het machtskartel in Brussel.”

Von Storch roept in herinnering dat de gevestigde partijen na het referendum in 2005, waarin de EU-grondwet door de Nederlanders werd verworpen, het verdrag cosmetisch aanpasten om het vervolgens niet meer aan de kiezer voor te leggen. “Zo is het maar al te vaak gegaan: Als het aan de meerderheid van de burgers had gelegen, was er geen euro gekomen, geen massa-immigratie en ook geen politieke unie.”

“De EU en haar beleid kunnen in deze vorm slechts bestaan doordat ze ondemocratisch zijn. Burgerparticipatie en directe democratie zijn de eurocraten daarom net zo doorn in het oog als onafhankelijke parlementariërs en democratisch gekozen regeringen die de Unie-agenda niet steunen. De EU-politici zien geen probleem in een Europese superstaat maar veeleer in de democratie.”

De Duitse politica ziet het feit dat de fractieleider van de Groenen/EVA in het Europees Parlement, de Duitse Rebecca Harms, zich tegen referenda over EU-gerelateerde onderwerpen heeft uitgesproken, als goed voorbeeld daarvan. “Dat de Groenen, die zichzelf ooit voordeden als ‘anti-autoritair’ en basisdemocratisch en tot de voorvechters van directe democratie behoorden, daar vandaag de dag niets meer van willen weten, is inmiddels wel duidelijk.” Dit bevestigt volgens Von Storch dat de Groenen onderdeel zijn gaan uitmaken van de gevestigde politiek.

“De gevestigde partijen, EU-bureaucratie, financiële sector en Europees links aan de universiteiten en in de redacties vormen een nieuw machtskartel in Europa. Tot hun agenda behoort de schepping van een Europese superstaat door de afschaffing van de natiestaten, door de parlementen van hun macht te beroven en door democratische alternatieven uit te sluiten, door een gestuurde publieke opinie door te zetten door middel van internetcensuur en het lasteren van politiek andersdenkenden, door de vernietiging van het traditionele gezin en de humane, door het christendom gestempelde cultuur van Europa door gender mainstreaming en een beleid van onbegrensde immigratie vanuit islamitische landen.”

“Een geatomiseerde en cultureel ontwortelde samenleving kan effectiever gesurveilleerd, beïnvloed en beheerst worden. Dat is de ‘weg naar de slavernij’ die de liberale sociaal-filosoof Friedrich August von Hayek in zijn gelijknamige boek beschreef.”

“Zoals ieder systeem dat aan zijn eigen interne tegenstrijdigheden ten onder dreigt te gaan, probeert ook de EU door imperialistische grote projecten en het scheppen van steeds nieuwe vijandbeelden de aandacht af te leiden van haar falen. Terwijl het euro-debacle miljoenen mensen in armoede en werkeloosheid gestort heeft en de spaarcentjes van burgers bedreigt, heeft de EU praktisch buiten de openbaarheid om met de Oekraïne een associatieovereenkomst afgesloten. Dat is alle ontkenningen ten spijt niets anders als een voorstadium voor de opname van de Oekraïne in de EU – en dan ook in de NAVO. Voor een zo verreikende politieke beslissing was een breed politiek debat nodig geweest.”

De burgers van de meeste EU-lidstaten zijn volgens Von Storch echter nauwelijks geïnformeerd over het associatieverdrag, laat staan dat ze zich erover uit hebben kunnen spreken, aangezien het geen deel uitmaakte van de verkiezingscampagnes. In plaats daarvan is buiten de burgers om een nieuw conflict in Oost-Europa op de koop toe genomen.

De onlangs overleden oud-bondskanselier Helmut Schmidt sprak in verband met de Oekraïne-politiek van de EU in het voorjaar van 2014 dan ook van “grootheidswaan” en verweet EU-politici Europa in een situatie te brengen die vergelijkbaar is met die in augustus 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. “Het associatieverdrag is namelijk niet slechts een vrijhandelsakkoord, het is tegelijkertijd een militair pact”, zo licht de europarlementariër de Duitse lezers voor. “Zo voorziet het bijvoorbeeld in manoeuvres met de Oekraïne in het kader van een gezamenlijk veiligheids- en defensiebeleid. Daarmee begeeft de EU zich op een directe politieke en zo mogelijk in de toekomst ook militaire confrontatiekoers met Rusland. Deze confrontatiekoers was niet wat de vredelievende burgers van Europa wilden en ze zijn daar ook niet over bevraagd.”

Von Storch ziet de stem van de Nederlanders tegen het associatieverdrag dan ook als een stem voor de vrede, “tegen geopolitieke avonturen die Europa in de afgrond zouden kunnen storten.”

Omdat de nationale parlementen het af hebben laten weten, nemen de burgers het heft met direct-democratische middelen zelf in handen. Nationale soevereiniteit naar buiten en directe democratie naar binnen, zijn volgens de AfD-politica dan ook twee zijden van dezelfde medaille.

In plaats van de autoritaire Europese superstaat met zijn gevaarlijke streven naar wereldmacht, ziet Von Stroch liever een alliantie van soevereine, direct-democratisch ingerichte natiestaten, die haar grenzen bewaakt en in vrede met haar buren leeft. “De Nederlanders hebben een daad gesteld voor vrijheid, vrede en soevereiniteit”, besluit Von Storch. “Daaraan zouden wij een voorbeeld moeten nemen.”

Posted on

De ‘elite’ is de weg kwijt

“Beste elite, u veroorzaakt geen kloof maar een ravijn.” Dit schreef Roderick Veelo in een open brief aan de maatschappelijke bovenklasse. Hij wijst er op dat de polarisering steeds sterker voelbaar is en dat het publiek debat erg verhit is geraakt. De veenbrand, aangestoken door Pim Fortuyn, is nooit bekoeld. Burgers zijn nog altijd boos en de PVV staat hoog in de peilingen. Veelo vreest dat als er niets gebeurt er een “full scale klassenstrijd uitbreekt.”[1]

Zijn oproep is echter niets nieuws. De kloof tussen burger en politiek is al zo oud als de politiek zelf. Plato maakte in Politeia (380 v.C.) een uitvoerige analyse van de klassenstrijd, die zich altijd met economische en culturele spanningen aankondigt en er onvermijdelijk mee eindigt dat de bovenklasse wordt weggevaagd. So far so good. Maar het gaat hier om iets anders: namelijk om het ontstaan van twee gescheiden leef- en belevingswerelden. Een zekere afstand tussen regeerders en geregeerden is al zo oud als de politiek zelf, maar vandaag voelen we de frictie tussen totaal verschillende belevingswerelden die niet meer op elkaar inhaken.

Januari 2015 lanceerde ik de stelling dat burgers zoeken naar een nieuwe elite, als deel van de aankondiging van mijn boek Avondland en Identiteit (Aspekt 2015):

“’Nederland is af!’, beweerde in 1995 het Paarse kabinet. Pim Fortuyn’s opkomst toonde barsten in dit wereldbeeld. De eenentwintigste eeuw bracht nieuwe omwentelingen; oude conflicten laaiden opnieuw op. Economisch (het Westen tegen China), religieus (Occident versus Islam), militair (Europa contra Rusland). Aanvankelijk keek men op naar neoliberale self-made men als Rijkman Groenink, Dirk Scheringa en Jordan Belfort. Ondertussen groeiden de schuldenbubbels: banken en zelfs hele landen gingen failliet – de belastingbetaler moest bijspringen en de bevolking begon haar ‘elite’ te wantrouwen. Voorbeeld is Dominique Strauss-Kahn, een oude socialist die in woord het marxisme beleed en praktisch een libertijnse, welhaast ontwortelde levensstijl navolgde. De werkeloosheid groeide en de spanningen stegen, zeker in binnenwijken. De cultuur bleek te politiek correct geworden en burgers voelden zich vernacheld door hun ‘bovenbouw’. Dat wil zeggen door wetenschappers, mediamakers en politici.

Het protest is algemeen doch mist cohesie. Mensen wantrouwen doelen die het individu overstijgen en niet tot onmiddellijk tastbaar resultaat leiden. Het vormen van een ‘nieuwe elite’ is mede hierdoor een moeizaam proces.”[2]

Studenten houd ik altijd voor dat alles staat en valt met het verhelderen van begripsdefinities. Laten we de term ‘elite’ nu opvatten als de (Hilversum)media, de politieke scoutingcommissies, vakbonden, topambtenaren, finance sector, multinationals en entertainmentindustrie, die innig verstrengeld zijn en een gelijksoortig sociaal-liberaal ‘kosmopolitisch’ wereldbeeld delen. Als het definiëren van zo’n elite wat ‘complot-achtig’ aandoet, bedenk u dan dat dit niet zo is: de Amerikaanse gerenommeerde historicus Christopher Lasch (1932 – 1994) beschreef de verstrengeling van deze belangen en wereldbeelden al in The Revolt of the Elites and the Betrayal of Democracy (1994). Lasch typeerde de “superklasse” die ontstond als “symbool-analisten”, bedoelend dat zij de voeling met de tastbare economie kwijtraken. Hun steeds abstractere wereldbeeld gaat uit van een theoretisch universeel wereldburgerschap: dit is het wereldbeeld van de homo-economicus dat zich geen rekenschap aflegt van lokale wortels, banden en tradities. Dit zien we vandaag terug in de opschalingdiscussie en het rendementsdenken. Volgens Lasch waren de kiemen van de klassenstrijd tijdens zijn leven ingezaaid.

Van een klassenstrijd is vandaag nog geen sprake – van een klassenvervreemding zeker wel. “Of het nou gaat over de opvang van vluchtelingen, het tekenen van een associatieverdrag, terreuraanslagen of de rol van religie, het debat wordt door boze burgers én elite gevoerd op leven en dood.” schrijft Veelo. “Boze burgers kunnen schelden, maar de elite kan er ook wat van. Via nieuwe en oude media. Een voorbeeld: het dedain van columnist Arnon Grunberg voor het gewone volk druipt dagelijks van de Volkskrant. De haat voor het ‘verwende’ mokkende deel van de natie.”

Hier heeft hij zeker een punt. Grunberg is een typisch voorbeeld van zo’n “Revolting Elite”. Meer dan een jaar na mijn aankondigingsartikel zien we hoe de ‘elite’ wanhopig probeert terug te vechten. Bijvoorbeeld door Wilders voor het gerecht te brengen of door Hirsi Ali te bashen in praatprogramma’s op de publieke omroep. Enkele weken geleden werd nog gepoogd om Thierry Baudet onder tafel te laten praten door Rob Riemen van het Nexus Instituut. Dat faalde erbarmelijk toen Riemen dr. Baudet van nationalisme beschuldigde, waarop Baudet rustig uitlegde dat nationalisme niet enkel negatief is. Riemen’s grote held de Duitse schrijver Thomas Mann was bijvoorbeeld een nationalist met afkeer van het nazisme.

In Veelo’s column zie ik twee belangrijke parallellen met mijn proefschrift. Ten eerste het ‘terugvechten’ door de elite. Eurocommissaris Frans Timmermans verklaarde onlangs dat hij met Google, Twitter, Facebook en Microsoft in overleg is om “hate speech” op het internet aan te pakken.[3] Dit is de oorlog om het internet, want alternatieve media kunnen het nieuws- en informatiemonopolie van de symbool-analisten doorbreken. Echter, het onderscheid tussen haatzaaierij en een oprechte kritiek op de multiculturele samenleving, is zélf een politieke kwestie en dit hoort niet bij privébedrijven geparkeerd te worden. Het raakt aan mijn proefschrift omdat ik er dieper inga op The Circle (2013) door Dave Eggers. Daarin ontstaat een vergelijkbaar conglomeraat van sociale media- en overheidsmacht.

Ten tweede herken ik de verhitte stemming die het hele publieke debat dooradert. Dit kunnen we vergelijken met een koortsachtige fase in de vaderlandse geschiedenis, namelijk het conflict tussen Orangisten en Patriotten. Beide kampen hadden een eigen pers – uiteindelijk ontstond een staatsgreep die door een Pruisische interventie moest worden opgebroken.

De Patriotten trokken zich terug naar Frankrijk en in het kielzog van Napoleon kwamen ze hier uiteindelijk aan de macht. Vervang ‘Patriotten’ door ‘PVV’ en ‘Napoleon’ door ‘Marine le Pen’, en apocalyptische scenario’s dienen zich aan. Vooral ook omdat Frankrijk er als militaire macht binnen Europa nog echt toe doet. PVV-supporters zijn natuurlijk geen meerderheid van de bevolking, evenmin als het Front National dat in Frankrijk is, maar als minderheid zijn ze wel fanatieker én meer sneuvelbereid dan hun hedonistisch-kosmopolitische tegenstrevers. Nu we dan toch speculeren voegen we daar aan toe: een Duitsland dat onder Merkel in een totale impasse raakt, plus een non-interventionistische VS onder Donald Trump. Brexit anyone?

Ondanks dat dit scenario maar wilde speculatie is in het kader van 1 april, adviseer ik toch iedereen om bij voorbaat kennis te nemen van ‘Clubkoorts en Revolutie’, het werk waarop Geerten Waling binnenkort promoveert. Omdat het wel eens een goede handleiding c.q. ‘survival guide’ zal kunnen bieden voor het Europa dat nu aanbreekt.


 

[1] http://politiek.tpo.nl/column/beste-elite-veroorzaakt-geen-kloof-ravijn/

[2] http://www.dagelijksestandaard.nl/2015/02/avondland-en-identiteit-burgers-zoeken-een-nieuwe-elite/

[3] http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2016/03/eu_straks_doodstil_in_alle_talen.html

Posted on

Arjo Klamer over de Euro: “De as Frankrijk-Duitsland gaat breken”

“We zijn allemaal beter af als de euro verdwijnt”, aldus prof. dr. Arjo Klamer, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wethouder voor de Socialistische Partij in Hilversum, gisteravond in zijn lezing bij het Forum voor Democratie, de nieuwe eurosceptische denktank onder leiding van de publicist Thierry Baudet.

En passant vertelde Klamer dat hij wel jaloers was op Thierry Baudet, want Klamer probeerde in 1997 al een denktank als het Forum voor Democratie op poten te zetten. Hij is toen betrokken geweest bij de oprichting van de Vereniging voor een Democratisch Europa, maar dat is nooit zo van de grond gekomen als hij gehoopt had. Ook veel mensen die zich wel kritisch uitlieten over de euro, de VVD’er Frits Bolkestein bijvoorbeeld, stemden er uiteindelijk toch mee in. Met die vereniging hebben Klamer en anderen destijds evenwel geprobeerd de discussie over de Europese integratie op gang te brengen. Dat bleek moeilijk te zijn, omdat je al snel als een marginaal geluid wordt weggezet. Klamer keek dan ook met enige jaloezie naar landen als Engeland en Zweden waar wel een serieus, diepgaand debat plaats vond. “Het blijft bevreemdend, hoe moeilijk het is om zo’n belangrijk onderwerp aan de orde te stellen.”

De kwestie van de euro zit Klamer al lange tijd hoog, zoals Herbert Borghuis onlangs al schreef op deze site, is Klamer de belangrijkste Nederlandse criticus van de eenheidsmunt en dat al vanaf het eerste uur. Toen in 1991 duidelijk werd dat politici serieus over het idee van een Europese eenheidsmunt nadachten, was Klamer in Washington, zo vertelde hij donderdagavond. Hij was daar onder Amerikaanse collega-economen, en het was voor iedereen meteen duidelijk dat het een absurd idee was: “Hoe konden de Europeanen dat nou weer met elkaar bedenken? Dat kon niet goed gaan, op allerlei goede, economische gronden.” Klamer schreef dan ook prompt in zijn toenmalige Volkskrant-column dat de euro een slecht idee was en dat de omstandigheden er niet rijp voor waren.

Wat in 1991 gold, geldt ook vandaag. Daarnaast is er inmiddels echter ook meer aan de hand. Het gaat niet alleen meer om geld, zo legde de econoom uit.
“In de kritiek op de euro is het belangrijk om over dat geld heen te stappen en te begrijpen dat het een groter verhaal is. [..] Als het over de euro gaat, dan gaat het heel gauw over begrotingen en over bezuinigingen, dus het gaat altijd over geld. Dat is een grote afleider van waar het om zou moeten gaan. [..] Geld is een instrument. Daarom is het belangrijk om te bedenken in dienst waarvan het staat. Wat is het doel waar we naar streven? Daar zullen we het waarschijnlijk niet allemaal precies over eens zijn. Voor mij geldt dat ik streef naar een samenleving die sociaal vitaal is, democratisch georganiseerd is, en natuurlijk ook een sterke economie. Maar die economie meer als conditie voor sterke sociale, culturele en democratische kwaliteit. Dat houdt mij bezig, hoe krijg je een samenleving, die sociaal sterk is, democratisch kan functioneren en een duidelijke culturele identiteit heeft, inspirerend is. Dan ontkom je er niet aan om te denken aan grenzen. In discussies die ik heb, vooral met GroenLinks, merk ik dat zij meer het ideaal hebben van een wereld, waarin we allemaal wereldburgers zijn. En als je met hen doorspreekt daarover, merk je ook dat hun ideaal een soort wereldregering is, waar iedereen dan ondergeschikt aan is. Voor hen is Europa een tussenstap naar een groter ideaal. Voor mij is dat eerder een nachtmerrie.”

Klamer vindt dat een veronachtzaming van het belang van culturele eigenheid en gemeenschap, van culturele identiteit. Voor sterke sociale samenhang en een functionerende democratie is die culturele eigenheid en gemeenschap een belangrijke voorwaarde en daarom is een begrenzing noodzakelijk. “Ook voor sterke economieën functioneren begrensde geografische eenheden uiteindelijk beter, omdat bedrijven elkaar opzoeken, clusteren, profiteren van elkaar. Je ziet ook dat sterke economieën altijd regio’s zijn. [..] Dat geeft aan dat begrensdheid en fysieke aanwezigheid een rol spelen.” Het is sowieso een diep menselijke behoefte om ergens thuis te zijn, een identiteit met anderen te delen.

“Het gaat er om, als we het over geld hebben, in hoeverre – en dan begrijp je dat doel en middel duidelijk onderscheiden moeten worden – het geld het doel dient dat we nastreven. Draagt het geld bij aan de versterking van de sociale omgeving, versterkt het democratische waarden en garandeert het de conditie van de sterke economie? We merken nu, en dat is mijn kritiek op de euro, dat de euro op alle drie die punten niet functioneert. Het ondermijnt eerder sociale waarden dan dat het die versterkt. Het ondermijnt eerder democratische waarden dan dat het die versterkt. En het blijkt ook niet goed te zijn voor de economieën van Europa. Op alle drie die vlakken faalt de euro nogal jammerlijk. Dat hadden wij toen al gezien in de jaren ’90, als groep economen die toen al aangaven dat we niet mee moesten gaan in dit grootschalige experiment met die enorme risico’s die het met zich mee bracht.”

Maar dat nu daadwerkelijk blijkt dat de euro niet werkt, betekent nog niet dat het debat nu ook de goede kant op gaat. “Wat er nu gebeurt, is dat de discussie heel snel weer vervalt in instrumentele discussies. Dat is kenmerkend voor onze tijd, dat instrumentalistische. [..] Dat betekent dat we vooral in instrumentariums kunnen denken, maar niet meer in doelen. We weten eigenlijk niet meer waar het goed voor is. Bijvoorbeeld als politici zeggen dat het doel is economische groei, en liefst hogere economische groei. De vraag is, waar is dat goed voor? Zo ook in een bedrijf, waar men zich ten doel stelt winst te maken. Waar is de winst goed voor? Het is geen antwoord. Bij nog meer economische groei, ook als het goed om meer banen, kun je de vraag blijven stellen, waar is dat goed voor? U begrijpt mijn antwoord al, het moet gaan om de vragen, versterkt het sociale kwaliteiten, versterkt het de democratie, draagt het bij aan een sterkere economie? [..] Die vragen worden niet gesteld en dus ook niet beantwoord.”

“Het is ook belangrijk om te begrijpen dat de euro geen economisch, financieel verhaal is. De euro zoals die ingevoerd is, was wisselgeld tussen Frankrijk en Duitsland, het was met andere woorden een politiek verhaal. Want de economische motivaties ontbraken. Er waren bestuurlijke argumenten, ambtenaren zouden het ontzettend makkelijk vinden als ze dezelfde rekeningen konden gebruiken in heel Europa, maar echte economische argumenten ontbraken in eerste instantie. Die zijn er later bij verzonnen.”

De eenheidsmunt was de prijs die de Bondsrepubliek Duitsland moest betalen voor de hereniging met de voormalige DDR, want die bedreigde de dominante positie van Frankrijk in de EU. De Franse premier Mitterand bedacht dat Duitsland moest betalen met haar kroonjuweel, en dat was de Duitse Mark, een sterke munt die strikt bewaakt werd door de Duitse centrale bank. Het hele verhaal van Europa draait niet om ons Nederlanders, aldus Klamer, of de Italianen of de Grieken, maar om de as Frankrijk-Duitsland. Wij zijn als het ware omhulsels die moeten zorgen dat die as stevig blijft. De Europese Gemeenschap van Kolen en Staal, de kiem van de latere Europese Unie, moest die as versterken. Die focus op kolen en staal was een echo van het Verdrag van Versailles, waarbij Duitsland het leeuwendeel van zijn industrie moest overgeven.

“In de afgelopen jaren hebben we gezien hoe die as onder grote druk is komen te staan, doordat er een groter onevenwicht is ontstaan tussen Frankrijk en Duitsland. Dat idee van Mitterand dat ze door de eenheidsmunt controle zouden kunnen houden over Duitsland, heeft niet goed uitgepakt voor de Fransen. Integendeel, ze zijn nu de zwakke broeder in die as en dat gaat voor steeds grotere problemen zorgen. Mijn voorspelling is dan ook, dat niet Griekenland de euro op zal breken, het zullen ook niet de Finnen zijn, maar die as Frankrijk-Duitsland gaat breken.”

Andere eurolanden zouden uiteraard ook nog allerlei problemen kunnen veroorzaken, maar de as Franrkijk-Duitsland is cruciaal. Klamer verwacht dat Nicolas Sarkozy de volgende Franse president wordt. De Franse economie blijft voorlopig echter verzwakken en dat heeft ook zijn gevolgen voor de Franse staat. Uiteindelijk zal Frankrijk dan bij Duitsland aan moeten kloppen voor hulp. Het is de vraag of Sarkozy daar niet te trots voor is. En anders kon voor de Duitsers wel eens de maat vol zijn. “En dat wordt dan het einde van de euro. En ik denk dat dat een goede ontknoping zou zijn. Op dat moment zal er natuurlijk grote chaos zijn, maar uiteindelijk zijn we allemaal beter af als de euro ophoudt te bestaan.”

Posted on

Referendumverzoek Associatieverdrag Oekraïne gaat door

Het Burgercomité EU en GeenPeil zijn er in geslaagd om in vier weken tijd meer dan 10.000 ondersteuningsverklaringen te verzamelen voor een inleidend verzoek om een referendum te houden over het Associatieovereenkomst van de Europese Unie met Oekraïne. Dat heeft de Kiesraad vandaag bekend gemaakt. Dit betekent dat er nu tot 28 september de tijd is om 300.000 handtekeningen te verzamelen voor een definitief verzoek.

Iedereen die een inleidend verzoek heeft gedaan, moet nu overigens ook een formulier voor een definitief verzoek invullen om meegeteld te worden. GeenPeil wil alles uit de kast trekken om aan de 300.000 te komen. Formulieren voor het definitieve verzoek zijn vanaf 18 augustus beschikbaar, nadat het nieuws over het inleidende verzoek in de Staatscourant is gepubliceerd.

Begin juli stemde de Eerste Kamer in met het Associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne, nadat de Tweede Kamer dat eerder al had gedaan. Als er genoeg steun is voor het definitieve referendumverzoek dan zal dit resulteren in een raadgevend referendum. Vrijwel alle lidstaten hebben de overeenkomst reeds goedgekeurd, alleen de goedkeuring van enkele staatshoofden staat nog uit. Uiteindelijk moet ook de Raad van de EU het nog goedkeuren.

Posted on

Avondland en Identiteit: “Hebben we het wel over hetzelfde boek?”

avondland en identiteitIn de nacht van zondag 15 op maandag 16 maart was ik te gast bij het radioprogramma ‘Echte Jannen’ om te praten over mijn boek Avondland en Identiteit.[1] De interviewers waren Jan Heemskerk (bekend van tijdschrift Playboy) en dr. Thierry Baudet (bekend van diverse publicaties, waaronder zijn proefschrift De Aanval op de Natiestaat). Aan de heer Baudet kon ik duidelijk merken dat hij daadwerkelijk tijd had uitgetrokken om het boek te lezen – mede hierdoor beleefde ik veel plezier aan het interview. Hoewel de interviewers met name geïnteresseerd waren in de hoofdstukken over feminisme, kwamen thema’s als islam- en immigratiepolitiek toch ook kort aan de orde. Kortom ik vond het een prima inhoudelijke discussie.

Soms echter, lees je een stuk terug en denk je: “Hebben we het wel over hetzelfde boek?” Zo schreef de objectivistische blog ‘pomonieuws’ het volgende na afloop van het radio-interview:

“Sid Lukkassen is een upcoming, angry young millennial die uit de kloof is komen kruipen tussen het decadente politieke establishment en de keiharde realiteit van vandaag. Zijn these dat het feminisme de bron zou zijn van alle ellende, gaat slechts over een symptoom.”[2]

Hoewel ik tijdens het interview geen boosheid heb ervaren – sterker nog ik vond het erg gezellig – kan ik de term ‘angry young millennial’ nog verklaren uit de inhoud van het boek: deze is niet mild. Maar de bewering dat ik het feminisme als enige oorzaak van het Europees verval zou zien klopt simpelweg niet. Ik schrijf in de inleiding expliciet “dat het proces dat de feminisering van de Westerse cultuur omschrijft weliswaar samenhangt met sociaal-politiek feminisme, maar er geen een op een gevolg van is. Feminisering slaat allereerst op het falen van de balans tussen masculiene en feminiene waarden, deugden en kwaliteiten binnen een cultuur. Het verdwijnen van deze balans in Europa heeft meerdere oorzaken, die ik in de hoofdstukken van dit boek uiteenzet.” [p 20]  Dit punt werd door dr. Baudet tijdens het interview bovendien zeer scherp opgemerkt.

Verder worden de lezers door de schrijver op ‘pomonieuws’ misleid, omdat hij of zij linkt naar een stuk over de feminisering van het onderwijs dat ik enkele jaren geleden schreef. Het is weliswaar een stuk waar ik nog steeds achter sta, maar vervat geenszins de kern van Avondland en Identiteit.

Daarnaast klaagt men dat het boek een “ideologische analyse mist” wat betreft een van de hoofdonderwerpen: cultuurmarxisme. Ook dit klopt niet.

“Waar Lukkassen het bij het rechte eind heeft, is wanneer hij de Ondergang van het Avondland van Spengler koppelt aan het cultuurmarxisme van de Frankfurt School. Maar voor een afgestudeerd filosoof is het vrij nalatig om daarna de ideologische analyse in zijn geheel te missen!”

Sterker nog, het boek is geboren uit een ideologische uiteenzetting van cultuurmarxisme. Destijds legde ik Derk Jan Eppink een concepttekst voor waarvan de essentie was dat toen de economie zich herstelde en de communistische revolutie in Europa uitbleef, men het marxistische gelijkheidsideaal ging toepassen op cultuur in plaats van op economie. Om zo het “valse culturele bewustzijn” te doorbreken (zoals Thierry Baudet ook helder omschreef tijdens het interview). De analyse beviel zozeer dat ik het advies kreeg om verder te schrijven. Naast een geschiedkundige uitleg over cultuurmarxisme heb ik een hoofdstuk toegevoegd om het verschijnsel filosofisch te verklaren.

De indruk dringt zich op dat degene die op ‘pomonieuws’ over mij schreef wenste mee te liften op het feit dat cultuurmarxisme op de radio besproken werd, wat ten koste is gegaan van een inhoudelijke verdieping. Het gortigst wordt dit waar men schrijft dat ik de klok zou willen terugzetten naar de jaren ’50 – men spreekt over een “throwback naar de spruitjeslucht.” Hij of zij heeft de uiteenzettingen over nieuwverworven seksuele vrijheden duidelijk niet (allemaal) gelezen. In een recentelijk schrijven voorspelde ik nog dat de grote vraag van de eenentwintigste eeuw als volgt zal luiden: “Hoe kunnen we de voordelen van het liberalisme behouden, van de economische en seksuele vrijheid, en tegelijkertijd de sociale samenhang van de Europese cultuur versterken?”[3] In een slothoofdstuk van Avondland en Identiteit wijs ik verder op blijvende veranderingen die door technologie zijn veroorzaakt, en op de geopolitieke noodzaak om in innovatieve techniek te investeren.

“De allesbepalende wortel van de Contra-Verlichting laat Lukkassen in zijn stelling buiten beschouwing. Waarschijnlijk heeft hij het verwoestende ideologische grondwerk van Rousseau, Kant en Hegel in zijn geheel niet opgemerkt.”

Ook deze constatering deel ik niet. Wat Immanuel Kant betreft bekritiseer ik zowel zijn kennisleer (omdat deze een wortel is van het subjectivisme) als zijn ethiek (omdat deze ethiek puur naar intenties kijkt en gevolgen van handelingen buiten beschouwing laat). Wie in de index van mijn boek had gekeken, had de passages waarin Kant genoemd wordt simpelweg kunnen opzoeken. Hetzelfde geldt voor Rousseau, die ik wel degelijk (kort) noem. Daarbij is de kern dat Rousseau meende dat de ongerepte natuurmens was bedorven door de vooruitgang van de beschaving. Hij geloofde in de maakbaarheid van de mens en verlangde naar een prille, idyllische puurheid.[4] Laat mij hier volstaan met de opmerking dat veel van de cultuurmarxistische haat tegen het kapitalisme tot dit denkbeeld te herleiden is.

Mogelijk heeft men wel een punt dat ik meer aandacht aan ‘counter-currents’ tegen de Verlichting had kunnen schenken. Echter een boek – en zeker een debuutboek – kan maar zoveel pagina’s en onderwerpen bevatten. Op een gegeven moment moet men een grens trekken. Wie weet wat de toekomst nog brengt.


[1] http://www.powned.tv/programmas/echtejannen.html (17 maart 2015).

[2] http://www.pomonieuws.nl/2015/03/sid-lukkassen-polemiek-van-een-angry.html (17 maart 2015).

[3] http://www.dagelijksestandaard.nl/2015/02/avondland-en-identiteit-burgers-zoeken-een-nieuwe-elite/2/

[4] “Many authors have hastily concluded that man is naturally cruel, and requires a regular system of police to be reclaimed; whereas nothing can be more gentle than he in his primitive state, when placed by nature at an equal distance from the stupidity of brutes, and the pernicious good sense of civilized man.” Jean-Jacques Rousseau, A Discourse Upon The Origin And The Foundation Of The Inequality Among Mankind, in: Harvard Classics Volume 34, 1910. Editor: Charles W. Eliot.

Posted on Leave a comment

Burgerforum EU bereikt drempel van 40.000 handtekeningen

Burgerforum EU, een burgerinitiatief dat oproept tot het houden van een referendum bij toekomstige overdracht van nieuwe bevoegdheden aan de EU, heeft de drempel van 40.000 ondersteunende handtekeningen ruimschoots overschreden.

“Ons Burgerinitiatief om een referendum aan te vragen zodat wij kunnen stemmen over de (sluipende) overdracht van bevoegdheden aan de EU is nog geen maand oud en nu al ondersteunen 40.000 Nederlanders het! Dat is geweldig nieuws en we zijn iedereen die ons heeft gesteund ontzettend dankbaar”, zo schrijven de initiatiefnemers op hun website. Ze schrijven verder dat de Tweede Kamer nu wettelijk verplicht is om zich over deze kwestie te buigen, de Tweede Kamer kan echter ook besluiten om geen gehoor te geven aan de oproep. Burgerforum EU roept dan ook degenen die nog niet getekend hebben op om alsnog te tekenen, zodat er door de ruimere ondersteuning een nog krachtiger signaal van uitgaat.

Burgerforum EU is een initiatief van diverse academici, journalisten en publicisten, waaronder de rechtsfilosoof Thierry Baudet die recent promoveerde op een proefschrift dat in populaire bewerking verscheen als ‘De aanval op de natiestaat’, filosoof Ad Verbrugge, hoogleraar culturele economie Arjo Klamer (boekbespreking) en René Cuperus, auteur van ‘De wereldburger bestaat niet’ (boekbespreking). De tekst van de petitie luidt als volgt:

In 2005 stemde ruim 61% van de Nederlandse bevolking tegen de Europese Grondwet. Toch is de macht van de EU sindsdien sterk toegenomen. Ook de eurocrisis leidt weer tot ingrijpende machtsoverdracht van Nederland aan de EU, onder meer op het gebied van begroting en budget.

Op nationaal niveau blijft steeds minder politieke zeggenschap over. De democratie raakt steeds verder uitgehold.

Dit kan niet zonder uitdrukkelijke instemming van de bevolking.

In de krachtigste bewoordingen roepen wij Parlement en Regering op om gehoor te geven aan onze wens,

  1. dat de sluipende overdracht van bevoegdheden aan de EU stopt.
  2. dat indien toch nieuwe bevoegdheden worden overgedragen, een referendum wordt gehouden waarin de Nederlandse bevolking zich over die bevoegdheidsoverdracht kan uitspreken.

Het burgerinitiatief kan ondersteund worden op www.burgerforum-eu.nl  Daar is ook meer informatie te vinden over het burgerinitiatief en links naar opiniestukken en media-optredens van de diverse initiatiefnemers.

burgerforumeu