Posted on

Tekorten stroomvoorziening wekken vermoeden speculatie

stroomvoorziening

In de Duitse stroomvoorziening zijn in de afgelopen weken meermaals zware crises opgetreden die ook gevolgen voor andere Europese landen hadden. Deskundigen stellen dat zelfs de berekenbaarheid van het systeem in gevaar was.

In een verklaring deelden de vier netbeheerders Amprion, Tennet, 50Hertz en TransnetBW mee dat ze de situatie met ondersteuning van Europese partners meester waren. Naar verluidt had de te geringe stroomtoevoer naar het Duitse net tot een daling in de frequentie in het gezamenlijke Europese net geleid. Om de onbalans tussen stroomopwekking en stroomverbruik op te heffen, moesten de netbeheerders snel extra capaciteit creëren.

Volgens overheid berekenbaarheid stroomvoorziening niet in gevaar

“Er was geen gevaar voor de berekenbare stroomvoorziening in Duitsland”, aldus een woordvoerder van de overheidsinstantie Bundesnetzagentur. De redenen voor de sterke onbalans tussen opwekking en verbruik zouden nog niet eenduidig opgehelderd zijn. Zelfs sterke schommelingen in de stroomtoevoer zouden “niet ongewoon” zijn.

‘Vermijden van onregelmatigheden essentieel voor stabiliteit stroomvoorziening’

Bij netbeheerder Amprion klinkt het intussen duidelijk dramatischer. “Het sterke toevoertekort trad op in de markt voor regelenergie”, aldus een woordvoerder van Amprion. “Deze dient ertoe korte termijnschommelingen te compenseren, die deels binnen minuten optreden. Het vermijden van dergelijke onregelmatigheden is voor de stabiliteit van de stroomvoorziening van essentieel belang.” Als het systeem uit balans zou raken, zou ook de stroomfrequentie schommelen, wat aanzienlijke effecten op de economie zou kunnen hebben. “De situatie was zeer penibel en kon slechts met ondersteuning van de Europese partners gemeesterd worden”, aldus de Amprion-woordvoerder.

Grootverbruikers afgekocht

Mede-netbeheerder Tennet bevestigde deze voorstelling van zaken: “Om de onbalans tussen opwekking en verbruik op te heffen, moesten de netbeheerders extra capaciteiten organiseren. Naast leveringen uit het buitenland is op de beurs extra stroom ingekocht.” Ook is men, zo stelt Tennet, ingegaan op het aanbod van grootverbruikers om tegen betaling hun stroomverbruik tijdelijk op te schorten. Dat zijn vastgelegde processen die gewerkt hebben, aldus Tennet.

Onprecieze prognoses, speculatie of onberekenbaar weer?

stroomvoorziening Duitsland
Netbeheerders in Duitsland

Branchedeskundigen zien een reden voor de problemen in de onprecieze verbruiks- en opwekkingsprognoses. Daarom zouden de stroomhandelaren te weinig stroom besteld hebben, zo heet het. Het weekblad Der Spiegel brengt onder aanhaling van bronnen in het bedrijfsleven echter ook een andere versie in het spel.

Marktdeelnemers zouden achter de stroomtekorten het werk van speculanten vermoeden. De verdenking zou bestaan, dat handelaren leveringstekorten in de regelenergiemarkt in eerste instantie bewust niet aangevuld zouden hebben, om later grotere winst te kunnen binnenhalen. Mogelijkerwijs zouden in de recente gevallen echter ook stroomaanbieders en netbeheerders zich verspeculeerd hebben. Met het oog op het aandeel van wind- en zonne-energie zouden ook onnauwkeurige weersvoorspellingen de reden voor actuele tekorten geweest kunnen zijn. 

Netbeheerders willen eerst tijd nemen voor analyse

De netbeheerders deelden evenwel mee, dat ze zich pas na een omvattende analyse uit willen laten over de oorzaken. Die analyse willen ze samen met de Bundesnetzagentur maken. Dit zou een week of acht in beslag kunnen nemen. “Of er consequenties voor marktdeelnemers zouden zijn, zou op dit moment speculatie zijn.”

Consument draait op voor de kosten

Duidelijk is in ieder geval dat de consument voor de kosten opdraait. “De kosten worden door alle klanten gedragen. Toen we hoeveelheden opgevoerd hebben, moest de markt zich daar eerst even op instellen. Daardoor is het – vraag en aanbod beheersen de markt – snel tot een verhoging van de prijs gekomen. We zien echter dat de prijzen weer terugkeren naar het marktniveau”, zo deelde Tennet mee.

Compromis stroomvoorziening tussen Zwitserland en EU complex

Hoe complex de zaken rond de stroomvoorziening inmiddels geworden zijn, is te zien aan de omgang van de Europese Unie met Zwitserland. Al jaren twisten de Europese Commissie en de regering in Bern over een stroomcompromis. “De situatie is al ernstig en wordt ernstiger”, deelt de Zwitserse netbeheerder Swissgrid mee. De uitsluiting van Zwitserland zal er volgens de netbeheerder toe leiden dat de stroomtarieven zullen stijgen en de berekenbaarheid van de stroomlevering terugloopt. “Alleen met de integratie [van Zwitserland, red.] in de Europese stroommarkt kunnen duurzame oplossingen voor de leveringszekerheid gevonden worden”, heet het in een persverklaring.

EU wil toegevingen in infrastructurele kwesties afdwingen

Een akkoord met de EU is voor de draaischijf Zwitserland van groot belang, maar al jaren moeilijk te bereiken. De EU heeft het afsluiten van dit akkoord, dat de gelijkberechtigde toegang tot de Europese binnenmarkt voor stroom zou regelen, afhankelijk gemaakt van verreikende Zwitserse toegevingen in infrastructurele kwesties. Het niet-EU-land Zwitserland wijst er echter op dat het in de bedrijvige zuidwestelijke Duitse deelstaat Baden-Württemberg zonder beschikbaarheid van Zwitserse stroom op ieder moment tot tekorten kan komen.

Posted on

Duitse deelstaatpremiers: beëindig sancties Rusland

In het Pinksterweekend vond in St. Petersburg weer het internationale economische forum SPIEF plaats. Daaraan namen talrijke vertegenwoordigers van de Duitse politiek en bedrijfsleven deel. Hun uitspraken getuigen van een ontluikend partijoverstijgend verzet tegen de door de Duitse federale regering gesteunde sancties tegen Rusland. 

Met zo’n 33 graden was het in St. Petersburg ongewoon warm, toen vertegenwoordigers van politiek en bedrijfsleven elkaar ontmoeten voor het SPIEF. De meeste deelnemers kwamen dit jaar uit China. Vladimir Poetins ontmoeting met de Chinese president Xi Jinping vormde de bekronende afsluiting van het forum en werd op de Russische televisie live uitgezonden.

Russisch-Chinese handelsbetrekkingen geïntensiveerd

Sinds de instelling van de Amerikaanse en EU-sancties tegen Rusland vanwege de Krimcrisis vijf jaar geleden, zijn de Russisch-Chinese handelsbetrekkingen geïntensiveerd. China is het inmiddels gelukt veel marktaandelen te winnen, die voorheen door Europese bedrijven bezet waren. Niet in de laatste plaats de Duitse export lijdt hieronder. Na de recente schermutselingen in de Amerikaans-Chinese handelsoorlog, zal het Chinese telecommunicatieconcern Huawei nu in Rusland de uitbouw van het 5G-net ter hand nemen.

Efficiëntiepartnerschap

Ook Duitse bedrijven investeren echter ondanks de sancties weer meer in Rusland. Zo werd onlangs in de buurt van Moskou, in aanwezigheid van minister van Economische Zaken Peter Altmaier, een nieuwe Mercedes-Benz-fabriek geopend. Tijdens het internationale economische forum ondertekende Altmaier een memorandum over een efficiëntiepartnerschap met Rusland, die de economische en technologische samenwerking moet versterken.

Sterk vertegenwoordigd

Sowieso was Duitsland sterk vertegenwoordigd in St. Petersburg. Naast Altmaier waren de deelstaatpremiers van Mecklenburg-Voor-Pommeren, Manuela Schwesig (SPD) en Saksen, Michael Kretschmer (CDU), alsmede deelstaatminister van Economische Zaken Nicole Hoffmeister-Kraut (CDU) met een 40 koppige delegatie uit het economisch sterke Baden-Württemberg aanwezig. Die laatste ontmoette Russische politici en zakenlieden, bezocht het Moskouse innovatiecentrum Skolkovo en de internetgigant Yandex.

Toenemende export en investeringen

De export van de zuidwestelijke deelstaat naar Rusland is na een neergaande trend in 2017 weer duidelijk gestegen. In 2018 lagen de gezamenlijke Duitse directe investeringen bij in totaal 3,3 miljard euro. Vooral in de machine- en autobouw, bij de uitbreiding van de digitalisering en de robotica zien Duitse bedrijven in Rusland kansen. Terwijl de activiteiten van de deelstaatminister uit Stuttgart geen opzien baarde, kreeg de deelstaatpremier van Saksen felle kritiek te verduren. Hij had in de marge van het forum namelijk een ontmoeting met Poetin en nodigde hem uit voor een bezoek aan Dresden.

Partijoverstijgende oproep tot beëindiging sancties

In het belang van Saksen en andere oostelijke Duitse deelstaten riep Kretschmer op tot het beëindigen van de sancties tegen Rusland. Hij stond daarmee niet alleen, want partijoverstijgend vielen collega’s hem bij. Zowel Schwesig als ook de deelstaatpremier van Saksen-Anhalt Reiner Haseloff (CDU) en zijn Thüringer ambtsgenoot Bodo Ramelow (Die Linke) vielen hem bij. Vanuit het westen van Duitsland kreeg Kretschmer steun van de deelstaatpremier van Niedersachsen, Stefan Weil (SPD). “Wat we nu meemaken, levert niets dan schade op”, aldus Weil. De Russische agrarische markt is voor Duitse bedrijven grotendeels verloren, omdat anderen die onder zich verdeeld hebben, aldus de deelstaatpremier. Ook de Brandenburgse deelstaatpremier Dietmar Woidke (SPD) sloot zich nog bij zijn collega’s aan.

CDU-leider staat op voortzetting sancties

CDU-leider Annegret Kramp-Karrenbauer staat er echter op de sancties voort te zetten. Ze negeert daarbij dat de druk op de federale regering om haar opstelling te veranderen niet alleen van deelstaatpolitici komt, maar ook vanuit het bedrijfsleven toeneemt. Kramp-Karrenbauer maakt met haar stellige uitspraken bepaald geen vrienden binnen haar partij en onder de donateurs daarvan. Dit terwijl haar leiderschap toch al steeds meer in twijfel wordt getrokken bij de christendemocraten.

Duitse industrie gefrustreerd

Vertegenwoordigers van de Duitse industrie zijn gefrustreerd door de sancties tegen Rusland en Iran, maar ook door de onzekerheid die de Amerikaans-Chinese handelsoorlog en de Brexit met zich meebrengen en verliezen steeds meer hun geduld met de huidige politiek.

Vooral voor Duitse machinebouwers staat er veel op het spel. Rusland zou een van de sterkste markten voor hen kunnen zijn, vanwege de omvang en de immense behoefte aan modernisering. De gigantische agrarische oppervlakken zouden fabrikanten van landbouwmachines veel op kunnen leveren. Carl Martin Welcker, voorzitter van de brancheorganisatie VDMA, roept op tot beëindiging van de sancties tegen Rusland, omdat deze politiek effectloos en economisch schadelijk zijn.

Ook Matthias Schepp, bestuursvoorzitter van de Duits-Russische Buitenlandse Handelskamer in Moskou oefende kritiek, door er op te wijzen dat Duitse bedrijven in tegenstelling tot anderen in de EU de sancties meer dan vervuld hebben. Dit heeft vooral middenstanders en familiebedrijven getroffen.

Export van deelstaten naar Rusland

In 2014, voor de sancties, behoorde Rusland voor Saksen nog tot de top 10 qua export. In 2018 zakte het land naar de 17e plaats. In absolute cijfers uitgedrukt betekent dat een terugloop van 1,1 miljard euro naar circa 537 miljoen euro aan geëxporteerde waren in 2018. In Thüringen nam het handelsvolume met Rusland daarentegen sinds 2015 met circa 40 procent naar een kleine 300 miljoen euro in 2018. Voor 455 Thüringer bedrijven is Rusland een belangrijke exportmarkt.

Geen zakelijke discussie

In plaats van zakelijk de discussie over de gevolgen van de sancties voor de Duitse economie aan te gaan, gingen de gevestigde federale politiek en media meteen tot de aanval over. Kretschmer werd verweten tegen de AfD aan te schurken, vanwege de deelstaatverkiezingen in september. Door “met Rusland aan te pappen” zou hij kiezers van de AfD terug willen winnen.

Posted on

Kramp-Karrenbauer onder druk om Altmaier in te ruilen voor Merz

Uitgerekend een partijgenoot uit haar eigen deelstaat, minister van Economische Zaken Peter Altmaier, zou CDU-leider Annegret Kramp-Karrenbauer nu op moeten offeren om plaats te maken voor haar toenmalige concurrent voor het partijleiderschap, Friedrich Merz.

Als toegewijd chef van Merkels Kanzleramt ten tijde van de immigratiecrisis speelde de Saarlander Peter Altmaier de rol van bliksemafleider voor de bondskanselier, toen deze in het nauw kwam. Ook nu richt de kritiek van de rechtervleugel van de partij zich eigenlijk tegen de weifelende Kramp-Karrenbauer, maar treft ze opnieuw Altmaier, nu als minister van Economische Zaken. De ondernemersorganisaties roepen op tot het inruilen van Altmaier voor Friedrich Merz.

http://www.novini.nl/altmaier-merkels-crisismanager/

Plaatsvervangende discussie

De Unie van CDU en CSU kan zich momenteel echter geen debat over personele bezetting veroorloven, want dat zou onvermijdelijk ook discussie over de minister van Defensie en de bondskanselier in gang zetten. Velen die eigenlijk op Angela Merkel doelen, maar het niet aandurven dat te berde te brengen, oefenen in plaats daarvan kritiek op Altmaier. Niet toevallig hebben zich derhalve fractievoorzitter Ralph Brinkhaus en zijn vice Alexander Dobrindt (CSU), beide niet bepaald vrienden van Altmaier, demonstratief achter hem gesteld. Zoals bekend is het in de geen goed teken voor de positie van een minister, wanneer zijn partijgenoten het nodig achten hem ongevraagd in verdediging te nemen.

Merz onder Merkel?

Merz zou weliswaar graag minister worden, zoals hij zelf gezegd heeft, maar of hij daarbij aan een post onder Merkel denkt is een andere vraag. Hij heeft zich destijds immers vanwege haar uit de politiek teruggetrokken. Wanneer hij nu onder haar weer terug zou keren, zou dit met Merkel, die volgens Wolfgang Schäuble slecht met kritiek om kan gaan, zeker tot nieuwe conflicten leiden. Wellicht was de angst daarvoor voor sommige CDU-partijbaronnen ook een reden om destijds Merz’ niet te steunen in de race om het partijleiderschap.

Berlijn sluit de rangen

Kramp-Karrenbauer heeft haar toenmalige concurrent echter nodig. Merz staat symbool voor de rechtervleugel van de partij, die zij aan haar kant moet zien te krijgen. Dan kan ze zich namelijk aan andere zaken wijden dan het bij elkaar houden van de verschillende vleugels. Juist omdat men Merz liever vandaag dan morgen nodig heeft, sluit de partij demonstratief de rangen achter Altmaier, die nooit te beroerd was om Merkels vuile werk op te knappen tijdens de asielcrisis. Dat de ondernemers hun begrijpelijke ontevredenheid over de grote coalitie nu op Altmaier afreageren – hij kon net zo goed een SPD’er zijn, zo klinkt het achter de schermen – zou volgens CDU-politici niet fair zijn.

Verkiezingsdebacle

Dat de CDU het lucratieve ministerie van Financiën verloor en het ondankbare ministerie van Economische Zaken er voor terug kreeg, was mede het resultaat van het verkiezingsdebacle in de laatste Bondsdagverkiezingen. En dat debacle was een gevolg van Merkels asielbeleid, waarvoor Altmaiers kop nu indirect alsnog moet rollen.

Economische competentie

De jurist Altmaier heeft Economische Zaken niet gekregen omdat hij er affiniteit mee heeft, maar enkel om dat niemand anders de positie wilde. In een jaar waarin naast de Europese Parlementsverkiezingen nog vier landdagen (Bremen, Brandenburg, Saksen en Thüringen) en talrijke gemeentelijke verkiezingen op de rol staan, zou Merz de economische competentie die ooit de kracht van de CDU/CSU was, aanzienlijk beter in de verf kunnen zetten. Vele partijgenoten zien in hem de ideale minister van Economische Zaken.

Conflictschuw

Altmaier heeft in zijn hoedanigheid van coördinator van de immigratiecrisis laten zien conflicten te schuwen en heeft net als Merkel de neiging om die uit te zitten in plaats van op te lossen. Dat is echter in de economie, waar beslissingen die op zich laten wachten geld kosten, funest. Derhalve is Altmaier bij industrie en middenstand, twee domeinen waar de CDU ooit domineerde, in ongenade gevallen.

Positie Kramp-Karrenbauer ter discussie

Na de nipte overwinning van Kramp-Karrenbauer in de race om het partijleiderschap, zijn de door velen geanticipeerde twisten binnen de Unie uitgebleven. Fervente ondersteuners van Merz hebben zich verzoend met de nieuwe partijleidster. Niettemin weet Kramp-Karrenbauer dat het beter is Merz in haar kamp te halen dan als potentiële tegenstander te houden. Dat haar positie binnen de partij nu al weer ter discussie staat, laat zien dat de nieuwe partijleidster haar onduidelijke koers moet beëindigen. Die is namelijk niet alleen ten aanzien van de economie funest. Ook in de peilingen heeft de CDU sinds de leiderschapswissel in december nog geen winst kunnen boeken.

Posted on

Amazon – De mentaliteit van een roofdier

Een van de essentiële problemen van onze maatschappij is het feit dat grote multinationale bedrijven bijna in de regel amper belastingen betalen. Het Amerikaanse Amazon slaagde er vorig jaar zelfs nog in om niet alleen 0 dollar belastingen te betalen maar van de overheid zoals ook al in 2017 nog centen te krijgen. Goed voor 129 miljoen dollar en dit ondanks de torenhoge winsten in het voorbije jaar.

amazon - Winst en belastingen - FT 25-02-2019,jpg
Een tabel die nog maar eens aantoont hoe grote multinationals veelal weigeren belastingen te betalen. Dat is dan maar voor anderen zoals kleine bedrijfjes, zelfstandigen en loontrekkenden. De VS is dan ook de grootste schuldenaar ter wereld. The Financial Times 25 februari 2019.

Enorm contract

Een tabel van de Britse zakenkrant The Financial Times toont dit in wezen hallucinante verhaal ten volle. Geen probleem echter voor Jeff Bezos, de grote man van Amazon. Want de staatskas is voor hem immers een zeer interessante partner. Zo is Amazon kandidaat voor een enorm groot contract rond informatica voor het Amerikaanse leger ten bedrage van 10 miljard dollar.

Mediamacht

En als eigenaar van de erg invloedrijke krant The Washington Post bezit hij ook indien nodig over voldoende middelen om diezelfde overheid onder druk te zetten. De oorlog die hij op dit ogenblik via die krant voert tegen president Donald Trump toont dit.

Winstoptimalisatie

Maar voor Bezos is dit ook een kwestie van hoger en lager. Stijgen de winsten fenomenaal dan blijkt uit de vele sociale conflicten in o.m. Duitsland dat de werkdruk er eveneens alsmaar stijgt en dat de lonen er dan weer zo laag mogelijk worden gehouden. Winstoptimalisatie heet dat in het jargon.

‘Prachtig land’

Bij de discussies rond dat contract van Amazon met het Pentagon stelde Bezos als excuus dat de Verenigde Staten ‘een prachtig land is dat men dient te verdedigen’. En wie die cijfers ziet kan hem moeilijk vanuit zijn standpunt ongelijk geven. De VS is immers een melkkoe voor figuren als een Bezos.

Posted on

Identiteitspolitiek is neoliberale natte droom

“Het is wáár dat er in Nederland vele culturen leven. Maar de multiculturele samenleving als ideaal is mislukt. Er is nauwelijks integratie. Bevolkingsgroepen leven veelal gescheiden van elkaar. Kijk eens in het onderwijs: we hebben zwarte en witte scholen. In de steden hebben we zwarte en witte wijken. Kijk eens in het openbare leven. Je kunt nog zo mooi zeggen ‘we leven allemaal vrolijk met elkaar’, maar dat is gewoon niet waar.” Uitspraken van een (extreem)rechtse politicus? Nee, het zijn citaten uit het interview dat Marieke Hoogwout van Vrij Links had met Tweede Kamerlid Jasper van Dijk. De volksvertegenwoordiger van de SP sprak stevige woorden over de illusie van open grenzen, over de noodzaak van islamkritiek, en de race to the bottom door arbeidsmigratie.

Verontwaardiging

Er stak een storm van verontwaardiging op. De termen ‘racist’ en ‘fascist’ spatten van de schermen. Niet uit de hoek van rechtse partijen, maar juist vanuit het progressieve kamp. Van Dijk werd op sociale media met pek en veren besmeurd, op dezelfde dag dat SP-leider Lilian Marijnissen hetzelfde overkwam na haar uitspraak dat “arbeidsmigratie de lonen in Nederland onder druk zet”. Zelfbenoemde antifascisten briesten: “De SP vist in de bruine electorale vijver van de PVV en het Forum voor Democratie.”

Deze vertegenwoordigers van de zogeheten identiteitspolitiek – uit de bekende hoek van Bij1 en GroenLinks – laten hiermee zien dat ze niet links zijn in de klassieke zin, maar gewoon liberaal. Ze zeggen dat ze voor een inclusieve samenleving zijn, maar ze zijn helemaal niet inclusief maar eisen voortdurend erkenning. Erkenning van hun zogenaamde slachtofferschap. Hiermee past hun ideeëngoed naadloos in de postmoderne liberale orde, die stelt dat wat je overkomt je eigen schuld is, dat ziekte een keuze is, en dat als je niet mee kan komen je een loser bent. Het leeft van slachtofferschap en de race wie het ergste slachtoffer is, is nog lang niet gelopen.

Yippies werden yuppies

De propagandisten van identiteitspolitiek – de antiracisten, antifascisten, de inclusie-denkers, de genderadepten – krijgen vaak het stempel ‘cultuurmarxisme’. Maar dat is een slecht gekozen term, die geen recht doet aan de realiteit. Want het zijn helemaal geen marxisten, het zijn liberalen. De revolutionaire geest van de jaren zestig, waar tegenstanders de bron van het cultuurmarxisme leggen, werd namelijk al snel omgevormd in de geest van Veronica: lekker jezelf zijn, lekker doen waar je zin in hebt. Het revolutionaire vuur van Mao- en Castro-volgelingen doofde spoedig. Yippies werden Yuppies.

Jerry Rubin, een van de grondleggers van de protestbeweging die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 hun kandidaat presenteerden – Pigasus, een 66 kilo zwaar varken – stierf in 1994 als een multimiljonair. Zijn medestanders volgden vaak dezelfde weg, creëerden lucratieve universiteitsposten en betrokken luxe appartementen of statige herenhuizen. Ze waren studenten, afkomstig uit de middenklasse, en ze hebben geen enkel idee van wat er leeft in de arbeidersklasse; het klootjesvolk, het plebs.

Slachtofferschap

Vleesgeworden liberalen, die hun progressieve schuldbewustzijn afkopen met een veganistisch dieet, maar ondertussen wel die alternatieve wandelvakantie door Vietnam boeken. Ze grossieren in slachtofferschap. Daarin onderscheiden ze zich van klassieke marxisten. Die spreken namelijk niet over slachtofferschap, maar over macht. De legendarische uitspraak “Het maakt nogal uit wie over de zweep praat: het paard of de voerman!” was een klassieker in socialistische kringen. Zoals rechtse partijen (PVV, FvD, VVD) niet conservatief, maar liberaal zijn, zo zijn progressieve partijen (GroenLinks, D66, PVVD) niet links, maar liberaal.

De voorstanders van open grenzen en identiteitspolitiek verdedigen uiteindelijk de liberale politiek waar multinationals baat bij hebben. De strijd voor het klassieke huwelijk tussen man en vrouw werd in sommige staten in de Verenigde Staten niet verloren omdat een politieke meerderheid er tegen was, maar omdat het bedrijfsleven zich er tegen keerde. De grote bedrijven staan zich voor op inclusief personeelsbeleid en lopen voorop met de LHBT-kleuren.

Vandaar dat Jasper van Dijk stelt dat “het sprookje van de open grenzen de natte droom van het bedrijfsleven is”. Progressieve identiteitspolitiek is niet antikapitalistisch, maar is al tevreden met regenboogtompoezen en gender-neutrale rompertjes bij de HEMA. Daarmee lopen de politieke en ideologische scheidslijnen niet langer tussen links en rechts, maar tussen nationalisme en kosmopolitisme en tussen onderklasse en elite. Voor echte conservatieven biedt dit nieuwe onverwachte bondgenoten. En dat zou zomaar bijvoorbeeld de SP kunnen zijn.

Posted on

Miljardentunnel onder Oostzee? Tegenstanders betwijfelen economisch nut

In de hoofdstad van Sleeswijk-Holstein is de planfase voor de voorgenomen tunnel onder de Fehmarnbelt, een zeestraat in het westelijk deel van de Oostzee, afgesloten. Kiel gaf op 28 december 2018, na meerdere vertragingen, een vergunning af voor de aanleg van de tunnel.

De tunnel onder de zeestraat moet een vaste verbinding tot stand brengen tussen het Duitse eiland Fehmarn en het Deense eiland Lolland. Momenteel vormt de veerverbinding over de zeestraat nog een flessenhals in het Trans-Europese Netwerk van Scandinavië tot de Middellandse Zee. De TEN-trajecten worden vanuit de Europese Unie gezien als een “bijdrage aan de ontwikkeling van de binnenmarkt en de verbetering van de economische en sociale samenhang van de Unie”. Als onderdeel van het trans-Europese verkeersnetwerk, wil de Europese Commissie het tunnelproject dan ook met 1,4 miljard euro subsidiëren, oftewel zo’n 20 procent van de totale begroting. De vaste verbinding zou de ontsluiting van Scandinavië voor het Europese transitverkeer verbeteren.

Kaart van het Europese netwerk van hogesnelheidsspoorlijnen in 2017

Al jaren vertraagd

Het begin van de aanleg van de 18,6 kilometer lange, tolplichtige caissontunnel onder de Fehmarnbelt wordt al jaren vertraagd door de omslachtige planprocedure in Duitsland voor de verkeerstechnische aansluiting op het wegennet in het achterland (geëlektrificeerde dubbelspooraansluiting Puttgarden-Lübeck, uitbouw van de B 207 tussen Puttgarden en Heiligenhafen).

Financiering

De financiering van de infrastructuurmaatregelen aan Duitse zijde worden volgens een overeenkomst uit 2008 door de Duitse staat betaald. Begin december meldde de federale rekenkamer een kostenstijging van oorspronkelijk 840 miljoen naar meer dan vier miljard euro. Met een verdere stijging moet rekening gehouden worden.

Daarbij komen nog meerdere miljoenen euro’s voor een nieuwe brug over de Fehmarnsund (de zee-engte tussen Fehmarn en het Duitse vasteland). Denemarken moet de op 7,4 miljard euro geraamde aanleg van de tunnel betalen.

De huidige brug over de Fehmarnsund kan de verwachte verkeerstoename door de aanleg van de tunnel niet aan.

Concurrentievervalsing

Daarbij zorgde op 13 december een oordeel van het Gerecht van de Europese Unie in Luxemburg. Deze had op grond van het Deense financieringsmodel voor het tunnelproject met staatssteun de klachten van de rederijen Scandlines en Stena Line toegewezen. Zij klaagden vanwege de staatssteun voor het tunnelproject over concurrentievervalsing. De Europese Commissie heeft nu twee maanden de tijd om in beroep te gaan tegen het  vonnis.

Verkorting transporttijden

De Industrie- en Handelskamer van Sleeswijk-Holstein ziet in de tunnelbouw en de uitbouw van de verkeerswegen een groot potentieel. Door een vaste verbinding over de Fehmarnbelt zouden de Europese landen nader tot elkaar komen. Vooral grote bedrijven in Duitsland en Denemarken verwachten voordelen van de verkorting van de transporttijden tussen Hamburg en Kopenhagen (en het Zweedse Malmö). Het valt overigens te betwijfelen of er ook voor forenzen kortere reistijden ontstaan door de tunnelbouw. Vanwege de te verwachten toename van het autoverkeer moet gerekend worden met een scenario van files tijdens de spits.

De Prins Richard, een van de veerboten op de Vogelfluglinie, in de haven van Puttgarden

Tegenstanders vrezen milieuschade en terugloop toerisme

Ondertussen stellen de tegenstanders van de tunnel dat hij geen economisch nut heeft. Omdat er een goed functionerende veerverbinding tussen Rødby en Puttgarden is, die ieder halfuur in drie kwartier de Fehmarnbelt oversteekt, zou er geen behoefte zijn aan de tunnel. Het huidige verkeersvolume wordt door de veerverbinding immers volledig gedekt. De zelf benoemde Belt-redders verwachten daarentegen zowel milieuschade als economische nadelen voor de regio Oost-Holstein. Vanwege de geluidsoverlast door de geprognosticeerde 120 treinen per dag, waarvan 78 goederentreinen, vrezen tegenstanders een dramatische terugloop van het toerisme in de regio.

Verkeersprognoses

De verkeersprognoses ter rechtvaardiging van het miljardenproject zijn niet sluitend. De IHK Lübeck voorspelt voor de “groeiregio” een toename van het verkeer over de Fehmarnbelt van 4220 (in 2015) naar 7900 personenauto’s per dag bij de beoogde ingebruikname van de tunnel in 2028, voor vrachtwagens van 1070 naar 1520 en bussen van 79 naar 93. Later zou het “toenemende verkeer via Fehmarn eerder per trein” gaan. Ook de Denen rekenen met 9500 voertuigen per dag na de opening van de tunnel. Pas na 25 jaar zou dit aanwassen tot 15.000.

Treinverkeer

Bij de aantallen voor het verwachte treinverkeer krabbelde de projectdrager Femern A/S daarentegen sterk terug. Banedanmark, het Deense spoorwegeninfrastructuurbedrijf, gaat van slechts 17 goederentreinen en 24 personentreinen per dag vanaf de ingebruikname uit. Om deze reden werd de terugverdientijd verlengd tot 36 jaar. Intern rekenen de Deense planners echter al voor een eerder tijdstip als publiek kenbaar gemaakt met een verdrievoudiging van het huidige voertuigentransport op de veerverbinding Rødby-Puttgarden.

De Grote Beltbrug

Vergelijking met Grote Beltbrug

In een interview met radiozender Deutschlandfunk Kultur in juli 2017 vergeleek de voorzitter van de Deense organisatie Femern Belt Development, Holger Rasmussen, de controverse discussie in Denemarken voor de bouw van de Grote Beltbrug (tussen Funen en Seeland) met tolautoweg en spoorverbinding met die in Duitsland over de al jaren omstreden vaste Fehmarnbeltverbinding. De Grote Beltbrug werd in 1998 geopend. “Daarvoor was de transportcorridor (met veren) over de Grote Belt niet meer dan 8.000 voertuigen per dag. Nu zijn er meer dan 34.000 auto’s per dag die deze oversteek maken. En dat zal ook hier (bij de Fehmarnbelt, red.) gebeuren”, aldus Rasmussen. Voor het verkeer over de vaste Fehmarnbeltverbinding zou daarmee met een frequentie van 17.000 voertuigen wellicht al enkele jaren na de ingebruikname van de tunnel gerekend moeten worden, met een stijgende tendens.

‘From road to rail’

Het ligt echter in de rede dat de Europese Commissie het economische nut van het mega-bouwproject en daarmee de miljardensubsidie opnieuw zal evalueren. Ook moet gekeken worden of er sprake is van het EU-beginsel ‘from road to rail’, oftewel de nagestreefde verplaatsing van goederenverkeer van de weg naar het spoor. Het EU-potje voor de TEN-trajecten is uitdrukkelijk bedoelt voor deze verlegging van verkeer van de weg naar het spoor bedoeld.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

‘Duitse economie leed al 100 miljard euro schade door sancties tegen Rusland’

Sinds het instellen van de sancties tegen Rusland door het Westen in 2014 hebben al meer dan 1300 Duitse bedrijven Rusland verlaten. Dat meldde Wolfgang Büchele van de Ost-Ausschuss der Deutschen Wirtschaft.

Vijf jaar geleden waren nog 6.000 Duitse firma’s met Duits kapitaal op de Russische markt actief. Eind 2018 was hun aantal volgens Büchele echter geslonken tot 4700. Daarbij zijn de grotere spelers overigens gebleven.

Nieuwe Amerikaanse sancties

Geen van de bedrijven zou er normaliter belang bij hebben om de Russische markt te verlaten, aldus Büchele, maar omdat nieuwe Amerikaanse sancties dreigden, hebben de firma’s die Rusland verlieten het risico niet meer aangedurfd.

Schade Duitse economie

De voorzitter van het samenwerkingsverband becijferde de schade die de Duitse economie door de sancties tegen Rusland reeds geleden heeft op 100 miljard euro. Hij riep Duitse bedrijven op de samenwerking met Rusland ook in de toekomst voort te zetten.

Posted on

Chinese centrale bank: Bedrijven verplicht contant geld aan te nemen

De Chinese centrale bank heeft benadrukt dat bedrijven verplicht blijven betalingen voor hun goederen en diensten in de vorm van contant geld te accepteren. Het niet nakomen van deze verplichting wordt als een wetsovertreding gezien en is strafbaar. 

In het rijk van het midden neemt het girale betalingsverkeer de laatste tijd een hoge vlucht, zelfs bij kleine bedragen. Enkele bedrijven zijn er inmiddels toe overgegaan alleen nog betalingen met debet of credit cards of betaalapps te accepteren.

Hoofdkantoor van de Volksbank van China in Peking

De centrale bank heeft nu echter duidelijk gemaakt dat zulke keuzes het vertrouwen in de waarde van contant geld kunnen ondermijnen. Verder benadrukt de ‘Volksbank van China’ dat mensen het recht hebben met het wettig betaalmiddel van hun keuze te betalen.

Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.