Posted on

Buchanan aan Trump: Verruil Bolton voor Tulsi Gabbard!

Tulsi Gabbard

In onderstaande column adviseert Pat Buchanan president Trump om zijn Nationale Veiligheidsadviseur John Bolton te dumpen en in plaats daarvan in zee te gaan met Tulsi Gabbard, die momenteel in de race om de Democratische nominatie van zich doet horen met een buitenlandbeleid dat veel lijkt op wat Trump in 2016 beloofde. Pat Buchanan is een paleoconservatief politiek commentator, was adviseur van diverse presidenten en deed ook zelf een gooi naar het presidentschap. 

“Te lang reeds hebben onze leiders het af laten weten, leidden ze ons van de ene regime change-oorlog naar de andere, leidden ze ons een nieuwe Koude Oorlog en wapenwedloop in, die ons biljoenen dollars van ons zuurverdiende belastinggeld en talloze levens kostten. Deze waanzin moet stoppen.”

Donald Trump, circa 2016? Nee, deze denunciatie van interventionisme á la John Bolton kwam van afgevaardigde Tulsi Gabbard van Hawaii tijdens het Democratische debat van woensdagavond. Met haar 38 jaar was ze de jongste kandidaat op dat podium. Gabbard vervolgde met een aanval op zowel de “president als zijn oorlogshavikenkabinet, die ons naar de rand van oorlog met Iran geleid hebben”.

“Niet de Taliban viel ons aan op 11 september”

In een verhitte woordenwisseling, reageerde afgevaardigde Tim Ryan van Ohio dat de VS zich niet uit Afghanistan terug kunnen trekken: “Toen we daar niet waren, begonnen ze vliegtuigen op onze gebouwen in te laten vliegen.” “Het was niet de Taliban die ons op 11 september aanviel”, repliceerde Tulsi Gabbard, “Al Qaida viel ons aan op 9/11. Dat is waarom ik en vele anderen militair werden, om achter Al Qaida aan te gaan, niet de Taliban.”

“In Afghanistan niet beter af dan toen oorlog begon”

Toen Ryan bleef volhouden dat de VS in Afghanistan moeten blijven, schoot Gabbard terug: “Is dat wat je de ouders van die twee soldaten die net gedood werden in Afghanistan zult vertellen? ‘Nou ja, we moeten daar gewoon blijven.’ Als militair kan ik je vertellen dat dat antwoord onacceptabel is. … We zijn in Afghanistan niet beter af dan toen die oorlog begon.”

Tulsi Gabbard wint debat met voorsprong

Tegen het einde van het debat was Tulsi Gabbard met voorsprong de winnaar in zowel de Drudge Report- als de Washington Examiner-peiling en ging ze veruit aan kop onder alle Democratische kandidaten wier namen opgezocht werden op Google. Hoewel ze minder dan zeven minuten spreektijd kreeg in een debat van twee uur, had ze die tijd niet effectiever kunnen gebruiken. Haar optreden zou de race om de Democratische nominatie op kunnen schudden. Als ze er in slaagt een paar punten boven haar 1 à 2 procent in de peilingen uit te komen, zou ze een plekje in de tweede ronde debatten veilig kunnen stellen.

Buitenlandbeleid zou zonder Tulsi Gabbard niet aan bod komen

Als ze daar bij is, zullen de gespreksleiders haar vragen stellen over buitenlandbeleid die zonder haar aanwezigheid niet eens aan de orde zouden komen. Deze vragen zullen de verborgen verdeeldheid in de Democratische Partij blootleggen. Men zou leidende Democratische kandidaten kunnen vragen te verklaren wat het Amerikaanse beleid moet zijn – niet alleen ten aanzien van Afghanistan, maar ook Irak, Syrië, Jemen, Saoedi-Arabië, Israël, Jared Kushners ‘deal van de eeuw’ en Trumps schijnbare afwijzing van de twee statenoplossing.

Als ze de tweede ronde haalt, zou Tulsi Gabbard de katalysator kunnen worden voor het soort ‘globalist versus nationalist’-debat dat uitbrak tussen Trump en de Bush-Republikeinen in 2016. Een debat dat bijdroeg aan Trumps overwinning op de conventie in Cleveland en in de presidentsverkiezingen.

Tulsi Gabbard verdeelt Democraten, maar kan ook probleem worden voor Republikeinen

Het probleem dat Gabbard vormt voor de Democraten, is dat, zoals bleek uit de woordenwisseling met Ryan, ze standpunten inneemt die haar partij verdelen. Haar rivalen geven er de voorkeur aan te praten over zaken die de partij verenigen, zoals hoe verschrikkelijk Trump is en ‘gratis’ hoger onderwijs. Als ze meer zendtijd krijgt, wordt ze ook een probleem voor de Republikeinen. Want het buitenlandbeleid dat Tulsi Gabbard voorstelt is niet ver verwijderd van het buitenlandbeleid dat Donald Trump in 2016 beloofde maar sindsdien niet waarmaakte.

Niet waargemaakte beloften

Nog altijd zijn er 2.000 Amerikaanse militairen in Syrië, 5.000 in Irak, 14.000 in Afghanistan. We verplaatsten onlangs een vliegdekschip-aanvalsgroep, B-52-bommenwerpers 1.000 militairen naar de Perzische Golf om Iran te confronteren. We staan op het punt de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, waarmee we zouden moeten onderhandelen om een oorlog te voorkomen, sancties op te leggen.

Jared Kushner probeert een plan te verkopen om 50 miljard dollar voor de Palestijnen in te zamelen in ruil waarvoor zij van soevereiniteit af moeten zien en van hun droom van een natiestaat op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook met Jeruzalem als hoofdstad.

John Bolton praat over regime change in Caracas en zoekt de confrontatie met de “trojka van tirannie” in Cuba, Nicaragua en Venezuela. In plaats van het gesprek te zoeken met Rusland, zoals Trump beloofde, hebben we Rusland sancties opgelegd, Oekraïne bewapend, oorlogsschepen naar de Zwarte Zee gestuurd, de NAVO-aanwezigheid in het Oostzeegebied opgevoerd en door Ronald Reagan en andere presidenten tijdens de Koude Oorlog uitonderhandelde wapenbeheersingsverdragen verscheurd.

Rusland en China in elkaars armen gedreven

Het Amerikaanse beleid is er in geslaagd onze grote rivalen, Rusland en China, in elkaars armen te drijven. Die relatie is nu inniger dan die tussen Stalin en Mao in de eerste jaren van de Koude Oorlog. In juni reisde Vladimir Poetin naar Peking, waar hij en Xi Jinping elkaar ontmoeten om te waarschuwen dat in deze tijd van “toenemende mondiale instabiliteit en onzekerheid” Rusland en China “hun overleg over kwesties van strategische stabiliteit zullen verdiepen”. Xi onderscheidde Poetin met China’s nieuwe vriendschapsmedaille. Poetin reageerde: “Samenwerking met China is een van Ruslands hoogste prioriteiten en ze heeft een ongekend niveau bereikt.”

Aan het einde van de Koude Oorlog was de VS de enige overgebleven supermacht. Wie heeft deze positie kwijtgespeeld? Wie heeft ons 7.000 Amerikaanse levens en 6 biljoen dollar laten bloeden in eindeloze oorlogen in het Midden-Oosten? Wie heeft ons deze hervatting van de Koude Oorlog in geleid? Waren het soms die vervloekte ‘isolationisten’?

Posted on

VS bekommeren zich niet om mensenrechten in bezet Syrië

Op dit ogenblik bezet de VS, vooral via haar luchtmacht, een groot deel van Syrië. Ze creëerde er zonder toestemming van wie ook – zelfs het Amerikaanse parlement stemde er niet over – een zone met vliegverbod voor andere dan Amerikaanse vliegtuigen. Haar bondgenoten (vazalstaten) zoals België zijn er wel welkom. Het gebied is grotendeels woestijn maar het bevat ook een serie olievelden en het oostelijke deel van de vruchtbare vallei van de Eufraat. Belangrijk is ook dat de VS daarbij een aantal vluchtelingenkampen en steden de facto bezet.

Waarbij de VS de nodige hulp krijgt van de PKK/YPG, de Koerdische links-nationalistische groep. Want zonder voetvolk kan een luchtmacht niet veel aanrichten. Maar bij dat bezet gebied horen dus ook enkele steden en vooral vluchtelingenkampen. En een bezettende mogendheid heeft daarbij de verantwoordelijkheid voor het welzijn van het leven daar. Dat is internationaal recht.

Internationaal recht

Maar de VS zou de VS niet zijn als ze die plicht niet ronduit aan haar laars zou lappen. Van enige hulp bij de heropbouw van de stad Rakka bijvoorbeeld, in de middeleeuwen ooit de hoofdstad van de regio, is er helemaal geen sprake.

 

De stad Rakka na de strijd tussen ISIS en de alliantie geleid door de VS. Die mogen van onze media steden vernielen. Helpen bij de wederopbouw hoeft dan niet eens.

De mensen daar moeten zich maar behelpen met de meest primitieve middelen mogelijk. Lijken blijven liggen met overal nog steeds de door IS en andere terreurgroepen voorheen gelegde mijnen. Die maken het leven er gevaarlijk en belemmeren de terugkeer der inwoners.

Al Tanf

En dan is er het vluchtelingenkamp van Rukban in de door de VS bezette zone van Al Tanf, een grensplaats op de cruciale autoweg van Damascus naar Bagdad in Irak. En die is van levensbelang voor beide landen. De Amerikaanse troepen daar ontbreekt het voor zover bekend aan niets. De tienduizenden vluchtelingen enkele kilometers verder hebben daarentegen amper iets.

http://www.novini.nl/amerikanen-hinderen-hulp-aan-vluchtelingen-in-zuidoost-syrie/

Het kamp is bezet door jihadistische bondgenoten van de VS, veelal smokkelbendes die zo flink geld verdienen aan de miserie van die mensen in Rukban. Waarom zorgt de VS niet voor een adequate bevoorrading in voedsel en voor de nodige medische zorg zoals hun soldaten wat verder die wel krijgen? Mensenrechten versie Washington en natuurlijk een groot schandaal.

Vluchtelingenkampen

Hetzelfde met de toestand in het vluchtelingenkamp van al Hol gelegen op een dertig kilometer van de provinciale hoofdstad Hasaka en niet ver van de Iraakse grens. Vluchtelingen, inclusief zwangere vrouwen en kleine kinderen, en krijgsgevangenen die soms al zwaar ziek of gewond zijn worden in simpele vrachtwagens naar al Hol gevoerd. Met doden onderweg.

Het is een kamp waar straks tegen de 100.000 mensen dicht bij elkaar opgepakt zitten, zowel leden van ISIS als hun slachtoffers. Een mooie mix. Het gevolg is dat veel mensen en kleine kinderen onderweg naar al Hol stierven.

Geen dollarcent

Men had miljarden dollars over voor het verjagen van de vroegere vrienden van ISIS en het vernielen van steden als Rakka, maar een Amerikaanse dollarcent voor hulp aan die mensen is er niet bij. Trump vroeg dan maar geld in Saoedi-Arabië. Maar die toonden zelfs op papier geen enkele interesse.

Typerend is dat de Amerikaanse president Donald Trump stelde dat de landen van de EU hun in al Hol gevangen zittende mensen, inclusief de harde kern van ISIS, moeten terugnemen. Tot vrij snel nadien een dame afkomstig uit de VS dat ook vroeg en op een neen botste bij diezelfde Trump.

Het vluchtelingenkamp van al Hol. Van enige officiële hulp vanuit de VS of de EU blijkt er geen sprake te zijn. Mensenrechtenbeleid heet dat.

 

EU-landen medeschuldig

Ook de EU, en België, zijn hier schuldig. Naast de hulp aan de oorlog tegen Syrië en steun aan die terreurgroepen bombardeerde ons land mee in Syrië. Echter zonder toestemming van ons parlement, de VN of de Syrische regering. Als dat geen oorlogsmisdaden zijn. Maar ook voor Brussel is bombarderen dus geen enkel probleem, helpen echter wordt gewoon verboden.

Israëlische bombardementen

In wezen is dit een luguber spel waarbij de gewone mens zoals steeds pasmunt is in de strijd om macht. Israël en de VS verloren de oorlog om Syrië dat zich traag aan het heropbouwen is en Israël is woedend. Sinds ze de nederlaag zag aankomen begon Israël met het regelmatig bombarderen van Syrië. Provocaties om zo een algemene regionale oorlog uit te lokken en hopend zo toch nog een overwinning in de wacht te slepen?

Geen echte terugtrekking

En dus is Trump onder druk van delen van zijn entourage en de zionistische lobby verder gegaan met het pesten van dat land. En zo komt er geen echte troepenterugtrekking zoals eerst afgesproken. De dag dat de VS zich terugtrekt uit de door haar bezette gebieden zou ook dit deel van Syrië kunnen herademen en het eveneens gedaan zijn met van honger en ontbering stervende kinderen. Maar ja, dan kan men geen druk meer uitoefenen.

http://www.novini.nl/toch-meer-amerikaanse-militairen-in-syrie/

Koerdisch vuil spel

Daarbij spelen de Koerdische links-nationalistische groepen PKK/YPG een heel vuil spel. In de hoop toch over dit gebied te kunnen blijven heersen collaboreren zij verder met de bezetters. Daar valt als steeds geld uit te halen. Kijk maar naar België tijdens de twee wereldoorlogen of naar andere voorbeelden uit de geschiedenis.

Dat het lijden van de mensen zo niet stopt kan hun klaarblijkelijk niet schelen. Het is geen toeval dat er in Rakka van enige hulp voor de wederopbouw vanwege ook de PKK/YPG geen sprake lijkt. De winst gemaakt met de verkoop van de door hun gestolen Syrische olie gaat zo te zien elders heen.

Troepen en supporters van de PKK/YPG. Zoals steeds dreigen de collaborateurs ook hier aan het kortste eind te zullen trekken. De vraag is alleen wanneer de VS hen zal laten vallen.

Maar als zij verstandig zijn dan zouden zij de samenwerking met de VS reeds lang gestopt hebben. Uit de analyse van augustus 2012 van de toestand in Syrië van de Amerikaanse militaire Veiligheidsdienst DIA blijkt trouwens dat de VS de provincie Hasaka, het zogenaamde thuisland van de Syrische Koerden, bestemden voor ISIS. Voor de YPG/PKK was er niets gepland. Washington had voor hen gewoon een flinke portie salafistische terreur voorzien. Zo gaat dat.

Na Mosoel ook Erbil

Pas toen ISIS en Aboe Bakr al Baghdadi, na de verovering in juni 2014 van de Iraakse stad Mosoel, dacht ook Erbil, de hoofdstad van de Iraakse Koerden van de clan Barzani, te moeten aanvallen, wijzigde de VS haar beleid. Men liet Baghdadi en zijn bende als een baksteen vallen en trok de kaart van de PKK/YPG. Zeker toen eind september 2015 de Russische luchtmacht in Syrië arriveerde.

Die Koerdische links-nationalisten zouden toch moeten weten wat hier aan de hand is. Zij zijn immers gewoon huurlingen en een tweedehands pasmunt. Vraag het eens in die vluchtelingenkampen waar het lijden ook op de rekening van de PKK/YPG kan geschreven worden.

Ze kunnen hun licht anders ook eens opsteken bij notoire figuren uit het recente verleden zoals de staatshoofden Hosni Moebarak uit Egypte, de Vietnamees Nguyen Van Thieu, de Irakees Saddam Hoessein, de Sjah van Iran en zoveel meer.

Posted on

Naar akkoord over Syrië

Dat de oorlog tegen Syrië op haar laatste benen loopt lijkt steeds meer duidelijk. In wezen zijn er maar drie gebieden meer die nog niet onder de controle van de regering vallen: De provincie Idlib vlakbij Turkije, grote delen van de provincies Quneitra en Daraa aan de grens met Jordanië en Israël en de zone ten oosten van de Eufraat waar de YPG en de VS met een almaar vijandiger wordende bevolking in een steeds moeilijker parket zitten.

Israël stemt in

Het akkoord behelst dat de troepen van Iran en Hezbollah zich 60 kilometer van de Israëlische grens gaan terugtrekken en zich niet mengen in de eventueel komende gevechten daar. Het gebied rond de stad Daraa en Quneitra zou dan onder controle van het Syrische leger komen. Wie er daarna niet wil blijven mag dan zoals bij eerdere akkoorden naar de provincie Idlib vertrekken.

De toestand in Syrië aan de Jordaanse en Israëlische grens. Blauw is de door de VN gecontroleerde zone tussen Israël en Syrië, groen is de zone onder controle van de niet tot ISIS behorende jihadisten, zwart is het door ISIS bezet gebied en rood is het gebied vaar het Syrische leger de baas is.

Dat is belangrijk want dat betekent ook dat de weg van Damascus naar de Jordaanse hoofdstad Amman en verder richting het Arabisch schiereiland en Egypte weer open kan gaan. Een cruciaal gegeven voor de Syrische economie. Het akkoord zou onderhandeld zijn door Rusland met Israël, Hezbollah, Jordanië, de VS, Syrië en Iran.

Geruchten gaan ook dat de VS zich zouden terugtrekken van de grenspost van al Tanf aan de grens met Irak. Die grenspost ligt op de hoofdweg van Damascus naar Bagdad. Syrië gebruikt nu de weg via de Eufraat en de grenspost van Al Bukamal. Ook de heropening van die grenspost van al Tanf is belangrijk voor de wederopbouw van Syrië die nu al volop in voorbereiding is.

Een verouderde van augustus 2017 daterende kaart van de regio rond de grenspost met Irak in al Tanf waar de VS zich installeerden. Rechts onderaan is Irak. Het gebied kan gezien worden als woestijnachtig.

Gesprekken van Turkije met Syrië

Ook wat betreft de relatie tussen Turkije en Syrië lijkt er goed nieuws op komst. Opnieuw met Russische bemiddeling worden er nu discrete gesprekken gevoerd tussen Damascus en Ankara. Gesprekken die deels in Moskou plaats hebben. Ook is er sprake van het heropenen van de weg van Aleppo, de economische hoofdstad van het land, naar de Turkse stad Gaziantep en zo Ankara en Istanbul.

Dat de oorlog op haar laatste benen loopt bewees vooral de evolutie van de strijd voor de regio rond Harasta, een grote stad gelegen aan de rivier de Orontes en op de grens van de provincies Hama en Homs. Een dichtbevolkt gebied pal langs de autoweg die loopt van Damascus en Homs naar Hama en zo Idlib en Aleppo.

Na een serie bombardementen van de Russische en Syrische luchtmacht hoefde de hoofdmacht van het Syrische leger maar aan de horizon te verschijnen en zonder praktisch verder een schot te lossen gaven de jihadisten in dit gebied zich over. Na de strijd om Oost-Ghouta is het duidelijk gedaan met de zware gevechten van het Syrische leger.

Het Syrische leger is trouwens bezig met een campagne voor de demobilisatie van diegenen die sinds 2010 in het leger zitten. Twee problemen blijven wel nog op te lossen: Wat met de jihadisten in de provincie Idlib en wat te doen met de Koerdische PKK/YPG? Avigdor Lieberman, de Israëlische minister van Defensie, zou donderdag naar Moskou reizen om dit vanuit Israëlische zijde verder af te ronden.

Posted on

Naar oplossing Bende van Nijvel?

Ongelooflijk maar waar, er lijkt nu toch een doorbraak in zicht voor het dossier van de Bende Van Nijvel, de bende aanslagplegers die in een ware golf van terreur van 1982 tot 1985 28 doden maakte en vele zwaar gewonden. Christiaan Bonkoffsky, een reeds lang bij specialisten van het dossier bekende naam, zou nu de beruchte reus van die Bende van Nijvel zijn. Deze overleed in 2015 en zou kort voor zijn overlijden aan zijn broer bekend hebben die reus geweest te zijn.

Gladio

Alle voor zover tot heden bekende gegevens lijken dit ook te bevestigen. Bovendien was de man voorheen lid van de later ontbonden antiterreureenheid van de gendarmerie Diane, later omgedoopt tot Speciaal Interventie Eskadron (SIE). Christiaan Bonkoffsky kende dus hun werkmethodes.

Christiaan Bonkoffsky is volgens vele getuigenissen de zogenaamde reus uit de Bende van Nijvel. De man eindigde als een marginale dronkenlap in de goot. Uit wroeging over wat hij ooit had gedaan en hoe zijn vermoedelijke opdrachtgevers hem desondanks behandelden? Links de robotfoto en rechts de man in carnavalsplunje.

 

Voor vele kenners van het dossier rond de Bende van Nijvel was een deel van hun harde kern immers afkomstig uit die groep Diane. Alleen praktisch zij immers kenden de wapentechnieken die door de bende bij hun aanslagen werden toegepast. Ze beheersten ook de knepen van het vak om steeds te ontsnappen aan hun onderzoekers. Zelfs hun vroegere baas en oprichter van de groep Diane was die mening toegedaan.

Bovendien was reeds lang de algemeen theorie dat zij in hogere kringen bescherming genoten. Daarbij werd vooral verwezen naar Gladio, een netwerk van geheime en bewapende figuren die ondergronds moesten werken. Waarbij vooral de Belgische militaire veiligheidsdienst AIVD en de NAVO instonden voor zowel de opleiding, bewapening als de begeleiding. En wie NAVO zegt denkt aan de VS.

Voor velen was dit of de voorbode van een staatsgreep of een poging om een zogenaamd sterke staat te installeren waarbij politie en bepaalde militairen voor of achter de schermen aan zoveel mogelijk touwtjes trokken. Ook in Turkije, Italië en Luxemburg grepen dergelijke veelal dodelijke acties plaats. Waarbij de Turkse generaal Kenan Evren op 12 september 1980 na jaren van terreur een militaire dictatuur kon installeren.

Vielsalm

Bijna zeker is dat in al die gevallen Amerikaanse steun een cruciale rol speelde. Zo was er in die periode de fameuze aanval op de basis van de Ardeense Jagers in Vielsalm waarbij men stelt dat leden van de Amerikaanse Special Forces een bewaker neerschoten en er wapens ontvreemden.

Wapens die nadien in Frankrijk deels bij de ‘linkse’ terreurgroep Action Directe werden teruggevonden. Action Directe was officieel een ultralinkse groep die nauwe banden had met de Belgische Cellules Communistes Combattantes (CCC), ook een zogenaamd ultralinks groepje die in diezelfde periode als de Bende van Nijvel eveneens aanslagen pleegde. Action Directe en de CCC hadden trouwens ongeveer het zelfde logo.

Eerst schreef de Nijvelse procureur des konings Jean De Prêtre de zaak toe aan ordinair banditisme en werkte hij alle onderzoeken in een andere richting brutaal tegen. Tot woede van vele gerechtelijke onderzoekers en bepaalde persmensen. Daar wees men al snel richting kringen bij de rijkswacht.

Bovendien hadden de overvallers amper interesse in een buit en wilden ze duidelijk de bevolking angst aanjagen. Daarom die aanvallen op een vrijdagavond op supermarkten als er veel volk aanwezig was. Gaan winkelen bleek plots een levensgevaarlijke zaak. Verder werd er ondanks de vele aanslagen nooit enig spoor gevonden van de daders. Wat bescherming doet vermoeden en het werk van insiders en specialisten.

De Delhaize in Eigenbrakel die op 27 september 1985 door de bende brutaal werd overvallen. Met als resultaat 8 doden waaronder een kind van 14 jaar en een buit van een schamele 388.000 frank (9.620 euro).

Nu 32 jaar na de laatste feiten komt zo te zien eindelijk het definitieve bewijs boven tafel dat de Bende van Nijvel en de groep Diane elkaar tot op zekere hoogte overlapten. Wat terreur moest bestrijden bleek zo te zien deels zelf terreur te veroorzaken.

Staatsgreep

Daarbij is de getuigenis belangrijk van Marc Van Damme, zoon van Willy Van Damme, toen de uitbater van café Tijl in de periode dat Christiaan Bonkoffsky er regelmatig zat. Die stelde dat Bonkoffsky een staatsgreep nodig achtte. Marc Van Damme gaf zijn informatie in 1998 al anoniem aan het gerecht door maar voelde zich nadien afgeluisterd en gevolgd en werd bang. En het gerecht negeerde zo te zien deze info. Nooit ondervroeg men Bonkoffsky.

De vraag is of er nog meer bewijs boven tafel zal komen en of we de namen van de andere bendeleden zullen leren kennen. Cruciaal is echter te weten wie hun bevelhebbers waren en de opdrachtgevers. Christiaan Bonkoffsky is immers een simpele uitvoerder. Misschien zitten die namen in het archief van de militaire veiligheid, de AIVD. Een dienst die steeds op goede voet leefde met hun Amerikaanse collega’s.

Het ganse verhaal toont hoe machtig de ‘staat binnen de staat’ in België wel is. Ministers, parlement en de Comités P en I en eventueel magistraten en politielui mogen doen wat ze willen. Men zorgt er steeds voor dat ze nergens geraken, minister van Justitie of Binnenlandse Zaken, het doet er niet toe. Men lacht hen achter de schermen desnoods gewoon uit.

Dendermondse carnavalisten gezellig onder elkaar in café Tijl zot te doen niet beseffend wat voor een figuur er zich in hun midden bevond. De schok bij hen is dan ook enorm geweest.

De recente golf van aanslagen door allerlei salafistische groepen kadert praktisch zeker in hetzelfde verhaal, het is de Bende van Nijvel 2. Ook nu weer wil men de Belgen, of Fransen en anderen, bang maken en hen allerlei maatregelen doen aanvaarden die de controle op hun doen en laten enorm doen toenemen.

Met camera’s die een gelaat of nummerplaat herkennen, stofzuigers die doorseinen wat er in de huiskamer van Jan Modaal gebeurt en televisietoestellen die afluisteren en de zenderkeuze en programmavoorkeur doorzenden naar… Wie feitelijk? Big Brother is al gearriveerd en machtiger dan ooit tevoren. Zie Facebook, Google, etc… niet toevallig allen Amerikaans.

Militaire achtergrond

Christiaan Bonkoffsky is een telg van een Poolse voorvader die in het begin van de achttiende eeuw naar Dendermonde kwam als militair in dienst van de Habsburgse vorsten. (1) Dendermonde was immers een garnizoensstad. En die militaire traditie werd ook nadien in eer gehouden.

Zo was François Bonkoffsky, vader van Christiaan, tijdens de Duitse bezetting in WOII lid van het Geheim Leger en nadien beroepsmilitair. En de vroegtijdig overleden oom Luc en broer van François was dan weer bij de Dendermondse politie. Een man met trouwens een goede reputatie in de stad.

Ironisch is het feit dat Christiaan Bonkoffsky afkomstig was uit de Dendermondse Greffelinck. In datzelfde straatje woonde ook de vroeg overleden substituut procureur Willy Acke die tot zijn zelfmoord – Voor velen een verdachte zaak – er woonachtig was en met onderzoeksrechter Freddy Troch het onderzoek leidde. In wezen hoefde hij voor zijn reus dus niet echt ver te zoeken. Bij de buur eens aankloppen.

In Dendermonde was hij erg actief bij eerst de scouts en daarna de carnavalsvereniging de Tijlvrienden waar hij ondervoorzitter was en met als stamkroeg het toen populaire café  Tijl van stads- en naamgenoot Willy Van Damme.

Een na de overval in Aalst zwaar beschadigde Aalsterse politieauto. Christiaan Bonkoffsky eindigde zijn carrière bij die Aalsterse politie.

Geen verbazing dat men er in het milieu van de Dendermondse carnavalisten door het nieuws zwaar geschokt was. “Hij vertelde wel eens dat hij straffe dingen kon doen maar dat leek ons toen eerder een soort van grap”, klinkt het bij een oude carnavalsvriend. “De man kon als het er op aan kwam bij een caféruzie een man zo tegen de muur kletsen”, stelt een vroegere Dendermondse collega.

Ondertussen heerst er bij bepaalde kennissen van de man, waaronder de vroegere carnavalisten, een grote woede over een bepaalde pers en de sociale media die er niet voor terugschrikken, aldus een betrokkene, om mensen woorden in de mond te leggen die men niet eens heeft uitgesproken.

Een vroegere vriend carnavalist promoveerde men op het internet zelfs al bijna tot lid van de bende. Ja want hij was….rijkswachter geweest en condoleerde in 2015 de overleden vroegere gewezen vriend.

Zelfs Dendermondse naamgenoten van Christiaan Bonkoffsky waaronder zelfs kinderen worden zo al in de sociale media met de vinger gewezen en beklad. Grenzen lijken er hier niet meer te zijn. Roddel en laster lijken wel de regel. De riool is opengetrokken en de ratten lopen vrij rond.

Hilde Geens

Voor Hilde Geens (2) is er blijkbaar weinig echt reden voor optimisme in de zaak. Hilde Geens was een van de weinige journalisten die zich professioneel op de zaak gooiden. Ze schreef er ook veel over in tijdschriften als Humo en in een boek over de manipulaties en flaters in dit dossier.

Hilde Geens is zeer sceptisch wat betreft het gerechtelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel. Voor haar kunnen historici zoals bij de zaak van de moord op Julien Lahaut eventueel voor een oplossing zorgen.

Hilde Geens: “Er is in dit dossier al van bij de eerste overval in september 1982 bij wapenhandelaar Daniel Dekaise in Waver sprake van manipulaties, en dat is er niet op verbeterd. En als we zien dat men er na 32 jaar nog niet in slaagde zelfs maar een dader te arresteren hoe kan men dan verwachten dat men de regisseurs zou kunnen identificeren? En dan hebben we het nog niet over de mannen die hen inhuurden. Neen, ik ben niet optimistisch. Een goed idee is dat wat de historici Emmanuel Gerard en Rudi Van Doorslaer dit weekend opperden in De Standaard. Zij stelden hier de aanpak te gebruiken zoals bij het dossier van de eveneens nooit opgeloste rakende moord uit 1951 op parlementslid en CP-leider Julien Lahaut. Die historici konden wel de daders identificeren wat het gerecht nooit lukte.” (3)

Ook wist men al jaren van de mogelijke betrokkenheid van Christiaan Bonkoffsky en pas op vrijdag 20 oktober ondervroeg men zijn vroegere echtgenote. Maanden nadat de broer van Christiaan met zijn verhaal naar het gerecht was gestapt. Gerommel in de pers dreef hen blijkbaar in die richting. Echt (sic) kwaliteitsvol politiewerk dus.

De indruk is daarom dat ook deze huidige onderzoekscel er een soep van maakt. Bewust? En wie gaat nu nog een magistraat of politieman in deze zaak geloven? Debielen? Ook voor diegenen in die milieus die het goed menen en hard werken is dit een drama. Men sleurt hen mee het modderbad in.


1) Op het einde van de zeventiende eeuw verzwakt de positie van Polen sterk en komt er zelfs een Saksische vorst aan het bewind. Waarna vrij snel het land als onafhankelijk natie ophoud te bestaan en men het verdeelde tussen Oostenrijk, Rusland en later Duitsland. Dit tot in 1917-1918 wanneer als gevolg van de nederlaag van Oostenrijk-Hongarije en Duitsland en de Russische revolutie Polen met Frans-Britse steun terug onafhankelijk kan worden.

Gelijktijdig heerst er rond 1700 in onze regio toen een oorlog rond de opvolging van de Spaanse troon waar Karel II de bezittingen overlaat aan een kleinzoon van Lodewijk XIV die echter alles voor zichzelf wil hebben. Waarna er tussen Frankrijk en de alliantie van de Nederlandse republiek, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Beieren een langdurige oorlog losbarst. Die oorlog duurt tot de Vrede van Utrecht uit 1713-14.

Waardoor onze regio in handen valt van de Oostenrijkse Habsburgers. De Oostenrijkse Habsburgers hadden hier dus veel militairen nodig. Bij de Vrede van Utrecht creëerde men ook het Barrièreverdrag van 1715 dat tot 1781 duurde en waarbij een aantal steden waaronder Dendermonde een Nederlands en Oostenrijks garnizoen kregen. De eerste Oostenrijkse vorst voor het latere België was Karel VI. In die periode krijgt ook de naam België geleidelijk ingang onder de intelligentsia.

2) Op 4 augustus 2013 werd hier het boek van journaliste Hilde Geens besproken. Gelijktijdig verscheen er ook een gesprek hierover met haar. Het boek ‘beetgenomen’ gaat over het falen van het gerecht in de zaak en de blijkbaar bewuste sabotage van het onderzoek. Het verscheen in 2013 bij uitgeverij Manteau.

In beetgenomen geeft Hilde Geens vele voorbeelden van de machinaties van dit dossier met als ultieme bedoeling dat men de daders nooit zou vinden.

3) Ook in dit onderzoek van die historici werd verwezen naar allerlei politiek als rechts bestempelde milieus verbonden met mensen uit de VS die Lahaut en zijn CP definitief uit de machtscentra wilden verdrijven. Geheime netwerken met een crimineel karakter. Waarbij allerlei politionele en gerechtelijke manipulaties de enquête naar die moord eveneens saboteerden.

Posted on

Turkse belasting op hulpgoederen maakt Grieken Noord-Cyprus leven zuur

Rizokarpaso op het schiereiland Karpasia is een van de weinige enclaves in Noord-Cyprus waar nog Cypriotische Grieken wonen.

In de stad met zo’n 5500 inwoners wonen nog 310 overwegend hoogbejaarde Cypriotische Grieken. Toen de Turken in 1974 het noorden van het eiland bezetten en Turkse immigranten in de huizen van de gevluchte Grieken trokken, zijn zij gebleven. In eerste instantie waren er 2.000 christelijke Grieken en Libanezen uit de maronitische dorpen westelijk van Kyrenia achtergebleven. Vandaag de dag zijn het er nog een paar honderd.

Rizokarpaso ligt op het langgerekte schiereiland Karpasia in het noordoosten van Cyprus (foto: NASA).

Het Turkse bestuur heeft hen het leven steeds zwaarder gemaakt. Hun kerken werden gesloten en ontheiligd, het recht om het eigen bezit te gebruiken en het erfrecht werden ingeperkt. Hoewel mensenrechtenorganisaties deze manier van doen bekritiseerd hebben, gaat het tot op de dag van vandaag voort.

In Rizokarpaso vormen Turkse immigranten, die na de bezetting van het noordelijke deel van het eiland hoofdzakelijk uit arme gebieden van Anatolië kwamen, de meerderheid van de lokale bevolking – zoals overal in Noord-Cyprus.

Zo’n 300.000 Turken heeft Turkije naar Cyrpus laten migreren, om het gebied definitief Turks te maken. Zelfs de inheemse Turkse Cyprioten, die sinds de 16e eeuw met de Ottomaanse veroveraars op het ooit puur christelijke eiland aankwamen, zijn tegenwoordig een minderheid. Hun getal slonk tot 80.000, ten tijde van de bezetting waren het er nog 118.000.

Sinds de deling van het eiland kwam er iedere week een konvooi van de Verenigde Naties, om onder de 350 nog resterende Griekse en Libanese Cyprioten in het stadje levensmiddelen en medicamenten te verdelen. Dit regelmatige konvooi gaat terug op een al meer dan 40 jaar geldende overeenkomst tussen beide zijden, aldus de VN. Maar nu is het konvooi voor het eerst afgeblazen, omdat er voor het eerst tol geëist werd. Alleen medicamenten zijn wel afgeleverd.

Mislukte gesprekken over hereniging

Na het mislukken van de gesprekken over de hereniging van Cyprus in juli van dit jaar, vanwege de weigering van de Turkse regering om zijn troepen terug te trekken uit het noorden van het eiland, staat de situatie op het sinds 1974 gedeelde eiland in de Middellandse Zee voor het eerst sinds jaren weer op scherp. Er zijn nauwelijks nog contacten tussen de politieke leiding van Grieks- en Turks-Cyprus. De kleinste en minst beschermde minderheid, de laatste Cypriotische Grieken in het noorden van het eiland, mogen het nu ontgelden.

De Grieks-Cypriotische president Nikos Anastasiades veroordeelde de opstelling van de overheid in het noorden, die de inspanningen voor het herstel van vertrouwen tussen de gemeenschappen ondermijnt. Maar Tahsin Erturoglu, de minister van Buitenlandse Zaken van de Turkse Republiek Noord-Cyprus, die behalve door Turkije door geen enkele staat erkend wordt, zei in New York, dat zijn regering zich er niet van af laat brengen vanaf begin deze maand belasting te heffen op hulpgoederen.

Als argument voor de stap wees hij op de “vrijheid om te reizen”, die de ontvangers van de hulp in het noordelijke deel van het eiland zouden hebben. De laatste Grieken in het noorden hebben meer dan 40 jaar ervaring met intimidatie, vernederingen en het ontnomen worden van rechten door de Turkse bezetters. Ze zullen hun thuisdorpen niet meer verlaten.

De president van de Republiek Cyprus kondigde reeds aan tegen deze maatregelen, die het laatste vertrouwen kunnen verwoesten, te zullen klagen bij de Europese Unie, waarvan de Republiek Cyprus lid is en bij de Verenigde Naties.

Posted on

Polen heeft juridisch noch moreel recht op verdere herstelbetalingen van Duitsland

Eind juli kwam de Poolse regering met haar eigen interpretatie van solidariteit tussen EU-lidstaten op de proppen. Jaroslaw Kaczynski, leider van de regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS), verklaarde in een radio-interview dat Duitsland zich aan zijn verantwoordelijk voor de Tweede Wereldoorlog zou onttrekken en dat er daarom over herstelbetalingen gesproken zou moeten worden. Inmiddels wordt een wetsvoorstel voorbereid om de schade te berekenen.

Kaczynski kondigde een “historisch tegenoffensief” van zijn land aan. “We hebben het hier over gigantische sommen en ook over het feit dat Duitsland jarenlang geweigerd heeft verantwoordelijkheid te nemen voor de Tweede Wereldoorlog”, aldus de partijleider in Warschau.

De Poolse leider staat binnen de EU niet alleen met zijn plannen. Ook Griekenland kwam in 2013 met de eis dat Duitsland alsnog herstelbetalingen zou doen vanwege de Tweede Wereldoorlog. Een groep ambtenaren van het ministerie van Financiën kreeg destijds de opdracht, de schade te berekenen van de Duitse bezetting van Griekenland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Terwijl Kaczynski de omvang van de eisen vooralsnog in het midden laat, becijferden de Grieken de grootte van hun nota op 108 miljard euro. Wat Duitsland tot dan toe reeds aan herstelbetalingen gedaan had werd niet meegerekend. Dat veranderde twee jaar later, toen de toenmalige Griekse minister van Justitie Nikos Paraskevopoulos verklaarde het oordeel van het Atheense grondwettelijk hof over te nemen, dat stelde dat Duitsland aan nakomelingen van slachtoffers van het nazi-bewind compensatie verschuldigd is. Wat reeds betaald was, zou men als “voorschot” beschouwen.

Nu is het niet ongebruikelijk en ook volkenrechtelijk gedekt, dat een land dat een oorlog begonnen is en verloren heeft de winnaar een financiële compensatie moet betalen. Zo werden in het geval van Duitsland het gehele buitenlandse vermogen, de handelsvloot en alle Duitse patenten in beslag genomen. Daarnaast werden op grote schaal aanspraken door de demontage van industriebedrijven afgedekt. En wat vooral Polen betreft: Duitsland moest zijn oostelijke territoria afstaan – grote aantallen Duitsers werden daarbijvan huis en haard verdreven, een verlies dat nauwelijks in geld is uit te drukken.

Bovendien vergaarden de Amerikaanse bezetters naar eigen opgave Duitse reparaties ter grootte van 500 miljoen Amerikaanse dollars, de Sovjet-Unie naar westerse schattingen 15 miljard. Waar het Kremlin per 1 januari 1954 echter van verdere vorderingen afzag, lieten de westerse mogendheden de mogelijkheid open met nieuwe te komen. Tussen de westerse mogendheden en de Bondsrepubliek Duitsland werd in het Londense Schuldenakkoord van 27 februari 1953 namelijk overeengekomen dat de kwestie van de Duitse oorlogsschulden pas bij een vredesakkoord aan de orde zou komen.

Duitsland, ook het herenigde Duitsland, heeft echter tot op de dag van vandaag formeel geen vredesakkoord. Het Twee-plus-Vier-verdrag (formeel: “Verdrag inzake de afsluitende regeling met betrekking tot Duitsland”), dat op 15 maart 1991 in werking is getreden, vervult echter effectief de functie van een vredesverdrag. Van herstelbetalingen is in dit akkoord geen sprake en daarmee is de zaak afgedaan. Daarbij wordt het verdrag gezien als een internationaal verdrag waarvan de uitwerking de ondertekenaars – BRD, DDR, VS, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Sovjet-Unie – overstijgt. Dit hangt ermee samen dat het verdrag een nieuwe politieke orde in Europa regelt. Zo worden ook Polen en Griekenland in de werkzaamheid van de overeenkomst betrokken en komen nieuwe eisen aan Duitsland uit deze landen juridisch op wankele voet te staan, vooral wat Polen aangaat.

Polen heeft namelijk reeds in 1953 in een verklaring afgezien van verdere betalingen uit Duitsland. Het land wilde daarmee, zo heette het destijds, “een verdere bijdrage aan de oplossing van de Duitse kwestie in de geest van democratie en vrede” leveren. Hierop werd door de Duitse regering naar aanleiding van de recente Poolse geluiden dan ook gewezen. Duitsland erkent politiek, moreel en financieel zijn historische verantwoordelijkheid, zo verklaarde de Duitse regering, maar de kwestie van herstelbetalingen is juridisch en politiek reeds afsluitend geregeld.

Ook de verhouding met Athene is op dit punt eigenlijk al lang duidelijk. In het kader van haar omvattende Wiedergutmachungspolitik sloot de Duitse regering in de jaren tussen 1959 en 1964 met twaalf West-Europese regeringen akkoorden, waaronder ook Griekenland. Athene kreeg destijds 115 miljoen mark uit Bonn, wat naar huidige koopkracht een slordige halve miljard euro is. In de correspondentie over dit akkoord verklaarde de Griekse zijde dat daarmee “alle het voorwerp van dit verdrag vormende vragen [..] definitief geregeld” zijn, waarmee Athene van alle verdere eisen afzag. Nadat het Oostblok in 1990 uiteenviel, paste Duitsland dit beleid ook op Oost-Europese landen toe. In dit kader kreeg Polen meer dan 250 miljoen euro. Eén ding is zodoende duidelijk: De recente aanspraken van Griekenland en Polen op herstelbetalingen uit Duitsland ontberen een juridische grondslag.

De politieke werkelijkheid laat zich echter niet louter in juridische parameters vatten. Wat juridisch niet afdwingbaar is, is het soms psychologisch wel. Een schuld als de Duitse oorlogsschuld, verbonden met oorlogsmisdaden en de Holocaust, laat zich goed gebruiken als politiek drukmiddel. Het uitdrukken van een dergelijke schuld in financiële bedragen, komt al snel in de buurt van relativering van de Holocaust, met als implicatie dat de schuld nooit definitief afbetaald kan worden.

Warschau en Athene zouden er evenwel goed aan doen ook te bedenken welke schade ze zelf aanrichten met hun eisen. Waar de Europese integratie door haar voorstanders steeds is voorgesteld als een vredesproject, lijken Poolse en Griekse regeringen dit te interpreteren als een vrijbrief om Duitsland uitzichtloos te laten bloeden voor de schuld aan de Tweede Wereldoorlog. Dat komt de geloofwaardigheid van de notie van solidariteit tussen EU-lidstaten uiteindelijk niet ten goede.

Posted on

Napoleon verenigde het Europese continent tegen de Britse dominantie, Rusland brak hem op

Zonder substantiële inzichten ging dit jaar de geboortedag van Napoleon Bonaparte (Ajaccio, 15 augustus 1769) aan een groot deel van het Nederlandse publiek voorbij. Dat is jammer, want zeker nu we in een verdere verwikkeling raken met de Europese Unie en er vanuit een centraal gezag buiten het land veel beleid komt, vormt een dergelijk moment een goede aanleiding om in de geschiedenis te duiken. Over hoe al eerder werd geprobeerd een Europese politiek vorm te geven en op welke wijze dit gebeurde.

Napoleon Bonaparte was generaal en later keizer van Frankrijk en heeft zo’n 15 jaren lang met het land een groot deel van Europa bestuurd. De Franse staatsman heeft ook in Nederland een aantal blijvende veranderingen gebracht, denk maar aan het verplicht laten registreren van een officiële achternaam, of het invoeren van de Code Napoleon met als onderdelen het burgerlijk wetboek (1806), het wetboek van koophandel (1807), de strafvordering (1808) en het wetboek van strafrecht (1810). Daarnaast is wellicht nog wel bekender de invoering van het metrisch stelsel, waarbij eenheden als kilo (bij gewicht) en meter (bij lengte) de standaard werden.

Dat was allemaal niet uit altruïsme, maar er zat beleid achter. Dat beleid richtte zich op het Europese continent en stond in dienst van Frankrijk onder leiding van Napoleon Bonaparte. Dit is bekend geworden als Napoleons continentale politiek en bestond ruwweg uit twee onderdelen, namelijk de continentale blokkade (blocus continental) en het continentale stelsel (système continental). We maken een korte gang door deze politieke ontwikkelingen in het Europa van Napoleon Bonaparte.

Aanloop

In het begin van de 19e eeuw was Frankrijk onder Napoleon Bonaparte dé sterke macht op het Europese vasteland, vooral middels economische ruzies en veroveringen kwam het in de loop van 1803 in constant conflict met Groot-Brittannië. Beide landen zagen elkaar als grootste tegenstander en hadden alle twee een sterke economie met veel industrie. Het kwam tot een botsing die naast militair ook een sterk economisch karakter had.

Omdat uit de onderhandelingen tussen de landen voor Frankrijk geen goede resultaten kwamen en oorlog vanwege de sterke Britse vloot niet als heel verstandig werd gezien, dacht men na over de verschillende mogelijkheden om Groot-Brittannië economisch te verzwakken en zo op de knieën te dwingen met het oog op nieuwe onderhandelingen met een voor Frankrijk gunstiger uitkomst. Zo kwam er het idee van een brede strijd tegen het Brits handelsimperialisme.

Er werd daarnaast door Napoleon Bonaparte gekeken hoe om te gaan met de veroverde gebieden en het te bezetten, het creëren van vazalstaten en wat te doen met de neutrale staten. Middels een politiek van ontwikkeling van de industrie op het continent, een uitwisselingseenheid tussen munten en het afromen van soldaten van de bezette landen als ideeën.

De continentale blokkade

“Men definieert de continentale blokkade, zoals per decreet te Berlijn op 21 november 1806 uitgevaardigd, als een verzameling van politieke, militaire en diplomatieke maatregelen, eenzijdig door Napoleon genomen om Europa te bewegen naar het opleggen van verbodsmaatregelen voor Britse handelswaar die in Frankrijk reeds van kracht waren.” Deze blokkade had als doel het hele continent te omvatten en de Britten het handelen hier onmogelijk te maken.

In het donkerblauw Frankrijk (na de annexatie van het Koninkrijk Holland), in de middentint de vazalstaten en in de lichte tint de andere landen die op enig moment meededen aan de blokkade.

Bondgenoten, vazallen en geannexeerde landen werden dan ook bewogen om eveneens geen handel met Groot-Brittannië te drijven. Britse schepen werden geplunderd en verkocht, Britse soldaten op het continent gevangengenomen. De blokkade wisselde per periode van deelnemers. De continentale blokkade vond wel goedkeuring van veel van de toenmalige Europese staten, waaronder ook van Duitse vazalstaten als Westfalen en het verslagen Pruisen.

Er bestond zo een tijd lang een Europees front tegen het Britse economische imperialisme, hoewel het meer een concept was dan een werkelijke economische unie. Napoleon wilde hiermee alle continentale staten in industriële en commerciële oorlog met Groot-Brittannië duwen. Nederland, dat eerst een vazalstaat was, werd later ook geannexeerd omdat daar teveel de blokkade werd ontlopen en het vanuit Franse optiek een steviger regime nodig had. Het niet meedoen met de blokkade werd in 1812 ook de officiële reden voor de oorlog van Frankrijk met het Keizerrijk Rusland. 

Het continentale stelsel

Napoleon had nog verder gaande plannen voor de onderworpen landen, namelijk om deze in overeenstemming te brengen met het Franse politieke model. Om het leiderschap van Frankrijk als centrale macht te versterken door andere economieën hierop af te stemmen. Het continentaal stelsel betrof het herorganiseren van de verschillende staten op politiek, institutioneel, sociaal en economisch vlak. Napoleon benoemde zijn broers als koningen in de diverse onderworpen landen, omdat hij dacht dat zij het best de vereisten voor het continentale stelsel konden doorvoeren.

Er werden pogingen gedaan modelstaten te creëren, landen te moderniseren, mensen te overtuigen van de Code Napoleon. Deze code bevatte diverse wetgeving en had als doel de eenwording van wetten en het volk. Ook waren er verschillende acties tegen de bestaande privileges, zoals het afschaffen van fiscale privileges van de kerk en clerici, de verkoop van goederen van de kerk en een centrale administratie door uniformering, versimpeling en specialisatie. Verder werden er in opdracht van Napoleon publieke werken als havens en wegen gebouwd. Het beleid van modernisering zou door veel Europeanen gewaardeerd worden.

Het moest echter wel allemaal Frankrijk dienen. Het continentaal stelsel werd gebruikt voor veiligheid, de Franse economie, maar ook om soldaten uit de onderworpen landen te halen. Er waren op een bepaald moment vanuit 16 landen mensen die in het Franse leger dienden en de staten moesten daarbij de Franse troepen op hun grondgebied onderhouden. Uiteraard werden de militaire beslissingen enkel door de Franse legerleiding genomen. 

Conclusie

De staten die niet waren geannexeerd namen het continentale stelsel nauwelijks over, succesvoller was de continentale blokkade en er ging ook meer aandacht uit naar de handhaving hiervan. Aanvankelijk was er veel sympathie vanuit Europa juist vanwege het beleid tegen de Britse hegemonie op handelsgebied en tirannie van haar zeevaarders. Groot-Brittannië reageerde op de blokkade door belastingen te heffen op de schepen van neutrale landen.

Groot-Brittannië compenseerde de schade van de blokkade door met Latijns-Amerika een nieuwe afzetmarkt aan te boren. Frankrijk kon dat gebied niet met schepen afschermen en daarbij verzwakte de blokkade op het Europees continent doordat Rusland eruit stapte. De Britten moesten echter wel concluderen dat ondanks het Franse economische egoïsme er toch een economische samenwerking en eenheid op het Europees continent was.

Hoewel er meerdere verdragen tussen landen werden afgesloten nam Frankrijk altijd de leiding in acties zonder anderen te consulteren. Het continentale stelsel moest Frankrijk sterker maken, Napoleon wilde vazalstaten om zich heen, geen bondgenoten. De economie van andere staten aanpassen aan de belangen van Frankrijk, Napoleon wilde zeker geen supranationale instellingen. Verdere uitbuiting heeft ervoor gezorgd dat patriottische krachten in de Europese landen sterker werden en zich uiteindelijk tegen Frankrijk keerden.

24 juni 1812 viel het leger van Napoleon Rusland binnen en werd het binnen zes maanden totaal vernietigd en verloor hiermee de oorlog. Napoleon zag deze hele campagne als een blunder. Rusland werd niet alleen struikelblok naar werelddominantie maar ook naar die op het Europees vasteland. Hoewel de uitbreidingen van het Franse gebied in Europa ten dienste van de eigen veiligheid waren, zijn een flink aantal moderniseringen die Napoleon in de onderworpen landen invoerde, na het vertrek van de Fransen behouden gebleven.

Posted on

Wie wil er, behalve ISIS, nog meer een oorlog tussen Amerika en Iran?

“Iran moet vrij zijn. De dictatuur moet vernietigd worden. Containment is appeasement en appeasement is overgave.”

Zo wijst onze Churchill, Newt Gingrich, terzake van Iran, het containmentbeleid van de hand. Een beleid dat ontwikkeld werd door George Kennan en uitgevoerd door negen Amerikaanse presidenten en dat leidde tot een overwinning zonder bloedvergieten in de Koude Oorlog.

Waarom is containment overgave? “Omdat vrijheid overal bedreigd wordt zolang deze dictatuur aan de macht blijft”, aldus Gingrich. Maar hoe wordt de vrijheid van Amerikanen bedreigd door een bewind met 3 procent van het Amerikaanse BBP en dat al bestaat sinds Jimmy Carter president was?

Gelukkig heeft Gingrich een leider gevonden om het Iraanse bewind omver te werpen en de vrijheid van de mensheid veilig te stellen. “In ons land was dat George Washington en … de markies de Lafayette. In Italië was het Garibaldi”, aldus Gingrich. Wie heeft hij gevonden, die zich kan meten met Washington en Garibaldi? Maryam Rajavi.

Wie is dat? De leider van de Nationale Verzetsraad van Iran of de Iraanse Volksmoedjahedien, die tegen de sjah waren, braken met de oude Ayatollah, samenspanden met Saddam Hoessein en tot 2012 door het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken als een terroristische organisatie beschouwd werden.

Op de conferentie van deze organisatie in Parijs eerder deze maand waar Gingrich sprak, en de spreekvergoeding was naar verluidt uitstekend, waren John Bolton en Rudy Giuliani ook te vinden. Giuliani sprak van de tweemaal verkozen president Hassan Rouhani als “een gewelddadige, wrede moordenaar” en stelde dat “de tijd gekomen is voor regime change.”

Ook Bolton deed een duit in het zakje: “Teheran is niet slechts een kernwapendreiging, het is niet slechts een terroristische dreiging, het is een conventioneel gevaar voor iedereen in de regio”. En derhalve “zou het omver werpen van het bewind van de moellahs in Teheran het officiële beleid van de Verenigde Staten van Amerika moeten zijn”. We zullen het samen vieren in Teheran in 2019, zo verzekerde Bolton zijn toehoorders van de Nationale Verzetsraad van Iran.

Succes! Maar zoals de New York Times gisteren stelde, drijft al deze praat, die overal in Washington weerklinkt, ons recht naar een oorlog. “Een patroon van provocatieve woorden, expliciete dreigementen en acties – van president Trump en enkele van zijn vooraanstaande medewerkers, alsmede van soennitische Arabische leiders en Amerikaanse activisten – voert spanningen op die kunnen leiden tot gewapend conflict met Iran.”

Is dat wat Amerika wil of nodig heeft – een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten, tegen een land dat drie keer zo groot is als Irak? Zouden, na Afghanistan, Irak, Libië, Syrië en Jemen, Amerika en de wereld gediend zijn met een oorlog met Iran die een soennitisch-sjiitische godsdienstoorlog in het hele Midden-Oosten zou kunnen ontketenen?

Bolton noemt Iran een “kernwapendreiging”. Maar in 2007 verklaarden alle Amerikaanse inlichtingendiensten met grote zekerheid dat Iran geen kernwapenprogramma had. Ze herhaalden dit in 2011. Onder de kerndeal heeft Iran bijna al zijn uranium geëxporteerd, is het land gestopt met verrijken tot 20 procent, heeft het duizenden centrifuges stilgelegd, beton in de kern van zijn zwaar water-reactor gegoten en staat het VN-inspecteurs toe om alle faciliteiten uit te kammen.

Zou Iran, ondanks dit alles, een geheim kernwapenprogramma runnen? Of is dit oorlogspropaganda die bedoeld is ons nog een oorlog in het Midden-Oosten in te slepen? Om de waarheid te achterhalen, zou de commissie Buitenlandse Zaken van de senaat de hoofden van de CIA en DIA en de Director of National Intelligence op moeten roepen, om in een publieke zitting te getuigen.

Men zegt ons dat we ook geplaagd worden door een sjiitische halve maan die opkomt en zich uitstrekt van Beiroet tot Damascus, Bagdad en Teheran. Maar wie heeft deze sjiitische halve maan tot stand gebracht? Het was George W. Bush die bevel gaf tot het omver werpen van het soennitische bewind van Saddam, waardoor Irak in handen kwam van zijn sjiitische meerderheid. Het was Israël wiens invasie en bezetting van Libanon van 1982 tot 2000 het sjiitische verzet voortbracht dat nu bekend staat als Hezbollah. En wat Bashar al Assad in Syrië aangaat, zijn vader stuurde troepen om zij aan zij met de Amerikanen te vechten in de Golfoorlog.

Het bewind van de ayatollahs, de Islamitische Revolutionaire Garde en de Basji-militie staan vijandig tegenover Amerika. Maar Iran wil geen oorlog met de Verenigde Staten – en met goede reden. Iran zou aan stukken geslagen worden als Irak, en zijn onvermijdelijke opkomst als het grootste en meest ontwikkelde land aan de Perzische Golf zou afgebroken worden.

Bovendien hebben we gemeenschappelijke belangen: Vrede in de Perzische Golf, waarvandaan Irans olie vloeit en waarzonder Iran niet kan groeien, zoals Rouhani beoogt, door Irans banden met Europa en de ontwikkelde wereld te verdiepen.

En we hebben gemeenschappelijke vijanden: ISIS, al Qaida en al de soennitische terroristen wiens wildste droom het is om hun Amerikaanse vijanden hun sjiitische vijanden te zien bevechten. Wie wil er nog meer een Amerikaanse oorlog met Iran, behalve ISIS?

Helaas is hun getal legio: Saoedi’s, Israëli’s, neocons en hun denktanks, websites en magazines, haviken in beide partijen op Capitol Hill, democratie-kruisvaarders en velen in het Pentagon die hun gram willen halen voor wat door Iran gesteunde sjiitische milities in Irak gedaan hebben.

President Trump neemt een sleutelpositie in. Als hij doet wat de oorlogspartij wil, zal dat zijn nalatenschap zijn, zoals de Irakoorlog de nalatenschap is van George W. Bush.

Posted on

Adenauer, onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Wat een politiek leven! Het strekt zich uit van het keizerrijk, de republiek van Weimar, het nationaal-socialistisch bewind tot en met de Bondsrepubliek Duitsland. Steeds was Konrad Adenauer er bij. Op 19 april is het vijftig jaar geleden dat de eerste bondskanselier van Duitsland overleed.

Adenauer werd op 5 januari 1876 in Keulen geboren en zijn hele leven bleef zijn Rijnlandse herkomst zo duidelijk hoorbaar als zijn katholieke signatuur herkenbaar. Na zijn staatsexamen in de Rechten werkte hij als advocaat in Keulen. Als lid van de katholieke Zentrumspartei werd hij Beigeordneter (wethouder/schepen), vanaf 1909 Erster Beigeordneter (loco-burgemeester). Zo nam hij bij gelegenheid de honneurs waar voor de Oberbürgermeister, een oom van zijn echtgenote.

Burgemeester van Keulen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog legde Adenauer op het Voedingsdepartement opmerkenswaardige creativiteit aan de dag. Een door hem gebakken brood van rijst en maismeel liet hij als “Keuls brood” patenteren. Omdat zijn surrogaatstoffen weinig smakelijk waren, noemden de Keulenaren hem “Graupenauer”. Niettemin werd hij in 1917 door de gemeenteraad tot Oberbürgermeister gekozen. Een decreet van de koning van Pruisen maakte hem tot de jongste Oberbürgermeister van zijn tijd.

Adenauer als burgemeester van Keulen, in gesprek met rijksminister van Oorlog Wilhelm Groener, bij de tewaterlating op 1 mei 1928 van de kruiser ‘Köln’ in Wilhelmshaven (foto: Bundesarchiv)

Hij bekleedde dit ambt tot 1933 en na 1945 zou hij het nog enige tijd bekleden. Beduidend korter was zijn lidmaatschap van het Pruisische Herenhuis, waarvan hij uit hoofde van zijn ambt als Oberbürgermeister van Keulen zitting had. Het revolutiekabinet van SPD en USPD hief de Eerste Kamer van de Pruisische landdag in 1919 op. Dat schaadde de politieke loopbaan van Adenauer echter niet. Van 1920 tot 1930 was hij voorzitter van de Pruisische Staatsraad. Herhaaldelijk werd hij genoemd als kandidaat voor het ambt van rijkskanselier, ofschoon hij zich hard maakte voor een scheiding van Pruisen en een autonoom Rijnland.

Koning van het Rijnland

Uiteindelijk bleef de “koning van het Rijnland” echter steeds burgervader van Keulen, van dat ambt was hij zeker. Minder bedachtzaam was hij toen hij zich in 1928 vergaloppeerde met speculatie in aandelen glanszijde. Toen zijn schulden in de openbaarheid dreigden te komen, leende hij een aandelenpakket en deponeerde het bij de Duitse Bank. Die stelde aansluitend dat Adenauers conto vereffend was. De episode schijnt kenmerkend te zijn voor de sluwheid van Adenauer.

Van vergelijkbare kwaliteit waren zijn eerste ‘conflicten’ met de nationaal-socialisten. Die hadden in 1931 Hakenkruisvlaggen aan de brug over de Rijn gehangen. Adenauer liet ze verwijderen. De daaropvolgende woede van de nazi’s wimpelde hij af. De actie was met de districtsleiding van de NSDAP afgesproken; er stond tegenover dat Adenauer het hijsen van de vlaggen voor de beurshallen, waar Hitler werd verwacht, toestond.

In 1934 wees Adenauer de nationaal-socialistische minister van Binnenlandse Zaken er op, dat hij daarmee tegen een decreet van de Pruisische SPD-minister van Binnenlandse Zaken was ingegaan. Dat was nadat Adenauer in 1933 het ambt van Oberbürgermeister van Keulen verloren had en in de abdij van Maria Laach onderdak had gevonden. De tijd tot het einde van de nazi-heerschappij zat Adenauer uit als gepensioneerde, hij werd keer op keer lastig gevallen door de nazi’s, maar financieel zat hij er droogjes bij en in de juridische strijd om schadeloosstelling had hij door de bank genomen succes.

In mei 1945 was hij weer terug. De Amerikanen zetten hem opnieuw als Oberbürgermeister van Keulen in, maar Keulen werd deel van de Britse bezettingszone en de Britten gooiden hem er weer uit. Hij zou zich niet genoeg voor de bevoorrading van de bevolking ingezet hebben.

Onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Als ambteloos burger concentreerde Adenauer zich nu op de opbouw van een politieke partij. In 1946 nam hij de leiding van de CDU in de Britse bezettingszone. Doelbewust bouwde hij zijn positie uit. Carlo Schmid (SPD) noemde hem “de eerste man van de te scheppen staat, nog voordat die bestaat”. En dat werd hij inderdaad. De Bondsdag koos Konrad Adenauer op 15 september 1949 als eerste bondskanselier van de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland – met een meerderheid van slechts één stem, die van Adenauer. Dat was het begin van een lang tijdperk. Nog driemaal, namelijk in 1953, 1957 en 1961 werd hij herkozen, schijnbaar alternativlos in zijn tijd.

Het zwaartepunt van zijn kanselierschap lag voor Adenauer bij de internationale betrekkingen.

Het waren jaren van beslissende keuzes. Reeds voor zijn verkiezing had Adenauer Bonn als provisorische hoofdstad doorgedrukt. Uit electorale overwegingen zette hij zich er voor in dat West-Berlijn geen volwaardige deelstaat werd. Hoezeer Adenauer al het andere ondergeschikt maakte aan de politiek, blijkt bijvoorbeeld uit een voorgenomen bomaanslag tegen de bondskanselier in 1952. Afzender van de bom was de joodse ondergrondse organisatie Irgun, opdrachtgever zou de latere Israëlische premier Menachem Begin zijn geweest. De wezenlijke feiten kende men in Bonn. Ze werden echter geheim gehouden om antisemitische reacties te voorkomen.

Hoe dan ook was het buitenlandbeleid voor Adenauer het zwaartepunt van zijn kanselierschap. Van 1951 tot 1955 was hij zelfs tegelijk bondskanselier en minister van Buitenlandse Zaken. Nauwe banden met het Westen, in het bijzonder met de Verenigde Staten, en een verenigd Europa waren zijn voornaamste doelen. Mijlpalen hierin waren de oprichting van de Bundeswehr, de toetreding tot de NAVO, de erkenning als enige legitieme regering van Duitsland, het Duits-Franse Vriendschapsverdrag (beter bekend als Élysée-verdrag) en de verzoening met Israël.

Voor het oordeel van de publieke opinie bleef zijn grootste prestatie echter de terugkeer  van de krijgsgevangen uit de interneringskampen van de Sovjet-Unie. Adenauers bereidheid om ook mensen die ten tijde van het nazi-bewind een ambt hadden vervuld in overheidsdienst te nemen, kwam hem daarentegen naderhand op heftige kritiek te staan. Tegelijkertijd voer hij een stramme koers tegen communisten, dwong hij een verbod van de KPD af en eiste hij per ‘Adenauer-decreet’ trouw aan de grondwet van overheidsdienaren.

In 1961 werd Konrad Adenauer nog eenmaal als bondskanselier verkozen (foto: Bundesarchiv).

Zijn laatste verkiezing tot bondskanselier kon hij in 1961 alleen met de belofte veiligstellen, dat hij voor het einde van de zittingsperiode van de Bondsdag plaats zou maken voor een opvolger. Het publieke debat over de Spiegel-affaire, waarin journalisten van weekblad Der Spiegel met rechtsvervolging wegens landverraad te maken kregen, bespoedigden Adenauers afscheid van de regering. In 1963 trad hij af, de 87-jarige bondskanselier stond toen inmiddels bekend als ‘Der Alte’.

Tot het einde van zijn leven bleef hij politiek actief en strijdlustig. Zes dagen voor zijn dood verbreidde zich een prematuur bericht over zijn overlijden. Dit leidde tot wereldwijde betuigingen van deelneming. Adenauer zal er nota van hebben genomen. De eerste bondskanselier van Duitsland stierf op 19 april 1967 op de leeftijd van 91 jaar in zijn huis in Rhöndorf.

Posted on

Waarom Kaczynski’s waanbeeld Europese kernmacht niet opgaat

De uitlatingen van de Amerikaanse president Donald Trump over de NAVO houden de gemoederen bezig en plotseling wordt zelfs weer gediscussieerd over de vraag of Duitsland een eigen kernwapenpotentieel zou moeten bezitten. Dat idee is echter volstrekt irreëel.

Jaroslaw Kaczynski bekleedt weliswaar geen staatsambt, maar de leider van regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS) geldt wel als de sterke man achter de schermen in Polen. Op wat hij zegt wordt ook in het buitenland acht geslagen.

Reeds lang mag hij graag voor vermeende Russische agressie waarschuwen en een sterkere aanwezigheid van de NAVO in zijn land eisen. Intussen is hem dat echter niet meer genoeg, hij droomt nu zelfs van een “supermacht Europa”.

In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung zette de politieke leider, die als eurosceptisch geldt en onder andere bekend werd door anti-Duitse retoriek, uiteen dat hij het zou verwelkomen, als Europa zich als zelfstandige kernmacht met Rusland zou kunnen meten.

Kaczynski moest daarbij wel toegeven dat Europa daarvoor tot “enorme uitgaven” bereid zou moeten zijn. En zoals altijd wanneer er in Europa geld op tafel moet komen, werd daarmee ook nu de blik op Duitsland gevestigd.

Zelfs in het Verenigd Koninkrijk, waar men de Bondsrepubliek ook na decennia partnerschap in het Noord-Atlantisch bondgenootschap nog altijd met een zekere argwaan bekijkt, kan men zich in het licht van de momentele onzekerheden van het Amerikaanse beleid een kernmacht Duitsland voorstellen.

De reactie van Duitse politici, militairen en wetenschappers op deze impuls is evenwel overwegend negatief. Dat heeft niet alleen politieke en praktische redenen. De jurist Wolfgang Ischinger, voormalig Duits ambassadeur in Washington, staatssecretaris op het ministerie van Buitenlandse Zaken, en sinds 2008 directeur van de Münchner Sicherheitskonferenz, zegt duidelijk waarom het debat over een uitrusting van het Duitse leger met kernwapens een schijndebat is: “Het grijpen naar kernwapens zou voor Duitsland een ernstige schending van het internationaal recht zijn.”

Internationaal recht

Duitsland heeft zich er immers in diverse verdragen vastgelegd op het afzien van kernwapens. De eerste stap in deze richting nam de Bondsrepubliek bij het toetreden tot de West-Europese Unie (WEU) in 1954, toen ze verklaarde het bezit noch het beschikkingsrecht over kernwapens na te streven. Korte tijd later, bij het afsluiten van de Verdragen van Parijs bekrachtigde de Bondsrepubliek dit nog eens.

Vervolgens ondertekenden op 1 juli 1968 de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk na zesenhalf jaar onderhandelen het Non-proliferatieverdrag. Dat verdrag legde vast welke landen kernmachten waren en welke niet en stond geen verandering van die situatie toe. Als 91e staat ondertekende op 28 november 1969 ook de Bondsrepubliek Duitsland dit verdrag. Daarin verplicht iedere ondertekenende niet-kernmacht zich ertoe, van niemand direct of indirect kernwapens of het beschikkingsrecht daarover aan te nemen en om ze ook zelf niet te vervaardigen of verwerven, en om geen ondersteuning te geven aan de vervaardiging van kernwapens. Het verdrag werd oorspronkelijk afgesloten voor een periode van 25 jaar, maar geldt sinds 1995 voor onbepaalde tijd. Vandaag de dag zijn 191 staten verdragspartij.

In het zogenaamde Twee-plus-Vier-verdrag bekrachtigden de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland en de Duitse Democratische Republiek in 1990 “hun afzien van de vervaardiging en het bezit van en van het beschikkingsrecht over atoom-, biologische en chemische wapens. Zij verklaren dat ook het verenigde Duitsland zich aan deze verplichtingen houden zal. In het bijzonder blijven de rechten en verplichtingen uit het Verdrag over de Non-proliferatie van Kernwapens [..] voor het verenigde Duitsland gelden.”

Een legaal Duits bezit van kernwapens is kortom niet mogelijk en een debat daarover overbodig. Toch is het niet voor het eerst dat er over gedacht wordt. Bondskanselier Konrad Adenauer droomde namelijk al van Duitsland als kernmacht.

Geheime overeenkomst

Hoewel Adenauer zeer geloofde in het Noord-Atlantische bondgenootschap, vertrouwde hij toch niet helemaal op de verzekering uit Washington dat iedere Russische agressie met een nucleaire tegenaanval beantwoord zou worden. In een kabinetszitting eind 1956 verklaarde hij dat het nodig was om tenminste over tactische kernwapens te beschikken.

Aangezien de Bondsrepubliek zich er in de Verdragen van Parijs internationaal-rechtelijk op had vastgelegd af te zien van kernwapens, moest hij in het geheim opereren. Hij vond daarbij steun in Parijs, waar men eveneens twijfelde aan de geloofwaardigheid van Washington.

Tijdens een ontmoeting in Adenauers privéwoning in november 1957 deed de Franse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Maurice Faure hem het aanbod om samen Frankrijk en Italië kernwapens te produceren. Nog geen week later ondertekenden de minister van Defensie van de Bondsrepubliek, Franz Josef Strauß, en zijn ambtsgenoten uit Frankrijk en Italië een geheim protocol over de samenwerking, waarbij de Duitse bijdrage als deelname aan een “Europees Instituut voor Raketten” verhuld werd.

In april 1958 ondertekenden de drie ministers van Buitenlandse Zaken het akkoord over het trilaterale bewapeningsprogramma. Er kwam echter niets van terecht. Want toen Charles de Gaulle enkele weken later premier werd, maakte hij meteen een eind aan de plannen. Hij wilde Frankrijk tot een zelfstandige grootmacht met eigen nucleaire slagkracht maken.

Nadat hun plannen om zich van het Amerikaanse kernwapenpotentieel onafhankelijk te maken mislukt waren, bleef Adenauer en Strauß niets anders over dan de ‘nuclear sharing‘, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Dit gaf (West-)Duitsland de mogelijkheid aan de planning voor de inzet en aan de consultaties over de vrijgave van kernwapens mee te werken. Bovendien verwierf de Duitse krijgsmacht eigen systemen waarmee Amerikaanse kernwapens ingezet konden worden.

Lees ook: