Posted on

Duitsland: Einde oude partijensysteem nadert

De SPD vecht om haar bestaan. Maar ook in de CDU groeit de nervositeit. En terecht, want de dominantie van de twee grote volkspartijen in de Duitse politiek staat op het punt doorbroken te worden.

Zowel voor politici als analisten was meteen duidelijk: Met het afscheid van Andrea Nahles van het partij- en fractievoorzitterschap is meer gebeurd dan alleen het vertrek van de zoveelste SPD-leider, de negende sinds 2000. Het is niet slechts een leiderschapscrisis meer, de SPD zit middenin een vertwijfelde strijd om haar voorbestaan.

Opvolging Nahles

De gebruikelijke berichtgeving over wie er allemaal kandidaat is om Nahles op te volgen, leidt dan ook van de kern van het probleem af. Die is gelegen in de afkeer van de Duitse sociaaldemocratie van haar historische identiteit en daarmee van haar missie en natuurlijke achterban. De partij van de grote schare aan hardwerkende mensen, uit arbeiders- en lagere middenklasse, is onder regie van losgezongen ideologen verschrompeld tot een nichepartij.

Werkende klasse

Genderideologie en klimaathysterie, pleidooien voor nog meer immigratie en het faciliteren van afgewezen asielzoekers, het bagatelliseren van integratieproblemen et cetera werden tot kenmerkende punten van de SPD. Prijsopdrijvend klimaatbeleid en sociale voordelen voor specifieke groepen moesten kiezers lokken. De werkende klasse kreeg bij ondertussen vooral de rol van pakezel, die alle economische en culturele lasten stil moet dragen.

Traditionele kiezers lopen weg

Wie bijvoorbeeld al jaren in een traditionele arbeidersbuurt woont en zich door vreemdelingen overlopen voelt en dat openlijk zegt, kan van de zijde van SPD-functionarissen op niets dan beschimpingen en neerbuigende terechtwijzingen rekenen. Dat kon niet lang goed gaan. Er zit altijd een zekere vertraging in, mensen die al decennia op dezelfde partij stemmen, veranderen daar niet zomaar in. Maar op een gegeven moment is de maat vol en lopen de kiezers massaal weg.

CDU nerveus

Voor de CDU, ooit de belangrijkste rivaal van de sociaaldemocraten, is dat geen goed nieuws. De nervositeit waarmee Annegret Kramp-Karrenbauer reageert op de turbulentie bij de federale coalitiepartner, is geenszins gespeeld. AKK weet dat haar partij vergelijkbare moeilijkheden te wachten staan. Want ook bij de CDU is de vervreemding van de natuurlijke achterban vergevorderd.

Merkels dubbelrol

Bondskanselier Angela Merkel speelt hierin een bizarre dubbelrol. Enerzijds bindt ze nog altijd miljoenen mensen, niet zozeer vanwege een bepaald beleid, maar omdat ze een vaste waarde is. Anderzijds ligt Merkel als een stolp over de CDU, waaronder ieder initiatief tot vernieuwing of herbronning verstikt. Het fnuikt iedere kans voor de partij om aan het lot van de SPD te ontsnappen.

Einde van het oude partijensysteem

Zo zien we nu dan ook het begin van het einde van het oude partijensysteem van de Bondsrepubliek. Met een CDU/CSU die in sommige peilingen al voorbij gestreefd wordt door de Groenen en een SPD die bijna achter de AfD terugvalt. De val van Nahles markeert het begin van de hete fase van deze omwenteling. De oersaaie Duitse politiek wordt toch nog spannend.

Posted on

Duitslands zelfverloochenende grootheidswaan

Na het fiasco van de G7 moet ‘Europa’ zijn zaken nu zelf op orde brengen, zegt Merkel. Daarmee herhaalt ze een oude fout in een nieuw jasje.

De radeloosheid van de Duitse regering na het fiasco van de G7-top in Canada legt de essentiële zwakte van het Duitse buitenlandbeleid genadeloos bloot. Deze zwakte bestaat in de sinds de Wiedervereinigung van 1990 volgehouden weigering om echt Duitse belangen te formuleren. In plaats daarvan stonden Bonn en later Berlijn erop uitsluitend ‘Europese’ doelen na te streven, of die van ‘het Westen’, zo niet de hele mensheid. De Bondsrepubliek wilde bij het ‘wij’ horen zonder ‘ik’ te zeggen.

Dienovereenkomstig staat de Duitse regering nu hulpeloos en zonder gepaste strategie tegenover de uitdrukkelijk voor hun nationale belangen opkomende grote actoren in de wereldpolitiek – de Verenigde Staten, Rusland en China geven de algemene koers aan.

De reflexmatige reactie van Berlijn na het fiasco in Quebec versterkt deze indruk van hulpeloosheid nog: Nu moet ‘Europa’ des te meer één lijn trekken, zo stelde de bondskanselier. In de EU is echter dezelfde van renationalisering van het buitenlandbeleid op te merken als mondiaal.

In het ergste geval maakt Merkel Duitsland hiermee zelfs chantabel voor landen als Italië, wanneer de Italianen door hebben dat het de Duitsers aan een plan B ontbreekt in het geval het in ‘Europa’ niet tot een (voor Duitsland opnieuw dure) overeenkomst komt. Dat zal Rome uit weten te buiten.

Bovendien moet Berlijn in de Europese Unie eerder op leedvermaak dan op solidariteit rekenen, wanneer de Verenigde Staten de Duitse exporteconomie op de korrel zouden nemen. Dat leedvermaak heeft zijn wortels in Merkels omgang met diverse buurlanden en in het Euro-systeem en de gevolgen daarvan.

Met het open gooien van de grenzen in 2015 opereerde Merkel als solist. Geen Europese partner werd geconsulteerd. In plaats daarvan bedreigde Berlijn met behulp van Brussel de Midden- en Oost-Europese landen zelfs met represailles als ze niet veel meer asielzoekers op zouden nemen. Dit heeft voor veel verbittering gezorgd, met name in Hongarije, dat door in 2015 zijn grenzen te sluiten de Duitse bondskanselier de kop gered heeft en als dank door haar beschimpt wordt, of zoals men het in Boedapest ziet, regelrecht gechanteerd wordt: Als jullie niet meer asielzoekers opnemen, korten we jullie EU-subsidies.

Ook slaat het op de bondskanselier terug dat ze het falen van de Euro in 2012 niet wilde erkennen. Ten gevolge hiervan trekt de niet functionerende munt steeds diepere sporen door het Europese landschap. De Euro (te zwak voor Duitsland, te sterk voor veel andere landen) heeft de onbalansen in de buitenlandse handel veroorzaakt die nu ook tot de confrontatie met de VS leiden.

Een pragmatische nationale belangenpolitiek in reële uitwisseling met de partners had dit alles kunnen vermijden. Duitsland betaalt de rekening voor zijn zelfverloochenende grootheidswaan.

http://www.novini.nl/hoe-zou-een-soeverein-buitenlandbeleid-eruitzien-video/

Posted on

Duitse ‘grote coalitie’ verliest meerderheid in peilingen

Als er komende zondag Bondsdagverkiezingen zouden zijn, zouden de zogenaamde traditionele volkspartijen samen niet eens meer een meerderheid behalen. Dat komt naar voren uit een recente peiling. CDU/CSU en SPD onderhandelen momenteel over de vorming van een regering.

In de Bondsdagverkiezingen van september 2017 behoorden de Unie van CDU en CSU en de SPD reeds tot de grote verliezers. CDU en CSU behaalden samen 32,9 procent van de stemmen, de SPD slechts 20,5 procent. Zowel voor Angela Merkel als Martin Schulz was dit een bar slecht resultaat. Vooral bij de SPD was sprake van een debacle, nadat men eerder zoveel had verwacht van Schulz’ lijsttrekkerschap.

De SPD stelde echter de boodschap van de kiezer begrepen te hebben en in de oppositie te zullen gaan. Nadat een zogenaamde Jamaica-coalitie van CDU/CSU, FDP en Groenen echter niet haalbaar bleek, nam de SPD na veel vijven en zessen alsnog aan de onderhandelingstafel plaats, in eerste instantie voor verkennende gesprekken. Inmiddels zijn de echte onderhandelingen begonnen en de peilingen liegen er niet om.

In een recente peiling van INSA blijven CDU en CSU samen nog net boven de dertig procent. In 2013 was dat nog 41,5 procent. Nog dramatischer is het verlies bij de SPD. De sociaaldemocraten behaalden in september 2017 met 20,5 procent het slechtste resultaat in hun geschiedenis. In de genoemde peiling is het nog 17 procent.

De sociaaldemocraten voelen inmiddels de hete adem van de nationaal-conservatieve AfD in de nek. De AfD, die in september met 12,6 procent voor het eerst in de Bondsdag kwam, staat in de peiling op 15 procent. Dat is een verdriedubbeling ten opzichte van 2013. De AfD lijkt de interne onenigheid waardoor ze lange tijd werd beziggehouden te boven te zijn gekomen en weet, ondanks de tegenwerking door de andere fracties, de aanwezigheid in de Bondsdag voor veel kiezers overtuigend te benutten. Met slechts twee procentpunten is de afstand tussen AfD en SPD kleiner dan ooit tevoren, waarmee de vraag opkomt of de nationaal-conservatieven er in zullen slagen de sociaaldemocraten voorbij te streven.

Intussen onderhandelen CDU/CSU en SPD gewoon verder over de vorming van een grote coalitie. Maar een regering die voor ze tot stand is gekomen haar meerderheid in de kiezersgunst al verliest, staat vanzelfsprekend niet erg sterk.

Posted on

Grote coalitie om politieke overleven Merkel en Schulz veilig te stellen

De partijleiders van CDU/CSU en SPD hebben er de mond van vol dat een nieuwe grote coalitie niet ‘meer van hetzelfde’ kan betekenen. In werkelijkheid is dat natuurlijk de meest waarschijnlijke uitkomst van de coalitieonderhandelingen.

Bij de SPD blijft het spannend. De weerstand onder het partijkader en de partijbasis tegen opnieuw een grote coalitie met Angela Merkel blijkt veel sterker te zijn dan de partijtop rond Martin Schulz had aangenomen. Het partijcongres komend weekend in Bonn belooft spannend te worden. Dat direct na de afronding van de verkennende gesprekken met de Unie van CDU en CSU verschillende SPD-bonzen, waaronder sommigen die zelf deel uitmaakten van het onderhandelingsteam, vroegen om wijzigingen in het gezamenlijk overeengekomen document, laat hun angst voor het oordeel van de partijbasis doorschemeren.

De partijleiding hoopt deze energie aan de basis door hun oproep te absorberen, door strijdlust en hoop op nog meer SPD-punten in het uiteindelijke coalitieakkoord op te wekken. Schulz weet immers dat als het partijcongres hem niet volgt, zijn politieke carrière strandt. Het geraas van de partijbonzen die zelf aan de onderhandelingstafel zaten dat het resultaat niet voldoende is, kan echter niet verhullen dat de kern van waar het hen om te doen is een voortzetting van de grote coalitie is.

Een ‘nieuw begin’ moest het worden, niet ‘meer van hetzelfde’, aldus de drie partijleiders Merkel, Schulz en Horst Seehofer bij de presentatie van het resultaat van de verkennende gesprekken. Op de vraag waarin dat nieuwe begin dan bestaat, begon de bondskanselier dermate lubberiaans te ouwehoeren dat het op de lachspieren werkte. Ze presteerde het te stellen dat alleen de vorming van nog een grote coalitie op zich toch al een nieuw begin is.

Het gaat kortom om niets anders dan aan de macht blijven. De SPD heeft een paar eisen binnengehaald, CDU en CSU hebben niet ingestemd met een paar andere. Vooral Merkels CDU had uit zichzelf eigenlijk niets nieuws in te brengen in de gesprekken. In plaats daarvan wordt er wat geschoven met geld in de begroting, in de hoop bepaalde groepen in de samenleving die hun vertrouwen in de gevestigde politieke verliezen daarmee gerust te stellen. Resultaat is verder dat de staat op het hoogtepunt van de conjunctuur meer geld uitgeeft en lange termijnverplichtingen aangaat, die ze ook in slechtere jaren zal moeten nakomen. Verantwoord staatsmanschap werkt precies andersom: In goede jaren houdt de staat zich in met de uitgaven om een reserve te hebben voor de mindere jaren, zodat er dan middelen beschikbaar zijn om te handelen.

De nieuwe grote coalitie in Duitsland wordt echter weer een regering uitsluitend van het hier en nu, zonder aan morgen te denken. De belangrijkste actoren, Merkel, Schulz, zijn immers politici van gisteren en proberen vandaag politiek te overleven. Daarvoor moeten alle andere belangen wijken, die van hun land net zo goed als die van hun respectievelijke partijen.

De mediareacties op het hangen en wurgen om toch maar weer tot een grote coalitie te komen die eigenlijk niemand wil, laten ook goed zien dat de mogelijke herhaling van deze regeringscoalitie er zelfs bij de systeemmedia slechts met lange tanden in wil. Uit de geschiedenis leren we echter dat wanneer een tijdperk te lang aangehouden wordt de omwenteling uiteindelijk des te heftiger is.

Posted on

Brexitbuit: Duitsland gunt Frankrijk Europees Geneesmiddelenbureau in hoop Bankautoriteit binnen te halen

In de strijd om wie in de toekomst het Europese Geneesmiddelenbureau (European Medicines Agency, EMA) mag huisvesten, gooide Berlijn hoge ogen. Inmiddels berichten Berlijnse media echter dat de Duitse regering besloten heeft ten gunste van Frankrijk van een Duits bod af te zien.

De EMA, een in Londen gevestigd agentschap van de Europese Unie, dat voor de beoordeling en bewaking van geneesmiddelen verantwoordelijk is, moet vanwege de Brexit verplaatst worden naar het continent. Volgens de Berliner Morgenpost en de Tagesspiegel is de kans dat het agentschap naar Duitsland komt verkeken. Zowel Bonn als Hamburg, het Saarland en Berlijn hoopten de nieuwe standplaats van de EMA te worden.

Volgens de Duitse dagbladen zijn bondskanselier Merkel en minister van Buitenlandse Zake Gabriel het in directe gesprekken met de Franse regering eens geworden over vestiging van de EMA in Frankrijk. De Duitse regering zou hier twee motieven voor hebben. Ten eerste zou aan Duitse zijde de wens bestaan om de nieuwe Franse president Emmanuel Macron ter wille te zijn. Ten tweede hoopt Berlijn door af te zien van de EMA, zijn kansen te verbeteren op het binnenhalen van het andere EU-agentschap dat momenteel in Londen gevestigd is, de Europese Bankautoriteit (EBA). Ook de EBA moet immers ten gevolge van de Brexit zijn zetel van Londen naar het continent verplaatsen.

Zelfs als het koehandelplan van de Berlijnse regering opgaat, is het nog de vraag of de Duitse regering hier verstandig aan doet. De EBA heeft slechts zo’n 160 medewerkers, bij de EMA gaat het daarentegen om zo’n 1.000 arbeidsplaatsen. Meerdere duizenden consultants, experts en vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie rond het EU-agentschap zouden bovendien de lokale economie van een eventuele vestigingsplaats in Duitsland gestimuleerd hebben.

Frankfurt en Parijs

De Duitse regering lijkt echter zo gefixeerd op het promoten van Frankfurt am Main als financieel centrum, dat het blind is voor dit verschil in gewicht. Duitsland heeft bovendien een veel betere reputatie op farmaceutisch gebied dan Frankrijk en zou ten aanzien van de EMA derhalve een veel logischer keuze zijn geweest. Op financieel gebied is Frankfurt echter nooit uitgegroeid tot wat de Duitse regering voor ogen stond. Ook de komst van de Europese Centrale Bank (ECB) bracht niet de verwachte impuls. Londen bleef toch altijd het belangrijkste financiële centrum van Europa en ook Parijs moet niet over het hoofd gezien worden.

Belangrijker dan de vraag van de relatief kleine Bankautoriteit, is de vraag wie de Euro-clearing van Londen over mag nemen. De Europese Commissie wil namelijk niet dat deze lucratieve zaak in Londen blijft. Momenteel wordt een groot deel van de in Euro’s uitgegeven derivaten in Londen afgehandeld. Naast Frankfurt am Main hoopt ook Parijs na de Brexit een zo groot mogelijk deel van de clearing-handel binnen te halen. In Londen zijn er tienduizenden arbeidsplaatsen mee gemoeid. Parijs heeft een streepje voor op Frankfurt, omdat het kan aanvoeren dat het nu al de standplaats is van de Europese Waardepapieren- en Markttoezichthouder (European Securities and Markets Authority, ESMA) is.

Straatsburg

Intussen gaat het gerucht dat het gunnen van de EMA aan Frankrijk ook onderdeel zou kunnen zijn van een groter compromis. Als Frankrijk de EMA gegund wordt, zou het land bereid kunnen zijn om in te stemmen met de verplaatsing van het Europees Parlement van Straatsburg naar Brussel. Momenteel zetelt het Europees Parlement, hoewel de meeste zittingen in Brussel gehouden worden, officieel namelijk in Straatsburg. Het kostbare heen en weer reizen van het parlement tussen België en de Elzas staat al jaren onder kritiek. Of Frankrijk daadwerkelijk bereid is af te zien van het Europees Parlement in ruil voor de geneesmiddelenautoriteit, valt te bezien.

Zo heeft het er alle schijn van de Duitse regering weer eens veel te toeschietelijk is geweest naar de Fransen. Frankrijk heeft straks de EMA, die veel meer werkgelegenheid met zich meebrengt dan de EBA. En of Duitsland de EBA daadwerkelijk toegewezen krijgt, valt nog te bezien. Ook haalt Parijs waarschijnlijk een veel groter deel van de uit Londen overkomende derivatenhandel binnen dan Frankfurt. Het eind van het liedje kan zomaar zijn dat Merkel en Gabriel om Macron ter wille te zijn Frankrijk aan de EMA geholpen hebben, terwijl Duitsland er uiteindelijk niets voor terugkrijgt.

Posted on

Helmut Kohl wachtte steeds vasthoudend zijn moment af

Oud-bondskanselier Helmut Kohl is vrijdag op 87-jarige leeftijd overleden. Kohl wordt gezien als een van de meest invloedrijke en meest onderschatte politici uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland.

De Rooms-Katholieke Kohl werd in 1930 in Ludwigshafen, op de tegenoverliggende Rijnoever van Mannheim, geboren. Hij studeerde rechten, politicologie en geschiedenis en werd actief binnen de Christelijk Democratische Unie (CDU) in zijn deelstaat Rijnland-Palts, waar hij van 1963 tot ’69 fractievoorzitter in de Landdag was en vervolgens zeven jaar deelstaatpremier. Vanuit deze machtsbasis werd hij verkozen om in 1973 Rainer Barzel op te volgen als federaal partijvoorzitter.

Aanhouder wint

Hij werd door de CDU ook genomineerd als kandidaat-bondskanselier. De Beierse Christelijk Sociale Unie (CSU) gaf schoorvoetend toe. Met de nederlaag in de federale parlementsverkiezingen van 1976 leek Kohl voor buitenstaanders over zijn hoogtepunt heen. Hij was echter zo vasthoudend, dat hij in 1980 opnieuw door de CDU genomineerd werd als kandidaat-bondskanselier. Ditmaal werd hij echter gepasseerd, men besloot voor een meer charismatische, maar ook meer controverse oproepende, kandidaat te kiezen, in de persoon van de CSU-politicus Franz-Josef Strauß.

Dit zou echter een slechter resultaat opleveren dan in ’76. Maar Kohl was zo slim om de touwtjes in handen te houden als fractievoorzitter van de CDU/CSU in de Bondsdag. Toen de liberale FDP in de verleiding kwam om van coalitiepartner te wisselen, werd Kohl in ’82 alsnog bondskanselier. Begin ’83 won hij vervolgens een overtuigende verkiezingsoverwinning en in ’87 won hij opnieuw, met een iets kleinere meerderheid.

Geen expert in buitenlandse zaken

De hereniging van de beide Duitslanden en de Europese integratie zijn zaken waar men tegenwoordig als eerste aan denkt bij Kohl, maar hij was allerminst een expert in buitenlandse zaken. Kohl leunde in dezen aanvankelijk sterk op zijn minister van Buitenlandse Zaken, tevens vice-kanselier voor de FDP, Hans-Dietrich Genscher. Genscher zette onder Kohl zijn beleid van verzoening met het Sovjet-blok inclusief de DDR en het beleid van Europese integratie voort.

Helmut Kohl tijdens een ontmoeting van de Europese Raad in België, 1987, vergezeld door minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher (foto: Bundesarchiv)

Kohl werd lang als saai en boers gezien, bij diverse gelegenheden kwetste hij door onhandigheid buitenlandse gevoeligheden. Anders dan zijn voorganger Helmut Schmidt, sprak hij geen Engels. Hij ging steevast in Oostenrijk op vakantie en leek zijn provinciaalse imago haast bewust te cultiveren. Voor 1990 deed Kohl het maar matig in de populariteitspeilingen, hij lag fors achter op Genscher en op zijn rivalen voor het bondskanselierschap in de SPD.

In ’89-’90 kwam echter zijn politieke instinct weer aan de dag, toen hij het nationale sentiment naar de CDU wist toe te trekken. Zo werd hij in 1990 bondskanselier van een herenigd Duitsland. Na de Wiedervereinigung maakte Kohl zich internationaal vooral hard voor de Europese integratie, hij wilde daarbij naar eigen zeggen geen Duits Europa, maar een Europees Duitsland bewerkstelligen.

Kohls meisje

De politieke erfenis van Kohl is divers. De ‘geistig-moralische Wende’ waarvan hij in de jaren ’80 sprak, kreeg nooit gestalte. Er is de hereniging van Duitsland, die natuurlijk niet alleen zijn werk was, en de ‘bloeiende landschappen’ in de voormalige DDR die uitbleven. En er is de instemming met verdere Europese integratie, de weg naar de Euro en de vestiging van de Europese Centrale Bank in Frankfurt. Maar de nu nog meest bepalende erfenis is misschien wel Angela Merkel als dominante politieke persoonlijkheid in Europa. Net als Kohl werd Merkel, ‘Kohls meisje’, aanvankelijk schromelijk onderschat. Haar politieke instinct was nog sterker dan dat van haar politieke peetvader. Ze was ook meer rücksichtslos in het opzij schuiven van rivalen, zoals ook Kohl zelf heeft mogen ondervinden.

Later zou Kohl – overigens net als oud-bondskanseliers Helmut Schmidt en Gerhard Schröder – Merkel scherp bekritiseren over haar standpunt in de Eurocrisis, haar opstelling tegenover Rusland in de Oekraïnecrisis, en haar benadering van de immigratiecrisis. Hij bracht deze kritiek onder andere onder woorden in zijn boek Aus Sorge um Europa, naar aanleiding waarvan hij in de pers geciteerd werd met de woorden: “Die macht mir mein Europa kaputt.”

Posted on

Adenauer, onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Wat een politiek leven! Het strekt zich uit van het keizerrijk, de republiek van Weimar, het nationaal-socialistisch bewind tot en met de Bondsrepubliek Duitsland. Steeds was Konrad Adenauer er bij. Op 19 april is het vijftig jaar geleden dat de eerste bondskanselier van Duitsland overleed.

Adenauer werd op 5 januari 1876 in Keulen geboren en zijn hele leven bleef zijn Rijnlandse herkomst zo duidelijk hoorbaar als zijn katholieke signatuur herkenbaar. Na zijn staatsexamen in de Rechten werkte hij als advocaat in Keulen. Als lid van de katholieke Zentrumspartei werd hij Beigeordneter (wethouder/schepen), vanaf 1909 Erster Beigeordneter (loco-burgemeester). Zo nam hij bij gelegenheid de honneurs waar voor de Oberbürgermeister, een oom van zijn echtgenote.

Burgemeester van Keulen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog legde Adenauer op het Voedingsdepartement opmerkenswaardige creativiteit aan de dag. Een door hem gebakken brood van rijst en maismeel liet hij als “Keuls brood” patenteren. Omdat zijn surrogaatstoffen weinig smakelijk waren, noemden de Keulenaren hem “Graupenauer”. Niettemin werd hij in 1917 door de gemeenteraad tot Oberbürgermeister gekozen. Een decreet van de koning van Pruisen maakte hem tot de jongste Oberbürgermeister van zijn tijd.

Adenauer als burgemeester van Keulen, in gesprek met rijksminister van Oorlog Wilhelm Groener, bij de tewaterlating op 1 mei 1928 van de kruiser ‘Köln’ in Wilhelmshaven (foto: Bundesarchiv)

Hij bekleedde dit ambt tot 1933 en na 1945 zou hij het nog enige tijd bekleden. Beduidend korter was zijn lidmaatschap van het Pruisische Herenhuis, waarvan hij uit hoofde van zijn ambt als Oberbürgermeister van Keulen zitting had. Het revolutiekabinet van SPD en USPD hief de Eerste Kamer van de Pruisische landdag in 1919 op. Dat schaadde de politieke loopbaan van Adenauer echter niet. Van 1920 tot 1930 was hij voorzitter van de Pruisische Staatsraad. Herhaaldelijk werd hij genoemd als kandidaat voor het ambt van rijkskanselier, ofschoon hij zich hard maakte voor een scheiding van Pruisen en een autonoom Rijnland.

Koning van het Rijnland

Uiteindelijk bleef de “koning van het Rijnland” echter steeds burgervader van Keulen, van dat ambt was hij zeker. Minder bedachtzaam was hij toen hij zich in 1928 vergaloppeerde met speculatie in aandelen glanszijde. Toen zijn schulden in de openbaarheid dreigden te komen, leende hij een aandelenpakket en deponeerde het bij de Duitse Bank. Die stelde aansluitend dat Adenauers conto vereffend was. De episode schijnt kenmerkend te zijn voor de sluwheid van Adenauer.

Van vergelijkbare kwaliteit waren zijn eerste ‘conflicten’ met de nationaal-socialisten. Die hadden in 1931 Hakenkruisvlaggen aan de brug over de Rijn gehangen. Adenauer liet ze verwijderen. De daaropvolgende woede van de nazi’s wimpelde hij af. De actie was met de districtsleiding van de NSDAP afgesproken; er stond tegenover dat Adenauer het hijsen van de vlaggen voor de beurshallen, waar Hitler werd verwacht, toestond.

In 1934 wees Adenauer de nationaal-socialistische minister van Binnenlandse Zaken er op, dat hij daarmee tegen een decreet van de Pruisische SPD-minister van Binnenlandse Zaken was ingegaan. Dat was nadat Adenauer in 1933 het ambt van Oberbürgermeister van Keulen verloren had en in de abdij van Maria Laach onderdak had gevonden. De tijd tot het einde van de nazi-heerschappij zat Adenauer uit als gepensioneerde, hij werd keer op keer lastig gevallen door de nazi’s, maar financieel zat hij er droogjes bij en in de juridische strijd om schadeloosstelling had hij door de bank genomen succes.

In mei 1945 was hij weer terug. De Amerikanen zetten hem opnieuw als Oberbürgermeister van Keulen in, maar Keulen werd deel van de Britse bezettingszone en de Britten gooiden hem er weer uit. Hij zou zich niet genoeg voor de bevoorrading van de bevolking ingezet hebben.

Onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Als ambteloos burger concentreerde Adenauer zich nu op de opbouw van een politieke partij. In 1946 nam hij de leiding van de CDU in de Britse bezettingszone. Doelbewust bouwde hij zijn positie uit. Carlo Schmid (SPD) noemde hem “de eerste man van de te scheppen staat, nog voordat die bestaat”. En dat werd hij inderdaad. De Bondsdag koos Konrad Adenauer op 15 september 1949 als eerste bondskanselier van de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland – met een meerderheid van slechts één stem, die van Adenauer. Dat was het begin van een lang tijdperk. Nog driemaal, namelijk in 1953, 1957 en 1961 werd hij herkozen, schijnbaar alternativlos in zijn tijd.

Het zwaartepunt van zijn kanselierschap lag voor Adenauer bij de internationale betrekkingen.

Het waren jaren van beslissende keuzes. Reeds voor zijn verkiezing had Adenauer Bonn als provisorische hoofdstad doorgedrukt. Uit electorale overwegingen zette hij zich er voor in dat West-Berlijn geen volwaardige deelstaat werd. Hoezeer Adenauer al het andere ondergeschikt maakte aan de politiek, blijkt bijvoorbeeld uit een voorgenomen bomaanslag tegen de bondskanselier in 1952. Afzender van de bom was de joodse ondergrondse organisatie Irgun, opdrachtgever zou de latere Israëlische premier Menachem Begin zijn geweest. De wezenlijke feiten kende men in Bonn. Ze werden echter geheim gehouden om antisemitische reacties te voorkomen.

Hoe dan ook was het buitenlandbeleid voor Adenauer het zwaartepunt van zijn kanselierschap. Van 1951 tot 1955 was hij zelfs tegelijk bondskanselier en minister van Buitenlandse Zaken. Nauwe banden met het Westen, in het bijzonder met de Verenigde Staten, en een verenigd Europa waren zijn voornaamste doelen. Mijlpalen hierin waren de oprichting van de Bundeswehr, de toetreding tot de NAVO, de erkenning als enige legitieme regering van Duitsland, het Duits-Franse Vriendschapsverdrag (beter bekend als Élysée-verdrag) en de verzoening met Israël.

Voor het oordeel van de publieke opinie bleef zijn grootste prestatie echter de terugkeer  van de krijgsgevangen uit de interneringskampen van de Sovjet-Unie. Adenauers bereidheid om ook mensen die ten tijde van het nazi-bewind een ambt hadden vervuld in overheidsdienst te nemen, kwam hem daarentegen naderhand op heftige kritiek te staan. Tegelijkertijd voer hij een stramme koers tegen communisten, dwong hij een verbod van de KPD af en eiste hij per ‘Adenauer-decreet’ trouw aan de grondwet van overheidsdienaren.

In 1961 werd Konrad Adenauer nog eenmaal als bondskanselier verkozen (foto: Bundesarchiv).

Zijn laatste verkiezing tot bondskanselier kon hij in 1961 alleen met de belofte veiligstellen, dat hij voor het einde van de zittingsperiode van de Bondsdag plaats zou maken voor een opvolger. Het publieke debat over de Spiegel-affaire, waarin journalisten van weekblad Der Spiegel met rechtsvervolging wegens landverraad te maken kregen, bespoedigden Adenauers afscheid van de regering. In 1963 trad hij af, de 87-jarige bondskanselier stond toen inmiddels bekend als ‘Der Alte’.

Tot het einde van zijn leven bleef hij politiek actief en strijdlustig. Zes dagen voor zijn dood verbreidde zich een prematuur bericht over zijn overlijden. Dit leidde tot wereldwijde betuigingen van deelneming. Adenauer zal er nota van hebben genomen. De eerste bondskanselier van Duitsland stierf op 19 april 1967 op de leeftijd van 91 jaar in zijn huis in Rhöndorf.

Posted on

Duitsland: Partijkartel houdt nepverkiezing

De speciaal daarvoor samengeroepen bondsvergadering heeft zondag Frank-Walter Steinmeier, die tot voor kort minister van Buitenlandse Zaken was, tot president van de Bondsrepubliek Duitsland gekozen.

Steinmeier kreeg 931 van de uitgebrachte 1253 stemmen, of 74,3 procent. Hij had dan ook de steun van alle kartelpartijen, van zijn eigen SPD en van coalitiegenoten CDU en CSU, maar ook van de Groenen en de liberale FDP. Zodoende was er maar een stemronde nodig om Steinmeier te verkiezen en stond het eigenlijk van tevoren al vast dat hij het zou worden.

Niet altijd zo voorspelbaar

Verkiezingen voor de bondspresident waren in de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland niet altijd zo voorspelbaar. Als spannendste geldt de verkiezing in 1969. In Bonn regeerde toen voor het eerst een grote coalitie van CDU/CSU en SPD. De verkiezingen werden toen tamelijk onverwacht gewonnen door de sociaaldemocraat Gustav Heinemann, doordat hij met steun van de FDP zes stemmen meer behaalde dan minister van Defensie Gerhard Schröder (CDU). Dat was een eerste teken van de nieuwe regeringscoalitie die SPD en FDP na de verkiezingen voor de bondsdag van die herfst zouden vormen.

De meeste verkiezingen waren echter veel minder spannend en de winnende kandidaat werd dan ook vaak door de coalitiepartijen bepaald. Waarbij er in de regel twee echte kanshebbers waren, één uit het linkse en één uit het rechtse kamp.

Spannend werd het opnieuw in 1974 toen de door de SPD ondersteunde FDP-kandidaat Walter Scheel het van uitdager Richard von Weizsäcker (CDU) won. Tien jaar later zou die laatst alsnog staatshoofd worden. En in 1994 had Roman Herzog maar liefst drie stemrondes nodig om het van Johannes Rau te winnen. Vijf jaar later werd Rau dan alsnog president. De kortste ambtstijd van alle presidenten had de CDU-politicus Christian Wulff, die in 2010 door Merkel in het zadel werd gehesen. Na amper twee jaar vol schandalen was in de zomer van 2012 de weg vrij voor de voormalige DDR-burgerrechtenactivist Joachim Gauck, waartegen Merkel inmiddels geen bezwaar meer durfde te maken.

Partijkartel

In 2017 was er echter maar één stemronde nodig en was van tevoren duidelijk dat Steinmeier niet kon verliezen. Hij had immers de steun van alle vijf nog bestaande partijen die tot nu toe op federaal niveau aan de regering hebben deelgenomen.

De kartelpartijen hebben daarmee nog maar eens duidelijk gemaakt welke omvang de consensus tussen deze partijen heeft aangenomen. Voor de Alternative für Deutschland, die komend najaar tot de Bondsdag hoopt door te dringen, is dat een cadeautje. De partij kan met dit punt namelijk nog eens goed in de verf zetten dat er behoefte is aan een echte oppositiepartij in het federale parlement.

De Alternative für Deutschland wil overigens ook dat de president in de toekomst niet meer door een speciale bondsvergadering gekozen wordt, maar in directe verkiezingen door het volk gekozen kan worden.

Overigens is de AfD niet de enige die bezwaar maakt tegen de gang van zaken in de presidentsverkiezingen. Hoewel ze geen kans maakten, waren er namelijk ook tegenkandidaten opgesteld. Daarvan behaalde Christoph Butterwegge met 128 stemmen, duidelijk meer dan alleen de 95 stemmen van de afgevaardigden van de socialistische partij Die Linke die hem kandidaat gesteld had. Kennelijk zijn er dus ook afgevaardigden van andere linkse partijen die hem hun stem hebben gegeven. AfD-kandidaat Albrecht Glaser kreeg 42 stemmen, terwijl er slechts 35 AfD-afgevaardigden waren, waarvan er één ziek was. En Alexander Hold kreeg 25 stemmen, terwijl er slechts 11 afgevaardigden van de Freie Wähler waren. En dan waren er nog maar liefst 103 onthoudingen.

Frank-Walter Steinmeier mag dan net als Joachim Gauck in 2012 alle kartelpartijen achter zich hebben gehad, de grotere steun voor de tegenkandidaten en het grote aantal onthoudingen maken wel duidelijk, dat intussen zelfs niet alle afgevaardigden van de kartelpartijen meer in dit spelletje doorgestoken kaart geloven.

Posted on

‘Rood-Groene’ coalitie Noord-Rijnland-Westfalen verliest meerderheid

Düsseldorf – De coalitie van SPD en Groenen in de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen zou haar meerderheid verliezen als er nu verkiezingen gehouden werden. Dat blijkt uit een recente peiling. De Alternative für Deutschland zou met 13 procent van de stemmen ineens de op twee na grootste partij in de landdag worden en bij alle partijen stemmen weg trekken.

Volgens een representatief opinieonderzoek van Mentefactum in opdracht van het dagblad Rheinische Post, zou de SPD, ondanks een verlies ten opzichte van 2012 van zo’n acht procentpunten, met 31 procent van de stemmen de CDU (27%) voorblijven. De Groenen zouden opnieuw zo’n elf procent van de stemmen krijgen en de liberale FDP acht. De socialistische Linkspartei zou haar stemmental kunnen verdubbelen naar vijf procent en ditmaal mogelijk wel de kiesdrempel halen. De Piratenpartij, die in 2012 nog 7,8% van de stemmen wist te krijgen, zou niet meer terugkeren in de landdag.

Voor FDP-leider Christian Lindner is de landdag van Noord-Rijnland-Westfalen, qua bevolkingsaantal de grootste Duitse deelstaat, een belangrijk platform. Temeer sinds de liberalen in de verkiezingen voor de Bondsdag onder de kiesdrempel vielen en in de afgelopen maanden niet terug keerden in diverse andere deelstaatparlementen. Lindner probeert zich vooral te profileren met tegen de AfD gerichte retoriek.

“Van de ondervraagden die aangaven bij de verkiezingen voor de Landdag in NRW nu op de AfD te zullen stemmen, hadden in 2012 18 procent nog hun kruisje bij de SPD gezet, 13 procent kozen toen CDU en vijf procent FDP”, aldus de Rheinische Post.

De verkiezingen voor de landdag moeten in mei 2017 plaats vinden. Gezien de huidige peilingen lijkt daarna een ‘grote coalitie’ van SPD en CDU voor de hand te liggen. Of een zogenaamde ‘Verkeerslichtcoalitie’ – waarin de FDP aanschuift bij de Rood-Groene coalitie – rekenkundig mogelijk wordt, valt nog te bezien.

Lees ook:

Posted on 1 Comment

Hoe voormalig Duits regeringscentrum Bonn een Salafistenbolwerk werd

De diplomatieke wijk van het voormalige Duitse regeringscentrum Bonn is, na het vertrek van de regering, het parlement en het staatshoofd naar Berlijn, door de komst van de König-Fahd-Akademie tot een salafistisch bolwerk uitgegroeid.

De naar de in 2005 overleden vijfde koning van Saoedi-Arabië vernoemde school in de wijk Lannesdorf van de deelgemeente Bad Godesberg van Bonn was oorspronkelijk een door Saoedi-Arabië gefinancierde onderwijsinstelling uitsluitend voor tijdelijk in Duitsland wonende kinderen van Saoedische diplomaten.

Sinds de diplomaten in 2000 naar Berlijn vertrokken, zijn het vooral kinderen van vrome Salafisten van Noord-Afrikaanse afkomst die zich mede vanwege de school in Bad Godesberg gevestigd hebben. Nabij de school ontstond dan ook een moskee, die ruimte biedt aan enkele honderden gelovigen.

De König-Fahd-Akademie biedt onderwijs volgens het Saoedische onderwijsplan in twaalf leerjaren. Wettelijk valt de school niet onder het Duitse onderwijstoezicht en ze richt zich dus ook niet naar Duitse onderwijsrichtlijnen. Alles gebeurt onder verantwoordelijkheid van het koninkrijk Saoedi-Arabië. Tot 2004 werd er acht uur in de week godsdienstonderwijs gegeven, zes uur Arabisch en slechts één uur Duits. Pas in 2008 werd het onderwijs in de Duitse taal uitgebreid.

Reeds in 2003 werden echter op grote schaal activiteiten van Salafistische groeperingen vast gesteld.In de herfst van datzelfde jaar kwam ook naar buiten dat tijdens het vrijdaggebed in de moskee bij de school tot de heilige oorlog tegen niet-moslims opgeroepen was.

Na onderhandelingen tussen de toenmalige president van het district Keulen Jürgen Roters (SPD) en de ambassade van Saoedi-Arabië werd de voortzetting van de school onder voorwaarden toegestaan. De Frankfurter Allgemeine Zeitung had kort daarvoor geciteerd uit een lesboek voor de zevende klas, waarin pejoratief gesproken werd over jodendom en christendom en zelfmoordterroristen als helden voorgesteld werden.

De König-Fahd-Akademie in Bad Godesberg is uitgegroeid tot een verzamelplaats voor Salafistische groeperingen (foto: Hans Weingartz).
De König-Fahd-Akademie in Bad Godesberg is uitgegroeid tot een verzamelplaats voor Salafistische groeperingen (foto: Hans Weingartz).

In mei 2012 raakten bij Salafistische rellen 2 politieagenten zwaar en 24 licht gewond door messteken. Aanleiding voor de Salafistische rellen was een vreedzame manifestatie van de burgerbeweging Pro NRW nabij de school, waarbij karikaturen van Mohammed te zien waren geweest.

De König-Fahd-Akademie is een verzamelplaats voor fundamentalistische groepen uit heel Duitsland geworden, samen met de Al-Ansar-moskee van de Marokkaanse culturele vereniging aan de Bonner Straße, die in Bad Godesberg inmiddels als ‘Bagdad Allee’ bekend staat. Diverse straten of delen daarvan hebben de reputatie een no-go-area te zijn voor autochtonen en politieagenten. Daarmee is Bad Godesberg tot een heus bolwerk van radicaal Salafisme uitgegroeid.

Zo’n tien procent van de vanuit Duitsland naar Syrië gereisde islamisten, oftewel zo’n 40 à 50 personen, zijn uit dit milieu in Bonn afkomstig, met een sterke concentratie in de deelgemeente Bad Godesberg.

Intussen is Arabisch na Duits de meest gesproken taal in Bonn. En dat is allemaal het resultaat van het feit dat de König-Fahd-Akademie decennia lang ongestoord haar gang kon gaan, fundamentalistische gezinnen uit heel Duitsland naar Bonn kon trekken en dat nu nog steeds kan doen.

Bonn was vanaf 1949 de regeringszetel van de Bondsrepubliek Duitsland, in de omgang ook wel West-Duitsland genoemd. Na de hereniging met de Duitse Democratische Republiek, verhuisden de regering en de Bondsdag uiteindelijk in 1999 naar Berlijn. In Bonn zijn nog wel de ministeries van Landbouw en Defensie gehuisvest.