Posted on

Defensie flatert voort

Er zijn weinig ministeries waar zoveel misstanden worden geconstateerd als Defensie. Het departement ligt nagenoeg permanent onder vuur. Daarbij schiet de afhandeling van diverse affaires voortdurend tekort.

Ondermaatse voedselveiligheid in legerkantines, een op z’n minst discutabele commando-overdracht op Vliegbasis Eindhoven, een verongelukte duiker in Curaçao, corrupte wagenparkbeheerders, dodelijke slachtoffers in Mali wegens ondeugdelijk materieel, een misbruikzaak in de Oranjekazerne en een fataal ongeval op de schietbaan te Ossendrecht.

Het is slechts een bescheiden opsomming van defensieschandalen van de afgelopen paar jaar. Minister Jeanine Hennis en commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp restte begin oktober weinig anders dan het veld te ruimen. Hennis ging even later echter aan de slag bij datzelfde Defensie. Als overste levert ze inmiddels een ‘speciale bijdrage aan gereedsstellingsoefeningen’. Middendorp is ondertussen adjudant van de koning, als dank voor ‘bewezen diensten’ aan de Nederlandse krijgsmacht.

Fouten maakt iedereen – ze vervolgens vakkundig weer herstellen, is de kunst. En daar loopt het bij Defensie een- en andermaal mis. Een gemiddelde werknemer die verantwoordelijk is voor zoveel blunders en de falende afhandeling daarvan, zal na te zijn opgestapt in de regel niet in aanmerking komen voor een eervolle functie bij een aanverwante werkgever. Laat staan dat hij of zij door hetzelfde bedrijf in dienst wordt genomen.

Het is allerminst van de laatste tijd – laat staan incidenteel – dat nalatigheid bij de afwikkeling van ongelukken en schandalen gebrekkig wordt aangepakt. De gevaren van het kankerverwekkende chroom-6 waren volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu al in 1973 bij het departement bekend. Overlevenden en nabestaanden van de vliegtuigcrash in de Ierse Zee in 1981, verklaarden in november vorig jaar dat het ministerie de zaak nog steeds niet naar behoren had behandeld. Srebrenicaveteranen voelen zich jaren later nog altijd in de steek gelaten door hun voormalige werkgever.

Sprookje

Het Srebrenica-drama is zonder twijfel een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van onze krijgsmacht. De door Dutchbat te beschermen moslimenclave in voormalig Joegoslavië werd op 11 juli 1995 onder de voet gelopen door de Servische troepen van generaal Mladić. Vervolgens voltrok zich de ernstigste oorlogsmisdaad op Europees grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog. Het dodental van de genocide bedroeg rond de 8.000. Een rammelend mandaat, gebrekkige voorbereiding, ontoereikende bewapening – het zijn slechts enkele oorzaken van het mislukken van de missie. Nederland hield er een nationaal trauma aan over.

Veteraan Remko de Bruijne was erbij als soldaat eerste klasse: ‘We wisten al weken van tevoren dat de enclave zou vallen. We meldden elke dag de troepenverplaatsingen van bussen, tanks en andere voertuigen vanuit Servië richting Srebrenica. De Servische regering zei dat het een oefening betrof, meer niet. Ik was 20, vers van de luchtmobiele opleiding, maar dat sprookje geloofde ik niet. Oefenen tijdens een oorlog – oorlog is toch geen oefening? De troepenbewegingen werden doorgegeven aan onze operations room in Potočari, die gaf het weer door aan de hogere echelons in Zagreb. Helaas is er niets mee gedaan en het resultaat kennen we allemaal.’

Afgezien van de oorlogshandelingen, waren de werkomstandigheden op de basis van Dutchbat verre van ideaal. “Nabij onze compound lagen bergen wit asbest, open en bloot”, vertelt De Bruijne. “Na een regenbui was alles over het terrein gespoeld. We hebben het in opdracht onbeschermd opgeruimd – daar zijn foto’s van. Ook stond er een open nucleair vat dat gevaarlijke straling bevatte. In een rapport werd gezegd dat men het personeel en het thuisfront niet ongerust wilde maken ‘vanwege dit gegeven’.”

Sceptisch

Jaar in jaar uit verschijnen aanhoudend berichten over de omstreden wijze waarop Defensie met de nasleep van de tragedie omgaat. De Bruijne: “In 2014 bezochten Hennis, premier Rutte en generaal Middendorp een bijeenkomt in Amersfoort, speciaal voor Dutchbat III. Ze hebben daar allerlei beloften gedaan, onder meer over eerherstel en hulp bij psychische problemen. Dat is allemaal op niets uitgelopen. Met mij zijn vele Dutchbatveteranen zeer sceptisch over wat Defensie en de politiek toezeggen. Zelf heb ik al 14 jaar een procedure lopen tegen Defensie. Ze hebben de zaak getraineerd, zijn afspraken niet nagekomen en hebben zich bediend van procedurele trucjes.”

Defensie laat in een reactie weten: “De militairen van Dutchbat hebben een heel moeilijke periode doorgemaakt en helaas hebben sommigen hierdoor schade ondervonden. Defensie biedt hen zorg en ondersteuning; er zijn voorzieningen waarvan zij gebruik kunnen maken. Ook hebben deze veteranen een beroep kunnen doen op de ereschuldregeling om schade op Defensie te verhalen. Veteranen die nog restschade ondervinden, kunnen rechtstreeks contact met ons opnemen. De aanvragen worden zo voortvarend mogelijk en op individuele basis behandeld.”

De Bruijne is niet onder de indruk: “Je kunt natuurlijk ondersteuning aanvragen; alleen wordt in de praktijk alles afgewezen. Je moet meerdere keuringen ondergaan door artsen van Defensie en er is hen weinig aan gelegen om je financieel tegemoet te komen.” Het is de oud-militair verder opgevallen dat het departement het nodige kwijt is over de val van de enclave: “De werkorder Srebrenica: verdwenen. Documentatie over graven op de compound: zoek. Het beruchte fotorolletje: vernietigd.” Dat laatste spreekt minister Bijleveld tegen: “Defensie heeft geen beeldmateriaal achtergehouden. Al het beeldmateriaal waarover Defensie beschikte, is ter beschikking gesteld aan het Joegoslaviëtribunaal en aan het NIOD dat in 2002 het rapport Srebrenica, een ‘veilig’ gebied heeft gepubliceerd.”

Diskrediet

Dat laatste is volgens auteur Edwin Giltay weinig overtuigend: “De bronnen die ik in mijn boek De doofpotgeneraal opvoer, hebben aannemelijk kunnen maken dat fotomateriaal van Dutchbat wel degelijk is achtergehouden.” Zijn non-fictie thriller werd in 2015 door de rechtbank verboden op verzoek van een voormalig defensiemedewerker; volgens haar waren de feiten verzonnen.

De doofpotgeneraal ~ Edwin Giltay

Ank Bijleveld verklaart desgevraagd: “In het boek lopen feiten en fictie inderdaad door elkaar heen.” In hoger beroep veegde het Gerechtshof Den Haag de bezwaren echter van tafel en stelde dat er geen twijfel bestaat over de zorgvuldigheid van het inmiddels weer verkrijgbare boek. “Daar vindt Defensie verder niets van,” zegt Bijleveld.

Giltay werd indertijd in een door het ministerie officieel naar buiten gebracht rapport aangemerkt als “volledig gestoord”. De bewindsvrouw ontkent anno 2018 achter dit rapport te staan: “Defensie heeft zich nooit in deze zin over de heer Giltay uitgelaten.” Het document is desondanks nimmer herroepen en blijkt nog steeds openbaar.

Kwalijker dan dat het ministerie hem in diskrediet brengt, vindt de schrijver dat de waarheid over Srebrenica nog steeds in de doofpot zit: “Het toegeven van fouten is bij Defensie nooit echt ontwikkeld. In tegenstelling tot sommige fotorolletjes.” De Bruijne vult aan: “Liever houden ze alles onder de pet, want anders komen de schadeclaims. Gerechtigheid en waarheid zijn niet relevant voor ze.”

Posted on

FPÖ wil afscheiding Republika Srpska van Bosnië toestaan

Terwijl de nieuwe Oostenrijkse regering net bezig is de eerste accenten te leggen in haar buitenlandbeleid, zorgt een interview van FPÖ-leider Heinz-Christian Strache, inmiddels vice-premier, uit september 2017 voor opschudding in de media. Strache sprak zich destijds uit voor de onafhankelijkheid van de Bosnisch-Servische Republika Srpska van Bosnië-Herzegovina.

Bij een bezoek aan Banja Luka zei hij destijds onder andere: “Ik zou graag weten waarom de internationale gemeenschap op een multi-etnisch Bosnië en Herzegovina staat. Deze kunstmatig gecreëerde staat kan niet functioneren, omdat de mensen die daar leven hem niet willen.”

De Servische republiek (in groen) binnen Bosnië Herzegovina

Strache benadrukte verder “de noodzakelijkheid , dat de Serven en Kroaten in Bosnië en Herzegovina het recht krijgen zelf over hun lot te beslissen”. De Republika Srpska is volgens Strache de enige structuur in Bosnië-Herzegovina die functioneert, “en daarom zie ik geen positieve toekomst voor Bosnië en Herzegovina. Om deze reden zouden we over de mogelijkheid na moeten denken de Republika Srpska toe te staan om zich af te scheiden.”

Destijds kregen de uitspraken van Strache weinig aandacht in de Oostenrijkse media, maar nu hij vicepremier is, is er veel opwinding over. Afscheiding van de Servische Republiek zou tegen de Bosnische constitutie en het door de Verenigde Staten doorgezette Verdrag van Dayton (1995) ingaan. Strache ontkende zijn uitspraken van destijds desgevraagd echter niet en nam zijn woorden ook niet terug: “Ik sta voor de integriteit van Bosnië-Herzegovina, maar evengoed voor het zelfbeschikkingsrecht van de volken voor een blijvend noodzakelijk vredesproces.”

De FPÖ neemt in de kwestie van de Republika Srpska een standpunt in dat van het traditionele Oostenrijkse Bosnië-beleid afwijkt. Recent leidde een bezoek van de FPÖ-fractieleider Johann Gudenus aan de feestelijkheden voor de nationele feestdag in de Bosnisch-Servische hoofdstad Banja Luka tot kritiek. Daar nam Gudenus voor zichzelf en voor Strache een onderscheiding in ontvangst van de president van de Republika Sprska, Milorad Dodik.

Posted on

‘De krijgsmacht heeft een handje van intimidatiepraktijken’

Hij kwam terecht in een web van intriges en rivaliteit binnen de Militaire Inlichtingendienst. Zijn ervaringen zette hij op papier in De doofpotgeneraal. Het boek werd verboden, maar het gerechtshof stelde auteur Edwin Giltay in het gelijk. De herziene druk van zijn non-fictie thriller is onlangs verschenen bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

‘In 1998 – ik was midden twintig – solliciteerde ik bij de marine, waar ik een goede indruk maakte. Vervolgens werd een poging gedaan mij te rekruteren door de toenmalige MID, de Militaire Inlichtingendienst. Een van hun mensen vroeg me om als militair analist aan de slag te gaan. Zij was geïnfiltreerd bij internetaanbieder Casema waar ik werkte. Maar ondertussen werd ze heimelijk geobserveerd door een andere spion, een situatie die volledig uit de hand liep. Op de achtergrond speelde hierbij dat er binnen het inlichtingenwezen sprake was van een stammenstrijd: één groep wilde het beruchte fotorolletje van Srebrenica in de doofpot houden, anderen wilden de waarheid daarover juist in de openbaarheid brengen.’

Dat fotomateriaal was toch verloren gegaan bij het ontwikkelen?

‘De recruiter klaagde op de werkvloer over diverse zaken die fout gingen binnen de geheime dienst. Zo vertelde ze dat het Srebrenica-fotorolletje helemaal niet was mislukt; ze had de foto’s met eigen ogen gezien. Haar tegenstrevers lieten haar in de gaten houden door een infiltrant die achteraf de echtgenote van generaal Ad van Baal bleek te zijn. Hij had volgens mijn informatie zijn eigen vrouw als privé-spion ingezet. Van Baal was plaatsvervangend bevelhebber van de Koninklijke Landmacht ten tijde van het Srebrenica-drama. Het zou hem en Defensie ongekend gezichtsverlies opleveren als de bewuste foto’s ooit naar buiten komen. Ze zijn namelijk het bewijsmateriaal van de beginnende genocide door de Serviërs. Daar had de landmachttop dus wel dégelijk weet van.’

Dit boek zal in defensiekringen niet met gejuich ontvangen zijn.

‘De voormalige MID-recruiter spande een rechtszaak aan omdat ik haar onjuist zou hebben beschreven, waardoor haar ‘goede naam’ in diskrediet zou zijn gebracht. Saillant: De doofpotgeneraal was toen al een klein jaar verkrijgbaar. In de rechtbank wist ze geen van haar claims hard te maken; ze overlegde werkelijk geen énkel bewijs! Met alle documenten die ik had aangeleverd, kon ik echter aantonen dat mijn verhaal juist was. Toch werd het boek verboden – totaal onbegrijpelijk. Een dergelijke aantasting van de persvrijheid is een unicum in Nederland. In hoger beroep werd het vonnis gelukkig resoluut van tafel geveegd: het gerechtshof gaf aan dat de publicatie voldoende steun vindt in de feiten. Nee, mij krijgen ze niet zomaar gemuilkorfd.’

Terug naar Defensie – heeft het ministerie ooit de intriges van de MID onder de loep genomen?

‘Nee, integendeel. Nadat ik de overheid had gevraagd de Casema-affaire te onderzoeken, ben ik op allerlei manieren tegengewerkt, geïntimideerd zelfs. Daar ga ik in de nieuwe druk nader op in, terdege onderbouwd met documentatie. Als je ziet hoe ik door verschillende inlichtingendiensten onder druk ben gezet en in diskrediet ben gebracht, dan toont dat aardig de werkwijze van onze geheime diensten. De krijgsmacht heeft een handje van intimidatiepraktijken, daar kunnen ook de nodige ex-militairen over meepraten. Wie de vuile was van Defensie buitenhangt, krijgt problemen. Mijn zaak is slechts een van de vele.’

Wat hoop je met je boek te bereiken?

‘Ik zou het toejuichen als de Casema-affaire alsnog wordt uitgeplozen – inlichtingenmedewerkers zijn hier verantwoordelijk geweest voor onder meer ongeoorloofde infiltratie, afschrikking, diefstal en inbraak. De kwalijke rol die Van Baal heeft gespeeld mag dan gelijk worden ontrafeld. Een fraaie klus voor minister Hennis. Belangrijker is niettemin dat het deksel van de Srebrenica-doofpot wordt gelicht, zoals ook Hans Laroes in het nawoord van mijn boek bepleit. De zogeheten verstoringsmaatregelen van de overheid waar ik persoonlijk mee te maken heb gehad, hoe ernstig ook, vallen daarbij in het niet. Mocht Defensie overigens nog wat willen proberen: iedere poging mij monddood te maken is op niets uitgelopen. Kom maar op.’

Posted on 1 Comment

Joegoslavië-tribunaal spreekt Milosevic vrij van oorlogsmisdaden

Het International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia (ICTY), in de omgang wel Joegoslavië-tribunaal genoemd, heeft vastgesteld dat de voormalige Servische president Slobodan Milosevic niet verantwoordelijk was voor oorlogsmisdaden die werden gepleegd tijdens de Bosnische oorlog van 1992 tot ’95.

De kamer die de Bosnisch-Servische president Radovan Karadzic wegens oorlogsmisdaden tot 40 jaar gevangenisstraf veroordeelde, concludeerde unaniem dat Slobodan Milosevic geen onderdeel was van een ‘gezamenlijke misdadige onderneming‘ die het tijdens de Bosnische oorlog op Moslims en Kroaten gemunt had.

De uitspraak in de zaak van Karadzic van 24 maart jongstleden stelde dat er geen toereikend bewijs was dat Milosevic betrokken was in het plan om het territorium dat in handen was van Bosnische Serviërs te zuiveren van Moslims en Kroaten.

Hoewel aanvankelijk zowel Karadzic als Milosevic tegen het ontstaan van een onafhankelijk Bosnië waren en de voortzetting van Joegoslavië ten doel hadden, liepen vanaf eind 1991 hun ideeën uiteen. Tegen 1994 konden ze het niet meer eens worden. De kamer stelde echter ook vast dat Milosevic al in maart 1992 Karadzic en de Bosnisch-Servische leiding openlijk beschuldigde van mensenrechtenschendingen en etnische zuivering.

Toen in oktober 1991 het parlement van Bosnië, in afwezigheid van de Bosnisch-Servische afgevaardigden, de onafhankelijkheid uitriep, trok Karadzic de conclusie dat er een Servische Republiek in Bosnië gevormd moest worden, maar Milosevic had daar ernstige bedenkingen bij. Hij wilde niet op een illegale stap reageren met een andere illegale stap. Ook wilde hij de Bosnische Moslims die voor het voortbestaan van Joegoslavië waren niet uitsluiten. De kamer merkt op dat Milosevic zich uitsprak voor de bescherming van alle etniciteiten. Ook was Milosevic boos op de Bosnisch-Servische leiding, dat zij het Vance-Owen-plan verwierpen. Hij begreep hun bedenkingen, maar benadrukte het belang van het beëindigen van de oorlog.

Het is opmerkelijk dat de media nog geen melding hebben gemaakt van de zuivering van Milosevic’ naam door het Joegoslavië-tribunaal. Maar het tribunaal heeft het zelf ook niet actief naar buiten gebracht. Het staat ergens halverwege het 2,5 duizend pagina’s dikke oordeel in de zaak Karadzic. Zonder persbericht dat er op wijst kan het wel even duren voor zoiets opgemerkt wordt.

Milosevic werd ten tijde van het uiteenvallen van Joegoslavië en de oorlogen waarmee dat gepaard ging, door westerse media voorgesteld als een dictatoriale leider en genocide aangewreven. Dat diende als rechtvaardiging voor economische sancties tegen Servië. Die beeldvorming speelde uiteindelijk ook een rol in de rechtvaardiging van de NAVO-bombardementen op Servië in 1999 en de opstelling van het Westen ten aanzien van Kosovo.

Milosevic bracht de laatste vijf jaar van zijn leven in een Haagse cel door, waar hij uiteindelijk stierf aan een hartaanval onder nog altijd niet helemaal opgehelderde omstandigheden. Milosevic vermoedde dat hij vergiftigd werd. Een arts vond inderdaad een stof in zijn bloed, die het effect van zijn hartmedicijnen op kon heffen, maar Milosevic kreeg dit pas maanden later te horen. Intussen werd Milosevic’  gezondheidssituatie wel zonder zijn toestemming met de Amerikaanse ambassade besproken, zo blijkt uit WikiLeaks-documenten. En nu, tien jaar na zijn dood, is hij stilletjes vrijgesproken van de voornaamste zaken waarvoor hij aangeklaagd was.

Bron: slobodan-milosevic.org