Posted on

Frankrijk zet relatie met Italië onder spanning door draai over scheepswerf

De Franse regering heeft met haar aankondiging de grootste scheepswerf van het land te nationaliseren voor ergernis in het buurland Italië gezorgd.

Nog tijdens de ambtstermijn van president François Hollande was men namelijk overeengekomen dat het Italiaanse concern Fincantieri, met 21 scheepswerven in 7 landen, een aandeel van 48 procent in de scheepsbouwer STX in Saint-Nazaire zou krijgen. Nog eens zeven procent zou in handen komen van een Italiaanse financiële instelling.

Tot verrassing van de Italianen heeft de nieuwe Franse regering onlangs echter een abrupte draai gemaakt. Gepaard met een korte deadline, werd de Italiaanse zijde geconfronteerd met de eis af te zien van een meerderheidsaandeel in Frankrijks bekendste werf. “Als onze Italiaanse vrienden ons redelijke voorstel niet accepteren, zal de staat zijn recht van voorverkoop waarnemen”, aldus minister van Economische Zaken en Financiën Bruno Le Maire.

De meerderheid van de aandelen van de vroeger onder de naam Chantiers de l’Atlantique bekende werf zijn tot nu toe in handen van de Zuid-Koreaanse groep STX Offshore and Shipbuilding. De Franse staat heeft 33 procent van de aandelen in de onderneming.

De dupe van de draai van de Franse regering is vooral Europa’s grootste scheepsbouwer, het Italiaanse bedrijf Fincantier. De Italianen waren van plan geweest onder andere met de overname van de Franse werf een soort Airbus van de scheepvaart te creëren. Volgens berichten in Franse media zou de Italiaanse concurrent de enige geweest zijn die een aanbod gedaan had gedaan om de STX-werf over te nemen.

De Franse pers speculeert intussen welke motieven achter de draai van Parijs steken. In sommige berichten wordt het vermoeden geuit dat nationalisatie alleen een tussenstap zou zijn, zodat de staat de werf later door kan spelen aan een ander bedrijf. Anderen wijzen op de vrees dat Franse technologie mogelijk naar China vloeit als beweegreden. De Italiaanse scheepsbouwer Fincantieri heeft in China een joint venture voor de bouw van cruiseschepen.

De Franse regering noemt als motief zorgen om de regionale economie en de zekerheid van arbeidsplaatsen. Ook bij overname door de Italianen zou Saint-Nazaire op basis van bestaande opdrachten echter nog voor jaren van opdrachten verzekerd zijn geweest.

De draai ten aanzien van de overname van STX is niet het enige punt dat de verhouding tussen Frankrijk en Italië onder spanning zet en in Rome voor ergernis zorgt in de aanloop naar een voor eind september geplande topontmoeting van de beide regeringen. Zo heeft de Franse president Emmanuel Macron herhaaldelijk opgeroepen tot solidariteit van de oostelijk EU-lidstaten in de asielcrisis, maar toen Italië om hulp vroeg in de Middellandse Zee, gaf Parijs niet thuis. Ook Macrons proefballonnetje over het inrichten van registratiecentra voor asielzoekers in Libië, werd in Rome net als in Brussel niet goed ontvangen. Met de publiekelijke aankondiging dat Frankrijk desnoods solo, zonder de EU, in Libië dergelijke centra wil inrichten, voelde niet alleen de Europese Commissie zich aan de kant gezet. Ook de Italiaanse regering kreeg te horen dat Parijs hen er niet bij wel hebben in de onderhandelingen hierover met Tripoli.

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.

Posted on

In één Franse regio kwamen wel nationalisten aan de macht

Terwijl alle aandacht uitging naar de resultaten van het Front National, die ondanks grote steun onder de kiezers in geen enkele regio aan de macht kwam doordat gevestigde partijen in de tweede ronde van de verkiezingen ten gunste van de ander niet aantraden, wisten op het eiland Corsica de nationalisten de verkiezingen te winnen.

Voor het eerst werd de Corsicaanse onafhankelijkheidsbeweging de sterkste politieke kracht op het eiland. De autonomistische ‘Pè a Corsica’ (Verrijs Corsica!) van Gilles Simeoni wist in de twee ronde van de verkiezingen door een lijstsamenvoeging met de radicalere partij ‘Corsica Libera’ (Vrij Corsica) van Jean-Guy Talamoni op 35% van de stemmen te komen.

Doordat de gevestigde partijen in 2005 – mede om het Front National te dwarsbomen – het landelijke kiesrecht dat de grootste partij begunstigt ook voor de regionale verkiezingen invoerden, kon de beweging van Simeoni 24 van de 51 zetels in het regionale parlement van Corsica bemachtigen. Simeoni, tot voor kort burgemeester van Bastia, kon dan ook de leiding van de nieuwe regionale regering voor zich opeisen, terwijl Talamoni voorzitter van het parlement wordt.

Met de Corsicaanse separatisten lijken de gevestigde partijen, verblind door de opkomst van het Front National, niet gerekend te hebben. Anders hadden de Parti Socialiste en Les Républicains (voorheen UMP) in de tweede ronde wel samengewerkt, zoals ze ook deden in diverse regio’s waar het Front National het in de eerste ronde bijzonder goed deed.

Het verkiezingsprogramma van Pè a Corsica bevat onder andere punten zoals de erkenning van het Corsicaans, dat meer van het Italiaans dan van het Frans weg heeft, als ambtelijke taal op het eiland. Een eis die zich slecht verdraagt met het Franse centralisme. Corsica heeft reeds een bijzondere status, zo is er een zogenaamd eilandstatuut voor het 320.000 inwoners tellende eiland. Parijs heeft het dan ook niet gewaagd bij de herindeling van de regio’s ook Corsica met andere gebieden samen te voegen tot één regio, zoals het bijvoorbeeld wel met de Elzas deed.

Simeoni en Talamoni verwijten Parijs echter een koloniaal bewind te voeren over Corsica, waarin de oorzaak zou liggen voor welig tierend cliëntelisme, corruptie en criminaliteit. Simeoni wil dat Corsica in de Franse grondwet vermeld wordt, waarbij Corsica een grotere autonomie moet worden toegekend en het eiland ook wetgevende bevoegdheid krijgt.

In het kader van de herindeling moeten op Corsica in 2018 de twee ongeliefde departementen Zuid-Corsica en Hoog-Corsica, met hun door Parijs benoemde prefecten, opgeheven worden, waardoor de positie van de regionale regering versterkt wordt. Dat betekent echter ook dat er over twee jaar al weer nieuwe verkiezingen voor het regionale parlement op Corsica plaats zullen vinden. Allicht zullen de Socialisten en de Republikeinen de autonomiebeweging tegen die tijd niet meer onderschatten en dan wel op een of andere wijze samenwerken om ook de Corsicaanse nationalisten van de macht te houden.