Posted on

De moord op Derk Wiersum en de opmars van mantra’s in de politiek

sjamaan

Wanneer dingen hun betekenis verliezen, wordt het steeds moeilijker de gepaste emoties op te roepen, zelfs als het een gruwelijke moord betreft. En wanneer de boodschappers van dat onheil, zoals van een moord, te maken hebben met een publiek dat hen steeds minder vertrouwt, moeten deze lieden hun toevlucht zoeken tot andere middelen dan de feitelijkheid. Dan moeten de emoties worden opgeroepen met magische formules. En wanneer de magie ontbreekt, bijvoorbeeld door gebrek aan charisma, dan vervallen deze formules tot mantra’s: het herhalen van nietszeggende woorden, keer op keer, jaar na jaar, net zo lang tot het publiek in deze eeuwigdurende bezweringen wordt opgenomen. Dan is een moord opeens een ‘aanval op onze rechtstaat’.

Grootse termen

Het zal menigeen opgevallen zijn dat het politieke taalveld in de afgelopen week werd overspoeld met grootse termen. Prinsjesdag was opeens een ‘feest der democratie’ – zoals verkiezingen de laatste jaren ook steevast worden genoemd. Normale aanduidingen schieten blijkbaar tekort. Evenals het denkvermogen van onze zogenaamde elite. ‘Misdaden tegen de menselijkheid’, ‘vertrouwen’, ‘zelfontplooiing’, ‘gelijkheid’ – we worden in de media overspoeld met dergelijke mantra’s. Wie anders denkt, ‘staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis’. Of ‘gaat niet met de tijd mee’. Of is zelfs ‘niet van deze tijd’.

‘Aanval op de rechtstaat’

En zo was de moord op de advocaat Derk Wiersum niet meer een moord, maar allereerst ‘een aanval op de rechtstaat’. Dieptepunt was de journalist van Radio 1 die tijdens een interview inbracht dat ook aanvallen en bedreigingen op en van journalisten een dergelijke aanval op onze rechtsstaat zijn – iets wat overigens ook minister Grapperhaus beweerde.

Boven de burgers

Dit is het resultaat van een oprukkende denkwijze, namelijk dat niet zozeer de burgers de representanten zijn van zoiets als een ‘rechtstaat’, maar ambtelijke en semi-ambtelijke personen. Waar een advocaat, maar ook een journalist, en zelfs een politieagent, oorspronkelijk niets anders waren dan de verbijzondering van eigenschappen die toebehoorden aan elke burger, lijken ze nu opgenomen te zijn in een lichaam dat boven de burgers staat.

Onzin

Terugkomend op de aanslag in Amsterdam: als de dader van de aanslag een advocaat had vermoord vanwege het luttele feit dat deze een advocaat zou zijn geweest, was er weliswaar ook geen aanval op de rechtsstaat geweest, maar van een vijandige houding ten opzichte van de rechtstaat. Maar dat was niet het geval. De moord had namelijk een concrete aanleiding: de uitschakeling van een persoonlijke dreiging (die van de opdrachtgever) doordat deze advocaat zich in de ogen van de criminelen opstelde als handlanger van een verader. Criminaliteit is geen ideologie die de rechtstaat minacht of zelfs verwerpt, maar is misdadig in moreel opzicht. Van criminelen verlangen dat ze de rechtstaat respecteren is hetzelfde als menen dat er misdaad bestaat die recht doet aan diezelfde ‘rechtstaat’. Iedereen weet dat dit onzin is.

Niet uit te leggen

Niemand kan uitleggen waarom de moord op een ‘gewone’ burger geen aanval op de rechtstaat zou zijn, maar die op een advocaat (of journalist) wel. En men kan dat zeker niet uitleggen als niet duidelijk is wat met ‘rechtstaat’ wordt bedoeld. Bedoelt men met ‘rechtstaat’ een ‘staat van recht’ als ‘toestand van rechtvaardigheid, of bedoelt men een ‘systeem van rechtshandhaving’? De eerste betekenis wordt nooit toegepast of zelfs bedoeld. Afgaande op die betekenis zou namelijk elke wetsovertreding, hoe klein ook, een schending van de ‘toestand van recht’ zijn. Sterker nog: de eerste betekenis maakt voor de moderne wetsdenkers te weinig, of zelfs geen, onderscheid tussen recht en moraal. De term ‘moraal’ verwijst juist naar iets waar men van af wil, namelijk naar regels en wetten die voorafgaan aan elk menselijk inzicht. En dat wil men niet. Recht is namelijk gereduceerd tot iets wat is afgesproken en vastgelegd in wetten en waar – om de een of andere reden – iedereen zich aan dient te houden.

Systeem losgemaakt van de gewone burger

De tweede betekenis, die van het systeem van rechtshandhaving, elimineert wel de moraal uit het recht. Niet de vraag naar goed en kwaad, maar de louter instrumentele vraag naar de toepassing van het systeem staat hier centraal. Hier gaat het niet om al te menselijke categorieën als wraak of vergelding.  En ook  niet om iets ‘hogers’ dan de moraal – dit soort zaken spelen hoogstens in tweede instantie een rol of in het geheel niet. Hier gaat het om het systeem, en wel het systeem losgemaakt van de gewone burger. Immers, bij een moord, een geweldsdaad of bedreiging richting een burger wordt er nooit gesproken van een aanval op de rechtstaat. Waarom niet? Wel, de burger mag niet wijs worden gemaakt dat hij of zij de werkelijke drager en hoeder van wat voor rechtstaat dan ook is. Want zou de magie dan niet meteen verdampen? Want burgers willen geen holle termen, maar concrete woorden en daden.

sjamaan

Sjamanen vast in het zadel

De burger mag niet in de gaten krijgen dat niet hij of zij van belang is, maar slechts het systeem dat is opgetuigd. Om de eigen gang te gaan en zich niets aan te hoeven trekken van de burgers, heeft de politieke elite een taal ontwikkeld waarmee de burgers wordt bedot. Vol met termen die nergens anders naar verwijzen dan naar zichzelf. Er wordt als het ware een cirkel getrokken, de mandala, om daarna de mantra’s in gezangen te herhalen, keer op keer. En de betovering werkt. De sjamanen, i.c. de politici en journalisten, zitten vast in het zadel. Hun zangen worden door media en opiniemakers, op scholen en in theaters, als de hoogste wijsheid gerecitieerd.

Dwepen en bagatelliseren

Maar was er voor het kroongetuige-systeem dan geen rechtstaat? Natuurlijk wel. Net zoals moord te allen tijde een schending van het recht is geweest, net als elke andere misdaad. Maar het dwepen met termen – mantra’s – als rechtsstaat doet afbreuk aan misdaden tegen wie dan ook. Òf men moet bij elke misdaad, hoe klein dan ook, spreken van een aanval op de rechtsstaat (wat ondoenlijk is en uiteindelijk nietszeggend), òf men stopt met dit soort termen als er een advocaat wordt vermoord. Niet om deze moord te bagatelliseren, maar juist om het bagatelliseren ervan te voorkomen. Want dat is het: bagatelliseren. Men laat de concrete moord op een mens ondersneeuwen door tranen over een systeemkwestie. En dat laatste is letterlijk onmenselijk.

(titelafbeelding: sjamaan, foto: Blizzard17x cc by-sa 4.0)

Posted on 1 Comment

Waarom Russisch paspoort voor veel inwoners Donbass van levensbelang is

Rusland krijgt opnieuw felle kritiek uit het Westen. Ditmaal omdat het besloten heeft het voor inwoners van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk gemakkelijker te maken om Russische paspoorten te krijgen. Westerse commentatoren vermoeden vooral geopolitieke motieven, er zijn echter ook humanitaire redenen voor het besluit. Een reisverslag uit 2016 geeft inzicht in de situatie waarmee de bevolking van Donbass te kampen heeft.

Na maanden voorbereiding kondigde het laatste deel van de reis zich aan: de taxirit van de Russische stad Rostov-aan-de-Don naar Donetsk, de hoofdstad van de niet-erkende Volksrepubliek Donetsk. Het spannendste onderdeel van de reis moest echter nog komen: de grensovergang. De angst zat er goed in dat de Russische beveiligingsambtenaar “NJET!” zou zeggen en daarmee in één keer alle moeite te niet zou doen. De grenswacht had deze angst waarschijnlijk opgemerkt en grapte naar zijn collega: “Kijk, ze maken zich zorgen! Rammel maar wat met je handboeien.” De grap brak het ijs. Later pas bleek hoeveel ellende de reis op dat moment werd bespaard.

Glimlach

De reis ging verder, richting Donetsk. Met een glimlach op zijn gezicht legde de taxichauffeur uit in welke situatie hij was beland (en met hem velen anderen) omtrent het terugbetalen van zijn leningen. “Voordat de oorlog begon waren er natuurlijk een boel mensen die leningen hadden afgesloten. Maar nadat de oorlog was begonnen, werden veel banken gesloten.”

De glimlach werd groter en hij zei “Ik wou mijn schulden terugbetalen, maar kon dat niet. Dus op een dag belde de bank en zei dat we onze schulden moesten terugbetalen. Ik legde uit waarom dat niet kon, de bank zei daarop dat ze iemand zouden sturen om het bedrag op te komen halen als ik niet zou betalen.” Hij op zijn beurt gaf zijn adres en zei dat ze welkom waren.

Toen de medewerker het adres had gekregen was hij een tijdje stil, vertelde dat de bank had heroverwogen en besloten had toch niemand te sturen. De hierboven beschreven situatie geeft goed aan in wat voor situatie veel mensen in Donetsk verkeren. Mensen vallen hier constant tussen wal en schip.

Gevangen in eigen land

“In de Sovjet-Unie was het makkelijk om te reizen”, legde een medepassagier ons uit. De vrouw vertelt: “Er waren geen grenscontroles [binnen de USSR] en we konden reizen wanneer we wilden.” Ze benadrukte dat “zij zich niet voelden als Russen, Oekraïners, Wit-Russen of wat dan ook. We waren allemaal deel van een groot land: De Sovjet-Unie.” Dit beeld blijft bestaan tot de dag van vandaag. Haar familie woont overal: in Oekraïne, in Rusland, in Wit-Rusland, waarmee ze nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is om naar het buitenland te kunnen reizen.

Op het moment waarop ik dit stuk oorspronkelijk schreef waren er namelijk veel inwoners van de Donbass die in zekere zin gevangen waren in eigen land. Weliswaar waren er door deze niet-erkende landen al paspoorten uitgegeven, maar niemand erkende ze. Om naar het buitenland te reizen is er een Oekraïens paspoort nodig dat aan mensen is verstrekt voor de oorlog. Voor een hele generatie mensen die geen Oekraïense paspoorten hebben is het daarom onmogelijk geworden om naar het buitenland te reizen. Dit veranderde pas in het voorjaar van 2017, toen Poetin per decreet besloot officiële documenten uit de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk te erkennen.

De Russische erkenning van documenten uit LNR en DNR*

Voor de verordening waren veel mensen in de Volksrepublieken* afhankelijk van hun Oekraïense paspoorten. Zonder deze paspoorten was het onmogelijk om naar het buitenland te reizen, naar Rusland bijvoorbeeld. Als men niet beschikte over een Oekraïens paspoort omdat men het tijdens de burgeroorlog kwijt was geraakt, kon men de Volksrepublieken niet uit. De afhankelijkheid van een Oekraïens paspoort is zelfs nog groter als men bedenkt dat veel mensen er voor kiezen via Russisch territorium naar door Oekraïne gecontroleerd territorium te reizen. Evgenia van Amerongen, een manager die werkt voor een busbedrijf, legt de moeilijkheden uit:

“Men moet de oversteek maken via de scheidingslijn (tussen Donbass en Oekraïne – SB). De oversteek verloopt via een controlepost van de DNR/LNR en Oekraïne. Al deze controleposten bevinden zich in ‘instabiele gebieden’. Bijvoorbeeld Zaitsevo, Marinka, Stantisija Luganskaya.” Van Amerongen vervolgt: “Omdat veel mensen hun leven niet willen riskeren, kiezen ze ervoor te reizen via Rusland en dus hebben ze een Oekraïens reisdocument nodig. De situatie is veranderd nu de Russische Federatie besloten heeft paspoorten uit Donbass te erkennen. Inwoners van Donbass kunnen zelfs zonder visum naar Rusland reizen.”

Trouwaktes, diploma’s

De problemen beperken zich echter niet tot reisdocumenten. Ook andere officiële documenten uit de Donbass worden niet erkend. Te denken is aan trouw- en scheidingsaktes. Een soortgelijke situatie bestaat onder studenten. Voor het presidentiële decreet waren studenten die studeerden in Loegansk of Donetsk er nooit van verzekerd of de graad waarvoor zij leerden ooit iets waard zou zijn. Slechts recentelijk heeft het ministerie van Onderwijs van de Russische Federatie tijdelijke diploma’s uit de Volksrepublieken erkend.

Maar deze maatregel gaf studenten nog geen duidelijkheid of de diploma’s ook het volgende jaar nog erkend zouden zijn. “Voorheen waren onderwijscertificaten erkend door Russische universiteiten, op grond van een verordening van het ministerie van Onderwijs” legt Sana Samoylenko, een student aan de Universiteit van Loegansk uit. “De verordening was ondertekend voor een jaar, dus ieder komend jaar zou het ministerie van Onderwijs het moeten vernieuwen.” De nieuwe verordening haalt deze twijfel weg. Samoylenko: “Nu zijn studenten ervan verzekerd dat hun certificaten worden geaccepteerd, zonder de angst dat de vorige verordening van het ministerie van Onderwijs niet zou worden verlengd.”

Verder maakte het decreet van 2017 het mogelijk om voertuigregistratie uit de Volksrepublieken te accepteren in Rusland.

“Elena”

Met het geluid van een koffiezetapparaat op de achtergrond begonnen we ons eerste interview met Elena (pseudoniem), een journaliste die werkt voor een groot Russisch persbureau. Sinds het begin van het conflict werkt ze als journaliste in haar geboortestreek: de Donbass. Na de gebruikelijke inleidende vragen vroegen wij haar de voor de hand liggende vraag over persvrijheid in het rebellengebied: Waarom durf je je gezicht niet op camera te laten zien?

“In Oekraïne wonen mijn naaste verwanten”, antwoord ze. “Ik ben gewoon bang dat als ik mijn gezicht laat zien en mensen deze reportage zien, dat mijn familie problemen zal krijgen. Ze kunnen worden opgeroepen door de SBU (Oekraïense veiligheidsdienst) en worden verhoord. Ik wil niet dat zij vanwege mijn werk in problemen komen.” Het is echter niet de enige reden waarom Elena liever anoniem blijft. Ze is namelijk nog steeds burger van Oekraïne. “Ik zou graag willen reizen naar Oekraïne en niet dat ze mij vasthouden en zeggen, hier, we hebben een [strafwet]artikel bedacht over separatisme en terrorisme en dat ze mij daarna opsluiten.”

Intimidatie van journalisten

“Er zijn veel voorbeelden”, vertelt Elena over journalisten die werken in Donbass maar problemen hebben in Oekraïens gebied. “Er is in Oekraïne een website genaamd ‘Mirotvorjets’. Ze publiceren alle informatie over journalisten en hun verwanten met paspoorten, geboortedata. En mensen die daar familie hebben worden door hen onder druk te zetten naar Oekraïne gelokt, zodat ze hen gevangen kunnen zetten.”

Deze situatie gaat trouwens niet alleen op voor journalisten, maar ook voor soldaten in de volksmilitie (het de facto-leger van LNR en DNR) en zelfs voor lokale ambtenaren. Reizen naar Oekraïne om daar bijvoorbeeld een nieuw Oekraïens paspoort aan te vragen zit er om die reden voor veel inwoners van Oost-Oekraïne niet in.**


* In Rusland wordt doorgaans verwezen naar de DNR en LNR in officiële taal als ‘Bepaalde gebieden in de oblasten Donetsk en Loegansk’.

** Overigens hebben niet alleen lokale bewoners problemen met het reizen van en naar Oost-Oekraïne. Ook journalisten wordt het niet makkelijk gemaakt om naar de DNR en LNR te reizen. Een goed voorbeeld is dat van Oxana Chelysheva, een journalist die in ballingschap leeft uit angst om terug te keren naar Rusland, haar geboorteland. Daar het niet mogelijk was via Rusland te reizen moest ze de Oekraïne-route nemen. In ieder geval had ik verwacht dat een Russische dissidente doorgang zou worden gegeven naar rebellengebied door een land dat zo worstelt met ‘Russische agressie’, toch schrijft ze ironisch: “Terwijl ik in Donetsk had kunnen zijn, reisden alle westerse journalisten via de Russische Federatie.”

Posted on

Naoorlogse verzetshelden waarschuwen voor Baudet

De wanhoop slaat nu toch echt toe! Zelfbenoemd ‘weldenkend’ Nederland weet nu echt niet meer hoe ze Baudet moet stoppen. Ruim een week geleden werd er tijdens een antiracisme-demonstratie opgeroepen Baudet neer te schieten; het journaille en de intellectuele goegemeente was er als de kippen bij om deze moordoproep te bagatelliseren. Bijna dagelijks zitten ‘pratende hoofden’ in een van de vele talkshows te fulmineren tegen Baudet en het Forum voor Democratie. Opiniepagina’s van de dagbladen staan dag-in dag-uit vol met alarmerende schrijfsels over de filosoof-politicus en redactionele commentaren maken voortdurend hysterische vergelijkingen tussen de opkomst van Baudet en – natuurlijk – de jaren dertig van de vorige eeuw. Een al lang uitgerangeerde cabaretier schreeuwde onsamenhangende anti-Baudet kreten tijdens het herdenkingsmoment voor de slachtoffers van de aanslag in Utrecht bij de opening van het Boekenbal. Men zit kortom met de handen in het haar. Waarom wil het domme volk maar niet luisteren?!

“Volwassen politici”

Een laatste bedroevende bijdrage aan de dagelijkse stroom van anti-Baudet geluiden levert filosoof en Trouw-redacteur Leonie Breebaart. In het Letter&Geest-katern van 30 maart steekt ze al vanaf zin 1 met grof geschut van wal: “In de week voor de Maand van de Filosofie sloeg Thierry Baudet alle taboes aan diggelen die volwassen filosofen – en volwassen politici – proberen te respecteren, en die je kunt samenvatten als: doe niet of je een goddelijke ziener bent en hou je aan de feiten.”

Breebaart suggereert hier nogal wat in één zin. Baudet is geen volwassen filosoof en geen volwassen politicus, hij noemt zichzelf een ‘goddelijke ziener’ en hij houdt zich niet aan de feiten. Daarnaast verwijt de redacteur tussen neus en lippen door dat Baudet taboes doorbreekt. Laat het nu juist de generatie linkse journalisten zijn die er prat op gaat overal en nergens taboes te willen doorbreken! Maar Baudet, die schopt tegen het linkerbeen, verstoort het progressieve feestje.

Bodar op de korrel

Wie is Breebaart om vast te stellen wie wel volwassen is en wie niet? Welke criteria hanteert de filosoof/redacteur daarvoor? Op z’n minst mag je daarvan toch wel een verantwoording verwachten van iemand die zichzelf filosoof noemt? Maar de Trouw-redacteur suggereert heel geniepig dat Baudet, in tegenstelling tot zijn tegenstanders, een kind is. En kinderen hoef je niet serieus te nemen. Dat blijkt al uit de volgende alinea, waarin Breebaart Antoine Bodar, die zeldzaam moedig in Buitenhof het opnam voor Baudet, op de korrel neemt. De priester had de leider van het Forum vergeleken met een gymnasiast. Breebaart schampert daarover: “Ach ja, die goeie, ouwe puberteit, toen je grootse visies de wereld in slingerde in de hoop heel geleerd over te komen.” Nee, de redactie van Trouw is dat stadium allang ontgroeid. Daar werken alleen heel volwassenen mensen.

“Het land beschermen”

Want volgens Breebaart zelf behoort zij tot de groep mensen die het land beschermen, maar die Baudet wegzet als vijanden: “En dus dat degenen die ons in werkelijkheid beschermen tegen de macht van een leider – wetenschappers, journalisten, bestuurders – weggezet moeten worden als vijanden van het volk.” Het staat er echt. Wetenschappers, journalisten en bestuurders die “ons” moeten beschermen. Wat een gotspe, wat een eigendunk, wat een arrogantie!

(Non-)conformisme in de wetenschap

Wetenschappers die bijvoorbeeld werkzaam zijn bij een van de overheidsinstellingen, zoals een Planbureau, en die braaf opschrijven wat een ministerie wil horen. Wetenschappers die zo overtuigd zijn van hun eigen theorieën, dat ieder afwijkend geluid de mond wordt gesnoerd. Neem bijvoorbeeld promovendus Joris van Rossum van de VU in Amsterdam. In zijn proefschrift haalde Van Rossum, niet christelijk, de evolutietheorie van Darwin onderuit. Hij kon een baan in zijn vakgebied vergeten.

Gekochte journalisten

Journalisten die braaf op- of beter overschrijven wat een ministerie of inlichtingendienst hen voorkauwt. Udo Ulfkotte heeft dit overtuigend aangetoond in zijn boeken, zoals ‘Gekochte journalisten’ (Uitgeverij De Blauwe Tijger). Journalisten, die acht jaar lang hijgerig en kwijlend achter president Obama hebben aangehobbeld, maar die sinds 2016 Trump wegzetten als een levensgevaarlijk man. Trouw kopte op 31 maart nog: “Donald Trump regeert als een koning die geestelijk niet tegen zijn taak is opgewassen”. Alweer een kind, net als Baudet. Verslaggevers die twee jaar lang ongenuanceerd en kritiekloos berichten over Russische beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar vervolgens het Mueller-rapport – dat als conclusie heeft dat er geen enkel bewijs van beïnvloeding is – in twijfel trekken. En dat noemt zich kwaliteitsjournalistiek. Journalistiek als verdienmodel is een betere naam (Perscombinatie, salaris Van Nieuwkerk, etc.).

Reductio ad hitlerum

Bestuurders die hun sociale media-kanalen gebruiken voor het rondsturen van berichten waarin Baudet en het Forum voor Democratie een-op-een geassocieerd worden met het nationaal-socialisme. Als het Forum inderdaad de grootste partij van Nederland wordt, verwacht ik al snel ‘Baudet-vrije’ gemeenten. Want de bestuurders in dit land zijn echte verzetshelden.

Breebaart zingt in dat koor lustig mee. “Nieuw-rechtse bewegingen”, “extreem-rechtse Polen”, “omvolking”, “sterke leider”: de column van de redacteur grossiert in dit soort grove associaties en beschuldigingen. Beschermers? Tendentieuze rioolratten, die een klimaat creëren dat erger is dan dat van 2002. De demonisering neemt beangstigende vormen aan. Was het in 2002 nog ‘Stop de Hollandse Haider’, nu leest men zwart op wit of tussen de regels door ‘Stop de Hollandse Hitler’. De wanhoop van de linkse elite kent geen grenzen meer. Wie herinnert zich niet de schreeuwende Alexander Pechtold in De Balie in Amsterdam? Er hoeft maar een gek op te staan…

Posted on

Gele hesjes op de lange termijn – Bouwen na de demonstratie

Zonder nieuwe structuren in de samenleving zullen de oude hun politiek door uw strot blijven duwen.

Voor Veren of Lood schrijft Gertjan Mulder een column over de toestand in de wereld en het Europese continent in het bijzonder. Deze is genoegzaam bekend. Een ongecontroleerde technocratie vult buiten uw blikveld de kaders voor u in. De EU is los gezongen van de werkelijkheid en poogt zich aan de eigen haren op het podium van de wereldgeschiedenis te tillen. U bent echter gek zodra u er iets van zegt of mensen steunt die de absurditeit ervan tonen. Niet de partijen die dit veroorzaken. De teneur? Dit opgelegde systeem is onhoudbaar en u kunt dat veranderen.

De onderkoelde woede sijpelt uit de poriën van Mulders column. Het is waar. Hij heeft gelijk. Er is zelfs geen maar. Er is alleen een ‘en’. Een verbindingswoord om het aantrekken van een geel hesje een lange termijn fundament te geven. Daarmee is het af. Het advies voor 2019: Demonstreer! Stem! Bouw bovenal je eigen samenleving!

Politiek communisme per wet ingevoerd

Dat politiek allang niet meer gaat om burgerlijke belangen is duidelijk. De ideologische soortgenoot van Klaver en consorten verwoordde de meest recente overwinning als volgt:

“We can use the transition to 100 percent [renewable] energy as the vehicle to truly deliver and establish economic, social, and racial justice in the United States of America.”

U dacht dat het om het klimaat ging? Het gaat om politieke controle over u en de uwen. Ook hier is dit communisme ingevoerd middels de klimaatwet. De laatste grote transfer van burger naar plutocratie kan beginnen. Ongeacht wie u kiest. Dat is geen best toekomstbeeld.

Beschaafde analyse

De teneur is duidelijk voor Mulder. Zonder geel hesje wordt het niets meer. OK, duidelijk. En daarna? Op wie gaat u stemmen? We kunnen hoog of laag springen, er is een groot contingent stemmers dat niet op ‘rechts’ zal stemmen. Dat is niet vreemd. Mulder lijkt namelijk iets fundamenteels over het hoofd te zien. De samenleving zelf.

Zijn zorg is voor Nederland. Helder. Waarom is dat contingent zo groot? Dat is zo groot omdat het gesubsidieerde gedeelte van de samenleving de cultuur in haar greep houdt. Met cultuur wordt hier bedoeld de cumulatie van dagelijks handelen en uiten van denken van de Nederlandse bevolking. Uit die greep komen lijkt onmogelijk omdat ze alom aanwezig is. Ze is echter alom aanwezig omdat ze de greep juist volledig aan het verliezen is. Van een dictatuur merk je weinig tot deze bedreigd wordt.

Tot de Gele Hesjes leken er geen tekenen in de cultuur aanwezig dat het anders kàn dan de huidige weg naar de afgrond. ‘Wat je niet ziet bestaat niet’ is ooit in een bekend kinderrrrliedje gezongen. Geholpen door algoritmes en subsidienetwerken lijkt het inderdaad zo te zijn.

Gele hesjes zijn een bevestiging dat er een andere cultuur is in Nederland. Eentje die niet van (bedrijfs)subsidies of parasitaire netwerken afhankelijk is. Dat is mooi. Wat doet u daarna? U kunt niet protesteren tot u een ons weegt. Vergeet niet het volgende. Pas als dat grote contingent in de samenleving een nieuwe veilige thuishaven ziet zullen zij in beweging komen.

De kracht van vrijwilligheid

Het is zaak zelf structuren te bouwen voor na de demonstratie. Met structuur bedoel ik elk vrijwillig verband waarin gelijkgestemden geestelijke en wellicht financiële steun aan elkaar kunnen verlenen. Richt een vereniging op. Verzorg lezingen. Spreek in de kroeg met elkaar af. Ga hardlopen in een groep. Huur particuliere beveiliging in voor je buurt. Leer je buren kennen. Desnoods, verhuis naar stukken van Nederland waar al deze zaken makkelijker te bereiken zijn. Het is zaak om eigen structuurtjes te bouwen.

Het is zaak om dat vrijwillig te doen. Zoals Kant schreef, en ik parafraseer; ‘het samenkomen onder een opgelegde regel zegt niet dat de duivel niet aanwezig. In vrijwillig samenkomen ligt het goede besloten. De duivel kan namelijk alleen opleggen, niet inspireren.’ Inspireer uzelf tot het vrijwillig goede!

Bouwen voor na de demonstratie

Met andere woorden, als uw samenkomen dwingend wordt is de kans groot dat er politiek bij komt kijken. Weiger subsidies, ga desnoods alleen maar wandelen in het bos met een groep mensen. In Godsnaam. Bouw. Maak. Vorm. Trek die structuur uit de koude grond, uit die rijke bodem van Nederlandse traditie en trots. Of u nu een specifiek Franse beweging kopieert met een geel hesje of in vereniging bij elkaar komt, het maakt niet uit. Ga werken aan die samenleving in het klein. Daar ligt uw kracht. Niet bij het veranderen van onvrijwillige technocratische structuren die niet in u geïnteresseerd zijn. Alleen zo komt u na het geslaagde protest niet alleen thuis.

Zonder thuiskomen is het namelijk slecht kersen eten. De politiek biedt geen thuis en alleen protesteren evenmin. Mulders’ column is waar. Hij heeft gelijk. Gebruik dat protest meteen om naar eigen kunnen en vermogen te bouwen aan de samenleving buiten politiek om. Om een nieuw thuis te maken, waar de rest een voorbeeld aan kan nemen.

Posted on 1 Comment

Duitsland: Hetze tegen rechts gaat over in grof geweld

Een bomaanslag op een AfD-kantoor in Döbeln en het door drie gemaskerde mannen bijna doodslaan van een AfD-Bondsdaglid in Bremen, onderstrepen dat de sfeer in Duitsland in verkiezingsjaar 2019 steeds grimmiger wordt. 

De bomaanslag op het AfD-kantoor in Döbeln (in de deelstaat Saksen) en de aanval op de Bremer AfD-leider en Bondsdaglid Frank Magnitz waren denkbaar slechts de eerste dieptepunten in een ongeziene ontsporing van de Duitse politiek. Het geweld komt niet uit de lucht vallen. Linkse en extreemlinkse actoren hebben hiervoor het klimaat geschapen en in sommige gevallen openlijk opgeroepen tot fysiek geweld.

 

SPD en Antifa

Wat opvalt is dat de scheidslijn tussen links en extreemlinks niet slechts heimelijk vervaagt, maar ook openlijk doorbroken wordt. Al in september sprak Angela Marquardt, medewerker in het kantoor van SPD-leider Andrea Nahles en directeur van de SPD-denktank, zich ervoor uit dat de SPD in de ‘strijd tegen rechts’ ook met Antifa en ‘Anti-Duitsen’ zou moeten samenwerken. In het artikel in partijkrant Vorwärts distantieerde Marquardt zich weliswaar van geweld. Hoe het voormalige PDS-Bondsdaglid, dat in 2008 naar de SPD overging, Antifa en geweld überhaupt van elkaar wil scheiden bleef echter onduidelijk.

‘Fascisten’ in elkaar slaan

Op 30 december publiceerde het linkse dagblad Taz een lange bijdrage, waarin de tactiek van Britse Antifa’s om fascisten in elkaar te slaan tot ze de straat niet meer op durven zonder kritiek gepresenteerd werd. Als voorbeelden van contemporaine ‘fascisten’ werden namen als Donald Trump, Jaroslaw Kaczynski, Thilo Sarrazin, Matteo Salvini en Björn Höcke genoemd. Taz-auteur Rolf Sotscheck spreekt zich er vooral uitdrukkelijk tegen uit om überhaupt het gesprek aan te gaan met AfD-politici. De tijd van debat is wat hem betreft voorbij en daarmee ook de tijd van democratische deliberatie. De seinen staan op politieke vernietiging.

Geen politiek proces maar fysiek aanvallen

De publicatie ‘Losgaan – fight AfD’ sluit hier naadloos op aan. Daar heet het: “De tijd voor discussie, opheldering en praten moet voorbij zijn.” De confrontatie kan bij de stembus noch in het gesprek gewonnen worden. Dat wil zeggen: Ook democratische verkiezingsuitkomsten worden zo nodig van de hand gewezen. In plaats daarvan moet de strijd tegen de AfD, haar leden en sympathisanten volgens de schrijvers van het vlugschrift “praktischer en persoonlijker worden”. “Openlijke strijdlust, outings en allerlei creatieve acties” moeten ertoe dienen de AfD’ers “uit de dekking te halen en aan te vallen”. Dat hiermee geen verbale aanvallen bedoeld worden is uit het voorgaande wel duidelijk.

Burgeroorlog

Teksten en oproepen als deze markeren een volledig afscheid van de vormen van democratische deliberatie en debat. De politieke tegenstander wordt tot persoonlijke vijand, de andersdenkende burger tot onpersoon die men de politieke en burgerrechten kan betwisten. Hier klinken de klaroenstoten voor een burgeroorlog. Döbeln en Bremen laten zien dat deze oproepen niet aan dovemansoren gericht zijn.

Posted on 1 Comment

“Wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”

Aangetrokken door de titel Kerkgangers en Zuilenbouwers waagde ik mij aan het boek van Sid Lukkassen om mijn gedachtes daarover min of meer reviewend weer te kunnen geven. Als theoloog, één met affiniteit met de neocalvinistische traditie, was ik direct geïnteresseerd.

Ik kwam ongeveer tien jaar geleden in de restanten van de toen net doodverklaarde vrijgemaakte minizuil, maar bevond mij nog wel in een groep mensen die verzuilder waren en dachten dan ze zelf doorhadden. Ook heb ik mij met het fenomeen verzuiling beziggehouden vanuit de geschiedenis van het kerkelijk landschap van de vorige twee eeuwen. De naam Sid Lukkassen had ik wel eens voorbij zien komen, maar nooit iets van gelezen of gezien. Wat betreft politiek en maatschappelijke discussie beschouw ik mijzelf meer als een van de stillen in den lande. Desondanks was ik geprikkeld en besloot het boek te lezen en te kijken of Lukkassen mij kon overtuigen zich bij zijn nieuwe kerk te voegen of op te laten nemen in zijn zuil.

Het is vrij eenvoudig te formuleren waar De Nieuwe Zuil (verder afgekort tot DNZ) voor staat: een gemeenschap van mensen die uit solidariteit elkaar financieel willen steunen om vrije gedachte-uitwisseling te waarborgen tegen de achtergrond van de gestagneerde maatschappelijke en politieke hoofdstroom (vgl. de zin in appellerende wijs waarmee Lukkassen DNZ weergeeft op blz. 52 en 77). Deze hoofdstroom is de globalistische neomarxistische elite die zichzelf aan de macht houdt door voornamelijk tegenstanders door framing monddood te maken. Hoofdstuk negen werkt deze visie uit in 28 punten, gevolgd door een schematisch overzicht van missie, doelstelling, profiel van de leden en de te houden activiteiten. “Dus wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”; korter en pregnanter kan het niet gezegd worden (blz. 82).

Zwaartepunt

Het zwaartepunt van het boek ligt m.i. op blz. 51-87, daarbuiten staan enkele gesprekken met mensen uit de samenleving, die allemaal de indruk maken erg blij te zijn met hem. De rest van het boek bevat allemaal betogen die de noodzaak van de zuil duidelijk maken. Lukkassen geeft zijn meningen over thema’s en gebeurtenissen uit de afgelopen tijd om het failliet van links aan te tonen en de noodzaak van DNZ op rechts. Wat mij betreft was zijn pleidooi al prima als het alleen bestond uit de bladzijdes met het zwaartepunt.

Je leest het boek om als het ware rondgeleid te worden in het gebouw, maar op den duur voelde het voor mij als lopen op de woonkamerafdeling van de Ikea. Je ziet allemaal kleine kamers, los van elkaar en op een of andere manier lijken ze op elkaar. Met als enige verschil dat de Ikea-woonkamers allemaal af zijn en de losse hoofdstukken van Lukkassen ietwat onafgerond aandoen. Dit kan natuurlijk zijn omdat hij de openheid naar de toekomst wil behouden, conform uitgangspunt 28, en alvast een voorzet wil geven voor bezinning. Per slot van rekening geeft Lukkassen van DNZ, om in de Ikea metafoor te blijven, als het ware de bouwinstructies, niet het meubel zelf.

De gewone man

Aan de andere kant lijkt het mij ook te maken te hebben met de abstractiegraad van het betoog. Soms lijkt DNZ alleen interessant voor filosofen en is het vooral een wereld van geschreven en gesproken woorden. Er zit een neiging in het denken van Lukkassen om filosofen op de grond te stellen. Ik vraag me af of de doelgroep van DNZ echt gebaat is bij het plan om een prijs uit te reiken voor “het beste boek” of om “jonge ambitieuze denkers en schrijvers” te stimuleren. Zeker aangezien hij zich richt op de vader aan de keukentafel, op de ondernemer, op de gewone man en vrouw.

Ook registreert Lukkassen dat masculiniteit een probleem is dat aangepakt moet worden, enerzijds door gebrek eraan in het Avondland ten opzichte van de islam, anderzijds doordat de linkse cultuur masculiniteit tegenwerkt. Maar in zijn ethische gedeelte komt deze notie niet terug, noch hoe de deugdethiek die hij voorstaat wordt geoefend en gewaarborgd in praktijken. Deugdethiek is bij uitstek een ethiek van een gemeenschap en praktijken, en zou masculiniteit niet het beste in gezinnen kunnen worden ingezet? Maar zoals eerder gezegd, het kan zijn dat dit in andere werken van Lukkassen die ik (nog) niet gelezen heb behandeld wordt. Wat dat betreft zou DNZ wat kunnen leren van Rod Dreher’s Benedict Option, en minder inzetten op het gehalte Intellectual Darkweb.

Filosofen en krijgslui

Er zit ook ergens iets lichtelijk ironisch in om aan de ene kant filosofen (“en andere briljante mensen”) een leiderspositie toe te schrijven en aan de andere kant voornamelijk leiders als voorbeelden te kiezen die toch krijgslui waren. Het feit dat Marcus Aurelius ook een stoïcijn was doet niet af aan het feit dat ook het zwaard de geschiedenis maakt en bepaalt wie de pen hanteert (blz. 110). Nu wil ik mij wel haasten dat dit niet betekent dat het idee van DNZ compleet waardeloos is door deze punten. Ik ben allang blij dat Lukkassen het idee oppert en dat hij serieus nadenkt over belangrijke vragen. Daarvoor verdient hij lof, zeker omdat hij een van de weinigen is die het niveau van memes en politiek-incorrect zijn door middel van vuilbekkerij en grofheden overstijgt. Ik ben niet de door hemzelf beschreven intellectueel die Lukkassen afkraakt omdat ik hem te ongenuanceerd vindt (blz. 21). Ik vermoed dat wat ik aanstip punten zijn waar hij best over in discussie zou willen, als hij mij al niet wijst op plaatsen in andere werken waar hij dit wel of anders uitwerkt (ik heb immers alleen dit boek gelezen).

Antithese?

Maar, ondanks alle waardering die ik voor zijn initiatief en denkwerk heb, voeg ik mij niet bij zijn kerk en zoek ik geen plaats binnen zijn zuil. Het is voor mij niet duidelijk waar nu de antithese zit tussen DNZ en het door Lukkassen verfoeide cultuurmarxisme. Voor Abraham Kuyper, de aanjager van de verzuiling, bestond de antithese ten diepste op het gereformeerde leerstuk van de uitverkiezing, het theologische leerstuk dat God voor de schepping heeft bepaald welke mensen er tot geloof komen of niet. Zo werd de mensheid opgedeeld in groepen, de eerste met de mogelijkheid, al dan niet geactiveerd, tot geloof, en de ander zonder de mogelijkheid tot geloof. Zonder te vervallen in theologische nuances of discussies komt deze visie erop neer dat de mensheid zich ook organiseert in twee groepen, een christelijke groep met het christelijke leven vanuit (de mogelijkheid van) het geloof, en die zonder. Omdat het beginsel van geloof ligt in een besluit van God in de eeuwigheid en niet in mensen, is de tegenstelling tussen deze mensen absoluut en onverenigbaar. Zie hier de antithese die de rechtvaardiging is voor de verzuiling, er is een onoverkoombare tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.

Scheppende rede

Als ik dit kuyperiaanse schema als bril gebruik en kijk naar DNZ van Lukkassen, valt mij op dat Lukkassen wel de antithese scherp neerzet. Hij lijkt de kloof te leggen tussen twee existentieel-metafysische wereldbeschouwingen, die voorkomt dat cultuurmarxisten rationeel te overtuigen zijn (blz. 123-124)  Maar wat in vergelijking met het kuyperiaanse schema ontbreekt, is de filosofische of theologische rechtvaardiging voor de antithese. En ik vraag mij af een rechtvaardiging mogelijk is. Want naar mijn indruk is het niet dat de wereldbeschouwing van Lukkassen, een waarin rationaliteit de basis vormt, veel verschilt van de wereldbeschouwing van (cultuur)marxisten. Ook deze vertrekt vanuit rationaliteit naar de werkelijkheid en is ook een product van de Verlichting. Beide nemen hun uitgangspunt in wat dr. W. Aalders noemde de scheppende rede.

Sociaal-constructivisme

Zo beschouwd neemt Lukkassen slechts een rationele positie in tegenover een even rationele positie. DNZ staat dan voor het nationale of het Europese tegenover het globalistische. Ook staat het voor meer risico nemen, zeker in de drang naar heroïsche daden, tegenover minder risico nemen, met name ten opzichte van gevoelens van groepen mensen, het sobere tegenover het hedonistische. Zonder de rechtvaardiging van de antithese kan Lukkassen alleen maar de onwenselijkheid benadrukken, maar niet de onjuistheid aantonen van zijn tegenstanders. Daardoor zie ik in zijn wereldbeeld een ietwat willekeurige en vooral pragmatische trek. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Lukkassen spreekt over macht en niet over de wet, in tegenstelling tot een van zijn voetnoten (blz. 23). Macht is niet gegrond en gerechtvaardigd door een goddelijke of kosmische wet.  Deze weg heeft Lukkassen voor zichzelf afgesneden met het beroep op Verlichting. Het is dan ook de vraag wat zijn opvatting is van de menselijke natuur, wie dit niet ziet als een essentie, loopt het grote risico om uiteindelijk te belanden in scepticisme en denken in sociaal-constructivisme.

Mobilisatie

En dit is de tragiek van de verzuiling, het is een kenmerk van wat Charles Taylor in zijn boek A Secular Age noemt The Age of Mobilisation. Een periode die vooral lag in de 19de eeuw die liep tot de jaren ’60 van de 20ste eeuw en toen werd opgevolgd door de Age of Authenticity. In de Age of Mobilization  is het kenmerkend dat politieke, sociale en kerkelijke instituten in existentie moeten worden gemobiliseerd door mensen met een gemeenschappelijk doel. Hier tegenover staat dat in eerdere tijden, het ancien régime, achter al deze politieke, sociale en kerkelijke instituten een ordening van de wereld, beter gezegd, van de kosmos stond. Deze orde ging aan alle instituten vooraf en verleende de autoriteit aan deze. Dit verklaart waarom Lukkassen macht reduceert tot menselijke disposities, die hij Informele Macht noemt (blz. 112-117).

Agnostisch

Niet dat DNZ daarmee een waardeloos idee is en direct kan worden door geschoven naar de prullenbak. Ik hoop alleen dat Lukkassen ziet dat agnostisch blijven over het volgende leven (uitgangspunt van DNZ 11, blz. 67) ook rust op onbewust aangenomen theologische uitgangspunten. Iedere levensbeschouwing die zijn uitgangspunt neemt in de autonome scheppende rede veronderstelt een perspectief buiten alles wat bestaat en buiten een absolute in zichzelf bestaande God die hieraan voorafgaat en die het Christendom altijd heeft beleden. Wie deze positie niet kan innemen, maar toch atheïst of agnost wil blijven, veronderstelt hiermee een andere of een valse god dan het Christendom belijdt en is genoodzaakt de rede te hanteren als een selffulfilling prophecy of te vervangen door willekeur en contingentie.

Co-belligerence

En hier zie ik de antithese tussen mijzelf als belijder van het klassieke Christendom en Lukkassen als een modern Verlichtingsdenker. Dat sluit discussie en sympathie voor zijn denkwerk niet uit, maar ik zal mij hierom niet in zijn zuil kunnen laten opnemen. De belangrijkste les van hem neem ik in ieder geval wel ter harte, ik zal mij niet onder druk van Lukkassen distantiëren om te laten zien dat ik heus wel deug. Want de antithese sluit niet uit dat we elkaar aan dezelfde kant van het politieke spectrum kunnen tegenkomen en met elkaar moeten samenwerken. Maar ik zal wel altijd een voor de overige stillen in den lande bekend wijsje fluiten of neuriën: Quare fremuerunt gentes.

N.a.v. Sid Lukkassen, Kerkgangers en Zuilenbouwers (eigen beheer, 2018), paperback, 273 pagina’s.

Posted on

Niets zo hardleers als de Duitse ‘elite’

De kloof tussen volk en elite in Duitsland wordt alleen maar groter. Vier voorbeelden laten zien waarom dat zo is.

Van alle kanten wordt de toenemende vervreemding tussen het volk en de machtselite in politiek en media beklaagd. Iedere keer als deze vervreemding op de voorgrond treedt in het publieke debat, putten de vertegenwoordigers van deze ‘elite’ zich uit in bezweringen dat ze ‘ervan geleerd’ hebben. En benadrukken ze er in de toekomst alles aan te willen doen om de kloof te verkleinen. Diverse voorbeelden uit de laatste jaren maken echter duidelijk dat deze beloftes ook in 2019 niet ingelost zullen worden.

CDU

Neem nu de CDU. Die partij heeft miljoenen kiezers verloren, haar geleidelijk maar gestaag opschuiven naar links liet een sterke conservatieve concurrent opkomen in de vorm van de AfD. Als de CDU hiervan geleerd had, zou ze tegemoet komen aan conservatieven binnen de eigen partij en achterban. Annegret Kramp-Karrenbauer had na het nipt verslaan van haar conservatievere tegenkandidaten voor het partijleiderschap bijvoorbeeld prominente conservatieve CDU’ers een positie kunnen geven. Maar AKK gaf niet thuis. Ervan geleerd? Vergeet het maar!

SPD

Voor de SPD realiseerde Martin Schulz in 2017 het slechtste verkiezingsresultaat sinds 1949. Zijn terugtreden van alle leiderschapsposities zou een gepaste reactie zijn geweest op deze nauwelijks te overtreffen motie van wantrouwen van het kiezersvolk. Maar wat doet Schulz? Hij doet alsof er niets gebeurd is en dient zich als ‘locomotief’ voor de SPD-campagne voor de Europese verkiezingen in mei aan. In welke wereld leeft de grandioos mislukte kandidaat voor het bondskanselierschap eigenlijk?

Publieke omroep

Het misnoegen over de hoogste verplichte afdracht voor de publieke omroep ter wereld houdt de gemoederen in Duitsland al jaren verhit. Meer bescheidenheid van de staatszenders zou een gepaste reactie zijn. Maar het tegendeel gebeurt: Nadat ZDF-bestuurder Thomas Bellut een verhoging van de afdracht geëist had, deed ARD-voorzitter Ulrich Wilhelm er nog een schepje bovenop door te dreigen een zaak aan te spannen in Karlsruhe, bij de hoogste Duitse rechter, als er geen gehoor gegeven zou worden aan de eis. Zo gooit de Duitse media-elite olie op het vuur van de ontevredenheid onder burgers.

Lügenpresse

Rond de jaarwisseling kwam daar het schandaal rond de prijswinnende nepjournalist van weekblad Der Spiegel Claas Relotius bij. Deze affaire was voor talrijke ‘kwaliteitsmedia’ aanleiding om heilige eden te zweren, dat ze zich niet door ideologische oogkleppen van de waarheid of zouden laten brengen. Werkelijk? De Relotius-affaire was nog niet over zijn hoogtepunt heen, of het weekblad Die Zeit beweerde dat op 1e en 2e Kerstdag 43 ‘vluchtelingen’ uit het Kanaal van Dover gered zouden zijn. De aanduiding ‘vluchtelingen’ voor mensen die illegaal van Frankrijk naar Engeland willen reizen is echter een klinkklare leugen.

De reeks voorbeelden laat zich zonder moeite uitbreiden. De conclusie is steeds dezelfde: Een narcistische ‘elite’ komt maar niet uit het uitgesleten spoor en negeert alle signalen vanuit het volk. Waarin dit gedrag uit kan monden zien we in Frankrijk.

Posted on

Kunnen Gele Hesjes en Identitaire Beweging krachten bundelen tegen systeem?

De laatste maanden zien we in verschillende landen in West-Europa dezelfde tendensen opduiken. Mensen raken gefrustreerd over de politiek en gaan de straat op. Van allerlei kleine acties en manifestaties tot grotere betogingen. Er zijn twee grondstromingen te zien, die elk vanuit een eigen achtergrond in opstand komen. 

Enerzijds heb je de groei van identitaire bewegingen in West-Europa. Van Generation Identitaire in Frankrijk en de Identitäre Bewegung Österreich, tot Schild&Vrienden in Vlaanderen, ze lijken zich allemaal te hebben aangepast aan de 21ste eeuw. In Vlaanderen is die tendens zelfs zeer opmerkelijk. Van een verouderde Vlaams-nationale beweging, komt er nu vanuit de ruïnes  een moderne organisatie die een strakke organisatie heeft en een zeer groot bereik via de sociale media. Sinds de ‘Mars tegen Marrakech’ zien we dat dit zich ook kan vertalen in mobilisatiekracht op straat. Het was alvast een veel gevarieerder en jonger publiek op de manifestatie dan in het verleden de Vlaamse beweging op de been kon brengen. De nieuwe aanpak trekt vooral jongeren aan, en  laat zien dat identiteit weer leeft bij jongeren. De grote migratiestromen en de ‘incidenten’ veroorzaakt door ‘verwarde mannen’ spelen blijkbaar bij een jonge generatie.

Anderzijds heb je de opstanden van de ‘gele hesjes’. De druk van de belastingen op loon, accijnzen op benzine, de btw op energievoorzieningen… Het treft de mensen in de geldbuidel. We horen vaker dat er geen geld is om de lage pensioenen op te krikken, en de werkende bevolking komt niet vooruit op financieel vlak. De naweeën van de financiële crisis zijn dan ook dat de huidige generatie van pas afgestudeerden opgezadeld zit met torenhoge schulden. De QE-operaties (kwantitatieve geldverruiming, red.) van de ECB om meer dan 1000 miljard euro in de economie te pompen blijken slechts doekjes voor het bloeden te zijn geweest, maar het systeem blijft rot. Ondertussen zijn de schuldigen van de financiële crisis vrijuit gegaan voor de immense risico’s die ze hebben genomen met het spaargeld van de mensen en is de schuldenberg allerminst afgenomen.We kunnen dus nog uitkijken naar een volgende zeepbel die ons te wachten staat.

Identitair en sociaal-economisch

Over de verhouding tussen die twee grondstromen valt veel te zeggen. De identitaire en de sociaal-economische hebben altijd een wat vreemde verhouding gehad. Als we kijken naar de verouderde links/rechts-as zijn ze aan elkaar tegengesteld. Die zou bij rechts een (neo)liberale economische koers plaatsen, en bij links een progressief ethisch beleid. Voorbeelden zijn nog altijd legio te vinden die zich hier aan vasthouden. Anderzijds hebben de beide symptomen één gemeenschappelijke vijand en is het uit pragmatisch oogpunt al moeilijker te begrijpen waarom radicaal-links en radicaal-rechts niet samenwerken tegen de gemeenschappelijke vijand, het liberale politieke systeem.

Een sociaal-economisch beleid dat zich afzet tegen het centraal bankierssysteem en de groeiende ongelijkheid op mondiale schaal zou perfect kunnen samengaan met een cultureel conservatief beleid dat zich eveneens afzet tegen de grote migratiestromen en het verdwijnen van onze cultuur en tradities.

Problemen op links

Voor de radicale linkerzijde zijn er echter twee problemen om zich te verzoenen met rechts. Enerzijds is de verzorgingsstaat gefundeerd op het centraal bankierssysteem. De overheid heeft jaren alsmaar meer kunnen uitgeven dankzij de leningen en staatsobligaties die ze via de ECB heeft kunnen verkrijgen. Hoe groter de schaal waarop de overheid zijn leningen kan verspreiden, hoe meer cadeautjes die kan uitgeven. Het cliëntelisme is een belangrijk deel van de economische crisis. De voorbeelden van een Griekse overheid die zijn begroting niet op orde wist te houden, zitten bij iedereen die de financiële malaise heeft gevolgd wellicht nog in het geheugen.Niet toevallig werden ze een aardig handje geholpen door de bankiers van Goldman Sachs om hun begrotingen
op te smukken. Dat er nog steeds een ex-Goldman Sachs-jongen verantwoordelijk is voor de ECB en voor
het bijdrukken van meer dan 1000 miljard euro in de geldvoorraad is dus geen toeval. Het perverse aan het systeem is dat de grote meerderheid van het geld in omloop niet bij de ‘kleine man’ terecht komt, maar dat hadden jullie wellicht al door.Anderzijds is er de omschakeling van de linkerzijde van een communistische beweging, naar een cultuur-marxistische beweging. Onder invloed van de Frankfurter Schule zijn ze zich voor hun engagement gaan baseren op het aanvallen van hun eigen cultuur en tradities op basis van een hoog schuldcomplex. De zwarte
pieten-discussie, opiniestukken waarin het lidwoord ‘het’ geproblematiseerd wordt tot de ‘refugees welcome’-campagnes liggen in dat rijtje. Dan hopen ze met een progressieve coalitie aan de macht te kunnen komen, terwijl de groene partijen en links-liberale partijen als D66 net de partijen zijn van gegoede stadsmensen die welvaren bij het kapitalistisch systeem. Van een systeemverandering kan er dus met zo’n benadering ook geen sprake zijn.

Problemen op rechts

Langs rechterzijde zijn er ook zwakke punten te vinden. Eén daarvan is dat de laatste jaren, zeker sinds 9/11
een groot deel van rechts blijft hameren op ‘islamisering’ terwijl dit eerder een gevolg is van het liberale migratiebeleid én vanuit een bewuste sponsoring en bewapening door onze overheden van jihadisten in het Midden-Oosten. Bovendien worden zo de migranten geviseerd in plaats van de schuldigen van het systeem. Dat de grote migratiestromen georganiseerd zijn vanuit het Midden-Oosten door het bewust destabiliseren van die landen en het financieren van ngo’s om migranten naar Europa te brengen mogen we op rechts nooit vergeten.

Voorbij de patstelling

De hoop dat we voorbij deze patstelling geraken moet erin zitten dat het ongenoegen van de mensen zich op het politieke systeem gaat richten en naar onze politici en de overheid in zijn geheel. Dat heeft een verbindende kracht. Aan beide zijden van het politieke spectrum is er de keuze om zich als nuttige idioot in te laten zetten voor een falend liberaal systeem, of zich te richten op een systeemverandering. De journalisten van de mainstream media, de ordediensten en de politici vormen één front. Werpt de bevolking zich er tegenin, of blijft ze onderling verdeeld?

Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.

Posted on

Gelekt telefoongesprek: Oekraïne verbergt misdaden voor Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Oekraïne verbergt misdaden voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit blijkt uit een telefoongesprek dat eerder deze maand naar Novini is gelekt. In het gesprek spreekt een Oekraïense vertegenwoordiger bij het EHRM met een politieofficier uit Pokrovskij (Oekraïne, Donetsk Oblast). Ze bespreken hoe het beste kan worden omgegaan met een aangifte van een inwoner van Donetsk tegen de Oekraïense luchtmacht voor het bombarderen van haar huis in 2014.

Indien video niet verschijnt, klik op deze link

Gebombardeerd

Het telefoongesprek is naar Novini gelekt samen met een document (PDF) waarin een inwoonster van Donetsk, Antonina Maslova een klacht indient tegen de Oekraïense staat voor het bombarderen van haar huis in augustus 2014. Uit het document blijkt dat Maslova heeft gewezen op het overtreden van haar rechten door Oekraïne. Gebaseerd op de uitkomsten van een inspectie door het Onderzoeksdepartement van het Ministerie van Justitie van Oekraïne op 15 Augustus 2014, vraagt Maslova om een schadevergoeding.

In het bijbehorende telefoongesprek spreekt een officier van de politie (waarvan Novini de identiteit niet heeft kunnen achterhalen) met Margarita Sokorenko, vervangend hoofd van de Oekraïense vertegenwoordiging van strafzaken van het secretariaat van de staatscommissaris van het EHRM. De politiefunctionaris spreekt uit dat de politie alleen doet alsof ze de aangifte van Maslova hebben geregistreerd en wil vragen hoe de politie in de toekomst om moet gaan met dergelijke zaken. De officier vraagt zich af of het in de toekomst misschien beter is om dergelijke zaken toch te registreren maar wijst op de consequenties voor de leiding (van Oekraïne) en dat hij zulke dingen niet zal opschrijven. De agent zoekt naar een contactpersoon die kan helpen om te voorkomen dat dit soort zaken bij het EHRM terecht komen.

Donbass

Sokorenko stelt voor dat er wordt gesproken met de afgevaardigde van Oekraïne bij het EHRM te spreken en dat hij altijd bereid is over dergelijke zaken te spreken. Sokorenko legt ook uit dat soortgelijke zaken in het verleden veelal als onontvankelijk zijn verklaard en er wordt geprobeerd zulke zaken af te houden.

De politieofficier vertelt verder de mensen die in nog Donbass wonen (inclusief burgers) te beschouwen als separatisten en terroristen. Hij beschouwd hun klachten ook als het onterecht belasten van Oekraïne met die zaken en stelt ook dat Oekraïne niet verantwoordelijk is voor de situatie. Sokorenko antwoord: “Wij willen in geen enkel geval zeggen dat de verantwoordelijkheid ligt bij de kant van Oekraïne, dat wil zeggen dat wij… laten zien dat dat niet waar is.” Ook is ze ervan overtuigd dat haar afdeling en de politie een gemeenschappelijke taal zullen vinden over dit dossier.

Gesprek in het kort

Uit het gesprek spreekt een sterke weerzin om burgers te helpen die in niet door de Oekraïense overheid gecontroleerde gebieden wonen (DNR, LNR) te helpen als zij slachtoffer zijn geworden van de oorlog. Met name als zij of hun bezittingen doelwit zijn geworden van het Oekraïense leger. Er wordt gepoogd om de gevoelige zaken weg te houden van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens omdat dit onvoordelig is voor Oekraïne. Ook is de vertegenwoordigster bij het EHRM en haar Oekraïense leiding bereid te adviseren hoe om moet worden gegaan met dit delicate vraagstuk.

Het volledige gesprek is hier te beluisteren. Het gesprek is door Novini van ondertiteling voorzien. Om privacyredenen heeft Novini besloten het telefoonnummer te verwijderen. De stem van de politieofficier die  afkomstig zou zijn uit Pokrovskij is niet door Novini bevestigd. Wel komt de stem van Sokorenko overeen met andere opnames van haar.

Technische analyse opname

De geluidsopname van het gesprek is door middel van spectrumanalyse gecontroleerd. Een aantal dingen die hier in het oog springen zijn:

  • Een geluidloze pauze elke 8,2 seconden,
  • Een verschil in het ruisniveau tussen wanneer de man spreekt in vergelijking met wanneer de vrouw spreekt,
  • Het gesprek is afgekapt op een frequentie van 5kHz. Doorgaans is het gebruikelijk dat, in ieder geval bij mobiele telefoongesprekken, de frequentie is begrenst tot 4kHz,
  • Er een scherpe cutoff-frequentie is bij 5kHz, er zijn geen pieken te zien hoewel dit gebruikelijk is.

Mogelijke verklaringen zijn dat de geluidloze pauze het resultaat is van langzame opname-hardware. Voor de scherpe begrenzing is geen duidelijke verklaring, maar dit kan te maken hebben met het post-processen van de software die het gesprek bijvoorbeeld onder de video heeft gezet. Het lagere geluidsniveau als de vrouw spreekt lijkt vreemd, maar dit suggereert niet meer dan dat er twee kanalen waren waaruit het gesprek voortkomt (zoals te verwachten is bij een telefoongesprek). Hoewel Novini niet over de expertise beschikt om onomstotelijk vast te stellen waardoor deze bijzonderheden zijn ontstaan, zijn er geen evidente aanwijzingen gevonden dat het gesprek is bewerkt.

Reacties

Novini heeft zowel het EHRM en Margarita Sokorenko om een reactie gevraagd. Beiden hebben niet gereageerd op de vragen van Novini.