Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.

Posted on

Windenergie versus natuurbescherming

Duizenden milieuactivisten mobiliseren zich onder het motto ‘Hambi bleibt’ tegen de plannen van energiebedrijf RWE om in Noord-Rijnland-Westfalen circa 100 hectare bos te rooien voor de uitbreiding van de bruinkooldagbouw. Door de bouw van windmolens dreigt echter een kaalslag van heel andere dimensies.

In de schaduw van de protesten die inmiddels al jaren ronde de Boswachterij Hambach plaatsvinden, hebben zich in Duitsland honderden burgerinitiatieven gevormd die de bouw van windmolens in bossen willen voorkomen.

In hun coalitieakkoord zijn CDU/CSU en SPD overeengekomen het aandeel hernieuwbare energie van het stroomverbruik van 36 procent te verhogen naar 65 procent in uiterlijk 2030. Naast zonnecellen moet er vooral meer gebruik gemaakt worden van windenergie. Momenteel staan er in Duitsland al 28.700 windmolens op land. Protesten van omwonenden hebben in sommige Duitse deelstaten inmiddels tot een grotere minimumafstand van windmolens tot woongebieden geleid.

Bos moet wijken voor windmolens

Bij de zoektocht naar nieuwe locaties voor windmolens komen nu steeds sterker ook bossen in het vizier. Deelstaten als Hessen, Baden-Württemberg, Rijnland-Palts en Thüringen staan inmiddels de bouw van windmolens middenin het bos toe. Het is te voorzien dat er op termijn ook in grote samenhangende bosgebieden een massieve aanbouw van windmolens plaats zal vinden.

Zo heeft de coalitie van CDU en Groenen in Wiesbaden voor Hessen tussen de 2300 en 2800 windmolens als doelstelling vastgesteld. Bij zo’n 80 procent van de potentiële locaties in Hessen gaat het om bos. Heel concreet werd er in een factsheet van een beschikbaar bosoppervlak van 550.000 tot 600.000 hectare gesproken. Het windkrachtplan van de regio Darmstadt (een van drie Hessische regio’s) voorziet zelfs in meer dan 3.000 hectare windkrachtterrein in de bossen van het UNESCO-natuurgebied Odenwald.

Burgerinitiatieven

De Hessische burgers nemen dat echter niet zonder verzet. In de hele deelstaat mobiliseren zich inmiddels al 200 burgerinitiatieven tegen de windkrachtplannen in de bossen. In heel Duitsland wordt het aantal anti-windkrachtinitiatieven inmiddels op zo’n 900 geschat.

Windkrachtlobbyisten argumenteren weliswaar dat de bouw in de bossen vooral in ecologisch minder waardevolle naaldbossen plaats zou vinden, maar de effecten op de natuur van zulke projecten zijn in alle gevallen ingrijpend. Het Bundesamt für Naturschutz gaat er vanuit dat per windkrachtmast een oppervlak van 0,2 hectare bos verloren gaat. Daarbij gaat het niet alleen om de betonnen fundamenten van de masten zelf, maar ook om de toevoerwegen en onderhoudsgebouwen. Als men dit doorrekent voor de bekende uitbreidingsplannen, dan dreigt in Duitsland in de komende jaren een aanzienlijk verlies aan bosoppervlak door de uitbouw van windkracht.

Biodiversiteit

Overigens is niet alleen de bodemafdekking en het rooien van bomen in de bossen een probleem. De windmolens in de bossen ontwikkelen zich in toenemende mate ook tot een ernstig probleem voor de biodiversiteit. Waar windmolens gebouwd worden, wijken de rode wouw, de zwarte ooievaar en andere vogelsoorten meestal uit.

Met name voor vleermuizen hebben de op allerlei plaatsen opgerichte windmolens zich tot een dodelijk gevaar ontwikkelt. De rotorbladen van de windmolens veroorzaken luchtkolken en drukverschillen waardoor vleermuizen verongelukken. Een onderzoeker van het Leibniz-Institut für Zoo und Wildtierforschung schat dat in Duitsland jaarlijks meer dan 250.000 vleermuizen door windmolens sterven.

Ornithologen in Beieren hebben vermelden bovendien gevallen waarin nesten van grote vogels in de buurt van bestaande of voorgenomen windmolens illegaal vernield werden. Daar zit vermoedelijk de bedoeling achter desnoods met criminele handelingen de juiste omstandigheden rond de windmolens te scheppen.

Geloofwaardigheidsprobleem

Hoe politiek explosief het thema windmolens in bossen in het bijzonder voor de Groenen is, werd duidelijk uit een demonstratie die in november in de Landkreis Postdam-Mittelmark, in de deelstaat Brandenburg, plaatsvond. Zo’n 300 demonstranten hadden daar gehoor gegeven aan de oproep van de vereniging ‘Waldkleeblatt’ om tegen de bouw van windmolens in een stuk bos op de Reesdorfer Heide te protesteren. Van de uitgenodigde vertegenwoordigers van de fracties in de landdag van Brandenburg was alleen Sven Schröder, die namens de AfD het woord voert over energiebeleid, op komen dagen. Opmerkelijk was verder dat ook Axel Kruschat, directeur van de Brandenburgse afdeling van de BUND (Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland, de Duitse afdeling van Friends of the Earth) bij het protest aansloot.  De natuurbeschermer noemde het een “dom idee” om windmolens in het bos neer te zetten. Dit maakt wel duidelijk dat de Groenen met de massieve uitbreidingsplannen voor windenergie een geloofwaardigheidsprobleem hebben ten aanzien van hun meest oorspronkelijke politieke thema en dat zelfs een deel van hun natuurlijke achterban ertegen in opstand komt.

Posted on

“Nederlands referendum geeft ook andere Europese burgers weer moed”

Beatrix von Storch, europarlementariër voor de eurosceptische partij Alternative für Deutschland, begroet op de voorpagina van het Duitse weekblad Junge Freiheit de uitslag van het Nederlandse referendum over het Associatieverdrag van de EU met Oekraïne: “Het referendum van onze buren is een motie van wantrouwen tegen het machtskartel in Brussel.”

Von Storch roept in herinnering dat de gevestigde partijen na het referendum in 2005, waarin de EU-grondwet door de Nederlanders werd verworpen, het verdrag cosmetisch aanpasten om het vervolgens niet meer aan de kiezer voor te leggen. “Zo is het maar al te vaak gegaan: Als het aan de meerderheid van de burgers had gelegen, was er geen euro gekomen, geen massa-immigratie en ook geen politieke unie.”

“De EU en haar beleid kunnen in deze vorm slechts bestaan doordat ze ondemocratisch zijn. Burgerparticipatie en directe democratie zijn de eurocraten daarom net zo doorn in het oog als onafhankelijke parlementariërs en democratisch gekozen regeringen die de Unie-agenda niet steunen. De EU-politici zien geen probleem in een Europese superstaat maar veeleer in de democratie.”

De Duitse politica ziet het feit dat de fractieleider van de Groenen/EVA in het Europees Parlement, de Duitse Rebecca Harms, zich tegen referenda over EU-gerelateerde onderwerpen heeft uitgesproken, als goed voorbeeld daarvan. “Dat de Groenen, die zichzelf ooit voordeden als ‘anti-autoritair’ en basisdemocratisch en tot de voorvechters van directe democratie behoorden, daar vandaag de dag niets meer van willen weten, is inmiddels wel duidelijk.” Dit bevestigt volgens Von Storch dat de Groenen onderdeel zijn gaan uitmaken van de gevestigde politiek.

“De gevestigde partijen, EU-bureaucratie, financiële sector en Europees links aan de universiteiten en in de redacties vormen een nieuw machtskartel in Europa. Tot hun agenda behoort de schepping van een Europese superstaat door de afschaffing van de natiestaten, door de parlementen van hun macht te beroven en door democratische alternatieven uit te sluiten, door een gestuurde publieke opinie door te zetten door middel van internetcensuur en het lasteren van politiek andersdenkenden, door de vernietiging van het traditionele gezin en de humane, door het christendom gestempelde cultuur van Europa door gender mainstreaming en een beleid van onbegrensde immigratie vanuit islamitische landen.”

“Een geatomiseerde en cultureel ontwortelde samenleving kan effectiever gesurveilleerd, beïnvloed en beheerst worden. Dat is de ‘weg naar de slavernij’ die de liberale sociaal-filosoof Friedrich August von Hayek in zijn gelijknamige boek beschreef.”

“Zoals ieder systeem dat aan zijn eigen interne tegenstrijdigheden ten onder dreigt te gaan, probeert ook de EU door imperialistische grote projecten en het scheppen van steeds nieuwe vijandbeelden de aandacht af te leiden van haar falen. Terwijl het euro-debacle miljoenen mensen in armoede en werkeloosheid gestort heeft en de spaarcentjes van burgers bedreigt, heeft de EU praktisch buiten de openbaarheid om met de Oekraïne een associatieovereenkomst afgesloten. Dat is alle ontkenningen ten spijt niets anders als een voorstadium voor de opname van de Oekraïne in de EU – en dan ook in de NAVO. Voor een zo verreikende politieke beslissing was een breed politiek debat nodig geweest.”

De burgers van de meeste EU-lidstaten zijn volgens Von Storch echter nauwelijks geïnformeerd over het associatieverdrag, laat staan dat ze zich erover uit hebben kunnen spreken, aangezien het geen deel uitmaakte van de verkiezingscampagnes. In plaats daarvan is buiten de burgers om een nieuw conflict in Oost-Europa op de koop toe genomen.

De onlangs overleden oud-bondskanselier Helmut Schmidt sprak in verband met de Oekraïne-politiek van de EU in het voorjaar van 2014 dan ook van “grootheidswaan” en verweet EU-politici Europa in een situatie te brengen die vergelijkbaar is met die in augustus 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. “Het associatieverdrag is namelijk niet slechts een vrijhandelsakkoord, het is tegelijkertijd een militair pact”, zo licht de europarlementariër de Duitse lezers voor. “Zo voorziet het bijvoorbeeld in manoeuvres met de Oekraïne in het kader van een gezamenlijk veiligheids- en defensiebeleid. Daarmee begeeft de EU zich op een directe politieke en zo mogelijk in de toekomst ook militaire confrontatiekoers met Rusland. Deze confrontatiekoers was niet wat de vredelievende burgers van Europa wilden en ze zijn daar ook niet over bevraagd.”

Von Storch ziet de stem van de Nederlanders tegen het associatieverdrag dan ook als een stem voor de vrede, “tegen geopolitieke avonturen die Europa in de afgrond zouden kunnen storten.”

Omdat de nationale parlementen het af hebben laten weten, nemen de burgers het heft met direct-democratische middelen zelf in handen. Nationale soevereiniteit naar buiten en directe democratie naar binnen, zijn volgens de AfD-politica dan ook twee zijden van dezelfde medaille.

In plaats van de autoritaire Europese superstaat met zijn gevaarlijke streven naar wereldmacht, ziet Von Stroch liever een alliantie van soevereine, direct-democratisch ingerichte natiestaten, die haar grenzen bewaakt en in vrede met haar buren leeft. “De Nederlanders hebben een daad gesteld voor vrijheid, vrede en soevereiniteit”, besluit Von Storch. “Daaraan zouden wij een voorbeeld moeten nemen.”

Posted on

Nederlands-Amerikaans één-tweetje om GeenPeil te dwarsbomen

Terwijl Nederlandse media en politici hun best doen het komende referendum op 6 april dood te zwijgen en het belang ervan zoveel mogelijk te minimaliseren, hebben de Verenigde Staten een duidelijk signaal afgegeven bezorgd te zijn. Dit referendum, een initiatief van GeenPeil, is ontstaan als initiatief om het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne tegen te houden.

In opdracht van het Amerikaanse Congres moet er namelijk een diepgaand onderzoek komen naar de Russische infiltratie van politieke bewegingen in Europa. Dit werd deze week aangekondigd door James Clapper, directeur National Intelligence. James Clapper is de coördinator en het aanspreekpunt voor de Amerikaanse regering voor alle bestaande inlichtingendiensten. Dit nieuws werd verspreid via de Britse krant The Telegraph dat daarvoor een geheim dossier mocht inzien.

Nadat vorig jaar de Nederlandse inlichtingendienst AIVD, bij monde van haar directeur Rob Bertholee en Minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk, reeds hun pijlen richtten op de zogenaamde toenemende Russische invloed in Nederland, lijkt het toen gepresenteerde AIVD-rapport één op één te zijn overgenomen door de Amerikaanse inlichtingendiensten. Zonder dat men aangaf te beschikken over enige informatie van concrete aard in de vorm van bewijzen of concrete aanwijzingen was het op z’n minst opmerkelijk dat de Amerikaanse veiligheidsdienst zich met name op Nederland richtte, en dan specifiek op de initiatiefnemers van het referendum van 6 april.

Dit is des te opmerkelijk aangezien er in het Amerikaanse dossier verder sprake was van beïnvloeding door Rusland via populistische partijen als Lega Nord, FPÖ en Front National. Het had dus voor de hand gelegen dat de aandacht zou worden gericht op concrete gevallen in desbetreffende landen zoals Italië, Oostenrijk of Frankrijk. In plaats daarvan koos men als ultiem voorbeeld van Russische dreiging GeenPeil.

Daarmee is het duidelijk dat voor de Verenigde Staten niet de vluchtelingenproblematiek of de opkomst van zogenaamde ‘populistische’ partijen de grootste dreiging vormt, maar het tegenhouden van het associatieverdrag met Oekraïne.

Enkele opmerkelijke zaken vragen om extra aandacht:

Het mogen inzien van geheime dossiers van de gezamenlijke geheime diensten door journalisten van prominente media, zoals The Telegraph, bevestigen het vermoeden dat er een directe relatie bestaat tussen Amerikaanse c.q. Britse geheime diensten en de belangrijkste westerse mediakanalen. Daarmee lijkt de beschuldiging die door Udo Ulfkotte werd geuit in zijn boek Gekaufte Journalisten, officieel te zijn bevestigd als zijnde waar.

De Amerikanen vermengen verder doelbewust de passieve invloed die de Russen zouden hebben en hun actieve invloed. Bij het laatste kan er worden gedacht aan actieve Russische betrokkenheid bij Westerse organisaties en media. Hiervan weten de Amerikanen echter geen enkel concreet voorbeeld te geven. In plaats daarvan wijzen ze op de passieve invloed van de Russen: Europeanen kijken naar Russische media en worden daar door beïnvloed. Maar ook dit is een algemene aanname die door Clapper niet concreet kon worden gemaakt.

Maar de aankondiging is vooral een aanval op personen. Immers, zonder enig bewijs worden de personen achter de GeenPeil actie verdacht gemaakt als Russische agenten en gelieerd aan dreigingen van buitenaf. Door het geïntegreerde westerse veiligheids- en inlichtingenbeleid is het voor Nederland onmogelijk de gevolgen van dit onderzoek beheersbaar te houden richting de betrokken personen. Zeker aangezien de Verenigde Staten dit beleid domineren en Nederland tot nu toe de Amerikaanse wensen met betrekking tot inlichtingen zo mogelijk inwilligde. De stap naar het ‘staatsgevaarlijk’ verklaren van Eurokritische personen en organisaties is daardoor moeilijk te vermijden indien men als Nederlandse overheid weigert op een ferme wijze afstand te nemen van dit Amerikaanse onderzoek.

Tot nu toe weigert de Nederlandse regering dit, bij monde van minister Plasterk, te doen. Waar geheimhouding in ons land een hot issue is als het gaat om de belangen van de Amerikaanse inlichtingendiensten, is het dat dus niet als het gaat om de belangen en rechten van de eigen burgers.

Tijdens de presentatie van het AIVD-rapport zei minister Plasterk nog: “Het is vooral zorgelijk dat het niet duidelijk is wat de bedoelingen van de Russen zijn.” En: “Een ontwikkeling om je grote zorgen te maken. Wat zijn de bedoelingen van Rusland?” Ten aanzien van de Russen had men dus geen flauw idee, aangezien men zelfs geen concreet bewijsmateriaal bezat. Maar waar men omtrent Rusland naar eigen zeggen in het duister tast, zijn de bedoelingen naar binnen toe klip en klaar: het beschadigen van partijen, organisaties en personen. Daarbij is een krant als de Telegraaf zelfs bereid te schieten op onderdelen van het eigen mediaconcern TMG, aangezien GeenPeil mede een initiatief is van GeenStijl, wat een onderdeel is van deze mediagroep.

Het doel van de regeringen van Nederland en de Verenigde Staten is verder de evidente uitwerking van het bekend maken van dergelijke onderzoeken en het daarbij aanwijzen van gevaren voor onze veiligheid. Zo’n evidente uitwerking is maatschappelijke uitsluiting van personen die bij de gewraakte partijen en initiatieven betrokken zijn. Reeds komen Nederlanders na het posten van Facebook-berichten over Rusland opeens niet door een AIVD-screening heen waardoor ze hun overheidsbetrekking verliezen, zo heeft onze redactie via betrokkenen vernomen. Dat de Nederlandse overheid actief bezig is mensen via hun werksfeer te beschadigen werd onlangs nog eens duidelijk door het optreden van de Nederlandse politie tegen PVV’er Mark Jongeneel die nota bene op zijn werk door de politie werd lastig gevallen, terwijl diezelfde politie naderhand mededeelde geen concrete zaken te hebben tegen zijn persoon.

In de strijd tegen afwijkende opvattingen zoals van PVV, SP of GeenPeil is dus elk middel geoorloofd. Dit belooft wat voor de toekomst.

Posted on

Referendumverzoek Associatieverdrag Oekraïne gaat door

Het Burgercomité EU en GeenPeil zijn er in geslaagd om in vier weken tijd meer dan 10.000 ondersteuningsverklaringen te verzamelen voor een inleidend verzoek om een referendum te houden over het Associatieovereenkomst van de Europese Unie met Oekraïne. Dat heeft de Kiesraad vandaag bekend gemaakt. Dit betekent dat er nu tot 28 september de tijd is om 300.000 handtekeningen te verzamelen voor een definitief verzoek.

Iedereen die een inleidend verzoek heeft gedaan, moet nu overigens ook een formulier voor een definitief verzoek invullen om meegeteld te worden. GeenPeil wil alles uit de kast trekken om aan de 300.000 te komen. Formulieren voor het definitieve verzoek zijn vanaf 18 augustus beschikbaar, nadat het nieuws over het inleidende verzoek in de Staatscourant is gepubliceerd.

Begin juli stemde de Eerste Kamer in met het Associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne, nadat de Tweede Kamer dat eerder al had gedaan. Als er genoeg steun is voor het definitieve referendumverzoek dan zal dit resulteren in een raadgevend referendum. Vrijwel alle lidstaten hebben de overeenkomst reeds goedgekeurd, alleen de goedkeuring van enkele staatshoofden staat nog uit. Uiteindelijk moet ook de Raad van de EU het nog goedkeuren.

Posted on

Veel steun in Finland voor vertrek uit Euro

Een burgerinitiatief voor een referendum over de vraag of Finland de Euro moet verlaten, is in minder dan een week tijd door 27.000 Finnen ondersteund.

Het initiatief voor het referendum werd genomen door europarlementariër Paavo Väyrynen, oud-minister van Buitenlandse Zaken en voormalig partijleider van de regerende Centrumpartij. Die partij kent vanouds een niet geringe gematigd eurosceptische stroming.

Väyrynen stelt dat Finland beter af is zonder de euro, omdat het dan de mogelijkheid heeft een eigen monetair beleid te voeren. De oud-minister wijst daarbij op Zweden en Denemarken, die de euro niet hebben ingevoerd.

Volgens Väyrynen staat het onderwerp in de regering nog niet op de agenda. Hij bepleit echter dat er een volksraadpleging gehouden wordt, voorafgegaan door een publiek debat waarin de voors en tegens afgewogen kunnen worden.

Om de petitie voor een referendum aan het parlement ter overweging aan te bieden, moeten binnen zes maanden tenminste 50.000 handtekeningen verzameld worden.

Het Finse initiatief doet enigzins denken aan het Nederlandse Burgercomité-EU dat vorig jaar een burgerinitiatief, dat door meer dan 60.000 Nederlanders werd ondersteund, aan de Tweede Kamer aanbood, dat de regering opriep om bij een volgende soevereiniteitsoverdracht aan de Europese Unie een referendum te houden. Momenteel verzamelt het comité handtekeningen voor een referendum over het Associatieverdrag van Oekraïne met de EU.

Väyrynen staat er om bekend niet bang te zijn om tegen de stroom in te gaan. Zo streek hij in 2008 het Finse politieke establishment tegen de haren in door te wijzen op het feit dat de Russisch-Georgische oorlog was veroorzaakt door de Georgische aanval op Russische vredeshandhavers in Zuid-Ossetië. Hij benadrukte bij die gelegenheid nog eens het belang van de Finse neutraliteit en zijn oppositie tegen een eventueel NAVO-lidmaatschap van Finland.

Posted on

Eenzijdige EU-sponsoring voor links-liberale lobbyisten

Zaterdag schreef Johannes de Jong, woordvoerder van het Platform voor Fundamentele Rechten en Vrijheden in de EU, in het Reformatorisch Dagblad al, dat er “teveel op het spel staat om op 22 mei niet te gaan stemmen”. In het onderstaande artikel gaat hij voor Novini dieper in op de links-liberale lobby die achter voorstellen zit die christenen maar ook anderen zorgen zouden moeten baren: “De EU financiert eenzijdig een links-liberale lobby richting de eigen instellingen.” 

„Het Europees Parlement benadrukt dat de EU, binnen de EU en waar van toepassing in haar buitenlandbeleid, moet waarborgen dat er wetten worden gewijzigd, vastgesteld of juist ingetrokken ter naleving en bescherming van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten” (bedoeld wordt het recht op abortus).

„Het Europees Parlement benadrukt dat de lidstaten de verwijzing naar gewetensbezwaren in de belangrijkste beroepen moeten reguleren en controleren om ervoor te zorgen dat reproductieve gezondheid gegarandeerd is als recht” (bedoeld wordt een verbod op het weigeren van het uitvoeren van abortus).

„Het Europees Parlement benadrukt dat doeltreffende en uitgebreide seksuele voorlichting staat of valt met de deelname van jongeren, in samenwerking met andere belanghebbenden, zoals ouders, aan de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van de programma’s; pleit ervoor om bij seksuele voorlichting voorlichters van dezelfde leeftijd in te zetten als beproefd middel om jongeren zelfredzaam te maken” (bedoeld wordt verplichte seksuele voorlichting aan en door jongeren).

„Het Europees Parlement herinnert lidstaten eraan dat zij ervoor dienen te zorgen dat kinderen en jongeren hun recht op  onpartijdige, specifiek op leeftijdsgroep en geslacht afgestemde informatie ten aanzien van seksualiteit – zoals seksuele geaardheid, genderidentiteit en genderexpressie – daadwerkelijk kunnen genieten” (met „genderexpressie” wordt bedoeld dat jongeren voorgelicht moeten worden dat het verschil tussen man en vrouw niet echt bestaat en je dus je eigen seksuele identiteit bij elkaar kunt knutselen).

Lobby
Bovenstaande is een greep uit de voorstellen uit het zogeheten Estrela-rapport, dat slechts zeven stemmen (op de 766) tekortkwam om te worden aangenomen door het Europees Parlement. Dat laat zien wat er op 22 mei, de dag van de Europese verkiezingen, op het spel staat. Een machtige lobby van NGO’s werkt er hard aan om deze ideeën met tal van voorstellen te realiseren.

Deze lobby hoopt dat mensen deze agenda stilzwijgend over zich heen laten komen. Wie zwijgt stemt daarmee in met wat ze willen bereiken: een hyper-individualistische agenda van seksuele rechten die ten koste gaat van de grondrechten van de EU, zoals het recht op leven, gezinsleven, gewetensvrijheid en onderwijsvrijheid (vastgelegd in het ”Handvest van de grondrechten van de Europese Unie”). Deze Europese grondrechten moeten in het Europees Parlement verdedigd worden tegen een lobby die de grondrechten met voeten treedt en ingrijpt in fundamentele vrijheden in de lidstaten.

Daaruit blijkt meteen ook de misvatting van de Landelijke Stichting ter bevordering van de Staatkundig Gereformeerde beginselen, zoals uitgedragen in RD 10-5. Wie Bijbelse waarden in Nederland wil verdedigen stemt 22 mei ChristenUnie-SGP. Wie op die dag zwijgt en niet stemt, stemt in het licht van de feiten wel degelijk toe in het wegdrukken van christelijke waarden en grondrechten in Nederland vanuit de EU. De genoemde lobby wil dat er stappen gezet worden naar een superstaat die zich met al deze zaken zou moeten gaan bemoeien. Daarbij mengt men zich in zaken die persoonlijk en intiem zijn en ingrijpen in het gezinsleven. Om deze agenda te keren is het dus nodig om zowel voor leven, gezin en vrijheid te kiezen als tegen een Europese superstaat. En dat is precies wat de CU-SGP doet.

 

Eenzijdige EU-sponsoring voor links-liberale lobbyisten
De bovengenoemde lobby is geen hersenspinsel uit een complottheorie. Het gaat om concrete organisaties die concreet gezamenlijk actie ondernemen. Dit is glashelder te zien in hun gezamenlijke stellingname in gezamenlijke persberichten over rapporten (zoals het Estrela rapport) en Europese discussies. Concrete voorbeelden van laatstgenoemde categorie zijn de statements over het ‘One of Us’ Europees Burgerinitiatief of (eerder) de benoeming van Tonio Borg als Eurocommissaris. Voorbeelden van gezamenlijke statements kunnen hier (Estrela rapport) en hier (‘One of Us’) gelezen worden.

In de lijst van organisaties springen er een aantal uit, te weten IPPF-European Network, Marie Stopes International, ILGA Europa en de European Women’s lobby. Volgens het Europees transparantieregister ontving in 2012 de IPPF € 283.444,- , European Women’s Lobby € 877.731, ILGA Europa € 1.025.000,-  en als klap op de vuurpijl € 102.000.000,- voor Marie Stopes International (nee niet per ongeluk drie nullen teveel getypt). De Novini-redactie heeft de bewijsstukken van deze cijfers.

Lobbyen is niet per definitie problematisch. EU-financiering voor een NGO ook niet. Wat hier wel problematisch is, is de ondemocratische onevenredigheid. Het is klip en klaar dat dit een politiek getinte lobby is. Een blik op de website van bijvoorbeeld de IPPF maakt dit overduidelijk met alle oproepen richting de verkiezingen. Pro-life lobby’s krijgen echter geen cent van de EU, daar ligt het probleem. Kortom, de EU financiert eenzijdig een links-liberale lobby richting de eigen instellingen. Een sterk voorbeeld is de European Women’s Lobby waarvan de EU-financiering en de kosten van de lobby gelijk zijn.

Dat de pro-life lobby geen cent krijgt is geen ‘geklaag’. Ongeacht hoe iemand denkt over abortus is het voor iedereen een probleem dat de EU zo eenzijdig ondemocratisch te werk gaat. Het zou de Europese instellingen zelf zorgen moeten baren dat zij hun ondemocratische imago zo verder versterken.

Wat nog vreemder is, is dat de EU een eenzijdige lobby financiert die met voorstellen komt die heel duidelijk in tegenspraak zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De EU financiert hiermee een lobby tegen de eigen fundamentele rechten en vrijheden van de EU. Ook voor atheïsten die misschien geen enkel probleem hebben met abortus (etc.) zou het toch moeten uitmaken dat de EU een lobby financiert die de vrijheid van geweten onder druk wil zetten. Het gaat hier om grondrechten die niet selectief, al naar je politieke voorkeur, aan de kant gezet kunnen worden. Als je dat doet op één beleidsterrein, wat is dan het volgende?

Wat tenslotte helemaal vervreemdend werkt is de herhaalde opmerking van Europarlementariërs (zoals mevrouw In ’t Veld) die glashard beweren dat deze lobby’s nog meer steun moeten krijgen omdat Amerikaanse miljardairs zoveel geld toeschuiven naar de pro-life lobby. Dit terwijl organisaties als IPPF en Center for Reproductive Rights miljoenen ontvangen van de foundations van (jawel!) Amerikaanse miljardairs. Maar dat zijn natuurlijk ‘de goede miljardairs’. De IPPF ontving in 2013 alleen al rond 10 miljoen dollar uit deze fondsen, die ook naar IPPF Europa gingen. De vraag is waarom de EU daar nog meer dan een kwart miljoen aan subsidie bovenop moet doen.

We zien hier een ideologische, eenzijdige keuze vanuit de Europese instellingen die op zijn minst vraagt om een democratische correctie. Maar dit tegengeluid zal niet komen vanuit de partijen die geen moeite hebben met deze agenda. Het zal dus moeten komen van de enige lijst die consistent tegen deze lobby in gestemd en gewerkt heeft en dat is de ChristenUnie-SGP-lijst.

Uit al het bovengenoemde blijkt glashelder op welke terreinen het debat plaatsvindt en waar we onze stem moeten laten horen. Daarom roept het Platform voor Fundamentele Rechten & Vrijheden in de EU mensen op om wel te gaan stemmen. Het Europees Parlement wordt kleiner, van 766 naar 751 Europarlementariërs. De marges worden kleiner en het gewicht van onze stem daarmee alleen maar groter. De vraag is niet of we voor of tegen Europese invloed zijn op nationaal beleid, maar of we met onze stem tegenwicht zullen geven of niet.

Posted on

“De EU is er niet om oorlog te voeren”

Eerder berichtte Novini reeds over een nieuw initiatief voor een christelijk-conservatieve partij in Oostenrijk onder de naam Die Reformkonservativen (REKOS). Michiel Hemminga interviewde twee jonge mannen die betrokken zijn bij dit initiatief, Alexander Tschugguel en Johann Kuefstein.

De interesse voor de politiek werd bij beiden al op jonge leeftijd gewekt. Toen Alexander 16 was kwam hij toevallig in contact met de voorzitter van de JES, een katholieke studentenorganisatie, waar hij een cursus volgde. Die cursus, die zich met fundamentele beginselen bezig hield, zou een van de aanleidingen zijn voor Tschugguels latere politieke engagement, in eerste instantie in de universiteitspolitiek.

Voor Johann was het zijn grootvader, die historicus was, die hem de hartstocht voor de politiek en de geschiedenis deed ontdekken. Kuefstein studeert dan ook politieke wetenschappen en geschiedenis aan de Universiteit van Wenen, een studie die hij in de loop van dit jaar hoopt af te ronden. In zijn studie focuste hij zich onder andere op de politieke geschiedenis van Oostenrijk in de 19e eeuw. Via Johanns betovergrootvader (Franz Graf von Kuefstein) heeft zijn familie trouwens een nauwe betrokkenheid bij de katholieke sociale leer en met name de eerste sociale pauselijke encycliek Rerum Novarum. “Zaken die helaas veel mensen niets meer zeggen.” Kuefstein heeft dan ook de ambitie om de actualiteit van deze encyclieken voor de hedendaagse politiek duidelijk te maken en op basis daarvan te laten zien dat er ook een ander sociaal beleid mogelijk is dan het socialistische.

Zowel Tschugguel als Kuefstein is bij het nieuwe partijinitiatief betrokken geraakt doordat ze Ewald Stadler al kenden. Stadler is lid van het Europees Parlement. Hij werd gekozen voor de BZÖ, een afsplitsing van de FPÖ. Later keerde Stadler zich van de BZÖ af vanwege de liberale koers. Tschugguel kende Stadler van de zondagse mis: “Toen duidelijk werd dat hij geen kandidaat meer zou zijn voor de BZÖ, heb ik er bij hem op aangedrongen deze gelegenheid aan te grijpen om een nieuwe, conservatieve partij op te richten.” Dat heeft uiteindelijk geleid tot de oprichting van de Reformkonservativen en het betrekken van gelijkgestemden zoals Kuefstein.

Tschugguel en Kuefstein hebben hoge verwachtingen van het initiatief. Hun eigen rol zien ze vooral in het werven voor Stadler en de nieuwe partij. Kuefstein wil daarbij met name inzetten op het aan het denken zetten van mensen: “Het is toch bedenkelijk dat men zich als politicus niet op zijn christelijke wortels kan beroepen en dat alles wat christelijk is een negatieve lading heeft. Scheiding van kerk en staat heeft daar niets mee te maken. Stel je voor dat we de leden van de SPÖ een scheiding van staat en socialisme zouden voorschrijven, zodat ze geen politiek zouden mogen voeren op basis van deze ideologie.”

“Het hele politieke spectrum tendeert naar links.”

 

Beide heren zijn zeer overtuigd van de noodzaak van een nieuwe conservatieve partij. “Vanouds hebben conservatieven in Oostenrijk twee opties”, aldus Tschugguel: “Ten eerste de ÖVP, vandaag de dag een centrumlinkse partij, die het voor elkaar krijgt zich iedere volgende verkiezing nog weer een stukje kleurlozer te presenteren. Ten tweede de FPÖ, een nationalistische partij, waarvan het sociaal-culturele beleid grotendeels er mee door kan, maar waarvan het economische beleid nauwelijks te onderscheiden is van dat van de socialisten.” Het hele politieke spectrum tendeert kortom naar links, zo vat Kuefstein samen. “Daarom is het nodig traditionele christelijke waarden weer op de voorgrond te zetten, zodat er een echt alternatief is.”

Steun voor REKOS moet volgens Kuefstein dan ook te vinden zijn in allerlei kleine groepen en verbanden van mensen die zich niet kunnen vinden in de status quo, diverse christelijke organisaties, pro-life- en gezinsorganisaties, maar bijvoorbeeld ook tegenstanders van een Europese schuldenunie en voorstanders van de Oostenrijkse neutraliteit. Oostenrijk is bijvoorbeeld geen lid van de NAVO, maar heeft recent wel treinen met tanks doorgelaten. Die tanks waren onderweg naar het aan Oekraïne grenzende Hongarije. Stadler is echter de enige Oostenrijkse politicus die bekritiseert heeft dat de Oostenrijkse regering op deze ongeloofwaardige manier met de formele neutraliteit van het land omspringt.

Gevraagd naar het versplinterde partijpolitieke landschap in Oostenrijk, vooral onder de eurosceptische partijen, vertelt Kuefstein dat al verscheidene actieve leden van Team Stronach (een rechts-liberale eurosceptische partij, red.) de overstap naar REKOS gemaakt hebben. Voor de BZÖ, die in de verkiezingen aantreedt met een lijsttrekker waarvoor de liberale NEOS bedankte, ziet hij ook weinig toekomst, ook al omdat die sinds kort nota bene toetreding tot de NAVO bepleit. “Ik ben er zeker van dat 42 REKOS-kandidaten en honderden activisten veel kiezers voor onze ideeën zullen weten te winnen!”

De kansen van de pas opgerichte partij om een zetel in het Europees Parlement te bemachtigen lijken echter gering. REKOS moet opboksen tegen gevestigde partijen die veel gemakkelijker toegang hebben tot de media, de partij is in de peilingen vooralsnog dan ook niet verder gekomen dan 2%. Kuefstein ziet het glas echter half vol: “Er zijn veel teleurgestelde kiezers en niet-stemmers, de conservatieven onder hen hebben nu een geloofwaardig alternatief.” Ook het kwakkelende Team Stronach is een vijver waarin Kuefstein denkt te kunnen vissen, getuige de activisten die overkomen.

 

Volgens Tschugguel gaat het ook niet per se om het Europese Parlement, de verkiezingen zijn belangrijk om de partij bekend te maken. Hij is er zeker van dat ze op termijn doorbreekt in de Oostenrijkse politiek. Kuefstein beaamt dat: “Het is een lange-termijnproject, het groeit langzaam maar gestaag. Na de verkiezingen voor het Europees Parlement, zullen we aan de verkiezingen voor het nationale parlement deelnemen.”

“We moeten terug naar de bevoegdheidsverdeling van voor het Verdrag van Maastricht.”

 

De hoofddoelen zijn wat Kuefstein betreft duidelijk: “Ten eerste moeten de overmachtige EU-instellingen macht teruggeven aan de lidstaten. We moeten terug naar de bevoegdheidsverdeling van voor het Verdrag van Maastricht. Ten tweede moeten we als neutraal land de militaire unie voorkomen; de EU is er niet om oorlog te voeren. De Oostenrijkse betalingen aan het Europese Defensieagentschap moeten stopgezet worden en aan de invloed van de NAVO op de EU moet ook een einde komen. Ten derde gaan we voor de bescherming van het ongeboren leven en willen we dat de eisen van het grootste Europese Burgerinitiatief One of us worden doorgezet. De financiering van abortus door de Europese Commissie moet onmiddellijk gestopt worden. Als de EU niet tegemoet komt aan dit burgerinitiatief dan moet Oostenrijk de geldkraan dichtdraaien.”

Posted on Leave a comment

Burgerforum EU bereikt drempel van 40.000 handtekeningen

Burgerforum EU, een burgerinitiatief dat oproept tot het houden van een referendum bij toekomstige overdracht van nieuwe bevoegdheden aan de EU, heeft de drempel van 40.000 ondersteunende handtekeningen ruimschoots overschreden.

“Ons Burgerinitiatief om een referendum aan te vragen zodat wij kunnen stemmen over de (sluipende) overdracht van bevoegdheden aan de EU is nog geen maand oud en nu al ondersteunen 40.000 Nederlanders het! Dat is geweldig nieuws en we zijn iedereen die ons heeft gesteund ontzettend dankbaar”, zo schrijven de initiatiefnemers op hun website. Ze schrijven verder dat de Tweede Kamer nu wettelijk verplicht is om zich over deze kwestie te buigen, de Tweede Kamer kan echter ook besluiten om geen gehoor te geven aan de oproep. Burgerforum EU roept dan ook degenen die nog niet getekend hebben op om alsnog te tekenen, zodat er door de ruimere ondersteuning een nog krachtiger signaal van uitgaat.

Burgerforum EU is een initiatief van diverse academici, journalisten en publicisten, waaronder de rechtsfilosoof Thierry Baudet die recent promoveerde op een proefschrift dat in populaire bewerking verscheen als ‘De aanval op de natiestaat’, filosoof Ad Verbrugge, hoogleraar culturele economie Arjo Klamer (boekbespreking) en René Cuperus, auteur van ‘De wereldburger bestaat niet’ (boekbespreking). De tekst van de petitie luidt als volgt:

In 2005 stemde ruim 61% van de Nederlandse bevolking tegen de Europese Grondwet. Toch is de macht van de EU sindsdien sterk toegenomen. Ook de eurocrisis leidt weer tot ingrijpende machtsoverdracht van Nederland aan de EU, onder meer op het gebied van begroting en budget.

Op nationaal niveau blijft steeds minder politieke zeggenschap over. De democratie raakt steeds verder uitgehold.

Dit kan niet zonder uitdrukkelijke instemming van de bevolking.

In de krachtigste bewoordingen roepen wij Parlement en Regering op om gehoor te geven aan onze wens,

  1. dat de sluipende overdracht van bevoegdheden aan de EU stopt.
  2. dat indien toch nieuwe bevoegdheden worden overgedragen, een referendum wordt gehouden waarin de Nederlandse bevolking zich over die bevoegdheidsoverdracht kan uitspreken.

Het burgerinitiatief kan ondersteund worden op www.burgerforum-eu.nl  Daar is ook meer informatie te vinden over het burgerinitiatief en links naar opiniestukken en media-optredens van de diverse initiatiefnemers.

burgerforumeu

Posted on Leave a comment

Europees burgerinitiatief voor bescherming van het leven

Pro-lifeorganisaties uit verschillende EU-lidstaten zijn onder de titel ‘Eén van ons’ een zogenaamd ‘Europees Burgerinitiatief’ begonnen om aandacht te vragen voor de beschermwaardigheid van het ongeboren leven. Het initiatief wordt tevens ondersteund door diverse prominenten uit politiek en samenleving.

Lancering van het Europees Burgerinitiatief in het kantoor van het Europees Parlement in Madrid. Op de foto onder andere Jaime Mayor Oreja (tweede van rechts), oud-minister van Binnenlandse Zaken en momenteel hoofd van de PP-delegatie in het Europees Parlement.
Lancering van het Europees Burgerinitiatief in het kantoor van het Europees Parlement in Madrid. Op de foto onder andere Jaime Mayor Oreja (tweede van rechts), oud-minister van Binnenlandse Zaken en momenteel delegatiehoofd van de conservatieve Partido Popular in het Europees Parlement.

Op basis van een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin het embryo als het begin van de ontwikkeling van menselijk leven werd aangeduid, vraagt het initiatief de EU om “de financiering van activiteiten te beëindigen die de vernietiging van menselijke embryo’s veronderstellen, in het bijzonder met betrekking tot de domeinen van onderzoek, ontwikkelingshulp en volksgezondheid.” Dit kan worden gedaan door een verandering in het financiële reglement van de EU dat de besteding van het EU-budget bepaalt.

Wanneer het burgerinitiatief wordt ondersteund door 1 miljoen burgers uit ten minste 7 lidstaten kan het worden aangeboden aan de Europese Commissie.

Meer informatie over het initiatief is te vinden op: http://www.oneofus.eu/nl/