Posted on

Tweede congres GIVN: ‘Een eerlijke kijk op geopolitiek’

Na een goed bezocht en inhoudelijk geslaagd eerste congres in mei van dit jaar, organiseert het Geopolitiek Instituut Vlaanderen Nederland (GIVN) op 17 november aanstaande zijn tweede congres onder het thema ‘Een eerlijke kijk op geopolitiek’. Sprekers zijn Willy Van Damme, Robert Steuckers en Jonathan van Tongeren.

Willy Van DammeDe Vlaamse journalist Willy Van Damme staat onder andere bekend om zijn analyses van de oorlog in Syrië. Op het congres van het GIVN zal hij dan ook spreken over de laatste fase van die oorlog.

 

Robert SteuckersDe Belgische nieuwrechtse geopoliticoloog en essayist Robert Steuckers schreef recent een trilogie over de geopolitiek van Europa en zal op het congres in Leuven ook over dat onderwerp spreken.

 

De Nederlandse geopoliticoloog en slavist Jonathan van Tongeren zal ten slotte aan de hand van de oude en nieuwe zijderoutes spreken over geopolitiek als drijvende factor in de wereldgeschiedenis, waarbij tevens veel voorkomende misvattingen over geopolitiek behandeld zullen worden.

 

Op het eerste congres van het GIVN, in mei van dit jaar, spraken onder andere de Duitse journalist Manuel Ochsenreiter, de Vlaamse pater Daniël Maes en de Nederlandse filosoof en uitgever Tom Zwitser. Van de lezingen van Maes en Zwitser zijn opnames gemaakt, die hier en hier terug te zien zijn.

Praktische informatie over het tweede congres van het GIVN op 17 november aanstaande is hier te vinden: https://www.facebook.com/events/492674321250533/

Posted on

Ruimterevolutie: Hoe de walvisjacht ons wereldbeeld veranderde

Het boek Land en zee van de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt is een opvallende afwijking van zijn gebruikelijke discours. In zijn andere werken schrijft hij vooral over recht, politiek en direct aanverwante zaken. Een voorbeeld is het boek Die geistesgeschichtliche Lage des heutigen Parlamentarismus waarin Schmitt in 1923 de parlementaire democratie van de Weimarrepubliek bekritiseert. Bekender is het werk Der Begriff des Politischen waarin hij de politiek tot wij-zij tegenstellingen herleidt. In Land en zee gaat hij echter op heel andere zaken in.

Wat is de aarde eigenlijk en hoe komt het dat we de aarde zien zoals wij die zien? Hoe komt het dat wij anno 2018 de aarde zien als een groen-blauwe bol in een oneindige ruimte? Hoe kan dat zo verschillen van het wereldbeeld van andere volkeren? Volgens Carl Schmitt ligt hier een zogenoemde “ruimterevolutie” aan ten grondslag en die heeft alles te maken met de manier waarop onze voorouders naar hun wereld keken.

De eersten die de omslag maken zijn de oude Grieken in de klassieke Oudheid. Griekenland bestaat uit vele stadstaten, maar de zeemacht Athene en de landmacht Sparta steken in deze Griekse wereld boven allen uit. Het denken van de Grieken veranderde van een volk dat zich enkel met landbouw bezighield naar een zeemacht, omdat het op een gegeven moment het gehele oostelijke deel van de Middellandse zee ging beheersen. De Grieken waren opgesloten in deze context en ze misten de mankracht om hieruit te breken.

Pas toen het Romeinse Rijk uitdijde naar het tegenwoordige Frankrijk en dus naar de Atlantische oceaan, wist de klassieke Oudheid uit deze kooi te breken in de eerste eeuw van onze jaartelling. Maar toen was het eigenlijk al gedaan. Het Romeinse Rijk stortte zichzelf daarna in chaos en er was onder Romeinse leiding geen paradigmaverschuiving.

In de middeleeuwen was heel Europa, van het noorden tot het hele zuiden, opgemaakt uit verschillende agrarische staten. Aan de randen van deze boerenstaten werd er visserij bedreven. Met de Bijbel in de hand werden de Germaanse volkeren van noord tot zuid bekeerd tot het Christendom. De ruimte op de aarde is wat de Middeleeuwers betreft een heleboel land en een heleboel agrarische producten op dat land. Tot het einde van de middeleeuwen is er geen echte verandering in deze zienswijze.

In het Oude Testament is er een mythisch zeedier te vinden, de leviathan (Job, hoofdstuk 40 en 41), en leviathan gaat een grote rol spelen in de omslag van het besef van ruimte van de Germaanse volkeren in Europa. De leviathan, meestal afgebeeld als walvis, lokt de vissers van Europa de zee op omdat deze vis zich niet laat vangen aan de kust. Zonder de walvisjacht zouden de Europese vissers in een smalle strook van de kust zijn gebleven. Het besef van de ruimte op aarde verandert onder druk van de walvisjacht razendsnel. Carl Schmitt beschrijft dit fenomeen als een “ruimterevolutie”. De ruimte waarin men denkt te leven verandert van landmassa naar land- en zeemassa.

Ook de middelen om zich op de zee te begeven veranderen. De galei van de Klassieke wereld worden afgedaan en schepen die de wind opvangen met zeilen doen hun intrede. Men kan veel verder en veel sneller zich op zee begeven. Er wordt een nieuw continent ontdekt en daarmee nieuwe handel, nieuwe regels, nieuwe innovaties. Ongeveer tussen de jaren 1490 en 1600 vinden deze veranderingen plaats. Het besef van de ruimte waarin men denkt te leven verandert en de middeleeuwse ordening der dingen komt definitief ten einde. Hulpeloos rolt de Europese beschaving een nieuw tijdperk binnen.

Het begin is nog wat onhandig. Er gebeurt ook iets geks met Engeland. Vooral Engeland is in de middeleeuwen ook een boerenstaat die zich voornamelijk bezighoudt met schapen, textiel en Frankrijk proberen te veroveren. Het protestantse Engeland draait zijn rug naar het continent Europa en richt zich op de zee. Met zo’n succes zelfs dat het de katholieke landen Spanje en Portugal inhaalt. De heerschappij van de zee is van niemand of iedereen. Maar eigenlijk vooral van één land: Engeland. Dit Germaanse volk beheerst in de negentiende eeuw de zee, de zeehandel en daarmee de wereld. Zozeer zelfs dat Engeland zichzelf niet meer als Europese macht ziet.

We belanden aan in de 20e eeuw en dan vindt een tweede ruimterevolutie plaats. Het oudtestamentische monster, Leviathan, is niet meer zozeer een vis, maar een ijzeren monster in de vorm van een modern slagschip. De overgang van stoomboot naar modern slagschip is niet kleiner dan de overgang van galei naar zeilschip, verklaart Carl Schmitt. Duitsland en enkele andere landen zijn industriële machten geworden en kunnen net zo produceren als Engeland. Hiermee komt de onbetwiste heerschappij over de zee door Engeland ten einde.

Land en Zee is een bijna dichterlijke beschrijving van deze gigantische veranderingen. Het zijn mooie woorden die laten zien hoe het komt dat de Europese beschaving andere volkeren ontdekte en dat het niet die andere volkeren zijn geweest die ons ontdekt hebben.

Carl Schmitt ~ Land en Zee

Posted on

“Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.”

“Kakistocracy, een 374 jaar oud woord, is zojuist opgenomen in het woordenboek.” Aldus kopte The New York Times op 13 april 2018. Wat bleek? Voormalig CIA-directeur John O. Brennan had een tweet de wereld ingestuurd waarin hij president Donald Trump toebeet: “Jouw kakistocratie staat op instorten na de bedroevende weg die deze heeft afgelegd.”

Omdat vrijwel niemand begreep wat Brennan bedoelde met ‘kakistocracy’, gingen zijn Twitter-volgers massaal op zoek naar de betekenis van het woord. Bij online-woordenboek Merriam-Webster vingen ze aanvankelijk bot, maar de redactie liet er geen gras over groeien en voorzag de zoekers alsnog van een uitleg. ‘Kakistos’ is oud-Grieks voor ‘slechtsten’ en kratos’ betekent ‘macht’. Een kakistocratie betekent dus dat de slechtsten aan de macht zijn. Het tegenovergestelde van een aristocratie, waarin de besten (aristos) het voor het zeggen hebben.

Volgens Tjeerd Andringa, universitair hoofddocent cognitiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn westerse democratieën niet vrij van kakistocratische elementen. Dit zou onder meer blijken uit de banden die inlichtingendiensten onderhouden met terroristische groeperingen en pedofielennetwerken. Om een bestuursvorm te krijgen van en voor het volk is niet minder dan een psychologische revolutie nodig. Mensen moeten leren inzien dat ze zoveel beter af zouden zijn als ze hun lot in eigen hand namen en zich niet langer afhankelijk stelden van incapabele,  machtswellustige, of zelfs kwaadaardige autoriteiten. Self-empowerment, burgers die zichzelf in hun kracht zetten, is de sleutel tot een betere wereld.

Andringa heeft een eigen website, Geopolitics and Cognition, die weliswaar al sinds een paar jaar niet meer actief beheerd wordt, maar een interessant inkijkje biedt in Andringa’s politiek-psychologische inzichten. De website was een hobbyproject, en staat los van Andringa’s werkzaamheden aan de universiteit, waar hij studenten helpt op academisch niveau te leren denken en begrijpen.

Deelt u de mening van voormalig CIA-directeur Brennan? Is de regering Trump een kakistocratie? 

[pullquote]Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers.[/pullquote]

Er zitten ongetwijfeld kakistocratische elementen in de Amerikaanse regering, maar dat was onder de voorgangers van Trump niet anders. Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers. Dat zag je duidelijk bij Obama. Die werd wel genoemd teleprompter in chief, omdat hij weinig meer leek te doen dan het oplezen van teksten van een schermpje. Alles van enig belang komt niet bij zo’n president vandaan. Het begint er al mee dat je geen kans maakt op het presidentschap zonder brede financiële en andere steun van de Deep State, de permanente machtsbasis in de VS waaraan de Council of Foreign Relations een groot deel van de bemensing levert.

Niks nieuws onder de zon dus met Trump?

Trump was een ongeleid projectiel. Het was niet de bedoeling dat hij president zou worden. Het is hem toch gelukt, omdat hij met z’n vele geld in staat was zelf zijn campagne te betalen, en ook door zijn botte charme, die hij voor een groot deel van de Amerikanen heeft. Dat was bedreigend voor het bestel. Ze hebben Trump nu onder controle gekregen, door mensen om hem heen te zetten die hem voeden met ideeën, waardoor hij geen dingen doet die teveel in strijd zijn met wat het bestel eigenlijk wil. John Bolton zie ik als een typische vertegenwoordiger hiervan. Hij is in april van dit jaar naar voren geschoven als veiligheidsadviseur van Trump. Hij is nauw verbonden met het neocon-netwerk, dat destijds de oorlog tegen Irak in gang heeft gezet door volstrekt ongegronde beschuldigingen te verzinnen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het land. Een oorlog op leugens baseren is typisch kakistocratie. En ook dat een samenleving zoiets accepteert is typerend voor een kakistocratie.

Psychopaten zijn volgens u oververtegenwoordigd in hogere kringen? Zij vormen de kern van elke kakistocratie?

Als een systeem kandidaten voor een toppositie selecteert op basis van het vermogen om koste wat kost resultaten te krijgen, dan kun je verwachten dat er veel intelligente en gewetenloze personen tussen zitten die precies weten wat ze moeten doen om een respectabel aanzien te verwerven. Zo’n systeem selecteert op intelligentie en psychopathie. Want psychopaten hebben een amper ontwikkeld geweten. Probleem daarbij is dat weinig psychopaten capabel genoeg zijn voor hoge posities. Het kost dus moeite om ze te vinden en op te leiden.

In een interview heeft u de term kakistocratie genoemd in verband met pedofielennetwerken. Volgens u oefenen inlichtingendiensten macht uit door mensen op hoge posities te plaatsen die chantabel zijn.

Om mensen op machtsposities onder controle te houden is het belangrijk dat ze chantabel zijn. Anders hebben ze te veel vrijheid en doen ze wellicht wat ze zelf belangrijk en moreel vinden. Dat is nu precies wat moet worden voorkomen. Het is daarom een  standaard werkwijze van inlichtingendiensten en andere netwerken om mensen te selecteren op chantabiliteit.

Het is een beproefde tactiek van inlichtingendiensten om personen in compromitterende situaties te brengen, de zogeheten honey trap. Maar u stelt dat hiervoor zelfs kinderen worden ingezet?

Dat hangt ervan af wat je wilt. Als je de meest gewetenloze mensen zoekt, die in staat zijn de meest kwetsbare individuen probleemloos te misbruiken, dan vormen seksfeesten met kinderen een prima selectiemechanisme. Personen die deelnemen aan dit soort evenementen, zijn zich er van bewust dat ze op deze manier chantabel worden gemaakt. Maar het maakt ze niet uit, omdat ze hiermee tegelijkertijd toegang krijgen tot machtsposities waar ze anders nooit in terecht zouden kunnen komen. Het is dan een soort initiatieritueel.

Het zal voor iedereen inmiddels bekend zijn dat er talloze bewezen gevallen zijn van pedofielen in hogere kringen. Maar waaruit blijk dat deze personen hebben deelgenomen aan seksfeesten georganiseerd met de bedoeling ze te rekruteren?

Daar hebben we alleen maar veel anekdotisch bewijs voor. Er zijn heel wat getuigenissen van kinderen die claimen misbruikt te zijn op feesten en ook gevallen waarbij overheden op allerlei manieren hebben geprobeerd politieonderzoek te ondermijnen. Zie onder meer de Dutroux-affaire in België, het Franklin-schandaal in de VS en een groot aantal schandalen in het Verenigd Koninkrijk rond onder anderen media-persoonlijkheid Jimmy Savile en voormalig premier Edward Heath. Juridisch bewezen zijn deze affaires niet omdat ze altijd ergens stranden. Maar waarschijnlijk lijkt het wel. Overheden lijken beter te zijn in het in de doofpot stoppen van de eigen kwalijke praktijken dan in het aanpakken ervan.

U stelt ook dat inlichtingendiensten aanslagen faciliteren die worden toegeschreven aan extremistische moslims?

Vast niet alleen inlichtingendiensten maar ook andere netwerken. Zeker is dat geheime organisaties aanslagen hebben gepleegd op de eigen bevolking. Operatie Gladio is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat was een geheim netwerk in Europa van rechtsextremistische groepen, dat gesteund werd door de CIA en de NAVO, en dat in Italië aanslagen heeft gepleegd op de burgerbevolking. Er is een groot aantal boeken over en ook een prima BBC-documentaire, getiteld Operation Gladio.

Wat is de logica achter aanslagen op de eigen bevolking?

Van de Gladio-aanslagen in Italië weten we dat het de bedoeling was het angstniveau van de bevolking te vergroten en te voorkomen dat de communisten te machtig werden. Want wat doen mensen als ze bang worden voor aanslagen? Dan richten ze zich voor hun bescherming tot de overheid. Die moet maatregelen nemen om verdere aanslagen te voorkomen.

Maar u stelt dus dat, voor het plegen van aanslagen in eigen land, rechts-extremistische groepen zijn verruild voor extremistische moslims?

[pullquote]Aanslagen leiden altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.[/pullquote]

Daar lijkt het wel op. Er is een belangrijk principe in politieonderzoek: cui bono, wie heeft er voordeel van? Ik zie geen enkel politiek of militair nut voor moslims en zelfs niet voor moslimextremisten. Die aanslagen leiden wel altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.

Bij moslims telt niet alleen het politieke en militaire nut van hun daden. Het religieuze nut staat voorop.

Religieus nut is een wat rare term: een religie is vooral een moreel construct dat je helpt om de wereld te begrijpen en moreel gedrag te kiezen. Religieus besef kan heel rijk en includerend zijn, maar ook heel beperkt en excluderend. Fundamentalistische gelovigen, of ze nu christen, moslim, hindoe, of anders zijn, worden gekenmerkt door een beperkt begrip van de wereld: ze kunnen heel intelligent zijn, maar ze hebben grote moeite met diversiteit aan opinies. Ze nemen hun religieuze teksten letterlijk en iedereen die hun interpretatie niet deelt is een ketter en daarmee niet beschermenswaardig.

De Saoedische machthebbers hebben sinds het begin van de zeventiger jaren overal in Afrika en Centraal-Azië geïnvesteerd in wahabistische moslimscholen die zich vooral richten op het uit het hoofd leren en reciteren van de Koran. Niet de beste voorbereiding op een rol in moderne samenlevingen. Maar het is wel een prima kweekvijver voor moslimhuurlingen die je overal kunt inzetten, omdat de meeste mensen, moslim of niet, hun beperkte wereldbeeld niet graag willen delen. De wahabistische huurling beschermt niemand die zich niet heeft bekeerd tot hun religieuze interpretatie van de islam. Dat bekeren vinden ze moreel, het terugbrengen van diversiteit in religieuze interpretatie ook, desnoods met geweld. Precies zoals bij ons destijds de inquisitie.

Die wahabistische huurlingen zijn overal ingezet: Afghanistan, Tsjetsjenië, Bosnië, Somalië, Soedan, Indonesië, Pakistan, Irak, Libië, en nu al vijf jaar in Syrië. Dus ja, het religieuze nut staat zeker voorop, maar niet voor de religieuze fundamentalisten, en wel voor de mensen die hen inhuren voor geopolitieke doelen.

Het is geen geheim dat de VS en bondgenoten al sinds begin jaren tachtig moslim-extremisten inzetten als huurlingen in andere landen. Maar dat is niet hetzelfde als het faciliteren van aanslagen in eigen land. Ziet u bijvoorbeeld de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs als een false flag?

Ik kan me niet herinneren dat ik in het geval van Charlie Hebdo ooit solide forensisch bewijs heb gezien, dus ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Maar neem nu bijvoorbeeld dat paspoort dat onder een stoel van de vluchtwagen werd gevonden, pas 24 uur na de aanslag. Het Charlie Hebdo-verhaal bevat te veel elementen die mensen dingen laten concluderen die ze graag willen concluderen. In dit geval dat Al Qaida het had gedaan. De aanslag leidde weer tot meer macht voor de staat en de inlichtingendiensten. Dus het past in het patroon. Trouwens vlak voor de laatste verkiezingen in Groot-Brittannië waren er ook weer wat aanslagen. Zonder het psychologische effect van die aanslagen had premier Theresa May er mogelijk niet meer gezeten.

Ziet u 9/11 als een false flag?

Wat ik in ieder geval niet geloof is het officiële verhaal. Neem alleen al Gebouw 7, dat op 110 meter afstand stond van de Twin Towers. Het is niet geraakt door een vliegtuig, en toch is het in elkaar gestort. Je kunt dat moeilijk aan Al Qaida toeschrijven. Het is ongeloofwaardig dat Gebouw 7 precies door de staalconstructies viel die het overeind moesten houden. Het is net alsof het staal tijdelijk even in boter veranderde en daarna weer terug veranderde in staal. En twintig minuten voordat Gebouw 7 in elkaar stortte, vertelde een correspondente van de BBC het al op tv, met nota bene het toen nog fier overeind staande gebouw duidelijk zichtbaar op de achtergrond. Ik heb consistentie nodig om iets voor waar aan te nemen. En ook verifieerbare feiten om een theorie op te bouwen. Het officiële verhaal mist beide.

We hebben gezien waar 9/11 toe heeft geleid. De Amerikanen, en de Britten ook trouwens, hebben een groot deel van hun privacy en overige burgerrechten opgegeven, en ze lieten zich meesleuren in de oorlogen tegen Afghanistan en Irak. Het interessante is dat de plannen daarvoor al gemaakt waren ruim voor 9/11. Zo lag de Patriot Act, een antiterreurwet van zo’n 1000 pagina’s, al klaar om goedgekeurd te worden door het Congres. En een week na 9/11 hadden de VS al plannen klaarliggen om de regeringen van zeven landen in vijf jaar tijd aan te vallen en te vernietigen. Met Syrië zijn ze nog bezig en Iran staat nog op het wensenlijstje.

Kortom, aanslagen houden de kakistocratie in stand, tenzij we ophouden er bang voor te zijn?

Benjamin Franklin, de achttiende-eeuwse Amerikaanse politicus en wetenschapper, zei ooit: “Zij die bereid zijn essentiële vrijheden in te leveren, om een beetje tijdelijke veiligheid te verwerven, verdienen noch vrijheid noch veiligheid.” Ik denk dat hij daar helemaal gelijk in heeft. En trouwens, als je kijkt naar het lijstje van doodsoorzaken dan staat terrorisme ergens onderaan. Als je dan toch bang wilt zijn, wordt dan bang voor hart- en vaatziekten, kanker, verkeersongelukken en gladde badkamervloeren. Angst voor terrorisme is echt irrationeel.

Als kenmerk van een kakistocratie ziet u ook machthebbers die binnenlandse belangen offeren aan buitenlandse belangen?

John Perkins beschrijft in zijn boek Confessions of an Economic Hitman uit eigen ervaring hoe het Westerse financiële systeem invloedrijke personen in andere landen benadert, meestal mensen die daar geaccepteerd worden als leiders, om grote investeringen in die landen voor elkaar te krijgen. Vaak zijn die mensen bereid daarin mee te gaan, ondanks dat dit ten koste gaat van hun eigen land. Ze dienen dan de belangen van het Westen, omdat ze er zelf beter van worden.

Een Britse minister zei begin twintigste eeuw: ‘Wij controleren Egypte helemaal niet, wij controleren alleen maar hun leiders.’ Je controleert ze door ze bijvoorbeeld een opleiding in Cambridge te geven, zodat ze in een sociaal netwerk terecht komen waarbinnen de norm de Britse norm is. Terug in eigen land lijkt het dan alsof zo iemand zijn eigen land vertegenwoordigt, terwijl hij in feite bezig is Britse geopolitiek uit te voeren.

Je hoeft dus niet corrupt of chantabel te zijn om je eigen land te verraden?

Dat is inderdaad niet nodig. Internationaal denkende mensen lijken meer op elkaar dan op de mensen in hun eigen land. Hun norm is: internationaal, globaal, vaak progressief, denken. Erg aardige mensen allemaal. Maar ze zullen vooral keuzes maken binnen dat internationale systeem. Ook als ze leiders in hun eigen land worden. Als ze nationalistische keuzes gaan maken, dan raken ze de steun van de internationale gemeenschap kwijt. Dan komen de National Endowment for Democracy en andere non-gouvernementele organisaties naar hun land om de oppositie te steunen en onrust te stoken en ontstaan er problemen voor dat soort leiders. Totdat ze weer de dingen doen die ze geacht worden te doen, zoals IMF-hervormingen doorvoeren en World Trade Organisation-beleid uitvoeren.

U lijkt globalisering te zien als een negatieve ontwikkeling.

Een centraal geleide, uniforme wereld gaat ten koste van de individuele autonomie en houdt geen rekening met verschillen en mogelijkheden op lokaal niveau. Het leidt tot een verstikkende wereldbureaucratie die meer connecties heeft met de top van het internationale bedrijfsleven dan met de wereldbevolking.

Ik zou zeggen dat elk land, elke regio, zelfvoorzienend moet zijn en in 75 procent van de eigen basisbehoeften moet kunnen voorzien. Zo’n land kan daarnaast nog prima internationaal samenwerken. Maar het gebeurt dan vanuit lokale kracht, niet vanuit lokale zwakte.

Op Geopolitics and Cognition schrijft u dat veel mensen de ‘oncomfortabele waarheden’ op uw website als schokkend zullen ervaren.

Voor velen is het nieuw wat ik beschrijf. Dat is omdat ze via de mainstream media niet of nauwelijks met dit soort ideeën in contact komen. Veel mensen willen het ook niet weten. Vooral mensen die een beperkt begrip hebben van de wereld, zich netjes aan de regels houden en sterk leunen op autoriteiten. Die bewijs je geen dienst als je ze vertelt dat de autoriteiten wellicht totaal onbetrouwbaar zijn en mogelijk horen tot de slechtsten in de wereld. Je haalt dan de grond onder hun voeten weg.

Tegelijk vindt u het van groot belang dat mensen de spelletjes doorzien die er gespeeld worden op het wereldtoneel.

Ik vraag de lezers van de website: Waarvoor zet jij je in? Voor jezelf en voor alles waar je van houdt en waarmee je je verbonden voelt? Of voor een anonieme groep die jou in de val heeft gelokt met het spelen van een spel dat je niet volledig kunt overzien of begrijpt? Wellicht is onze huidige wereld een soort casino, dat zo is opgezet dat je gegarandeerd verliest. De Cyprioten zijn het grootste deel van hun spaargeld kwijtgeraakt en de Polen de helft van hun pensioenen. Dus waar hebben ze al die tijd voor gewerkt en gespaard? In elk geval minder in hun eigen voordeel dan ze altijd hadden gedacht. Dat kan in Nederland ook gebeuren.

[pullquote]De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden.[/pullquote]

Ik zeg dan: De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden. Als je besluit je leven door te brengen in een bubble van zalige onwetendheid, inschikkelijkheid en goedgelovigheid, dan is de kans groot dat daar misbruik van zal worden gemaakt en dat je wordt uitgebuit door dezelfde krachten die je onwetend en goedgelovig houden en inschikkelijk maken.

Door de machtsspelletjes aan de top te doorzien, stoot je minder snel je hoofd?

Ja, en je bent dan ook beter in staat bij te dragen aan een betere wereld. De Amerikaanse dichter Carl Sandburg zei ooit: “Eens beginnen ze een oorlog waar niemand komt opdagen.” En dat is een van de verborgen waarheden van de wereld waarin we leven: als wij ons niet langer lenen voor spelletjes die we bij voorbaat verliezen, zullen er geen oorlogen meer zijn, geen georganiseerde onderdrukking, geen dictatuur. Mensen moeten leren het verschil te zien tussen machtswellustige psychopaten en wijze leiders. Nog beter is het als ze geen leiders meer nodig hebben omdat ze zelf wijs genoeg geworden zijn.

U bent optimistisch gestemd over de invloed van het individu op de wereldpolitiek?

Ontwikkelingen op micro- en macroniveau zijn nauwer met elkaar verbonden dan mensen geneigd zijn te denken. Geopolitiek wordt weliswaar beïnvloed door wat er aan de conferentietafels van Bilderberg, Davos of elders wordt besproken, maar wordt uiteindelijk niet daar bepaald. Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel. Zie de Sovjet-Unie. Die is in elkaar geklapt omdat niemand er meer in geloofde. De mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben om de wereld te begrijpen zijn groter dan ooit. Dankzij internet is er een enorme hoeveelheid kwalitatief goede informatie voorhanden. Die is tussen alle rotzooi niet altijd even makkelijk te vinden. Maar de informatie is er, en is toegankelijker dan ooit. Als we ons door zelfstudie onafhankelijk maken van autoriteiten buiten onszelf, wacht de mensheid een zonnige toekomst met eindeloze mogelijkheden.

Een socialist zou nu zeggen: Als individu bereik je niks. Je moet je verenigen.

Dat lijkt me een slecht idee. Je mag je wel verenigen, maar je moet je nooit afhankelijk maken van een groot systeem. Want dan word je weer iemand die blind in een ideologie gelooft en conformistisch is, in plaats van kritisch-creatief.

U verkiest de weg van het anarchisme?

Nou ja, kijk. De biosfeer, de natuur, het leven zijn opgebouwd zonder centraal leiderschap. Dus laat overheden eerst maar bewijzen dat ze ook op lange termijn toegevoegde waarde bieden. Tot die tijd gebruik ik de behoefte aan een overheid als een maat voor een niet-ontwikkeld intellectueel vermogen.

Sommige diersoorten kennen alfa-mannetjes en vrouwtjes die het zaakje leiden.

Dat is zo. Maar daar heb je het over een ander soort leiderschap dan je doorgaans ziet in de mensenwereld. Een leidende rol in de dierenwereld krijg je alleen als je heel goed bent in het uitvoeren van een belangrijke taak. En niet door te netwerken of verkiezingen te houden.

U houdt zich bezig met stadslandbouw. Heeft dat een plaats in uw denken over geopolitiek?

Wij laten met de Stadsakker zien dat de boerderij van een eeuw geleden in essentie nog prima functioneert. Onze landbouw was vroeger volledig duurzaam. We nemen daar met de Stadsakker een voorbeeld aan en dat is ons al bijna gelukt.

De industriële landbouw bestaat nog maar 70 jaar. Die bestaat bij de gratie van groei, schuld en kosten die elders worden neergelegd. Dat systeem is gedoemd in elkaar te storten. Tegenwoordig moet je in de Noordoostpolder soms al drie meter diep ploegen om nog aan goede grond te komen; daarboven is alles volledig uitgewoond.

Je kunt een systeem dat je niet aanstaat, zoals de industriële landbouw, bevechten, maar je kunt het ook irrelevant maken, door op een plek te gaan zitten waar het systeem er geen last van heeft en jij je gang kunt gaan. Tegen de tijd dat het systeem zichzelf heeft opgeblazen kom jij met betere ideeën naar voren.

U stelt dat mensen in grote, bureaucratische organisaties gefnuikt worden in hun leerproces, omdat de omgeving waarin ze werken is losgezongen van de werkelijkheid. 

Wij hebben systemen gecreëerd die zo ver afstaan van de werkelijkheid dat we vaak niet meer worden geconfronteerd met de consequenties van ons eigen handelen buiten die systemen. Er is daarom een duidelijk verschil in competenties tussen managers, politici, ambtenaren en anderen die werken binnen zo’n systeem en bijvoorbeeld een tandarts. Als een tandarts iets fout doet, dan krijgt hij dat onmiddellijk terug van zijn klanten of hij ziet het bij het volgende consult. Hij wordt direct geconfronteerd met zijn eigen falen en leert daarvan. Politici, ambtenaren, managers, maar ook journalisten hebben amper zicht op de impact van hun acties in de echte wereld. Dit wil niet zeggen dat ze niet kunnen leren van hun fouten, maar in hun geval is het een stuk moeilijker.

Een politicus hoort iets, roept het een paar keer en het idee wordt overgenomen. Maar of het werkelijk klopt? Hij heeft geen flauw idee. Hij hoeft niet te begrijpen waar het over gaat, wat de consequenties zijn. Daarom kan een politicus ook zo’n waanzinnig laag begrip van de wereld hebben. Het enige wat hij van de werkelijkheid hoeft te begrijpen is hoe hij politicus kan blijven, dus hoe hij steeds weer mensen kan meekrijgen in zijn systeem of ideologie. Of dat een relatie heeft met de werkelijkheid doet er verder niet toe. Wijsheid is vaak ver te zoeken in de politiek. 

U stimuleert uw studenten wijsheid na te streven, onafhankelijke denkers te worden, zich te ontwikkelen tot educated minds.

[pullquote]Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en toch geen educated mind zijn.[/pullquote]

Onderwijspsycholoog William Perry heeft bestudeerd hoe het leerproces verliep bij zijn studenten aan Harvard. Op basis daarvan heeft hij de kenmerken beschreven van de educated mind. Het is niet per sé iemand die veel weet. Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en dan toch geen educated mind zijn. Het gaat om de manier waarop iemand leert en denkt. Een educated mind is vooral kritisch op de eigen gedachten en heeft zo geleerd om zich kennis van hoge kwaliteit eigen te maken. Zo iemand voelt zich ongemakkelijk met kennis die niet te onderbouwen is.

U maakt een onderscheid tussen wijsheid en intelligentie?

Die twee hebben inderdaad verrassend weinig met elkaar te maken. Hoewel intelligentie kan helpen om sneller wijs te worden, is het geen garantie hiervoor. Intelligentie, zoals gemeten in een test of examen, kun je zien als het vermogen om op basis van beschikbare informatie een van tevoren bekend ‘juist’ antwoord te geven. Intelligentie stelt je in staat, als je ervoor kiest, heel goed te worden op school en universiteit. Met hoge cijfers, een mooi diploma en een goed ontwikkeld taalvermogen komen intelligente mensen in belangrijke banen en op centrale posities terecht. Als ze wel intelligent maar niet wijs zijn, gaan ze daar precies doen wat ze hebben geleerd: de norm vertegenwoordigen. Zinvol improviseren en het beste maken van de mogelijkheden is heel wat anders. En dat doen ze niet.

U spreekt in dat verband van ‘superpapegaaien’?

Een ‘superpapegaai’ is iemand die op het juiste moment precies zegt wat de docent, of een andere autoriteit, graag wil horen, en die optreedt als spreekbuis van de door de autoriteiten voorgekauwde norm. Als verdedigers van de norm torpederen ze de verbetering van de leefomgeving. Nieuwe en goede, maar nog fragiele ideeën worden in de kiem gesmoord. En velen van hen noemen zich dan nog progressief ook.

[pullquote]Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig.[/pullquote]

Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig. Ze zijn geïnteresseerd in argumenten, inzichten, feiten waarvan ze kunnen leren. Als iemand met een prikkelend inzicht komt, wordt hun interesse gewekt. Iemand met levenswijsheid verstaat ook de kunst onder complexe omstandigheden met onvolledige informatie vaak juist te oordelen en te handelen. Die wijsheid doe je op door actief mee te doen in de wereld, hiervan te leren en de consequenties van het geleerde te aanvaarden.

Hoe voorkom je dat mensen ‘superpapegaaien’ worden? Of hoe stimuleer je dat ze zich ontwikkelen tot educated minds?

Je kunt anderen begeleiden naar self-empowerment, maar ze moeten het uiteindelijk zelf doen. Het is als het vrij laten van een dier dat opgegroeid is in een kooi. Je kunt de deur openzetten, maar als het dier te bang is om zijn vertrouwde omgeving te verlaten, dan zal het niet de vrijheid nemen die je het toestaat. Vrijheid word je nooit gegeven, je moet het nemen, en vaak zonder een open deur die je toelacht. Je empowert jezelf door ervaring op te doen en aan zelfvertrouwen te winnen. Van belang daarbij is een stabiele, veilige thuissituatie, een stimulerende omgeving, waar je op terug kunt vallen bij mislukkingen, je successen kunt vieren en aangemoedigd wordt.

Het is misschien makkelijker om mensen tot papegaai te maken? 

Het disempoweren van anderen is het belangrijkste dat je nodig hebt om macht te verwerven en houden. Er zijn nogal wat organisaties die hiervoor kunnen worden ingezet: de mainstream media, het leger, onderwijsinstellingen, en ook georganiseerde religies, denktanks en liefdadigheidsinstellingen, en niet in de laatste plaats overheden en grote bedrijven.

Mensen die disempowered zijn, tonen zich vaak sterk afhankelijk van nota bene de structuren die ze in hun zelfontplooiing tegenhouden, die ze in hun denken en handelen beperken en problemen voor ze veroorzaken en in stand houden. Disempowerment zorgt ervoor dat mensen zich door autoriteiten laten vertellen wat ze moeten denken en doen.

Mensen die existentieel afhankelijk zijn van autoriteit worden door u aangeduid met de term authoritarians.

Ik onderscheid twee soorten authoritarians. De ene soort gelooft alles wat ze verteld wordt, hoe vaak het verhaal ook veranderd wordt. De andere groep die nog enigszins zelf kan nadenken, en de eigen regering niet meer vertrouwt, blijft toch in de basis afhankelijk van een autoriteit buiten zichzelf, want schenkt zijn vertrouwen aan een nieuwe regering met hetzelfde gemak waarmee hij zijn vertrouwen heeft geschonken aan de vorige.

Terugkomend op 9/11: Het belangrijkste is niet wat er precies gebeurd is die dag, maar de vraag: geloof je blind het officiële verhaal of heb je het intellectuele vermogen om zelf een solide onderbouwde mening te vormen? Als je tot de eerste groep hoort, dan maakt het niet uit hoe belachelijk het verhaal is dat autoriteiten je vertellen. Je zult het hoe dan ook verdedigen en je zult redenen vinden om mensen die wat anders geloven in diskrediet te brengen.

Als je zo denkt dan ben je een brave pion, zoals Adolf Eichmann, één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden en andere slachtoffers van het Derde Rijk. Voor Eichmann maakte het niet uit of het systeem dat hij diende verwerpelijk was of niet. Voor hem was moreel gedrag het zo goed mogelijk bijdragen aan het systeem. De mensen die hem onderzochten, toen hij door de Israëli’s gevangen genomen was, vonden hem vooral normaal en erg aardig.

[pullquote]Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken.[/pullquote]

Mensen die het systeem waar ze deel van uitmaken niet kunnen bekritiseren, kunnen de gedachte niet verdragen dat ze aan een kakistocratie bijdragen. Zij houden deze daarmee uiteindelijk in stand. Door het simpelweg niet voor mogelijk te houden dat ze bestuurd worden door de slechtsten. 

Is het niet moeilijk om als educated mind een positie aan de universiteit te verwerven en te behouden?

Ik hou mij voldoende aan de regels om er niet uitgegooid te worden, en ik krijg goede evaluaties van mijn studenten. Het is ook niet voor niets dat ik associated professor ben en geen hoogleraar. Als hoogleraar zit je vast aan een vakgebied. Dat wil ik niet. Na vijf jaar wil ik iets anders gaan doen. Ik ben iemand die steeds naar plekken gaat waar iets te ontdekken valt, of dat nu signaalanalyse, cognitiewetenschap, geluidsoverlast of geopolitiek is. Ik kom weleens buiten de comfortzone van mensen. Dat vinden ze niet leuk. Maar dat heb je overal. Niet alleen aan de universiteit. Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken. Als ze echt goed kunnen nadenken heb ik vertrouwen in hun gedachten, hun opinies en de uitkomsten van hun handelen en bemoei ik me niet met wat ze precies denken.

Posted on

Een reëel alternatief voor de klassenstrijd van Ewald Engelen

Ewald Engelen ontketende de discussie over klassenstrijd en over nieuwe politieke prioriteiten van ‘links’. Deze polemiek is nu overgewaaid naar rechts: daar woedt het debat over de juiste verhouding tussen sociaal-economische en identitaire kwesties.

Lukkassens analyse

Sid Lukkassen betoogde dat sociaal-economische thema’s altijd prominent voorkomen in zijn werk ‒ wie hem volgt kan dit bevestigen. Bij het Oekraïne-referendum voorspelde mijn vader dat ‘nee’ dat zou winnen, hoewel peilingen toonden dat ‘ja’ er goed voorstond in de grote steden. “In de Randstad heb je te maken met kosmopolitische citydwellers; in de provincie zijn er meer MKB’ers die qua inkomsten onafhankelijk zijn van de staat en daarom zelfstandig denken.” Dit is wat hij voorspelde en hij kreeg gelijk: het komt precies overeen met Lukkassens analyse. Al in Avondland en Identiteit schreef hij over de tegenstelling tussen stemmers met een regionaal of nationaal identiteitsbeeld, en lieden die zichzelf als wereldburgers zien.

Lokale versus globale economie

Andere vormen van sociale segregatie hangen hiermee samen. Zoals dating voor hoger opgeleiden, blanke elitescholen en de verandering van het VVD-electoraat. Haalt men het inkomen uit de lokale economie of uit de mondiale economie? We herkennen dit in Oostenrijk, met Van der Bellen en Hofer, en idem dito voor Brexit en Trump. In feite voert de mondiale elite een economische oorlog tegen de middenklasse: daarbij wordt het eigen wereldbeeld bekostigd door de rest van het land.

Sinds het doorsnijden van de band tussen lokaliteit en geld – zoals is begonnen door Saint Simon en de zijnen in de 19e eeuw – voltrokken zich twee catastrofes. Allereerst kwam de financiering van maatschappelijke ontwikkelingen bij politici terecht die bevriende bedrijven voorrang geven. De tweede catastrofe is dat die combinatie geen rekening houdt met mens en milieu, omdat winsten voor de politicus en diens bevriende ‘ondernemers’ zijn. Verliezen worden daarentegen afgewenteld op alle mensen en hun omgeving. Vandaag heet dit ‘vriendjeskapitalisme’ of ‘staatskapitalisme’.

Aangestelden in plaats van MKB’ers

Deze laatste twee begrippen brengen ons op Mark Rutte. Voordat hij aantrad bij de VVD had deze partij nog een ledenbestand vol MKB’ers. Zelfstandig denkend, ‘van de koude grond’ en met de ‘poten in de modder’. Vandaag bestaat het uit millennials met stropdassen die elke dag in pak naar het werk gaan, werkend voor de overheid of als jurist op het kantoor van een multinational. Dit zijn geen mensen die vanuit het niets iets kunnen maken: het zijn aangestelden die vanuit de studiebanken komen binnenrollen op een hoge positie dankzij hun kneedbaarheid, hun vlotte babbel en connecties. Bij deze postmoderne kosmopolieten zonder principes staat alles ten dienste van het doorsnijden van de band met het lokale geld.

Deze aangestelden komen vlot en ‘opwaarts mobiel’ over: in die zin hebben zij een ‘liberaal’ imago. Qua denken hebben zij echter de band met het klassiek liberalisme van de kleine zelfstandige doorgesneden. Ongeveer alle vrijdenkers zijn op een dood spoor gezet bij de VVD: wat overblijft is een verwaterde kartelpartij voor oligarchen en lobbyisten. Zodoende snakt dit land naar vrijdenkers als Lukkassen, wiens achterban bestaat uit hardwerkende middenklassers. Dit is mede doordat zijn analyses gericht zijn op de problemen waarmee deze groep worstelt. FvD heeft goed denkwerk verricht maar spreekt toch vooral tot salonfähige intellectuelen en hedgefunders in grachtengordelpanden.

Links faalt om van dit verraad te profiteren

We zouden denken dat dit enorme kansen schept voor links – juist in een tijd waar het volk massaal is verraden door de elite. Probleem is alleen dat links heeft meegewerkt aan dit verraad. Denk aan het schrappen van de dividendbelasting en het feit dat we belanden in een transferunie. Recent werd nog het punt gemaakt dat Kok en Wallage (PvdA) PostNL hebben gesloopt. Links biedt geen realistisch antwoord: we zien vooral leegte en het opnieuw opvoeren van ‘klassenstrijd’ is pure wanhoop. Als de markt verzadigd is voor een product, dan bedenken we een nieuwe branding voor hetzelfde product.

Zodoende brengt de discussie die Engelen ontketende de leegte aan het licht op de linkerzijde van het publieke debat. Dat bedoel ik niet denigrerend: de vragen waar het om gaat zijn nogal pregnant – zeker de vragen die Engelen stelt. Het debat laat echter ook zien dat er geen oplossing is binnen bestaande denkkaders. ‘Politiek bedrijven’ komt vandaag neer op het uitventen van graduele verschillen. Mijn voorstel? Gooi eindelijk de marxistische denkstructuren het raam uit en stel je open voor de wereld zoals deze is.

Marxistische denkstructuren en evolutie

De vele reacties op Engelen laten een geëvolueerd gebruik van het begrip ‘klassenstrijd’ zien. Zij volgen de doorontwikkelde variant. Dat is de variant die Gramsci ontwikkelde. Onderdrukking is niet meer gerelateerd aan de bezittende klasse binnen de superstructuur, zoals bij Marx, maar aan een abstracte onderdrukker en onderdrukte.

Twee elementen zijn daar aan toegevoegd door andere denkers. Het eerste is de conceptie van het ik in Heidegger’s werk Sein und Zeit. Dit is gegrond in Dasein. Het gaat daarbij om een groepsopvatting van het individu. Kort door de bocht: zonder collectief (leiderschap) geen individueel bestaan. De tweede component is Schmitts opvatting van de politiek en het politieke in Der Begriff des Politischen. Politiek is een antagonistische strijd waaraan de mens zijn wezen ontleent. Zonder deze levensinvulling zou slechts een leegte overblijven, het niets.

Ziehier de leest waarop het begrip ‘klassenstrijd’ binnen het politieke debat is geschoeid. Mede op basis hiervan ontstond de postmodernistische revolutie waarvan sofisten en charlatans – zoals Derrida – de vaandeldragers zijn. De reacties op Engelen leggen deze geëvolueerde versie van klassenstrijd aan de dag. Hijzelf lijkt vast te willen houden aan het klassieke begrip. Nu is de vraag of het mogelijk is om terug te keren naar een ouder begrip en de latere ontwikkeling van het begrip klassenstrijd, zoals hier geschetst, links te laten liggen?

De geest terug in de fles?

Zoals ik hierboven opsomde is dit min of meer oude wijn in nieuwe zakken. Oftewel: probeer de oude Cola! Beter dan de nieuwe Cola! Dit soort rebranding c.q. marketing zal niet werken. Binnen de denkstructuur van Engelen en de zijnen resteert alleen dwang: de dwang waarmee de ander tot zwijgen wordt gedwongen.

In drie punten voorwaarts!

Wat opvalt in de twee columns van Engelen (31 Januari en 10 April) is een hang naar overstijgende waarden, of op zijn minst verenigende ideeën. Uit de bovenstaande beschrijving van de klassenstrijd wordt echter duidelijk dat strijd, onverzoenlijk antagonisme en groepsfragmentatie geen fundering bieden voor die gerede wens. Voorts drie suggesties aan Engelen om dat fundament te bouwen.

Werk ten eerste aan de harmonie van belangen op lange termijn. De wet van de comparatieve kostenvoordelen toont dat menselijke samenwerking universeel tot grotere welvaart voor allen kàn leiden. Het moet makkelijk zijn voor arbeiders om flexibel in hun soort werk te zijn. Bij verdwijnende banen kunnen zij dan makkelijker van soort werk wisselen. Kapitaal moet relatief immobiel zijn: dit zorgt voor directere betrokkenheid, want lokale binding aan mens en milieu.

Het moreel goede – voor mens én milieu – komt het best tot stand in vrijwilligheid. Bij vrije associatie denk ik aan broodfondsen, kredietunies en onderlinge verzekeringsmaatschappijen. Zorg dat alle mensen die ruimte hebben.

Ten derde wil ik blijven vechten voor een werkend geldsysteem. Non-productief kapitaal (in de vorm van overheidscertificaten en -leningen) schiep de afgelopen vijftig jaar weliswaar een geldexplosie, maar géén gelijkelijk groeiende kapitaalstructuur voor bedrijven waarin mensen daadwerkelijk kunnen werken.

Kritiek en toekomst

Engelen heeft gelijk dat de nieuwlinkse invulling van de ‘klassenstrijd’ links niet verder helpt, en de samenleving evenmin. Hij lijkt echter vast te zitten tussen teruggaan naar een niet-meer -in-gebruik-zijnde opvatting van klassenstrijd, of niet willen meegaan in de evolutie van dit concept.

Als alternatief heb ik drie kerndoelen omschreven – ik hoop vurig dat hij hierop zal willen reflecteren. Het zijn in ieder geval meetbare en economisch-wetenschappelijke punten: in die zin zouden de punten moeten aansluiten bij de insteek van sociaaldemocratisch en wetenschappelijk links. Voor zover dat nog bestaat en niet geheel is uitgeroeid door de identitaire tak van het academisch postmodernisme, oftewel regressief links.

Posted on

Mannen maken geschiedenis

Het vlakke moderne type politicus loopt op zijn laatste benen. Opvallende karakters en uitstekende leiders timmeren aan de weg voor een nieuw tijdperk.

Met de vermeende totale overwinning van het liberalisme overal ter wereld werd het ‘einde van de geschiedenis’ (Francis Fukuyama) geprognosticeerd. Daaraan gepaard ging ook de neergang van de politieke persoonlijkheid in zijn klassieke vorm. In plaats van de charismatische leider, of de bedachtzame staatsman, of zelfs de strijdende filosoof, kwam de kleur- en karakterloze apparatsjik  van de westerse eenheids-‘democratie‘. Die lijkt echter zijn langste tijd te hebben gehad. Het establishment heeft over het algemeen niets in het veld te brengen tegenover de overal de kop opstekende onbuigzame karakters. De geschiedenis is weer terug en ze wordt ‘gemaakt’ door sterke persoonlijkheden.

Klassieke geschiedenisopvattingen bewijzen zich

Het gevleugelde woord “Mannen maken de geschiedenis” stamt van de historicus Heinrich von Treitschke (1834-1896). In onze tijd werd het dikwijls door links bekritiseerd, vooral door marxistische beïnvloede historici. Naar verluidt werd daardoor zowel op de vrouwen als ook op de zogenaamde ‘normale mensen’ te weinig acht geslagen. Het louter opsommen van belangrijke veldslagen en grote mannen zou de geschiedenis vervlakken en geen echte antwoorden leveren of tot een dieper begrip van het gebeurde leiden. De vestiging van deze instelling aan de universiteiten ging vaak gepaard met het opbloeien van nieuwe takken c.q. methoden, zoals de ‘geschiedenis van het alledaagse leven’ of de ‘mondelinge overlevering’.

Het relativeren van het belang van grote persoonlijkheden is enerzijds een vereiste van het egalitarisme, aangezien het uitstekende en geniale de natuurlijk vijand van de ondergemiddelde ‘gelijkheid’ is, die vandaag de dag een ‘ideaal’ heet te zijn. Anderzijds volgt de afkeer van grootsheid uit het marxistische historisch materialisme, volgens welke het wereldgebeuren mechanisch naar zijn doel loopt.

Treitschke heeft de ware aard van de geschiedenis echter goed herkend:

Als de geschiedenis een exacte wetenschap was, zouden we in staat moeten zijn de toekomst van de staten te onthullen. Dat kunnen we echter niet, want overal stuit de geschiedkunde op het raadsel van de persoonlijkheid. Personen, mannen zijn het, die de geschiedenis maken.

Het volk heeft zijn tribunen nodig

De spreuk ‘vox populorum est vox dei’ staat er op de muur van de pronkzaal van het Minnesota State Capitol en drukt daarmee de Verlichtingsgeest van de oprichters van de Verenigde Staten van Amerika uit. Het volk heeft echter helemaal geen stem die men als ‘stem van god’ kan begrijpen. Veeleer moet de leiding het volk een stem geven. Het zijn de grote persoonlijkheden van de geschiedenis, die als spreekbuis en uitvoerder van een goddelijke wil gezien kunnen worden. Niet voor niets sprak men in de Oudheid over een bijzonder succesvolle man als een ‘lieveling van de goden’.  Uit de eenheid van volk en leiding, volgens Carl Schmitt de eigenlijke definitie van ‘democratie’, komt de ware macht van een natie voort. Voor Gustave Le Bon ligt in deze combinatie het grootste explosieve potentieel van een “menigte”, die uiteindelijk de grootste omslagen in het wereldgebeuren veroorzaakt en daarmee geschiedenis schrijft.

We leven in een ontaard gemeenschapswezen, waarin een van de algemeenheid volledig afgezonderde politieke klasse nog slechts in het belang van een kleine internationalistische camarilla handelt en daarbij alle vitale belangen van het volk niet slechts veronachtzaamd, maar zelfs bewust en bedoeld schaadt. Het gaat om een systeem van alleenheerschappij van een kaste van minderwaardigen en niet om een organisatievorm van het volksgeheel. Politieke krachten die er, ondanks alle beperkingen en de vermurwende werking van het systeem in slagen, blijvend succes te hebben, worden door de vertegenwoordigers van de achterhaalde politieke klasse zeer juist als ‘populisten’ aangeduid, oftewel als stem van het volk. Tegen deze ‘populisten’ is er intussen echter geen werkzaam middel weer, ze zullen dus verder opklimmen.

Rechts heeft de persoonlijkheden

Het ware rechts is het, dat reeds lang de werkelijke karakters in zijn gelederen heeft. Dat vindt alleen al daarin zijn reden, dat het publieke optreden in naam van deze ideeën ondertussen een zware levensweg met zich meebrengt, waartegen alleen mensen opgewassen zijn die sterk in hun schoenen staan. De rechtse activist kiest uit idealisme voor een onzeker leven van strijd, terwijl zijn tegenstanders er aan gewend zijn van alle kanten slechts instemming en ondersteuning te ontmoeten. Nu het tij zich lijkt te keren, ontbreekt het de overkant aan equivalente persoonlijkheden.

Rechtse bewegingen, hetzij partijen dan wel burgerinitiatieven, zijn in hoge mate van hun leiders afhankelijk. Veel koppen zouden bij uitval feitelijk onvervangbaar zijn. Maar het is evenwel ditzelfde gegeven dat voor een groot deel voor de recente succes verantwoordelijk is. De mensen kiezen nu eenmaal voor een bepaalde persoon, in wie ze hun vertrouwen stellen en waarmee ze zich identificeren kunnen. Het publiek heeft simpelweg genoeg van steeds dezelfde voorspelbare, vlakke dertien-in-een-dozijn-gezichten. De apparatsjiks van de oude partijen zijn volstrekt uitwisselbaar en zodoende van geen belang. Het beste voorbeeld voor de overwinning van de persoonlijkheid is zeker Donald Trump, die zelfs tegen de weerstand van de elites van zijn eigen partij en feitelijk van de gezamenlijke mediale publieke sfeer erin geslaagd is in het Witte Huis door te dringen.

Veel wijst er op dat Trump niet de laatste man van dit nieuwe tijdperk is die geschiedenis zal schrijven. Vrouwen, zoals bijvoorbeeld Marine Le Pen, zijn van dit fenomeen overigens niet uitgesloten.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij de Blaue Narzisse. 
Posted on

Podcast: Brexit en de EU

Onze eindredacteur Jonathan van Tongeren ging in discussie met twee redacteuren van de Vrije Tribune over het Brexit-referendum. Wat zijn de economische en geopolitieke gevolgen van een eventueel Brits vertrek uit de Europese Unie? Hoe is dit referendum er eigenlijk gekomen? Welke overwegingen spelen er voor de kiezers en welke verschillen zijn er daarin tussen Engelsen, Schotten, Walsen en Noord-Ieren? En hoe wordt er in door politici buiten het Verenigd Koninkrijk over gesproken? Over dergelijke vragen gingen de deelnemers aan de discussie met elkaar in gesprek. Ook kwam de voorgeschiedenis van de Britse relatie met de EU aan bod en de eventuele alternatieven voor het EU-lidmaatschap na een vertrek.

De podcast van de discussie is hieronder te beluisteren.

[mixcloud https://www.mixcloud.com/vrijetribune/brexit-en-de-eu/ width=100% height=400 light=1]

Posted on

Wie moet de hegemoon zijn in Europa?

De belangrijkste politieke vraag is de vraag naar de hegemonie. Wie is de hegemoon? Wie zet in een federatie, een verbond van staten, zijn ideeën door? Wie is er overheersend, heerst met andere woorden zonder te regeren ook daar, waar de nominale heerschappij aan anderen toekomt?

De hegemoon staat typisch gesproken aan het hoofd van een federatie. Koning Philippus II, de vader van Alexander de Grote, heerste in Macedonië, in de overige staten van de Korintische Bond was hij overheersend, als hegemoon resp. opperbevelhebber kon hij ze in de oorlog tegen de vijandelijke Perzen leiden.

Aan dit patroon is tot op de dag van vandaag niet veel veranderd. Waar zich ook maar staten aan elkaar verbinden, drukt een van deze staten zijn stempel op de federatie, doortrekt haar met zijn politieke idee zoals de Macedonische koningen de Korinthische Bond met hun militaristische koningscultus. Waar de hegemoon ontbreekt, waar de federatie geen externe vijand erkent, daar storten zich de individuele staten al snel militair op elkaar.

De Vrede van Westfalen maakt in 1648 een einde aan de Dertigjarige Oorlog. Ze beëindigde ook de hegemonie van de Rooms-Duitse keizer over Europa en luidde het tijdperk van het interstatelijke volkenrecht (Ius Publicum Europaeum) in. In die tijd ontstonden soevereine Europese staten, wier soevereiniteit vooral in het ‘ius ad bellum’ bestond, in het recht om elkaar de oorlog te verklaren. En daarvan maakten ze ook rijkelijk gebruik. De volgende anderhalve eeuw zouden als de tijd van de Kabinettskriege de geschiedenisboeken in gaan. Europa was destijds verenigd in de vijandschap van de staten die er deel van uitmaakten.

Na de Franse Revolutie deden twee staatsmannen een poging Europa weer hegemoniaal te verenigen. Napoleon kroonde zich tot keizer van de Fransen en voerde voor het idee van het burgerlijk recht, de Code Civil of Code Napoléon, een Europese oorlog, waarin het Heilige Rooms Rijk definitief verslagen werd. Bismarck verenigde Zuid- en Noord-Duitsland in het teken van de Pruisische discipline en schiep een Europees systeem van evenwicht rondom het Duitse Rijk. Maar zowel Frankrijk als Duitsland faalden in hun streven naar hegemonie. Hun politieke ideeën bleken zwakker dan de rivaliteit van de Europese naties.

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog schetste de volkenrechtsgeleerde Carl Schmitt een nieuwe hegemoniale ordening voor Europa in zijn brochure Völkerrechtliche Großraumordnung mit Interventionsverbot für raumfremde Mächte. Schmitt stelde zich een ordening van de Europese wereldregio (Großraum) voor naar het voorbeeld van de Monroedoctrine, waarin de Verenigde Staten van Amerika als hegemoon van het Amerikaanse continent werden vastgelegd. De hegemoon in de wereldregio noemde hij ‘rijk’: “Rijken in deze zin zijn de leidende en dragende machten, wier politieke idee in een bepaalde wereldregio uitstralen en die voor deze wereldregio de interventies van regiovreemde machten in beginsel uitsluiten.”

Met het ‘rijk’ bedoelde Schmitt het Duitse Rijk, met de ‘regiovreemde machten’ in de eerste plaats de Verenigde Staten, die hun wereldregio in de Eerste Wereldoorlog verlaten hadden en met hun politieke idee, de volken over de hele wereld naar Amerikaans voorbeeld in een smeltkroes samen te smelten, ver naar Europa uitstraalden. Tegenover de unipolaire voorstelling van de wereld, zoals die in het manifest destiny, de ‘geopenbaarde bestemming’ van de VS, tot uitdrukking kwam, bracht Schmitt een multipolaire orde naar voren, zoals die voor het Duitse Rijk met zijn agressieve rassenideologie natuurlijk niet in overweging kwam. De theorie van de volkenrechtsgeleerde uit het Sauerland heeft hun tijd echter ver overleefd.

In Schmitts Großraumordnung bestaat de wereld uit meerdere wereldregio’s, die wederom uit vele volkeren bestaan. Maar alleen het rijk, dat de wereldregio met zijn politieke idee doortrekt, heeft statelijke functie, is soeverein, beslist over oorlog en vrede.

Na de Tweede Wereldoorlog vormden de gefaalde hegemoniale machten Duitsland en Frankrijk het zich verenigende Europa slechts retorisch. Katholieken als Jean Monnet of Konrad Adenauer verkochten het nieuwe Europa als hernieuwing van het Heilige Roomse Rijk, als wedergeboorte van het Frankische Rijk en dergelijks meer. Maar hegemoon waren de Verenigde Staten, die met de NAVO het politiek bepalende bondgenootschap geschapen hadden. De Amerikaanse president, opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten, kon de Europese staten even zeer verbinden tot vijandschap ten opzichte van Rusland als Philippus II van Macedonië de Korinthiërs en Thraciërs tegen de Perzen. De opperbevelhebber van het strategische NAVO-commando Europa was steeds een Amerikaanse generaal of admiraal.

Op de vraag, of de Europese Unie een Großraum is in de zin van Carl Schmitt, antwoordde de publicist en Schmitt-leerling Günter Maschke vijf jaar geleden in een interview: “Nee. Waarom? Er is geen homogeniteit van de federatie, er is geen eensgezindheid over de vijand, er is geen werkelijk politiek project. ‘Europa’ is een systeem geworden, – en dat is het bepalende punt -, dat gehoorzaamheid verlangt, zonder bescherming te bieden. Dat moet mislukken.” De EU wordt door een hegemoon gedomineerd, die buiten de wereldregio ligt, door een ‘regiovreemde macht’. Duitsland overheerst niet, het oefent met haar grote economische kracht alleen economische aanzuiging uit, die het niet kan kanaliseren, omdat het politiek onmachtig is.

Duitsland is (economisch) sterk genoeg om voor de kredieten aan diep in de schulden stekende staten in het zuiden borg te staan. Het is echter niet sterk genoeg om hervormingen in deze staten af te dwingen, laat staan om aan de nietbijstandsclausule voor schuldenstaten vast te houden, die in het Verdrag van de Europese Unie is opgenomen. Duitsland is sterk genoeg om met sociale voorzieningen illegale immigranten aan te lokken. Het is echter te zwak om zijn grenzen te verdedigen of om deze immigranten over andere EU-lidstaten te verdelen, laat staan om aan Dublin II vast te houden, volgens welke verordening dat land voor een asielzoeker verantwoordelijk is, waar hij voor het eerst geregistreerd is.

Europa doet zich als Großraum voor, maar is het niet, omdat het geen eigen hegemoon heeft. Tegen het ontkleden van macht van de natiestaten maakt zich recent op het gehele continent weerstand breed. Nationale partijen verlangen een ‘Europa der vaderlanden’, dat een statenbond moet zijn in plaats van een bondsstaat. Zo zag Charles de Gaulle zijn alternatieve visie van een verenigd Europa, die hij ook het ‘Europa der staten’ noemde, een Europa bevrijd van de hegemonie van de Verenigde Staten van Amerika.

Maar opgepast, in de statenbond komt de vraag naar de hegemonie nog dringender op tafel als in de bondsstaat. In de statenbond verlangen de individuele staten soevereiniteit, dat omvat mede het recht op oorlog en vrede. Het tijdperk van de natiestaten was geen tijd van vrede, en de soevereiniteit is een havik en geen duif.

Maar een staat moet de soevereiniteit wel gewassen zijn, hij moet economisch sterk zijn, schuldenloos, en zijn elites moeten in een geest van politieke verantwoording gevormd zijn. Zwakke staten kunnen nooit soeverein zijn, omdat de voorwaarden daartoe ontbreken. Zouden ze niettemin het recht of oorlog en vrede moeten hebben? Moeten kleine staten het recht hebben op hun territorium de troepen van regiovreemde machten te laten stationeren. Moet pak ‘m beet Albanië in een Europa der vaderlanden in staat zijn zich met de VS te alliëren? En zo nee, wie moet het dan verhinderen, wanneer het toch soeverein over zijn lot beschikt?

De Pax Americana was voor Europa een pijnlijke episode. Ze heeft de Europese volken van hun eigen aard berooft en het continent tot een aanhangsel van de westerse hegemoon verlaagd. Ze heeft de jammerlijkste klasse politici voortgebracht die het continent ooit gezien heeft. Maar de Pax Americana heeft ook zeventig jaar lang verhinderd dat de Europese kernstaten tegen elkaar oorlog voerden. Ze heeft in het bijzonder de rivaliteit tussen Duitsland en Frankrijk geneutraliseerd, door vijandschap jegens het oosten te mobiliseren.

Vandaag de dag zijn de kernstaten gedepolitiseerd, hun regeringen niet in staat om de grenzen naar buiten tegen illegale immigratie te beschermen, noch om de burgers voor geweld binnen die grenzen te beschermen. Ze eisen gehoorzaamheid zonder bescherming. Oost-Europese staten zoals Hongarije, Tsjechië en Slowakije zouden er misschien toe bereid zijn, maar zijn niet sterk genoeg, om zich als hegemoon over heel Europa op te werpen. De vraag blijft zodoende boven de markt hangen, wiens politieke idee op Europa af moet stralen, wanneer het Brusselse juk eenmaal afgeschud is.

Misschien beantwoordt de vraag, wie het Europa der vaderlanden verenigt, zich in de toekomst wel vanzelf. De grondtrekken van een multipolaire wereldorde, bestaande uit cultureel afgebakende wereldregio’s, heeft Alexander Doegin in zijn boek Konflikte der Zukunft. Die Rückkehr der Geopolitik indrukwekkend neergezet. Wanneer de landen van Europa de vrije hand hebben hun orde weer tot stand te brengen, kan hij er plotseling zijn, de politieke idee die op het continent afstraalt en haar nieuwe vorm verleent.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in de Duitse editie van Katehon.com

Lees ook de recensie van Kisoudis’ meest recente boek Goldgrund Eurasien op Novini.

Posted on

Poetin was volkenrechtelijk verplicht de afscheiding van de Krim te ondersteunen

De Krim is niet door Rusland geannexeerd, maar heeft zich van de Oekraïne afgescheiden om zich vervolgens bij de Russische Federatie aan te sluiten. De Russische regering was volkenrechtelijk verplicht deze afscheiding te ondersteunen. Dat stelt de Duitse rechtsgeleerde em. prof. dr. Karl Albrecht Schachtschneider, onder andere bekend van zijn rechtszaken om grondwettelijke bezwaren tegen diverse Europese verdragen aan te prangen. Hier volgt een lezing van Schachtschneider.

In de strijd om de Krim verwijt men Rusland en zijn president Vladimir Poetin een – openlijke of heimelijke – met het volkenrecht strijdige inzet van soldaten. Rusland zou de Krim geannexeerd hebben, zo meent zelfs Bondskanselier Merkel. Dat overtuigt echter niet. Ze is slecht op de hoogte. De verwijten lijken de sancties, zo niet de ‘indirecte’ agressie van de westelijke bondgenootschappen NAVO en Europese Unie (EU), tegen het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), in het bijzonder tegen de Russische Federatie, te moeten rechtvaardigen of ten minste legitimeren.

De feiten zijn in het publieke discours slechts verwrongen bekend. Ook ik ben op de algemeen toegankelijke informatie aangewezen. Maar wie zich over dit conflict uitlaat, moet proberen de feiten van de propaganda – die de meeste media over de gebeurtenissen in Oekraïne verspreiden – te onderscheiden. Daarbij kunnen de inschatting van de belangen en de kennis van de volkenrechtelijke situatie behulpzaam zijn.

Uitbreiding NAVO en EU

De NAVO, aangevoerd door de Verenigde Staten van Amerika, wil zich naar het oosten tot aan de grens van Rusland uitbreiden. Dat is een wezenlijk doel van de voortdurende uitbreiding van de EU, de economische en politieke basis van het Europese deel van de NAVO. De EU kan als statenbond, zo niet bondsstaat, door enkele leiders gedomineerd, gemakkelijker door de VS en haar diensten tot een gemeenschappelijke politiek verplicht worden dan de individuele staten. Niet alle lidstaten van de EU behoren tot de NAVO, te denken valt aan de fragiele zo niet achterhaalde formele neutraliteit van Oostenrijk, Zweden en Finland. Wanneer de Oekraïne echter tot de NAVO zou behoren, zoals de VS dat willen, wordt ze – tenminste potentieel – een standplaats van tegen Rusland en het GOS gerichte wapens.

Met de staatsgreep in Oekraïne is het reeds gelukt dit land uit het GOS los te breken. Dat gaat in tegen de veiligheidsbelangen van de Russische Federatie en het GOS. Rusland heeft, nadat het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het Warschaupact de uitbreiding van de NAVO naar het oosten mogelijk maakte, het lidmaatschap van het verenigde Duitsland in de NAVO al geaccepteerd. Dat was een verandering van de wereldpolitieke situatie. De weliswaar niet in een verdrag vastgelegde toezegging, dat de NAVO zich niet verder naar het oosten uit zou breiden, heeft het Westen niet gehouden. Wanneer een bondgenootschap, zeker een militair bondgenootschap als de NAVO, te machtig wordt, wordt het tot een bedreiging voor andere staten en boet zijn rechtvaardiging met het oog op de vrijheid in.

Het Russische belang bij de Krim

De Oekraïne was een deel van Rusland en van de Sovjet-Unie. Ze behoorde ook als lid van het GOS nog tot de invloedssfeer van Rusland, heeft zich echter in toenemende mate naar het Westen gekeerd en wil zo snel mogelijk lid worden van de EU. De Krim bevindt zich in een bijzondere situatie. Ze heeft met grote meerderheid voor afscheiding van de Oekraïne en voor de opname in de Russische Federatie gestemd. Deze heeft haar opgenomen. Rusland kan de Krim om historische redenen en temeer om geostrategische en militaire redenen niet laten schieten.

Tot de Krim behoort de traditionele haven van de Russische Zwarte Zeevloot, Sebastopol. De Zwarte Zee is de toegang van Rusland, via de Bosporus, tot de Middellandse Zee. Iedereen weet dat Rusland de Krim niet opgeven kan en zal, wanneer het een grootmacht wil zijn en blijven. Zodoende heeft Rusland zijn gebruiksrechten voor deze haven voor decennia per verdrag proberen te verzekeren. Evident een weinig zekere basis voor existentiële Russische belangen. Het Westen neemt de door de opname van de Krim in de Russische Federatie geschapen realiteit als voldongen feit aan en accepteert het Russische belang bij de Krim, de Oekraïne niet. Deze is echter niet in staat om de nieuwe situatie te veranderen.

De kritiek van het Westen stelt het resultaat van het referendum niet ter discussie. Een militaire interventie zou niet alleen een vergrijp tegen het volkenrecht zijn, maar ook het einde van de wereldvrede en het gevaar dat grote delen van Europa ten onder gaan inhouden. Het Westen wil omwille van de verdere ontwikkeling met zijn kritiek en zijn sancties genoemde speldenprikjes positie betrekken.

Staatsgreep in Oekraïne

Het Westen heeft de staatsgreep in Oekraïne bevorderd, zo niet aangestuurd. Dat waren zware vergrijpen tegen de interne en externe soevereiniteit van de Oekraïne. Dat de ‘Maidan’ in wezenlijk opzicht niet door de Oekraïense burgers werd aangedreven is evident. Het Westen heeft de bewezen methode van de staatsgreep ingezet, de zogenaamde kleurenrevolutie, zoals die al eerder door het Westen gebruikt is, maar ook door andere machten zoals vroeger de Sovjet-Unie. De etnische tegenstellingen tussen Russen en Oekraïners, maar ook het evident corrupte regeringssysteem konden benut worden voor de staatsgreep. Er bestaat weinig twijfel aan dat het Westen ‘subversief’, zoals het volkenrecht dat noemt, geïntervenieerd heeft, om een voor hem aangename regering te krijgen die bereid is de Oekraïne de EU en op enig moment ook de NAVO in te leiden.

De mislukte missie van de ministers van Buitenlandse Zaken van Frankrijk, Polen en Duitsland, die tot een vreedzaam aftreden van de president van de Oekraïne, nieuwe presidentsverkiezingen en een terugkeer naar de grondwet van 2004 had moeten leiden, was hoe dan ook moeilijk te verenigen met de bestaande grondwet van de Oekraïne en de soevereiniteit van het land, en de breuk van de opstandelingen met deze overeenkomst van 21 februari 2014 en hun gewelddadige overname van de macht al zeker niet. Daarbij werd de deling van het land op de koop toe genomen, ook door de westerse onderhandelaars.

Bedreiging

De Oekraïne-politiek van het Westen is ongeacht alle soevereiniteit van Oekraïne een bedreiging voor Rusland. Het Westen heeft de soevereiniteit van de Oekraïne geenszins gerespecteerd. De maatregelen van Rusland ter bescherming van zijn rechtmatige vlootsteunpunt werden vereist door de toenemend agressieve houding van het Westen tegen zijn existentiële belangen. Ze zijn proportioneel en dienen de verdediging van de Russische Federatie, maar ook van Russische staatsburgers en etnisch Russische Oekraïners. Een schending van het volkenrecht zijn ze niet, van een annexatie van de Krim is al helemaal geen sprake. Ze zijn gerechtvaardigd door het recht op zelfverdediging, die het recht op preventieve zelfverdediging insluit, wanneer dit met milde middelen gebeurt, door de bewoners van het gebied gewenst wordt, omdat deze zich duidelijk bij de staat die haar secessie ondersteunt aan willen sluiten.

Daarbij zijn het hulpverzoek van de gekozen maar afgezette president en de verklaarde en door de grote meerderheid van de bevolking ondersteunde wil tot secessie van de Krim volkenrechtelijk van aanzienlijk gewicht. Van nog groter gewicht is dat de overgangsregering van de Oekraïne, wier machtsuitoefening als zodanig geen legaliteit had, ondersteund door het revolutionaire parlement van Oekraïne en het Westen, het secessiereferendum van de Krim illegaal verklaard heeft en desnoods met geweld (mobilisering) wilde tegenhouden en het niet erkend. Dit versterkt de legaliteit van de Russische inspanningen om de Krim te beschermen zodat er een ongestoorde stemming plaats kon vinden.

Bescherming

Naar overwegende opvatting van de volkenrechtsdeskundigen hebben staten het recht hun staatsburgers, desnoods met geweld, met een beperkte interventie te behoeden voor bedreigingen voor lijf en leven. Dit recht wordt voortdurend uitgeoefend en is als voorheen binnen de grenzen van de proportionaliteit gewoonterechtelijk erkend. Een bedreiging die om bescherming voor de Russen op de Krim en alle bewoners van de Krim, die door het referendum in zekere zin weer Russen wilden worden, vroeg, waren zonder twijfel de krachten die de staatsgreep in Oekraïne hebben doorgevoerd, in het bijzonder de delinquenten die op het Maidan gemoord hebben. De president van de Russische Federatie, Vladimir Poetin, heeft zich op deze beschermplicht beroepen. Deze wordt ook door westelijke staten voortdurend gepraktiseerd, dikwijls slechts als voorwendsel.

Boedapester Memorandum

Het Boedapester Memorandum van 1994, waarin de VS, Rusland, Groot-Brittannië en anderen de Oekraïne als tegenprestatie voor het opgeven van kernwapens verzekeren haar soevereiniteit en de bestaande grenzen alsmede haar politieke en economische onafhankelijkheid te respecteren en in het geval van een nucleaire aanval op het land onmiddellijk maatregelen van de VN Veiligheidsraad te nemen, is door de secessie van de Krim en haar opname in de Russische Federatie niet geschonden. Dit memorandum heft immers het zelfbestemmingsrecht van de burgers van de Krim niet op. Het kan ook door volkenrechtelijke verdragen niet opgeheven worden, omdat het de vrijheid van de burger is. Deze staat niet ter beschikking van de politiek. Ze is met de mens geboren.

Milde middelen

In termen van een Großraumpolitik van de wereldmachten heeft Rusland met milde middelen een ingreep van de VS in zijn traditionele invloedssfeer afgeweerd, en ook slechts beperkt, namelijk de inlijving van de Krim in de EU en later de NAVO. De onnadenkende uitbreidingspolitiek van de EU en de zeer doordachte geostrategie van de VS hebben een oorlogsgevaar opgeroepen. De VS handelen vanuit de aanname van hun militaire superioriteit en zonder rekening te houden met de gevolgen van een eventuele kernoorlog voor Europa. De EU laat zich in niet te bevatten naïveteit van haar politieke klassen voor het Atlantische karretje spannen.

Men denke aan de Cuba-crisis in 1962, waarin John F. Kennedy met een militaire zeeblokkade de stationering van sovjet-raketten op Cuba heeft tegengehouden. Niemand in het Westen heeft deze blokkade bekritiseert als zou het een schending van het volkenrecht geweest zijn. Europa zou om geostrategische, economische en historische redenen zich in moeten spannen voor een zo goed mogelijke verhouding met Rusland.

Verbod op secessie

Kern van de westerse kritiek op de politiek van de Krim om zich van de Oekraïne onafhankelijk te maken en lid van de Russische Federatie te worden, is de leer dat de afscheiding van een staatsdeel van een staat ‘illegaal’ is. Vooral daaruit wordt geconcludeerd dat het een schending van het volkenrecht zou zijn, dat Rusland de Krim in haar onafhankelijkheidspolitiek ondersteund heeft.

Het verbod op secessie is in ieder geval de overwegende opvatting in de weinig vrijheidsgezinde Duitse staatsrechtsleer, die men in de Duitse politiek zich eigen heeft gemaakt. Deze leer is echter onjuist. Ze leert de staat als ongenaakbaar politiek construct, dat met alle middelen van de staat in stand gehouden mag en moet worden, zelfs door interventie van andere staten. Alleen al de geschiedenis van de staten tot in de huidige ontwikkelingen weerspreekt deze staatsleer.

Zelfbeschikkingsrecht

Niet de staten zijn soeverein, zoals het staatsrechtelijke positivisme van de 19e eeuw geleerd en gepraktiseerd heeft en zoals dat nog heden ten dage door de meesten en met rampzalige gevolgen geleerd wordt, maar de mensen als burgers. De staten zijn organisaties van de burgers, door middel waarvan zijn hun gemeenschappelijke goed proberen te realiseren. De centrale figuren van de politiek zijn de mensen, wier belangrijkste recht hun politieke vrijheid is, de kern van hun waarde. Daaruit komt het zelfbeschikkingsrecht van de volken voort.

Het is, om met Rousseau te spreken, het sociale contract dat een volk maakt. Er kunnen steeds weer nieuwe volken tot stand komen, grotere door staatsvorming, ook bondsstaten, en kleinere door afscheiding van volksdelen tot nieuwe staten. Dat behoort tot het zelfbeschikkingsrecht van de volken, de kern van het charter van de Verenigde Naties. Dit recht beschermt de vrijheid van de mensen, niet specifiek het voortbestaan van staten.

Grondwet Oekraïne

Zelfs een grondwet, zoals die van Oekraïne, die een eenheidsstaat constitueert en een secessie niet voorziet, kan een secessie van een deel van het volk niet ontzeggen. De vestiging van een staat is een act van vrijheid en daarmee van de soevereiniteit van de mensen die samenleven. Niet staten zijn soeverein, maar mensen. Staten staan in dienst van de verwerkelijking van de vrijheid, naar binnen en naar buiten. Er zijn geen eeuwige staten en er is geen recht van staten en al zeker niet van staatsorganen om hun bestaan tegen de mensen en burgers, tegen het recht, door te zetten, zelfs met wapengeweld.

Er is veeleer een plicht van de mensen om in recht met elkaar te leven en de rechtsstaat door een organisatie, een staat, te verzekeren, het natuurlijke recht op een burgerlijke constitutie die vrijheid en eigendom veilig stelt. Ook de vrijstaat Beieren is bevoegd zich van de Bondsrepubliek Duitsland af te scheiden, in ieder geval in een existentiële situatie, en ofwel als zelfstandige staat verder te leven dan wel zich bijvoorbeeld met de Zwitserland of Oostenrijk tot een bondsstaat te verbinden.

Staatsrechtelijk positivisme

Het staatsrechtelijke positivisme heeft de staat als een rechtspersoon als een mens gedogmatiseerd, zo niet met Hegel vergoddelijkt. Zijn voortbestaan geldt als ongenaakbaar. Met het recht dat, bevestigd door art. 1 van de Universele Verklaring  van de Rechten van de Mens, met de mens geboren is, is dat moeilijk verenigbaar. Meer dan een organisatie van mensen en burgers door middel waarvan zij hun gemeenschappelijk goed, en dat is in de eerste plaats het recht, verwerkelijken, is de staat niet. De mensen hebben de vrijheid zich de organisatie genaamd staat te scheppen die het beste met hun goed overeenkomt, wanneer dit andere mensen ten minste niet schaadt, dat wil zeggen, zo goed mogelijk het recht realiseren kan.

Men leeft echter met andere mensen samen, veel mensen. Daarom moet ieder zich bij de vormgeving van het gezamenlijke leven verbinden met de mensen die in bijzonder zin bij elkaar horen. Daarbij moet de territoriale eenheid het basisprincipe zijn. Voor haar moet de vrede gegarandeerd zijn. Niet geweld kan staten rechtens creëren en in stand houden, doch slechts de moraal van de mensen, hun praktische rede. Die is dan ook plicht. Aangezien consensus van allen niet verwacht kan worden, is de meerderheidsregel maatgevend. De vrijheidsgezinde logica is het zelfbeschikkingsrecht niet van het op dat moment geldende staatsvolk van een staat, maar dat van de mensen, die in een gebied samenleven en willen samenleven. Volken kunnen zich zodoende steeds opnieuw constitueren; want het zijn gemeenschapswezens van burgers.

Afscheidingsproces

Dergelijk beleid moet aan het rechtsbeginsel voldoen. Dit gebiedt dat een vreedzaam en vrij samenleven van de mensen intern en extern gegarandeerd wordt. Zo moet een bijzonder samenhangend gebied tot secessie komen, aangezien geen twee staten op één gebied concurrerend staatsgezag uit kunnen oefenen. De bijzonderheid kan uit verscheidene gronden voortkomen, zoals daar zijn religieuze, etnische, historische, talige en economische. Er moet een aanzienlijke meerderheid van het afscheidende gebied voor de secessie stemmen, zodat er niet een substantieel deel van de burgers in kwestie der rest in een ongewenste statelijkheid dwingt. Omgekeerd is er geen recht van de minderheid om de meerderheid in een staat te dwingen, waarin de meerderheid niet of niet meer leven wil. Dat is een kwestie van zelfbeschikking, van vrijheid. De afwijkende minderheid moet het recht hebben om ofwel in de zich afscheidende staat te blijven dan wel deze te verlaten, het ius emigrandi, om bij voortduring samen te leven met de burgers in de rompstaat.

De oude staat is vanwege het zelfbeschikkingsrecht van de volken verplicht het afscheidingsproces vreedzaam vorm te geven. Hij mag deze niet proberen tegen te houden, in geen geval met wapengeweld. Een referendum van de burgers van het staatsdeel in kwestie is onontbeerlijk.

Het spreekt voor zich, dat een dergelijk ingrijpende werkwijze tot spanningen en meningsverschillen leidt, temeer wanneer ze met existentiële geopolitieke belangen, ook van derde staten, samenhangt.

Eigen weg

De Krim had en heeft als Autonome Republiek, voornamelijk door etnische Russen bewoond, eeuwenlang Russisch, het volste recht haar eigen weg te gaan  en zich van de Oekraïne af te scheiden. De Oekraïner  Nikita Chroesjtsjov heeft de Krim in 1954 aan de Oekraïne toegewezen onder de aanname dat de Sovjet-Unie voor altijd zou bestaan. In 1993 heeft het Russische parlement Sebastopol tot een Russische stad op vreemd territorium, een soort enclave, verklaard. De verdragen tussen Rusland en de Oekraïne van 1997 en 2010 hebben de status veranderd, niet om de invloed van Rusland te verminderen. Pas de nieuwe politiek van Oekraïne onder westerse invloed heeft geprobeerd Sebastopol tot staatsgebied van de Oekraïne onder onbeperkte Oekraïense soevereiniteit te maken.

Vrije wilsbepaling

Het referendum is de juiste werkwijze om de status van de Krim te bepalen. Een vrije wilsbepaling van de burgers van de Krim moet daarbij gegarandeerd zijn. Daaraan bestaat tot nu toe geen twijfel. Van de waarneming door de OVSE, hoe bevredigend ook, hangt de rechtmatigheid van het referendum geenszins af.

De secessie van de Krim stelt de vrede in de regio veilig, wanneer de Oekraïne zich naar het Westen keert en het lidmaatschap van de EU nastreeft. Deze wordt haar zelfs opgedrongen. Tot haar verdragsorde behoort zoals bekend ook een Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid, onafhankelijk van het NAVO-lidmaatschap. Iedere lidstaat van de EU is in deze defensiegemeenschap opgenomen, of hij zich nou neutraal noemt of niet.

Economische sancties

Economische sancties tegen de Russische Federatie zijn niet alleen onrechtvaardig, omdat het te hulp schieten van Rusland bij het afscheidingsproces van de Krim niet illegaal was, ze zijn ook onproductief. De sancties schaden niet alleen Rusland, maar ook de EU, en Duitsland in het bijzonder. Ze beschadigen vooral het sinds het einde van de Koude Oorlog moeizaam gewonnen wederzijdse vertrouwen. Het is ronduit belachelijk wanneer Duitsland de Russische beer waarschuwt en zowaar deze zwaar bewapende kernmacht dreigt.

Op de bescherming van de VS moet Duitsland als het existentieel wordt niet rekenen. De aangewezen weg naar een goed samenleven met Rusland zou het betrekken van deze Europese staat in de Europese gemeenschap zijn. Dat zou de EU fundamenteel veranderen. Het verenigde Europa zou een verbond van soevereine staten worden, die met democratie en rechtsstaat de vrijheid van de burgers garandeert, een Europa van Staten. Een Krimoorlog zou dan zo goed als uitgesloten zijn.