Posted on

Disruptie – Doormodderaars blijven verkiezingen winnen

Doormodderaars domineren de politiek ten koste van volgende generaties. En media houden hen uit de wind. De hoop ligt in disruptie, schrijft Sid Lukkassen aan Arno Wellens. 

Beste Arno,

Op 20 april 2019 sprak je voor het publiek van De Nieuwe Zuil in de Oosterkerk te Amsterdam. Wat je daar vertelde was zó schokkend en belangrijk dat het nodig is om dit vast te leggen voor het nageslacht en opnieuw onder de aandacht te brengen in deze brief. Hopelijk kan deze brief ook het draagvlak voor het bijbehorende crowdfunding-project vergroten.

Jouw pamflet, Het Euro Evangelie, overhandigde je aan (destijds) VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Jort Kelder omschreef dit treffen kort doch krachtig:

“Hij ontving ons in de rust van zijn gelambriseerde werkkamer. ‘De euro is mislukt en zal over een paar jaar waarschijnlijk niet meer bestaan’, sprak Zijlstra stellig. ‘Maar zolang een meerderheid op het Binnenhof de feiten niet onder ogen wil zien, modderen we voort.’ Kort daarna stemde de Tweede Kamer over een zoveelste steunpakket voor Griekenland. De VVD-fractie stuurde de premier naar Brussel met de opdracht te voorkomen dat er 86 miljard euro extra naar Athene gegireerd zou worden. Toen Rutte zijn veto weigerde te gebruiken en zwichtte voor de druk van Merkel en Tsipras, gunde Zijlstra zijn fractie de verkiezingsbelofte ‘Geen cent naar de Grieken’ gestand te doen. Slechts één van de veertig leden, Joost Taverne, sprak zich uit tegen een nieuwe financieringsronde.”

Hierbij vertelde je dat je de documenten kende die Rutte op zijn bureau had liggen, en dat hij wist dat de Grieken niet aan de eisen voldeden. “Dus deed hij een belofte waarvan hij tevoren wist dat hij die moest breken.” Je vatte de gang van zaken in het eurodossier samen in een mooi citaat: “The cost of indecision is greater than the cost of the wrong decision.

Doormodderaars

Zijlstra had zelfs gezegd: “Deze berekeningen zijn solide, daar kan ik niet omheen, maar publiekelijk kan ik dit niet steunen – dan steek ik mijn nek in een strop en dan moet ik in de Tweede Kamer 75 andere gekken vinden die ook bereid zijn om dat te doen, en die vind ik niet.” Je somde de gehele uitwisseling op als: “Doormodderaars blijven verkiezingen winnen.”

Kennelijk volgde hij jouw analyse maar is er zoiets als “politiek kapitaal”. Dat gold ook voor de douane-unie tussen Oekraïne en de EU. Ambtenaren en politici waren al twintig jaar bezig met de voorbereiding daarvan: dat zou de einduitkomst “onafwendbaar” maken. Zijlstra nam volgens jou onterecht aan dat de samenleving dit argument zou slikken “omdat hij in de Haagse bubbel zit”.

Perverse dynamiek vraagt om disruptie

Nu dit alles is gezegd wil ik benadrukken dat ik dit niet schrijf om Zijlstra of Rutte persoonlijk de vliegen af te vangen; het gaat erom een perverse dynamiek bloot te leggen. Enige jaren terug zei ik al tegen Thierry Baudet in een podcast: “Ik ga er niet vanuit dat politici aan hun werk beginnen met kwade bedoelingen. Maar ze belanden in een systeem met een eigen logica, een eigen krachtenveld. Op een zeker moment overschrijft dat de goede wil van de politieke actor.” Dit perverse systeem – zo blijkt wel uit decennia aan groeiende schuldenbubbels die politici, bankiers en belastingbetalers over en weer in de klem houden – kan niet van binnenuit worden doorbroken. Dit vergt een verstorende kracht van buitenaf: om dat bewustzijn op te bouwen is een brief als deze relevant.

De hoop ligt in disruptie

Dr. Sid Lukkassen werkt momenteel aan een crowdfunding om het vrije debat te redden. Hij wisselt brieven uit met Maarten Boudry, Ancilla van de Leest, Arno Wellens en andere vrijdenkers om inhoudelijk debat te voeren. Dit moet voorkomen dat onze democratie vervalt tot demonisering en op-de-man-spelen zoals we bij de foto met Zihni Özdil hebben gezien. Steun het project hier!

De hoop ligt dus in de disruptie. Juist dit wordt in Het Euro-Evangelie goed uitgelegd. “Griekenland, slechts 2 procent van de eurozone, zal een vingeroefening blijken voor de finale: het nakende failliet van Italië. Over dat soort feitjes horen we herkiesbare politici minder. Die bluffen liever over overschotten en meevallers op de begroting. Of storten zich op debatjes of de koopkracht nu wel of niet met één procentpunt toeneemt  ‘dankzij het kabinetsbeleid’.”

Kortom zolang je probeert om van binnenuit te veranderen, blijf je in discussies hangen over één procentje koopkracht meer of minder, of de doembeelden niet te veel kiezers afschrikken, over astronomische bedragen die niet in Jip en Janneke taal te vangen zijn. Ook krijg je steeds het argument voor de kiezen dat er “te veel politiek kapitaal in de munt zit”.

De paradox van de eurocrisis

Nog wat cijfers om de ernst van de situatie te onderstrepen: “De consultants van de Boston Consulting Group kwamen op oninbare leningen ten bedrage van 6,15 biljard euro. Voor het Koninkrijk der Nederlanden zou dat een afboeking van 140 miljard tot 720 miljard euro betekenen. Pittig. En dat is het best case scenario, want de cijfers dateren van 2010, toen de schuld een stuk lager was. De paradox van de eurocrisis is dat de bedragen zó groot en de uitkomsten zó ongewis zijn, dat geen politicus er een serieus punt van maakt.”

Verliesverbergers

Je noemde hierbij de “VerliesVerbergers” – de schuld is er wel, maar je ziet hem niet. Bijvoorbeeld omdat slechte leningen worden opgekocht door een van de Europese noodfondsen, aangevoerd door het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM). Ook is er de kwantitatieve geldverruiming, wat neerkomt op het bijdrukken van geld.

“Eén op de zes Italiaanse leningen geldt als non performing, in Ierland is het één op vier en Cyprus presteerde het om meer oninbare vorderingen uit te hebben staan dan de omvang van de economie. De European Banking Association categoriseert duizend miljard aan leningen als ‘non performing’.”

Je beschrijft hoe geen politicus dat voor zijn of haar rekening durft te nemen – het zou immers een papieren schuldenberg omzetten in tastbare verarming en dus spaarders, beleggers en andere stemmers aan de kook brengen.

“Zo heeft de ECB in korte tijd al een kwart van de Zuid-Europese schuld naar zich toegetrokken. Sterkte, belastingbetaler, want Nederland doet voor 5,7 procent mee in de eurozone.” De schulden van alle betrokken banken samen begrootte je op 28.000.000.000.000 euro – “van dat bedrag zal volgens een rapportage van The Boston Consulting Group 6.150.000.000 euro niet worden terugbetaald. Een reddingsfonds zal dus behoorlijk wat vuurkracht moeten hebben om dat bedrag omver te blazen. Als Nederland naar omvang bijdraagt en – zoals afgesproken – andere landen ontlast, komt onze bijdrage op maximaal 720.000.000.000 euro. Oftewel anderhalf keer de bestaande Nederlandse staatsschuld.”

Langetermijnprognoses

Het probleem is dat mensen als jij en ik naar de toekomst kijken: we maken langetermijnprognoses. Maar de meeste mensen willen gewoon met een biertje in de zon zitten en bitterballen eten. Realistische prognoses en vergezichten worden dan afgedaan als zuur gelul, geschreeuw vanaf de zijlijn, boekenwijsheid en abstracte speculatie. Voorts begint men over “doeners” en “aanpakkers” – dan wordt er niet meer geluisterd. Hier stuiten we op een belangrijke opmerking in het voorwoord: “’Verdomme’, siste D66-woordvoerder Kees Verhoeven in een debatpauze op de plee van een Leidse lokaliteit. ‘Ik heb geen antwoord op alle financiële problemen die Wellens aankaart’.”

Mediakartel

Op zo’n moment verdedigt een gekozen volksvertegenwoordiger dus een transferunie waarvan hij weet dat zijn kinderen en kleinkinderen daarvoor de prijs betalen; hij weet dat hij dit niet kan verbergen en hoopt er simpelweg niet op te worden aangesproken – hij rekent op steun van het mediakartel. Jort Kelder geeft dit ook toe: “U begrijpt waarom wij niet bij Matthijs [van Nieuwkerk] aanschoven: het Euro Evangelie kwalificeerde ook niet echt voor goedhumeur-tv. Redactiesjef Dieuwke Wynia begint daags voor de uitzending te twijfelen. ‘Jort, razend interessant onderwerp, maar de materie is te ingewikkeld en de getallen zijn zo groot, daar kan geen kijker zich iets bij voorstellen’.”

Op kosten van komende generaties

Het lukt politici om gesteund door het mediakartel de aandacht af te leiden. Zodat de massa hedonistisch blijft consumeren en de meer grimmige abstracte waarheden niet doordringen tot het dagelijks gesprek. Dan winnen politici – de meeste van hen zijn opgekweekt in het badwater van ‘68. Ze vinden dat ze meester en vormgever zijn van hun eigen succes: ze geloven niet dat hen na de dood iets boven het hoofd hangt en een begrip als ‘cultureel rentmeesterschap’ of ‘intergenerationele solidariteit’ zegt  hen niets. Ze willen genieten van de macht zolang ze de macht hebben en daarbij zijn alle middelen geoorloofd – inclusief het opmaken van het kapitaal dat is gespaard door de vorige generatie en vervolgens bijlenen op kosten van komende generaties.

Globale geldmarkt

Zelf was ik vroeger vóór de euro – het argument dat toen werd gebruikt, bij de invoer, was dat er een conservatief fiscaal beleid zou worden gevoerd om te voorkomen dat de VS tot het oneindige dollars kon bijdrukken. Er was een tegenkracht nodig op de globale geldmarkt: een tegenkracht gebaseerd op een strakke monetaire politiek. Vanwege de zwakke dollar en sterke euro was het leuk om spullen vanuit de VS te bestellen. Maar nu zie ik twintig jaar later in de praktijk hoe alle geldverruiming uitmondt in welvaartstransfers naar het zuiden – ik heb zelfs negatieve rente op mijn spaarrekening. ZZP’ers als ikzelf bouwen niets op qua pensioen en nauwelijks qua premies. Tegen de lage rente en inflatie is bruutweg niet op te sparen. Dit volgt uit ECB-beleid en de ECB bepaalt haar eigen mandaat.

Ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking

Het argument is heel begrijpelijk dat Nederland ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking zou hebben – onze ‘grootste deugd’ is immers dat de Duitsers ons nodig hebben om bij de zee te komen. Vroeger was de waarde van de gulden verbonden met de Duitse munteenheid. Maar op mijn spaarboekje en door de waarde van mijn uitgaven van vroeger en nu te vergelijken, zie ik loepzuiver dat als we zo doormodderen, er op termijn niets voor mij overblijft. Daarom ben ik aangewezen op disruptie – ik heb geen andere keus. Want disruptie brengt een kans op hoop, terwijl continuïteit de zekerheid betekent van een gestage en onomkeerbare neergang. Een grotere schuldenberg, meer inflatie, minder koopkracht. Zelfs Zijlstra moest dit immers toegeven na het lezen van jouw pamflet!

Disruptie van de bubbels van Brussel en Den Haag

Enfin Arno, ik rond af met een belangrijk punt in jouw lezing. In de bubbels van Brussel en Den Haag heerst een andere werkelijkheid dan aan de keukentafel van tante Truus. Mensen zien dat ze keer op keer worden voorgelogen en langzaam ontstaan bewegingen als de gele hesjes. Dat is de maatschappelijke prijs van het steeds maar doormodderen van bestuurders. Politici rekenen echter op hun vriendjes van het mediakartel om deze protestbewegingen af te schilderen als marginale gekkies; protestpartijen als PVV en FvD worden buiten de coalitievorming gehouden.

De hoop ligt in disruptie

De politici die ons in dit verderf hebben gestort winnen – en zullen blijven winnen – zolang zij een democratische meerderheid van de-helft-plus-één behouden. Alles is daarvoor geoorloofd inclusief moderatie van onwelgevallige meningen, censuur door Big Tech en het verbloemen van kleine leugens met grotere leugens. De hoop ligt in de disruptie: deze economische ontwikkeling zal doorgaan en de middenklasse verpulveren – tot nu toe was een brede middenklasse de belangrijkste stoplap tegen een full blown revolutie. De vraag is alleen of tegen die tijd Europa niet is veranderd in een totalitair soort China. Tot het zover is kunt u als lezer in ieder geval deze crowdfunding steunen!

Posted on

Na de overwinningen van radicaal-rechts, de overwinning van het morele gelijk*

De verkiezingen zijn zowel in Nederland (voor Provinciale Staten en Eerste Kamer), als in Vlaanderen en Wallonië weer achter de rug. De meerderheid heeft weer eventjes kunnen ‘meedoen’ met de besluitvorming en heeft zijn ongenoegen of steun kunnen uitspreken aan het beleid. In België en Nederland zijn er op z’n minst 3 democratieën die los van elkaar heel uiteenlopende tendensen weergeven, toch vallen er een aantal parallellen te trekken.

Vooral toch tussen Vlaanderen en Nederland. Hoewel ook in Wallonië een anti-stem werd gegeven, uitte dit zich vooral in een stem voor radicaal-links. In Vlaanderen en Nederland daarentegen naar rechts, richting Vlaams Belang en Forum voor Democratie. De voorspelde overwinningen van Groen waren niet zo groot als verwacht. Dit ondanks de gestuurde klimaatprotesten om de agenda van de verkiezingen te sturen. Het was zelfs niet genoeg om het verlies van de linkse en traditionele partijen te compenseren. Migratie en het sociaal-economische speelden een grotere rol dan het klimaat. En de kiezer zocht naar fundamentele en klare antwoorden, in plaats van het compromisbeleid van de zittende regeringen.

‘Luisteren naar het signaal van de kiezer’

De verkiezingsavond volgen is altijd wel leuk. Je weet nooit met welke redenering de verliezende politici hun huid proberen te redden. De winnende politici doen altijd een poging om zich zo slim mogelijk te positioneren naar onderhandelingen toe, of zelfs naar de volgende verkiezingen. Het is natuurlijk een eerste reflex om niet meteen de kiezer op z’n donder te geven. De eerste bezorgde uitspraken van de avonden zijn dan ook eerder: “we moeten luisteren naar het signaal van de kiezer”. Dat verandert snel na het bij elkaar komen van de partijbureaus in de grote ivoren torens van de politiek.

De golf van verontwaardiging was weer zeer groot in de periode na de verkiezingen. Tot slot mag de uitslag van de verkiezingen geen weerslag hebben op het beleid. In de dagen erna zitten de partijstrategen en beroepspolitici dan bij elkaar en plegen ze druk overleg met hun netwerk binnen de media en het middenveld. Na het signaal van de verkiezingen kijkt men naar de oorzaken.

Beïnvloeding

Er kwamen dan ook meteen onderzoeken naar het stemgedrag van deze toch wel vreemde kiezer. Al snel kwamen gelukkig toch wel enkele logische conclusies naar voren. Eerst en vooral was deze kiezer beïnvloed, was het niet door de Russen, dan wel door de sociale media-uitingen van de winnende politieke partijen. Tot slot kan de kiezer toch geen juiste mening erop nahouden, zonder de framing van gepolitiseerde nieuwsredacties als NOS of VRT?

Beter uitleggen

De tweede conclusie is dat de boodschap verkeerd is uitgelegd. Er is niets mis met het beleid van de regeringspartijen, hun vertegenwoordigers hebben het gewoon laten afweten in hun communicatie. Ook ideaal om dus een aantal voorzittersverkiezingen te organiseren om te veranderen van stijl en gezicht. Als er al mensen waren die het bijsturen van het beleid voorstelden, kon dit gelukkig zo snel mogelijk worden verdraaid tot een verandering van stijl en communicatie.

Domme, ongevoelige kiezers

Een derde conclusie, en toch wel de belangrijkste, is dat de kiezer van die radicaal-rechtse partijen laaggeschoold is, minder empathisch, … Wellicht stemmen ze nu allemaal op een rechtse partij wegens een trauma in hun jeugd en is de politieke rebelsheid te verklaren door een psychische aandoening. Althans, zo werden een aantal onderzoeken gelanceerd die dat moesten bewijzen. Zeg maar gerust dat de keuze van een bepaalde kiezer inferieur is aan die van de kiezers van de traditionele en vooral progressieve partijen. Die kiezer beseft eigenlijk ook niet goed welk leed hij met zijn stemgedrag heeft aangericht bij de mensen die daardoor gekwetst zijn!

Tv-sterren

Er werden gelukkig voor het vaderland zelfs enkele tv-sterretjes met een dipje in hun carrière gevonden die het morele geweten wisten aan te zwengelen. Berichten werden gestuurd en gepromoot via de sociale én mainstream media over hoe onverantwoord het wel niet was om op een rechtse partij te stemmen. De verwijzingen naar de jaren ’30 (nu bijna 100 jaar geleden) zijn weer een ideaal wapen om bijna elke discussie snel teniet te doen. Als men de Duitsers van 80 à 85 jaar geleden er niet bij kan halen, is het soms eens verstandig te verwijzen naar de Russen, als equivalent van de reductio at hitlerum. Per slot van rekening zijn Saoedi-Arabië, Qatar, Israël en de Verenigde Staten veel netter als bondgenoot. De bommen die zij laten vallen zijn met veel meer liefde gestuurd.

Morele verontwaardiging

De morele verontwaardiging zal ook de doorslag geven in de komende jaren. Per slot van rekening is dit toch de gemakkelijkste oplossing voor politici. In plaats van het politieke systeem te evalueren, kan men gewoon de mensen die kritiek hebben beschouwen als een besmette, vieze onderlaag van de bevolking. Dit zal hun zeker leren om de volgende keer op de ‘goede’ partijen te stemmen. Per slot van rekening zitten in die poules van partijen telkens partijen met  dezelfde inhoud maar met toch iedere keer een andere communicatietint.

De opgehitste massa kan zich vandaag lekker laten gaan tegenover de vogelvrij verklaarde politici. Dat kan variëren van sociale uitsluitingen, zoals de rage van gedeelde berichten om iedereen te vragen die zichzelf besmet heeft met het radicaal-rechtse virus zich onmiddellijk uit de comfortzone van de virtuele bubbel te verwijderen. In sommige gevallen gaat het natuurlijk over in het oproepen tot geweld. Dan gaat men als het echt niet anders kan, eventjes doen alsof men dit afkeurt en geeft men een korte berisping. Tot slot hangt deze strategie wel samen met moreel hoger te staan als het radicaal-rechts volkje dat durfde op een partij met een afwijkende mening te stemmen.

Schuldgevoel

Zo krijgen we natuurlijk de polarisatie waarop we hebben gewacht. De moreel in hun gelijkgestelde kiezers die, volgens gestuurde onderzoeken, toch bewijzen dat de kiezer van de progressieve partijen wel meer empathie heeft, een hoger diploma, gelukkiger is,… kortom de groep waarbij je toch liever wilt horen? Aan de andere kant staat die groep waarop terecht kan worden neergekeken. Laagopgeleid, egoïstisch en verzuurd. Het schuldgevoel dat er zo bij de mensen kan worden aangepraat zal hen misschien nog terugbrengen aan de juiste kant van de geschiedenis.

Dat is toch alvast een mooie overwinning op zulke verdomde verkiezingen waarin de kiezer niet heeft gestemd zoals men zou willen. Het ontslaat hen nog voor het eventueel bijsturen van regeerakkoorden van de plicht om rekening te houden met de zorgen van de kiezer. Laat staan dat men dus fundamenteel iets gaat veranderen aan de aanpak van de problemen en kernthema’s van de verkiezingen. Want tenslotte is men de morele overwinnaar na de verkiezingen.


* Voor alle duidelijkheid, dit opiniestuk werd deels sarcastisch geschreven.

Posted on 1 Comment

Klimaatdrammers markeren doodsstrijd oude midden #PS2019

Het politieke paradigma is aan het verschuiven en politici hebben er geen invloed op. Dat steekt. Dit is precies de reden waarom de druk van de klimaatdrammers zo groot is. Systemen in verval slaan namelijk het meest krachtig om zich heen. Een laatste flikkering van het licht voor het weer dooft. De tijden zijn er tumultueus door.

Een dergelijke kracht wordt geprojecteerd vanuit zwakte. Als je gelijk hebt hoef je niet te drammen. Dan komt men vrijwillig je kant op. Het is een teken dat de realiteit van Nederlanders veranderd is en dat ze daar in politieke zin uiting aan geven. Voor het het eerst doen ze dat massaal buiten de partijen van de Verzuiling. Die bezetten nu virtueel 1/3 van de Tweede Kamer.

Het midden verdwijnt nooit

Het politieke midden ligt altijd daar waar de meeste mensen zich comfortabel voelen om hun politieke stem aan te geven. Het midden lijkt dus alleen te verdwijnen als je zelf op een positie staat die niet meer het midden is.

Kiezers bewegen langs twee assen. Ze bewegen binnen het Overton-raamwerk. Dat is het raamwerk van maatschappelijk geaccepteerde meningen. Dit raamwerk bevindt zich op een politieke schaal. Zowel het raamwerk als de plaats op de schaal bewegen in een nieuwe richting. Het is evident dat deze verschuiving in een wat rechtsere richting is.

Het oude midden bevindt zich daardoor meer aan de rand van zowel de politieke schaal als van het Overton-raamwerk. Dat doet pijn. Zij waren het redelijke midden, vormden partijen, leuke clubs, vulden columns en collegezalen. Het is hen niet kwalijk te nemen dat ze op dezelfde plek blijven. De eigen vertrouwde netwerken laten niemand zomaar los.

Kracht is een teken van zwakte

Het oude midden kan alleen nog relevant blijven door zichzelf te krachtig te manifesteren. Dat is nodig omdat hun ideeën niet meer aansprekend zijn. Slechts door kracht worden zij nog geaccepteerd.

Het is mogelijk om deze kracht uit te oefenen omdat de netwerken nog in dezelfde denkwereld zitten. Dit zijn media- en bedrijfsnetwerken die de oude maatschappelijke midden-structuur vorm hebben gegeven. Het is logisch dat zij zich conformeren aan de overblijfselen van de oude structuren.

De realiteit is echter dat het politieke midden zich al verwijderd heeft van de oude structuren. Hierop kracht toepassen werkt niet omdat het midden zich niet laat dwingen. Dat werkt alleen bij totale repressie. Dan is er geen keuze meer over. Precies die tendens kan men terugzien in de politiek geïnspireerde censuur van het referendum, in de door mensen gemaakte algoritmes van Facebook, YouTube en Twitter. Kracht gebruiken om mensen van ideeën weg te houden is een teken van zwakte. Het toont dat de eigen leegte. Deze trend is echter niet begonnen met Rutte.

Het nieuwe paradigma

Het hautaine gedrag tegen Fortuyn is de scheidslijn. De bestaande partijen werden erdoor van hun magie ontdaan. Er was alleen nog geen ruimte voor de kiezer om daadwerkelijk weg te lopen. Dat is nu anders. Alle nieuwe partijen in de Tweede Kamer zijn post-Verzuiling partijen in de zin dat zij voor Fortuyn niet bestonden.

Deze post-Verzuiling partijen hebben geen last van apologeten van communistische moordregimes, van voormalige of onbewezen terroristen, van gekochte politici, van grote schandalen. Ze hebben hun eigen problemen, uiteraard. Deze vallen echter in het niet bij de oude partijen. Kiezers zijn nog vergevingsgezinder omdat deze partijen anders lijken te zijn.

Post-verzuilingspartijen bezetten op 17 maart 2019 virtueel 1/3 van de Tweede Kamer. Daarmee laten burgers zien dat het maatschappelijk toelaatbaar is om op het nieuwe midden te stemmen. Het is de verplaatsing van het Overton-raamwerk in de praktijk.

Trendlijnen en toekomst

De komende Provinciale Statenverkiezingen worden een nieuw datapunt voor de trendlijn van het midden. Peilingen wijzen erop dat post-Verzuiling partijen ook hier hun slag gaan slaan, met uiteraard gevolgen voor de Eerste Kamer.

De trendlijn zal in geen geval abrupt afbreken en omkeren, gegeven normale omstandigheden. Alleen uitzonderingssituaties zoals optreden tegen buitenlandse functionarissen zullen een tijdelijke winst genereren. Lokale partijen zullen hun invloed verder uitbreiden. Daarmee neemt in steeds meer bestuurslagen de invloed van het oude midden af.

Komt deze gedachte uit dan is dat een nieuwe bevestiging van de verschuiving van het midden. Dit blijft ruimte scheppen voor nieuwe partijen of de groei van bestaande post-Verzuiling partijen. In de tussentijd zal het oude midden zich krachtig verweren tegen deze verandering, waar ze geen enkele invloed op hebben.

Met het einde van de Verzuiling verdwijnen ook de partijen en hun netwerken. Dat beseffen ze deels, en dat is waarom ze zich zo met kracht manifesteren. Bedenk telkens dat het een teken van zwakte is. Als hun ideeën zo goed waren had u ze wel gevolgd en hoefde u niet gedwongen te worden. De verzuiling is nu echt ten einde. Zoals De zanger van het vorige midden zong: The times, they are, a-changing. U weet wat u te doen staat bij de komende verkiezingen.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on 1 Comment

“Over Rusland is maar één standpunt toegestaan”

Nederland behoort tot de meest Russofobe landen ter wereld. Voor diplomaat Vladimir Naydenov is het een raadsel hoe het zover heeft kunnen komen. “De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.”

diplomatieke carrière 
1977- 1978 stagiair Russische ambassade Den Haag
1978 eindexamen Hogeschool internationale betrekkingen
1978-1982 Russisch consulaat Antwerpen. Eerste medewerker
1982- 1987 Benelux-desk Russische Ministerie BuZa
1987- 1990 medewerker Russische ambassade Den Haag
1990 – 1992 cultureel- en persattaché Russische ambassade Den Haag
1992 – 1995 hoofd Benelux-desk Russische ministerie BuZa
1995 – 2000 ambassaderaad politieke afdeling Russische ambassade Den Haag
2000 – 2001 In Moskou
2001 – 2006 cultureel attaché Russische ambassade Berlijn
2006 – 2010 In Moskou
2010 – 2019 ambassaderaad, hoofd politieke afdeling Russische ambassade Den Haag

Vladimir Naydenov is de éminence grise van de Russische ambassade in Den Haag. In 1977 ging hij daar als stagiair aan de slag. Sindsdien woonde en werkte hij afwisselend in voornamelijk Den Haag en Moskou. Hij zag liefst vijf Nederlandse premiers voorbijkomen: van Dries van Agt tot en met Mark Rutte. Hij ontmoette ze allemaal. In zijn functie van tolk begeleidde Naydenov vele delegaties van Nederlandse en Russische politici, zakenmensen, kunstenaars en anderen.

Sinds 2010 staat hij aan het hoofd van de politieke afdeling van de ambassade. Hij volgt in die functie de Nederlandse buitenlandpolitiek op de voet. Zowel door het bijwonen van debatten in de Tweede Kamer, als door de Nederlandse kranten te spellen en contacten te onderhouden met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Met lede ogen heeft Naydenov zien gebeuren hoe er “in korte tijd weinig overbleef van de uitstekende vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld.” Met als voorlopig dieptepunt: “Minister Bijleveld van Defensie die zegt dat Nederland in oorlog is met Rusland.”

Een gesprek met Vladimir Naydenov over onder meer de bijdrage die Nederland begin jaren tachtig leverde aan de ontspanning met de Sovjet-Unie, het rampzalig verlopen Nederland-Ruslandjaar 2013, de afwikkeling van de ramp met MH17, Russische bommenwerpers die de Noordzeekust frequenteren, de uitzetting van Russen die gepoogd zouden hebben de OPCW in Den Haag te hacken, de volgzaamheid van Nederlandse journalisten – en last but not least de dreigende terugkeer van de discussie over plaatsing van Amerikaanse kruisraketten op Nederlands grondgebied.

In 1989 liepen er militairen van de Sovjet-Unie mee in de Nijmeegse Vierdaagse. In 1990 zei u daarover in een interview met Elsevier: “Als iemand mij vijf jaar geleden had verteld dat er Russische militairen naar een NAVO-land zouden komen en daar met Amerikaanse militairen in hetzelfde kampement zouden logeren, dan had ik dat niet geloofd.” Wat had u zich vijf jaar geleden niet voor kunnen stellen wat er nu gebeurt?

Dat Russische militairen niet meer meelopen in de Vierdaagse, omdat zij niet meer welkom zijn hier. Voor de gebeurtenissen in Oekraïne in 2014 liepen jaarlijks militairen mee uit Pskov, een zusterstad van Nijmegen. Ik had mij in het algemeen niet kunnen voorstellen dat er in zo’n korte tijd zo weinig zou overblijven van de vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld. De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.

Hoe ontwikkelde zich die vriendschapsrelatie?

In 1981, toen de spanningen groot waren tussen de Sovjet-Unie en het Westen, is er een Nederlandse delegatie van de Tweede Kamer naar Moskou gegaan. Ook Ruud Lubbers, die later premier werd en het afgelopen jaar helaas is overleden, maakte deel uit van die delegatie. De parlementariërs brachten een enorme stapel foto’s mee van de demonstratie op het Museumplein in Amsterdam tegen de komst van Amerikaanse kruisraketten. Ze presenteerde die foto’s aan Andrey Gromyko, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Ik was daarbij als tolk aanwezig en ik kreeg als relatiegeschenk een stropdas. Die was helemaal blauw, met een witte afbeelding van de Ridderzaal. Het bleek een traditie te zijn van delegaties van Tweede Kamerleden om stropdassen te schenken. Ik heb er sindsdien heel wat ontvangen. De das die ik vandaag draag is er één van.

De parlementaire delegaties van Nederland hebben in de jaren tachtig een enorme bijdrage geleverd aan de ontspanning, aan het einde van de Koude Oorlog, en aan de verbetering van de betrekkingen tussen onze landen.

In 1985 werd het begin van het einde ingeluid van de Sovjet-Unie met het aantreden van Michail Gorbatsjov als president.

Ik herinner mij als de dag van gisteren 21 november 1986. Dat was de dag dat premier Ruud Lubbers en zijn minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek in Moskou waren. Er was een belangrijke bespreking tussen Van den Broek en onze minister van Buitenlandse Zaken Edoeard Sjevardnadze over ontwapening, en dan vooral over het terugdringen van het aantal kernwapens. Die bespreking begon om 9 uur ’s ochtends en eindigde pas om half 2 ’s middags. Russische toponderhandelaren namen eraan deel. Daarom duurde het ook zo lang. Zij hebben Van den Broek zeer serieus genomen. Zij vonden dat hij met concrete voorstellen kwam, met compromissen die zowel voor de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten aanvaardbaar waren. Toponderhandelaar Juli Kwizinski heeft gezegd: “Nederlanders zijn slimme mensen. Ze komen met goede suggesties voor hoe je problemen kunt oplossen.” Van de NAVO-landen heeft met name Nederland geprobeerd tot goede compromissen te komen. Nederland is een soort politieke katalysator geweest voor de totstandkoming van het INF-verdrag.

Het verbod op het gebruik van raketten voor de middellange afstand dat Michail Gorbatsjov en Ronald Reagan in 1987 overeenkwamen staat inmiddels op losse schroeven. Donald Trump heeft aangekondigd het INF-verdrag op te zeggen.

Wat nu gebeurt, kan ik mij nauwelijks voorstellen. En wat mij nog het meest verbaast is de opstelling van Nederland. Ik ging er van uit dat Nederlanders zouden protesteren tegen deze eenzijdige stap van Amerika. De Nederlandse politiek heeft nu gezegd: “Wij steunen de Amerikanen in de opzegging van het verdrag.” Ik vind dat onvoorstelbaar. Nederlandse politici zouden toch moeten weten met hoeveel moeite het verdrag tot stand is gekomen en welke rol ze er bij hebben gespeeld? Denk ook aan de demonstraties van Nederlanders begin jaren tachtig, tegen de plaatsing van kernraketten in Woensdrecht, de eindeloze discussies in de Tweede Kamer, en de daaropvolgende blijdschap in Nederland toen men hoorde dat het verdrag een feit was.

Er staan in de Nederlandse kranten soms berichten over Russische bommenwerpers die langs de Noordzeekust vliegen. Wat doen die daar?

Zij maken oefenvluchten. Zoals de NAVO-landen dat doen langs de Russische grens. Het zijn geen schendingen van het nationale luchtruim. Zij vliegen in de ruimte waarin dat is toegestaan. Tussen 1992 en 2011 waren er geen Russische oefenvluchten, maar de NAVO is in die periode wel doorgegaan met oefenvluchten langs de Russische grens. Toen wij in antwoord daarop de oefenvluchten hervatten, ontstond daarover in de pers veel verontwaardiging. Wij hebben toen tegen Nederland en andere NAVO-landen gezegd: “Laten we rond de tafel gaan zitten, en zien of we hierover een akkoord kunnen sluiten. Vooral ook om misverstanden te voorkomen.” Want de vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk, alleen wel dat ze onverwacht komen. Maar de NAVO heeft gezegd: “Wij zijn niet geïnteresseerd in onderhandelingen daarover.”

U zegt: “De vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk.” Maar het gaat hier wel om strategische bommenwerpers. Met of zonder bommen aan boord?

Dat weet niemand. Maar ik denk geen bommen. Daarvoor is de situatie nog niet gespannen genoeg. Wij hebben in Rusland ook genoeg middelen om af te weren. Men hoeft niet met kernbommen te vliegen. Dat heeft geen zin, en het is gevaarlijk.

Het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research vroeg mensen in 25 landen naar hun mening over Rusland. Nederland kwam uit de bus als meest Russofobe land. Hoe verklaart u dit?

Het is de uitkomst van Amerikaans onderzoek. Ik baseer mijn idee daarover op de opinie van de Nederlanders met wie ik in contact sta.

De Nederlanders met wie u in contact staat zijn waarschijnlijk geen doorsnee Nederlanders.

Dat er negatief gedacht wordt over Rusland zal in elk geval kloppen voor Nederlandse politici, en ook voor de Nederlandse pers. De Nederlandse pers draagt het beleid uit van de Nederlandse overheid. Ik zie dat vooral bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), waar kennelijk maar één standpunt is toegestaan. Dat is toch geen vrije meningsuiting? Niet zo vreemd. De NPO is eigendom van de Nederlands staat. De vrijheid van pers bestaat niet. Nergens, Nederland niet uitgezonderd.

De commerciële zenders en kranten zijn niet in bezit van de Nederlandse overheid.

Ook daar zie je maar één standpunt over Rusland, dat van de overheid. En ook daarin verschilt Nederland niet van Rusland, want ook in Rusland laten journalisten  zich doorgaans leiden door de mainstream, al moet ik zeggen dat er in Rusland meer diversiteit bestaat dan in Nederland. In Russische talkshows zie je burgers uit tal van landen, Amerikanen, Britten, Oekraïners, Polen, Nederlanders, die daar het standpunt uitdragen van hun land. Op de Nederlandse televisie zie je nooit een Rus die de Russische visie uitdraagt. Nou ja, één keer onze ambassadeur, Alexander Shulgin, en één keer de tweede man van onze ambassade, Boris Zhilko.

Maar in elk geval beseft men in Rusland heel goed welke landen het slechtst over Rusland denken. De laatste jaren is Nederland bij die groep gekomen.

Hoe verklaart u dat in Nederland de opinie zo slecht is over Rusland?

Dat is voor mij een groot raadsel. Want vanaf eind jaren tachtig tot 2013 waren wij zeer goed bevriend. De betrekkingen waren perfect. Als ik met mijn Nederlandse gesprekspartners praat, dan zeggen zij: “Alles is begonnen in 2014, toen jullie de Krim annexeerden.” Maar dat is niet zo. De grote ommekeer kwam in 2013, tijdens het Nederland-Ruslandjaar. In dat jaar was er een aaneenschakeling van incidenten, niet in Rusland, maar hier in Nederland. Vooral rond de LHBT-campagne. Toen onze president Vladimir Poetin in april 2013 naar Nederland kwam, waren er enorme betogingen in Amsterdam, bij de Hermitage, het Scheepvaartmuseum.

U doelt op de betogingen tegen wat in Nederland genoemd wordt ‘de anti-homowetgeving’ in Rusland?

Van een anti-homowetgeving is absoluut geen sprake in Rusland. Er is een wetgeving, maar die is niet gericht tegen homo’s. U moet het in perspectief zien. In de jaren dat Rusland democratiseerde en er steeds meer openheid kwam, heeft de homobeweging zich enorm ontwikkeld. Moskou was, en is misschien nog steeds, de stad met de meeste homoclubs ter wereld. Niemand heeft die clubs gesloten. Er werd voor ons alleen een grens bereikt toen activisten naar lagere en middelbare scholen gingen om met kinderen te praten over homoseksualiteit. Dat wilden wij niet. Daar is die wetgeving voor bedoeld. Dat dat niet meer mogelijk is.

U denkt dus dat de LHBT-campagne in Nederland de betrekkingen tussen de landen heeft geschaad?

Om het Nederland-Ruslandjaar te vieren was er in zomer van 2013 een galaconcert georganiseerd op het Museumplein in Amsterdam. Dat dreigde mis te gaan omdat burgemeester Eberhard van der Laan toestemming had gegeven voor de organisatie van een protestmanifestatie van het COC op hetzelfde tijdstip, op dezelfde plek. Ik had niet de indruk dat dit van het COC uitging. Ik heb toen namelijk op de ambassade gesproken met vertegenwoordigers van het COC die contact met ons hadden opgenomen omdat ze zich zorgen maakten. Zij wilden voorkomen dat er confrontaties zouden ontstaan tussen de bezoekers van de twee evenementen. En natuurlijk wilden ook wij dat niet. Dat is uiteindelijk ook niet gebeurd. We hebben met het COC afgesproken dat zij eerst hun manifestatie zouden houden, en wij later zouden beginnen. Er zijn na afloop van de COC-manifestatie ook nog bezoekers van die manifestatie naar het Russische galaconcert gegaan. Niet om te demonstreren, maar om te kijken en te luisteren.

Het verliep dus vreedzaam, de twee evenementen op het Museumplein, maar u vermoedt dat er is aangestuurd op een confrontatie?

Ik ben er van overtuigd dat achter de mensen van het COC die geen confrontatie met ons wilden, iemand stond die wel een confrontatie wilde.

Wie kan dat geweest zijn? Burgemeester Van der Laan?

Ik weet het niet. Maar het is waar dat burgemeester Van der Laan toestemming heeft gegeven voor de organisatie van de beide evenementen op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek. Als onze ambassade en het COC niet samen geregeld hadden dat de evenementen na elkaar zouden plaatsvinden, dan had het goed mis kunnen lopen.

Heeft u het vermoeden dat er ook op andere momenten in het Nederland-Ruslandjaar is aangestuurd op confrontatie?

De problemen rond het Nederlandse Greenpeace-schip Arctic Sunrise.

Greenpeace probeerde een boorplatform van Gazprom te bezetten, als protest tegen de Russische oliewinning bij het Noordpoolgebied. U ziet dat als een provocatie?

Ik ben ervan overtuigd. Waarom heeft men uitgerekend in het Nederland-Ruslandjaar die actie georganiseerd?

Is Greenpeace ook niet in andere jaren actief geweest in de Russische wateren?

Absoluut niet.

Het kan toch ook toeval zijn geweest?

Misschien. Maar als ik al die toevalligheden bij elkaar optel, dan zie ik een bepaalde trend.

Het Nederland-Ruslandjaar begon met de dood van een Russische activist en asielzoeker in een Nederlandse cel, Aleksandr Dolmatov.

Dat was in januari. Hij pleegde zelfmoord in het detentiecentrum Rotterdam. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

Er is een Russische diplomaat door de Nederlandse politie opgepakt, omdat hij zijn kinderen zou mishandelen.

Dmitry Borodin was de tweede man van de ambassade, gevolmachtigd minister. Hij werkt nu in België. Hij is een vriend van mij. Ik ken hem heel goed, en ook zijn vrouw en kinderen. Het is volkomen idioot wat men hier over hem en zijn familie heeft beweerd.

Wat is er volgens u nog meer misgegaan in het Nederland-Ruslandjaar?

Er zijn LHBT-activisten naar Moermansk gegaan, om te proberen daar een manifestatie te organiseren. Wat hadden die mensen in Moermansk te zoeken? Waarom gingen ze niet naar Ankara, Turkije? Of naar Riaad, Saoedi-Arabië? Daar zijn echte schendingen van homorechten. En probeer daar ook maar eens te demonstreren.

U gelooft hoe dan ook niet in een ongelukkige samenloop van omstandigheden? U denkt dat geprobeerd is de feestelijkheden rond het Nederland-Ruslandjaar te verstoren?

Ik kan het mij bijna niet anders voorstellen. Ik stel mij de vraag: In de betrekkingen tussen Nederland en Rusland  loopt alles prima. Er zijn goede contacten op alle niveaus. Er zijn over en weer bezoeken, er wordt goed onderhandeld over diverse kwesties. Premier Rutte gaat naar Lubmin, een stadje in Duitsland, naar de opening van de gaspijpleiding Nord Stream 1, en voert daar vriendschappelijke gesprekken met Dmitri Medvedev, de toenmalige Russische president. En dan plotseling, in het Nederland-Ruslandjaar gebeuren al die dingen.

Als er is aangestuurd op een rampzalig Nederland-Ruslandjaar, wie kan daar dan belang bij hebben gehad?

Ik mag geen beschuldigingen uiten als ik geen bewijzen heb. Zeker niet aan het adres van onze Nederlandse vrienden. Maar kijk naar de Verenigde Staten. Aan het begin van de tweede termijn van Obama, in 2013, begint alles mis te gaan in de betrekkingen tussen Rusland en de Verenigde Staten. Is het toeval dat tegelijk hetzelfde gebeurde tussen Rusland en Nederland?

U noemde net de ontmoeting van Rutte en Medvedev bij de opening van Nord Stream 1 als voorbeeld van dingen die goedgingen in 2013. Was dat een willekeurig voorbeeld? We weten nu dat de Amerikanen fel gekant zijn tegen Nord Stream 2 en de aanvoer van Russisch gas naar Europa in het algemeen.

Er werd in de Verenigde Staten destijds geen campagne gevoerd tegen Nord Stream 1 zoals nu tegen Nord Stream 2.

U noemde het rampzalig verlopen vriendschapsjaar als verklaring voor de omslag in de publieke opinie over Rusland. Maar denkt u niet dat MH17 daar ook een grote rol in heeft gespeeld? Nederland wijst hiervoor al vier jaar met de vinger naar Rusland.

Natuurlijk. Maar MH17 kwam een jaar later, in 2014. De opinie over Rusland was toen al verslechterd.

Klopt mijn indruk dat de Russische ambassade zich erg op de vlakte heeft gehouden ten aanzien van MH17? Heeft de ambassade bijvoorbeeld ooit geprobeerd in contact te treden met nabestaanden van de slachtoffers?

We hebben geen contact gehad met nabestaanden. Ons heeft daarvoor nooit een verzoek bereikt.

Het afgelopen jaar protesteerde een aantal nabestaanden bij de ambassade. Toen is niemand van u even met die mensen gaan praten?

Als die mensen hadden gezegd dat ze een petitie wilden overhandigen of gevraagd hadden om een gesprek met de ambassadeur, dan waren we daar zeker op ingegaan. Maar ook hier geldt: ons heeft geen verzoek bereikt.

Eén van u had er ook even naartoe kunnen lopen.

Hoe kunnen wij daar onbekommerd naartoe lopen? MH17 is zo’n gevoelige kwestie. Je weet niet wat je aantreft. Je kunt niet in de ziel kijken van die mensen. Misschien willen ze wel helemaal geen Russen zien. Worden ze heel kwaad. Als van hun een teken was uitgegaan dat ze iemand van de ambassade wilden spreken, dan waren we er zeker heengegaan. En sowieso protesteerden ze voor de verkeerde ambassade. Wij zien onszelf niet als schuldig aan de ramp.

U erkent dat MH17 een grote rol speelt in de manier waarop Nederlanders naar Rusland kijken. Heeft de Russische ambassade nooit gedacht: Wij willen dat beeld corrigeren?

Ik zou niet weten welke actie wij daarop kunnen ondernemen. Als mensen vragen hebben over MH17, dan reageren we daar op. Meer kunnen wij niet doen. De rest laten wij over aan de mensen in Moskou die zich bezighouden met het onderzoek naar de ramp.

Vladimir Naydenov (foto: Eric van de Beek)

De Russische ambassade spreekt zich via Twitter wel uit over Nederlands-Russische kwesties. Maar dat gebeurt in het Engels. Dat is dan kennelijk niet om een Nederlands publiek te bereiken?

Ik lees geen Twitter-berichten van de ambassade.

Hoe zijn de contacten van uw ambassade met de pers? De Amerikaanse ambassade organiseert persreizen, ontvangt journalisten in de ambassadeurswoning, betaalt zelfs voor artikelen. U doet dat allemaal niet? U doet niks aan pr?

Wij kunnen aan de pers niet aanbieden wat de pers niet wil. Maar de pers is altijd welkom hier. Onze ambassadeur is een zeer open man. Als een krant hem vraagt voor een interview is hij altijd bereid. Wel op voorwaarde dat alles wat hij zegt ook gepubliceerd wordt. Dit om te voorkomen dat uitspraken van hem niet in een hele verkeerde context geplaatst worden, zoals een keer gebeurd is met een Nederlandse krant, waarvan ik de naam niet zal noemen.

Die voorwaarde stelt hij ook aan tv-ploegen?

Ja. Er mag niet geknipt worden in interviews met hem.

Dat zou misschien kunnen verklaren waarom we de Amerikaanse ambassadeur veel vaker zien op televisie en in de kranten dan de Russische ambassadeur.

De Amerikaanse ambassadeur is misschien vaker op televisie omdat hij zegt wat men in Nederland wil horen.

U vindt de Nederlandse pers bevooroordeeld?

Zie de selectieve manier waarop de Nederlandse pers heeft bericht over de jaarlijkse persconferentie van president Poetin van afgelopen maand.

Kranten hebben een beperkte ruimte. Die kunnen geen integrale verslagen plaatsen van persconferenties.

Poetin zei dingen die van groot belang zijn voor Nederland, maar daarover stond helemaal niets in de kranten.

Welke dingen van groot Nederlands belang zei Poetin die niet door de Nederlandse pers zijn opgepikt?

Over kruisraketten. Hij heeft gezegd dat men niet beseft hoe gevaarlijk de tijd is waarin wij leven. Mensen zijn gaan denken dat wat nu gebeurt een soort computerspelletje is. Poetin noemde als voorbeeld strategische raketten zonder kernkop die de Amerikanen in gebruik willen gaan nemen. Hij zei: “Hoe kunnen wij, als zo’n raket gelanceerd wordt vanuit een onderzeeër, tijdig vaststellen of die een nucleaire lading heeft of niet? We hebben maar een paar seconden om te bepalen hoe we daarop reageren.” Poetin waarschuwde dat de veiligheidsdrempel zo een stuk lager komt te liggen.

Hij doelde daarmee ook op wat u eerder aansneed in dit gesprek: de Amerikaanse opzegging van het INF-akkoord?

Ja. En dat raakt direct aan de veiligheid van Nederland en andere Europese landen. Want wat als het INF-verdrag in de prullenbak wordt gegooid? Dan gaan we terug naar de tijd waarin het de vraag was: “Waar in Europa zullen de Amerikaanse raketten voor de middellange afstand worden opgesteld?” En dan zal gedacht worden aan dezelfde landen als in de jaren tachtig: Duitsland, Nederland en België.

Nog even terug naar MH17: Nederland en Australië hebben Rusland aansprakelijk gesteld voor de ramp. Ze willen hierover onderhandelen met Rusland, maar afgelopen maand werd bekend dat Rusland daar niets voor voelt.

Wij hebben gezegd: “Wij zijn bereid om met Nederland rond de tafel te gaan, maar niet op basis van een aansprakelijkstelling aan het adres van Rusland.”

Het is zeker dat Oekraïne schuld heeft. Die heeft het luchtruim niet gesloten boven een oorlogsgebied. Toch stelt Nederland Oekraïne niet aansprakelijk.

En dus is het uitgesloten dat Nederland en Rusland nog met elkaar in onderhandeling zullen gaan over MH17?

[pullquote]Misschien verklap ik nu een staatsgeheim.[/pullquote]

Er ligt nu van Nederland een nieuw voorstel op tafel. De Nederlanders zijn inmiddels bereid een gesprek te voeren op basis van een open agenda. Dat is acceptabel voor ons. Misschien verklap ik nu een staatsgeheim, een Nederlands staatsgeheim, maar dit is wat ik gehoord heb.

Er kan nu dus ook gesproken worden over de Oekraïense schuld aan de ramp?

Dat neem ik aan ja. Met een open agenda is alles bespreekbaar.

Terugkerend naar het thema van dit interview, de steeds verder verslechterende Nederlands-Russische betrekkingen: In 2017 beschuldigden de MIVD en AIVD Rusland ervan cyberaanvallen te plegen, nationale verkiezingen te beïnvloeden, de publieke opinie te bespelen en de traditionele media weg te zetten als onbetrouwbaar. Later dat jaar sprak minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken over Russen die nepnieuws verspreidden in Nederland.

Wat kan ik daarop zeggen? Er komt een nieuw begrotingsjaar aan, iedereen wil meer geld uit de staatsruif. En dus brengen de MIVD en AIVD een jaarverslag uit waarin ze spreken over een Russische dreiging. Ik vraag u: Waar blijven de bewijzen van al deze beschuldigingen die men ons voor de voeten werpt?

De Nederlandse overheid heeft de Russische ambassade nooit bewijzen getoond?

Het enige wat mevrouw Ollongren doet is praten, en voor veel gedoe zorgen in de pers en in de Tweede Kamer. Ze komt nooit met bewijzen.

Als de ene staat de andere ergens openlijk van beschuldigt is het de gewoonte de ambassadeur op het matje te roepen. Is dit gebeurd naar aanleiding van de jaarverslagen van de AIVD en MIVD en van datgene wat minister Ollongren heeft geroepen over Russisch nepnieuws?

Nee. Onze ambassade is alleen op het matje geroepen over de vermeende hackpoging van het wifi-netwerk van de OPCW, en over de aansprakelijkstelling inzake MH17.

In het algemeen: Wat het Westen doet is Rusland beschuldigen van datgene wat ze zelf in Rusland doet. Zoals inmenging in verkiezingen. Het Westen, en met name Nederland, heeft zich altijd gemengd in onze verkiezingen. Er bestaat in Nederland een instituut, het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, waar alle grote politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer aan deelnemen. Dat mengt zich al jarenlang in de Russische politiek.

Nederland heeft zelfs in de jaren negentig geprobeerd politieke partijen op te richten in Rusland, zoals een christendemocratische partij. Degene die dat geprobeerd heeft, is nog steeds actief in de Nederlandse politiek. Ik zal daarom zijn naam niet noemen. Van die partij is trouwens niks terecht gekomen. Hij heeft mij zelf verteld waarom niet. Al het Nederlandse geld dat in die partij was gestoken, was terecht gekomen in de zakken van ‘schoften’, zoals hij degenen noemde die hem hadden moeten helpen met de oprichting van die partij.

Mengt Nederland zich nog steeds in de Russische verkiezingen?

Ik weet niet precies hoe de situatie nu is. Maar vroeger was er het zogenaamde Matra-programma van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie zei: “Matra heeft niks te maken met politiek. We geven geen geld aan organisaties. We ondersteunen alleen projecten.” Maar als je keek welke projecten dat waren, dan werd meteen duidelijk welke organisaties daar achter zaten. Het waren meestal projecten op het gebied van mensenrechten en de vrijheid van pers. De Russische overheid is daar trouwens niet op tegen. Het is niet verboden. Het is alleen zo dat de organisaties die buitenlands geld ontvangen dat moeten melden bij de Russische belastingdienst. Daar is niks vreemds aan. In heel veel landen is dat precies zo. In de Verenigde Staten is het zelfs nog veel strenger geregeld dan in Rusland. 

De Russische krant Novaya Gazeta is via het Nederlandse Matra-programma gefinancierd. Onder voormalig PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken is Nederland begonnen met het steunen van wat genoemd werd ‘onafhankelijke Russischtalige media’. Dat is u waarschijnlijk bekend? De financiering verloopt via Free Press Unlimited.

Ik weet dat er is geprobeerd zoiets op te zetten met Polen, maar daarvan is dacht ik niks gekomen. Ik merk er althans niets van. Sowieso, als de heer Koenders of de heer Blok teveel geld heeft mogen zij dit uitgeven, maar in Rusland merken we er niks van.

De Russische overheid heeft nooit gedacht: We gaan in antwoord op de activiteiten van de Nederlandse overheid ‘onafhankelijke Nederlandstalige media’ steunen in Nederland en België?

We hebben alleen RT en Sputnik die actief zijn in het buitenland.

RT en Sputnik brengen geen nieuws in het Nederlands.

In Rusland is de belangstelling voor de Nederlandse taal sterk afgenomen. Nederlands wordt op steeds minder hogescholen in Rusland als vak aangeboden. Ik vind dat erg. Nederlands is de grootste van de kleinere talen van Europa. Er zijn meer mensen die Nederlands praten dan mensen die een Scandinavische taal spreken. Toch is er in Rusland meer belangstelling voor Scandinavische talen dan voor het Nederlands. In de sovjet-tijd had je nog Radio Moskou. Dat was een zender op de korte-golf in het Nederlands. Toen ik daar voor het eerst van hoorde dacht ik: “Niemand luistert daarnaar.” Maar toen ik naar Nederland kwam, en begon te werken als cultureel attaché, bleek dat er een gezelschap in Nederland bestond, genaamd ‘Vrienden Radio Moskou’. In heel Nederland bleken er groepjes trouwe luisteraars te zijn. Er waren er zelfs die aanboden reportages te maken over Russische culturele evenementen in Nederland.

NRC publiceerde onlangs een groot artikel met de kop: Russische ambassade in Den Haag is een zenuwcentrum voor spionage. Hoe is dit ontvangen bij u op de ambassade?

De taak van elke ambassade is informatie te verzamelen over het gastland. De Nederlandse ambassade doet dat ook in Moskou. Als men dat ‘spionage’ noemt, dan is dat misschien ook ‘spionage’. Ik weet dat niet.

NRC beschuldigt uw ambassade van spionage met name vanwege het contact dat er geweest is tussen een medewerker van de ambassade en de vier GRU-officieren die het land zijn uitgezet op beschuldiging van een mislukte hack van het wifi-netwerk van de OPCW.

Degene die de GRU-officieren van het vliegveld heeft afgehaald en ze naar hun hotel heeft gebracht is de secretaris van de ambassadeur. Hij heeft niks met spionage te maken. Dat is absoluut quatsch.

Het NRC heeft hem niet gevraagd voor wederhoor?

Nee.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov heeft gezegd dat de vier GRU-officieren in Nederland waren op ‘routinereis’. Wat wil dat zeggen?

Zij waren naar Nederland gekomen om technische werkzaamheden te verrichten op de ambassade. Ik ben geen technische man. Ik weet niet welke geheimen onze ambassade heeft, maar elke ambassade beschikt over bijzondere apparatuur. De vier officieren logeerden tegenover de OPCW in het Marriott-hotel. En dus stond hun auto daar geparkeerd. Daar was niks bijzonders aan. Als wij Russische delegaties ontvangen, dan verwijzen we ze standaard naar het Marriott. Omdat dat hotel vlakbij onze ambassade gelegen is en ook omdat we er een prijsafspraak mee hebben.

Waarom denkt u dat Nederland Rusland vals wil beschuldigen?

Die beschuldiging maakt deel uit van een campagne die wordt gevoerd tegen ons land. Minister Bijleveld van Defensie heeft gezegd dat Nederland in oorlog is met Rusland. De beschuldiging van haar over Russen die geprobeerd zouden hebben de OPCW te hacken is een voorbeeld van hoe Nederland die oorlog voert, in dit geval door middel van propaganda.

Mevrouw Bijleveld is een verhaal apart. Toen zij Commissaris van de Koningin was in de provincie Overijssel nam zij een heel andere houding aan ten opzichte van Rusland. Zo heeft zij meerdere malen onze ambassadeur uitgenodigd om naar Enschede te komen. Dit in verband met de geschiedenis van de Rusluie uit Vriezenveen en de topbijeenkomst die de burgemeester van Losser wilde organiseren tussen Reagan en Gorbatsjov. Alles umsonst.

Wat moet er veranderen om de betrekkingen tussen de landen te verbeteren?

Wij moeten meer met elkaar in contact treden. Er moeten meer uitwisselingen komen. Nederlandse parlementariërs moeten weer naar Rusland komen. Problemen kun je alleen oplossen als je met elkaar praat.


Novini heeft navraag gedaan bij stichting De 4Daagse over Russische militairen die niet meer welkom zouden zijn bij de Nijmeegse Vierdaagse. De stichting schrijft in een reactie: “Een korte blik in onze administratie bevestigt inderdaad dat er de afgelopen jaren geen militaire deelnemers hebben deelgenomen die zich hebben geregistreerd met een adres in Pskov. Wel hebben er de afgelopen jaren steeds enkele militairen met de Russische nationaliteit deelgenomen aan de Vierdaagse. Het is dus niet juist dat het Russische militairen niet toegestaan zou zijn om in te schrijven voor de Vierdaagse.”

Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.

Posted on

Syrië – Nederland Jihadistenvriend

Wat insiders reeds lang vermoeden is de voorbije dagen duidelijk geworden. De Nederlandse regering steunt al jaren met militair materieel de salafistische terreurgroepen in Syrië. Was dat vanaf 2011 voor zover bekend alleen via politieke en diplomatieke steun en via de propaganda van de in wezen regeringsgetrouwe massamedia dan ging dat daarna verder.

Volgens het dagblad Trouw en het televisieprogramma Nieuwsuur gebeurde dit vanaf 2015 immers ook onder meer via de levering van voor die terreurgroepen cruciale communicatieapparatuur en pick-ups.

Waarop zij dan door andere landen van de westerse alliantie geschonken wapens monteerden en eventueel gebruikten om te folteren gevangenen te vervoeren of hun eigen troepen naar het front te brengen. Een oorlogsmisdaad lijkt het.

Witwasserij Ko Colijn

In totaal ging het volgens die informatie om 25 miljoen euro aan materiaal waaronder eveneens laptops en pakken ander materieel bruikbaar voor een leger. Dit dan bestemd voor 22 groepen waarvan er echter maar twee namen tot heden bekend raakten. Feiten die de regering van Mark Rutte (VVD) niet betwist.

Bert Koenders - 4
Bert Koenders, De Nederlandse sociaaldemocraat en gewezen minister van Buitenlandse Zaken. De man is een trouwe vazal van Washington die in 2015 hoogstnodig militair materieel moest leveren aan jihadistische terreurgroepen in Syrië.

Dat het dan toch openbaar werd is deels het werk van onder meer parlementslid Pieter Omtzigt (CDA) en natuurlijk die betrokken journalisten die hier ditmaal alle eer verdienen voor hun degelijk onderzoekswerk. Vraag is nu echter wat de gevolgen zullen zijn voor de Nederlandse regering die al zeker vanaf 2015 die groepen met militair materieel steunde. Men noemde het mooi ‘niet-dodelijke hulp’.

Een ding viel al snel op, en dat is de operatie ‘beperk de schade’ die onmiddellijk in gang schoot. Waarbij de vermeende kwaliteitskrant NRC blijkbaar voorop gaat. Zo stelde de krant dat het allemaal zo erg niet was en ook logisch toen in 2015 deze beslissing viel.

Ook is het zenden van dit materiaal naar gewapende groepen in Syrië niet in strijd met de internationale rechtsregels en is die Jabhat al Shamiya (het Front van de Levant) geen salafistische terreurorganisatie. Het zijn in wezen goede jongens, zelfs al begaan ze wel eens een misdaad. Maar dat doet daar iedereen.

Ko Colijn - Officier in de Orde van Oranje-Nassau
In zijn column in de NRC stelt Ko Colijn dat het misschien wel fout was maar in wezen kon voor hem alles toch door de beugel. De internationale rechtsorde kan wat hem betreft op de schop. Hier krijgt hij het ereteken van Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Dit allemaal ondanks de tegengestelde visies van Amnesty International en het Nederlandse openbaar ministerie. Merkwaardig toch. Mensen als Ko Colijn sprongen in het verleden wild op die rapporten en visies om de Syrische regering als crimineel aan te duiden.

Nu men bij AI en elders ook de andere kant in beeld brengt is dat voor Colijn & co plots onzin. En op de visie van Rusland en Syrië zitten de Colijns van deze wereld natuurlijk nog minder te wachten dan op die van justitie en AI. Die eersten zijn voor hen nu eenmaal doortrapte smeerlappen.

Internationaal recht

Zo schreef de russofobe NRC op 14 september 2018 “Jabhat al Shamiya wordt over het algemeen beschouwd als een gematigde islamitische groep”.(1) En voor Ko Colijn van het regeringsinstituut Clingendael, schrijvend in een opiniestuk in diezelfde NRC (2) is er in wezen zelfs helemaal niets fouts aan de hele zaak. De bewering dat men zo het internationaal recht heeft geschonden noemt hij ‘nogal buitenaards’.

“Maar dat je je niet zou mogen mengen in de interne aangelegenheden van een andere (soevereine) staat schiet door. Dat zou tirannen als Assad en Maduro (3) in deze wereld te veel ruimte geven …… maar op een orthodox advies van ‘het mag niet’ zit geen diplomaat te wachten ..…… Überhaupt wordt het voeren van buitenlandse politiek wel erg moeilijk als het ‘volkenrechtelijk verbod op interventie’ (Nollkaemper) (4) te letterlijk wordt genomen.”

Het internationaal recht is nochtans duidelijk: De grenzen van een soevereine staat zijn onschendbaar en dient men te eerbiedigen. En het steunen van een gewapende rebellie in een andere staat is onder internationaal recht een casus belli voor een oorlog tegen de agressor door de hier aangevallen partij. Syrië kan dus onder het internationaal recht legaal de hulp inroepen van bondgenoten – hier Rusland –  en eventueel als represaille zelfs Nederland kapot laten bombarderen.

Front met al Qaida

Wat mensen als Colijn hier eveneens vergeten is natuurlijk dat dit Front van de Levant niet alleen een stel criminelen zijn die op zeer grote schaal moorden, stelen, folteren, ontvoeren en verkrachten maar ook samenwerken met andere salafistische terreurgroepen waaronder bij tijden al Qaida. Ko Colijn schrijft in wezen dus dat steun aan al Qaida door de beugel kan.

Pieter Omtzigt - 1
Pieter Omtzigt, lid voor het CDA van de Tweede Kamer, was een van de weinigen in de Nederlandse politiek die zich vastbeet in deze zaak en zorgde ervoor dat dit schandaal aan het licht kwam.

Bovendien verzwijgen mensen als Colijn en Nikolaos van Dam, de spin in dit web, verder dat al wie goederen van welke aard ook naar de Syrische provincie Idlib uitvoert eveneens zorgt voor het financieren van al Qaida via de door deze terroristen geïnde invoerrechten.

Men steunt al Qaida dus niet alleen indirect via de allianties van die groepen maar ook via het betalen van belastingen in natura – Al Qaida gebruikt nu eenmaal geen Visa – aan de grens met Idlib of onderweg bij een van de tientallen controleposten.

En dus is er de vraag: Hoeveel van die door Nederland geleverde pick-ups en ander materiaal werden door al Qaida (hier officieel Hayat Tahrir al Sham) als taks in beslag genomen? Het is een vraag die men zeker in de Tweede Kamer zal dienen te stellen. Als men het durft natuurlijk.

Leuk is zeker natuurlijk, en dat kwam tot heden in de Nederlandse media voor zover bekend niet echt aan bod, dat men naast het Front van de Levant ook de Sultan Murad Brigade op dezelfde wijze steunde. Die huurlingen vechten aan de Turkse grens in Syrië op vraag van en met steun van het Turkse leger een oorlog uit tegen de Koerdische YPG/PKK.

Een YPG/PKK die volop de steun geniet van de Nederlandse regering en waarvoor men meer dan twee jaar lang de nu teruggetrokken F 16’s ter beschikking stelde. Een hulp die op het zelfde ogenblik kwam als het sturen van allerlei legermateriaal naar de Sultan Murad Brigade.

Of hoe Nederland gelijktijdig twee met elkaar oorlog voerende partijen bewapende. En dat heet dan buitenlands beleid. Trouwens ook delen van het Front van de Levant vechten met Turkije tegen de YPG/PKK. Met de lonen die hier zoals bij de Sultan Murad Brigade eveneens komen van de Turkse schatkist.

De Nederlandse geheime oorlog

Ook dit is een zaak die door de Tweede Kamer in Den Haag besproken dient te worden. Het is naast zwaar crimineel gedrag ook geknoei van de bovenste plank. En toen enkele parlementsleden zoals Pieter Omtzigt (5) steeds meer kritische vragen begonnen te stellen riep de regering plots het staatsgeheim in.

Het parlement mocht niet weten wie wat voor materiaal had gekregen. En als er dan een onderzoeksrapport klaar is roept men ook dit uit tot staatsgeheim. Het parlement, toch het allerhoogste gezag in wat men een democratie noemt, werd zijn inzagerecht afgenomen. Nederland voert oorlog, maar dit parlement mag niets weten. Democratie? Kom nou.

Mark Rutte - 3
Premier Mark Rutte (VVD) wou koste wat kost verhinderen dat het parlement op de hoogte zou geraken van zijn onverklaarde oorlog tegen Syrië en riep gans de zaak dan maar uit tot staatsgeheim. .

Tot de maandag nadien Nieuwsuur en Trouw met het verhaal kwamen en dit staatsgeheim deels in het openbaar gooiden. Het toont de ondemocratische natuur van de regering van Mark Rutte en de partijen die dit op zijn minst wangedrag steunen. Het is de totale minachting van het parlement en zo de bevolking die dit parlement koos.

Politieke linkerzijde

Opvallend natuurlijk is de houding van wat men traditioneel de politieke linkerzijde noemt. Zo werd de beslissing om salafistische terreurgroepen aan materiaal te helpen genomen door minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders, lid van de sociaal-democratische PvdA.

Tweede Kamerlid Attje Kuiken (PvdA) stelde het op 12 september in NRC zo:

“De Syrische leider Assad was zijn eigen bevolking aan het uitmoorden….. als je geconfronteerd wordt met het Kwaad dan moet je zulke beslissingen nemen.” (6)

Kamerlid Bram van Ojik (GroenLinks) ging nog een stuk verder en stelde het in diezelfde NRC zo (7):

Het is duidelijk dat Assad als winnaar uit de strijd is gekomen, maar dat is geen reden om met de steun stil te zitten… De gematigde rebellen verdienen onze steun – juist nu.”

De gematigde rebellen dus. Ook Jesse Klaver, de ster van GroenLinks, klonk gelijkaardig in het televisieprogramma Buitenhof. Dit terwijl praktisch iedereen die dit dossier volgt nu toegeeft dat zoiets als ‘gematigde’ rebellen er niet bestaan en in wezen ook nooit bestonden.

Termen als het Vrij Syrische Leger zijn zoals die andere slogan van de ‘Arabische Lente’ creaties van Britse en Amerikaanse pr-bureaus die zo de oorlog aan het publiek als iets lovenswaardig moesten verkopen. GroenLinks doet hieraan mee. Of hoe wat heet politiek links te zijn in wezen ook zeer asociaal en zelfs crimineel kan zijn. Voluit oorlogen steunen is geen probleem. Ook na Libië, Irak en Afghanistan. Wat een politiek niveau!

Nikolaos van Dam

Natuurlijk staat in dit schandaal de persoon van Arabist Nikolaos van Dam centraal. Deze oud-ambassadeur in o.m. Irak en Egypte was in die periode de zogenaamde speciale Nederlandse gezant voor Syrië en de man die op het veld richting gaf aan het beleid. Hij kende de kleinste details van de zaak en jihadistische terreurgroepen hadden het in Nieuwsuur over ‘hun vriend’. Zou dat voor van Dam een eretitel zijn?

Nikolaos van Dam - 2
Nikolaos van Dam, de jihadistenvriend en Syriëstrijder op jaren en met pak en das. De man die vorm gaf aan het Nederlandse steunprogramma voor Syrische jihadisten. Zijn bijdrage aan de vernieling van het land waar hij zegt veel van te houden.

Voor Van Dam is het Front van de Levant helemaal geen salafistische terreurbeweging zoals onder meer het Nederlandse gerecht stelt. De groep ondertekende in de Saoedische hoofdstad Riaad ooit een verklaring stellende dat ze streefden naar een democratie en dat was voor van Dam voldoende om hen als gematigd te zien en massaal militair materieel te geven. Een geschenkje van de Nederlandse vrienden.

Neen, dat is geen salafistische terreurgroep want, opperde hij ook op Buitenhof van de NOS televisie, Charles Lister stelt dat dit gematigden zijn. Charles Lister is de man die jarenlang vanuit Qatar, wapenleverancier aan al Qaida & co, via het door Qatar gefinancierde Brookings Doha Center de oorlog tegen Syrië becommentarieerde. En op BNR Nieuwsradio maakte Van Dam vergelijkbare verklaringen. (8)

Als bron een Qatarese broodschrijver gebruiken om te beweren dat het Front van de Levant een gematigde groep is kan dus wel tellen. Maar bronnenkritiek kent Nikolaos van Dam zoals bleek uit zijn hier besproken boek ‘Destroying a nation’, helemaal niet.

Feiten over de ware relatie van Israël, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de VS met die salafistische terreurgroepen van ISIS tot Ahrar al Sham en al Qaida zal je er niet in vinden. Ondanks de berg aan bewijzen voor die stelling. En zoals uit zijn parcours duidelijk blijkt moet hij hierover heel veel weten.

En dat ze al eens samenwerkten met andere terreurgroepen in dat gebied was voor van Dam eveneens geen probleem. Ze zitten daar ook zo dicht bij elkaar dat het in zijn visie bijna niet anders kan dan dat ze wel eens samenwerken. En dat is blijkbaar geen enkel bezwaar voor onze diplomaat.

Een ander argument voor hem was dat ze vochten tegen ISIS. Nou, ze vochten tegen ISIS! Jarenlang hebben ze echter ook militair samengewerkt met ISIS toen zich dat nog al Qaida in Irak noemde. En strijden tegen de huidige Syrische tak van al Qaida? Hoogstens zoals in het geval eerder met ISIS betreft het in essentie vechten om de buit.

Zichzelf beschuldigen

Voor wie goed naar Van Dam luistert en zijn laatste boek las stelt hij zich in wezen echter zelf in beschuldiging als zijnde medeplichtig aan de vernieling van Syrië en de massamoord daar.

Hij was gezien zijn expertise de man die het Nederlandse beleid rond Syrië toen vorm gaf en zorgde dat die moordbendes als het Front van de Levant en de Sultan Murad Brigade militair materieel kregen om zo de oorlog voort te zetten. In zijn boek stelt hij dat het Westen die jihadisten met hun maximalistische eisen – Assad moet weg en liefst dood – bleef steunen maar hen jarenlang onvoldoende hulp gaf om de oorlog te winnen.

Jihadisten tesamen met vlaggen
De vlaggen van terreurgroep Ahrar al Sham (links), het zogenaamde Vrije Syrische Leger (midden) en al Qaida (rechts) broederlijk naast elkaar. Zoek de gematigde jihadisten.

Het is als gevolg hiervan, stelt hij in zijn boek, dat de oorlog bleef duren en een politieke oplossing nergens raakte. Met als resultaat honderdduizenden doden en grote delen van het land vernield en geplunderd. Wat natuurlijk helemaal de bedoeling was. Irak verwoest, Libië verwoest, Afghanistan verwoest, Syrië verwoest, het schiet al aardig op.

Nikolaos van Dam is echter, zoals nu is gebleken, hiervoor als uitvoerder deels zelf medeverantwoordelijk. De vraag is dan ook of Nikolaos van Dam hier schuldig is aan zware misdaden gaande van medeplichtigheid aan genocide tot oorlogsmisdaden en terreur. Zwaarder kan niet.

Wel is het toch merkwaardig te noemen dat de Nederlandse massamedia al meer dan 7 jaar de waarheid over de oorlog tegen Syrië verbergen. Geen woord over het ware karakter van deze oorlog. En nu plots de openbaring. Goed, maar het is merkwaardig.

Neem de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt die jarenlang vanuit Syrië ageerde tegen die steun van zijn vaderland aan die jihadisten. Het dagblad Trouw zweeg hem dood. Tot hij in de stad Homs in 2014 kort voor de bevrijding ervan door een jihadist werd vermoord. Dan plots klonk het een en al rouw bij die krant. Waarbij men echter – je moet maar durven – de schuld nog poogde te steken op de Syrische regering. (10)

En wat nu met de Nederlandse regering? Ach, er is het gezegde: Ze dronken een glas, pisten een plas en alles bleef zoals het was. Nederland is gewoon een vazalstaat van de VS en haar salafistische bondgenoten. En dus loopt men op het Binnenhof netjes in de pas van Washington. Al Qaida of niet, het doet er niet toe, zolang het Witte Huis maar tevreden is. Nederland gidsland? Wat een grap.

En de Belgische kranten? Veel bladvulling zoals gewoonlijk maar over deze bij de noorderburen toch wel belangrijke zaak behoudens een kort bericht in de Gazet van Antwerpen niets. Wel korte berichten op de websites van o.m. De Morgen en De Standaard, meer niet.

En elders in Nederland? Recent stopte de Nederlandse regering nu ook met de financiële steun aan de Witte Helmen. De door de Britse regering opgerichte propaganda-afdeling van het Syrische salafisme. Assad heeft de oorlog gewonnen dus kunnen we maar beter stoppen met die zaak is de stelling van Den Haag.

Ook blijft IKV/Pax Christi, die zichzelf een vredesbeweging noemt, verder volharden in het maken van propaganda voor die Syrische terreurgroepen. Zo maakt deze organisatie nog steeds reclame om geld te geven aan het Syrische zogenaamde schoolproject Kesh Malek (11) dat actief is in het jihadistengebied rond de provincie Idlib. Ze geeft volgens haar website in enkele door haar beheerde scholen aan jongens en meisjes apart lessen gebaseerd op een salafistisch curriculum.


1) ‘Kamer wordt vertrouwelijk geïnformeerd over hulp rebellen Syrië’, NRC 14 september 2018

2) ‘Steun jihadisten? Fout maar overdrijf niet’, NRC 13 september 2018. Dat ze een stuk met een andere opinie over deze affaire bij NRC niet plaatsten wekt natuurlijk voor wie de krant kent geen enkele verbazing. Modder gooien naar Rusland is er bij de krant een dagelijkse vaste traditie.

3) Door ook de Venezolaanse president Maduro terloops te vermelden ontstaat de indruk dat hij en enkele andere westerse vuilspuiters al een nieuwe zoveelste oorlog aan het voorbereiden zijn, die tegen Venezuela.

Maar wat moet men volgens Colijn dan doen met bevriende dictators zoals de familie al Saoed? Bommen gooien? En wat met de VS die Irak vernielde en er bij haar invasie en bezetting massaal mensen ombrachten? Bommen gooien? Maar ja, dat zijn vrienden. Daarover zal je figuren als Ko Colijn dus niet horen piepen.

4) Het betreft professor jurist André Nollkaemper die na de commissie Willebrord Davids over de wandaden rond de invasie van Irak in 2003 werd aangesteld. Die stelde met akkoord van het parlement dat men in de toekomst bij buitenlandse interventies Nollkaemper als Extern Volkenrechtelijk Adviseur voor Buitenlandse Zaken zou raadplegen. Deze noemde de zaak in Nieuwsuur een schending van het internationaal recht en dus crimineel gedrag. Hem raadplegen hoefde helemaal niet stelde Colijn.

5) Toen Omtzigt kritische opmerkingen begon te maken over de Nederlandse houding rond het neerhalen boven Oekraïne van het Maleisische vliegtuig van vlucht MH17 was het opnieuw de NRC die een karaktermoord poogde te plegen op deze bijna enige kritische parlementaire stem in dit dossier. Geen toeval natuurlijk.

6) ‘In 2015 leek het politiek nog zo’n goed idee…’, NRC 12 september 2018

7) ‘Nederland steunde terreurbeweging in Syrië’, NRC 11 september 2018.

8) ‘Organisaties waar wij contact mee hadden waren niet jihadistisch’, BNR Nieuwsradio, 13 september 2018. https://www.bnr.nl/nieuws/internationaal/10354191/organisaties-waar-wij-contact-mee-hadden-niet-jihadistisch

Hier stelt men: ‘Nederlandse politici zijn volgens Van Dam medeverantwoordelijk voor de ‘enorme ellende’ die is aangericht in Syrië. ‘Politici die hebben willen interveniëren en met allerlei stellingen kwamen waarop ze niet konden terugkomen, dragen een zekere medeverantwoordelijkheid voor de enorme ellende die daar is aangericht.’. Maar diegene die dit beleid op het veld realiseerde zoals van Dam is dan uiteraard eveneens schuldig.

9) Destroying a Nation, Nikolaos van Dam, I.B. Taurus, 2017, 242 pagina’s. Hier op 12 augustus besproken in het artikel ‘boeken over Syrië’.

10) ‘Patermoord’, Trouw, 8 april 2014, Sylvain Ephimemco.  https://www.trouw.nl/home/patermoord~a55b9397/

Zo schreef de krant:

‘Van der Lugt was vooral hinderlijk voor het regime van president Assad. Hij getuigde via video’s en Skype-verbindingen van de wreedheid van zijn leger dat de stad omsingelt en inwoners laat verhongeren. Hij bleef maar hameren en hopen op bemoeienis van ‘de wereld’, die ‘niet kan blijven toekijken’. Waarom zouden de djihadisten die het lot van de pater deelden en ook gras moeten eten, hem executeren?’

Frans van der Lugt werd op 7 april 2014 in de stad Homs Vermoord. Daar waar hij onder het juk van deze terreurgroepen koppig was blijven wonen. Hij is er begraven

11) https://globalyouthrising.org/2016/04/15/friday-spotlight-paxthe-activist-hive/. Kesh Malek heeft een website: https://www.keshmalek.org/.

Ze werkt vanuit Atareb, een door al Qaeda gecontroleerde stad gelegen in het westen van de provincie Aleppo. Of hoe onze bisschoppen – Pax Christi werkt onder hun toezicht – samenwerken met deze salafistische terreurgroep.

Posted on

ChristenUnie-minister snoert vrijheid van onderwijs in

Dwang tot nationale opvoeding, invoeren van een staatsideologie, symboolpolitiek. Dat zijn zo’n beetje de steekwoorden in de reacties op het plan van minister Arie Slob voor Basis- en Voorgezet Onderwijs om scholen te verplichten tot burgerschapsonderwijs. Scholen zijn sinds 2006 wettelijk verplicht om lessen in burgerschap te geven, maar de minister vindt dat te vrijblijvend. Hij wil de eisen aanscherpen.

“De school moet ook een oefenplaats zijn, waar kinderen kunnen oefenen hoe je je als burger gedraagt,” vindt Slob. De crux zit ‘m in dat woordje ‘ook’. Want scholen moeten al heel veel en steeds meer. Je vraagt je als buitenstaander wel eens af hoe die onderwijzers nog toekomen aan het geven van klassieke vakken, zoals taal, rekenen en geschiedenis. Zoveel ruis zit er namelijk tegenwoordig in het curriculum. Het versje is allang afgeschaft en het zingen van het Wilhelmus is nog niet eens ingevoerd, maar de lesdagen worden tegenwoordig gevuld met voorlichting over seksuele diversiteit, anti-pestprogramma’s, herkennen van vooroordelen en het oefenen in empathie. “Mijn kinderen weten alles over Marokko, maar over de vaderlandse geschiedenis leren ze niets meer,” verzuchtte een vader een aantal jaren geleden in een ingezonden brief. Lessen in burgerschap fietsen daar nog doorheen – de jaarlijkse excursie naar Verkeerspark Assen is ook lang geleden gesneuveld – maar scholen kunnen in het kader daarvan eenmaal per jaar een project-dag organiseren of een debatwedstrijd. En daar wil Slob nu een einde aan maken. ‘Kennis en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtstaat’ moeten centraal staan in het burgerschapsonderwijs. Concreet: meer en verplicht onderwijs over democratie, rechtsstaat en gelijkheid. “De universele rechten van de mens en de grondwet moeten leidend zijn,” zegt Slob in dagblad Trouw. “Een belangrijke basiswaarde in het onderwijs is dat mensen verschillend mogen zijn en dat we respect moeten hebben voor elkaar.”

De ironie wil dat het weinig verplichtende karakter van de huidige wet, die in 2006 werd aangenomen, een gevolg is van het verzet van het CDA en de ChristenUnie in het vierde kabinet Balkenende (2007-2010). De christelijke coalitiepartijen vreesden dat de vrijheid van onderwijs met allerlei verplichtingen ondermijnd zou worden. De Raad van State viel de partijen bij: “Een inbreuk op de vrijheid van richting en inrichting”. Tien jaar later gaat een minister van CU-huize juist over tot verplichting. “Een school die niet onderwijst in de vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, begrip voor anderen, verdraagzaamheid, autonomie en het afwijzen van discriminatie zal daartoe voortaan door de Inspectie, met Slobs nieuwe wetsvoorstel in de hand, worden gemaand,” schrijft de Volkskrant. In Trouw probeert de minister mogelijke onrust onder zijn achterban te bezweren: “Ik treed niet in de vrijheid van scholen om het onderwijs in te richten zoals zij het willen. Er is een kern van wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Ik wil alleen richting geven waaraan de inhoud moet voldoen. Tegelijkertijd houden scholen ruimte om keuzes te maken in hun lesaanpak, methodes en leermiddelen. Die vrijheid houden ze zonder meer. Zolang scholen maar wel fundamentele waarden en vrijheden respecteren en onderwijzen.”

Het Friesch Dagblad, een van de kleinste dagbladen in Nederland én christelijk, heeft er niet veel vertrouwen in. De krant voorziet conflicten tussen de diverse grondrechten, maar ook over de verschillende visies op bijvoorbeeld medisch-ethische kwesties. “Grondrechten zijn niet waardevrij en niet los verkoopbaar,’ schrijft de krant in haar hoofdcommentaar van 6 juni. “De uitleg van Slob doet denken aan de Orwelliaanse uitspraak dat iedereen gelijk is maar dat sommigen meer gelijk zijn dan anderen. Met andere woorden, het invoeren van een staatsideologie ligt levensgroot op de loer en staat op gespannen voet met de vrijheid van onderwijs. Welk grondrecht krijgt voorrang?”.

Terwijl de Friese krant terechte vraagtekens zet bij het idee van de minister, gaat het voorstel voor een aantal belanghebbenden niet ver genoeg. Hans Teunissen, voorzitter Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer, zegt tegen een verslaggever van de Volkskrant dat je al in de peuterklas moet beginnen met burgerschapskunde. ‘Van peuter tot puber’ is het motto van Teunissen. Bij hem komt de echte aap wel uit de mouw: “Train leerlingen in elk leerjaar om over gevoelige thema’s te praten, zich te verdiepen in standpunten van anderen, wat de (grond)wet is en wat die voor jou betekent. Dan zijn ze van jongs af aan gewend om te spreken over onderwerpen als populisme en discriminatie”. En Jan Heijhuurs, adviseur bij Diversion (bureau voor maatschappelijke innovatie), voegt daar in de krant aan toe: “Goed burgerschap begint bij de docent als moreel kompas, daarin is dit wetsvoorstel een mooi begin… Aan scholen zelf is het de taak om de buitenwereld de klas binnen te halen”.

Nederland lijkt in rap tempo het Zweedse voorbeeld te volgen. De staat neemt de (morele) opvoeding, die normaliter binnen het gezin behoort plaats te vinden, over. En het onderwijs blijft een speeltuin voor linkse hobby’s. Nota bene een minister van een christelijke partij gaat er voor zorgen dat staatsopvoeding de autoriteit van ouders buitenspel zet. De progressieve secularisten zullen juichen.

Posted on

De impotentie van een Tweede Kamerlid

Onlangs las ik op Novini het begeesterende artikel van Sid Lukkassen over Thierry Baudet en de representatieve democratie. Hij legt op heldere wijze bloot dat het huis van Thorbecke kraakt aan alle kanten. Paradoxaal genoeg legt de samenleving steeds meer problemen op het bordje van de politiek; tegelijk sijpelt de macht gestaag weg van politici naar mondiale multinationals. Graag reageer ik op Lukkassens betoog met een eigen relaas.

Het leven van een Tweede Kamerlid is vast niet altijd even prettig. De meesten verslijten hun jaren in volstrekte anonimiteit, en het betaaldt bovendien verrot slecht in verhouding tot een goede baan in het bedrijfsleven. Bovendien wonen ze verspreid over het hele land, en velen van hen moeten een onderkomen extra huren in Den Haag om niet elke dag te veel te moeten reizen. Ik heb die deprimerende kamertjes wel eens bekeken. Het is bovendien, zelfs voor wie dat zouden willen heel moeilijk om te zien wat een Kamerlid nu eigenlijk allemaal doet, nog minder wat ze bereiken (effectiviteit), laat staan om je daarover een oordeel te kunnen vormen als buitenstaander. De meeste burgers komen niet tot 10 als ze worden gevraagd om de namen van 10 Kamerleden op te noemen. Hier mijn lijstje: Omtzigt, Wilders, Buma, Agema, Graus, Bosma, Pechtold, Beertema, Asscher, Klaver, Baudet, Hiddema en de nieuwste aanwinst van de PVV Kops[1]. Het kostte me moeite. Ik ben de kleinere partijen vergeten en zelfs als ik erg mijn best doe, komt alleen de naam van Thieme boven.

Van het totaal van 150 volksvertegenwoordigers er maar 10 kunnen opnoemen is een indicatie op zich. Het meest actieve Kamerlid en een echte volksvertegenwoordiger Pieter Omtzigt van het CDA zou niet eens Kamerlid zijn gebleven als het aan het partijbestuur onder leiding van Ruth Peetoom en de lijsttrekker Sybrand Buma had gelegen. Hij kwam op eigen kracht en met voorkeurstemmen in de kamer, 36.750 in totaal. Een geweldige prestatie. Bij eerdere verkiezingen stond hij respectievelijk op plaats 51 (2003) 37 (2006) en 29 (2010) alle drie de keren op een vrij onverkiesbare plaats. Het lijkt erop dat dr. Pieter Omtzigt niet zo goed lag bij zijn partij en zelfs nu zie je zelden of nooit dat partijleider Buma zijn meest actieve en aansprekende Kamerlid ondersteunt of in het zonnetje zet. Een beetje leider, zou hem regelmatig publiekelijk complimenteren.

Voor het onderzoek naar de vraag hoe het democratisch gehalte van de Tweede Kamer zou kunnen worden verhoogd, denk ik al langere tijd aan de volgende alternatieven:

  1. Verkleinen van het aantal Kamerleden. In plaats van 150, tenminste de helft minder. Bij een lager aantal doen de individuele stemmen er veel meer toe. De visibiliteit verbetert.
  2. Introductie van het regeerakkoord voor de Nederlandse coalitieconstructies legt al sinds het begin van de 20e eeuw steeds meer vast. Kan dat niet anders, en zo ja hoe dan? Voor het VVD/PvdA regeerakkoord kregen de leden van de beide fracties 2 uur de tijd om het 79 pagina’s tellende akkoord te lezen, en hieraan hun instemming te geven. Het laatste regeerakkoord tussen VVD/CDA/D66 en CU was dusdanig lang uitonderhandeld (225 dagen) en dusdanig gedetailleerd, met als enige doel 100% van alle mogelijke besluiten voor een periode van 4 jaar vast te leggen, dat ook daar geen coalitie-Kamerlid – met slechts 76 zetels meerderheid – enige kanttekening bij durfde te plaatsen. Het zou hem of haar de kop kosten. Mevrouw Ybeltje Berckmoes, tot maart 2017 kamerlid voor de VVD, schreef een prachtige inkijk over het ware leven binnen de Tweede Kamerfractie van de VVD.[2] Een ontluisterend relaas. Sharon Gesthuizen schreef als voormalig Tweede Kamerlid voor de SP, Macht en Liefde over het heimelijke ongezonde leven binnen de Socialistische Partij.[3] Ik kon mij, in tegenstelling tot het boek van Berckmoes, er niet doorheen werken. Het ging teveel over Sharon.
  3. Het debat in de Tweede Kamer is formeel, indirect en loopt altijd via de voorzitter. Het wordt daarmee afstandelijk en meestal saai. Er zijn landen waar dat heel anders gaat, bijvoorbeeld in het Engelse parlement of zelfs in het Oostenrijkse, het Duitse, Italiaanse, Spaanse parlement of zelfs het Europese nepparlement.[4] Thierry Baudet is een van de weinigen die deze regel van de Tweede Kamer durft te tarten.
  4. Fractie- of partijdiscipline: vanwege het eensgezinde optreden van fracties in de Tweede Kamer wordt in iedere fractie op de één of andere manier fractiediscipline afgedwongen, d.m.v. het bespelen van carrièrebelangen, party whip en vertrouwenskwesties volgens een gedetailleerde analyse van Thomassen en Andeweg.[5]
  5. Toegangsdrempels: iedere partij heeft zo zijn eigen regels en procedures, waardoor kandidaten voor de Tweede Kamer worden geselecteerd en uiteindelijk op de kandidatenlijst van een partij komen. Het is een machtig instrument, met de nadruk op macht. Het maakt onder andere dat er vooral beroepspolitici in de Tweede Kamer komen. Mensen die zich als partijtijgers door de interne bureaucratische organisatie en politieke machtsverhoudingen hebben heen geworsteld, soms geslijmd, soms gelikt. Ruim 90% heeft niet tot nauwelijks enige relevante werk- c.q. praktijkervaring.

Hieronder zal ik op elk van de bovengenoemde vijf punten ingaan. Voor het gemak beperk ik deze analyse tot de Tweede Kamer, die slechts een onderdeel is van de gezamenlijke democratische instituties in Nederland.

1. verkleinen aantal volksvertegenwoordigers:
Veruit de meeste Tweede Kamerleden zijn volstrekt onzichtbaar. Volgens de Volkskrant[6] zijn wij inmiddels gewend aan de mediacratie: niet het aantal ingediende moties, amendementen, wetsvoorstellen of schriftelijke vragen bepaalt de moderne Haagse hiërarchie, maar het aantal optredens in de media. Tussen de 500 en 1000 keer de landelijke pers halen in één jaar is de eredivisie en de rest doet er eigenlijk niet toe, is onbekend en onbemind. Ze gaan wel wanhopig op maandag op werkbezoek de provincie in, maar het haalt het nieuws vrijwel nooit. Het is ook verklaarbaar dat de rol van volksvertegenwoordiger is uitgekleed. Ze vertegenwoordigen het volk niet meer, ze stonden toevallig op een lijst van een partij en vertegenwoordigen die partij of lijst in de Tweede Kamer. Ik kan er niet meer van maken. Ze praten ook niet meer zonder last of ruggespraak[7]. Zonder ruggespraak sneuvelde bij een grondwetswijziging in 1983, dus sindsdien kunnen zij altijd overleggen, onderhandelen, de partij raadplegen of overleggen in het torentje van de premier. Zonder last bleef wel gehandhaafd. Formeel dan, want zonder last; het zonder bindend mandaat mogen stemmen zoals men goeddunkt, is ook al lang om zeep geholpen door de volgende punten 2, 4 en zelfs 5. Veel Tweede Kamerleden zijn verworden tot stemvee.

Als ze dan toch stemvee zijn en vrijwel altijd doen wat anderen hen opdragen, dan heb je er geen 150 nodig. Met 60 of 65 van die poppetjes, verhoog je de herkenbaarheid, het belang en het gewicht van hun stem, kun je hun armetierige salaris verdubbelen en kun je op die manier wél kwaliteit aantrekken. Voor 100.000 Euro bruto komt kwaliteit uit het bedrijfsleven niet naar Den Haag om zich vervolgens te laten muilkorven en ringeloren. Gewezen Kamerleden vinden na hun periode in de Tweede Kamer nauwelijks emplooi. Vooral ex-Tweede Kamerleden van de PVV worden getroffen door stelselmatige uitsluiting. Engeland en de VS doen het beter omdat daar via het systeem van het kiesdistrict politici zelf moeten zorgen dat zij in hun eigen district worden gekozen. Ze liften dus niet mee op een obscuur lijstje dat door de partijkartelleiding werd samengesteld op basis van volstrekt ondoorzichtige en ondemocratische methoden, i.e. willekeur en bovenal vriendjespolitiek. Vergist u zich niet, want dat is het: vriendjespolitiek of lobbycratie, waarover Elsevier-columnist Syp Wynia met zoveel hartstocht heeft gepubliceerd.[8]

2. Beperken van de reikwijdte van het regeerakkoord.

In coalitieland Nederland zijn akkoorden tussen regeringspartijen en soms gedoogpartijen over bepaalde aspecten van het te voeren beleid (soms zelfs de visie) onvermijdelijk.

De formatie van het Nederlandse kabinet in 2017 begon na bekendmaking van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 en eindigde 225 dagen later, op 26 oktober 2017, met de beëdiging van het kabinet-Rutte III. Het was de langste kabinetsformatie in de Nederlandse geschiedenis.[9]

Binnen de Nederlandse cultuur geldt de regel “afspraak is afspraak”, dus tenzij er hele schokkende dingen gebeuren zijn de regeringsfracties strikt gehouden om zich gedurende 4 jaar aan de afspraken te houden. Ieder bedrijf dat in de echte wereld opereert gaat geheid failliet als het zo rigide te werk gaat, maar voor de politiek geldt een andere werkelijkheid, een door henzelf gecreëerde virtuele werkelijkheid. In die wereld is niets zoals het lijkt.

De vorig jaar nieuw aangetreden Thierry Baudet heeft een flink aantal frisse ideeën gelanceerd sinds hij in de Tweede Kamer zit, ten einde het democratische proces nieuw leven in te blazen: het referendum, de regeringspartijen en de overige partijen speerpunten laten aanbrengen en die dan door de echte volksvertegenwoordiging te laten beslissen, met wisselende meerderheden, zonder dichtgetimmerd coalitieakkoord (met bijbehorende handtekeningen), en een kenniskabinet laten samenstellen van vakmensen uit de praktijk, in plaats van partijbobo’s die aan de beurt waren voor een bewindspositie. Er moesten in deze huidige coalitie zoveel beloften worden ingelost dat de vier partijen maar liefst 26 bewindspersonen benoemden. Het lijkt wel een Afrikaans land.

3. Het debat is doodsaai.

Het debat in de Tweede Kamer is doodsaai en vreselijk indirect. Het is enkel en alleen te danken aan Geert Wilders en de frisse fractie van de FvD, dat het af en toe aantrekkelijk wordt en amusant. Hetzelfde geldt voor het 760 tellende EU-parlement. Was het niet vanwege Nigel Farage[10], dan zou er geen hond kijken.

Hierboven een video van een briljant optreden van Ewald Stadler in het Oostenrijkse parlement. Zelf in dat land doen ze het met meer emotie, directer, en aansprekender. Het gedoe in Nederland, met geachte voorzitter dit en mevrouw de voorzitter dat, is dodelijk. Kom maar niet aan met de flauwekul dat het om de inhoud gaat, want dat gaat het al een jaar of 25 nauwelijks meer. Het is theater, zoals Thierry Baudet terecht aanvoert. Het is een debat tussen partijen en zogenaamde volksvertegenwoordigers, waarbij het uitwisselen van argumenten er totaal niet meer toe doet. Het enige doel is steun geven aan het kabinet door de nipte meerderheid van Kamerleden die het kabinet verplicht zijn te steunen. Dat kabinet en de bewindslieden komen dus met van alles weg.

4. Fractie en/ of partij discipline:

In het eerder genoemde doorwrochte stuk van Thomassen en Andeweg wordt uitgelegd waarom fractiediscipline positief zou zijn en zij formuleren dat als volgt: “In het publieke debat wordt fractiediscipline veelal als onwenselijk voorgesteld. Deze zou afbreuk doen aan de zelfstandige positie van leden van de volksvertegenwoordiging en de relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban in de weg staan. Deze negatieve waardering van fractiediscipline is allerminst vanzelfsprekend.” Zij voeren aan dat mensen stemmen op een partijprogramma/c.q. een partij en dat individueel afwijkend stemgedrag van Tweede Kamerleden het vertrouwen in de keus voor die partij zou schaden.

Deze redenering gaat mank op verschillende aspecten. Ten eerste, zoals wij vooral nu wederom bij de coalitievorming van VVD/CDA/D66/CU hebben kunnen zien, beschouwen veel kiezers van die partijen zich bekocht. Het CDA stond vierkant achter het verlagen van de eigen bijdrage, D66 maakte zich al sinds 1966 “hard” voor bestuurlijke vernieuwing, waaronder het referendum, VVD liet na om in haar partijprogramma op te nemen dat zij zou komen met een voorstel voor het coalitieakkoord dat er in voorzag dat de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zou moeten worden afgeschaft (1,4 miljard ten behoeve van Unilever en Shell) en van alle flinke woorden over het aanpakken van de volledig uit de hand gelopen immigratie kwam niets. De CU haalde nog even ruim een miljard meer binnen voor ontwikkelingssamenwerking.  Daarnaast is het juist vanwege de manier waarop kandidatenlijsten worden samengesteld, dat er in de Nederlandse politiek (met uitzondering van Pieter Omtzigt) totaal geen sprake meer is van een relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban. Democratie en volksvertegenwoordiging zijn een farce geworden. Een klucht. Een schijnvertoning. Theater. Fractie- en partijdiscipline zoals die invulling krijgt in de Nederlandse politiek is dodelijk. Het vergroot de kloof tussen de burger (!) en de zogenaamde volksvertegenwoordigers. Het kan welhaast niet groter, vandaar de enorme frustratie bij een (overgrote) meerderheid van de kiezers.

http://www.novini.nl/illusie-interne-partijdemocratie/

Bovendien zijn politieke partijstructuren uit de tijd, zoals Wilders zo goed heeft begrepen. Dat gezeur van die vreselijke dinosauruspartijen dat alleen zij democratisch zijn. Van het ledenaantal van iets meer dan 300.000 is een klein percentage actief (5%) en het is de toplaag van die 5% (hooguit 10.000 mensen) die uitmaakt wat goed en democratisch is binnen die partij.  Het is uit de tijd. Gebruik open verkiezingen. Gebruik sociale media. Gebruik je verstand. Het FvD heeft in deze YouTube clip precies laten zien hoe het partijkartel dit heeft georganiseerd:

5. Toegangsdrempels politieke partijen:

Wie wordt er nu Tweede Kamerlid? Behalve bij de PVV zitten er bij de meeste andere fracties in de Tweede Kamer vrijwel uitsluitend beroepspolitici. Ik kan hun cv’s wel dromen. Ze deden doorgaans heel erg lang over hun vrij onbetekenende studies, waren lid van dit of dat, idealiter van de jongerenafdeling van een partij, kwamen in besturen, gemeenteraden, werden wethouder en stroomden door in de wondere wereld van Chriet Titulaer. Uitzonderingen hebben enkele jaren irrelevante ‘werkervaring’, meestal in veilige publieke sectorfuncties, waar nooit iets bijzonders van hen werd verwacht.  Mark Rutte werkte enkele jaren bij Unilever op personeelszaken, Alexander Pechtold was 2 jaar veilingmeester (!) en Diederik Samsom verdiende zijn sporen als actievoerder bij Greenpeace.  Alleen bij de PVV zitten mensen die echt iets gedaan hebben in het normale leven, maar die worden met de nek aangekeken, niet alleen omdat ze tot de PVV behoren, maar ook omdat het geen beroepspolitici zijn. Ze zijn echter en dat past niet bij het soort dames en heren die hun leven lang uit de publieke ruif vraten en dat ook willen blijven doen tot de dag dat ze er dood bij neervallen: Loek Hermans, Ed Nijpels, Job Cohen, Hans Wiegel, Dries van Agt, Ernst Hirsch Balin, Piet Hein Donner, Roger van Boxtel, Thom de Graaf, Maxime Verhagen, Frans Timmermans, Bert Koenders, Ad Melkert en vele, vele anderen.

Als u het blijft slikken, dan verandert er nooit iets, dan klagen uw kinderen en kleinkinderen straks, net zoals u, dat ze in een soort van ‘Animal Farm’ leven. Nu vind ik het leven en wonen op een echte animal farm heerlijk, maar zoals het beschreven werd door George Orwell is onmenselijk, voor mij zelfs ondragelijk:

Na een revolutie op een boerderij, waarbij de mensen verjaagd worden, nemen de varkens, die de doctrine van Animalisme hebben ontwikkeld en de revolutie hebben geleid, geleidelijk aan de touwtjes in handen op het bedrijf. Twee varkens, Napoleon en Sneeuwbal, raken verwikkeld in een machtsstrijd die in de uitwijzing van Sneeuwbal culmineert. Het leven op het bedrijf wordt harder en harder voor de rest van de dieren. De varkens leggen steeds meer controles aan hen op terwijl ze voor zichzelf voorrechten opeisen. Uiteindelijk is alles dat van de ‘Principes van Animalisme’ overblijft de regel dat “alle dieren gelijk zijn, maar sommige meer gelijk zijn dan andere.” Elke stap van deze ontwikkeling wordt gerechtvaardigd door propaganda. Met een groep wrede honden als stok achter de deur, drukt Napoleon zijn zin door en zorgt hij voor een gemakkelijk leven voor zichzelf. De varkens gaan op twee benen lopen. In de laatste scène van het boek bekijken de dieren de varkens en mensen, maar kunnen geen verschil meer zien.[12]

 Ik wens u sterkte.


[1] Wat een verfrissing deze Kops: https://youtu.be/sojpJnxk_7k

[2] https://www.bol.com/nl/f/voorlichting-loopt-met-u-mee-tot-het-ravijn/9200000083037524/

[3] https://www.bol.com/nl/f/schoonheid-macht-liefde/9200000071825012/

[4] https://youtu.be/6dh15ZipMxI Originele bijdrage van Thierry Baudet in militaire outfit.

[5] http://dnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/jb-dnpp/jb05/Thomassen.pdf

[6] http://www.volkskrant.nl/politiek/het-meest-gevoelige-lijstje~a641643/

[7]http://www.parlement.com/id/vituefrhhaq8/het_begrip_zonder_last_en_ruggespraak

[8] https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/blog/2016/11/waar-blijft-de-ontmanteling-van-lobbystaat-nederland-406137/

[9] https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabinetsformatie_Nederland_2017

[10]  Heerlijke bijdrage van Nigel Farage https://youtu.be/SJzRa7HWVqs

[12] http://nl.wikipedia.org/wiki/Animal_Farm

Posted on

Minister Blok bedreigd door anti-Ruslandlobbyist – Pieter Omtzigt op ramkoers met Moskou

CDA-kamerlid Omtzigt wil een wet invoeren die extra sancties mogelijk maakt tegen Rusland. De lobbyist achter de wet, Bill Browder, waarschuwt minister Blok dat het slecht afloopt met diens carrière als hij dwarsligt.

De Europese Unie hanteert sinds 2014 sancties tegen Rusland wegens ‘annexatie’ van de Krim. Dit onder druk van de VS. Daar moeten extra sancties bijkomen, vindt de Brits-Amerikaanse zakenman Bill Browder. Hij is CEO en medeoprichter van investeringsfonds Hermitage Capital Management, en werd in 2013 bij verstek veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf vanwege belastingontduiking en belastingfraude in Rusland. Eerder, in 1998, verruilde Browder de Amerikaanse voor de Britse nationaliteit om belasting te ontwijken in de VS. Browder ijvert in de EU voor een wet naar het voorbeeld van de Amerikaanse Magnitsky Act. Deze werd in 2012 door president Barack Obama ingevoerd ter bestraffing van Russen die volgens Browder verantwoordelijk waren voor de dood in een Moskouse gevangenis van Sergei Magnitsky, een belastingconsulent die werkte in opdracht van Browder. In 2016 verruimde de Amerikaanse regering de wet. Iedereen, waar ook ter wereld, die zich volgens de VS schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen en corruptie kan door de wet worden getroffen. Deze mensen komen de VS niet meer in en hun banktegoeden en overige bezittingen worden bevroren, voor zover deze onder Amerikaanse jurisdictie vallen.

Kopie van Amerikaanse wet

Browder lobbyt in de EU voor een kopie van de Amerikaanse sanctiewet, tot nu toe alleen met succes in het Verenigd Koninkrijk en de Baltische staten. Mogelijk komt daar binnenkort Nederland bij. Browder heeft in Nederland CDA-parlementariër Pieter Omtzigt aan zijn zijde gevonden. Die ontving in 2013 Browder in de Tweede Kamer, ter gelegenheid van de presentatie van een boek over de zaak Magnitsky, waarvoor ook Omtzigt een hoofdstuk had geschreven. Deze week diende Omtzigt een motie in waarin hij het kabinet oproept zowel in Nederlands als in Europees verband een Magnitskywet te verwezenlijken. De motie werd door een meerderheid van de Tweede Kamer gesteund. De enige partijen die tegen stemden waren: SP, Forum voor Democratie, PVV en VVD.

Dat de VVD tegen stemde, heeft te maken met VVD-minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken. Die heeft, in lijn met zijn voorgangers op Buitenlandse Zaken, verklaard geen eenzijdige acties te willen van Nederland en dat binnen de EU onvoldoende draagvlak is voor een gezamenlijke Magnitsky-wet. Niettemin zag Blok zich door de motie genoodzaakt Omtzigt te beloven dat hij zou kijken of er alsnog een Europese coalitie was te vormen. Hij herhaalde echter dat hij niet wilde meewerken aan een Nederlandse wet.

Dreigtweet Browder

Het verzet van Blok kwam hem te staan op een ernstige schrobbering van Bill Browder. ‘Tegen de Magnitsky-wet zijn is vaak iets dat ten koste gaat van je carrière’, twitterde deze. ‘Minister Blok zou eens moeten bestuderen wat er gebeurd is met de voormalige Canadese minister van Buitenlandse Zaken Stephane Dion vanwege het hardnekkig tegenhouden van Magnitsky in Canada.’  Dat klonk als een bedreiging aan het adres van minister Blok, maar vreemd genoeg was er in Nederland geen enkel nieuwsmedium dat er aandacht aan besteedde. Alleen het Engelstalige RT, dat door de Nederlandse pers wordt afgeschilderd als een Russische propagandazender, wijdde er een bericht aan: Tycoon who pushed Magnitsky Act warns EU minister that opposing Russia-bashing is ‘career ruining’

Novini vroeg de woordvoerster van minister Blok wat diens reactie is op de uitspraak van Browder. Ook vroegen wij een CDA-collega van Omtzigt, Martijn van Helvert, naar een reactie op de tweet van Browder. Van Helvert heeft een speciale procedure in gang gezet om Browder in mei te ontvangen in de Tweede Kamer. Is het CDA nog steeds bereid Browder welkom te heten na de publicatie van diens dreigtweet aan de minister? Helaas kwam noch van de woordvoerster van minister Blok, noch van Van Helvert een reactie.

Graag had Novini een interview gedaan met Pieter Omtzigt. Zijn inzet voor een anti-Russische wet in Nederland zal voor sommigen als een verrassing komen. Vorig jaar nog werd hij nog door NRC gebrandmerkt als propagandist voor Moskou, met het gevolg dat hij niet langer mocht optreden als woordvoerder over MH17. Helaas kwam ook van Omtzigt geen reactie op ons contactverzoek. Zie onderstaand de vragen die wij hem hebben voorgelegd:

  • Hoe is de motie tot stand gekomen? Browder liet in november vorig jaar op Twitter weten dat hij in Nederland lobbyde voor een Magnitsky-wet.
  • Als de door u bepleite wet bedoeld is voor mensenrechtenschenders in het algemeen, waarom spreekt u dan over een ‘Magnitsky-wet’? Immers: de oorspronkelijke, Amerikaanse Magnitsky Act is gericht tegen individuele Russen, en ook verwijst de naamgeving naar Sergei Magnitsky, een persoon die is omgekomen in een Russische gevangenis. Verder noemde u op 26 maart in de commissie voor Europese Zaken de Magnitskywet in één adem met de Salisbury-gifzaak, waar u de Russische overheid voor verantwoordelijk houdt.
  • In NRC van 3 april staat dat de door u bepleite wet ‘in de praktijk vooral mensen uit Rusland zal raken’. Klopt dit, en zo ja, vindt u dit terecht? En zo ja, waarom?
  • Denkt u dat een Nederlandse wet ook kan en zal gebruikt worden tegen mensenrechtenschenders in landen die een bondgenoot of belangrijke handelspartner zijn, zoals de VS en Saoedi-Arabië?
  • Hoe denkt u dat een Nederlandse Magnitskywet opgevat zal worden in Rusland? Verwacht u dat de Russen tegenmaatregelen zullen nemen, zoals ze gedaan hebben in reactie op de Amerikaanse Magnitskywet?
  • Bent u niet bang dat u olie op het vuur gooit? De relatie tussen Rusland en het Westen is in ruim vijftig jaar niet zo slecht geweest.
  • Wat vindt u van de uitspraak van Browder op Twitter dat het slecht is voor minister Bloks carrière dat hij zich niet hard wil maken voor een Nederlandse Magnitsky-wet?
  • Staat voor u vast dat het verhaal over de arrestatie en dood van Magnitsky, zoals verteld door Browder, en het conflict dat Browder heeft met de Russische staat, zoals verteld door Browder, volledig overeenstemt met de werkelijkheid? Heeft u zijn verhaal gecontroleerd?
  • Kent u de documentaire ‘The Magnitsky Act – Behind The Scenes’? Is u bekend dat de vertoning hiervan wordt tegengehouden door Browder die met rechtszaken dreigt? Op Novini staat hierover een artikel dat u misschien zal interesseren: http://www.novini.nl/zaak-magnitsky-kremlin-criticus-valt-geloof/ 

http://www.novini.nl/zaak-magnitsky-kremlin-criticus-valt-geloof/