Posted on

Waarom Kurz wel uitkijkt om met Groenen te regeren

Kurz

Tussen de ideeën van Angela Merkel en haar opvolger Annegret Kramp-Karrenbauer enerzijds en die van Sebastian Kurz anderzijds ligt een wereld van verschil. Afgelopen zondag bleek wel welke ideeën meer aanslaan. 

De Duitse media wilden dit echter overduidelijk niet weten. Zij hoopten naar aanleiding van de uitslag vooral op een coalitie van de ÖVP met de Groenen. Dit zou dan de blauwdruk moeten vormen voor een vergelijkbare coalitie in Duitsland. En het is waar, de FPÖ leed verlies, met name vanwege de Ibizi-affaire. De Groenen konden daarentegen hun resultaat meer dan verdrievoudigen ten opzichte van 2017. Want destijds vielen ze – mede door een afsplitsing – net onder de kiesdrempel. De verkiezingswinst van de Groenen geldt onder Duitse mainstream commentatoren als signaal dat de grote verkiezingswinnaar ÖVP nu net als Merkel naar links moet zwenken. En toenadering moet zoeken tot de Groenen.

Kiezers rechts van het midden

ÖVP-leider Kurz is echter terughoudend. Hij heeft de omvang van zijn overwinning mede te danken aan de schandalen bij de FPÖ. Maar die zullen mettertijd wegzakken. Bovendien weet hij dat hij zijn overwinning aan kiezers rechts van het midden te danken heeft. Zijn campagneboodschap was immers voor hen aantrekkelijk. De pas 33-jarige sterpoliticus heeft de Oostenrijkse zusterpartij van de CDU/CSU het beste verkiezingsresultaat in haar geschiedenis gebracht. Maar dat deed hij met een profiel dat zich nauwelijks scherper konden onderscheiden van de CDU onder Merkel.

Kloof tussen Kurz’ ÖVP en Merkels CDU

Binnenlandse veiligheid en belastingverlichting, strenge controle op en inperking van immigratie en asiel, een liberaal economisch beleid. Wie dit vergelijk met het beleid van CO2-belasting en open grenzen, kan de kloof die gaapt tussen de Duitse en Oostenrijkse christendemocratie niet missen.

Kurz schuwde rechtse samenwerking niet

Sinds afgelopen zondag is daarbij niet meer te missen, welk concept het meeste succes belooft en welk concept naar geleidelijke aftakeling leidt. Ook schuwde de ÖVP na aanvankelijke aarzeling de vorming van een rechts blok met de FPÖ niet. Een partij die men als Oostenrijkse tegenhanger van de AfD kan zien. Deze samenwerking schaadde de ÖVP klaarblijkelijk niet.

Rechtervleugel CDU gesterkt door Kurz’ overwinning

De tekenen uit Wenen scheppen derhalve de nodige problemen voor bondskanselier Angela Merkel en haar tot nog toe vlakke opvolger als CDU-leider, Annegret Kramp-Karrenbauer, die vasthoudt aan Merkels koers. De conservatieve vleugel van de CDU rond de WerteUnion ziet zich daarentegen gesterkt door het succes van Sebastian Kurz, in wie ze een geestverwant zien.

Fris imago Kurz versus Angelas Kleine Kopie

De personele component komt daar nog bij. Terwijl Kurz de frisheid en rechtlijnigheid van een stormachtig nieuw begin belichaamt, treedt AKK van begin af aan als een afgedragen kopie van Merkel. Daarmee zal een nieuw begin voor de CDU niet slagen.

Les voor AfD in FPÖ-debacle

Voor de AfD bevatten de resultaten uit Oostenrijk het impliciete advies om te werken aan het imago van een serieuze partij die zou kunnen besturen en het gekrakeel van de beginfase achter zich te laten. Zelfs de veel gevestigdere zusterpartij FPÖ heeft immers moeten ondervinden hoe zeer het beeld van mankerende ernst tot fatale verkiezingsnederlagen kan leiden.

Posted on

Geheime diplomatie: Oostenrijkse politici offerden Zuid-Tirol voor Europese integratie

Het einde van de Tweede Wereldoorlog en de val van het Italiaanse fascisme gaven Zuid-Tirol weer hoop. Eindelijk, zo hoopte men, zou Zuid-Tirol weer met Noord- en Oost-Tirol verenigd worden. Het liep echter anders.

De historicus en publicist Helmut Golowitsch heeft hier een lijvig boek aan gewijd, waarin hij de lezer van de tijd direct na de oorlog naar het jaar 1966, waarin de conservatieve ÖVP onder bondskanselier Josef Klaus zonder coalitiepartners kon regeren. Bijzondere aandacht gaat uit naar de stille diplomatie tussen de Italiaanse regeringspartij Democrazia Cristiana (DC) en de Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP). Het boek is het eerste deel in een nieuwe reeks over de geschiedenis van Zuid-Tirol. Het tweede deel wordt binnenkort verwacht en zal over de periode van 1966 tot 1969 gaan, waarin volgens de titel de Oostenrijkse en Italiaanse christendemocraten de kwestie Zuid-Tirol begroeven.

De auteur begint zijn uiteenzettingen met het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het spanningsveld tussen Oost en West ontstonden in 1947 de Nouvelles Équipes Internationales (NEI), een Europese christendemocratische koepelorganisatie, waarin ook Oostenrijk en Italië vertegenwoordigd waren en politici van de Italiaanse DC en Oostenrijkse ÖVP directe contacten konden onderhouden.

In het kader van deze samenwerking kwam het tot geheime toegevingen van enkele ÖVP-politici, die publiekelijk weliswaar stelden dat Zuid-Tirol hen na aan het hart lag, maar achter gesloten deuren aan de Italiaanse christendemocraten bevestigden dat Zuid-Tirol bij Italië kon blijven. In de optiek van bepaalde ÖVP-functionarissen in Wenen was de kwestie Zuid-Tirol vooral een hypotheek die de relatie met Italië onnodig belastte. In het bijzonder verstoorden ze de onderhandelingen over de toetreding van Oostenrijk tot de Europese Economische Gemeenschap. In dit opzicht werd de deelstaatorganisatie van de ÖVP in Tirol, die zich bijzonder verbonden voelde met Zuid-Tirol, bewust genegeerd.

Juist in deze voor Zuid-Tirol bepalende jaren bemiddelde Rudolf Moser, een ondernemer uit Karinthië met uitstekende contacten met Italiaanse christendemocratische leiders, als onofficiële diplomaat tussen Wenen en Rome, zodat hij al snel de éminence grise van het Oostenrijkse Italië-beleid werd. Moser was een goede jeugdvriend van Leopold Figl, die van 1945 tot 1953 bondskanselier van Oostenrijk was en van 1953 tot 1959 minister van Buitenlandse Zaken. Onder de dekmantel van zijn zakenactiviteiten, kon Moser uit het zicht van de pers en de officiële diplomatieke kanalen het contact onderhouden tussen bondskanselier Figl en premier Alcide De Gasperi. Terwijl de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Karl Gruber op de Parijse Vredesconferentie van 1946 slecht onderhandelde en voortijdig een volksraadpleging in Zuid-Tirol – zijn troefkaart – uit handen gaf, had Rudolf Moser in Rome een geheime ontmoeting met De Gasperi om over de heropening van het goederenverkeer en een verdieping van de christendemocratische vriendschap tussen Wenen en Rome te spreken. De kwestie Zuid-Tirol liet zich in deze context eerder door autonomie voor de regio binnen Italië oplossen dan door hereniging met Oostenrijk.

Dit alles gebeurde met medeweten van bondskanselier Figl, terwijl minister van Buitenlandse Zaken Gruber noch de deelstaat-ÖVP in Tirol ervan op de hoogte waren. De ervaren politicus De Gasperi wist deze overduidelijk zwakke onderhandelingspositie van de Oostenrijkers uit te buiten, waardoor het tot het Gruber-De Gasperi-akkoord kwam, dat Zuid-Tirol alleen een zwakke schijnautonomie toekende, wat in de daarop volgende jaren tot toenemende spanningen zou leiden.

Rudolf Moser zette zijn heimelijke paradiplomatieke activiteiten voort en organiseerde geheime persoonlijke ontmoetingen tussen premier De Gasperi en bondskanselier Figl: in augustus 1951 in een herberg aan de Karerpas in Zuid-Tirol en een tweede in augustus 1952 in Mosers huis in Karinthië. Van beide gesprekken zijn geen notulen, maar zo merkt de auteur op, vanaf dit moment is er geen merkbaar engagement van de Oostenrijkse regering voor Zuid-Tirol meer. Ook van deze gesprekken waren Noord- noch Zuid-Tiroolse politici op de hoogte.

In 1953 verloor Figl weliswaar het kanselierschap aan zijn partijgenoot Julius Raab, hij werd echter minister van Buitenlandse Zaken, waardoor Moser achter de schermen verder kon gaan de Oostenrijks-Italiaanse relatie te onderhouden en de eisen van Zuid-Tirol te torpederen. Pas toen in 1959 de sociaaldemocraat Bruno Kreisky minister van Buitenlandse Zaken werd, ging de Oostenrijkse federale regering zich weer actief inzetten voor het afgescheiden landsdeel en werd de kwestie Zuid-Tirol bij de Verenigde Naties ter tafel gebracht, wat de basis zou leggen voor de verdere onderhandelingen. Een nieuwe dramatische keer in het Oostenrijkse Zuid-Tirol-beleid kwam er in 1966, toen de ÖVP een absolute meerderheid behaalde in de federale parlementsverkiezingen en Kreisky werd afgelost als minister van Buitenlandse Zaken.

Door een toeval kreeg Golowitsch toegang tot het privé-archief van Rudolf Moser. Na deze stukken bestudeerd en wetenschappelijk verwerkt te hebben, droeg hij de originele documenten over aan het Oostenrijkse Staatsarchief en kopieën aan het Tiroler Landesarchiv. Zodoende is zijn werk niet alleen verifieerbaar, maar biedt het ook voor historici veel tot nog toe onbekend bronnenmateriaal.

De auteur weet met zijn boek zowel voor historici als geïnteresseerde leken boeiend te schrijven. De documenten uit Mosers privé-archief weet hij goed te verweven in een geheel uit achtergrondinformatie, krantenberichten, getuigenverklaringen en andere bronnen, zodat zijn boek ook zonder gedetailleerde voorkennis gelezen kan worden. Waar Wenen tot nog toe als betrouwbare partner van Zuid-Tirol gold, moet de rol van enkele leidende ÖVP-politici naar aanleiding van dit boek heel anders getaxeerd worden.

N.a.v. Helmut Golowitsch, Südtirol – Opfer für das westliche Bündnis. Wie sich die österreichische Politik ein unliebsames Problem vom Hals schaffte (Leopol Stocker Verlag, Graz, 2017), gebonden, 607 pagina’s.

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.

Posted on

Kroniek van instabiliteit: de Belgische politiek sinds 1999

Voor vele buitenstaanders is de Belgische politiek een eigenaardig gegeven. Een federale staat, waarbij de federale regering desondanks geen hiërarchische superioriteit kent tegenover de deelstaten. Waar de bevoegdheden niet in hun geheel verdeeld zijn over de deelgemeenschappen, waardoor wetgeving over hetzelfde onderwerp op elk niveau kan verschillen. Desondanks is het toch ook geen confederale staat en pleit de grootste partij van Vlaanderen, de N-VA, voor een confederaal systeem met uitzicht op een onafhankelijk Vlaanderen. Daarnaast heb je nog het Vlaams Belang dat pleit voor een directe opdeling van België en ook een sterk anti-islam discours heeft. Beiden pleiten wel om na onafhankelijkheid een voorkeursband op te bouwen met Nederland. Nederland, dat in de beweging achter beide partijen regelmatig vermeld wordt als “het verloren vaderland”.

In het boek “De wissel van de macht” schrijf journalist Marc Van de Looverbosch de kroniek neer van de vorige 17 jaar aan partijpolitiek. De verkiezingen van 1999 kenden immers een politieke aardverschuiving die we vandaag nog voelen. Dé staatspartij sinds mensenheugenis, de Christelijke Volkspartij (CVP, later CD&V), wordt van de macht gedreven door een coalitie van liberalen, socialisten en groenen. De Vlaams-nationalisten, een unieke toevoeging aan de partijpolitiek in dit surrealistische land, zijn verdeeld over het Vlaams Belang en de Volksunie (cfr. supra) die samen net een goede 15% van de stemmen halen.

De Vlaams-nationalisten

Zonder in te diep detail in te gaan op de Belgische/Vlaamse politiek, dat vereist immers enkele boeken, kan men stellen dat, net als in Nederland, een politieke aardverschuiving plaatsvond in de stervensjaren van paars. Waar Nederland Pim Fortuyn kende en vandaag Geert Wilders, wordt België nog altijd gespleten door de strijd tussen Vlaanderen en een Franstalige elite. Zelfs in katholieke pro-life kringen kan men deze spanning voelen waarbij een Franstalige elite zich cultureel superieur vindt aan de Nederlandstaligen. In België wordt dit de Vlaams-Waalse tegenstelling genoemd omdat Wallonië ook Franstalig is en opgejut wordt tegen Vlaanderen door deze elite (en gemakshalve zal ik het in deze boekbespreking ook zo noemen).

Toen Paars-groen in 1999 aan de macht kwam, kende Vlaanderen één georganiseerde uitgesproken rechtse Vlaams-nationalistische partij: het Vlaams Blok. Zij haalden bij de verkiezingen in 1999 15 zetels in het federale (Belgische) parlement. Daarnaast had je nog de Volksunie in kartel met het progressieve ID. In zijn beginjaren was de Volksunie dé partij geweest voor de Vlaams-nationalisten die zich, na collaboratie in WOII, terug politiek verenigden. Het Vlaams Blok scheurde zich daaruit af na het federaliseren van België. In 1999 was de Volksunie een partijtje geworden van 8 federale zetels. In de jaren daarna zou zij uiteenspatten waarbij de leden zich over alle andere politieke partijen verspreidden. Van het uitgesproken rechtse Vlaams Blok tot en met het extreem-linkse Groen. Daarnaast zagen nog twee partijen het licht op de ruïnes van de Volksunie: SPIRIT (Sociaal Progressief Internationaal Regionalistisch Integraal-democratisch Toekomstgericht) en de N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie). In 2003 kwam de N-VA voor het eerst op en slaagde ze erin om enkel in de provincie West-Vlaanderen 5% te halen. In 2014 zou ze over gans Vlaanderen 32,5% halen en 33 zetels. Een opmars ongezien in de geschiedenis van Vlaanderen.

Kamer-1978-2014

Het boek heeft als onderwerp deze ongeziene opmars, maar slaagt er nooit echt in om deze opmars te duiden. De N-VA ontstaat uit de Volksunie, de N-VA gaat even in kartel met de christendemocraten, het kartel spat uit elkaar en opeens zijn ze de grootste partij. Geen analyse van het waarom, de verschuiving in de geesten naar het Vlaams-nationalistische discours en dat duidelijk omdat het inzicht daarin ontbreekt. Er is geen regel geschreven over de interne dynamiek van de Vlaamse Beweging, die wel effectief een rol speelt in de mentaliteit van bepaalde keuzes van partijpolitieke toppers. Zo vermeldt de schrijver dat N-VA kopstuk, en momenteel Minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon naar de partijpolitiek overstapt vanuit de Vlaamse Volksbeweging. Wat die beweging wil, wat ze doet, dat blijft ver in het ongewisse.

Inzicht in de geest van een journalist

Voor wie de geschiedenis wil lezen van wat er in Vlaanderen op partijpolitiek vlak gebeurd is de laatste 17 jaar is dit boek een goede opfrisser met enkele leuke anekdotes. Tegelijkertijd, en op dat vlak misschien zelfs interessanter, geeft het een inzicht in de leefwereld van een journalist voor de traditionele media.  De kennis van het intern functioneren van het CD&V[1], en in mindere mate de SP.a[2] en VLD[3], lijkt goed Marc Van de Looverbosch goed te kennen. Of toch althans bij de vorige generatie “staatsdragenden”. Vanaf het moment dat een nieuwe generatie politici verschijnt gaat zijn kennis er op achteruit. Zijn afkeer van het Vlaams Belang druipt van de pagina’s en zijn stuk over de interne crisis in die partij had hij dan ook beter terloops vermeld dan het éénzijdige verhaal dat er nu instaat. De reden daarvoor, los van ideologische afkeer, is dezelfde reden als waarom hij amper iets schrijft over interne werking bij Groen of de N-VA: hij kent en begrijpt die partijen en interne krachten niet.

Men ziet het in de opbouw van het boek zelf. Twee derde van het boek gaat diep in op interne partijpolitieke twisten van de staatspartijen. De “getuigen”, politici die hij aan het woord laat, dateren ook allemaal uit deze periode op twee uitzonderingen: Yves Leterme (CD&V) en Bart De Wever (N-VA). Zodra de N-VA aan zijn opmars begint, en het Vlaams Belang een diepe crisis ingaat, worden de anekdotes korter en minder sappig. Slaagt de journalist er niet in om door te dringen in het netwerk van de politici die dan aan de macht komen? Of zit hij, wat ik vermoed, zodanig verstard in zijn eigen kringen dat hij gewoon geen enkele manier kent om in de geest en achtergrond van die politici te kruipen? Bij een overwinning van het Vlaams Blok in het verleden riep een VRT-journalist ooit verbaasd uit “Maar vanwaar komen die Vlaams Blok kiezers? Ik ken er geen enkele!”

Vooral dat laatste is interessant met betrekking tot enerzijds journalisten en anderzijds alles dat een band heeft met de Vlaamse Beweging en/of bewegingen en organisaties die niet traditioneel staatsdragend zijn (ook de groene beweging valt hier onder). Journalisten begrijpen ze niet, gaan af op wat anderen erover schrijven (hun tegenstanders dus) en geloven dan ook dat de karikatuur de werkelijkheid is. Al zijn er ondertussen meer journalisten bijgekomen met banden in de groene beweging, het aantal dat nog meer een minimum interesse toont in de gedachtewereld van de Vlaamse Beweging is nog steeds minimaal. Meerdere keren wordt in het boek dan ook duidelijk dat traditionele journalisten en politici functioneren in een ons-kent-ons-sfeer waarbij zij regelmatig met elkaar op restaurant gaan, bij elkaar thuis afspreken en zich reuze amuseren met elkaar in spelletjes allerhande. Waarbij telkens natuurlijk de drank ook rijkelijk vloeit. Nieuwe partijen worden door deze journalisten dan ook als indringers gezien.

Sappige anekdotes

Nochtans kan ik wel enkele leuke dingen vertellen zonder ooit journalist te zijn geweest. Toen Yves Leterme zijn eerste, gefaalde, poging waagde om een regering te vormen, wou hij dit zakelijk aanpakken. Op tafel tijdens de besprekingen stond water en culinair was er niet veel te verwachten. Waarop de excellenties de kamers afschuimden op zoek naar voedsel. Zeker de liberale politici, die naar traditie niet meer in staat waren tot constructief onderhandelen na de middag wegens een onderlinge competitie sterke drank gieten, blonken hier in uit. Uiteindelijk vond men ergens diepvriespizza’s die men dan nog met de autosleutels van een excellentie heeft moeten snijden. Tot ze het genoeg vonden en de onderhandelingen ronduit platlegden zodat er deftig gegeten en gedronken kon worden (onder dat laatste werd geen frisdrank, maar de betere whisky gerekend).

Of die keer dat voormalig Europees president Herman Van Rompuy bijna België had opgeblazen. Zijn zoon, die bijna lid was geworden van de Nationalistische Studentenvereniging NSV!, had voor hem enkele teksten afgedrukt over separatisme. Vlamingen en Franstaligen vergaderden apart en in één van de pauzes haalde Van Rompuy deze bundel papieren boven. Niet om de boel op te blazen, maar om te tonen hoe zelfs zijn zoon meegesleept werd. Hij las er enkele stukken uit voor ter illustratie. Niet geweten bij de Vlaamse onderhandelaars was dat er een Franstalige politicus op dat moment aan het rondwandelen was en net dit stuk opving. In een draf liep hij terug naar de Franstalige kant om daar met het nodige drama aan te kondigen dat de Vlamingen de boel gingen opblazen. Een probleem dat overigens sneller uitgeklaard was dan de catering.

Conclusie

Desondanks een lovenswaardig boek. Politiek-historisch gezien om de grote gebeurtenissen (vanuit een puur partijpolitiek kader) te herlezen. Sociologisch om het isolement van journalisten te zien die het merendeel van de tijd niet van slechte wil zijn, maar gewoon niet begrijpen hoe bepaalde niet-staatsdragende bewegingen denken. Die tevens zodanig persoonlijk verbonden zijn met politici dat zij elke nieuwe partij te ver verwijderd van deze denkwereld als een vijandig element zien.

LooverboschOok een interessant gegeven is dat dit een boek is met de nadruk op de Belgische federale politiek. Desondanks zou je vaak denken dat die politiek bestaat uit Vlaamse partijen met af en toe een Franstalige die uit het niets opduikt. Ook gesprekken met andere journalisten die genoemd worden, tonen aan dat de denk- en leefwereld van Vlamingen en Franstaligen volledig gescheiden verlopen. Ministers van Franstalige partijen duiken op, waarbij zelfs de journalist in kwestie moet toegeven dat hij geen idee heeft waar die opeens vandaan komen. Franstalige journalisten die aan hun Vlaamse collega’s moeten gaan vragen wat de politieke eisen van de Vlaamse partijen nu eigenlijk zijn. Vlaamse politici en Franstalige politici die via tussenpersonen aan elkaars contactgegevens moeten komen. Partijvoorzitters van “zusterpartijen” die met elkaar niet meer door één deur kunnen. Zo kan je de relatie tussen de Nederlandstalige en Franstalige christendemocraten vergelijken als die tussen een olifant en een walvis. Er zal in het verleden wel iets gemeenschappelijks zijn, maar hun leefwerelden en eigenheden zijn volledig veranderd.

Een aanrader voor wie wil zien wat er in België gebeurd is sinds Paars in de context van de traditionele partijen en een beetje die nieuwe partij, de N-VA. Verwacht echter geen diepgaande analyse of inzicht in het hoe en het waarom hiervan. Veel verder dan “de mensen zijn Paars beu” krijg je helaas niet.

N.a.v: Marc van de Looverbosch, De wissel van de macht. Kroniek van een Wetstraatwatcher (Tielt: Lannoo, 2015) paperback, 520 pagina’s.

__________

[1] De christendemocraten. In Nederland het CDA.

[2] De sociaaldemocraten. In Nederland de PvdA. In Vlaanderen is er ook een PVDA, maar die is vergelijkbaar met de Nederlandse SP. Kwestie om in één taalgebied toch een Babylonische spraakverwarring te kunnen hebben.

[3] De liberaal-democraten. In Nederland de VVD.

Posted on

Roemeense liberalen stappen over naar ‘christen-democratische’ fractie in Europees Parlement

De Roemeense liberale partij PNL wil de liberale ALDE-fractie in het Europees Parlement verruilen voor die van de Europese Volkspartij (EPP), in de media dikwijls aangeduid als ‘christendemocraten’. Dat heeft het bestuur van de partij gisteren besloten.

Partijleider Crin Antonescu voerde als belangrijkste reden de politieke context aan. Hij zou willen voorkomen dat de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie een socialist wordt en zijn PNL zou zich daarom bij het grootste centrumrechtse blok aan moeten sluiten.

In 2012 won de PNL de Roemeense parlementsverkiezingen in een blok met de socialisten, waarop zij samen de regering vormden. Afgelopen februari werd deze coalitie ontbonden vanwege spanningen. Sindsdien regeren de socialisten samen met twee kleinere partijtjes.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Het besluit van de Roemeense liberalen is een gevoelige klap voor de ALDE-fractie. De PNL heeft zes zetels behaald, door het vertrek van de Roemenen uit de liberale fractie, wordt het risico groter dat de ALDE niet de derde fractie in grootte blijft.

Als de PNL-afgevaardigden inderdaad de overstap naar de EPP-fractie maken, zitten straks behalve de socialisten nagenoeg alle Roemeense afgevaardigden in die fractie. De liberaal-conservatieve PDL en afsplitsing PMP en de partij van de Hongaarse minderheid in Roemenië zitten reeds bij de EPP.

Fractieleider van de van de EPP-fractie, de fransman Joseph Daul, reageerde positief op het signaal van de PNL. De EPP heeft een fors aantal zetels verloren door de verkiezingen. Behoudende christendemocraten en conservatieven binnen die fractie zullen zich echter niet verheugen in de komst van de nieuwe liberale leden. Onder de afgevaardigden van de PNL is onder andere mevrouw Renate Weber, voormalig voorzitter van de Roemeense Soros Foundation en lid van de LGBT Intergroup in het Europees Parlement. Weber staat in Roemenië bekend als voorvechter van ‘LHBT-rechten’.