Posted on

‘Hongarije helpt’ bestrijdt vluchtoorzaken ter plaatse

Hongarije helpt

Terwijl veel landen slechts met de mond de bestrijding van migratieoorzaken belijden, maakt Hongarije het concreet. Het is het hoofddoel van het Hongaarse migratiebeleid: Hongarije helpt.

Programma’s voor de bestrijding van migratieoorzaken, die andere landen slechts als een excuus voor een mislukt passief immigratiebeleid lijken te zien, zijn in Hongarije reeds lang het centrale middel van een actief beleid. De regering in Boedapest ontwikkelde projecten, die de bevolking ondersteunen in hun eigen land te blijven, zodat ze niet naar Europa hoeven te vluchten. De regering noemde het programma ‘Hongarije helpt’. Het levert hulp direct aan plaatsen die kampen met conflicten, wat de hoofdoorzaak voor de meeste politieke emigratie is.

‘Hongarije helpt’ schakelt lokale kerken in

De hulp verloopt niet via corrupte regeringen, maar doorgaans via kerken en charitatieve organisaties. Zo is de kans veel groter dat de hulp ook goed terechtkomt. Daarbij is deze manier van hulp veel goedkoper en zowel politiek als sociaal gunstiger dan het opnemen van islamitische immigranten. Die worden immers gelokt door de westerse uitkeringsstelsels, maar hebben geen interesse in integratie in de landen die hen opnemen. Ze vormen zo een gevaar voor de sociale cohesie in die landen.

Vervolgde christenen

Bovendien profiteren de leden van de wereldwijd meest vervolgde religieuze groep, de christenen, het meest van de Hongaarse hulp. Ook moet de Hongaarse hulp vooral ten goede komen van die mensen die zich de dure tocht naar Europa, met behulp van mensensmokkelaars, niet kunnen veroorloven. Naar Europa komen immers vooral die mensen, die mensensmokkelaars tienduizenden euro’s kunnen betalen.

Een nieuw bestaan opbouwen

Volgens de Hongaarse regering hielp ‘Hongarije helpt’ in slechts twee jaar 35.000 mensen om in hun land te blijven en daar een nieuw bestaan op te bouwen. Daaronder zijn vooral vervolgde christenen, die door westerse regeringen en media dikwijls genegeerd worden.

‘Hongarije helpt’ verbetert onderwijs en gezondheidszorg Nigeria

In Nigeria, waar duizenden christenen vermoord werden, stelde Hongarije het katholieke diocees Maiduguri een miljoen euro ter beschikking. Het geld wordt ingezet voor de verbetering van de onderwijs- en gezondheidszorginfrastructuur in het diocees, dat te lijden had onder herhaaldelijke aanvallen van de islamistische terroristische groepering Boko Haram. Verder ondersteunt Hongarije ook landbouwprojecten, die zich erop richten de zelfvoorzienendheid van huishoudens te verbeteren, voedselschaarste terug te dringen en ziektes te behandelen.

‘Hongarije helpt’ en kerken Ethiopië helpen Eritrese vluchtelingen

Ethiopië is een ander Afrikaans land dat Hongaarse hulp ontvangt, via diverse katholieke en protestantse kerken. Het Mai-Aini-vluchtelingenkamp kreeg 1,5 miljoen euro om onderkomens en basisvoorzieningen als schoon drinkwater, onderwijs en dergelijke voor zo’n 15.000 Eritrese vluchtelingen te bieden en hen zo te weerhouden van een verdere gevaarlijke vlucht door Libië. Ook de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk in Addis Abeba heeft een half miljoen euro ontvangen.

Hulp aan families van slachtoffers terrorisme

Overal waar christenen in het grensgebied tussen christendom en islam in Afrika, zij het in Burkina Faso, Centraal-Afrika, Nigeria of Kameroen getroffen worden door islamistische terreur, bieden de Hongaren ook praktische hulp aan families van slachtoffers.

‘Problemen niet hierheen halen, maar hulp daar naartoe brengen’

In de persoon van Tristan Azbej heeft Hongarije een speciale bewindspersoon die voor de organisatie en verdeling van de hulp van ‘Hongarije helpt’ verantwoordelijk is. Zijn officiële titel is staatssecretaris voor de hulp aan vervolgde christenen. “Tijdens het hoogtepunt van de migratiecrisis in 2015 bekritiseerden internationale actoren de regering Orbán erom, dat ze zich streng opstelde tegenover ongedocumenteerde buitenlanders”, aldus Azbej. “Sommigen stelden dat Hongarije harteloos handelde. Onze benadering is eenvoudig: Om een alternatief voor de uitbuiting door mensensmokkelaars en de manipulaties van migratiebevorderende ngo’s te bieden, zetten we alles op alles, zodat de behoeftigen in hun thuislanden kunnen blijven. Om met premier Orbán te spreken: ‘We moeten geen problemen hierheen halen, maar hulp daarheen brengen waar ze nodig is.’ En precies daarvoor zetten wij ons in.”

Niet harteloos, wel rationeel

Westerse media en liberale politici zetten de Hongaarse premier weg als een extreemrechtse ideoloog. Zijn programma ter bestrijding van migratieoorzaken lijkt echter te functioneren en bij de mensen aan te komen die zich de migratie naar Europa niet kunnen veroorloven. De meeste Hongaren houden dit voor een rationelere benadering om met de migratiegolf die Europa sinds de opening van de Duitse grenzen in 2015 teistert om te gaan, dan wat West-Europese regeringsleiders voorstellen.


Ook in Syrië en  Irak helpt Hongarije christenen om weer een bestaan op te bouwen, bijvoorbeeld op de vlakte van Nineveh. In Epoque magazine nr. 2 verscheen een mooie reportage van Jens De Rycke hierover.

Epoque Magazine nr. 2

Posted on

De dubbele agenda van de dictator-paus

Het nieuws van een groot onderzoek naar misbruik binnen de Katholieke Kerk in Pennsylvania sloeg in als een bom. De details van de getuigenissen van slachtoffers van misbruik door meer dan 300 priesters in de Amerikaanse staat liegen er dan ook niet om. Hoofdaanklager Josh Shapiro somde op zijn persconferentie op 14 augustus een aantal uit het 900 pagina’s tellende onderzoeksrapport op: een priester dwong een negenjarige jongen tot orale seks en spoelde diens mond daarna met wijwater; een jongen werd naakt aan een kruis gebonden en de priesters namen foto’s van hem; een priester maakt een meisje zwanger, regelt een abortus en ontvangt van de bisschop een brief waarin die zijn medelijden kenbaar maakt – niet aan het meisje maar aan de priester die haar heeft misbruikt; priesters in het bisdom Pittsburg runden een pedofiliering, waarin ze slachtoffers naar elkaar doorschoven.

Shapiro maakte ook bekend dat kerkleiders, zoals aartsbisschop Donald Wuerl, het onderzoek bewust hebben gedwarsboomd. Het is opnieuw een herhaling van zetten. De kerkleiding negeert keer op keer waarschuwingen en onderneemt geen stappen. Integendeel, de misbruikpriesters en -bisschoppen werden overgeplaatst naar andere parochies, waar ze vervolgens verder gingen met hun misdadige praktijken. De enige verantwoordelijke die het veld moest ruimen was kardinaal Theodore McCarrick, die onlangs zijn ontslag aanbood aan paus Franciscus. Deze accepteerde het ontslag. Maar ontslag aanvaarden is een passieve handeling is, niet een actief optreden tegen misbruikers! Het blijft bij mooie woorden en een wat scherp aangezette brief. Eerder dit jaar vergaloppeerde de paus zich ook al in de kwestie rond de Chileense bisschoppen. Ook dat land kent een langdurig misbruikschandaal, waarin de verantwoordelijke priesters en bisschoppen buiten schot bleven. Paus Franciscus deed onthullingen daarover af als laster, maar werd uiteindelijk gedwongen het ontslag te aanvaarden van 3 van de 34 Chileense bisschoppen die een ontslagbrief hadden ingediend.

Waar is het 300 pagina’s tellend dossier over seksueel misbruik in de kerk, dat de toenmalige paus Benedictus XVI vlak voor zijn abdicatie ontving? De katholieke blogger Louie Verrecchio (https://akacatholic.com/) schreef onlangs dat Benedictus (mogelijk afgetreden vanwege de onthullingen in het dossier?) zijn opvolger de opdracht meegaf stappen te ondernemen. “Maar wat heeft Jorge Bergoglio, die het dossier nu vijf jaar in handen heeft, gedaan?” vraagt Verrecchio zich af. “Hij benoemde een homoseksueel, priester Battista Ricca, tot hoofd van de Vaticaanse Bank en antwoordde op vragen over de seksuele gerichtheid van de man “Wie ben ik om te oordelen?”; hij publiceerde een rapport voor de Synode van 2014 waarin hij schrijft dat “homoseksuelen gaven en kwaliteiten hebben die ten goede kunnen komen aan de christelijke gemeenschap”; hij benoemde Juan Barros tot bisschop in Chili, hoewel mensen de paus wezen op de homoseksuele voorkeur van Barros; hij benoemde priester James Martin, een LHBT-activist, tot raadgever bij het Secretariaat voor Communicatie van het Vaticaan.” En eerder deze maand benoemde de paus de Portugese priester José Tolentino Mendonça tot hoofd van het Geheim Vaticaans Archief. Mendonça zegt dat “Jezus geen regels vaststelde” en hij verkondigt de ideeën van een non die abortus en het homohuwelijk goedkeurt.

Veel zalvende woorden, maar ondertussen de verkeerde daden stellen. Hoe anders gaat de paus te werk als het gaat om priesters en bisschoppen die meer traditioneel en conservatief zijn. Kardinaal Raymond Burke heeft dat als een van de eersten ondervonden. Eind 2013 verwijderde paus Franciscus hem uit de Congregatie voor de Bisschoppen. Burke wordt gezien als woordvoerder van de conservatieve vleugel binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Een van de jongste slachtoffers van de progressieve koers van paus Franciscus is de aartsbisschop van Zagreb, kardinaal Josip Bozanić. Eind juli werd bekend dat het Vaticaan de conservatieve Bozanić wil verwijderen van zijn post in Zagreb en vervangen door de jonge bisschop Dražen Kutleša. Het is geen geheim dat de paus de traditionalistische kerkleiding in Kroatië niet ziet zitten. Kardinaal Bozanić spreekt zich openlijk uit “tegen de mislukte ideologieën uit de vorige eeuw, die een nieuwe orde in de samenleving willen creëren en vrede, welvaart en volledige gelijkheid beloven”. En terwijl Franciscus er geen probleem mee heeft een hamer-en-sikkel in ontvangst te nemen van de Boliviaanse president Evo Morales (in 2015), leidde Bozanić in mei 2017 een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van het communisme. “Voor ons betekende het communistische totalitaire systeem het begin van nieuwe vervolgingen, detenties en het vermoordden van onschuldige mensen in kuilen, ravijnen en massagraven. Vele daarvan bestaan nog steeds en zijn niet onderzocht,” aldus de kardinaal.

Paus Franciscus houdt er een dubbele agenda op na. Hard optreden richting conservatieve en traditionalistische priesters en weifelen of geen actie ondernemen naar liberale prelaten. Dat past binnen de politieke en theologische visie die ontwikkeld is door de ‘St. Gallen Groep’, een verzameling progressieve kardinalen die probeerde de verkiezing van paus Benedictus te voorkomen en er in 2013 in slaagde Jorge Bergoglio tot paus te laten verkiezen. Dat is althans de mening van Henry Sire, die onder het pseudoniem Marcantonio Colonna, vorig jaar The Dictator Pope: The Inside Story of the Francis Papacy publiceerde. In dat boek beschuldigt Sire paus Franciscus van opportunisme, tiranniek gedrag richting andersdenkenden, het mislukken van het aanpakken van corruptie in het Vaticaan, en het doelbewust sturen van de Synode over het Gezin, waarvan de uitkomsten moesten leiden tot wijziging van de moraal-leer van de Kerk. Eenzelfde mening houdt Philip Lawler er op na in zijn eerder dit jaar verschenen boek Lost Shepherd: How Pope Francis is Misleading His Flock. Meer en meer katholieken spreken hun verontrusting uit over de zwalkende koers van paus Franciscus en zijn moedwillig creëren van chaos in de Kerk en in haar leer. De vrees bestaat dat er nog heel wat onderzoeksrapporten zullen verschijnen, die vervolgens op mysterieuze wijze verdwijnen. Ook dat past in het chaotische beleid van de huidige paus.

Een Nederlandse vertaling van The Dictator Pope verschijnt later dit jaar bij uitgeverij De Blauwe Tijger:

Marcantonio Colonna ~ De dictator-paus

Posted on

Pax Christi hypocriet over christenvervolging in Syrië

Veel wordt geschreven over het lot van de Syrische christenen in de door ISIS ooit gecontroleerde gebieden. Over hun lot in de door de andere Salafistische groepen bezette gebieden hoort men zelden of nooit iets. Een in Syrië nochtans gespecialiseerde christelijke organisatie als het Nederlands-Vlaamse Pax Christi heeft er voor zover bekend nooit aandacht voor gehad.

Geen christenen meer

En nochtans hebben christenen en hun gebedsplaatsen het daar al hard te verduren gehad. Zelfs de media van die Salafisten geven dat soms toe. Een verhaal dat een klein tipje van de sluiter opheft is dit welke de website Syrian Observer recent publiceerde en afkomstig was van All4Syria, een van de vele websites van die groepen.(1)

De jezuïet Frans van der Lugt werd in april 2014 door een Salafist neergeschoten. In welke omstandigheden is nog steeds onduidelijk. Hij was ondanks het gevaar in zijn klooster in dat door die terreurgroepen bezet stadsdeel gebleven. Enkele dagen voor de bevrijding van dit deel van de stad Homs door het leger werd hij neergeschoten.

Het betreft een beslissing van de shariarechtbank in de stad Ghasam, gelegen in het zuiden van Syrië en ten oosten van de provinciehoofdstad Daraa. Hier besloot rechter Sjeik Asmat al Abasi om de kerken terug te geven aan hun gelovigen. Die christenen waren echter allemaal uit de stad en de regio gevlucht richting de nabijgelegen provincie Sweida, een vooral door druzen bevolkt gebied dat in handen is van de regering.

Die gebedsplaats van de Christelijke Evangelische Uniekerk is al sinds 2013 verlaten omwille van de Salafistische terreur. Sindsdien is er volgens All4Syria geen enkele christen meer in de stad. En vermoedelijk ook bijna niemand meer van andere niet-Salafistische geloofsgemeenschappen.

De Salafistische groepen in de provincie Daraa worden bij de gespecialiseerde media steeds omschreven als zijnde meer gematigd waarbij de invloed van Al Qaida er vrij beperkt is. Dit in tegenstelling tot de provincie Idlib waar haar controle bijna algemeen is.

Verhalen over het vernielen van gebedsplaatsen in door de regering bezet gebied zijn er in tegenstelling tot de toestand in de provincies Daraa en Idlib dan wel niet. Integendeel, het leger zal hen zelfs beschermen tegen de terreur van die salafistische groepen.

Het verklaart waarom slecht betaalde soldaten toch voor hun land en samenleving blijven vechten en continu hun leven riskeren. Het is een verhaal wat je bij Pax Christi en andere ngo’s van dat genre echter nooit zult horen.

Hypocrisie rond Frans van der Lught

Pax Christi, dat nog het eerste woord van kritiek moet geven op die Salafistische opstandelingen, hield eerder dit jaar wel een mars om de in de stad Homs op 7 april 2014 doodgeschoten Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt te herdenken. De dader is nog steeds niet bekend maar moet iemand van die Salafistische terreurgroepen geweest zijn. Hij zat daar immers in zijn klooster in geheel door die groepen bezet gebied.

Over de oorzaak van zijn dood en de vermoedelijke dader(s) echter voor zover geweten geen woord bij Pax Christi.(2) Deze mars was dan ook gewoon een schijnheilig misbruik van het leed van deze pater, een van de duizenden christelijke slachtoffers van die terreurbewegingen.

Omar Gharba in een legeruniform van het Vrije Syrische Leger voor hij overstapte naar ISIS. Zie de insignes op zijn borst. De vraag is wie dit zo te zien gloednieuw en piekfijn uniform betaalde. De Belgische of de Nederlandse belastingbetaler?

Deze mars van Pax Christi veroorzaakte dan ook groot ongenoegen bij de christelijke gemeenschappen in Syrië. Deze organisatie kiest al sinds 2011 de kant van die terreurgroepen. De enige slechten voor Pax Christi zijn de Syrische regering, die voor hen de vertegenwoordiger is van al het kwaad dat het land overkwam.

Voor groepen als deze en andere ngo’s is het juist de Syrische regering die schuldig is aan dit sektarisme dat tijdens deze oorlog enorm is toegenomen. Pax Christi werkt onder controle van de Nederlandse en Belgische bisschoppenconferentie. Zijn onze bisschoppen dan akkoord met het steunen van groepen die christenen desnoods omwille van hun geloof vermoorden?


1) Syrian Observer, 10 oktober 2017, All4Syria, ‘Daraa’s Churches to be Returned to Christians: Dar al-Adel Court’. http://syrianobserver.com/EN/News/33369/Daraa_Churches_be_Returned_Christians_Dar_Adel_Court/

De website Syrian Observer is een vrij interessante bron van informatie. Het brengt teksten van zowel de gewapende oppositie, de regering als van derden. Teksten die ze zoals deze vanuit het Arabisch vertaalt naar het Engels.

De website is door de Deense ngo International Media Support opgezet met de bedoeling een zogenaamd onafhankelijke Syrische pers te steunen. Hoe onafhankelijk blijkt wel als 51%, 35% en 6% van de fondsen van deze ngo afkomstig zijn van respectievelijk het Zweedse, Deense en Noorse ministeries van Buitenlandse Zaken. De hoofdlijn van deze website is dan ook die van steun aan die salafistische opstandelingen.

2) Pax, Zomer 2017.

Posted on

Tranen trekken of feiten checken?

Niemand kan het ontgaan zijn: twee Armeense kinderen dreigen te worden uitgezet. Howick en Lili (BN’ers ondertussen) deden de ronde op sociale media en in het nieuws. Want na bijna hun hele leven in Nederland te hebben gewoond mogen ze ab-so-luut níet uitgezet worden. Want ‘dat is zielig en kunnen we ze niet aandoen’, schijnt de redenering te zijn.

Er was een demonstratie in Den Haag van Nederlandse schoolkindertjes en Howick en Lili werden uitgenodigd in een tv-programma. De hele toestand is “onbegrijpelijk” volgens de Kinderombudsvrouw, en “afschuwelijk”, volgens organisatie Defence for Children. Mediacircus volgens het boekje.

Ik zag zelf ook emotionele oproepen voorbij komen op Facebook, en waar ik tot nadenken maande kreeg ik een berg kritiek over naastenliefde. In feiten is kennelijk niemand geïnteresseerd.

Want als je eens wat feiten op een rij zet ontstaat er toch een wat genuanceerder beeld. Ten eerste kwam mevrouw Armina Hambartsjumian met haar twee kinderen helemaal niet uit een oorlog- of conflictgebied. Armenië en Azerbeidzjan hebben een meningsverschil over een bepaalde grensregio, waarbij in die regio af en toe een vechtpartij plaatsvindt. Dat is alles.

Buitenlandse Zaken vindt dat kennelijk genoeg om bij reisadviezen te waarschuwen voor veiligheidsrisico’s in het gehele land. Waar ze dat op baseren weet ik niet, want hun Amerikaanse tegenhanger vindt het land gewoon veilig en rapporteert zelfs dat er minder misdaad plaatsvindt dan in Europa. Volgens de Britten is er geen recente geschiedenis van terreur, overigens ook in tegenstelling tot Europa. Voor christenvervolging hoef je er ook niet bang te zijn. Logisch, want de Armeense cultuur is zelf christelijk.

Geen serieuze veiligheidsrisico’s, geen oorlog, geen vervolging. Mevrouw lijkt hier dus naartoe ‘gevlucht’ te zijn voor materieel gewin, en vond het geen probleem om het welzijn van haar jonge kinderen op het spel te zetten voor een onzekere toekomst.

In zo’n geval heb je geen recht op asiel volgens de Nederlandse wet. Niet meer dan redelijk, anders kunnen we de hele derde wereld wel hiernaartoe laten komen. Ook is er dan minder plaats voor vluchtelingen die wél uit oorlogsgebieden komen. Dat is haar dan ook verteld, want binnen een jaar na aankomst werd haar verzoek afgewezen.

Ten tweede is naast de motivatie ook het hierop volgende gedrag van mevrouw niet geheel zuivere koffie.
De reden dat ze hier alsnog zolang (illegaal) kon verblijven heeft te maken met het feit dat ze loog over haar afkomst en de betreffende instanties zand in de ogen strooide over hun situatie. Valse namen opgegeven en dat soort zaken.

Mevrouw Armina Hambartsjumian heeft dus jarenlang de boel lopen rekken en bedriegen, de Nederlandse staat op kosten jagend en onze goedheid misbruikend voor eigen gewin. Toen haar aanvraag voor de eerste keer werd afgewezen waren de kinderen nog kleuters. Als mevrouw Hambartsjumian zich gewoon aan de regels had gehouden was er dus niets aan de hand geweest.

Het kan niet anders dan dat zo iemand moet worden teruggestuurd. Vervelend voor de kinderen, die hier ondertussen aardig gewend zijn, maar dat is niet de schuld van het Nederlandse asielbeleid. De kinderen zijn de dupe van het kwalijke gedrag van hun moeder.

Ook nu probeert ze weer onder de wet uit te komen, want toen daadwerkelijk de uitzetting plaats moest vinden waren de kinderen plots uit logeren op een onbekend adres. Alsof de hele situatie nog niet erg genoeg is, zijn de kinderen nu ook nog eens gescheiden van hun moeder. Ze hadden beter met hun moeder mee kunnen gaan. Het weghalen van kinderen bij hun moeder is veel schadelijker voor de gesteldheid van een kind dan een verandering van omgeving.

Ja, ze zullen moeten wennen en zich aanpassen. Nieuwe vriendjes maken, etc. Maar als een Nederlandse vader een nieuwe baan in een ander land aanneemt en zijn gezin meeneemt, roepen we ook niet met zijn allen dat dat verschrikkelijk onmenselijk is. Verhuizen naar een ander land is misschien niet leuk, maar is lang niet de afschuwelijke ramp die in de media geschetst wordt. Daarbij is het onwaarschijnlijk dat mevrouw Armina direct Nederlands sprak en kookte e.d. toen ze hier kwam, dus ze zullen ook weer niet een 100% Nederlandse opvoeding gehad hebben.

Maar wat we vooral niet moeten vergeten is het precedent dat dit zet. Je kunt liegen, regels overtreden en gastvrijheid misbruiken, maar als je maar genoeg tranen weet te trekken met kinderen als emotionele inzet, heb je alsnog een kans hier te mogen blijven. Het is in het belang van Nederland dat asielregels consequent toegepast worden en dat misbruik niet wordt beloond, en het is in het belang van de kinderen dat ze niet gescheiden worden van hun moeder. Dat vindt haar asieladvocaat ook.

Posted on 2 Comments

Steunt Nederland terroristen in Syrië?

Al Nusra

Minister Bert Koenders erkent dat Nederlandse hulp aan ‘gematigde’ gewapende groepen in Syrië in handen kan vallen van ISIS en Al Nusra. Maar de Tweede Kamer lijkt er niet mee te zitten. Volksvertegenwoordiger Joël Voordewind: “De Christenunie heeft een motie ingediend om de steun te staken, maar die heeft geen meerderheid gehaald.”

Het kabinet Rutte steunt sinds 2015 ‘gematigde gewapende groepen’ in Syrië. Anders dan de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Saoedi-Arabië, die wapens leveren, verstrekt de Nederlandse overheid alleen non-lethal support, ‘niet-dodelijke hulp’. Deze bestaat uit voedselpakketten, medische kits, kleding, dekens, communicatiemiddelen, voertuigen, elektriciteitsgeneratoren, communicatiemiddelen en ‘media office-ondersteuning’. Het kabinet heeft hier 21,4 miljoen euro voor uitgetrokken.

De bedoeling van de Nederlandse steun aan ‘gematigde gewapende groepen’ is dat deze de macht overnemen in Syrië. In de woorden van PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken: “Er is steun nodig voor de gematigde oppositie om te voorkomen dat deze wordt weggedrukt tussen Assad, ISIS en Al Nusra. Het is een soort preparatie voor de toekomst, want je zult zo’n partij aan tafel moeten hebben bij onderhandelingen.”

Want niet alleen zegt Koenders af te willen van terroristische groeperingen als ISIS en Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaida. Ook “Assad zal moeten vertrekken”. Dit omdat, volgens hem, de president van Syrië, Bashar al-Assad, de oorlog in zijn land heeft veroorzaakt en oorlogsmisdaden heeft gepleegd waarvoor hij vervolgd zou moeten worden.

Vrije Syrische Leger

Wie zijn de ‘gematigde gewapende groepen’ die steun ontvangen vanuit Nederland? “Gezien de gevoeligheid van het noemen van steun aan specifieke groepen en de mogelijke negatieve consequenties van het openbaar worden van deze informatie, kunnen specifieke namen van groepen niet genoemd worden,” schrijft Koenders op 4 februari 2015 in een brief aan de Kamer.

Het enige wat hij er op dat moment over kwijt wilde was dat gekeken werd naar groepen die ressorteerden onder de banier van het Vrije Syrische Leger. “Dit zijn gematigde, inclusieve groepen, die zichzelf als onderdeel zien van een toekomstig Syrische leger en uiteindelijk een politieke transitie voor ogen hebben, maar nu strijden tegen het regime in Damascus en tegen jihadistische groeperingen als ISIS en Jabhat al Nusra.”

‘ongewenste handen’

Bert KoendersMinister Koenders erkent, in een andere brief aan de Kamer, geschreven op 4 april 2015, dat er risico’s verbonden zijn aan zijn beleid. “Een van de risico’s van het steunen van gewapende groepen is dat deze steun in ongewenste handen valt.” Maar volgens de minister loopt het wel los: “Om te beginnen neemt het kabinet groepen in overweging die door partners – aan de hand van een zogenoemde vetting-procedure – als voldoende betrouwbaar zijn beoordeeld.”

Wie deze partners zijn (de VS? Saoedi-Arabië?) en waaruit de genoemde ‘vetting procedure’ bestaat, legt hij echter niet uit. Maar, zo zegt de minister: “In aanvulling op deze voorselectie hanteert het kabinet een eigen vetting-procedure.” Daarbij wordt onder meer gekeken naar eventuele samenwerking met extremistische groepen en naleving van het humanitair oorlogsrecht.

In dezelfde brief van 4 april 2015 meldt Koenders dat hij de goederen levert aan de gewapende groepen via “een ervaren organisatie die, op basis van eerdere werkzaamheden bij andere donoren, een goede reputatie heeft,” en dat deze werkt vanuit Turkije en Jordanië.

Stop Arming Terrorists Act

Tulsi GabbardWaar in Nederland de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen niet of nauwelijks discussie oproept, groeit in de VS het verzet. Het Democratische congreslid Tulsi Gabbard heeft een wetsvoorstel ingediend, de ‘Stop Arming Terrorists Act’, die de Amerikaanse overheid verbiedt directe én indirecte steun te verlenen aan terroristische organisaties. Gabbard heeft inmiddels steun gekregen in de Amerikaanse senaat van de voormalige presidentskandidaat Rand Paul. Gabbard wijst er op dat al heel lang duidelijk is dat vrijwel alle hulp, geleverd door de VS, aan gewapende groepen in Syrië uiteindelijk in handen komt van groeperingen die door het Westen als terroristisch worden beschouwd.

Het kabinet Rutte en de Tweede Kamer hadden dit kunnen weten. Want de genoemde berichten in de internationale media waren er al voordat minister Koenders begon met uitdelen. Zo stond het Vrije Syrische leger al in 2015 uiterst zwak in de tweefrontenstrijd tegen het regeringsleger van Assad en terroristische groeperingen. Keer op keer liepen groepen over ‘van het Vrije Syrische Leger naar Al Nusra en ISIS, werden ze gedwongen hun wapens af te staan of samen te werken (hier, hier, hier en hier). Ook waren er op dat moment al voorbeelden van door de VS gesteunde ‘gematigden’, al dan niet verbonden aan het Vrije Syrische Leger, die oorlogsmisdaden pleegden, waaronder het zuiveren van gebieden die bewoond werden door christenen en andere minderheden (hier, hier en hier).

ongewijzigd kabinetsbeleid

Dergelijke berichten, die al sinds het begin van de oorlog in Syrië te lezen waren in de internationale pers, waren voor minister Bert Koenders kennelijk geen reden af te zien van zijn plan gewapende groepen te gaan steunen in Syrië. En tot op heden is het kabinetsbeleid ongewijzigd gebleven. “De Nederlandse steun aan gematigde oppositiegroepen, waaronder non-lethal assistance, wordt voortgezet”, schrijft Koenders op 4 april 2017 in een brief aan de Kamer.

Inmiddels is bekend dat het bij de verdeling van de Westerse lethal en non-lethal support al fout gaat. Een Bulgaarse journaliste, Dilyana Gaytancieva, interviewde afgelopen maand kolonel Malek al Kurdi, commandant van het Vrije Syrische Leger. Deze beklaagt zich er over dat de organisatie die vanuit Turkije en Jordanië de Westerse en Saoedische steun distribueert in Syrië, deze vooral levert aan groeperingen die een ‘radicale islamitische ideologie’ belijden. Het Vrije Syrische Leger zou nauwelijks nog iets ontvangen. Al Kurdi zegt de Amerikanen en Europanen hierover te hebben ingelicht, maar zonder resultaat.

oorverdovend stille Tweede Kamer
Novini benaderde alle woordvoerders buitenland in de Tweede Kamer persoonlijk, en vroeg hen of zij op de hoogte zijn van de steun van het kabinet aan gewapende groepen in Syrië. En zo ja, wat hierover hun mening is gezien bovengenoemde informatie uit de internationale pers.

De woordvoerders van de regeringspartijen VVD en PvdA onthielden zich van commentaar. Maar vreemd genoeg kwam er ook geen enkele reactie van het merendeel van de oppositiepartijen. Zelfs niet van de PVV, die zich graag profileert als bestrijder van de radicale islam.

Slechts drie Kamerleden reageerden: Joel Voordewind van de ChristenUnie, Kees van der Staaij van de SGP en Raymond Knops van het CDA.

Raymond Knops

Raymond Knops“Het CDA was op de hoogte van Nederlandse steun aan gewapende groeperingen in Syrië”, meldt Raymond Knops. Hij zegt hierover ‘kritisch’ te zijn, omdat onduidelijk is om welke groeperingen het gaat en hoeveel ‘gematigde’ rebellen er nog over zijn.

“Het kabinet heeft geen antwoord gegeven op de vraag of salafistische, jihadistische groeperingen uitgesloten worden van steun. Dat zou het kabinet wel moeten doen.” Ook stoort het Knops dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt waar de non-lethal support precies uit bestaat. “Het kabinet heeft de Kamer weliswaar een lijst gegeven van geleverde goederen, maar het is onduidelijk of die uitputtend is.”

Knops vindt het verder ‘onbegrijpelijk’ dat de Syrisch-Koerdische YPG en de Syrian Democratic Forces (SDF) ‘voor zover bekend’ geen steun ontvangen van Nederland. “En dat terwijl zij nu juist bondgenoten zijn in de strijd tegen ISIS. Juist zij kunnen gezien worden als gematigde gewapende groeperingen. Het CDA pleit er dan ook voor om een belangrijk deel van de non-lethal support te bestemmen voor de SDF en YPG.”

Ook Kees van der Staaij van de SGP zegt op de hoogte te zijn, maar steunt niettemin het kabinetsbeleid, zoals verwoord in de artikel-100 brief van het kabinet aan de Kamer. Tot de gematigde groeperingen in Syrië die steun verdienen van Nederland rekent Van der Staaij de door zijn CDA-collega Knops genoemde Syrian Democratic Forces (SDF). Op de door Novini genoemde artikelen uit de internationale pers, waaruit blijkt dat de vanuit het Westen geleverde steun aan groeperingen in Syrië steevast in verkeerde handen valt en ten koste gaat van christelijke gemeenschappen en andere minderheden in Syrië, gaat Van der Staaij echter niet in.

Joël Voordewind

Joël VoordewindJoël Voordewind van de Christenunie reageert verbolgen op de vraag van Novini of hij wist van de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen in Syrië: “Ik heb nota bene een motie ingediend om de steun aan het Vrije Syrische Leger te staken. Deze had een meerderheid kunnen krijgen als de partij van minister Koenders was meegegaan. Maar helaas: de PvdA stemde tegen.”

Een zoekopdracht in het krantenarchief van Lexis Nexis maakt duidelijk dat geen krant of actualiteitenrubriek aandacht heeft besteedt aan de motie van Voordewind. Ook in het digitale archief van de Tweede Kamer is het even zoeken, maar inderdaad: Op 29 april 2015 diende Voordewind een motie in, waarin hij het kabinet opriep “af te zien van steun aan het Vrije Syrische Leger en het geld te besteden aan humanitaire hulp in vluchtelingenkampen in en rondom Syrië.” Dit omdat “het verstrekken van middelen aan het Vrije Syrische Leger grote risico’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat de steun contraproductief is en in de verkeerde handen kan vallen.”

Op dezelfde dag werd de motie in stemming gebracht. Vóór de motie stemden: CDA, SGP, Christenunie, SP, Partij voor de Dieren en 50Plus. Tegen stemden: VVD, PvdA, GroenLinks, D66, PVV, Groep Kuzu/Öztürk en Groep Bontes/Van Klaveren en Houwers.

“Ik ben zelf in Syrië geweest”, verklaart Voordewind zijn beweegreden voor het opstellen van de motie. “Ik heb daar gesproken met de Free Syrian Army. En zij zeggen gewoon openlijk: Als wij met Al Nusra kunnen samenwerken om de strijd tegen Assad te voeren, dan doen we dat. Dus die wapens worden ook gewoon doorgesluisd naar de radicalere groeperingen.”

Voordewind deelt de mening van Knops en Van der Staaij dat het kabinet er beter aan zou doen, naar het voorbeeld van de VS, de Syrian Democratic Forces (SDF) te steunen. “Die bestaan met name uit Koerden, en er zitten ook Christenen en Arabische groeperingen bij”, zegt Voordewind. “Ze hebben inmiddels al een soort plan voor een autonome regio gecreëerd, zoals de Koerden in Irak hebben gedaan. Met een grondwet, met respect voor minderheden, met respect voor godsdienstvrijheid. Die zijn veel beter te vertrouwen en zijn veel effectiever in het bestrijden van ISIS.”

Syrische christenen

Is het beeld dat Voordewind schetst van de Syrische Koerden niet te rooskleurig? De Syrian Democratic Forces worden militair geleid door de Koerdische militie YPG (People’s Protection Units). De YPG is gelieerd aan een politieke partij, Democratic Union Party (PYD), waarvan gezegd wordt dat dit de Syrische tak van de Turkse PKK is. Syrische christenen zijn over beide partijen, YPG en PYD, weinig enthousiast. Zestien Armeense en Assyrische organisaties beschuldigden in een gezamenlijke verklaring de PYD van mensenrechtenschendingen en andere vergrijpen. De World Council of Arameans richtte vervolgens soortgelijke beschuldigingen aan het adres van de YPG. En begin dit jaar bracht de Assyrian Confederation Europe een zwartboek uit over de Koerdische omgang met de Assyrische minderheid.

Zou Nederland niet beter helemaal kunnen stoppen met het verlenen van hulp aan gewapende groepen in Syrië?

“Het is mij bekend dat Human Rights Watch een rapport heeft uitgebracht over incidenten met de YPG en PYD”, zegt Voordewind. “Maar er is in Syrië geen enkele partij die geen bloed aan zijn handen heeft. Je zult moeten kiezen voor het minste kwaad. Ik behoor niet tot degenen die zeggen: Laat ze elkaar maar uitmoorden daar.”

Echter, de Koerden zijn, anders dan het kabinet Rutte, niet uit op de val van Assad. Zij streven naar een autonome regio binnen Syrië. Dat zal Turkije niet toestaan. Dan zal dus steun voor de Syrian Democratic Forces leiden tot nog meer nodeloos bloedvergieten?

Voordewind: “Van Erdogan moeten we ons niet te veel aantrekken. Kijk hoe hij onlangs tekeer is gegaan in New York, met zijn bodyguards die insloegen op demonstranten. En kijk wat er in Irak is bereikt. Daar hebben de Koerden al een autonome regio.”


Verder lezen over Stop Arming Terrorists Act: www.na4t.org


Fractiewoordvoerders Buitenlandse Zaken die geen commentaar wilden leveren op de vraag van Novini wat zij vinden van Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, gezien internationale berichtgeving over steun die in handen valt van ISIS en Al Nusra:

PvdA: Kirsten van den Hul
VVD: Han ten Broeke, André Bosman, Anne Mulder, Bente Becker, Dilan Yeşilgöz-Zegerius
PVV: Geert Wilders, Raymond de Roon, Danai van Weerdenburg
GroenLinks: Bram van Ojik en Isabelle Diks
D66: Salima Belhaj, Sjoerd Sjoerdsma en Achraf Bouali
SP: Sadet Karabulut en Renske Leijten
PvdD: Marianne Thieme
DENK: Tunahan Kuzu
50Plus: Martin van Rooijen
FvD: Thierry Baudet

Posted on

Door pretentie alternatiefloosheid drijft westers establishment kiezers naar alternatieven als Trump

“Achteraf bezien lijkt Trumps overwinning een logische voortzetting van een breder proces dat zich ontvouwt in de westerse wereld: Hongarije, Polen, Brexit, mogelijke politieke verschuivingen in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk enzovoort”, aldus Ryszard Legutko, hoogleraar filosofie in Krakau en lid van het Europees Parlement voor de Poolse regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS, ECR-fractie) tegenover The American Conservative.

“Wat de ontwikkelingen in Europa en de Verenigde Staten gemeen lijken te hebben is een groeiend wantrouwen jegens het politieke establishment dat lange tijd de macht in handen heeft gehad. Mensen hebben een gevoel dat dit in veel gevallen het zelfde establishment is, ondanks de verandering van regeringen.”

Legutko analyseert vervolgens wat het wantrouwen jegens het politieke establishment veroorzaakt:

“Dit establishment wordt gekarakteriseerd door twee dingen: ten eerste, zowel in de Verenigde Staten als in Europa (en in Europa nog het sterkst) verklaren de vertegenwoordigers ervan schaamteloos dat er geen alternatief is voor hun agenda, dat er praktisch maar een set ideeën is – die van hun – die ieder beschaafd persoon mag onderschrijven, en dat zij zelf de enige verstrekkers van politieke respectabiliteit zijn; ten tweede zijn de leiders van dit establishment evident van matige kwaliteit, en dat is al zo lang het geval dat de kiezers het ook op kunnen merken.

Omdat de heersende politieke elites geloven dat zij de samenleving op de enige juiste politieke koers sturen, en dat zij de kwalitatief meest hoogstaande producten van de westerse politieke cultuur zijn, proberen ze het huidige conflict voor te stellen als een revolte van de onverlichte, verwarde en gemanipuleerde massa’s tegen de verlichte elites. In Europa lijkt het soms op een poging een nieuwe vorm van aristocratie te construeren, aangezien een plaats in de hiërarchie wordt toegewezen aan individuen en groepen, niet op basis van hun werkelijke opleiding of hun denkvermogen of de kracht van hun argumenten, maar vanwege het lidmaatschap van een bepaalde klasse. De nieuwe aristocraten zijn vol minachting voor het gepeupel, ze nemen geen blad voor de mond om ze de mantel uit te vegen, voor rotte vis uit te maken en de regels van de betamelijkheid te breken – en dit alles maakt niet dat ze zich minder aristocratisch voelen.

Het is denk ik dit contrast, tussen enerzijds de arrogantie waarmee de nieuwe aristocraten hun orthodoxie prediken en anderzijds de in het oog springende lage kwaliteit van hun leiderschap, dat uiteindelijk veel mensen in Europa en Amerika ertoe gedreven heeft om te zien naar alternatieven in een wereld waarvan het te lang was voorgehouden dat er geen alternatief was.”

Legutko wijst vervolgens fijntjes op de discrepantie in de beoordeling van de keuzes van de Amerikaanse kiezers door Europese establishment-commentatoren:

“Toen Amerika acht jaar geleden een volstrekt onbekende en onervaren politicus tot president koos, die ook nog eens niet bepaald een toonbeeld van politieke deugd was, werd deze keuze overal toegejuicht als een triomf van de politieke verlichting, en de president kreeg de Nobelprijs van tevoren, voordat hij iets had kunnen doen (niet dat hij naderhand iets van waarde deed). De voortzetting van dit beleid door Hillary Clinton voor nog eens acht jaar zou dit establishment en hun ideeën een nog sterkere positie hebben gegeven met alle betreurenswaardige gevolgen van dien.

Voor een buitenstaander als mijzelf, lijkt Amerika na de verkiezingen curieus verdeeld. Aan de ene kant is er het Amerika van Obama en Clinton dat het beste van de moderne politiek claimt te vertegenwoordigen, min of meer verenigd door een duidelijk linkse agenda met als doel een herstructurering van de Amerikaanse samenleving, het gezin, het onderwijs, gemeenschappen, de moraal. Dit Amerika loopt in de pas met wat algemeen beschouwd wordt als de tendens in de westerse wereld. Er lijkt echter ook een ander Amerika te bestaan, diep ontevreden met die eerste, kwaad en vastberaden, maar tegelijk verward en chaotisch, verlangend naar actie en energie, maar onzeker van zichzelf, trots op de verloren grootheid van hun land, maar zonder grote leiders, vol van hoop maar arm aan ideeën, een vreemde mengeling van groepen en ideologieën, zonder duidelijke identiteit of politieke agenda. Dit andere Amerika zou gepersonifieerd niet veel anders zijn dan Donald Trump.”

De christelijke kiezers

Rod Dreher van TAC vraagt Legutko hoe het kan dat 52 procent van de katholieken en meer dan 80 procent van de blanke evangelicalen op Trump stemden, ondanks het feit dat hij geen serieuze christen is. Dreher vermoedt zelf dat veel christenen van Trump verwachten dat er een einde komt aan de voortgaande aanvallen op de godsdienstvrijheid uit naam van de genderideologie.

“Christenen zijn de grootste vervolgde religieuze groep in de niet-westerse wereld, maar droevig genoeg ook de meest tot doelwit gemaakte religieuze groep in die westerse landen die besmet zijn met de ziekte van de politieke correctheid (dat wil zeggen vrijwel alle westerse landen). Sommige westerse christenen, inclusief de kerkleiding, hebben iedere gedachte aan verzet laten varen en niet alleen gecapituleerd maar zich zelfs bij de vijand aangesloten om hun eigen kudde te disciplineren. Geen wonder dat veel christenen bidden om betere tijden, hopende dat er tenminste een partij of een leider zal komen die de dwangbuis van de politieke correctheid wat losser kan maken en de anti-christelijke kantjes er af kan vijlen. Het was dan ook te verwachten dat, gegeven de keuze tussen Trump en Clinton, ze voor de eerste zouden kiezen. Maar is Trump zo’n leider?

Anti-christelijke vooroordelen hebben een institutionele en juridische vorm van zo’n omvang aangenomen, dat geen president, ongeacht hoe toegewijd aan de zaak, er snel verandering in kan brengen. Het is vandaag de dag in Amerika zelfs moeilijk om je bezwaar tegen politieke correctheid onder woorden te brengen, omdat het publieke en private discours fundamenteel gecorrumpeerd is door linkse ideologie, en het Amerikaanse volk heeft zichzelf gespeend van een alternatieve taal (en hetzelfde geldt voor de Europeanen). Om van dit discours af te bewegen vraagt meer bewustheid van dit probleem en meer moed dan Trump en zijn mensen lijken te hebben. Wat Trump wel kan en moet doen, en daaraan zullen we zijn bedoelingen zien, zij drie dingen:

Ten eerste moet hij breken met de, directe of indirecte, betrokkenheid van de regering in anti-christelijke acties, breken dus met de praktijk van zijn voorganger. Ten tweede moet hij de juiste rechters benoemen in het Hooggerechtshof. Ten derde moet hij de verleiding weerstaan om het politiek-correcte establishment te vleien, zoals sommige Republikeinen wel gedaan hebben, want dat zou niet alleen een slecht signaal zijn, maar ook getuigen van naïveteit: dit establishment is nooit tevreden met minder dan onvoorwaardelijke overgave van zijn tegenstanders.

Of dit genoeg ruimte zal creëren voor Amerikaanse christenen om een tegenoffensief te lanceren en verloren gebied te herwinnen, ik weet het niet. Veel zal afhangen van wat christenen zullen doen en hoe uitgesproken ze zullen zijn in het publiek maken van hun zaak.”

Liberalisme verdraagt geen pluralisme

demon-in-democracyMede naar aanleiding van zijn boek The Demon in Democracy spreekt Dreher verder met Legutko over de vraag hoe zaken als de uitslag van het Brexit-referendum en de verkiezing van Trump het politieke discours kunnen veranderen, nu is gebleken dat liberalen zich vergisten als ze dachten dat er een ‘goede kant van de geschiedenis’ was en zij eraan stonden.

“Liberalisme gaat, ondanks zijn opschepperige verklaringen van het tegendeel, niet over diversiteit, meervoudigheid of pluralisme, en dat is ook nooit zo geweest. Het gaat over homogeniteit en unanimiteit. Liberalisme wil dat alles en iedereen liberaal is, en tolereert niet dat iets of iemand niet liberaal is. Daarom hebben liberalen ook zo’n sterk gevoel voor wie de vijand is. Wie het ook maar met ze oneens is is niet slechts een opponent met andere opvattingen, maar een potentiële of daadwerkelijke fascist, een Hitler-adept, een xenofoob, een nationalist, of – zoals men in de EU vaak zegt – een  populist. Zo’n miezerig persoon verdient het om veroordeeld, bespot, vernederd en uitgescholden te worden.

Het Brexit-referendum had gezien kunnen worden als een oefening in diversiteit en als zodanig geapprecieerd kunnen worden door iedere pluralist, of als empirisch bewijs dat de EU in zijn huidige vorm er niet in slaagde diversiteit te accommoderen. Maar de reactie van de Europese elites was anders en voorspelbaar – dreigementen en veroordelingen. Voor de Brexit reageerde de EU op een vergelijkbare wijze op de verkiezingsoverwinning van non-liberalen in Hongarije en later in Polen, waarbij de winnaars meteen als fascisten werden geclassificeerd en de verkiezingen als niet helemaal legitiem. Het liberale denken zit zo in elkaar dat het alleen die verkiezingsuitslagen accepteert waarin de correcte partij wint.

Het valt dan ook te verwachten dat er op dezelfde manier omgegaan zal worden met Donald Trump en zijn regering. Zolang de liberalen de toon van het publieke debat zetten, zullen ze diegenen blijven wegzetten die volgens hen ten onrechte gekozen zijn of die volgens hen verkeerd gestemd hebben. Dit zal niet ophouden totdat boven iedere twijfel verheven is dat de veranderingen in Europa en de VS niet van tijdelijke en vluchtige aard zijn en dat er een levensvatbaar alternatief is dat niet zal verdwijnen met de volgende democratische pendelbeweging. Maar dit alternatief is zich nog aan het vormen en we weten nog niet zeker wat het uiteindelijke resultaat zal zijn.”

Posted on

Bespiegelingen in Washington

Capitool Washington

Zo doordacht en systematisch de internationale, seculiere homobeweging is georganiseerd, zo onbeholpen en ongestructureerd zijn de internationale netwerken van christenen die actief zijn in het publieke domein. Zo heeft het COC een internationaal vertakt netwerk, dat planmatig lobbyt bij de VN, de OVSE, de Raad van Europa, maar ook bij het Amerikaanse Congres en de Afrikaanse Commissie. Daar steken christelijke netwerken mager bij af. Sterker: hier laten zij veel kansen onbenut.

Wie even de moeite neemt om op zoek te gaan naar de talloze doorwrochte rapporten van Amerikaanse, christelijke denktanks staat versteld van de informatie die hier ligt opgeslagen op het terrein van het huwelijk, gezin, levensbescherming, etc. Nog verbazingwekkender is het, dat bijvoorbeeld Europese christenpolitici hier nauwelijks uit putten. Eigenlijk is dit pas goed tot mij doorgedrongen toen christenpolitici in Nederland en andere Europese landen werden gedwongen te debatteren over de consequenties van adoptie door homoparen. In de VS is hierover veel materiaal beschikbaar, wat door ons nauwelijks ontsloten en benut wordt.

Hoewel de mogelijkheden voor kennisuitwisseling en persoonlijk contact vandaag groter zijn ooit, krijg je de indruk dat leidende christenen uit het negentiende-eeuwse Reveil serieuzer gebruik maakten van hun contacten met buitenlandse geestverwanten dan wij.
Ook binnen de boezem van de SGP is deze tekortkoming gesignaleerd. Om die reden is in het laatste jaarplan van deze partij opgenomen, dat er een grondige inventarisatie moet komen van bestaande relevante internationale christelijke netwerken. Vervolgens dient bezien te worden hoe aan deze netwerken vruchtbaar kan worden deelgenomen.

Verbinding
Gelukkig hoeven we niet helemaal bij nul te beginnen. Het ‘Transatlantic Christian Council’ (TCC) wil Europese en Amerikaanse christenen en conservatieven verbinden in een netwerk met als doel het overheidsbeleid in christelijk-conservatieve zin te beïnvloeden. In dat licht organiseerde zij onlangs in Washington een congres waarbij politici en leiders van denktanks uit vele landen met elkaar nadenken over de vrijheid van godsdienst in samenlevingen die steeds meer worden gedomineerd door seculiere meerderheidsopvattingen. Nog belangrijker dan deze bezinning zijn echter de concrete voornemens om de vele christelijke denktanks in zowel de VS als in Europa te verenigen in een trans-Atlantisch netwerk. Het ideaal is om vanuit het christelijk geloof en vanuit christelijke waarden en deugden het maatschappelijk middenveld weer vitaal te maken en zo de westerse cultuur opnieuw te voorzien van een moreel fundament. Een fundament dat het liberalisme nimmer kan bieden.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Zonder twijfel een verreikend streven. Het zal niet meevallen in deze streng geseculariseerde tijd. ‘Er is enkel de strijd om te heroveren wat verloren ging, gevonden werd, en weer verloren, telkens opnieuw; en nu in omstandigheden, die ongunstig lijken’ (T.S. Eliot).
De SGP vindt het de moeite waard om haar steentje hieraan bij te dragen. Het zou goed zijn als het CDA, dat opnieuw het maatschappelijk middenveld lijkt te hebben ontdekt, maar ook de ChristenUnie deze handschoen zouden oppakken. Zo ligt het voor de hand dat de wetenschappelijke bureaus van de christelijke partijen gaan participeren in dit netwerk en hun agenda’s op elkaar afstemmen. Maar ik zie ook kansen voor de Kamerfracties. Een doordachte en succesvolle motie op het terrein van het gezin, zou niet alleen zijn werk kunnen doen in de Tweede Kamer, maar ook in de Amerikaanse politiek. Laten we profiteren van elkaars creativiteit en kennis delen. Op hoop van zegen!

Christofobie
Het congres dat werd georganiseerd door het TCC was inhoudelijk zeer de moeite waard. Zowel in de VS als in Europa zijn seculiere politici en media laks als het gaat om het aan de kaak stellen van christenvervolging in grote delen van de wereld. Dit werd door zowel Europese (Rocco Buttiglione) als door Amerikaanse politici (Frank Wolf, lid van het US-Congress) in stevige bewoordingen vastgesteld tijdens het congres. Zij spraken zelfs van christianofobie.
Ik vroeg Buttiglione waar die christianofobie van seculieren toch vandaan komt. Zijn antwoord was: ze schamen zich voor ons. Ze kunnen zich gewoon niet voorstellen dat christenen zo dom zijn om zich te laten discrimineren en vervolgen vanwege hun geloof. Ze begrijpen daar niets van en ze vinden het gênant om daarvoor openlijk op te komen.

Dit vond ik verrassend. Het impliceert dat christenen nog beter moeten uitleggen wat geloof voor hen omvat en dat het hun leven doortrekt. Ze zullen moeten kunnen uitleggen wat het betekent dat Christus hun leven ís. Nu weet ik wel dat we hiermee de weerstand tegen christenen niet helemaal wegnemen. Zoals Christus werd gehaat, zullen Zijn volgelingen worden gehaat. Maar verantwoording afleggen van je geloof blijft geboden.

Beoefening
Zoals gezegd zijn er initiatieven om leidende christenen uit de VS en Europa in een netwerk bijeen te brengen en krachten te bundelen. Het is niet goed als dit een westers onderonsje blijft. In Azië en Afrika groeit het christendom. Wat kunnen wij van hen leren als het gaat om de confrontatie met andersdenkenden? Waarin slagen zij waar wij falen? De relatief jonge kerken in Afrika en Azië kennen meer lenigheid en flexibiliteit ten opzichte van de omringende cultuur dan de oude, gevestigde kerken in Europa. Maar er moet méér van hen te leren zijn.

Een vervolgvraag is hoe christenpolitici het meest effectief opkomen voor de vrijheid van christenen. Amerikaanse christenpolitici strijden voluit voor vrijheid voor ieder geloof: islam, hindoeïsme, christendom, etc. Dit vind ik lastig. Moet de overheid geen onderscheid maken tussen verschillende godsdiensten? Mag zij – als dienares van God – waarheid en leugen over één kam scheren? Of mogen christenpolitici in het publieke domein voluit de godsdienstvrijheid van een ieder verdedigen en de waarheidsclaim aan het domein van de kerk overlaten? Dit zal een worsteling blijven en ik hoop dat we die worsteling nooit helemaal passeren.

Sprekend over de rol van religie in het publieke leven blijft één ding voorop staan. Christenen moeten voorkomen dat bespiegeling het wint van beoefening. We hebben mensen nodig die het onder een kopje koffie over de liefde van Christus kunnen hebben. Daar kan geen Kamerzetel van CDA, CU of SGP tegenop.

Posted on

‘Werk samen met Koerden om minderheden Irak te helpen’

De Europese Unie en de Verenigde Naties moeten samenwerken met de Koerdische strijdkrachten om de vervolgde minderheden in Irak te helpen. Dat stelt de European Christian Political Movement (ECPM), een politieke partij op Europees niveau waaraan vanuit Nederland de ChristenUnie en de SGP deelnemen, in een persverklaring.

De ECPM spreekt in de verklaring van een humanitaire crisis, die is ontstaan doordat de oprukkende ‘Islamitische Staat’ (voorheen bekend als ISIS) religieuze en etnische minderheden zoals christenen, jezidi’s en Turkmenen tot op de dood vervolgd en hun culturele en religieuze erfgoed vernield, zoals bevestigd wordt door diverse mediabronnen en VN-functionarissen in Irak.

Genoemde minderheden zijn op grote schaal naar de autonome Koerdische regio in het noorden van Irak gevlucht. Het bestuur van de Koerdische regio heeft duidelijk verklaard de voor de terreur van ISIS gevluchte minderheden in bescherming te willen nemen en daar ook naar gehandeld. Daarbij hebben de zogeheten Pesjmerga (Koerdische milities) hun leven in de waagschaal gesteld om hun territorium en enclaves met concentraties van minderheden te verdedigen. Eerder verklaarde de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN al dat zo’n 40.000 Syriërs hun toevlucht hadden gezocht in de Koerdische regio van Irak.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De ECPM ziet echter ook dat de middelen van de Koerden voor het afhouden van ISIS beperkt zijn en vraagt daarom om doortastend handelen van de internationale gemeenschap. De Europese Unie en de Verenigde Naties moeten zo snel en effectief mogelijk de Koerdische regionale overheid te hulp schieten. De ECPM ziet in haar namelijk de enige stabiele politieke partner in Noord-Irak die handelt naar maatstaven van de mensenrechten. De grondwet van de Koerdische regio garandeert ook gelijke rechten voor minderheden.

Bovendien krijgt de Koerdische regionale overheid niet de steun van de centrale Irakese overheid die ze zou mogen verwachten, mede daarom is het volgens de ECPM van belang dat de internationale gemeenschap hier een rol opneemt. Bestaande politieke verschillen van inzicht mogen daarvoor, gezien de omvang van de crisis, geen belemmering voor vormen, aldus de persverklaring.

Tot slot wijst de ECPM nog op een petitie aan de Verenigde Naties en de Arabische Liga inzake de Iraakse christenen: http://citizengo.org/en/9810-save-iraqi-christian-community

Posted on

Christendom heeft diepe wortels in Oost-Europa

Op dit moment reis ik door Midden- en Oost-Europa. Ik heb onder andere Hongarije, Roemenië, Servië, Macedonië en Griekenland bezocht. Zelf ben ik van Roemeense afkomst en Roemeens-Orthodox christen, maar kijk ik toch met Nederlandse ogen naar de samenlevingen hier. En met West-Europees christelijke ogen is het hier een wonderlijke wereld.

Enige tijd geleden kwam ik een aantal organisaties tegen die evangeliseren in het Oost-Europa. Ze gaan kleine dorpjes in, helpen met het bouwen van huizen, het zorgen voor schoolboeken en het verspreiden van Bijbels. Dat laatste is eigenlijk een overbodige zaak. Al is het helpen van mensen in minder rijke landen dan Nederland alleen maar goed.

Waarom is het verspreiden en het evangeliseren een geheel overbodige zaak? Dat heeft te maken met de geschiedenis van Oost-Europa en met de kerkgeschiedenis. In het kort gezegd zijn de mensen hier langer christenen dan in het westen. Er komt dan nog wat kerkgeschiedenis bij kijken waarom en hoe.

In Oost-Europese samenlevingen overheersen twee religieuze stromingen, de oosterse orthodoxie  en het katholicisme. Qua kerkgeschiedenis is dit niet meer dan logisch, want tot 1054 was er praktisch nog sprake van één moederkerk.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Beide kerken hebben in Oost-Europa diepe wortels zitten, zo diep dat zelfs tijdens de communistische overheersing (tijdens het communisme was elke vorm van religie verboden) mensen in het geheim gedoopt werden, gingen biechten en in het geheim een priester bezochten voor raad. De maatschappij is immers meer dan 1400 jaar gebouwd op het christendom.

De percentages liegen er dan ook niet om. In Servië is 84,6% Servisch Orthodox en 5% katholiek met een kleine 1% aan protestanten. In Roemenië is 87% Roemeens Orthodox, gevolgd door 3,8% katholiek en 2,6% protestants.  In Griekenland, om nog een voorbeeld te noemen, is maar liefst 98% Grieks-Orthodox. Dat zijn enorme percentages vergeleken met Nederland waar 42% atheïstisch is.

De kerken in Oost-Europa worden steeds voller. Niet zelden heb ik meegemaakt dat ik in Roemenië op een terrasje zat en jongeren op zaterdagavond om elf uur naar huis gingen zodat ze de volgende morgen naar de kerk konden gaan. Het christendom zit diep geworteld, zelfs bij de jeugd.

Terugkomend bij de evangelisatie. Met de enorme percentages aan christenen lijkt het mij niet nodig om Oost-Europa in te gaan. De overgrote meerderheid van de mensen daar is immers al christen. In Nederland wordt er nog wel eens gevraagd of je echt kerkgaand bent. In Oost-Europa betekent christen zijn dat je naar de kerk gaat. Dit maakt de percentages alleen maar groter.

Het christendom leeft in het voormalig Oostblok en dat zal ook zo blijven. De hele maatschappij leeft ernaar en de kerk heeft een centrale rol in het leven. De geschiedenis heeft al aangetoond dat zelfs oorlog, misère en armoede (of rijkdom) mensen niet weghoudt bij de kerk. Het is fantastisch om te zien dat de kerk leeft. En met mijn westers-christelijke ogen is dit een wonderbaarlijke wereld. Een wereld waar wij volgens mij in het westen nog veel van kunnen leren. Leren over respect voor de kerk, respect voor traditie en regels. En misschien dat als we dat respect in Nederland weer krijgen, ook het christendom weer zal floreren.

Posted on 1 Comment

De verslechtering van de positie van christenen in de Arabische wereld ten gevolge van de ‘Arabische lente’

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen. Naast de groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen, en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe. Christenen verlaten de regio in groten getale, en de christenen die blijven verkeren in een kwetsbare positie. Te midden van de verdrukking geven het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen en het aantal moslims dat zich bekeert tot het christendom reden tot hoop.

Ruim twee jaar geleden werd de Arabische wereld opgeschud door een golf van protesten en revoluties die uiteindelijk leidden tot grote politieke aardverschuivingen. Aanvankelijk kwamen de protesten vooral voort uit breed gedeelde ontevredenheid over de aanhoudende slechte economische situatie, hoge voedselprijzen en structurele werkeloosheid. In korte tijd verdwenen echter sociaal-economische motieven naar de achtergrond. De revoluties werden gekaapt door fanatieke bewegingen die hun kans grepen om hun islamitische agenda te verwezenlijken. Met name de rechteloosheid ten gevolge van de ‘Arabische lente’, in combinatie met de sterke opkomst van verscheidene politiek-islamitische bewegingen, maakt de positie van christenen steeds moeilijker.

In het eerste deel van dit artikel zal aandacht besteed worden aan (1) de specifieke gevolgen van de ‘Arabische lente’ voor de positie van christenen in de Arabische wereld. In het tweede deel zal ingegaan worden op één van de meest verontrustende consequenties van de verslechterde positie van christenen: (2) de emigratie van christenen uit de regio. Tot slot zullen (3) enkele perspectieven worden gegeven voor de toekomst.

1. Arabische lente of Arabische winter? De gevolgen van de opstanden in de Arabische wereld voor de positie van christenen.

De ‘Arabische lente’ werd door velen gezien als een brede maatschappelijke beweging die vroeg om een einde aan mensenrechtenschendingen, corruptie en armoede. Heel snel bleek echter de uitkomst van deze revoluties volledig in strijd met de oorspronkelijke bedoelingen van de demonstranten[1]. De hoopvolle bestempeling van de revoluties in de Arabische wereld als ‘Arabische lente’ door Westerse analisten was niet alleen te optimistisch, maar ook naïef. Zeker, de autoritaire machthebbers in landen als Egypte en Libië werden verdreven, maar daar zijn politiek-islamitische regimes voor in de plaats gekomen die in de praktijk net zo autoritair zijn als hun voorgangers. Democratische hervormingen blijven uit, de rechteloosheid neemt toe, en de grote economische uitdagingen waar de regio voor staat zijn niet opgelost.

De Arabische lente begon in Tunesië in december 2010 en werd gevolgd door andere Arabische landen. In alle Arabische landen is de opkomst van een grote verscheidenheid aan politiek-islamitische bewegingen een belangrijk kenmerk van de revoluties, ten koste van seculiere protestbewegingen. Als gevolg hiervan oefenen islamitische groepen grote invloed uit op het regeringsbeleid en laten ze hun invloed merken in de samenleving.

In Tunesië, Egypte en Libië leidden de opstanden uiteindelijk tot een verandering van regime, waardoor islamitische partijen aan de macht kwamen. In Marokko, Algerije en Jordanië werden hervormingen geïntroduceerd om islamistische facties tevreden te stellen en de sociale vrede te bewaren, maar bleven de zittende regimes aan de macht. In Syrië, Saoedi-Arabië en Oman werden demonstraties op gewelddadige wijze neergeslagen. Ook in Jemen en Bahrein was er met name in 2011 meer geweld, al heeft dat nog niet geleid tot structurele veranderingen. In Jemen trad President Saleh die sinds 1990 aan het bewind was, als gevolg van aanhoudende protesten begin 2012, af.

SYRIA_please credit Flickr.com/freedomhouseSyrië bevindt zich al meer dan twee jaar in een zeer gewelddadige burgeroorlog met zowel politieke als sektarische elementen, waarin het regeringsleger vecht tegen diverse rebellengroepen. Formeel is Bashar Al-Assad nog steeds aan de macht, maar de rechteloosheid in het land neemt toe, en er lijkt geen uitzicht op een spoedige oplossing van het conflict. Het aantal geweldsincidenten tegen christenen in Syrië is ook fors toegenomen. In algemene zin maakt het burgerconflict christenen bijzonder kwetsbaar voor verschillende vormen van vijandelijkheden[2].

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen die ook terug te zien is in hogere scores op de wereldranglijst christenvervolging van Open Doors[3]. Naast de hierboven beschreven groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe.

Moslims die zich bekeerden tot het christendom (doorgaans aangeduid als Muslim Background Believers) hadden het altijd al moeilijk vanwege de afwijzing door hun families, maar de rechten van historische christelijke gemeenschappen (zoals de Kopten in Egypte of de Arameërs in Syrië) waren tot op zekere hoogte gewaarborgd onder de autoritaire regimes. Na de Arabische lente, namen de discriminatie en het geweld tegen beide groepen christenen flink toe.

De opkomst van islamitische groepen als de Moslimbroederschap in Egypte, het islamitische Bevrijdings Front in Algerije en het salafisme hebben duidelijk negatieve gevolgen voor de positie van christenen. De Arabische lente kan daarom beter gezien worden als een voorspel voor een Arabische winter, waarin de verdrukking van christelijke minderheden zal intensiveren.

Egypte, waar drie kwart van alle christenen in het Midden-Oosten leeft, islamiseert in rap tempo. De afgelopen jaren hebben koptische christenen zwaar geleden onder het geweld van islamitische groepen. Het bloedbad in de wijk Maspero in oktober 2011 waarin 27 christenen om het leven kwamen en honderden en honderden gewond raakten bij een demonstratie, zette al heel snel de toon voor de komende jaren. In dit bloedige incident deed het leger niets om christenen te beschermen, maar nam zelfs actief deel aan de moorden.

In Tunesië werd in 2011 een Poolse priester in koelen bloede vermoord door radicale islamisten. Sindsdien hebben er geen soortgelijke incidenten plaatsgevonden in het land, maar de bevolking is erg bang en het islamisme is veel zichtbaarder op straat. In Algerije worden de vrijheden van christenen steeds meer ingeperkt. Het land werd recentelijk opgeschrikt door een terroristische aanval in In Amenas in januari van dit jaar[4] waar circa 70 mensen bij omkwamen. In Libië kwamen in een aanslag door salafisten de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens en drie van zijn stafleden in september 2012 om het leven[5].

De val van despoten als Khadaffi (Libië) of Moebarak (Egypte) zorgde voor een machtsvacuüm dat nu gevuld wordt door moslimfundamentalisten. Voor grote groepen van de bevolking worden islamisten gezien als het enige alternatief voor structurele armoede en werkloosheid, na mislukt sociaal-economisch beleid van de voormalige heersers. In Libië heeft de transitieregering al duidelijk kenbaar gemaakt de sharia te willen implementeren in de nieuwe grondwet evenals de Annahda partij in Tunesië, die sinds de verkiezingen in 2011 leiding geeft aan de regering in dat land. In Egypte en Marokko hebben islamitische partijen eveneens de verkiezingen gewonnen. In Syrië wordt het rebellenleger in de oppositie gedomineerd door soennitische fundamentalisten.

2. De emigratie van christenen uit het Midden-Oosten

Hoewel minder dramatisch en nieuwswaardig dan gewelddadige vervolgingsincidenten van christenen zoals moorden en verbrande kerken, is er een ware exodus aan de gang van christenen uit het Midden-Oosten. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de inheemse christelijke bevolking van Turkije geschat op ongeveer 20 tot 25 procent van de bevolking. Na golven van etnische en religieuze zuiveringen, wordt geschat dat er vandaag de dag slechts 100.000 tot 120.000 christenen wonen in Turkije, 0,15% van de totale bevolking.

Nu, anno 2013, verlaten christenen opnieuw de regio in grote aantallen, al moet deze trend niet worden overdreven[6]. Hoewel de Amerikaanse invasie in Irak en de revolutionaire golf die bekend staat als de Arabische lente niet het begin waren van de emigratie van christenen uit het Midden-Oosten, was het wel een belangrijk keerpunt. Door deze recente politieke ontwikkelingen worden christenen geconfronteerd met een geheel nieuwe situatie, met fysiek geweld, mensenrechtenschendingen, sharia-wetgeving en overheden die niet in staat zijn om hun meest kwetsbare burgers te beschermen. In sommige gevallen zijn christelijke minderheidsgroepen een direct doelwit. In andere gevallen staan ze tussen verschillende strijdende partijen in en zijn daardoor extra kwetsbaar.

Vanwege de precaire situatie van christenen in het Midden-Oosten slinken hun aantallen. Sinds de oorlog in Irak en het daaropvolgende conflict kiezen steeds meer christenen ervoor het Midden-Oosten te verlaten. Van de 1 miljoen christenen die er volgens sommige analisten voor 2003 in Irak woonden, zijn er vandaag de dag nog maar tussen 200.000-500.000 over.

Op dit moment heeft met name de Syrische burgeroorlog een massale vluchtelingenstroom op gang gebracht, in de eerste plaats naar de buurlanden Turkije en Libanon. De impact van de Syrische burgeroorlog wordt daar steeds sterker gevoeld. Schattingen geven aan dat tussen 200.000 en 400.000 van de in totaal 1,9 miljoen christenen Syrië hebben verlaten sinds het begin van de burgeroorlog, wat neerkomt op 15-25% van de totale vluchtelingenstroom.

De huidige Syrische burgeroorlog doet vele parallellen zien met het Iraakse geweld tegen christenen na de ondergang van Saddam Hoessein. Turkije en Libanon waren tot voor kort relatief stabiele landen, maar de nabijheid van het Syrische conflict kan een voorbode zijn van wat christenen in die landen te wachten staat.

Het is overigens belangrijk te onderkennen dat de emigratie van de Syrische christenen niet is begonnen met de burgeroorlog in 2011. Hoewel het zeker waar is dat grote aantallen christenen (en andere minderheden) de burgeroorlog ontvluchten, groeit de maatschappelijke druk op christenen in feite al decennia lang door de radicalisering van de islamitische soennitische bevolking.

Ook Egypte destabiliseert steeds meer, nu de Moslimbroederschap stevig in het regeringszadel zit en salafistische groeperingen vrij kunnen opereren door de grote rechteloosheid. Volgens sommige persberichten zijn sinds 2011 100.000 van de in totaal 10 miljoen christenen geëmigreerd uit Egypte, maar dat getal is waarschijnlijk overdreven. Hoe dan ook valt het niet te ontkennen dat sinds de val van Moebarak veel Egyptische christenen het land hebben verlaten.

3. Toekomstperspectieven

Het is belangrijk te beseffen dat de Arabische wereld zich nog steeds in een transitiefase bevindt. De uitkomst van de Arabische lente is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk in te schatten welke kant een land als Syrië op zal gaan, en het is ook niet duidelijk of islamisten in een land als Tunesië aan de macht zullen blijven. Tegelijkertijd zijn de verkiezingsoverwinningen van islamitische fundamentalisten in verscheidene landen een slecht teken en ziet het er heel somber uit voor christenen die in de regio wonen.

De toekomstperspectieven voor de positie van christenen in de Arabische wereld lijken daarom verre van positief. Het ligt in de lijn der verwachting dat de druk op christenen in de komende jaren zal toenemen. De islamitische partijen die nu aan de macht zijn is er alles aan gelegen die macht vast te houden om steeds meer sharia-wetgeving te implementeren. Maar nog veel zorgwekkender dan de islamisten in de regering is de voortgaande islamisering van de samenleving waardoor christenen steeds meer gezien worden als uitheemse groepen, terwijl het in feite hele oude gemeenschappen zijn. Vanwege de chaotische en bedreigende situatie in de regio, zullen daarom waarschijnlijk in de toekomst nog veel christenen emigreren.

Van het succes van het islamisme gaat regionaal een sterke invloed uit. Het inspireerde de inval van jihadisten in Mali in 2012 en de terreur van Boko Haram in Nigeria. In Irak laait het sektarisch geweld ook weer op. En er is een reële dreiging dat het conflict in Syrië overslaat op buurlanden Libanon en Jordanië. Tevens moedigen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ook de verspreiding van de politieke islam aan in Afrikaanse landen met een christelijke meerderheid zoals Kenia of Tanzania.

Naast de politieke ontwikkelingen en de islamisering van de samenleving, is de voortdurende rechteloosheid in landen als Libië en Syrië mogelijk nog veel ernstiger voor christenen omdat het betekent dat misdrijven die tegen hen gedaan worden in feite niet worden bestraft. Hierdoor zijn christenen kwetsbaar, en dit geldt in nog grotere mate voor christenvrouwen en -meisjes die steeds vaker slachtoffer worden van seksueel geweld.

Tegelijkertijd zijn er ook signalen van hoop. Ondanks de verdrukking groeit de kerk in het Midden-Oosten langzaam. Moslims bekeren zich tot het christendom. Met name in Egypte groeit het aantal gelovigen. Het gaat nog steeds om kleine aantallen, maar het is onmiskenbaar dat de belangstelling voor het evangelie toeneemt.

In Syrië is het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen een belangrijke ontwikkeling die ook hoopvol doet stemmen. Nu de kerk onder grote druk staat, reikt zij steeds meer uit naar de samenleving en probeert het evangelie in de maatschappij handen en voeten te geven. De solidariteit van christelijke gemeenschappen in Libanon en Turkije die Syrische vluchtelingen opnemen is ook prijzenswaardig.

Wanneer zal deze winter voorbij zijn? Wanneer kunnen we verwachten dat de situatie zal verbeteren voor de christelijke bevolking? De onderdrukking en vervolging zal duren zolang de islamitische fundamentalisten de macht kunnen vasthouden. Als de islamitische fundamentalisten het Arabische volk teleurstellen, met name door geen wezenlijke antwoorden te bieden op de structurele armoede en uitzichtloosheid, zou dat op de lange termijn voor meer openheid kunnen zorgen om het evangelie te verspreiden.


[1] Hussein Agha and Robert Malley, “The Arab Counterrevolution”, The New York Review of Books, 29/09/2011

[2] Dennis Pastoor, Vulnerability Assessment of Syria’s Christians¸ Open Doors International, juni 2013, http://www.worldwatchmonitor.org/2013/06/2579000/.

[4] “In Amenas: timeline of four-day siege in Algeria”, The Guardian, 25/01/2013, http://www.guardian.co.uk/world/2013/jan/25/in-amenas-timeline-siege-algeria.

[5] “Chris Stevens, US ambassador to Libya, killed in Benghazi attack”, The Guardian, 12/09/2012, http://www.guardian.co.uk/world/2012/sep/12/chris-stevens-us-ambassador-libya-killed.

[6] Markus Tozman, “A short overview of the status quo of Christian minorities in Egypt, Iraq, Turkey, Syria and Lebanon”, World Watch Unit, Open Doors International, 2012.