Posted on

Adenauer, onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Wat een politiek leven! Het strekt zich uit van het keizerrijk, de republiek van Weimar, het nationaal-socialistisch bewind tot en met de Bondsrepubliek Duitsland. Steeds was Konrad Adenauer er bij. Op 19 april is het vijftig jaar geleden dat de eerste bondskanselier van Duitsland overleed.

Adenauer werd op 5 januari 1876 in Keulen geboren en zijn hele leven bleef zijn Rijnlandse herkomst zo duidelijk hoorbaar als zijn katholieke signatuur herkenbaar. Na zijn staatsexamen in de Rechten werkte hij als advocaat in Keulen. Als lid van de katholieke Zentrumspartei werd hij Beigeordneter (wethouder/schepen), vanaf 1909 Erster Beigeordneter (loco-burgemeester). Zo nam hij bij gelegenheid de honneurs waar voor de Oberbürgermeister, een oom van zijn echtgenote.

Burgemeester van Keulen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog legde Adenauer op het Voedingsdepartement opmerkenswaardige creativiteit aan de dag. Een door hem gebakken brood van rijst en maismeel liet hij als “Keuls brood” patenteren. Omdat zijn surrogaatstoffen weinig smakelijk waren, noemden de Keulenaren hem “Graupenauer”. Niettemin werd hij in 1917 door de gemeenteraad tot Oberbürgermeister gekozen. Een decreet van de koning van Pruisen maakte hem tot de jongste Oberbürgermeister van zijn tijd.

Adenauer als burgemeester van Keulen, in gesprek met rijksminister van Oorlog Wilhelm Groener, bij de tewaterlating op 1 mei 1928 van de kruiser ‘Köln’ in Wilhelmshaven (foto: Bundesarchiv)

Hij bekleedde dit ambt tot 1933 en na 1945 zou hij het nog enige tijd bekleden. Beduidend korter was zijn lidmaatschap van het Pruisische Herenhuis, waarvan hij uit hoofde van zijn ambt als Oberbürgermeister van Keulen zitting had. Het revolutiekabinet van SPD en USPD hief de Eerste Kamer van de Pruisische landdag in 1919 op. Dat schaadde de politieke loopbaan van Adenauer echter niet. Van 1920 tot 1930 was hij voorzitter van de Pruisische Staatsraad. Herhaaldelijk werd hij genoemd als kandidaat voor het ambt van rijkskanselier, ofschoon hij zich hard maakte voor een scheiding van Pruisen en een autonoom Rijnland.

Koning van het Rijnland

Uiteindelijk bleef de “koning van het Rijnland” echter steeds burgervader van Keulen, van dat ambt was hij zeker. Minder bedachtzaam was hij toen hij zich in 1928 vergaloppeerde met speculatie in aandelen glanszijde. Toen zijn schulden in de openbaarheid dreigden te komen, leende hij een aandelenpakket en deponeerde het bij de Duitse Bank. Die stelde aansluitend dat Adenauers conto vereffend was. De episode schijnt kenmerkend te zijn voor de sluwheid van Adenauer.

Van vergelijkbare kwaliteit waren zijn eerste ‘conflicten’ met de nationaal-socialisten. Die hadden in 1931 Hakenkruisvlaggen aan de brug over de Rijn gehangen. Adenauer liet ze verwijderen. De daaropvolgende woede van de nazi’s wimpelde hij af. De actie was met de districtsleiding van de NSDAP afgesproken; er stond tegenover dat Adenauer het hijsen van de vlaggen voor de beurshallen, waar Hitler werd verwacht, toestond.

In 1934 wees Adenauer de nationaal-socialistische minister van Binnenlandse Zaken er op, dat hij daarmee tegen een decreet van de Pruisische SPD-minister van Binnenlandse Zaken was ingegaan. Dat was nadat Adenauer in 1933 het ambt van Oberbürgermeister van Keulen verloren had en in de abdij van Maria Laach onderdak had gevonden. De tijd tot het einde van de nazi-heerschappij zat Adenauer uit als gepensioneerde, hij werd keer op keer lastig gevallen door de nazi’s, maar financieel zat hij er droogjes bij en in de juridische strijd om schadeloosstelling had hij door de bank genomen succes.

In mei 1945 was hij weer terug. De Amerikanen zetten hem opnieuw als Oberbürgermeister van Keulen in, maar Keulen werd deel van de Britse bezettingszone en de Britten gooiden hem er weer uit. Hij zou zich niet genoeg voor de bevoorrading van de bevolking ingezet hebben.

Onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Als ambteloos burger concentreerde Adenauer zich nu op de opbouw van een politieke partij. In 1946 nam hij de leiding van de CDU in de Britse bezettingszone. Doelbewust bouwde hij zijn positie uit. Carlo Schmid (SPD) noemde hem “de eerste man van de te scheppen staat, nog voordat die bestaat”. En dat werd hij inderdaad. De Bondsdag koos Konrad Adenauer op 15 september 1949 als eerste bondskanselier van de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland – met een meerderheid van slechts één stem, die van Adenauer. Dat was het begin van een lang tijdperk. Nog driemaal, namelijk in 1953, 1957 en 1961 werd hij herkozen, schijnbaar alternativlos in zijn tijd.

Het zwaartepunt van zijn kanselierschap lag voor Adenauer bij de internationale betrekkingen.

Het waren jaren van beslissende keuzes. Reeds voor zijn verkiezing had Adenauer Bonn als provisorische hoofdstad doorgedrukt. Uit electorale overwegingen zette hij zich er voor in dat West-Berlijn geen volwaardige deelstaat werd. Hoezeer Adenauer al het andere ondergeschikt maakte aan de politiek, blijkt bijvoorbeeld uit een voorgenomen bomaanslag tegen de bondskanselier in 1952. Afzender van de bom was de joodse ondergrondse organisatie Irgun, opdrachtgever zou de latere Israëlische premier Menachem Begin zijn geweest. De wezenlijke feiten kende men in Bonn. Ze werden echter geheim gehouden om antisemitische reacties te voorkomen.

Hoe dan ook was het buitenlandbeleid voor Adenauer het zwaartepunt van zijn kanselierschap. Van 1951 tot 1955 was hij zelfs tegelijk bondskanselier en minister van Buitenlandse Zaken. Nauwe banden met het Westen, in het bijzonder met de Verenigde Staten, en een verenigd Europa waren zijn voornaamste doelen. Mijlpalen hierin waren de oprichting van de Bundeswehr, de toetreding tot de NAVO, de erkenning als enige legitieme regering van Duitsland, het Duits-Franse Vriendschapsverdrag (beter bekend als Élysée-verdrag) en de verzoening met Israël.

Voor het oordeel van de publieke opinie bleef zijn grootste prestatie echter de terugkeer  van de krijgsgevangen uit de interneringskampen van de Sovjet-Unie. Adenauers bereidheid om ook mensen die ten tijde van het nazi-bewind een ambt hadden vervuld in overheidsdienst te nemen, kwam hem daarentegen naderhand op heftige kritiek te staan. Tegelijkertijd voer hij een stramme koers tegen communisten, dwong hij een verbod van de KPD af en eiste hij per ‘Adenauer-decreet’ trouw aan de grondwet van overheidsdienaren.

In 1961 werd Konrad Adenauer nog eenmaal als bondskanselier verkozen (foto: Bundesarchiv).

Zijn laatste verkiezing tot bondskanselier kon hij in 1961 alleen met de belofte veiligstellen, dat hij voor het einde van de zittingsperiode van de Bondsdag plaats zou maken voor een opvolger. Het publieke debat over de Spiegel-affaire, waarin journalisten van weekblad Der Spiegel met rechtsvervolging wegens landverraad te maken kregen, bespoedigden Adenauers afscheid van de regering. In 1963 trad hij af, de 87-jarige bondskanselier stond toen inmiddels bekend als ‘Der Alte’.

Tot het einde van zijn leven bleef hij politiek actief en strijdlustig. Zes dagen voor zijn dood verbreidde zich een prematuur bericht over zijn overlijden. Dit leidde tot wereldwijde betuigingen van deelneming. Adenauer zal er nota van hebben genomen. De eerste bondskanselier van Duitsland stierf op 19 april 1967 op de leeftijd van 91 jaar in zijn huis in Rhöndorf.

Posted on 1 Comment

De Euro en haar voorlopers. Een korte geschiedenis van de monetaire unie

Iedereen kent het beeld van een blije Gerrit Zalm die aan het flappen tappen is in de nieuwjaarsnacht van 2002. Zaterdag (9 mei, red.) haalde een Duitse minister het nieuws door te zeggen: “Ein Land kann plötzlich in die Zahlungsunfähigkeit rutschen”,[1] Griekenland dus. Het is er niet vrolijker op geworden. Vanaf wanneer kwam de vorming van de eurozone in een stroomversnelling? Was er vooraf geen kritiek? En als laatste ‘het probleem Griekenland’. Allemaal punten die ik in dit stuk behandel.

Historische monetaire unies

Europese landen hebben eerder monetaire systemen gebruikt. Van 1834 tot 1870 was er de Zollverein, een monetaire unie. Deze bestond uit een politieke unie van Duitse staten. Doel was de bevordering van de handel en de industrie.[2] Dit gebied bestond uit Pruisen, Saksen, Thüringen. Van München tot Munster tot Koningsberg. Er waren een aantal valuta:[3] Gulden/Kreuzer in het zuiden, Thaler in Pruissen en de Schilling in de noordelijke steden. Het werd een succes omdat taal en cultuur samenvielen. Maar het eindigde ook weer.

Een tweede voorbeeld is de Latijnse Monetaire Unie.[4] Deze bestond van 23 december 1865 tot 1927. Frankrijk, België, Italië en Zwitserland maakten er deel van uit. Ze hadden een overeenkomst gesloten waarbij ze de nationale valuta zouden standaardiseren: 4,5 gram goud of 0,29 gram zilver. Ratio 15,5 tegen 1. En deze vrij uitwisselbaar te maken. Zoals wel vaker gebeurt, wordt de groep groter. Griekenland, Spanje, Roemenië, Oostenrijk-Hongarije. En zelfs koloniën nemen het over in Colombia en Venezuela. In 1886 deed zelfs Rusland mee. En Finland in 1860. Aan deze monetaire unie kwam een einde door het drukken van geldbiljetten. En in 1927 was het voorbij. Eigenlijk ging het ten onder door socialistische ideeën en het stijgen van de staatsschuld.

Het Latijnse Monetaire Systeem inspireerde de Scandinavische landen in 1924. De Britten deden nooit mee aan enig systeem. De Pound Sterling gaat wel 1300 jaar terug als je gaat graven in oude bronnen.

Een vierde systeem was de goudstandaard van Amerika. 5 $  was grofweg 20-Dmark en 20 Franse franken en een Britse Pond. Uiteindelijk is dit systeem ten onder gegaan door de verruiming van de Amerikanen om de oorlog in Vietnam te betalen.

We zien dus dat de idee van monetaire unie niet nieuw is, niet pas is opgekomen met het idee van de euro. In Europa zijn er meerdere systemen geweest.

Voorgeschiedenis van de euro

mandjeDe euro is echter ook eerder ontstaan dan je zou denken, in de jaren ’50 al. Toen ik 2 jaar geleden de koersen van de euro tegenover de dollar opvroeg via een speciale computer op de universiteit, viel ik bijna van mijn stoel. De computer gaf data aan vanaf december 1957. De  euro/US dollar, dit valutapaar is hét valutapaar van de wereld. Waarschijnlijk heeft men terug gerekend wat de ECU moest zijn in december 1957. Want op 1 januari 1958 trad  het ‘Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap’ in werking. In het EEG-verdrag werd de economische huishouding, stabiele prijzen en een houdbare betalingsbalans overgelaten aan de lidstaten. Dit stond in art. 12 lid 1 EEG-Verdrag. Verderop in het verdrag stond dat de Raad het meer moest coördineren.  De Raad ging aan de slag en zorgde dat er een Comité van Presidenten van Centrale Banken ontstond. Op sinterklaasdag 1978 werd het Europees Monetair Stelsel opgestart en werd de ECU gecreëerd. ECU staat voor European Currency Unit. Een soort van mandje van valuta. Het Hof van Justitie gaf aan dat marktintegratie vereiste dat er vaste wisselkoersen moesten komen. Om zo één economische ruimte te scheppen.[5] Dit staat in rechtsoverwegingen 25 en 26 in de zaak Rewe Kehl. Toen werd het stil tot de zomer van 1988. Jacques Delors was leider van het Comité dat zijn naam droeg. Hij wilde het in drie fasen voltooien. Doel was eigenlijk: één munt. Waarom? Psychologisch, economisch en politiek het beste.

Nu springen we iets vooruit en stoppen we voor de Berlijnse muur. Na de val van de muur in november 1989 kwam de vorming van de euro in een versnelling. Op 7 februari 1992 ondertekenen de lidstaten het Verdrag van Maastricht. 2 jaar ervoor is er druk geschoven met de tekst. Dit was een Europees politiek verhaal.

Maar hoe werd de burger ingelicht? Op 4 augustus 1947 stond er in de Leeuwarder courant: “Inmiddels is te Parijs (gaat over Marshall) een commissie van deskundigen gevormd ter bestudering van de wijze waarop de Europese valuta gemakkelijk omwisselbaar gemaakt zouden kunnen worden.” Dit is nog normaal, omwisselen.

Dan volgt een krantenartikel van 23 april 1949 over een verslag van de economische conferentie van de Europese Beweging. Gehouden in Londen en Churchill sprak er. Verder in het artikel staat iets interessants. Sir Harold Butler spreekt als voorzitter van de internationale economische en maatschappelijke sectie van de beweging: “hij pleitte voor vrije inwisselbaarheid van de verschillende Europese valuta, zoals voor 1914 het geval was”.[6] Bedoelde hij hiermee de Latijnse Monetaire Unie?

Op 8 juni 1961 staat in De Telegraaf een artikel met de kop: “naar meer bundeling van Europese valuta?” De 6 ministers van de EEG krijgen advies van prof. Triffin, permanent adviseur van de Europese Commissie. Zijn advies: 10% van de deviezenreserves in een gemeenschappelijk fonds stoppen.  Dan volgt er nog een artikel. 27 september 1967 in De Tijd. De Britse minister Callaghan heeft in Le Monde geschreven: “dat een grotere Europese Gemeenschap zou kunnen leiden tot schepping van één Europese valuta, waarin alle valuta’s, ook de pond sterling, zouden opgaan. “Een grotere gemeenschap zou in staat zijn een politiek te volgen, waarin door Europa zijn monetaire kracht kan doen gelden en zijn invloed in de wereld kan vergroten. Een dergelijke politiek zou bijvoorbeeld uiteindelijk schepping van één Europese valuta mogelijk maken.”

ECUIk heb een krantenartikel gevonden van 5 november 1970. Citaat: “De monetaire unie betekent een onwrikbare koppeling aan de West-Duitse mark die de sterkste valuta in de EEG is. In de EEG-voorstellen staat dat wanneer de- munten van de verschillende landen worden gekoppeld absoluut vast moet staan dat deze koppeling totaal en onherroepelijk is. De vervanging van de afzonderlijke munten door één EEG-munt is dan nog slechts een psychologische zaak. Voor deze EEG-munt zijn al namen in omloop als Euromark, Eurofrank en ECU = European Currency Unit (Europese munteenheid). De drijvende kracht daarbij zijn uiteraard de grote concerns en banken.”[7]

In september 1973 stond op pagina 25 van De TelegraafEurco een wereld-valuta?’ Kern van het artikel was dat de Europese Investeringsbank op 12 september een contract ging tekenen voor de uitgifte van een lening die zal luiden in Eurco. De uitgifte van een obligatie dus. De 9 euromarktlanden bepalen volgens een verdeelsleutel de waarde van de Eurco. Verderop in het artikel staat: “hoewel men uiteraard moet afwachten of de Eurco zal aanslaan. De Europese Munt Eenheid en de Europese Reken Eenheid zijn nooit goed van de grond gekomen. Dit systeem, Eurco, is zo eenvoudig dat het aan vele wensen tegenmoet komt[8].” Verderop: “Bij de Eurco-leningen zijn de voorkeur en de risicovaluta voor de geldgever en de geldvrager redelijkerwijs verdeeld. Slaagt men in dit experiment, dan kan de Eurco met b.v. de dollar en de yen gemakkelijk worden uitgebreid tot een wereldvaluta.” Wat kunnen we concluderen uit deze twee artikelen? Dat men vanuit Brussel en vanuit de hoofdsteden constant proefballontjes aan het oplaten was. Niet onder de bevolking, maar onder de serieuze partijen: grote concerns en banken. In september 1973 stond dit in de Telegraaf. En in oktober 1973 gaf het HvJ heel duidelijk aan dat er vaste wisselkoersen moesten komen. De ECU van 13 maart 1979 was de echte serieuze voorloper van de euro. De ECU had een valutacode XEU. En op sommige sites waarbij je de euro tegenover een andere valuta wilt projecteren, gebruik je XEU.[9] De ECU is uiteindelijk vervangen door de naam: ‘euro’ in 1999.

Kritiek op het idee van de euro

Er waren voor 1 januari 1999 zeker ook kritische noten. Het scherpste was Martin Armstrong in juli 1996: “Europe does not quite understand the United States model of a single currency. Europe looks at the US and sees one single currency as being extremely efficient with a by-product of consistently lower unemployment as one goal.”[10] Armstrong adviseerde de Europese Commissie op het gebied van de euro voor 1999. Hij gaf aan dat er één obligatie moest komen zodat investeerders niet opgescheept zouden zitten met Duitse en Italiaanse en Nederlandse obligaties. De Europese Commissie antwoorde dat dát politiek onhaalbaar was. Dus de individuele landen wilden geen eurobonds. Eén munt, muntgeld en biljet, was al een hele stap. Notabene drukken de eigen landen het eurobiljet en de muntstukken. Niet centraal in Frankfurt. Verder ligt het goud niet op één centrale plek: in Frankfurt. Maar verspreid over alle landen waaronder de VS. En de VS zijn de andere kant van hét valutapaar van de wereld: euro/usd.

Ik noemde goud. Om de euro goed te begrijpen moeten we terug naar de periode voor 1971. Op 15 augustus 1971 liet Nixon de koppeling van goud en dollar varen. Ongedekt dus. In de jaren daarvoor spendeerden politici meer geld dan dat er binnen kwam via belastingen. Maar ze wilden wel de goudstandaard vasthouden. Dat is problematisch op langere termijn. Ten tweede kwam er een scheur in de goudstandaard door de handel. Zo rond 1965 kwamen er twee goudprijzen. De officiële prijs van 35$ en de marktprijs in Londen. Goud werd daar verhandeld als grondstof. De marktprijs was hoger dan de officiële goudprijs van 35$. Uiteindelijk gingen Europese landen hun dollars omwisselen voor goud. Dit leidde tot de val van de goudstandaard. Later lekte uit via Wikileaks dat de Amerikanen het door hadden. Het draait om een gesprek tussen Kissinger en zijn team (Kissinger was toen veiligheidsadviseur van de regering). Citaat: “if necessary they (Europese landen) would trade gold in secret at the free market price.”[11]

Punten van kritiek waren er voor de invoering. In Nederland en Duitsland. Een korte vlucht langs wat artikelen. In 13 februari 1997 werd er een artikel geplaatst in de Volkskrant met als kop ‘met deze EMU kiest Europa verkeerde weg’. Zeventig economen zetten de handtekening onder de brief. De strekking van de brief. Ik citeer: “Een aantal jaren later is er nog niets veranderd. Integendeel, de invoering van deze EMU gaat gepaard met hoge kosten, onder meer in de vorm van oplopende werkloosheid en sociale spanningen. De EMU blijkt niet veel meer dan een monetaristisch project.”[12] Vervolgens proberen sommige critici nog op de valreep de euro tegen te houden. Op 24 maart 1998 komt er een artikel in het NRC Handelsdagblad te staan. Arjo Klamer wordt geciteerd: “Dat (de euro) staat veel te ver van het oorspronkelijke Europese ideaal van solidariteit, sociale cohesie en vrede.” Vervolgens geeft Kees Vendrik aan: “Ik hoor vaak: Wim wil geen debat, en daarmee is de kous dan af”. Vendrik doelt op gesprekken tussen PvdA-leden en hemzelf. Opnieuw een citaat van Vendrik: “In 1991 riepen velen van ons al dat de euro een slechte zaak is, maar daar werd niet naar geluisterd”, aldus Vendrik. ‘Toen waren we te vroeg, nu weer te laat, zo doe je het nooit goed.”[13]

En in Duitsland? Was daar geen kritiek? Ja. Een citaat uit het FD van 31 december 1996[14] waar Gerard Schröder geciteerd wordt: “Schröder suggereert in Focus dat de Bondsraad de euro in 1998 kan blokkeren. Deze deelstatenkamer, waarin de SPD op dit moment de dienst uitmaakt, heeft echter al in 1992 ingestemd met het Verdrag van Maastricht, waarin de invoering van de Europese munt uiterlijk in 1999 is vastgelegd. Schroder wijst ook erop dat de euro nooit zo hard zal worden als de D-mark. ‘Als je meerdere zwakkere munten samenvoegt met een hele sterke, kan daar nooit die absolute sterke munt uitkomen.’ De lasten van de monetaire eenwording voor Duitsland zijn volgens hem niet te dragen. ‘Wij betalen nu al elk jaar DM 200 mrd van West naar Oost binnen de Bondsrepubliek Duitsland. Daar kan niets meer bovenop.”

Terug naar Nederland. De kritiek op de euro verstomt. Een laatste poging doet Arjo Klamer in 2011 in het Dagblad van het Noorden. Als ik Wellink was zou ik daar om lachen.

De toekomst van de euro

De kans dat de euro het in de huidige vorm zal gaan reden is heel klein. Waarom? Laat ik het uiteenzetten. Sinds 2007 hebben we speculatie gezien tussen landen die samen in de Euro zitten. Het geld stroomde van de zuidelijke landen naar de noordelijk landen zoals Nederland en Duitsland. Hoe kun je dit het beste zien? Door naar de tienjaarsrentes te kijken: Amerika 2%, Duitsland 0,6%, Nederland 0,7%, Frankrijk 0,8%, Griekenland 11%, Italië 1,7%.[15] Geld is naar het noorden vertrokken wat resulteert in lagere rentes.

Het is absoluut onmogelijk voor Europa om één rente te stellen als Europese landen via de ECB, maar wel met een groep van eigen landen te zitten op één continent. Zo lang individuele landen eigen rechten hebben, is er kredietrisico wat resulteert in verschillende marktrentes. Dit in tegenstelling tot de 50 staten van de Verenigde staten van Amerika. Na 1 januari 1999 heeft zich het speculatieve element van valuta verschoven naar de individuele obligaties van de landen van de eurozone & Zwitserland. Omdat Zwitserland een koppeling wilde met de euro. En dat mislukte begin dit jaar jammerlijk. Die koppeling heeft niet lang stand gehouden.

Het gekke was dat de speculatie verschoven is naar de obligaties. Maar van 1 januari 1999 t/m juli 2007 zag je dat niet. De rentes waren bijna gelijk tussen de landen onderling. Daarna ging het mis. George Soros hing het doen oplopen van de rente spreads op aan een uitspraak van bondskanselier Merkel: “The process culminated with the Maastricht Treaty and the introduction of the euro. It was followed by a period of stagnation which, after the crash of 2008, turned into a process of disintegration. The first step was taken by Germany when, after the bankruptcy of Lehman Brothers, Angela Merkel declared that the virtual guarantee extended to other financial institutions should come from each country acting separately, not by Europe acting jointly. It took financial markets more than a year to realize the implication of that declaration, showing that they are not perfect.”[16] Maar Soros wil een mooi nieuwsmoment aanwijzen voor zijn theorie die niet klopt. Want in januari 2008 was de spread tussen de Duits en Griekse rente al aan het oplopen. Nog voor Lehman moest omvallen. Gewoon feiten checken. Citaat ANP-bericht 22 oktober 2008: “Griekenland blijkt na correctie van de begrotingscijfers toch weer een buitensporig begrotingstekort te hebben. Het land had vorig jaar een tekort van 3,5 procent van het bruto binnenlands product, terwijl de EU-limiet op 3 procent ligt. Dat meldde het EU-bureau voor statistiek Eurostat woensdag in herziene cijfers.” Griekenland had in het jaar van de vele overnames, 2007,  problemen met de staatsbegroting. Op woensdag 9 december 2009 moest de Griekse minister van Financiën zijn Europese collega’s overtuigen. Tegen de pers zei hij: “We zijn geen nieuw IJsland, zoals we ook geen nieuw Dubai. We zitten niet te wachten tot iemand ons komt redden.”

Zoals Bretton Woods faalde, faalde de Latijnse monetaire unie ook. De eurozone zal ook falen. Je weet alleen niet wanneer. Het pleisterplakken van politici zal nooit werken. Verder moeten we als Hollanders niet gaan huilen dat we het niet wisten. De problemen met de euro zijn aangekaart in de Volkskrant, door Arjo Klamer en Kees Vendrik.  En Gerard Schröder. Verder zijn we nu aan het kijken naar het uiteenvallen van de eurozone. De Zwitserse centrale bank kon de koppeling met de euro niet aan. Dit was 19 januari 2015[17]. Ze hebben even geflirt met Draghi. En dat heeft ze veel geld gekost. En moeite. Heeft de eurozone overlevingskans? Ja, maar dan moeten Merkel, Rutte, Hollande zelf plaatsnemen in de Europese Comissie. Draghi gaat dan eurobonds uitgeven en het Nederlandse parlement wordt een bijkantoor van Brussel.

Dit artikel is gebaseerd op een lezing gehouden te Zwolle op 11 mei 2015.


[1] http://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/eurokrise/griechenland/schaeuble-warnt-vor-ueberraschender-staatspleite-griechenlands-13583898.html

[2] http://nl.wikipedia.org/wiki/Zollverein

[3] http://www.zum.de/whkmla/region/germany/zollverein.html

[4] http://en.wikipedia.org/wiki/Latin_Monetary_Union

[5] 24 oktover 1973 HvJ.

[6] 23 april 1949 De Heerenveensche koerier

[7] De waarheid 5 november 1970.

[8] De Telegraaf 12 september 1973 pagina 25. Bron Delpher.

[9] http://stockcharts.com/h-sc/ui?s=%24XEU

[10] http://web.archive.org/web/19980426083129/http://pei-intl.com/Publications/EUROPE/MA0796B.HTM

[11] http://www.silverdoctors.com/1973-eu-cbs-traded-gold-in-secret-at-free-market-price/

[12] http://www.volkskrant.nl/economie/met-deze-emu-kiest-europa-verkeerde-weg~a486508/

[13] Critici komen in het geweer tegen ‘zielloos’ Europa NRC Handelsdagblad 24 maart 1998.

[14] Het FD 31 december 1996 ‘SPD KEERT ZICH TEGEN EURO-KRITIEK SCHRODER’

[15] http://www.staatslening.info/

[16] http://www.georgesoros.com/interviews-speeches/entry/remarks_at_the_festival_of_economics_trento_italy/

[17] https://insights.abnamro.nl/fx-weekly-snb-neemt-radicaal-besluit/

Posted on Leave a comment

Europese Solidariteit

Hoe zat het ook weer in Europa, nu al meer dan 20 jaar geleden? Wie herinnert zich als in een grauwe droom nog het lange wachten voor de grenzen, de intimiderende petten van de grenswachters en de moeilijke toegang tot het Oostblok? Dezer dagen is het alweer 22 jaar geleden dat de Berlijnse Muur openging en het communisme verkruimelde en het Oostblok op zoek moest naar een nieuwe identiteit.

Nationalisme
De transitie van de voormalige communistische landen tot volwaardige democratieën is geen gemakkelijke geweest en in de meeste gevallen ook zichtbaar nog niet voltooid. Nieuwe ideologieën, met name het nationalisme, staken hun verwoestende kop op. De Balkan werd erdoor verscheurd, onder leiding van volksmenners zoals bijvoorbeeld Slobodan Milosovic, Alia Izetbegovic en Franjo Tudjman, ondertussen alle drie reeds overleden, maar hun erfenis, wantrouwen en openlijke haat tussen de verschillende bevolkingsgroepen van het voormalig “Zuid-Slavië”, is nog springlevend.

Ook in diverse andere landen van het voormalig Oostblok woekerde het nationalisme, in de zoektocht van de diverse landen naar een identiteit en een reden voor hun bestaan. Al te vaak werd die bestaansreden in de geschiedenis  gevonden, soms meer dan 1000 jaar geleden. Helaas is het zo dat zo ongeveer iedere regio in Oost Europa minstens door vijf diverse landen in bezit is geweest. Al die eigenaars hebben hun sporen nagelaten, waardoor Oost Europa een etnische lappendeken is, waarvan de nationalisten van zo’n beetje iedere voormalige eigenaar claimen dat zij de meeste rechten hebben en het gebied bij hen hoort. Het leven in de geschiedenis en het, in de meeste gevallen, gebrek aan een heldere toekomstvisie is ook vandaag nog, een van de grote politieke tragedies van het huidige Oost Europa.

Lijden
Ook sociaal is er veel gewijzigd in Oost Europa sinds de val van de Muur, en tegelijk ook weer niet. Het is natuurlijk niet goed om alle landen over een kam te scheren, maar een aantal uitzonderingen daargelaten, is bij de meeste landen het sociale vangnet voor een groot deel weggevallen en wordt men teruggeworpen op een soort van overlevingsmodus. Dat dit in de meeste voormalige Oostblok landen niet leidt tot zware protesten zoals in bijvoorbeeld Griekenland of Portugal wanneer zware bezuinigingsmaatregelen worden afgekondigd, heeft te maken met het feit dat de bevolking gewend is om te lijden. Het lijden van de armen en kwetsbaren in deze samenlevingen is iets dat niet gewijzigd is sinds de Wende en zonder meer ook blijvend onze aandacht behoeft.

Daarbovenop komt nog eens dat er voor talentvolle jongeren nog steeds te weinig kansen bestaan om interessant en uitdagend werk te vinden dat bij hen past. Noodgedwongen wijkt men daarom in groten getale uit naar West Europa om werk te vinden dat in ieder geval nog redelijk betaald wordt, zodat men de familie thuis kan ondersteunen. Dat de ontwrichting uit hun eigen samenleving en de aankomst in een samenleving die behalve hun werkzaamheden eigenlijk niet op hen zit te wachten, voor velen tot problemen leidt is niet zo moeilijk om voor te stellen. De problemen met drankmisbruik of anderszins zijn overbekend in Nederland en behoeven geen toelichting.

Braindrain
Daaroverheen  komt nog dat het vertrek van jongeren voor de Oost Europese landen zelf een enorm probleem is. Men heeft jonge goed opgeleide en creatieve mensen nodig om het land vooruit te helpen. Vertwijfeld roepen diverse politici in Oost Europa in hun toespraken dat de nieuwe jongere generatie niet opnieuw de nieuwe generatie van buitenlandse gastarbeiders mag worden. Deze oproepen en diverse beleidsmaatregelen ten spijt, blijft het percentage emigranten onverminderd hoog, met de Republiek Moldavië als absolute kampioen, waar ongeveer 30% van het nationale inkomen in het buitenland verdiend wordt. Zonder mensen die denken en dingen ontwikkelen, is de ontwikkeling van een land bij voorbaat niet mogelijk. Geldterugzendingen worden over het algemeen ook direct geconsumeerd in plaats van geïnvesteerd in een eigen onderneming.

Mentaliteit
En dan tenslotte nog de vraag rond de mentaliteit van de mensen. Een of meerdere generaties van terreur en dictatuur hebben ook qua mentaliteit sporen achtergelaten. Er is een slecht ontwikkeld maatschappelijk middenveld en een nauwelijks ontwikkeld burgerschapsgevoel in de meeste Oost Europese landen. Overheid en samenleving worden gezien als vijandig en de meeste mensen leven in een gevoel van constante competitie ten opzichte van hun buren en dorps of stadsgenoten (Als zij een Euro erbij krijgen heb ik die niet). Alleen de familie en allerlei relaties met vage of minder vage kennissen zijn een houvast in het maatschappelijk leven. Deze situatie wordt door de politieke elite van de meeste Oost Europese landen graag zo in stand gehouden.

De onzekerheid in de samenleving is hun sleutel tot de macht, getuige bijvoorbeeld de herverkiezing van Putin in Rusland. De meeste Russen vinden hem eigenlijk niks, maar je weet in ieder geval wat je krijgt, en dat is ook wat waard. De politieke elites gedragen zich zoals de grootvizieren in het Ottomaanse Rijk, die tot ze in ongenade vielen bij de Sultan en geëxecuteerd werden, probeerden zoveel mogelijk geld zo snel mogelijk bijeen te schrapen, omdat de mogelijkheid om dat te doen heel snel voorbij kon zijn. Ernstiger is het feit dat verschillende jonge politici het corrupte en graaiende voorbeeld van de oudere generatie overnemen, om bijvoorbeeld zo snel mogelijk in een dure Porsche of ander vierwielig monster hun status duidelijk te maken.

Wat betekent dit voor Nederland? Hebben wij een morele plicht om de Oost Europese landen te helpen in hun zoektocht naar rechtvaardigheid en een duurzame samenleving, of gaat het om interne aangelegenheden van deze landen en moeten wij uit West Europa met onze tonnen boter op ons hoofd van kolonialisme en neokolonialisme niet proberen om onze mede Europeanen met een wijzend vingertje tegemoet te treden? En hoe zit het met de vreemdeling in onze poorten, de gastarbeider uit Polen, Hongarije, Roemenië of Bulgarije bijvoorbeeld? Trekken wij ons hun lot voldoende aan, of is er vooral sprake van een wegkijken voor de problemen en een stuk algehele onverschilligheid ten opzichte van hen?

Conferentie
Op de gezamenlijke conferentie van de SGP Stichting Vormingsactiviteiten Oost Europa & de SGP Guido de Brès stichting zal over deze en andere vragen worden nagedacht, met politici en mensen van het maatschappelijk middenveld uit Nederland en Oost Europa, om een visie te ontwikkelen van een verantwoord standpunt op deze vragen. De conferentie zal plaatsvinden op vrijdag 18 November in het Hervormd Kerkelijk Centrum in Nieuwerkerk aan de IJssel. Lees hier meer over deze conferentie.