Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

“The Hague Invasion Act blijft gevaarlijk”

“Dreigementen gericht tegen het Internationaal Strafhof zijn dit keer veel serieuzer”, zegt William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof. “Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk.”

William Pace leidt de Coalitie voor het Internationaal Strafhof, een internationale koepel van meer dan 2500 maatschappelijke organisaties die pleiten voor een rechtvaardig, effectief en onafhankelijk Internationaal Strafhof. Hoewel het Strafhof wordt gesteund door maar liefst 123 lidstaten, inclusief alle landen in de Europese Unie, is het er niet in geslaagd om de Verenigde Staten, Rusland, China, India en Israël aan boord te krijgen. Sterker nog: sinds het Hof in 2002 van start ging, hebben de Verenigde Staten verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat er nooit een Amerikaan voor de rechter kan verschijnen in Den Haag. In 2002 riep het Amerikaanse Congres de Amerikaanse Service-Members’ Protection Act in het leven, die al snel de bijnaam ‘The Hague Invasion Act’, ‘Den Haag Invasiewet’ kreeg. De wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof gevangen worden gehouden. Bovendien bedreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton in september 2018 het Strafhof met sancties en beloofde hij functionarissen van het Strafhof strafrechtelijk te zullen vervolgen – indien de rechtbank een onderzoek zou beginnen naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Amerikaanse militairen en inlichtingendiensten tijdens de oorlog in Afghanistan. Hetzelfde lot zou het Strafhof treffen als het Israël of een andere Amerikaanse bondgenoot in het beklaagdenbankje zou plaatsen.

Meneer Pace, denkt u dat de aanklaagster van het Strafhof, Fatou Bensouda, toestemming zal krijgen van de rechters van het Strafhof om een ​​onderzoek in te stellen naar Amerikaanse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan?

Ik denk dat het erg moeilijk zal zijn voor de rechters om geen toestemming te verlenen voor het Afghaanse onderzoek. Maar dat is slechts een mening op basis van alle misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden die daar sinds 2002 hebben plaatsgevonden. Het zou uiterst vreemd zijn als een onderzoek naar de Taliban en IS niet werd toegestaan. Ik weet echter niet of de rechters het onderdeel van de extraordinary renditions daarin zullen opnemen.

(Met Extraordinary renditions wordt bedoeld: Amerikaanse ontvoeringen van personen in Afghanistan en hun buitengerechtelijke overdracht aan het militaire gevangenenkamp Guantanamo Bay en ‘black sites’, geheime gevangenissen van de CIA, met als doel de Amerikaanse wetten inzake ondervraging, detentie en foltering te omzeilen, EvdB)

Zullen misschien de rechters mevrouw Bensouda niet machtigen om de extraordinary renditions te onderzoeken uit vrees voor de recente dreigementen van John Bolton?

Ik weet niet of de rechters aandacht schenken aan de dreigementen van Bolton. Ik hoop dat ze dat niet doen. Maar ik denk wel dat Bolton alles zal doen waar hij mee weg kan komen. Hij is fanatiek tegen een Internationaal Strafhof en hij was een belangrijke architect van de The Hague Invasion Act.

Wat als mogelijke misdaden van Amerikanen niet worden onderzocht? Hoe zullen de Afrikaanse landen hierop reageren? Sommige hebben het Internationaal Strafhof ervan beschuldigd een instrument te zijn van westers imperialisme, alleen leiders van kleine, zwakke staten te straffen en misdaden van rijkere en machtiger staten te negeren.

Ik denk dat het voor de geloofwaardigheid van de rechtbank absoluut van belang is dat de aanklager en de rechters alle personen vervolgen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden waar het Hof bevoegd is, ongeacht de regio of nationaliteit van de beschuldigden. De VS, Rusland en Israël mogen dan weliswaar nog niet hebben geratificeerd, maar de rechtbank heeft niettemin rechtsbevoegdheid over misdaden begaan door Amerikaanse, Russische en Israëlische staatsburgers indien begaan op het grondgebied van landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Aangezien Afghanistan het Statuut heeft geratificeerd, heeft de rechtbank jurisdictie over alle misdaden begaan op Afghaans grondgebied, of het nu Afghaanse onderdanen of Amerikaanse staatsburgers zijn. Veel van de klachten van tegenstanders van het Strafhof in Afrika negeren dergelijke juridische implicaties van het Statuut van Rome. Nu Palestina geratificeerd heeft, kan de aanklager zowel vermeende Palestijnse misdaden onderzoeken als vermeende Israëlische misdaden. Georgiërs zijn van mening dat Rusland misdaden heeft begaan op hun grondgebied, en aangezien Georgië een verdragsstaat is, heeft het Hof rechtsmacht over vermeende misdaden van Russische staatsburgers op Georgisch grondgebied.

Wat als Fatou Bensouda niet gemachtigd wordt onderzoek te doen naar mogelijke misdaden van Amerikanen? Kan dit leiden tot een uittocht van Afrikaanse landen?

Er is veel meer steun voor het Strafhof in Afrika dan de academici en media ons willen doen geloven. Twee jaar geleden deden Kenia, Soedan en anderen een oproep aan de Afrikaanse landen zich massaal terug te trekken uit het Strafhof. Zestien regeringen in de Afrikaanse Unie hebben zich toen publiekelijk hiertegen uitgesproken. Ook zijn de meeste Afrikaanse regeringen erg afhankelijk van Amerikaanse hulp en handel. Ze zullen daarom de rechtbank niet snel bekritiseren als die besluit geen Amerikaanse leiders of zelfs soldaten te vervolgen. En het is verder interessant te zien dat de kritiek van de Afrikanen op de rechtbank vooral van invloed is geweest op de manier waarop er in het Westen wordt gekeken naar de rechtbank. In Zuid-Amerika en Azië is er nauwelijks iets veranderd in de opvattingen over het Strafhof.

Denkt u dat het Strafhof zich beschermd voelt door de Nederlandse regering en de Europese Commissie? Is het Strafhof tevreden over de manier waarop Den Haag en Brussel reageren op acties en verklaringen zoals die sinds 2002 uit Washington komen?

Zelfs met de huidige conservatieve regering en de huidige premier Rutte die Trump prijst, staat Nederland vierkant achter het Statuut van Rome en het Internationaal Strafhof. De Europese Unie heeft zich ook een fervent supporter getoond.

Steun uitspreken aan het Strafhof is één ding. Hebben bij uw weten Den Haag en Brussel zich ooit publiekelijk uitgesproken tegen verklaringen en acties van de VS gericht tegen het Strafhof?

Ze hebben zich grotendeels op de vlakte gehouden, waarschijnlijk uit berekening, omdat de The Hague Invasion Act werd aangenomen nog zo kort na de aanslagen van 11 september op de Verenigde Staten. De meeste regeringen waren toen niet bereid openlijk kritiek te uiten op de regering-Bush.

Meteen nadat Barack Obama tot president was verkozen, in 2009, heeft onze minister van Buitenlandse zaken Maxime Verhagen in het Amerikaanse Congres gepleit voor intrekking van de The Hague Invasion Act. Zonder succes.

Het Congres heeft een aantal bepalingen van de American Service Members’ Protection Act aangepast toen deze ten koste bleken te gaan van de militaire samenwerking met landen en van de Amerikaanse wapenverkopen, maar de The Hague Invasion-bepaling is toen inderdaad niet geschrapt.

Den Haag en Brussel steunen het Strafhof, maar ze hechten ook sterk aan goede betrekkingen met Washington. Zijn ze bereid om hun relatie met Washington op het spel te zetten voor de bescherming van het Strafhof?

Dat is één van de kwesties waarbij we goed de vinger aan de pols houden. We zien overal in de wereld een buitengewoon gevaarlijke verkwanseling van de principes van het multilateralisme. En het meest zorgelijk is dat sommige regeringen in West-Europa zich daarin mee laten slepen. Als afnemende steun voor multilateralisme zou leiden tot omstandigheden waarin regeringen bereid zouden zijn het Strafhof te offeren aan goede betrekkingen met de Verenigde Staten, dan zou dat een grote nederlaag betekenen voor de internationale rechtsorde.

Moeten Nederland en de EU de The Hague Invasion Act serieus nemen? In 2002 verklaarde de Amerikaanse ambassade in Den Haag dat de Amerikaanse regering zich geen omstandigheden kon voorstellen waarin de Verenigde Staten zouden besluiten om militaire actie te ondernemen tegen Nederland.

Het officiële standpunt van het Amerikaanse Congres, de The Hague Invasion Act, blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht. Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie. En ik denk dat dat precies is wat Bolton graag zou zien gebeuren. Hij zou de internationale gemeenschap er graag van overtuigen: “U hebt een fout gemaakt met de oprichting van het Strafhof en nu moet u de deuren sluiten. Als u dat niet doet, zullen we u net zo lang straffen totdat u dat wel doet.” Tijdens de regering-Bush waren er nog personen in het Witte Huis die Bolton een beetje in toom konden houden, zoals de ministers van Buitenlandse zaken Colin Powell en Condoleeza Rice. Nu heeft hij meneer Trump. Ik denk daarom dat we zijn dreigementen dit keer veel serieuzer moeten nemen.

Posted on

9/11 – De aanslag op het World Trade Center: Deconstructie van een anti-zionistische complottheorie

De politieke wetenschapper Kees van der Pijl kennen we o.a. van Café Weltschmerz waarin hij regelmatig – op zich boeiend – commentaar geeft op de geopolitiek. Recent ontstond er ophef over een tweet – met een verwijzing naar een obscure site – waarin Van der Pijl de nogal boude bewering doet dat Israeli’s met behulp van zionisten in de Amerikaanse regering het World Trade Center (WTC) in New York hebben opgeblazen. De ophef was voor hem echter geen reden voor terughoudendheid. In tegendeel, in de daarop volgende ‘The Richie Allen Show’ laat hij doodleuk weten dat er keihard bewijs is voor zijn beweringen. Van der Pijl beroept zich hierbij op het werk van de onderzoeksjournalist Christopher Bollyn. We lazen diens boek ‘The War on Terror, The Plot to Rule the Middle East‘ (2017) waarin hij een a priori kwaadaardig verondersteld Israël aanwijst als de planmatige dader van de aanval op het WTC.

Yinon-Plan

Als steeds terugkerend thema in zijn boek, begint Bollyn met de feitelijke vaststelling dat Benjamin Netanyahu (de huidige premier van Israël) sinds 1979 – mede via het samen met zijn vader opgerichte Jonathan Netanyahu Institute – consequent de doctrine van de War on Terror heeft gepropageerd. Met steeds als ultiem doel de uitschakeling van Israëls aangrenzende vijanden. ‘Balkanisering’ van de regio (later zo genoemd naar voorbeeld van het uiteenvallen van het vroegere Joegoslavië in de jaren ‘90) was daarbij de te volgen strategie, d.w.z. opdeling van de regio in kleinere etnische en religieuze enclaves die elkaar onderling bestrijden. In 1982 is Netanyahu’s idee als een uitgewerkt operationeel plan in de openbaarheid gebracht onder de naam Yinon-Plan.

In zijn boek plaatst Bollyn dit Plan van meet af aan in een uiterst verdachte hoek. Alsof het staat voor iets onbetamelijks. Maar vanuit het perspectief van Israël dat binnen een vijandige moslim-omgeving moet leven met de voortdurende dreiging om als Joods volk in zee gedreven te worden, zou iedere rechtgeaarde en vaderlandslievende machiavellist zo’n strategisch plan kunnen bedenken. Goed voor het bedreigde Israël maar slecht voor vijandige moslims in de aangrenzende regio. Zo bijzonder is het Yinon-Plan dus niet.

Het complot

Bollyn beschrijft een op het eerste gezicht inderdaad nogal verdachte verzameling van – op zichzelf goed gedocumenteerde (maar niet alle onomstotelijk bewezen) – gebeurtenissen en feiten, die tezamen geframed kunnen worden binnen zijn zionistische complot. Rode lijn van Bollyns (nogal doorzichtige) Zionistische Plot-redenering: Omdat er twijfel bestaat aan de officiële lezing van de aanslag op het WTC (zie hieronder) terwijl die aanslag (inderdaad) Israël vol in de kaart speelde, is Israël DUS de ware dader van deze aanval. En dat zonder ook maar één dode Israëlische soldaat, voegt Alan Sabrosky daar in het voorwoord nogal vilein aan toe. (Alsof Israël geen militaire inzet zou willen leveren om zijn kerndoel – veiligheid – te realiseren!)

Bollyn suggereert dat Israël zich volgens genoemd Yinon-Plan gedurende ruim twee decennia heeft voorbereid op de WTC-aanslag terwijl de mainstream media (volgens Bollyn onder controle van zionisten!) daar bewust over hebben gezwegen. In plaats daarvan hebben die media, en nog steeds onder regie van Israël, de door Bollyn voor onschuldig gehouden (maar door Israëls militaire inlichtingendienst misleidde!) moslim Osama Bin Laden van Al Qaida als zondebok gepresenteerd voor de gewraakte aanslag. Een gefingeerde dader dus, die zich in een Afghaanse rots schuil zou houden. Door dit door Israël georkestreerde plan greep het Westen (aangevoerd door Amerika) deze terreurdaad onmiddellijk aan om Afghanistan, Irak, Libië, Syrië, enz. in hun oorlog tegen het terrorisme te betrekken met precies het resultaat volgens Netanyahu’s oorspronkelijke opzet van 1979 (ofschoon daarin het WTC als provocatief doel niet werd genoemd)!

Cherry picking

Ter onderbouwing van zijn plot gaat Bollyn opvallend selectief te werk. Zo maakt hij melding van een door mediamagnaat Rupert Murdoch geproduceerde, en een half jaar vóór 9/11 vertoonde TV-serie over een op afstand bestuurd, gekaapt passagiersvliegtuig dat het WTC binnen vloog. Bij de opnames werd gebruik gemaakt van een helikopter die de omgeving van het WTC in kaart kon brengen. Bollyn suggereert dan dat deze verfilming wel eens verband zou kunnen houden met de daarop volgende werkelijke WTC-ramp. Maar verder niets over de piloten van de vliegtuigen die het WTC feitelijk binnen vlogen. Ook zwijgt Bollyn over de aanval op het Pentagon. De kans dat de film en de WTC-aanval los van elkaar staan is evenwel groter dan de kans op een causale relatie tussen beide voorvallen, vooral omdat er – ook volgens Bollyn zelf – reeds lang publiekelijk verhalen de ronde deden over een mogelijke terroristische aanslag op een duidelijk zichtbaar Amerikaans machtscentrum in New York. Een kwaadaardige opzet van de verfilming zou in dit klimaat daarom onmiddellijk doorzien zijn. Maar Bollyn kiest onomwonden voor verdachtmakingen jegens Israël!

En natuurlijk ontbreekt niet de theorie dat Al Qaida mede een product is van superieure Israëlische planning, waarmee de Zionisten een ideale vijand van het Westen creëerde. Voorts wijst Bollyn nadrukkelijk op activiteiten van de Mossad (Israëls geheime dienst) die hij alle – zeer speculatief (geen begin van bewijs!) – in de context van de WTC-tragedie plaatst! (Er zullen ten tijde van deze tragedie ongetwijfeld ook Arabische veiligheidsdiensten in New York actief zijn geweest die kennis hadden van het vermaledijde Yinon-Plan, maar daarover zwijgt Bollyn dan weer.)

Het verbaast dan ook niet dat Bollyn de samenwerking tussen Amerikaanse en Israëlische inlichtingendiensten in een kwaad daglicht plaatst. Ten onrechte want de Amerikaanse belangen sporen naadloos met die van Israël waardoor een dergelijke samenwerking voor de hand ligt. Ook beweert Bollyn dat de arrestatie na de aanslagen van 9/11 van Israëliërs die volgens hem (maar nooit bewezen) betrokken zijn geweest bij terroristische praktijken met betrekking tot 9/11 opzettelijk is stil gehouden. Tot slot zorgden ministers met een dubbele nationaliteit (VS en Israël, volgens Bollyn ook al verdacht) er volgens Bollyn voor dat George W. Bush binnen zijn regering ruimschoots de benodigde steun verkreeg voor zijn voorstel om de door Israël beoogde War on Terror te beginnen. Dit met als officieel doel de bronnen van het terrorisme dat de WTC-ramp had veroorzaakt uit te schakelen. Tegelijkertijd kon de VS op het thuisfront al langer gewenste maar onpopulaire veiligheidsmaatregelen door het Congres jagen, zoals de al klaarliggende (!) Patriot Act (elektronische surveillance).

Het is een onloochenbaar gegeven dat Bush’s oorlogsverklaring aan het terrorisme een voor Israël gunstige beslissing was omdat het perfect strookte met het Yinon-Plan. Maar zo bijzonder is dat niet, want dat zou ook het geval zijn voor elk ander land in zo’n penibele geopolitieke situatie als Israël. Maar volgens Bollyn was het ganse scenario – inclusief de aanval op het WTC – met kwade opzet door Israël bedacht, gedurende twee decennia voorbereid en tenslotte onder Israëls regie uitgevoerd!

Gesmolten ijzer

Als één van de hoofdoorzaken van de twijfel aan de officiële lezing van 9/11 noemt Bollyn de (volgens hem) haastige afvoer van het gesmolten ijzer afkomstig van de vernietigde WTC-torens. Daardoor werd forensisch onderzoek naar de precieze herkomst van dit ijzer onmogelijk. Hij koppelt de verdachtmaking van genoemde ijzer-afvoer aan de explosieve instorting van één van de WTC-torens. Zeven minuten voorafgaande aan die instorting zou er volgens Bollyn – hij baseert zich o.a. op getuigenissen van brandweerlieden – namelijk sprake zijn geweest van een onverklaarbaar hete soort lavastroom van gesmolten ijzer vanaf de 81-ste verdieping van de Zuid-Toren. Ook voert Bollyn in dit verband een select groepje Mossad -veteranen op die er aldoor op uit waren om een beveiligingscontract voor het WTC te krijgen. Eén daarvan heeft volgens Bollyn sinds 1993 zo’n contract ook daadwerkelijk bemachtigd, waardoor de Mossad ten tijde van de ramp effectief verantwoordelijk was voor de beveiliging. Verder suggereert Bollyn een causaal verband  tussen dit gegeven en door de autoriteiten verzwegen, maar intussen wel goed gedocumenteerde explosies bij het WTC, en stelt dat sprake is van een  terreurdaad die o.a. de karakteristieke fijn structuur van de gesmolten ijzerstof na de ramp verklaart (NB. Er is nooit aangetoond dat de verzwegen explosies het gevolg waren van een terreurdaad).

Maar waarom zou de Mossad – zoals Bollyn suggereert – een dergelijke gloeiendhete ijzer-stroom faciliteren, als er toch al twee Boeings het WTC binnenvlogen? En waarom die ijzerstroom in de ene toren, en niet in de andere? De ‘waarneming’ van gesmolten ijzer voorafgaande aan de instorting van een WTC- toren vertoont dan ook alle kenmerken van inbeelding (zoals de ‘mannen in witte pakken’ die bij de Bijlmerramp zouden zijn waargenomen).

Conclusies

Twijfel aan de lezing van de autoriteiten over de toedracht van de aanslag op het WTC heeft onlangs geleid tot het instellen van een ‘Grand Jury’. Dit toont ook al aan dat de precieze loop van de gebeurtenissen strikt genomen onbekend is. Bollyn neemt de – mede door hem opgeworpen – twijfel niet weg maar presenteert alles bijeen een suggestieve en onsamenhangende verzameling van feiten en gebeurtenissen met als enige constante dat zij allen zonder uitzondering naar Israël wijzen als de planmatige dader van de aanval op het WTC. Omdat Bollyns onderzoek duidelijk blijk geeft van vooringenomenheid jegens zionisten en Israël (de Joodse zionisten zijn volgens Bollyn de oorzaak van al het terrorisme, waarvan de islamitische Palestijnen het slachtoffer zijn) is zijn boek beslist géén betrouwbare informatiebron.

Ter illustratie van ons eindoordeel geldt dat Bollyn in zijn boek een apart hoofdstuk heeft opgenomen waarin hij de volgens hem ten onrechte getroffen moslimgemeenschap in het Midden-Oosten aan het woord laat, terwijl de door hem belasterde Joden geen weerwoord krijgen. Het typeert de werkwijze van een antisemiet. Met zijn onvoorwaardelijke beroep op Bollyn laadt van der Pijl de verdenking op zich tot dezelfde categorie te behoren als Bollyn zelf.

Posted on

De misplaatste lof voor John McCain

Na het recente overlijden van de Amerikaanse politicus John McCain valt het op dat er uit allerlei kwartieren plotseling lof voor hem is. Met overdreven geslijm wordt opeens gedaan alsof er enkel bewondering kon bestaan voor deze man. Zelfs de mensen die onder zijn dikwijls best lompe en achterbakse aanvallen hebben moeten lijden, worden meegezogen in deze opwelling van typisch Amerikaanse heldenverering. “Over de doden niets dan goeds,” heet het dan. Maar als de doden eigenlijk schoften waren, is het dan niet gepaster om dat eerlijk te zeggen?

McCain heeft het zelfs in zijn postuum verschenen afscheidsbrief niet nagelaten om als ware nestbevuiler zijn partijgenoot en president nog even af te vallen. Het gif zit in de angel, natuurlijk, maar bij McCain zat het gif overal. Onder het mom van zijn status als “maverick” heeft McCain zich dikwijls als een ongeleid projectiel gedragen. Wanneer het hem dan even uitkwam, viel hij zijn eigen partij doodleuk af en ging hij zijn eigen weggetje. Het is dan ook geen toeval dat de meest uitbundige loftuitingen kwamen van Democratische kopstukken en van bekende globalisten als George Soros. Het wordt al snel duidelijk waar McCain eigenlijk “stond”, en wie zijn ware vrienden en bondgenoten waren.

Toch wordt hij nu, na zijn dood, opeens op het schild gehesen door de Republikeinen. Bij Fox News is commentator Liz Peet zelfs zo ver gegaan de president op te roepen om een “groots gebaar” te maken en McCain postuum de Medal of Honor toe te kennen— de hoogste militaire onderscheiding van de Verenigde Staten. Is dat verdiend? McCain is als militair krijgsgevangene geweest, en is gefolterd. Hij is daarvoor echter destijds onderscheiden, en het bevoegde gezag vond geen reden om hem voor te dragen voor de Medal of Honor. Sedertdien heeft McCain niet bepaald dingen gedaan die hem opeens wel in aanmerking zouden doen komen. Hij is door de rangen gerezen—niet in het minst omdat zowel zijn vader als grootvader al admiraal waren, trouwens—maar heeft zich niet bijzonder verdienstelijk gemaakt.

Of we zouden natuurlijk zijn vele bewezen diensten voor het militair-industrieel complex moeten meetellen. McCain is als politicus bekend geworden als pleitbezorger van de agressieve en militaristische politiek die kenmerkend is voor het neoconservatisme. Samen met medestanders als Lindsey Graham (ook een Republikein die graag mag samenwerken met Democraten en zijn eigen “vrienden” graag een dolk in de rug steekt) heeft McCain steeds gepleit voor militaire interventies. Daarachter stak geen visie, maar een duidelijk belang: gelijk Rove, Cheney en Rumsfeld was McCain voor het interveniëren om maar te interveniëren. War is good for business, en zeker als de lobbyisten van het militair-industrieel complex weten dat ze bij jou moeten zijn.

Oprechte conservatieven zijn nooit voorstander geweest van dergelijke politiek. Het omverwerpen van figuren als Saddam Hoessein, Moeammar Khaddaffi, Hosni Moebarak en (zoals McCain beoogde) Bashar al-Assad heeft de geostrategische belangen van de VS nooit gediend. Geen van die huis-tuin-en-keuken-despoten was een echte bedreiging voor Amerika. In het vacuüm dat ontstaat nadat zo’n sterke leider omver wordt geworpen springen echter de radicalen, de jihadisten, de gekken zonder vrees of verstand.

Zonder meer onaardige doch doorgaans vrij kalme despoten werden aldus vervangen door de hondsdolle terroristen van, zeg, de Islamitische Staat of de Moslimbroederschap. Hele regio’s werden gedestabiliseerd, met menselijk lijden op grote schaal tot gevolg. Relevant detail voor Europeanen: dergelijk neoconservatief beleid heeft ook voor een groot deel de vluchtelingengolf veroorzaakt waar wij nu mee te kampen hebben. Dankjewel, John McCain!

Naast het leed voor de gebieden die door de achteloze neoconservatieven in het vuur werden gesmeten, is er natuurlijk ook nog het strategisch perspectief. McCain beweerde consequent dat iedere agressie-oorlog het belang van Amerika zou dienen. Het tegendeel is waar. De grote winnaar van de chaos in het Nabije Oosten is… Rusland. Met de VS als boeman is het gemakkelijk voor Poetin om invloed te winnen bij alle partijen die daar een rol van belang willen spelen. Dankzij de oliedomme (pun intended) neoconservatieven heeft Rusland nu meer invloed in de regio—en in de oostelijke Middelandse Zee—dan de USSR ooit mocht hopen te bereiken. Hetgeen de strategische belangen van de VS juist heeft geschaad, natuurlijk. maar daar maalde McCain duidelijk niet om.

Is het denkbaar dat McCain hetgeen was waar zijn huichelende medestanders Donald Trump van beschuldigen: een spion voor Rusland? Gebaseerd op de feiten (de beleidswensen van McCain hebben Rusland eindeloos meer geholpen dan het beleid van Trump) is dit een gedachte die men voor de grap eens mag overwegen. Het is minder belachelijk dan het “Trump-Russia collusion”-onzinverhaal.

Realistisch gezien kan men het beter cynisch overwegen: McCain vond het niet erg dat Rusland een grotere dreiging werd, want McCain wilde niets liever dan een oorlog met Rusland aanwakkeren. Hij was tenslotte voorstander van iedere denkbare oorlog, hoe schadelijk en zinloos en immoreel ook, en liefst een grootschalige oorlog— simpelweg omdat hij het goedbetaalde schandknaapje was van het militair-industrieel complex. (Dat een oorlog met Rusland heel Europa in as zou leggen vond McCain schijnbaar niet erg.)

Het mag op dit moment wel duidelijk zijn dat John McCain de lof die hem wordt toegezongen nooit heeft verdiend. Hij was een oorlogshitser die iedere morele overweging al heel lang geleden naast zich neer had gelegd. De superlatieve bejubeling is absoluut misplaatst, en krijgt zelfs kluchtige trekken. Ik zag McCain zelfs beschreven worden als “de Cato de Oudere van onze tijd”. Mijn hemel, wat een belediging voor de oude Cato, die consistent vasthield aan traditie en eer. (McCain heeft, zoals reeds beschreven, immer gekozen voor de belangen van de ‘deep state’, waar Cato de Oudere juist erom bekend stond dat hij nooit voor een karretje te spannen was.)

De vergelijking is dan dat Cato zo stelselmatig opriep tot de vernietiging van Carthago, hetgeen sommigen doet denken aan de oorlogshitserij van McCain. Het feit dat Noord-Afrika uiteindelijk de graanschuur van het Romeinse Rijk werd, roept dan weer vergelijkingen op met het belang van olie (hetgeen vaak schuilt achter de neoconservatieve oproepen tot agressie-oorlogen in de grote zandbakken van deze wereld).

Het zijn echter totaal manke vergelijkingen. De graantoevoer vanuit Africa Proconsularis werd immers pas relevant nadat het al geruime tijd een Romeinse provincie was. De reden om Carthago te verwoesten had niets te maken met het veiligstellen van dergelijke import. Het conflict tussen Rome en Cathago was geen “resource war” maar een existentiële machtsstrijd, zoals die ook bestond tussen de VS en de USSR tijdens de Koude Oorlog. Cato de oudere stond dan ook meer gelijk aan de echte ‘communistenvreters’ in de VS, die geloofden dat vrede nooit mogelijk was totdat de USSR zou vallen.

De beste ‘analoog’ voor Cato in de moderne periode is in mijn optiek Barry Goldwater. Een compromisloze reactionair met een sterke deugdethiek, die geloofde in de noodzaak van het breken van de USSR. Net als Cato werd hij weggehoond, maar zag zijn gelijk uiteindelijk bewezen. (De verkiezing van Reagan werd fameus beschreven als “it took twenty years to count the votes, and Goldwater won”.) Goldwater stond tevens bekend om zijn bloedhekel aan neoconservatieven als McCain, die hij beschreef als “the unprincipled stooges of the big conglomerates”.

Ook belangrijk: Cato de Oudere was destijds, net als Goldwater tijdens de Koude Oorlog, tegen allerlei andere oorlogen. Hij hoopte dat de vernietiging van Carthago definitief de positie van Rome zou veiligstellen, waardoor langdurige vrede mogelijk zou worden. Goldwater hoopte op precies datzelfde met betrekking tot de USSR, omdat hij wist dat de USSR bijna alle vijanden van de VS financierde. (Net zoals Carthago rebellen en huurlingen tegen Rome financierde.)

Beide mannen hadden trouwens ongelijk, en hun hoop was misplaatst. Waarom? In de VS omdat neoconservatieven als John McCain de overhand namen en talloze zinloze oorlogen begonnen. Leuk voor het militair-industrieel complex, immers. In het oude Rome maakte de vernietiging van Carthago ook geen einde aan de expansie-oorlogen, omdat opportunistische en ambitieuze Romeinen dat soort oorlogen zagen als een manier om zelf glorie te verwerven en dus hun eigen belang te dienen.

Die Romeinen waren al moreel dubieus, omdat ze hun eigen belang vóór het belang van Rome plaatsten (terwijl ze wel talloze legers verspilden aan zinloze campagnes). Ze zijn echter nog zeer deugdelijke mannen, wanneer je ze vergelijkt met een onverbeterlijke smeerlap als John McCain. Die plaatste immers niet alleen zijn eigen belang boven het landsbelang: hij handelde actief in strijd met het landsbelang.

Indien wij John McCain willen vergelijken met een Romein, dan is het nog het meest gepast om hem te vergelijken met Varus: de generaal die zijn legioenen verkwistte aan een zinloze campagne in Germania. U weet wel, de slag bij het Teutoburgerwoud. Het word gezegd dat Keizer Augustus er jaren later nog nachtmerries van had, en schreeuwend wakker werd: “Varus, ik wil mijn legioenen terug!”

Maar van Varus kan tenminste nog gezegd worden dat hij een Romein was. Na zijn abjecte falen trok hij de consequentie en stortte hij zichzelf op zijn eigen zwaard. Zo’n verlies van eer kan je niet herstellen. De mannelijke dood is dan de enige uitweg die nog rest. Beter dan een eerloos leven in schande. Een leven zoals dat van John McCain, dus. Om die reden is het misplaatst om laatstgenoemde te vergelijken met welke Romein dan ook. Zelfs de meest laaggeplaatste plebeïsche straatventer zou—terecht—op hem spugen. Wij zouden daar een voorbeeld aan mogen nemen. Liever dan zijn graf met onverdiende lof te overstelpen, zouden wij overdrachtelijk op de herinnering aan John McCain moeten spugen, en zijn naam uit ons geheugen moeten schrappen. Hij verdient niets minder dan de damnatio memoriae.

Posted on

“Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.”

“Kakistocracy, een 374 jaar oud woord, is zojuist opgenomen in het woordenboek.” Aldus kopte The New York Times op 13 april 2018. Wat bleek? Voormalig CIA-directeur John O. Brennan had een tweet de wereld ingestuurd waarin hij president Donald Trump toebeet: “Jouw kakistocratie staat op instorten na de bedroevende weg die deze heeft afgelegd.”

Omdat vrijwel niemand begreep wat Brennan bedoelde met ‘kakistocracy’, gingen zijn Twitter-volgers massaal op zoek naar de betekenis van het woord. Bij online-woordenboek Merriam-Webster vingen ze aanvankelijk bot, maar de redactie liet er geen gras over groeien en voorzag de zoekers alsnog van een uitleg. ‘Kakistos’ is oud-Grieks voor ‘slechtsten’ en kratos’ betekent ‘macht’. Een kakistocratie betekent dus dat de slechtsten aan de macht zijn. Het tegenovergestelde van een aristocratie, waarin de besten (aristos) het voor het zeggen hebben.

Volgens Tjeerd Andringa, universitair hoofddocent cognitiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn westerse democratieën niet vrij van kakistocratische elementen. Dit zou onder meer blijken uit de banden die inlichtingendiensten onderhouden met terroristische groeperingen en pedofielennetwerken. Om een bestuursvorm te krijgen van en voor het volk is niet minder dan een psychologische revolutie nodig. Mensen moeten leren inzien dat ze zoveel beter af zouden zijn als ze hun lot in eigen hand namen en zich niet langer afhankelijk stelden van incapabele,  machtswellustige, of zelfs kwaadaardige autoriteiten. Self-empowerment, burgers die zichzelf in hun kracht zetten, is de sleutel tot een betere wereld.

Andringa heeft een eigen website, Geopolitics and Cognition, die weliswaar al sinds een paar jaar niet meer actief beheerd wordt, maar een interessant inkijkje biedt in Andringa’s politiek-psychologische inzichten. De website was een hobbyproject, en staat los van Andringa’s werkzaamheden aan de universiteit, waar hij studenten helpt op academisch niveau te leren denken en begrijpen.

Deelt u de mening van voormalig CIA-directeur Brennan? Is de regering Trump een kakistocratie? 

[pullquote]Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers.[/pullquote]

Er zitten ongetwijfeld kakistocratische elementen in de Amerikaanse regering, maar dat was onder de voorgangers van Trump niet anders. Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers. Dat zag je duidelijk bij Obama. Die werd wel genoemd teleprompter in chief, omdat hij weinig meer leek te doen dan het oplezen van teksten van een schermpje. Alles van enig belang komt niet bij zo’n president vandaan. Het begint er al mee dat je geen kans maakt op het presidentschap zonder brede financiële en andere steun van de Deep State, de permanente machtsbasis in de VS waaraan de Council of Foreign Relations een groot deel van de bemensing levert.

Niks nieuws onder de zon dus met Trump?

Trump was een ongeleid projectiel. Het was niet de bedoeling dat hij president zou worden. Het is hem toch gelukt, omdat hij met z’n vele geld in staat was zelf zijn campagne te betalen, en ook door zijn botte charme, die hij voor een groot deel van de Amerikanen heeft. Dat was bedreigend voor het bestel. Ze hebben Trump nu onder controle gekregen, door mensen om hem heen te zetten die hem voeden met ideeën, waardoor hij geen dingen doet die teveel in strijd zijn met wat het bestel eigenlijk wil. John Bolton zie ik als een typische vertegenwoordiger hiervan. Hij is in april van dit jaar naar voren geschoven als veiligheidsadviseur van Trump. Hij is nauw verbonden met het neocon-netwerk, dat destijds de oorlog tegen Irak in gang heeft gezet door volstrekt ongegronde beschuldigingen te verzinnen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het land. Een oorlog op leugens baseren is typisch kakistocratie. En ook dat een samenleving zoiets accepteert is typerend voor een kakistocratie.

Psychopaten zijn volgens u oververtegenwoordigd in hogere kringen? Zij vormen de kern van elke kakistocratie?

Als een systeem kandidaten voor een toppositie selecteert op basis van het vermogen om koste wat kost resultaten te krijgen, dan kun je verwachten dat er veel intelligente en gewetenloze personen tussen zitten die precies weten wat ze moeten doen om een respectabel aanzien te verwerven. Zo’n systeem selecteert op intelligentie en psychopathie. Want psychopaten hebben een amper ontwikkeld geweten. Probleem daarbij is dat weinig psychopaten capabel genoeg zijn voor hoge posities. Het kost dus moeite om ze te vinden en op te leiden.

In een interview heeft u de term kakistocratie genoemd in verband met pedofielennetwerken. Volgens u oefenen inlichtingendiensten macht uit door mensen op hoge posities te plaatsen die chantabel zijn.

Om mensen op machtsposities onder controle te houden is het belangrijk dat ze chantabel zijn. Anders hebben ze te veel vrijheid en doen ze wellicht wat ze zelf belangrijk en moreel vinden. Dat is nu precies wat moet worden voorkomen. Het is daarom een  standaard werkwijze van inlichtingendiensten en andere netwerken om mensen te selecteren op chantabiliteit.

Het is een beproefde tactiek van inlichtingendiensten om personen in compromitterende situaties te brengen, de zogeheten honey trap. Maar u stelt dat hiervoor zelfs kinderen worden ingezet?

Dat hangt ervan af wat je wilt. Als je de meest gewetenloze mensen zoekt, die in staat zijn de meest kwetsbare individuen probleemloos te misbruiken, dan vormen seksfeesten met kinderen een prima selectiemechanisme. Personen die deelnemen aan dit soort evenementen, zijn zich er van bewust dat ze op deze manier chantabel worden gemaakt. Maar het maakt ze niet uit, omdat ze hiermee tegelijkertijd toegang krijgen tot machtsposities waar ze anders nooit in terecht zouden kunnen komen. Het is dan een soort initiatieritueel.

Het zal voor iedereen inmiddels bekend zijn dat er talloze bewezen gevallen zijn van pedofielen in hogere kringen. Maar waaruit blijk dat deze personen hebben deelgenomen aan seksfeesten georganiseerd met de bedoeling ze te rekruteren?

Daar hebben we alleen maar veel anekdotisch bewijs voor. Er zijn heel wat getuigenissen van kinderen die claimen misbruikt te zijn op feesten en ook gevallen waarbij overheden op allerlei manieren hebben geprobeerd politieonderzoek te ondermijnen. Zie onder meer de Dutroux-affaire in België, het Franklin-schandaal in de VS en een groot aantal schandalen in het Verenigd Koninkrijk rond onder anderen media-persoonlijkheid Jimmy Savile en voormalig premier Edward Heath. Juridisch bewezen zijn deze affaires niet omdat ze altijd ergens stranden. Maar waarschijnlijk lijkt het wel. Overheden lijken beter te zijn in het in de doofpot stoppen van de eigen kwalijke praktijken dan in het aanpakken ervan.

U stelt ook dat inlichtingendiensten aanslagen faciliteren die worden toegeschreven aan extremistische moslims?

Vast niet alleen inlichtingendiensten maar ook andere netwerken. Zeker is dat geheime organisaties aanslagen hebben gepleegd op de eigen bevolking. Operatie Gladio is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat was een geheim netwerk in Europa van rechtsextremistische groepen, dat gesteund werd door de CIA en de NAVO, en dat in Italië aanslagen heeft gepleegd op de burgerbevolking. Er is een groot aantal boeken over en ook een prima BBC-documentaire, getiteld Operation Gladio.

Wat is de logica achter aanslagen op de eigen bevolking?

Van de Gladio-aanslagen in Italië weten we dat het de bedoeling was het angstniveau van de bevolking te vergroten en te voorkomen dat de communisten te machtig werden. Want wat doen mensen als ze bang worden voor aanslagen? Dan richten ze zich voor hun bescherming tot de overheid. Die moet maatregelen nemen om verdere aanslagen te voorkomen.

Maar u stelt dus dat, voor het plegen van aanslagen in eigen land, rechts-extremistische groepen zijn verruild voor extremistische moslims?

[pullquote]Aanslagen leiden altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.[/pullquote]

Daar lijkt het wel op. Er is een belangrijk principe in politieonderzoek: cui bono, wie heeft er voordeel van? Ik zie geen enkel politiek of militair nut voor moslims en zelfs niet voor moslimextremisten. Die aanslagen leiden wel altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.

Bij moslims telt niet alleen het politieke en militaire nut van hun daden. Het religieuze nut staat voorop.

Religieus nut is een wat rare term: een religie is vooral een moreel construct dat je helpt om de wereld te begrijpen en moreel gedrag te kiezen. Religieus besef kan heel rijk en includerend zijn, maar ook heel beperkt en excluderend. Fundamentalistische gelovigen, of ze nu christen, moslim, hindoe, of anders zijn, worden gekenmerkt door een beperkt begrip van de wereld: ze kunnen heel intelligent zijn, maar ze hebben grote moeite met diversiteit aan opinies. Ze nemen hun religieuze teksten letterlijk en iedereen die hun interpretatie niet deelt is een ketter en daarmee niet beschermenswaardig.

De Saoedische machthebbers hebben sinds het begin van de zeventiger jaren overal in Afrika en Centraal-Azië geïnvesteerd in wahabistische moslimscholen die zich vooral richten op het uit het hoofd leren en reciteren van de Koran. Niet de beste voorbereiding op een rol in moderne samenlevingen. Maar het is wel een prima kweekvijver voor moslimhuurlingen die je overal kunt inzetten, omdat de meeste mensen, moslim of niet, hun beperkte wereldbeeld niet graag willen delen. De wahabistische huurling beschermt niemand die zich niet heeft bekeerd tot hun religieuze interpretatie van de islam. Dat bekeren vinden ze moreel, het terugbrengen van diversiteit in religieuze interpretatie ook, desnoods met geweld. Precies zoals bij ons destijds de inquisitie.

Die wahabistische huurlingen zijn overal ingezet: Afghanistan, Tsjetsjenië, Bosnië, Somalië, Soedan, Indonesië, Pakistan, Irak, Libië, en nu al vijf jaar in Syrië. Dus ja, het religieuze nut staat zeker voorop, maar niet voor de religieuze fundamentalisten, en wel voor de mensen die hen inhuren voor geopolitieke doelen.

Het is geen geheim dat de VS en bondgenoten al sinds begin jaren tachtig moslim-extremisten inzetten als huurlingen in andere landen. Maar dat is niet hetzelfde als het faciliteren van aanslagen in eigen land. Ziet u bijvoorbeeld de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs als een false flag?

Ik kan me niet herinneren dat ik in het geval van Charlie Hebdo ooit solide forensisch bewijs heb gezien, dus ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Maar neem nu bijvoorbeeld dat paspoort dat onder een stoel van de vluchtwagen werd gevonden, pas 24 uur na de aanslag. Het Charlie Hebdo-verhaal bevat te veel elementen die mensen dingen laten concluderen die ze graag willen concluderen. In dit geval dat Al Qaida het had gedaan. De aanslag leidde weer tot meer macht voor de staat en de inlichtingendiensten. Dus het past in het patroon. Trouwens vlak voor de laatste verkiezingen in Groot-Brittannië waren er ook weer wat aanslagen. Zonder het psychologische effect van die aanslagen had premier Theresa May er mogelijk niet meer gezeten.

Ziet u 9/11 als een false flag?

Wat ik in ieder geval niet geloof is het officiële verhaal. Neem alleen al Gebouw 7, dat op 110 meter afstand stond van de Twin Towers. Het is niet geraakt door een vliegtuig, en toch is het in elkaar gestort. Je kunt dat moeilijk aan Al Qaida toeschrijven. Het is ongeloofwaardig dat Gebouw 7 precies door de staalconstructies viel die het overeind moesten houden. Het is net alsof het staal tijdelijk even in boter veranderde en daarna weer terug veranderde in staal. En twintig minuten voordat Gebouw 7 in elkaar stortte, vertelde een correspondente van de BBC het al op tv, met nota bene het toen nog fier overeind staande gebouw duidelijk zichtbaar op de achtergrond. Ik heb consistentie nodig om iets voor waar aan te nemen. En ook verifieerbare feiten om een theorie op te bouwen. Het officiële verhaal mist beide.

We hebben gezien waar 9/11 toe heeft geleid. De Amerikanen, en de Britten ook trouwens, hebben een groot deel van hun privacy en overige burgerrechten opgegeven, en ze lieten zich meesleuren in de oorlogen tegen Afghanistan en Irak. Het interessante is dat de plannen daarvoor al gemaakt waren ruim voor 9/11. Zo lag de Patriot Act, een antiterreurwet van zo’n 1000 pagina’s, al klaar om goedgekeurd te worden door het Congres. En een week na 9/11 hadden de VS al plannen klaarliggen om de regeringen van zeven landen in vijf jaar tijd aan te vallen en te vernietigen. Met Syrië zijn ze nog bezig en Iran staat nog op het wensenlijstje.

Kortom, aanslagen houden de kakistocratie in stand, tenzij we ophouden er bang voor te zijn?

Benjamin Franklin, de achttiende-eeuwse Amerikaanse politicus en wetenschapper, zei ooit: “Zij die bereid zijn essentiële vrijheden in te leveren, om een beetje tijdelijke veiligheid te verwerven, verdienen noch vrijheid noch veiligheid.” Ik denk dat hij daar helemaal gelijk in heeft. En trouwens, als je kijkt naar het lijstje van doodsoorzaken dan staat terrorisme ergens onderaan. Als je dan toch bang wilt zijn, wordt dan bang voor hart- en vaatziekten, kanker, verkeersongelukken en gladde badkamervloeren. Angst voor terrorisme is echt irrationeel.

Als kenmerk van een kakistocratie ziet u ook machthebbers die binnenlandse belangen offeren aan buitenlandse belangen?

John Perkins beschrijft in zijn boek Confessions of an Economic Hitman uit eigen ervaring hoe het Westerse financiële systeem invloedrijke personen in andere landen benadert, meestal mensen die daar geaccepteerd worden als leiders, om grote investeringen in die landen voor elkaar te krijgen. Vaak zijn die mensen bereid daarin mee te gaan, ondanks dat dit ten koste gaat van hun eigen land. Ze dienen dan de belangen van het Westen, omdat ze er zelf beter van worden.

Een Britse minister zei begin twintigste eeuw: ‘Wij controleren Egypte helemaal niet, wij controleren alleen maar hun leiders.’ Je controleert ze door ze bijvoorbeeld een opleiding in Cambridge te geven, zodat ze in een sociaal netwerk terecht komen waarbinnen de norm de Britse norm is. Terug in eigen land lijkt het dan alsof zo iemand zijn eigen land vertegenwoordigt, terwijl hij in feite bezig is Britse geopolitiek uit te voeren.

Je hoeft dus niet corrupt of chantabel te zijn om je eigen land te verraden?

Dat is inderdaad niet nodig. Internationaal denkende mensen lijken meer op elkaar dan op de mensen in hun eigen land. Hun norm is: internationaal, globaal, vaak progressief, denken. Erg aardige mensen allemaal. Maar ze zullen vooral keuzes maken binnen dat internationale systeem. Ook als ze leiders in hun eigen land worden. Als ze nationalistische keuzes gaan maken, dan raken ze de steun van de internationale gemeenschap kwijt. Dan komen de National Endowment for Democracy en andere non-gouvernementele organisaties naar hun land om de oppositie te steunen en onrust te stoken en ontstaan er problemen voor dat soort leiders. Totdat ze weer de dingen doen die ze geacht worden te doen, zoals IMF-hervormingen doorvoeren en World Trade Organisation-beleid uitvoeren.

U lijkt globalisering te zien als een negatieve ontwikkeling.

Een centraal geleide, uniforme wereld gaat ten koste van de individuele autonomie en houdt geen rekening met verschillen en mogelijkheden op lokaal niveau. Het leidt tot een verstikkende wereldbureaucratie die meer connecties heeft met de top van het internationale bedrijfsleven dan met de wereldbevolking.

Ik zou zeggen dat elk land, elke regio, zelfvoorzienend moet zijn en in 75 procent van de eigen basisbehoeften moet kunnen voorzien. Zo’n land kan daarnaast nog prima internationaal samenwerken. Maar het gebeurt dan vanuit lokale kracht, niet vanuit lokale zwakte.

Op Geopolitics and Cognition schrijft u dat veel mensen de ‘oncomfortabele waarheden’ op uw website als schokkend zullen ervaren.

Voor velen is het nieuw wat ik beschrijf. Dat is omdat ze via de mainstream media niet of nauwelijks met dit soort ideeën in contact komen. Veel mensen willen het ook niet weten. Vooral mensen die een beperkt begrip hebben van de wereld, zich netjes aan de regels houden en sterk leunen op autoriteiten. Die bewijs je geen dienst als je ze vertelt dat de autoriteiten wellicht totaal onbetrouwbaar zijn en mogelijk horen tot de slechtsten in de wereld. Je haalt dan de grond onder hun voeten weg.

Tegelijk vindt u het van groot belang dat mensen de spelletjes doorzien die er gespeeld worden op het wereldtoneel.

Ik vraag de lezers van de website: Waarvoor zet jij je in? Voor jezelf en voor alles waar je van houdt en waarmee je je verbonden voelt? Of voor een anonieme groep die jou in de val heeft gelokt met het spelen van een spel dat je niet volledig kunt overzien of begrijpt? Wellicht is onze huidige wereld een soort casino, dat zo is opgezet dat je gegarandeerd verliest. De Cyprioten zijn het grootste deel van hun spaargeld kwijtgeraakt en de Polen de helft van hun pensioenen. Dus waar hebben ze al die tijd voor gewerkt en gespaard? In elk geval minder in hun eigen voordeel dan ze altijd hadden gedacht. Dat kan in Nederland ook gebeuren.

[pullquote]De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden.[/pullquote]

Ik zeg dan: De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden. Als je besluit je leven door te brengen in een bubble van zalige onwetendheid, inschikkelijkheid en goedgelovigheid, dan is de kans groot dat daar misbruik van zal worden gemaakt en dat je wordt uitgebuit door dezelfde krachten die je onwetend en goedgelovig houden en inschikkelijk maken.

Door de machtsspelletjes aan de top te doorzien, stoot je minder snel je hoofd?

Ja, en je bent dan ook beter in staat bij te dragen aan een betere wereld. De Amerikaanse dichter Carl Sandburg zei ooit: “Eens beginnen ze een oorlog waar niemand komt opdagen.” En dat is een van de verborgen waarheden van de wereld waarin we leven: als wij ons niet langer lenen voor spelletjes die we bij voorbaat verliezen, zullen er geen oorlogen meer zijn, geen georganiseerde onderdrukking, geen dictatuur. Mensen moeten leren het verschil te zien tussen machtswellustige psychopaten en wijze leiders. Nog beter is het als ze geen leiders meer nodig hebben omdat ze zelf wijs genoeg geworden zijn.

U bent optimistisch gestemd over de invloed van het individu op de wereldpolitiek?

Ontwikkelingen op micro- en macroniveau zijn nauwer met elkaar verbonden dan mensen geneigd zijn te denken. Geopolitiek wordt weliswaar beïnvloed door wat er aan de conferentietafels van Bilderberg, Davos of elders wordt besproken, maar wordt uiteindelijk niet daar bepaald. Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel. Zie de Sovjet-Unie. Die is in elkaar geklapt omdat niemand er meer in geloofde. De mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben om de wereld te begrijpen zijn groter dan ooit. Dankzij internet is er een enorme hoeveelheid kwalitatief goede informatie voorhanden. Die is tussen alle rotzooi niet altijd even makkelijk te vinden. Maar de informatie is er, en is toegankelijker dan ooit. Als we ons door zelfstudie onafhankelijk maken van autoriteiten buiten onszelf, wacht de mensheid een zonnige toekomst met eindeloze mogelijkheden.

Een socialist zou nu zeggen: Als individu bereik je niks. Je moet je verenigen.

Dat lijkt me een slecht idee. Je mag je wel verenigen, maar je moet je nooit afhankelijk maken van een groot systeem. Want dan word je weer iemand die blind in een ideologie gelooft en conformistisch is, in plaats van kritisch-creatief.

U verkiest de weg van het anarchisme?

Nou ja, kijk. De biosfeer, de natuur, het leven zijn opgebouwd zonder centraal leiderschap. Dus laat overheden eerst maar bewijzen dat ze ook op lange termijn toegevoegde waarde bieden. Tot die tijd gebruik ik de behoefte aan een overheid als een maat voor een niet-ontwikkeld intellectueel vermogen.

Sommige diersoorten kennen alfa-mannetjes en vrouwtjes die het zaakje leiden.

Dat is zo. Maar daar heb je het over een ander soort leiderschap dan je doorgaans ziet in de mensenwereld. Een leidende rol in de dierenwereld krijg je alleen als je heel goed bent in het uitvoeren van een belangrijke taak. En niet door te netwerken of verkiezingen te houden.

U houdt zich bezig met stadslandbouw. Heeft dat een plaats in uw denken over geopolitiek?

Wij laten met de Stadsakker zien dat de boerderij van een eeuw geleden in essentie nog prima functioneert. Onze landbouw was vroeger volledig duurzaam. We nemen daar met de Stadsakker een voorbeeld aan en dat is ons al bijna gelukt.

De industriële landbouw bestaat nog maar 70 jaar. Die bestaat bij de gratie van groei, schuld en kosten die elders worden neergelegd. Dat systeem is gedoemd in elkaar te storten. Tegenwoordig moet je in de Noordoostpolder soms al drie meter diep ploegen om nog aan goede grond te komen; daarboven is alles volledig uitgewoond.

Je kunt een systeem dat je niet aanstaat, zoals de industriële landbouw, bevechten, maar je kunt het ook irrelevant maken, door op een plek te gaan zitten waar het systeem er geen last van heeft en jij je gang kunt gaan. Tegen de tijd dat het systeem zichzelf heeft opgeblazen kom jij met betere ideeën naar voren.

U stelt dat mensen in grote, bureaucratische organisaties gefnuikt worden in hun leerproces, omdat de omgeving waarin ze werken is losgezongen van de werkelijkheid. 

Wij hebben systemen gecreëerd die zo ver afstaan van de werkelijkheid dat we vaak niet meer worden geconfronteerd met de consequenties van ons eigen handelen buiten die systemen. Er is daarom een duidelijk verschil in competenties tussen managers, politici, ambtenaren en anderen die werken binnen zo’n systeem en bijvoorbeeld een tandarts. Als een tandarts iets fout doet, dan krijgt hij dat onmiddellijk terug van zijn klanten of hij ziet het bij het volgende consult. Hij wordt direct geconfronteerd met zijn eigen falen en leert daarvan. Politici, ambtenaren, managers, maar ook journalisten hebben amper zicht op de impact van hun acties in de echte wereld. Dit wil niet zeggen dat ze niet kunnen leren van hun fouten, maar in hun geval is het een stuk moeilijker.

Een politicus hoort iets, roept het een paar keer en het idee wordt overgenomen. Maar of het werkelijk klopt? Hij heeft geen flauw idee. Hij hoeft niet te begrijpen waar het over gaat, wat de consequenties zijn. Daarom kan een politicus ook zo’n waanzinnig laag begrip van de wereld hebben. Het enige wat hij van de werkelijkheid hoeft te begrijpen is hoe hij politicus kan blijven, dus hoe hij steeds weer mensen kan meekrijgen in zijn systeem of ideologie. Of dat een relatie heeft met de werkelijkheid doet er verder niet toe. Wijsheid is vaak ver te zoeken in de politiek. 

U stimuleert uw studenten wijsheid na te streven, onafhankelijke denkers te worden, zich te ontwikkelen tot educated minds.

[pullquote]Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en toch geen educated mind zijn.[/pullquote]

Onderwijspsycholoog William Perry heeft bestudeerd hoe het leerproces verliep bij zijn studenten aan Harvard. Op basis daarvan heeft hij de kenmerken beschreven van de educated mind. Het is niet per sé iemand die veel weet. Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en dan toch geen educated mind zijn. Het gaat om de manier waarop iemand leert en denkt. Een educated mind is vooral kritisch op de eigen gedachten en heeft zo geleerd om zich kennis van hoge kwaliteit eigen te maken. Zo iemand voelt zich ongemakkelijk met kennis die niet te onderbouwen is.

U maakt een onderscheid tussen wijsheid en intelligentie?

Die twee hebben inderdaad verrassend weinig met elkaar te maken. Hoewel intelligentie kan helpen om sneller wijs te worden, is het geen garantie hiervoor. Intelligentie, zoals gemeten in een test of examen, kun je zien als het vermogen om op basis van beschikbare informatie een van tevoren bekend ‘juist’ antwoord te geven. Intelligentie stelt je in staat, als je ervoor kiest, heel goed te worden op school en universiteit. Met hoge cijfers, een mooi diploma en een goed ontwikkeld taalvermogen komen intelligente mensen in belangrijke banen en op centrale posities terecht. Als ze wel intelligent maar niet wijs zijn, gaan ze daar precies doen wat ze hebben geleerd: de norm vertegenwoordigen. Zinvol improviseren en het beste maken van de mogelijkheden is heel wat anders. En dat doen ze niet.

U spreekt in dat verband van ‘superpapegaaien’?

Een ‘superpapegaai’ is iemand die op het juiste moment precies zegt wat de docent, of een andere autoriteit, graag wil horen, en die optreedt als spreekbuis van de door de autoriteiten voorgekauwde norm. Als verdedigers van de norm torpederen ze de verbetering van de leefomgeving. Nieuwe en goede, maar nog fragiele ideeën worden in de kiem gesmoord. En velen van hen noemen zich dan nog progressief ook.

[pullquote]Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig.[/pullquote]

Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig. Ze zijn geïnteresseerd in argumenten, inzichten, feiten waarvan ze kunnen leren. Als iemand met een prikkelend inzicht komt, wordt hun interesse gewekt. Iemand met levenswijsheid verstaat ook de kunst onder complexe omstandigheden met onvolledige informatie vaak juist te oordelen en te handelen. Die wijsheid doe je op door actief mee te doen in de wereld, hiervan te leren en de consequenties van het geleerde te aanvaarden.

Hoe voorkom je dat mensen ‘superpapegaaien’ worden? Of hoe stimuleer je dat ze zich ontwikkelen tot educated minds?

Je kunt anderen begeleiden naar self-empowerment, maar ze moeten het uiteindelijk zelf doen. Het is als het vrij laten van een dier dat opgegroeid is in een kooi. Je kunt de deur openzetten, maar als het dier te bang is om zijn vertrouwde omgeving te verlaten, dan zal het niet de vrijheid nemen die je het toestaat. Vrijheid word je nooit gegeven, je moet het nemen, en vaak zonder een open deur die je toelacht. Je empowert jezelf door ervaring op te doen en aan zelfvertrouwen te winnen. Van belang daarbij is een stabiele, veilige thuissituatie, een stimulerende omgeving, waar je op terug kunt vallen bij mislukkingen, je successen kunt vieren en aangemoedigd wordt.

Het is misschien makkelijker om mensen tot papegaai te maken? 

Het disempoweren van anderen is het belangrijkste dat je nodig hebt om macht te verwerven en houden. Er zijn nogal wat organisaties die hiervoor kunnen worden ingezet: de mainstream media, het leger, onderwijsinstellingen, en ook georganiseerde religies, denktanks en liefdadigheidsinstellingen, en niet in de laatste plaats overheden en grote bedrijven.

Mensen die disempowered zijn, tonen zich vaak sterk afhankelijk van nota bene de structuren die ze in hun zelfontplooiing tegenhouden, die ze in hun denken en handelen beperken en problemen voor ze veroorzaken en in stand houden. Disempowerment zorgt ervoor dat mensen zich door autoriteiten laten vertellen wat ze moeten denken en doen.

Mensen die existentieel afhankelijk zijn van autoriteit worden door u aangeduid met de term authoritarians.

Ik onderscheid twee soorten authoritarians. De ene soort gelooft alles wat ze verteld wordt, hoe vaak het verhaal ook veranderd wordt. De andere groep die nog enigszins zelf kan nadenken, en de eigen regering niet meer vertrouwt, blijft toch in de basis afhankelijk van een autoriteit buiten zichzelf, want schenkt zijn vertrouwen aan een nieuwe regering met hetzelfde gemak waarmee hij zijn vertrouwen heeft geschonken aan de vorige.

Terugkomend op 9/11: Het belangrijkste is niet wat er precies gebeurd is die dag, maar de vraag: geloof je blind het officiële verhaal of heb je het intellectuele vermogen om zelf een solide onderbouwde mening te vormen? Als je tot de eerste groep hoort, dan maakt het niet uit hoe belachelijk het verhaal is dat autoriteiten je vertellen. Je zult het hoe dan ook verdedigen en je zult redenen vinden om mensen die wat anders geloven in diskrediet te brengen.

Als je zo denkt dan ben je een brave pion, zoals Adolf Eichmann, één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden en andere slachtoffers van het Derde Rijk. Voor Eichmann maakte het niet uit of het systeem dat hij diende verwerpelijk was of niet. Voor hem was moreel gedrag het zo goed mogelijk bijdragen aan het systeem. De mensen die hem onderzochten, toen hij door de Israëli’s gevangen genomen was, vonden hem vooral normaal en erg aardig.

[pullquote]Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken.[/pullquote]

Mensen die het systeem waar ze deel van uitmaken niet kunnen bekritiseren, kunnen de gedachte niet verdragen dat ze aan een kakistocratie bijdragen. Zij houden deze daarmee uiteindelijk in stand. Door het simpelweg niet voor mogelijk te houden dat ze bestuurd worden door de slechtsten. 

Is het niet moeilijk om als educated mind een positie aan de universiteit te verwerven en te behouden?

Ik hou mij voldoende aan de regels om er niet uitgegooid te worden, en ik krijg goede evaluaties van mijn studenten. Het is ook niet voor niets dat ik associated professor ben en geen hoogleraar. Als hoogleraar zit je vast aan een vakgebied. Dat wil ik niet. Na vijf jaar wil ik iets anders gaan doen. Ik ben iemand die steeds naar plekken gaat waar iets te ontdekken valt, of dat nu signaalanalyse, cognitiewetenschap, geluidsoverlast of geopolitiek is. Ik kom weleens buiten de comfortzone van mensen. Dat vinden ze niet leuk. Maar dat heb je overal. Niet alleen aan de universiteit. Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken. Als ze echt goed kunnen nadenken heb ik vertrouwen in hun gedachten, hun opinies en de uitkomsten van hun handelen en bemoei ik me niet met wat ze precies denken.

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

Stelt Trump een oorlogskabinet samen?

De laatste man die nog tussen de Verenigde Staten en oorlog met Iran in staat zou wel eens een vier-sterrengeneraal kunnen zijn die onder zijn mariniers de bijnaam ‘Mad Dog’ heeft.

Generaal James Mattis, de Amerikaanse minister van Defensie, lijkt de laatste overgeblevene te zijn in de Situation Room van het Witte Huis, die gelooft dat het nucleaire akkoord met Iran de moeite waard is om in stand te houden en dat oorlog met Iran een verschrikkelijk idee is. Afgezien van Mattis lijkt president Donald Trump echter bezig te zijn een oorlogskabinet samen te stellen.

Trump zelf heeft gezworen weg te lopen bij het nucleaire akkoord met Iran – “de slechtste deal ooit” – en in mei opnieuw sancties op te leggen. Zijn nieuwe nationale veiligheidsadviseur John Bolton, die een commentaar getiteld “Bombardeer Iran om Irans bom te stoppen” schreef, heeft eerder geroepen om preventieve aanvallen en “regime change”. De beoogde minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo noemt Iran een “wrede politiestaat”, een “despotische theocratie” en “de voorhoede van een kwaadaardig imperium dat zijn macht en invloed uitbreidt over het Midden-Oosten”.

Trumps favoriete Arabische heerser, de 32-jarige Saoedische prins Mohammed bin Salman, noemt Irans ayatollah Khamenei “de Hitler van het Midden-Oosten”. Bibi Netanyahu is monomaniakaal inzake Iran en noemt het nucleaire akkoord een bedreiging voor Israëls voortbestaan en Iran “de grootste bedreiging voor onze wereld”. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN Nikki Haley doet al deze geluiden weerklinken.

Iran lijkt daarentegen geen oorlog te willen. VN-inspecteurs bevestigen regelmatig dat Iran zich strikt houdt aan de voorwaarden van het nucleaire akkoord. Terwijl Amerikaanse oorlogsschepen in de Perzische Golf tussen januari 2016 en augustus 2017 dikwijls in aanraking kwamen met Iraanse snelle aanvalsboten en drones, is dat nu opgehouden. Vaartuigen van beide naties opereren de laatste maanden vrijwel zonder incidenten.

Wat zou het resultaat ervan zijn als Trump het nucleaire akkoord naar de prullenbak verwijst? Ten eerste zouden de Verenigde Staten zich daarmee isoleren. China en Rusland zouden het akkoord niet afbreken, maar Iran welkom heten in hun kamp. Engeland, Frankrijk en Duitsland zouden gedwongen zijn te kiezen tussen het akkoord en de VS. En als Airbus zich gedwongen zou zien om de Iraanse orders voor honderden nieuwe vliegtuigen af te slaan, hoe zouden de Europeanen dat waarderen?

Hoe zou Noord-Korea regeren als de VS het akkoord met Iran naar de prullenbak verwijzen, als ze zouden zien hoe Iran na het accepteren van zware restricties op zijn kernprogramma en het toelaten van hinderlijke inspecties, de door de Amerikanen toegezegde voordelen ontzegd wordt? Waarom zou Pyongyang, na gezien te hebben hoe Amerika Irak aanviel, dat geen massavernietigingswapens had, en Libië, dat zijn massavernietigingswapens opgegeven had om Amerika milder te stemmen, ooit nog overwegen zijn kernwapens op te geven – temeer na het zien van de executies van de leiders van beide naties?

En als de andere vijf ondertekenaars van het akkoord met Iran zouden besluiten er, ondanks de opzegging door Amerika, aan vast te houden en Iran ermee in zou stemmen om de voorwaarden van het akkoord te onderhouden, wat doen we dan? Een casus belli zoeken om te oorlog te trekken? Waarom? Hoe vormt Iran een bedreiging voor Amerika?

Een oorlog, die gevechten tussen Amerikaanse oorlogsschepen en zwermen Iraanse torpedoboten zou inhouden, zou de Perzische Golf afsluiten voor olietransport en tot een crisis in de wereldeconomie leiden. Anti-Amerikaanse sjiitische jihadisten in Beiroet, Bagdad en Bahrein zouden Amerikaans militair personeel aan kunnen vallen. Zouden we dan, aangezien het leger en de mariniers geen manschappen hebben om Iran binnen te vallen en te bezetten, de militaire dienstplicht weer in moeten voeren? En als we zouden besluiten Iran een blokkade op te leggen en te bombarderen, dan zouden we alle anti-schipraketten en onderzeeërs uit moeten schakelen, de marine, de luchtmacht, ballistische raketten en het luchtverdedigingssysteem. En zou een preventieve aanval op Iran de bevolking van dat land niet verenigen in haat jegens ons, net zoals Japans preventieve aanval op Pearl Harbor de Amerikanen verenigde in vastberadenheid het Japanse imperium te vernietigen? Hoe zou de Dow Jones erbij staan na een aanval op Iran?

Trump werd genomineerd voor het presidentschap omdat hij beloofde ons buiten domme oorlogen te houden, oorlogen van het soort waar mensen als John Bolton en de Bush-Republikeinen ons in stortten. Na 17 jaar zijn we nog altijd verwikkeld in Afghanistan, in een poging de Taliban, die we in 2001 van de macht verdreven, ervan te weerhouden terug te keren naar Kaboel. Na onze invasie van Irak in 2003, is dat land, ooit een bolwerk tegen Iran, een sjiitische bondgenoot van Iran geworden. De rebellen die Amerika steunde in Syrië zijn verjaagd. En Bashar Assad heeft – met dank aan de steun van Rusland, Iran, Hezbollah en andere milities – zijn macht weer veiliggesteld. De Koerden die op Amerika vertrouwden zijn teruggeslagen door onze NAVO-bondgenoot Turkije in Syrië en door het Iraakse leger dat we trainden in Irak.

Wat denkt Trump, die ons verzekerde dat er geen domme oorlogen meer zouden zijn, eigenlijk? Truman en LBJ leidden ons oorlogen in die ze niet ten einde konden voeren, en beiden verloren hun presidentschap. Eisenhower en Nixon eindigden die oorlogen en werden beloond met verkiezingsoverwinningen. Na zijn klinkende overwinning in Desert Storm, werd Bush senior een tweede termijn ontzegd. Na het binnenvallen van Irak verloor Bush junior beide huizen van het Congres in 2006 en verloor zijn partij in 2008 het presidentschap aan Barack Obama als anti-oorlogskandidaat. Ooit leek Trump deze geschiedenis te begrijpen.

Posted on

Amerikaanse escalatie zal Syrische oorlog verlengen en jihadisten versterken

Er zijn duidelijk nog zekerheden in het leven. Alle presidenten uit de geschiedenis van de Verenigde Staten hebben voor zover bekend oorlog gevoerd. En dus stond het in de sterren geschreven dat ook Donald Trump dat zou doen. Mensen die dachten dat het ditmaal anders zou zijn blijken dan ook uitermate naïef te zijn geweest. De geschiedenis herhaalt zich, want dat was met Barack Obama hetzelfde.

Valse voorwendsels

En dat men daarbij oorlog voert onder valse voorwendsels is ook niet nieuw. De originele bevolking van de VS had er zelfs een befaamde term voor: ‘Ze spreken met dubbele tong’. Ze zeggen A maar doen B. Niet dat dit voor wie wat van geschiedenis kent iets nieuws is.

Neem chemische wapens. Toen De Iraakse president Saddam Hoessein – nota bene een oud-agent van de CIA – op 16 maart 1988 in het stadje Halabja gifgas gebruikte staken zowel de CIA als de Amerikaanse militaire veiligheidsdienst DIA en dus de regering in Washington de schuld op …Iran.

Achteraf bleek uit later bekend gemaakte rapporten van diezelfde diensten dat men al 1983 wist dat het Saddam Hoessein was die sinds dan die wapens gebruikte. Het was Donald Rumsfeld die toen in 1983 als speciaal gezant van President Ronald Reagan voor het Midden-Oosten bij Saddam op bezoek ging om hem alle hulp toe te zeggen. Hij en de VS steunden dus het gebruik van gifgas.

Is de impulsieve en geen regeringservaring hebbende Donald Trump erin geluisd? Het is een mogelijkheid. Zijn optreden gaat de oorlog in Syrië vermoedelijk alleen verlengen en al Qaida & Co versterken.

Twintig jaren later beweerde diezelfde Rumsfeld met een uitgestreken gezicht dat men Irak wel moest aanvallen want het land had ….chemische wapens. Een leugen zoals feitelijk toen al bleek. Men kan er bijna gif op nemen dat hetzelfde scenario zich nu aan het herhalen is.

Het is Michael T. Flynn, tot voor kort Nationaal Veiligheidsadviseur van Donald Trump en gewezen baas van de DIA, die stelde dat de aanval met sarin in 2013 het werk was van die jihadisten en niet van de Syrische regering. Maar de man werd uitgezuiverd, kaltgestellt.

Wat nu met Syrië

De vraag is hoe het nu met Syrië verder moet. Wat bij de eerste reacties zeer opviel waren de snelle hoerakreten uit Israël. In regel zwijgt die zionistische regering in alle talen over Amerikaanse acties in het Midden-Oosten. Met als typevoorbeeld hun stilte bij de invasie van Irak in 2003. Dit terwijl zij achter de schermen een der drijvende krachten waren van de vernieling van dat land.

De indruk is dat men Donald Trump bewust in de richting van oorlog duwde, weg van een politieke oplossing voor Syrië. Wat trouwens de goede richting uitging. De nooit geziene perscampagne tegen de vermeende Russische invloed op Trump en bepaalde adviseurs uit zijn entourage tonen dit.

Over de allesomvattende invloed van Saoedi-Arabië, toch medeverantwoordelijk voor de ongeveer 3.000 doden kostende aanval op het New Yorkse WTC van 11 september 2001, zwijgt de klassieke pers en politiek in de VS. Geen woord over de entourage van Hillary Clinton met de Moslimbroeders en Saoedi-Arabië. Men doet het zelfs af als ‘fake news’, de nieuwste modeterm van onze persmuskieten.

In 1983 steunde Donald Rumsfeld het gebruik van gifgassen door de Iraakse president Saddam Hoessein. In 2003 was diens bezit – waarvan Rumsfeld toen al wist dat het een leugen was – de reden waarom Donald Rumsfeld als minister van Oorlog Irak aanviel en bezette. Met catastrofale gevolgen zoals het ontstaan later van al Qaeda in Irak en daarna ISIS.

Gans die hetze was een bewuste poging om de neoconservatieven meer invloed op het beleid te geven. Die zitten nu natuurlijk te juichen en hun reacties van de voorbije twee dagen in de Amerikaanse pers zijn duidelijk. Ze feesten.

De grote vraag is dan ook welke gevolgen dit gaat hebben voor de oorlog tegen Syrië en de relaties met Rusland, China en de wereld. Zeker is dat dit optreden van Donald Trump de zaak geen enkele stap vooruit brengt. Integendeel.

Al Qaida en Israël juichen

Dat al Qaida vandaag staat te juichen zegt boekdelen. Evenzeer als de vanuit pro-Syrische bronnen gemelde aanval van ISIS in de provincie Homs waar die getroffen luchtmachtbasis ligt. Trump de man van al Qaida. Gisteren verscheen er bij Reuters een bericht dat de heersers van Bahrein zeer tevreden zijn met Donald Trump. Uiteraard. Maar dat zijn wel de vrienden van die salafistische bendes.

Onder het mom van de strijd tegen oorlogsmisdaden begaan Donald Trump en de rest van de westerse alliantie de grootst mogelijke oorlogsmisdaden. Want wat is het steunen van een gewapende opstand in een ander land anders dan een oorlogsmisdaad?

Zeker als we zien dat ze hier al zeven jaar een nest koppensnellers van al Qaida en consorten steunen, zelfs met wapens. Figuren als een Alexander De Croo, vice-premier voor Open-VLD in de regering Charles Michel, zijn dan ook hypocrieten van de hoogste orde.

Geld inzamelen voor noodhulp aan Jemen en ondertussen de Saoedische oorlog tegen dat land, incluis met een blokkade, steunen. Een oorlog waarbij al Qaeda meevecht met de Saoedi’s en dus de Belgen. En intussen maar zeuren over Waalse wapenleveranties aan die salafistische prinsen daar. Een kwestie van durf of pure domheid. Geloofwaardigheid: –100.

Posted on

De ondervraging van Saddam Hoessein

Eind maart 2003 zet het Amerikaanse leger in het Midden-Oosten zich in beweging. Vanuit meerdere invalshoeken trekken zij Irak binnen. Het doel is het afzetten van Iraaks dictator Saddam Hoessein die dan al enkele decennia een terreurbeleid voert in zijn land. Daarnaast steunt hij radicale islamisten en heeft hij bijgedragen aan de aanslagen van 11 september. Uit angst dat hij zijn verborgen arsenaal van massavernietigingswapens inzet in toekomstige aanslagen besluit de VS om korte metten te maken met hem. Onderweg naar Bagdad zal het volk in massa de Amerikaanse troepen toejuichen waarna de VS een nieuw Irak zal oprichten. De Iraakse partners hiervoor zijn de Iraakse bannelingen die ondanks hun ballingschap een goed contact hebben kunnen houden met hun land en zo de VS perfect de situatie intern kunnen uitleggen. Saddam zelf vangen zal niet zo makkelijk zijn aangezien hij meerdere dubbelgangers gebruikt. Zo heeft de CIA kunnen vernemen uit meerdere betrouwbare bronnen, wier informatie na een nauwkeurig analyseproces is bevestigd. Met Saddam uit de weg zal gebouwd kunnen worden aan een pluralistisch en democratisch Irak, zonder sectaire of andere verschilpunten.

Realiteit

Zowat alles behalve de eerste twee zinnen van de vorige alinea klopt niet. Desondanks is praktisch alles destijds wel bevestigd door CIA bronnen.  De CIA, toen onder leiding van George Tenet, werkte in een atmosfeer van “Don’t dare to be wrong”. Waarbij wrong wordt bekeken als een mening aanhouden die niet past in het narratief dat de top wenst.  John Nixon is in die periode analist bij de CIA en ten tijde van de Amerikaanse inval in Irak is hij al enkele jaren zich aan het specialiseren in de persoon Saddam Hoessein. Op het moment van de inval is ook hij overtuigd dat Hoessein een verborgen arsenaal massavernietigingswapens heeft. Dit ondanks het feit dat de CIA dit soort dingen verneemt uit dezelfde onbetrouwbare bronnen die Hoessein een zware ziekte toeschrijven wanneer hij in de jaren daarvoor opmerkelijk vermagerd op televisie verschijnt. Later zou blijken dat hij enkel op dieet was. Volgens de CIA was hij, tevens vanwege die zware ziekte, gestopt met roken en rood vlees eten. In latere ondervragingen zal Saddam Hoessein hartelijk lachen om die beweringen. Hij was op dieet gegaan, maar stoppen met rood vlees eten? Daar was geen sprake van. Het stoppen met sigaren roken was nog belachelijker, hij rookte nog altijd vier sigaren per dag. En een ziekte? Meerdere mensen uit de inner circle rond hem zouden later zeggen dat hij voor zijn leeftijd (achter in de zestig) nog enorm fit was. Sterker nog: hij gaf jongere mannen vaak het nakijken.

Het zijn maar enkele dingen die John Nixon bijleert wanneer hij na de gevangenneming van Saddam Hoessein de man zelf moet ondervragen over zijn beleid. De ondervragingen zelf worden amper tot niet voorbereid aangezien hogerhand constant andere beslissingen neemt over wie hem zal ondervragen. In het begin krijgt hij te horen dat hij een week krijgt, daarna neemt de FBI het over. Na een week blijkt dit toch niet zo te zijn. Langzaam dringt het tot hem door dat de VS eigenlijk geen plan hadden voor na de inval in Irak. Men meende dat de Ba’ath-partij uit de macht ontzetten in volledigheid, zoals het ontslaan van het volledige Iraakse leger en de politiemacht, zou leiden tot een stabiel Irak. Vanuit de groene zone kon Nixon echter de explosies horen van het verzet tegen de Amerikaanse troepen. Saddam merkte er over op dat de Amerikanen geen idee hadden van hoe Irak werkt en verbaasde zich erover hoe weinig ze ook wisten van het gebied. Wanneer Nixon met Hoessein wilt spreken over de gebeurtenissen van de laatste honderd jaar in Irak wuift hij dat lachend weg. De laatste duizend jaar lijken hem veel meer relevant. En nog nuttiger zou het zijn als ze het zouden hebben over enkele millennia terug. Het is een feit dat Amerikanen dit verwijt wel eens vaker krijgen. Zo was er enkele jaren terug een Iraans diplomaat die tegen een Amerikaanse vertegenwoordiger zei dat de Amerikanen hun land op en al 300 jaar oud is. De Iraniërs zijn er echter al millennia, wat weten die Amerikanen nu van denken op lange termijn. Laat staan van verhoudingen die millennia oud zijn?

Saddam

Terug naar Saddam Hoessein. Wanneer Nixon hem voor het eerst ontmoet, verwacht hij een oude, gebroken man. Het tegendeel blijkt. Saddam wordt de kamer binnengebracht, stapt op zijn ondervragers toe en schudt hen flink de hand. Zijn natuurlijke charisma en kamer vullende aanwezigheid vallen direct op. De verrassingen stapelen zich de weken daarna op. Zo bleek dat Saddam Hoessein zich al enkele jaren nog amper bezighield met regeren en besturen. Hij had zich toegelegd op het schrijven en had kort voor de inval nog een manuscript gestuurd naar Tariq Aziz voor correctie en commentaren. Dat hij geen schrijfgerei kreeg (hij zou immers zelfmoord kunnen plegen met een pen…), ervoer hij als een marteling.

Nixon ging in op het beleid dat hij had gevoerd. Was hij een tiran geweest? Nee, een dictator wel zo bleek. Saddam Hoessein bleek geen totalitair systeem te hebben geleid, maar wel een sterk autoritair systeem. Wel was het zo dat er vaak actoren waren in Irak die handelden zonder zijn medeweten, maar die hij later wel moest goedkeuren om verdere problemen te vermijden. Tot de verbazing van Nixon bleek Hoessein niets dan goeds te zeggen te hebben over de Koerden. Zijn problemen waren met de extreemlinkse terroristen van de PKK e.d., maar niet met de Koerden als zodanig. De gifgasaanval op Halabja beweerde hij pas ontdekt te hebben na de feiten. Men zou kunnen denken dat Hoessein verantwoordelijkheid van zich afschuift, maar op andere momenten heeft hij geen probleem toe te geven dat hij een harde aanpak goedkeurde en leidde. Er valt effectief wel iets voor te zeggen. In de periode na de Iraaks-Iraanse oorlog, waar de VS beide kanten bleek te steunen tot algemene verbijstering in Bagdad, lag Irak in puin. Iran steunde Koerdische milities die tegen Bagdad streden en Saddam Hoessein had, vanuit eerdere ervaringen in het verleden, ervoor gekozen om kort en krachtig voorbeelden te stellen. De gifgasaanval in Halabja zou echter het persoonlijke initiatief zijn geweest van Ali Hassan al-Majid (“Ali Chemicali”). Waarbij Saddam Hoessein volhield dat er inderdaad burgers zijn gestorven, maar dat de meerderheid gewapende strijders waren.

Waar die massavernietigingswapens nu waren? Opgeruimd, zoals door de VN bevolen uiteraard. De VN en VS bleven hameren op het uitleveren van documenten die hun bestaan en locatie moesten aangeven. Wat echter niet bestaat, kan niet worden uitgeleverd. Waarbij Hoessein fijntjes vermeldde dat na de Golfoorlog er algemene chaos heerste in Irak en er veel staatsgebouwen zijn vernietigd door rebellen. Nixon begon dan over het gerucht dat Irak zijn massavernietigingswapens naar Syrië had gebracht. Iets dat Hoessein al helemaal grotesk vond. Voor Assad had hij, net zoals voor koning Abdoellah van Jordanië, enkel minachting. Abdoellah was volgens hem een marionet van de Amerikanen en de zionisten en Assad een zwakkeling. Saddam Hoessein daarentegen was de grootste van alle Arabische heersers, hij moest immers de poort van de Arabische wereld beheersen tegen de Perzen. Hij zal consequent termen gebruiken die verwijzen naar Perzië en niet naar Iran, al is dat hetzelfde. Zijn woordkeuze ligt echter in het verlengde van zijn historisch perspectief. Hoessein zag zichzelf als iemand met een historische missie. Voor hem was Irak de grendel op de deur die een inval van de Perzen moest tegenhouden. En zolang Irak seculier werd geregeerd, met harde hand uiteraard, zou dat ook lukken. De intrede van “de tulband in de politiek” zou de Perzen echter de grendel van de deur doen schuiven. Voor Saddam was het revolutionaire sjiisme van Iran enkel het spiegelbeeld van het wahhabisme, dat hij evenzeer als een bedreiging zag. Hij doet dan ook vaak zijn beklag over hoe mensen het nationalisme opzijleggen voor religieuze conflicten die enkel een externe partij dienen. En ook hier heeft hij een punt. Tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog bestond het Iraakse leger voor het merendeel uit sjiieten die trouw hun plicht vervulden in het Iraakse leger. Voor religie in zijn Ba’ath-partij was Saddam Hoessein echter kleurenblind. Het kon hem niet schelen of iemand soenniet, sjiiet of christen was, men was allemaal Iraki. Al gebruikte hij bij momenten wel de verschillen in zijn eigen voordeel. Zo liet hij Sadiq al-Sadr, een machtige sjiitische ayatollah in Irak, vermoorden door een team onder leiding van een christen. Divide et impera, zo u wilt.

Aanklacht

Zoals u kunt lezen, is het boek niet enkel de ondervraging van Saddam Hoessein. Die later overigens meer gelyncht dan geëxecuteerd zou worden. Het is ook een aanklacht tegen de manier van opereren van de CIA, iets dat we in de jaren na de oorlog tegen Irak ook hebben mogen zien. Het  steunen van vermeende gematigde rebellen in Syrië, die later kinderen blijken te onthoofden. Het krampachtig vasthouden aan dat beleid omdat men niet wil of kan toegeven een fout gemaakt te hebben. Ronduit het durven om de nederlaag van islamisten te bestempelen als een humanitaire catastrofe. Beschuldigingen aan de Russen in zo’n mate dat het wel lijkt of Poetin met het knippen van zijn vingers even de Amerikaanse verkiezingen kan manipuleren. De CIA is een ranzig instituut geworden, een rotte plek in de Amerikaanse instellingen. Een reputatie die de CIA ook al redelijk snel na haar ontstaan heeft gekregen en die enkel bevestigd is in de jaren daarna. Nixon illustreert dit in de latere hoofdstukken ook nog met enkele voorbeelden en haalt zo hard uit naar de sfeer die er leeft bij de top van de CIA en het algemene gebrek aan kennis in alle regionen. Om één voorbeeld te noemen: nergens in de CIA was er ergens rekening gehouden met het feit dat als Saddam Hoessein verdreven werd, Iran zich actief zou gaan mengen in de Iraakse politiek. Sterker nog: de Amerikanen wisten hoegenaamd niets over de rol van de sjiitische islam in Irak.

Het is te hopen dat Trump de bezem door de CIA haalt. Al lijkt de rot ondertussen zodanig verspreid dat het misschien beter is de dienst op te doeken en opnieuw te beginnen.

Nawoord

Overigens nog interessant. John Nixon was verplicht het boek voor te leggen aan de afdeling censuur van de CIA. Het resultaat is dat soms halve pagina’s vervangen zijn door lange zwarte censuurbalken, waarbij het duidelijk is dat het heus niet enkel ging om namen of locaties.  De meest zwaar gecensureerde stukken staan tussen alinea’s over het einde van Saddam Hoessein zijn zonen (omgekomen in een vuurgevecht met Amerikaanse troepen) en over de Ba’ath-partij van Syrië. Dat op zich is al interessant.

N.a.v. John Nixon, Debriefing the President. The Interrogation of Saddam Hussein (Bantam Press: Ealing, 2016), hardcover, 256 pagina’s.

Posted on Leave a comment

Kijktip: Ontbinding van het Irakese leger

Toen de Amerikaanse bezetters in 2003 besloten het leger van Irak te ontbinden, zaten in een klap honderdduizenden mannen zonder werk. Dit leidde onder andere tot grote demonstraties. De BBC zendt vanavond een documentaire uit waarin diverse Amerikaanse en Irakese betrokkenen aan het woord komen.

De documentaire is het tweede deel in een serie van drie over de Irakoorlog. In deze aflevering gaat het over de ontwikkelingen na de val van Saddam Hoessein. Aan het woord komen bijvoorbeeld politici zoals Dick Cheney en Colin Powell. Generaal David Petraeus zegt achteraf dat het een vergissing was om het Irakese leger te ontbinden. De woordvoerder van grootayatollah Sistani vertelt hoe deze bij de Amerikanen afdwong dat er verkiezingen gehouden zouden worden in Irak. Verder komt de weerstand van het Mahdileger van Moqtada al-Sadr aan bod en hoe de Amerikanen dit leger uiteindelijk versloegen, maar geen einde wisten te maken aan het sektarisch geweld.

The Iraq War: After the Fall, BBC 2, 22:00 uur (onze tijd)