Posted on

Syrië – Militaire toestand in het oosten stabiliseert

Assad, Syrië

De toestand in het oosten van Syrië lijkt zich stilaan te stabiliseren, met het Turkse leger die nu de grenssteden Tal Abyad en Ras al Ayn bezet, twee steden waar de PKK/YPG zowel politiek als militair relatief zwak stond. Een deel van de lokale bevolking is trouwens voor die PKK/YPG en de oorlog gevlucht naar Turkije en hoopt nu terug te keren. Ook veroverde Turkije een klein stuk van de autoweg M4 die vanuit de stad Aleppo oostwaarts loopt tot aan Irak en parallel met de Turkse grens. De M4 is cruciaal voor de bevoorrading.

Ondertussen is het Syrische leger diep doorgedrongen in dit door de PKK/YPG bezette gebied en heeft het nu de controle over de steden Qamishli, Tabqa, Rakka, Ayn al Arab/Kobani (1), Ayn Issa, Manbij en de provinciehoofdstad Hasaka.

Akkoord Damascus - SDF - 13 oktober 2019
De Engelse vertaling van het zondag gesloten akkoord van de PKK/YPG met de Syrische regering. De Furat rivier is de lokale naam voor de Eufraat. Cruciaal zijn de voorlaatste en laatste alinea van dit akkoord. Zonder het met zoveel woorden te zeggen betekent dit de totale overgave van de SDF/PKK/YPG aan het Syrische leger. Alleen de verovering van de provincie Idlib op al Qaida is voor Damascus nu nog een knelpunt. Een kwestie van maanden. De luchtmachten van Syrië en Rusland zijn de voorbije dagen hier trouwens druk bezig geweest.

Snelle opmars

Ook de grens tussen Syrië en Irak in het noorden tussen de steden Al Malkiyah/Semalka en Faysh Khaboer in Irak zal door het Syrische leger overgenomen worden. Dat is heel belangrijk want het was via deze aan de Khaboer-rivier liggende steden dat de VS haar troepen bevoorraadde en journalisten van o.m. de BBC, CNN en Rudi Vranckx in dat deel van Syrië raakten. Bij de ‘goeden’.

Toen het Syrische leger zondagnacht Qamishli overnam dienden trouwens alle journalisten in het holst van de nacht uit hun hotel te vertrekken. Zij waren er immers met toestemming van de PKK/YPG en dus in wezen illegaal. De overname van deze grenspost is zeer belangrijk daar Syrië nu al twee van de drie grote grensposten met Irak in bezit heeft. Wat de handel moet bevorderen.

Westerse journalisten waren illegaal in Syrië

Gezien de reputatie van veel van die journalisten zullen er voorlopig vanuit Syrië dan ook nog weinig westerse reportages gemaakt worden. Idlib is door de aanwezigheid van al Qaida voor hen te gevaarlijk en toestemming vragen aan Damascus om die regering dan onder de modder te bedelven zal niet meer zo vlot lukken. Damascus heeft op dat vlak met het westerse journaille immers genoeg ervaring opgedaan.

Alleen de toestand rond de iets zuidelijker bij de Iraakse grens gelegen plaats Shadadi is nog onzeker. Mogelijk zal het Syrische leger er de komende uren of dagen arriveren. De ontplooiing van dit leger verloopt zo te zien immers wel zeer snel.

Onderling afgesproken?

De indruk is ook dat de gevechten dus gestopt zijn en er alleen nog sprake is van schermutselingen terwijl het Amerikaanse leger zich nog steeds blijft terugtrekken. Heel waarschijnlijk zijn daar ook de olievelden rond Omran in het uiterste zuidoosten van deze regio bij inbegrepen en komen die terug in Syrische handen.

Alleen de zone van al Tanf aan de Iraakse grens blijft voorlopig nog door de VS bezet. Hier wacht men op de verdere ontruiming van het grote vluchtelingenkamp van Rukban waar tienduizenden vluchtelingen min of meer gevangen zaten. Volgens recente berichten zou echter al 75% van de bewoners na bemiddeling vertrokken zijn. Ook hier is het Amerikaanse vertrek vermoedelijk nakend.

Akkoord tussen PKK/YPG en Syrië

Intussen zijn ook de tekst van het akkoord tussen de PKK/YPG en Syrië bekend. Essentieel is dat het getekend is namens de SDF, de zogenaamde Syrian Democratic Forces. Dat is het overkoepelend orgaan waaronder theoretisch de PKK/YPG valt. Het vijgenblad waarachter de PKK/YPG schuil gaat. Het bestaat vooral uit enkele clans uit die woestijnachtige regio ten oosten van de Eufraat.

Noordoost Syrië - Militaire toestand - 1 - 14 oktober 2019
De militaire toestand maandag 14 oktober. De zwarte lijn is de M4, de weg van Aleppo naar de Iraakse grens, die op een plek in handen viel van het Turkse leger en haar bondgenoten, de salafisten van wat nu het Syrische Nationale Leger heet. Merk de snelheid op waarmee het Syrische leger in dit gebied oprukt. Zondagochtend zaten ze nog allen ten westen van de Eufraat. Het versterkt het vermoeden dat alles vooraf tussen alle partijen, behoudens de PKK/YPG en mogelijk de VS was afgesproken. Zo snel doe je een leger nu eenmaal niet oprukken.

Volgens dit akkoord zal de SDF voortaan het gezag van de Syrische overheid en haar leger erkennen. Het betekent het einde van het ‘paradijs’ Rojava als autonoom gebied met een eigen regering, leger en vlag. Het akkoord is uiteraard amper twee dagen oud en zal in de praktijk haar werkbaarheid nog moeten bewijzen. Het is bovendien weinig gedetailleerd. Maar tot heden is er nergens sprake van problemen tussen de SDF/PKK/YPG en het Syrische leger.

Ook met het Turkse leger lijken er sinds maandag militair geen gevechten van enigerlei waarde meer plaats te vinden. Alleen het zogenaamde Syrische Nationale Leger, de salafisten van het vroegere Vrije Syrisch Leger, maken nog wat herrie maar die vormen sinds 2016 geen serieus probleem meer voor de Syrische overheid. Militair betekenen die weinig of niets.

Een stel dwazen

Wat in de massamedia een enorm probleem werd genoemd dat tot een heropleving van ISIS ging leiden is integendeel het omgekeerde. De Syrische overheid zal omdat ze meer middelen en ervaring heeft de gevangenkampen zowel op vlak van het sociale als de veiligheid beter beheren. Natuurlijk zullen vele ISIS-strijders en medeplichtigen de doodstraf riskeren. Maar dat is gezien het daar geleden leed onvermijdelijk.

510153779990181292_438052252
De grote winnaar van deze oorlog is de Syrische president Bashar al Assad en vooral de overgrote meerderheid der Syriërs. Naast dan de regeringen van Iran, Irak en Rusland. Ook de Libanese verzetsgroep Hezbollah behoort tot de winnaars. De verliezers zijn vooral Israël, de VS, de NAVO en de EU naast dan landen als Turkije, Saoedi-Arabië, Qatar, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten. Ook de westerse media leed een zeer zware nederlaag. Nog in 2012 beweerde een ‘journalist’ als Jorn De Cock van De Standaard in een studio van de VRT dat de dagen van Bashar al Assad geteld waren. En toen Bashar al Assad steeds maar bleef herhalen dat hij gans Syrië onder regeringscontrole ging brengen lachte men hem van The New York Times tot Le Monde, De Volkskrant en De Morgen uit. Het lachen is hen vergaan. En de EU? Dat is gewoon een oorlogszuchtige dwerg met reuzenallures. Kortom een stel dwazen. Moorddadig dat wel.

Ook in West-Europa was er in 1944 en ‘45 sprake van grote brutaliteiten tegen de met de Duitse bezetter collaborerende bewoners en waren er executies. Maar het in West-Europa geleden leed is peanuts in vergelijking met wat men in Syrië en Irak heeft ondergaan. Het Syrische gerecht zal zijn werk moeten doen. Het heeft er de capaciteiten voor.

EU slecht geplaatst om regering Syrië te bekritiseren

En de EU is om hier kritiek te leveren heel slecht geplaatst. Er zijn immers voldoende gevallen bekend van salafistische moordenaars die met medeweten van onze veiligheidsdiensten naar Syrië konden vertrekken. Ja, zij konden deze nuttige idioten ginds nu eenmaal goed gebruiken.

Maar met de Syrische regering kan men onderhandelen, en liefst nog vandaag, om zeker de kleine kinderen uit die hel te halen zodat die tenminste nog een toekomst de naam waard hebben. Maar ja, ook hier tonen de regeringen van de EU zich nog maar eens van hun slechtste kant en blijft men maar treuzelen. Tot het veel te laat is? Arm Europa.

Posted on 1 Comment

Laat internationale jihadisten gewoon door Syrië berechten

Nu het rijk van ISIS, al Qaida en de andere salafistische moordenaars- en plunderbendes in Syrië en Irak ten einde loopt stelt zich de vraag wat er met hen moet gebeuren. Voor de VS en hun huurlingen van de YPG/PKK is dat simpel: De westerse landen moeten hen gewoon terugnemen en er daarna mee doen wat ze willen.

Een wel erg merkwaardige redenering. Deze uit allerlei landen van Indonesië over Mali tot Frankrijk, Nederland en België afkomstige huurlingen moeten niet in hun thuislanden berecht worden maar moeten hun gerechtigde straf krijgen in de landen waar ze hun zware misdaden begingen. En dat zijn Irak en Syrië.

Territoriale integriteit

Zowel Nederland als België onderhouden nog steeds officiële relaties met de regeringen in Bagdad en Damascus en dienen gewoon de rechten van die staten te respecteren zoals onafhankelijke naties horen te doen. Als een Syriër hier een moord begaat gaan we die toch ook niet naar Syrië sturen om hem ginds te laten berechten? Neen, dan is er werk aan de winkel voor de Belgische of Nederlandse rechtbanken. Toch heel simpel.

Wat Syrië in het Belgische geval kan en moet doen is zorgen voor juridische bijstand voor haar landgenoot. Hetzelfde voor diegenen die in Bagdad en Damascus voor de rechter zouden verschijnen waar onze ambassades dan legale bijstand moeten verlenen. Meer niet.

Abdoelhamid Abaaoud
Abdoelhamid Abaaoud, een van de Belgische ‘idealisten’ die het niet overleefden. Moeten wij zijn nog overlevende collega’s echter naar hier halen zodat zij in Syrië en Irak hun rechtmatige straf ontlopen? Het voorstel is een pure schande. Laat hen ginds verder rotten. Ze moesten nu eenmaal naar ginds vertrekken.

Zelfs al zijn het gruwels zoals Mehdi Nemmouche. Bijstand is essentieel. Worden zij vrijgesproken of krijgen zij effectief de doodstraf dan is dan niet onze zaak maar die van de rechtbanken in Syrië of Irak.

Bovendien is het weghalen van die jihadisten een grove schending van het internationaal recht. Wij hebben gewoon het recht niet om hen daar weg te halen. Het zou het schenden van de territoriale integriteit van die landen betekenen. En dat is op zich toch een crimineel feit.

Maar ja, in de redenering van onze westerse regeringen bestaat er niet zoiets als de onschendbaarheid van de Syrische of Iraakse grenzen. Wij zijn de meester en zij, de knechten, moeten naar onze bevelen luisteren. Dat is toch complete waanzin.

Syrisch garnizoen

We moeten simpelweg de zaak overlaten aan het gerechtelijk apparaat van die landen. Het is bovendien een grote besparing voor onze begrotingen en het betekent ook dat ze ginds blijven zitten in allerlei gevangenissen, eventueel wachtend op hun executie.

Verder is de Syrische staat, inclusief een stevig garnizoen van het Syrische leger, in dit gebied aanwezig zowel in de provinciale hoofdstad Hasaka als in het aan de Turkse grens gelegen Qamishli. Die moeten die zaak ter hand nemen. Laat hen gewoon hun werk doen.

Ook betekent dit dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de veiligheidsproblematiek hier. Wat kan gemakkelijker zijn? Onze politici moeten dan zelfs niet wakker liggen over een eventueel ongeruste publieke opinie. Ze kunnen zonder zorgen gaan slapen.

En het risico op een heel zware (dood)straf zal in die landen zeker groter zijn dan hier waar ze er misschien met vijf jaar – ‘mijnheer, ik was er ambulancier’ – van af komen. Want hoe verzamel je hier bewijslast tegen dat uitschot? Moeten wij onze al overbelaste magistraten en politiemensen hiermee nog gaan belasten? Kom nou!

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

Seehofer moet eindelijk kiezen of hij Merkel blijft steunen

Wie had gedacht dat het nog weer zo spannend zou worden? Bondskanselier Merkel en haar minister van Binnenlandse Zaken zijn een dramatische confrontatiekoers ingeslagen.

Hij wil asielzoekers die zich vanuit een veilig land aan de Duitse grens melden terugsturen. Ook moet er volgens Seehofer niemand meer binnenkomen wiens asielverzoek al eens afgewezen is. Merkel wil die beide zaken uitdrukkelijk niet en ook in de toekomst iedereen binnenlaten die maar wil.

Het liefst zouden alle deelnemers aan dit conflict voor een glibberig compromis kiezen, waarin alles er uitziet alsof Seehofers eisen ingewilligd zijn, maar in werkelijkheid zo functioneert als het Merkel voor ogen staat. Op dezelfde voet verder, met andere woorden, kom binnen, kom binnen! Het ontbreekt in Berlijn momenteel echter aan de fantasie om te bedenken hoe zo’n vuil compromis er praktisch uit zou kunnen zien. Hoe moet je immers iemand half binnenlaten en half afwijzen?

In 2015 dreigde Seehofer als herhaaldelijk met een ramkoers, draaide naderhand echter steeds weer bij, wat hem de bijnaam ‘Drehhofer’ opleverde. Bepaald geen compliment. Mocht de CSU-leider deze manoeuvre kort voor de Landdagsverkiezingen in Beieren medio oktober nog eens herhalen, dat staat zijn partijgenoten in de zuidelijke deelstaat een nog groter verkiezingsdebacle te wachten dan de peilingen toch al voorspellen. In een peiling van Civey in opdracht van de Augsburger Allgemeine werd de AfD onlangs voor het eerst de op een na grootste partij in Beieren. De voor Beierse begrippen miezerige 38,8 procent die de CSU in de jongste Bondsdagsverkiezingen in Beieren binnenhaalde, zullen dan achteraf nog als een relatief goed resultaat aanvoelen. Met dit gegeven in het achterhoofd, resteren Seehofer echter maar twee opties: high noon of met de billen bloot. Het kon dus wel eens gaan knallen.

En dat terwijl de zaak in eerste instantie toch volstrekt ongevaarlijk scheen. Bij de voor haar heerlijk verlopen audiëntie die ze talkshow-presentatrice Anne Will gegund had, zei Merkel desgevraagd over Seehofers plan immers “We zijn daarover in gesprek”. Ze wilde daar “niet op vooruitgrijpen”. In gesprek? We weten uit ervaring dat dat in het Merkeliaans niets anders wil zeggen dan ‘prullenmand’. En dan nog onverhuld. Als Merkel een voorstel tenminste zachtjes te rusten wil leggen, dan zegt ze doorgaans dat dienaangaande reeds het een en ander “in gang is gezet”. Dat wil zeggen: ‘Daar hoef je geen aandacht meer aan te besteden, loopt al.’ Loopt natuurlijk helemaal niet, maar als er toch niet meer aandacht aan besteed, omdat iedereen zich weer door de bondskanselier in heeft laten zepen, dan merkt niemand het.

En nu? Stapt de CSU uit de coalitie, wanneer Seehofer aan het kortste eind trekt met zijn plannen? Stapt de CSU in de Bondsdag uit de gemeenschappelijke fractie met de CDU als Merkel de poot stijf houdt? Dat wordt spannend.

De uitzending van Anne Will afgelopen zondag was trouwens een wonderlijke gewaarwording: De toeschouwers zaten er zo aandachtig enthousiast bij als in een Amerikaanse opwekkingsdienst. Will, de bondskanselier en haar publiek versmolten tot een symbiotische eenheid van met de wereld en zichzelf tevredenen. Alsof het manna uit de hemel was verslonden de toeschouwers de zijdezachte woordwolken van hun hogepriesteres.

En toch had men dikwijls het vermoeden dat er achter de schijnbare ontspannenheid iets flakkerde, een vleug diepe onzekerheid, een vermoeden van de schone schijn van Merkels belofte van gelukzaligheid. Dit vermoeden werd echter overwonnen door het vaste, haast fanatieke verlangen om Merkel te geloven en te volgen. Wat moet er van ons worden zonder Mutti?

In onzekere tijden is de behoefte aan vaste geloofsformules bijzonder hoog, ongeacht hoe vreemd aan de werkelijkheid ze ieder redelijk mens ook voor mogen komen. In het Morgenmagazin van de Duitse publieke zender ARD was afgelopen maandag te vernemen dat de vermoedelijke moordenaar van de 14-jarige Susanna intussen naar Irak “terug gevlucht” was, waar men hem dan in de kraag vatte.

Wie “terug gevlucht” zegt, veronderstelt nog altijd dat Ali Bashar A. oorspronkelijk daadwerkelijk gevlucht zou zijn naar Duitsland. Inmiddels is echter onomstotelijk vastgesteld dat de man geenszins bescherming behoefde, maar zelf een bedreiging vormde, dat hij uit een veilig deel van de Koerdische regio van Irak met zijn clan illegaal naar Duitsland gekomen is. Voor de Duitse publieke omroep blijft hij echter een “vluchteling”, ongeacht wat hij daadwerkelijk in het schild voert.

Ontroerend, deze onverbrekelijke trouw aan de eenmaal gekozen dwaling. Vanzelfsprekend komt de ophef over deze gruwelijk moord op een zeer ongunstig moment. Zelfs Teflon-Merkel heeft geen manier gevonden om dit gevolg van haar welkomscultuur zonder kleerscheuren in de gebruikelijke woordenbrij te laten verzinken. Bij Anne Will noemde ze het “afschuwelijke voorval” een “beroep op ons allemaal om de integratie zeer serieus te nemen”.

Het is van een zelden vertoonde onbeschaamdheid. Waarom zou men iemand moeten “integreren” die sowieso uitgezet zou moeten worden? Ali Bashar A.’s asielverzoek was reeds lang voor de moord afgewezen. Het antwoord: Omdat het volstrekt om het even is, wat de uitkomst van een asielprocedure is. Omdat dat hele circus slechts voor het domme publiek opgevoerd wordt, zodat de gewone man gelooft dat alles er aan toegaat zoals je in een ‘rechtsstaat’ mag verwachten. De waarheid is echter dat het de bedoeling is dat alle asielzoekers blijven, allemaal. Daarom wil Merkel ook niet dat de weinige asielzoekers die succesvol uitgezet worden, teruggestuurd worden als ze het opnieuw proberen.

Wat de Irakees aangaat, is men ook daarom zo blij hem weer in Duitsland te hebben, omdat hem in zijn vaderland de doodstraf boven het hoofd hangt. Een onweerstaanbare boodschap aan alle voortvluchtige moordenaars, die in hun eigen land zo’n straf wacht: ‘Kom naar Duitsland!’ Men bedenke wel dat het niet weinigen zijn, die moeten vrezen door de rechter in hun landen van herkomst een straf opgelegd te krijgen die ze in Europa – ongeacht wat ze uitspoken – nooit zouden krijgen, zoals de doodstraf of een langere gevangenisstraf.

Wat bij ons in Europa komen ze er uiteraard ook niet ongestraft af. Kijk maar naar de 19-jarige Ahmet R. uit Keulen. Die heeft de 40-jarige Thomas K. zo hard tegen de grond geslagen dat hij aan een schedelbasisfractuur is overleden. K. laat zijn vrouw en twee kinderen van negen en dertien jaar oud achter. Motief van de daad? Ahmet R. wilde indruk maken op zijn vrienden, hun “respect” afdwingen. “het toebrengen van lichamelijk letsel met de dood tot gevolg”, luidde het oordeel van de rechter, die de dader na het proces op vrije voeten stelde.

Ja, dat leest u goed: Ahmet K., die een mensenleven op zijn geweten heeft, verliet de rechtszaal als vrij man. De rechter liet hem met twee jaar proeftijd wegkomen en legde hem verder een anti-agressietraining op en regelmatige drugstests. Verder krijgt hij nog een taakstraf, afval prikken in het park of grasmaaien bij de kinderopvang of iets dergelijks. Ook dergelijke vonnissen komen ongelegen voor Merkel, die immers graag over de hardheid van de rechtsstaat zwetst, wanneer er weer eens een asielzoeker een bloedspoor getrokken heeft.

Tegen Seehofers afwijs-plan tovert ze de laatste troef uit haar mouw: ‘Europa!’ Want Europees recht gaat boven Duits recht en Europa zou gebieden dat de Duitse grenzen voor iedereen openstaan, zo stelt de CDU-leider. Daar klopt weliswaar geen bal van, wat ook verklaart dat veel EU-lidstaten hier heel anders mee omgaan. Maar het Europa-argument maakt altijd veel indruk op de kiezers, bovendien is de charme van de Europese Unie voor Merkel dat de kwestie zo op de lange baan geschoven kan worden, door eindeloze onderhandelingen waar de Duitse burgers nauwelijks zicht op hebben, laat staan invloed. Daar gaat het de bondskanselier om.

Merkels fans in de studio bij Anne Will verafgoden de regeringsleider om de “evenwichtige” manier waarop ze Duitsland door de crisis leidt, de crisis die ze zelf iedere dag verder verscherpt.

Posted on

De bokkensprongen van kroonprins Mohammed bin Salman

Verrassing eergisterenavond op de Libanese televisiezender Future, eigendom van de clan van premier Saad Hariri, toen de in Saoedi-Arabië gevangen zittende premier aankondigde de komende dagen terug te keren naar Libanon om daar officieel zijn ontslag als Eerste Minister aan de president te overhandigen. Een interview waarop hij er erg vermoeid uitzag. Waarbij hij ook stelde dat ontslag eventueel te heroverwegen en onder voorwaarden opnieuw samen te willen werken met Hezbollah. Een draai van 180°.

Saad Hariri nam vanuit Saoedi Arabië via de Saoedische televisie ontslag als premier van Libanon. Dit dient echter te gebeuren door persoonlijk een ondertekende brief met dit ontslag af te geven aan president Michel Aoun, een bondgenoot van Hezbollah. Hij wil zijn ontslag nu heroverwegen en zelfs met Hezbollah verder regeren.

Alleenheerser

Het is erg heet daar in het zand van Saoedi-Arabië. Dit niet zozeer letterlijk maar figuurlijk. Onder de huidige koning Salman bin Abdoel Aziz kent het land een ongeziene instabiliteit die vragen doet rijzen over het voortbestaan van de dynastie van de familie van Abdoel Aziz bin Saoed, stichters en feitelijk eigenaars van Saoedi-Arabië.

De familie Saoed bestuurde het land steeds in onderlinge afspraken tussen de verschillende zoons en kleinzoons van Abdoel Aziz al Saoed, de veroveraar van het land.

Dit officialiseerde men in 2007 met de Raad van Getrouwheid waarin 34 leden van de verschillende clans der koninklijke familie zetelen. Die benoemde de kroonprins(en) en zo de opvolging. Met verder de 150 koppige Majlis al Shoera als een soort van raadgevend orgaan voor de koning en de ministerraad.

Vader en zoon Salman zullen na de grote blamage met Saad Hariri nu wel minder hard lachen.

Recent lijkt dit systeem echter opgeborgen en blijkt de zieke koning Salman bin Abdoel Aziz te regeren als een absoluut vorst die in de praktijk alle beslissingen doorschuift naar zijn zoon Mohammed bin Salman.

Voordien reeds werd de toen 29-jarige prins in 2015, na de kroning van Salman bin Abdoel Aziz, tot tweede kroonprins benoemd en werd prins Moekrin bin Abdoel Aziz, tot dan de troonopvolger, zonder veel ceremonie als kroonprins gedumpt in ruil voor prins Mohammed bin Nayef, geen zoon als Moekrin maar een kleinzoon van Abdoel Aziz.

Maar ook diens liedje duurde niet lang en enkele maanden geleden schoof men ook die plots opzij en werd Mohammed bin Salman de enige kroonprins en verantwoordelijk voor zowat alle belangrijke zaken waar het salafistische koninkrijk mee bezig is, zijnde de olieverkoop, defensie en economie. Van Mohammed bin Nayef heeft men sindsdien niets meer gehoord. Anonieme bronnen stellen dat hij onder huisarrest staat.

En dat gaat verder. Recent werden een 200 prinsen en prominente figuren binnen het koninkrijk gearresteerd op verdenking van corruptie. Waaronder een der ‘s werelds rijkste figuren prins Alwaleed bin Talal, zakenpartner bij o.a. het imperium van mediabaron Rupert Murdoch en Twitter. De strijd tegen corruptie is altijd een goed excuus, zeker in dictaturen als Saoedi-Arabië waar elke vorm van zelfs maar de lichtste dissidentie desnoods eindigt op het hakisisblok.

Oorlogen

Prins Mohammed bin Salman is sinds hij de facto alleenheerser werd begonnen met de oorlog tegen Yemen die van een zelden geziene brutaliteit getuigt, lanceerde een blokkade van Qatar en dreigde nu openlijk een oorlog tegen Libanon te beginnen. En uiteraard zette hij ook de oorlog tegen Syrië voort die hij erfde van zijn oom de in 2015 overleden koning Abdoellah Abdoel Aziz.

Niets hiervan lijkt enig succes te hebben. Integendeel. De oorlog in Jemen zit in een totale impasse waar alleen en dankzij de door het Westen gesteunde totale blokkade de bevolking enorm te leiden heeft. Maar daarover valt het Westen het land niet lastig. Integendeel, Westerse oorlogsschepen helpen bij het in stand houden van dit embargo.

Qatar en het gasveld van Zuid-Pars. Zonder dit veld staat het land praktisch aan de bedelstaf. Goede relaties met Iran zijn daarom ook niet onlogisch.

En dan is er de koude oorlog met Qatar die evenmin nergens raakt en er alleen voor zorgt dat Qatar verder toenadering zoekt tot Iran. Logisch want beide landen bezitten immers een deel van het gigantische in de Perzische Golf gelegen gasveld Zuid-Pars en moeten daarom best samenwerken. Zonder Pars is het immers praktisch gedaan met Qatar. Weg gas, weg geld.

Maar Qatar is per hoofd van de bevolking nog rijker dan Saoedi-Arabië en kan die blokkade perfect doorstaan. Met hulp uiteraard van Iran dat zijn grenzen met genoegen openstelde voor vliegtuigen en schepen richting Qatar. Ook hier heeft de uiterst oorlogszuchtige prins Salman geen schijn van kans. In de Qatarese hoofdstad Doha zit men hem vermoedelijk uit te lachen en wacht men tot hij toegeeft.

Libanon

Enkele weken terug waarschuwde Thamer al Sabhan, de minister voor Golf-zaken, de regio dus, voor belangrijke gebeurtenissen wat betreft Libanon. En zie, zijn woorden waren amper koud of de Libanese premier Saad Hariri nam vanuit de Saoedische hoofdstad Riaad via de televisie ontslag als premier.

Stellende dat Hezbollah, en dus Iran, zinnens waren hem te vermoorden. Rafik Hariri, zijn vader en vroegere premier werd eerder in 2005 met een autobom om het leven gebracht. Een onopgeloste zaak waar Washington eerst Syrië en daarna Hezbollah van beschuldigde.

Waarna de Saoedi’s beweerden dat Libanon een oorlogsdaad had gepleegd tegen het salafistische koninkrijk. Wat betekent dat kroonprins Mohammed bin Salman met dit excuus een vierde oorlog, dus na Syrië, Jemen en Qatar, zou kunnen beginnen tegen Libanon. Men eiste dan ook dat alle Saoedische onderdanen Libanon onmiddellijk zouden verlaten.

Maar ook hier lijkt prins Salman op een muur te botsen en alleen maar zichzelf pijn te doen. In de praktijk heeft het land namelijk geen operationeel leger en beschikt het alleen maar over een deels functionerende luchtmacht, vermoedelijk gevlogen en onderhouden door huurlingen. Het kan daardoor militair niet echt optreden. Reden waarom het blijkbaar in stilte andere landen heeft zitten polsen om het vuile werk voor hen op te knappen.

Iedereen zegt nee

Maar zoals voorheen toen men tegen Jemen ten strijd trok en Pakistan en Egypte vroeg om troepen te sturen, weigerde Cairo ook nu weer kanonnenvoer te leveren voor de dolle avonturen van de kroonprins. Zo wees de Egyptische president Abdoel Fatah al Sisi hem in het publiek over Libanon terecht. Eenzelfde nul op het rekest in Israël waar men geen zin heeft om een tweede oorlog met Hezbollah uit te lokken.

Ook Benjamin Netanyahu premier van Israël had ditmaal geen zin in een zoveelste oorlog met Libanon en Hezbollah. De vorige liepen immers allen faliekant af. Het risico dat steden als Haifa of Tel Aviv deels tot puin worden geschoten is ook vrij groot. Hij stuurde de kroonprins dan ook wandelen. Het moet een schok geweest zijn voor prins Salman.

En volgens sjeik Hassan Nasrallah, de leider van Hezbollah, beloofde Saoedi Arabië de zionistische leiders die oorlog met tientallen miljarden te financieren. Een straf verhaal maar zeker niet ongeloofwaardig voor wie de Saoedi’s kent.

Maar Hezbollah is te sterk en te gevaarlijk geworden voor de zionistische leiders. Het risico bij oorlog op massale vernielingen en zo de vlucht van joden naar elders zou te groot zijn. En dat is een echte nachtmerrie voor figuren als een Benjamin Netanyahu.

Ook elders valt de oorlogszucht van kroonprins Salman op een ijskoude steen. Zelfs bij hondstrouwe met zeer veel geld gekochte bondgenoten. In wezen neemt zelfs niemand de verdediging op van de Saoedi’s in deze kwestie. Zo stelden zowel Frankrijk als de VS in officiële verklaringen dat Saad Hariri door de Saoedi’s wordt vastgehouden. (1)

Zo opperde Heather Naurt, de woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, tijdens een persbriefing in Washington dat:

In terms of the conditions of him being held or the conversations between Saudi Arabia and the Prime Minister Hariri, I would have to refer you to the Government of Saudi Arabia and also to Mr. Hariri’s office.

Over de kwestie van de voorwaarden waaronder hij wordt vastgehouden en de gesprekken tussen Saoedi Arabië en premier Hariri moet ik U hiervoor doorverwijzen naar de regering van Saoedi-Arabië en het bureau van Hariri.

Eenzelfde maar wel krachtiger reactie kwam er uit Frankrijk, de vroegere kolonisator van Libanon, waar Reuters een woordvoerder van Buitenlandse Zaken citeerde die stelde:

We would like Saad al-Hariri to have all his freedom of movement and be fully able to play the essential role that is his in Lebanon.

We zouden willen dat Saad al Hariri zijn volledige vrijheid van handelen heeft en hij zijn essentiële rol in Libanon geheel kan spelen.

Wie beseft welke financiële drukkingsmiddelen het Huis van Saoed op Washington, Cairo en Parijs heeft beseft dat dit ongezien is. Zelfs al klonk dit op het eerste gezicht erg braaf. Ook viel de reactie op van Antonio Guterres, de Portugese secretaris-generaal van de VN. Deze riep in deze kwestie op tot kalmte. Een verklaring duidelijk richting de Saoedische kroonprins.

Maar Guterres is een man uit de stal van de NAVO en de EU en dus die voor zijn  handelen zeker eerst zal overleggen met Brussel en ook de nummer twee van de VN, Jeffrey Feltman, de Amerikaanse diplomaat die jarenlang de oorlog tegen Syrië mee leiding gaf.

Libanon eendrachtig

Nog erger voor kroonprins Salman is de reactie in Libanon. Zo eisten, behoudens Samir Geagea, leider van de christelijke Lebanese Forces, en Ashraf Rifi, gewezen minister van Justitie en dissident binnen de groep rond Hariri, zowat alle belangrijke figuren er de terugkeer van ‘hun’ president en stelden ze eensluidend dat de Saoedi’s Hariri hadden ontvoerd.

Zelfs parlementslid Bahia Hariri, zuster van Rafik Hariri, de vader van Saad, sprak van een ontvoering. En zij is gezien haar sleutelposities in de clan, achter de schermen in de familie zowat de vrouw die de broek draagt.

Ook Bahia Hariri, parlementslid voor de stad Sidon en tante van Saad Hariri, protesteerde tegen het arresteren van Saad Hariri. Vroeger toonde de dame trouwens met trots haar erg weelderige haartooi. Nu is er de hoofddoek.

In plaats van het creëren van instabiliteit in Libanon heeft de actie van Saoedi-Arabië nu gezorgd voor een versterken van de eendracht in het normaal sterk verdeelde land. Met president Michel Aoun, de clan Hariri en Hezbollah die aan Riaad eenzelfde eis stelden. Ongezien. Wat het startschot moest zijn voor de Saoedische herovering van de verloren invloed in Libanon en de vernieling van Hezbollah had juist het omgekeerde effect.

Dat Rafik Hariri gisteren totaal onverwacht aankondigde terug te keren naar Libanon, eventueel zijn ontslag te herzien en weer met Hezbollah te willen werken is dan ook geen echte verrassing. Alleen het feit dat het zo snel kwam is dat wel.

Het betekent wel een enorm gezichtsverlies voor oorlogsstoker Mohammed bin Salman. De man loopt van de ene enorme blunder naar de volgende en maakt in de tussentijd massa’s vijanden en zorgt in de regio voor enorm veel leed en spanningen.

In wezen wees het ganse Westen hem in het publiek terecht. Een nooit geziene blamage. En de vraag is dan ook welke gevolgen op termijn dit allemaal voor de kroonprins, zijn vader de koning en het Huis van Saoed gaat hebben.

Voorheen moest hij ook al de grootsprakerige praatjes rond onder meer de Saoedische staatsolieproducent Aramco opbergen. Eerst ging men dit via de beurs privatiseren, daarna werd dat dan maar 5% maar nu stelt men die 5 % aan private investeerders te willen verkopen. Ja, een beursgang vergt immers een beperkte transparantie, maar die openheid van bestuur is het laatste wat de familie al Saoed wil.

De gevolgen voor Syrië

Zeker is dat de invloed van Hezbollah in Libanon nu nog veel meer toenam. Het heeft leden en fans in zowat alle lagen van de bevolking en behoort tot het winnende Syrische kamp dat tegen al Qaida & Co vecht. En wie wil behoudens een kleine groep nu eenmaal al Qaida steunen?  Het is dan ook niet verrassend geen zuiver sjiitisch groepje meer maar een die ook rekruteert buiten de religieuze groep waaruit ze ooit ontstond.

In het gevecht met de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman is sjeik Hassan Nasrallah van Hezbollah de duidelijke winnaar. Bij de komende parlementsverkiezingen die via een proportioneel systeem zullen worden gehouden wordt hij dan ook bijna zeker de grote winnaar.

De invloed van Riyad is daarentegen nu bijna zero. Ook is dit allemaal zeer positief nieuws voor Syrië. Het Westen, met Israël, toonde in deze kortstondige crisis in de regio naar ontspanning te streven en de oorlogstrom (voorlopig?) te laten rusten. Vader en zoon Salman dachten die eventjes boven te halen maar werden in wezen brutaal de mond gesnoerd.

Hadden Israël, de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de spanning in de regio verder willen doen toenemen dan had men prins Salman gewoon, en desnoods maar alleen met woorden, kunnen steunen. Ze deden het niet en dat is cruciaal en toont welke richting zij op dit ogenblik in het Midden-Oosten willen gaan. En dat is naar ontspanning.

De kansen op een echte politieke regeling en een einde aan de Syrische oorlog nemen dan ook verder sterk toe. Vermoedelijk zal er dan volgend jaar een alles omvattend akkoord over het land worden gesloten en kan Bashar al Assad gewoon verder regeren. Zelfs al zal het land anno 2018 in veel opzichten anders zijn dan dit in 2011.

En er zal veel werk aan de winkel zijn. Iets voor Oger, het Saoedische bedrijf van de familie Hariri? Oger is de tweede grootste Saoedische bouwonderneming maar zit in zware moeilijkheden. Saad Hariri is trouwens in Saoedi-Arabië geboren en bezit zowel de Saoedische als de Libanese nationaliteit.

Maar de jihadisten waaronder die van de Moslimbroeders zullen zich na dat politiek akkoord wel geen illusie moeten maken. Ze zullen hun mond moeten blijven houden en braaf zijn. Na hun eerste mislukte opstand van 1979 tot 1982 leiden ze nu een tweede nog zwaardere nederlaag. En winnaars hebben altijd succes bij de massa’s.

Bij welke serieuze verkiezingen dan ook lijkt de zege van Bashar al Assad een bijna zekerheid. Het optreden van de Moslimbroeders zal behoudens bij de harde en kleine kern op geen sympathie kunnen rekenen. Hun acties maakten hen nu eenmaal bij velen gehaat.

Een Syrische provincie als het door de Moslimbroeders en al Qaida bestuurde Idlib kent naast harde repressie alleen maar plunder, willekeur en een voortdurende oorlog tussen de serie jihadistische groepen. Wat men beweerde een bevrijding te zijn werd een ongezien nachtmerrie voor de lokale bevolking. Ook daar zorgden de Saoedi’s voor.


1)

Posted on

De rechter als onderdeel van een tijdsgewricht

Het is een fenomeen dat al langer opvalt, maar bij de moord op Anne Faber weer duidelijk naar voren is gekomen. De rechter kijkt een dader in de ogen en dient over hem/haar te oordelen. De rechter kijkt een slachtoffer niet in de ogen, maar dient hem/haar wel te beschermen. De rechter is ook maar een mens en dit leidt er toe dat de rechter in dit tijdsegment meer aandacht heeft voor daders dan voor slachtoffers.

De rechter door de tijd heen

Een rechter heet onafhankelijk te zijn, maar dat is niet zo. De rechter is een product van zijn tijd en/of sociale omgeving. De rechters in de 17e eeuw waren niet slecht, maar deden niets tegen slavernij, terwijl dit nu niet meer denkbaar is. De rechters in de Verenigde Staten zijn niet slecht, maar ze zijn voorstander van de doodstraf, terwijl dit in West-Europa geen optie meer is.

Zo zijn ook onze rechters niet slecht, maar ze kijken de dader in de ogen en niet het slachtoffer. Dit leidt er toe dat in de rechtspraak van deze tijd veel aandacht is voor de dader, diens overwegingen en diens toekomstige leven. Tegenover al deze aandacht staat een volstrekt gebrek aan aandacht voor het (potentiële) slachtoffer, de familie van het slachtoffer of de effecten van het gedrag van de dader op burgers in het algemeen.

Kan een mens neutraal zijn?

De beeltenis van Vrouwe Justitia suggereert dat er sprake is van een soort onafhankelijke wijsheid en dat de rechter zich bij zijn uitspraken hierop beroept. Het is echter niet de kwaliteit van een rechter, die maakt dat hij in het verleden of in andere landen tot keuzes komt waar wij in Nederland anno 2017 zeker niet op uit zouden komen. De rechters zijn hun naam en beroep waard, maar het zijn mensen.

Er is niet zoiets als een ideaal rechtsbeeld. De wet wordt gemaakt door de politici, die gekozen zijn; de rechter past zijn uitspraken aan binnen dit kader. Tegelijkertijd is de rechter ook één van de kiezers. Mocht een rechter vol overtuiging tegen het homohuwelijk zijn en de wetgever dwingt haar ambtenaren om deze huwelijken te sluiten (om maar een simpel voorbeeld te nemen) dan zal het voor de rechter net zo moeilijk zijn om de weigerambtenaar te veroordelen als het voor de weigerambtenaar moeilijk zal zijn om het homohuwelijk te sluiten.

Waar de mens haar rol verliest

De plek waar een mens zich het moeilijkste kan verstoppen is in de confrontatie met andere mensen. Dat doet zich momenteel in alle hevigheid voor in de rechtszaal. Voor de rechter zit een dader, maar ook een mens. Ik heb er alle begrip voor dat een rechter de mens in de dader zoekt en weegt. Waar ik moeite mee heb is dat er geen ruimte is voor die andere mens: het slachtoffer.

Tegenwoordig is er enige ruimte voor het slachtoffer, maar het is afgedwongen en beperkt. Het is een eerste stap in een proces dat veel meer ruimte verdient; een proces dat leidend zou moeten zijn. De rechter is er immers om (toekomstige) slachtoffers in bescherming te nemen. Feitelijk is iedere dader (ik schrijf bewust niet ‘verdachte’) een burger die eigen rechter speelt en een ander confronteert met een zelfbedachte straf op een niet-relevante overtreding. Anne was op een plek waar ze niet had mogen zijn (van de dader) en de dader veroordeelde haar tot de doodstraf én voerde het uit. De trias politica in één persoon.

Dat is waar de rechter zich op moet focussen. Is de verdachte ook daadwerkelijk de dader? En hoe beleeft de samenleving deze daad en hoe kan ze beschermd worden tegen een dergelijke daad? Van deze dader of een ander. In plaats van onderzoeken naar de dader is het belangrijk voor de rechter om onderzoek te doen naar de gevolgen van de daad voor de samenleving, die hier niet om gevraagd heeft.

Van toen naar straks

Vroeger hadden we goede rechters en kwamen ze niet op tegen slavernij en vonden lijfstraffen of doodstraffen acceptabel. Tegenwoordig hebben we goede rechters en laten ze het slachtoffer links liggen. Laten we als samenleving doorgaan om te zorgen dat onze goede rechters het (potentiële) slachtoffer centraal stellen en daar hun vonnis op baseren. De rechter is ook maar een product van zijn tijd en deze tijd vraagt om een andere benadering van de verhouding dader-slachtoffer.

Posted on

“We doen alsof Poetin Hitler is, en knijpen een oogje dicht bij Saoedi-Arabië”

Harry van Bommel vindt dat Nederland een hypocriete houding aanneemt in haar buitenlandbeleid. Mensenrechten doen er niet toe. Alles draait om het behagen van de Amerikanen en het ‘grootkapitaal’.

Een gesprek met het tot voor kort langstzittende Kamerlid Harry van Bommel. Over zijn afscheid van Den Haag, het verlies van de SP bij de Tweede Kamerverkiezingen, de uitbreidingsdrang van de NAVO, de Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, het associatieakkoord met Oekraïne, de Nederlandse handelsbelangen in Saoedi-Arabië, de The Hague Invasion Act – en de onmogelijkheid van een Europees leger.

U heeft na achttien jaar afscheid genomen van de Tweede Kamer. Dat was omdat u zich niet opnieuw verkiesbaar had gesteld. Waarom?

Ik wil graag voor een internationale organisatie gaan werken. Dan moet je niet te lang wachten met de overstap. Ik ben nu 54, bijna 55 jaar.

Het zal geen licht besluit zijn geweest. U had nog niks nieuws op het oog toen u vorig jaar aankondigde de Tweede Kamer te zullen verlaten.

Het werk in de Tweede Kamer doe je voor 100 procent. Het is dan niet doenlijk actief om je heen te kijken. En het is bovendien een ongeschreven regel dat je je Kamerperiode afmaakt. Ik heb wel aanbiedingen gehad, en die waren soms ook verleidelijk, maar ik heb steeds de vier jaar uitgezeten.

Emile Roemer heeft niet geprobeerd u over te halen u opnieuw verkiesbaar te stellen?

Dat werkt anders. Ik heb vorig jaar de afweging gemaakt, en die was dat ik niet wilde bijtekenen voor vier jaar.

U bent een belangrijk aanspreekpunt geweest voor verdrukte en stateloze volkeren: de Oeigoeren, Tibetanen, Koerden, Palestijnen, Papoea’s, Molukkers. Misschien dat we u terugzien bij Unrepresented Nations and Peoples Organization (UNPO)?

Als ze daar een voorman nodig hebben, dan ben ik zeker geïnteresseerd. Veel van de organisaties waarmee ik heb samengewerkt zijn ook aangesloten bij UNPO.

Uw opvolger als buitenlandwoordvoerder is Sadet Karabulut. Zij is een Koerdische. Is dat niet riskant? Er zullen Turken zijn die er aanstoot aan nemen dat zij namens de SP het buitenlandbeleid over Turkije bepaalt.

Dat oordeel is aan de fractie. Je moet niet je opvolgster voor de voeten gaan lopen.

The New York Times beschuldigde u ervan een campagneteam te hebben geleid dat bijna volledig bestond uit Russen, en dat misschien zelfs wel werd aangestuurd vanuit Moskou.

Die journalist van The New York Times noemde mensen die helemaal niet in ons campagneteam zaten. Dat waren bezoekers van publieke debatten over het referendum. Dat die mensen bij de debatten verschenen was niet zo vreemd, want die stonden overal aangekondigd.

Maar er zaten wel Russische Oekraïners in uw campagneteam.

Er zaten drie Oekraïense dames in het campagneteam. Die hadden zich bij mij gemeld met de boodschap: wij zijn lid van de SP, wij zijn Oekraïens, wij willen het associatieakkoord niet en wij willen graag samenwerken met jou.

En u heeft ze niet gevraagd of ze een Russische achtergrond hadden?
Nee, ik heb niet gevraagd naar hun paspoorten. Ik heb ze alleen gevraagd, uit belangstelling: Waar komen jullie vandaan? Elena Tarnavskaya uit Lviv, Elena Plotnikova uit Donetsk en een derde, Anastacia, die liever alleen bij haar voornaam genoemd wil worden in verband met haar werk.

De dame uit Lviv heeft overigens geen enkele relatie met Rusland. En zij is bedreigd door Oekraïners. We hebben haar daarom niet prominent naar voren gebracht op bijeenkomsten en in onze publicaties.

Waar het fout ging was op de uitslagenavond van het referendum. Toen verscheen er op Twitter een groepsfoto van mij met een aantal mensen die niet tot mijn campagneteam behoorden, Russen en Oekraïners, met het bijschrift: ‘Hier viert @harryvandesp de overwinning met de Oekraïeners met wie hij campagne heeft gevoerd. V for Victory’.

Waarom verscheen het artikel in The New York Times pas tien maanden na het referendum?

Het verscheen in de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer, en het paste binnen het frame dat inmiddels was ontstaan in de VS van Russen die zich mengen in buitenlandse verkiezingen. Alles wat ingaat tegen de officiële lijn van westerse landen, wordt aangestuurd vanuit het Kremlin.

U sprak over die campagnemedewerkster van u die bedreigd werd. Een andere campagnemedewerker van u, Younis Lutfula, een Iraakse Koerd, is van de weg gereden, onder verdachte omstandigheden.

Die aanrijding vond inderdaad plaats onder zeer verdachte omstandigheden. Younis was op weg naar een avond waar hij een documentaire zou inleiden, Masks of Revolution, die de Oekraïense overheid liever niet vertoond zag. Hij eindigde in het ziekenhuis, en de vertoning werd afgelast.

De vrachtwagenchauffeur die hem had aangereden is aangehouden door de politie, en heeft schuld bekend. Is het bij een verzekeringskwestie gebleven, of heeft de politie nog een vervolgonderzoek ingesteld?

Volgens mij is dat ongeluk van Younis inderdaad afgedaan als verzekeringskwestie. Meer heb ik er niet over gehoord. Zijn auto was overigens total loss en hij heeft lang last gehad van fysieke klachten.

GroenLinks heeft het kabinet aan een meerderheid geholpen voor ondertekening van het  associatieakkoord. Hoe verklaart u het dat GroenLinks en de SP zo anders denken over associatie met Oekraïne? Uit onderzoek van het Transnational Institute blijkt duidelijk dat het akkoord in het voordeel is Oekraïense oligarchen en westerse multinationals, en in het nadeel van de Oekraïense en Europese bevolking.

GroenLinks heeft een andere oriëntatie op de Europese Unie. Ze houden vast aan het standpunt van de ever closer union, een steeds hechtere samenwerking binnen Europa.

Het associatieakkoord met Oekraïne is overigens niet te vergelijken met andere associaties. Het is het meest vergaande akkoord dat de EU ooit gesloten heeft. Ik kan het niet anders zien dan als een alternatief voor het lidmaatschap, dus eigenlijk gemodelleerd naar de wens van president Porosjenko om uiteindelijk lid te worden van de EU. Zo heeft hij het in eigen land ook verkocht.

Dat GroenLinks het kabinet aan een meerderheid heeft geholpen voor het akkoord met Oekraïne heeft ze misschien bij de VVD op de kaart gezet als potentiële coalitiepartner?

Zeker. GroenLinks is een partij die er een gewoonte van heeft gemaakt handreikingen te doen aan kabinetten nog voordat de onderhandelingen zijn begonnen. Zie ook de Nederlandse missie in de Afghaanse provincie Kunduz. GroenLinks weet: je diskwalificeert jezelf voor regeringsdeelname als je het kabinet voor de voeten loopt bij buitenlandse missies.

De SP heeft tijdens de laatste verkiezingen niet geprofiteerd van het verlies van de PvdA. GroenLinks wel. Hoe verklaart u dat?
De eenzijdige focus misschien op de zorg. Daarmee bind je geen jonge kiezers aan je. De zorgcampagne was op zichzelf goed, maar mensen vroegen zich af: wat wil de SP nog meer behalve een stelselherziening en het eigen risico naar nul?

En natuurlijk was er het Jesse Klaver effect. Niet dat Emile Roemer het slecht heeft gedaan. Integendeel. Ik vind dat hij het heel goed heeft gedaan.

Maar sowieso vind ik dat de SP een onderzoek zou moeten doen onder de PvdA-kiezers, waarbij je ze de vraag voorlegt: waarom bent u niet bij de SP terecht gekomen?

Een veelgehoord verwijt aan het adres van de SP is dat de partij het onbehagen van de eigen natuurlijke achterban negeert over de immigratieproblematiek. Uit het Nationale Kiezersonderzoek blijkt dat maar liefst één op de drie PVV-kiezers zichzelf ziet als behorend tot de arbeidersklasse; bij de SP is dat één op de vier kiezers. Hoe ziet u dat?

Het verbaast mij niet. Ik begrijp die mensen goed: het zijn slachtoffers van de globalisering; ze lijden onder het Europese beleid, dat zich richt op het grote bedrijfsleven en de vrijhandel, en als SP verzetten we ons daar dan ook tegen. Maar het grote verschil is: de PVV zet zich heel duidelijk af tegen de komst van asielzoekers, en dat doen wij niet.

De immigratie bestaat uit meer dan alleen asielzoekers. Via de Europese Unie komen ook veel arbeidsmigranten onze kant op.

Dan heb je het over ‘vrij verkeer van werknemers’, niet over immigratie in de vorm van landverhuizing, want de meesten zijn hier maar voor tijdelijk. Maar als SP hebben we ons altijd duidelijk uitgesproken tegen dit vrije verkeer, omdat het verstorend werkt op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft ons wat dat betreft ook flink zand in de ogen gestrooid. Het kabinet zei: het worden er maximaal 20.000, maar het werden er meer dan 100.000.

Hoe dan ook. Een groot deel van jullie natuurlijke achterban wil minder migranten, en ze hebben het idee dat de SP zich daar niks van aantrekt.

Wij gaan niet een standpunt overnemen van een andere partij alleen omdat het electoraal lekker ligt. Voor ons geen hek om Nederland en weg uit de EU.

Tot 2006 pleitte de SP in haar verkiezingsprogramma voor vertrek uit de NAVO en afschaffing van de monarchie. Waarom zijn die standpunten geschrapt? Heeft u daar zelf een rol in gespeeld?

In 2006 was ik voorzitter van de programmacommissie. We hebben toen in het programma opgenomen dat we het lidmaatschap van de NAVO als politiek feit accepteerden. Dat was een logische stap, omdat we eerder de Nederlandse deelname aan NAVO-operaties, waaronder in Kosovo, hadden goedgekeurd.

Ons verkiezingsstandpunt over de monarchie hebben we uit meer praktische overwegingen aangepast. In een verkiezingsprogramma neem je op wat je de komende vier jaar kunt realiseren. Voor afschaffing van de monarchie is een grondwetswijziging nodig en dus nieuwe verkiezingen. We vinden overigens nog steeds dat alle bestuurders in Nederland gekozen moeten worden, inclusief het staatshoofd. Dat standpunt staat ook nog steeds in onze beginselverklaring.

De SP stond in 2006 heel hoog in de peilingen. Jan Marijnissen zei dat hij een mogelijkheid zag een kabinet te vormen met CDA en PvdA. Misschien dat de SP de kans op regeringsdeelname wilde vergroten door afstand te doen van de meest omstreden partijstandpunten?

Het verkiezingsprogramma was al klaar voordat we zo hoog kwamen te staan in de peilingen. Het stond al een half jaar voor de verkiezingen vast.

In 2009 schreef u het discussiestuk Waarheen met de NAVO? Daaruit sprak weinig enthousiasme voor die organisatie. U stelde dat de NAVO zich, na de opheffing van het Warschau Pact, overbodig had gemaakt, maar zich desondanks uitbreidde, met een nieuwe Koude Oorlog tot gevolg. En ook sprak u uw zorgen uit over de ontwikkeling van de NAVO van territoriale verdedigingsorganisatie tot mondiale politieagent. Was u inmiddels van inzicht veranderd?

Nee. Want wij hebben ons consequent verzet tegen de uitbreiding van de NAVO, zowel in de richting van de Balkan, als in de richting van Rusland. Ik zie daar geen inconsequentie in.

U memoreerde net zelf dat de SP de NAVO-missie in Kosovo heeft gesteund. Kosovo ligt op de Balkan. Daar heeft de NAVO het bommen laten regenen.

Wij hebben niet het ingrijpen van de NAVO daar gesteund. Alleen de vredesmissie KFOR.

U heeft vorig jaar op een spreekbeurt gezegd dat de SP graag mee wil kunnen praten over de NAVO. En dat de partij daarom niet langer streeft naar vertrek van Nederland uit de NAVO.

Er wordt van tijd tot tijd gediscussieerd over de oriëntatie van de NAVO, zoals in 2009 over het Strategisch Concept. Je plaatst jezelf buiten die discussie als je zegt: ‘Wij willen deze club opheffen, maar zolang dat niet gebeurt, willen we wel meepraten over de koers van de NAVO’. Je kunt pas serieus meepraten over beleid van een organisatie als je het lidmaatschap daarvan accepteert.

U heeft zes jaar meegepraat in de Parlementaire Assemblee van de NAVO. Heeft dat iets uitgehaald?

De Assemblee heeft in meerderheid partijen in zich die het beleid van de NAVO steunen. Ik zal je zeggen: Het is best prettig daar af en toe een steen in de vijver te gooien, mensen aan het denken te zetten.

Maar natuurlijk is de Assemblee niet een organisatie die het beleid van de NAVO vaststelt. Vergelijk het met de Tweede Kamer. Die controleert het kabinet, maar het is het kabinet dat bepaalt.

Heeft Nederland, of hebben andere EU-lidstaten, überhaupt iets te vertellen binnen de NAVO? Het militaire opperbevel ligt al sinds de oprichting bij de Amerikanen.

Nederland heeft wel degelijk iets in te brengen in de NAVO-Raad. Denk aan 2001. De Amerikanen in de NAVO zeiden toen: De terroristische aanslagen in de VS van 9/11 zijn een aanval op allen. Toen werd voor het eerst artikel 5 van het Handvest van de NAVO ingeroepen. Nederland heeft toen in de NAVO-Raad zijn hand opgestoken en gezegd: Moeten we ons niet eerst afvragen of deze casus op het Handvest van toepassing is? Maar Nederland is uiteindelijk wel meegegaan met de Amerikanen. Als Nederland consequent was geweest, dan had het gezegd: Wij beschouwen dit niet als een artikel 5 situatie, en daarom blokkeren wij de besluitvorming. Je kunt dus wel invloed uitoefenen, maar dan moet je wel voet bij stuk houden.  

Zijn er voorbeelden dat Nederland of een ander land wel met succes is ingegaan tegen de Amerikaanse lijn binnen de NAVO?

Dat is moeilijk vast te stellen. Neem het Membership Action Plan voor Georgië en Oekraïne. Daar werd heel kritisch over gedacht door sommige NAVO-lidstaten. Heeft dat geleid tot een minimumvariant van het plan? We weten het niet, omdat het voor Kamerleden zoals ik ondoorzichtig is wat er aanvankelijk op tafel lag.

U sprak in Waarheen met de NAVO? de wens uit de NAVO onder auspiciën te plaatsen van de VN. We zijn inmiddels acht jaar verder. Blijkt dat achteraf een illusie te zijn geweest?

Ik zie dat inderdaad niet meer gebeuren.

Wat betekent dat inmiddels voor het standpunt van de SP over de NAVO?

De discussie  over het lidmaatschap van de NAVO en de oriëntatie van de NAVO is volop gaande in onze partij. Daar zijn mensen bij die zeggen: we hebben het lang genoeg geprobeerd, voorstellen gedaan, en de huidige ontwikkeling van de NAVO is er geen die door ons gesteund wordt, we moeten er uit. Die discussie is nog gaande en leidt op termijn misschien tot een nieuwe stellingname.

Er wordt binnen de EU gesproken over de oprichting van een Europees leger. Zou dat een alternatief kunnen vormen voor de NAVO?

De SP is niet voor een Europese defensie, omdat het onmogelijk is die aan te sturen vanuit de huidige EU. Het kan alleen als de EU een politieke unie zou zijn, met een Europese regering en een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Een federaal Europa dus. En met nationale krijgsmachten die zichzelf volledig ondergeschikt hebben gemaakt aan de Europese besluitvorming.

Een Europees buitenlandbeleid en defensiebeleid wordt wel gezien als een manier ons onafhankelijker te maken van de VS.

Dat gaat uit van het rare idee dat de VS anders zouden opereren op het wereldtoneel als Europa een zelfstandige defensiecapaciteit zou hebben. Ik geloof daar helemaal niets van. De Amerikanen hebben vrij spel omdat zij de enig overgebleven militaire grootmacht zijn. Het zou eigenaardig zijn te denken dat het ingrijpen in Irak, en recent Syrië, niet zou zijn gebeurd als Europa had gezegd, vanuit een eigen defensiepolitiek: Daar zijn wij het niet mee eens.

Maar dan zouden de Europese landen misschien niet hebben meegedaan aan de buitenlandavonturen van de NAVO en de VS?

Het punt is dat daar binnen Europa dus verschillend over gedacht wordt.

Landen hebben geen vrienden, maar alleen maar belangen, zoals de Franse president De Gaulle zei. En dat betekent dat wanneer de belangen uiteen lopen er geen gezamenlijk besluit kan worden genomen. Je kunt geen buitenlands beleid afdwingen dat tegen de belangen van de grote landen in Europa ingaat.

Maar dat probleem ondervang je dus met een federaal Europa, met een gezamenlijk buitenland- en defensiebeleid en een gezamenlijke defensiecapaciteit.

Dan zul je alle landen in Europa bereid moeten vinden om hun eigen buitenland- en defensiebeleid op te geven, en militairen te leveren die onder Europees bevel komen te staan. Dat gaat niet gebeuren. Nooit.

En dus blijven we voor onze veiligheid afhankelijk van de Amerikanen?

In belangrijke mate wel.

Maar voor wie moeten we in Nederland bang zijn, zonder de bescherming van Amerika? We zullen niet snel door Duitsland aangevallen worden, of door België.

Ik heb niet gezegd dat we voor iemand bang moeten zijn. Maar er zijn conflicten denkbaar waar wij mee te maken kunnen krijgen. Kijk bijvoorbeeld naar de spanningen rond Iran of Turkije.

Dat zijn landen die ver van ons bed liggen.

Maar het zijn wel landen in de periferie van Europa. Oorlogen in die landen kunnen een gevaar vormen voor de Europese Unie. Neem Turkije. Als daar een groot conflict dreigt, dan heeft dat zijn neerslag op Nederland, want kijk alleen al naar het grote aantal Turken in Nederland. Het is de grootste migrantengroep. We hebben gezien wat er gebeurde toen  er Turkse ministers naar hier kwamen om Turkse Nederlanders toe te spreken. We kregen rellen in Rotterdam.

Zegt u daarmee dat we moeten kunnen interveniëren in Turkije of andere landen in de periferie van Europa? Dat lijkt me in het geval van Turkije trouwens lastig, omdat dat een NAVO-lidstaat is.

Daar ligt niet mijn grootste zorg. Maar ik vind wel dat, zeker binnen de NAVO, het uitgangspunt van collectieve veiligheid zeker iets waard is. Want neem de Baltische staten waar grote Russische minderheden zitten. Daar zal niet zomaar de vlam in de pan slaan, maar het is niet ondenkbaar dat er afscheidingsbewegingen ontstaan. Dan krijgen we daar direct mee te maken, omdat die landen bij ons in de EU zitten.

Door wie wordt de Nederlandse buitenlandpolitiek het sterkst bepaald? Door onze multinationals? De VS? Of de Europese Commissie?

Het zijn allemaal grote spelers. Het zou groot wetenschappelijk onderzoek vergen om dat te kwantificeren. Het zal in elk geval verschillen per thema. En dat zul je dus per geval moeten onderzoeken.

Bij TTIP zie je vooral de invloed van de multinationals. Dat gaat over vrijhandel, en dat is primair in het belang van de internationale ondernemingen, het grootkapitaal. En die hebben dat aangekaart bij de Amerikaanse overheid, die het op haar beurt heeft aangekaart bij de Europese Commissie.

Doen wij altijd alles wat de Amerikanen van ons vragen? Of zeggen we ook wel eens ‘nee’?

Jazeker zeggen wij wel eens ‘nee’.  Zo wilden de Amerikanen heel graag dat onze militairen langer in Uruzgan bleven. Maar dat hebben we niet gedaan, en dat werd ons flink verweten. En om dat een beetje goed te maken zijn we later wel iets anders gaan doen in Uruzgan.

Kunt u meer voorbeelden noemen?

Uruzgan is wel het meest duidelijke voorbeeld.

Overigens gaat het anders dan de gemiddelde krantenlezer misschien denkt. Als er vanuit Amerika een formeel verzoek binnenkomt voor deelname aan iets, dan zijn de kaarten eigenlijk al geschud. Zo’n verzoek komt namelijk niet uit het niets. Er is dan al veel vooroverleg geweest. De Amerikanen hebben dan al gevraagd of we willen meedoen – en zo ja, wat we kunnen leveren. Als dus het formele verzoek binnenkomt, heeft de Nederlandse regering al gezegd: ‘Ja, we willen meedoen en we kunnen dit en dat leveren, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring’. Als er dus ‘nee’ wordt gezegd, dan is dat ook voor ons een probleem, omdat dan eigenlijk al de verwachting is gewekt bij de Amerikanen dat we meedoen.

Als wij ‘nee’ zeggen tegen de Amerikanen, kan dat dan leiden tot repercussies?

Zeker. Nederland kan dan uitgesloten worden van deelname aan belangrijke besprekingen, zoals de G20. Het kan ook leiden tot repercussies bij de benoeming van functionarissen op internationale posten, zoals bij de NAVO en de VN.

Hoe verklaart u de goede betrekkingen tussen Nederland en Saoedi-Arabië? In Saoedi-Arabië doen ze alles wat de Nederlandse regering ISIS verwijt: het stenigen, onthoofden, kruisigen, en doodzwepen van onteerde vrouwen, homo’s, activisten en andersgelovigen. Bovendien is Saoedi-Arabië de belangrijkste financier van terroristische organisaties als ISIS en extremistische moskeeën, scholen en welzijnsorganisaties overal in Europa. En ook richt het land momenteel een humanitaire ramp aan in buurland Jemen.

De economische betrekkingen met Saoedi-Arabië zijn leidend voor het Nederlandse buitenlandbeleid. Het Nederlandse bedrijfsleven verdient miljarden in Saoedi-Arabië.

Als wij de mensenrechten als uitgangspunt van beleid nemen, dan zouden we eerder sancties bepleiten tegen Saoedi-Arabië dan onze koning sturen voor het uiten van onze deelneming aan de familie van een overleden lid van het Huis van Saoed.

De SP heeft samen met D66 gepleit voor een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië. Daar is niks uit voortgekomen?

Onze motie ter bevriezing van de wapenexport naar dat land werd breed gesteund in de Kamer, maar coalitiepartijen PvdA en VVD stemden tegen. En dat terwijl onze wapenexport naar Saudi-Arabië zeer beperkt is: in 2014 een paar miljoen aan materieel. We hadden dus gedacht dat minister Bert Koenders daar wel een grens zou trekken, maar niets bleek minder waar.

Dan zal het op Europees niveau helemaal moeilijk zijn zo’n embargo van de grond te krijgen?

Als landen de Europese criteria zouden volgen, dan zouden ze geen wapens leveren aan Saoedi-Arabië. Er is Europees wapenexportbeleid, en dat zegt: Niet leveren aan landen die de mensenrechten schenden. Niettemin zijn landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België grootexporteurs van wapentuig naar Saoedi-Arabië.

Wie zijn de lobbyisten die ons kabinet influisteren dat we Saoedi-Arabië te vriend moeten houden? Wapenhandelaren? Shell? Ballast Nedam? VNO-NCW?

In de eerste plaats VNO-NCW. Dat is een werkgeversorganisatie die, anders dan je misschien zou vermoeden, zich niet bezighoudt met de motor van de Nederlandse economie, het midden- en kleinbedrijf, maar uitsluitend lobbyt voor het internationale bedrijfsleven, dus ook voor Shell en Ballast Nedam.

De economische sancties tegen Rusland leken de EU, en ook onze regering geen enkele moeite te kosten. Was de inschatting dat er met dat land minder op het spel staat?

Er staat wel degelijk iets op het spel met dat land. Rusland is als buurland van de EU een belangrijke economische speler. Onze boeren en tuinders zijn inmiddels een half miljard aan inkomsten kwijtgeraakt vanwege de Russische tegenmaatregelen.

De sancties van de EU tegen Rusland vanwege de annexatie van de Krim hebben ook geen enkele zin, want de Krim krijg je er niet mee terug. We moeten in de relatie met Rusland aansturen op de-escalatie.

Maar hoe is het dan te verklaren dat we met Rusland zo anders omgaan dan met Saoedi-Arabië?

Het is hypocrisie. We doen alsof Poetin Hitler is, en we knijpen een oogje dicht bij Saoedi-Arabië. De rapporten van Amnesty International liegen er niet om. En Amnesty roept dan ook op strikter beleid te voeren tegen Saoedi-Arabië.

Maar we gaan in het geval van Rusland in tegen onze eigen economische belangen.

Dat is omdat Saoedi-Arabië gezien wordt als een bondgenoot. Ze verlenen diensten aan de VS, bijvoorbeeld in de strijd in het Midden-Oosten.

Zouden we niet juist Rusland moeten zien als een bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme? Saoedi-Arabië is nota bene een van de belangrijkste financiers van ISIS.

ISIS wordt niet gefinancierd door de Saoedische overheid.

Uit een gelekte e-mail van Hillary Clinton blijkt dat de Saoedische overheid ISIS financiert.

Ik dacht dat het alleen Saoedische particulieren waren die fondsen beschikbaar stelden aan ISIS.

In 2002 namen de Amerikanen een wet aan, de The Hague Invasion Act, die de Amerikaanse president machtigt met geweld Amerikanen te bevrijden die worden vastgehouden door het Internationaal Strafhof in Den Haag om te worden berecht. Er is niet of nauwelijks over bericht in de media en het lijkt geen enkele opschudding te hebben gewekt. Hoe is dit mogelijk? Waarom is het van geen enkele invloed geweest op onze relatie met de VS?

Dat is omdat journalisten, zoals wel vaker gebeurt, meegaan in de redenering van de regering. Als het kabinet een bepaald onderwerp doodverklaart, dan is het voor de media meteen niet interessant meer. Want dat is precies wat er gebeurd is met de The Hague Invasion Act. De Nederlandse regering heeft elk debat hierover in de kiem gesmoord door het af te doen als een bagatel. ‘Dat zal nooit gebeuren’, werd er gezegd. ‘Die wet is voor binnenlandse consumptie in Amerika.’ Vragen uit de Kamer werden afgedaan met: ‘Wat wilt u wat we doen? Dat we troepen gaan stationeren in Scheveningen?’ Het viel dus al publicitair dood nog voordat er over gepubliceerd was.

Kun je een land dat jou met geweld bedreigt nog wel als een bondgenoot of bevriende natie beschouwen?

Zeker wel. Want het is geen directe bedreiging. Het is een indirecte bedreiging. De Amerikanen zeggen: Onder bepaalde omstandigheden behouden wij het recht voor om dit of dat te doen.

Maar zo praat je toch niet met je vrienden?

Dat is wel zo. Maar het wil niet zeggen dat je dan meteen de relatie moet opzeggen.

Wat moet je er dan mee?

Dan moet je als Nederlandse regering duidelijk maken dat je het ‘onaanvaardbaar’ vindt en er op geen enkele manier aan mee zult werken. Dat je dus, als de VS vraagt om uitlevering van een Amerikaan die terecht staat bij het Strafhof, daar onder geen enkele voorwaarde aan mee zult werken.

Heeft het Internationaal Strafhof nog toekomst zolang militaire grootmachten als de VS, Rusland en Israël, die verantwoordelijk worden gehouden voor mensenrechtenschendingen, niet zijn aangesloten? Een aantal Afrikaanse landen heeft zijn vertrek al aangekondigd.

Dat laatste zie ik als een grotere bedreiging dan het eerste. Het is altijd zo met internationale verdragsorganisaties dat je begint met een kleine club, de voorhoede, dat vervolgens steeds meer landen zich aansluiten en dat uiteindelijk ook de grote landen zich aansluiten.  Het Verdrag Chemische Wapens is hier een goed voorbeeld van.

Hoe ziet u de oorlog in Syrië? Er zijn er die de oorzaak leggen bij de Syrische overheid die keihard zou zijn opgetreden tegen mensen die vreedzaam demonstreerden. En er zijn er die de oorlog zien als een gevolg van een poging tot regime change van de VS en bondgenoten. Volgens een ooggetuige, pater Frans van der Lugt, die later in Homs vermoord werd, begon het geweld met demonstranten die op de politie schoten.

In 2011 zei de Nederlandse regering de EU en de VS na: ‘Assad moet weg’. Dat was zeer kwalijk, omdat de oorlog hierdoor verlengd en verdiept is.

De oppositie werd aangemoedigd door te vechten, niet alleen met woorden, maar later ook praktisch, door het leveren van wapens en militaire trainingen.

U vindt niet dat president Assad het veld moet ruimen?

Iedere realist zal zeggen: Assad is in belangrijke mate verantwoordelijk voor veel slachtoffers in Syrië, maar Assad is ook nodig voor de transitie. Want wat als je zegt: ‘Eerst moet Assad weg, en dan gaan we praten?’ Dat is hetzelfde als tegen de kalkoen zeggen: ‘We willen met jou praten over het kerstmaal, maar uiteindelijk eindig je in de pan.’ Dan zegt die kalkoen: ‘Dan ga ik niet met jou praten, dan ga ik vechten.’

Je kunt ook niet voorbijgaan aan de betrokkenheid van de Russen in het conflict. Zolang de Russen Assad blijven steunen, kun je blijven roepen dat Assad weg moet, maar dan leidt dat alleen maar tot een verlenging van het conflict.

De Verenigde Naties beschouwden Aleppo als een stad die bezet was door Al Nusra, een terroristische broederorganisatie van Al Qaida. Maar dit feit bleef onvermeld in de reguliere nieuwsmedia. Men sprak stelselmatig over ‘rebellen’ in plaats van ‘terroristen’. Hoe ziet u dat?

De geschiedenis van alle conflicten leert dat wij mensen die wij zien als onze bondgenoot aanduiden met termen als ‘opstandelingen’, ‘het verzet’,  ‘oppositie’ of ‘rebellen’ . En mensen die aan de andere kant vechten, noemen we ‘terroristen’. Je ziet daarbij dat de media het jargon van de politiek overnemen. Want het plakken van labels op strijdende partijen begint vrijwel altijd bij de politiek.

U heeft deelgenomen aan een demonstratie bij de Russische ambassade tegen de bombardementen op Aleppo in Syrië, georganiseerd door Amnesty International, Pax Christi en Save The Children. Is er bij uw weten al zo’n demonstratie georganiseerd bij de Amerikaanse ambassade vanwege de bommen op Mosul in Irak, of bij de Saoedische en Amerikaanse ambassades vanwege de bommen op Jemen?

Ik heb wel deelgenomen aan een demonstratie bij de Saoedische ambassade, vanwege Jemen. Voor een demonstratie bij de Amerikaanse ambassade vanwege Mosul ben ik niet uitgenodigd. Ik weet ook niet of er zo’n demonstratie is gehouden.

Een zoekactie op Google, leverde mij geen resultaten op. Misschien vinden Amnesty, Pax Christi en Save The Children de bommen op Aleppo kwalijker dan die op Mosul?

Er zijn overeenkomsten tussen Aleppo en Mosul. Maar conflicten zijn natuurlijk nooit helemaal hetzelfde.

Er zijn in Mosul in een paar weken tijd honderden burgerdoden gevallen, als gevolg van Amerikaanse bombardementen. Meer dan honderdduizend mensen zijn op de vlucht geslagen.

De werkwijze van ISIS in Mosul is anders dan die van Al Nusra in Aleppo. ISIS is uit op zoveel mogelijk burgerdoden.

In Aleppo werden ook burgers als menselijk schild gebruikt.

Dat is zo. Maar wat ISIS doet gaat nog een stapje verder. Zij drijven burgers bijeen op plekken waar gebombardeerd wordt, en trekken zich daarna dan zelf terug in schuilkelders. Dat gaat dus verder dan burgers als menselijk schild gebruiken, waarbij je zelf ook een risico loopt.

Maar er is alle reden om ook de demonstreren bij de Amerikaanse ambassade.

De Nederlandse overheid steunt gewapende groeperingen in Syrië, zonder te willen zeggen wie het zijn, alleen dat ze ‘gematigd’ zijn. Ze ontvangen weliswaar geen wapens, maar wel dekens, tenten, medicijnen en communicatieapparatuur. Wat vindt u daarvan?

Steun aan gewapende groepen wijs ik af. Die steun komt neer op een aanmoediging om door te vechten.

En er zijn al jarenlang berichten over zogenaamde gematigde groeperingen die alles wat ze aan wapens en overig materieel krijgen stelselmatig afgeven aan ISIS en Al Nusra, of in elk geval nauw hiermee samenwerken of hiernaar overlopen. Bestaat er in Syrië überhaupt nog een gematigde oppositie?

Er is enige tijd sprake geweest van Nederlandse steun aan de Syrian National Council. Dat proces heeft overigens niet lang geduurd. De Syrian National Council bleek geen succes en tegenwoordig is er een lappendeken aan oppositiebewegingen in Syrië. En ja, het is inderdaad moeilijk te voorkomen dat humanitaire hulp bij terroristische groepen terecht komt. De situatie in Syrië is zeer onoverzichtelijk.

Posted on Leave a comment

Europese bondgenoot en handelspartner Saoedie-Arabië vervolgt christenen

De autoriteiten in Saoedi-Arabië hebben op 8 februari in Damman 53 Ethiopische christenen gearresteerd wegens het houden van een gebedsbijeenkomst in een privéwoning. De politie heeft het huis verzegeld en alle aanwezigen, 46 vrouwen en 7 mannen, meegenomen. 

Ethiopiërs demonstreren voor de vrijlating van christenen in Saoedi-Arabië.
Ethiopiërs demonstreren voor de vrijlating van christenen in Saoedi-Arabië.

In Saoedi-Arabië is het christendom zelfs verboden tot in de privé-sfeer. Daar kan het laïcisme van de Europese Unie niet tegenop, maar het ontwikkelt zich wel in die richting. Saoedie-Arabië is immers onze bondgenoot en handelspartner. Zowel voor import van olie, als voor export van afgewerkte producten zoals voeding, geneesmiddelen en telecommunicatietoestellen. En ook Saoedie-Arabië wil zelf afgewerkte producten gaan uitvoeren naar Europa.

Terwijl in Mali een militaire interventie gerechtvaardigd wordt omwille van mensenrechtenschendingen (?), is het voor de Europese Unie geen probleem dat in Saoedi-Arabië bij dieven de hand wordt afgehakt, overspelige vrouwen worden gestenigd en homo’s onthoofd. Dat heeft nooit aanleiding gegeven tot slechte diplomatieke betrekkingen of een economische boycot – laat staan een militaire interventie.

Saoedi-Arabië weigert andere religieuze uitingen dan die van de islam te erkennen of te beschermen. De muttawa (religieuze politie) voert regelmatig controles uit op het bezit van bijbels, rozenkransen, kruisen en op het houden van christelijke bijeenkomsten. Zelfs indien de koninklijke familie andere religieuze praktijken privé toestaat, zijn muttawa-agenten geneigd die ruimte te negeren.

In december 2011 arresteerden de Saoedische autoriteiten ook 35 Ethiopische christenen, onder wie 29 vrouwen, op beschuldiging van ‘illegale sociale omgang’. Toen werden de gelovigen eveneens opgepakt tijdens een gebedsbijeenkomst in een privéwoning in Jeddah. Volgens Human Rights Watch (HRW) werden de gevangen vrouwen onderworpen aan willekeurige ‘medische keuringen’.

Posted on 2 Comments

Midden-Oosters christendom onder druk

In december 2010 ontstond er een golf van straatprotesten in de Arabische wereld op initiatief van jonge mensen die protesteerden tegen dictaturen, corruptie en werkeloosheid. Ze slaagden er in dictators om ver te werpen, die hun landen decennia lang geregeerd hadden, mensen werden vrijer dan voorheen, verbannen leiders kwamen weer terug en hadden de mogelijkheid deel te nemen aan verkiezingen. Maar de kunstmatige conflicten onder de bevolking die gecreëerd waren door de oude regimes bleven aanwezig en zullen nog wel enige tijd aanwezig blijven.

Een voorbeeld: Op 9 oktober vorig jaar, gingen honderden koptische christenen de straat op om te protesteren tegen de vernieling van een kerk in Zuid-Egypte. De kerk van de Marinab had alle vergunningen van lokale overheden sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, maar de autoriteiten stelden dat deze niet geldig waren en begonnen de sloop. Er zijn 53 andere kerken die door de autoriteiten gesloten zijn en niet gebruikt kunnen worden. De christelijke minderheid ziet dit als een aanval op zijn identiteit en als een teken van een gebrek aan vrijheid net als in de tijd voor de revolutie.

Een mars werd georganiseerd van Shubra naar het hoofdkwartier van de staatstelevisie in Masbero. Het leger gebruikte militaire voertuigen om de mars tot stilstand te brengen en reed door het publiek heen, waarbij in slechts enkele uren 29 burgers gedood werden en 232 gewond raakten. De officiële toedracht wil dat de demonstranten machinegeweren gehad zouden hebben en 3 soldaten gedood zouden hebben. Er volgden geen arresten onder de militairen, maar wel onder de organisatoren van de mars. Deze zaak laat duidelijkheid de wreedheid zien van de militairen die het land besturen en hun vijandigheid tegenover de christelijke minderheid. De Egyptische media stelden echter dat de kopten als enigen verantwoordelijk waren voor wat er was gebeurd. Er waren diverse linkse en gematigd islamitische partijen en organisaties die de gebeurtenissen veroordeelden, maar er was niet genoeg druk om de machthebbers te dwingen de echte verantwoordelijken voor de geweldsescalatie ter verantwoording te roepen.

Dit is één van de bloedigste repressies tegen christenen in decennia, er zijn nog veel meer misdaden begaan tegen de koptische minderheid (Kosheh 2000, Nag Hammadi 2010, Imbaba 2011), maar slechts in een paar zaken werden de daders voor het gerecht gebracht. In Kosheh werden 21 mensen gedood (de jongste martelaar was slechts 11 jaar oud). Naar aanleiding hiervan werden 93 mensen gearresteerd, deze werden na 11 maanden allemaal vrijgelaten behalve één, die per abuis een moslim had gedood, hij kreeg een gevangenisstraf van 13 jaar. Om je een idee te geven van de omvang van deze rellen, in 48 uur werden 4500 winkels en huizen geplunderd, de politie had zich terug getrokken uit de stad gedurende die periode en een zeer groot percentage van de slachtoffers was christelijk. Men beweert wel dat veel van de betrokken criminelen tegenwoordig dienen als militair in de regio Sohag.

Een aanval op een klooster, de ontvoering van een christelijk meisje om haar te dwingen met een moslim te trouwen, de afbranding van een kerk of het huis of de winkel van een christen, opstootjes door lokale bendes gericht tegen winkels en auto’s van christenen, het zijn wekelijkse gebeurtenissen in de Egyptische media en bronnen van conflict tussen radicale moslims en christenen. Deze trend omvat islamisering en radicalisering op diverse sociale niveaus, weerstand van christenen tegen duidelijke verschijnselen van islamisering en de betrokkenheid van het regime in het aanwakkeren van animositeit tussen verschillende religieuze groepen.

Ik schrijf dit alles omdat een christelijke beschaving in het Midden-Oosten bedreigd wordt. Een kerk die is gesticht door de evangelist Marcus, die tenminste 1950 jaar oud is, wereldwijd 12 miljoen leden telt, 2500 kerken en kloosters, is in gevaar, zeker nu islamisten na de verkiezingen een absolute meerderheid hebben gekregen in de Algemene Vergadering (extremistische islamisten van Al-Nur hebben meer dan een kwart van de stemmen gekregen).

Ik vraag me dikwijls af wat kan ik, wat kunnen wij als christenen, doen om te helpen? Hoe kunnen we mensen attenderen op wat hier gebeurt? Hoe kunnen we een massale christelijke uittocht voorkomen? Wat is een effectieve reactie wanneer we nieuws horen dat er opnieuw een kerk is afgebrand? Welke plannen kunnen we voorstellen om hen te helpen? Bij wie en waar zullen we protesteren om een einde te maken aan het bloedvergieten? We moeten over deze vragen nadenken en handelen.

De hierboven besproken zaken hebben betrekking op Egypte, maar wat van Irak? Meer dan de helft van de Irakese christenen in zijn huis ontvlucht uit angst voor moord en ontvoering, 500 à 1000 zeer oude kerken zijn afgebrand en Amerikaanse troepen hebben geen vinger uitgestoken om dit te voorkomen.

En wat zal er gebeuren als het regime van Assad in Syrië valt? Nagenoeg alle ‘vrijheidsstrijders’ zijn radicale soennieten uit Syrië en het Arabisch schiereiland.

En wat te denken van Turkije? De regering weigert nog altijd de Armeense genocide te erkennen, die gepleegd werd door Turkse soldaten. Recente christelijke bekeerlingen worden lastig gevallen, velen brengen jaren in de gevangenis door op grond van valse beschuldigingen.

En wat van Iran? Het is nog altijd onzeker of Youssef Nadarkhani (die zich bekeerde van de islam tot het christendom) nog in leven is, hij werd overgebracht naar een gevangenis en veroordeeld tot dood door ophanging.

En Saoedi-Arabië? Het hebben van een Bijbel of een christelijk boek wordt daar al als een misdaad beschouwd.

Of Pakistan.. Asia Bibi, beschuldigd van godslastering omdat ze zich niet tot de islam wilde bekeren, verkeert na 2 jaar nog altijd in gevangenschap.

Sinds de start van de burgeroorlog in Libanon, die de christenen verloren, neemt het christendom in het Midden-Oosten af. De wortels van onze godsdienst, het voortbestaan van de eerste christelijke naties in de geschiedenis, zijn in gevaar. Dit is geen unieke situatie, ook voor de Kruistochten werden ze al verdrukt en onder het Ottomaans-Turkse bewind, maar ze hebben deze perioden overleefd en ik hoop dat ze ook de komende decennia en eeuwen zullen doorstaan.

Maar onze taak is om aandacht te blijven vragen voor hun zaak en hen te helpen om in hun thuisland te kunnen blijven in vrede en met waardigheid. 50.000 Syrische christenen werden door de al Faruq brigade uit hun huizen in Homs verdreven in de afgelopen 4 weken, zij zullen Pasen in angst doorbrengen. Het is dus tijd om in actie te komen.

Ik wens jullie een gezegend Pasen,

Joseph Y.F. Potter

Posted on 3 Comments

Poetins filosofie

Het paradoxale ‘liberaal-conservatisme’ met een sterke staat

Stel je voor dat je een lesboek over de Amerikaanse geschiedenis zou opslaan en niets zou tegenkomen over Thomas Paine, Benjamin Franklin of Thomas Jefferson. Dit is zo ongeveer de situatie voor iedereen in het Westen die iets probeert te begrijpen van het hedendaagse Rusland. De standaard lesboeken vermelden nagenoeg niets over de conservatieve ideeën die momenteel het politieke speelveld domineren. De Sovjet-Unie onderdrukte uiteraard krachtig de belangrijkste rechtse denkers gedurende het grootste deel van de vorige eeuw, maar zelfs nu het niet langer als een misdaad wordt beschouwd wanneer Russen hun boeken lezen, blijft het Westen deze denkers negeren.

Daar is een reden voor. Historici zijn geneigd tot een teleologische focus. Ze hebben een bepalend eindpunt – de telos – en willen uitleggen hoe we daar gekomen zijn. Informatie die niet bijdraagt aan deze uitleg wordt genegeerd. In het geval van Rusland was de telos ettelijke decennia het communisme. Iedereen wilde begrijpen wat het was en waarom het er in geslaagd was de macht te grijpen. Studies van de Russische intellectuele geschiedenis concentreerden zich begrijpelijkerwijs dan ook vooral op de ontwikkeling van liberaal en socialistisch denken. Russisch conservatisme daarentegen, werd beschouwd als een historisch dood lopend spoor en het bestuderen niet waard.

Het gevolg daarvan is, dat Westerse commentatoren – die het aan enige kennis van Ruslands conservatieve erfgoed ontbreekt – heden ten dage niet in staat zijn de Russische regering in de juiste intellectuele context te plaatsen.

Analyses van Poetin neigen ernaar de nadruk te leggen op zijn verleden bij de KGB en schilderen hem als iemand die er op gebrand is democratische vrijheden te onderdrukken. Zoals de vermoordde journalist Anna Politkovskaja het stelde, Poetin “is er niet in geslaagd zijn herkomst te ontstijgen en te stoppen zich te gedragen als een luitenant-kolonel in de Sovjet KGB. Hij is nog altijd bezig om zijn vrijheidslievende landgenoten in de pas te laten lopen; hij volhardt in het vermorzelen van de vrijheid, net zoals hij dat eerder in zijn loopbaan deed.” Voor velen in het Westen is daarmee alles gezegd.

In feite staat Poetin, in tegenstelling tot het hierboven beschreven gezichtspunt, in een lange Russische traditie  van ‘liberaal-conservatisme’.  De moderne Russische auteur A.V. Vasilenko omschreef deze school van denken als volgt: “Een sterke staat is nodig, niet in de plaats van liberale hervorming, maar om die mogelijk te maken. Zonder een sterke staat zijn liberale hervormingen onmogelijk.” Dit is de basis van wat de Britse academicus Richard Sakwa “een unieke synthese van liberalisme en conservatisme” noemt en belichaamd wordt door Poetins bewind.

Boris Tsjitsjerin (1828-1904) is wellicht de grondlegger van deze ideologie. Volgens de historicus Richard Pipes, huldigde hij enerzijds “Manchester liberalisme [het klassiek-liberalisme van de Manchester School red.] en burgerrechten, en steunde hij tegelijkertijd de autocratie.” “De Russische liberaal” zo schreef Tsjitsjerin, “reist op een aantal verheven woorden: vrijheid, openheid, publieke opinie… die hij als grenzeloos interpreteert. … Hij acht derhalve de meest elementaire concepten, zoals gehoorzaamheid aan de wet of de noodzaak voor politie en bureaucratie, reeds de producten van een ongehoord despotisme.” “De extreme ontwikkeling van de vrijheid, inherent aan democratie,” zo stelde hij, “leidt onvermijdelijk tot de instorting van het organisme van de staat. Om dit tegen te gaan, is het nodig om sterk gezag te hebben.”

Een andere belangrijke figuur was de filosoof Vladimir Solovjov (1853-1900). Solovjov geloofde dat christelijke liefde, belichaamd in de Kerk, de opperste politieke waarde was en tot uiting kwam in politieke en economische regelingen die de waardigheid en rechten van individuen respecteerden. Zodoende was Solovjov, terwijl hij een nauwe band tussen kerk en staat steunde, een tegenstander van de doodstraf en ging hij tekeer tegen het officiële antisemitisme. Hij was wat alleen omschreven kan worden als een ‘liberale theocraat’.

Nog een andere centrale persoonlijkheid in de annalen van het Russische liberaal-conservatisme was Pjotr Struve 1870-1944). Oorspronkelijk een marxist, schreef Struve het eerste manifesto van de Russische Sociaal Democratische Arbeiders Partij (de voorloper van de Communistische Partij), maar uiteindelijk zwoer hij het marxisme af en in ballingschap in de jaren ’20 werd hij een prominente supporter van het oudste overlevende lid van de Russische koninklijke familie. Struve maakte deze opmerkelijke transformatie door zonder ooit de kern van zijn liberale overtuigingen aan te passen.

Wellicht het belangrijkste werk in de liberaal-conservatieve canon is een bundel uit 1909 getiteld Vechi (Bakens), dat in 2009  door een Russische regeringsfunctionaris  als “ons boek” werd aangeduid. Het bestaat uit een reeks scherpe aanklachten van de Russische intelligentsia door prominente liberalen zoals Pjotr Struve, Nikolaj Berdjajev en Sergej Boelgakov, wier weerzin gewekt was door de anarchie van de revolutie van 1905. Vechi beweerde dat de intelligentsia zich zelf had afgesneden van het Russische volk door slaafs Westerse ideeën te kopiëren en Russische te negeren en dat het geen respect had voor het recht. De auteurs concludeerden dat het fundament van de regering een sterk rechtssysteem moet zijn.

Poetin zelf lijkt vooral twee tijdgenoten van de auteurs van Vechi te bewonderen, Pjotr Stolypin (1862-1911), premier van Rusland van 1906 tot 1911, en de filosoof Ivan Iljin (1883-1954).

Stolypin nam het roer over als premier te midden van de revolutie en deinsde er niet voor terug extreem geweld te gebruiken om die te onderdrukken. Zoveel radicalen werden verhangen dat de strop bekend kwam te staan als ‘Stolypins das’. Tegelijkertijd streefde hij liberale hervormingen na in de sociale en economische sfeer, hij werd vooral bekend door het doorvoeren van hervormingen om grond aan boeren in bezit te geven, met als doel een samenleving gebaseerd op privaat eigendom te creëren.

Net als Stolypin heeft Poetin gewerkt aan de verankering van het eigendomsrecht en de liberalisering van de economie.

Poetin leidt een comité dat de realisatie van een monument voor Stolypin in Moskou beoogt. Hij heeft Stolypin “een ware patriot en een wijs politicus” genoemd, die “inzag dat zowel alle soorten van radicaal sentiment als aarzeling en weigering noodzakelijke hervormingen door te voeren, gevaarlijk waren voor het land, en dat alleen een sterke en effectieve regering vertrouwende op zakelijk en burgerlijk initiatief van miljoenen progressieve ontwikkeling zou kunnen veilig stellen.” Zoals een commentator opmerkte, “Poetin had over zichzelf kunnen spreken.”

Voor wat Iljin betreft, hij begon zijn intellectuele loopbaan als een student van Hegel. Door Lenin in 1922 uitgewezen uit de Sovjet-Unie, verhuisde hij naar Berlijn. Anderhalf decennium later, toen hij zijn baan verloor omdat hij niet wilde doceren in overeenstemming met Nazi-voorschriften, ontvluchtte hij ook Duitsland  en leefde de rest van zijn leven in Zwitserland.

Poetin haalt Iljin geregeld aan in zijn schrijfsels en toespraken. In 2005 speelde hij een rol in de terugkeer van Iljins stoffelijk overschot naar Rusland en zijn herbegrafenis in Moskou, met veel vertoon omkleed. Later betaalde hij persoonlijk voor een nieuwe grafzerk voor Iljin.

Net als Stolypin en de bijdragers aan Vechi, geloofde Iljin dat de bron van Ruslands problemen een onvoldoende ontwikkeld ‘rechtsbesef’ (правосознание) was. Gezien dit gegeven, was democratie geen gepaste regeringsvorm. Hij schreef  “aan het hoofd van de staat moet er een enkele wil zijn.” Rusland had een “verenigde en sterke staatsmacht, dictatoriaal in de scope van zijn bevoegdheden” nodig. Tegelijkertijd moesten er duidelijk grenzen aan deze bevoegdheden zijn. De heerser moet de steun van de bevolking hebben; staatsorganen moeten verantwoording afleggen; het beginsel van de legaliteit moet bewaard blijven en alle personen moeten gelijk zijn voor de wet. Vrijheid van geweten, meningsuiting en vergadering moeten gegarandeerd zijn. Privaat eigendom moet sacrosanct zijn. Iljin geloofde dat de staat het opperste gezag moest hebben op die terreinen waar zij competent is, maar geheel buiten die terreinen moest blijven waar ze niet competent is, zoals het privéleven en godsdienst. Totalitarisme, zo stelde hij, is “goddeloos”.

De realiteit van Poetins Rusland sluit vrij nauw aan op dit liberaal-conservatieve model. Poetin heeft bijvoorbeeld, net als Stolypin, belangrijke stappen ondernomen om het eigendomsrecht te verankeren, alsmede om de economie te liberaliseren. In januari schreef Poetin dat “de motor van de groei in het initiatief van de bevolking moet en zal liggen. We zijn gedoodverfd te verliezen als we ons enkel verlaten op de besluiten van ambtenaren en een beperkt aantal grote investeerders en staatsbedrijven. … Ruslands groei in de komende jaren staat gelijk aan de uitbreiding van vrijheden voor een ieder van ons.” Poetin en Dmitri Medvedev hebben een reeks van liberaal denkende ministers van financiën aangesteld, die gewerkt hebben aan het terug brengen van de regeldruk voor kleine ondernemingen. Vooruitgang op dit vlak is fragmentarisch maar tastbaar, zoals ook de recente toelating van Rusland tot de Wereld Handels Organisatie (WTO) laat zien. Westerse beschouwers neigen er naar dit over het hoofd te zien en in plaats daarvan de focus te leggen op het negatieve, zoals het terug brengen onder staatscontrole van de belangrijkste spelers in de energiesector.

Net als de liberaal-conservatieven heeft Poetin de nadruk gelegd op wat hij ‘de dictatuur der wet’ noemt. Westerse commentatoren hebben de voortdurende misbruiken in de rechtspraak veroordeeld. Maar zoals William Partlett van de Brookings Institution opmerkt, “Poetin heeft veel meer aandacht besteed aan hervorming van het recht dan zijn voorganger … en heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt in het bij de tijd brengen van het tegenstrijdige Russische rechtssysteem. … Voorts staat hij verrassend open voor de implementatie van mensenrechtennormen van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in Russische rechtszalen.”

Onder de Poetin-doctrine van ‘soevereine democratie’ is de staat beperkt; ze streeft er niet naar ieder aspect van het leven te beheersen. Het ziet vrijheid terdege als essentieel voor sociale en economische vooruitgang. Maar waar de staat wel optreedt, moet ze soeverein zijn – krachtig, verenigd en vrij van de invloed van buitenlandse machten. In de ogen van Westerse critici was Poetins besluit in zijn eerste termijn als president om de bevoegdheden van de regionale gouverneurs te beperken een directe aanval op de democratie. Voor Poetin was dit echter een cruciale stap om een einde te maken aan de praktijk dat regio’s ongehoorzaam waren de federale wet en om de ‘eenheid van recht’ in de natie te herstellen.

Liberaal-conservatisme ligt ook ten grondslag aan Poetins houding ten opzichte van het maatschappelijk middenveld. James Richter van Bates College stelt: “de regering Poetin was een veel consistentere voorvechter van het maatschappelijk middenveld dan het Kremlin onder Jeltsin, ofschoon ze probeerde het concept voor haar eigen doeleinden bij te stellen.” Sinds 2004 heeft de Russische regering op alle bestuursniveaus  ‘publieke kamers’ opgezet, die moeten dienen als een forum waarin maatschappelijke organisaties en staatsorganen samen kunnen werken. Deelnemers hebben genereuze publieke financiering ontvangen. Tegelijkertijd betwijfelen sommigen in het Westen de waarde van deze kamers omdat ze er op ingericht zijn het maatschappelijk middenveld te helpen met de staat samen te werken en niet om haar uit te dagen.

Russische liberaal-conservatieven waren nooit democraten in Westerse zin en het is niet verwonderlijk dat velen hier hun ideologie verwerpen. Richard Pipes beschouwt Tsjitsjerins filosofie als een “abstracte en onrealistische doctrine.” Het idee dat de krachtige staat “de burgerrechten zou kunnen respecteren was eenvoudigweg quixotisch.” Op een vergelijkbare wijze kan Iljins visie van een beperkte, op het recht gebaseerde en verantwoording afleggende dictatuur naïef onpraktisch lijken.

Maar het punt van dit betoog is niet of liberaal-conservatisme de juiste keuze is voor Rusland. De kwestie is veeleer dat wij in het Westen er niet in slagen deze ideologie als zodanig te herkennen. Poetin heeft een heldere visie van een sterke, gecentraliseerde, op het recht gebaseerde regering met duidelijk bepaalde en beperkte competenties, consistent met inheems Russische scholen van denken. Onze betrekkingen met Rusland zouden fors verbeteren als we deze realiteit zouden erkennen en ons daartoe zouden verhouden in plaats van aan te slaan op irrelevante karikaturen van een politiestaat.

__________

Met toestemming overgenomen. Copyright 2012 TheAmericanConservative.com.
Vertaling: Jonathan van Tongeren