Posted on

De moord op de Wereldhandelsorganisatie

Het zijn op dit ogenblik zowel voor diplomaten, regeringen als de bedrijfswereld ongetwijfeld zeer hectische dagen. Traden de Verenigde Staten voorheen al uiterst agressief op, dan is het nu helemaal chaos en is het woord handelsoorlog alom. Typerend was dat velen in de media deze week in Brussel al dachten het officieel overlijden van de NAVO te kunnen meemaken. Alsof die niet al op sterven na dood is. Alleen men geeft het bij de lidstaten nog niet toe.

GATT

Ondertussen regent het vanuit de VS strafmaatregelen met ofwel meer sancties dan wel extra invoerrechten tegen zowat alle vermeende bondgenoten – lees vazallen – en handelspartners van de VS. En we zijn nog maar aan het begin. Het gevolg is dat die door extra invoerheffingen getroffen landen zeggen met hun klacht naar de Wereldhandelsorganisatie (WHO) te trekken om de VS te verplichten de regels te volgen. Er is hiermee echter een probleem: De WHO is dood, vermoord door de VS.

De algemene vergadering van de WHO. Officieel nog springlevend maar feitelijk dood. Iets wat men blijkbaar zo stil mogelijk wil houden. Je zult er in de gespecialiseerde media zoals The Financial Times dan ook amper iets over vinden.

De Wereldhandelsorganisatie (in het Engels afgekort als WTO) werd opgericht in 1995 toen er bij het GATT, het General Agreement on Tariffs and Trade, onoverkomelijke problemen ontstonden rond allerlei handelsgeschillen tussen de lidstaten. Vooral de houding van de VS zorgde voor veel herrie.

Dat was de reden waarom de WHO werd opgericht met als bedoeling een beter systeem te krijgen om die geschillen te beslechten. Zowat alle landen met ietwat naam zijn nu lid, ook bijvoorbeeld Jemen en de Seychellen. En in het begin leek dat ook goed te werken, waarbij de grote machtige naties het soms moesten afleggen tegen kleinere staten. Typerend was de door Costa Rica gewonnen rechtszaak over ondergoed tegen de VS.

Volgens de regels van de WHO stapt een land naar het Bureau voor Geschillenregeling (Dispute Settlements Body) van deze organisatie. Die werkt als een soort dienst voor eerste aanleg. Het is echter het Beroepshof (Appelate Body) dat zal beslissen wie gelijk heeft.

Bij consensus

Deze instelling bestaat normaal uit zeven rechters die voor twee jaar worden benoemd, wat dan eenmaal verlengd kan worden. De rechters hier zijn geen beroepsmagistraten maar specialisten in internationale handel. Zo is er de Belg professor Peter Van den Bossche die verbonden is aan een serie onderwijsinstellingen in Bern, Amsterdam, Maastricht; de ULB in Brussel en het Brugse Europacollege.

Deze rechters krijgen een geschil te behandelen dat ze dan moeten onderzoeken. Op hun beslissingen is voor zover bekend nooit veel kritiek geweest. Van de zeven rechters zijn er echter nu nog maar vier over en in september worden er dat praktisch zeker nog maar drie. Dan eindigt immers de termijn van Shree Baboo Chekitan Servansing uit Mauritius.

Zodat de Chinese Hong Zhao op 30 september 2020 achter haar als laatste er het licht uit kan doen. Want op 10 december 2019 eindigen de termijnen van de Amerikaan Thomas R. Graham en de Indische voorzitter Ujal Singh Bhatia en dus blijft die Chinese dame eenzaam en alleen over tot ook zij op 30 november 2020 moet vertrekken.

De insider: “Het probleem is dat men deze mensen bij consensus dient te benoemen en een land ligt al meer dan een jaar dwars. En dat is de VS. Wel mogen de rechters als ze vertrekken de dossiers die ze behandelen normaal verder afwerken. Maar in bepaalde gevallen poogt de VS zich ook hier tegen te verzetten. Het is bovendien onduidelijk waarom de VS neen zeggen tegen tegen de benoeming van nieuwe rechters. Soms krijg je een lijstje met klachten en hebben zij het onder meer over het activisme van de rechters. Namelijk dat zij in de plaats van regeringen beslissingen doorduwen.”

De rechters van het Beroepshof toen ze nog met zes waren. De zevende werd rechts op de fot handig weggesneden. Van links naar rechts Shree Baboo Chekitan Servansing (Mauritius), Hong Zhao (China), Peter Van den Bossche (België), Ukal Singh Bhattia (Indië), Thomas R. Graham (VS) en Ricardo Ramirez-Hernandez (Mexico).

 

Bovendien eisen de VS nu ook dat dit Beroepshof ten laatste binnen negentig dagen een beslissing neemt, zo niet aanvaarden zij die niet meer en stellen zij hun veto. De insider: “Toen men dit reglement in 1995 om ten laatste binnen 90 dagen te vonnissen invoerde werkte dat zoals het hoort, maar sindsdien is het afhandelen van die geschillen veel complexer geworden en lukt dat niet meer. Zo is er natuurlijk een pak jurisprudentie bijgekomen waarmee die rechters rekening moeten houden en bovendien is de wereldhandel een stuk ingewikkelder geworden.”

Steroïden

Het gevolg is natuurlijk dat de WHO wel nog bij naam bestaat maar het niet meer in staat is geschillen op te lossen en we dus een totale chaos dreigen te krijgen, de macht van de sterksten. En dit is wat de VS lijken te willen.

De insider: “Deze aanval op de wereldhandel is goed voorbereid en komt niet zomaar uit de lucht vallen. Eerst legt men de WHO lam en nadien begint men een handelsoorlog. We krijgen de indruk dat de VS terug wil naar het GATT, maar geen enkele andere lidstaat van de WHO gaat hiermee akkoord. Nu werkt men met een soort consensus waarbij een beslissing alleen wordt verworpen als iedereen neen zegt. En dat gebeurt namelijk niet, want wie gewonnen heeft zal nooit neen zeggen. De VS wil het omgekeerde waarbij het vonnis pas aanvaard wordt als iedereen akkoord gaat en elk land zo zijn veto kan stellen, dus ook de VS. Dat kan niet werken. Men speelt hier met vuur.” Op een berg dynamiet.

Verassend is dit echter niet. De VS hebben zich altijd gezien als de leider van de wereld die als heer en meester zegt wat anderen moeten doen. De insider: “Natuurlijk is dit het verder zetten van het beleid van de vorige Amerikaanse presidenten maar onder Trump is dat wel een op steroïden. Zo ging er het verhaal rond dat de VS met Donald Trump de WHO ging verlaten. Maar dat ontkende men dan later.”

Of de VS hier hun slag gaan thuishalen is echter uiterst twijfelachtig. De insider: “De VS is goed voor een 15% van ‘s wereld bnp en 13% van de wereldhandel. Wat een totaal andere toestand is dan toen ze na de Tweede Wereldoorlog oppermachtig de wereldhandel domineerden. Maar met 15% van het BNP en 13% van de wereldhandel kun je de andere landen niet meer op de knieën dwingen. Dat is voorbij.”

De dollar

Voor de wereldeconomie en dus voor iedereen breken er onvoorspelbare tijden aan. De insider: “We gaan naar een periode met veel onzekerheid, en voor bedrijven is dat een ramp. Wat gaan bijvoorbeeld de regels worden om te exporteren? Verder zullen die in nogal wat gevallen niet meer worden toegepast. Ook de VS gaan hier trouwens een groot slachtoffer van worden. Zo voert de VS veel landbouwproducten zoals granen uit naar China maar die onderwerpt men in China nu aan extra invoerheffingen. Niemand gaat de VS nog als een betrouwbare handelspartner zien.”

Zo groot wil president Donald Trump de andere landen.

 

Alleen nog de positie van de dollar zorgt voor het overeind blijven van de VS als de wereldmacht. De insider: “Internationale handel is tegenwoordig er een die werkt volgens de regels van de bevoorradingsketen. Men koopt en verkoopt onderdelen die anderen dan op een bepaalde plaats tot een computer of een auto maken. Wat de VS hier doet is het ondergraven van haar eigen economie en machtspositie.”

Het is dan ook duidelijk dat de positie van de dollar als ‘s wereldhandels- en reservemunt bijgehouden door zowat alle centrale banken, vooral dan de vazalstaten als Japan en het Verenigd Koninkrijk, ten dode is opgeschreven. Nu is al minder dan 60% van de wereldhandel in dollar en praktisch 20% in euro.

Mits maatregelen van de Chinese, Russische, Europese, Indische en Japanse centrale banken om het gebruik van hun munten in de internationale handel te vergemakkelijken, zal het belang van de dollar afnemen. Wat onvermijdelijk lijkt.

Het is in wezen ook in het voordeel van de VS. Door het grote belang van de dollar in de handel is de vraag naar dollars groot en stijgt dus de prijs van die munt tegenover andere munten. Kwestie van vraag en aanbod.

Maar een dure dollar maakt de VS juist minder concurrentieel op de wereldmarkten. En zo knijpt men in de VS de industrie dood. De VS kan in wezen dus alleen maar in eigen vlees snijden, die van wereldmacht of die van de concurrentieel handel voerende natie.

De Britse premier Theresa May ontdekte met de herrie rond de Brexit hoe complex de internationale handel is en dat ze haar land niet zomaar kon isoleren van de EU, haar handelspartner bij uitstek. De VS is nu een aanval begonnen tegen die internationale handel.

 

We gaan op internationaal vlak op termijn dus terug tot de periode van voor 1940 toen er vier munten in de internationale handel in gebruik waren, de Amerikaanse dollar, het Britse pond, de Franse frank en de Duitse mark.

Dat zal dit jaar niet gebeuren maar is iets voor het komende decennium wanneer men hiervoor, soms met veel tegenzin, klaar denkt te zijn. De periode waarbij één munt de wereld overheerste is ook uniek in de geschiedenis en komt aan zijn einde. Wanneer is onduidelijk maar Donald Trump zal dit zeker doen versnellen.

Posted on

Een sociogenese van het begrip geopolitiek

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden. Eén van de sprekers op dit congres was de Nederlandse filosoof en uitgever (De Blauwe Tijger) Tom Zwitser.

Tom Zwitser ziet geopolitiek in essentie als een politiek van heimelijkheid en schetst de opkomst van de geopolitiek, samen met een cultuur en zedelijkheid van heimelijkheid, en het ontstaan van de natiestaat. De opkomst hiervan verloopt omgekeerd evenredig met de afname van publieke openbaarheid en burgerlijke vrijheden. Deze sociogenese is een eerherstel van grote denkers als Norbert Elias, Werner Sombart en Henri Pirenne.

Hieronder is zijn lezing terug te zien:

De boeken waarnaar verwezen wordt in de lezing zijn de proloog en het eerste deel van de ‘Oppervlaktes’-trilogie. Meer informatie hierover is te vinden op de website van Uitgeverij De Blauwe Tijger:

https://www.facebook.com/geopolitiek.instituut/

Posted on

Een reëel alternatief voor de klassenstrijd van Ewald Engelen

Ewald Engelen ontketende de discussie over klassenstrijd en over nieuwe politieke prioriteiten van ‘links’. Deze polemiek is nu overgewaaid naar rechts: daar woedt het debat over de juiste verhouding tussen sociaal-economische en identitaire kwesties.

Lukkassens analyse

Sid Lukkassen betoogde dat sociaal-economische thema’s altijd prominent voorkomen in zijn werk ‒ wie hem volgt kan dit bevestigen. Bij het Oekraïne-referendum voorspelde mijn vader dat ‘nee’ dat zou winnen, hoewel peilingen toonden dat ‘ja’ er goed voorstond in de grote steden. “In de Randstad heb je te maken met kosmopolitische citydwellers; in de provincie zijn er meer MKB’ers die qua inkomsten onafhankelijk zijn van de staat en daarom zelfstandig denken.” Dit is wat hij voorspelde en hij kreeg gelijk: het komt precies overeen met Lukkassens analyse. Al in Avondland en Identiteit schreef hij over de tegenstelling tussen stemmers met een regionaal of nationaal identiteitsbeeld, en lieden die zichzelf als wereldburgers zien.

Lokale versus globale economie

Andere vormen van sociale segregatie hangen hiermee samen. Zoals dating voor hoger opgeleiden, blanke elitescholen en de verandering van het VVD-electoraat. Haalt men het inkomen uit de lokale economie of uit de mondiale economie? We herkennen dit in Oostenrijk, met Van der Bellen en Hofer, en idem dito voor Brexit en Trump. In feite voert de mondiale elite een economische oorlog tegen de middenklasse: daarbij wordt het eigen wereldbeeld bekostigd door de rest van het land.

Sinds het doorsnijden van de band tussen lokaliteit en geld – zoals is begonnen door Saint Simon en de zijnen in de 19e eeuw – voltrokken zich twee catastrofes. Allereerst kwam de financiering van maatschappelijke ontwikkelingen bij politici terecht die bevriende bedrijven voorrang geven. De tweede catastrofe is dat die combinatie geen rekening houdt met mens en milieu, omdat winsten voor de politicus en diens bevriende ‘ondernemers’ zijn. Verliezen worden daarentegen afgewenteld op alle mensen en hun omgeving. Vandaag heet dit ‘vriendjeskapitalisme’ of ‘staatskapitalisme’.

Aangestelden in plaats van MKB’ers

Deze laatste twee begrippen brengen ons op Mark Rutte. Voordat hij aantrad bij de VVD had deze partij nog een ledenbestand vol MKB’ers. Zelfstandig denkend, ‘van de koude grond’ en met de ‘poten in de modder’. Vandaag bestaat het uit millennials met stropdassen die elke dag in pak naar het werk gaan, werkend voor de overheid of als jurist op het kantoor van een multinational. Dit zijn geen mensen die vanuit het niets iets kunnen maken: het zijn aangestelden die vanuit de studiebanken komen binnenrollen op een hoge positie dankzij hun kneedbaarheid, hun vlotte babbel en connecties. Bij deze postmoderne kosmopolieten zonder principes staat alles ten dienste van het doorsnijden van de band met het lokale geld.

Deze aangestelden komen vlot en ‘opwaarts mobiel’ over: in die zin hebben zij een ‘liberaal’ imago. Qua denken hebben zij echter de band met het klassiek liberalisme van de kleine zelfstandige doorgesneden. Ongeveer alle vrijdenkers zijn op een dood spoor gezet bij de VVD: wat overblijft is een verwaterde kartelpartij voor oligarchen en lobbyisten. Zodoende snakt dit land naar vrijdenkers als Lukkassen, wiens achterban bestaat uit hardwerkende middenklassers. Dit is mede doordat zijn analyses gericht zijn op de problemen waarmee deze groep worstelt. FvD heeft goed denkwerk verricht maar spreekt toch vooral tot salonfähige intellectuelen en hedgefunders in grachtengordelpanden.

Links faalt om van dit verraad te profiteren

We zouden denken dat dit enorme kansen schept voor links – juist in een tijd waar het volk massaal is verraden door de elite. Probleem is alleen dat links heeft meegewerkt aan dit verraad. Denk aan het schrappen van de dividendbelasting en het feit dat we belanden in een transferunie. Recent werd nog het punt gemaakt dat Kok en Wallage (PvdA) PostNL hebben gesloopt. Links biedt geen realistisch antwoord: we zien vooral leegte en het opnieuw opvoeren van ‘klassenstrijd’ is pure wanhoop. Als de markt verzadigd is voor een product, dan bedenken we een nieuwe branding voor hetzelfde product.

Zodoende brengt de discussie die Engelen ontketende de leegte aan het licht op de linkerzijde van het publieke debat. Dat bedoel ik niet denigrerend: de vragen waar het om gaat zijn nogal pregnant – zeker de vragen die Engelen stelt. Het debat laat echter ook zien dat er geen oplossing is binnen bestaande denkkaders. ‘Politiek bedrijven’ komt vandaag neer op het uitventen van graduele verschillen. Mijn voorstel? Gooi eindelijk de marxistische denkstructuren het raam uit en stel je open voor de wereld zoals deze is.

Marxistische denkstructuren en evolutie

De vele reacties op Engelen laten een geëvolueerd gebruik van het begrip ‘klassenstrijd’ zien. Zij volgen de doorontwikkelde variant. Dat is de variant die Gramsci ontwikkelde. Onderdrukking is niet meer gerelateerd aan de bezittende klasse binnen de superstructuur, zoals bij Marx, maar aan een abstracte onderdrukker en onderdrukte.

Twee elementen zijn daar aan toegevoegd door andere denkers. Het eerste is de conceptie van het ik in Heidegger’s werk Sein und Zeit. Dit is gegrond in Dasein. Het gaat daarbij om een groepsopvatting van het individu. Kort door de bocht: zonder collectief (leiderschap) geen individueel bestaan. De tweede component is Schmitts opvatting van de politiek en het politieke in Der Begriff des Politischen. Politiek is een antagonistische strijd waaraan de mens zijn wezen ontleent. Zonder deze levensinvulling zou slechts een leegte overblijven, het niets.

Ziehier de leest waarop het begrip ‘klassenstrijd’ binnen het politieke debat is geschoeid. Mede op basis hiervan ontstond de postmodernistische revolutie waarvan sofisten en charlatans – zoals Derrida – de vaandeldragers zijn. De reacties op Engelen leggen deze geëvolueerde versie van klassenstrijd aan de dag. Hijzelf lijkt vast te willen houden aan het klassieke begrip. Nu is de vraag of het mogelijk is om terug te keren naar een ouder begrip en de latere ontwikkeling van het begrip klassenstrijd, zoals hier geschetst, links te laten liggen?

De geest terug in de fles?

Zoals ik hierboven opsomde is dit min of meer oude wijn in nieuwe zakken. Oftewel: probeer de oude Cola! Beter dan de nieuwe Cola! Dit soort rebranding c.q. marketing zal niet werken. Binnen de denkstructuur van Engelen en de zijnen resteert alleen dwang: de dwang waarmee de ander tot zwijgen wordt gedwongen.

In drie punten voorwaarts!

Wat opvalt in de twee columns van Engelen (31 Januari en 10 April) is een hang naar overstijgende waarden, of op zijn minst verenigende ideeën. Uit de bovenstaande beschrijving van de klassenstrijd wordt echter duidelijk dat strijd, onverzoenlijk antagonisme en groepsfragmentatie geen fundering bieden voor die gerede wens. Voorts drie suggesties aan Engelen om dat fundament te bouwen.

Werk ten eerste aan de harmonie van belangen op lange termijn. De wet van de comparatieve kostenvoordelen toont dat menselijke samenwerking universeel tot grotere welvaart voor allen kàn leiden. Het moet makkelijk zijn voor arbeiders om flexibel in hun soort werk te zijn. Bij verdwijnende banen kunnen zij dan makkelijker van soort werk wisselen. Kapitaal moet relatief immobiel zijn: dit zorgt voor directere betrokkenheid, want lokale binding aan mens en milieu.

Het moreel goede – voor mens én milieu – komt het best tot stand in vrijwilligheid. Bij vrije associatie denk ik aan broodfondsen, kredietunies en onderlinge verzekeringsmaatschappijen. Zorg dat alle mensen die ruimte hebben.

Ten derde wil ik blijven vechten voor een werkend geldsysteem. Non-productief kapitaal (in de vorm van overheidscertificaten en -leningen) schiep de afgelopen vijftig jaar weliswaar een geldexplosie, maar géén gelijkelijk groeiende kapitaalstructuur voor bedrijven waarin mensen daadwerkelijk kunnen werken.

Kritiek en toekomst

Engelen heeft gelijk dat de nieuwlinkse invulling van de ‘klassenstrijd’ links niet verder helpt, en de samenleving evenmin. Hij lijkt echter vast te zitten tussen teruggaan naar een niet-meer -in-gebruik-zijnde opvatting van klassenstrijd, of niet willen meegaan in de evolutie van dit concept.

Als alternatief heb ik drie kerndoelen omschreven – ik hoop vurig dat hij hierop zal willen reflecteren. Het zijn in ieder geval meetbare en economisch-wetenschappelijke punten: in die zin zouden de punten moeten aansluiten bij de insteek van sociaaldemocratisch en wetenschappelijk links. Voor zover dat nog bestaat en niet geheel is uitgeroeid door de identitaire tak van het academisch postmodernisme, oftewel regressief links.

Posted on

Een interview over cultuur en (geo)politiek om eens goed voor te gaan zitten

De collega’s van de Batavierenpodcast hebben onlangs bij wijze van Kerstspecial Tom Zwitser van Uitgeverij De Blauwe Tijger geïnterviewd met als hoofdvraag ‘Wat is cultuur?’

Wim van den Bergh sprak met Tom Zwitser, auteur van ‘Permafrost’ en ‘Heerlijke platte wereld’ over de vraag wat cultuur nu eigenlijk is. Permafrost is het eerste deel van een trilogie over Oppervlaktes en biedt een filosofische kijk op geopolitiek. Heerlijke platte wereld is een proloog op deze trilogie en gaat over onder andere stedebouw, metafysica, liefde en godsdienst.

Beide boeken komen in het gesprek tussen Van den Bergh en Zwitser ter sprake, maar ook andere boeken, zoals ‘Orthodoxie‘ van G.K. Chesterton en ‘Levenslust en Doodsdrift‘ van Sid Lukkassen. In de loop van het gesprek ontstaat er een overzicht van wat er op cultureel vlak aan de hand is in onze samenleving en in de global village.

Cultuur moet daarbij niet opgevat worden alsof het alleen op de ‘cultuursector’ zou slaan, hoewel ook kunst ruim ter sprake komt in het gesprek. Het gaat echter ook om onze cultuur in bredere zin, om tradities, identiteit, cultuurgeschiedenis, cultuurrelativisme, cultuuroorlog, social engineering en om de culturele achtergronden van de (geo)politiek en de uitwerking van de (geo)politiek op de cultuur.

Steekwoorden in Zwitsers denken zijn massa en mobilisatie. Vroeger kwamen de meeste mensen nooit buiten de plaats, tegenwoordig gaan sommigen op vliegvakantie, welk effect heeft dat op (lokale) samenlevingen en op het wereldtoneel? Gevraagd naar de term cultuurmarxisme waarmee Sid Lukkassen recent stof deed opwaaien in weldenkend Nederland, geeft Zwitser een genuanceerd antwoord, maar spaart hij ook ‘rechts’ niet:

Rechts deinst er voor terug om de wortels van het cultuurmarxisme aan te pakken, namelijk de Verlichting zelf.

Het is een interview van ruim anderhalf uur, maar zeer de moeite waard om eens goed voor te gaan zitten.

Posted on

Polen graaft kanaal om Kaliningrad te vermijden

De Poolse president Andrzej Duda heeft plannen getekend voor de bouw van een kanaal door de Wislaschoorwal. De plannen worden geraamd op 880 miljoen Poolse guldens, omgerekend zo’n 200 miljoen euro.

Het kanaal moet het Wislahaf verbinden met de Bocht van Dantzig. Door de aanleg van het kanaal kunnen diepliggende schepen uit de zeehaven van Elbing de Oostzee bereiken zonder door Russische wateren te hoeven varen. Momenteel moeten schepen om van het Wislahaf naar de Oostzee te komen door de straat van Baltiejsk (Pillau), dat in de Russische exclave Kaliningrad ligt. Baltiejsk is een belangrijke Russische marinehaven.

De locatie waar het kanaal moet komen

De Poolse regering wijst vooral op het belang van de plannen voor de nationale veiligheid. Reddingsboten en schepen van de kustwacht krijgen hierdoor gemakkelijker toegang tot de haf, aldus het Poolse ministerie van Maritieme Economie en Binnenvaart in een toelichting.

Gezien de grote kosten die gemoeid gaan met de aanleg, laat zich denken dat ook economische motieven een grote rol spelen. Zo zou de oude Hanzestad Elbing door het kanaal denkbaar een aantrekkelijker haven worden voor de overslag van goederen, die nu nog relatief gering is. Daarnaast is het denkbaar dat er op termijn een tweede terminal voor LNG, oftewel vloeibaar aardgas, wordt ingericht, naast de bestaande terminal aan de monding van de Oder. Met de aanvoer van LNG wil de Poolse regering de afhankelijkheid van Russisch gas verkleinen. Het vloeibare aardgas dat per schip aangevoerd moet worden, is echter wel duurder dan het Russische aardgas per pijpleiding.

Milieuactivisten zijn tegen de plannen voor het kanaal. Zij wijzen er op dat de plannen de migratieroutes van diverse diersoorten zouden verstoren.

Een haf is een strandmeer bij de monding van een rivier, dat van de zee gescheiden wordt door een schoorwal. De Oostzee ken drie grote haffen, het Oderhaf ten noorden van Stettin, het Wislahaf en het Koerse Haf tussen Kaliningrad (Koningsbergen) en Klaipeda (Memel) in Litouwen. Het Wislahaf wordt, anders dan de naam doet vermoeden niet door de rivier de Wisla (Weichsel), die direct in de Bocht van Dantzig uitmondt, gevoed, maar door een zijtak van de Wisla. Via die zijtak hebben binnenvaartschepen vanuit Elbing wel toegang tot de Wisla, die langs belangrijke Poolse steden als Thorn, Warschau en Krakau stroomt.

De constructie van het 1,3 kilometer lange kanaal moet aangevat worden in 2018. In 2022 zou het kanaal gereed moeten zijn.

Posted on

Economisch overheersen de metropolen, het platteland trekt leeg

In veel Europese landen heeft in de afgelopen jaren een regelrechte ontvolking van het platteland plaats gevonden. Dat vertaalt zich ook in de verkiezingsuitslagen.

United_Kingdom_EU_referendum_2016_voting_regions_results.svgDat fenomeen kwam bijvoorbeeld duidelijk naar voren in het referendum over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk. Terwijl de hoofdstad Londen tegen de Brexit stemde, stemde de Engelse bevolking in de provincie met overweldigende meerderheid voor. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is deze trend een indirect gevolg van de globalisering: “In de grote steden, de knooppunten van de wereldeconomie, ligt de productiviteit veel hoger; zo produceren bijvoorbeeld de inwoners van Londen per hoofd bijna het vijfvoudige van de Britse doorsnee”, zo heet het in een analyse. De economische groei concentreert zich toenemend in de metropolen, de provincie blijft achter.

In Frankrijk ziet de situatie er vergelijkbaar uit. Meer dan de helft van de toename van het Bruto Binnenlands Product vindt plaats in de agglomeratie van Parijs. Het landelijke Frankrijk, ‘la France profonde’, heeft aanzienlijk lagere cijfers.

Het is daarbij een vergissing om aan te nemen dat de mensen in de provincie noodzakelijkerwijs ontevredener zouden zijn. Juist in gebieden die nog altijd door landbouw gedomineerd worden, bestaat er een idyllisch levensgevoel, het gevoel dat de wereld nog klopt. Anderzijds zijn er in Frankrijk en Engeland gebieden die vanouds sterk door industrie bepaald zijn en die nu grote structurele problemen ondervinden. Oude mijngebieden in het noorden van Frankrijk worstelen evenzeer met de structuurveranderingen als braakliggende gebieden in Engeland die ooit een grote tol speelden in de staalproductie.

Austrian_presidential_election_2016,_first_round_results_by_stateDit gemengde verhaal zie je terug in de verkiezingsuitslagen. De eurosceptische UK Independence Party is zowel daar sterk waar frustratie heerst als daar waar men iets te verliezen heeft. In Londen, een hoofdpodium van internationale financiële transacties, heeft de partij het traditioneel moeilijk. In Frankrijk doet Marine le Pen het met haar Front National even goed in idyllische plattelandsregio’s als in verlopen industriesteden. De hoofdstad Parijs, in het centralistische Frankrijk een belangrijke draaischijf, blijft voor het Front National echter een terra incognita. In Oostenrijk haalde Norbert Hofer van de FPÖ overal in de provincie geweldige resultaten, maar in de hoofdstad Wenen bleef Alexander Van der Bellen van de Groenen hem voor.

De vraag is echter of anti-establishmentpartijen op den duur niet toch door kunnen breken in de metropolen, wanneer zoveel mensen daar naartoe trekken. De situatie in Italië lijkt daar op te wijzen. In Italië zag je aanvankelijk het zelfde verschijnsel als in Engeland en Frankrijk. De Vijf-Sterrenbeweging van Beppe Grillo deed het aanvankelijk vooral goed in de arme regio’s in het zuiden enerzijds en de klassieke landbouwgebieden in het midden van het land. Maar bij de recente lokale verkiezingen veroverde de protestpartij zowaar de burgemeesterszetel in de hoofdstad Rome. De vraag is natuurlijk of het om een uitzondering gaat, of om een nieuwe trend.

De lonen liggen in de Europese hoofdsteden duidelijk hoger dan in de provincie, schrijft de OESO. De bevolking is er gemiddeld dan ook welvarender, hoger opgeleid en tevredener met haar leven. In Duitsland is de situatie volgens de onderzoekers nog relatief goed. Toch is er ook in het oosten van Duitsland al jaren sprake van ontvolking van het platteland. Daar steekt de Alternative für Deutschland bovengemiddeld goed af. Sinds de val van de muur hebben volgens het Berlin-Institut 1,5 miljoen mensen hun oude heimat verlaten, om zich in het westen van Duitsland te vestigen, oftewel zo’n tien procent van de bevolking van de DDR ten tijde van de Wiedervereinigung. Vooral jonge, hoger opgeleide en vrouwelijke personen vertrokken.

Prognoses van het Bundesinstitus für Bau- Stadt und Raumforschung (BBSR) komen bovendien tot de conclusie dat grote delen van Duitsland in de komende twee decennia tot tamelijk verlaten landschappen dreigen te verworden. Tot nu toe zijn de verschillen in beschikbaar inkomen nog relatief gering, duidelijk kleiner dan in bijvoorbeeld Groot-Brittannië, Frankrijk of Polen. Dat immigratie een oplossing voor dit probleem zou kunnen zijn geloven de onderzoekers echter niet. Ook arbeidsmigranten trekken immers daarheen waar de kansen op werk of de betere carrièremogelijkheden zijn, en dat zijn de metropolen waar de economische activiteit zich concentreert.

Posted on Leave a comment

Eurobonds en de knoflookkloof

Op de laatstgehouden informele eurotop in Brussel werd ‘ie weer duidelijk zichtbaar: de knoflookkloof. Kortweg geeft deze lastig uitspreekbare term aan dat er qua economische en politieke cultuur een wereld van verschil is tussen noordelijk en zuidelijk gelegen landen in Europa. De voorstanders van eurobonds vind je bezuiden de knoflookkloof, terwijl je aan de andere kant ervan de tegenstanders aantreft.

Voor de niet-economen: bij ‘eurobonds’ gaat het om het gezamenlijk uitschrijven van staatsschuldleningen door de 17 EU-lidstaten die deelnemen aan de eurozone, officieel de Economische en Monetaire Unie (EMU) genoemd. Tot nog toe moet elke EMU-lidstaat z’n eigen staatsleningen op de financiële markten aan de man brengen. Duitsland en Nederland betalen momenteel een historisch lage rente (1,5 tot 2 procent per jaar), terwijl Italië en Spanje rond de 6 procent rente moeten betalen. Frankrijk en België zitten daar met zo’n 3 procent tussenin. Door het uitschrijven van ‘eurobonds’ komt het rentetarief voor alle eurolanden naar schatting uit rond de 3 tot 3,5 procent. Dat betekent een voordeel voor knoflooklievende zuidelijke Europeanen, terwijl bijvoorbeeld Nederland per jaar een slordige 5,5 miljard euro extra aan rentelasten gaat betalen en Duitsland jaarlijks ruim 30 miljard euro meer kwijt zal zijn.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel is er tegen, maar staat onder druk van andere Europese leiders zoals de Italiaanse premier Mario Monti (links) en de Franse president François Hollande (rechts) om in te stemmen met de invoering van eurobonds.

Nu kun je natuurlijk het verhaal houden dat de rijke en welvarende landen in het noorden, Duitsland en Nederland voorop, meer solidariteit moeten betonen met de zielige zuiderlingen die zich in een diepe economische crisis bevinden en zich niet aan hun eigen haren uit de financiële blubber kunnen trekken. Maar op de keper beschouwd is dit misbruik of omkering van het begrip solidariteit. Waarom? Ik noem drie redenen.

Ten eerste hebben de Zuid-Europese lidstaten, Frankrijk incluis, jarenlang kunnen profiteren van een veel lagere rente op hun staatsschuld, dankzij het feit dat zij voortijdig tot de EMU zijn toegelaten. Die toelating was voorbarig, ondanks de ronkende woorden van de Europese Commissie indertijd. Ieder die iets meer ingevoerd was, wist gewoon dat het merendeel van de EMU-landen in materieel opzicht niet voldeed aan de EMU-toetredingsvoorwaarden. Frankrijk en Italië hebben met eenmalige maatregelen (bijvoorbeeld door een greep in de pensioenkas van een staatsbedrijf) hun begrotingstekort in 1997 geflatteerd. Griekenland is helemaal een verhaal apart. In 1999 werden de chronisch verliesgevende staatsbedrijven niet meegerekend in de bepaling van de staatsschuld. Ook deugden – zo bleek achteraf – de statistische gegevens niet over het begrotingstekort en de staatsschuld in de periode 1997-2000. Verder heeft Griekenland – met hulp van Amerikaanse zakenbanken als Goldman Sachs en JP Morgan – jarenlang de groeiende schuldenberg voor de Europese toezichthouders deels uit het zicht weten te houden door miljardenkredieten als ’valutatransacties’ in de boeken op te nemen.

In het algemeen geldt verder dat het gunstig economisch getij eind jaren negentig veel EU-lidstaten een handje heeft geholpen, zodat ze met de hakken over de sloot slaagden voor het ‘EMU-toelatingsexamen’.

Ondanks deze valse start van de EMU ging het een aantal jaren lang heel aardig met de euro. De markten hadden er redelijk veel vertrouwen in, wat bleek uit de lage rentetarieven voor Portugal, Italië, Griekenland en Spanje – in eurowandelgangen aangeduid als ‘PIGS’. En wat denk je? Hebben de ‘PIGS’ de economische meewind en het rentevoordeel benut om hun staatsschulden (deels) af te bouwen? No way, van geen kant. Ze hebben net als varkentjes zich lekker in hun luxe modderbadje rondgewenteld en klagen nu dat de financiële markten ‘out of the blue’ oordelen dat hun schuldpapieren eigenlijk te vies zijn om aan te pakken.

Ten tweede moet de argeloze solidariteitsbetoger ook weten dat de zuidelijke Europese landen jarenlang steun uit het Europese cohesiefonds hebben gekregen. Die transfers liepen nog door terwijl ze al toegelaten waren tot de eurozone. Ook deze onterecht verkregen middelen zijn grotendeels uitgegeven aan overheidsconsumptie (ambtenarensalarissen, goudgerande pensioenregelingen, subsidies voor dodgy scheepswerven, enzovoorts); kortom, ze zijn in elk geval niet benut om een begin te maken met hoogstnoodzakelijke hervormingen van hun economische structuur. Als verzachtende omstandigheid voor de regeringen kan aangevoerd worden dat machtige vakbonden ze nogal dwars zaten met stakingen en dergelijke acties. Inderdaad vervelend. Maar ja, de regeringen wilden allemaal maar wat graag in de euroboot meeliften, en kwamen er toen plotsklaps achter dat ze niet meer het kunstje konden opvoeren van het geven van een salarisverhoging aan arbeiders en ambtenaren met de ene hand en die vervolgens met de andere hand weer afpakken door wat extra inflatie.

In de derde plaats doen de zuidelijke lidstaten een nogal doorzichtig beroep op meer solidariteit van de kant van de noordelijke lidstaten. Want bij de totstandkoming van de zgn. ‘Agenda2000’ eind jaren ’90  -een voorstel van de Europese Commissie om de toetreding van Midden- en Oost-Europese landen tot de EU te faciliteren – weigerden zij solidariteit op te brengen ten gunste van deze veelal nog armere Europese landen. Solidariteit die enkel en alleen gunstig voor jezelf uitpakt, noem je volgens mij anders. Dan heb je het over egoïsme of nationalisme, de collectieve pendant ervan. Bovendien heb ik mij altijd hogelijk verbaasd over politici die een pleidooi voeren voor solidariteit tussen Friezen en Italianen, terwijl de steenrijke Noord-Italianen niet eens die solidariteit voor hun eigen volksgenoten in straatarme zuidelijke regio’s als Basilicata, Calabrië en Apulië willen opbrengen.

Als gevolg van de grote onderlinge verschillen in economische ‘fundamentals’ van de EMU-landen is het tijdelijke voordeel van deelname aan de euro nu omgeslagen in een groot nadeel. De euro bleek een echte mooi-weer-munt te zijn. Door het gebrek aan onderlinge overeenkomst en economische afstemming op elkaar ontstaan er grote spanningen tussen en binnen de nationale economieën. De druk loopt in bepaalde landen hoog op – en parallel daarmee de rente op de staatsschuld. Eens temeer blijkt dat je de Europese Unie bezwaarlijk kunt vergelijken met de Verenigde Staten van Amerika. Daar heb je – net als in Nederland – wel een biblebelt, maar geen knoflookkloof. Om die reden staat er in het Verdrag van Maastricht dat de EU-lidstaten niet opdraaien voor elkaars staatsschuld, maar dat elke lidstaat zelf een prudent economisch en financieel beleid moet voeren. De landen die dat niet doen of niet hebben gedaan, brengen niet alleen de stabiliteit van zichzelf, maar ook die van de andere leden van de eurozone in gevaar. Vaclav Klaus heeft gelijk als hij zegt dat er in Europa geen sprake is van een authentieke vorm van solidariteit. En daarom geldt in EMU-verband de paradox dat Europese landen solidair kunnen zijn met elkaar door de gevolgen van slecht beleid niet op anderen af te wentelen, maar vooral zelf ervoor zorg te dragen het huishoudboekje van de staat op orde te brengen en te houden.

Uiteraard betekent dit niet dat vormen van wederzijdse assistentie in Europees verband onwenselijk zijn. Zo valt het zeer toe te juichen dat Nederlandse belastingambtenaren hun Griekse collegae behulpzaam zijn met het opzetten van een deugdelijk systeem voor de inning van belastingen. Verder past de nuancering dat de lidstaat Spanje zijn begroting tot net voor de crisis altijd redelijk op orde heeft kunnen houden en de staatsschuldquote terugbracht tot onder de 45 procent. Het is goed wanneer andere EU-landen Spanje helpen om de hoge jeugdwerkloosheid, waar het land al jaren mee kampt, terug te dringen.

Het feit dat de rente die de EMU-lidstaten voor hun staatsschuld moeten betalen nogal fors uiteenloopt, representeert de economische verschillen tussen die landen. Het egaliseren van die rentetarieven door het uitgeven van ‘eurobonds’, maakt nog meer zware bezuinigingen in Duitsland en Nederland noodzakelijk  om de miljarden aan extra renteafdrachten op te brengen, terwijl de noodzakelijke hervormingen en saneringen in de landen aan gene zijde van de knoflookkloof worden uitgesteld, zo mogelijk tot een volgende crisis. Kortom: ‘eurobonds’ straffen goed beleid af en belonen slecht beleid. Mocht het onverhoopt zover komen, dan stel ik voor de euro te vervangen door de meuro, wegens het penetrante mediterrane luchtje dat eraan zit.