Posted on

Adenauer, onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Wat een politiek leven! Het strekt zich uit van het keizerrijk, de republiek van Weimar, het nationaal-socialistisch bewind tot en met de Bondsrepubliek Duitsland. Steeds was Konrad Adenauer er bij. Op 19 april is het vijftig jaar geleden dat de eerste bondskanselier van Duitsland overleed.

Adenauer werd op 5 januari 1876 in Keulen geboren en zijn hele leven bleef zijn Rijnlandse herkomst zo duidelijk hoorbaar als zijn katholieke signatuur herkenbaar. Na zijn staatsexamen in de Rechten werkte hij als advocaat in Keulen. Als lid van de katholieke Zentrumspartei werd hij Beigeordneter (wethouder/schepen), vanaf 1909 Erster Beigeordneter (loco-burgemeester). Zo nam hij bij gelegenheid de honneurs waar voor de Oberbürgermeister, een oom van zijn echtgenote.

Burgemeester van Keulen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog legde Adenauer op het Voedingsdepartement opmerkenswaardige creativiteit aan de dag. Een door hem gebakken brood van rijst en maismeel liet hij als “Keuls brood” patenteren. Omdat zijn surrogaatstoffen weinig smakelijk waren, noemden de Keulenaren hem “Graupenauer”. Niettemin werd hij in 1917 door de gemeenteraad tot Oberbürgermeister gekozen. Een decreet van de koning van Pruisen maakte hem tot de jongste Oberbürgermeister van zijn tijd.

Adenauer als burgemeester van Keulen, in gesprek met rijksminister van Oorlog Wilhelm Groener, bij de tewaterlating op 1 mei 1928 van de kruiser ‘Köln’ in Wilhelmshaven (foto: Bundesarchiv)

Hij bekleedde dit ambt tot 1933 en na 1945 zou hij het nog enige tijd bekleden. Beduidend korter was zijn lidmaatschap van het Pruisische Herenhuis, waarvan hij uit hoofde van zijn ambt als Oberbürgermeister van Keulen zitting had. Het revolutiekabinet van SPD en USPD hief de Eerste Kamer van de Pruisische landdag in 1919 op. Dat schaadde de politieke loopbaan van Adenauer echter niet. Van 1920 tot 1930 was hij voorzitter van de Pruisische Staatsraad. Herhaaldelijk werd hij genoemd als kandidaat voor het ambt van rijkskanselier, ofschoon hij zich hard maakte voor een scheiding van Pruisen en een autonoom Rijnland.

Koning van het Rijnland

Uiteindelijk bleef de “koning van het Rijnland” echter steeds burgervader van Keulen, van dat ambt was hij zeker. Minder bedachtzaam was hij toen hij zich in 1928 vergaloppeerde met speculatie in aandelen glanszijde. Toen zijn schulden in de openbaarheid dreigden te komen, leende hij een aandelenpakket en deponeerde het bij de Duitse Bank. Die stelde aansluitend dat Adenauers conto vereffend was. De episode schijnt kenmerkend te zijn voor de sluwheid van Adenauer.

Van vergelijkbare kwaliteit waren zijn eerste ‘conflicten’ met de nationaal-socialisten. Die hadden in 1931 Hakenkruisvlaggen aan de brug over de Rijn gehangen. Adenauer liet ze verwijderen. De daaropvolgende woede van de nazi’s wimpelde hij af. De actie was met de districtsleiding van de NSDAP afgesproken; er stond tegenover dat Adenauer het hijsen van de vlaggen voor de beurshallen, waar Hitler werd verwacht, toestond.

In 1934 wees Adenauer de nationaal-socialistische minister van Binnenlandse Zaken er op, dat hij daarmee tegen een decreet van de Pruisische SPD-minister van Binnenlandse Zaken was ingegaan. Dat was nadat Adenauer in 1933 het ambt van Oberbürgermeister van Keulen verloren had en in de abdij van Maria Laach onderdak had gevonden. De tijd tot het einde van de nazi-heerschappij zat Adenauer uit als gepensioneerde, hij werd keer op keer lastig gevallen door de nazi’s, maar financieel zat hij er droogjes bij en in de juridische strijd om schadeloosstelling had hij door de bank genomen succes.

In mei 1945 was hij weer terug. De Amerikanen zetten hem opnieuw als Oberbürgermeister van Keulen in, maar Keulen werd deel van de Britse bezettingszone en de Britten gooiden hem er weer uit. Hij zou zich niet genoeg voor de bevoorrading van de bevolking ingezet hebben.

Onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Als ambteloos burger concentreerde Adenauer zich nu op de opbouw van een politieke partij. In 1946 nam hij de leiding van de CDU in de Britse bezettingszone. Doelbewust bouwde hij zijn positie uit. Carlo Schmid (SPD) noemde hem “de eerste man van de te scheppen staat, nog voordat die bestaat”. En dat werd hij inderdaad. De Bondsdag koos Konrad Adenauer op 15 september 1949 als eerste bondskanselier van de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland – met een meerderheid van slechts één stem, die van Adenauer. Dat was het begin van een lang tijdperk. Nog driemaal, namelijk in 1953, 1957 en 1961 werd hij herkozen, schijnbaar alternativlos in zijn tijd.

Het zwaartepunt van zijn kanselierschap lag voor Adenauer bij de internationale betrekkingen.

Het waren jaren van beslissende keuzes. Reeds voor zijn verkiezing had Adenauer Bonn als provisorische hoofdstad doorgedrukt. Uit electorale overwegingen zette hij zich er voor in dat West-Berlijn geen volwaardige deelstaat werd. Hoezeer Adenauer al het andere ondergeschikt maakte aan de politiek, blijkt bijvoorbeeld uit een voorgenomen bomaanslag tegen de bondskanselier in 1952. Afzender van de bom was de joodse ondergrondse organisatie Irgun, opdrachtgever zou de latere Israëlische premier Menachem Begin zijn geweest. De wezenlijke feiten kende men in Bonn. Ze werden echter geheim gehouden om antisemitische reacties te voorkomen.

Hoe dan ook was het buitenlandbeleid voor Adenauer het zwaartepunt van zijn kanselierschap. Van 1951 tot 1955 was hij zelfs tegelijk bondskanselier en minister van Buitenlandse Zaken. Nauwe banden met het Westen, in het bijzonder met de Verenigde Staten, en een verenigd Europa waren zijn voornaamste doelen. Mijlpalen hierin waren de oprichting van de Bundeswehr, de toetreding tot de NAVO, de erkenning als enige legitieme regering van Duitsland, het Duits-Franse Vriendschapsverdrag (beter bekend als Élysée-verdrag) en de verzoening met Israël.

Voor het oordeel van de publieke opinie bleef zijn grootste prestatie echter de terugkeer  van de krijgsgevangen uit de interneringskampen van de Sovjet-Unie. Adenauers bereidheid om ook mensen die ten tijde van het nazi-bewind een ambt hadden vervuld in overheidsdienst te nemen, kwam hem daarentegen naderhand op heftige kritiek te staan. Tegelijkertijd voer hij een stramme koers tegen communisten, dwong hij een verbod van de KPD af en eiste hij per ‘Adenauer-decreet’ trouw aan de grondwet van overheidsdienaren.

In 1961 werd Konrad Adenauer nog eenmaal als bondskanselier verkozen (foto: Bundesarchiv).

Zijn laatste verkiezing tot bondskanselier kon hij in 1961 alleen met de belofte veiligstellen, dat hij voor het einde van de zittingsperiode van de Bondsdag plaats zou maken voor een opvolger. Het publieke debat over de Spiegel-affaire, waarin journalisten van weekblad Der Spiegel met rechtsvervolging wegens landverraad te maken kregen, bespoedigden Adenauers afscheid van de regering. In 1963 trad hij af, de 87-jarige bondskanselier stond toen inmiddels bekend als ‘Der Alte’.

Tot het einde van zijn leven bleef hij politiek actief en strijdlustig. Zes dagen voor zijn dood verbreidde zich een prematuur bericht over zijn overlijden. Dit leidde tot wereldwijde betuigingen van deelneming. Adenauer zal er nota van hebben genomen. De eerste bondskanselier van Duitsland stierf op 19 april 1967 op de leeftijd van 91 jaar in zijn huis in Rhöndorf.

Posted on

John Gray: De EU is niet de wereld

Na de Brexit is Europa onherroepelijk veranderd, en het Verenigd Koninkrijk ook. Voor mij staat dit voor een nieuw begin, een kans voor het Verenigd Koninkrijk om zich te ontdoen van het blok aan haar been dat het falende Europese project geworden is en haar plaats in te nemen in de grotere wereld. Tegelijkertijd kunnen we ons voordeel doen met een sceptischer houding tegenover de politieke klasse, waarvan een groot deel het referendum zo ontzettend verkeerd had ingeschat.

Er zijn echter velen die met een bang voorgevoel naar de toekomst kijken, zij vrezen dat de Brexit ons zal veranderen in een meer gesloten en teruggetrokken samenleving, dat we een vergeten hoekje zullen worden waar weinig gebeurt, afgesneden van de culturele rijkdom en economische levendigheid van de rest van de wereld. Een dergelijke zwarte kijk op de toekomst wordt gehuldigd door veel van de tegenstanders van de Brexit, voor hen is dat wat Brexit betekent.

Voor mij is er echter iets onwerkelijks, iets irrationeels en zelfs hysterisch aan deze reactie. De EU is niet de wereld, of het meest dynamische deel van de wereld. De EU is zelfs niet Europa. Het is alleen maar een specifieke set aan regelingen die over de afgelopen decennia opgebouwd zijn door een deel van de Europese landen. Een vertrek uit deze zelfingenomen en claustrofobische instelling is geen terugtrekking uit de wereld, het is eerder een terugkeer naar de wereld.

Misschien zullen weinigen het zich nog herinneren, maar vanaf het prille begin was het Europese project een middel om de macht van Europa opnieuw te vestigen in de wereld. Schrijvend in 1919, volgend op de catastrofe van de Eerste Wereldoorlog, vroeg de Franse essayist en dichter Paul Valéry zich af: “Zal Europa worden wat het in werkelijkheid is, dat wil zeggen een klein voorgebergte aan het Aziatische continent? Of zal het blijven wat het lijkt te zijn, dat wil zeggen het uitverkoren deel van de aardkloot, de parel van de wereld, het brein van een groot lichaam?” Voor Valéry en menigeen die dacht zoals hij, destijds en later, had Europa de eerste wereldomspannende beschaving geschapen. Gebruik makend van hun superieure kennis en uitvindingen, hadden Europeanen hun dynamisme geprojecteerd naar immobiele culturen overal ter wereld. Het waren Europeanen die Afrika gekoloniseerd hadden en hun schepen naar China en Japan hadden gestuurd. Ook waren het Europeanen die de energieke beschaving gecreëerd hadden die was uitgegroeid tot de Verenigde Staten. Europa was de bron van de vooruitgang. De vraag in 1919 was of Europa de positie van wereldmeesterschap kon hernemen die het ooit gehad had.

Het Europese project begon op te doemen na wat wel Europa’s tweede burgeroorlog genoemd is, maar was niet louter een poging om de wonden van Europa te helen. Het was ook, in de optiek van veel van haar voorstanders, een manier om een tegenwicht te creëren tegen de Amerikaanse macht. Europa was in die jaren een braakland, zoals dat ook in 1919 voor grote delen ervan gegolden had. Internationaal stond het zwakker dan ooit. Vanuit het oosten werd Europa bedreigd door Rusland, terwijl het van de andere zijde van de Atlantische Oceaan uitgedaagd werd door de grote macht van Amerika. De taak waarvoor men zich gesteld zag was om Europa om te vormen tot een enkele staat, die zich kon meten met deze twee grote rivalen. Het nieuwe Europa zou een derde weg zijn tussen kapitalisme en socialisme in een supranationale staat die zich uitstrekte over het hele continent.

Na de conferentie van Jalta in februari 1945, werd Europa verdeeld in twee sferen, waarvan een, de oostelijke, gedomineerd werd door de Sovjet-Unie. Deze scheiding duurde bijna een halve eeuw. Maar toen de Sovjet-Unie instortte, grepen de hoeders van de Europese gedachte de kans aan die het einde van de Koude Oorlog bood. Ze zetten het project door van een supranationale staat die Europa weer een plaats als mondiale supermacht moest geven.

Wat mij betreft was dit altijd een naar binnen gekeerde visie. Andere culturen waren niet statisch tot de Europeanen kwamen kijken en de boel opschudden. Tot voor een paar eeuwen geleden waren India en China de meest innovatieve economieën ter wereld. De periode van Europese dominantie was kort. Tegen de laatste decennia van de 19e eeuw was Japan snel aan het industrialiseren, terwijl de meeste Europese economieën nog altijd op landbouw gebaseerd waren. In 1905, tijdens de Russisch-Japanse oorlog, in de Slag bij Tsushima, waar de Russische keizerlijke vloot verslagen werd door Japan, werd dat land het eerste niet-Europese land dat een beslissende militaire slag toebracht aan een Europese grootmacht. De betekenis van die gebeurtenis ging niet voorbij aan de leiders van anti-koloniale bewegingen zoals Sun Yat-sen in China en Jawaharlal Nehru in India, die het vierden als een overwinning voor de onafhankelijkheidszaak.

De Europese gedachte is nog altijd naar binnen gericht. Ik kan me goed herinneren dat ik enkele jaren geleden luisterde naar een Europese academicus, die een internationaal publiek vertelde dat het ongeveer een eeuw zou duren om een Europese regering tot stand te brengen. Ik hoorde het aan met ongeloof en enig vermaak. Stelde deze spreker zich nou voor dat de rest van de wereld zo’n honderd jaar zou afwachten hoe Europa een naar binnen gerichte obsessie najaagt?

In het midden van de 19e eeuw vreesde de liberale denker John Stuart Mill dat Engeland een soort China zou worden, een beschaving, zo schreef hij in zijn essay On liberty, die stationair was geworden. Als China nog vooruit gebracht zou worden, dan moest dat volgens Mill wel door buitenlanders gedaan worden. Met het oog op de tijd waarin hij schreef kunnen we de Victoriaanse wijsgeer zijn tunnelvisie misschien wel vergeven. Maar hoe kan ook maar iemand niet zien welk deel van de wereld nu stationair is?

Zij die vrezen dat de Brexit van het Verenigd Koninkrijk een stilstaand hoekje zal maken, hebben niet opgemerkt wat een backwater Europa al geworden is. Het Verenigd Koninkrijk kan er alleen maar op vooruit gaan als het zijn banden uitbreidt met regio’s wier economieën groeien, zoals China, India en Afrika. Politiek zit Europa muurvast in onoverkomelijke dilemma’s.

Hoewel het geruststellend zou zijn om te denken dat een Brexit hervorming [van de EU] zou stimuleren, is een meer plausibel scenario dat de EU zal versplinteren. In cultureel opzicht heeft Europa iets van zijn vitaliteit behouden, maar het kunnen toch alleen de meest provinciale tegenstanders van een Brexit zijn die denken dat een vertrek uit de EU het Verenigd Koninkrijk zou afsnijden van de belangrijke stromingen in de cultuur en de kunst. De werken van Michel Houellebecq en Bernardo Bertolucci zullen ons niet ontzegd worden, omdat de handelsvoorwaarden tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk enigszins veranderd zullen zijn.

Maar terwijl we een andere verhouding met Europa krijgen, krijgen we misschien ook betere toegang tot de culturen van het leeuwendeel van de wereld. Ik kan me moeilijk voorstellen dat het meer open staan voor de creatieve vitaliteit van India, China, Rusland, Japan, Afrika, het Midden-Oosten, Australazië en Noord- en Zuid-Amerika, een conditie van culturele armoede is.

Brexit zal niet betekenen dat we afgesneden zijn van de rest van de wereld, wel integendeel. Maar het Verenigd Koninkrijk zal er gewis fundamenteel door veranderd worden. En dat kon wel eens zijn waar de tegenstanders van Brexit zo bang voor zijn.

Het referendum staat voor een groot falen van de regerende klasse. Niet alleen had men er niet serieus bij stil gestaan dat de kiezers daadwerkelijk voor een Brexit zouden kunnen kiezen. Dat de kiezers de toegenomen fragiliteit van de Europese Unie zouden doorzien werd niet eens in overweging genomen. Toen de kiezers de koers die door zo’n groot deel van het establishment aanbevolen werd van de hand wezen, kon dat alleen maar uit irrationale motieven zijn. Vreemd genoeg zijn het nu niet de wereldvreemde politici die al zo lang aan de macht zijn die aangevallen worden, maar de gewone mensen die tegen hen stemden. Stompzinnig en bevooroordeeld zouden de onwetende massa’s de leiding van hun meer rationale meesters afgewezen hebben en een waanvoorstelling omhelsd hebben.

Op een bepaalde manier is het een begrijpelijke reactie. Er zijn irrationale krachten die een rol spelen in de politiek. Maar onze politieke klasse is veel irrationeler geweest dan de massa die hen al zo lang moet verdragen. Tegen al het bewijs van de jaren sinds de financiële crisis in, waarin de EU van de ene misslag naar de andere ging, zijn zij die ons regeerden er op blijven staan dat de EU te hervormen is.

Onheilspellend gerommel in de Europese politiek is afgeschreven als tekenen van achterlijkheid die vanzelf zullen verdwijnen als de nieuwe orde gevestigd wordt. Maar er is nu een domino-effect in werking getreden. Overal in Europa keren nationale regeringen of groeiende oppositiekrachten zich tegen onderdelen van de Europese integratie, bijvoorbeeld de herverdeling van vluchtelingen. Nationale regeringen hernemen langzaam maar zeker hun machtspositie.

De toenemende tekortkomingen van de EU zijn onderdeel van de bredere crisis van de globalisering. Terwijl het enerzijds de welvaart van veel mensen heeft doen toenemen heeft de mondiale markt anderzijds grote aantallen mensen in een positie van chronische ontbering en verarming geplaatst. Zij die in de steek gelaten zijn, hebben niet slechts minder geld te besteden, hun hele bestaan kan getekend zijn doordat ze van hun positie in de samenleving beroofd zijn. In sommige delen van de ontwikkelde wereld is de levensverwachting weer teruggevallen naar het niveau van ontwikkelingslanden. De armen onder ons zijn anders, ze sterven eerder dan de rest. In de tussentijd kunnen ze echter stemmen.

Brexit is de eerste in een reeks revoltes die in veel andere landen uit zullen breken. Het zijn niet alleen die groepen die verarmd zijn, die het slachtoffer zijn geworden van globalisering. Delen van de middenklasse hebben hun inkomens en vooruitzichten al decennia zien stagneren. De vrees die vat krijgt op deze mensen is ook onderdeel van wat achter de opkomst van Donald Trump zit. Met een gebrek aan uitzicht op een toekomst heeft men geen vertrouwen meer in mainstream-politici.

De gebruikelijke remedie is meer onderwijs. Maar zoals menigeen ondervonden heeft, is een universitaire graad dikwijls niet veel meer dan een paspoort naar een levenslange schuld, gekoppeld aan een eindeloze baanonzekerheid.

Stemmen uit het establishment stellen dat beperkingen aan handel en migratie deze situatie niet zullen veranderen, die voortvloeit uit technologische vooruitgang. Een gerobotiseerde economie komt op die grote aantallen arbeiders overtollig zal maken. Maar de ontwrichting die deze nieuwe technologieën gewrocht hebben, is versneld en vergroot door goedkope import en arbeidsmigranten die weinig kosten. De miljoenen die aan de scherpe kant van deze ontwikkelingen zitten, weten dat zij die hen tot nu geregeerd hebben niets anders te bieden hebben dan een zich nog verder verslechterende status quo. Het is niet geheel toevallig, dat de eerste duidelijke tekenen dat kiezers deze status quo zouden gaan verwerpen, in de vroege ochtenduren van 24 juni uit de steden van het post-industriële noorden van Engeland kwamen. Het was nooit realistisch om te denken dat de miljoenen verworpenen eindeloos zouden kunnen bestaan op een dieet van loze beloften. Vroeger of later moest er zich wel een politieke opstand voordoen. Hoe kan het dat zoveel politici en opiniemakers bezeten waren van zo’n absurde visie? Het antwoord is dat ze geloofden dat ze aan wat sommigen graag de goede kant van de geschiedenis noemen stonden. Welke moeilijkheden er misschien ook overwonnen moesten worden, de globalisering zou vanzelf op koers blijven met hen aan de leiding. Vandaag kunnen deze heersende klassen niet meer zo zeker zijn dat de geschiedenis aan hun kant staat. En toch blijven sommigen spreken en handelen alsof wat er gebeurt is niet meer is dan een incident en alles al snel weer zal gaan zo als voorheen. Zij die zichzelf als verlicht en vooruitstrevend beschouwen verkeren vandaag de dag in een staat van ontkenning.

Sommigen zeggen dat de Brexit nooit werkelijk voltrokken zal worden, anderen zeggen dat het Verenigd Koninkrijk voor een apocalyptische ramp staat. Dit zijn fantasieën, die verder verwijderd zijn van enige waarneembare werkelijkheid of realistisch voorstelbare toekomst dan de percepties van gewone mensen.

De grootste verandering die de Brexit op de kortere termijn teweeg zal brengen heeft betrekking op de manier waarop het Verenigd Koninkrijk bestuurd wordt. Iedere partij die weigert de boodschap van het referendum in acht te nemen heeft een zeer onzekere toekomst. Sommigen die claimen voor de 48 procent te spreken die tegen de Brexit stemden, zeggen dat ze ‘hun land terug willen’. Het is een vreemd bezitterige taal waarin ze hun boosheid en teleurstelling uitdrukken. Het Verenigd Koninkrijk is niet meer hún land dan het het land van de voorstanders van de Brexit is. Mij klinken deze klagerige protesten een beetje in de oren als die opmerking van de apocriefe hertogin in het Dorchester Hotel, die toen ze hoorde dat Labour de parlementsverkiezingen van 1945 gewonnen had, sputterde: “Het land zal het niet nemen!” Wat het referendum duidelijk heeft gemaakt, is dat er een meerderheid in het land is die niet langer van zins is gezag op vertrouwen te accepteren. Zij die terug verlangen naar de status quo van voor de referendumuitslag, zijn nostalgisch naar een verleden dat niet meer terug zal keren. Laten we de kans die we gekregen hebben aangrijpen en ons huis opbin een ruimere wereld.

Deze tekst is gebaseerd op een toespraak uit juli 2016.

Posted on

Podcast: Brexit en de EU

Onze eindredacteur Jonathan van Tongeren ging in discussie met twee redacteuren van de Vrije Tribune over het Brexit-referendum. Wat zijn de economische en geopolitieke gevolgen van een eventueel Brits vertrek uit de Europese Unie? Hoe is dit referendum er eigenlijk gekomen? Welke overwegingen spelen er voor de kiezers en welke verschillen zijn er daarin tussen Engelsen, Schotten, Walsen en Noord-Ieren? En hoe wordt er in door politici buiten het Verenigd Koninkrijk over gesproken? Over dergelijke vragen gingen de deelnemers aan de discussie met elkaar in gesprek. Ook kwam de voorgeschiedenis van de Britse relatie met de EU aan bod en de eventuele alternatieven voor het EU-lidmaatschap na een vertrek.

De podcast van de discussie is hieronder te beluisteren.

[mixcloud https://www.mixcloud.com/vrijetribune/brexit-en-de-eu/ width=100% height=400 light=1]

Posted on

Arjo Klamer over de Euro: “De as Frankrijk-Duitsland gaat breken”

“We zijn allemaal beter af als de euro verdwijnt”, aldus prof. dr. Arjo Klamer, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wethouder voor de Socialistische Partij in Hilversum, gisteravond in zijn lezing bij het Forum voor Democratie, de nieuwe eurosceptische denktank onder leiding van de publicist Thierry Baudet.

En passant vertelde Klamer dat hij wel jaloers was op Thierry Baudet, want Klamer probeerde in 1997 al een denktank als het Forum voor Democratie op poten te zetten. Hij is toen betrokken geweest bij de oprichting van de Vereniging voor een Democratisch Europa, maar dat is nooit zo van de grond gekomen als hij gehoopt had. Ook veel mensen die zich wel kritisch uitlieten over de euro, de VVD’er Frits Bolkestein bijvoorbeeld, stemden er uiteindelijk toch mee in. Met die vereniging hebben Klamer en anderen destijds evenwel geprobeerd de discussie over de Europese integratie op gang te brengen. Dat bleek moeilijk te zijn, omdat je al snel als een marginaal geluid wordt weggezet. Klamer keek dan ook met enige jaloezie naar landen als Engeland en Zweden waar wel een serieus, diepgaand debat plaats vond. “Het blijft bevreemdend, hoe moeilijk het is om zo’n belangrijk onderwerp aan de orde te stellen.”

De kwestie van de euro zit Klamer al lange tijd hoog, zoals Herbert Borghuis onlangs al schreef op deze site, is Klamer de belangrijkste Nederlandse criticus van de eenheidsmunt en dat al vanaf het eerste uur. Toen in 1991 duidelijk werd dat politici serieus over het idee van een Europese eenheidsmunt nadachten, was Klamer in Washington, zo vertelde hij donderdagavond. Hij was daar onder Amerikaanse collega-economen, en het was voor iedereen meteen duidelijk dat het een absurd idee was: “Hoe konden de Europeanen dat nou weer met elkaar bedenken? Dat kon niet goed gaan, op allerlei goede, economische gronden.” Klamer schreef dan ook prompt in zijn toenmalige Volkskrant-column dat de euro een slecht idee was en dat de omstandigheden er niet rijp voor waren.

Wat in 1991 gold, geldt ook vandaag. Daarnaast is er inmiddels echter ook meer aan de hand. Het gaat niet alleen meer om geld, zo legde de econoom uit.
“In de kritiek op de euro is het belangrijk om over dat geld heen te stappen en te begrijpen dat het een groter verhaal is. [..] Als het over de euro gaat, dan gaat het heel gauw over begrotingen en over bezuinigingen, dus het gaat altijd over geld. Dat is een grote afleider van waar het om zou moeten gaan. [..] Geld is een instrument. Daarom is het belangrijk om te bedenken in dienst waarvan het staat. Wat is het doel waar we naar streven? Daar zullen we het waarschijnlijk niet allemaal precies over eens zijn. Voor mij geldt dat ik streef naar een samenleving die sociaal vitaal is, democratisch georganiseerd is, en natuurlijk ook een sterke economie. Maar die economie meer als conditie voor sterke sociale, culturele en democratische kwaliteit. Dat houdt mij bezig, hoe krijg je een samenleving, die sociaal sterk is, democratisch kan functioneren en een duidelijke culturele identiteit heeft, inspirerend is. Dan ontkom je er niet aan om te denken aan grenzen. In discussies die ik heb, vooral met GroenLinks, merk ik dat zij meer het ideaal hebben van een wereld, waarin we allemaal wereldburgers zijn. En als je met hen doorspreekt daarover, merk je ook dat hun ideaal een soort wereldregering is, waar iedereen dan ondergeschikt aan is. Voor hen is Europa een tussenstap naar een groter ideaal. Voor mij is dat eerder een nachtmerrie.”

Klamer vindt dat een veronachtzaming van het belang van culturele eigenheid en gemeenschap, van culturele identiteit. Voor sterke sociale samenhang en een functionerende democratie is die culturele eigenheid en gemeenschap een belangrijke voorwaarde en daarom is een begrenzing noodzakelijk. “Ook voor sterke economieën functioneren begrensde geografische eenheden uiteindelijk beter, omdat bedrijven elkaar opzoeken, clusteren, profiteren van elkaar. Je ziet ook dat sterke economieën altijd regio’s zijn. [..] Dat geeft aan dat begrensdheid en fysieke aanwezigheid een rol spelen.” Het is sowieso een diep menselijke behoefte om ergens thuis te zijn, een identiteit met anderen te delen.

“Het gaat er om, als we het over geld hebben, in hoeverre – en dan begrijp je dat doel en middel duidelijk onderscheiden moeten worden – het geld het doel dient dat we nastreven. Draagt het geld bij aan de versterking van de sociale omgeving, versterkt het democratische waarden en garandeert het de conditie van de sterke economie? We merken nu, en dat is mijn kritiek op de euro, dat de euro op alle drie die punten niet functioneert. Het ondermijnt eerder sociale waarden dan dat het die versterkt. Het ondermijnt eerder democratische waarden dan dat het die versterkt. En het blijkt ook niet goed te zijn voor de economieën van Europa. Op alle drie die vlakken faalt de euro nogal jammerlijk. Dat hadden wij toen al gezien in de jaren ’90, als groep economen die toen al aangaven dat we niet mee moesten gaan in dit grootschalige experiment met die enorme risico’s die het met zich mee bracht.”

Maar dat nu daadwerkelijk blijkt dat de euro niet werkt, betekent nog niet dat het debat nu ook de goede kant op gaat. “Wat er nu gebeurt, is dat de discussie heel snel weer vervalt in instrumentele discussies. Dat is kenmerkend voor onze tijd, dat instrumentalistische. [..] Dat betekent dat we vooral in instrumentariums kunnen denken, maar niet meer in doelen. We weten eigenlijk niet meer waar het goed voor is. Bijvoorbeeld als politici zeggen dat het doel is economische groei, en liefst hogere economische groei. De vraag is, waar is dat goed voor? Zo ook in een bedrijf, waar men zich ten doel stelt winst te maken. Waar is de winst goed voor? Het is geen antwoord. Bij nog meer economische groei, ook als het goed om meer banen, kun je de vraag blijven stellen, waar is dat goed voor? U begrijpt mijn antwoord al, het moet gaan om de vragen, versterkt het sociale kwaliteiten, versterkt het de democratie, draagt het bij aan een sterkere economie? [..] Die vragen worden niet gesteld en dus ook niet beantwoord.”

“Het is ook belangrijk om te begrijpen dat de euro geen economisch, financieel verhaal is. De euro zoals die ingevoerd is, was wisselgeld tussen Frankrijk en Duitsland, het was met andere woorden een politiek verhaal. Want de economische motivaties ontbraken. Er waren bestuurlijke argumenten, ambtenaren zouden het ontzettend makkelijk vinden als ze dezelfde rekeningen konden gebruiken in heel Europa, maar echte economische argumenten ontbraken in eerste instantie. Die zijn er later bij verzonnen.”

De eenheidsmunt was de prijs die de Bondsrepubliek Duitsland moest betalen voor de hereniging met de voormalige DDR, want die bedreigde de dominante positie van Frankrijk in de EU. De Franse premier Mitterand bedacht dat Duitsland moest betalen met haar kroonjuweel, en dat was de Duitse Mark, een sterke munt die strikt bewaakt werd door de Duitse centrale bank. Het hele verhaal van Europa draait niet om ons Nederlanders, aldus Klamer, of de Italianen of de Grieken, maar om de as Frankrijk-Duitsland. Wij zijn als het ware omhulsels die moeten zorgen dat die as stevig blijft. De Europese Gemeenschap van Kolen en Staal, de kiem van de latere Europese Unie, moest die as versterken. Die focus op kolen en staal was een echo van het Verdrag van Versailles, waarbij Duitsland het leeuwendeel van zijn industrie moest overgeven.

“In de afgelopen jaren hebben we gezien hoe die as onder grote druk is komen te staan, doordat er een groter onevenwicht is ontstaan tussen Frankrijk en Duitsland. Dat idee van Mitterand dat ze door de eenheidsmunt controle zouden kunnen houden over Duitsland, heeft niet goed uitgepakt voor de Fransen. Integendeel, ze zijn nu de zwakke broeder in die as en dat gaat voor steeds grotere problemen zorgen. Mijn voorspelling is dan ook, dat niet Griekenland de euro op zal breken, het zullen ook niet de Finnen zijn, maar die as Frankrijk-Duitsland gaat breken.”

Andere eurolanden zouden uiteraard ook nog allerlei problemen kunnen veroorzaken, maar de as Franrkijk-Duitsland is cruciaal. Klamer verwacht dat Nicolas Sarkozy de volgende Franse president wordt. De Franse economie blijft voorlopig echter verzwakken en dat heeft ook zijn gevolgen voor de Franse staat. Uiteindelijk zal Frankrijk dan bij Duitsland aan moeten kloppen voor hulp. Het is de vraag of Sarkozy daar niet te trots voor is. En anders kon voor de Duitsers wel eens de maat vol zijn. “En dat wordt dan het einde van de euro. En ik denk dat dat een goede ontknoping zou zijn. Op dat moment zal er natuurlijk grote chaos zijn, maar uiteindelijk zijn we allemaal beter af als de euro ophoudt te bestaan.”

Posted on 1 Comment

De Euro en haar voorlopers. Een korte geschiedenis van de monetaire unie

Iedereen kent het beeld van een blije Gerrit Zalm die aan het flappen tappen is in de nieuwjaarsnacht van 2002. Zaterdag (9 mei, red.) haalde een Duitse minister het nieuws door te zeggen: “Ein Land kann plötzlich in die Zahlungsunfähigkeit rutschen”,[1] Griekenland dus. Het is er niet vrolijker op geworden. Vanaf wanneer kwam de vorming van de eurozone in een stroomversnelling? Was er vooraf geen kritiek? En als laatste ‘het probleem Griekenland’. Allemaal punten die ik in dit stuk behandel.

Historische monetaire unies

Europese landen hebben eerder monetaire systemen gebruikt. Van 1834 tot 1870 was er de Zollverein, een monetaire unie. Deze bestond uit een politieke unie van Duitse staten. Doel was de bevordering van de handel en de industrie.[2] Dit gebied bestond uit Pruisen, Saksen, Thüringen. Van München tot Munster tot Koningsberg. Er waren een aantal valuta:[3] Gulden/Kreuzer in het zuiden, Thaler in Pruissen en de Schilling in de noordelijke steden. Het werd een succes omdat taal en cultuur samenvielen. Maar het eindigde ook weer.

Een tweede voorbeeld is de Latijnse Monetaire Unie.[4] Deze bestond van 23 december 1865 tot 1927. Frankrijk, België, Italië en Zwitserland maakten er deel van uit. Ze hadden een overeenkomst gesloten waarbij ze de nationale valuta zouden standaardiseren: 4,5 gram goud of 0,29 gram zilver. Ratio 15,5 tegen 1. En deze vrij uitwisselbaar te maken. Zoals wel vaker gebeurt, wordt de groep groter. Griekenland, Spanje, Roemenië, Oostenrijk-Hongarije. En zelfs koloniën nemen het over in Colombia en Venezuela. In 1886 deed zelfs Rusland mee. En Finland in 1860. Aan deze monetaire unie kwam een einde door het drukken van geldbiljetten. En in 1927 was het voorbij. Eigenlijk ging het ten onder door socialistische ideeën en het stijgen van de staatsschuld.

Het Latijnse Monetaire Systeem inspireerde de Scandinavische landen in 1924. De Britten deden nooit mee aan enig systeem. De Pound Sterling gaat wel 1300 jaar terug als je gaat graven in oude bronnen.

Een vierde systeem was de goudstandaard van Amerika. 5 $  was grofweg 20-Dmark en 20 Franse franken en een Britse Pond. Uiteindelijk is dit systeem ten onder gegaan door de verruiming van de Amerikanen om de oorlog in Vietnam te betalen.

We zien dus dat de idee van monetaire unie niet nieuw is, niet pas is opgekomen met het idee van de euro. In Europa zijn er meerdere systemen geweest.

Voorgeschiedenis van de euro

mandjeDe euro is echter ook eerder ontstaan dan je zou denken, in de jaren ’50 al. Toen ik 2 jaar geleden de koersen van de euro tegenover de dollar opvroeg via een speciale computer op de universiteit, viel ik bijna van mijn stoel. De computer gaf data aan vanaf december 1957. De  euro/US dollar, dit valutapaar is hét valutapaar van de wereld. Waarschijnlijk heeft men terug gerekend wat de ECU moest zijn in december 1957. Want op 1 januari 1958 trad  het ‘Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap’ in werking. In het EEG-verdrag werd de economische huishouding, stabiele prijzen en een houdbare betalingsbalans overgelaten aan de lidstaten. Dit stond in art. 12 lid 1 EEG-Verdrag. Verderop in het verdrag stond dat de Raad het meer moest coördineren.  De Raad ging aan de slag en zorgde dat er een Comité van Presidenten van Centrale Banken ontstond. Op sinterklaasdag 1978 werd het Europees Monetair Stelsel opgestart en werd de ECU gecreëerd. ECU staat voor European Currency Unit. Een soort van mandje van valuta. Het Hof van Justitie gaf aan dat marktintegratie vereiste dat er vaste wisselkoersen moesten komen. Om zo één economische ruimte te scheppen.[5] Dit staat in rechtsoverwegingen 25 en 26 in de zaak Rewe Kehl. Toen werd het stil tot de zomer van 1988. Jacques Delors was leider van het Comité dat zijn naam droeg. Hij wilde het in drie fasen voltooien. Doel was eigenlijk: één munt. Waarom? Psychologisch, economisch en politiek het beste.

Nu springen we iets vooruit en stoppen we voor de Berlijnse muur. Na de val van de muur in november 1989 kwam de vorming van de euro in een versnelling. Op 7 februari 1992 ondertekenen de lidstaten het Verdrag van Maastricht. 2 jaar ervoor is er druk geschoven met de tekst. Dit was een Europees politiek verhaal.

Maar hoe werd de burger ingelicht? Op 4 augustus 1947 stond er in de Leeuwarder courant: “Inmiddels is te Parijs (gaat over Marshall) een commissie van deskundigen gevormd ter bestudering van de wijze waarop de Europese valuta gemakkelijk omwisselbaar gemaakt zouden kunnen worden.” Dit is nog normaal, omwisselen.

Dan volgt een krantenartikel van 23 april 1949 over een verslag van de economische conferentie van de Europese Beweging. Gehouden in Londen en Churchill sprak er. Verder in het artikel staat iets interessants. Sir Harold Butler spreekt als voorzitter van de internationale economische en maatschappelijke sectie van de beweging: “hij pleitte voor vrije inwisselbaarheid van de verschillende Europese valuta, zoals voor 1914 het geval was”.[6] Bedoelde hij hiermee de Latijnse Monetaire Unie?

Op 8 juni 1961 staat in De Telegraaf een artikel met de kop: “naar meer bundeling van Europese valuta?” De 6 ministers van de EEG krijgen advies van prof. Triffin, permanent adviseur van de Europese Commissie. Zijn advies: 10% van de deviezenreserves in een gemeenschappelijk fonds stoppen.  Dan volgt er nog een artikel. 27 september 1967 in De Tijd. De Britse minister Callaghan heeft in Le Monde geschreven: “dat een grotere Europese Gemeenschap zou kunnen leiden tot schepping van één Europese valuta, waarin alle valuta’s, ook de pond sterling, zouden opgaan. “Een grotere gemeenschap zou in staat zijn een politiek te volgen, waarin door Europa zijn monetaire kracht kan doen gelden en zijn invloed in de wereld kan vergroten. Een dergelijke politiek zou bijvoorbeeld uiteindelijk schepping van één Europese valuta mogelijk maken.”

ECUIk heb een krantenartikel gevonden van 5 november 1970. Citaat: “De monetaire unie betekent een onwrikbare koppeling aan de West-Duitse mark die de sterkste valuta in de EEG is. In de EEG-voorstellen staat dat wanneer de- munten van de verschillende landen worden gekoppeld absoluut vast moet staan dat deze koppeling totaal en onherroepelijk is. De vervanging van de afzonderlijke munten door één EEG-munt is dan nog slechts een psychologische zaak. Voor deze EEG-munt zijn al namen in omloop als Euromark, Eurofrank en ECU = European Currency Unit (Europese munteenheid). De drijvende kracht daarbij zijn uiteraard de grote concerns en banken.”[7]

In september 1973 stond op pagina 25 van De TelegraafEurco een wereld-valuta?’ Kern van het artikel was dat de Europese Investeringsbank op 12 september een contract ging tekenen voor de uitgifte van een lening die zal luiden in Eurco. De uitgifte van een obligatie dus. De 9 euromarktlanden bepalen volgens een verdeelsleutel de waarde van de Eurco. Verderop in het artikel staat: “hoewel men uiteraard moet afwachten of de Eurco zal aanslaan. De Europese Munt Eenheid en de Europese Reken Eenheid zijn nooit goed van de grond gekomen. Dit systeem, Eurco, is zo eenvoudig dat het aan vele wensen tegenmoet komt[8].” Verderop: “Bij de Eurco-leningen zijn de voorkeur en de risicovaluta voor de geldgever en de geldvrager redelijkerwijs verdeeld. Slaagt men in dit experiment, dan kan de Eurco met b.v. de dollar en de yen gemakkelijk worden uitgebreid tot een wereldvaluta.” Wat kunnen we concluderen uit deze twee artikelen? Dat men vanuit Brussel en vanuit de hoofdsteden constant proefballontjes aan het oplaten was. Niet onder de bevolking, maar onder de serieuze partijen: grote concerns en banken. In september 1973 stond dit in de Telegraaf. En in oktober 1973 gaf het HvJ heel duidelijk aan dat er vaste wisselkoersen moesten komen. De ECU van 13 maart 1979 was de echte serieuze voorloper van de euro. De ECU had een valutacode XEU. En op sommige sites waarbij je de euro tegenover een andere valuta wilt projecteren, gebruik je XEU.[9] De ECU is uiteindelijk vervangen door de naam: ‘euro’ in 1999.

Kritiek op het idee van de euro

Er waren voor 1 januari 1999 zeker ook kritische noten. Het scherpste was Martin Armstrong in juli 1996: “Europe does not quite understand the United States model of a single currency. Europe looks at the US and sees one single currency as being extremely efficient with a by-product of consistently lower unemployment as one goal.”[10] Armstrong adviseerde de Europese Commissie op het gebied van de euro voor 1999. Hij gaf aan dat er één obligatie moest komen zodat investeerders niet opgescheept zouden zitten met Duitse en Italiaanse en Nederlandse obligaties. De Europese Commissie antwoorde dat dát politiek onhaalbaar was. Dus de individuele landen wilden geen eurobonds. Eén munt, muntgeld en biljet, was al een hele stap. Notabene drukken de eigen landen het eurobiljet en de muntstukken. Niet centraal in Frankfurt. Verder ligt het goud niet op één centrale plek: in Frankfurt. Maar verspreid over alle landen waaronder de VS. En de VS zijn de andere kant van hét valutapaar van de wereld: euro/usd.

Ik noemde goud. Om de euro goed te begrijpen moeten we terug naar de periode voor 1971. Op 15 augustus 1971 liet Nixon de koppeling van goud en dollar varen. Ongedekt dus. In de jaren daarvoor spendeerden politici meer geld dan dat er binnen kwam via belastingen. Maar ze wilden wel de goudstandaard vasthouden. Dat is problematisch op langere termijn. Ten tweede kwam er een scheur in de goudstandaard door de handel. Zo rond 1965 kwamen er twee goudprijzen. De officiële prijs van 35$ en de marktprijs in Londen. Goud werd daar verhandeld als grondstof. De marktprijs was hoger dan de officiële goudprijs van 35$. Uiteindelijk gingen Europese landen hun dollars omwisselen voor goud. Dit leidde tot de val van de goudstandaard. Later lekte uit via Wikileaks dat de Amerikanen het door hadden. Het draait om een gesprek tussen Kissinger en zijn team (Kissinger was toen veiligheidsadviseur van de regering). Citaat: “if necessary they (Europese landen) would trade gold in secret at the free market price.”[11]

Punten van kritiek waren er voor de invoering. In Nederland en Duitsland. Een korte vlucht langs wat artikelen. In 13 februari 1997 werd er een artikel geplaatst in de Volkskrant met als kop ‘met deze EMU kiest Europa verkeerde weg’. Zeventig economen zetten de handtekening onder de brief. De strekking van de brief. Ik citeer: “Een aantal jaren later is er nog niets veranderd. Integendeel, de invoering van deze EMU gaat gepaard met hoge kosten, onder meer in de vorm van oplopende werkloosheid en sociale spanningen. De EMU blijkt niet veel meer dan een monetaristisch project.”[12] Vervolgens proberen sommige critici nog op de valreep de euro tegen te houden. Op 24 maart 1998 komt er een artikel in het NRC Handelsdagblad te staan. Arjo Klamer wordt geciteerd: “Dat (de euro) staat veel te ver van het oorspronkelijke Europese ideaal van solidariteit, sociale cohesie en vrede.” Vervolgens geeft Kees Vendrik aan: “Ik hoor vaak: Wim wil geen debat, en daarmee is de kous dan af”. Vendrik doelt op gesprekken tussen PvdA-leden en hemzelf. Opnieuw een citaat van Vendrik: “In 1991 riepen velen van ons al dat de euro een slechte zaak is, maar daar werd niet naar geluisterd”, aldus Vendrik. ‘Toen waren we te vroeg, nu weer te laat, zo doe je het nooit goed.”[13]

En in Duitsland? Was daar geen kritiek? Ja. Een citaat uit het FD van 31 december 1996[14] waar Gerard Schröder geciteerd wordt: “Schröder suggereert in Focus dat de Bondsraad de euro in 1998 kan blokkeren. Deze deelstatenkamer, waarin de SPD op dit moment de dienst uitmaakt, heeft echter al in 1992 ingestemd met het Verdrag van Maastricht, waarin de invoering van de Europese munt uiterlijk in 1999 is vastgelegd. Schroder wijst ook erop dat de euro nooit zo hard zal worden als de D-mark. ‘Als je meerdere zwakkere munten samenvoegt met een hele sterke, kan daar nooit die absolute sterke munt uitkomen.’ De lasten van de monetaire eenwording voor Duitsland zijn volgens hem niet te dragen. ‘Wij betalen nu al elk jaar DM 200 mrd van West naar Oost binnen de Bondsrepubliek Duitsland. Daar kan niets meer bovenop.”

Terug naar Nederland. De kritiek op de euro verstomt. Een laatste poging doet Arjo Klamer in 2011 in het Dagblad van het Noorden. Als ik Wellink was zou ik daar om lachen.

De toekomst van de euro

De kans dat de euro het in de huidige vorm zal gaan reden is heel klein. Waarom? Laat ik het uiteenzetten. Sinds 2007 hebben we speculatie gezien tussen landen die samen in de Euro zitten. Het geld stroomde van de zuidelijke landen naar de noordelijk landen zoals Nederland en Duitsland. Hoe kun je dit het beste zien? Door naar de tienjaarsrentes te kijken: Amerika 2%, Duitsland 0,6%, Nederland 0,7%, Frankrijk 0,8%, Griekenland 11%, Italië 1,7%.[15] Geld is naar het noorden vertrokken wat resulteert in lagere rentes.

Het is absoluut onmogelijk voor Europa om één rente te stellen als Europese landen via de ECB, maar wel met een groep van eigen landen te zitten op één continent. Zo lang individuele landen eigen rechten hebben, is er kredietrisico wat resulteert in verschillende marktrentes. Dit in tegenstelling tot de 50 staten van de Verenigde staten van Amerika. Na 1 januari 1999 heeft zich het speculatieve element van valuta verschoven naar de individuele obligaties van de landen van de eurozone & Zwitserland. Omdat Zwitserland een koppeling wilde met de euro. En dat mislukte begin dit jaar jammerlijk. Die koppeling heeft niet lang stand gehouden.

Het gekke was dat de speculatie verschoven is naar de obligaties. Maar van 1 januari 1999 t/m juli 2007 zag je dat niet. De rentes waren bijna gelijk tussen de landen onderling. Daarna ging het mis. George Soros hing het doen oplopen van de rente spreads op aan een uitspraak van bondskanselier Merkel: “The process culminated with the Maastricht Treaty and the introduction of the euro. It was followed by a period of stagnation which, after the crash of 2008, turned into a process of disintegration. The first step was taken by Germany when, after the bankruptcy of Lehman Brothers, Angela Merkel declared that the virtual guarantee extended to other financial institutions should come from each country acting separately, not by Europe acting jointly. It took financial markets more than a year to realize the implication of that declaration, showing that they are not perfect.”[16] Maar Soros wil een mooi nieuwsmoment aanwijzen voor zijn theorie die niet klopt. Want in januari 2008 was de spread tussen de Duits en Griekse rente al aan het oplopen. Nog voor Lehman moest omvallen. Gewoon feiten checken. Citaat ANP-bericht 22 oktober 2008: “Griekenland blijkt na correctie van de begrotingscijfers toch weer een buitensporig begrotingstekort te hebben. Het land had vorig jaar een tekort van 3,5 procent van het bruto binnenlands product, terwijl de EU-limiet op 3 procent ligt. Dat meldde het EU-bureau voor statistiek Eurostat woensdag in herziene cijfers.” Griekenland had in het jaar van de vele overnames, 2007,  problemen met de staatsbegroting. Op woensdag 9 december 2009 moest de Griekse minister van Financiën zijn Europese collega’s overtuigen. Tegen de pers zei hij: “We zijn geen nieuw IJsland, zoals we ook geen nieuw Dubai. We zitten niet te wachten tot iemand ons komt redden.”

Zoals Bretton Woods faalde, faalde de Latijnse monetaire unie ook. De eurozone zal ook falen. Je weet alleen niet wanneer. Het pleisterplakken van politici zal nooit werken. Verder moeten we als Hollanders niet gaan huilen dat we het niet wisten. De problemen met de euro zijn aangekaart in de Volkskrant, door Arjo Klamer en Kees Vendrik.  En Gerard Schröder. Verder zijn we nu aan het kijken naar het uiteenvallen van de eurozone. De Zwitserse centrale bank kon de koppeling met de euro niet aan. Dit was 19 januari 2015[17]. Ze hebben even geflirt met Draghi. En dat heeft ze veel geld gekost. En moeite. Heeft de eurozone overlevingskans? Ja, maar dan moeten Merkel, Rutte, Hollande zelf plaatsnemen in de Europese Comissie. Draghi gaat dan eurobonds uitgeven en het Nederlandse parlement wordt een bijkantoor van Brussel.

Dit artikel is gebaseerd op een lezing gehouden te Zwolle op 11 mei 2015.


[1] http://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/eurokrise/griechenland/schaeuble-warnt-vor-ueberraschender-staatspleite-griechenlands-13583898.html

[2] http://nl.wikipedia.org/wiki/Zollverein

[3] http://www.zum.de/whkmla/region/germany/zollverein.html

[4] http://en.wikipedia.org/wiki/Latin_Monetary_Union

[5] 24 oktover 1973 HvJ.

[6] 23 april 1949 De Heerenveensche koerier

[7] De waarheid 5 november 1970.

[8] De Telegraaf 12 september 1973 pagina 25. Bron Delpher.

[9] http://stockcharts.com/h-sc/ui?s=%24XEU

[10] http://web.archive.org/web/19980426083129/http://pei-intl.com/Publications/EUROPE/MA0796B.HTM

[11] http://www.silverdoctors.com/1973-eu-cbs-traded-gold-in-secret-at-free-market-price/

[12] http://www.volkskrant.nl/economie/met-deze-emu-kiest-europa-verkeerde-weg~a486508/

[13] Critici komen in het geweer tegen ‘zielloos’ Europa NRC Handelsdagblad 24 maart 1998.

[14] Het FD 31 december 1996 ‘SPD KEERT ZICH TEGEN EURO-KRITIEK SCHRODER’

[15] http://www.staatslening.info/

[16] http://www.georgesoros.com/interviews-speeches/entry/remarks_at_the_festival_of_economics_trento_italy/

[17] https://insights.abnamro.nl/fx-weekly-snb-neemt-radicaal-besluit/

Posted on Leave a comment

Seculiere zendingsijver in Europa. Durven zwijgzame christenen de confrontatie aan?

Enkele weken geleden, op de Nederlandse ambassade in Tbilisi, Georgië vond een gesprek plaats tussen een medewerker van de ambassade, een medewerker van de universiteit in Tbilisi en een vertegenwoordiger van een Nederlandse universiteit.

Het volgende voorstel werd geopperd. In Georgië is er de noodzaak voor begeleiding voor kinderen met handicaps. De universiteit van Tbilisi heeft een plan uitgewerkt waarbij een school met dagopvang wordt gebouwd voor kinderen met allerlei soort van handicap. Hierdoor kunnen honderden kinderen geholpen worden in hun dagelijks leven. Geld om de school te bouwen is er, geregeld door Noorwegen en Japan. Het enige wat nog ontbreekt is het ontwerp zelf. Er is nog een beperkt geldbedrag nodig om het ontwerp te maken.

Helaas, de Nederlandse ambassade heeft wel geld, maar niet voor een dergelijk initiatief. De aanwezige fondsen zijn gelabeld en bestemd voor `sexuele minderheden´.

Zomaar een voorbeeld. Maar wel een die het seculiere gezicht van Nederland in Europa laat zien. In dit artikel bekijken we een aantal recente gebeurtenissen in dit licht.

Meer dan een belangengemeenschap
De Europese Unie vindt zijn oorsprong in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die in 1952 gevormd werd door zes landen (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland). Deze gemeenschap was bedoeld om samen te werken op het gebied van zware industrie, noodzakelijk om elkaars productie van wapentuig te controleren. In 1958 kwamen de Europese Economie Gemeenschap (EEG) en de Europese Atoom Gemeeschap (Euratom) tot stand. De laatste om het vreedzaam gebruik van atoomenergie voor vreedzame doeleinden in Europa te bewerkstelligen. De EEG bevorderde de onderlinge samenhang op het vlak van onderlinge handel. In 1993 werd bij het verdrag van Maastricht de Europese Unie zoals we die nu kennen een feit. Inmiddels heeft de Europese Unie 27 lidstaten.

Vormt het gedeelde belang van vrede, handel en economie de enige gemeenschappelijke grond voor een hechte samenwerking van Europese lidstaten? Nee. Om een andere gezamenlijke bron op het spoor te komen gaan we verder terug in de tijd.

Christelijke wortels
Dit jaar is het 1700 jaar geleden dat in Edict van Milaan[1] werd uitgevaardigd in het Romeinse Rijk door Licinius en Constantijn de Grote. Vanaf toen waren burgers vrij hun godsdienst openlijk uit te oefenen. We mogen zeggen dat vanaf toen het christendom groeide in Europa en de cultuur mede gevormd heeft. De landen in Europa hebben een christelijke geschiedenis met daarbij behorende culturen en tradities.

In de afgelopen 1700 jaar is vanzelfsprekend veel gebeurd en veranderd. Was in het jaar 1000 de theologie nog absoluut de koningin der wetenschappen, aan het einde van de middeleeuwen was dat de natuurkunde. De rede had het geloof verdreven van de universiteiten. Deze overwinning van de rede werd met de Verlichting bezegeld.

Anno 2013 hebben we te maken met een ander Europa, een werelddeel met een nieuw gezicht, een nieuwe orde. De landen in Oost-Europa herleven na het communisme. Het christendom groeit daar terwijl het in West-Europa tanende is.

Seculiere propaganda
Golden vroeger de christelijke waarden in West-Europa, inmiddels zijn ze  vervangen door humanistische en libertijnse waarden. Dit wordt met name verspreid door de instellingen van de Europese Unie. De Europese Unie is een instituut geworden die de soevereiniteit van de natiestaten overstijgt, terwijl het verdrag officieel stelt dat EU de soevereiniteit en identiteit van de lidstaten respecteert.

De bevordering van humanistische en libertijnse waarden zien we vooral terug bij de omgang met toetredingseisen voor nieuwe lidstaten. Een land dat wil toetreden tot de Europese Unie heeft officieel te maken met de criteria van Kopenhagen. Deze criteria bevatten een aantal voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het kunnen toetreden tot de Europese Unie. Deze voorwaarden zijn vastgelegd door de Europese Raad in 1993 in Kopenhagen. Volgens deze voorwaarden moet een land dat wil toetreden tot de Europese Unie o.a. de mensenrechten respecteren, democratische principes in de praktijk brengen en een goed functionerende markteconomie hebben. Buiten het gegeven dat de mensenrechten universeel worden benoemd, gaan de Kopenhagen-criteria niet in op ethische kwesties. Toch worden deze criteria in de praktijk gebruikt als een kapstok om humanistische c.q. libertijnse waarden te introduceren en aan landen aanvullende eisen te stellen voor toetreding. Moldavië kreeg bijvoorbeeld te maken met Europese druk om abortus en euthanasie te legaliseren, omdat toetredingsgesprekken anders geen zin hadden.

Niet alleen het de instellingen van de propageren deze seculiere waarden, diverse lidstaten waaronder Nederland doen dat ook. In het vervolg van dit artikel gaan we in op een aantal voorbeelden uit de praktijk waarin deze seculiere zendingsijver in Europa tot uitdrukking komt:
–          Het Pink Embassy initiatief en de Nederlandse ambassade in Albanië
–          De kwestie Rocco Buttiglione en Tonio Borg
–          De reacties op anti-homohuwelijk demonstraties in Parijs

PINK Embassy
PINK Embassy is een initiatief dat opkomt voor homorechten in Albanië en wordt mede gesubsidieerd door Nederlandse MATRA-programma en COC-Nederland. Regelmatig schuift de Nederlanse ambassadeur, De la Beij aan bij rondetafelgesprekken.[2]

Nu zijn er ongetwijfeld Albanezen die hierop zitten te wachten. Er is immers aandacht en geld voor een bepaalde minderheid. Echter veel Albanezen zien dit initiatief als een grove belediging aan het adres van Albanië. Wie denken de Nederlanders wel dat ze zijn, en waar bemoeit die ambassade zich eigenlijk mee?

Dit en het voorbeeld waar dit artikel mee begon, duiden erop dat het secularisme bepaald niet neutraal is, maar traditionele, christelijke waarden wil vervangen door wat men ‘moderne waarden’ vindt. Genoemd is al het voorbeeld waarbij alleen geld beschikbaar is voor ´sexuele minderheden´ in een land als Georgië waar christelijke waarden hoog in het vaandel staan. In die traditionele maatschappelijke context zullen secularisten in 2013 wel even vertellen dat het allemaal anders moet. Blind als men is voor voor het levensbeschouwelijk karakter van het eigen streven, schoffeert men zonder meer de lokale samenleving en hun tradities. En dat in naam van ‘Democratiebevordering’. Je gaat je afvragen van wie ze dit kunstje hebben afgekeken…

Rocco Buttiglione en Tonio Borg
In 2004 zou de Italiaan Rocco Buttiglione aantreden als eurocommissaris voor Justitie, Vrijheid en Veiligheid. Echter, hij werd weggestemd door liberale en socialistische groeperingen in het Europees parlement, met als reden dat hij als christen niet kan instemmen met de seculiere visie op homoseksualiteit. Hoewel Buttiglione aan de leden van het Europees Parlement helder uiteenzette dat hij zijn privémening keurig gescheiden zou houden van de uitvoering van de taken waarvoor hij als eurocommissaris verantwoordelijk is, werd hij toch weggestemd. Men pruimde zo’n conservatieve christen gewoonweg niet. Feitelijk was zijn levensbeschouwing de reden om af te zien van een aanstelling.

De casus Tonio Borg is van recenter datum. Hij volgde vorig jaar John Dalli op als eurocommissaris voor Gezondheid. Borg is orthodox katholiek en burger van Malta. Ook Tonio Borg werd bevraagd over zijn standpunten rondom abortus en het homohuwelijk. Ook nu weer kwam de meeste kritiek uit de liberale en socialistische kampen van het Europees Parlement. Uiteindelijk werd hij toch gekozen met een minimale benodigde meerderheid van stemmen.

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat het een orthodox christen bijzonder moeilijk wordt gemaakt om eurocommissaris te worden. De discussie gaat niet over de capaciteiten van de kandidaat, maar over levensbeschouwelijke zaken die vaak niets of slechts zijdelings te maken hebben met de functie. Daarnaast is het zo dat de Europese Unie zich niet mag inlaten met ethische kwesties van lidstaten. Op dit punt lopen wetten en regelgeving in de lidstaten uiteen. Het is volgens het verdrag niet toegestaan dat er vanuit de Europese Unie pressie wordt uitgevoerd op lidstaten om hun wetgeving op dit punt aan te passen.

Parijse demonstratie tegen homohuwelijk

Demonstraties in Parijs
Eind maart 2013 gingen meer dan een miljoen vreedzame betogers de straten van Parijs op om te protesteren tegen de invoering van het homohuwelijk. Schattingen naar aantallen liepen in de media nogal uiteen. Van honderdduizenden tot 1,4 miljoen.

Volgens de politie was er sprake van overtredingen door de betogers en daarom zette zij traangas in. Zelfs kinderen werden hier het slachtoffer van.

Men durfde zelfs zover te gaan dat organisaties die betrokken waren bij de organisatie van deze betoging, getypeerd moesten worden als staatsgevaarlijk, extra in de gaten moesten worden gehouden en mogelijk zelfs verbieden.

Wat in Frankrijk is gebeurd is demonstratief voor de toenemende intolerantie van het secularisme in Europa. We zien regelrecht de aanval geopend worden op christelijke organisaties die pleiten voor het traditionele gezin en daarmee tegen een mening van de dominante meerderheid ingaan. Blijkbaar raakten de protesterende mannen, vrouwen en kinderen – vaak ook jonge gezinnen! – een gevoelige snaar bij hun seculiere opponenten. Aan de andere kant moeten we bedenken dat er in Parijs meer dan een miljoen mensen op de been waren om christelijke waarden publiekelijk te verdedigen, daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

Geen enkele levensbeschouwing is neutraal
De christelijke overtuiging is niet neutraal, de niet-religieuze liberalen of atheïsten zijn beslist ook niet neutraal. Iedere overtuiging heeft levensbeschouwelijke of filosofische uitgangspunten. De christelijke heeft dat, de atheïstische of humanistische hebben dat niet minder. Het vertrekpunt bijvoorbeeld dat er geen waarheid bestaat of dat alle godsdiensten even waar of even onwaar zijn, is net zo goed vooringenomen als een religieus vertrekpunt. In filosofische zin gaat het bij geloven en bij niet-geloven om dezelfde handeling, slechts de oriëntatie of het object van de gelovige of ongelovige verschilt. Een mens kan de ene kant opgaan en zich in de richting van God bewegen, of zich van Hem vandaan bewegen en de andere kant opgaan. Tegenover God staat geen macht of mens neutraal.

Verder geldt de overweging dat de meerderheid niet altijd gelijk heeft. Soms is een mening zo dominant in een samenleving dat men bij voorbaat degenen die een andere opvatting erop nahouden als achterlijk bestempelt. In een democratie telt elke stem, anders ontaardt zij in een dictatuur van de meerderheid. Daarom is het belangrijk dat christenen vandaag de dag de moed opbrengen om een afwijkende mening naar voren te brengen.

En het is goed om christen-jongeren vaardigheden aan te leren hoe zij hun visie of mening naar voren kunnen brengen, zodat ze zich niet bij het eerste het beste tegenargument uit het veld laten slaan. Op deze manier kunnen we de zwijgzaamheid van christenen doorbreken. Dat hoeft niet alleen in het publieke debat te gebeuren, juist op de werkplek en in het alledaagse leven, bij de bakker of de kapper, is het goed om een andere visie te laten horen.

Zwijgzaamheid doorbreken
Christenen willen niet graag provoceren en zijn daarom mogelijk te zwijgzaam. Ze laten zich misschien ook te makkelijk uit het veld slaan met ondeugdelijke argumenten van anderen. Maar als we zelf wegduiken, geven we libertijnen en atheïsten volop de ruimte. Het liberale verhaal mag dan populair zijn, het is ook vrij kortzichtig. Men zet oude, diep verankerde waarden overboord voor nieuwe, soms zeer vluchtige opvattingen. Gisteren werd het homohuwelijk legaal, nu spreekt men over polygamie, wordt straks pedofilie ook normaal? Europa is door moderniteit en secularisme op drift geraakt. We moeten daarom onze zwijgzaamheid doorbreken. De samenleving mag best meer aan de weet komen waar christenen voor staan.


Zicht
Zicht 2013-2 kleinDit artikel verscheen in Zicht 2013-2: Christenvervolging wereldwijd.

Wereldwijd worden er vandaag de dag zo’n 100 miljoen christenen verdrukt en vervolgd omwille van hun geloof. Christenen in politiek en samenleving mogen niet zwijgen over het kwaad en onrecht dat medebroeders en –zusters in andere landen op deze wereld wordt aangedaan.

Vanaf 2012 heeft Novini een eigen rubriek in het tijdschrift Zicht onder de naam Worldview. Zicht is een kwartaaluitgave van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP. Meer info over Zicht vindt u hier.

Posted on 1 Comment

Islamisering en de identiteitscrisis van Europa

Na mijn artikels over hoe het christendom in Europa en in het Midden-Oosten onder druk staat, gaat dit artikel over de islamisering van Europa. Met het oog op de huidige trends is het zonneklaar dat islamitische bevolkingsgroepen een meerderheid kunnen worden in 20 of 30 jaar en in in veel West-Europese steden en landen is er reeds een groter aantal praktiserende moslims dan er praktiserende christenen zijn. Nadat ik het rapport van het Barnabas Fund over de islamisering van Europa had gelezen, besloot ik over dit onderwerp te schrijven.

“De islam heeft twee maal voet op Europese bodem gezet en heeft haar twee maal weer verlaten… Misschien zal de volgende verovering, zo Allah het wil, door middel van verkondiging en ideologie plaats vinden… Misschien zullen we deze landen veroveren zonder legers (..)”, aldus Youssef el Qaradawi, hoofd van de Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek, op Al Jazeera, 24 januari 1999.

“De islam heeft twee maal voet op Europese bodem gezet en haar weer verlaten.” Dat is juist, de islam is tweemaal gekomen, beide keren met legers en heeft twee maal weer moeten vertrekken onder druk van christelijke legers.

Eerst zetten ze voet op Spaanse bodem aan het begin van de 8e eeuw, arriveerden in Frankrijk en werden verslagen bij Poitiers in 732 na Christus. Tweeëneenhalve eeuw later begon de Reconquista van het Iberisch schiereiland, die eind 15e eeuw voltooid werd. Terwijl de christelijke bevolking als slaven was behandeld, werden resterende moslims bekeerd tot het christendom of verbannen en moskeeën werden veranderd in kerken.

Later, aan de andere kant van Europa,  werden Ottomaans-Turkse stammen islamitisch in de 9e eeuw en vestigden zich in Klein-Azië. Ze werden een regionale grootmacht tegen het einde van de 13e eeuw. Territoria die eens geregeerd werden door het Oost-Romeinse rijk vielen een voor een in Ottomaanse handen. De Turken betraden Europa in het midden van de 14e eeuw, ondanks vele glorieuze overwinningen door Europeanen was het grootste deel van Zuidoost Europa tegen het einde van de 16e eeuw onder Ottomaanse heerschappij gebracht.

De Poolse koning Jan Sobieski III drijft de Turken terug bij het Beleg van Wenen, schilderij van Jan Mateiuko.

De onsuccesvolle belegering van Wenen in 1683 leidde tot een zichtbare verzwakking van de Turkse aanwezigheid in Europa en de kruisvaarders bevrijden Boedapest (1686) en de rest van Centraal-Europa in de jaren daarna. Wie zich bekeerd hadden tot de islam bekeerden zich weer tot het christendom. Tegen het begin van de 20e eeuw namen de nationale gevoelens op de Balkan toe en verloor Turkije de meeste van zijn Europese gebieden, Constantinopel (nu Istanbul) bleef echter in Turkse handen, tot op de dag van vandaag. Helaas waren politieke belangen sterker dan godsdienstige solidariteit voor veel Europese leiders. Het islamitisch bestuur werd in 1923 afgeschaft, maar de erfenis van het bewind bleef sterk in diverse gebieden zoals Bosnië, Albanië en de Kaukasus en gebieden rond de Zwarte Zee die in handen van de Tataren waren.

“Misschien zal de volgende verovering, zo Allah het wil, door middel van verkondiging en ideologie plaats vinden… Misschien zullen we deze landen veroveren zonder legers”

Rond de Eerste Wereldoorlog was de islam verzwakt, een zwak islamitisch (Ottomaans) rijk, islamitische landen die door Europese landen gekoloniseerd waren, socialistische/communistische ideologie die zich snel verspreidde onder de lagere klasse en pan-Arabische bewegingen die aanhang begonnen te verwerven in Arabischtalige landen.

Na de Tweede Wereldoorlog besloten Europese leiders een economische unie te creëren om onderling oorlog onmogelijk te maken. Het Oude Continent was verwoest na de vernietigende oorlog en in de jaren ’60 kwam hier nog een verandering in denken en levensstijl overheen. De gemiddelde religiositeit nam af, vrouwen kregen minder kinderen naarmate hun rol op de arbeidsmarkt toenam.

Er ontstond behoefte aan goedkope arbeiders; arbeidsmigranten kwamen, eerst uit Italië en Joegoslavië, daarna uit het Midden-Oosten en voormalige kolonies (gemeenschappelijke geschiedenis en taal). Turken gingen naar Duitsland, Algerijnen, Marrokanen en zwarte Afrikanen naar Frankrijk, Indiërs, Pakistanen en zwarte Afrikanen naar het Verenigd Koninkrijk.

In de jaren ’60 waren er enkele honderdduizenden moslims in West-Europa, wat toentertijd geen probleem was. Het geboortecijfer was laag, maar Europeanen waren nog in staat de groei van de samenleving in stand te houden, immigranten brachten nog niet hun gezinnen mee en de verzorgingsstaat was nog niet zo genereus.

Tegen het einde van de jaren ’60 zijn er twee data die als begin van een nieuw tijdperk beschouwd kunnen worden:

  • 1967: 3e Arabisch-Israëlische oorlog. Israël versloeg de Arabische legers die veel groter waren in aantal soldaten en uitrusting en dit veroorzaakte een gigantische publieke verontwaardiging onder Arabische bevolkingen. De Arabische leiders en zelfs de Arabische militaire leiding waren niet in staat een gedisciplineerde strijd te voeren. Rond die tijd realiseerden de mensen zich dat de Arabisch-Nationalistische idee niet in staat is de Arabischtalige naties te verenigen en zelfs niet om een zwakke staat, zoals Israël toen nog was, te verslaan. Dit kan beschouwd worden als de start van een hernieuwde opkomst van de politieke islam.
  • 1968: In Frankrijk breken rellen uit tegen het traditionele maatschappelijke model. Onder andere Daniel Cohn-Bendit leidt een opstand die seksuele vrijheden eist en ‘een betere wereld’, zoals ik in mijn eerdere artikel besprak.

Tegen het einde van het millenium was de Sovjetdreiging niet langer aanwezig, Europese regeringen hadden de gelegenheid zich te concentreren op economische groei en ze zagen immigratie als een oplossing voor het demografische tekort. Met de introductie van de Euro was er een breed gedeelde overtuiging onder politieke elites dat er nooit meer oorlogen uit zouden breken en dat culturele en politieke eenheid in enkele decennia tijd vanzelfsprekend zou worden en dat de multiculturele samenleving, zoals de Verenigde Staten die kennen, sowieso een nastrevenswaardig ideaal is.

Het verschil is dat de immigratie naar Europa geen selectieve immigratie is, en dat er meer rechten dan plichten zijn, immigranten werden aangemoedigd hun eigen tradities en gebruiken te bewaren, in plaats van de taal en de gewoonten van het land van aankomst te leren.

Heden ten dage heeft het aantal moslims 5,5 miljoen bereikt in Frankrijk alleen. In heel Europa tellen zij circa 30 miljoen. De graad van radicalen binnen de islamitische gemeenschap is relatief veel hoger dan in andere gemeenschappen en dit is de bron van conflicten tussen hen en de  samenlevingen waarin zij verblijven.

De spanningen tussen islamitische immigranten en lokale mensen en de opkomst van extreem-rechtse of rechts-populistische bewegingen in Europa hebben vele oorzaken. Ik noem een aantal voorbeelden voor een beter begrip:

  • Demografie: hun aantal groeit veel sneller dan dat van andere gemeenschappen, omdat islamitische vrouwen 2,5 keer zoveel kinderen baren als de gemiddelde vrouw in Europa. Immigranten ontvangen meer subsidie dan dat zij werken en belasting betalen, aldus extreem-rechtse bewegingen en diverse statistieken.
  • Islamisering: In Europese steden worden honderden moskeeën gebouwd, vele financieel bijgestaan door de ‘ a-confessionele’ staat. Olierijke landen financieren islamitische zendingsorganisaties om de islam te verspreiden onder niet-moslims, in plaats van de bestrijding van armoede in eigen land. Ze willen niet-moslims bekeren tot hun religie en een groot, zichtbaar aandeel van de vrouwen draagt een hoofddoek, in het straatbeeld verschijnen geleidelijk meer vrouwen in hijab of niqab, een groot aantal mannen draagt een baard of een djellaba, waardoor het beeld van de bevolking in het algemeen verandert. Mohammed is inmiddels de meest voorkomende naam voor pasggeboren jongens in Brussel, Londen en Milaan.
  • Sociaal: werkloosheid wordt een steeds groter probleem, naarmate goedkope arbeiders worden aangenomen in plaats van lokale mensen in dienst te nemen. In Frankrijk hangt de opkomst van het Front National vooral samen met het grote aantal werklozen in de arbeidersklasse. Een ander punt is het terug sturen van geld door immigranten naar hun land van herkomst, in Frankrijk wordt het jaarlijkse bedrag dat naar buitenlandse familie wordt overgemaakt op 20 miljard euro geschat.
  • Veiligheid: in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, bestaan de meeste bendes uit 2e of 3e generatie immigranten. Een deel van hen die niet in staat waren zich goed te integreren in de samenleving en geen werk hebben, voelen zich gediscrimineerd door de samenleving. Er is hoe dan ook wel enige mate van discriminatie en angst voor hen. Op Duitse scholen zijn Turkse bendes de oorzak van een groot probleem voor hen die zich graag zouden willen richten op het lesgeven en het leren. In het Verenigd Koninkrijk worden groepsverkrachtigen een ernstig probleem dat snel toeneemt.
  • Politieke lobby: islamieten beïnvloeden de binnenlandse en buitenlandse politiek van het land van aankomst. Naarmate hun aantal toeneemt vormen ze een steeds belangrijkere groep kiezers. Veel politici, bijvoorbeeld Jacques Chirac en Gerhard Schröder, spraken zich uit voor toetreding van Turkije tot de EU, om islamitische kiezers voor zich te winnen. Parlementen en gemeenteraden introduceren bestuurlijke maatregelen om de islam gelijke institutionele rechten te geven, ook al zijn ze een nieuwe factor in de publieke samenleving en is hun aantal op het geheel van de bevolking vooralsnog klein.

Om terug te komen op het rapport, de islamisering van Europa wordt op de volgende wijze bereikt. Moslims immigreren op grote schaal naar Europa, krijgen meer kinderen en bekeren niet-moslims met diverse middelen.

Extreem-links, dat zich verzwakt wist na de val van de Sovjet-Unie heeft in de radicale islam een nieuwe bondgenoot gevonden om het christendom en de vrije markteconomie te bevechten. Ze delen een haat voor de Verenigde Staten van Amerika. In de campagne voor de Franse presidentsverkiezingen van 2012, nodigde het Front de Gauche, dat zijn campagne opbouwde rond ‘ sociale gerechtigheid’  en “confiscatie” van het vermogen van de rijken, radicale islamieten uit voor zijn bijeenkomsten.

Moslims hebben een missie: wat veel bekeerlingen in de islam zien is dat zij een strijd hebben en vechten voor hun recht (Palestina, Tsjetsjenië, imperialisme etc.). Islamitische zending (Da’wa) bestaat uit 2 delen: interne en externe zending. Interne da’wa betekent het doen herleven van de praktisering van de religie, externe da’wa betekent het verkondigen van de religie en niet-moslims ertoe brengen haar te aan te nemen.

Ze bouwen steeds meer en steeds grotere moskeeën om hun zelfverzekerdheid en kracht te laten zien, extreem-rechtse bewegingen beschuldigen islamieten dan ook vaak van het demonstratief laten zien van hun kracht door grotere huizen van samenkomst te hebben dan christenen.

Islamieten bidden op straat in Parijs.

Ze willen de islamitische sharia introduceren, terwijl Europese samenlevingen voornamelijk hedonistisch zijn geworden en gebaseerd op consumptie; ze zien hun levensstijl als een antwoord op de problemen van drugsgebruik, alcoholisme en prositutie. Islamitische groepen doen in sommige gevallen een openlijk beroep op het publiek hun sharia te accepteren. In Oost-Londen zijn er enkele wijken waar radicalen de sharia tot de officiële bron van wetten hebben uitgeroepen (inclusief een verbod op gokken, muziek of concerten, prostitutie en drugs).

Naarmate Europese overheden deze interpretaties van de sharia erkennen als representatief voor de gehele islam, versterken zij de positie van radicalen en verzwakken ze die van gematigde moslims. Er bestaan shariarechtbanken in Groot-Brittannië en ze worden ook geïntroduceerd in België, ze worden bestuurd vanuit moskeeën. Dit legt de zwakte bloot van het nationale ‘seculiere’ rechtssysteem.

Ze bedreigen de vrijheid van meningsuiting en dreigen met geweld, hierin zijn ze vergelijkbaar met radicale secularisten en Holebi-organisaties, aangezien ze respect, tolerantie en objectiviteit eisen, maar die niet altijd aan anderen geven.

De fatwa tegen Salman Rushdie (1989) en de moord op Theo van Gogh (2004) laten zien dat radicale moslims een bedreiging vormen voor een ieder die zich openlijk tegen hen uitspreekt. Ze vormen een bedreiging voor de vrijheid van godsdienst, er zijn veel recente voorbeelden waarin bekeerlingen van islam tot christendom werden beledigd, bedreigd en achtergesteld.

Islamisering wordt gefinancierd op uiteenlopende manieren en vanuit diverse landen:

  • Individuen: islamieten doneren intensiever, aangezien zij de moskee vaker bezoeken dan christenen hun kerken. Er zijn gevallen bekend in het Verenigd Koninkrijk en in Denemarken, waarin mensen geld verkregen uit belastingfraude.
  • Islamitische organisaties: overwegend liefdadigheidsorganisaties die zich specialiseren in het helpen van de armen, maar tegelijkertijd de islamitische leer verspreiden en vrouwen aanmoedigen een hoofddoek te dragen.
  • Islamitische staten: veel van deze staten zijn olierijk, de Golfstaten hadden een begrotingsoverschot van bijna 500 miljard USD door hoge olieprijzen, ze geven meestal het geld uit dat verkregen is door beleggingen van hun fondsen en aan liefdadigheidsprojecten. Deze fondsen worden voornamelijk toegekend aan islamitische organisaties. De grootste bijdragers zijn Saoedi-Arabië, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Iran, Algerije en Libië.
  • Gemeentebesturen: een voorbeeld, Alain Juppé, de huidige minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk en tevens burgemeester van Bordeaux, verkocht 8500 vierkante meter land aan de lokale moslimraad voor een symbolisch bedrag van 1 euro. Bordeaux had conform marktprijzen 677.000 EUR kunnen verdienen.
  • West-Europese staten: In 2004 pleitte Nicolas Sarkozy voor staatsfinanciering voor moskeeën, ondanks het formele secularisme van de Republiek. Volgens een rapport was 30% van de jaarlijkse inkomsten van moskeeën afkomstig van de staat.
  • Islamitisch bankieren: islamitische bankieren is wijdverbreid, zowel in West-Europa als in de Golfstaten. Europa zou graag Arabische investeerders aantrekken. Van Londen wordt wel gezegd dat het de meest shariavriendelijke investeringsbestemming is in Europa.

Ze leggen beslag op onderwijsinstellingen en radicale predikers zijn zeer actief aan Europese universiteiten. Ze vragen om speciale gebedsruimten in scholen en universiteiten en radicale imams worden toegelaten aan universiteiten, veel islamitische terroristen hebben aan Europese universiteiten en hoge scholen gestudeerd. Islamitische meisjes wordt gevraagd een hoofddoek of gezichtssluier te dragen.

Een andere kwestie verwant aan dit onderwerp is de druk op onderwijsinstellingen om onderwerpen gerelateerd aan de islam op zo’n wijze te doceren dat een positief beeld wordt gegeven van hun religie. Regeringen, onderwijzers en uitgevers die willen voorkomen beschuldigd te worden van racisme en islamofobie geven dikwijls aan zulke verzoeken toe.

Hun isolatie en afscheiding bemoeilijkt integratie en assimilatie. Er zijn veel voorbeelden, zoals de zogenaamde ‘homovrije zones’ in het Verenigd Koninkrijk en Kreuzberg in Berlijn. Kreuzberg was een wijk die werd bevolkt door mensen uit de arbeidersklasse en linkse jongeren in de jaren ’20, heden ten dage bestaat de bevolking van de wijk die ongeveer een half miljoen beslaat voor 80% uit Turkse immigranten. In Frankrijk kunnen de voorsteden beschouwd worden als de ghetto’s van de werkloze 1e, 2e en 3e generatie immigranten, de islamisering verspreidt zich daar het snelst.

En alles dat ik hierboven heb beschreven gaat slechts over de islamisering van Europa. Eerder schreef ik al over de vervolging van christenen in islamitische landen.  Om de opsomming van voorbeeld af te sluiten, zou ik nog willen noemen dat het bestuur van een van de meest prestigieuze voetbalclubs van Europa, Real Madrid, recent besloten heeft het kruis uit haar logo te verwijderen om investeerders uit Qatar terwille te zijn (formeel vanwege islamitische fans).

Aangezien het Wereldkampioenschap Voetbal in 2022 in Qatar plaats vindt: ‘Zullen Engeland, Zweden en Denemarken nu moeten kiezen tussen de verticale en de horizontale lijn in hun vlag?’, zoals een Hongaarse blogger zich afvroeg in zijn artikel waarin hij sprak van een ‘re-reconquista’.

“Misschien zal de volgende verovering, zo Allah het wil, door middel van verkondiging en ideologie plaats vinden.”

Nu, het gaat inderdaad om ideologie, verkondiging, geld (misschien wel het belangrijkste) en de identiteitscrisis van West-Europa zelf.

“Misschien zullen we deze landen veroveren zonder legers”

Het lijkt zeer goed mogelijk, maar misschien is er nog een christelijke minderheid in Europa die een missie heeft deze trend te keren.

 

Wat zou dan de oplossing zijn?

“Who wants to avoid suffering, suffers twice” (Wie lijden wil vermijden, lijdt twee maal), zegt een Engels spreekwoord.

Veel Europese leiders denken door het binnenhalen van immigranten in hun landen, zich te verzekeren van genoeg goedkope arbeidskrachten voor de economie en de pensioenen te kunnen redden, dit is volstrekt onverantwoord. Velen geloven dat ze immigranten moeten toelaten in hun land, omdat gekoloniseerde naties veel geleden hebben onder de kolonisatie. Dit denken is wijdverbreid in Frankrijk en is deels waar, maar we moeten wel weten dat het aantal inwoners (Arabieren en Berbers) in bijvoorbeeld Algerije  enkele honderdduizenden besloeg in 1830 en dat deze bevolking 9 miljoen (!) telde in 1960. De meeste infrastructuur en veel monumentale gebouwen in het land zijn door Fransen en andere Europeanen gebouwd. Europeanen onttrekken zich in feite van hun verantwoordelijkheid nu hun samenlevingen vergrijzen en niet in staat zijn hun pensioensysteem in stand te houden en vele anderen accepteren de stelling dat de kolonisatie alleen maar slechte effecten had en christendom een instrument was om mensen te onderdrukken.

Wij Europeanen moeten ons zelfvertrouwen herwinnen, we moeten trots zijn op ons verleden, onze geschiedenis, voorouders en wat onze culturen bereikt hebben en we moeten onze godsdienst en haar heiligen weer leren waarderen. We moeten proberen onze oudere gewoonten weer te doen herleven, respect voor grijze haren, het huwelijk, familie- en burenhulp en algemene solidariteit.

De meeste immigranten komen voor betere carrières, een hogere levensstandaard, maar ze zien dat Europeanen geen sterke overtuiging of identiteit hebben; er zijn te veel scheidingen, drugsproblemen, prostitutie en vereenzaming, ze geven er dan ook de voorkeur aan hun eigen gebruiken te conserveren in plaats van te integreren. De meeste moslims conserveren hun levensstijl, maar islamisten eisen veel van hun omgeving, dat zij zich aanpassen aan hun opvatting van het geloof en de gebruiken die daar bij horen en dit is onacceptabel. Immigranten zouden zich aan moeten passen aan de Europese levensstijl, maar wij moeten dan wel onze godsdienst en ons verleden waarderen, zodat wij een goed voorbeeld geven.

De financiering van de islamisering door Europese staten en instellingen en door buitenlandse mogendheden moet gestopt worden en moslims moeten zelf hun financiën regelen zoals ook andere gemeenschappen dat gewoon zijn. Dit zal spanningen doen afnemen. Moslims moeten zich realiseren dat ze niet bevoordeeld zouden moeten worden, ook niet als hun aantal nog toeneemt. Er zijn maar weinig politici die de moed hebben de verantwoordelijkheid op zich te nemen in deze kwestie, aangezien de druk groot is, zowel van binnen Europa als van buiten. Maar wij zouden ook een georganiseerde en vastberaden drukkingsgroep moeten vormen.

Europeanen moeten leren de kwestie van identiteit te begrijpen. Een immigrant zal nooit Frans of Engels of Duits worden als hij als volwassene aankomt in een land en daar 30 tot 40 jaar kan wonen zonder in te burgeren. Als slechts één van de ouders van een kind Europees is, zal het kind half Europees zijn. In de Verenigde Staten heeft 99% van de bevolking een tweede identiteit, voor of na dat men zich als Amerikaan beschouwt.

In Frankrijk zijn er geen minderheden, op papier althans. Een immigrant heet officieel Frans wanneer hij het paspoort bezit, er zijn echter honderdduizenden kinderen die geboren worden in Frankrijk en Duitsland en de taal van het land niet of zeer gebrekkig spreken en niemand tegen komen van de nationaliteit van het land waarin zij verblijven, behalve op school.

Ten slotte, religie maakt deel uit van de identiteit; dit is iets dat linksen niet willen horen of begrijpen. Een andere religie betekent andere gebruiken, andere feestdagen, een andere liturgische taal, een andere rol van de clerus en een andere visie op het leven, op de mens en de wereld.

Europa moet eindelijk wakker worden, politieke correctheid terzijde schuiven en zich realiseren dat het Christendom haar godsdienst is.