Posted on

Keniacoalitie Brandenburg en Saksen oogt nu al instabiel

Keniacoalitie

Na de verkiezingen voor de landdagen van Saksen en Brandenburg zijn drie-partijencoalities bestaande uit CDU, SPD en Groenen in beide deelstaten de meest waarschijnlijke uitkomst van de coalitieonderhandelingen. Maar voordat men überhaupt met de onderhandelingen voor de zogeheten Keniacoalitie kon beginnen, dienden de eerste problemen zich reeds aan.

In Potsdam waren de verkennende gesprekken amper begonnen of een van de leiders trok zich terug. Ingo Senftlebene, lijsttrekker, partij- en fractievoorzitter van de CDU, trad vijf dagen na de verkiezingen af in alle genoemde functies. CDU-secretaris Steeven Bretz meldde dat Senftleben niet meer aan de verkennende gesprekken voor een coalitie deel zou nemen en dat hij ook niet beschikbaar is voor een post in de deelstaatregering. Met zijn aftreden zou Senftleben een stabiele coalitie van SPD en CDU mogelijk willen maken.

Linkse CDU-leider Brandenburg onder druk

De CDU had onder Senftleben met minder dan 16 procent van de stemmen het tot nu toe slechtste resultaat in de Brandenburgse deelstaatverkiezingen behaald. De christendemocraten vielen daarmee achter de SPD en de AfD terug. Kort na de verkiezingen kwam Senftleben binnen zijn partij al onder druk te staan. In de eerste vergadering van de nieuwe fractie eisten de afgevaardigden Saskia Ludwig en Frank Bommert de verkiezing van een nieuw fractiebestuur. Deze motie werd verworpen. Maar met het oog op de plannen voor een coalitie met SPD en Groenen was het evengoed een alarmsignaal. Van de 15 CDU-afgevaardigden stemden er namelijk zes voor de motie van Ludwig. Dit terwijl de voorgenomen coalitie van SPD, CDU en Groenen in de landdag slechts op een meerderheid van vijf zetels zou steunen.

Groenen waarschuwen voor rechtse overname CDU Brandenburg

Na het aftreden van Senftleben roemde het lijsttrekkersduo van de Groenen, Ursula Nonnemacher en Benjamin Raschke de CDU-politicus als het “liberale en ruimdenkende uithangbord van de CDU”. De Groenen waarschuwden dat een coalitie met hen niet mogelijk zou zijn als de rechtervleugel rond Ludwig en Bommert de CDU-fractie zou overnemen.

Puur rekenkundig is in de Brandenburgse landdag ook een coalitie van SPD, Die Linke en de Groenen of een coalitie van SPD, CDU en Freie Wähler mogelijk. Beide varianten zouden echter slechts een meerderheid van een zetel hebben.

Keniacoalitie enige realistische variant in Saksen

Ook in Saksen geldt een zogeheten Keniacoalitie van CDU, SPD en Groenen als de enige realistische variant, om zonder de AfD een getalsmatig stabiele regeringscoalitie te vormen. Maar net als in Potsdam verlopen ook in Dresden de voorbereidingen al stroef. Terwijl in Brandenburg het aftreden van de CDU-lijsttrekker voor scepsis bij de Groenen zorgde, irriteert de Groenen in Saksen een CDU-nominatie.

Daarbij gaat het om de kandidatuur voor het ambt van voorzitter van de Landdag. Bij een stemming in de CDU-fractie won de zittende voorzitter van de Landdag Matthias Rößler het van Andrea Dombois. Tijdens de campagne sprak Rößler zich voor een minderheidscoalitie en tegen samenwerking met de Groenen uit. Verder kwam Rößler onder vuur te liggen, omdat hij de voormalige chef van de binnenlandse veiligheidsdienst Hans-Georg Maaßen tijdens de campagne als spreker uitnodigde.

Veel conflictstof tussen CDU en Groenen in Saksen

Naast personele kwesties, zijn er in Saksen ook andere potentiële conflicten tussen CDU en Groenen. Op veel beleidsterreinen liggen de standpunten ver uit elkaar, van de Saksische politiewet tot het uitfaseren van steenkool en de Groene eis om leerlingen van verschillende niveau in het middelbaar onderwijs langer bij elkaar in de klas te laten zitten.

http://www.novini.nl/saksen-uitsluiten-coalitie-met-afd-riskant-voor-cdu/

Links eist grote concessies van CDU

De federale partijvoorzitter van de Groenen Robert Habeck zei kort na de verkiezingen al dat hij in coalitiebesprekingen grote concessies van de CDU verwacht. Ook de deelstaatpremier van Thüringen, Bodo Ramelow (Die Linke) deed inmiddels zijn duit in het zakje over de coalitievorming in Saksen. Ramelow, die sinds 2014 regeert met een coalitie van Die Linke, SPD en Groenen, waarschuwde: “Gedwongen coalities als afweer tegen de AfD brengen niets goeds.” Om vervolgens te verduidelijken dat hij daarmee niet bedoelde dat de CDU niet met links moest gaan regeren, maar dat de CDU de linkse partijen vooral hun zin moest geven.

Saksen-Anhalt laat zien dat Keniacoalitie weinig stabiel is

Maar hoeveel concessies de CDU ook aan SPD en Groenen doet, een garantie voor een stabiele regering is het niet. Dat blijkt wel uit het voorbeeld van Saksen-Anhalt. In Magdeburg regeert immers deelstaatpremier Reiner Haseloff (CDU) sinds 2016 met SPD en Groenen. Binnen Haseloffs partij klinkt regelmatig gemor dat hij te veel concessies aan de Groenen doet. Vooral in het landbouwbeleid, asielkwesties en het uitfaseren van steenkool liggen de opvattingen van CDU en Groenen dikwijls ver uit elkaar. Ook tussen belangrijke actoren in de coalitie lijkt het vertrouwen al zover verbruikt, dat er sprake is van een constante crisisstemming. Binnen deze tot nog toe enige Keniacoalitie kwam het reeds meermaals tot dusdanig oplopende conflicten dat de coalitie bijna sneuvelde.

Posted on

CSU sorteert voor op federale coalitie met Groenen

Tot voor kort liet de Beierse CSU steeds duidelijk blijken niet met de Groenen te willen regeren. Partijvoorzitter en deelstaatpremier Markus Söder zet nu echter een koerswijziging in. Onder het mom van ‘de strijd aangaan’ sorteert hij voor op een coalitie met de Groenen. Een poging om zijn kansen op het bondskanselierschap te verbeteren?

In het verleden ontbrak het hen die speelden met de gedachte aan een Duitse federale regering bestaande uit CDU/CSU en Groenen steeds om een reden aan geloofwaardigheid: De Groenen zouden het over zo’n coalitie niet alleen met de CDU, maar ook met de Beierse CSU eens moeten worden. Alleen het fundamenteel verschillende uitgangspunt in het immigratiebeleid maakte de totstandkoming van een dergelijke coalitie al haast ondenkbaar. De top van de CSU werkt er nu echter in ijltempo aan de partij niet allen ‘moderner en cooler’ te maken, maar ook voor te sorteren op een coalitie met de Groenen.

Asymmetrische demobilisatie

Na de europarlementsverkiezingen kondigde CSU-leider Markus Söder aan: “Het duel heeft van nu af aan niet meer zwart tegen rood, maar eenduidig zwart tegen groen.” Söders strategie voor dit duel is schijnbaar die van de ‘asymmetrische demobilisatie’. Oud-CDU-leider Angela Merkel paste deze strategie herhaaldelijk toe. Ze hield SPD en Groenen klein door hun standpunten te benaderen of over te nemen.

Haalt CSU CDU links in op groene dossiers?

Söder laat de laatste tijd steeds weer een staaltje van deze benadering zien. Zo zorgde hij zelfs in de CDU voor verbazing, toen hij zich voor het vervroegd uitfaseren van kolen uitsprak. “Laten we eerlijk zijn: De Duitse klimaatdoelen zijn voor 2030 alleen te bereiken, als we het uitfaseren van kolen massief stimuleren.” Eerder kondigde Söder reeds aan dat ecologie en biodiversiteit in Beieren in de toekomst meer prioriteit zouden krijgen dan ik welke andere deelstaat ook. En onlangs presenteerde de Beierse deelstaatpremier een plan om het Beierse staatsbos niet meer met winstoogmerk te beheren, maar tot ‘klimaatopslag’ te maken.

CSU-bondskanselier

Mogelijk kan de CSU met het innemen van dergelijke standpunten de opkomst van de Groenen tenminste in de deelstaat Beieren afremmen. Er zit echter nog een andere kant aan Söders nieuwe groene agenda. De CSU-leider neemt hiermee namelijk ook belemmeringen voor een coalitie met de Groenen weg. Met de nieuwe koers maakt Söder niet alleen een zwart-groene coalitie in Beieren en federaal waarschijnlijker, hij verbetert ook zijn eigen politieke carrièreperspectieven.

Het Handelsblatt vroeg zich zodoende onlangs reeds af of Söder na Franz-Joseph Strauß en Edmund Stoiber de derde CSU-voorzitter zou worden die voor de Unie van CDU en CSU als kandidaat-bondskanselier aantreedt. Dat CDU-leider Annegret Kramp-Karrenbauer door het vertrek van Ursula von der Leyen naar Brussel de kans heeft gekregen om te falen als minister van Defensie vergroot Söders kansen alleen maar.

Posted on

Tekorten stroomvoorziening wekken vermoeden speculatie

stroomvoorziening

In de Duitse stroomvoorziening zijn in de afgelopen weken meermaals zware crises opgetreden die ook gevolgen voor andere Europese landen hadden. Deskundigen stellen dat zelfs de berekenbaarheid van het systeem in gevaar was.

In een verklaring deelden de vier netbeheerders Amprion, Tennet, 50Hertz en TransnetBW mee dat ze de situatie met ondersteuning van Europese partners meester waren. Naar verluidt had de te geringe stroomtoevoer naar het Duitse net tot een daling in de frequentie in het gezamenlijke Europese net geleid. Om de onbalans tussen stroomopwekking en stroomverbruik op te heffen, moesten de netbeheerders snel extra capaciteit creëren.

Volgens overheid berekenbaarheid stroomvoorziening niet in gevaar

“Er was geen gevaar voor de berekenbare stroomvoorziening in Duitsland”, aldus een woordvoerder van de overheidsinstantie Bundesnetzagentur. De redenen voor de sterke onbalans tussen opwekking en verbruik zouden nog niet eenduidig opgehelderd zijn. Zelfs sterke schommelingen in de stroomtoevoer zouden “niet ongewoon” zijn.

‘Vermijden van onregelmatigheden essentieel voor stabiliteit stroomvoorziening’

Bij netbeheerder Amprion klinkt het intussen duidelijk dramatischer. “Het sterke toevoertekort trad op in de markt voor regelenergie”, aldus een woordvoerder van Amprion. “Deze dient ertoe korte termijnschommelingen te compenseren, die deels binnen minuten optreden. Het vermijden van dergelijke onregelmatigheden is voor de stabiliteit van de stroomvoorziening van essentieel belang.” Als het systeem uit balans zou raken, zou ook de stroomfrequentie schommelen, wat aanzienlijke effecten op de economie zou kunnen hebben. “De situatie was zeer penibel en kon slechts met ondersteuning van de Europese partners gemeesterd worden”, aldus de Amprion-woordvoerder.

Grootverbruikers afgekocht

Mede-netbeheerder Tennet bevestigde deze voorstelling van zaken: “Om de onbalans tussen opwekking en verbruik op te heffen, moesten de netbeheerders extra capaciteiten organiseren. Naast leveringen uit het buitenland is op de beurs extra stroom ingekocht.” Ook is men, zo stelt Tennet, ingegaan op het aanbod van grootverbruikers om tegen betaling hun stroomverbruik tijdelijk op te schorten. Dat zijn vastgelegde processen die gewerkt hebben, aldus Tennet.

Onprecieze prognoses, speculatie of onberekenbaar weer?

stroomvoorziening Duitsland
Netbeheerders in Duitsland

Branchedeskundigen zien een reden voor de problemen in de onprecieze verbruiks- en opwekkingsprognoses. Daarom zouden de stroomhandelaren te weinig stroom besteld hebben, zo heet het. Het weekblad Der Spiegel brengt onder aanhaling van bronnen in het bedrijfsleven echter ook een andere versie in het spel.

Marktdeelnemers zouden achter de stroomtekorten het werk van speculanten vermoeden. De verdenking zou bestaan, dat handelaren leveringstekorten in de regelenergiemarkt in eerste instantie bewust niet aangevuld zouden hebben, om later grotere winst te kunnen binnenhalen. Mogelijkerwijs zouden in de recente gevallen echter ook stroomaanbieders en netbeheerders zich verspeculeerd hebben. Met het oog op het aandeel van wind- en zonne-energie zouden ook onnauwkeurige weersvoorspellingen de reden voor actuele tekorten geweest kunnen zijn. 

Netbeheerders willen eerst tijd nemen voor analyse

De netbeheerders deelden evenwel mee, dat ze zich pas na een omvattende analyse uit willen laten over de oorzaken. Die analyse willen ze samen met de Bundesnetzagentur maken. Dit zou een week of acht in beslag kunnen nemen. “Of er consequenties voor marktdeelnemers zouden zijn, zou op dit moment speculatie zijn.”

Consument draait op voor de kosten

Duidelijk is in ieder geval dat de consument voor de kosten opdraait. “De kosten worden door alle klanten gedragen. Toen we hoeveelheden opgevoerd hebben, moest de markt zich daar eerst even op instellen. Daardoor is het – vraag en aanbod beheersen de markt – snel tot een verhoging van de prijs gekomen. We zien echter dat de prijzen weer terugkeren naar het marktniveau”, zo deelde Tennet mee.

Compromis stroomvoorziening tussen Zwitserland en EU complex

Hoe complex de zaken rond de stroomvoorziening inmiddels geworden zijn, is te zien aan de omgang van de Europese Unie met Zwitserland. Al jaren twisten de Europese Commissie en de regering in Bern over een stroomcompromis. “De situatie is al ernstig en wordt ernstiger”, deelt de Zwitserse netbeheerder Swissgrid mee. De uitsluiting van Zwitserland zal er volgens de netbeheerder toe leiden dat de stroomtarieven zullen stijgen en de berekenbaarheid van de stroomlevering terugloopt. “Alleen met de integratie [van Zwitserland, red.] in de Europese stroommarkt kunnen duurzame oplossingen voor de leveringszekerheid gevonden worden”, heet het in een persverklaring.

EU wil toegevingen in infrastructurele kwesties afdwingen

Een akkoord met de EU is voor de draaischijf Zwitserland van groot belang, maar al jaren moeilijk te bereiken. De EU heeft het afsluiten van dit akkoord, dat de gelijkberechtigde toegang tot de Europese binnenmarkt voor stroom zou regelen, afhankelijk gemaakt van verreikende Zwitserse toegevingen in infrastructurele kwesties. Het niet-EU-land Zwitserland wijst er echter op dat het in de bedrijvige zuidwestelijke Duitse deelstaat Baden-Württemberg zonder beschikbaarheid van Zwitserse stroom op ieder moment tot tekorten kan komen.

Posted on

Vooruitgang in stroom- en watervoorziening Krim

De voorziening van de Krim met water en stroom boekt vooruitgang. De potentiële aantasting van de zoetwaterlens van het schiereiland blijft echter een punt van zorg.

Nadat de bewoners van de Krim zich vijf jaar geleden in grote meerderheid voor afscheiding van Oekraïne en aansluiting bij de Russische Federatie uitspraken, blokkeerde de Oekraïense overheid niet alleen de verkeerswegen naar het schiereiland, maar ook alle water- en stroomverbindingen. Dit leidde tot grote maatschappelijke en ecologische problemen.

Stroomvoorziening

Rusland reageerde met de aanleg van vier zeekabels vanuit het Koebangebied door de straat van Kertsj naar de Krim met een capaciteit van 800 Megawatt. Verder begon men de bouw van twee thermische elektriciteitscentrales in Sebastopol en Simferopol. Deze konden beide in maart in gebruik genomen worden en zijn in staat nog eens 940 Megawatt stroom te leveren. Samen met de al eerder door Rusland aangeschafte kleine gascentrales voor het hoogseizoen, die via een eind 2016 reeds in gereedheid gebrachte gasbrug beleverd worden, lijkt daarmee voor 2019 de stroomvoorziening van het schiereiland weer helemaal afgedekt.

Watervoorziening

De watervoorziening is echter een groter probleem. Naast het stilleggen van grote delen van de landbouwactiviteiten op de Krim, zet de overheid ook in op het tegengaan van verliezen in het leidingensysteem en de ontsluiting van lokale bronnen door de aanleg van stuwbekkens, omleidingen van natuurlijke waterlopen, het aanboren van bronnen en de bouw van drie waterzuiveringsinstallaties. Op deze manier moet tegen het einde van dit jaar ook een omvattende watervoorziening gerealiseerd zijn.

Zoetwaterlens

Punt van zorg is dat een deel van de maatregelen ten koste gaat van de fragiele zoetwaterlens onder het schiereiland, die door zout water verdrongen dreigt te worden. Dit grote ecologische probleem is eigenlijk alleen goed te verhelpen door hervatting van de watertoevoer van het vasteland. Plannen voor een leidingensysteem over de Straat van Kertsj zijn echter nog niet ter hand genomen.

Posted on 1 Comment

Windmolens verantwoordelijk voor insectensterfte

Als oorzaak voor insectensterfte wijst men doorgaans op het gebruik van pesticiden in de landbouw. Windmolens zouden echter ook een rol spelen. Dat komt naar voren uit een modelanalyse van het Deutsche Luft- und Raumfahrtzentrum (DLR). 

Het hoeft niemand te verwonderen dat de rotorbladen van windmolens ieder jaar niet alleen honderdduizenden vogels en vleermuizen doden, maar ook vliegende insecten. Aan het DLR-onderzoek ligt de schatting ten grondslag dat in de zomer 5,3 miljard vliegende insecten met een biomassa van bij elkaar 24.000 ton de Duitse windmolenparken passeren. Zo’n vijf procent, oftewel 1200 ton daarvan zou ten prooi kunnen vallen aan windmolens. Bij zo’n 25.000 windmolens in Duitsland betekent dat zo’n 50 kilo aan gedode insecten per windmolen per jaar.

Acuut gevaar

Vanwege deze orde van grootte zien de auteurs van de studie een acuut gevaar voor de reeds sterk geslonken populatie vliegende insecten. Volgens een recente studie in het vaktijdschrift Biological Conservation bedraagt de afname van vliegende insecten wereldwijd gemiddeld 50 procent. Voor Duitsland valt op basis van lange termijnwaarnemingen zelfs een afname van tot 80 procent in de afgelopen 30 jaar op te tekenen. De bovengemiddelde afname in een land als Duitsland met tienduizenden windmolens zou kunnen wijzen op een direct verband met de steeds verder uitdijende windenergiesector. Dat stellen ook de auteurs van de studie, die verder onderzoek aanbevelen.

Insectenmigratie

Tot nog toe golden het verlies aan leefgebieden door intensieve landbouw, overbemesting en pesticide, verstedelijking en lichtvervuiling als hoofdoorzaken voor de insectensterfte. Op grond van onderzoek naar de wisselwerking tussen windenergie en insectenmigratie, concluderen de DLR-wetenschappers dat volgroeide vliegende insecten kort voor het leggen van eitjes in grote zwermen hoge en snelle luchtstromen opzoeken, om zich door de wind te laten meevoeren naar dikwijls veel verder gelegen broedplaatsen. Foto’s bewijzen dat insecten zich daadwerkelijk op hoogtes tot 100 meter begeven. Hun vluchtroutes kruisen zodoende de rotorbladen van windturbines die de lucht op hoogtes tussen 20 en 135 meter doorklieven.

Uitbouw windenergie

De onderzoekers benadrukken dat de sinds 1990 gestimuleerde uitbouw van windenergie zonder onderzoek naar hoe dit zich verdraagt met de vlucht van insecten een nalatigheid is geweest. Begin jaren 2000 werd wetgeving voor hernieuwbare energie met aanzienlijke subsidies voor windenergie voorbereid. Alles wat dit zou hinderen was voor de toenmalige rood-groene regering ongewenst. Nu moet men echter concluderen dat het weer aansterken van de insectenpopulatie bij gelijkblijvende sterkte of verdere uitbouw van windenergie onmogelijk lijkt. Meer insecten zouden ook grotere insectensterfte tot gevolg hebben.

Prestatieschommelingen

In 2001 publiceerde een groep Nederlandse en Deense wetenschappers in het Britse vakblad Nature onder de titel ‘Insects can halve wind-turbine power’ reeds de these dat de inslag van insecten op de rotorbladen de effectiviteit van windturbines tot 50 procent zou kunnen verslechteren. De prestatieschommelingen van windmolens schrijft men ondertussen toe aan turbulentie of luchtwervelingen achter de windmolens. Dat deze wervelingen ook insectenpopulaties reduceren, was tot nog toe een goed bewaard geheim van windturbinefabrikanten.

Gigantische luchtwervelingen

In 2017 toonde een onderzoeksgroep waaraan de Universiteit Tübingen deelnam in de Duitse Bocht (een deel van de Noordzee) voor het eerst het bestaan van kilometerlange v-vormige luchtwervelingen achter offshore-windmolens aan. Deze ontstaan zodra wind met barrières als windmolens in contact komt. De gelijkmatige stroming vertraagt en gaat wervelen. Er ontstaan turbulenties, waarin opnieuw kleinere wervelingen optreden. Ook op het land vormen zich gigantische luchtwervelingen achter iedere windmolen. Naar gelang de meteorologische omstandigheden remmen ze de wind en onttrekken ze energie aan de windturbine.

Insecten, die geursporen volgen, kiezen transitroutes op 100 meter hoogte om natuurlijke hindernissen als bomen en heuvels te vermijden. Wanneer ze de rotorbladen ongedeerd gepasseerd zijn, vervliegen ze zich vervolgens in de luchtwervelingen, waar ze van uitputting sterven.

Windenergiesector reageert afwerend

De Duitse windenergiesector met zijn circa 150.000 werknemers heeft reeds afwerend gereageerd op het onderzoek. Vermoedelijk zullen ook milieu-organisaties en politici verstokt vasthouden aan de stelling dat windenergie actieve milieu- en natuurbescherming zou zijn.

Posted on

Rotorbladen windmolens niet recycleerbaar

Vanwege klimaatdoelstellingen heeft Duitsland op grote schaal windmolens neergezet. Nu op afzienbare termijn grote aantallen hiervan afgeschreven worden, zit men echter met de handen in het haar over de verwerking van het afval. Met name de rotorbladen zijn praktisch niet te recycleren. 

Meer dan 20.000 windturbines draaien er tussen de Noordzee en de Alpen. Een aantal daarvan hebben hun voorgeschreven leeftijdsgrens bijna bereikt. Vanaf komend jaar wordt het een serieus probleem. Dan moet in Duitsland jaarlijks meer dan 15.000 ton vleugelmateriaal afgevoerd worden. De concepten daarvoor zijn de producenten grotendeels nog schuldig. Terwijl de beton en metaaldelen als de toren en de generator eenvoudig zijn, zijn de van kunststof gemaakte rotorbladen een echte uitdaging. Want deze bevatten gifstoffen.

[pullquote]”We stappen van de ene technologie af, omdat we niet weten wat we met het kernafval moeten, en we stappen over op een nieuwe technologie waarbij we ook niet weten wat we met het afval moeten”[/pullquote]

Ecologisch verantwoorde ontmanteling

De Frankfurter Allgemeine Zeitung berichtte onlangs dat het nog altijd ontbreekt aan gestandaardiseerde processen voor ecologisch verantwoorde ontmanteling. “We stappen van de ene technologie af, omdat we niet weten wat we met het kernafval moeten, en we stappen over op een nieuwe technologie waarbij we ook niet weten wat we met het afval moeten”, zo klaagt een woordvoerder van het recyclagebedrijf Remondis.

Demontage van een windturbine, voor een idee van de grootte staat links een personenauto (foto: KarleHorn, 2007).

Het Bundesverband Windenergie (BWE) rekent ermee dat de demontage van windmolens vanaf 2021 duidelijk toe zal nemen. Want veel molens vallen vanaf dan een voor een buiten de door de staat gegarandeerde vergoeding in het kader van de hernieuwbare energiewetgeving, die een looptijd van 20 jaar heeft.

Gifstoffen

Remondis pleit voor een richtlijn die voorschrijft dat alleen recycleerbare grondstoffen gebruikt mogen worden. De industrie heeft hierop echter tot nog toe geen antwoord. Want de windvangers bestaan onder andere uit met glasvezel versterkte kunststof. Het storten van deze composiet is verboden en bij de conventionele afvalverbranding ontwikkelt de hars giftige gassen die omslachtig gefilterd moeten worden.

In de industrievereniging RDR Wind hebben zich recent meerdere bedrijven aaneengesloten om naar oplossingen te zoeken. Men heeft zich ten doel gesteld eerst bindende demontagestandaarden uit te werken, aldus Martin Westbomke, projectingenieur bij het Insitut für Integrierte Produktion Hannover en voorzitter van de vereniging tegenover de FAZ.

Windmolens op zee

Het dagblad maakt verder melding van bijzondere problemen bij de demontage van windmolens in de Noordzee. “Om het leven dat zich rond de molen gevormd heeft niet te benadelen is een veel omzichtiger optreden dan op land vereist. Materialen zoals olie mogen bijvoorbeeld in geen geval in het water terecht komen”, aldus Berthold Hahn van het Fraunhofer-Institut für Windenergiesysteme.

Branche wil ondanks alles grotere uitbouw

Ongeacht dit debat vraagt de offshore-windbranche de Duitse regering om hogere uitbouwdoelen voor windmolens in de Noordzee en Oostzee. Tot 2030 zou minstens 20 gigawatt op het net moeten komen, zo deelde de BWE mee. Dit zou nodig zijn om zoals gepland 65 procent van de stroom uit hernieuwbare energiebronnen te winnen. Tot nu toe wil de Duitse regering tot 2030 echter slechts 15 gigawatt aansluiten. Volgens de BWE is er nu net 6,4 gigawatt. In het achterliggende jaar kwam met 136 windmolens 1 gigawatt nieuw erbij. Rekenkundig komt een gigawatt overeen met de elektriciteitsproductie van een blok van een kerncentrale.

Posted on

Eerste kerncentrale Wit-Rusland komt gereed

In Astravyets in het noordwesten van Wit-Rusland, nabij de grens met Litouwen, is de bouw van de eerste kerncentrale van het land voltooid.

Wit-Rusland hoop de goedkope elektriciteit vooral naar Litouwen te kunnen exporteren. De EU dwong Litouwen bij toetreding tot de EU namelijk om zijn enige kerncentrale stil te leggen. Sindsdien is de stroomprijs in de Baltische staat fors gestegen.

De Wit-Russische kerncentrale moet een centrale worden met meerdere reactoren. In de jaren ’80 bestonden reeds plannen voor een kerncentrale op een andere locatie in Wit-Rusland. Na de ramp in het Oekraïense Tsjernobyl, nabij de Wit-Russische grens, in 1986 werden de voorbereidingen daarvoor echter stilgelegd.

Impressie van de kerncentrale (afbeelding: Nikita Syomushev)

Nu de bouwfase afgerond is, kan de eerste reactor opgezet worden, die moet volgens planning eind 2019 in gebruik genomen worden, een tweede volgt naar verwachting in 2020 en mogelijk nog twee tegen 2025.

Posted on

Waarom zijn koeien ‘milieuramp’, maar biobrandstoffen niet?

De overheid kent aan veehouderij een CO2-last toe voor landgebruik, bijvoorbeeld voor teelt van het voer dat koeien gebruiken en bemesting. Terwijl de overheid voor de teelt van biobrandstof nul CO2-emissies rekent.  Dat is meten met twee klimaten.

Uit activisten-rapport van de overheid (Ministeries VROM/LNV) en semi-overheid, (milieuclubs en Wageningen UR) CO2-labeling van voeding (2008): de vooringenomenheid spat van de pagina’s

Want of je nu koolzaad voor veevoer teelt of voor biodiesel, dat maakt voor het landgebruik en (kunst)mestgebruik niet uit. Zo krijgt veehouderij in media en overheidsvoorlichting wel milieulast toebedeeld per kg product (melk en vlees) versmald tot CO2-equivalenten. Maar biobrandstof niet, een liter biodiesel verbranden zou 0 CO2-emissie geven, de emissies uit teelt tellen niet mee.

Oormerken sinds EU-regulering 1997: waarom zou een koe bij een boer een CO2-emitter zijn….

Bij gelijke toerekening van CO2-equivalenten aan de energie-sector en de veehouderij, dus bij gelijke behandeling, zou bijvoorbeeld biodiesel niet meer als 0-emissie-energie per liter mogen gelden. Aan landbouw toegekende emissies, dienen dan op het conto van de energie-sector verrekend.

In dat geval zou het gehele duurzame energie-beleid op de helling kunnen. Omdat de overheid 50 procent van haar ‘groene’ doelen dekt met vele hectares biomassa. Wanneer de overheid die verrekening niet wil maken, dan dient de veehouderij een aanmerkelijke mindering toebedeeld te krijgen voor haar CO2-zonden.

…maar vee op zogenaamd ‘natuurterrein niet?

Feedprint en Agrifootprint
Bij het vaststellen van ‘duurzaamheid’-doelen voor de veehouderij in 2017 zien we hoe een CO2-uitstoot per kilo eiwit is berekend. Dat gebeurde op basis van de Feedprint-methode van Wageningen UR en Hans Blonk Consulting en diverse versies van de Agrifootprint van Blonk. Een milieudoel in de ‘Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij 1.0’ van overheid en veehouderij zou dan zijn om die waarde van CO2/kg product verder omlaag te krijgen.

Die Feedprint-methode, kent een CO2-waarde van 1080 kg per hectare toe aan de teelt van veevoer-gewassen, vanwege Land Use Change (LUC). Dat is een eigen gekozen gemiddelde van emissie-waarden in de literatuur. Wanneer je natuur in landbouwgrond omzet, zou je op landbouwgrond meer CO2-emissies veroorzaken dan in een ‘natuurlijke’ situatie. Dat is LUC.

Via complex verpakte berekeningen, vertalen ze CO2-strafpunten uit LUC dan naar CO2/kg melk of vlees. Zo zien we dat ze voor de teelt van koolzaad voor veevoer op 1 kg CO2 per kilo (Duits) koolzaad komen.

HOE slecht is vlees….De Staatsomroep krijgt honderden milijoenen euro’s voor globalistische agit-prop

Echter, als de emissie-waarden van Blonk, Wageningen UR en RIVM kloppen, dan moet je die LUC- ‘klimaatstrafpunten’ ook toekennen aan koolzaad dat je als biobrandstof teelt. Die hectares zijn evengoed aan de natuur onttrokken, volgens die zelfde redenatie. En dus moet je die CO2-emissie ook toerekenen aan biodiesel. In dat geval kom je niet op 0 CO2-emissie per liter biodiesel, maar al ongeveer 1 kg CO2 per liter.

En daar blijft het niet bij, zoals we zo dadelijk zien. Er zijn nog meer emissie-equivalenten die men de veehouderij toekent, die ook even goed aan biobrandstof zijn toe te schrijven.

Reken deze bloemenweide maar om in ‘CO2-uitstoot’: alleen via papieren toverij kun je van weiland CO2 maken

Een bloemenweide omrekenen naar ‘milieuschade’
Aan de basis van de Feedprint staat eerder onderzoek van Blonk Consulting voor het Ministerie van VROM in 2008 en de Vegetariersbond. De kwantificering van CO2 per kilo vlees staat weergegeven in het rapport ‘Greenhouse Gas Emissions of Meat’’ dat Blonk Consulting dat jaar met oa Wageningen UR en RIVM opstelde voor de VROM/LNV-gefinancierde stichting Duurzame Voedingsmiddelenketen

Hans Blonk zat in de ‘klankbordgroep’ van die stichting, die CO2-waarden per product voor consumenten moest adverteren.

Van de in dit rapport aan veehouderij toegekende CO2-emissie van 12,4 Megaton (6 procent Nederlandse emissies), schrijven ze 4,6 Megaton (1/3de totaal) toe aan ‘land occupation’, dus ook een LUC-waarde als bij de Feedprint en Agrifootprint. De door Blonk geproduceerde 6 procent wordt ook door de website vlees.nl geciteerd.

NOS Propaganda

Op basis van dergelijke berekeningen meldt de NOS dan op 28 maart onder de titel ‘HOE schadelijk is vlees eten’,dat een kilo rundvlees wel 30 kg CO2-emissies zou veroorzaken. De voorlichting van het volledig door de overheid gefinancierde Milieucentraal van Ed Nijpels ( 2,5 miljoen euro subsidie per jaar) slaat een zelfde toonaard aan, om je van vlees-eten af te helpen.

Hier is ‘milieuschade’ ook versmald tot CO2-equivalenten. En ook zij halen vooral Blonk aan als bron.

Hier zien we echter, dat louter de aanwezigheid van koeien op een hectare als ‘milieulast’ geldt. Want hoe meer ruimte scharrelkoeien innemen- dus hoe meer vrije uitloopruimte in de bloemenweide- hoe ‘schadelijker’ ze meetellen bij Blonk zijn rekenmethode van de CO2-voetafdruk.

….

Omdat Blonk ‘Geblokkeerde koolstof-vastlegging per hectare’ voor graslanden met koeien rekent, CO2-strafpunten. De aanname is hier opnieuw: de wilde natuur zou per hectare meer CO2 vastleggen dan een weiland met koeien. Het (papieren) verschil per hectare reken je dus in klimaat-strafpunten om.

En dus kunnen Braziliaanse runderen met hun vlees wel 60 kg ‘CO2’ per kilo vlees produceren: omdat per koe veel vrije graasruimte beschikbaar is op de Brazilliaanse Savanne (Cerrado).

Zo zien we dus dat ‘CO2’ gelijk staat aan ‘landgebruik’ bij CO2-voetafdruk-rekenaars. En dat je zo iets positiefs, scharrelkoe in een ruime weide- als negatief kunt uitleggen met een klimaat-jasje. Want er had op die hectare natuur kunnen groeien die in theorie meer CO2 zou vastleggen ( = LUC)

Slurpt deze vleeskoe wel 3400 liter water op 1 dag, 10 maal zijn lichaamsgewicht?

De Onlogische Voetafdruk

Volgens die zelfde simplistische aanname- landgebruik is milieuschade- komen ook beweringen tot stand van het Voedingscentrum (10 miljoen euro subsidie per jaar), over waterverbruik van vlees. Zij baseren zich op de Watervoetafdruk van de Universiteit Twente en Wereldnatuurfonds, om te beweren dat wel 15000 liter per kilo rundvlees nodig zou zijn.

Echter, neem een pink die in 16 maanden opgroeit tot de slacht in een weide. Als die 125 kilo vlees oplevert, zou zo’n Voedingscentrum-rund per dag (500 dagen lang) wel bijna 10 maal zijn lichaamsgewicht moeten drinken. Hebt U ooit een koe gezien met zo’n ongebruikelijke dorst?

Claims van wel 100 duizend tot 200 duizend liter per kilo rundvlees doen de ronde in de literatuur, en op campagne-sites. Kijk je naar de belangrijkste bron van dergelijke cijfers, de ecoloog David Pimentel, dan zie je ook hier: landgebruik staat gelijk aan ‘water’-verbruik bij de Watervoetafdruk van vlees.

Hoe meer ruimte een koe heeft om te grazen, iets positiefs, hoe hoger de Watervoetafdruk die ze toekennen. Het watervolume staat gelijk aan de hoeveelheid regen die op die begraasde hectares valt….

Met die aanname, wat zal dan wel de milieuschade zijn van de miljoenen hectares biobrandstof die geteeld moeten worden? En is er een reden die wel aan vleesvee toe te kennen, maar niet aan brandstof die men ‘groen’ noemt?

Oude koeienrassen, voor de liefhebber

Andere landbouw-emissies: uit mest
Het lijkt dus tijd om eens eerlijker te rekenen met milieu-lusten en lasten van diverse sectoren. Nu lijkt men de toekenning van emissies op politieke keuzes te baseren, en zo sectoren te discrimineren. Dit hoofdpunt van gelijke behandeling blijft overeind, wat voor technische onzekerheden er in berekening verder ook mogen zijn.

Als je mest van koeien op grasland en veevoer-gewas omrekent in CO2-equivalenten, dan moet je dat ook doen bij hectares met biofuels, als je biobrandstof-land bemest. En dat is wat bijvoorbeeld bij snijmais ruimhartig gebeurt. En dan komt er een forse CO2-emissie aan biodiesel te hangen, die nu op het landbouwbordje landt.

Een groot deel van eerder vermeldde Feedprint-emissies ontstaan namelijk- naast LUC-emissies- door het omrekenen van mestgebruik per hectare naar CO2-equivalent. Een extra vorm van landgebruik in CO2 omgerekend.

Mest is ook de emissie-factor die het RIVM gebruikt, om CO2-schuld aan landbouw toe te kennen.

Zo ver het oog reikt, intensieve mais-plantages voor biofuels

Wanneer je de emissies bekijkt die het RIVM jaarlijks rapporteert aan Klimaatpanel IPCC, dan bestaat hiervan 29 procent uit Soil Use. Dat lijkt op de zelfde ‘landgebruik’ als LUC, maar is het niet. Ook al komt die Soil Use-emissie ook ongeveer uit op 4,5 Megaton CO2-equivalenten, net als in het Blonk 2008-rapport.

We zien hier dat deze waarde totaal anders is berekend dan die van Blonk. Bij rapportage aan IPCC, rekent het RIVM in het geheel niet die LUC-waarde mee van landconversie (ten opzichte van natuurlijke situatie). Dat vermeldt RIVM expliciet (‘geen LULUCF’). Dus worden boeren bestookt met 2 gelijke waarden van 4,5 Megaton CO2-equivalent, die volledig anders zijn berekend.

Die van Blonk met LUC, die van RIVM hier plots zonder. Terwijl beide samenwerken, en beide voor hun werk door de zelfde overheden worden betaald. En alleen de door RIVM-gerapporteerde emissies tellen internationaal mee voor het IPCC.

Bij RIVM zien we dat het leeuwendeel van de ‘Soil Use’-emissies bestaan uit in CO2-equivalenten omgerekende N2O-emissies. En omrekening van andere stikstof-verbindingen.

Zo ver het oog rijkt, intensieve snijmais-plantages

Echter, het zelfde hoofdpunt van gelijke behandeling blijft ook hier staan: of je nu wel of geen LUC mee rekent. Los van de rekenmethode en alle onzekerheden, is er geen reden die Soil Use-emissie WEL aan landbouw toe te schrijven, maar ze niet te verrekenen met emissies door teelt van biobrandstof, die je nu als klimaatvriendelijk (0 emissie) mag opstoken.

En juist die emissies van biobrandstof-teelt zullen fors stijgen.

Stel dat de overheid daadwerkelijk bijvoorbeeld alle aardolie voor merendeels transport (39 procent energiemix 2017) zou vervangen voor biodiesel. In dat geval heb je wel 8-10 miljoen hectare landgrond nodig voor de teelt. (bij een biodiesel-equivalent per hectare van 3700).

Als je van 3 maal Nederland dan ook de LUC-emissies moet meerekenen bij biobrandstof, hoe ‘groen’ is ‘groene’ energie dan nog? En van alle mest-emissie per hectare die je omrekent in CO2-equivalent?

Eet soja voor het klimaat

Is ‘natuurlijk’ gelijk aan ‘onschadelijk’?
Men haast zich overal- ook bij Milieucentraal- om te stellen dat er zoveel onzekerheden bestaan bij emissie-berekening. Dat klopt en klinkt heel wetenschappelijk verantwoord. Maar daarmee omzeil je- naast sectorale discriminatie- een ideologisch addertje onder het gras.

De grootste zwakte van LUC-emissies is: waarom is ‘natuurlijk’ gelijk aan goed, dus dat ‘de natuur’ met haar ‘natuurlijke CO2-emissies’, bijvoorbeeld methaan uit moeras, als ‘normaal’ moet gelden?

Dat lijkt op de naturalistische drogreden, dat ‘de natuur’ gelijk staat aan ‘goed’, en ‘cultuur’ gelijk aan slecht. Immers, een oerbos is het meest natuurlijke bos dat bestaat. Maar via rotting van dood hout, bladeren en respiratie kunnen CO2-emissies hier groter zijn dan opname.

Het schijt-personeel van Fryske Gea dat overal haar keutels neerlegt zonder dat de boswachter er met een zakje achteraan moet lopen

Juist de veehouderij krijgt die naturalistische drogreden om de oren. Bijvoorbeeld wanneer RIVM met Wageningen Livestock Research wel 38 procent van de totale CO2-emissies toekent aan de befaamde koeienscheten: enteric fermentation door methaan, 500 kiloton in 2016. Maar wie beweert dat de natuur bij methaan-emissies vrijuit gaat, komt bedrogen uit.

In de literatuur vindt je enkel al voor de mondiale methaan-emissies van moeras- dus natuurgebied- een waarde van 250-450 maal de methaan-emissie van Nederlandse veehouderij. Plant-etende insecten als termieten kunnen volgens schattingen uit de jaren ’90 door Nijmeegse biologen wel 78 Megaton methaan uitscheiden per jaar.

Dat is evenveel als men nu de mondiale veestapel toerekent. (80 Megaton)

Water in een koe ‘verdwijnt’ niet, ze plassen het ook weer uit, zweten en verdampen, het komt weer terug in de natuur

Conclusie: Gelijke monniken….
Waarom zouden die ‘natuurlijke’ methaan-emissies NIET bijdragen aan het broeikas-effect, maar die van koeien wel? Beide zijn immers kort-cyclisch, afkomstig van via fotosynthese opgenomen plantenmateriaal.

Het kan alleen lang-cyclische CO2 zijn, koolstof uit vroeger geologische periodes, dat bijdraagt aan het broeikas-effect door ophoping van CO2 uit de lange cyclus. Dat is wat fossiele brandstof toevoegt. De enige redenatie die 0-emissies van biobrandstof rechtvaardigt, is dat die emissie kort-cyclisch is. Maar dat geldt ook voor veel emissies van landbouw en veehouderij.

Zo niet, dan geldt opnieuw: het toeschrijven van 0 emissies aan biobrandstof in energiebeleid- zoals de overheid nu doet- is een politieke keuze. Daarmee discrimineert zij landbouw en veehouderij ten opzichte van de energie-sector en haar eigen energiebeleid. Die keuze steunt niet op wetenschap voor CO2-emissie door land- en mestgebruik om die biobrandstof te telen.

LUC-Emissies en mest-emissies (in CO2-equivalent) die je dan aan landbouw toekent, zou je dus eigenlijk aan de energie-sector toebedelen.

Mag biobrandstof WEL haar 0-emissie-waarde houden als klimaatvriendelijke ‘groene’ energie? Dan kunnen de emissies uit koeienscheten en landgebruik OOK op de helling. En is de milieulast van koeien – versmald tot CO2-equivalent- plots 1/3de tot de helft lager.

Posted on

Ongemakkelijke waarheid: Groenen vliegen te veel

De door de Groenen gedomineerde regering van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg wil de CO2-uitstoot tegen 2040 tot bijna nul hebben gereduceerd. Een tussenbalans laat echter zien dat het personeel van de deelstaat te veel vliegt.

Sinds 2010, toen Baden-Württemberg nog een grote coalitie kende, is de uitstoot van broeikasgassen van de overheid in de deelstaat weliswaar met 30 procent teruggedrongen, maar dat is vooral te herleiden tot de overstap naar ‘groene stroom’.

Bij de dienstreizen ziet het plaatje er echter heel anders uit. Vooral reizen per vliegtuig zijn daarbij een groot probleem. Want personeel en politici van de deelstaat vliegen heel wat af. “De berekende uitstoot is van 26.967 ton CO2 in 2010 naar 41.028 ton CO2 in het jaar 2015 en daarmee met 52 procent gestegen”, aldus de tussenrapportage. Alleen de intercontinentale vluchten in 2015 zijn al goed voor 72,7 miljoen kilometers. Twee jaar daarvoor waren het nog slechts 55,4 miljoen kilometers. En dat terwijl de diensten voor iedere vliegkilometer een klimaatafdracht moeten betalen.

Deelstaatminister voor Milieu Franz Untersteller (Groenen) wilde dit uiteraard niet aan de grote klok hangen. Maar daar zorgde dan de CDU-politicus Paul Nemeth voor. “Dat is een ontwikkeling die zowel vanuit ecologisch als ook vanuit economisch opzicht onacceptabel is”, aldus Nemeth tegenover de Stuttgarter Zeitung. In deze tijd is het ook nergens voor nodig, zo stelt de CDU-politicus in een brief aan Untersteller. Er zijn immers genoeg technische mogelijkheden voor teleconferenties en sommige reizen zouden ook met klimaatvriendelijker middelen afgelegd kunnen worden.

De minister reageerde daarop dat hij de vliegreizen wil terugdringen. Daartoe wil hij in ieder geval de klimaatafdracht verhogen. Met het geld uit die afdracht worden ontwikkelingshulpprojecten gericht op klimaatbescherming gefinancierd. Volgens Nemeth is dat echter niet meer dan het afkopen van schuldgevoel en geen geëigende manier om de wildgroei aan vliegreizen van het deelstaatbestuur tegen te gaan.

 

Posted on

Blokkade Donetskbekken strop voor Oekraïense economie

De kolenmijnen in de ‘volksrepublieken’ Donetsk en Loegansk leveren geen kolen meer aan Oekraïne.

De ministerraad van de ‘Volksrepubliek Donetsk’ verklaarde hierover: “De levering van steenkool aan Oekraïne is gestopt en zal niet hervat worden.” Uit de ‘Volksrepubliek Loegansk’ werd iets dergelijks gemeld.

Men zou ertoe overgegaan zijn steenkool aan Rusland te leveren en er zou onder andere gesproken worden over leveringen aan de Krim.

De ontwikkelingen voltrekken zich tegen de achtergrond van een sinds eind januari door Oekraïense militante activisten ingestelde verkeersblokkade van het Donetskbekken, wat de levering van steenkool aan onder andere de Oekraïense elektriciteitscentrales onmogelijk maakt.

Onlangs deelde de Oekraïense premier Volodymyr Groysman mee dat door de blokkade van het Donetskbekken zo’n 75.000 Oekraïeners hun baan kunnen verliezen. De premier becijferde de verliezen voor de mijnbouw- en metaalbranche van Oekraïne ten gevolge van de blokkade op circa 3,5 miljard Amerikaanse dollars.

De beide ‘Volksrepublieken’ Donetsk en Loegansk kondigden kort hierop aan de in hun bereik liggende bedrijven onder curatele te stellen.

Lees ook: Timosjenko is terug: Oligarchen, steenkool en toiletdiplomatie