Posted on Leave a comment

Duitsland profiteert niet van de euro

Dit voorjaar werd onder leiding van de econoom Bernd Lucke in Duitsland een nieuwe eurokritische partij ‘Alternative für Deutschland’ opgericht om aan de verkiezingen voor de bondsdag in september deel te nemen. De partij maakte een snelle groei van het ledenaantal door en  wist doorlopend media-aandacht te krijgen. Ongeveer rond dezelfde tijd bracht het conservatieve Institut für Staatspolitik een studie uit naar de gevolgen van de euro voor Duitsland. Het voorwoord van de brochure zegt het zo:

„Er is haast geen ander land in de Europese Unie dat zo van de euro profiteert als Duitsland.” Dat stelt bondskanselier Angela Merkel althans en met haar de hele politieke elite van het land. Dit paradigma van de Duitse financiële en economische politiek wordt alleen kritisch bevraagd door de uiterste flanken van het politieke spectrum. In het brede midden is echter een messianische oplading van de euro gemeengoed geworden, die aan haar redding het lot van Europa, ja zelfs de doorslaggevende rol inzake oorlog en vrede verbindt.

Deze morele en emotionele oplading van deze kwestie is ondanks de daadwerkelijke betekenis op generlei wijze gerechtvaardigd. Vrede en welvaart ontwikkelden zich in Europa decennia lang uitstekend zonder de euro. Niets wijst er op dat deze positieve ontwikkeling zich zonder de euro drastisch gewijzigd zou hebben. In tegendeel, het zijn juist de conflicten naar aanleiding van de ‘euroredding’, waardoor ressentimenten waarvan men aannam dat ze reeds lang overwonnen waren en zorgvuldig bedekte onderscheiden tussen landen weer aan de dag traden.

studie22_umschlag.indd

Dat Duitsland bij uitstek van de euro zou profiteren, wordt niet toevallig steeds en luid herhaald op het moment dat steeds gigantischer reddingspakketten voor diverse landen en instellingen elkaar in hoog tempo opvolgen en Duitsland de grootste last te dragen heeft.  Hoewel deze enorme inzet van honderden miljarden euro’s tegelijkertijd als alternatiefloos wordt voorgesteld, moet bij de Duitse bevolking de indruk gewekt worden dat deze bedragen slechts een compensatie van het overgrote profijt dat Duitsland van de euro zou hebben.

De voorliggende studie laat echter zien dat het vermeende profijt van de euro voor Duitsland economisch niet aantoonbaar is. Wie aanneemt of zelf stelt dat Duitsland in het bijzonder profiteert van de euro, weet niet beter of hij liegt. Verder wordt aangetoond dat de ‘euroredding’ en zeker het ESM alles behalve alternatiefloos zijn. Het gaat veeleer om een bij uitstek politieke beslissing, of en in welke mate Duitsland zich in een pan-Europese aansprakelijkheidsgemeenschap begeeft.

Institut für Staatspolitik, Warum Deutschland nicht vom Euro profitiert. Volkswirtschaftliche Bilanz und politische Konsequenzen, (Steigra, 2013), 48 pagina’s, 5,- Euro.

Posted on Leave a comment

Laat Letland Lat houden

Riga, Latvia

Bij het lezen over alle acties van Brussel moet ik onwillekeurig denken aan Rupsje Nooitgenoeg. Zowel Brussel als het rupsje zijn beroemd geworden om hun onverzadigbare honger naar meer. Het rupsje wil meer vruchten, Brussel meer regels, meer bemoeienis en meer landen. Maar waar het rupsje op weg is een mooie vlinder te worden, kan iedereen zien dat Brussel een onbeheersbaar gedrocht aan het worden is. De Euro invoeren voor Letland is daarin weer een volgende stap.

Riga, Latvia

Op 20 en 21 juni vergadert de Eurogroep en de Ecofin Raad in Brussel. Op de agenda staan veel rapportages van landen die de afgelopen tijd gered moesten worden: Griekenland, Cyprus, Spanje, Portugal en Ierland. Je zou denken dat dit een daverende waarschuwing is om niet nog meer probleemlanden te creëren. Maar het Brusselse Rupsje Nooitgenoeg voegt er graag nog een risico aan toe: Letland. Dom. Het is voor ons en de Letten beter om hen de eigen munt, de lat, te laten houden. De Letten zijn het daarmee eens. Tweederde van de bevolking wil de Euro niet. Maar als het aan Brussel ligt gaat het door. Dat zal nog zwaar op de maag komen te liggen.

Onlangs werd bekend dat het IMF de economische groei van Griekenland te positief heeft ingeschat. Nu blijkt dat de schuld helemaal niet houdbaar was. Maar toen besloten moest worden over steun aan Griekenland kwamen er elke keer optimistische inschattingen. De Nederlandse regering volgde die blindelings. Op vragen van de SGP of niet realistischer cijfers gebruikt moesten worden, was het antwoord iedere keer ‘nee’. Het IMF, zei de regering, is realistisch . Nu weten we beter. Vermoedelijk zette men de roze bril op om aan de voorwaarden van het IMF te kunnen voldoen. Griekenland moest en zou gered worden. Dan maar wat positiever de toekomst inkijken.

Ik ben er bepaald niet gerust op dat we geleerd hebben van de fouten van het IMF. Bij Letland zien we weer hetzelfde probleem optreden. De Europese Commissie is positief, maar de ECB is een stuk kritischer. De huidige cijfers zien er helemaal niet zo slecht uit. Maar wie even terug- of vooruitkijkt ziet grote problemen. Waarom is het kabinet niet voorzichtiger? Waarom hecht ze niet meer waarde aan de waarschuwingen van de ECB? De kans is groot dat Letland snel in het rijtje probleemlanden staat.

Een paar problemen op een rij:

1 Langetermijnprobleem
De ECB schrijft: “Hoewel Letland zich al met al binnen de referentiewaarden van de convergentiecriteria bevindt, bestaat er zorg over de duurzaamheid van de economische convergentie van Letland op de langere termijn.” Maar daar gaat het toch juist om bij de vraag of een land tot een muntunie kan toetreden? Op dit punt ging het toch juist mis met landen als Griekenland, Cyprus, Ierland, Portugal en Spanje?

2 Onstabiele economie
We zien bij Letland grote volatiliteit op alle fronten. Een momentopname is dan niet zo relevant. Wel een doorkijk naar de toekomst. Zo was zeer recent nog sprake van zeer hoge inflatie en werkloosheid. De afgelopen 10 jaar schommelde het inflatiepercentage heftig op en neer van -1,2% naar 15,3%. Dat geeft aan dat de Letse economie nu niet bepaald stabiel is. Dat levert in de toekomst gegarandeerd grote problemen op. De ECB schrijft niet voor niets dat het een uitdaging zal zijn om in de toekomst de inflatie laag te houden en oververhitting te vermijden.

3 Geen wisselkoers-instrument
De ECB schrijft dat het lastig zal zijn om zonder de instrumenten van wisselkoers en rente nieuwe macro-economische onevenwichtigheden te voorkomen. De essentie van een munt als de euro zou moeten zijn dat de landen met die munt vergelijkbare economieën hebben. Anders wreekt zich dat je bij onevenwichtigheden de wisselkoers en de rente niet kunt aanpassen ten opzichte van andere landen.

4 Einde IMF-programma
De ECB geeft aan dat de huidige situatie voor een belangrijk deel het gevolg is van het net beëindigde IMF programma, dat liep van 2008 tot en met 2012. Daardoor is te hoge druk voorkomen op aanpassing van de wisselkoers. Maar als Letland tot de euro toetreedt hebben we geen programma èn geen wisselkoersinstrument meer. Het is dan wachten op problemen.

5 En nog meer problemen
En, om niet meer te noemen, de ECB maakt zich grote zorgen over de te verwachten werkloosheid op lange termijn, de zeer grote netto schuld van de Letten aan het buitenland en de grote zwarte markt.

Wie al deze punten rustig op zich laat inwerken, wordt er niet geruster op. Dit soort verhalen kennen we. Ze hebben al vele malen geleid tot steunprogramma’s die ons onderhand vele miljarden kosten. En ze leiden ook nog eens tot sociaal uiterst pijnlijke bezuinigingen in landen die extern niet kunnen devalueren. Want als je de wisselkoers niet aan kunt passen, dan moet je intern devalueren. Een nette term voor een grote daling van de loonkosten. Niet voor niets wil twee derde van de Letten de euro niet. Die zien de bui al hangen. Dat is toch een teken aan de wand?

De euro is nu niet bepaald het toonbeeld van stabiliteit. We zijn de brandjes overal in Europa nog volop aan het blussen. Het is niet wijs om  tijdens de bluswerkzaamheden het huis te verbouwen. Niemand kan uitsluiten dat de brand overslaat naar Letland. De kans dat  Letland tussen nu en vijf aanklopt voor financiële steun is reëel. De SGP wil Letland daarom in de wachtkamer houden. We hebben al genoeg ‘patiënten’ in de behandelkamer zitten…..

Posted on Leave a comment

Burgerforum EU bereikt drempel van 40.000 handtekeningen

Burgerforum EU, een burgerinitiatief dat oproept tot het houden van een referendum bij toekomstige overdracht van nieuwe bevoegdheden aan de EU, heeft de drempel van 40.000 ondersteunende handtekeningen ruimschoots overschreden.

“Ons Burgerinitiatief om een referendum aan te vragen zodat wij kunnen stemmen over de (sluipende) overdracht van bevoegdheden aan de EU is nog geen maand oud en nu al ondersteunen 40.000 Nederlanders het! Dat is geweldig nieuws en we zijn iedereen die ons heeft gesteund ontzettend dankbaar”, zo schrijven de initiatiefnemers op hun website. Ze schrijven verder dat de Tweede Kamer nu wettelijk verplicht is om zich over deze kwestie te buigen, de Tweede Kamer kan echter ook besluiten om geen gehoor te geven aan de oproep. Burgerforum EU roept dan ook degenen die nog niet getekend hebben op om alsnog te tekenen, zodat er door de ruimere ondersteuning een nog krachtiger signaal van uitgaat.

Burgerforum EU is een initiatief van diverse academici, journalisten en publicisten, waaronder de rechtsfilosoof Thierry Baudet die recent promoveerde op een proefschrift dat in populaire bewerking verscheen als ‘De aanval op de natiestaat’, filosoof Ad Verbrugge, hoogleraar culturele economie Arjo Klamer (boekbespreking) en René Cuperus, auteur van ‘De wereldburger bestaat niet’ (boekbespreking). De tekst van de petitie luidt als volgt:

In 2005 stemde ruim 61% van de Nederlandse bevolking tegen de Europese Grondwet. Toch is de macht van de EU sindsdien sterk toegenomen. Ook de eurocrisis leidt weer tot ingrijpende machtsoverdracht van Nederland aan de EU, onder meer op het gebied van begroting en budget.

Op nationaal niveau blijft steeds minder politieke zeggenschap over. De democratie raakt steeds verder uitgehold.

Dit kan niet zonder uitdrukkelijke instemming van de bevolking.

In de krachtigste bewoordingen roepen wij Parlement en Regering op om gehoor te geven aan onze wens,

  1. dat de sluipende overdracht van bevoegdheden aan de EU stopt.
  2. dat indien toch nieuwe bevoegdheden worden overgedragen, een referendum wordt gehouden waarin de Nederlandse bevolking zich over die bevoegdheidsoverdracht kan uitspreken.

Het burgerinitiatief kan ondersteund worden op www.burgerforum-eu.nl  Daar is ook meer informatie te vinden over het burgerinitiatief en links naar opiniestukken en media-optredens van de diverse initiatiefnemers.

burgerforumeu

Posted on 1 Comment

Kijktip: Staatsgeheim bankenredding

In de loop van de eurocrisis hebben veel banken enorme bedragen verloren. Zodoende zien landen als Griekenland, Spanje en Ierland zich genoodzaakt om hun financiële instellingen met miljarden te steunen. Maar waar het geld echt naartoe gaat? Wie zijn de noodlijdende banken het geld schuldig? Op deze simpele vragen probeert de economie-verslaggever en non-fictie schrijver Harald Schumann een antwoord te vinden in de documentaire Staatsgeheimnis Bankenrettung.

50 miljard euro in Griekenland, 70 miljard euro in Ierland, 40 miljard euro in Spanje – het ene euroland na het andere ziet zich genoodzaakt om de banken te steunen met enorme hoeveelheden geld, om de enorme verliezen van de geldhuizen door slechte leningen te compenseren. Maar waar blijven de miljarden? Wie zijn de begunstigden? Met deze eenvoudige vraag reist de journalist Harald Schumann heel Europa door en krijgt hij verrassende antwoorden.

De geredden zitten – anders dan vaak en door velen gedacht – niet in de armere eurolanden, maar vooral in Duitsland en Frankrijk. Een groot deel van het geld eindigt namelijk bij de schuldeisers van de banken die gered willen of moeten worden. En hoewel deze beleggers evident slechte investeringen gedaan hebben, worden ze – tegen alle logica van de vrije markt in – beschermd voor de verliezen die daarbij horen en dat op kosten van de samenleving.

Een boeiende documentaire over een verbijsterend onderwerp.

Dinsdag 26 februari, 21:45 uur, ARTE.

Posted on 1 Comment

Dijsselbloem kan als voorzitter Eurogroep invloed Nederland vergroten

Minister Financien Joeroen Dijsselboem

De benoeming van minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de Eurogroep lijkt zo goed als rond te zijn. Diverse media berichtten hier gisteren al over. Duistland was al voor, ook Frankrijk zou overstag zijn. Dijsselboem wordt de opvolger van de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker die dit jaar aftreedt. Wanneer Dijsselbloem wordt benoemd, blijft hij ook gewoon minister van financiën.

De vraag is natuurlijk wat dit inhoudt voor de positie van Nederland. De SP en PVV denken dat de Nederlandse onderhandelingspositie hiermee wordt ondermijnd en dienen daarom bezwaar in. SP-Kamerlid Harry van Bommel twittert “Dijsselbloem voorzitter vd eurogroep? Wat n slecht idee. Slecht voor onderhandelingspositie NL en waar haalt hij de tijd (4 u pd) vandaan?” Het Europees belang komt op de eerste plaats te staan, aldus PVV-Kamerlid Barry Madlener.

Wanneer Jeroen Dijsselbloem voorzitter wordt van de Eurogroep betekent dat niet dat hij tijdens de bijeenkomsten voorzitter en belangenbehartiger van Nederland tegelijk is. Nederland houdt een eigen stoel in de Eurogroep, die bezet zal worden door een andere afgevaardigde, die de Nederlandse eisen en wensen behartigt. Theoretisch is hier een strikte scheiding aan te brengen.

Dat Dijsselbloem hoge ogen gooit voor het voorzitterschap van de eurogroep lijkt ingegeven door het feit dat Nederland als één van de weinige landen in de groep nog een AAA-status heeft. Daarnaast zullen zijn persoonlijke kwaliteiten en hoe hij ligt bij zijn collega’s uiteraard een rol spelen. Vanaf het begin was echter al duidelijk dat men graag een voorzitter uit Nederland of Finland wilde. Het laat zich denken dat daarbij ook een rol speelde dat deze landen op diverse momenten in het ‘euroreddingsproces’ dwars hebben gelegen.

De vraag blijft dan ook relevant: een dubbelfunctie als deze, brengt dat geen grote nadelen met zich mee? De nieuwe afgevaardigde die de Nederlandse belangen behartigt is in Nederland verantwoording schuldig aan de Minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem dus, tevens voorzitter van de Eurogroep waar hij onpartijdig dient op te treden. De vraag of een voorzitter onpartijdig kan handelen wanneer onderwerpen op tafel komen waar hij als minister van een EU-land direct mee te maken heeft is dan ook legitiem.

De voorzitter van de Eurogroep heeft – dat heeft Juncker bewezen – veel invloed. Dijsselbloem kan door deze positie daadkrachtig beleid in de hand werken, zodat harde afspraken gemaakt kunnen worden waar niet mee geschipperd kan worden. Het is echter de vraag of het geluid van de Nederlandse regering in de eurogroep evenveel effect sorteert wanneer het niet door de minister naar voren wordt gebracht.

Posted on 1 Comment

Het schizofrene van de Duitse kiezers

Vele waarnemers hebben er al naar gegist, hoe het komt dat de zogenaamd ‘alternatiefloze’ koers van de Bondsregering inzake de euroredding nog geen massiever protest uitlokt. De meerderheid van de Duitsers staat afwijzend tegenover deze politiek en de Euro, dit bevestigen alle peilingen. Tegelijkertijd stijgt in de peilingen schizofreen genoeg ook de steun voor Bondskanselier Angela Merkel, die zich onlangs op het partijcongres van de CDU met 98% van de stemmen tot partijleider herkiezen liet. Afgezien van Die Linke nemen de burgers echter geen parlementaire, burgerlijke oppositie tegen deze politiek waar.

Intussen tekenen zich evenwel in steeds scherpere contouren de gevolgen van de euroreddingspolitiek voor de belastingbetalende middeninkomens af: De rente voor spaarvermogen tendeert naar nul en wordt overstegen door de inflatie, die op fluwelen voetjes appeltjes voor de dorst opvreet. Levensverzekeraars stellen dezer dagen hernieuwd hun beloften van rendement verder naar beneden bij.

De meerderheid van de Duitsers staat afwijzend tegenover Merkels euroreddingspolitiek, toch stijgt ze in de peilingen.

Alternatieven worden doodgezwegen
Voor burgers die hun onroerend goedfinanciering met bijeengespaarde levensverzekeringen afgedekt hebben, dreigen nu groeiende dekkingsgaten. Recent concretiseerde minister van Financiën Wolfgang Schäuble de gevolgen van de reddingspolitiek, doordat hij nieuwe financiële weldaden afwees onder verwijzing naar de toenemende Euro-aansprakelijkheidsrisico’s.

Het aanhoudende fatalisme van de Duitsers is derhalve verbluffend. Het ontbreekt echter ook gewoon aan georganiseerde weerstand. De gevestigde media hebben de rijen vrijwel gesloten in hun deelname aan de aanhoudende oproepen van de Euro-nomenclatuur. Over partijpolitieke alternatieven wordt op zijn best weifelend bericht, als ze al niet helemaal doodgezwegen worden.

De Freie Wähler moeten een keuze maken
De Freie Wähler, een extraparlementaire partij die lokaal en in de bondsstaat Beieren vertegenwoordigd is, heeft te kampen met deze omstandigheden. Die partij presenteert zich nu ook voor de Bondsdagverkiezingen met Stephan Wehrhahn als lijsttrekker. Wehrhahn is een kleinzoon van de eerste bondskanselier van de Bondsrepubliek Duitsland Konrad Adenauer en verliet de CDU uit teleurstelling over de euroredding. Het initiatief ‘Verkiezinsgalternatief 2013‘ verzamelt prominente Duitsers om voor de Freie Wähler bredere groepen van de bevolking te mobiliseren.

Aangezien de Freie Wähler kort voor de bondsdagverkiezingen echter ook de terugkeer in de Beierse landdag moeten bevechten, staan ze voor een dilemma: Moeten ze hun terugkeer in de landdag op het spel zetten om in de bondsdag te kunnen komen? De nervositeit is in ieder geval groot. De druk om dit in overweging te nemen tot aan volledige willekeur ook. Dit blijkt ook uit interne conflicten, evenals uit de avances die Aiwanger in Beieren maakt om na de verkiezingen eventueel met de SPD en de Groenen een regeringscoalitie te maken.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen van Junge Freiheit

Posted on 1 Comment

Tsjechische president tekent niet voor ESM

De Tsjechische president heeft geweigerd het addendum bij het Verdrag van Lissabon dat een juridische basis voor het Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM) creëert te ondertekenen, zo melden Tsjechische media. De senaat had afgelopen donderdag de president opgeroepen het addendum te ondertekenen. De Tsjechische Republiek is de enige lidstaat die het ESM dat sinds september in werking is nog niet heeft geratificeerd. Klaus staat bekend als criticus van supranationale Europese samenwerking in tegenstelling tot intergouvernementele. Lees ook: Het probleem met Europa

De zittingstermijn van Klaus loopt overigens op een einde. In januari vinden er presidentsverkiezingen plaats, deze zullen voor het eerst middels directe verkiezingen plaats vinden.

Posted on Leave a comment

Het probleem met Europa

In de afgelopen twintig jaar werd ik, vooral in de eerste helft daarvan, meestal gevraagd om te spreken over de ingewikkeldheid van de transitie die de voormalige Oostbloklanden, inclusief mijn land, Tsjechië, moesten maken onderweg van communisme naar een systeem van parlementaire democratie en markteconomie. Deze unieke en revolutionaire transitie is voorbij, maar ik geloof dat onze ervaring niet vergeten moet worden.

Dezer dagen wordt veel gesproken van het belang van de kenniseconomie. Ik geloof niet in de idee van een economie gebaseerd op kennis en daarom is het ook nooit mijn ambitie geweest zoiets tot stand te brengen. Onze historische taak was het om de irrationele en inefficiënte, centraal geplande, semi-autarchische, volledig door de staat bezeten economie om te vormen tot een markeconomie gebaseerd op privaat bezit, met zo min mogelijk staatsinterventie en open naar de rest van de wereld.

Vanwege ons communistische ‘experiment’ dat bijna een halve eeuw duurde, zijn we zelfs nu nog erg gevoelig voor sommige termen en concepten. We waren gewend in een wereld van ‘nationaal industriebeleid’ te leven, van allerlei ‘ontwikkelingsbeleid’ zoals het nu wel genoemd wordt en we zijn er het bewijs van dat het niet werkte. We wilden niet onze voorgaande fouten herhalen door nieuwe, maar vergelijkbare pogingen te doen om de economie van bovenaf te sturen. We wilden een vrije economie. We wilden de economische actoren zelf laten ontdekken waarin te investeren, hoe te investeren, in welk veld en land te investeren. We liberaliseerden, dereguleerden en desubsidiëerden de economie en hadden niet het voornemen het opnieuw te reguleren onder invloed van andere, wellicht modernere, maar hoe dan ook bureaucratisch of technocratisch, niet economisch, ingegeven prioriteiten.

We begrepen dat er geen nieuwe ‘magische’ sectoren waren om onze roestige en gedateerde economie te redden. Ons probleem was niet dat we de ‘verkeerde’ sectoren hadden, maar de inefficiëntie in de hele economie. We moesten de hele economie hervormen of herstructureren, dat wil zeggen de ‘oude economie’, we waren er niet met het ondersteunen van wat nu modieus de ‘nieuwe economie’  genoemd wordt. We begrepen dat concurrentie (zowel binnenlandse als buitenlandse) cruciaal is, omdat er geen wedijver is zonder concurrentie.

Ons economische programma bestond uit het introduceren van concurrentie, het garanderen van macro-economische stabiliteit en het minimaliseren van inflatie na decennia van vastgestelde prijzen die ieder contact met de economische realiteit ontbeerden. We deden geen pogingen bedrijven te vertellen wat te doen. De economische actoren moesten een kans krijgen om hun comparatieve voordelen zelf te ontdekken. We geloofden in hun rationele gedrag – op voorwaarde dat ze vrij zouden zijn hun eigen besluiten te nemen. Als econoom geloof ik in de efficiëntie van de echte markteconomie en geloof ik niet in modieuze bijvoeglijk naamwoorden die daaraan worden vastgeplakt, zoals sociale markteconomie of informatie- of kenniseconomie.

De recente crisis gaf ons in dit opzicht een ander duidelijk signaal. Ten minste in Europa, zagen we dat de landen die niet geloofden in de moderne dromen van deïndustrialisering succesvoller waren in het doorstaan van de crisis dan landen die speciale voordelen gunnen aan de dienstensector en de ondersteuning van de hoogst ontwikkelde technologieën. Een solide en veelzijdige industriële basis was daarbij een grote hulp.

Laat ik iets anders bespreken dat ik erg belangrijk vind.

Europa is – voor sommige mensen onverwacht – een problematisch werelddeel geworden. Buitenlandse waarnemers begonnen pas in de laatste twee jaar, met de Europese schuldencrisis, meer aandacht te besteden aan Europa en onderschatten zodoende de ontwikkelingen die daaraan voorafgingen. De huidige schuldencrisis in de Eurozone, die iedere dag de krantenkoppen bepaalt, is slechts het meest zichtbare puntje van de ijsberg van een veel diepere en reeds langer bestaande Europese crisis, die een lange termijngevolg is van

  • het Europese economische en sociale model dat gekarakteriseerd wordt door overregulatie en door de onproductieve welvaartsstaat;
  • de vorm en de methode van het Europese integratieproces.

Staat u mij toe dit punt wat verder uit te werken. De Europese integratie begon met een rationeel en ongetwijfeld positief idee van de oprichters om Europa te liberaliseren, te ontsluiten, bestaande barrières aan de grenzen van Europese landen weg te nemen, om een vrijhandelszone en een douaneunie tot stand te brengen, om een gemeenschappelijke markt en een grote verbonden economische ruimte te creëren. Deze tendensen domineerden alleen de eerste fase van het Europese integratieproces. Sommige mensen, zowel in Europa als in de rest van de wereld, nemen ten onrechte aan dat dit een correcte beschrijving is van de huidige situatie.

De tweede fase is veel minder positief geweest. De liberalisering en het wegnemen van barrières werden vervangen door een ander project – door centralisatie, regulering en standaardisering, door harmonisering van de meeste economische activiteiten en economische parameters, door een radicale verlegging van competenties van individuele lidstaten naar de EU hoofdkwartieren in Brussel, door de verandering van het hele concept van integratie van intergouvernementalisme naar supranationalisme, door de ontnationalisering van Europese lidstaten en door het verleggen van de koers naar Europees bestuur. Een fundamenteel heterogeen Europees continent, dat in het verleden bloeide vanwege zijn diversiteit en non-uniformiteit, is geleidelijk op kunstmatige wijze verenigd en gehomogeniseerd door centraal georganiseerd bestuur en centraal bepaalde wetgeving. Dit heeft negatieve economische effecten te weeg gebracht en geleid tot wat het democratische tekort genoemd wordt (oftewel een gebrek aan democratische verantwoording). Ik noem het post-democratie.

Deze zeer problematische tendens is met de tijd toegenomen, met cruciale keerpunten verbonden aan zowel het Verdrag van Maastricht als het Verdrag van Lissabon. Bij een lagere graad van integratie waren de gevolgen van de centralisatie niet zo dramatisch geweest.  In het tijdperk van de diepere integratie raakte de bestaande Europese heterogeniteit meer en meer in tegenspraak met de institutionele uniformiteit, die verwerd tot een soort dwangbuis en economische activiteit blijft blokkeren.

Het belangrijkste moment in dit proces was de totstandkoming van de Europese Monetaire Unie en de introductie van een gemeenschappelijke munt in een groep van oorspronkelijk 12, nu 17 landen, die geen optimaal valutagebied vormen. De huidige staatsschuldencrisis in de Eurozone is een onvermijdelijk gevolg van de ene munt, de ene wisselkoers, de ene rentestandaard voor landen met zeer uiteenlopende economische parameters. Het politieke besluit om het op deze manier te regelen is genomen zonder voldoende aandacht te besteden aan de bestaande economische basis. Ik moet zeggen dat enkelen van ons [economen, red.] dit project al jaren bekritiseren, dat deden we al in de vroege jaren negentig.

Het is evident dat non-optimale monetaire unies ‘gered’ kunnen worden door solidariteit onder hun leden en door omvangrijke fiscale transfers, maar dit vraagt om twee zaken:

  • een authentiek gevoel van solidariteit (dat bijvoorbeeld bestond in Duitsland na de hereniging, maar niet bestaat in Europa);
  • voldoende financiële middelen in de handen van de politieke autoriteiten.

Geen van deze voorwaarden bestaat en dat is waarom ik geen eenvoudige oplossing zie voor het staatsschuldenprobleem in de Eurozone. Een lange termijnoplossing hangt, als we de onrealistische ‘revolutionaire’ toename van authentieke Europese solidariteit uitsluiten, af van de toename van de economische groei in Europa. Het is echter moeilijk om nu enige reden te vinden voor een dergelijke toename. De meeste EU-landen moeten bezuinigen en niet alleen op korte termijn, maar ten minste ook op de middellange termijn. De benodigde fiscale bijstellingen laten geen ruimte voor fiscale stimulering.

Premier Petr Necas, partijgenoot van Klaus, sloot zich in januari niet aan bij de Europese begrotingsunie, waaraan 25 lidstaten deelnemen.

Het voornaamste Europese probleem is gelegen in het Europese economische en sociale systeem dat geen snelle economische groei toelaat. De Europese sociale markteconomie zoals we die nu kennen geeft de voorkeur aan sociaal beleid gebaseerd op de herverdeling van inkomen boven productief werk. Het geeft de voorkeur aan vrije tijd en lange vakanties boven hard werken. Het geeft de voorkeur aan consumptie boven investeringen, schulden boven besparingen, zekerheid boven risico. Dit alles is onderdeel van een breder probleem van beschaving en cultuur, dat diep geworteld is in het Europese continent of althans in de meeste Europese landen. Dit kan niet van de ene op de andere dag weg genomen worden, het kan niet veranderd worden door de een of andere EU-top, het kan niet veranderd worden door pijnloze cosmetische aanpassingen. Het vraagt om een diepere verandering van het systeem, iets structureel vergelijkbaars met de taak die we twee decennia geleden hadden na de val van het communisme.

Zoals sommigen van u zullen weten, is mijn land lid van de EU maar niet van de Eurozone. We hebben nog altijd onze eigen valuta, de Tsjechische kroon. Als een Centraal-Europees land in het hart van Europa, hadden we geen andere keuze dan deel te nemen aan het Europese integratieproces en bijna acht jaar geleden werden we dan ook lid van de EU. We waren ons bewust van de problemen verbonden aan de gemeenschappelijke  munt en wilden onze economische groei doen toenemen en ons hoognodige aanpassingsproces met de nodige aanpassingscapaciteit voortzetten, wat uiteraard flexibele wisselkoersen vereist, onze eigen rentestandaard en ons eigen monetair beleid. We zagen geen enkel voordeel in  het gebruiken van Duitse of Griekse wisselkoersen en rentestandaarden. Vooralsnog hebben we dan ook geen enkel plan om om toe te treden tot de Eurozone.

Tegelijkertijd probeerden we ons bewust te zijn van zowel de kosten als de voordelen van EU-lidmaatschap, ook al is het tegenwoordig modieus en politiek correct in Europa om alleen over de voordelen te spreken.

Wat zijn de belangrijkste economische voordelen van EU-lidmaatschap?

  1. Deel worden van een – tot voor kort – zeer prestigieuze club van economisch ontwikkelde en stabiele landen wordt verondersteld het imago van een land te verbeteren en buitenlandse investeerders aan te trekken;
  2. een territoriaal grotere markt – zonder protectionistische barrières tussen landen – is ongetwijfeld een voordeel;
  3. er bestaan bepaalde financiële overdrachten (op voorwaarde dat het land onder het EU-gemiddelde BBP per hoofd zit, wat in Tsjechië het geval is), maar het netto voordeel hiervan is niet groot en macro-economisch praktisch irrelevant;
  4. de verplichte implementatie van Europese wetgeving is een voordeel, mits het land zelf minder liberale wetgeving heeft en in het algemeen minder georganiseerd is. (In ons geval is het nauwelijks positief.)

Tegelijkertijd zijn er ontegenzeggelijk economische kosten verbonden aan het EU-lidmaatschap:

  1. ieder land moet deelnemen in het financieren van deze grote, dure, hoogst bureaucratische organisatie;
  2. er zijn niet verwaarloosbare binnenlandse kosten als gevolg van het lidmaatschap (bureaucratisch papierwerk en alle soorten van vereisten, de noodzaak een eindeloze reeks van conferenties, vergaderingen, buitenlandse reizen te organiseren, om kunstmatige gecreëerde EU-banen te financieren, enzovoorts.);
  3. de invoering van een zeer zware, en zodoende economische activiteit ondermijnende, wetgeving gebaseerd op excessieve regulering, controlering, harmonisering, standaardisering, subsidiëring;
  4. de implementatie van een te genereus en derhalve demotiverend Europees welvaartssysteem.

Het is erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om kwantitatieve schattingen te geven van de uitwerking van al deze factoren. Mijn inschatting is dat het netto positieve effect van het lidmaatschap zeer klein is, als het al niet negatief is. De zeer trage economische groei na een halve eeuw van verdieping van het integratieproces en van ‘meer en meer Europa’  geeft niet de indruk dat het tegenovergestelde ook het geval zou kunnen zijn.

Het gevolg van dit alles is dat Europa geen ‘locomotief’ van wereldwijd economisch herstel en groei zal zijn. Ik verwacht dat de BRIC-landen [de opkomende economieën Brazilië, Rusland, India en China, red.] – samen met rationeel functionerende olie exporterende landen – het meest dynamische deel van de wereldeconomie zullen zijn in de afzienbare toekomst.

***

Bovenstaande tekst is een bewerkte versie van een toespraak van Vaclav Klaus in Riaad, Saoedi-Arabië, op 17 januari 2012. Vertaling: Jonathan van Tongeren