Posted on 1 Comment

Schijnheilige kwartiermakers van de massa-immigratie

Benedictijner monnik Thomas Quartier is voor open grenzen. Quartier, ondertussen de bekendste broeder van Nederland en naast monnik ook hoogleraar in Nijmegen, zegt in een interview met het Nederlands Dagblad van 10 april: “Wij zouden als abdij verdwijnen als we onze grenzen niet bewaken. Er zit een beperking aan wat wij kunnen doen en die grens moeten we bewaken. Tegelijk ben ik voorstander van open grenzen. We mogen aan de poort niemand afwijzen. En als dat tot conflicten leidt, moeten we daarover praten.”

Grens en Geest

Quartier doet zijn uitspraken naar aanleiding van een studiedag over ‘Grens en Geest’, in Kapel Berchmanianum in Nijmegen. Dat de Geest alle kanten opwaait laat niet alleen de paradoxale opmerking van broeder Thomas zien. Want waarom wel de grenzen van een abdij bewaken en niet die van een land?

Kardinaal Robert Sarah, prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten van de Romeinse Curie, krijgt een andere geestelijke inspiratie. In een interview met het Franse tijdschrift Valeurs Actuelles eind maart bekritiseert Sarah die Katholieke leiders die de kerk zien als een soort NGO, die zich moet focussen op migratie, open grenzen en milieuvraagstukken. “Sommige katholieke leiders vragen de kerk niet over God te spreken, maar zich met hart en ziel in te zetten voor sociale problemen: migratie, ecologie, dialoog, de cultuur van ontmoeting, de strijd tegen armoede, voor vrede en rechtvaardigheid,” aldus de prefect. “Hoewel allemaal zeer belangrijk, heeft zo’n kerk geen enkel belang voor ons. De kerk is alleen van belang omdat ze ons Jezus laat ontmoeten.”

Quartier en Sarah

De verschillen in opvatting tussen Quartier en Sarah over wat de kerk moet zijn laten de breuklijnen zien die dwars door de Katholieke kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie lopen. Bevangen door de revolutionaire geest van de jaren zestig werd de kerk meer en meer een welzijnsorganisatie, waar niet langer de Openbaring van God centraal staat, maar een maatschappelijk sociaal actieprogramma. “De crisis van de kerk is vooral een crisis van geloof,” zegt kardinaal Sarah hierover. “Sommigen willen dat de kerk menselijke en horizontale organisatie wordt; ze willen dat ze de taal van de media spreekt. Ze willen haar populair maken.”

Hoewel de kardinaal de naam van paus Franciscus nergens noemt, is het wel duidelijk dat hij ook de ‘dictator-paus’ op het oog heeft. Deze spreekt, hoewel zeer vaak verwarrend, ook de taal van de media, die in de progressieve goegemeente zoveel onthaal krijgt. Broeder Thomas spreekt, hoewel zeer vaak verpakt in vage mystieke bewoordingen, ook deze taal. Zeg maar het partijprogramma van GroenLinks.

Benedictus en Franciscus

Thomas Quartier is Benedictijn. Deze oudste kloosterorde beroept zich op de ‘Regel van Benedictus’, de grondlegger van de orde. De Amerikaanse conservatieve auteur Rod Dreher publiceerde in 2017 ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’. Het boek wil, vanuit het leven van Benedictus en zijn kloosterregel, een strategie voor het overleven van de kerk in de seculiere en postmoderne 21ste eeuw bieden. Dreher, ooit Rooms-Katholiek maar overgegaan naar de Oosters-Orthodoxe kerk, is kritisch over de maatschappelijke rol die paus Franciscus (Jezuïet) meent te moeten spelen.

In een artikel over de apostolische exhortatie ‘Gaudete et Exsultate’ (‘Verheugt u en jubelt’) schrijft Dreher in ‘The American Conservative’ dat als de paus zijn woorden over vluchtelingen echt meent, hij de grenzen van Vaticaan Stad eerst maar eens moet openen. ‘Walk the way you talk”, een populaire uitspraak in progressieve kringen (die daar zelfs overigens geen gehoor aan geven). Volgens Dreher zegt de Regel van Benedictus nergens dat iedereen maar welkom moet zijn, zoals paus Franciscus in zijn exhortatie suggereert.

En de paus gaat nog een stap verder. Hij schrijft specifiek over economische vluchtelingen en zegt daarover dat de enige “echt christelijke’ houding is hen toe te laten. “Open de grenzen, of je bent on-christelijk,” zegt Dreher hierover. De conservatieve journalist haalt de theoloog Oliver O‘Donovan aan, die stelt dat het algemeen welzijn van een gemeenschap ook inhoudt dat deze in staat is haar waarden over te dragen naar volgende generaties.

Paradox

De vraag is welke waarden dat zijn in een post-christelijk, seculier en steeds meer atheïstisch Europa? Broeder Thomas beroept zich op een postmodern idee van individualisme, ook al zo’n paradox voor een monnik in een kloostergemeenschap: “Je kunt alleen open zijn, als je weet waar je grenzen liggen.” Bepaalde vormen van volksprotest, zoals de Brexit, worden door Quartier weggezet als “angst”. O wee het volk dat opkomt voor haar eigen identiteit! Ook al zo’n progressieve manie, om alles dat tegen je ideologische uitgangspunten ingaat te psychologiseren.

Kardinaal Sarah noemt massa-immigratie een vorm van slavernij, die een bedreiging vormt voor het Westen. Vanuit de visie van de monnik moet de kardinaal een bange man zijn. Maar juist Sarah betoont zich, door het opkomen voor kerk en beschaving, vele malen moediger dan de postmoderne mysticus, die wel zijn eigen kloostercel beschermt, maar dat het land misgunt.

Posted on

De dubbele agenda van de dictator-paus

Het nieuws van een groot onderzoek naar misbruik binnen de Katholieke Kerk in Pennsylvania sloeg in als een bom. De details van de getuigenissen van slachtoffers van misbruik door meer dan 300 priesters in de Amerikaanse staat liegen er dan ook niet om. Hoofdaanklager Josh Shapiro somde op zijn persconferentie op 14 augustus een aantal uit het 900 pagina’s tellende onderzoeksrapport op: een priester dwong een negenjarige jongen tot orale seks en spoelde diens mond daarna met wijwater; een jongen werd naakt aan een kruis gebonden en de priesters namen foto’s van hem; een priester maakt een meisje zwanger, regelt een abortus en ontvangt van de bisschop een brief waarin die zijn medelijden kenbaar maakt – niet aan het meisje maar aan de priester die haar heeft misbruikt; priesters in het bisdom Pittsburg runden een pedofiliering, waarin ze slachtoffers naar elkaar doorschoven.

Shapiro maakte ook bekend dat kerkleiders, zoals aartsbisschop Donald Wuerl, het onderzoek bewust hebben gedwarsboomd. Het is opnieuw een herhaling van zetten. De kerkleiding negeert keer op keer waarschuwingen en onderneemt geen stappen. Integendeel, de misbruikpriesters en -bisschoppen werden overgeplaatst naar andere parochies, waar ze vervolgens verder gingen met hun misdadige praktijken. De enige verantwoordelijke die het veld moest ruimen was kardinaal Theodore McCarrick, die onlangs zijn ontslag aanbood aan paus Franciscus. Deze accepteerde het ontslag. Maar ontslag aanvaarden is een passieve handeling is, niet een actief optreden tegen misbruikers! Het blijft bij mooie woorden en een wat scherp aangezette brief. Eerder dit jaar vergaloppeerde de paus zich ook al in de kwestie rond de Chileense bisschoppen. Ook dat land kent een langdurig misbruikschandaal, waarin de verantwoordelijke priesters en bisschoppen buiten schot bleven. Paus Franciscus deed onthullingen daarover af als laster, maar werd uiteindelijk gedwongen het ontslag te aanvaarden van 3 van de 34 Chileense bisschoppen die een ontslagbrief hadden ingediend.

Waar is het 300 pagina’s tellend dossier over seksueel misbruik in de kerk, dat de toenmalige paus Benedictus XVI vlak voor zijn abdicatie ontving? De katholieke blogger Louie Verrecchio (https://akacatholic.com/) schreef onlangs dat Benedictus (mogelijk afgetreden vanwege de onthullingen in het dossier?) zijn opvolger de opdracht meegaf stappen te ondernemen. “Maar wat heeft Jorge Bergoglio, die het dossier nu vijf jaar in handen heeft, gedaan?” vraagt Verrecchio zich af. “Hij benoemde een homoseksueel, priester Battista Ricca, tot hoofd van de Vaticaanse Bank en antwoordde op vragen over de seksuele gerichtheid van de man “Wie ben ik om te oordelen?”; hij publiceerde een rapport voor de Synode van 2014 waarin hij schrijft dat “homoseksuelen gaven en kwaliteiten hebben die ten goede kunnen komen aan de christelijke gemeenschap”; hij benoemde Juan Barros tot bisschop in Chili, hoewel mensen de paus wezen op de homoseksuele voorkeur van Barros; hij benoemde priester James Martin, een LHBT-activist, tot raadgever bij het Secretariaat voor Communicatie van het Vaticaan.” En eerder deze maand benoemde de paus de Portugese priester José Tolentino Mendonça tot hoofd van het Geheim Vaticaans Archief. Mendonça zegt dat “Jezus geen regels vaststelde” en hij verkondigt de ideeën van een non die abortus en het homohuwelijk goedkeurt.

Veel zalvende woorden, maar ondertussen de verkeerde daden stellen. Hoe anders gaat de paus te werk als het gaat om priesters en bisschoppen die meer traditioneel en conservatief zijn. Kardinaal Raymond Burke heeft dat als een van de eersten ondervonden. Eind 2013 verwijderde paus Franciscus hem uit de Congregatie voor de Bisschoppen. Burke wordt gezien als woordvoerder van de conservatieve vleugel binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Een van de jongste slachtoffers van de progressieve koers van paus Franciscus is de aartsbisschop van Zagreb, kardinaal Josip Bozanić. Eind juli werd bekend dat het Vaticaan de conservatieve Bozanić wil verwijderen van zijn post in Zagreb en vervangen door de jonge bisschop Dražen Kutleša. Het is geen geheim dat de paus de traditionalistische kerkleiding in Kroatië niet ziet zitten. Kardinaal Bozanić spreekt zich openlijk uit “tegen de mislukte ideologieën uit de vorige eeuw, die een nieuwe orde in de samenleving willen creëren en vrede, welvaart en volledige gelijkheid beloven”. En terwijl Franciscus er geen probleem mee heeft een hamer-en-sikkel in ontvangst te nemen van de Boliviaanse president Evo Morales (in 2015), leidde Bozanić in mei 2017 een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van het communisme. “Voor ons betekende het communistische totalitaire systeem het begin van nieuwe vervolgingen, detenties en het vermoordden van onschuldige mensen in kuilen, ravijnen en massagraven. Vele daarvan bestaan nog steeds en zijn niet onderzocht,” aldus de kardinaal.

Paus Franciscus houdt er een dubbele agenda op na. Hard optreden richting conservatieve en traditionalistische priesters en weifelen of geen actie ondernemen naar liberale prelaten. Dat past binnen de politieke en theologische visie die ontwikkeld is door de ‘St. Gallen Groep’, een verzameling progressieve kardinalen die probeerde de verkiezing van paus Benedictus te voorkomen en er in 2013 in slaagde Jorge Bergoglio tot paus te laten verkiezen. Dat is althans de mening van Henry Sire, die onder het pseudoniem Marcantonio Colonna, vorig jaar The Dictator Pope: The Inside Story of the Francis Papacy publiceerde. In dat boek beschuldigt Sire paus Franciscus van opportunisme, tiranniek gedrag richting andersdenkenden, het mislukken van het aanpakken van corruptie in het Vaticaan, en het doelbewust sturen van de Synode over het Gezin, waarvan de uitkomsten moesten leiden tot wijziging van de moraal-leer van de Kerk. Eenzelfde mening houdt Philip Lawler er op na in zijn eerder dit jaar verschenen boek Lost Shepherd: How Pope Francis is Misleading His Flock. Meer en meer katholieken spreken hun verontrusting uit over de zwalkende koers van paus Franciscus en zijn moedwillig creëren van chaos in de Kerk en in haar leer. De vrees bestaat dat er nog heel wat onderzoeksrapporten zullen verschijnen, die vervolgens op mysterieuze wijze verdwijnen. Ook dat past in het chaotische beleid van de huidige paus.

Een Nederlandse vertaling van The Dictator Pope verschijnt later dit jaar bij uitgeverij De Blauwe Tijger:

Marcantonio Colonna ~ De dictator-paus

Posted on

De morele ongenaakbaarheid van ontwikkelingswerkers

Plan International biedt verontschuldigingen aan voor misbruik van kinderen door medewerkers. De Nederlandse afdeling schrijft op haar website dat “de bescherming van kinderen en jongeren boven alles staat. Het is daarom niet te bevatten en schokkend dat er personen in de organisatie zijn die dit principe schenden”.

Plan is, na Artsen zonder Grenzen, het Internationale Rode Kruis, Save the Children en Oxfam de zoveelste hulporganisatie die misbruik van kinderen en jongeren door hulpverleners moet bekennen. Schokkend nieuws, waarvan je zou verwachten dat de media bol zou staan van hijgerigheid. Maar in de slagschaduw van het #MeToo gebeuren waren er voor het journaille gelukkig Olympische Winterspelen, een politiek debat over het referendum en iets met een filmpje van Patricia Paay.

Bovendien, volgens Trouw-columnist Stevo Akkerman is het wel te begrijpen, die seksfeesten van Oxfam. En valt het dus allemaal wel mee. Want, zo citeert hij journalist Koert Lindijer (veteraan van de Afrika-correspondenten, die ‘zo kwetsbaar’ schrijft): aan de frontlinie is het vechten of neuken. Het patroon volgens Akkerman is dan ook: “Het doet zich overal voor waar macht onmacht treft en rijkdom het pad kruist van armoede: er ontstaat afhankelijkheid. En handel. Die kan uit van alles bestaan, ook seks, maar vruchtbare business is het zelden.” Het is dus eigenlijk de schuld van ongelijke verdeling en machtsverhoudingen, aldus de crypto-marxistische analyse van de columnist. De goedwillende hulpverleners, die juist strijden tegen die ongelijkheid, treft geen blaam.

De eerste reactie van Dolf Jansen, ambassadeur van Oxfam Novib, bij DWDD was “Als het waar is, dan…”, om vervolgens snel over te gaan op het formuleren van een antwoord op zijn eigen vraag “Wat is je volgende stap als hulporganisatie?” Bagatelliseren kun je leren!

Een nog verbijsterender conclusie trekt oud-hulpverlener Willem van der Put. Volgens hem is de aanwezigheid van buitenlanders fnuikend voor de ontwikkeling van arme landen. Je ontneemt hen de eigen verantwoordelijkheid. Goed punt! Opmerkelijk genoeg horen we dit argument uit deze hoek nooit als het gaat om de situatie in Nederland, maar dit terzijde. Vervolgens houdt Willem echter een pleidooi voor meer geld naar ontwikkelingslanden. We halen de hulpverleners weg vanwege afhankelijkheid en verruilen die voor afhankelijkheid van westers geld. Heel logisch. Terwijl medestrijder Akkerman juist constateert dat het allemaal onderdeel is van handel.

Columnist en dominee Rikko Voorberg haalt er ‘je kruis opnemen’ bij: “de waardes dragen waaraan je zelf opgehangen kunt worden”. Want Oxfam is een moreel hoogstaande organisatie die “onwaarschijnlijk goed werk doet en absoluut gesteund moet worden”. Zit hier niet de crux? De moraliteit die de Akkermannen, Jansens en Voorbergen zichzelf toeëigenen en die hen blind maakt voor de negatieve en verwoestende kanten van hulpverleningsorganisaties en hun doelstellingen. Want wat is de moraal van ngo’s, met grote kantoren, hoge salarissen, four-wheel drives, stromend water en ‘room for a pony’? Die toegeëigende moraal staat een discussie over de doeltreffendheid en noodzaak van buitenlandse hulp in de weg. En dan is het makkelijk moralistisch sneren naar bijvoorbeeld een politicus als Jacob Rees-Mogg (toch al verdacht als Brexiteer), die toevallig een dag na de onthulling van het Oxfam-seksschandaal een petitie “Stop de buitenlandse hulpgekte’ op 10 Downing Street aanbood.

De ingehuurde Haïtiaanse prostituees (nee Stevo, ze kwamen zichzelf niet aanbieden) zijn een smet op de hulporganisaties. Maar hun getuigen à decharge hijsen hen al snel weer op het smetteloze blazoen en gaan over tot de orde van de dag. Je opwinden over vermeend racisme of Assad doodwensen bijvoorbeeld.

Posted on

Het mysterie van Tuam en het mysterie van de nieuwsmedia

Van 1925 tot 1961 werd in Tuam, in de Ierse regio Galway, een tehuis gerund door de Bon Secours-zusters. Dit tehuis was een Rooms-katholieke instelling waar duizenden ongetrouwde zwangere vrouwen kinderen baarden, in een tijd waar een taboe heerste op buitenechtelijke zwangerschap. In 2014 kwam het tehuis in het nieuws, omdat de lokale historicus Catherine Corless na uitgebreid onderzoek stelde dat er honderden kinderen in of rondom het in 1972 afgebroken complex begraven moeten liggen. Gisteren werd bekend gemaakt dat tijdens opgravingen in het complex inderdaad menselijke resten zijn aangetroffen.

Verschillende nieuwsmedia gingen met het verhaal aan de haal en sommige lieten daarbij hun fantasie de vrije loop. Met name de Vlaamse staatsomroep VRT schetste op haar website en Facebookpagina een beeld dat meer doet denken aan het script van een slechte horrorfilm dan aan de officiële persverklaring van de Onderzoekscommissie Moeder- en Babyhuizen, die namens de Ierse overheid onderzoek doet naar het tehuis en door de VRT als bron wordt opgegeven. Volgens de VRT in de persoon van Dominique Fiers zijn namelijk honderden baby’s en kinderen vermoord door katholieke zusters en zijn de lijkjes vervolgens massaal gedumpt in een beerput.

Het lopende onderzoek van de Onderzoekscommissie laat evenwel een ander, genuanceerder beeld zien; een beeld dat bovendien veel meer in lijn ligt met bestaand historisch onderzoek. Allereerst heeft de Onderzoekscommissie twee bouwwerken gevonden. Het eerste bouwwerk betreft de ‘beruchte’ septische tank of beerput, die in werkelijkheid buiten gebruik was gesteld en vol zat met rommel en puin. En dus niet met honderden kinderlijkjes.

Het tweede bouwwerk is een lang complex bestaande uit twintig kamers. Volgens de Onderzoekscommissie kan vooralsnog niet worden vastgesteld wat precies de functie was van dit bouwwerk, al lijkt het oorspronkelijk te hebben gediend voor de behandeling of opslag van afvalwater. De commissie stelt evenwel dat niet kan worden vastgesteld of dit bouwwerk daadwerkelijk als zodanig in gebruik is geweest. Wel is al langer bekend dat het tehuis in 1846 was gebouwd als werkhuis en in 1916 diende als kazerne. Het bouwwerk kan dus daarmee te maken hebben gehad.

In ten minste zeventien van de twintig kamers zijn ‘significante hoeveelheden aan menselijke overblijfselen ontdekt’, aldus de Onderzoekscommissie. Hoewel de commissie niet aangaf hoeveel lichamen begraven liggen, had het wel details inzake een gedane steekproef: “[De onderzochte] overblijfselen betroffen een aantal individuen met leeftijden van ongeveer 35 foetale weken tot 2–3 jaar.” Koolstofdatering wijst erop dat de lichamen, zoals verwacht, stammen uit de periode dat het tehuis actief was, te weten 1925 tot 1961. Het gaat dus om doodgeboren of vroegtijdig gestorven kinderen.

Over de exacte doodsoorzaak is nog niets bekend. In tegenstelling tot de bewering van de VRT dat sprake is van moord en doodslag, stelt de Onderzoekscommissie vooral ‘geschokt te zijn van de ontdekking en haar onderzoek voort te voort te zetten naar wie verantwoordelijk was voor het op deze wijze opruimen van menselijke overblijfselen’.

De historische context kan meer duidelijkheid verschaffen over wat zeer waarschijnlijk heeft plaatsgevonden. In het Ierland van onder meer de jaren veertig stierven jaarlijks vijfhonderd kinderen aan verschillende ziekten, in bijzonder tuberculose. Een inspectierapport uit 1947 stelde vast dat het tehuis in Tuam overbevolkt was met in totaal 271 kinderen and 61 moeders. Bovendien betaalde de gemeenteraad van Galway de zusters slechts £1 pond per moeder en kind per week, wat in hedendaagse euro’s neerkomt op niet meer dan €60 per week. Ook Corless concludeert daarom dat de kinderen in het tehuis waarschijnlijk zijn gestorven aan infectieziekten en ondervoeding. Onder andere dit soort problematiek leidde overigens tot een nieuwe Health Act, welke al gauw onderwerp werd van een verhit politiek debat.

Het is in deze omstandigheden dat het tehuis in de jaren veertig een ook voor die tijd schrikbarend hoog sterftecijfer had. Een kwart tot een derde van alle kinderen kwam te overlijden. Volgens Corless, die de overlijdensaktes van de kinderen bestudeerde, gaat het om in totaal 796 kinderen. Een groot aantal daarvan lijkt dus in het tweede bouwwerk te zijn begraven. De Onderzoekscommissie geeft niet aan in welke staat zij de lichamen heeft aangetroffen, maar haar bewoordingen wijzen erop dat ze niet op ordentelijke wijze waren begraven.

Hoewel voor verschillende nieuwsmedia, zoals de VRT, duidelijk is dat sprake was van massamoordende horrornonnen die honderden geslachtofferde ongeborenen, baby’s en peuters in een beerput hebben gedumpt, laten de officiële persverklaring van de Onderzoekscommissie Moeder- en Babyhuizen en het historisch onderzoek van onder meer Catherine Corless een genuanceerder beeld zien. Het tehuis in Tuam lijkt eerder een symbolisch dieptepunt te zijn van een tragische periode uit de Ierse geschiedenis waarin epidemieën, ondervoeding, kindersterfte en gebrekkige ziekenzorg aan de orde van de dag waren.

Het is dan ook te makkelijk om de Bon Secours-zusters, die onder deze omstandigheden overuren werkten om zich te ontfermen over de enorme aanstroom van zwangere vrouwen en kinderen, zaken in de schoenen te schuiven die geen basis hebben in de werkelijkheid. Daarmee is echter nog niet gezegd dat de zusters helemaal geen blaam treffen. De kwestie-Tuam laat zodoende twee mysteries zien die schreeuwen om te worden opgelost: waarom zijn deze honderden kinderen op zo’n onbehoorlijke wijze begraven, en waarom zijn sommige nieuwsmedia ondanks alle feiten zo aan het fabuleren? Men zou er verstandiger aan doen eerst het verdere onderzoek en het eindrapport van de Onderzoekscommissie Moeder- en Babyhuizen af te wachten.

Posted on

Duitse regering geeft toe: Amerikaanse drone-oorlog ook via Ramstein

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Michael Roth heeft zich onder druk van de Bondsdag gedwongen gezien de kaarten op tafel te leggen. Hij moest toegeven dat de Amerikaanse vliegbasis Ramstein in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts een rol speelt in de Amerikaanse drone-oorlog.

De Verenigde Staten, zo heet het nu, zouden de Duitse regering op 26 augustus 2016 medegedeeld hebben “dat de mondiale communicatiekanalen van de Verenigde Staten van Amerika ter ondersteuning van onbemande vliegtuigen ook telecommunicatieposten in Duitsland insluiten, van waaruit de signalen verder geleid worden. Missies van onbemande vliegtuigen worden vanuit verschillende standplaatsen gevlogen, met gebruik van diverse telecommunicatierelaiscircuits, waarvan enkele ook over Ramstein lopen.”

Door de toegeving van staatssecretaris Roth loochent de regering nu weliswaar niet meer een publiek geheim, maar bij de beoordeling ervan valt ze weer terug in haar tegelijk pijnlijke en groteske houding. De bondsregering zegt namelijk niet te twijfelen aan de legaliteit van de drone-oorlog, ofschoon de drones ook ingezet worden in landen als Somalië, Jemen en Pakistan, waarmee de VS officieel niet in staat van oorlog zijn, en hoewel op iedere strijder zo’n 28 burgers om het leven komen.

De zekerheid van de Duitse regering ter zake van de legaliteit van de drone-oorlog berust dan ook volledig op het woord van de “Amerikaanse partners”. En deze verzekeren de Duitse regering dat er in Ramstein niets gebeurt dat tegen de Duitse grondwet ingaat en dat Duitse wetten alsmede het internationaal recht in acht worden genomen. De Duitse regering geeft daarmee op voorhand wel erg veel vertrouwen aan een staat als de VS, die reeds talrijke oorlogen met leugens heeft proberen te rechtvaardigen, van de verzonnen beschieting van Tonking in Vietnam tot de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein.

Nog afgezien van het ethisch laakbare van deze houding van de Duitse regering, zet ze zichzelf ook met deze kwestie weer voor schut. Het is niet alsof bondskanselier Angela Merkel of haar minister van Defensie Ursula von der Leyen en ook staatssecretaris Roth zich er op kunnen beroepen dat verder de details niet kennen. Op zijn laatst sinds begin 2013, toen de voormalige dronepiloot Brandon Bryant als kroongetuige de rol van Ramstein in de drone-oorlog bevestigde, was de zaak duidelijk.

“Alles wat met dronen te maken heeft, loopt over Ramstein”, aldus Bryant destijds. Hij zelf stuurde honderden missies en doodde daarbij meer dan 1500 mensen. Hij kreeg daar 23 onderscheidingen voor, maar het was niettemin te veel voor zijn geweten, zodat hij de publiciteit zocht.

Lees ook:

Posted on

Avondland en Identiteit: “Hebben we het wel over hetzelfde boek?”

avondland en identiteitIn de nacht van zondag 15 op maandag 16 maart was ik te gast bij het radioprogramma ‘Echte Jannen’ om te praten over mijn boek Avondland en Identiteit.[1] De interviewers waren Jan Heemskerk (bekend van tijdschrift Playboy) en dr. Thierry Baudet (bekend van diverse publicaties, waaronder zijn proefschrift De Aanval op de Natiestaat). Aan de heer Baudet kon ik duidelijk merken dat hij daadwerkelijk tijd had uitgetrokken om het boek te lezen – mede hierdoor beleefde ik veel plezier aan het interview. Hoewel de interviewers met name geïnteresseerd waren in de hoofdstukken over feminisme, kwamen thema’s als islam- en immigratiepolitiek toch ook kort aan de orde. Kortom ik vond het een prima inhoudelijke discussie.

Soms echter, lees je een stuk terug en denk je: “Hebben we het wel over hetzelfde boek?” Zo schreef de objectivistische blog ‘pomonieuws’ het volgende na afloop van het radio-interview:

“Sid Lukkassen is een upcoming, angry young millennial die uit de kloof is komen kruipen tussen het decadente politieke establishment en de keiharde realiteit van vandaag. Zijn these dat het feminisme de bron zou zijn van alle ellende, gaat slechts over een symptoom.”[2]

Hoewel ik tijdens het interview geen boosheid heb ervaren – sterker nog ik vond het erg gezellig – kan ik de term ‘angry young millennial’ nog verklaren uit de inhoud van het boek: deze is niet mild. Maar de bewering dat ik het feminisme als enige oorzaak van het Europees verval zou zien klopt simpelweg niet. Ik schrijf in de inleiding expliciet “dat het proces dat de feminisering van de Westerse cultuur omschrijft weliswaar samenhangt met sociaal-politiek feminisme, maar er geen een op een gevolg van is. Feminisering slaat allereerst op het falen van de balans tussen masculiene en feminiene waarden, deugden en kwaliteiten binnen een cultuur. Het verdwijnen van deze balans in Europa heeft meerdere oorzaken, die ik in de hoofdstukken van dit boek uiteenzet.” [p 20]  Dit punt werd door dr. Baudet tijdens het interview bovendien zeer scherp opgemerkt.

Verder worden de lezers door de schrijver op ‘pomonieuws’ misleid, omdat hij of zij linkt naar een stuk over de feminisering van het onderwijs dat ik enkele jaren geleden schreef. Het is weliswaar een stuk waar ik nog steeds achter sta, maar vervat geenszins de kern van Avondland en Identiteit.

Daarnaast klaagt men dat het boek een “ideologische analyse mist” wat betreft een van de hoofdonderwerpen: cultuurmarxisme. Ook dit klopt niet.

“Waar Lukkassen het bij het rechte eind heeft, is wanneer hij de Ondergang van het Avondland van Spengler koppelt aan het cultuurmarxisme van de Frankfurt School. Maar voor een afgestudeerd filosoof is het vrij nalatig om daarna de ideologische analyse in zijn geheel te missen!”

Sterker nog, het boek is geboren uit een ideologische uiteenzetting van cultuurmarxisme. Destijds legde ik Derk Jan Eppink een concepttekst voor waarvan de essentie was dat toen de economie zich herstelde en de communistische revolutie in Europa uitbleef, men het marxistische gelijkheidsideaal ging toepassen op cultuur in plaats van op economie. Om zo het “valse culturele bewustzijn” te doorbreken (zoals Thierry Baudet ook helder omschreef tijdens het interview). De analyse beviel zozeer dat ik het advies kreeg om verder te schrijven. Naast een geschiedkundige uitleg over cultuurmarxisme heb ik een hoofdstuk toegevoegd om het verschijnsel filosofisch te verklaren.

De indruk dringt zich op dat degene die op ‘pomonieuws’ over mij schreef wenste mee te liften op het feit dat cultuurmarxisme op de radio besproken werd, wat ten koste is gegaan van een inhoudelijke verdieping. Het gortigst wordt dit waar men schrijft dat ik de klok zou willen terugzetten naar de jaren ’50 – men spreekt over een “throwback naar de spruitjeslucht.” Hij of zij heeft de uiteenzettingen over nieuwverworven seksuele vrijheden duidelijk niet (allemaal) gelezen. In een recentelijk schrijven voorspelde ik nog dat de grote vraag van de eenentwintigste eeuw als volgt zal luiden: “Hoe kunnen we de voordelen van het liberalisme behouden, van de economische en seksuele vrijheid, en tegelijkertijd de sociale samenhang van de Europese cultuur versterken?”[3] In een slothoofdstuk van Avondland en Identiteit wijs ik verder op blijvende veranderingen die door technologie zijn veroorzaakt, en op de geopolitieke noodzaak om in innovatieve techniek te investeren.

“De allesbepalende wortel van de Contra-Verlichting laat Lukkassen in zijn stelling buiten beschouwing. Waarschijnlijk heeft hij het verwoestende ideologische grondwerk van Rousseau, Kant en Hegel in zijn geheel niet opgemerkt.”

Ook deze constatering deel ik niet. Wat Immanuel Kant betreft bekritiseer ik zowel zijn kennisleer (omdat deze een wortel is van het subjectivisme) als zijn ethiek (omdat deze ethiek puur naar intenties kijkt en gevolgen van handelingen buiten beschouwing laat). Wie in de index van mijn boek had gekeken, had de passages waarin Kant genoemd wordt simpelweg kunnen opzoeken. Hetzelfde geldt voor Rousseau, die ik wel degelijk (kort) noem. Daarbij is de kern dat Rousseau meende dat de ongerepte natuurmens was bedorven door de vooruitgang van de beschaving. Hij geloofde in de maakbaarheid van de mens en verlangde naar een prille, idyllische puurheid.[4] Laat mij hier volstaan met de opmerking dat veel van de cultuurmarxistische haat tegen het kapitalisme tot dit denkbeeld te herleiden is.

Mogelijk heeft men wel een punt dat ik meer aandacht aan ‘counter-currents’ tegen de Verlichting had kunnen schenken. Echter een boek – en zeker een debuutboek – kan maar zoveel pagina’s en onderwerpen bevatten. Op een gegeven moment moet men een grens trekken. Wie weet wat de toekomst nog brengt.


[1] http://www.powned.tv/programmas/echtejannen.html (17 maart 2015).

[2] http://www.pomonieuws.nl/2015/03/sid-lukkassen-polemiek-van-een-angry.html (17 maart 2015).

[3] http://www.dagelijksestandaard.nl/2015/02/avondland-en-identiteit-burgers-zoeken-een-nieuwe-elite/2/

[4] “Many authors have hastily concluded that man is naturally cruel, and requires a regular system of police to be reclaimed; whereas nothing can be more gentle than he in his primitive state, when placed by nature at an equal distance from the stupidity of brutes, and the pernicious good sense of civilized man.” Jean-Jacques Rousseau, A Discourse Upon The Origin And The Foundation Of The Inequality Among Mankind, in: Harvard Classics Volume 34, 1910. Editor: Charles W. Eliot.

Posted on Leave a comment

Niet naar Sotsji toe?

Er is sinds een week  in de Nederlandse media, en in andere West-Europese landen zoals Engeland, veel te doen over een Russische wet die mediabreed als ‘antihomowet’ getypeerd wordt. Wat is er aan de hand? Heeft de ‘ex-KGB-agent’ Vladimir Poetin per decreet alle homoseksuelen uit zijn autoritair bestuurde kiem van de herrijzende Sovjet-Unie verbannen? Of heeft de Doema een wet aangenomen die sodomie opnieuw verbiedt?

Niets van dat alles. Er is geen antihomowet, toch nemen alle media, inclusief de christelijke, klakkeloos deze term over. Homoseksuelen zijn in de Russische Federatie gewoon vrij om homoseksueel te zijn. Waar wel sprake van is, is een wet die kinderen beoogt te beschermen tegen propaganda voor homoseksualiteit, transseksualiteit en wat dies meer zij.  In de Russische samenleving wordt de traditionele visie op seksualiteit breed gedeeld en de wet om kinderen te beschermen tegen promotie van niet-traditionele vormen van seksualiteit is daar een weerslag van.

Om de orde van grootte te schetsen: propaganda voor homoseksualisme onder minderjarigen is onder de onlangs aangenomen wet (art. 6.13.1) strafbaar met een boete van vier à vijfduizend roebel, oftewel ongeveer honderd euro. Ter vergelijking: in Nederland kan belediging of discriminatie van homoseksuelen leiden tot een gevangenisstraf van 1 jaar of een geldboete van 7.800 euro (137c (1) en 137d (1) Sr) of 2 jaar gevangenisstraf of een boete van 19.500 euro (137c (2) en 137d (2) Sr).

Ontegenzeggelijk bestaat er ook homofobie in Rusland, zoals die overigens overal ter wereld bestaat. Het begrip homofobie wordt door de homobeweging echter dikwijls nogal expansief gebruikt. Dat iemand een homoseksuele levensstijl afwijst, maakt hem of haar nog niet tot homofoob. Het gaat ook niet aan om de Russische autoriteiten van homofobie te beschuldigen. Hiervoor is feitelijk geen grond. Toch nemen alle mainstream media de term antihomowet over. Het heeft er alle schijn van dat bij deze ongenuanceerdheid, blindheid voor de feiten zelfs, weer eens de al eerder geconstateerde vooringenomenheid jegens Poetin en zijn regering meespeelt. Overigens wordt ook buiten de mainstream niet veel anders  over deze kwestie gesproken. Zo werd er op GeenStijl/Dumpert lacherig gedaan over parachutisten die er in hun uniforms ‘gay’ uit zouden zien.

Wat in feite te zien is in dit filmpje is hoe een homoactivist bewust met zijn regenboogvlag naar een locatie gaat waar leden van de Russische luchtmobiele brigade de Dag van de Parachutist vieren om te provoceren. De parachutisten laten zich inderdaad provoceren, zoals te verwachten was. Slaan ze hem in elkaar? Nee, ze gaan met hem in discussie, praten op hem in. Ze sluiten hem wel in, maar dat had hij kunnen weten, hij zoekt zelf de confrontatie, is er op uit te provoceren. Vervolgens komt de politie tussen beide en neemt de homoactivist mee. Moeten we hier dan uit concluderen dat de parachutisten potenrammers zijn of dat de Russische politie homofoob is? Als dat zo was, dan zou de homoactivist er niet ongeschonden afgekomen zijn en zou de politie niet ingegrepen hebben.

Een speciaal ontworpen biljet van honderd roebel ter gelegenheid van de Olympische Winterspelen in Sotsji.
Een speciaal ontworpen biljet van honderd roebel ter gelegenheid van de Olympische Winterspelen in Sotsji.

Olympische Winterspelen

Een belangrijke reden dat de zogenaamde antihomowet zo in de belangstelling staat van de media, is dat de Olympische Winterspelen komende winter in Sotsji, aan de oostkust van de Zwarte Zee, plaats vinden, in de Russische Federatie dus. Het NOC-NSF maakte zich, ondanks toezeggingen van de Russische autoriteiten,  zorgen dat homoseksuele atleten in de problemen zouden komen door uitspraken over hun seksualiteit. Voor de Britse acteur en schrijver Stephen Fry was het zelfs aanleiding om er voor te pleiten dat de spelen ergens anders gehouden zouden moeten worden en om de zogenaamde antihomowet te vergelijken met de Holocaust. Het pleidooi van Fry ontbeert niet alleen ieder gevoel voor proportie, maar roept ook de vraag op waaraan landen zoal moeten voldoen om aan de Olympische Spelen mee te mogen doen. Zo vraagt columnist Brendan O’Neill zich in de Daily Telegraph naar aanleiding van Fry’s pleidooi af waarom uit de vermeende verkeerde behandeling van homoseksuelen zou moeten volgen dat de spelen niet in Rusland gehouden worden, “while Britain’s various massive political cock-ups of recent years – let’s take its disastrous and bloody invasion of Iraq as just one example – are not a block to its holding of Olympic events?” O’Neill constateert kortom een meten met twee maten: “Mr Fry says the Winter Olympics should be held anywhere but Russia. ‘Stage them in Utah’, he says. So it is okay for nations which invade and occupy other countries, which launch drone attacks on Pakistanis, to host Olympic events, but not countries which pass laws forbidding the mention of homosexuality in schools? On what basis are these judgments being made? Why is it worse to silence homosexuals than to kill Pakistanis? Who decides what is a respectable country and what isn’t? Stephen Fry?”

O’Neill ziet er gezien de culturele vooringenomenheid die meespeelt bij dit soort morele oordelen weinig in en is dan ook van mening dat je politiek en sport beter niet kunt mengen: “The whole debacle shows what a mess you get into when you mix politics and sport. If we forbade countries that did wicked things – whether to their own peoples or to others – from hosting the Olympic Games the entire thing would come to a grinding halt. Or maybe take place in Switzerland every year. And who would want that? Politics should keep its nose out of sport; and luvvies like Mr Fry should keep their snouts out of politics, because they always end up exposing their own shrillness and prejudices more than they do the nastiness of foreign regimes.”

De Russische regering heeft inmiddels het Internationaal Olympisch Comité er nogmaals van verzekerd dat de wet tegen propaganda van homoseksualisme onder minderjarigen geen gevolgen zal hebben voor atleten of bezoekers van de spelen die zich daarover uitspreken. Tegelijk vraagt de regering om respect voor de Russische tradities en spreekt ze de hoop uit dat de Winterspelen niet gepolitiseerd worden.

Posted on Leave a comment

Seculiere zendingsijver in Europa. Durven zwijgzame christenen de confrontatie aan?

Enkele weken geleden, op de Nederlandse ambassade in Tbilisi, Georgië vond een gesprek plaats tussen een medewerker van de ambassade, een medewerker van de universiteit in Tbilisi en een vertegenwoordiger van een Nederlandse universiteit.

Het volgende voorstel werd geopperd. In Georgië is er de noodzaak voor begeleiding voor kinderen met handicaps. De universiteit van Tbilisi heeft een plan uitgewerkt waarbij een school met dagopvang wordt gebouwd voor kinderen met allerlei soort van handicap. Hierdoor kunnen honderden kinderen geholpen worden in hun dagelijks leven. Geld om de school te bouwen is er, geregeld door Noorwegen en Japan. Het enige wat nog ontbreekt is het ontwerp zelf. Er is nog een beperkt geldbedrag nodig om het ontwerp te maken.

Helaas, de Nederlandse ambassade heeft wel geld, maar niet voor een dergelijk initiatief. De aanwezige fondsen zijn gelabeld en bestemd voor `sexuele minderheden´.

Zomaar een voorbeeld. Maar wel een die het seculiere gezicht van Nederland in Europa laat zien. In dit artikel bekijken we een aantal recente gebeurtenissen in dit licht.

Meer dan een belangengemeenschap
De Europese Unie vindt zijn oorsprong in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die in 1952 gevormd werd door zes landen (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland). Deze gemeenschap was bedoeld om samen te werken op het gebied van zware industrie, noodzakelijk om elkaars productie van wapentuig te controleren. In 1958 kwamen de Europese Economie Gemeenschap (EEG) en de Europese Atoom Gemeeschap (Euratom) tot stand. De laatste om het vreedzaam gebruik van atoomenergie voor vreedzame doeleinden in Europa te bewerkstelligen. De EEG bevorderde de onderlinge samenhang op het vlak van onderlinge handel. In 1993 werd bij het verdrag van Maastricht de Europese Unie zoals we die nu kennen een feit. Inmiddels heeft de Europese Unie 27 lidstaten.

Vormt het gedeelde belang van vrede, handel en economie de enige gemeenschappelijke grond voor een hechte samenwerking van Europese lidstaten? Nee. Om een andere gezamenlijke bron op het spoor te komen gaan we verder terug in de tijd.

Christelijke wortels
Dit jaar is het 1700 jaar geleden dat in Edict van Milaan[1] werd uitgevaardigd in het Romeinse Rijk door Licinius en Constantijn de Grote. Vanaf toen waren burgers vrij hun godsdienst openlijk uit te oefenen. We mogen zeggen dat vanaf toen het christendom groeide in Europa en de cultuur mede gevormd heeft. De landen in Europa hebben een christelijke geschiedenis met daarbij behorende culturen en tradities.

In de afgelopen 1700 jaar is vanzelfsprekend veel gebeurd en veranderd. Was in het jaar 1000 de theologie nog absoluut de koningin der wetenschappen, aan het einde van de middeleeuwen was dat de natuurkunde. De rede had het geloof verdreven van de universiteiten. Deze overwinning van de rede werd met de Verlichting bezegeld.

Anno 2013 hebben we te maken met een ander Europa, een werelddeel met een nieuw gezicht, een nieuwe orde. De landen in Oost-Europa herleven na het communisme. Het christendom groeit daar terwijl het in West-Europa tanende is.

Seculiere propaganda
Golden vroeger de christelijke waarden in West-Europa, inmiddels zijn ze  vervangen door humanistische en libertijnse waarden. Dit wordt met name verspreid door de instellingen van de Europese Unie. De Europese Unie is een instituut geworden die de soevereiniteit van de natiestaten overstijgt, terwijl het verdrag officieel stelt dat EU de soevereiniteit en identiteit van de lidstaten respecteert.

De bevordering van humanistische en libertijnse waarden zien we vooral terug bij de omgang met toetredingseisen voor nieuwe lidstaten. Een land dat wil toetreden tot de Europese Unie heeft officieel te maken met de criteria van Kopenhagen. Deze criteria bevatten een aantal voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het kunnen toetreden tot de Europese Unie. Deze voorwaarden zijn vastgelegd door de Europese Raad in 1993 in Kopenhagen. Volgens deze voorwaarden moet een land dat wil toetreden tot de Europese Unie o.a. de mensenrechten respecteren, democratische principes in de praktijk brengen en een goed functionerende markteconomie hebben. Buiten het gegeven dat de mensenrechten universeel worden benoemd, gaan de Kopenhagen-criteria niet in op ethische kwesties. Toch worden deze criteria in de praktijk gebruikt als een kapstok om humanistische c.q. libertijnse waarden te introduceren en aan landen aanvullende eisen te stellen voor toetreding. Moldavië kreeg bijvoorbeeld te maken met Europese druk om abortus en euthanasie te legaliseren, omdat toetredingsgesprekken anders geen zin hadden.

Niet alleen het de instellingen van de propageren deze seculiere waarden, diverse lidstaten waaronder Nederland doen dat ook. In het vervolg van dit artikel gaan we in op een aantal voorbeelden uit de praktijk waarin deze seculiere zendingsijver in Europa tot uitdrukking komt:
–          Het Pink Embassy initiatief en de Nederlandse ambassade in Albanië
–          De kwestie Rocco Buttiglione en Tonio Borg
–          De reacties op anti-homohuwelijk demonstraties in Parijs

PINK Embassy
PINK Embassy is een initiatief dat opkomt voor homorechten in Albanië en wordt mede gesubsidieerd door Nederlandse MATRA-programma en COC-Nederland. Regelmatig schuift de Nederlanse ambassadeur, De la Beij aan bij rondetafelgesprekken.[2]

Nu zijn er ongetwijfeld Albanezen die hierop zitten te wachten. Er is immers aandacht en geld voor een bepaalde minderheid. Echter veel Albanezen zien dit initiatief als een grove belediging aan het adres van Albanië. Wie denken de Nederlanders wel dat ze zijn, en waar bemoeit die ambassade zich eigenlijk mee?

Dit en het voorbeeld waar dit artikel mee begon, duiden erop dat het secularisme bepaald niet neutraal is, maar traditionele, christelijke waarden wil vervangen door wat men ‘moderne waarden’ vindt. Genoemd is al het voorbeeld waarbij alleen geld beschikbaar is voor ´sexuele minderheden´ in een land als Georgië waar christelijke waarden hoog in het vaandel staan. In die traditionele maatschappelijke context zullen secularisten in 2013 wel even vertellen dat het allemaal anders moet. Blind als men is voor voor het levensbeschouwelijk karakter van het eigen streven, schoffeert men zonder meer de lokale samenleving en hun tradities. En dat in naam van ‘Democratiebevordering’. Je gaat je afvragen van wie ze dit kunstje hebben afgekeken…

Rocco Buttiglione en Tonio Borg
In 2004 zou de Italiaan Rocco Buttiglione aantreden als eurocommissaris voor Justitie, Vrijheid en Veiligheid. Echter, hij werd weggestemd door liberale en socialistische groeperingen in het Europees parlement, met als reden dat hij als christen niet kan instemmen met de seculiere visie op homoseksualiteit. Hoewel Buttiglione aan de leden van het Europees Parlement helder uiteenzette dat hij zijn privémening keurig gescheiden zou houden van de uitvoering van de taken waarvoor hij als eurocommissaris verantwoordelijk is, werd hij toch weggestemd. Men pruimde zo’n conservatieve christen gewoonweg niet. Feitelijk was zijn levensbeschouwing de reden om af te zien van een aanstelling.

De casus Tonio Borg is van recenter datum. Hij volgde vorig jaar John Dalli op als eurocommissaris voor Gezondheid. Borg is orthodox katholiek en burger van Malta. Ook Tonio Borg werd bevraagd over zijn standpunten rondom abortus en het homohuwelijk. Ook nu weer kwam de meeste kritiek uit de liberale en socialistische kampen van het Europees Parlement. Uiteindelijk werd hij toch gekozen met een minimale benodigde meerderheid van stemmen.

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat het een orthodox christen bijzonder moeilijk wordt gemaakt om eurocommissaris te worden. De discussie gaat niet over de capaciteiten van de kandidaat, maar over levensbeschouwelijke zaken die vaak niets of slechts zijdelings te maken hebben met de functie. Daarnaast is het zo dat de Europese Unie zich niet mag inlaten met ethische kwesties van lidstaten. Op dit punt lopen wetten en regelgeving in de lidstaten uiteen. Het is volgens het verdrag niet toegestaan dat er vanuit de Europese Unie pressie wordt uitgevoerd op lidstaten om hun wetgeving op dit punt aan te passen.

Parijse demonstratie tegen homohuwelijk

Demonstraties in Parijs
Eind maart 2013 gingen meer dan een miljoen vreedzame betogers de straten van Parijs op om te protesteren tegen de invoering van het homohuwelijk. Schattingen naar aantallen liepen in de media nogal uiteen. Van honderdduizenden tot 1,4 miljoen.

Volgens de politie was er sprake van overtredingen door de betogers en daarom zette zij traangas in. Zelfs kinderen werden hier het slachtoffer van.

Men durfde zelfs zover te gaan dat organisaties die betrokken waren bij de organisatie van deze betoging, getypeerd moesten worden als staatsgevaarlijk, extra in de gaten moesten worden gehouden en mogelijk zelfs verbieden.

Wat in Frankrijk is gebeurd is demonstratief voor de toenemende intolerantie van het secularisme in Europa. We zien regelrecht de aanval geopend worden op christelijke organisaties die pleiten voor het traditionele gezin en daarmee tegen een mening van de dominante meerderheid ingaan. Blijkbaar raakten de protesterende mannen, vrouwen en kinderen – vaak ook jonge gezinnen! – een gevoelige snaar bij hun seculiere opponenten. Aan de andere kant moeten we bedenken dat er in Parijs meer dan een miljoen mensen op de been waren om christelijke waarden publiekelijk te verdedigen, daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

Geen enkele levensbeschouwing is neutraal
De christelijke overtuiging is niet neutraal, de niet-religieuze liberalen of atheïsten zijn beslist ook niet neutraal. Iedere overtuiging heeft levensbeschouwelijke of filosofische uitgangspunten. De christelijke heeft dat, de atheïstische of humanistische hebben dat niet minder. Het vertrekpunt bijvoorbeeld dat er geen waarheid bestaat of dat alle godsdiensten even waar of even onwaar zijn, is net zo goed vooringenomen als een religieus vertrekpunt. In filosofische zin gaat het bij geloven en bij niet-geloven om dezelfde handeling, slechts de oriëntatie of het object van de gelovige of ongelovige verschilt. Een mens kan de ene kant opgaan en zich in de richting van God bewegen, of zich van Hem vandaan bewegen en de andere kant opgaan. Tegenover God staat geen macht of mens neutraal.

Verder geldt de overweging dat de meerderheid niet altijd gelijk heeft. Soms is een mening zo dominant in een samenleving dat men bij voorbaat degenen die een andere opvatting erop nahouden als achterlijk bestempelt. In een democratie telt elke stem, anders ontaardt zij in een dictatuur van de meerderheid. Daarom is het belangrijk dat christenen vandaag de dag de moed opbrengen om een afwijkende mening naar voren te brengen.

En het is goed om christen-jongeren vaardigheden aan te leren hoe zij hun visie of mening naar voren kunnen brengen, zodat ze zich niet bij het eerste het beste tegenargument uit het veld laten slaan. Op deze manier kunnen we de zwijgzaamheid van christenen doorbreken. Dat hoeft niet alleen in het publieke debat te gebeuren, juist op de werkplek en in het alledaagse leven, bij de bakker of de kapper, is het goed om een andere visie te laten horen.

Zwijgzaamheid doorbreken
Christenen willen niet graag provoceren en zijn daarom mogelijk te zwijgzaam. Ze laten zich misschien ook te makkelijk uit het veld slaan met ondeugdelijke argumenten van anderen. Maar als we zelf wegduiken, geven we libertijnen en atheïsten volop de ruimte. Het liberale verhaal mag dan populair zijn, het is ook vrij kortzichtig. Men zet oude, diep verankerde waarden overboord voor nieuwe, soms zeer vluchtige opvattingen. Gisteren werd het homohuwelijk legaal, nu spreekt men over polygamie, wordt straks pedofilie ook normaal? Europa is door moderniteit en secularisme op drift geraakt. We moeten daarom onze zwijgzaamheid doorbreken. De samenleving mag best meer aan de weet komen waar christenen voor staan.


Zicht
Zicht 2013-2 kleinDit artikel verscheen in Zicht 2013-2: Christenvervolging wereldwijd.

Wereldwijd worden er vandaag de dag zo’n 100 miljoen christenen verdrukt en vervolgd omwille van hun geloof. Christenen in politiek en samenleving mogen niet zwijgen over het kwaad en onrecht dat medebroeders en –zusters in andere landen op deze wereld wordt aangedaan.

Vanaf 2012 heeft Novini een eigen rubriek in het tijdschrift Zicht onder de naam Worldview. Zicht is een kwartaaluitgave van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP. Meer info over Zicht vindt u hier.

Posted on 7 Comments

Waarom is Roemenië niet rijk?

Het is verbazingwekkend om te bemerken dat naar schatting tussen de 4 en 8 miljoen Roemenen het land hebben verlaten. President Traian Basescu heeft het aantal zelfs op 12 miljoen geschat. En dit voor een land met een bevolking van 22 miljoen, wat betekent dat tussen de 18 en 36% van de bevolking het land verlaten heeft. Waar zou ik dat aantal nu mee kunnen vergelijken? Denk hier maar aan: In Ierland, tussen 1845 en 1852, stierven één miljoen mensen en nog één miljoen emigreerden, op een totaal van 8 miljoen mensen, oftewel 25% van de bevolking. Maar Ierland was een onderdrukt land, bezet door buitenlanders en verkeerde middenin een grote nationale tragedie, de Ierse hongersnood, ook wel bekend als ‘Potato Famine’ (aardappelhongersnood). Ik wil maar zeggen, het soort emigratie dat we in Roemenië zien, zouden we normaliter associëren met oorlog, hongersnood en onderdrukking.

Maar er lijkt geen grote tragedie te zijn in Roemenië die zoveel van haar kinderen ertoe gebracht heeft het land te ontvluchten, noch is er in dit land van vruchtbare akkers en vaardige boeren enige sprake van hongersnood. Sterker nog,  het heeft er alle schijn van dat niet de onderdrukking, maar het eind van de onderdrukking de exodus in gang heeft gezet. Zodoende kunnen we ons afvragen, “Waarom betekende vrijheid voor Roemenië voor zoveel van haar kinderen de vrijheid om Roemenië te verlaten? Waarom betekende ‘een beter leven’ voor zoveel Roemenen een leven buiten Roemenië?”

Het is verleidelijk om te antwoorden, dat Roemenië een arm land is, maar de volgende vraag is dan: “Waarom is Roemenië niet rijk?” Als we een arme samenleving zien, kunnen we ons afvragen of hun armoede natuurlijk is. Misschien heeft God dat land, net als de uitgestrekte Sahara, niet gezegend met de gaven waar rijkdom vanaf hangt. Als we echter een land als Roemenië beschouwen, dan zien we vruchtbare hoogvlakten en valleien, groene weiden, rivieren vol vis, bergen rijk aan mineralen. We zien een land met grote natuurlijke rijkdom, met al het denkbare waarmee een liefdevolle God een volk zou kunnen zegenen.  Het probleem kan dus niet bij God liggen. Het moet derhalve wel bij de mens liggen. Als de mensen de boer een slaaf van de bankier hebben gemaakt, kunnen de mensen het probleem oplossen. Als een natie  in de schuld is komen te staan van buitenlandse mogendheden, kan ze haar eigen vrijheid hervinden. Ze kan werkelijk vrije markten tot stand brengen, en niet het kapitalistische schijnbeeld daarvan; ze kan werkelijk vrije mensen voort brengen, en niet de mythische ‘homo economicus’ of ‘homo sovieticus’; ze kan waarachtige burgers voortbrengen, die in echte families en echte steden leven gebaseerd op echte rijkdom, niet financiële rijkdom. En ze kan dit alles doen, als ze het echt wil. Er is niets dat een dergelijke natie in de weg staat, behalve zijzelf.  Wat weerhoudt Roemenië er dan van – en wel dermate dat zovelen menen het land te moeten verlaten om serveerster te worden in Italië of aardbeienplukker in Spanje?

“Als we een land als Roemenië beschouwen, zien we vruchtbare hoogvlakten en valleien, groene weiden, rivieren vol vis, bergen rijk aan mineralen.”

Staat u mij toe om te suggereren dat wat hier mankeert een Roemeense oplossing voor Roemeense problemen is. Eeuwenlang betekende Roemeen zijn, of ten minste, deel uitmaken van de Roemeense elite, dikwijls vooral naar buiten kijken en niet zozeer naar binnen. Nu moet ik hier bij voorbaat om uw verschoning bidden, aangezien ik me hier ver buiten mijn domein van expertise begeef om slechts wat terloopse en wellicht oppervlakkige observaties te debiteren over het Roemeense karakter, en ik hoop dat niemand zich beledigd zal voelen. Het komt me echter voor, misschien op basis van ontoereikend bewijsmateriaal, dat er een zekere aangeboren bescheidenheid is onder de Roemenen. Dit is wellicht het resultaat van eeuwen onder vreemde overheersing, toen eerbied voor buitenlanders een overlevingsvaardigheid was. En studerende op de Roemeense taal valt vanuit het gezichtspunt van een Engelstalige op, dat de Roemeense taal zwaar leunt op de lijdende vorm, de aanvoegende wijs en de wederkerende vorm.

Nu is bescheidenheid een deugd; er kan bijvoorbeeld niet werkelijk iets geleerd worden zonder eerbied voor de bronnen van kennis. Wanneer de overlevingsvaardigheid echter een filosofische gewoonte wordt, bestaat het gevaar dat men de gaven die men ontvangen heeft over het hoofd ziet door altijd te denken dat de gaven van anderen zoveel beter zijn. En zo komt het, of zo komt het mij tenminste voor, dat Roemenen maar al te vaak ideeën hebben gevolgd die niet goed hebben uitgepakt voor de Roemenen om de eenvoudige reden dat ze voor niemand goed uit hebben gepakt. Maar aangezien deze ideeën prestige hadden in buitenlandse hoofdsteden, kregen ze ook prestige onder Roemeense elites.

Laat me bij wijze van voorbeeld wijzen op een curieuze parallel. In de laatste dagen van het bewind van de tiran, liet Ceausescu zijn volk verhongeren om de buitenlandse schuld af te betalen. Kijk nu eens naar de situatie in Europa vandaag en we zien dat de oplossing die voor Griekenland wordt voorgesteld is dat ze haar volk zou moeten laten verhongeren om de buitenlandse schuld te kunnen betalen. Dat wil zeggen, wat het communisme bewerkstelligde met tanks en de Securitate, bewerkstelligt het financiële kapitalisme met schuldpapieren en bankiers.

Maar Ceausescu bereikte tenminste zijn doel; de nieuwe liberale regering ving aan zonder dat de staat ook maar een leu schuldig was aan wie dan ook. Ik ben hier niet om op welke manier dan ook de tiran te verdedigen, maar ik teken wel aan dat Ceausescu ten minste tot het inzicht kwam dat alle leningen van Washington een val waren en hij wilde de controle vanuit Moskou niet inruilen voor controle door Washington. Ceausescu besefte wat de Grieken nu pas leren: dat het verlies van de eigen munt het verlies van de eigen soevereiniteit betekent.

Maar onder het bewind van de nieuwe globalisten staat de buitenlandse schuld opnieuw op 33% van het BBP en groeit hard; al het lijden van de natie is voor niets geweest. Buitenlandse entiteiten hebben nu een ferme greep op de economie, Griekse, Oostenrijkse en Franse banken controleren meer dan de helft van de middelen van de banken van de natie, terwijl 60% van de schulden van de natie in buitenlandse valuta zijn. Het is waarschijnlijk zelfs waar dat Ceausescu in sommige opzichten meer onafhankelijkheid van Moskou had dan Basescu van Brussel. Het is bijvoorbeeld aan Basescu noch het Roemeense volk om de omvang van de Roemeense begroting te bepalen, dat wordt in een bureau in België gedaan.

Dit brengt ons ertoe een curieuze parallel op te merken tussen het universalisme van Marx en het globalisme van de kapitalisten. Voor beide betekenden plaats en cultuur niets; mondiaal kapitalisme kent, net als internationaal communisme, geen beperkingen en erkent geen grenzen. Is het niet op zijn plaats om te vragen of Brussel de basis is van een Vierde Internationale, met teksten geleverd door Goldman-Sachs, op een wijsje gespeeld op een kassa en begeleid door de onheilige drie-eenheid van de Wereldbank, het WTO en de ECB? Zoals de criticus van het marxisme Slavoj Zizek opmerkte, “Het socialisme faalde doordat het uiteindelijk een ondersoort van het kapitalisme was … Marx’ notie van de communistische samenleving is zelf de inherente kapitalistische fantasie.”

De parallellen tussen deze Vierde Internationale en haar grove voorlopers kunnen verbazingwekkend zijn. De communisten verzamelden bijvoorbeeld de productie in omvangrijke collectieven, conglomeraten die iedere concurrerende bron van productie en politieke macht uitsluiten, en concentreerden het effectieve eigendom in de handen van de bureaucraten. In de kapitalistische wereld wordt echter de productie verzameld in omvangrijke conglomeraten, collectieven die iedere concurrerende bron van productie en politieke macht uitsluiten, en het effectieve eigendom concentreren in de handen van bureaucraten. Als je een willekeurige ‘supermarkt’ in Amerika binnengaat, zul je een breed scala aan ‘concurrerende’ producten vinden. Maar als je de etiketten af pelt, zul je zien dat er in iedere sector slechts twee of drie conglomeraten zijn die als kartel de markt verdeeld hebben, waarmee je de illusie van concurrentie gegeven wordt, zonder de realiteit. Stalin zou stom verbaasd zijn over de mate van collectivisatie die men in het Westen bereikt heeft, als iets dat zijn wildste dromen te boven gaat.

De kapitalisten hebben laten zien dat ze efficiënter zijn in de keuze van middelen voor sociale controle. De communisten zouden bijvoorbeeld de geheime politie inzetten tegen de arbeiders. Maar de kapitalisten kunnen het een beter: zij zetten de arbeiders tegen de arbeiders in. Autoproducent Dacia die in Frans bezit is opende bijvoorbeeld recent een fabriek in Marokko, die werkgelegenheid weg zal nemen van de fabriek in het Roemeense Moveni. Jerome Olive, CEO van Automobile Dacia, stelde dat het bedrijf de concurrentie tussen de twee fabrieken wil “stimuleren”, zodat “de fabriek die de goedkoopste [auto’s] maakt, de meeste orders zal krijgen.” Ik vermoed dat dit een efficiëntere manier is om de arbeiders te onderdrukken en daarbij veel goedkoper dan het inhuren van politieagenten.

Posted on Leave a comment

Oosterse Orthodoxie, mensenrechten en Europese integratie

Recentelijk is een gezamenlijke leerstoel van de Vrije Universiteit en de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam voor Orthodoxie en Vredesopbouw in Europa ingesteld, met Alfons Brüning als bijzonder hoogleraar. Koos van der Tang interviewde hem voor Novini.

Wat is uw achtergrond? Ik ben een geboren Duitser, sinds 2005 werkzaam aan de Radboud Universiteit. Ik ben in Berlijn gepromoveerd als kerkhistoricus en heb voordat ik naar Nijmegen kwam twee jaar aan de Universiteit van Münster gewerkt. De laatste jaren ben ik mij qua onderzoek meer gaan begeven op het vlak van religious studies. Wat mij bijzonder interesseert is het grensgebied, de scheidslijnen en ontmoetingen tussen het Latijns en Oosters christendom. Specifiek heb ik mij gericht op de kerken van Oekraïne, Wit-Rusland, Litouwen en Rusland. Maar dit gaat zich nu met de leerstoel uitbreiden naar alle relevante kerken. Mijn onderwijs binnen de minor Oosters Christendom omvat de spiritualiteit en de kerk in de periode van Paulus tot de laatste paus. Deze minor kan rekenen op een tiental studenten waarvan het voor de meesten een inleiding is tot een wereld die voor hen tot dan toe onbekend was.

Voor mij zijn niet alleen de historische ontwikkelingen maar vooral ook de reflectie op deze ontwikkelingen relevant gezien het feit dat culturele uitwisselingen een belangrijke rol speelt bij zowel het tot stand komen van vrede als van geweld tussen verschillende groeperingen. In WOII hebben we hiervan verschillende gezien tussen nationale en religieuze groeperingen. De vraag rijst wanneer resulteren deze ‘cultural encounters’ nu in vrede en wanneer leiden ze tot conflicten? En verder, wat is de rol van kerken en dan met name kerkleiders hierin. Onder welke voorwaarden spelen ze een positieve dan wel negatieve rol met betrekking tot het komen tot vreedzame oplossingen van onderlinge verschillen.

Waarom komen de stichting Instituut voor Oosters Christendom, de stichting VredesWetenschappen met deze leerstoel? Met de toetreding van landen als Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie in 2007 zijn miljoenen oosters-orthodoxe christenen onderdeel geworden van de europese integratie. In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat er een bepaalde spanning bestaat tussen de opvattingen van oosters-orthodoxe kerken en de Europese integratie van grondgebied. Met deze leerstoel wordt beoogd meer inzicht te krijgen in dit proces. Hoe zit het bijvoorbeeld met de identificatie van kerken en de nationale geschiedenis, denk hierbij aan de conflicten tussen de Bosniakken en Serven. In de periode dat dit conflict speelde is er onderzoek gedaan naar de rol van kerken en kerkleiders. De oosters-orthodoxe kerken vormen geen monolithisch blok maar zijn losser georganiseerd en veelkleuriger dan de Rooms Katholieke Kerk. Waarom doen ze aan vrede en wanneer aan conflict, wat zijn hun belangen en leidende motieven? Die vragen verdienen nader onderzoek.

Wat zijn de wensen en doelen wat u betreft en wat gaat er concreet gebeuren? Het komende halfjaar ga ik uitzoeken welke mensen in de universitaire wereld zich bezighouden met de verhouding tussen het orthodox christendom en de mensenrechten, de orthodoxe kerk in Roemenië, de orthodoxe kerk in Griekenland en de onderzoekers in Moskou die de ontwikkelingen van het patriarchaat aldaar onder de loep nemen. Om dit concreet vorm te geven zullen ook congressen georganiseerd gaan worden om de uitwisseling van kennis op dit terrein te faciliteren. Het doel van deze leerstoel is de Oosters Orthodoxe kerk en de conceptie van mensenrechten nader te onderzoeken.

De kritiek op de mensenrechten zoals geformuleerd door Abraham Kuyper lijkt op een aantal punten zeer sterk op kritiekpunten van oosters-orthodoxe leiders nu.

Wat is de relevantie van dit onderzoeksgebied? De Verklaring van Universele Rechten van de Mens is veel en soms zelfs in zijn geheel bekritiseerd door bepaalde kerkleiders. Het beeld wat bij deze mensen leeft is dat de mensenrechten voortkomen uit de radicale ideeën van de Verlichting uit West-Europa en dat is iets wat in Rusland zo niet heeft plaatsgevonden. Vanwege deze principiële maar ook andere specifieke punten verklaren veel kerkleiders de mensenrechten dan ook als ‘voor ons niet van toepassing’. In augustus 2008 formuleerde de Russisch-Orthodoxe Kerk haar eigen ‘leer van de Russisch-Orthodoxe Kerk over vrijheid, waardigheid en de rechten van de mens’. Dat klinkt anders dan maar is niet perse strijdig met westerse idealen. Het probleem wat zij hebben met de mensenrechten zit niet zozeer in de tegenstelling oost en west maar in de religieuze (katholiek, orthodox, protestants) versus de seculiere benadering. Volgens vele orthodoxen is het proces van aanvaarding van de mensenrechten gekenmerkt door de Franse Revolutie, welke zij beoordelen als antiklerikaal en dus verdacht, de Onafhankelijkheidsverklaring van Amerika, die zij zien als voornamelijk gebaseerd op een protestants idee, en de uiteindelijke universele verklaring door de Verenigde Naties die als voornamelijk westers en seculier beschouwd wordt.

Desondanks zijn de westerse kerken door een lang proces over het algemeen gekomen tot aanvaarding dan wel een steunende houding ten opzichte van de mensenrechten. Overigens, de kritiek op de mensenrechten zoals geformuleerd door bijvoorbeeld Abraham Kuyper lijkt op een aantal punten zeer sterk op kritiekpunten van oosters-orthodoxe leiders nu. In het stuk uit 2008 vraagt de Russisch orthodoxe kerk zich bijvoorbeeld af over welke vrijheid en welke rechten het moet gaan en vooral: waarop deze dan gefundeerd zijn, op het geschapen zijn door God of op een individualistische toepassing van een gelijkheidsbeginsel als zijnde een filosofische natuurwet. Maar ook, als er rechten zijn moeten daar plichten tegenover staan en waardoor wordt de vrijheid dan beperkt? Door het territorium van anderen of zijn er ook nog Goddelijke geboden? Zo ja hebben die dan nog enige betekenis voor de seculiere wetgeving? Sommigen argumenteren dan dat dit onmogelijk is gezien de verschillen tussen religies, wat de een vindt geldt mogelijk niet voor de ander. Anderen zijn van mening dat de seculiere democratie is gebaseerd op culturele verworvenheden en een bepaalde verdeling van macht en een discussiecultuur kent die haar oorsprong heeft in de christelijke opvoeding. Orthodoxen stellen dus de vraag naar de aard van de vrijheid, gaat het over autonoom beslissingen nemen of gaat het over vrij zijn van de zonde? Met andere woorden is het vrijheid voor iets, zelfstandig morele beslissingen nemen, of is het vrijheid van iets, het kwaad of de zonde.

Complicerende factor hierbij is dat het begrip ‘zonde’ in den brede niet veel bekendheid geniet omdat het een lastig begrip is voor een seculier persoon, want het heeft voor deze persoon geen betekenis. Veelal is men ook niet meer bekend met de herkomst, het is niet legalistisch dus het heeft geen duidelijke plaats in het discours. Orthodoxen vertrekken echter voor hun mens- opvatting vanuit de natuur van de mens en beschouwen de zonde niet zozeer als schuld en misdrijf maar als geestelijke ziekte waarvan men genezen dient te worden. Overigens kennen oosters-orthodoxe christenen het begrip erfzonde niet, hebben zij een wat positiever mensbeeld en zijn zij gericht op het vinden van genade voor de dood, iets waar de seculiere mens volgens hen de ogen voor sluit. De waardigheid van de mens sneeuwt onder door passies en verslavingen zoals bijvoorbeeld bij Hitler en Stalin die bepaald geen waardige en naar Gods evenbeeld levende mensen waren. De menselijke waardigheid zichtbaar maken vereist namelijk een bepaalde levenswijze. Opvattingen over hoe dat dan precies eruit moet zien kunnen schuren met de mensenrechten of met de opvattingen van seculieren die in een staat leven waar de oosters-orthodoxe kerk veel invloed heeft en in een aantal landen bijvoorbeeld ook veel zendtijd heeft op televisie. Dit leidt tot een tegenstelling die naar mijn idee allesbehalve noodzakelijk is. Bepaalde NGO’s bekritiseren dat laatste als een ‘clericalisering’ van de maatschappij waaraan zij niets menen te hebben. De geestelijkheid is echter ook op internet zeer aanwezig en presenteert zich veelvuldig in de media om te lobbyen voor hun standpunten om zo het overheidsbeleid te beïnvloeden.

Ondanks de verscheidenheid wordt vaak gesproken over het patriarchaat van Moskou als toon-aangevend. Wat zijn de onderlinge verhoudingen tussen de oosters-orthodoxe kerken? De kerken van Bulgarije, Roemenië, Servië, het oosten van Polen en dergelijke nemen een geïnteresseerd luisterende houding aan maar niet kritiekloos. Er is sprake van een theologische concurrentie tussen bijvoorbeeld theologen uit Griekenland en Rusland. Aanspraak op de leidende rol door Moskou gezien het grootste aantal leden wordt niet altijd positief ontvangen, men benadrukt graag de eigenheid en zelfstandigheid. Dit laatste geldt zeker voor de Roemeens-Orthodoxe Kerk die op Europees vlak een actieve rol vervult. De Roemeense patriarch kan vrij zeggen dat hij wat positiever staat tegenover de mensenrechten, toch probeert het patriarchaat in Moskou hier ietwat invloed op uit te oefenen.

De nationale patriarchen kennen sinds het eind van de 19e eeuw een onafhankelijke jurisdictie met als leidend idee het nationaal orthodox christendom. De kerkleiders komen regelmatig bijeen maar kennen geen paus-bisschop verhouding. Moskou het derde Rome noemen is dan ook geen politieke constructie maar puur theologisch en echatologisch, Rome was ook niet het centrum van de macht maar van de geestelijk christelijke wereld. Na de oorlog in de Krim werd Moskou nogal eens het derde Rome genoemd maar dat is tegenwoordig niet echt een issue meer. De patriarch spreekt echter nog wel over een bepaald ‘canoniek territorium’ van de Russische kerk (min of meer het territorium van de voormalige Sovjet-Unie) maar dan als zijnde een gebied waar zich historisch gezien een bepaalde vorm van christendom heeft ontwikkeld. Geopolitieke aanspraken spelen zijdelings wel een rol.

Veel kerkleiders hebben, met name in Roemenië, samengewerkt met de staat en hebben dus een diffuse rol gespeeld.

Wat is de visie van de oosters-orthodoxe kerk op de relatie tussen Rusland en Europa? Geopolitiek heeft men op een zeker moment het onderscheid gemaakt tussen Rusland, Europa en Islam. De conclusie was toen dat Rusland een aparte cultuur is, het idee van het derde Rome is erbij getrokken omdat het zo uitkwam niet omdat het zo bedoeld was. Wat dat betreft denken kerkleiders meer in verschillende werelddelen en civilisaties en dus niet alleen politiek, dit zorgt wel voor spanningen. Bijvoorbeeld in Moldavië dat in een omstreden grensgebied met Rusland de republiek Transnistrië kent. In dit gebied zijn zowel de Roemeens-Orthodoxe als de Russisch-Orthodoxe Kerk gevestigd. De patriarch van Rusland hield een toespraak waarin hij het gebied rekent tot de invloedsfeer van de Russisch-Orthodoxen, niet om hiermee de zelfstandigheid van de staat Moldavië te bestrijden maar wel om aan te geven dat de russischtalige mensen in Moldavië in principe onder de invloedssfeer van de Russisch-Orthodoxe Kerk vallen. Sommige mensen in Moldavië vinden vervolgens dat deze patriarch er niets te zoeken heeft en daar kunnen dan weer conflicten over ontstaan hoewel die doorgaans minder scherp zijn dan het lijkt.

Er zijn dus verschillen tussen de visie ten opzichte van Europa en daarmee ook tussen de maatschappelijke betekenis die de nationaal orthodox-christelijke kerken hebben? Inderdaad, neem Griekenland, Roemenie en Oekraïne. Griekenland is al sinds 1981 bij de EU en heeft sindsdien dus op het gebied van wetgeving een integratieproces doorlopen waarmee ook de invloed van de mensenrechten groter is dan in beide andere landen. Alle oosters-orthodoxe kerken hebben hun eigen vertegenwoordigers in Brussel, zonder een overkoepelende organisatie. Wel bestaat er een overkoepelende organisatie van Europese kerken, de Conferentie van Europese kerken behalve de Rooms Katholieke. Griekenland is dus zonder communistische verleden al dertig jaar gericht op de EU, vergelijk dat dan met Roemenië dat pas in de 21e eeuw bij de EU kwam en tot en met 1989 geregeerd werd door het dictatoriale bewind van Ceaucescu.

Veel kerkleiders hebben, met name in Roemenië, samengewerkt met de staat en hebben dus een diffuse rol gespeeld. Van pure onderdrukking van de kerken was wel vaak sprake maar niet overal. Tijdelijke samenwerking was min of meer de tendens. Van de kant van de staat betekende het geven van een reguliere structuur en functie aan de kerk vooral een middel van controle. Dit betekende niet dat priesters ook voor de geheime dienst werkten maar dat de kerk als zodanig wel onder leiding van de staat stond. Dit maakt het lastig waardoor een simpel zwart-wit slachtoffer-en-misdadigerverdeling geen rechtvaardigingsgrond heeft. Dit verleden speelt de Roemeens-Orthodoxe Kerk echter nog steeds parten, men weet niet goed hoe men er mee moet omgaan. Veel huidige kerkleiders hebben in hun jonge jaren onder censuur en observatie van al dan niet in de openbaarheid opererende staatsagenten hun opleiding genoten en dit maakt hen verdacht in de ogen van de gewone gelovigen. Men is dan ook nu nog huiverig voor elke vorm van samenwerking met de staat en de kerk is in algemene zin gesloten met betrekking tot deze problematiek. Bepaalde mensenrechtenorganisaties dringen aan op openbaarmaking van wie welke rol heeft gespeeld in de communistische periode en of zij dan moreel gezien wel het recht hebben om momenteel kerkleider te zijn. Mij zijn geen gevallen bekend van ontslag op basis van het verleden, veel priesters zijn dan ook van de nieuwe generatie en hogere kerkleiders blijven doorgaans hooggehouden, toch bestaat hierover binnen de kerk nog een bepaalde onzekerheid.

Wat maakt de kerkelijke situatie in Oekraïne anders dan in de andere landen? Oekraïne, ook een voormalig sovjetland kent een gedeelde Orthodoxe kerk. De Oekraïense Grieks-Katholieke Kerk die onder de jurisdictie van de paus valt maar de liturgie volgens de byzantijnse stijl viert en drie takken van de Orthodoxe kerk. Deze tweedeling ontstond begin jaren ’90 toen een bisschop zich afscheidde van het patriarchaat van Kiev waar vervolgens veel uit ballingschap terugkerende Oekraïners uit de Verenigde Staten zich bij aansloten. De verdeeldheid van de orthodoxe kerk in Oekraïne doet de kerk in de ogen van veel gelovigen krediet verliezen waardoor het beïnvloeden van het maatschappelijke debat een lastige klus is vergeleken met de kerken van Griekenland en Roemenië die wel een eenheid vormen. Opmerkelijk is verder dat sinds 2010 de machthebbers in Oekraïne bezig zijn invloed uit te oefenen op de Grieks-Katholieken omdat zij meer westerse neigingen vertonen en minder op het Russische denken gericht zijn. Hierbij worden stevige termen als nationalisme en fascisme gebruikt om hen zwart te maken terwijl het inhoudelijk nergens op gebaseerd is. Door deze spanningen zijn er wel grote verschillen merkbaar tussen wat kerkleiders in een gesprek onder vier ogen zeggen en wat zij in een openbare bijeenkomst te berde brengen en treden zij ook niet gezamenlijk op in het openbaar terwijl men elkaar achter de schermen wel regelmatig ontmoet.

Orthodoxe kerken onderling komen weinig tot elkaar om tot afstemming of een gezamenlijk geluid te komen.

Wat is de verhouding tussen de orthodoxe kerken en de protestantse? Zowel orthodoxen als protestanten hebben de Europese ‘Charta Oecumenica’ ondertekend en zijn met elkaar in gesprek via de Conferentie van Europese kerken. De relaties tussen de kerken zijn momenteel onderwerp van onderzoek want de structuren en invloedssferen zijn niet duidelijk. Bekend is dat er veel bilaterale consultaties zijn tussen de Russisch-Orthodoxe Kerk en de Katholieke Kerk in Duitsland, de protestantse kerk in Finland en hun Russische buren, enzovoorts. Orthodoxe kerken onderling komen echter weinig tot elkaar om tot afstemming of een gezamenlijk geluid te komen. Griekse en Armeense priesters gaan bijvoorbeeld niet samen iets overleggen of bezoeken afleggen, zij zijn vooral bezig met zichzelf. Geen concurrentie maar wel afstand, tegelijkertijd probeert men wel banden met kerken in de diaspora te versterken.

Wat kunt u zeggen over het karakter van geloven in de oosters-orthodoxe kerken? Allereerst bestaan er net als in West-Europa veel verschillen tussen individuele gelovigen, sommige zijn heel serieus bezig met de moraal en anderen leven er meer los van. In peilingen in Roemenië noemt bijvoorbeeld 80% zich orthodox, als er echter gevraagd wordt naar het kerkbezoek en Bijbellezen dan geldt dat 5% van de ondervraagden dat tenminste twee keer per maand doet. Tegelijkertijd is trouwen en kinderen dopen nog wel bij de overgrote meerderheid in gebruik vanwege de schoonheid en traditie. Orthodoxen geven in het algemeen minder om theorie, het moment van ervaring is zeer belangrijk. Ook hier ligt echter een verschil: een protestant die van ervaring spreekt doelt daarmee op zijn ervaring van de ontmoeting met God, een orthodoxe bedoelt de liturgie, de gezangen en de ontmoeting met een icoon. Het zijn dus andere ervaringen die een orthodoxe gelovige bindt aan de kerk. Ook wordt veel belang gehecht aan praten over de invloed die het heeft op je dagelijks leven maar op een minder praktische wijze dan protestanten dat doen. Waar bij protestanten de verhouding tot de medemens een meer centrale plaats heeft, heeft de oosters-orthodoxe het meer over devotie, vroomheid en religiositeit. Bovendien is een soort eschatologisch bewustzijn sterk aanwezig, met andere woorden, men denkt meer dan in het Westen over het laatste oordeel en de eigen dood die men vreest in zonde te ontmoeten.

Wat is de maatschappelijke status van het lid zijn van de orthodoxe kerk? Bepaalde studies zeggen dat het in Griekenland een rol speelt of je orthodox bent of niet. In Roemenië wordt er echter weer weinig belang aan gehecht. Wat Rusland betreft is er geen systematisch onderzoek naar gedaan maar het lijkt alsof bij verkiezingen een succesvol kandidaat religieus of zelfs orthodox moet zijn. In de voormalig communistische landen kan het voorkomen dat bedrijven die op zoek zijn naar werknemers wel kijken of men religieus is in algemene zin omdat men aanneemt dat iemand met een religieuze achtergrond betrouwbaarder is. In West-Europa spelen dat soort zaken geen rol meer, of je nu vier keer getrouwd bent is bijvoorbeeld niet van belang terwijl dat in Oost-Europese landen veel minder gewaardeerd wordt. Verder wordt van mensen die een openbare functie vervullen veelal verwacht dat ze religieus en het liefst orthodox zijn met het oog op het hooghouden van een bepaald nationaal besef.

Afrondend, welke rol ziet u voor uzelf, wat zijn uw doelen? Begonnen met de invalshoek theologie en mensen-rechten hebben wij zowel theorie als praktijk besproken. De positie ten aanzien van de mensenrechten zal veranderen, maar langzaam. Momenteel zijn de meeste westerse christelijke kerken voorstanders van de mensenrechten en zijn vele christenen actief binnen mensenrechtenorganisaties. Dat laatste geldt ook voor individuele Orthodoxe gelovigen maar samenwerking op publiek niveau bestaat gewoon niet. Dat is eigenlijk jammer, met name in een land als Rusland waar nog steeds veel zaken beter kunnen zou het goed zijn de kerk als bondgenoot te hebben. Ik heb geen illusies dat ik de patriarch binnenkort daarvan kan overtuigen, wel wil ik proberen hindernissen weg te werken. Hoe dit precies vorm-gegeven gaat worden is nog lastig te zeggen, we zijn nu bezig de contacten te verstevigen en uit te breiden om een beeld te kunnen vormen van waar het terrein nog braak ligt en verder onderzoek nodig is.

prof. dr. Alfons Brüning
Alfons Brüning (1967) is kerkhistoricus met een focus op Orthodoxe kerken in Oost-Europa, met name die van Rusland, Oekraïne en Roemenië. Na zijn promotie in Berlijn was hij tussen 2003 en 2005 wetenschappelijk medewerker aan de leerstoel Oecumene en Vredesonderzoek van de Universiteit Münster in Duitsland. Sinds 2005 is hij wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Oosters Christendom (IvOC) aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In zijn onderzoek gaat hij zich onder meer richten op vredes- en conflictvraagstukken langs de grens tussen Westers en Oosters Christendom en de verhouding tussen de seculiere westerse en de religieuze oosters-christelijke benadering van
mensenrechten.