Posted on

Rusland vergemakkelijkt verstrekking paspoort aan inwoners Donbass

De Russische president Poetin heeft een presidentieel decreet getekend waardoor inwoners van de Donbass gemakkelijker een Russisch paspoort kunnen krijgen. Dat kwam hem op een sterke veroordeling vanuit Oekraïne en de VS te staan. Een dag na de uitvaardiging van het decreet nam de Verchnova Rada een reeds lang besproken voorstel voor een ingrijpende nieuwe taalwet aan, die niet-Oekraïense talen verder uitbant.

Sprekend voor de Raad van Wetgevers (een gremium bestaande uit de voorzitters van de Doema en de Federatieraad en hun plaatsvervangers, alsmede de voorzitters van verschillende commissies in beide kamers van het parlement en de voorzitters van de parlementen van de deelgebieden van de federatie) lichtte president Poetin zijn decreet waardoor inwoners van de Donbass gemakkelijker de Russische nationaliteit kunnen ontvangen toe.

“In principe hebben wij geen behoefte om problemen te creëren voor de nieuwe Oekraïense macht. Maar om een situatie te tolereren waarin mensen die leven op het territorium van deze Donetsk- en Loeganskrepublieken hun burgerrechten volledig ontnomen worden, dit gaat de grenzen al te buiten in termen van mensenrechten. Ze mogen niet normaal heen en weer bewegen, ze mogen niet in hun meest elementaire behoeftes voorzien. Dit is een zuiver humanitair vraagstuk.”

Het verwijzen naar humanitaire gronden voor de versimpeling is niet uit de lucht gegrepen. Dat de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk niet worden erkend betekent dat veel inwoners van het gebied geen internationaal paspoort meer hebben. Als ze al een Oekraïens internationaal paspoort hadden aan het begin van het conflict kan deze zijn verlopen of kwijtgeraakt in de oorlog. Sommigen kunnen mogelijk het territorium van Oekraïne niet meer in vanwege mogelijke represailles. Paspoorten kunnen om die redenen niet opnieuw worden aangevraagd. Wel hebben de twee niet-erkende landen hun eigen paspoorten uitgegeven. Die worden echter alleen in Rusland geaccepteerd.

Paspoorten niet uitgedeeld, maar aan te vragen

Het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken legt in een verklaring uit dat de regeling vooral bedoeld is voor personen die permanent wonen op het territorium van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk (DNR en LNR). Hierbij hoeft de aanvrager geen afstand te doen van zijn Oekraïense nationaliteit, mocht hij deze nog bezitten. In de verklaring is sprake van het accepteren van verzoeken van personen in de bovenstaande categorie langs ambtelijke weg vanuit de LNR en de DNR. De verzoeken zullen vervolgens worden beoordeeld in het Russische Rostov Oblast. Binnen drie maanden moet er een antwoord volgen, waarna het paspoort zal moeten worden opgehaald in Rusland. Mogelijk zal het ophalen aan de grens zelf kunnen.

Dat paspoorten worden ‘uitgedeeld’, zoals de Volkskrant beweert, is op basis van informatie die nu bekend is onjuist. Ook is er geen sprake van dat Rusland de nationaliteit van inwoners van de Donbass verandert zoals de scheidende Oekraïense president Porosjenko beweert. Inwoners moeten zelf de aanvraag indienen en worden niet gevraagd de Oekraïense nationaliteit op te geven.

Nieuwe president

Het presidentiële decreet komt slechts drie dagen na de Oekraïense presidentsverkiezingen waarin Zelensky met een overgrote meerderheid van de stemmen heeft gewonnen. De toekomstige president van Oekraïne heeft te kennen gegeven met Rusland (maar niet met de DNR en LNR) te willen onderhandelen over het stoppen van de oorlog in Donbass. Zelensky stelde daarnaast een ‘informatie-oorlog’ te willen starten om de oorlog in Oekraïne te beëindigen. Hij nodigde journalisten en bloggers uit hem te helpen.

Nauw contact met oligarch Kolomoisky

Zelensky wordt ervan verdacht de kandidaat te zijn voor de oligarch Kolomoisky. In de afgelopen paar weken is meer duidelijk geworden over de verhouding tussen Kolomoisky en Zelensky. Onder andere is gebleken dat de acteur die in dienst was bij het TV-kanaal 1+1 van Kolomoisky en tijdens de campagne stelde geen contact met Kolomoisky te onderhouden, de oligarch de afgelopen jaren 14 keer heeft bezocht in Geneve en Tel Aviv. Daarnaast zou de zender van Kolomoisky veel aandacht besteed hebben aan de kandidatuur van Zelensky en zouden ze dezelfde advocaat hebben.

Kolomoisky is mogelijk de machtigste oligarch van Oekraïne. De eigenaar van PrivatBank is er vandoor gegaan met de tegoeden van veel inwoners van de Krim. Daarnaast is Kolomoisky betrokken bij een omvangrijk fraudeschandaal. Verder is de oligarch bekend om zijn financiële steun aan een reeks ultranationalistische gewapende groeperingen die tegen de separatisten in Oost-Oekraïne vechten.

Oekraïense reacties

De Oekraïense minister van Defensie Oleksandr Toertsjynov stelde: “Poetin creëert de wettelijke voorwaarden voor het officieel gebruik van de strijdkrachten van de Russische Federatie tegen Oekraïne. (…) Dit omdat de Russische wetgeving het toelaat haar strijdkrachten in te zetten om Russische burgers te beschermen buiten de Russische grenzen.” Toertsjynov voegt eraan toe dat de enige reactie hierop het versterken van de defensiecapaciteiten en het invoeren van strengere sancties is.

De permanente vertegenwoordiger van Oekraïne naar de VN, Volodimir Jeltsjenkov, meldde op twitter:

“Opgedragen door Petro Porosjenko, heb ik al een beroep gedaan op de VN Veiligheidsraad. Deze onbeschaamde stap is in tegenspraak met de Minsk-akkoorden die zijn goedgekeurd door de Veiligheidsraad.”

Ook de VS hebben fel gereageerd. In een verklaring schreef het State Department: “De VS veroordeelt de beslissing (…) door Poetin om versneld Russisch burgerschap te verlenen aan Oekraïners die leven in het door Rusland gecontroleerde deel van Oost-Oekraïne. Rusland, via deze hoogst provocatieve actie, intensiveert zijn aanval op Oekraïnes soevereiniteit en haar territoriale onafhankelijkheid.”

Nieuwe Oekraïense taalwet

De dag na het Russische presidentiele decreet nam de Verchnova Rada, het Oekraïense parlement, de wet ‘Over de Oekraïense taal’ aan. Een wet die 7 maanden geleden al besproken werd. De wet stelt dat de officiële taal van Oekraïne Oekraïens wordt. Voor veel functies wordt het daarom verplicht om de taal te spreken. In alle educatieve instellingen moeten lessen worden gegeven in het Oekraïens. In gebieden waar minderheidstalen worden gesproken (bijvoorbeeld Hongaars of Russisch) wordt de balans geregeld via de wet ‘Over de nationale minderheden’.

TV-uitzendingen moeten in het Oekraïens zijn, indien het buitenlandse programma’s zijn moeten ze worden overgesproken in het Oekraïens. Gasten die geen Oekraïens spreken moet het kanaal vertalen. In de gedrukte media moeten 50% van de boeken en tijdschriften die worden aangeboden in het Oekraïens zijn. Geprinte media mogen worden gedrukt in andere talen, maar verplicht is dat er ook in het Oekraïens wordt gedrukt. Verslag van sportevenementen moet in het Oekraïens. De wet wordt gehandhaafd met boetes die dezelfde orde van grote hebben als een gemiddeld maandsalaris. Ook wordt het voor Oekraïners verplicht de Oekraïense taal te spreken.

Videobijschrift: Nadat bekend wordt dat de Verchnova Rada de wet ‘Over Oekraïense taal’ heeft aangenomen, scandeert een groep demonstranten ‘Goed gedaan!’ en de (inmiddels ingeburgerde, maar van Nazi-collaborateurs afkomstige) groet schreeuwende: “Eer aan Oekraïne! Eer aan de helden!”) Waarna de groep het Oekraïense volkslied inzet.

‘200 000 ton aan diplomatie’

Bijna tegelijkertijd met het bekend maken van het decreet bleek dat de Amerikaanse ambassadeur in Rusland, Jon Huntsman was afgereisd naar een vliegdekschip in de Middellandse Zee. Voor het eerst sinds 2016 zijn er in de Middellandse Zee twee Carrier Task Groups aanwezig, beide bestaande uit een vliegdekschip begeleid door andere marineschepen. Aan boord verklaarde Huntsman aan CNN:

“Als je 200 000 ton aan diplomatie hebt dat door de Middellandse Zee kruist – dat is wat ik diplomatie noem, dat is wat ik voorwaarts ingezette diplomatie noem – dan hoeft niets meer te worden gezegd. Je hebt alle zelfvertrouwen dat je nodig hebt om aan tafel te zitten en te proberen oplossingen te vinden voor de problemen die ons nu al vele jaren verdelen.”

Inmiddels is bekend geworden dat Rusland een onderzeeër van de Zwarte Zeevloot door de Bosporus heeft laten varen. Het Verdrag van Montreux staat het varen van onderzeeërs door de straat alleen toe indien de onderzeeër wordt gerepareerd. De Stary Oskol, die in dienst is genomen in 2015, zou inderdaad op weg zijn naar reparatie. Dergelijke transits door de Bosporus zijn zeer zeldzaam. Toch is dit nu de tweede onderzeeër die doorvaart binnen 40 dagen.

Oekraïne zegt verdrag op

Vlak voor het uitvaardigen van het decreet door Poetin zegde Oekraïne een verdrag op dat haar verplicht geheime uitvindingen uit de Sovjet-tijd daadwerkelijk geheim te houden.

Uitgifte Russische paspoorten in het verleden

Het is niet de eerste keer dat Rusland paspoorten verstrekt aan mensen buiten de Russische Federatie. Een vergelijkbaar scenario speelde zich af in Zuid-Ossetië en Abchazië, twee niet-erkende landen die zich af hebben gescheiden van Georgië. Nadat toenmalig president Saakasjvili bekend maakte geen pensioenen en andere sociale zekerheid meer uit te betalen aan de burgers van Abchazië en Zuid-Ossetië, begon Rusland met het uitgeven van Russische paspoorten. Op die manier werd het voor inwoners van de niet-erkende landen makkelijker om een pensioen te ontvangen, zij het via de Russische Federatie.

Het Russische burgerschap van een groot aantal Abchazen en Zuid-Osseten en het willen beschermen van haar burgers in het buitenland, was een bijkomend argument voor Rusland om Zuid-Ossetië bij te staan toen er oorlog uitbrak met Georgië.

De Russische Federatie is overigens niet het enige land in de wereld dat buitenlanders (onder voorwaarden) in staat stelt het staatsburgerschap te verwerven. Ook Israël, Duitsland, Griekenland en Hongarije hebben bijvoorbeeld dergelijk beleid.

Posted on

Oekraïne en Hongarije in de clinch over taalwet

Een wet die de Oekraïense taal verplicht stelt in Oekraïense scholen leidt tot spanningen tussen Oekraïne en Hongarije. De wet regelt dat, naast de Russische, ook de Hongaarse minderheid onderwijs in het Oekraïens moet volgen in plaats van in hun moedertaal. Er wordt openlijk gesproken over het opleggen van een inreisverbod voor Oekraïne voor de Hongaarse minister die zich met het dossier moet bezighouden. Ook is er sprake van het stationeren van een extra bataljon militairen nabij de Hongaarse grens.

Het onderwerp van het geschil is een Oekraïense taalwet die eerder dit jaar is aangenomen. Waar het voor etnische minderheden voorheen mogelijk was onderwijs in eigen taal te ontvangen als tien procent van de lokale bevolking die taal sprak, is de drempel nu verhoogd naar 33% van de plaatselijke bevolking. Hoewel de moedertaal nog wel geleerd kan worden op school, worden vakken als wiskunde en geschiedenis gegeven in het Oekraïens.

Eind vorige maand heeft de Hongaarse minister voor Buitenlandse Zaken Peter Szijjarto in een interview verklaard:

“Volgens internationale regelgeving kunnen aan nationale minderheden geen rechten worden ontnomen die hen al zijn toegekend (…) In een vorige wet stond dat als een minderheid 10% van de bevolking uitmaakte van een regio, dat betekende dat die taal één van de officiële talen werd van het dorp, de stad, het district of de plaats waar de leden van de minderheid de meerderheid vormden van een lokale bevolking. (…) De nieuwe wetgeving verhoogt dat naar 33% van de bevolking. Natuurlijk zullen wij ons verzetten tegen zulke veranderingen.”

Oekraïne beschouwt dit als inmenging van Hongarije in de binnenlandse aangelegenheden van Oekraïne. Des te meer daar Hongarije bekend heeft gemaakt een ministerspost te zullen creëren die gewijd is aan de ontwikkeling van Transkarpatië, het Oekraïense gebied met een grote Hongaarse minderheid grenzend aan de Hongaarse grens. Er werd door Oekraïne bekend gemaakt dat de Hongaarse minister een inreisverbod kan krijgen voor Oekraïne indien geen uitleg zal worden gegeven aan Oekraïne over de situatie. Tevens kwam op dezelfde dag nieuws naar buiten over een gesprek tussen Oekraïense minister van Defensie Stepan Poltorak en de gouverneur van Transkarpatië over het mogelijk stationeren van een extra bataljon militairen in de provincie.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Oekraïne legde er de nadruk op dat de opmerkingen van de Hongaarse premier Viktor Orbán over de Europese integratie en NAVO-aspiraties van Oekraïne onacceptabel zijn omdat ze af zouden wijken van het beleid van de EU en zouden doen denken aan de benadering van een agressor. Hongarije heeft vanwege de kwestie reeds de totstandkoming van enkele gezamenlijke initiatieven van Oekraïne en de NAVO tegengewerkt en besloten de Europese integratie van Oekraïne voorlopig niet te ondersteunen.

Hongarije reageerde met een verklaring dat “Oekraïne faalde om vooruitgang te maken met het toetreden tot de EU en NAVO door haar eigen schuld (…) Hongarije heeft er niets mee te maken.” Verder reageerde de pas aangestelde Hongaarse afgevaardigde voor Transkarpatië op insinuaties over zijn functie vanuit Kiev met te zeggen: “Er is geen enkele grond voor beschuldigingen (van separatisme, red.). Er zijn geen verholen separatistische bedoelingen Het doel is slecht het ondersteunen van mensen die in Transkarpatië wonen ongeacht hun nationaliteit.”

De controversiële nieuwe taalwet is niet alleen door Hongarije, maar ook door Roemenië en Rusland bekritiseerd, alsmede door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa. Oekraïne stelt dat de wet bedoeld is om de kansen van de nationale minderheden te vergroten door ze Oekraïens te leren op school. Ook wil Oekraïne met de taalwet de invloed van Rusland op Oekraïne verminderen. Rusland beschouwt de taalwet als discriminerend. De parlementaire vergadering van de Raad van Europa nam een resolutie waarin onder andere gesteld wordt dat de wet “geen gepaste balans heeft tussen de officiële staatstaal en de talen van de nationale minderheden. (…) In het bijzonder betekent de wet een sterke beperking van de rechten als voorheen toegekend aan de ‘nationale minderheden’ aangaande hun eigen onderwijstaal.”

Oekraïne kent diverse grote etnische minderheden, doordat de Oekraïense staat relatief jong is en de grenzen tussen diverse staten in dit gebied historisch herhaaldelijk verlegd zijn. De Hongaarse minderheid in Oekraïne is vooral gevestigd in Transkarpatië, dat van 896 tot 1918 deel van Hongarije was.

Posted on

Moldavië gaat grens tussen Oekraïne en Transnistrië controleren

Oekraïne en Moldavië gaan in het vervolg gezamenlijk de grens met Transnistrië controleren. Hierdoor is Moldavië in staat te controleren welke goederen en personen de afvallige regio in gaan. Deze beslissing kan gevolgen hebben voor de 1500 Russische militairen die in Transnistrië zijn gestationeerd in het kader van een vredesmissie.

Transnistrië is een regio die zich in 1990 heeft afgescheiden van de rest van Moldavië. Sinds die tijd is er een groep Russische militairen gestationeerd in Transnistrië. Transnistrië, formeel de Pridnestrovische Moldavische Republiek (PMR) genaamd, wordt echter door geen enkel ander land ter wereld erkend. Transnistrië ligt tussen de rivier de Dnjestr en de Oekraïense grens. Bijgevolg zijn de enige toegangswegen via Oekraïne of Moldavië.

In maart heeft het Oekraïense parlement, de Verkhovna Rada, een overeenkomst geratificeerd die in 2017 door de Oekraïense premier Volodymyr Groysman is ondertekend. Hierin staat onder andere dat Oekraïne en Moldavië in het vervolg gezamenlijk de Oekraïense grensposten naar Transnistrië/Moldavië gaan bemannen. De route via Oekraïne is voor de economie van Transnistrië van groot belang.

In 2015 ontzegde Oekraïne Rusland reeds de toegang tot het gebied, waar zo’n 1500 Russische militairen gelegerd zijn. Sindsdien werd er gebruik gemaakt van een Moldavische luchthaven vanwaar de laatste etappe van de reis naar Transnistrië over de weg werd gemaakt. De Oekraïense regering wil dat Rusland zijn militairen terugtrekt uit Transnistrië, deze zijn daar echter gestationeerd in het kader van het onopgeloste conflict tussen de PMR-regering in Tiraspol en de Moldavische regering in Chisinau.

Transnistrië scheidde zich in 1990 af van Moldavië uit vrees voor het opkomende nationalisme, dat pleitte voor aansluiting bij Roemenië, invoering van het Latijnse in plaats van het cyrillische alfabet en de uitzetting van etnische minderheden zoals Russen en Oekraïners. Nadat de nationalisten in 1990 de Moldavische verkiezingen wonnen en opriepen tot het vormen van milities om gewapenderhand een onafhankelijkheidsreferendum in Gagaoezië (een overwegend door Gagoezen bewoonde regio in het zuiden van Moldavië) tegen te gaan, vormde men in Transnistrië, waar Russen en Oekraïners een groot deel van de bevolking vormen, eigen milities en riep de PMR de onafhankelijkheid uit. Uiteindelijk kwam het tot een gewapend conflict, aan het einde waarvan een gezamenlijke vredeshandhavingsmissie van Moldavië, Transnistrië en Rusland tot stand kwam. Rusland stuurt aan op de vorming van een Moldavische federatie, waarvan Transnistrië deel uitmaakt, maar het Westen oefent druk uit op Chisinau om hier niet in mee te gaan.

Posted on

Russische diplomaat: OVSE werkt eenzijdig en ziet misstanden in Westen over het hoofd

Uit Rusland klinkt kritiek op de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De Russische topdiplomaat Andrej Kelin verklaarde aan de vooravond van een bijeenkomst van de OVSE-ministerraad in Wenen, dat de OVSE en haar deelorganisaties eenzijdig werken, vooral de verhoudingen in het voormalige Oostblok bekritiseren en de ogen sluiten voor misstanden in het Westen. Kelin sprak van “deformaties” in de werkzaamheden van de OVSE, die door een hervorming verholpen zouden moeten worden.

Rusland is vooral verontrust over de manier waarop bepaalde deelorganisaties van de OVSE te werk gaan, stelde Kelin en noemde daarbij het Bureau voor Democratische Instituties en Mensenrechten (ODIHR), de Vertegenwoordiger voor Vrijheid van de Media alsmede de Hoge Commissaris voor Nationale Minderheden. “Ze concentreren zich in hun werkzaamheden hoofdzakelijk op landen ten oosten van Wenen.”

Kelin, die hoofd van de afdeling voor pan-Europese samenwerking van het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken is en van 2011 tot 2015 zelf ambassadeur bij de OVSE in Wenen was, noemt het bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat ODIHR 300 tot 400 waarnemers naar verkiezingen in post-Sovjet-staten stuurt, maar naar grotere verkiezingen in de EU slechts vier tot vijf deskundigen.

De Vertegenwoordiger voor Vrijheid van de Media merkt volgens Kelin de onderdrukking van journalisten in sommige staten helemaal niet op, terwijl hij deze in andere staten met een vergrootglas zoekt en dan op overdreven wijze presenteert.

“Van de Hoge Commissaris voor Nationale Minderheden verwachten wij permanent meer aandacht voor de schending van de rechten van de Russisch-talige bevolking in de Baltische staten en in Oekraïne”, zo stelde de diplomaat verder.

Posted on

Opinieonderzoek Rusland-kritisch instituut: Krim zou opnieuw voor Rusland kiezen

Sinds 2014 verbreiden westerse media en politici de officiële bewering, dat Rusland in maart 2014 de destijds tot Oekraïne behorende Krim geannexeerd zou hebben. Dit vormt sindsdien het fundament voor talrijke westerse sancties en beperkingen van het diplomatieke verkeer tussen Rusland en het Westen. Maar nu weerspreekt uitgerekend een door de Duitse Bondsdag opgericht onderzoeksinstituut de officiële westerse doctrine.

Het zogezegd onafhankelijke Zentrum für Osteuropa- und internationale Studien (ZOIS) werd door de Duitse Bondsdag in 2015 in het leven geroepen als reactie op het Oekraïne-conflict en opende in oktober 2016 zijn deuren. Volgens de officiële opdracht moet het instituut de “actuele politieke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen” in Oost-Europa onder de loep nemen.

Een onlangs gepubliceerd rapport op naam van prof. dr. Gwendolyn Sasse, directeur van het instituut, baart echter opzien. Het rapport is gebaseerd op representatief opinieonderzoek uit het voorjaar van 2017 onder zo’n 1800 inwoners van de Krim.

Wat voor westerse ‘experts’ echter frappant is, is dat het overgrote deel van de inwoners van de Krim zich kennelijk op geen enkele wijze door Rusland geannexeerd of overmeesterd voelt. Op de vraag of de Krim nu, als er weer een referendum zou zijn, net als in 2014 voor de vereniging met Rusland zouden stemmen, antwoordde 78,8 procent met Ja, slechts 2,4 procent gaf aan anders te zullen stemmen. 6,8 procent wou de vraag niet beantwoorden.

Daarnaast ziet 80 procent van de ondervraagden zichzelf als Russisch burger, slechts 3 procent als Oekraïner. 13,3 procent zei zichzelf als burger van de Krim te beschouwen, waaronder veel Tataren. Van de Tataren beschouwde zich overigens ook nog altijd 50 procent als Russen. Thuis spreekt meer dan 80 procent uitsluitend Russische, slechts 1 procent uitsluitend Oekraïens en 2 procent uitsluitend Tataars.

Slechts tien procent van de ondervraagden overweegt de Krim eventueel te verlaten – maar niet vanwege Russische dwang of heimwee naar de Oekraïne. Vooral jonge mensen willen naar andere delen van Rusland vertrekken, naar de Oekraïne willen er beduidend minder.

Bijna twee derde is tevreden met de economische situatie op de Krim. En evenveel zijn van mening dat de verschillende etnische groepen op de Krim vreedzaam samenleven.

Uit het onderzoek blijkt verder dat van alle instituten vooral president Vladimir Poetin en het Russische leger veel vertrouwen genieten op de Krim.

Posted on 1 Comment

Persvrijheid in Rusland – Vermoordt Poetin journalisten?

In het Westen wordt algemeen aangenomen dat de Russische pers ‘niet vrij’ is. Klopt dat beeld? Vermoordt het Kremlin journalisten? Staatsuniversiteit Moskou: “Buitenlandpolitiek Westen bepaalt visie op onze media.”

The World Press Freedom Index. Jaarlijks worden leden van de pers overal ter wereld getrakteerd op een rangschikking van landen naar de mate van persvrijheid. Villamedia, het huisorgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), deelde begin dit jaar een poster uit van de index aan haar abonnees. Op de poster een afbeelding van de wereldkaart, met elk land aangegeven in een aparte kleur. In het oog springt vooral Rusland, dat gemarkeerd staat in alarmerend rood, en dat vanwege zijn enorme landmassa, ook meteen het meeste rood op de poster in beslag neemt.
‘Rood’ betekent ‘slecht’, zo leert de begeleidende legenda. Er is slechts een handjevol landen waar het nog slechter is gesteld met de vrijheid van de pers, waaronder China, Saoedi-Arabië en Libië. Deze landen staan in het zwart aangegeven.
Ieder jaar publiceert het in Parijs gevestigde Reporters Sans Frontières haar World Press Freedom Index, die de mate van persvrijheid aangeeft per land in het daaraan voorafgaande jaar. In de laatste editie staat Rusland op de 148ste plaats, ver beneden andere westerse landen, en zelfs nog onder Arabische Golfstaten als Koeweit (104), de Verenigde Arabische Emiraten (119) en Qatar (123).

Is het werkelijk zo slecht gesteld met de Russische media? Ondanks alle gruwelverhalen over arrestaties, censuur, propaganda en moorden lijkt het toch nog niet geheel gedaan met de persvrijheid. Kennelijk is het mogelijk voor kranten de president af te beelden als hond; het Russische leger ervan te beschuldigen MH17 neer te hebben gehaald; de president in verband te brengen met witwaspraktijken; Russen uit te maken voor ‘rode fascist’; de Russische minderheid in Oost-Oekraïne uit te maken voor ‘genetisch afval’; zich hardop te verkneukelen over gesneuvelde Russische soldaten in Syrië – en het geweld van het Oekraïense leger in Donbass te rechtvaardigen. Zonder nadelige consequenties. De betrokken journalisten en opinieleiders maken het goed. Ze zijn niet vermoord of gearresteerd. Ze worden niet geweerd van televisie – en de media waar ze hun uitingen deden, hebben geen verschijningsverbod opgelegd gekregen.

De lage positie van Rusland in de World Press Freedom Index van Reporters Sans Frontières staat echter niet op zichzelf. Het land staat ook zeer laag genoteerd in het jaarlijkse Freedom In The World Report van de ‘independent watchdog organization’ Freedom House. Die laatste organisatie houdt kantoor in New York en Washington, en werkt voor haar jaarlijkse persvrijheidsrapport nauw samen met de Nederlandse organisatie Free Press Unlimited.
Volgens Freedom House is de pers in Rusland ‘niet vrij’. Op een schaal van 0 (minst vrij) tot 100 (meest vrij) scoort Rusland niet meer dan 20; dus ver beneden andere westerse landen, op hetzelfde niveau als de Verenigde Arabische Emiraten, Vietnam en Gambia en zelfs slechter dan Turkije waar in 2016 81 journalisten achter slot en grendel zaten.

De doornsee krantenlezer of tv-kijker zal onmiddellijk aannemen dat het met Rusland werkelijk zo slecht gesteld is als de twee persvrijheidsindexen aangeven. Immers: berichten in de Westerse pers over de benarde positie van journalisten elders in de wereld gaan in pakweg 9 op de 10 gevallen over Rusland. Tel daarbij op het, ook in Nederland, wijdverbreide geloof dat Vladimir Poetin journalisten vermoordt.

Klopt dit beeld over de Russische pers? Ruimt Poetin kritische journalisten uit de weg? Zijn de media ‘niet vrij’, zoals Freedom House beweert?

Vermoorde journalisten

Zelfs Ruslands meest uitgesproken oppositiekrant Novaya Gazeta*, waarvan zes reporters zijn vermoord, denkt niet dat Poetin of het Kremlin iets te maken heeft met moorden op journalisten. Het enige waar zij hun overheid van beschuldigen is dat deze onvoldoende maatregelen treft ter bescherming van hun veiligheid.

In elk geval klopt er niets van de bewering dat Poetins greep naar de macht in 1999 het begin inluidde van een golf aanslagen op journalisten. Het omgekeerde is waar; het aantal moorden op journalisten is sindsdien scherp gedaald. De cijfers van het in New York gevestigde Committee To Protect Journalists geven duidelijk aan dat onder Poetins voorganger, Boris Jeltsin, de zaken er veel slechter voor stonden. In Ruslands roerige jaren negentig werden er ruim twee keer meer journalisten vermoord dan in de jaren dat Poetin het land regeerde als premier en president.
Vreemd genoeg werd er tijdens Jeltsins presidentschap weinig ophef gemaakt over de vele dodelijke aanslagen op het perskorps. Niemand die toen beweerde dat Jeltsin journalisten vermoordde.

Het afgelopen jaar (2016) zijn er geen Russische journalisten geliquideerd. Hoewel niet gerapporteerd door Committee To Protect Journalists ** werden er in 2016 wel twee Nederlandse journalisten vermoord: Jeroen Oerlemans in Libië en Martin Kok in eigen land. Niettemin eindigde Nederland op de 2e en 5e plaats van de ranglijsten.

Dus, als het aantal vermoorde journalisten niet heel erg bepalend is voor de weging van persvrijheid in een land, waarom staat Rusland dan zo laag?

Zwarte doos

Beide ranking-organisaties, Reporters Sans Frontières en Freedom House, stellen hun ranglijsten samen aan de hand van enquêtes (hier en hier). Deze worden ingevuld door ‘media experts, advocaten en sociologen’ (Reporters Sans Frontières) of ‘analisten, vooral externe adviseurs’ (Freedom House).
De vragen in de enquêtes gaan over factoren die bepalend zijn voor de vrijheid van journalisten, zoals (zelf-)censuur, concentratie van eigendom van mediabedrijven, pluriformiteit, redactionele onafhankelijkheid en het gemak waarmee straffen worden opgelegd vanwege smaad en laster. Hoewel de ranking-organisaties dus enige transparantie bieden over hun methodiek, doemt toch vooral het beeld op van een zwarte doos, waarin ruwe data onttrokken worden aan het oog van buitenstaanders. Zo verstrekken beide organisaties geen informatie over hoe de respondenten hebben geantwoord op de vragen. Aan het verzoek van de auteur van dit artikel de antwoorden geanonimiseerd vrij te geven (de gemiddelde score op elke vraag) werd geen gehoor gegeven.
Op verzoek was Reporters Sans Frontières nog wel bereid enige data te delen uit hun ‘kwantitatieve analyse’. Zo telde de organisatie vorig jaar 65 gevallen van agressie tegen journalisten, 67 arrestaties en vier journalisten die gevangen zaten. Freedom House meldt in haar rapport alleen het aantal ‘aanvallen op journalisten en bloggers’: 54. Dit cijfer baseert Freedom House op een telling van The Glasnost Defense Foundation.

Geweld, arrestaties en gevangenschap

Volgens Freedom House is geweld tegen journalisten in Rusland ‘heel gewoon’. En op het eerste gezicht, kijkend naar bovengenoemde cijfers (54 ‘aanvallen’ of 65 ‘gevallen van agressie’) lijkt daar weinig tegenin te brengen. Zeker in vergelijking met kampioen persvrijheid Nederland. In ons land telde Reporters Sans Frontières in 2016 slechts 5 gevallen waarbij geweld gebruikt was tegen journalisten. Nu is het echter wel zo dat er in Rusland dertien keer meer journalisten werkzaam zijn dan in Nederland. In Rusland: (200.000). In Nederland: (15.000). Het ligt dus in de lijn der verwachting dat Rusland te kampen heeft met meer geweld dan een klein land als Nederland.
Dit weerlegt nog niet de stelling van Freedom House dat geweld tegen journalisten ‘heel gewoon’ is in Rusland. Maar daar staat tegenover dat zij in hun rapport geen enkele moeite doen hun claim te onderbouwen. Cijfers opvoeren is één ding; daar conclusies aan verbinden is iets anders. ***
Het aantal arrestaties van journalisten in Rusland (67) lijkt echter wel aan de hoge kant. In Nederland zijn in 2016 slechts twee journalisten gearresteerd, de ene een Française, de andere een Nederlandse Turk.

De Française, Florence Hartmann, is vier dagen vastgehouden. Reporters Sans Frontières telde in hetzelfde jaar vier journalisten die in Rusland achter de tralies zaten: RBC-journalist Alexander Sokolov, vanwege de organisatie van een terroristische groep; de Tsjetsjeense journalist Zhalaudi Geriyev vanwege drugsbezit; de Oekraïense journalist Roman Sushchenko vanwege spionage; voormalig hoofdredacteur Aleksandr Tolmachev van Pro Rosto vanwege afpersing.

Censuur, restricties en propaganda

Afgaand op de ‘juryrapporten’ van Freedom House en Reporters Sans Frontières moet het wel heel ernstig gesteld zijn met de staat van de Russische journalistiek. Alsof het al niet erg genoeg is dat er zoveel journalisten geteisterd worden door geweld, arrestaties en celstraffen, ‘impregneert’ de Russische staat haar burgers ook nog eens met “propaganda via de door haar gecontroleerde tv-stations (…) Toonaangevende, onafhankelijke nieuwsorganisaties zijn onder controle gebracht of de nek omgedraaid (…) Websites zijn op zwart gezet en meer en meer bloggers krijgen gevangenisstraffen opgelegd (…) Toonaangevende mensenrechtenorganisaties hebben het stempel van ‘buitenlandse agent’ gekregen (…) De wetgeving biedt de overheid brede bevoegdheid de media op inhoud te sturen.” Enzovoort, enzovoort.

Maar evengoed opnieuw de vraag: Is het werkelijk zo belabberd gesteld met de staat van de Russische journalistiek?

One size fits all?

“Ik heb de indruk dat de situatie veel beter is dan zoals gepresenteerd in de indexen”, zegt professor Andrei Vyrkovsky van de Lomonosov Moscow State University. “De overgrote meerderheid van de Russen heeft door de relatief hoge internetpenetratie vrij toegang tot nieuws en andere informatie uit alle mogelijke bronnen. Verschillende standpunten worden besproken op diverse openbare online platforms. Rusland is in dat opzicht geheel anders dan bijvoorbeeld China, ondanks de wetten en wetten die recentelijk zijn aangenomen om sommige online activiteiten te beperken.”
Vyrkovsky onthoudt zich van commentaar op de methodologie van de ranking-organisaties “omdat dat een grondige analyse vereist”. Toch zou hij niet verbaasd zijn als de hele opzet ervan steevast uitpakt in het voordeel van westerse landen.
Vyrkovsky benadrukt dat persvrijheid niet overgewaardeerd moet worden. Het is belangrijk, maar niet belangrijker dan “het vermogen van lobbygroepen om de media naar hun hand te zetten en zo het publiek te bespelen.” De grip van lobbygroepen op de media werd pijnlijk zichtbaar tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. “In de democratische campagne tegen Trump werden soms alle journalistieke principes aan de kant gezet”, zegt Vyrkovsky. “Vanwege hun goede toegang tot de massamedia was het standpunt van de Democraten absoluut dominant in het publieke discours. Wil je dus de media in diverse landen met elkaar vergelijken dan zal je daarin ook moeten meenemen het gemak waarmee lobbygroepen de media naar hun hand zetten.”

Professor Elena Vartanova, decaan van de faculteit journalistiek van de Lomonosov Moscow State University, erkent dat de Russische media zo haar problemen kent, zoals “de verschillende manieren waarop informele druk wordt uitgeoefend op de journalistiek en het geweld dat soms zelfs wordt gebruikt.” Maar deze problemen moet wel in de juiste context worden geplaatst. “Rusland is een multiculturele en multi-etnische samenleving”, legt ze uit. “Dit vereist enige regulering van de media.”

“Rusland is erg jong als een democratie”, voegt Vartanova toe. “In 1991 zijn we begonnen met een ‘zero media policy’. Rusland had zo’n beetje de vrijste pers ter wereld. Dit leidde tot allerlei problemen. We leerden al snel dat er beperkingen nodig zijn. Die zijn er overal. In sommige landen hebben journalisten zichzelf regels opgelegd, soms in samenwerking met het publiek en de nieuwsindustrie. In Rusland zijn we nooit zover gekomen. We zijn er nog niet klaar voor. Het maatschappelijk middenveld staat bij ons nog in de kinderschoenen. We zijn op dit unieke moment in de geschiedenis waar wetgevers het werk doen dat gedaan had moeten worden door de samenleving als geheel. Velen in Rusland  houden vast aan de filosofie van de Sovjettijd: ‘Wij nemen geen verantwoordelijkheid, we tonen geen inzet, maar we willen graag iets als Europa hebben, dus laat de staat dat maar even voor ons regelen’.
Er is dus niet alleen onderdrukking van de staat; er is ook de afwezigheid van initiatieven vanuit de beroepsgroep, de media-industrie en het publiek.”

Niettemin denkt Vartanova dat in Rusland de media er meer op vooruit zijn gegaan dan achteruit. “Het zou oneerlijk zijn te ontkennen dat er de afgelopen decennia zoveel ten goede is veranderd. Zeker in vergelijking met de Sovjetperiode, toen er helemaal geen vrijheid van pers was.”

Er bestaat sowieso niet zoiets als een ‘one size fits all’ media systeem, aldus Vartanova. In tegenstelling tot het Westen dat de media wereldwijd naar zijn evenbeeld lijkt te willen herscheppen. “Westerse, Angelsaksische indicatoren worden gebruikt om de Russische media te evalueren.”

Sturing van de publieke opinie

Vartanova vindt dat je geen enkele ranking bij voorbaat kunt vertrouwen. Er kan een verborgen agenda achter schuilgaan. “Sprekend vanuit mijn ervaringen in de wereld van universiteiten en wetenschap stel ik vast dat grote universiteiten rankings inzetten als marketinginstrument om geld uit het buitenland aan te trekken. Hoe hoger je op de ranglijst komt, des te meer studenten zich aanmelden.”
Wat zou de verborgen agenda kunnen zijn achter de persvrijheids-ranglijsten?
Vartanova: “Je zou die ranglijsten kunnen gebruiken als instrument om de publieke opinie te sturen. Ik heb de indruk dat de manier waarop het Westen onze media beoordeelt sterk meebeweegt met veranderingen in het buitenlandbeleid van westerse landen. In de Sovjet-tijd werden we gezien als de vijand, en het Westen bekritiseerde ons mediasysteem. In de jaren negentig werden we dikke vrienden en werd onze ‘zero media policy’ toegejuicht. Sinds het Westen ons weer als de vijand ziet, zien we dit terug in de lage rangschikking.”

Het imago van de Russische media lijkt sterk beïnvloed te worden door verhalen in de westerse pers over de moorden op journalisten. Hoe ziet Vartanova dit?
“Veel van de journalisten die werden vermoord waren misdaadverslaggevers”, zegt ze. “Er is dus mogelijk een sterkere relatie tussen die moorden en de mate van criminaliteit in het land dan met het niveau van persvrijheid. Vooral in de jaren negentig leek dit het geval te zijn. In die tijd was de invloed van de staat veel zwakker.
Je zou de moorden ook juist kunnen zien als een bewijs dat Rusland een zekere mate van persvrijheid kent. De journalisten werden vermoord omdat ze iets hadden gepubliceerd wat iemand niet aanstond, en niet om dat te voorkomen. De moorden hebben journalisten er in elk geval niet van weerhouden explosief materiaal te publiceren.”

Hoe is het mogelijk dat, in weerwil van de feiten, er zo’n sterke overtuiging is dat de moord op journalisten een aanvang nam met het aantreden van Vladimir Poetin? Hij is zelfs beschuldigd van moorden gepleegd tijdens het presidentschap van Jeltsin.
Vartanova: “Het idee dat Poetin journalisten uit de weg ruimt nam een grote vlucht na de moord op Anna Politikovskaja in 2006. Het gebeurde op Poetins verjaardag. En dit was misschien geen toeval. Het werd tot een sinister verjaardagscadeau. Elk jaar als Poetin zijn verjaardag viert, wordt wereldwijd de moord herdacht op Politikovskaja.”


* Novaya Gazeta reageerde niet op interviewverzoeken. En het Nederlandse Free Press Unlimited, dat contact onderhoudt met reporter Pavel Kanygin Novaya Gazeta, was niet bereid de auteur van dit artikel in contact te brengen met hem. Free Press Unlimited wilde niet zeggen waarom.

** Committee To Protect Journalists was niet bereikbaar voor commentaar, en heeft tot op heden de door de auteur van dit artikel gemelde moorden niet in de cijfers over Nederland opgenomen.

*** Freedom House was desgevraagd niet bereid haar stelling te onderbouwen dat in Rusland geweld tegen jouralisten ‘heel gewoon’ is.

Verder lezen:

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

Interview Café Weltschmerz over Rohingya-crisis in geopolitieke context

Eindredacteur van Novini.nl Jonathan van Tongeren sprak een maand geleden met Coen de Jong in de studio van Café Weltschmerz, naar aanleiding van zijn artikelen over Aung San Suu Kyi en de Rohingya-minderheid in Birma.

De titel die de collega’s van Café Weltschmerz boven het interview gezet hebben, zet op het verkeerde been. Van Tongeren stelt althans niet dat China de VS zou provoceren, wel plaatst hij de crisis rond de Rohingya in het bredere kader van de Aziatische geopolitiek en de mondiale concurrentiestrijd tussen de Verenigde Staten en China.

Update: Café Weltschmerz is zo goed geweest om de titel van het filmpje aan te passen, zodat het de lading beter dekt. Waarvoor dank.

Posted on

CDU-premier Saksen treedt af vanwege AfD-overwinning

De Saksische deelstaatpremier Stanislaw Tillich (CDU) heeft woensdagmiddag aangekondigd af te zullen treden.

De niet onpopulaire Tillich, die tot de Sorbische minderheid behoort, zat sinds 2008 vast in het zadel, tot de Bondsdagverkiezingen van 24 september jongstleden. Voor het eerst sinds de hereniging van Oost- en West-Duitsland werd de CDU in verkiezingen niet de grootste partij in Saksen.

In de traditioneel relatief rechtse deelstaat koos namelijk 27% van de kiezers voor de AfD, terwijl de CDU op 26,9 % bleef steken. In de verkiezingen voor de Landdag in 2014 was de CDU met 39,4% nog met afstand de grootste partij. De scheidend deelstaatpremier heeft een conservatiever profiel dan bondskanselier Merkel.

In een ad hoc georganiseerde persconferentie verklaarde Tillich, dat hij zijn ambt op het regionale CDU-congres begin december officieel wil neerleggen en aan een jonger iemand wil overdragen. Als opvolger noemde hij de partijsecretaris van de Saksische CDU, Michael Kretschmer. Saillant detail is dat Kretschmer tot de verkiezingen lid was van de Bondsdag, maar zijn zetel moest afstaan aan een AfD’er.

Naar rechts bijsturen

Ondertussen roept de fractievoorzitter van de CDU in de Saksische Landdag, Frank Kupfer, op tot een koerswijziging van zijn partij. De CDU is in de afgelopen jaren naar links gezwenkt, aldus Kupfer tegenover de Deutschlandfunk. Om terug te keren naar het midden ligt het nu voor de hand naar rechts bij te sturen, aldus de Saksische fractievoorzitter.

Voor het slechte verkiezingsresultaat voor de CDU in Saksen in de Bondsdagverkiezingen houdt de Saksische fractievoorzitter vooral de federale partij verantwoordelijk. Er is weliswaar ook een Saksische component, aldus Kupfer, maar hoofdreden voor het verkiezingsdebacle is volgens hem het beleid van de federale regering en in het bijzonder het vluchtelingenbeleid. Bondskanselier Merkel zou hier “tenminste voor haar opstelling” consequenties uit moeten trekken.

Posted on

Is oorlog met Iran nu onvermijdelijk?

Met zijn verklaring afgelopen vrijdag, dat de kerndeal met Iran niet in het Amerikaanse nationale belang zou zijn, heeft president Donald Trump de Verenigde Staten mogelijk op de weg naar oorlog met Iran gezet.

Het is in ieder geval gemakkelijker om te voorzien welke botsingen er aan zitten te komen dan hoe we weer van deze weg af komen voor het schieten begint. Na het ‘decertificeren’ van het nucleaire akkoord, destijds getekend door alle vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad, gaf Trump het Congres 60 dagen de tijd om de sancties opnieuw op te leggen die het ophief toen Teheran het akkoord ondertekende. Als het Congres die sancties niet opnieuw oplegt en het akkoord de nek omdraait, dreigt Trump dat zelf te doen.

Waarom? Heeft Iran de bepalingen van het akkoord geschonden? Vrijwel niemand stelt dat – niet de nucleaire inspecteurs van de VN, noch de NAVO-bondgenoten, noch zelfs Trumps eigen nationale veiligheidsteam.

Iran heeft al zijn 20 procent verrijkt uranium het land uit verscheept, de meeste van zijn centrifuges uitgeschakeld en verstorende inspecties van alle nucleaire faciliteiten toegestaan. Zelfs voor het akkoord zeiden 17 Amerikaanse inlichtingendiensten al dat ze geen bewijs konden vinden voor een Iraans kernwapenprogramma. Als Iran een bom gewild had, had Iran allang een bom gehad.

Het blijft echter een staat zonder kernwapens om een eenvoudige reden: De vitale nationale belangen van Iran schrijven dat voor. Als de grootste sjiitische natie, met 80 miljoen mensen, onder de meest ontwikkelde in het Midden-Oosten, is Iran voorbestemd om de dominante macht aan de Perzische Golf te worden. Maar op één voorwaarde: Dat het de grote oorlog met de Verenigde Staten weet te vermijden die Saddam Hoessein niet wist te vermijden.

Iran heeft ieder kernwapenprogramma dat het had afgeblazen omdat het niet het lot van Irak wil delen, om aan stukken geslagen te worden tot Perzen, Azeri’s, Arabieren, Koerden en Beloetsjen, zoals Irak door de Amerikanen in soennieten, sjiieten, Turkmenen en Koerden uiteen werd geslagen.

Teheran wil geen oorlog met Amerika. Het zijn de oorlogspartij in Washington en haar Midden-Oosterse bondgenoten – Bibi Netanyahu en het Saoedische koningshuis – die er naar hongeren dat de VS zich ermee bemoeien en Iran de grond in slaan. En zo ontvouwt zich dan de strijd in het Congres over het al of niet de nek omdraaien van het akkoord met Iran als een cruciaal punt in het presidentschap van Trump.

Maar al eerder doemen er mogelijke botsingen met Iran op. In het oosten van Syrië, staan de door de VS ondersteunde en door de Koerden geleide Syrische Democratische Krachten (SDF) op het punt Raqqa te veroveren op ISIS. Maar ondertussen is het Syrische leger op weg om Deir Ezzor te gaan veroveren, de hoofdstad van de provincie waardoor de weg loopt die Bagdad met Damascus verbindt. De verovering van Deir Ezzor door Bashar al Assads leger zou er voor zorgen dat de weg van Bagdad naar Damascus en Hezbollah in Libanon open blijft. Als de VS echter van plan zijn om de SDF te gebruiken om het grensgebied zelf in handen te krijgen, dan kon dat wel eens lijden tot een openlijk gevecht met het Syrische leger, sjiitische milities, Iraanse troepen en misschien zelfs de Russen. Moeten we dat wel willen?

In Irak is het nationale leger bezig om de olierijke provincie Kirkoek en de gelijknamige hoofdstad daarvan veilig te stellen. De Koerden hadden Kirkoek ingenomen nadat het Iraakse leger vluchtte voor de invasie van ISIS. Waarom trekt een door de Amerikanen getraind Iraaks leger op tegen een door de Amerikanen getraind Koerdisch leger?

De Koerdische regionale overheid stuurt aan op secessie. Dit heeft alarmbellen doen afgaan in zowel Turkije en Iran als in Bagdad. Een onafhankelijk Koerdistan zou als een magneet kunnen werken op Koerden in die beide landen. Het Iraakse leger trekt Kirkoek binnen om te voorkomen dat het afgesneden wordt van Irak in een burgeroorlog of secessie door de Koerden.

Waar staat Iran in dit alles? In de oorlog tegen ISIS, waren ze de facto bondgenoten. Want ISIS is net als Al Qaida soennitisch en haat sjiieten even zeer als christenen. Maar als de VS van plan zijn de SDF te gebruiken om de Iraaks-Syrische grens onder hun controle te brengen, dan jagen ze daarmee Syrië, Iran, Hezbollah en Rusland tegen zich in het harnas. Zijn de VS bereid tot een dergelijke confrontatie?

Wij Amerikanen worden geconfronteerd met een aantal nieuwe realiteiten. De mensen die de toekomst van het Midden-Oosten gaan bepalen, zijn de mensen die daar wonen. En onder deze mensen zal de toekomst bepaald worden door hen die het meest bereid zijn om – nog jaren en in aanzienlijk aantallen – te vechten, bloeden en sterven om die toekomst te realiseren. Wij Amerikanen echter gaan niet nog een leger sturen om nog een land te bezetten, zoals we deden met Koeweit in 1991, Afghanistan in 2001 en Irak in 2003.

Bashar al Assad, zijn leger en luchtmacht, gesteund door Vladimir Poetins luchtmacht, de Islamitische Revolutionaire Garde van Iran en Hezbollah hebben de Syrische burgeroorlog gewonnen omdat ze meer bereid waren te vechten en te sterven om die te winnen. Zij hadden daar dan ook een veel groter belang bij dan wij Amerikanen. Wij wonen daar niet. Slechts weinig Amerikanen weten wat daar aan de hand is. Nog minder interesseert het.

Onze oude bondgenoten in het Midden-Oosten willen vanzelfsprekend dat wij hun 21e-eeuwse oorlogen uitvechten, zoals de Britten ons inschakelden om hun 20e eeuwse oorlogen te helpen uitvechten. Maar Donald Trump werd niet gekozen om dat te doen. Of dat dachten sommigen van ons toch.

Posted on

Hongarije: Onderwijswet Oekraïne schendt Associatieverdrag

Hongarije wil dat de Europese Unie de associatie met Oekraïne tegen het licht houdt, nu Kiev een nieuwe onderwijswet heeft aangenomen die secundair onderwijs in minderheidstalen uitsluit.

Op 5 september jongstleden nam Oekraïne een wetsvoorstel aan dat voorschrijft dat secundair onderwijs alleen in het Oekraïens gegeven mag worden. Volgens Kiev is dit bedoeld om minderheden beter te integreren.

De wet leidde tot protest van Rusland, dat stelde dat de wet de belangen van de miljoenen Russischtaligen in Oekraïne schaadt. Ook Hongarije en Roemenië veroordeelden de nieuwe onderwijswet. De Roemeense president gelastte uit protest zijn geplande bezoek aan Oekraïne af.

Nu het protest van de Hongaarse en andere regeringen nog niet tot het gewenste effect heeft geleid, kondigde de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó maandagavond laat in een verklaring aan dat hij de kwestie op de agenda zal zetten op de top van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie volgende week.

De onderwijswet schendt het associatieverdrag dat gesloten is tussen de EU en Oekraïne, derhalve zal ik komende maandag op een vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken in Luxemburg voorstellen dat het Associatieverdrag tegen het licht gehouden wordt”, aldus Szijártó.

Szijártó stelde verder te verwachten dat de EU optreedt tegen Oekraïne vanwege de nieuwe wet. De Oekraïense president Petro Porosjenko spreekt vandaag overigens een plenaire zitting van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa toe, waar de onderwijswet ook een punt op de agenda is.

In een regio waar de grenzen eeuwenlang sterk gefluctueerd hebben, ligt de kwestie van taalrechten voor minderheden zeer gevoelig. Zeker 40 procent van de Oekraïense bevolking spreekt thuis Russisch, daarnaast kent Oekraïne onder andere Hongaarse, Roemeense, Rutheense, Moldavische, Poolse, Duitse, Bulgaarse, Gagaoezische, Turkse, Griekse en Armeense minderheden, die vooral geconcentreerd zijn in het westen van het land in regio’s als Transkarpatië, de Boekovina en de Boedzjak.