Posted on

Defensie flatert voort

Er zijn weinig ministeries waar zoveel misstanden worden geconstateerd als Defensie. Het departement ligt nagenoeg permanent onder vuur. Daarbij schiet de afhandeling van diverse affaires voortdurend tekort.

Ondermaatse voedselveiligheid in legerkantines, een op z’n minst discutabele commando-overdracht op Vliegbasis Eindhoven, een verongelukte duiker in Curaçao, corrupte wagenparkbeheerders, dodelijke slachtoffers in Mali wegens ondeugdelijk materieel, een misbruikzaak in de Oranjekazerne en een fataal ongeval op de schietbaan te Ossendrecht.

Het is slechts een bescheiden opsomming van defensieschandalen van de afgelopen paar jaar. Minister Jeanine Hennis en commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp restte begin oktober weinig anders dan het veld te ruimen. Hennis ging even later echter aan de slag bij datzelfde Defensie. Als overste levert ze inmiddels een ‘speciale bijdrage aan gereedsstellingsoefeningen’. Middendorp is ondertussen adjudant van de koning, als dank voor ‘bewezen diensten’ aan de Nederlandse krijgsmacht.

Fouten maakt iedereen – ze vervolgens vakkundig weer herstellen, is de kunst. En daar loopt het bij Defensie een- en andermaal mis. Een gemiddelde werknemer die verantwoordelijk is voor zoveel blunders en de falende afhandeling daarvan, zal na te zijn opgestapt in de regel niet in aanmerking komen voor een eervolle functie bij een aanverwante werkgever. Laat staan dat hij of zij door hetzelfde bedrijf in dienst wordt genomen.

Het is allerminst van de laatste tijd – laat staan incidenteel – dat nalatigheid bij de afwikkeling van ongelukken en schandalen gebrekkig wordt aangepakt. De gevaren van het kankerverwekkende chroom-6 waren volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu al in 1973 bij het departement bekend. Overlevenden en nabestaanden van de vliegtuigcrash in de Ierse Zee in 1981, verklaarden in november vorig jaar dat het ministerie de zaak nog steeds niet naar behoren had behandeld. Srebrenicaveteranen voelen zich jaren later nog altijd in de steek gelaten door hun voormalige werkgever.

Sprookje

Het Srebrenica-drama is zonder twijfel een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van onze krijgsmacht. De door Dutchbat te beschermen moslimenclave in voormalig Joegoslavië werd op 11 juli 1995 onder de voet gelopen door de Servische troepen van generaal Mladić. Vervolgens voltrok zich de ernstigste oorlogsmisdaad op Europees grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog. Het dodental van de genocide bedroeg rond de 8.000. Een rammelend mandaat, gebrekkige voorbereiding, ontoereikende bewapening – het zijn slechts enkele oorzaken van het mislukken van de missie. Nederland hield er een nationaal trauma aan over.

Veteraan Remko de Bruijne was erbij als soldaat eerste klasse: ‘We wisten al weken van tevoren dat de enclave zou vallen. We meldden elke dag de troepenverplaatsingen van bussen, tanks en andere voertuigen vanuit Servië richting Srebrenica. De Servische regering zei dat het een oefening betrof, meer niet. Ik was 20, vers van de luchtmobiele opleiding, maar dat sprookje geloofde ik niet. Oefenen tijdens een oorlog – oorlog is toch geen oefening? De troepenbewegingen werden doorgegeven aan onze operations room in Potočari, die gaf het weer door aan de hogere echelons in Zagreb. Helaas is er niets mee gedaan en het resultaat kennen we allemaal.’

Afgezien van de oorlogshandelingen, waren de werkomstandigheden op de basis van Dutchbat verre van ideaal. “Nabij onze compound lagen bergen wit asbest, open en bloot”, vertelt De Bruijne. “Na een regenbui was alles over het terrein gespoeld. We hebben het in opdracht onbeschermd opgeruimd – daar zijn foto’s van. Ook stond er een open nucleair vat dat gevaarlijke straling bevatte. In een rapport werd gezegd dat men het personeel en het thuisfront niet ongerust wilde maken ‘vanwege dit gegeven’.”

Sceptisch

Jaar in jaar uit verschijnen aanhoudend berichten over de omstreden wijze waarop Defensie met de nasleep van de tragedie omgaat. De Bruijne: “In 2014 bezochten Hennis, premier Rutte en generaal Middendorp een bijeenkomt in Amersfoort, speciaal voor Dutchbat III. Ze hebben daar allerlei beloften gedaan, onder meer over eerherstel en hulp bij psychische problemen. Dat is allemaal op niets uitgelopen. Met mij zijn vele Dutchbatveteranen zeer sceptisch over wat Defensie en de politiek toezeggen. Zelf heb ik al 14 jaar een procedure lopen tegen Defensie. Ze hebben de zaak getraineerd, zijn afspraken niet nagekomen en hebben zich bediend van procedurele trucjes.”

Defensie laat in een reactie weten: “De militairen van Dutchbat hebben een heel moeilijke periode doorgemaakt en helaas hebben sommigen hierdoor schade ondervonden. Defensie biedt hen zorg en ondersteuning; er zijn voorzieningen waarvan zij gebruik kunnen maken. Ook hebben deze veteranen een beroep kunnen doen op de ereschuldregeling om schade op Defensie te verhalen. Veteranen die nog restschade ondervinden, kunnen rechtstreeks contact met ons opnemen. De aanvragen worden zo voortvarend mogelijk en op individuele basis behandeld.”

De Bruijne is niet onder de indruk: “Je kunt natuurlijk ondersteuning aanvragen; alleen wordt in de praktijk alles afgewezen. Je moet meerdere keuringen ondergaan door artsen van Defensie en er is hen weinig aan gelegen om je financieel tegemoet te komen.” Het is de oud-militair verder opgevallen dat het departement het nodige kwijt is over de val van de enclave: “De werkorder Srebrenica: verdwenen. Documentatie over graven op de compound: zoek. Het beruchte fotorolletje: vernietigd.” Dat laatste spreekt minister Bijleveld tegen: “Defensie heeft geen beeldmateriaal achtergehouden. Al het beeldmateriaal waarover Defensie beschikte, is ter beschikking gesteld aan het Joegoslaviëtribunaal en aan het NIOD dat in 2002 het rapport Srebrenica, een ‘veilig’ gebied heeft gepubliceerd.”

Diskrediet

Dat laatste is volgens auteur Edwin Giltay weinig overtuigend: “De bronnen die ik in mijn boek De doofpotgeneraal opvoer, hebben aannemelijk kunnen maken dat fotomateriaal van Dutchbat wel degelijk is achtergehouden.” Zijn non-fictie thriller werd in 2015 door de rechtbank verboden op verzoek van een voormalig defensiemedewerker; volgens haar waren de feiten verzonnen.

De doofpotgeneraal ~ Edwin Giltay

Ank Bijleveld verklaart desgevraagd: “In het boek lopen feiten en fictie inderdaad door elkaar heen.” In hoger beroep veegde het Gerechtshof Den Haag de bezwaren echter van tafel en stelde dat er geen twijfel bestaat over de zorgvuldigheid van het inmiddels weer verkrijgbare boek. “Daar vindt Defensie verder niets van,” zegt Bijleveld.

Giltay werd indertijd in een door het ministerie officieel naar buiten gebracht rapport aangemerkt als “volledig gestoord”. De bewindsvrouw ontkent anno 2018 achter dit rapport te staan: “Defensie heeft zich nooit in deze zin over de heer Giltay uitgelaten.” Het document is desondanks nimmer herroepen en blijkt nog steeds openbaar.

Kwalijker dan dat het ministerie hem in diskrediet brengt, vindt de schrijver dat de waarheid over Srebrenica nog steeds in de doofpot zit: “Het toegeven van fouten is bij Defensie nooit echt ontwikkeld. In tegenstelling tot sommige fotorolletjes.” De Bruijne vult aan: “Liever houden ze alles onder de pet, want anders komen de schadeclaims. Gerechtigheid en waarheid zijn niet relevant voor ze.”

Posted on

Moldavië gaat grens tussen Oekraïne en Transnistrië controleren

Oekraïne en Moldavië gaan in het vervolg gezamenlijk de grens met Transnistrië controleren. Hierdoor is Moldavië in staat te controleren welke goederen en personen de afvallige regio in gaan. Deze beslissing kan gevolgen hebben voor de 1500 Russische militairen die in Transnistrië zijn gestationeerd in het kader van een vredesmissie.

Transnistrië is een regio die zich in 1990 heeft afgescheiden van de rest van Moldavië. Sinds die tijd is er een groep Russische militairen gestationeerd in Transnistrië. Transnistrië, formeel de Pridnestrovische Moldavische Republiek (PMR) genaamd, wordt echter door geen enkel ander land ter wereld erkend. Transnistrië ligt tussen de rivier de Dnjestr en de Oekraïense grens. Bijgevolg zijn de enige toegangswegen via Oekraïne of Moldavië.

In maart heeft het Oekraïense parlement, de Verkhovna Rada, een overeenkomst geratificeerd die in 2017 door de Oekraïense premier Volodymyr Groysman is ondertekend. Hierin staat onder andere dat Oekraïne en Moldavië in het vervolg gezamenlijk de Oekraïense grensposten naar Transnistrië/Moldavië gaan bemannen. De route via Oekraïne is voor de economie van Transnistrië van groot belang.

In 2015 ontzegde Oekraïne Rusland reeds de toegang tot het gebied, waar zo’n 1500 Russische militairen gelegerd zijn. Sindsdien werd er gebruik gemaakt van een Moldavische luchthaven vanwaar de laatste etappe van de reis naar Transnistrië over de weg werd gemaakt. De Oekraïense regering wil dat Rusland zijn militairen terugtrekt uit Transnistrië, deze zijn daar echter gestationeerd in het kader van het onopgeloste conflict tussen de PMR-regering in Tiraspol en de Moldavische regering in Chisinau.

Transnistrië scheidde zich in 1990 af van Moldavië uit vrees voor het opkomende nationalisme, dat pleitte voor aansluiting bij Roemenië, invoering van het Latijnse in plaats van het cyrillische alfabet en de uitzetting van etnische minderheden zoals Russen en Oekraïners. Nadat de nationalisten in 1990 de Moldavische verkiezingen wonnen en opriepen tot het vormen van milities om gewapenderhand een onafhankelijkheidsreferendum in Gagaoezië (een overwegend door Gagoezen bewoonde regio in het zuiden van Moldavië) tegen te gaan, vormde men in Transnistrië, waar Russen en Oekraïners een groot deel van de bevolking vormen, eigen milities en riep de PMR de onafhankelijkheid uit. Uiteindelijk kwam het tot een gewapend conflict, aan het einde waarvan een gezamenlijke vredeshandhavingsmissie van Moldavië, Transnistrië en Rusland tot stand kwam. Rusland stuurt aan op de vorming van een Moldavische federatie, waarvan Transnistrië deel uitmaakt, maar het Westen oefent druk uit op Chisinau om hier niet in mee te gaan.

Posted on

Doelgerichte eliminatie blanke boeren Zuid-Afrika

De Zuid-Afrikaanse Eileen de Jager werkt als plaats delict-schoonmaker. Dat wil zeggen dat ze na afronding van politieonderzoek de vaak gruwelijke zaken opruimt die achterblijven op plaatsen waar moorden zijn gepleegd, waaronder bijvoorbeeld de vast gekleefde huidresten van een twaalfjarige aan de rand van een badkuip, waarin het kind met kokend water doodgemarteld werd.

De daders waren in dit geval zwart en het slachtoffer blank – net als zijn eveneens op beestachtige wijze afgeslachte ouders, die in Zuid-Afrika een boerderij hadden. Boer is inmiddels een van de gevaarlijkste beroepen in het Afrikaanse land als je de verkeerde huidskleur hebt. In Zuid-Afrika worden jaarlijks rond de 19.000 moorden gepleegd – dat betekent dat 34 van de 100.000 inwoners door een misdaad om het leven komt. Zodoende staat het land inmiddels op plaats 8 in de ranglijst van wereldwijd gevaarlijkste landen.

Blanken zijn er twee keer zo vaak het slachtoffer van moord als zwarten. Ze vormen nog slechts negen procent van de bevolking, maar zo’n 20 procent van de moordslachtoffers, met een opwaartse trend. Bij elkaar zijn sinds het eind van de apartheid en de machtsovername door het African National Congress (ANC) in april 1994 70.000 blanken vermoord, waarvan naar schatting 2.000 à 4.000 boeren.

Voor boeren ligt het risico om door een geweldsdelict om het leven te komen momenteel drie- tot zesmaal hoger dan voor de rest van de bevolking. Dit overtreft zelfs de verhoudingen in de landen met de hoogste moordcijfers in de wereld, namelijk Honduras en Venezuela. In het jaar 2016 registreerden de activisten van de ngo Afriforum 369 gewelddadige aanvallen op blanke boeren en 71 zogeheten plaasmoorde (boerderijmoorden). In 2017 waren het 463 geweldsdelicten en 94 moorden. En in januari van 2018 telde men 38 aanvallen en vier moorden.

Daarbij gaan de daders meestal extreem wreed te werk. Zo werden de moeder van drie Tanya Wiers tientallen messteken toegebracht en de ogen uitgestoken. Kort daarop stierf de 79-jarige boer Trevor Rees in het ziekenhuis van Pietermaritzburg – hem hadden zwarte aanvallers vastgebonden, aangeschoten en vervolgens twee dagen lang op gruwelijke wijze gefolterd.

In de optiek van ANC-politici gaat het bij de plaasmoorde om een gevolg van de ongelijke verdeling van grond en rijkdom tussen blanken en zwarten. De omstandigheden van de concrete moordgevallen weerspreken dit echter dikwijls. De moordenaars versmaden vaak iedere potentiële buit, ze willen eenvoudigweg moorden. Als ze een boerderij verlaten aantreffen, maken ze bijvoorbeeld niet van de gelegenheid gebruik om in te breken, maar komen later terug om de bewoners af te slachten.

Ook valt de precisie waarmee sommige groepen te werk gaan op: Er worden zelfs tunnels onder hekken door gegraven of stoorzenders gebruikt om de mobiele telefonie plat te leggen. Belangenvertegenwoordigers van de boeren, zoals Corné Mulder, parlementslid voor de conservatieve partij Vryheidsfront Plus, spreken inmiddels dan ook van doelgerichte eliminatie van blanken, etnische zuivering met andere woorden. De Amerikaanse ngo Genocide Watch deelt die inschatting.

In het licht van hun steeds kwetsbaarder situatie hebben intussen veel blanke boeren het opgegeven. Waar er 20 jaar geleden nog 62.000 boerderijen door blanken gerund werden, zijn dat er tegenwoordig nog slechts 35.000. De rest is nu in handen van zwarten, wat tot productiviteitsverliezen van circa tachtig procent leidde.

Om aandacht te vragen voor de situatie in Zuid-Afrika, organiseerde de pan-Europese partij Beweging voor een Europa van Naties en Vrijheid (MENF), waarvan onder andere het Front National en de FPÖ lid zijn, op 30 januari jongstleden een conferentie in Brussel, waar ook Mulder sprak. Daarnaast presenteerde de Canadese alternatieve mediapersoonlijkheid Lauren Southern haar actuele korte documentaire ‘The Reality of South African Farm Murders’ (zie video onderaan dit bericht). Daarin interviewt ze onder andere plaats delict-schoonmaakster De Jager.

Tijdens de conferentie van de MENF bekritiseerde het Britse Europarlementslid Janice Atkinson de beslissing van het Europees Parlement om de situatie in Zuid-Afrika niet – zoals zij had voorgesteld – tot onderwerp van een officieel debat te maken: Schijnbaar hanteert men in Brussel dubbele maatstaven waar het om mensenrechten gaat, aldus Atkinson.

Posted on

Servië niet bereid Kosovo te erkennen voor EU-lidmaatschap

Servië wil graag lid worden van de Europese Unie, maar niet tegen elke prijs. Het land is niet bereid de onafhankelijkheid van Kosovo te erkennen als dat als voorwaarde gesteld zou worden. Dat heeft de Servische minister van Buitenlandse Zaken, Ivica Dacic, gezegd tijdens een bezoek aan de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires.

Tijdens een toespraak bij de Argentijnse Raad voor Internationale Betrekkingen (CARI) sprak Dacic zijn waardering uit voor de Argentijnse steun voor de inspanningen van Servië om zijn soevereiniteit en territoriale integriteit te bewaren.

Sprekende over Kosovo en het lidmaatschap van de Europese Unie dat Servië nastreeft, stelde Dacic:

We willen een akkoord bereiken, we willen een rechtvaardige en duurzame oplossing, maar om eenzijdig handelen te erkennen… Nooit, zelfs niet als het ons de toetreding tot de Europese Unie zou kosten.”

Dacic stelde verder de vanouds goede relaties met Argentinië en diverse andere Latijns-Amerikaanse landen aan te willen halen en grote waardering te hebben voor het respect dat deze landen tonen voor het internationaal recht ter zake van de territoriale integriteit.

Landen die de onafhankelijkheid van Kosovo erkennen (stand september 2017).

Een paar maanden geleden baarde het eveneens Latijns-Amerikaanse Suriname opzien door zijn erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo in te trekken.

Eind jaren ’90 brak in Kosovo, destijds een provincie van (romp-)Joegoslavië een guerrilla-oorlog uit tussen het zogenoemde Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) en het Joegoslavische leger. Na interventie van de NAVO werd Kosovo onder VN-bestuur gesteld om vervolgens in 2008 eenzijdig de onafhankelijkheid uit te roepen.

Posted on

Interview Café Weltschmerz over Rohingya-crisis in geopolitieke context

Eindredacteur van Novini.nl Jonathan van Tongeren sprak een maand geleden met Coen de Jong in de studio van Café Weltschmerz, naar aanleiding van zijn artikelen over Aung San Suu Kyi en de Rohingya-minderheid in Birma.

De titel die de collega’s van Café Weltschmerz boven het interview gezet hebben, zet op het verkeerde been. Van Tongeren stelt althans niet dat China de VS zou provoceren, wel plaatst hij de crisis rond de Rohingya in het bredere kader van de Aziatische geopolitiek en de mondiale concurrentiestrijd tussen de Verenigde Staten en China.

Update: Café Weltschmerz is zo goed geweest om de titel van het filmpje aan te passen, zodat het de lading beter dekt. Waarvoor dank.

Posted on

Servische minister van Buitenlandse Zaken stelt deling Kosovo voor

Het conflict om Kosovo, dat zich negen jaar geleden afscheidde van Servië, kan opgelost worden door de afvallige provincie op te delen. Dat stelt de Servische minister van Buitenlandse Zaken Ivica Dacic van de Socialistische Partij van Servië (SPS). Kosovo wordt momenteel nog vrijwel uitsluitend door Albanezen bewoond, schreef de minister in een gastbijdrage in het dagblad Blic.

Enkele dagen eerder had Aleksandar Vucic van de centrumrechtse SNS, die onlangs het ambt van premier voor dat van president verruilde, opgeroepen tot een dialoog binnen de Servische samenleving om eindelijk met haalbare voorstellen te komen voor een oplossing van de aanhoudende Kosovo-crisis.

Hoewel Servië en diverse andere landen Kosovo nog altijd niet als staat erkend hebben, is het al negen jaar de facto onafhankelijk en wordt het inmiddels door 111 van de 193 VN-lidstaten erkend. Voor de Serviërs, die Kosovo als de wieg van de Servische natie beschouwen, is het echter een zeer gevoelige kwestie. Zo werd hier in 1389 de Slag op het Merelveld tegen de Ottomaanse Turken uitgevochten, een nederlaag die een belangrijke plaats inneemt in het Servische nationale zelfbeeld. Ten gevolge van massieve immigratie van Albanezen en het vertrek van de resterende Serviërs, vormen de Serviërs echter een steeds geringere minderheid in Kosovo.

Alleen in het noorden van Kosovo is er nog een compacte Servische bevolkingsgroep, in de rest van Kosovo zijn er verspreide concentraties. Dacic stelt nu voor om dit noordelijke gebied bij Servië te voegen. In dit geval moet er echter rekening mee gehouden worden dat Kosovo in ruil hiervoor zal eisen dat de gemeentes in het zuiden van Servië waar naar schatting 100.000 Albanezen wonen zich bij Kosovo aan kunnen sluiten, met name Presevo en Bujanovac waar Albanezen de meerderheid vormen.

Dacic stelde verder voor dat de historische Servische kloosters in Kosovo, die op de Werelderfgoedlijst staan, in het geval van een deling van Kosovo een autonome status krijgen.

Oplossing van het conflict over Kosovo is als voorwaarde gesteld voor eventuele toetreding van Servië tot de Europese Unie. De voorstellen van Dacic riepen veel kritiek op in de media. Dacic reageerde daar echter op dat het alternatief voor opdeling is dat Kosovo helemaal verloren gaat.

Posted on

Biafra-oorlog maakte conflictpotentieel post-koloniaal Afrika duidelijk

Het in juli 1967 in een oorlog uitmondende conflict om Biafra liet het wereldpubliek voor het eerst de explosiviteit zien van de door kunstmatige grensbepalingen geschapen multi-etnische staten. Het beeld van de ondervoede Biafra-kindjes werd tot symbool van honger en ellende. Afrika veranderde van een continent van de hoop in een continent van de catastrofe.

In de veelvolkerenstaat Nigeria heerste na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië en fragiel evenwicht, dat in mei 1967 verstoord werd. Oorspronkelijk werd er een grootse toekomst voorspelt voor het land. In plaats daarvan kwam het tot een oorlog, die de hoop op vreedzame ontwikkeling snel de grond in sloeg.

Igbo

Na militaire staatsgrepen in het noorden van Nigeria braken smeulende conflicten tussen verschillende etnische en religieuze groepen definitief uit en leidden in pogroms tot systematische moord op leden van het christelijke Igbo-volk. De Igbo waren bijzonder ongeliefd bij islamitische bevolkingsgroepen, omdat ze meestal goed opgeleid waren en zodoende veel sleutelposities bezetten in Nigeria. Na maandenlange slachtingen waren er 30.000 doden te beklagen en waren er een miljoen mensen op de vlucht.

Aardolie

De militaire gouverneur kolonel Odumegwu Ojukwu riep hierop de in het zuidoosten gelegen en door Igbo bewoonde provincie Biafra tot onafhankelijke republiek uit. Deze stap viel hem lichter door de kort tevoren ontdekte aardolievoorraad in de Niger-delta. Dit betekende voor van Nigeria echter het verlies van de belangrijkste inkomstenbron voor de regering en het wegvallen van miljarden-business. Dit wilde Lagos koste wat kost voorkomen.

Leger

Dientengevolge kwam het in juli tot het binnentrekken van Nigeriaanse troepen in Biafra en het blokkeren van de havens, om de bevolking uit te hongeren. In de tweeënhalf jaar durende wrede oorlog met de slecht uitgeruste Igbo, sneuvelden zo’n 100.000 soldaten en stierven 180.000 burgers door gevechtshandelingen. Naar schatting stierven nog eens twee miljoen mensen van de honger.

Graatmagere kindertjes

Nadat het wereldpubliek het gebeuren waarnam en de beelden van graatmagere kindertjes velen als op het netvlies gebrand stonden, organiseerden private organisaties maandenlang hulp voor de ingesloten, noodlijdende bevolking van Biafra en lieten door middel van een luchtbrug hulpgoederen afwerpen. De regering van Nigeria stelde dat Ojukwu door de hulp slechts tijd zou winnen om nieuwe wapens in te voeren. Als hij zijn bevolking echt zou willen helpen, moest hij Biafra maar terugleiden in de staat Nigeria, zo stelde Lagos.  De separatisten waren echter een gecoördineerde pr-campagne begonnen om het conflict en de uitwerkingen ervan in de wereld bekend te maken.

Huurlingen

De Zweedse aristocraat Carl Gustaf von Rosen vloog in zijn Malmö MFI-9 voor de strijdkrachten van Biafra.

Beide zijden in het conflict werden ook door huurlingen ondersteund – zo vlogen Zuid-Afrikanen en Egyptenaren met MiG-gevechtsvliegtuigen van de Nigeriaanse regering en bombardeerden steden in Biafra. En diverse Europeanen onder leiding van de Zweed graaf Carl Gustaf von Rosen vlogen met bewapende sportvliegtuigjes voor de strijdkrachten van Biafra.

Wapens

Formele politieke steun kreeg Biafra nauwelijks. Israël leverde wapens en Frankrijk hielp stiekem. De nieuwe staat had in essentie de slechtere hand kaarten – zowel het Westen als de Sovjet-Unie stonden overwegend achter de centrale regering in Nigeria; de Verenigde Staten stelden zich neutraal op.

Capitulatie

Op 12 januari 1970 moest Biafra capituleren. Dit werd bekend gemaakt via Radio Biafra. Drie dagen later werd de overgave door de opvolger van de gevluchte staatsleider in de hoofdstad Lagos nog eens officieel voltrokken – een lang nawerkende vernedering voor de Igbo.

Levensomstandigheden

Desalniettemin gaan er ook tegenwoordig van tijd tot tijd onder de Igbo nog stemmen op voor onafhankelijkheid. Dat mag niet verwonderen, gezien het feit dat de levensomstandigheden in de provincie Biafra nauwelijks verbeterd zijn, de inkomsten uit de olievelden naar de nieuwe elites in het noorden van het land vloeien en de regering nauwelijks in de ontwikkeling van de regio investeert terwijl deze gekenmerkt wordt door snelle bevolkingsgroei.

Posted on 2 Comments

Steunt Nederland terroristen in Syrië?

Al Nusra

Minister Bert Koenders erkent dat Nederlandse hulp aan ‘gematigde’ gewapende groepen in Syrië in handen kan vallen van ISIS en Al Nusra. Maar de Tweede Kamer lijkt er niet mee te zitten. Volksvertegenwoordiger Joël Voordewind: “De Christenunie heeft een motie ingediend om de steun te staken, maar die heeft geen meerderheid gehaald.”

Het kabinet Rutte steunt sinds 2015 ‘gematigde gewapende groepen’ in Syrië. Anders dan de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Saoedi-Arabië, die wapens leveren, verstrekt de Nederlandse overheid alleen non-lethal support, ‘niet-dodelijke hulp’. Deze bestaat uit voedselpakketten, medische kits, kleding, dekens, communicatiemiddelen, voertuigen, elektriciteitsgeneratoren, communicatiemiddelen en ‘media office-ondersteuning’. Het kabinet heeft hier 21,4 miljoen euro voor uitgetrokken.

De bedoeling van de Nederlandse steun aan ‘gematigde gewapende groepen’ is dat deze de macht overnemen in Syrië. In de woorden van PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken: “Er is steun nodig voor de gematigde oppositie om te voorkomen dat deze wordt weggedrukt tussen Assad, ISIS en Al Nusra. Het is een soort preparatie voor de toekomst, want je zult zo’n partij aan tafel moeten hebben bij onderhandelingen.”

Want niet alleen zegt Koenders af te willen van terroristische groeperingen als ISIS en Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaida. Ook “Assad zal moeten vertrekken”. Dit omdat, volgens hem, de president van Syrië, Bashar al-Assad, de oorlog in zijn land heeft veroorzaakt en oorlogsmisdaden heeft gepleegd waarvoor hij vervolgd zou moeten worden.

Vrije Syrische Leger

Wie zijn de ‘gematigde gewapende groepen’ die steun ontvangen vanuit Nederland? “Gezien de gevoeligheid van het noemen van steun aan specifieke groepen en de mogelijke negatieve consequenties van het openbaar worden van deze informatie, kunnen specifieke namen van groepen niet genoemd worden,” schrijft Koenders op 4 februari 2015 in een brief aan de Kamer.

Het enige wat hij er op dat moment over kwijt wilde was dat gekeken werd naar groepen die ressorteerden onder de banier van het Vrije Syrische Leger. “Dit zijn gematigde, inclusieve groepen, die zichzelf als onderdeel zien van een toekomstig Syrische leger en uiteindelijk een politieke transitie voor ogen hebben, maar nu strijden tegen het regime in Damascus en tegen jihadistische groeperingen als ISIS en Jabhat al Nusra.”

‘ongewenste handen’

Bert KoendersMinister Koenders erkent, in een andere brief aan de Kamer, geschreven op 4 april 2015, dat er risico’s verbonden zijn aan zijn beleid. “Een van de risico’s van het steunen van gewapende groepen is dat deze steun in ongewenste handen valt.” Maar volgens de minister loopt het wel los: “Om te beginnen neemt het kabinet groepen in overweging die door partners – aan de hand van een zogenoemde vetting-procedure – als voldoende betrouwbaar zijn beoordeeld.”

Wie deze partners zijn (de VS? Saoedi-Arabië?) en waaruit de genoemde ‘vetting procedure’ bestaat, legt hij echter niet uit. Maar, zo zegt de minister: “In aanvulling op deze voorselectie hanteert het kabinet een eigen vetting-procedure.” Daarbij wordt onder meer gekeken naar eventuele samenwerking met extremistische groepen en naleving van het humanitair oorlogsrecht.

In dezelfde brief van 4 april 2015 meldt Koenders dat hij de goederen levert aan de gewapende groepen via “een ervaren organisatie die, op basis van eerdere werkzaamheden bij andere donoren, een goede reputatie heeft,” en dat deze werkt vanuit Turkije en Jordanië.

Stop Arming Terrorists Act

Tulsi GabbardWaar in Nederland de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen niet of nauwelijks discussie oproept, groeit in de VS het verzet. Het Democratische congreslid Tulsi Gabbard heeft een wetsvoorstel ingediend, de ‘Stop Arming Terrorists Act’, die de Amerikaanse overheid verbiedt directe én indirecte steun te verlenen aan terroristische organisaties. Gabbard heeft inmiddels steun gekregen in de Amerikaanse senaat van de voormalige presidentskandidaat Rand Paul. Gabbard wijst er op dat al heel lang duidelijk is dat vrijwel alle hulp, geleverd door de VS, aan gewapende groepen in Syrië uiteindelijk in handen komt van groeperingen die door het Westen als terroristisch worden beschouwd.

Het kabinet Rutte en de Tweede Kamer hadden dit kunnen weten. Want de genoemde berichten in de internationale media waren er al voordat minister Koenders begon met uitdelen. Zo stond het Vrije Syrische leger al in 2015 uiterst zwak in de tweefrontenstrijd tegen het regeringsleger van Assad en terroristische groeperingen. Keer op keer liepen groepen over ‘van het Vrije Syrische Leger naar Al Nusra en ISIS, werden ze gedwongen hun wapens af te staan of samen te werken (hier, hier, hier en hier). Ook waren er op dat moment al voorbeelden van door de VS gesteunde ‘gematigden’, al dan niet verbonden aan het Vrije Syrische Leger, die oorlogsmisdaden pleegden, waaronder het zuiveren van gebieden die bewoond werden door christenen en andere minderheden (hier, hier en hier).

ongewijzigd kabinetsbeleid

Dergelijke berichten, die al sinds het begin van de oorlog in Syrië te lezen waren in de internationale pers, waren voor minister Bert Koenders kennelijk geen reden af te zien van zijn plan gewapende groepen te gaan steunen in Syrië. En tot op heden is het kabinetsbeleid ongewijzigd gebleven. “De Nederlandse steun aan gematigde oppositiegroepen, waaronder non-lethal assistance, wordt voortgezet”, schrijft Koenders op 4 april 2017 in een brief aan de Kamer.

Inmiddels is bekend dat het bij de verdeling van de Westerse lethal en non-lethal support al fout gaat. Een Bulgaarse journaliste, Dilyana Gaytancieva, interviewde afgelopen maand kolonel Malek al Kurdi, commandant van het Vrije Syrische Leger. Deze beklaagt zich er over dat de organisatie die vanuit Turkije en Jordanië de Westerse en Saoedische steun distribueert in Syrië, deze vooral levert aan groeperingen die een ‘radicale islamitische ideologie’ belijden. Het Vrije Syrische Leger zou nauwelijks nog iets ontvangen. Al Kurdi zegt de Amerikanen en Europanen hierover te hebben ingelicht, maar zonder resultaat.

oorverdovend stille Tweede Kamer
Novini benaderde alle woordvoerders buitenland in de Tweede Kamer persoonlijk, en vroeg hen of zij op de hoogte zijn van de steun van het kabinet aan gewapende groepen in Syrië. En zo ja, wat hierover hun mening is gezien bovengenoemde informatie uit de internationale pers.

De woordvoerders van de regeringspartijen VVD en PvdA onthielden zich van commentaar. Maar vreemd genoeg kwam er ook geen enkele reactie van het merendeel van de oppositiepartijen. Zelfs niet van de PVV, die zich graag profileert als bestrijder van de radicale islam.

Slechts drie Kamerleden reageerden: Joel Voordewind van de ChristenUnie, Kees van der Staaij van de SGP en Raymond Knops van het CDA.

Raymond Knops

Raymond Knops“Het CDA was op de hoogte van Nederlandse steun aan gewapende groeperingen in Syrië”, meldt Raymond Knops. Hij zegt hierover ‘kritisch’ te zijn, omdat onduidelijk is om welke groeperingen het gaat en hoeveel ‘gematigde’ rebellen er nog over zijn.

“Het kabinet heeft geen antwoord gegeven op de vraag of salafistische, jihadistische groeperingen uitgesloten worden van steun. Dat zou het kabinet wel moeten doen.” Ook stoort het Knops dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt waar de non-lethal support precies uit bestaat. “Het kabinet heeft de Kamer weliswaar een lijst gegeven van geleverde goederen, maar het is onduidelijk of die uitputtend is.”

Knops vindt het verder ‘onbegrijpelijk’ dat de Syrisch-Koerdische YPG en de Syrian Democratic Forces (SDF) ‘voor zover bekend’ geen steun ontvangen van Nederland. “En dat terwijl zij nu juist bondgenoten zijn in de strijd tegen ISIS. Juist zij kunnen gezien worden als gematigde gewapende groeperingen. Het CDA pleit er dan ook voor om een belangrijk deel van de non-lethal support te bestemmen voor de SDF en YPG.”

Ook Kees van der Staaij van de SGP zegt op de hoogte te zijn, maar steunt niettemin het kabinetsbeleid, zoals verwoord in de artikel-100 brief van het kabinet aan de Kamer. Tot de gematigde groeperingen in Syrië die steun verdienen van Nederland rekent Van der Staaij de door zijn CDA-collega Knops genoemde Syrian Democratic Forces (SDF). Op de door Novini genoemde artikelen uit de internationale pers, waaruit blijkt dat de vanuit het Westen geleverde steun aan groeperingen in Syrië steevast in verkeerde handen valt en ten koste gaat van christelijke gemeenschappen en andere minderheden in Syrië, gaat Van der Staaij echter niet in.

Joël Voordewind

Joël VoordewindJoël Voordewind van de Christenunie reageert verbolgen op de vraag van Novini of hij wist van de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen in Syrië: “Ik heb nota bene een motie ingediend om de steun aan het Vrije Syrische Leger te staken. Deze had een meerderheid kunnen krijgen als de partij van minister Koenders was meegegaan. Maar helaas: de PvdA stemde tegen.”

Een zoekopdracht in het krantenarchief van Lexis Nexis maakt duidelijk dat geen krant of actualiteitenrubriek aandacht heeft besteedt aan de motie van Voordewind. Ook in het digitale archief van de Tweede Kamer is het even zoeken, maar inderdaad: Op 29 april 2015 diende Voordewind een motie in, waarin hij het kabinet opriep “af te zien van steun aan het Vrije Syrische Leger en het geld te besteden aan humanitaire hulp in vluchtelingenkampen in en rondom Syrië.” Dit omdat “het verstrekken van middelen aan het Vrije Syrische Leger grote risico’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat de steun contraproductief is en in de verkeerde handen kan vallen.”

Op dezelfde dag werd de motie in stemming gebracht. Vóór de motie stemden: CDA, SGP, Christenunie, SP, Partij voor de Dieren en 50Plus. Tegen stemden: VVD, PvdA, GroenLinks, D66, PVV, Groep Kuzu/Öztürk en Groep Bontes/Van Klaveren en Houwers.

“Ik ben zelf in Syrië geweest”, verklaart Voordewind zijn beweegreden voor het opstellen van de motie. “Ik heb daar gesproken met de Free Syrian Army. En zij zeggen gewoon openlijk: Als wij met Al Nusra kunnen samenwerken om de strijd tegen Assad te voeren, dan doen we dat. Dus die wapens worden ook gewoon doorgesluisd naar de radicalere groeperingen.”

Voordewind deelt de mening van Knops en Van der Staaij dat het kabinet er beter aan zou doen, naar het voorbeeld van de VS, de Syrian Democratic Forces (SDF) te steunen. “Die bestaan met name uit Koerden, en er zitten ook Christenen en Arabische groeperingen bij”, zegt Voordewind. “Ze hebben inmiddels al een soort plan voor een autonome regio gecreëerd, zoals de Koerden in Irak hebben gedaan. Met een grondwet, met respect voor minderheden, met respect voor godsdienstvrijheid. Die zijn veel beter te vertrouwen en zijn veel effectiever in het bestrijden van ISIS.”

Syrische christenen

Is het beeld dat Voordewind schetst van de Syrische Koerden niet te rooskleurig? De Syrian Democratic Forces worden militair geleid door de Koerdische militie YPG (People’s Protection Units). De YPG is gelieerd aan een politieke partij, Democratic Union Party (PYD), waarvan gezegd wordt dat dit de Syrische tak van de Turkse PKK is. Syrische christenen zijn over beide partijen, YPG en PYD, weinig enthousiast. Zestien Armeense en Assyrische organisaties beschuldigden in een gezamenlijke verklaring de PYD van mensenrechtenschendingen en andere vergrijpen. De World Council of Arameans richtte vervolgens soortgelijke beschuldigingen aan het adres van de YPG. En begin dit jaar bracht de Assyrian Confederation Europe een zwartboek uit over de Koerdische omgang met de Assyrische minderheid.

Zou Nederland niet beter helemaal kunnen stoppen met het verlenen van hulp aan gewapende groepen in Syrië?

“Het is mij bekend dat Human Rights Watch een rapport heeft uitgebracht over incidenten met de YPG en PYD”, zegt Voordewind. “Maar er is in Syrië geen enkele partij die geen bloed aan zijn handen heeft. Je zult moeten kiezen voor het minste kwaad. Ik behoor niet tot degenen die zeggen: Laat ze elkaar maar uitmoorden daar.”

Echter, de Koerden zijn, anders dan het kabinet Rutte, niet uit op de val van Assad. Zij streven naar een autonome regio binnen Syrië. Dat zal Turkije niet toestaan. Dan zal dus steun voor de Syrian Democratic Forces leiden tot nog meer nodeloos bloedvergieten?

Voordewind: “Van Erdogan moeten we ons niet te veel aantrekken. Kijk hoe hij onlangs tekeer is gegaan in New York, met zijn bodyguards die insloegen op demonstranten. En kijk wat er in Irak is bereikt. Daar hebben de Koerden al een autonome regio.”


Verder lezen over Stop Arming Terrorists Act: www.na4t.org


Fractiewoordvoerders Buitenlandse Zaken die geen commentaar wilden leveren op de vraag van Novini wat zij vinden van Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, gezien internationale berichtgeving over steun die in handen valt van ISIS en Al Nusra:

PvdA: Kirsten van den Hul
VVD: Han ten Broeke, André Bosman, Anne Mulder, Bente Becker, Dilan Yeşilgöz-Zegerius
PVV: Geert Wilders, Raymond de Roon, Danai van Weerdenburg
GroenLinks: Bram van Ojik en Isabelle Diks
D66: Salima Belhaj, Sjoerd Sjoerdsma en Achraf Bouali
SP: Sadet Karabulut en Renske Leijten
PvdD: Marianne Thieme
DENK: Tunahan Kuzu
50Plus: Martin van Rooijen
FvD: Thierry Baudet

Posted on

Syrië en de EU–Schaamteloze idioten

Geconfronteerd met een snel evoluerende situatie in Syrië heeft de EU volgens de Londense krant The Times (1) nu ook zijn positie tegenover de regering van president Bashar al Assad aangepast. Rijkelijk laat en het zoveelste bewijs voor zowel de totale incompetentie als de onvoorstelbare arrogantie van de leiders van de EU. Niet dat dit allemaal natuurlijk verrassend komt.

Mensen die de zaak op een professionele wijze van nabij volgden konden dit al in 2011 voorspellen. Het was toch de Franse ambassadeur in Damascus die dit in een verhit bijna fysiek geworden discussie in Parijs op het ministerie van Buitenlandse Zaken voorspelde. Maar de Franse president Nicolas Sarkozy wou die waarheid niet horen. Assad moest van Sarkozy dood en dat zou gebeuren. (2)

Decentralisatie

Volgens The Times zou de EU nu een ganse smak geld willen geven aan het Syrië van Assad indien hij een paar voorwaarden zou aanvaarden. En dat zijn een decentralisatie van de macht naar de provincies toe en democratische verkiezingen. Meer niet. Het doet denken aan de niet nagekomen beloften tegenover Oekraïne.

Nu men hem niet kon vermoorden gaat men bij de EU pogen zoete broodjes te bakken met president Bashar al Assad. Men denkt daarbij zelfs nog druk te kunnen uitoefenen om hem tot toegevingen te kunnen dwingen. De EU, het rijk der illusies. 
Nu men hem niet kon vermoorden gaat men bij de EU pogen zoete broodjes te bakken met president Bashar al Assad. Men denkt daarbij zelfs nog druk te kunnen uitoefenen om hem tot toegevingen te kunnen dwingen. De EU, het rijk der illusies.

Deze week publiceerde de European Council of Foreign Relations een analyse (3) waarin men dit min of meer voorstelde. Het argument was dat Assad dan wel zal winnen maar doordat zijn land vernield is – dankzij de EU, maar dat schreef men natuurlijk niet – hij heel veel geld nodig zal hebben om dat te heropbouwen. En dus, klonk het, kan de EU de baas blijven en zijn voorwaarden stellen aan Assad.

Idiotie die bewijst dat de auteur niet beseft dat de periode van de westerse alleenheerschappij definitief voorbij is. China bezit nu een oorlogskas die tegen de 3.500 miljard dollar bedraagt. Het zijn landen als China, niet de schuldenaars van de EU en de VS, die de toekomst van Syrië gaan bepalen. Een China dat evenzeer als Rusland last heeft van die door het westen gesteunde salafistische terreur.

Typerend waren de bussen die men nu overal in Syrië gebruikt om vluchtelingen en rebellen te vervoeren. Het zijn allen modern ogende Chinese bussen. Vergeet Van Hool, VDL, Fiat of wie uit Europa ook. Zoals er in Syrië nu ook overal Chinese auto’s rondtoeren.

Didier Reynders, Mark Rutte, Angela Merkel en Theresa May zullen allen in Damascus als schaamteloze wezens door het stof moeten kruipen in de hoop toch een druppel van de contracten rond de wederopbouw te bemachtigen.

Troeven

Volgens o.m. Franse bronnen, wou Sarkozy na Moeammar Kadhaffi ook Bashar al Assad doen vermoorden. Een beleid dat zijn opvolger François Hollande voortzette. Assad zal echter nog steeds president spelen als zij reeds geschiedenis zullen zijn. In Damascus zitten velen hen daarom al openlijk uit te lachen.
Volgens o.m. Franse bronnen, wou Sarkozy na Moeammar Kadhaffi ook Bashar al Assad doen vermoorden. Een beleid dat zijn opvolger François Hollande voortzette. Assad zal echter nog steeds president spelen als zij reeds geschiedenis zullen zijn. In Damascus zitten velen hen daarom al openlijk uit te lachen.

De reden voor die koerswijziging is, volgens de Times, dat in de ogen van onze Europese leiders de VS elke controle over de zaak verloren heeft en dat het Rusland is dat alle troeven in handen heeft. Dat werd volgens de krant twee weken geleden ook aan die rebellen meegedeeld. Waarbij men hun – als zwijggeld en afscheidspremie? – ook een pak geld beloofde. De krant citeerde hierbij meerdere anonieme bronnen.

Een andere reden voor die koerswijziging is volgens het dagblad de enorm zware politieke problemen die ontstaan zijn door de vluchtelingencrisis als gevolg van de door het westen, en dus ook de EU, in gang gestoken oorlogen in Syrië en Irak.

De komst van François Fillon als toekomstig Frans president past hierin perfect. Hij wil dat Frankrijk goede maatjes wordt met zowel Rusland als Syrië. Hetzelfde met Donald Trump natuurlijk die ook zegt te streven naar goede relaties met Rusland. Alhoewel we hier gezien de chaotische onvoorspelbare natuur van de man nog erg voorzichtig moeten zijn.

Belangrijk is ook dat nadat Jordanië het al op een akkoord met Syrië en Rusland gooide nu ook Recep Erdogan overstag is gegaan. Dat het salafistische verzet in Aleppo aan het instorten is komt mede doordat hij enkele duizenden huurlingen uit Aleppo wegtrok om voor Turkse rekening elders te gaan vechten tegen de alliantie van de VS en de Koerdische YPG/PKK.

Na Assad is de Russische president Vladimir Poetin de grote overwinnaar van de oorlog van het westen tegen Syrië. Toen de Russische luchtmacht op 30 september 2015 in Syrië in actie kwam wuifde Barack Obama alles weg, stellende dat Rusland zoals in Afghanistan in Syrië eveneens zou verzuipen. Ook hier in Washington zat men luidop te dromen en zich illusies te maken. Syrië brak de almacht van de VS. Het brak ook de macht van het salafisme. Men zou in Brussel Poetin en Assad dan ook beter feliciteren en duizendmaal bedanken.
Na Assad is de Russische president Vladimir Poetin de grote overwinnaar van de oorlog van het westen tegen Syrië. Toen de Russische luchtmacht op 30 september 2015 in Syrië in actie kwam wuifde Barack Obama alles weg, stellende dat Rusland zoals in Afghanistan in Syrië eveneens zou verzuipen. Ook hier in Washington zat men luidop te dromen en zich illusies te maken. Syrië brak de almacht van de VS. Het brak ook de macht van het salafisme. Men zou in Brussel Poetin en Assad dan ook beter feliciteren en duizendmaal bedanken.

Erdogan spartelt nog wel eens tegen maar zit duidelijk in een Russische machtsgreep waaruit hij niet kan of wil ontsnappen. Het is geen toeval dat sommige van die salafistische terreurgroepen in het geheim in Turkije met Rusland aan het onderhandelen waren.

VS zijn onbetrouwbaar

Waarbij men via Charles Lister – een Amerikaanse officieuze woordvoerder van die bendes en een man die vroeger in Qatar voor het Brookings Institute werkte – liet uitlekken dat men de VS hierbij niet betrok omdat deze toch onbetrouwbaar is.

Nu reeds is duidelijk dat Syrië en de regering van Assad de overwinnaar zijn van de meest gruwelijke oorlog sinds die van Vietnam. En ook hier leed de VS een zeer smadelijke nederlaag. De veruit tweede belangrijkste winnaar is Rusland die aan het Midden-Oosten en de wereld toonde een betrouwbaar bondgenoot te zijn.

Nadat het westen Libië vernielde en weigert het te helpen om uit die diepe put te kruipen trok generaal Khalifa Haftar, een vroegere generaal van Kadhaffi en gewezen man van de CIA, nu naar Moskou om hulp te vragen.
Nadat het westen Libië vernielde en weigert het te helpen om uit die diepe put te kruipen trok generaal Khalifa Haftar, een vroegere generaal van Kadhaffi en gewezen man van de CIA, nu naar Moskou om hulp te vragen.

Dit in tegenstelling tot de VS die probleemloos haar vazallen liet vallen en zelfs vermoorden zoals de Iraanse Sjah, de Egyptische Hosni Moebarak en de Iraakse Saddam Hoessein. Rusland liet Assad en Syrië nooit in de steek en integendeel stuurde zelfs zijn luchtmacht die mede verantwoordelijk is voor de overwinning op al Qaeda en het assortiment van koppensnellers die er amok maakten.

Het is dan ook geen toeval dat het recente akkoord binnen de olieproducerende landen OPEC er kwam dankzij de centrale rol van Rusland die Irak, Iran en Saoedi-Arabië tot een akkoord dwong waarbij de Saoedi’s de meeste toegevingen deden en Iran niets. En het is eveneens geen toeval dat de Libische krijgsheer generaal Khalifa Haftar recent eveneens op bezoek was in Moskou. En dat zal wel niet geweest zijn om er wat wodka te kopen.

Het ganse voorval toont nogmaals de totale incompetentie van de Europese leiders en hun onvoorstelbare schaamteloosheid. Dat ze na alles wat er gebeurde nog denken aan Damascus eisen te moeten en kunnen stellen is feitelijk hallucinant. Men zou nog gaan denken dat ze in Brussel op hun bijeenkomsten LSD gebruiken.


1) The Times, 3 december 2016, Richard Spencer, ‘EU offers cash to Assad regime for Syria peace deal’. http://www.thetimes.co.uk/edition/world/eu-offers-cash-to-assad-regime-for-syria-peace-deal-w8shn8rjx

2) Christian Chesnot en Georges Malbrunot, ‘Les chemins de Damas, le dossier noir de la relation franco-syrienne’, Robert Laffont, 2014.

3) European Council of Foreign Relations, 18 november 2016, Julien Barnes-Dacey, ‘The first Trump test: European policy and the Siege of Aleppo’.   http://www.ecfr.eu/article/commentary_the_first_trump_test_european_policy_and_the_siege_of_aleppo7186?platform=hootsuite

Posted on

Journalisten geweigerd bij Srebrenica-presentatie

Den Haag – Vanmiddag presenteert het NIOD een rapport over de afspraak tussen Amerika, Frankrijk en Engeland om Dutchbat in 1995 in Srebrenica geen luchtsteun te geven. Het rapport wordt echter in aparte besloten bijeenkomsten aan respectievelijk journalisten en overlevenden gepresenteerd.

 Om 15.00 uur wordt het rapport gepresenteerd aan de pers in Nieuwspoort. Terwijl twee uur later om 17 uur hetzelfde rapport wordt gepresenteerd op het ministerie van Defensie aan andere betrokkenen, waaronder de overlevenden van Srebrenica en voormalige Dutchbatters.

Volgens Sacha Oudorf van Buitenlandse Zaken is er inhoudelijk weinig verschil tussen de bijeenkomsten. Het is daarom opmerkelijk dat journalisten worden geweigerd voor de besloten bijeenkomst van 17.00 uur. Kennelijk mogen kritische journalisten de eerste reacties op het rapport híer niet komen optekenen. Tegelijkertijd zijn in Nieuwspoort alléén journalisten welkom. 

“Er worden dus twee gescheiden en besloten bijeenkomsten georganiseerd. Dat is vreemd”, aldus Edwin Giltay en Jehanne van Woerkom van het politiek comité Stari Most.

“Het is namelijk voor de media van groot belang om kennis te nemen van de reacties op het rapport van de betrokkenen bij Srebrenica, zoals de overlevenden, Dutchbatters en anderen. De indruk wordt nu gewekt dat Defensie kritische geluiden afschermt voor de pers.”

Het onderzoek van het NIOD dat vanmiddag gepresenteerd wordt, werd in december ingesteld naar aanleiding van uitlatingen van oud-minister van Defensie Joris Voorhoeve in juni 2015 in het televisieprogramma Argos.