Posted on

Een Europese Lente?

(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website van het Katholiek Nieuwsblad)

Een golf van demonstraties gaat door Duitsland tegen de lakse immigratiewetgeving die het land kent.

Het kwam in de berichtgeving van het Katholiek Nieuwsblad al even ter sprake: de demonstranten noemen zichzelf Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes, oftewel ‘Vaderlandslievende Europeanen tegen de islamisering van het avondland’: Pegida. De demonstraties begonnen klein, met 350 demonstranten in oktober in Dresden. Maar nu zijn het er soms wel 15.000 per demonstratie, in verschillende steden. De mensen die meelopen met de Pegida-demonstraties willen dat de ruime immigratieregelingen worden beperkt en vinden dat de islamisering van Duitsland moet stoppen. Ook is de stelling populair dat de bestuurlijke klasse van Duitsland de gewone Duitser in de steek heeft gelaten met zijn zorgen over grootschalige immigratie.

‘Neonazi’s in streepjespak’

De tegenargumenten, in zoverre het dat zijn, lieten niet op zich wachten. De minister van Binnenlandse Zaken van Noord-Rijnland-Westfalen noemde de demonstranten Neonazis in Nadelstreifen (‘Neonazi’s in streepjespak’). Bondskanselier Angela Merkel riep op dat “mensen zich niet voor het karretje van extreemrechts moesten laten spannen”. Tenslotte wordt er bij elke Pediga-demonstratie standaard een tegendemonstratie georganiseerd door mensen die er rotsvast van overtuigd zijn dat ze strijden tegen een nieuw gezicht van het nationaalsocialisme.

Nieuwe stemmers

Hoe zijn we hier gekomen? Het gaat te ver hier en nu de oorzaak van de immigratieramp in detail te beschrijven, maar het is toch de moeite die even aan te raken. Kort gezegd komt het erop neer dat de grote hoeveelheden migranten op conto te schrijven zijn van de gehele mainstream politieke klasse. De liberalen hebben onder druk van het internationale grootkapitaal en de werkgeverslobby de wetgeving veranderd. De socialisten en sociaaldemocraten zochten nieuwe stemmers nadat door de emancipatie van de arbeider de steun van de blanke arbeider voor het marxisme niet meer vanzelf ging spreken. De christendemocraten hebben niet genoeg ruggengraat getoond en hebben op cruciale punten toegegeven aan beleid waar geen christen in Europa voordeel van heeft gehad en alleen maar nog meer nadeel van gaat ondervinden.

Buitenparlementaire acties

Onze bestuurders hebben ons dus inderdaad in de steek gelaten zoals Pegida stelt en zitten terecht met een ongemakkelijke discussie in hun maag. De scheldkanonnades van onder meer de minister van binnenlandse zaken van Noord-Rijnland-Westfalen kunnen onder meer hieruit verklaard worden. Tenslotte hebben journalisten, academici en bestuurders met elkaar een intellectuele sfeer binnen de bestuurlijke klasse gecreëerd die steeds minder en minder aansluiting vindt bij de doorsnee Vlaming, Nederlander, Duitser of Fransman. Waardoor buitenparlementaire acties, zoals demonstraties, steeds meer en meer voor de hand gaan liggen. Zoals die nu dus effectief plaatsvinden.

Kerstliederen zingen

Pegida’s laatste actie is het met 17.000 demonstraten zingen van christelijkekerstliederen tijdens een van de anti-immigratie demonstraties. Dat is zeer charmant, want Kerst gaat al te weinig over de geboorte van Christus en teveel over het kopen van grote hoeveelheden spullen die we eigenlijk niet nodig hebben.
Het huidige immigratiebeleid door heel Europa heen kon alleen tot stand komen in een klimaat van ernstige verwarring over wie wij zijn als Europeanen. Is identiteit en nationaliteit alleen maar een stukje papier dat wij een ‘paspoort; noemen? Of steekt er meer achter? In het heersende intellectuele klimaat is er alvast geen ruimte voor alles wat boven de ruwe materie uitstijgt.
Zonder een idee te hebben van waar je staat in de scheppingsorde kun je jezelf niet definiëren en daarmee ook niet verdedigen tegen iets als islamisering. Want de moslims hebben wel een concreet idee over wie zij zijn en waar ze staan in de orde der dingen. Dat is altijd krachtiger dan een mentaliteit waarin alles relatief en niets waar is.

Scheppingsorde

Het is dan ook geen toeval dat de plekken waar de agenda van het materialisme en secularisme het verst gevorderd is, tevens ook het sterkst geïslamiseerd zijn. Een voorbeeld dat meteen in het oog springt, is Frankrijk. Dat is in de greep van een zeer agressieve vorm van het secularisme en heeft tevens de grootste islamitische minderheid van Europa. Met allegevolgen van dien. Zover is het in Duitsland nog niet en ik denk dat in elk geval de Pegida-demonstranten dat graag zo willen houden. De mensen die deel uitmaken van de Pegida-demonstraties moeten daarom een volgende stap zetten, namelijk het bepleiten van de herkerstening van de maatschappij zodat wij als Europeanen onze plek in de scheppingsorde eerst weer terugvinden en daarna claimen. Pas met de herkerstening van ons prachtige continent zal de relativering van onze identiteit een halt toe geroepen kunnen worden. Daarmee zal een van de hoekstenen van de pro-immigratie lobby worden weggeslagen. Zover zijn de demonstranten helaas nog niet, maar hun demonstraties zijn pas een recent verschijnsel en houden grote afstand van het oude spook van het nationaalsocialisme. Dus er is zeker hoop dat de demonstraties zich in deze richting kunnen ontwikkelen.

Veilig voor islamisering

Hoe  nu verder? Of de demonstraties ook beantwoord worden door de politieke klasse is dus afwachten omdat er al zware woorden zijn uitgesproken, maar aan het enthousiasme van de demonstranten zal het niet liggen. Toch is hervorming van de lakse immigratiewetgeving zoals gezegd niet voldoende. Als we werkelijk veilig willen zijn voor islamisering moeten we ook afrekenen met de diepere oorzaken ervan. Namelijk met het enthousiasme waarmee de Pegida-demonstraten kerstliederen zingen moeten we ook weer gaan bidden. En naar de kerk gaan. En gans de samenleving weer herkerstenen om zo onze plek in de scheppingsorde terug te vinden. Zoals het klinkt in dat oude katholieke strijdlied Wij willen God:

‘Wij willen God in ’s lands bestieren,
In heel de gang der maatschappij!’

Posted on

Bankenunie lost problemen EMU niet op

bankenunie

Al decennialang doet Brussel zijn best om macht naar zich toe te trekken, maar sinds de uitbraak gedraagt de EU zich helemaal als Rupsje Nooitgenoeg. Brussel ziet de oplossing van de vele problemen in een verdere verdieping van de EMU: er wordt hard gespijkerd aan een economische en monetaire unie, met als voorlopig ‘hoogtepunt’ een politiek akkoord voor een vergaande bankenunie. De SGP is er echter van overtuigd dat de fundamentele problemen hiermee niet worden opgelost, maar juist vergroot. Het is tijd voor echte oplossingen!

De eurocrisis juttert aan de pijlers van de Economische en Monetaire Unie (EMU). De SGP heeft zich in 1992 verzet tegen de vorming van deze EMU, omdat de economieën van de eurolanden zeer verschillend waren en omdat de vorming van de EMU een opstap vormde naar een politieke unie. In de afgelopen twintig jaar zijn de economieën in de eurozone bepaald niet naar elkaar toe gegroeid. Het fundamentele probleem is dat in veel Zuid-Europese landen de verdiencapaciteit te laag is.

Door de invoering van de euro hadden economisch zwakke landen geen mogelijkheid meer om de nationale munt te devalueren ten opzichte van sterkere munten, om zo de export te stimuleren. Daarnaast konden zwakke landen door de relatief lage rente in de eurozone goedkoop lenen. Voordat ze de euro hadden konden ze dat niet, omdat ze vanwege de staat van hun overheidsfinanciën een hogere rente moesten betalen. Dat heeft er onder meer geleid dat de schulden in deze landen hoog zijn opgelopen. Bovendien is het schuldenprobleem te laat onderkend, waardoor de burgers van Europese landen konden opdraaien voor de torenhoge schulden van enkele zwakke Eurolanden.

Naast het fundamentele probleem van de verdiencapaciteit is er ook nog het urgente probleem dat banken te weinig kapitaal hebben. Vooral banken in de Zuid-Europese landen hebben veel slechte leningen op de balans staan. Het gaat dan bijvoorbeeld om vastgoed waarvan de waarde sterk is gedaald.

De SGP wil de werkelijkheid nuchter onder ogen zien: de bankencrisis en de schuldencrisis bij overheden zetten de solidariteit binnen de eurozone zwaar onder druk. De groeiperspectieven zijn somber en het consumentenvertrouwen bevindt zich op een laag niveau. Wie denkt dat economische groei de oplossing gaat bieden, herhaalt de historische fout die al velen malen in de EU is gemaakt. Het wordt tijd voor echte oplossingen.

Bankenunie onacceptabel
Een volledige Europese bankenunie is voor de SGP onacceptabel. Op zich kan Europees bankentoezicht helpen om meer grip te krijgen op de Europese bankensector, die over landgrenzen heen georganiseerd is. Goed toezicht moet dan waarborgen dat de banken niet opnieuw teveel kunnen uitlenen en hun balansen niet opnieuw kunnen overladen met slechte leningen en discutabele financiële producten. Beter toezicht is dan ook een goede zaak. Europese risicodeling via een bankenunie gaat de SGP echter te ver. Dit zou betekenen dat omvallende banken en spaartegoeden in de toekomst niet meer door het euroland zelf worden gered, maar door de bankensector in de eurozone als geheel, via een zogenaamd Europees resolutiefonds en een depositogarantiefonds. Omdat het resolutiefonds geleidelijk zal worden gevuld door de banken zelf, is de kans groot dat het zeker de komende tien jaar nog over onvoldoende middelen beschikt. In dat geval moeten overheden, als de bail-in van investeerders tekort schiet, alsnog bijspringen als een bank gered moet worden. Omdat veel landen in nood zelf niet het geld hebben om hun eigen banken van nieuw kapitaal te voorzien, wordt de rekening verdeeld over de rest van de eurozone.

Daar komt bij dat Nederland en veel andere Noord-Europese lidstaten de problemen met de banken zelf hebben aangepakt. Nederlandse banken, zoals ABN AMRO, ING en SNS Bank zijn gered of gesteund met Nederlands belastinggeld. Veel Zuid-Europese landen hebben echter lang doorgemodderd en nog nauwelijks banken geherstructureerd. Op dit moment is er nog onvoldoende zicht op de omvang van de kapitaalbehoefte van zwakke banken. Dat maakt de bankenunie tot een hachelijk onderneming. Er zullen vele miljarden moeten worden afgeschreven en banken zullen extra geld nodig hebben om de bankbalansen gezond te maken. Deze banken dreigen straks met Europees geld gered te worden, bijvoorbeeld via goedkope leningen van de ECB, wat ook een fors inflatierisico met zich meebrengt. De SGP wil voorkomen dat de Nederlandse belastingbetaler twee keer betaalt: één keer voor de redding van de Nederlandse banken, en vervolgens via de Europese middelen ook nog voor de Zuid-Europese banken.

Niet doormodderen
De vraag is dan wel welke oplossing wel gekozen kan worden. Doormodderen met de EMU is geen optie. Bij alle mogelijke oplossingen is gedeeltelijke kwijtschelding van de te hoge schulden van banken en landen met de ernstigste problemen onvermijdelijk. Het overeind houden van noodlijdende banken en zwakke eurolanden door lidstaten met een sterke economie is uiteindelijk geen oplossing. Als later dit jaar de stresstests van de ECB duidelijk maken hoeveel kapitaal de banken in zwakke landen nodig hebben, komen hopelijk eindelijk de cijfers van de slechte leningen op de bankbalansen op tafel.

De echte oplossing dient zich pas aan als landen door een gezonde verhouding tussen lonen, prijzen en productie komen tot economisch herstel. Om te zorgen dat landen weer concurrerend kunnen worden, moeten ze hun munt in waarde laten dalen en dat kan niet zolang ze de euro hebben. Als ze overstappen naar een nationale munt, kunnen ze door een aangepaste wisselkoers devalueren waardoor ze goedkoper kunnen exporteren. De economie van het land kan dan weer gezond worden. Een land dat ook op langere termijn binnen de eurozone niet concurrerend kan worden, heeft er dus belang bij om buiten de eurozone te herstellen van de grote economische schok waardoor het is getroffen. Dit biedt een oplossing voor enkele zwakke eurolanden met een hoge schuldenlast die bovendien een dramatisch hoge werkloosheid kennen. Zij moeten weer perspectief krijgen, omdat ze maatschappelijk en economisch met hun rug tegen de muur staan. Dit scenario kan werkelijkheid worden voor landen als Griekenland, Portugal en Cyprus. Een begeleide uittreding voorkomt dat deze eurolanden en de eurozone als geheel van crisis naar crisis blijven voortmodderen op de ingeslagen weg. Belangrijke randvoorwaarde is dat het in goede samenspraak met het land plaatsvindt en dat het land een hulpplan krijgt. Daarmee kan het land de ergste schok opvangen en gericht aan structureel herstel werken. Het geldt gelijk als waarschuwing voor de voorlopig blijvende landen wat er gebeurt als ze niet tijdig orde op zaken stellen.

Een dergelijke zorgvuldige aanpak met uittreding waar nodig heeft de voorkeur boven een wanordelijk uiteenvallen van de eurozone. Dat zou namelijk het vertrouwen aantasten waar de economie op gebaseerd is. Goede banken zouden hier ook door worden getroffen en het zou de economie in het hart raken met grote schade als gevolg.

De juiste aanpak voor de eurocrisis bestaat dus uit het afschrijven van slechte leningen, het gezond maken van banken en de uittreding van eurolanden die het te moeilijk hebben met hun concurrentiepositie. De zwakke landen en de eurozone als geheel krijgen dan weer perspectief op een duurzaam herstel. Dat moet waarborgen dat de eurozone economisch gezond wordt en blijft. Dat kan niet als landen te ongelijksoortig zijn of zich niet willen toeleggen op de bijbehorende financiën en economie. Alle scenario’s voor crisisbestrijding zullen veel geld kosten, maar deze benadering pakt de problemen effectief bij de bron aan.

Posted on 1 Comment

Duitse kiezers: Bevoegdheden EU terug naar lidstaten

Een meerderheid van de Duitse kiezers wil de EU op een aantal punten afslanken. Dat blijkt uit een peiling in opdracht van de denktanks Open Europe en Open Europe Berlin, uitgevoerd door YouGov Deutschland.

Op ten minste acht beleidsterreinen is een meerderheid van de Duitse kiezers voor minder Brusselse inmenging. De diverse beleidsterreinen werden apart van elkaar voorgelegd aan de geënquêteerden.

  • Zes op de tien was van mening dat nationale parlementen meer mogelijkheden moeten krijgen om EU-wetgeving te blokkeren, 25% was daar tegen;
  • 61% van de ondervraagden was van mening dat beslissingen over het regionale ontwikkelingsbeleid alleen door nationale politici genomen zouden moeten worden in plaats van op EU-niveau (24% was het daar deels of geheel mee oneens);
  • 58% was van mening dat landbouwsubsidies nationaal geregeld zouden moeten worden;
  • Zes op de tien vond dat beslissingen op het gebied van strafrecht, databescherming en arbeidsrecht door nationale politici genomen moeten worden en niet op EU-niveau (respectievelijk 26, 27 en 24% was het daarmee oneens).
  • Iets meer dan de helft (51%) is van mening dat beslissingen over immigratie binnen de EU op het niveau van de lidstaat genomen moeten worden (30% was het daarmee oneens).
  • Op het gebied van visserij, voedselstandaarden en klimaatverandering bleek een meerderheid van de ondervraagden voortzetting van de betrokkenheid van de EU te ondersteunen.

decentralisation2

Als de vraag naar afslanking van de EU in het algemeen werd gesteld, koos 41% voor een EU met minder bevoegdheden, 36% voor de status quo en slechts 23% voor meer bevoegdheden. 50% antwoordde met ja op de vraag of de nieuwe bondskanselier de pogingen van andere regeringsleiders om bevoegdheden van EU-niveau naar nationaal, regionaal of lokaal niveau te verplaatsen moet ondersteunen.

Uit de peiling bleek verder dat Duitsers, gevraagd naar 13 verschillende Duitse en Europese instellingen, het geringste vertrouwen hebben in de Europese Commissie en het Europees Parlement. Het Duitse grondwettelijk hof genoot het grootste vertrouwen (71%), het Europees Parlement en de Europese Commissie zijn de hekkensluiters met respectievelijk 33 en 30%. De Duitse regering en de bondsdag hebben daarentegen het vertrouwen van  resp. 44 en 45% van de kiezers. De Bundesbank heeft duidelijk aan vertrouwen ingeboet, evenveel kiezers (47%)  vertrouwen deze instelling als niet. De Europese Centrale Bank staat er met 38% nog slechter voor.

Duitse kiezers hebben weinig vertrouwen in het Europees Parlement.
Duitse kiezers hebben weinig vertrouwen in het Europees Parlement.

Mats Persson, directeur van de Brusselse denktank Open Europe over de uitkomst van de peiling:

“Hoewel Duitsland sterk aan Europa hangt, blijkt dat, als de vraag naar EU-bevoegdheden wordt teruggebracht tot specifieke beleidsterreinen, er brede steun is onder het Duitse publiek voor de terugkeer van bevoegdheden van Brussel naar de lidstaten. Dit versterkt de indruk dat er in diverse lidstaten op veel terreinen een toenemende voorkeur is voor minder Europa.”

Brexit?

“Een duidelijke meerderheid van de Duitsers is ook van mening dat een Brits vertrek uit de EU zeer schadelijk zou zijn voor Duitsland en de EU en wil dan ook dat de volgende bondskanselier er actief naar streeft het Verenigd Koninkrijk aan boord te houden, zelfs al wordt Frankrijk nog steeds als Duitslands belangrijkste bondgenoot in Europa gezien”, aldus Persson.

53% van de ondervraagden was van mening dat het niet in Duitsland economisch en politiek belang is als het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat (30% was het daar niet mee eens). 57% zei dat het vertrekken van de Britten het prestige en de geloofwaardigheid van de EU schade zou berokkenen. 63% was van mening dat Duitsland en Engeland bondgenoten kunnen zijn in het hervormen van de EU, maar 50% was het er niet mee eens dat de Britten natuurlijker bondgenoten voor de Duitsers zouden zijn dan de Fransen. Gevraagd naar de belangrijkste bondgenoot van Duitsland in Europa, noemt 61% Frankrijk en slechts 19% het Verenigd Koninkrijk als eerste. François Hollande geniet onder de Duitsers met 26% echter minder vertrouwen dan David Cameron met 30%, 18% noemt Mark Rutte als meest betrouwbare leider.

Twee derde van de ondervraagden was het er mee eens dat ingrepen gericht op het stabiliseren van de Euro niet ten koste mogen gaan van de gemeenschappelijke markt of in het nadeel van lidstaten mogen zijn die de Euro niet hebben ingevoerd.

Het volledige onderzoek en een toelichting op de methodologie is hier te vinden: http://www.openeurope.org.uk/Article/Page/en/LIVE?id=13845&page=PressReleases

Posted on Leave a comment

Hongarije: Politiek slagveld voor de toekomst van Europa

In het zomernummer van de Internationale Spectator, een tijdschrift van Instituut Clingendael, legt László Marácz uit dat de constitutionele en financieel-economische hervormingen van de huidige Hongaarse regering alleen begrepen kunnen worden in hun context en tegen de achtergrond van de voorgeschiedenis sinds de transitie van het communistische systeem naar het democratisch kapitalisme.

Marácz begint zijn artikel met een bespreking van de grote verkiezingsoverwinning van de  coalitie van Orbán, die zijn regering een twee derde meerderheid in het parlement opleverde. Hij verklaart die grote winst vooral uit de praktijken van de linkse regeringen in de jaren 2002-2010: “De historische nederlaag van de linkse partijen was vooral te wijten aan het beleid van de linkse partijen zelf. [..] De periode tussen 2002 en 2010 werd gekenmerkt door politieke en financieel-economische wanprestaties, corruptieschandalen, schendingen van mensen- en burgerrechten en het met de voeten treden van Hongarije’s democratische verworvenheden.” Marácz werkt het wanbeleid van de linkse regeringen vervolgens nader uit, waarbij hij ook de achtergrond van de communistische erfenis schetst, en komt dan aan de bespreking van de regering van socialisten en links-liberalen van Ferenc Gyurscány toe, de premier die loog over de financiële situatie van zijn land en doodleuk bleef zitten toen dat naar buiten kwam.

“Tegen deze achtergrond van een financieel-economisch en moreel faillissement werden de verkiezingen van 2010 gehouden [..]  Fidesz beloofde het electoraat schoon schip te maken [..] De partij behaalde een ‘landslide’-overwinning. De twee belangrijkste beleidsvoornemens van de nieuwe regering werden de constitutionele en financieel-economische hervormingen.” Marácz zet vervolgens uiteen wat die hervormingen inhielden en geeft daarbij veel verhelderende achtergronden, bijvoorbeeld over de redenen dat de stalinistische grondwet niet eerder aangepast is. Ook schetst hij economische achtergronden die in het West-Europese discours over Hongarije, als ze überhaupt al aan bod kwamen, onderbelicht bleven.

parlementsgebouw, Boedapest

Tot slot wijdt hij een paragraaf aan de verhoudingen tussen Hongarije en de EU. Hij constateert dat van het vermeende ‘anti-Europese’ karakter van de hervormingen onder de nieuwe Hongaarse regering in de praktijk niets blijkt, er blijkt vooral sprake van stemmingmakerij, met name door liberalen, groenen en socialisten in het Europees Parlement. Leden van de Europese Commissie lijken daar in mee te gaan door hoog van de toren te blazen en vervolgens in stilte terug te krabbelen. Marácz merkt overigens op dat het optreden van Orbán in het Europees Parlement ter uitleg en  verdediging van zijn beleid hem in Hongarije een toename in populariteit heeft opgeleverd. Mede daardoor heeft Fidesz ook tussentijdse verkiezingen voor het parlement in de afgelopen maanden overtuigend gewonnen. De suggestie dat de aanhang van Orbán af zou brokkelen wordt dus niet door de feiten gestaafd.

Guy Verhofstadt, leider van de liberale fractie in het Europese Parlement, heeft volgens Marácz gelijk als hij Hongarije een belangrijk politiek en ideologisch slagveld als het gaat om de toekomst van Europa. “Orbán is een intergouvernementalist die wil vasthouden aan de ordening van de Unie in termen van soevereine natiestaten, terwijl Verhofstadt een federalist is die de natiestaat wil opheffen om de Europese supranationale staat mogelijk te maken.

Het artikel is te lezen op de site van de Internationale Spectator (pdf).

Posted on Leave a comment

Seculiere zendingsijver in Europa. Durven zwijgzame christenen de confrontatie aan?

Enkele weken geleden, op de Nederlandse ambassade in Tbilisi, Georgië vond een gesprek plaats tussen een medewerker van de ambassade, een medewerker van de universiteit in Tbilisi en een vertegenwoordiger van een Nederlandse universiteit.

Het volgende voorstel werd geopperd. In Georgië is er de noodzaak voor begeleiding voor kinderen met handicaps. De universiteit van Tbilisi heeft een plan uitgewerkt waarbij een school met dagopvang wordt gebouwd voor kinderen met allerlei soort van handicap. Hierdoor kunnen honderden kinderen geholpen worden in hun dagelijks leven. Geld om de school te bouwen is er, geregeld door Noorwegen en Japan. Het enige wat nog ontbreekt is het ontwerp zelf. Er is nog een beperkt geldbedrag nodig om het ontwerp te maken.

Helaas, de Nederlandse ambassade heeft wel geld, maar niet voor een dergelijk initiatief. De aanwezige fondsen zijn gelabeld en bestemd voor `sexuele minderheden´.

Zomaar een voorbeeld. Maar wel een die het seculiere gezicht van Nederland in Europa laat zien. In dit artikel bekijken we een aantal recente gebeurtenissen in dit licht.

Meer dan een belangengemeenschap
De Europese Unie vindt zijn oorsprong in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die in 1952 gevormd werd door zes landen (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland). Deze gemeenschap was bedoeld om samen te werken op het gebied van zware industrie, noodzakelijk om elkaars productie van wapentuig te controleren. In 1958 kwamen de Europese Economie Gemeenschap (EEG) en de Europese Atoom Gemeeschap (Euratom) tot stand. De laatste om het vreedzaam gebruik van atoomenergie voor vreedzame doeleinden in Europa te bewerkstelligen. De EEG bevorderde de onderlinge samenhang op het vlak van onderlinge handel. In 1993 werd bij het verdrag van Maastricht de Europese Unie zoals we die nu kennen een feit. Inmiddels heeft de Europese Unie 27 lidstaten.

Vormt het gedeelde belang van vrede, handel en economie de enige gemeenschappelijke grond voor een hechte samenwerking van Europese lidstaten? Nee. Om een andere gezamenlijke bron op het spoor te komen gaan we verder terug in de tijd.

Christelijke wortels
Dit jaar is het 1700 jaar geleden dat in Edict van Milaan[1] werd uitgevaardigd in het Romeinse Rijk door Licinius en Constantijn de Grote. Vanaf toen waren burgers vrij hun godsdienst openlijk uit te oefenen. We mogen zeggen dat vanaf toen het christendom groeide in Europa en de cultuur mede gevormd heeft. De landen in Europa hebben een christelijke geschiedenis met daarbij behorende culturen en tradities.

In de afgelopen 1700 jaar is vanzelfsprekend veel gebeurd en veranderd. Was in het jaar 1000 de theologie nog absoluut de koningin der wetenschappen, aan het einde van de middeleeuwen was dat de natuurkunde. De rede had het geloof verdreven van de universiteiten. Deze overwinning van de rede werd met de Verlichting bezegeld.

Anno 2013 hebben we te maken met een ander Europa, een werelddeel met een nieuw gezicht, een nieuwe orde. De landen in Oost-Europa herleven na het communisme. Het christendom groeit daar terwijl het in West-Europa tanende is.

Seculiere propaganda
Golden vroeger de christelijke waarden in West-Europa, inmiddels zijn ze  vervangen door humanistische en libertijnse waarden. Dit wordt met name verspreid door de instellingen van de Europese Unie. De Europese Unie is een instituut geworden die de soevereiniteit van de natiestaten overstijgt, terwijl het verdrag officieel stelt dat EU de soevereiniteit en identiteit van de lidstaten respecteert.

De bevordering van humanistische en libertijnse waarden zien we vooral terug bij de omgang met toetredingseisen voor nieuwe lidstaten. Een land dat wil toetreden tot de Europese Unie heeft officieel te maken met de criteria van Kopenhagen. Deze criteria bevatten een aantal voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het kunnen toetreden tot de Europese Unie. Deze voorwaarden zijn vastgelegd door de Europese Raad in 1993 in Kopenhagen. Volgens deze voorwaarden moet een land dat wil toetreden tot de Europese Unie o.a. de mensenrechten respecteren, democratische principes in de praktijk brengen en een goed functionerende markteconomie hebben. Buiten het gegeven dat de mensenrechten universeel worden benoemd, gaan de Kopenhagen-criteria niet in op ethische kwesties. Toch worden deze criteria in de praktijk gebruikt als een kapstok om humanistische c.q. libertijnse waarden te introduceren en aan landen aanvullende eisen te stellen voor toetreding. Moldavië kreeg bijvoorbeeld te maken met Europese druk om abortus en euthanasie te legaliseren, omdat toetredingsgesprekken anders geen zin hadden.

Niet alleen het de instellingen van de propageren deze seculiere waarden, diverse lidstaten waaronder Nederland doen dat ook. In het vervolg van dit artikel gaan we in op een aantal voorbeelden uit de praktijk waarin deze seculiere zendingsijver in Europa tot uitdrukking komt:
–          Het Pink Embassy initiatief en de Nederlandse ambassade in Albanië
–          De kwestie Rocco Buttiglione en Tonio Borg
–          De reacties op anti-homohuwelijk demonstraties in Parijs

PINK Embassy
PINK Embassy is een initiatief dat opkomt voor homorechten in Albanië en wordt mede gesubsidieerd door Nederlandse MATRA-programma en COC-Nederland. Regelmatig schuift de Nederlanse ambassadeur, De la Beij aan bij rondetafelgesprekken.[2]

Nu zijn er ongetwijfeld Albanezen die hierop zitten te wachten. Er is immers aandacht en geld voor een bepaalde minderheid. Echter veel Albanezen zien dit initiatief als een grove belediging aan het adres van Albanië. Wie denken de Nederlanders wel dat ze zijn, en waar bemoeit die ambassade zich eigenlijk mee?

Dit en het voorbeeld waar dit artikel mee begon, duiden erop dat het secularisme bepaald niet neutraal is, maar traditionele, christelijke waarden wil vervangen door wat men ‘moderne waarden’ vindt. Genoemd is al het voorbeeld waarbij alleen geld beschikbaar is voor ´sexuele minderheden´ in een land als Georgië waar christelijke waarden hoog in het vaandel staan. In die traditionele maatschappelijke context zullen secularisten in 2013 wel even vertellen dat het allemaal anders moet. Blind als men is voor voor het levensbeschouwelijk karakter van het eigen streven, schoffeert men zonder meer de lokale samenleving en hun tradities. En dat in naam van ‘Democratiebevordering’. Je gaat je afvragen van wie ze dit kunstje hebben afgekeken…

Rocco Buttiglione en Tonio Borg
In 2004 zou de Italiaan Rocco Buttiglione aantreden als eurocommissaris voor Justitie, Vrijheid en Veiligheid. Echter, hij werd weggestemd door liberale en socialistische groeperingen in het Europees parlement, met als reden dat hij als christen niet kan instemmen met de seculiere visie op homoseksualiteit. Hoewel Buttiglione aan de leden van het Europees Parlement helder uiteenzette dat hij zijn privémening keurig gescheiden zou houden van de uitvoering van de taken waarvoor hij als eurocommissaris verantwoordelijk is, werd hij toch weggestemd. Men pruimde zo’n conservatieve christen gewoonweg niet. Feitelijk was zijn levensbeschouwing de reden om af te zien van een aanstelling.

De casus Tonio Borg is van recenter datum. Hij volgde vorig jaar John Dalli op als eurocommissaris voor Gezondheid. Borg is orthodox katholiek en burger van Malta. Ook Tonio Borg werd bevraagd over zijn standpunten rondom abortus en het homohuwelijk. Ook nu weer kwam de meeste kritiek uit de liberale en socialistische kampen van het Europees Parlement. Uiteindelijk werd hij toch gekozen met een minimale benodigde meerderheid van stemmen.

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat het een orthodox christen bijzonder moeilijk wordt gemaakt om eurocommissaris te worden. De discussie gaat niet over de capaciteiten van de kandidaat, maar over levensbeschouwelijke zaken die vaak niets of slechts zijdelings te maken hebben met de functie. Daarnaast is het zo dat de Europese Unie zich niet mag inlaten met ethische kwesties van lidstaten. Op dit punt lopen wetten en regelgeving in de lidstaten uiteen. Het is volgens het verdrag niet toegestaan dat er vanuit de Europese Unie pressie wordt uitgevoerd op lidstaten om hun wetgeving op dit punt aan te passen.

Parijse demonstratie tegen homohuwelijk

Demonstraties in Parijs
Eind maart 2013 gingen meer dan een miljoen vreedzame betogers de straten van Parijs op om te protesteren tegen de invoering van het homohuwelijk. Schattingen naar aantallen liepen in de media nogal uiteen. Van honderdduizenden tot 1,4 miljoen.

Volgens de politie was er sprake van overtredingen door de betogers en daarom zette zij traangas in. Zelfs kinderen werden hier het slachtoffer van.

Men durfde zelfs zover te gaan dat organisaties die betrokken waren bij de organisatie van deze betoging, getypeerd moesten worden als staatsgevaarlijk, extra in de gaten moesten worden gehouden en mogelijk zelfs verbieden.

Wat in Frankrijk is gebeurd is demonstratief voor de toenemende intolerantie van het secularisme in Europa. We zien regelrecht de aanval geopend worden op christelijke organisaties die pleiten voor het traditionele gezin en daarmee tegen een mening van de dominante meerderheid ingaan. Blijkbaar raakten de protesterende mannen, vrouwen en kinderen – vaak ook jonge gezinnen! – een gevoelige snaar bij hun seculiere opponenten. Aan de andere kant moeten we bedenken dat er in Parijs meer dan een miljoen mensen op de been waren om christelijke waarden publiekelijk te verdedigen, daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

Geen enkele levensbeschouwing is neutraal
De christelijke overtuiging is niet neutraal, de niet-religieuze liberalen of atheïsten zijn beslist ook niet neutraal. Iedere overtuiging heeft levensbeschouwelijke of filosofische uitgangspunten. De christelijke heeft dat, de atheïstische of humanistische hebben dat niet minder. Het vertrekpunt bijvoorbeeld dat er geen waarheid bestaat of dat alle godsdiensten even waar of even onwaar zijn, is net zo goed vooringenomen als een religieus vertrekpunt. In filosofische zin gaat het bij geloven en bij niet-geloven om dezelfde handeling, slechts de oriëntatie of het object van de gelovige of ongelovige verschilt. Een mens kan de ene kant opgaan en zich in de richting van God bewegen, of zich van Hem vandaan bewegen en de andere kant opgaan. Tegenover God staat geen macht of mens neutraal.

Verder geldt de overweging dat de meerderheid niet altijd gelijk heeft. Soms is een mening zo dominant in een samenleving dat men bij voorbaat degenen die een andere opvatting erop nahouden als achterlijk bestempelt. In een democratie telt elke stem, anders ontaardt zij in een dictatuur van de meerderheid. Daarom is het belangrijk dat christenen vandaag de dag de moed opbrengen om een afwijkende mening naar voren te brengen.

En het is goed om christen-jongeren vaardigheden aan te leren hoe zij hun visie of mening naar voren kunnen brengen, zodat ze zich niet bij het eerste het beste tegenargument uit het veld laten slaan. Op deze manier kunnen we de zwijgzaamheid van christenen doorbreken. Dat hoeft niet alleen in het publieke debat te gebeuren, juist op de werkplek en in het alledaagse leven, bij de bakker of de kapper, is het goed om een andere visie te laten horen.

Zwijgzaamheid doorbreken
Christenen willen niet graag provoceren en zijn daarom mogelijk te zwijgzaam. Ze laten zich misschien ook te makkelijk uit het veld slaan met ondeugdelijke argumenten van anderen. Maar als we zelf wegduiken, geven we libertijnen en atheïsten volop de ruimte. Het liberale verhaal mag dan populair zijn, het is ook vrij kortzichtig. Men zet oude, diep verankerde waarden overboord voor nieuwe, soms zeer vluchtige opvattingen. Gisteren werd het homohuwelijk legaal, nu spreekt men over polygamie, wordt straks pedofilie ook normaal? Europa is door moderniteit en secularisme op drift geraakt. We moeten daarom onze zwijgzaamheid doorbreken. De samenleving mag best meer aan de weet komen waar christenen voor staan.


Zicht
Zicht 2013-2 kleinDit artikel verscheen in Zicht 2013-2: Christenvervolging wereldwijd.

Wereldwijd worden er vandaag de dag zo’n 100 miljoen christenen verdrukt en vervolgd omwille van hun geloof. Christenen in politiek en samenleving mogen niet zwijgen over het kwaad en onrecht dat medebroeders en –zusters in andere landen op deze wereld wordt aangedaan.

Vanaf 2012 heeft Novini een eigen rubriek in het tijdschrift Zicht onder de naam Worldview. Zicht is een kwartaaluitgave van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP. Meer info over Zicht vindt u hier.

Posted on Leave a comment

Er zit potentie in gezamenlijk EU-buitenlandsbeleid

Trineke Palm reageert op Peter van Dalen

Peter van Dalen stelt de vraag: wat is de echte toegevoegde waarde van de Hoge Vertegenwoordiger en EDEO? Het woordje “echte” geeft de richting van zijn antwoord al aan: weinig. Zijn analyse dat het conflict in Syrië de beperktheden van de EU als internationale actor blootlegt, is een breed gedeelde observatie. Zijn conclusie dat de positie van de HR moet worden overwogen en EDEO kan worden afgeslankt, ligt echter minder voor de hand.

Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton spreekt de minister van Buitenlandse Zaken, bijeen als Europese Raad, toe (Foto: EEAS).
Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton spreekt de ministers van Buitenlandse Zaken, bijeen als Europese Raad, toe (Foto: EEAS).

Aan de hand van het (gebrek aan) optreden van de EU in het conflict in Syrië, en daarvoor Mali en Libië, beargumenteert Van Dalen dat de macht van de EU in het internationale speelveld beperkt is. Dit is een breed gedeelde observatie. De gevolgtrekking die Van Dalen hieruit maakt, namelijk dat de positie van de HV moet worden overwogen en EDEO in afgeslankte vorm verder moet, ligt echter minder voor de hand.

Ten eerste, hoewel deze conflicten kritiek zijn in de zin dat het op deze momenten aankomt, zijn ze tevens een heel hoge standaard om een geheel buitenlands beleid aan af te meten. Ook de NAVO en de VN hebben dit conflict (nog) niet succesvol ten einde weten te brengen.

Ten tweede, het heroverwegen van de positie van de HV en het afslanken van EDEO lossen het probleem van Syrië ook niet op. Het is een te makkelijke oplossing om de verantwoordelijkheid van de EU als geheel weg te schuiven en daarmee de weg vrij te maken voor andere grootmachten.

Ten derde, vanuit dezelfde analyse kan gepleit worden voor het versterken van de positie van de HV, o.a. door EDEO te versterken. Pas dan kan er tegenwicht worden geboden aan het “eigenhandig” optreden van lidstaten en andere grootmachten. Zoals Van Dalen aangeeft, juist de EU kan een onderscheidende positie innemen. Er zit dus potentie in een gezamenlijk buitenlands beleid. Dan is het dus zaak om, ook vanuit het Europees Parlement, vanuit een constructief kritische houding te kijken hoe dit vorm kan worden gegeven. De notie om publieke gerechtigheid te zoeken, één van de kernbegrippen in het christelijk politieke denken, beperkt zich niet tot een bepaalde overheidslaag. Juist het zoeken van publieke gerechtigheid is misschien wel van toepassing op het EU buitenlands beleid.

Posted on Leave a comment

Syrië en de Barones

De opstand in Syrië is de afgelopen twee jaar uitgemond in een sektarische burgeroorlog waar de internationale politiek geen antwoord op lijkt te hebben. Waar andere landen actief zoeken naar overleg, of één van de partijen daadwerkelijk steunt, is de afwezige in het debat de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, barones Catherine Ashton. Dat doet de vraag rijzen of een gemeenschappelijk Europees buitenlandbeleid op alle onderdelen haalbaar is. Wat is de echte toegevoegde waarde van deze functie van de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese Dienst van Extern Optreden (EDEO)?

Dubbele pet Ashton
De functie van de Hoge Vertegenwoordiger is geregeld in het Verdrag van Lissabon in 2009. Tot de taken behoren leiding geven aan de instrumenten van het buitenlands beleid, dus onder andere de diplomatieke dienst van de EU, de EDEO. Maar wat deze functie bemoeilijkt, is dat de vertegenwoordiger een functie in de Europese Raad combineert met een functie in de Europese Commissie. Mevrouw Ashton heeft dus een dubbele pet op. De verhoudingen tussen de Europese instellingen vertroebelt op deze manier. Want namens wie spreekt Ashton? Namens de lidstaten of namens de Europese Commissie? De vertegenwoordiger mag uitsluitend op punten waar consensus heerst namens alle lidstaten optreden, een verzwarende factor dus. Want dit zal in de praktijk vooral onderwerpen betreffen die letterlijk of figuurlijk ver van Europa afstaan. De Eurofractie van de ChristenUnie heeft zich altijd uitgesproken tegen dit gevaar van de twee, mogelijk tegenstrijdige, functies die Ashton vertegenwoordigt.

Toegevoegde waarde Hoge Vertegenwoordiger beperkt
We zagen al eerder dat de rol van Ashton in de internationale politiek beperkt is. Zowel de escalatie in Mali en de situatie in Libië lieten zien dat Europa geen collectieve vuist kan maken, maar individuele lidstaten het initiatief naar zich toetrekken. Maar nu ook in Syrië, een conflict dat na twee jaar al meer dan 93.000 mensen het leven heeft gekost, is Ashton opnieuw onzichtbaar. Dit zorgt er voor dat de geloofwaardigheid van de Europese Unie in het buitenlandse beleid aan betekenis inboet. Met Syrië had de Europese Unie bijvoorbeeld een belangrijk verschil kunnen maken in de organisatie van de conferentie in Genève die mogelijk aanstaande is. Die bijeenkomst, waar zowel de oppositie als vertegenwoordigers van het regime aanwezig zijn, kan een van de laatste mogelijkheden zijn om een echte oplossing van het conflict te vinden. De Europese Unie had een rol kunnen spelen omdat het zich onderscheidt van andere machtsblokken en zowel met de oppositie als het regime zou kunnen overleggen. In tegenstelling tot met name Rusland en de Verenigde Staten. De tijd slinkt echter, en we hebben 27 mei jl. al het einde van het wapenembargo voor de Syrische oppositie gezien.

Hoge Vertegenwoordiger Catherin Ashton overlegt met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague (Foto: EEAS)
Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton overlegt met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague (Foto: EEAS)

De kans voor Europa om deze onderhandelingen te leiden is gemist en toont dat bij de echt grote internationale onderwerpen en conflicten het de grootmachten als de Verenigde Staten, Rusland, maar ook Groot-Brittannië en Frankrijk, zijn, die de dienst uitmaken. De EDEO blijft ook afhankelijk voor informatie en inlichtingen van de nationale lidstaten. Primair Frankrijk en Engeland. Dit zijn echter ook de landen die de grootste voorstanders waren van het beëindigen van het wapenembargo in Syrië. Dat maakt de Hoge Vertegenwoordiger erg kwetsbaar.

EDEO terug naar kerntaken
De rol van de Hoge Vertegenwoordiger en de EDEO moet worden heroverwogen. De toegevoegde waarde van de EDEO is beperkt aangezien op belangrijke internationale vraagstukken er geen EU-consensus te bereiken is. Dat betekent dus ook dat de dienst kan worden afgeslankt. Om zich te concentreren op taken en aandachtsvelden waar de Europese landen het met elkaar eens zijn en waarvoor geen bevoegdheden op militair en inlichtingengebied naar Brussel hoeft te worden overgeheveld. Dit zijn taken zoals het ondersteunen bij en coördineren van concrete missies bijvoorbeeld bij de bestrijding van piraterij voor de kust van Somalië. Adequate hulp aan vluchtelingen uit Syrië kan ook zo´n missie zijn. En focus op heel concrete onderwerpen als opkomen voor vrijheid van godsdienst en steunverlening bij de opbouw van jonge democratieën als Birma. Door zo’n aanpak wint de EDEO aan geloofwaardigheid. Geloofwaardigheid die Barones Ashton helaas vooral met het Syrische conflict heeft verloren.

Posted on Leave a comment

Van maximale groei naar minimale schuld

“Als de crisis ten minste tot een kleine verandering van denken mocht leiden, dan zou een cruciale verandering waar we op mogen hopen het verdwijnen van het idee van politici als verantwoordelijk voor het scheppen van economische groei zijn. De belangrijkste verantwoordelijkheid van een politicus is weten om te gaan met de hem toevertrouwde fondsen, dat wil zeggen, vermijden dat hij meer uitgeeft dan hem is toevertrouwd en in het algemeen om uitgaven als een redelijk en voorzichtig persoon uit te voeren.” Aan het woord is de Tsjechische econoom Tomas Sedlacek, universitair docent en Hoofd Economische Strategie bij de Tsjechische bank CSOB, voorheen adviseur van president Havel en lid van de Nationale Economische Raad. Zijn boek ‘De economie van goed en kwaad’ werd niet geaccepteerd als proefschrift, omdat het te weinig wetenschappelijke waarde zou hebben, intussen is het wel een internationale bestseller en recent ook in het Nederlands verschenen. In zijn boek wijst Sedlacek de eenzijdige visie op economie als een waardenvrije wiskundige wetenschap van de hand en vraagt juist aandacht voor de morele overwegingen waaruit het economisch leven bestaat, daartoe gaat hij te rade bij diverse tradities.

Tomas_Sedlacek

“Een Tsjechisch politicus (of een Nederlandse wat dat aangaat) heeft vrijwel geen korte termijninvloed op de economische groei in zijn land. Zelfs Duitsland is afhankelijk van mondiale economische factoren waarop ze geen grip heeft. Een politicus kan zich wel voorbereiden op veranderingen door meer of minder geslaagde voorzorgsmaatregelen te treffen, maar dat is het dan ook wel. Een politicus verantwoordelijk maken voor de groei of het gebrek daaraan van de lokale economie is hetzelfde als die politicus de schuld geven voor de regenachtige zomer die we achter de rug hebben. Het enige dat een verstandig politicus kan doen is een goede paraplu gereed houden of een reservevoorraad opsparen. De mentaliteit in onze westerse cultuur, die jarenlang geregeerd werd door de mantra van ‘groei, groei’, was zodanig dat men – als onderdeel van het doen toenemen van het groeipotentieel, in een soort verdwaasde staat – besloten heeft een feestmaal aan te richten door de reservevoorraden aan te spreken. Quasi-failliete landen zoals Hongarije, Griekenland of Californië zijn tot het waarschuwende puntje van de ijsberg geworden, een waarschuwing die ook andere landen ter harte zouden moeten nemen. Een jaar geleden redde de staat de economie en leek alles weer in orde. Nu lijkt het er op dat het veeleer de staat is dan de economie die in onmiddellijk gevaar verkeert. De crisis heeft zich zogezegd van het niveau van de economie naar dat van de staat verplaatst. Ik ben met andere woorden van mening dat het eerder de financiën van de staat zijn die op het spel staan dan de financiën op het economisch niveau. De staat kan niet langer ongestraft de economie ondersteunen door een schijnbaar oneindige schuld die kennelijk nooit terug betaald hoeft te worden. In tegendeel, iedere cent en iedere kroon moet terug betaald worden. Dat is ook mijn antwoord op jouw vraag wanneer de crisis over zal zijn: als de staten de schulden terug betalen die in de loop van de crisis gemaakt zijn om de economie te redden.

Verwend door groei

Intussen woedt zowel wereldwijd als lokaal een debat voort over het terugbrengen van de snelheid waarmee de staat met schulden belast wordt. We gaan met andere woorden door met het maken van schulden, maar een stapje langzamer. Dit is overduidelijk ontoereikend; we moeten het echt eens hebben over het bereiken van begrotingsoverschotten of ten minste begrotingsevenwicht in plaats van slechts een lager begrotingstekort. En waar we het ook eens over zouden moeten hebben, is dat we in goede jaren reserves zouden moeten scheppen voor slechtere periodes in plaats van ze uit te geven zoals bijna overal gebeurt in onze hoogstaande westerse beschaving die zo verwend is door groei.

We kunnen stellen dat ons economisch beleid tot op zekere hoogte op een crisis (tekort)regime was afgesteld, hoewel bijna de hele wereld sinds het jaar 2000 een tevoren ongekend niveau van welvaart en snelheid van groei genoot. Zelfs dermate dat we, door een crisiseconomie aan te nemen, de werkelijke crisis als het ware aangetrokken hebben. Pas nu, in de periode van crisis en direct daarna, loopt ons beleid gelijk op met de werkelijke economische ontwikkeling. Anders gezegd: we hebben de groeiende economie zo lang op zitten stoken dat we erin geslaagd zijn en ons gebrand hebben. In een poging het leven zoeter te maken, hebben we zoveel suiker (in de vorm van schuldensteroïden) toegevoegd dat het vies zoet is geworden en niet te pruimen.

Keynesiaanse bastaard

Gedurende die hele periode was het economisch beleid veel linkser dan Keynes. Terwijl Keynes de staat alleen toestond schulden te maken in perioden van economische crisis en recessie en in goede tijden een financieringsoverschot voorschreef, hebben wij ons economisch beleid zo gevormd dat we een keynesiaanse bastaard geschapen hebben – we namen het halve advies (de staat kan schulden maken in tijden van crisis) en hebben dat vermengd met het comfortabele idee dat we recht hebben op permanente en maximale groei. De regel die uit dit mengsel voort kwam was als volgt: de staat kan altijd een financieringstekort voeren.

Of om het bovenstaande wat bij te stellen, in lijn met het wrede, post-moderne imperatief dat in het entertainment geldt: ‘Als het kan, dan moet het ook’. In onze nationale economie lijkt dan ook de wijsheid te gelden dat als de staat schulden kan maken ze dat ook moet doen en wel maximaal (laten we gebruik maken van alle ruimte die de Maastrichtcriteria en het Stabiliteits- en Groeipact maar te bieden hebben), alles om de groei van ons Bruto Binnenlands Product (BBP) zo groot mogelijk te maken. Er kraaide geen haan naar dat de groei merendeels kunstmatig was, we zouden het zo bezien eigenlijk over ‘Gross Debt Product’ (Bruto Schuld Product) moeten hebben als we de afkorting GDP (BBP) gebruiken. Want onze door schuld aangedreven groei heeft weinig uit te staan met de reële economie.

Tenzij Europa, de Verenigde Staten van Amerika en Japan snel het schuldenniveau terugbrengen, zullen we wellicht nog net de crisis overleven, maar niet in staat zijn de volgende financiële of economische recessie te overleven, wanneer die ook maar toe mag slaan. Er is niet veel tijd over; de totale schuld (dus niet de snelheid waarmee nieuwe schulden worden aangegaan) moet snel worden terug gebracht.”

Hoe kunnen we dat bereiken?

“Een simpele regel ten aanzien van (collectieve) schuld is tot dusver van toepassing geweest: De schulden van de staat mogen niet groter zijn dan drie procent van het BBP per jaar. Ongeacht de toestand van de economie – bij regen en zonneschijn – was het de staat toegestaan om ieder jaar met rasse schreden schulden te maken.

De regel zou aangepast moeten worden, ik stel het volgende voor: de som van de groei van het BBP en het tekort zou constant moeten zijn, laten we zeggen 3%. Dus als het BBP bijvoorbeeld 5% groeit zou het tekort dat jaar minus 2 moeten zijn (d.w.z. een begrotingsoverschot van 2%). Als het BBP 3% daalt, mag de regering in dat jaar een tekort van 6% voeren. De regering mag dus schulden maken, maar alleen in tijden van economische recessie. In tijden van sterke groei (d.w.z. meer dan 3% van het BBP) zal de regering daarentegen verplicht zijn een reserve op te werpen voor slechtere tijden en dus begrotingsoverschotten moeten voeren. Zelfs de oude Egyptenaren hanteerden een dergelijke regel; we weten dat uit de Bijbel, het verhaal van de zeven vette en de zeven magere jaren. Nadat Jozef de farao vertelde dat zijn droom een macro-economische voorspelling voor de komende veertien jaar was, vroeg de farao hem om advies. Zijn aanbeveling was simpel, Jozef stelde voor in ieder goed jaar een vijfde van de oogst terzijde te leggen en op te slaan, zodat deze in slechtere tijden gerantsoeneerd kunnen worden. Zelfs een kind kan dit advies begrijpen, we leren het niet voor niets op de zondagsschool. Te midden van een vloed aan ingewikkelde economische modellen en discussies tussen experts, vergeten we vandaag de dag echter dikwijls dit soort simpele regels die onze voorouders duizenden jaren geleden wel helder voor ogen stonden.

Jozefs regel was onderdeel van de eerste NERV (een rapport uitgebracht door de Nationale Economische Raad van Tsjechië, waarvan Sedlacek destijds deel uitmaakte, red.). Tot mijn grote (positieve) verrassing namen diverse politieke partijen in Tsjechië de regel over in hun verkiezingsprogramma en kwam het daarna ook in het regeerakkoord terug. Zo’n regel zou ook goed passen in bijvoorbeeld een nieuw Europees Stabiliteits- en Groeipact. Het is een van de weinige regels die op pan-Europees niveau zou kunnen slagen en zowel door linkse als rechtse partijen kan worden overgenomen.

Maximale groei versus minimale schuld

Op het niveau van de mentaliteit, moeten we de gevestigde mentaliteit van ‘maximale groei tegen elke prijs’ veranderen in een mentaliteit van ‘minimale schuld’. Permanente economische groei is niet het hoogste doel van een land of een economie, noch moeten we dat als de verantwoordelijkheid of verplichting van politici beschouwen. We zouden simpelweg moeten mikken op een bepaald peil van milde groei en de rest van onze economische strategie moeten wijden aan het terug brengen van de schuld. We zouden, met andere woorden, moeten mikken op een redelijk niveau van economische groei, net als op een redelijke inflatiegraad. Alles dat daar bovenuit gaat zou gebruikt moeten worden om de schuld terug te brengen en reserves te scheppen voor slechtere tijden.

Als we over groei spreken, steekt een prangende vraag de kop op: Is sterke groei het gevolg van democratisch kapitalisme of een voorwaarde daarvoor? Anders gezegd: Hebben we (sterke) groei nodig om een functionerend marktkapitalisme te behouden? Ik ondersteun sterk de gedachte dat het kapitalisme ook in een stationaire staat kan bestaan, dat wil zeggen met lage groei of zonder groei, zonder in te storten. Vele andere commentatoren kunnen zich echter een kapitalisme zonder groei niet voorstellen en voorspellen dan ook een verschrikkelijke instorting daarvan. Daarmee geven ze tegelijk echter toe dat groei niet het gevolg is van kapitalisme, maar veeleer een voorwaarde. En dat onze samenleving groei nodig zou hebben om zelfs haar huidige bestaan maar te kunnen behouden. Een verschrikkelijk idee als je er over nadenkt!”

Posted on Leave a comment

De staat van de Unie

Donderdag 7 maart jongstleden vond in de Tweede Kamer een debat plaats over de staat van de Europese Unie, waarbij ook diverse Nederlandse europarlementariërs zich tot de kamer richtten. Zo ook Peter van Dalen, europarlementariër voor de ChristenUnie (Europese Conservatieven en Hervormers, ECR). Hieronder zijn speech:

Hoe staat de Europese Unie ?

Mijn favoriete schrijver is Erich Maria Remarque. Zijn bekendste boek is “Im Westen nichts Neues”. Dit boek is door de nazi’s verbrand. Het boek bericht over een generatie die door de oorlog werd vernietigd. Èn het boek bericht over de generatie die ontkwam aan de granaten!

erich-maria-remarque-1898-1970-german-everettEr bleef immers ook een generatie in leven. Maar hoe? In een Europa zonder werk; een Europa met honger; een Europa vol vluchtelingen; een Europa waar het bezit van een paspoort het verschil maakte tussen leven en dood.

Dàt Europa kennen we niet meer. Daar mogen we God voor danken. Ons Europa is al meer dan 65 jaar verschoond van een grote oorlog. In ons Europa kunnen personen, goederen, diensten en kapitaal vrij reizen. In ons Europa werken we samen om te kunnen eten en in vrijheid te leven.

Maar ons Europa staat onder grote druk. We hebben een munt die ons de kop kan gaan kosten. Euroleiders als Draghi bedenken constructies die nauwelijks nog te begrijpen zijn. Schuldenbergen worden tot onvoorstelbare hoogten opgetast. En Van Rompuy, Barroso en Verhofstadt roepen: meer, méér Europa, dan komt alles goed.

Erich Maria Remarque wees in zijn béste boek op “Der schwarze Obelisk”. Een concentratiepunt van macht. In zijn tijd een concentratiepunt van donkere, zwarte macht.

Ik trek de parallel met “ein weisser Obelisk”. Een concentratiepunt van witte macht in Brussel. Op het oog liefelijk en aantrekkelijk. Maar toch: geconcentreerde macht.

Hamvraag is dan: “Waar is de tegenmacht?” Ik zeg u: zéér zeker níet in het Europese Parlement. Daar lopen de grote fracties als duffe schapen achter die witte macht aan. Ze willen niets liever dan hun dorst lessen bij die macht.

Ik richt mij tot dìt parlement. En op de Kamer aan de overzijde. Wees die tegenmacht!  Gebruik die gele- en oranje kaart procedure. Wees kritisch!

En tegen dit Kabinet zeg ik: draag David Cameron voor de Karelsprijs voor! Dat zeg ik niet omdat ik met zijn partijgenoten in één en dezelfde Europese fractie zit. Ik zeg dit omdat Cameron de juiste vragen stelt. Hij vraagt: hoe staat de unie? Wat moet Brussel doen, wat kan Brussel minder doen, wat doen de hoofdsteden zelf? En hij geeft antwoord op die vragen.

Waarom zijn die vragen en antwoorden nodig? Om die witte obelisk van tegenmacht te voorzien, en om burgers weer te betrekken bij Europa. Opdat burgers zien dat Europa een zegen kan zijn, en geen vloek wordt! Ja dàn stáát de unie!

Posted on Leave a comment

Burgerforum EU bereikt drempel van 40.000 handtekeningen

Burgerforum EU, een burgerinitiatief dat oproept tot het houden van een referendum bij toekomstige overdracht van nieuwe bevoegdheden aan de EU, heeft de drempel van 40.000 ondersteunende handtekeningen ruimschoots overschreden.

“Ons Burgerinitiatief om een referendum aan te vragen zodat wij kunnen stemmen over de (sluipende) overdracht van bevoegdheden aan de EU is nog geen maand oud en nu al ondersteunen 40.000 Nederlanders het! Dat is geweldig nieuws en we zijn iedereen die ons heeft gesteund ontzettend dankbaar”, zo schrijven de initiatiefnemers op hun website. Ze schrijven verder dat de Tweede Kamer nu wettelijk verplicht is om zich over deze kwestie te buigen, de Tweede Kamer kan echter ook besluiten om geen gehoor te geven aan de oproep. Burgerforum EU roept dan ook degenen die nog niet getekend hebben op om alsnog te tekenen, zodat er door de ruimere ondersteuning een nog krachtiger signaal van uitgaat.

Burgerforum EU is een initiatief van diverse academici, journalisten en publicisten, waaronder de rechtsfilosoof Thierry Baudet die recent promoveerde op een proefschrift dat in populaire bewerking verscheen als ‘De aanval op de natiestaat’, filosoof Ad Verbrugge, hoogleraar culturele economie Arjo Klamer (boekbespreking) en René Cuperus, auteur van ‘De wereldburger bestaat niet’ (boekbespreking). De tekst van de petitie luidt als volgt:

In 2005 stemde ruim 61% van de Nederlandse bevolking tegen de Europese Grondwet. Toch is de macht van de EU sindsdien sterk toegenomen. Ook de eurocrisis leidt weer tot ingrijpende machtsoverdracht van Nederland aan de EU, onder meer op het gebied van begroting en budget.

Op nationaal niveau blijft steeds minder politieke zeggenschap over. De democratie raakt steeds verder uitgehold.

Dit kan niet zonder uitdrukkelijke instemming van de bevolking.

In de krachtigste bewoordingen roepen wij Parlement en Regering op om gehoor te geven aan onze wens,

  1. dat de sluipende overdracht van bevoegdheden aan de EU stopt.
  2. dat indien toch nieuwe bevoegdheden worden overgedragen, een referendum wordt gehouden waarin de Nederlandse bevolking zich over die bevoegdheidsoverdracht kan uitspreken.

Het burgerinitiatief kan ondersteund worden op www.burgerforum-eu.nl  Daar is ook meer informatie te vinden over het burgerinitiatief en links naar opiniestukken en media-optredens van de diverse initiatiefnemers.

burgerforumeu