Posted on

Disruptie – Doormodderaars blijven verkiezingen winnen

Doormodderaars domineren de politiek ten koste van volgende generaties. En media houden hen uit de wind. De hoop ligt in disruptie, schrijft Sid Lukkassen aan Arno Wellens. 

Beste Arno,

Op 20 april 2019 sprak je voor het publiek van De Nieuwe Zuil in de Oosterkerk te Amsterdam. Wat je daar vertelde was zó schokkend en belangrijk dat het nodig is om dit vast te leggen voor het nageslacht en opnieuw onder de aandacht te brengen in deze brief. Hopelijk kan deze brief ook het draagvlak voor het bijbehorende crowdfunding-project vergroten.

Jouw pamflet, Het Euro Evangelie, overhandigde je aan (destijds) VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Jort Kelder omschreef dit treffen kort doch krachtig:

“Hij ontving ons in de rust van zijn gelambriseerde werkkamer. ‘De euro is mislukt en zal over een paar jaar waarschijnlijk niet meer bestaan’, sprak Zijlstra stellig. ‘Maar zolang een meerderheid op het Binnenhof de feiten niet onder ogen wil zien, modderen we voort.’ Kort daarna stemde de Tweede Kamer over een zoveelste steunpakket voor Griekenland. De VVD-fractie stuurde de premier naar Brussel met de opdracht te voorkomen dat er 86 miljard euro extra naar Athene gegireerd zou worden. Toen Rutte zijn veto weigerde te gebruiken en zwichtte voor de druk van Merkel en Tsipras, gunde Zijlstra zijn fractie de verkiezingsbelofte ‘Geen cent naar de Grieken’ gestand te doen. Slechts één van de veertig leden, Joost Taverne, sprak zich uit tegen een nieuwe financieringsronde.”

Hierbij vertelde je dat je de documenten kende die Rutte op zijn bureau had liggen, en dat hij wist dat de Grieken niet aan de eisen voldeden. “Dus deed hij een belofte waarvan hij tevoren wist dat hij die moest breken.” Je vatte de gang van zaken in het eurodossier samen in een mooi citaat: “The cost of indecision is greater than the cost of the wrong decision.

Doormodderaars

Zijlstra had zelfs gezegd: “Deze berekeningen zijn solide, daar kan ik niet omheen, maar publiekelijk kan ik dit niet steunen – dan steek ik mijn nek in een strop en dan moet ik in de Tweede Kamer 75 andere gekken vinden die ook bereid zijn om dat te doen, en die vind ik niet.” Je somde de gehele uitwisseling op als: “Doormodderaars blijven verkiezingen winnen.”

Kennelijk volgde hij jouw analyse maar is er zoiets als “politiek kapitaal”. Dat gold ook voor de douane-unie tussen Oekraïne en de EU. Ambtenaren en politici waren al twintig jaar bezig met de voorbereiding daarvan: dat zou de einduitkomst “onafwendbaar” maken. Zijlstra nam volgens jou onterecht aan dat de samenleving dit argument zou slikken “omdat hij in de Haagse bubbel zit”.

Perverse dynamiek vraagt om disruptie

Nu dit alles is gezegd wil ik benadrukken dat ik dit niet schrijf om Zijlstra of Rutte persoonlijk de vliegen af te vangen; het gaat erom een perverse dynamiek bloot te leggen. Enige jaren terug zei ik al tegen Thierry Baudet in een podcast: “Ik ga er niet vanuit dat politici aan hun werk beginnen met kwade bedoelingen. Maar ze belanden in een systeem met een eigen logica, een eigen krachtenveld. Op een zeker moment overschrijft dat de goede wil van de politieke actor.” Dit perverse systeem – zo blijkt wel uit decennia aan groeiende schuldenbubbels die politici, bankiers en belastingbetalers over en weer in de klem houden – kan niet van binnenuit worden doorbroken. Dit vergt een verstorende kracht van buitenaf: om dat bewustzijn op te bouwen is een brief als deze relevant.

De hoop ligt in disruptie

Dr. Sid Lukkassen werkt momenteel aan een crowdfunding om het vrije debat te redden. Hij wisselt brieven uit met Maarten Boudry, Ancilla van de Leest, Arno Wellens en andere vrijdenkers om inhoudelijk debat te voeren. Dit moet voorkomen dat onze democratie vervalt tot demonisering en op-de-man-spelen zoals we bij de foto met Zihni Özdil hebben gezien. Steun het project hier!

De hoop ligt dus in de disruptie. Juist dit wordt in Het Euro-Evangelie goed uitgelegd. “Griekenland, slechts 2 procent van de eurozone, zal een vingeroefening blijken voor de finale: het nakende failliet van Italië. Over dat soort feitjes horen we herkiesbare politici minder. Die bluffen liever over overschotten en meevallers op de begroting. Of storten zich op debatjes of de koopkracht nu wel of niet met één procentpunt toeneemt  ‘dankzij het kabinetsbeleid’.”

Kortom zolang je probeert om van binnenuit te veranderen, blijf je in discussies hangen over één procentje koopkracht meer of minder, of de doembeelden niet te veel kiezers afschrikken, over astronomische bedragen die niet in Jip en Janneke taal te vangen zijn. Ook krijg je steeds het argument voor de kiezen dat er “te veel politiek kapitaal in de munt zit”.

De paradox van de eurocrisis

Nog wat cijfers om de ernst van de situatie te onderstrepen: “De consultants van de Boston Consulting Group kwamen op oninbare leningen ten bedrage van 6,15 biljard euro. Voor het Koninkrijk der Nederlanden zou dat een afboeking van 140 miljard tot 720 miljard euro betekenen. Pittig. En dat is het best case scenario, want de cijfers dateren van 2010, toen de schuld een stuk lager was. De paradox van de eurocrisis is dat de bedragen zó groot en de uitkomsten zó ongewis zijn, dat geen politicus er een serieus punt van maakt.”

Verliesverbergers

Je noemde hierbij de “VerliesVerbergers” – de schuld is er wel, maar je ziet hem niet. Bijvoorbeeld omdat slechte leningen worden opgekocht door een van de Europese noodfondsen, aangevoerd door het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM). Ook is er de kwantitatieve geldverruiming, wat neerkomt op het bijdrukken van geld.

“Eén op de zes Italiaanse leningen geldt als non performing, in Ierland is het één op vier en Cyprus presteerde het om meer oninbare vorderingen uit te hebben staan dan de omvang van de economie. De European Banking Association categoriseert duizend miljard aan leningen als ‘non performing’.”

Je beschrijft hoe geen politicus dat voor zijn of haar rekening durft te nemen – het zou immers een papieren schuldenberg omzetten in tastbare verarming en dus spaarders, beleggers en andere stemmers aan de kook brengen.

“Zo heeft de ECB in korte tijd al een kwart van de Zuid-Europese schuld naar zich toegetrokken. Sterkte, belastingbetaler, want Nederland doet voor 5,7 procent mee in de eurozone.” De schulden van alle betrokken banken samen begrootte je op 28.000.000.000.000 euro – “van dat bedrag zal volgens een rapportage van The Boston Consulting Group 6.150.000.000 euro niet worden terugbetaald. Een reddingsfonds zal dus behoorlijk wat vuurkracht moeten hebben om dat bedrag omver te blazen. Als Nederland naar omvang bijdraagt en – zoals afgesproken – andere landen ontlast, komt onze bijdrage op maximaal 720.000.000.000 euro. Oftewel anderhalf keer de bestaande Nederlandse staatsschuld.”

Langetermijnprognoses

Het probleem is dat mensen als jij en ik naar de toekomst kijken: we maken langetermijnprognoses. Maar de meeste mensen willen gewoon met een biertje in de zon zitten en bitterballen eten. Realistische prognoses en vergezichten worden dan afgedaan als zuur gelul, geschreeuw vanaf de zijlijn, boekenwijsheid en abstracte speculatie. Voorts begint men over “doeners” en “aanpakkers” – dan wordt er niet meer geluisterd. Hier stuiten we op een belangrijke opmerking in het voorwoord: “’Verdomme’, siste D66-woordvoerder Kees Verhoeven in een debatpauze op de plee van een Leidse lokaliteit. ‘Ik heb geen antwoord op alle financiële problemen die Wellens aankaart’.”

Mediakartel

Op zo’n moment verdedigt een gekozen volksvertegenwoordiger dus een transferunie waarvan hij weet dat zijn kinderen en kleinkinderen daarvoor de prijs betalen; hij weet dat hij dit niet kan verbergen en hoopt er simpelweg niet op te worden aangesproken – hij rekent op steun van het mediakartel. Jort Kelder geeft dit ook toe: “U begrijpt waarom wij niet bij Matthijs [van Nieuwkerk] aanschoven: het Euro Evangelie kwalificeerde ook niet echt voor goedhumeur-tv. Redactiesjef Dieuwke Wynia begint daags voor de uitzending te twijfelen. ‘Jort, razend interessant onderwerp, maar de materie is te ingewikkeld en de getallen zijn zo groot, daar kan geen kijker zich iets bij voorstellen’.”

Op kosten van komende generaties

Het lukt politici om gesteund door het mediakartel de aandacht af te leiden. Zodat de massa hedonistisch blijft consumeren en de meer grimmige abstracte waarheden niet doordringen tot het dagelijks gesprek. Dan winnen politici – de meeste van hen zijn opgekweekt in het badwater van ‘68. Ze vinden dat ze meester en vormgever zijn van hun eigen succes: ze geloven niet dat hen na de dood iets boven het hoofd hangt en een begrip als ‘cultureel rentmeesterschap’ of ‘intergenerationele solidariteit’ zegt  hen niets. Ze willen genieten van de macht zolang ze de macht hebben en daarbij zijn alle middelen geoorloofd – inclusief het opmaken van het kapitaal dat is gespaard door de vorige generatie en vervolgens bijlenen op kosten van komende generaties.

Globale geldmarkt

Zelf was ik vroeger vóór de euro – het argument dat toen werd gebruikt, bij de invoer, was dat er een conservatief fiscaal beleid zou worden gevoerd om te voorkomen dat de VS tot het oneindige dollars kon bijdrukken. Er was een tegenkracht nodig op de globale geldmarkt: een tegenkracht gebaseerd op een strakke monetaire politiek. Vanwege de zwakke dollar en sterke euro was het leuk om spullen vanuit de VS te bestellen. Maar nu zie ik twintig jaar later in de praktijk hoe alle geldverruiming uitmondt in welvaartstransfers naar het zuiden – ik heb zelfs negatieve rente op mijn spaarrekening. ZZP’ers als ikzelf bouwen niets op qua pensioen en nauwelijks qua premies. Tegen de lage rente en inflatie is bruutweg niet op te sparen. Dit volgt uit ECB-beleid en de ECB bepaalt haar eigen mandaat.

Ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking

Het argument is heel begrijpelijk dat Nederland ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking zou hebben – onze ‘grootste deugd’ is immers dat de Duitsers ons nodig hebben om bij de zee te komen. Vroeger was de waarde van de gulden verbonden met de Duitse munteenheid. Maar op mijn spaarboekje en door de waarde van mijn uitgaven van vroeger en nu te vergelijken, zie ik loepzuiver dat als we zo doormodderen, er op termijn niets voor mij overblijft. Daarom ben ik aangewezen op disruptie – ik heb geen andere keus. Want disruptie brengt een kans op hoop, terwijl continuïteit de zekerheid betekent van een gestage en onomkeerbare neergang. Een grotere schuldenberg, meer inflatie, minder koopkracht. Zelfs Zijlstra moest dit immers toegeven na het lezen van jouw pamflet!

Disruptie van de bubbels van Brussel en Den Haag

Enfin Arno, ik rond af met een belangrijk punt in jouw lezing. In de bubbels van Brussel en Den Haag heerst een andere werkelijkheid dan aan de keukentafel van tante Truus. Mensen zien dat ze keer op keer worden voorgelogen en langzaam ontstaan bewegingen als de gele hesjes. Dat is de maatschappelijke prijs van het steeds maar doormodderen van bestuurders. Politici rekenen echter op hun vriendjes van het mediakartel om deze protestbewegingen af te schilderen als marginale gekkies; protestpartijen als PVV en FvD worden buiten de coalitievorming gehouden.

De hoop ligt in disruptie

De politici die ons in dit verderf hebben gestort winnen – en zullen blijven winnen – zolang zij een democratische meerderheid van de-helft-plus-één behouden. Alles is daarvoor geoorloofd inclusief moderatie van onwelgevallige meningen, censuur door Big Tech en het verbloemen van kleine leugens met grotere leugens. De hoop ligt in de disruptie: deze economische ontwikkeling zal doorgaan en de middenklasse verpulveren – tot nu toe was een brede middenklasse de belangrijkste stoplap tegen een full blown revolutie. De vraag is alleen of tegen die tijd Europa niet is veranderd in een totalitair soort China. Tot het zover is kunt u als lezer in ieder geval deze crowdfunding steunen!

Posted on

Griekenland trekt leeg en vergrijst, nieuwe bailout kwestie van tijd

Vanwege gebrek aan toekomstperspectief verlaten steeds meer jonge Grieken hun land. En degenen die blijven, beginnen steeds minder vaak een gezin. Ondertussen is de Griekse regering vooral bezig met aan de macht blijven. Het lijkt een kwestie van tijd voor Griekenland bij het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) aanklopt voor een nieuwe bailout.

Door gebrek aan toekomstperspectief, lage lonen en hoge werkloosheid hebben sinds 2010 ruim 360.000 Grieken hun land verlaten op zoek naar een betere toekomst. Dit getal noemt het toonaangevende Griekse economische onderzoeksinstituut KEPE. Omdat het bestuur van land meer op zijn bord krijgt dan het aankan en dus niet ieder vertrek geregistreerd wordt, zijn er zelfs deskundigen die er van uit gaan dat sinds 2010 reeds meer dan een half miljoen Grieken de wijde wereld in getrokken is.

Jonge vakkrachten

Meer dan 90 procent van hen die hun vaderland verlaten hebben is jonger dan 40 jaar oud. Het is vooral de uittocht van vakkrachten die gemerkt wordt. Volgens de Griekse vakorganisatie voor artsen zijn sinds 2010 naar schatting 18.000 jonge artsen en duizenden verplegers uit Griekenland vertrokken. Ook ingenieurs en andere hoog gekwalificeerde mensen hebben hun biezen gepakt. De meerderheid van hen werkt volgens het Duitse weekblad Der Spiegel in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Golfstaten. Veel jonge mensen zonder beroepskwalificatie worden niet eens geregistreerd, maar vertrekken ongemerkt naar naburige EU-landen om als seizoensarbeider of oproepkracht door te ploeteren.

Sinds het begin van de crisis in 2009 heeft Griekenland een kwart van zijn economische kracht verloren. Inmiddels groeit het Bruto Binnenlands Product weliswaar, maar slechts op zeer gering niveau. In 2017 was het 1,4 procent, net twee procent in het daaropvolgende jaar. Het werkloosheidscijfer ligt rond de 20 procent. Onder de 15-24-jarigen is zelfs 42 procent werkzoekend.

Regering houdt de moed erin

Desalniettemin proberen de machthebbers in Athene optimistisch te doen. Premier Alexis Tsipras kondigde in zijn nieuwjaarstoespraak voor Griekenland “een jaar van hoop, vertrouwen en creativiteit” aan. Eindelijk zouden de Grieken weer “zonder betutteling en bevelen” van internationale geldschieters over hun lot beslissen.

In Brussel heeft men van deze woorden met argwaan kennis genomen. Want pas eind augustus vorig jaar werd Athene uit het miljardenkredietprogramma van de internationale instanties ontslagen. Om het eerste staatsbankroet van een EU-lidstaat te verhinderen, hadden EU en Internationaal Monetair Fonds (IMF) van 2010 289 miljard euro ter beschikking gesteld. Daaraan waren harde bezuinigingsvoorwaarden verbonden, waaraan de regering zich nu schijnbaar niet meer gebonden voelt. Zelfs de onder druk van de EU doorgevoerde pensioenhervorming staat weer ter discussie.

‘Het Afrika van Europa’

En dat blijft niet zonder gevolgen. In de internationale vergelijking van het vestigingsklimaat ‘Doing Business’ van de Wereldbank viel Griekenland onder de 190 geëvalueerde staten in het afgelopen jaar van plaats 61 naar 67. EU-deskundigen spreken reeds van ‘het Afrika van Europa’. Persbureau DPA meldt dat economen onlangs nog een sterk beroep op de regering deden om de in de crisis ingeslagen koers aan te houden.

Zo riep de Griekse centrale bank in haar jongste rapport over het monetair beleid op tot voortzetting van de structuurhervormingen, verdere privatiseringen, afbouw van bureaucratie en een belastinghervorming. Daarvan hangt het volgens de centrale bank af wanneer Griekenland zich weer kan herfinancieren op de kapitaalmarkt.

Politieke verhoudingen

Maar de regering in Athene is voorlopig vooral bezig met aan de macht blijven. In het nieuwe jaar staat er parlementsverkiezingen op de rol. Tsipras en zijn kabinet hebben die zo lang mogelijk voor zich uitgeschoven. Maar uiterlijk in de herfst moeten de stemgerechtigden onder de elf miljoen inwoners van het land ter stembus. Tsipras’ Syriza zou volgens peilingen nog slechts op 23 procent van de stemmen komen. In 2015 was dat nog circa 36 procent. De nationaal-conservatieve Onafhankelijke Grieken (ANEL) die de regering aan een meerderheid helpen zouden met  2 procent niet eens over de kiesdrempel meer komen.

Gevreesd wordt bovendien voor extreem instabiele politieke verhoudingen. Ook dit geldt als reden waarom jongeren in groten getale emigreren. Maar weinig Grieken zien de toekomst met vertrouwen tegemoet en weinigen kunnen zich voorstellen onder de huidige omstandigheden een gezin te beginnen. Het geboortecijfer is dermate laag, dat deskundigen voor de komende vijf decennia verwachten dat de Griekse bevolking met de helft krimpt. De gevolgen daarvan zouden drastisch zijn. Naar inschatting van economen zou de pensioengerechtigde leeftijd van nu 67 naar 73 jaar opgeschroefd moeten worden.

Nieuwe hulpkredieten

Kostas Simitis van de oppositionele sociaaldemocratische partij PASOK vreest dat Athene al snel weer om nieuwe hulpkredieten zal moeten vragen. De sociaaldemocraat, die van 1996 tot 2004 premier van Griekenland was, denkt niet dat zijn land financieel op eigen benen kan staan. In de EU gaat men er ook reeds vanuit dat Griekenland op afzienbare termijn opnieuw bij het Europese Stabiliteitsmechanisme aan zal moeten kloppen, zo stelde Simitis tegenover het Griekse weekblad To Vima. De politiek oud-gediende geldt als iemand die goed op de hoogte is en hij staat met zijn pessimistische inschatting niet alleen. Aan het begin van het jaar schilderen diverse Griekse commentatoren een grimmig beeld. Alleen zieken, zwakken en ouden van dagen zouden voor het land behouden blijven. Wie een toekomstperspectief zoekt, denkt onvermijdelijk aan emigratie, aldus KEPE.

Posted on

Niets zo hardleers als de Duitse ‘elite’

De kloof tussen volk en elite in Duitsland wordt alleen maar groter. Vier voorbeelden laten zien waarom dat zo is.

Van alle kanten wordt de toenemende vervreemding tussen het volk en de machtselite in politiek en media beklaagd. Iedere keer als deze vervreemding op de voorgrond treedt in het publieke debat, putten de vertegenwoordigers van deze ‘elite’ zich uit in bezweringen dat ze ‘ervan geleerd’ hebben. En benadrukken ze er in de toekomst alles aan te willen doen om de kloof te verkleinen. Diverse voorbeelden uit de laatste jaren maken echter duidelijk dat deze beloftes ook in 2019 niet ingelost zullen worden.

CDU

Neem nu de CDU. Die partij heeft miljoenen kiezers verloren, haar geleidelijk maar gestaag opschuiven naar links liet een sterke conservatieve concurrent opkomen in de vorm van de AfD. Als de CDU hiervan geleerd had, zou ze tegemoet komen aan conservatieven binnen de eigen partij en achterban. Annegret Kramp-Karrenbauer had na het nipt verslaan van haar conservatievere tegenkandidaten voor het partijleiderschap bijvoorbeeld prominente conservatieve CDU’ers een positie kunnen geven. Maar AKK gaf niet thuis. Ervan geleerd? Vergeet het maar!

SPD

Voor de SPD realiseerde Martin Schulz in 2017 het slechtste verkiezingsresultaat sinds 1949. Zijn terugtreden van alle leiderschapsposities zou een gepaste reactie zijn geweest op deze nauwelijks te overtreffen motie van wantrouwen van het kiezersvolk. Maar wat doet Schulz? Hij doet alsof er niets gebeurd is en dient zich als ‘locomotief’ voor de SPD-campagne voor de Europese verkiezingen in mei aan. In welke wereld leeft de grandioos mislukte kandidaat voor het bondskanselierschap eigenlijk?

Publieke omroep

Het misnoegen over de hoogste verplichte afdracht voor de publieke omroep ter wereld houdt de gemoederen in Duitsland al jaren verhit. Meer bescheidenheid van de staatszenders zou een gepaste reactie zijn. Maar het tegendeel gebeurt: Nadat ZDF-bestuurder Thomas Bellut een verhoging van de afdracht geëist had, deed ARD-voorzitter Ulrich Wilhelm er nog een schepje bovenop door te dreigen een zaak aan te spannen in Karlsruhe, bij de hoogste Duitse rechter, als er geen gehoor gegeven zou worden aan de eis. Zo gooit de Duitse media-elite olie op het vuur van de ontevredenheid onder burgers.

Lügenpresse

Rond de jaarwisseling kwam daar het schandaal rond de prijswinnende nepjournalist van weekblad Der Spiegel Claas Relotius bij. Deze affaire was voor talrijke ‘kwaliteitsmedia’ aanleiding om heilige eden te zweren, dat ze zich niet door ideologische oogkleppen van de waarheid of zouden laten brengen. Werkelijk? De Relotius-affaire was nog niet over zijn hoogtepunt heen, of het weekblad Die Zeit beweerde dat op 1e en 2e Kerstdag 43 ‘vluchtelingen’ uit het Kanaal van Dover gered zouden zijn. De aanduiding ‘vluchtelingen’ voor mensen die illegaal van Frankrijk naar Engeland willen reizen is echter een klinkklare leugen.

De reeks voorbeelden laat zich zonder moeite uitbreiden. De conclusie is steeds dezelfde: Een narcistische ‘elite’ komt maar niet uit het uitgesleten spoor en negeert alle signalen vanuit het volk. Waarin dit gedrag uit kan monden zien we in Frankrijk.

Posted on

Het lemen fundament van de Groene triomftocht

Duitsland komt nog bij van de politieke aardverschuiving in Beieren. Maar die verkiezingen waren mogelijk slechts een voorproefje van iets veel groters.

Voorafgaand aan de verkiezingen in Beieren waren opiniepeilers en politiek-analisten het erover eens: Het nieuws van de verkiezingsavond zou de grootste terugval van de CSU in de geschiedenis zijn. In werkelijkheid werd deze terugval echter in de schaduw gesteld door een nog veel grotere schok: de volledige instorting van de SPD als volkspartij.

Met toch nog vier procentpunten meer dan in de slechtste peilingen, lijken de kiezers de CSU nog een beetje gespaard te hebben. Dankzij de winst voor de pragmatische Freie Wähler kan de CSU toch nog een centrumrechtse coalitie aanvoeren. Dit kan de christelijk-socialen helpen om iets van hun profiel te herwinnen, als ze zich ten minste niet laten verleiden door het door de media gecreëerde zog in de richting van groene standpunten, zoals de SPD en de CDU onder Merkel eerder wel deden.

Sociaaldemocraten

Het lot van de Beierse sociaaldemocraten is een waarschuwing, die voor de rest van de Duitse SPD overigens waarschijnlijk te laat komt. Al decennia doet zich in die partij een steeds bredere kloof voor tussen de partij-elite en de ‘kleine man’. De partijleiding wil net zo hip zijn als de Groenen en vergeten de kleine man of zwetsen wat over sociale gerechtigheid om ze de mond te snoeren. Inmiddels weet de SPD niet meer wie ze is, wat ze wil. De meeste van haar kiezers in Beieren zijn nu naar de Groenen overgelopen, de arbeiders en kleine zelfstandigen veeleer naar de AfD.

Het succes van de Groenen berust vooral op de welvaart en de zorgeloosheid van hun kiezers. Van de alledaagse problemen waarmee veel andere Duitsers te maken krijgen, is de typische Groenen-kiezers ruimtelijk en materieel grotendeels afgeschermd. Zijn zicht op fenomenen als de brisante gevolgen van de massamigratie wordt bemiddeld door media die op hun beurt gedomineerd worden door journalisten met politieke voorkeur voor de Groenen.

Lemen fundament

Daarmee is echter ook het lemen fundament van de Groene triomftocht in beeld: Het is de illusie van een bijna onuitputtelijke rijkdom in Duitsland, die ieder nadenken over ‘bovengrenzen’ en dergelijke slechts als immorele kilheid of racisme kan zien.

Deze ‘rijkdom’ is echter gebaseerd op een aanhoudende manipulatie van economische basiscijfers sinds de financiële crisis van tien jaar geleden. Zoals de geschiedenis van het Oostblok echter leert, kan zo’n manipulatie van de ware verhoudingen uiteindelijk geen stand houden. Hoe langer de mooi-weer-politiek rond failliete banken, een mislukte munt of failliete staten voortduurt, des te dieper wordt de uiteindelijke val.

Dan spat de droom van een betere wereld van de welvaartsgroene kiezers uiteen in confrontatie met de harde realiteit. Daarna zou de herverkaveling van het politieke landschap die we tot nu toe zien, wel eens een lauw voorproefje kunnen blijken te zijn van een veel grotere verandering.

Posted on

Kan Italië uit de klauwen van de ECB ontsnappen?

Het is al weer ruim een jaar geleden dat president Draghi van de Europese Centrale Bank in een brief aan het Europees parlement bijna laconiek opmerkte dat het voor de problematische lidstaten van de Eurozone uiteraard was toegestaan om de Euro te verlaten, mits – en toen kwam het – deze lidstaten eerst al hun uitstaande rekeningen bij de ECB volledig voldoen. Een op het eerste gezicht volkomen redelijke, maar tegelijkertijd onhaalbare eis voor al die lidstaten die tot over hun oren in de schulden zitten en nu – anno 2018 – meer dan ooit tevoren merken dat je maar bepaalde tijd op de pof kunt leven.

Momenteel draait alles om Italië, met in het kielzog Spanje. Zullen deze beide landen uit de klauwen van de ECB kunnen ontsnappen? Dat kan alleen als de ECB failliet gaat. Hoe waarschijnlijk is dat? En komen deze landen daarna niet van de regen in de drup, namelijk van bittere armoede met uitzicht op Europese solidariteit, naar bittere armoede zonder vrienden, ook in eigen land?

De ECB verwees in haar publieke berichtgeving naar het voor het grote publiek vrijwel onbekende, maar daarom niet minder belangrijke Target 2 handelssysteem, dat in zijn uitwerking bijzonder complex oogt, maar dat in de kern niet is. Stel je voor dat Spanje goederen importeert vanuit Duitsland – bijvoorbeeld auto’s – zonder dat hiervoor eenzelfde bedrag aan export van Spanje naar Duitsland tegenover staat. Zou dat wel het geval zijn dan spreken we van een evenwichtige handelsbalans, althans in Euro’s. Anders dan het geval is bij het normale binnenlandse betalingsverkeer, is er bij Target 2 transacties geen sprake van het rechtstreeks overboeken van geld van het ene land naar het andere. Er wordt in plaats daarvan gewerkt met IOU’s. Dat zijn schuldbekentenissen (in dit geval van de commerciële Spaanse banken bij wie de initiële transactie plaatsvond) die aan de Spaanse Centrale Bank worden afgegeven. Deze zorgt vervolgens voor ‘funding’, in alle mogelijke vormen.

Een voorbeeld. Aan het einde van 2017 bedroeg het Target 2 saldo van de Banco d’ Italia bij de ECB zo’n 364 miljard euro, ongeveer 22% van het BBP van Italië. In 2018 zal dit bedrag naar verwachting exponentieel stijgen. Het Target 2 saldo van Spanje bedroeg op datzelfde moment 328 miljard euro, ongeveer 30 % van het Spaanse BBP. Let wel, het gaat hier om schulden (= uitstaande rekeningen), niet om bezit. Geheel aan de andere kant van het spectrum boekte de Duitse Centrale Bank in die periode een positief (!) saldo in het kader van Target 2 van zo’n 769 miljard euro.

Het Target 2 systeem is meer dan alleen een stabiliteitsprogamma ten behoeve van de handelsstromen tussen de lidstaten. Er stroomt ook heel wat ‘gewoon’ geld door het systeem. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het programma van kwantitatieve geldverruiming van de ECB. Veel van dit geld was bedoeld om de zinkende lidstaten een reddingsvest toe te werpen, maar kwam uiteindelijk bij Duitsland en Nederland terecht. Het aloude liedje. De rijken worden rijker, de armen worden armer. Totdat natuurlijk de zeepbel barst. Wanneer dat gebeurt? Als de rentes omhoog gaan.

Alle goede bedoelingen ten spijt is de positie van de ECB wankel geworden. Dat komt ook doordat de ECB de markt voor staatsobligaties volledig aan gort heeft geslagen, omdat het de schuldenlanden de mogelijkheid heeft geboden om kortlopende obligaties met hoge rentes in te ruilen voor langlopende obligaties met lage rentes, tot zelfs perpetuals met negatieve rentes. De ECB is zelfs buitengewoon vrijgevig geweest door in voorkomende gevallen af te zien van betrouwbare onderpanden.

Gaat de ECB dit overleven? Ik verwacht het niet. Tenzij natuurlijk de Europese lidstaten financieel bijspringen, in de vorm van een schuldenunie die ook Italië voor ogen heeft. De totale schuld wordt dan per hoofd van de bevolking omgeslagen en in relatie tot het verdienvermogen van de afzonderlijke lidstaten gefiscaliseerd. Bondskanselier Merkel heeft onlangs laten weten dat zij niets voor een schuldenunie voelt. Gelukkig maar.

Zojuist zijn de eerste concrete plannen bekend geworden van de nieuwe Italiaanse coalitieregering. Het komt allemaal op één ding neer, namelijk hogere uitgaven zonder hogere inkomsten. Sociaal gezien volkomen verdedigbaar, maar financieel gezien eerder een poging tot zelfmoord dan een teken van het streven naar een lang en welvarend leven voor iedereen.

Posted on

Donkere wolken pakken zich samen boven de Eurozone

Tegen alle verwachting in heeft Italië toch nog redelijk snel een nieuwe coalitieregering kunnen vormen. Beppe Grillo, de oprichter van de ooit zo eurovijandige Vijf Sterrenbeweging is inmiddels opgevolgd door de euro-elastische Luigi Di Maio. Hij gaat samen met de eurosceptische Lega van Matteo Salvini een poging doen om het sterk verarmde Italië uit het slop te halen, wetende dat het land in werkelijkheid verstikkend diep is wegzakt in de modder van achterklap, armoede en corruptie.

Het is echter bijna bizar om te moeten ervaren dat het momenteel niet Italië is dat wellicht weer toekomst heeft, maar Silvio Berlusconi. Plotseling wordt hij in twee belangrijke hoger beroepsprocedures vrijgesproken, waarin de rechters oordelen dat Berlusconi niets te verwijten valt en hij weer volop politiek actief mag zijn. De rechters kwamen vroeger dan gepland tot hun vonnis. En dat in Italië? Voor Berlusconi kon de timing niet beter. Uiteraard zal deze ontwikkeling niet aan de aandacht van bondskanselier Merkel van Duitsland zijn ontsnapt en weet zij als geen ander dat Berlusconi nog een paar stevige ‘appeltjes van Europa’ met haar te schillen heeft en dat zeker zal doen.

Momenteel resteert alleen nog de benoeming van een neutrale premier –niet zijnde Di Maio of Salvini. Voor Europa en de Euro breken onzekere tijden aan, maar zo onzeker eigenlijk ook weer niet. Immers, zodra de nieuwe regeringsploeg wordt geïnformeerd over de werkelijke staat van ontbinding van de eigen financiële sector, zal de nieuwe regering zich met hangende pootjes tot de Europese Commissie moeten wenden en er niet aan ontkomen om hulp te vragen. De verwachting is dat een tweede openlijke bankencrisis in Italië zal beginnen, namelijk zodra duidelijk wordt dat vooral de systeembank Monte dei Paschi di Siena er onhoudbaar slecht voor staat en nooit door de staat alleen gered zal kunnen worden. Wil deze bank Italië niet in haar val mee sleuren (zoals in het bedrijfsleven vaker gebeurt als zieke onderdelen niet geheeld worden maar juist de andere delen besmetten), dan zal het voor de nieuwe coalitie onmogelijk zijn om op eigen kracht verder te gaan.

In het nieuwe Italiaanse regeerakkoord is opgenomen dat er onderzoek gedaan zal worden naar de introductie van een parallelle munt, zeg maar de nieuwe Lire. Eerder heb ik – en met mij vele anderen – geopperd dat het goed zou zijn om één systeemmunt in Europa te hebben voor het geldverkeer dat in het kader van de handelsrelatie plaatsvindt en een eigen ‘burgermunt’ per lidstaat voor het dagelijks gebruik van mensen. Kan daar mee een nieuwe bankencrisis worden voorkomen? Ik betwijfel het. Zo  ook Klaus Regling, de directeur van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) de opvolger van het EFSF, het Europese noodfonds dat ten tijde van de schuldencrisis in het leven werd geroepen om wegkwijnende landen, banken en bedrijven weer op de been te krijgen. Tijdens een spreekbeurt op negen mei van dit jaar voor de Ierse Centrale Bank in Dublin wond Regling er geen doekjes om. Er komt een tweede internationale bankencrisis aan. Alleen weet hij nog niet wanneer. Vreemd, dacht ik, met alle toezicht op de banken dat er is en met alle stresstests die er de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, kan deze topbankier dus niet met zekerheid zeggen waar, wanneer en in welke omvang de zaak gaat ontploffen. Dat kan toch niet waar zijn?

Directeur Regling stelt voor om op korte termijn de positie van burgers en hun spaargelden bij banken verder te versterken, ter voorkoming van de nog altijd op de loer liggende bankruns en dus van oorlog. Ook moeten aandeelhouders van banken nu echt als eerste naar de kassa worden geroepen als het mis dreigt te gaan. Pikant is de oproep van Regling om een Europees Monetair Fonds (EMF) op te richten, naar analogie van het IMF. Het is velen opgevallen dat het IMF onder leiding van Christine Lagarde zich langzaam maar zeker steeds verder uit Europa heeft terug getrokken. Ook het IMF geeft elke keer met kracht aan dat het niet goed gaat met het Europese financiële stelsel en ook niet met Europa als geheel. Maar het geeft tevens aan  dat wij onze zaken nu zelf op orde moeten krijgen. Vanwaar deze ommezwaai van het IMF? Simpel. Amerika is de grootste geldschieter van het IMF. En daar wil Amerika mee stoppen. Net als met Defensie en handel.

Posted on

En alweer gaat Europa ons geld kosten

Na ruim acht jaar aan het financiële infuus van Europa te hebben gelegen wordt het mogelijk en zelfs noodzakelijk geacht dat Griekenland vanaf 21 juni aanstaande weer op eigen benen gaat staan. Vanaf dat moment moet het land wederom zelfstandig toegang krijgen tot de wereldwijde kapitaalmarkten en kan het met de wederopbouw van het land beginnen. Een van de meest slechte, zelfs catastrofale, reddingsacties ooit kan daarmee worden beëindigd, althans in politiek opzicht.

Over de bedragen die in de vorm van nieuwe kredieten aan Griekenland beschikbaar zijn gesteld doen de wildste verhalen de ronde, variërend van 385 miljard euro tot één biljoen, zonder dat vastgesteld kan worden of het medicijn van het grote geldsmijten daadwerkelijk heeft gewerkt, in welke mate en hoe lang. Eén ding staat vast. De Europese Centrale Bank laat zich niet in de eigen boeken kijken, zelfs niet door de Europese Rekenkamer die daarvoor geen politiek mandaat heeft gekregen. Zijn de ECB, het ESM (Europees Stabiliteitsmechanisme), het IMF en de gezamenlijke lidstaten wél open en transparant over Griekenland? Verre van dat. Zelfs Griekenland is er niet open over. Het is in de ogen van velen één grote rommelpot, vooral ten gunste van de banken.

Zelfs in dit late stadium wordt er van Europese officiële zijde opgemerkt dat Griekenland voor 21 juni aanstaande nog één keer een flinke cashinjectie dient te krijgen, ook nu weer als financiële buffer voor de Griekse banken. Er wordt helaas niet bij gezegd dat als Griekenland deze laatste zak met geld onverhoopt niet krijgt, de Griekse banken alsnog kopje onder zullen gaan. Zo flinterdun is dus de marge tussen wederopstanding en falen van het financiële systeem, ook elders in Europa. Het geeft weinig vertrouwen voor de toekomst.

Ineens verschijnen er berichten over de kredietgarantie van de Nederlandse staat aan Griekenland van zo’n 45 miljard euro. Kortweg geformuleerd kunnen wij Nederlanders waarschijnlijk naar dit geld fluiten. Ik – en met mij vele anderen – ben uiteraard benieuwd naar de wijze waarop de Nederlandse regering deze zeperd in de boeken zal verwerken, een forse bezuinigingsronde zal vrijwel zeker het gevolg zijn. Zodra daarenboven ook de totale kosten van sanering van Groningen bekend worden, loopt de Nederlandse welvaart ineens forse klappen op. Die zullen het positieve sentiment in ons land snel kunnen doen keren.

Kunnen wij het ons permitteren om de staatsschuld boven de norm van drie procent van het bruto binnenlands product (BBP) te laten groeien of moeten wij dat mogelijk zelfs aanwakkeren? Misschien is het wel wijs beleid om niet naar de kwijtschelding van schulden te kijken, maar juist naar het burgervriendelijk laten oplopen van deze schuld. Vele landen – met Amerika voorop – trekken zich sowieso niets aan van schuldenplafonds en hebben er zelfs een beetje maling aan.

Tijdens de vorige financiële crisis werd overal in Europa terecht gewezen op de dringende noodzaak van het structureel hervormen van de bancaire sector als onderdeel van een vernieuwd Europees financieel systeem Daar is niet veel van terecht gekomen. Sterker nog, de aanpak van politici van de eerste crisis, heeft onbedoeld een tweede bancaire crisis dichterbij gebracht en misschien zelfs al in gang gezet.

De eerste werd door Amerikaanse banken ingeluid. De tweede zal mogelijk in Europa beginnen. Potentiële kandidaten zijn er genoeg. (Deutsche Bank, Monte de Paschi di Siena, e.v.a.).

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

Het zwarte gat van het grote geld ligt in Duitsland

Dat Deutsche Bank – Duitslands grootste financiële instelling – diep in de problemen verkeert is inmiddels welbekend. Het is niet ondenkbaar dat de neerwaartse spiraal waarin de bank zich al langere tijd bevindt tot slechts één resultaat zal leiden, namelijk tot de overname van Deutsche Bank door de Duitse staat. Eerder viel ABN AMRO deze dubieuze eer ten deel en ook het diep verliesgevende Italiaanse Monte dei Paschi di Siena moest nog niet zo lang geleden dekking zoeken bij de Italiaanse staat. Daarna verdwenen deze beide grootbanken uit het publieke zicht en dat zal dus met Deutsche ook wel gebeuren.

In de luwte van de publieke aandacht wist oud VVD-minister van Financiën Gerrit Zalm een succesvolle turnaround bij ABN AMRO te realiseren. Dat kan en moet zelfs worden gezien als een knap staaltje bestuurlijk jongleren en van politiek en financieel gegoochel op het slappe koord. Gerrit Zalm deed belangrijk werk. Want na de bijna dood ervaring van de bank wist hij de zaak zo op te leuken, dat ook hij waarschijnlijk de geschiedenis in zal gaan als de belangrijkste niet-bancaire bestuursvoorzitter, die het einde van de eerste bankencrisis –toen niemand nog een stuiver voor de banken over had- inluidde. Zal Deutsche Bank op eenzelfde manier gered kunnen worden? Ik hoop het wel, maar ik denk het niet.

De afgelopen week werd bekend dat Christian Sewing de nieuwe topman van Deutsche Bank is geworden, als opvolger van John Crayon en –daarvoor- van het illustere duo Fitschen en Jain. Snel achtereenvolgende bestuurswisselingen zijn doorgaans geen goed teken voor de gezondheid van een bank. Dat is algemeen bekend. De kans is zelfs aanwezig dat Sewing ongewild een nieuwe wereldwijde bankencrisis zal triggeren om Deutsche Bank uiteindelijk weer gezond te kunnen maken, simpelweg omdat de onderlinge afhankelijkheden en belangen van de internationale systeembanken te groot zijn. Weet Sewing of alle beerputten van de eerste bankencrisis inderdaad gedempt zijn en niet meer voor onaangename verrassingen zullen zorgen? Ik hoop het wel, maar ik denk het niet.

Vaststaat dat de markten waarin Deutsche in eigen land en internationaal actief is, fundamenteel veranderd zijn naar aanleiding van het programma van kwantitatieve geldverruiming van de ECB. De financiële wereld bestaat nu alleen nog maar uit luchtbellen die inmiddels zo hard zijn opgeblazen dat er een aantal moeten klappen, bijvoorbeeld op de markt van staatsobligaties. Kan er eigenlijk nog wel gesproken worden van een markt voor staatsobligaties nu de ECB praktisch heel Europa ten zuiden van de knoflookgrens heeft opgekocht? Valt er voor partijen nog geld te verdienen aan de beurzen nu de koersen oncontroleerbaar zijn gestegen en bedrijven massaal overstappen op het inkopen van de eigen aandelen? Kunnen Hedgefondsen nog betrouwbaar investeren? Ik hoop het wel maar ik denk het niet.

Het meest venijnige addertje onder het financiële gras vormt de ECB die in korte tijd van grootste vriend van de grootbanken, hun grootste vijand is geworden. De balans van de ECB is zo lang geworden en zit zo vol met toxisch materiaal, dat het meer een kwestie van tijd is dan van beleid eer er enorme ongelukken plaatsvinden. Het anti-crisis beleid van smijten met enorme hoeveelheden geld blijkt de eerste bankencrisis niet te hebben verholpen, maar juist te hebben versneld. De waarschijnlijkheid van een tweede bankencrisis is groot maar zal in essentie dezelfde zijn als de eerste, zij het dus veel groter van omvang. Ik hoop dat dit niet waar zal zijn, maar ik denk het wel.

Als het moment komt dat Deutsche Bank zich inderdaad bij bondskanselier Merkel aanmeldt voor nationalisering dan is dat het beginsignaal voor de gehele Europese financiële sector om dekking te gaan zoeken. De ECB zal mogelijk op hetzelfde moment imploderen. Er zal chaos heersen. De druk op het politieke systeem zal enorm tot onhoudbaar zijn. Ik hoop het niet maar ik denk het wel.

In de alternatieve pers wordt soms de indruk gewekt dat bondskanselier Merkel eigenlijk al wel weet dat het de verkeerde kant opgaat en daarom bij Europa aandringt op een Europese Minister van Financiën. Deze bewindspersoon moet alle overmatige schulden van de Europese landen bijeenrapen en over alle lidstaten uitsmeren (het welbekende socialiseren van schulden), volgens de morele plicht van de sterkste schouders die de zwaarste lasten moeten dragen. Deze minister moet vervolgens compleet losgaan als het gaat om het introduceren van nieuwe financiële producten voor het wegwerken van schulden, variërend van Europese Staatsobligaties met 0-rente en een looptijd van 100 jaar, tot Europese Volksobligaties met een kortere looptijd en een hogere rente om de bevolking van de lidstaten toch nog iets van een spaarpotje te geven. Alles zal mogen en veel zal moeten om Europa te redden. Is Europa nog te redden? Ik hoop het oprecht, maar ik denk het niet.

Posted on

Een stabiele Duitse regering, moet je dat wel willen?

Wordt het wat met de nieuwe grote coalitie in Duitsland? Dat weten we nog niet, na het ‘Jamaica’-fiasco is iedereen immers heel voorzichtig geworden. Eerst liepen er nu maar eens interne besprekingen binnen de partijen over de vraag of men aan pre-sonderingen mee zou doen, waarin voorgesondeerd wordt of men tot sonderingen bereid is, zo heet het in de media. Als dat goed gaat, gaan CDU/CSU en SPD dus tot sonderingsgesprekkken over, waarin gesondeerd moet worden of men tot onderhandelingen wil overgaan. Als ook dat lukt, beginnen de onderhandelingen over de vraag of men een coalitie wil vormen. En als die onderhandelingen klaar zijn, is er nog de partijbasis, die tenminste in het geval van de SPD ook nog om goedkeuring gevraagd wil worden.

Als alles goed is, betreedt dan op enig moment de Paashaas het toneel om zijn ei te leggen: het coalitieakkoord. Kan ook zijn dat het lieve dier veel te laat komt, met Pinksteren of zo. Maakt allemaal niet uit: Hoofdzaak is dat er uiteindelijk in Berlijn weer een “stabiele regering” zit, waarop per slot van rekening niet alleen Duitsland, maar heel Europa, wat zeg ik, de hele wereld handenwringend wacht.

Wat Duitsland aangaat, moet men zich toch enigszins verwonderen over het verlangen naar een “stabiele regering”. Wie de feiten in ogenschouw neemt, moet voor een regering met een al te comfortabele parlementaire meerderheid eerder vrezen dan er op hopen. Zo “stabiel” als in de afgelopen vier jaar was de regering van de Bondsrepubliek nog nooit. De coalitiefracties hadden meer dan drie kwart van de zetels in de Bondsdag. En dat tegenover een oppositie die nauwelijks weerwerk leverde. Als de oppositie eens zijn mond open deed, bijvoorbeeld in de asielkwestie, dan was het om steeds precies hetzelfde te eisen als de regering, maar dan nog gekker: Nog opener grenzen, nog minder “veilige landen van herkomst”, nog meer welkomscultuur.

De staatsbeurs puilde uit als nooit tevoren, de economie liep en de werkloosheid zonk, geen sociale onrust of catastrofes schudden het land op, om kort te gaan: De uitgangspositie voor de grote coalitie in 2013 was zo rond en glad als een babybipsje.

Asielchaos

Zo kan het niet langer, moet Merkel gedacht hebben en stichtte de grootste chaos sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. En dat niet alleen voor het moment, maar – geheel in lijn met de tijdsgeest – “duurzaam”. Want tienduizenden over de door de Duitse regering wagenwijd opengestelde grenzen binnenstromende vluchtelingen en tienduizenden die nog komen in het kader van gezinshereniging zullen de Duitsers nog generaties bezig houden.

Bestaat er soms een samenhang tussen een stabiele regeringsmeerderheid en chaos in het land? De geschiedenis van de Bondsrepubliek zegt ja: Geen kabinet moest het met minder parlementaire steun doen dan het allereerste. Met een meerderheid van één enkele stem beklom Adenauer in 1949 de Bondskanselierszetel. Na vier jaar suisde de uit de verwarde jaren direct na de oorlog gekropen staat door het Wirtschaftswunder naar de wereldtop. De stemming van de burgers van de Bondsrepubliek was vervuld van vreugde over het bereikte en bracht CDU/CSU in de beide volgende verkiezingen in 1953 en 1957 glanzende overwinningen.

Van de komende grote coalitie, als die er komt, hoeven de Duitsers echter geen hoopvolle verwachtingen te hebben. Wat het verwerken van de asielvloed aangaat, heeft ze nu al de zeilen gestreken: De demissionaire minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière biedt uitreisplichtige buitenlanders tot 3000 euro aan, als ze naar hun land terugkeren. Let wel: Daarmee worden uitsluitend mensen aangesproken die noch een geldige reden om te vluchten noch om asiel aan te vragen hebben. Als ze die hadden, zouden ze voor geen geld terugkeren. Het gaat dus om mensen die zich volstrekt illegaal in Duitsland bevinden, die nu een premie moeten krijgen om zich in al hun grootmoedigheid aan het geldende recht te houden, omdat de staat niet in staat of bereid blijkt te zijn om zijn eigen wetten te handhaven. Dat is alsof je iemand een beloning in het vooruitzicht stelt voor het correct parkeren, in plaats van hem te beboeten voor het foutparkeren. Afgelopen januari waarschuwde de minister nog indringend: “Het vertrouwen in de democratische rechtsstaat kalft af!” Ja, hoe zou dat nou komen?

PIGS zien uit naar nieuwe Grote Coalitie

Maar we willen het niet te zwart inzien en een voorbeeld nemen aan het vertrouwen waarmee onze Zuid-Europese vrienden en partners uitzien naar een herhaling van de oude regeringscoalitie. “Europa” is per slot van rekening een van de “grote toekomstthema’s” waarmee Merkel & Schulz de aandacht van de asielellende af proberen te leiden. En er is inderdaad actie nodig in Europa. Zoals een rapport van de Europese Centrale Bank onthult, heeft de Euro niet zijn doel bereikt, namelijk de convergentie van de inkomensverhoudingen tussen de armere zuidelijke lidstaten en het rijkere noorden. Volgens het rapport gaat het de Duitsers daadwerkelijk al een stukje minder goed dan voorheen. Maar helaas is het niet genoeg, want de Italianen en Grieken zijn regelrecht gekelderd, de afstand is sinds de crisis zelfs toegenomen, aldus de auteurs van het rapport die dat “frappant” vinden.

Het medicijn heeft met andere woorden niet gewerkt. En wat doen we als een medicijn niet werkt? We nemen nog meer van dat spul, dat spreekt voor zich. Naast het idee van een Minister van Financiën voor de Eurozone, die Duits, Nederlands, Fins enz. belastinggeld naar andere landen moet sluizen, wordt steeds gelobbyd voor een Europees depositogarantiestelsel. Daarmee worden de reserves van solide Duitse enz. spaarbanken aansprakelijk gemaakt voor Italiaanse of Griekse faalbanken. Dat helpt vooral de regeringen daar, die hun bankroete geldhuizen dan niet meer van het eigen belastinggeld hoeven te “redden”, omdat daarvoor dan de Noord-Europese reserves klaar staan. Dat is niet alleen in het geval van het dreigende omvallen van een bank een uiterst elegante oplossing, maar doet ook al eerder de zon weer aangenaam schijnen op het zuiden: Want met de Duitse enz. zekerheid in de rug kunnen de faalbanken zich weer eens goed in de schulden steken. Bovendien kunnen ook de hongerige regering in Rome, Athene en dergelijke opnieuw veel eenvoudiger geld lenen, wanneer de last van mogelijke bankenreddingen van hun schouders genomen wordt. Voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker bereidt alvast een versoepeling van de schuldenregels voor, zodat dit ook mogelijk wordt.

Een lastige hindernis voor het vrolijk schulden maken op rekening en risico van andere volken heette tot voor kort Jeroen Dijsselbloem. De voormalige voorzitter van de Eurogroep van minister van Financiën had tijdens de Griekse crisis steeds weer aangedrongen op het zich houden aan de regels. Daarom werd hij dan ook hevig gehaat. Maar zoals we eerder deze week leerden, treedt nu de Portugese socialist Mário Centeno aan ter vervanging van Dijsselbloem. Met hem zullen de Grieken ongetwijfeld niet zoveel ergernis beleven als met die knakenpoetser uit Eindhoven, wanneer het gaat om het verdelen van de financiële koek, die vooral door Duitsland, Nederland en Oostenrijk gespekt word.

De ontwikkeling bij de Eurogroep vertoont parallellen met de successie aan het hoofd van de ECB. Daar begon het met de stabiliteitszuchtige Nederlander Wim Duisenberg, die een Europese D-Mark voor ogen stond. Op hem volgde de al duidelijk elastischer Fransman Jean-Claude Trichet en uiteindelijk de Italiaan Mario Draghi, die de zelfbedieningswinkel open gooide.

Op de vraag: “Wanneer is de Europese integratie voltooid?”, dringt zich dan ook steeds sterker het antwoord op: Wanneer we allemaal op het niveau van Sicilië zitten.