Posted on

Eurofielen in Engeland en Italië schermen met ‘democratie’, maar deinzen terug voor verkiezingen 

eurofielen zijn bang voor Salvini en Johnson

Zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Italië hebben eurofielen de mond vol van ‘democratie’. Tegelijk doen ze er alles aan om nieuwe verkiezingen te vermijden.

2019 was een bewogen politiek jaar voor de Europese Unie. Eerst en vooral waren er verkiezingen voor het Europees parlement, er zijn de aanslepende Brexit-onderhandelingen en ook hadden verschillende landen nationale verkiezingen. Daarnaast viel de regering in Italië, die van de dwarsligger Salvini, die de EU een hele tijd lang uitdaagde door zijn migratiebeleid en zijn aanpak van ngo’s.

In de grote meerderheid van die landen waren vooral de eurosceptische en identitaire partijen sterk in opmars. Ook in landen als het Verenigd Koninkrijk en Italië zelf. Laten we zeggen de twee grootste struikelblokken in West-Europa.

Italië en Salvini

Salvini doet het al enige tijd goed in de opiniepeilingen. In de verkiezingen voor het Europees Parlement won zijn partij Lega Nord overtuigend met zo’n 28 procentpunten winst. Hij valt dus duidelijk in de smaak bij veel Italianen. De verliezende partijen waren vooral de coalitiegenoot Vijfsterrenbeweging en de Partito Democratico. Die laatste ging zelfs 18 procentpunten achteruit sinds 2014. Ook in de opiniepeilingen nationaal doet Salvini het niet slecht.

Binnen zijn regering bleef het echter niet goed gaan, hij dacht dat zijn moment nu gekomen was om ook nationaal zijn populariteit te verzilveren en zijn onderhandelingspositie te versterken. Hij liet de regering vallen en hoopte zo snel nieuwe verkiezingen te organiseren.

PD en M5S gaan samen regeren om nederlaag af te wenden

Dit was echter buiten een monsterverbond tussen de Partito Democratico en de Movimento Cinque Stelle gerekend. Deze 2 gingen samen verder in een regering waardoor nieuwe verkiezingen werden afgewend. Dit zal vermoedelijk ook een aantal accenten verleggen qua beleid. De Vijfsterrenbeweging had niet echt een duidelijke lijn. Hoewel ze in hun beginperiode een sterk eurokritische lijn hadden, en zelfs met Nigel Farage in de EFDD-fractie zaten, zoeken ze nu aansluiting bij de eurofielen van de Groenen/EVA-fractie. Op vlak van migratie zijn ze ook minder streng dan hun voormalige coalitiegenoot. Aangezien ze zullen samenwerken met de sociaaldemocraten, zullen de accenten van de volgende regering vermoedelijk eerder links komen te liggen, dan rechts zoals bij Lega Nord.

Tot elkaar veroordeeld

Critici voorspellen dat deze regering een wankele regering zou zijn, omwille van de moeilijke budgettaire situatie van Italië en de dalende populariteit van de beide partijen. Maar laat dit laatste net een reden
zijn waarom beide partijen tot elkaar veroordeeld zullen blijven, ook als het slecht gaat. Want als deze regering snel zou vallen, zullen beide politieke partijen hun stemmen cadeau geven aan Salvini.
Geen van beide politieke partijen heeft dus een reden om naar verkiezingen te willen gaan. Als we de resultaten van de laatste Europese verkiezingen er naast leggen, lijkt een coalitie tussen hen bij voorbaat onmogelijk. Ze kunnen er dan van uitgaan dat Salvini een centrumrechtse coalitie zal vormen.

EU heeft baat bij nieuwe Italiaanse regering

Wat de budgetten van Italië betreft is het koffiedik kijken. Een nieuwe crisis op de financiële markten is onafwendbaar, maar kan evengoed pas over enkele jaren komen. Wat de EU, en de ECB, betreft
lijken ze nog wel eventjes vast te houden aan het lage rentebeleid, waardoor de landen met schulden nog eventjes kunnen ademhalen. De Europese Unie zelf heeft nu ook alle baat bij deze regering te steunen om Salvini niet nog meer cadeaus te geven bij een snelle verkiezing.

Verenigd Koninkrijk en Boris Johnson

In het Verenigd Koninkrijk zitten we met een aankomende Brexit, althans als men het referendum van enkele jaren geleden zal eerbiedigen. De onderhandelingen zijn al langer niet enkel een kwestie geworden van met welke ‘deal’ men al dan niet uit de EU zou stappen, maar eerder een ingewikkelde procedureslag die zowat elk mogelijk scenario al heeft kunnen dwarsbomen.

Het enige wat dit ondertussen heeft opgeleverd is een ongeziene marathon van politiek theater. Na lange tijd heeft Theresa May het bijltje er bij neer moeten gooien. Ze zal niet de geschiedenis ingaan als een geslaagde prime minister. Haar opvolger Boris Johnson probeerde de druk op de EU te leggen met een eventuele ‘No deal’-brexit, maar ook dat scenario lijkt nu voorlopig van de baan.

Eurofielen kunnen achteroverleunen

Het parlement, en vooral de remainers, kunnen sinds het referendum eigenlijk achteroverleunen. Ze kunnen elk voorstel simpelweg afkeuren, en de onfortuinlijke eerste minister faalt met schaamrood op de wangen.

In de Europese verkiezingen kwam de eeuwige kwelduivel van de EU terug ten tonele, Nigel Farage.
Hij richtte een Brexit-partij op met het oog op deze verkiezing. Ze werd op één slag de grootste van het Verenigd Koninkrijk. Dit was een opdoffer voor de Conservatives die zo’n 15 procentpunten verloren.
Ook Labour ging achteruit met zo’n 10 procentpunten. Het was een duidelijke afstraffing voor het uitblijven van een akkoord en het gekibbel in het parlement. De Liberal Democrats, die uitgesproken pro EU zijn, wonnen zo’n 13 procentpunten.

Eventueel tweede referendum geen uitgemaakte zaak

Het was dus vooral een overwinning te noemen voor de Brexiteers. De remainers laten graag uitschijnen
dat een overwinning in een tweede referendum zeker is, dit geeft natuurlijk een zekere machtspositie.
Maar of dit zo zou zijn, is maar te betwijfelen aan de hand van de verkiezingen. Zeker aangezien het opnieuw organiseren voor velen kan overkomen alsof de politici uit Londen hun keuze niet accepteren en hen willen afdwingen om anders te stemmen.

Parlement doorkruist Johnsons plannen

Theresa May gaf haar ontslag als prime minister en de logische opvolger was Boris Johnson. Hij was
al langer veel populairder dan May en kwam met zelfvertrouwen aan zet. Zijn strategie was ofwel de EU te dwingen tot een nieuw en beter akkoord, dan wel een ‘No Deal’ Brexit. Hij sloeg even hard met zijn vuist op tafel, en liet zelfs het parlement een tijdlang ontbinden. Nog een keer kwam het parlement samen. Zij wisten echter Boris Johnson het op hun beurt moeilijker te maken door een wet te stemmen
waardoor een No Deal Brexit moeilijker werd. Weg was de druk op de EU. Het plan B van Boris Johnson werd eveneens niet goedgekeurd, namelijk nieuwe verkiezingen.

Eurofielen willen tweede referendum maar geen verkiezingen

Hoewel de oppositiepartijen zo lang op een nieuw referendum hadden gehoopt, willen ze nu plots niet dat de kiezer nog spreekt. In de opiniepeilingen doet Boris Johnson het opmerkelijk beter dan zijn voorganger Theresa May. De remainers vrezen dat een verkiezingsoverwinning voor Boris Johnson hem een sterkere onderhandelingspositie zou geven, en dat hij eventueel toch nog een ‘No Deal’-Brexit kan doorvoeren.

De remainers hebben alle belang bij een zwakkere positie voor de eerste minister. In de hoop dat alle onderhandelingen mislukken en een No Deal-Brexit niet kan doorgevoerd worden. Een tweede referendum kan dan wel eens de enige andere oplossing zijn. Nieuwe verkiezingen, waar ook veel Conservatives achter staan, wil men voorlopig toch niet. Waarom dan maandenlang vragen achter een nieuwe ‘people’s vote’, om een verkiezing te weigeren? Dit kan 2 redenen hebben.

Enerzijds omwille dat het vragen achter een people’s vote bij veel remainers een kwestie van blufpoker is, om nog meer druk te leggen bij de partij van Boris Johnson. Zo willen ze zichzelf een ‘moral high ground’ als echte democraten geven in de publieke opinie. Anderzijds kan het ook een kwestie zijn dat bij verkiezingen men ook voor kandidaten stemt. Bij Labour is Corbyn over de Brexit minder eenduidig dan Boris Johnson, en dat is ook af te leiden uit opiniepeilingen. Dan is er ook nog de vraag wat Nigel Farage zou doen in zo’n verkiezing. De Liberal Democrats lijken ook niet echt op te kunnen tegen Johnson of Farage, wat een voordeel zou zijn voor de Brexiteers. Op korte termijn willen de remainers dus evenmin de kiezer de kans geven om hun zegje te doen, vooraleer ze Boris Johnson dus willen doen falen.

Rode draad: Eurofielen bang voor de kiezer

In de twee West-Europese landen die de afgelopen jaren de EU hebben dwars gezeten, gebruiken de eurofielen de huidige nationale parlementen en de representatieve democratie om ondanks het falen van hun regeringen verder te strompelen. Hoe lang dit kan voortduren is in beide landen nog maar de vraag. Nochtans is het in het belang van deze partijen om dit zo lang mogelijk vol te houden. Verkiezingen zijn in beide gevallen te gevaarlijk, omdat de kwelduivels van de EU in de peilingen te populair zijn. Deze laatsten zullen echter proberen als martelaren naar de verkiezingen te stappen.

Posted on

De achilleshiel van radicaal-rechts

Zelfs radicaal rechtse partijen vermijden bepaalde controversiële onderwerpen liever, omwille van de beeldvorming. Maar het zijn juist deze fundamentele discussies die gevoerd moeten worden om uit de politieke malaise te geraken.

In zowel Vlaanderen als Nederland is de winst van radicaal rechts, tegenover de beperkte groei van radicaal links de belangrijkste conclusie. Qua zetels zijn Forum voor Democratie en Vlaams Belang er enorm op vooruit gegaan. De politieke partijen kunnen dus volop medewerkers aanwerven, budgetten spenderen aan sociale media campagnes en reserves aanleggen voor moeilijkere tijden.

In de weken na de verkiezingen werd het al wel duidelijk dat het politieke midden zich nog niet kan neerleggen bij het hertekende politieke landschap. In Nederland zijn de uitspraken van de heer Otten over partijkopstuk Baudet dagenlang breed uitgesmeerd in de media en werd meteen een koerswijziging t.a.v. een vertrek uit de EU in beeld gebracht om de radicaleren nog liever terug richting PVV te duwen. Ook werd tijdens de Europese verkiezingen gespeeld dat Baudet te nauwe banden wil hebben met Rusland en daarom de vooropgestelde analyses van het MH17-onderzoek niet zomaar wil aanvaarden. Een aantal van deze verwijten begonnen uiteraard al tijdens de campagne zelf.

Het Russische spook

In Vlaanderen had je een gelijkaardig scenario. Ook daar werd er gespeeld met het Russische spook, alsof Tom Van Grieken een Russische agent is en werd er tijdens de onderhandelingen telkens opnieuw hierop gehamerd. Het bezoek van kopstuk Filip Dewinter aan de Syrische president Assad werd uitentreuren erbij gehaald als het ging over de onderhandelingen van de Vlaamse regering. Kort na de verkiezingen kwam er dan een uitspraak van een nieuw Kamerlid van Vlaams Belang, Dominiek Sneppe, die zei dat homohuwelijken en kinderen adopteren door holebi’s een brug te ver zijn. De pers smeerde deze uitspraak dagenlang uit, en er was op sociale media veel opgestookte ophef door andere partijen over deze uitspraak. De moraliserende vingers stonden allemaal gretig in de lucht te wijzen.

Dit is een tendens die we nog vaker kunnen verwachten, radicaal rechts heeft namelijk een zeer groot en breed kiespubliek kunnen aanspreken, en loopt nu het risico om deze te bruuskeren en dus te verliezen. Zo krijgen andere partijen ook een handig excuus aangeboden om niet met de overwinnaars samen te moeten regeren.

Gebrek aan debat

Eigen aan het moraliseren van discussies is dat we geen argumenten meer tegen elkaar kunnen afwegen. Het verontwaardigd reageren door journalisten en politici is dus een strategisch toneelstuk om fundamentele discussies uit de weg te gaan. Denk maar aan een debat over migratie zonder het verwijt ‘racisme’ erin.

De drogargumenten tegen een standpunt zijn vaak legio in de pers. Een standpunt is “achterhaald” bijvoorbeeld, of “het is immers 2019”. Alsof een tijdsaanduiding een argument is. Om het wat cru te stellen: was “het is 1942” soms ook een argument om een bepaald beleid te rechtvaardigen?

Achter bepaalde onbespreekbare zaken tijdens of na een campagne zitten vaak zeer logische voorstellen die in een andere context heel anders overkomen. De vermeende banden tussen radicaal-rechts en Rusland, met Rusland als grote vijand is daar een voorbeeld van. De sancties die de EU, op aandringen van de VS, tegenover Rusland stelt treft onze export en bovendien kunnen we door het conflict met Rusland vaak geen oplossing bieden voor oorlogen in het Midden-Oosten. Een normalisering met een sterke buur zou in het voordeel van Europa  kunnen spelen. Vanwaar dan nog de demonisering van Rusland en Poetin? Alsof we plots vergeten welke andere ‘bondgenoten’ wij hebben in de wereld (VS, Saoedi-Arabië, Israël).

De globale context ontbreekt in het debat

Wat de verkiezingen in West-Europa aantonen, en de groei van radicale partijen, is dat ons huidige politieke en ideologische systeem in een ernstige crisissfeer terecht is gekomen. Er zijn trouwens genoeg parameters om te kunnen stellen dat de onvrede bij de burger nog zal toenemen. Om er twee te noemen: We hebben de komende 30 jaar nog zo’n 150 a 200 miljoen Afrikaanse migranten naar Europa te verwachten. En de schuldenberg in de Europese Unie van financiële instellingen en staten is er sinds 2010 niet op verbeterd, het is dus een kwestie van tijd dat een volgende zeepbel onze economie in crisis stort.

Geen enkele traditionele politieke partij kan een degelijk antwoord bieden en deze verliezen dan ook electoraal terrein. De christendemocraten, de liberalen, de sociaaldemocraten… Degenen die het minst verliezen zijn op termijn wellicht de liberalen, aangezien zij als kiespubliek vooral de ‘winnaars’ van de globalisering aanspreken.
Al zitten zij met het nadeel dat de kleine zelfstandigen en KMO’ers misnoegd zijn over hogere belastingen die het gevolg zijn van beleid dat meestal door liberalen is uitgevoerd.

Maar lange termijnperspectief en degelijke redevoeringen komen er niet van deze partijen. Tenzij misschien een uitzondering in Denemarken, waar de sociaaldemocraten een streng migratiebeleid voorstaan om de opgang van de Deense volkspartij af te remmen. Maar we kijken maar even naar Vlaanderen, Nederland, Duitsland, Frankrijk… om te besluiten. De verdamping lijkt nog niet voorbij, en de misnoegde kiezers van vandaag zullen niet snel tevreden gesteld worden door de hardnekkige houding van het politieke midden en de partijtoppen van de traditionele partijen.

Fundamentele discussies

Op verschillende vlakken moeten we het op zijn minst aandurven om de meest fundamentele discussies en debatten te voeren. Zowel over economische zaken, of ons monetair geldinjectiesysteem nog wel houdbaar is?Of de Euro niet volledig ontmanteld moet worden? Of over cultuur, over een einde van een slachtoffercultus of over de verlichtingswaarden. Of over de plaats van religie in de samenleving. Over geopolitiek, over de houding t.o.v. Rusland en de NAVO. Over migratie, over klimaat…

Onze samenleving zit met een existentiële crisis van formaat. De waarden waarop ons leidend politiek systeem, het liberalisme, is gebaseerd, zijn al meer dan 100 jaar op de schop gezet in de filosofie. Het is niet ondenkbaar dat dit systeem ook zijn einde zal kennen, alsook het communisme (1917-1989) en het facisme (1923 – 1945) reeds hun periode hebben gekend.

Een alternatief vormen

Om een alternatief te vormen zullen ook de radicaal rechtse partijen dus wel deze discussies moeten aan durven gaan, in plaats van zo snel mogelijk deze ‘incidenten’ zoals in begin gezegd te willen sluiten. Dat ze dit zelf, als partij, niet kunnen is begrijpelijk. Ten slotte draait een partij op kiezers die snel kunnen wisselen.

Hier zit hem natuurlijk een grote paradox. Een alternatief voor het huidige politieke systeem kan enkel maar door fundamentele levensbeschouwelijke vragen te stellen, een economisch alternatief en een geopolitiek fundamenteel andere koers te varen. Als je net deze discussies en debatten wel uit de weg moet gaan omdat je je niet kan veroorloven als partij om veel kiezers kwijt te spelen is het dus wel een heel strategische zoektocht naar de juiste momenten om debatten uit te lokken en te beslechten.

Om het anders te stellen, partijpolitiek heeft de neiging om al te snel opiniemakers weg te plukken naar de partijpolitiek en bewegingen er rond leeg te halen qua talenten om het electoraat tevreden te stellen en uiteraard bekwame parlementsleden en medewerkers in hun rangen te krijgen. Dit verarmt wel de opiniemakers die kunnen spreken en schrijven zonder altijd te moeten rekenen met een eventueel verlies van kiezers. Het zullen echter net die controversiële standpunten zijn die beslecht moeten worden voor een politiek ideologisch kader dat zijn einde nadert ook zijn opvolger kent.

Posted on

Griekenland trekt leeg en vergrijst, nieuwe bailout kwestie van tijd

Vanwege gebrek aan toekomstperspectief verlaten steeds meer jonge Grieken hun land. En degenen die blijven, beginnen steeds minder vaak een gezin. Ondertussen is de Griekse regering vooral bezig met aan de macht blijven. Het lijkt een kwestie van tijd voor Griekenland bij het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) aanklopt voor een nieuwe bailout.

Door gebrek aan toekomstperspectief, lage lonen en hoge werkloosheid hebben sinds 2010 ruim 360.000 Grieken hun land verlaten op zoek naar een betere toekomst. Dit getal noemt het toonaangevende Griekse economische onderzoeksinstituut KEPE. Omdat het bestuur van land meer op zijn bord krijgt dan het aankan en dus niet ieder vertrek geregistreerd wordt, zijn er zelfs deskundigen die er van uit gaan dat sinds 2010 reeds meer dan een half miljoen Grieken de wijde wereld in getrokken is.

Jonge vakkrachten

Meer dan 90 procent van hen die hun vaderland verlaten hebben is jonger dan 40 jaar oud. Het is vooral de uittocht van vakkrachten die gemerkt wordt. Volgens de Griekse vakorganisatie voor artsen zijn sinds 2010 naar schatting 18.000 jonge artsen en duizenden verplegers uit Griekenland vertrokken. Ook ingenieurs en andere hoog gekwalificeerde mensen hebben hun biezen gepakt. De meerderheid van hen werkt volgens het Duitse weekblad Der Spiegel in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Golfstaten. Veel jonge mensen zonder beroepskwalificatie worden niet eens geregistreerd, maar vertrekken ongemerkt naar naburige EU-landen om als seizoensarbeider of oproepkracht door te ploeteren.

Sinds het begin van de crisis in 2009 heeft Griekenland een kwart van zijn economische kracht verloren. Inmiddels groeit het Bruto Binnenlands Product weliswaar, maar slechts op zeer gering niveau. In 2017 was het 1,4 procent, net twee procent in het daaropvolgende jaar. Het werkloosheidscijfer ligt rond de 20 procent. Onder de 15-24-jarigen is zelfs 42 procent werkzoekend.

Regering houdt de moed erin

Desalniettemin proberen de machthebbers in Athene optimistisch te doen. Premier Alexis Tsipras kondigde in zijn nieuwjaarstoespraak voor Griekenland “een jaar van hoop, vertrouwen en creativiteit” aan. Eindelijk zouden de Grieken weer “zonder betutteling en bevelen” van internationale geldschieters over hun lot beslissen.

In Brussel heeft men van deze woorden met argwaan kennis genomen. Want pas eind augustus vorig jaar werd Athene uit het miljardenkredietprogramma van de internationale instanties ontslagen. Om het eerste staatsbankroet van een EU-lidstaat te verhinderen, hadden EU en Internationaal Monetair Fonds (IMF) van 2010 289 miljard euro ter beschikking gesteld. Daaraan waren harde bezuinigingsvoorwaarden verbonden, waaraan de regering zich nu schijnbaar niet meer gebonden voelt. Zelfs de onder druk van de EU doorgevoerde pensioenhervorming staat weer ter discussie.

‘Het Afrika van Europa’

En dat blijft niet zonder gevolgen. In de internationale vergelijking van het vestigingsklimaat ‘Doing Business’ van de Wereldbank viel Griekenland onder de 190 geëvalueerde staten in het afgelopen jaar van plaats 61 naar 67. EU-deskundigen spreken reeds van ‘het Afrika van Europa’. Persbureau DPA meldt dat economen onlangs nog een sterk beroep op de regering deden om de in de crisis ingeslagen koers aan te houden.

Zo riep de Griekse centrale bank in haar jongste rapport over het monetair beleid op tot voortzetting van de structuurhervormingen, verdere privatiseringen, afbouw van bureaucratie en een belastinghervorming. Daarvan hangt het volgens de centrale bank af wanneer Griekenland zich weer kan herfinancieren op de kapitaalmarkt.

Politieke verhoudingen

Maar de regering in Athene is voorlopig vooral bezig met aan de macht blijven. In het nieuwe jaar staat er parlementsverkiezingen op de rol. Tsipras en zijn kabinet hebben die zo lang mogelijk voor zich uitgeschoven. Maar uiterlijk in de herfst moeten de stemgerechtigden onder de elf miljoen inwoners van het land ter stembus. Tsipras’ Syriza zou volgens peilingen nog slechts op 23 procent van de stemmen komen. In 2015 was dat nog circa 36 procent. De nationaal-conservatieve Onafhankelijke Grieken (ANEL) die de regering aan een meerderheid helpen zouden met  2 procent niet eens over de kiesdrempel meer komen.

Gevreesd wordt bovendien voor extreem instabiele politieke verhoudingen. Ook dit geldt als reden waarom jongeren in groten getale emigreren. Maar weinig Grieken zien de toekomst met vertrouwen tegemoet en weinigen kunnen zich voorstellen onder de huidige omstandigheden een gezin te beginnen. Het geboortecijfer is dermate laag, dat deskundigen voor de komende vijf decennia verwachten dat de Griekse bevolking met de helft krimpt. De gevolgen daarvan zouden drastisch zijn. Naar inschatting van economen zou de pensioengerechtigde leeftijd van nu 67 naar 73 jaar opgeschroefd moeten worden.

Nieuwe hulpkredieten

Kostas Simitis van de oppositionele sociaaldemocratische partij PASOK vreest dat Athene al snel weer om nieuwe hulpkredieten zal moeten vragen. De sociaaldemocraat, die van 1996 tot 2004 premier van Griekenland was, denkt niet dat zijn land financieel op eigen benen kan staan. In de EU gaat men er ook reeds vanuit dat Griekenland op afzienbare termijn opnieuw bij het Europese Stabiliteitsmechanisme aan zal moeten kloppen, zo stelde Simitis tegenover het Griekse weekblad To Vima. De politiek oud-gediende geldt als iemand die goed op de hoogte is en hij staat met zijn pessimistische inschatting niet alleen. Aan het begin van het jaar schilderen diverse Griekse commentatoren een grimmig beeld. Alleen zieken, zwakken en ouden van dagen zouden voor het land behouden blijven. Wie een toekomstperspectief zoekt, denkt onvermijdelijk aan emigratie, aldus KEPE.

Posted on

Duitslands zelfverloochenende grootheidswaan

Na het fiasco van de G7 moet ‘Europa’ zijn zaken nu zelf op orde brengen, zegt Merkel. Daarmee herhaalt ze een oude fout in een nieuw jasje.

De radeloosheid van de Duitse regering na het fiasco van de G7-top in Canada legt de essentiële zwakte van het Duitse buitenlandbeleid genadeloos bloot. Deze zwakte bestaat in de sinds de Wiedervereinigung van 1990 volgehouden weigering om echt Duitse belangen te formuleren. In plaats daarvan stonden Bonn en later Berlijn erop uitsluitend ‘Europese’ doelen na te streven, of die van ‘het Westen’, zo niet de hele mensheid. De Bondsrepubliek wilde bij het ‘wij’ horen zonder ‘ik’ te zeggen.

Dienovereenkomstig staat de Duitse regering nu hulpeloos en zonder gepaste strategie tegenover de uitdrukkelijk voor hun nationale belangen opkomende grote actoren in de wereldpolitiek – de Verenigde Staten, Rusland en China geven de algemene koers aan.

De reflexmatige reactie van Berlijn na het fiasco in Quebec versterkt deze indruk van hulpeloosheid nog: Nu moet ‘Europa’ des te meer één lijn trekken, zo stelde de bondskanselier. In de EU is echter dezelfde van renationalisering van het buitenlandbeleid op te merken als mondiaal.

In het ergste geval maakt Merkel Duitsland hiermee zelfs chantabel voor landen als Italië, wanneer de Italianen door hebben dat het de Duitsers aan een plan B ontbreekt in het geval het in ‘Europa’ niet tot een (voor Duitsland opnieuw dure) overeenkomst komt. Dat zal Rome uit weten te buiten.

Bovendien moet Berlijn in de Europese Unie eerder op leedvermaak dan op solidariteit rekenen, wanneer de Verenigde Staten de Duitse exporteconomie op de korrel zouden nemen. Dat leedvermaak heeft zijn wortels in Merkels omgang met diverse buurlanden en in het Euro-systeem en de gevolgen daarvan.

Met het open gooien van de grenzen in 2015 opereerde Merkel als solist. Geen Europese partner werd geconsulteerd. In plaats daarvan bedreigde Berlijn met behulp van Brussel de Midden- en Oost-Europese landen zelfs met represailles als ze niet veel meer asielzoekers op zouden nemen. Dit heeft voor veel verbittering gezorgd, met name in Hongarije, dat door in 2015 zijn grenzen te sluiten de Duitse bondskanselier de kop gered heeft en als dank door haar beschimpt wordt, of zoals men het in Boedapest ziet, regelrecht gechanteerd wordt: Als jullie niet meer asielzoekers opnemen, korten we jullie EU-subsidies.

Ook slaat het op de bondskanselier terug dat ze het falen van de Euro in 2012 niet wilde erkennen. Ten gevolge hiervan trekt de niet functionerende munt steeds diepere sporen door het Europese landschap. De Euro (te zwak voor Duitsland, te sterk voor veel andere landen) heeft de onbalansen in de buitenlandse handel veroorzaakt die nu ook tot de confrontatie met de VS leiden.

Een pragmatische nationale belangenpolitiek in reële uitwisseling met de partners had dit alles kunnen vermijden. Duitsland betaalt de rekening voor zijn zelfverloochenende grootheidswaan.

http://www.novini.nl/hoe-zou-een-soeverein-buitenlandbeleid-eruitzien-video/

Posted on

Meerderheid Denemarken tegen Euro en EU-Defensie-samenwerking

Zo’n 60 procent van de Denen voelt er niet voor hun nationale munt, de Deense Kroon, te vervangen door de Euro. Slechts 26 procent is daar voorstander van, zo blijkt uit een peiling van Norstat die donderdag is gepubliceerd door het dagblad Jyllands Posten.

In blauw de lidstaten van de Eurozone, in rood de EU-lidstaten die de Euro nog in moeten voeren en in het groen Denemarken

In een referendum over eventuele toetreding tot de Euro in 2000 hadden de Denen dit ook reeds afgewezen. De Deense Kroon is overigens wel gekoppeld aan de Euro door het wisselkoersmechanisme ERMII. Het eventueel verbreken van deze koppeling is uiteraard eenvoudiger dan het verlaten van de Euro nadat deze eenmaal ingevoerd is.

Uit de peiling blijkt verder dat een meerderheid van 57 procent van de Denen de opt-outs van Denemarken inzake defensie-initiatieven van de Europese Unie en inzake justitie- en politiesamenwerking (54 procent) wil behouden. Onder het Verdrag van Lissabon zijn alle EU-lidstaten verplicht op enig moment de Euro in te voeren, Denemarken heeft hierop echter een opt-out bedongen, evenals op diverse andere punten. Deze opt-outs worden van tijd tot tijd door de regering of het parlement heroverwogen of aan de bevolking voorgelegd in referenda.

Posted on

Kan Italië uit de klauwen van de ECB ontsnappen?

Het is al weer ruim een jaar geleden dat president Draghi van de Europese Centrale Bank in een brief aan het Europees parlement bijna laconiek opmerkte dat het voor de problematische lidstaten van de Eurozone uiteraard was toegestaan om de Euro te verlaten, mits – en toen kwam het – deze lidstaten eerst al hun uitstaande rekeningen bij de ECB volledig voldoen. Een op het eerste gezicht volkomen redelijke, maar tegelijkertijd onhaalbare eis voor al die lidstaten die tot over hun oren in de schulden zitten en nu – anno 2018 – meer dan ooit tevoren merken dat je maar bepaalde tijd op de pof kunt leven.

Momenteel draait alles om Italië, met in het kielzog Spanje. Zullen deze beide landen uit de klauwen van de ECB kunnen ontsnappen? Dat kan alleen als de ECB failliet gaat. Hoe waarschijnlijk is dat? En komen deze landen daarna niet van de regen in de drup, namelijk van bittere armoede met uitzicht op Europese solidariteit, naar bittere armoede zonder vrienden, ook in eigen land?

De ECB verwees in haar publieke berichtgeving naar het voor het grote publiek vrijwel onbekende, maar daarom niet minder belangrijke Target 2 handelssysteem, dat in zijn uitwerking bijzonder complex oogt, maar dat in de kern niet is. Stel je voor dat Spanje goederen importeert vanuit Duitsland – bijvoorbeeld auto’s – zonder dat hiervoor eenzelfde bedrag aan export van Spanje naar Duitsland tegenover staat. Zou dat wel het geval zijn dan spreken we van een evenwichtige handelsbalans, althans in Euro’s. Anders dan het geval is bij het normale binnenlandse betalingsverkeer, is er bij Target 2 transacties geen sprake van het rechtstreeks overboeken van geld van het ene land naar het andere. Er wordt in plaats daarvan gewerkt met IOU’s. Dat zijn schuldbekentenissen (in dit geval van de commerciële Spaanse banken bij wie de initiële transactie plaatsvond) die aan de Spaanse Centrale Bank worden afgegeven. Deze zorgt vervolgens voor ‘funding’, in alle mogelijke vormen.

Een voorbeeld. Aan het einde van 2017 bedroeg het Target 2 saldo van de Banco d’ Italia bij de ECB zo’n 364 miljard euro, ongeveer 22% van het BBP van Italië. In 2018 zal dit bedrag naar verwachting exponentieel stijgen. Het Target 2 saldo van Spanje bedroeg op datzelfde moment 328 miljard euro, ongeveer 30 % van het Spaanse BBP. Let wel, het gaat hier om schulden (= uitstaande rekeningen), niet om bezit. Geheel aan de andere kant van het spectrum boekte de Duitse Centrale Bank in die periode een positief (!) saldo in het kader van Target 2 van zo’n 769 miljard euro.

Het Target 2 systeem is meer dan alleen een stabiliteitsprogamma ten behoeve van de handelsstromen tussen de lidstaten. Er stroomt ook heel wat ‘gewoon’ geld door het systeem. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het programma van kwantitatieve geldverruiming van de ECB. Veel van dit geld was bedoeld om de zinkende lidstaten een reddingsvest toe te werpen, maar kwam uiteindelijk bij Duitsland en Nederland terecht. Het aloude liedje. De rijken worden rijker, de armen worden armer. Totdat natuurlijk de zeepbel barst. Wanneer dat gebeurt? Als de rentes omhoog gaan.

Alle goede bedoelingen ten spijt is de positie van de ECB wankel geworden. Dat komt ook doordat de ECB de markt voor staatsobligaties volledig aan gort heeft geslagen, omdat het de schuldenlanden de mogelijkheid heeft geboden om kortlopende obligaties met hoge rentes in te ruilen voor langlopende obligaties met lage rentes, tot zelfs perpetuals met negatieve rentes. De ECB is zelfs buitengewoon vrijgevig geweest door in voorkomende gevallen af te zien van betrouwbare onderpanden.

Gaat de ECB dit overleven? Ik verwacht het niet. Tenzij natuurlijk de Europese lidstaten financieel bijspringen, in de vorm van een schuldenunie die ook Italië voor ogen heeft. De totale schuld wordt dan per hoofd van de bevolking omgeslagen en in relatie tot het verdienvermogen van de afzonderlijke lidstaten gefiscaliseerd. Bondskanselier Merkel heeft onlangs laten weten dat zij niets voor een schuldenunie voelt. Gelukkig maar.

Zojuist zijn de eerste concrete plannen bekend geworden van de nieuwe Italiaanse coalitieregering. Het komt allemaal op één ding neer, namelijk hogere uitgaven zonder hogere inkomsten. Sociaal gezien volkomen verdedigbaar, maar financieel gezien eerder een poging tot zelfmoord dan een teken van het streven naar een lang en welvarend leven voor iedereen.

Posted on

Italië kijkt wel uit, maar niet naar Europa

De spreekwoordelijke inkt van het zoveelste Italiaanse coalitieakkoord over de toekomst van het eigen land en die van Europa is nog niet droog of president Macron van Frankrijk roept de Italianen met luide stem op om nu strak naar het pijpen van Europa te dansen – en dus ingrijpend te gaan hervormen – of er zwaait binnenkort wat. Wat en wanneer dat dan zal zijn, is nog onbekend. Maar leuk voor de Italiaanse bevolking wordt het niet. Zoveel is wel zeker. De nieuwe Italiaanse regering – nog niet droog achter de oren – reageerde als door een wesp gestoken. “Rot op!”, “We dulden geen buitenlandse inmenging in onze binnenlandse aangelegenheden”, “Bemoei je met je eigen zaken!”, “Alsof Frankrijk er zo goed voorstaat”, “Nee dus”.

Van alle kanten wordt er op gewezen dat de Euro en in het kielzog daarvan Europa, ineens weer een nieuw breekpunt hebben bereikt, al was het alleen maar vanwege het verschil van inzicht dat steeds scherper duidelijk wordt tussen het systeemvriendelijke beleid van de rijke lidstaten aan de ene kant, en de wens om een burgervriendelijk beleid van de arme lidstaten aan de andere kant. Worden de banken van Europa gered of de burgers van Europa? Deze kwestie wordt nog eens extra actueel nu Bulgarije, Kroatië en Roemenië op het punt staan om toe te treden tot het Europese Wisselkoersmechanisme II – een voorstadium voor toetreding tot de Euro, potentiële lidstaten die bepaald niet rijk genoemd kunnen worden. Het goede nieuws is dat deze aanstaande leden wél en misschien zelfs nog meer dan ooit tevoren, het Europese verlichte ideaal aanhangen van democratie, recht en rechtvaardigheid, eerlijkheid, veiligheid en van welvaart en welzijn voor iedereen. Enkele maanden geleden gingen de Roemenen voor deze idealen zelfs massaal de straat voor op. De bevolking verdient ons respect.

Tot overmaat van ramp komt ineens weer de door velen vermaledijde transferunie van schulden om de hoek kijken, als teken van solidariteit tussen arm en rijk, echter meer nog als een enigszins wanhopige laatste poging van onder andere Duitsland en Frankrijk om de overmatige schuldenlast die Europa nu al zo lang teistert, eerlijk over de lidstaten te verdelen. Inderdaad mag verwacht worden dat Zuid- en Oost Europa hier baat bij zullen hebben, maar veel meer dan een tijdelijk effect zal er waarschijnlijk niet van uitgaan. Na een poosje zal duidelijk worden dat de arme lidstaten niet rijker worden, maar de rijke lidstaten wel armer. Bij het nivelleren van bezit werkt dit op deze wijze, dus waarom niet bij het nivelleren van schulden? Uiteindelijk gaat het bij een teveel aan schulden om slechts één kernvraag van menselijke aard, namelijk de vraag of mensen leven om te werken dan wel werken om te leven. 

Terug naar Italië. Zoals het zich nu laat aanzien wil de nieuwe regering geen bemoeienis van het buitenland (Europa) met het eigen economisch en sociaal beleid. Kennelijk wil men wel de lusten maar niet de lasten van Europa hebben. Het gaat echter verder dan dat. Italië streeft naar een ideologische ommekeer van het beleid. Men wil burgers in belangrijke mate ontlasten van schulden, in plaats van hen daarmee te belasten. Burgers moeten de aanjagers van de economie worden en daar hebben ze productief geld voor nodig. Als ze dat eenmaal consumptief besteden (in eigen land) ontstaat een economische spiraal naar boven, in plaats van de huidige spiraal naar beneden. Heeft Italië Europa daarvoor nodig? Wel zeker. Maar tot het zover is kan het Europa missen als kiespijn.

Posted on

Donkere wolken pakken zich samen boven de Eurozone

Tegen alle verwachting in heeft Italië toch nog redelijk snel een nieuwe coalitieregering kunnen vormen. Beppe Grillo, de oprichter van de ooit zo eurovijandige Vijf Sterrenbeweging is inmiddels opgevolgd door de euro-elastische Luigi Di Maio. Hij gaat samen met de eurosceptische Lega van Matteo Salvini een poging doen om het sterk verarmde Italië uit het slop te halen, wetende dat het land in werkelijkheid verstikkend diep is wegzakt in de modder van achterklap, armoede en corruptie.

Het is echter bijna bizar om te moeten ervaren dat het momenteel niet Italië is dat wellicht weer toekomst heeft, maar Silvio Berlusconi. Plotseling wordt hij in twee belangrijke hoger beroepsprocedures vrijgesproken, waarin de rechters oordelen dat Berlusconi niets te verwijten valt en hij weer volop politiek actief mag zijn. De rechters kwamen vroeger dan gepland tot hun vonnis. En dat in Italië? Voor Berlusconi kon de timing niet beter. Uiteraard zal deze ontwikkeling niet aan de aandacht van bondskanselier Merkel van Duitsland zijn ontsnapt en weet zij als geen ander dat Berlusconi nog een paar stevige ‘appeltjes van Europa’ met haar te schillen heeft en dat zeker zal doen.

Momenteel resteert alleen nog de benoeming van een neutrale premier –niet zijnde Di Maio of Salvini. Voor Europa en de Euro breken onzekere tijden aan, maar zo onzeker eigenlijk ook weer niet. Immers, zodra de nieuwe regeringsploeg wordt geïnformeerd over de werkelijke staat van ontbinding van de eigen financiële sector, zal de nieuwe regering zich met hangende pootjes tot de Europese Commissie moeten wenden en er niet aan ontkomen om hulp te vragen. De verwachting is dat een tweede openlijke bankencrisis in Italië zal beginnen, namelijk zodra duidelijk wordt dat vooral de systeembank Monte dei Paschi di Siena er onhoudbaar slecht voor staat en nooit door de staat alleen gered zal kunnen worden. Wil deze bank Italië niet in haar val mee sleuren (zoals in het bedrijfsleven vaker gebeurt als zieke onderdelen niet geheeld worden maar juist de andere delen besmetten), dan zal het voor de nieuwe coalitie onmogelijk zijn om op eigen kracht verder te gaan.

In het nieuwe Italiaanse regeerakkoord is opgenomen dat er onderzoek gedaan zal worden naar de introductie van een parallelle munt, zeg maar de nieuwe Lire. Eerder heb ik – en met mij vele anderen – geopperd dat het goed zou zijn om één systeemmunt in Europa te hebben voor het geldverkeer dat in het kader van de handelsrelatie plaatsvindt en een eigen ‘burgermunt’ per lidstaat voor het dagelijks gebruik van mensen. Kan daar mee een nieuwe bankencrisis worden voorkomen? Ik betwijfel het. Zo  ook Klaus Regling, de directeur van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) de opvolger van het EFSF, het Europese noodfonds dat ten tijde van de schuldencrisis in het leven werd geroepen om wegkwijnende landen, banken en bedrijven weer op de been te krijgen. Tijdens een spreekbeurt op negen mei van dit jaar voor de Ierse Centrale Bank in Dublin wond Regling er geen doekjes om. Er komt een tweede internationale bankencrisis aan. Alleen weet hij nog niet wanneer. Vreemd, dacht ik, met alle toezicht op de banken dat er is en met alle stresstests die er de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, kan deze topbankier dus niet met zekerheid zeggen waar, wanneer en in welke omvang de zaak gaat ontploffen. Dat kan toch niet waar zijn?

Directeur Regling stelt voor om op korte termijn de positie van burgers en hun spaargelden bij banken verder te versterken, ter voorkoming van de nog altijd op de loer liggende bankruns en dus van oorlog. Ook moeten aandeelhouders van banken nu echt als eerste naar de kassa worden geroepen als het mis dreigt te gaan. Pikant is de oproep van Regling om een Europees Monetair Fonds (EMF) op te richten, naar analogie van het IMF. Het is velen opgevallen dat het IMF onder leiding van Christine Lagarde zich langzaam maar zeker steeds verder uit Europa heeft terug getrokken. Ook het IMF geeft elke keer met kracht aan dat het niet goed gaat met het Europese financiële stelsel en ook niet met Europa als geheel. Maar het geeft tevens aan  dat wij onze zaken nu zelf op orde moeten krijgen. Vanwaar deze ommezwaai van het IMF? Simpel. Amerika is de grootste geldschieter van het IMF. En daar wil Amerika mee stoppen. Net als met Defensie en handel.

Posted on

Berlusconi stapt opzij om coalitie Vijf Sterren en Lega mogelijk te maken

Silvio Berlusconi wil een mogelijke regeringscoalitie van de Vijf-Sterrenbeweging en de Lega niet in de weg staan, dat heeft de Italiaanse oud-premier donderdag gezegd.

Sinds de verkiezingen van maart lopen moeizame gesprekken om tot een meerderheidscoalitie te komen als basis voor een regering. Zo moeizaam zelfs dat reeds aan een zakenkabinet en nieuwe parlementsverkiezingen gedacht werd.

Aanvankelijke gesprekken tussen Luigi Di Maio van de Vijf-Sterrenbeweging (M5S) en Matteo Salvini van de Lega liepen stuk op het feit dat M5S niet in zee wil met Silvio Berlusconi en zijn Forza Italia. De rechtse Lega maakt echter deel uit van een centrumrechtse verkiezingscoalitie met Forza Italia, de nationaal-conservatieve Fratelli d’Italia en de christendemocraten en Salvini stelde dan ook ‘samen uit, samen thuis’.

M5S onderzocht vervolgens de mogelijkheid van een eventuele coalitie met de centrumlinkse Partito Democratico, maar deze grote verliezer van de verkiezingen ziet niets in samenwerking met de anti-establishmentpartij.

Het leek zodoende een onoplosbare patstelling, zodat president Sergio Mattarella (PD) reeds suggereerde een zakenkabinet te vormen dat nieuwe verkiezingen voor zou kunnen bereiden. Berlusconi doorbreekt nu echter de patstelling door een stap opzij te doen, door aan te geven dat het wat hem betreft ook goed is als de Lega zonder Forza Italia probeert een regering te vormen met de M5S. Dat hoeft zelfs niet het einde van de centrumrechtse verkiezingssamenwerking te betekenen, zo stelde de oud-premier.

Hiermee ligt de bal weer bij Di Maio en Salvini, die nu een serieuze poging zullen moeten doen om het eens te worden over een gemeenschappelijk programma. Dat zal geen eenvoudige klus worden, maar buiten de inhoudelijke verschillen is er ook nog de vraag wie er premier zal worden. Mogelijk kiezen ze ervoor dat geen van beide te worden. Een regering van M5S en Lega is de nachtmerrie van menig eurocraat, zo wil Lega een referendum over de euro en wil M5S de begrotingsafspraken versoepelen.

Posted on

En alweer gaat Europa ons geld kosten

Na ruim acht jaar aan het financiële infuus van Europa te hebben gelegen wordt het mogelijk en zelfs noodzakelijk geacht dat Griekenland vanaf 21 juni aanstaande weer op eigen benen gaat staan. Vanaf dat moment moet het land wederom zelfstandig toegang krijgen tot de wereldwijde kapitaalmarkten en kan het met de wederopbouw van het land beginnen. Een van de meest slechte, zelfs catastrofale, reddingsacties ooit kan daarmee worden beëindigd, althans in politiek opzicht.

Over de bedragen die in de vorm van nieuwe kredieten aan Griekenland beschikbaar zijn gesteld doen de wildste verhalen de ronde, variërend van 385 miljard euro tot één biljoen, zonder dat vastgesteld kan worden of het medicijn van het grote geldsmijten daadwerkelijk heeft gewerkt, in welke mate en hoe lang. Eén ding staat vast. De Europese Centrale Bank laat zich niet in de eigen boeken kijken, zelfs niet door de Europese Rekenkamer die daarvoor geen politiek mandaat heeft gekregen. Zijn de ECB, het ESM (Europees Stabiliteitsmechanisme), het IMF en de gezamenlijke lidstaten wél open en transparant over Griekenland? Verre van dat. Zelfs Griekenland is er niet open over. Het is in de ogen van velen één grote rommelpot, vooral ten gunste van de banken.

Zelfs in dit late stadium wordt er van Europese officiële zijde opgemerkt dat Griekenland voor 21 juni aanstaande nog één keer een flinke cashinjectie dient te krijgen, ook nu weer als financiële buffer voor de Griekse banken. Er wordt helaas niet bij gezegd dat als Griekenland deze laatste zak met geld onverhoopt niet krijgt, de Griekse banken alsnog kopje onder zullen gaan. Zo flinterdun is dus de marge tussen wederopstanding en falen van het financiële systeem, ook elders in Europa. Het geeft weinig vertrouwen voor de toekomst.

Ineens verschijnen er berichten over de kredietgarantie van de Nederlandse staat aan Griekenland van zo’n 45 miljard euro. Kortweg geformuleerd kunnen wij Nederlanders waarschijnlijk naar dit geld fluiten. Ik – en met mij vele anderen – ben uiteraard benieuwd naar de wijze waarop de Nederlandse regering deze zeperd in de boeken zal verwerken, een forse bezuinigingsronde zal vrijwel zeker het gevolg zijn. Zodra daarenboven ook de totale kosten van sanering van Groningen bekend worden, loopt de Nederlandse welvaart ineens forse klappen op. Die zullen het positieve sentiment in ons land snel kunnen doen keren.

Kunnen wij het ons permitteren om de staatsschuld boven de norm van drie procent van het bruto binnenlands product (BBP) te laten groeien of moeten wij dat mogelijk zelfs aanwakkeren? Misschien is het wel wijs beleid om niet naar de kwijtschelding van schulden te kijken, maar juist naar het burgervriendelijk laten oplopen van deze schuld. Vele landen – met Amerika voorop – trekken zich sowieso niets aan van schuldenplafonds en hebben er zelfs een beetje maling aan.

Tijdens de vorige financiële crisis werd overal in Europa terecht gewezen op de dringende noodzaak van het structureel hervormen van de bancaire sector als onderdeel van een vernieuwd Europees financieel systeem Daar is niet veel van terecht gekomen. Sterker nog, de aanpak van politici van de eerste crisis, heeft onbedoeld een tweede bancaire crisis dichterbij gebracht en misschien zelfs al in gang gezet.

De eerste werd door Amerikaanse banken ingeluid. De tweede zal mogelijk in Europa beginnen. Potentiële kandidaten zijn er genoeg. (Deutsche Bank, Monte de Paschi di Siena, e.v.a.).