Posted on

Rotorbladen windmolens niet recycleerbaar

Vanwege klimaatdoelstellingen heeft Duitsland op grote schaal windmolens neergezet. Nu op afzienbare termijn grote aantallen hiervan afgeschreven worden, zit men echter met de handen in het haar over de verwerking van het afval. Met name de rotorbladen zijn praktisch niet te recycleren. 

Meer dan 20.000 windturbines draaien er tussen de Noordzee en de Alpen. Een aantal daarvan hebben hun voorgeschreven leeftijdsgrens bijna bereikt. Vanaf komend jaar wordt het een serieus probleem. Dan moet in Duitsland jaarlijks meer dan 15.000 ton vleugelmateriaal afgevoerd worden. De concepten daarvoor zijn de producenten grotendeels nog schuldig. Terwijl de beton en metaaldelen als de toren en de generator eenvoudig zijn, zijn de van kunststof gemaakte rotorbladen een echte uitdaging. Want deze bevatten gifstoffen.

[pullquote]”We stappen van de ene technologie af, omdat we niet weten wat we met het kernafval moeten, en we stappen over op een nieuwe technologie waarbij we ook niet weten wat we met het afval moeten”[/pullquote]

Ecologisch verantwoorde ontmanteling

De Frankfurter Allgemeine Zeitung berichtte onlangs dat het nog altijd ontbreekt aan gestandaardiseerde processen voor ecologisch verantwoorde ontmanteling. “We stappen van de ene technologie af, omdat we niet weten wat we met het kernafval moeten, en we stappen over op een nieuwe technologie waarbij we ook niet weten wat we met het afval moeten”, zo klaagt een woordvoerder van het recyclagebedrijf Remondis.

Demontage van een windturbine, voor een idee van de grootte staat links een personenauto (foto: KarleHorn, 2007).

Het Bundesverband Windenergie (BWE) rekent ermee dat de demontage van windmolens vanaf 2021 duidelijk toe zal nemen. Want veel molens vallen vanaf dan een voor een buiten de door de staat gegarandeerde vergoeding in het kader van de hernieuwbare energiewetgeving, die een looptijd van 20 jaar heeft.

Gifstoffen

Remondis pleit voor een richtlijn die voorschrijft dat alleen recycleerbare grondstoffen gebruikt mogen worden. De industrie heeft hierop echter tot nog toe geen antwoord. Want de windvangers bestaan onder andere uit met glasvezel versterkte kunststof. Het storten van deze composiet is verboden en bij de conventionele afvalverbranding ontwikkelt de hars giftige gassen die omslachtig gefilterd moeten worden.

In de industrievereniging RDR Wind hebben zich recent meerdere bedrijven aaneengesloten om naar oplossingen te zoeken. Men heeft zich ten doel gesteld eerst bindende demontagestandaarden uit te werken, aldus Martin Westbomke, projectingenieur bij het Insitut für Integrierte Produktion Hannover en voorzitter van de vereniging tegenover de FAZ.

Windmolens op zee

Het dagblad maakt verder melding van bijzondere problemen bij de demontage van windmolens in de Noordzee. “Om het leven dat zich rond de molen gevormd heeft niet te benadelen is een veel omzichtiger optreden dan op land vereist. Materialen zoals olie mogen bijvoorbeeld in geen geval in het water terecht komen”, aldus Berthold Hahn van het Fraunhofer-Institut für Windenergiesysteme.

Branche wil ondanks alles grotere uitbouw

Ongeacht dit debat vraagt de offshore-windbranche de Duitse regering om hogere uitbouwdoelen voor windmolens in de Noordzee en Oostzee. Tot 2030 zou minstens 20 gigawatt op het net moeten komen, zo deelde de BWE mee. Dit zou nodig zijn om zoals gepland 65 procent van de stroom uit hernieuwbare energiebronnen te winnen. Tot nu toe wil de Duitse regering tot 2030 echter slechts 15 gigawatt aansluiten. Volgens de BWE is er nu net 6,4 gigawatt. In het achterliggende jaar kwam met 136 windmolens 1 gigawatt nieuw erbij. Rekenkundig komt een gigawatt overeen met de elektriciteitsproductie van een blok van een kerncentrale.

Posted on

Linkse Duitse krant wordt niet meer gedrukt

De linkse Tageszeitung (taz) zal naar verwachting vanaf op zijn laatst 2022 niet meer in gedrukte vorm verschijnen.

Karl-Heinz Ruch, directeur van het dagblad, heeft de leden van de coöperatie van de krant medegedeeld dat de middelen van het blad vanaf 2021 niet meer toereikend zullen zijn om in gedrukte vorm te verschijnen. De oplage was recent naar circa 50.000 gedaald – voor een landelijke krant met volledige redactie nogal mager.

In de toekomst moet de krant alleen nog op internet bestaan. Hoe hier de middelen voor een volledige professionele redactie dan gerealiseerd moeten worden blijft onduidelijk. Ook het bereik van de taz op internet loopt terug.

De Tageszeitung werd in 1978 opgericht als links alternatief voor de bestaande socialistische en communistische dagbladen en was de krant van de jonge Groene beweging. Niet alleen de algemene malaise van de gedrukte media brak de krant uiteindelijk op. Wat ook een rol zal spelen, is dat veel andere, ook ooit conservatieve of rechts-liberale media opgeschoven zijn richting het wereldbeeld van de Groenen, waardoor de markt voor de taz krapper is geworden.

Posted on

Eric van de Beek bij Café Weltschmerz over Nepnieuwsexplosie

Onze medewerker Eric van de Beek was onlangs opnieuw te gast bij Café Weltschmerz, waar hij door Teun Gautier geïnterviewd werd naar aanleiding van het recent verschenen boek Nepnieuwsexplosie, waarover Van de Beek samen met communicatiewetenschapper Tabe Bergman de redactie voerde.

Nepnieuwsexplosie is een bundel artikelen over desinformatie in de Nederlandse media. In dit boek buigt een groep kritische journalisten en academici zich over de prangende vraag wat nepnieuws is en waar het vandaan komt. Aan de hand van onder meer de oorlog in Syrië, de ramp met vlucht MH17 en de doodgezwegen Amerikaanse invloed op de Nederlandse pers, tonen de auteurs dat het zogenaamde kwaliteitsnieuws keer op keer een vervormd beeld van de werkelijkheid geeft. Journalisten dienen, vaak zonder dat zij er zelf erg in hebben, de belangen van de politieke en economische elites – niet die van de gewone burger.

De bundel bevat bijdragen van onder andere Willy Van Damme, Stan van Houcke, Arnold Karskens en Cees Hamelink. Het boek is verschenen bij Uitgeverij De Blauwe Tijger:

Nepnieuwsexplosie ~ Tabe Bergman & Eric van de Beek (red.)

 

Posted on

De machtigen hebben het moeilijk met de democratie

De gebeurtenissen tuimelen over elkaar heen. ‘Het’ is gebeurt, in Berlijn lopen ze radeloos door elkaar.  Jakob Augstein van het weekblad Der Spiegel geeft woorden aan de hijgende paniek: “Nazi’s in de Bondsdag”! Wie heeft die gekozen? De vroegere hoofdredacteur van het weekblad Focus, Helmut Markwort verried al voor de verkiezingen dat hij persoonlijk niemand kent die op de AfD stemt en ook niemand die iemand kent die op de ‘Blauwen’ wil stemmen.

Helmut Markwort is een bedaagde man, een typische FDP-aanhanger, laat zich met andere woorden niet zo snel onrustig maken. De gebeurtenis van 24 september hoefde hem dan ook bij lange na niet dermate van zijn stuk te brengen als bijvoorbeeld een Augstein. Markworts citaat geeft echter wel duidelijkheid over hoe ver de ‘media-elite’ van de Bondsrepubliek zich verwijderd heeft van een toch niet gering deel van de bevolking – hij kent zelfs niemand die er eentje kent, alsof ze op verschillende continenten wonen.

De Hitler-kaart

Wat de auteur van Der Spiegel diep moet ergeren, is de voorzienbare ervaring dat zijn rammelende charge nergens toe leidt. Nog niet zo lang geleden kon hij met het Nazi-etiket angst en beven verbreiden onder AfD-aanhangers. Decennia lang deinsden Duitsers terug, wanneer iemand ze met Hitlerij in verband bracht. De Israëlische schrijver en regisseur Ephraim Kishon heeft dit Duitse spelletje decennia geleden al eens uit de doeken gedaan: Wie onder Duitsers een debat wil ‘winnen’, die hoeft alleen maar op het juiste moment met een zo verontwaardigd mogelijke oogopslag “Hitler!” te roepen, en de opponent  heeft geen schijn van kans meer.

Dit Duitse spel werkte zo goed, dat steeds meer mensen er aan mee wilden doen. Ten slotte hitlerde het bij iedere nog zo banale gelegenheid: Het noemen van bepaalde cijfers uit de criminaliteitsstatistieken, het aanhalen van niet-vreedzame soera’s uit de koran, de verwijzing naar wettelijke regelingen met betrekking tot grenscontroles en dergelijke was al genoeg om de bruine troefkaart op de neus te krijgen.

De AfD heeft men jarenlang met de kaart om de oren geslagen. Iedereen speelde mee: de gevestigde partijen en de staats- en concernmedia, de kerken en vakbonden, scharen van ‘prominenten’ en wie niet al. Eigenlijk hadden de alternatieve onruststokers al lang zo dood als een pier moeten zijn. Maar dat zijn ze niet, in tegendeel, zoals we sinds afgelopen zondag zwart op wit hebben. De nazikaart is zo vaak getrokken dat ze haar effect verloren heeft. Ze schrikt niet meer af, ze irriteert hooguit nog.

Israël als Duitse staatsraison

Dat bleek bijvoorbeeld begin deze week. Toen stelde AfD-leider Alexander Gauland de scherpe vraag, wat Merkels uitspraak van enkele jaren geleden, dat Israëls veiligheid en bestaansrecht onderdeel van de Duitse staatsraison zouden zijn, in de praktijk eigenlijk waard is. Of de Duitsers überhaupt bereid zouden zijn ten oorlog te trekken wanneer de (latent bedreigde) Joodse staat het doelwit van militaire agressie zou worden. Gauland heeft daar begrijpelijkerwijs zo zijn twijfels over.

Maar Volker Beck, Groenen-politicus en voorzitter van de Israël-delegatie van de scheidende Bondsdag, begon meteen te ouwehoeren over “NPD” en “antisemitisch”. En dat terwijl Gauland alleen maar de pertinente vraag opwierp, of de hoogdravende toezegging aan Israël een serieuze belofte van concrete bijstand voorstelt of slechts een betekenisloos kletspraatje – waarmee hij kennelijk de vinger op de zeer plek van de kletsmajoors gelegd heeft. Dus haalden de kleinzerige getroffenen hun nazikaart weer voor de dag, maar bereikten daarmee geen noemenswaardig effect. Alweer ernaast!

Controleverlies

Dit verlies aan controle is nog het meest choquerende aspect ervan voor het establishment. Men was eraan gewend geraakt de Duitsers met behulp van hun angst en hun slechte geweten naar believen door de manege te kunnen drijven. Maar op enig moment is het allemaal te doorzichtig geworden. Maar als de mensen het spel eenmaal doorzien, kunnen de oplichters wel inpakken.

Merkels minister van Algemene Zaken Peter Altmaier had kort voor de verkiezingen nog maar eens alles gegeven en de burgers die naar een stem op de AfD neigden opgeroepen thuis te blijven. De boodschap: Wie niet voor ons is, is niet alleen tegen ons, maar moet het beste maar helemaal niet meer aan de democratie deelnemen. Uit de woorden van Altmaier sprak een typerende combinatie van vertwijfeling en arrogantie. We kregen even een blik op wat je het ‘democratiebegrip’ van de machtigen zou kunnen noemen. Dat democratiebegrip lijkt te draaien om het beginsel: Democratie is, als wij de macht houden. Voor een bepaald deel van de Duitsers klinkt dat als: Het moet er democratisch uitzien, maar we moeten alles in de hand hebben. Dat kent dit deel van de Duitsers nog ergens van, wat het bijzondere succes van de AfD in de oostelijke deelstaten verklaarbaar maakt.

Hoe diep de misvatting van de machtigen in de Bondsrepubliek over democratie gaat, blijkt ook wel uit de commentaren op de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Met de nodige Schadenfreude volgen de Duitse toonaangevende media, hoe de Amerikaanse president Donald Trump met een weerspannig parlement te maken heeft. Hoe de volksvertegenwoordigers hem tot onderhandelingen en compromissen dwingen en initiatieven van hun president soms ook compleet op de klippen laten lopen. “Trump faalt in Congres” jubelen Duitse redacties dan en duiden het als zwakte van de Amerikaanse president, waarvan de Duitse bondskanselier zich positief zou onderscheiden door haar sterkte en de steun die zij geniet. Dat moet dan het bewijs ervoor zijn dat de Duitse democratie momenteel veel beter zou functioneren dan de Amerikaanse. Hetzelfde enthousiasme bij Duitse commentatoren wanneer Trump door een hoge rechter wordt teruggefloten.

Checks and balances

De Amerikanen noemen dat checks and balances, maar de Duitsers weten natuurlijk wel beter. Wat de superieure Teutoonse democraten kennelijk echter over het hoofd zien, is dat het hierbij om niets anders gaat dan gepraktiseerde machtendeling. Wel zo democratisch niet waar: Dat het parlement bestaande uit gekozen volksvertegenwoordigers de regering streng controleert en dat de rechterlijke macht beide organen, zowel de regering als de volksvertegenwoordiging in de smiezen houdt, zodat alles wat ze doen zich wel binnen het kader van de wet voltrekt.

Maar hoe werkte dat in Duitsland in de afgelopen jaren? Het parlement ‘controleert’ de regering? Het leek meer op het tegendeel: Zo zwaaide in de grootste coalitiefractie een trouwe volgeling van de Bondskanselier genaamd Volker Kauder de knoet over een roedel volgzame fractiesoldaten, die in onderdanige trouw stram in het gelid bleven. Zo kon Merkel met een knip van haar vingers de wetten over grenscontroles en inreizen buiten werking stellen – uit het parlement noch uit een andere staatsinstelling klonk hoorbaar verzet, hooguit op straat. De burgers die het waagden daar te protesteren, kregen echter de ‘vierde macht’, in de gedaante van de ‘onafhankelijke’ staatsmedia, over zich heen, die gretig de Hitler-kaart trokken. Tegen dit web van een alles omspannende almacht kwam niets op niemand van het officiële Duitsland op. Machtendeling? ‘Check and balances’? Vergeet het maar!

Uit dit machtsgevoel lijkt de Bondskanselier nog altijd haar rust te putten. Als je ziet met welke vanzelfsprekendheid ze aan haar ambt kleeft, dan kun je er de indruk aan overhouden dat Merkel, na twaalf jaar aan de regering, er diep in haar hart aan twijfelt dat het zogenaamde volk – Merkel spreekt liever van “de mensen die hier al wat langer wonen” – überhaupt nog het morele recht heeft zich over haar Bondskanselierschap uit te spreken.

Posted on

Deelname aan Reformatiejubileum valt tegen: Duitse kerk heeft weinig op met Luther en zijn geloof

Dit jaar is Hervormingsdag (31 oktober) een nationale feestdag in Duitsland, om te gedenken dat Martin Luther 500 jaar geleden zijn stellingen aansloeg in Wittenberg. Maar de Evangelische Kirche in Deutschland (EKD), de overwegend Lutherse volkskerk, heeft een probleem. Ze weet namelijk niet goed wat te vieren en dat weerspiegelt zich in deelnemersaantallen die zwaar achterblijven bij de verwachtingen. Wat een top had moeten zijn, is veeleer een flop geworden.

“Luther is het bankroet van het jaar”, kopte de Frankfurter Allgemeine Zeitung. In werkelijkheid betreft het echter eerder het failliet van de kerk die – halfslachtig – in zijn traditie staat en dan vooral de politieke gestalte daarvan, waarvan de reformator zich waarschijnlijk met een stevige vloek af zou keren als hij nog leefde.

Het programma aan activiteiten rond Luther dat de EKD in het kader van het Reformatiejubileum organiseert, laat vooral een grote behoefte zien aan het bewaren van de lieve vrede. Iedere polarisering moet vermeden worden en zodoende weten de activiteiten maar weinig aandacht te trekken, zo merkte de hoogleraar theologie Friedrich Wilhelm Graf op. Een vakgenoot verwoordde het scherper: Men probeert volgens hem van de houwdegen uit Wittenberg een “schoothondje” te maken en vermijdt de vraag of de Reformatie ook nog meer betekenis heeft dan een louter historische.

Ook de televisiepresentator Peter Hahne (ZDF) kritiseert de vrijblijvendheid van de activiteiten, hij waarschuwde al eerder dat het bij de Luther-activiteiten te weinig over zijn theologie dreigde te gaan en er daarentegen vooral sprake zou zijn van sterk aan de tijdgeest hangende omduiding van de Bijbel.

De verantwoordelijken in de EKD hebben zich lang ingespannen om de katholieke bisschoppen aan boord te krijgen, een ‘Christus-feest’ zou de nadruk moeten leggen op de overeenkomsten tussen katholieken en protestanten. Hier breekt de EKD echter haar politieke profiel op. De protestantse volkskerk heeft zich immers voor het homohuwelijk uitgesproken en breekt daarmee met de Bijbel en met Luther. Daarmee verwijdert de EKD zich ook van de Rooms-Katholieke Kerk en van de evangelicalen, wat de viering van het Reformatiejubileum verder belast. Ulrich Parzany, voorzitter van het ‘Netwerk Bijbel en Belijdenis’ dat uit evangelicalen in de EKD en vrije kerken bestaat, nam dan ook geen blad voor de mond: Een kerk die met een dergelijke stap instemt, maakt zich tot hielenlikker van de maatschappij. De kerk heeft, aldus Parzany, de opdracht zich naar het Woord van God te richten en niet naar de wisselende modes van de tijd.

Ook maakten leiders van de EKD zich belachelijk door zich te distantiëren van Luthers veroordeling van de koran als een “schandelijk boek” en van waarschuwingen voor de islam als een hindernis voor de ‘dialoog’. De hedendaagse mainstream-Lutheranen hebben het kortom zwaar met de reformator uit Wittenberg. Om toch nog de aandacht te vestigen op de jubileumsactiviteiten grijpt men naar de verkeerde middelen. Zo probeert men met gênante slogans ontbrekende inhoud te compenseren, de EKD in de regio Bonn prijsde bijvoorbeeld een ‘Reformatiegala’ – wat dat ook moge zijn – aan met de woorden: “Luther – duivels goed”.

Posted on

Waarom Kaczynski’s waanbeeld Europese kernmacht niet opgaat

De uitlatingen van de Amerikaanse president Donald Trump over de NAVO houden de gemoederen bezig en plotseling wordt zelfs weer gediscussieerd over de vraag of Duitsland een eigen kernwapenpotentieel zou moeten bezitten. Dat idee is echter volstrekt irreëel.

Jaroslaw Kaczynski bekleedt weliswaar geen staatsambt, maar de leider van regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS) geldt wel als de sterke man achter de schermen in Polen. Op wat hij zegt wordt ook in het buitenland acht geslagen.

Reeds lang mag hij graag voor vermeende Russische agressie waarschuwen en een sterkere aanwezigheid van de NAVO in zijn land eisen. Intussen is hem dat echter niet meer genoeg, hij droomt nu zelfs van een “supermacht Europa”.

In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung zette de politieke leider, die als eurosceptisch geldt en onder andere bekend werd door anti-Duitse retoriek, uiteen dat hij het zou verwelkomen, als Europa zich als zelfstandige kernmacht met Rusland zou kunnen meten.

Kaczynski moest daarbij wel toegeven dat Europa daarvoor tot “enorme uitgaven” bereid zou moeten zijn. En zoals altijd wanneer er in Europa geld op tafel moet komen, werd daarmee ook nu de blik op Duitsland gevestigd.

Zelfs in het Verenigd Koninkrijk, waar men de Bondsrepubliek ook na decennia partnerschap in het Noord-Atlantisch bondgenootschap nog altijd met een zekere argwaan bekijkt, kan men zich in het licht van de momentele onzekerheden van het Amerikaanse beleid een kernmacht Duitsland voorstellen.

De reactie van Duitse politici, militairen en wetenschappers op deze impuls is evenwel overwegend negatief. Dat heeft niet alleen politieke en praktische redenen. De jurist Wolfgang Ischinger, voormalig Duits ambassadeur in Washington, staatssecretaris op het ministerie van Buitenlandse Zaken, en sinds 2008 directeur van de Münchner Sicherheitskonferenz, zegt duidelijk waarom het debat over een uitrusting van het Duitse leger met kernwapens een schijndebat is: “Het grijpen naar kernwapens zou voor Duitsland een ernstige schending van het internationaal recht zijn.”

Internationaal recht

Duitsland heeft zich er immers in diverse verdragen vastgelegd op het afzien van kernwapens. De eerste stap in deze richting nam de Bondsrepubliek bij het toetreden tot de West-Europese Unie (WEU) in 1954, toen ze verklaarde het bezit noch het beschikkingsrecht over kernwapens na te streven. Korte tijd later, bij het afsluiten van de Verdragen van Parijs bekrachtigde de Bondsrepubliek dit nog eens.

Vervolgens ondertekenden op 1 juli 1968 de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk na zesenhalf jaar onderhandelen het Non-proliferatieverdrag. Dat verdrag legde vast welke landen kernmachten waren en welke niet en stond geen verandering van die situatie toe. Als 91e staat ondertekende op 28 november 1969 ook de Bondsrepubliek Duitsland dit verdrag. Daarin verplicht iedere ondertekenende niet-kernmacht zich ertoe, van niemand direct of indirect kernwapens of het beschikkingsrecht daarover aan te nemen en om ze ook zelf niet te vervaardigen of verwerven, en om geen ondersteuning te geven aan de vervaardiging van kernwapens. Het verdrag werd oorspronkelijk afgesloten voor een periode van 25 jaar, maar geldt sinds 1995 voor onbepaalde tijd. Vandaag de dag zijn 191 staten verdragspartij.

In het zogenaamde Twee-plus-Vier-verdrag bekrachtigden de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland en de Duitse Democratische Republiek in 1990 “hun afzien van de vervaardiging en het bezit van en van het beschikkingsrecht over atoom-, biologische en chemische wapens. Zij verklaren dat ook het verenigde Duitsland zich aan deze verplichtingen houden zal. In het bijzonder blijven de rechten en verplichtingen uit het Verdrag over de Non-proliferatie van Kernwapens [..] voor het verenigde Duitsland gelden.”

Een legaal Duits bezit van kernwapens is kortom niet mogelijk en een debat daarover overbodig. Toch is het niet voor het eerst dat er over gedacht wordt. Bondskanselier Konrad Adenauer droomde namelijk al van Duitsland als kernmacht.

Geheime overeenkomst

Hoewel Adenauer zeer geloofde in het Noord-Atlantische bondgenootschap, vertrouwde hij toch niet helemaal op de verzekering uit Washington dat iedere Russische agressie met een nucleaire tegenaanval beantwoord zou worden. In een kabinetszitting eind 1956 verklaarde hij dat het nodig was om tenminste over tactische kernwapens te beschikken.

Aangezien de Bondsrepubliek zich er in de Verdragen van Parijs internationaal-rechtelijk op had vastgelegd af te zien van kernwapens, moest hij in het geheim opereren. Hij vond daarbij steun in Parijs, waar men eveneens twijfelde aan de geloofwaardigheid van Washington.

Tijdens een ontmoeting in Adenauers privéwoning in november 1957 deed de Franse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Maurice Faure hem het aanbod om samen Frankrijk en Italië kernwapens te produceren. Nog geen week later ondertekenden de minister van Defensie van de Bondsrepubliek, Franz Josef Strauß, en zijn ambtsgenoten uit Frankrijk en Italië een geheim protocol over de samenwerking, waarbij de Duitse bijdrage als deelname aan een “Europees Instituut voor Raketten” verhuld werd.

In april 1958 ondertekenden de drie ministers van Buitenlandse Zaken het akkoord over het trilaterale bewapeningsprogramma. Er kwam echter niets van terecht. Want toen Charles de Gaulle enkele weken later premier werd, maakte hij meteen een eind aan de plannen. Hij wilde Frankrijk tot een zelfstandige grootmacht met eigen nucleaire slagkracht maken.

Nadat hun plannen om zich van het Amerikaanse kernwapenpotentieel onafhankelijk te maken mislukt waren, bleef Adenauer en Strauß niets anders over dan de ‘nuclear sharing‘, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Dit gaf (West-)Duitsland de mogelijkheid aan de planning voor de inzet en aan de consultaties over de vrijgave van kernwapens mee te werken. Bovendien verwierf de Duitse krijgsmacht eigen systemen waarmee Amerikaanse kernwapens ingezet konden worden.

Lees ook:

Posted on

Gekochte journalisten zijn luis in de pels kwijt

Oud-journalist en publicist Udo Ulfkotte is vrijdag op 56-jarige leeftijd overleden. De mainstream media die hij zo fundamenteel bekritiseerde omschrijven hem uiteraard als “omstreden publicist”. Ze zijn er dan ook niet rouwig om dat deze luis in de pels er niet meer is. Maar zoals de mainstream media Ulfkotte en zijn lezers wegzetten als complotdenkers, zo nemen zijn lezers de mainstream media niet meer serieus. De tendens dat steeds meer mensen de mainstream media kritisch bejegenen is allerminst ten einde.

Ulfkotte was een veelschrijver, hij schudde het ene boek na het andere uit zijn mouw, over de meest uiteenlopende onderwerpen, en wist overal een bestseller van te maken. Maar het belangrijkste thema uit zijn carrière was wel de journalistiek zelf, en het boek Gekochte journalisten de kroon op zijn werk.

Ulfkotte, geboren in 1960, was immers zelf een volbloedjournalist. Hij zat bovenop het nieuws en was overal ter plaatse, vooral in Afrika en het Midden-Oosten voor grote media, jarenlang voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung en later voor Gruner+Jahr.

Een academisch werk is Gekochte journalisten bepaald niet, zo vraagt Ulfkotte zich op de eerste pagina van het boek af wat de vandaag de dag leidende journalisten eigenlijk snuiven. Het zit hem duidelijk hoog en die woede komt er op de eerste pagina’s duidelijk uit. In de loop van het boek neemt de kwaliteit echter toe naarmate de schrijver ter zake komt. Daarbij zijn de toestanden die Ulfkotte beschrijft natuurlijk ook hemeltergend.

Hij bericht uit de eerste hand en verpakt zijn zeer diepgravende mediakritiek in de vorm van een zelfbeschuldiging: Hij benadrukt in het boek herhaaldelijk dat (en in hoeverre) hij jarenlang deel was van een media-systeem dat niet zuiver te werk ging en dat hij zich, zelfs als in sommige gevallen zijn leven op het spel stond, achteraf daarvoor schaamt. Gekochte journalisten is dan ook geenszins een generaliserende uithaal naar de mainstream media, maar een nauwkeurig onderzochte opsomming van zonden uit de veder van een insider.

Onder de vijf hoofdstukken is het eerste (Zogenaamde persvrijheid: ervaringen bij uitgeverijen) het langste. Ulfkotte verslaat hier vooral vanuit zijn tijd bij de FAZ, waar hij zeventien jaar als redacteur op de Buitenlandredactie werkzaam was. Hij schildert in welke mate correspondenten met politieke lobbyorganisaties verbonden zijn, hoe Amerikaanse subsidiegelden klaar staan om het publiek in andere landen in pro-Amerikaanse zin te beïnvloeden, hoe met medewerkers omgegaan kan worden die weigeren met de geheime dienst samen te werken en hoe er een luchtje zit aan het systeem achter de toekenning van journalistieke prijzen. Het gaat hier geenszins om complotdenkersproza: Ulfkotte hoeft geen obscure websites aan te halen, hij noemt man en paard.

In het tweede hoofdstuk, dat wel wat langer had mogen zijn, gaat hij aan de hand van voorbeelden uit de verslaggeving over Thilo Sarrazin en de openstelling van de Europese arbeidsmarkt voor Roemenen en Bulgaren (waar Duitse media jubelend over berichtten) de mechanismen van de gelijkgeschakelde media na. Voor het derde hoofdstuk (alfajournalisten op één lijn met de elite) heeft Ulfkotte op een rijtje gezet welke toonaangevende redacteuren met welke invloedrijke organisatie (Atlantik-Brücke, Atlantische Initiative enz.) verbonden waren of zijn. Ook als niet alles wat hier opgesomd wordt echt als een schandaal voorkomt (dat de FAZ nieuwe boeken van FAZ-redacteuren vermeldt bijvoorbeeld), blijven na schifting genoeg ten hemel schreiende misstanden over.

Gekochte journalisten is zonder twijfel het belangrijkste boek uit Ulfkottes nalatenschap. Ulfkotte is er niet meer, maar we kunnen nog altijd zijn raad opvolgen: Organen van desinformatie opzeggen, staatsomroep uitzetten, de verantwoordelijke uitgevers en redacteuren schriftelijk laten weten waarom men afhaakt.

Posted on 1 Comment

Steeds breder kritiek in Duitsland op “regeringsjournalistiek”

De publieke zenders in Duitsland bedrijven “regeringsjournalistiek”, dat zegt Wolfgang Herles, voormalig chef van de studio van de publieke televisiezender ZDF in Bonn, lange tijd het regeringscentrum van de Bondsrepubliek.

In een gesprek met de radiozender Deutschlandfunk stelde hij dat de publieke zenders zo dicht bij de regering staan dat men vooral zo becommentarieert “als overeenkomt met het meningsspectrum van de grote coalitie (van CDU en SPD, red.)”. Volgens Herles is er daadwerkelijk sprake van “aanwijzingen van hogerhand, ook bij de ZDF”.

“Dan zegt de hoofdredacteur, mensen, we moeten zo berichten als het Europa en het gemeenschappelijk belang dient. En dan hoeft hij er echt niet meer tussen haakjes bij te zeggen, ‘zoals mevrouw Merkel het graag ziet’.”

Moedige conformist

De tamelijk onbekende tv-presentatrice Anja Reschke van het programma Panorama op de regionale publieke zender NDR werd wegens eens korte persoonlijke uitval tegen xenofobie door een mediatijdschrift tot ‘journalist van het jaar’ uitgeroepen. Daarvoor werd ze al van alle kanten door politici, journalisten en andere publieke figuren bijgevallen en geloofd vanwege haar ‘moedige’ uitspraken.
De vroegere uitgever van de Frankfurter Allgemeine Zeitung Hugo Müller-Vogg had eerder al gereageerd, dat er geen enkele moed nodig was voor het alom zo geprezen commentaar van Reschke. “De moedige Anja Reschke zegt, wat iedereen zegt – so what?”

Zwijgkartel

Oud-minister van Binnenlandse Zaken Hans Peter Friedrich (CSU) verwijt de publieke zenders na de nieuwjaarsnacht in Keulen een ‘zwijgkartel’ te hebben gevormd. In de radio-uitzending van NDR Info stelde Friedrich dat de publieke zenders de verdenking op zich laden niet over dergelijke zaken waarbij immigranten of allochtonen betrokken zijn te berichten om maar geen onrust onder de bevolking te veroorzaken.

Vluchtelingencrisis

Volgens een peiling van het Allensbach-instituut ervaart slechts een derde van de bevolking de verslaggeving van de media over de vluchtelingencrisis als evenwichtig, 47 procent waardeert de berichtgeving daarentegen als eenzijdig. Vooral de publieke zenders spelen daarin een grote rol, want nog altijd stellen de meeste Duitsers zich door middel van de televisie op de hoogte van de actualiteiten.

Debat

De hoofdredacteur van de SWR, de regionale publieke omroep voor het zuidwesten van Duitsland, Fritz Frey heeft zich echter niet onder druk laten zetten. Ondanks druk en morele verontwaardiging van de politici van diverse andere partijen, laat hij ook de nationaal-conservatieve Alternative für Deutschland deelnemen aan tv-debatten voor de aanstaande verkiezingen voor de landdag van Rijnland-Palts. “Deze partij is er, ze heeft tien procentpunten of meer steun in serieuze peilingen, en derhalve is het onze opgave om ook met deze partij een discours te organiseren”, aldus Frey.

Panajotis Kondylis citaat

Posted on

Boek ‘Gekochte Journalisten’ van Udo Ulfkotte nu ook in het Nederlands

Het boek Gekaufte Journalisten van de Duitse journalist Udo Ulfkotte verschijnt binnenkort ook in het Nederlands. De jonge, maar snel groeiende uitgeverij De Blauwe Tijger steekt zijn nek uit voor dit belangrijke werk.

Ulfkotte onthult in zijn boek de manier waarop politiek en geheime diensten invloed uitoefenen op media en journalisten ertoe bewegen zaken te verdraaien, eenzijdig weer te geven, simpelweg te verzwijgen of zelfs door overheidsfunctionarissen geschreven berichten onder hun naam te laten publiceren.

“Dit boek kwam in september 2014 al uit in Duitsland en veroorzaakte enorme scholgolven”, schrijft Uitgeverij De Blauwe Tijger. “De mate waarin de Duitse media bleken te zijn gekocht door allerlei schaduwinstellingen van de CIA en de Duitse Geheime Dienst (BND) om een pro-Amerikaanse en anti-Russische berichtgeving in de media neer te zetten en daarvoor nieuws te verdraaien of het gewoonweg zelf te verzinnen, werd tot dan toe slechts door weinigen geloofd. Toen Ulfkotte’s boek verscheen, veranderde dit op slag. De bezoekersaantallen van Duitse media-websites zakten dan ook dramatisch in elkaar en de abonneecijfers raakten in een vrije val die nog lang niet is gestopt. Duitsers haakten massaal af bij hun mainstream media. Veel Duitse kranten, waaronder het door Ulfkotte bekritiseerde Bild, maakten in 2014 en ’15 een verlies van honderden miljoenen euro’s en staat inmiddels op omvallen.”

Ulfkotte was zelf een journalist bij de Frankfurter Allgemeine Zeitung, één van de grootste dagbladen van Duitsland. Hij weet waarover hij spreekt, want hij deed er zelf ook aan mee. Andere journalisten deden, zoveel was te verwachten, badinerend over het boek van Ulfkotte.

“Ulfkotte zou ‘de zaak flink overdreven hebben’, was de communis opinio van de gekochte journalisten”, aldus de uitgever. “Maar toen ook de Oekraïne-crisis, vluchtelingencrisis en het geweld van asielzoekers duidelijk maakten hoezeer hij gelijk heeft, draaide de stemming ook in de media. Der Spiegel begon als eerste bij te draaien. En ook verschillende Duitse topjournalisten hebben toegegeven dat de regering rechtstreeks bepaalt wat er in het nieuws komt en wat niet. Asielzoekergeweld en de kosten van de immigratiecrisis mochten niet in het nieuws komen.”

[contextly_sidebar id=”NgghxiyKorColob7xLZtr24GUnlCFubu”]Een van dergelijke journalisten is Gabriele Krone-Schmalz, met een besteller over de Oekraïne-crisis die binnenkort eveneens bij De Blauwe Tijger verschijnt.

Voor Novini interviewde Eric van de Beek Udo Ulfkotte in oktober 2014, kort nadat zijn boek in het Duits was verschenen.

Het boek van Ulfkotte ligt binnenkort in de winkel, maar kan in de webwinkel van De Blauwe Tijger alvast besteld worden.

Posted on

Schrikbarend aantal overtredingen geconstateerd bij grenscontroles G7-top

De Duitse federale politie heeft in het kader van de G7-top in Beieren tijdelijk weer grenscontroles uitgevoerd. Daarbij heeft men een schrikbarend aantal misdrijven vastgesteld, zo bericht de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Volgens de krant werden 360.000 personen gecontroleerd. Dat leverde 135 uitgevoerde arrestatiebevelen op, 10.555 overtredingen van de verblijfswet – illegale binnenkomsten met andere woorden, en 1.056 uitgevoerde opsporingsverzoeken. Daarbij werden onder andere 237 overtredingen van de wet op de verdovende middelen, 151 gevallen van vervalste documenten en 29 vergrijpen tegen de wet inzake asielprocedures. Al met al werden naast de tot uitvoering gebrachte arrestatiebevelen 3.517 personen gearresteerd en 77 in hechtenis genomen. Op piekmomenten waren zo’n 10.000 politieagenten actief.

Het massieve aantal vastgestelde delicten geeft te denken: De grenscontroles werden slechts uitgevoerd van 26 mei tot 15 juni. In principe zijn de grenscontroles op grond van het Schengensysteem van de Europese Unie opgeheven. De vakbond van de Bundespolizei heeft in het licht van deze bevindingen opgeroepen om tenminste weer steekproefsgewijze grenscontroles in te voeren.