Posted on 2 Comments

Karel van Wolferen: De verraderlijke kracht van propaganda

Er kon haast geen beter moment zijn om de effecten van politieke propaganda in wat tot voor kort ‘de vrije wereld’ genoemd werd te onderzoeken dan nu. We leven te midden van een voorbeeld van propaganda dat zich duidelijk aftekent. Het voorziet in een gemeenschappelijke behoefte. In een periode van grootschalig bloedvergieten en andere door de mens veroorzaakte rampen, heeft de moreel bewuste persoon behoefte aan enkele heldere categorieën van goed en kwaad, begeerlijk en verachtelijk. Politieke zekerheid met andere woorden. Je kunt zelfs oorlogen verkopen met ‘morele klaarheid’ als verkooppraatje, zoals we zagen ten aanzien van Irak en Afghanistan.

Indelen in goed en kwaad is eenvoudig genoeg wanneer gevangen genomen journalisten worden onthoofd door jihadisten. Zij die “daar iets aan doen” worden automatisch in de categorie van de ‘goeden’ geplaatst. Maar er is een probleem van troebelheid in dit voorbeeld. De Syrische president Assad heeft jarenlang de lijst van de ‘slechteriken’ aangevoerd, maar nu lijkt hij te veranderen tot een soort van bondgenoot van hen die er op uit zijn de zaken weer in orde te brengen. Daar komt bij, dat het geen geheim is dat de radicale islamieten uit wier midden ISIS is opgekomen gefinancierd en aangemoedigd zijn door de Verenigde Staten en hun Arabische bondgenoten, en men is het er wel over eens dat niets van dit alles nu zou bestaan zonder het tovenaarsleerling-effect dat voortvloeide uit de onthoofding van de Iraakse staat in 2003.

Oekraïne is een minder troebel voorbeeld. Hier hebben we strijders voor democratie en andere westerse waarden in Kiev versus een figuur die roet in het eten gooit, die de soevereiniteit van de buren niet eerbiedigt en wiens weerspannigheid niet aflaat, welke sancties men er ook tegen aan gooit.

Het verhaal van het neergehaalde vliegtuig met 298 doden is niet langer in het nieuws, en het onderzoek naar wie het heeft neergeschoten? Hou je adem maar niet in. Vorige week werden Nederlandse televisiekijkers geïnformeerd over iets dat al langer de ronde deed in de internetsamizdat: de landen die deelnemen aan het MH17-onderzoek hebben een geheimhoudingsovereenkomst getekend. Elk van de deelnemers (waaronder Kiev) heeft het recht om zonder opgaaf van redenen een veto uit te spreken over publicatie van de resultaten. De waarheid over de oorzaak van het verschrikkelijke lot van de 298 lijkt inmiddels al vast te zijn gesteld door de propaganda. Dat wil zeggen dat, hoewel er nog geen enkel bewijs geleverd is voor de officiële toedracht dat de ‘rebellen’ het vliegtuig neer zouden hebben geschoten met Russische betrokkenheid, het een rechtvaardiging blijft voor de sancties tegen Rusland.

Nadat de crisis wekenlang voort heeft gesleept met verder bloedvergieten en verwoesting door bombardementen, en een gretige NAVO die zich morrend afvroeg of Poetins witte vrachtwagens met humanitaire hulpgoederen ook gezien zou kunnen worden als een vijfde colonne, heeft de belangstelling in de mainstream media voor de crisis in Oekraïne een nieuw hoogtepunt bereikt met een vermeende Russische invasie om de ‘rebellen’ te helpen. Op 1 september werd in een redactioneel commentaar van de New York Times aangekondigd dat “Rusland en Oekraïne nu in staat van oorlog verkeren”. Weer een propagandaproduct? Het heeft er allle schijn van. Buitenlandse vrijwilligers, zelfs Fransen, lijken zich aan de zijde van de ‘rebellen’ te hebben gevoegd en het ligt in de rede dat de meeste daarvan Russen zijn – vergeet niet dat de inwoners van Oekraïne die in Donjetsk en Loegansk vechten in veel gevallen familieleden aan de andere kant van de grens hebben. Maar zoals de nieuwe voorzitter van de ministerraad van de Volksrepubliek Donjetsk Alexander Zachartsjenko antwoordde op de vraag van een buitenlandse verslaggever op zijn persconferentie: Als Russische legereenheden aan de zijde van zijn gevechtseenheden zouden strijden, hadden ze al naar Kiev op kunnen trekken. Uit de spaarzame beschikbare informatie krijgt men de indruk dat zijn eenheden het ook zonder ondersteuning van het Russische leger niet onaardig doen. Ze worden ook geholpen door desertie onder de soldaten van de legereenheden van Kiev die het ontbreekt aan enthousiasme om hun broeders in het oosten te doden.

Emotioneel niet betrokken redacteurs hebben nauwelijks directe middelen om uit te vinden wat er aan de hand is in Donjetsk en Loegansk, omdat ze geen ervaren verslaggevers kunnen sturen naar de gebieden waar gevochten wordt. De astronomische verzekeringskosten die daarmee gemoeid zijn, kunnen niet gedekt worden door hun budget. Zodoende hebben we weinig meer om op te varen dan wat we kunnen vergaren van websites die zich in het verleden bewezen hebben.

De propagandalijn van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis inzake de MH17-ramp werd minder nadrukkelijk nadat analisten van Amerikaanse inlichtingendiensten – die hun commentaren naar verslaggevers lekten – weigerden het spel mee te spelen, maar hij is weer volop van kracht rond het thema van de vermeende Russische invasie, terwijl het goed-fout-schema nog altijd in stand gehouden en gevoed wordt door diverse Amerikaanse publicaties. Daaronder enkele die een reputatie hoog hebben te houden, zoals Foreign Policy, of die ooit als relatief progressieve bakens gezien werden, zoals The New Republic, wiens teloorgang als een relatief betrouwbare bron van politieke kennis te betreuren valt.

Het is pas in de laatste dagen dat een opmerkelijk artikel in Foreign Affairs, van de opmerkelijke geopolitieke wetenschapper John Mearsheimer, op de radar verschijnt. Mearsheimer legt de grootste verantwoordelijkheid voor de crisis in Oekraïne waar ze thuis hoort: bij Washington en zijn Europese bondgenoten. “Amerikaanse en Europese leiders blunderden met hun poging om Oekraïne te veranderen in een Westers bolwerk aan de Russische grens. Nu de consequenties zijn blootgelegd, zou het een nog grotere vergissing zijn om dit onzalige beleid voort te zetten.” Het zal tijd kosten voor deze analyse doordringt tot enkele Europese redacteurs en hen overtuigt. Een ander gezond geluid is dat van Stephen Cohen, die de eerste auteur zou moeten zijn die iedereen die werkelijk iets van Poetins Rusland wil begrijpen zou moeten lezen. Maar ‘patriottische ketters’, zoals hij zichzelf noemt, komen er dezer dagen slecht vanaf in de gedrukte pers, zo krijgt hij zelf de wind van voren van de New Republic.

Het kenmerk van succesvolle propaganda is de manier waarop het de niets vermoedende lezer of televisiekijker besluipt. Dat doet het door middel van terloopse negatieve opmerkingen, door relatief vluchtig tussen-de-lijnen-denken in recensies van boeken of films, of artikelen over wat dan ook. We zien dat overal om ons heen, maar laten we een voorbeeld van de Harvard Business Review nemen, waarin hoofdredacteur Justin Fox vraagt: “Waarom zou de Russische president Vladimir Poetin zijn land in een patstelling met het Westen brengen, die vrijwel zeker haar economie zal schaden?” Mijn vraag aan deze auteur – die economische analyses op zijn naam heeft staan die dikwijls zeer ter zake zijn – “Hoe weet je dat het Poetin is die hier op aanstuurt?” Fox haalt Daniel Drezner aan en zegt dat het wel eens waar zou kunnen zijn dat Poetin “niet om dezelfde zaken geeft als het Westen” en “er geen traan om laat om een beetje economische groei op te offeren voor reputatie en nationalistische glorie.” Dit soort prietpraat zien we overal; het komt er op neer dat we in Poetin met een revanchist te maken zouden hebben, die de ambitie heeft om een nieuwe Sovjet-Unie tot stand te brengen, maar dan zonder communisme, met machofantasieën en een politicus overmand door totalitaire ambities.

Wat propaganda effectief maakt is de manier waarop het, door zijn bestaan tussen de regels, binnen dringt in het brein als passieve kennis. Ons impliciete begrip van zaken is per definitie niet scherp, het helpt ons andere zaken te plaatsen. De aannames die ze bevat liggen vast, zijn niet langer onderhevig aan discussie. Impliciete kennis ligt buiten het bereik van nieuw bewijs of verbeterde logische analyse. Haar aannames terug te brengen onder het beslag van het scherpe bewustzijn is een moeizaam proces dat over het algemeen vermeden wordt onder de verzuchting “nou weten we het wel”. Impliciete kennis is hoogst persoonlijke kennis. Deze kennis wordt uiteraard gedeeld, aangezien ze is ontleend aan wat  de samenleving aan zekerheden te bieden heeft, maar het is omgezet in onze eigenste kennis en zodoende in iets dat we zo nodig met hand en tand willen verdedigen. Minder onderzoekende geesten willen wel menen een ‘recht’ te kunnen doen gelden op de waarheid ervan.

De propaganda die zijn wortels heeft in Washington en nog altijd trouw gevolgd wordt door instituten als de BBC en de overgrote meerderheid van de Europese mainstream media, heeft geen enkele plaats ingeruimd voor de vraag of de inwoners van Donjetsk en Loegansk misschien ook een volstrekt legitieme reden hebben om zich te verzetten tegen een russofoob regime met een anti-Russische-taalstrategie, dat de regering waarvoor zij gestemd hebben heeft vervangen, een reden die voor hen goed genoeg is om te riskeren dat hun overheidsgebouwen, ziekenhuizen en woningen gebombardeerd worden.

De propagandalijn is er een van eenvoudige Russische agressie. Poetin heeft de onrust in het Russischsprekende deel van Oekraïne op zitten stoken. Nergens in de mainstream media heb ik verslaggeving aan kunnen treffen over de verwoesting die wordt aangericht door het leger van Kiev, die door ooggetuigen wordt vergeleken met wat de wereld te zien kreeg van Gaza. Er worden geen vragen gesteld bij de impliciete opinie van CNN en BBC of bij de ‘sociale media’ die door een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aangehaald worden. Alle informatie die niet overeenstemt met deze succesvolle propaganda moet geneutraliseerd worden. Dat kan bijvoorbeeld door de Russische televisiezender Russia Today als een propaganda-orgaan van Moskou weg te zetten.

Deze dominante propaganda tiert welig vanwege het atlanticisme, een Europees geloof dat inhoudt dat de wereld niet naar behoren zal functioneren als de Verenigde Staten niet worden geaccepteerd als haar primaire politieke bestuurder, en dat Europa Amerika niet voor de voeten moet lopen. Er is onverfijnd atlanticisme, dat we in Nederland bijvoorbeeld op kunnen merken in stemmen op de radio die stemming maken over een Russische vijand aan de poorten, en er is meer verfijnd atlanticisme onder de verdedigers van de NAVO, die allerlei historische redenen kunnen verzinnen waarom die organisatie zou moeten blijven bestaan. De eerste variant is te onzinnig om veel woorden aan vuil te maken en de tweede kan gemakkelijk weerlegd worden. Maar men kan niet gemakkelijk afrekenen met de intellectueel meest verleidelijke vorm van atlanticisme die gepaard gaat met een beroep op de redelijkheid.

Toen 11 jaar geleden een golf van propaganda Europa overspoelde voor de invasie van Irak, kwamen nuchtere wetenschappers en commentatoren achter hun bureau vandaan om een beroep te doen op onze redelijkheid, in een poging om de toenmalige crisis van vertrouwen in de politieke wijsheid van de Amerikaanse regering te repareren. Het was toen dat het beginsel van “zonder Amerika werkt het niet” werd vastgesteld. Dit atlanticistische leerstuk is goed te begrijpen onder een politieke elite die na meer dan een halve eeuw van relatief veilig comfort in een bondgenootschap ineens moet beginnen na te denken over de veiligheid van hun landen die ze eerder voor lief namen. Maar er was meer aan de hand. Het inroepen van een hoger begrip van het atlantische bondgenootschap en het pleidooi om het nieuw leven in te blazen door hernieuwd begrip, komen neer op een schrijnende uitroep van fatsoenlijke vrienden die de realiteit van hun verlies niet onder ogen kunnen zien.

De wond had zalf nodig, en die werd in grote klodders aangebracht. Eerzame Europese publieke intellectuelen en hooggeplaatste ambtsdragers stuurden gezamenlijke open brieven naar George W. Bush, met dringende pleidooien om de relaties te repareren en formules voor het bereiken daarvan. Op lager niveaus sloten schrijvers van redactionele commentaren zich aan bij het offensief as proponenten van redelijkheid. Te midden van uitingen van walging over Amerika’s nieuwe buitenlandbeleid, schreven en spraken velen over de noodzaak om de ontstane kloof te dichten, bruggen te slaan, wederzijds begrip te hernieuwen enzovoort. In de zomer van 2003 leken de niet mis te verstane voorstanders van een haastige invasie van Irak de ruwe kantjes van hun eerdere standpunten af te schaven. Mijn favoriet voorbeeld is Timothy Garton Ash, een historicus uit Oxford en veel schrijvende commentator die alom werd gezien als de stem der rede, die het ene na het andere artikel en boek schreef dat overvloeide  van trans-Atlantische zalvende woorden. Nieuwe mogelijkheden werden ontdekt, nieuwe bladzijden omgeslagen. Het moest “van twee kanten komen”, zo was de algemene teneur van deze pleidooien en belerende commentaren. Europa moest ook veranderen! Maar hoe dan wel, in deze context, dat bleef onduidelijk. Het lijdt geen twijfel dat Europa had moeten veranderen. Maar gezien de context van het Amerikaanse militarisme had die discussie moeten draaien om de functie van de NAVO en hoe dat bondgenootschap een risico voor Europa werd, niet om het tegemoet komen van de Verenigde Staten. Dat gebeurde echter niet en, zoals we de afgelopen maand gezien hebben, lijkt de energie voor de weerstand tegen de propaganda, die Europa in 2003 nog had, bijna volledig te zijn weggevloeid.

Garten Ash hakt weer met het zelfde bijltje, zo schrijft hij in de Guardian van 1 augustus jongstleden dat de “meeste West-Europeanen door Poetins Anschluss van de Krim heen sliepen”. ‘Anschluss’? Zinken we nu af tot het peil van de Hitler-vergelijkingen? Hij hoeft ditmaal niet erg zijn best te doen, hij komt niet uit boven de clichés van een krantencommentaar over de noodzaak van sancties; belangrijker, hij verontschuldigt zich ditmaal niet voor een mogelijke Amerikaanse rol in de crisis. De propaganda van dit jaar krijgt de vrije hand door het atlantistische geloof dat aan kracht heeft gewonnen door de bron van illusies die het presidentschap van Obama is. Het is impliciete kennis die geen bijzondere verdediging behoeft, omdat alle redelijke mensen weten dat het redelijk is.

Atlanticisme is een kwaal die Europa verblindt. Het doet dit zo effectief dat in iedere salon waar de hete hangijzers van vandaag de dag worden besproken de immer aanwezige olifant consequent buiten beschouwing blijft. Wat ik in mainstream nieuws en commentaar over Oekraïne heb gelezen ging over Kiev en de ‘separatisten’ en in het bijzonder over Poetins motieven. De reden voor dit incomplete beeld is duidelijk, denk ik: Het atlanticisme vereist het negeren van de Amerikaanse factor in wat er in de wereld gebeurt, tenzij die factor als positief voorgesteld kan worden. Als dat niet mogelijk is, dan vermijd je het. Een andere reden is eenvoudige onwetendheid. Niet genoeg bezorgde en opgeleide Nederlanders lijken de opkomst en invloed van de Amerikaanse neoconservatieven te hebben gevolgd, of een vermoeden te hebben dat Samantha Power (de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, red.) van mening is dat Poetin geëlimineerd moet worden. Ze hebben geen idee hoe de verschillende instellingen van de Amerikaanse overheid zich tot elkaar verhouden en in hoeverre ze hun eigen bestaan leiden, zonder effectief toezicht van enige centrale entiteit die in staat is een haalbaar buitenlands beleid te ontwikkelen dat zin heeft voor de Verenigde Staten zelf.

Propaganda reduceert alles tot de eenvoudigheid die kenmerkend is voor  stripboeken. Het laat geen ruimte aan subtiliteiten, zoals wat de mensen onder de regering in Kiev te wachten staat als de eisen van het IMF worden opgevolgd. Denk aan Griekenland. Het laat geen ruimte zelfs voor de minder subtiele regelmatig door Poetin naar voren gebrachte wens dat er diplomatie zou moeten plaats vinden met het oog op het bereiken van een soort federaal arrangement waardoor Oost- en West-Oekraïne in hetzelfde land kunnen blijven, maar tegelijk een significante mate van zelfbestuur kunnen hebben (iets dat op enig moment niet meer aanvaardbaar zou kunnen zijn voor de mensen in het oosten, naarmate Kiev hen blijft bombarderen). Stripboekbeelden laten ook geen ruimte voor de mogelijkheid dat de slechteriken goede en redelijke ideeën hebben.  En zo kan de primaire wens van Poetin, de fundamentele reden dat hij überhaupt in deze crisis betrokken is, namelijk dat Oekraïne geen onderdeel van de NAVO zal worden, geen deel uitmaken van het plaatje. De nogal voor de hand liggende en enige acceptabele toestand, één waarop iedere Russische president die aan de macht wil blijven moet staan, is een neutraal Oekraïne dat geen deel uit maakt van een machtsblok.

De aanstichters van de crisis in Oekraïne werken aan bureaus in Washington. Ze hebben een verschuiving in de Amerikaanse opstelling tegenover Rusland ontworpen en besloten om er een (hun woorden) “pariastaat” van te maken. In de aanloop naar de coup in februari hielpen ze anti-Russische rechtse krachten om een protestbeweging te kapen, die meer democratie eiste. Het idee dat de bevolking in het door Kiev gecontroleerde gebied meer democratie zou hebben gekregen is natuurlijk belachelijk.

Er zijn serieuze schrijvers inzake Rusland die moreel verontwaardigd en boos zijn geworden vanwege ontwikkelingen in Rusland in de afgelopen jaren onder Poetin. Dat is een ander onderwerp dan de crisis in Oekraïne, maar hun invloed speelt een grote rol in de propaganda. Ben Judah, die het eerder genoemde redactioneel commentaar in de New York Times schreef, is een goed voorbeeld. Ik denk dat ik hun verontwaardiging begrijp en tot op zekere hoogte heb ik er sympathie voor. Ik ben bekend met dit fenomeen, aangezien ik het vaak genoeg heb zien gebeuren onder journalisten die schreven over China of zelfs Japan. In het geval van China en Rusland wordt hun verontwaardiging opgeroepen door een accumulatie van zaken die in hun ogen volledig verkeerd zijn gegaan door maatregelen van de autoriteiten die terug lijken te keren op of af lijken te wijken van wat ze verondersteld werden te zullen doen overeenkomstig liberale ideeën. Deze verontwaardiging kan al het andere overstemmen. Het wordt een waas waardoor deze auteurs niet meer kunnen onderscheiden hoe machthebbers proberen om te gaan met moeilijke omstandigheden.

In het geval van Rusland lijkt er de laatste tijd weinig aandacht te zijn geschonken aan het feit dat toen Poetin de regering van Rusland overnam, de erfenis bestond in een staat die niet langer als zodanig functioneerde, wat in de eerste plaats een hernieuwde concentratie van macht in het centrum vereiste. Rusland was economisch aan de afgrond gebracht onder Jeltsin, geholpen door verscheidene Westerse roofzuchtige belangen en misleide marktfundamentalisten van Harvard. Na de afschaffing van het Communisme, werden ze verleid om een ogenblikkelijke overstap naar kapitalisme in Amerikaanse stijl te proberen, terwijl er hoegenaamd geen instellingen waren om iets dergelijks te begeleiden. Ze privatiseerden de gigantische industrieën die in staatseigendom waren, zonder dat er al een private sector bestond; iets dat je niet even snel uit het niets kunt creëren, zoals de Japanse geschiedenis duidelijk laat zien. Wat ze kregen was derhalve kleptocratisch kapitalisme, met gestolen staatseigendommen, wat leidde tot de opkomst van de beruchte oligarchen.  Dit vernietigde zo ongeveer de relatief stabiele Russische middenklasse en liet de Russische levensverwachting kelderen.

Natuurlijk wil Poetin buitenlandse ngo’s aan banden leggen. Ze kunnen veel schade aanrichten door zijn regering te destabiliseren. Door het buitenland gefinancierde denktanks bestaan niet om te denken, maar om beleid aan de man te brengen dat in lijn is met de opvattingen van de financiers, beleid waarvan zij, weigerend te leren van de ervaringen uit de laatste decennia, dogmatisch aannemen dat het goed is voor iedereen op elk moment. Het is een onderwerp dat op zijn best zeer zijdelings te maken heeft met de huidige crisis in Oekraïne, maar het heeft de geesten klaar gemaakt voor de heersende propaganda.

Lees ook: Paul Robinsons artikel over ‘Poetins filosofie’

Maakt wat ik gezegd heb mij tot een Poetin-aanhanger? Ik ken hem niet en weet niet genoeg van hem. Wanneer ik probeer daar wat aan te doen met recente literatuur, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ik door een grote mate aan verguizing heen moet waden. Ook in de mainstream media zie ik geen serieuze poging om te begrijpen wat het zou kunnen zijn dat Poetin probeert te bereiken, behalve de flauwekul over het opnieuw tot stand brengen van een Russisch imperium. Er is geen enkel bewijs geweest van imperialistische ambities of van het feit dat hij al zijn zinnen gezet zou hebben op de Krim, voordat de coup in Kiev plaats vond en voordat de NAVO-ambities van de Russofoben die de overhand kregen de Russische marinebasis daar in gevaar brachten.

Maakt wat ik gezegd heb me anti-Amerikaans? Het lijkt me haast onvermijdelijk dat etiket opgeplakt te krijgen. Ik denk dat de Verenigde Staten een schijnbaar eindeloze tragedie doormaken. En ik voel diepe sympathie voor die bezorgde Amerikanen, waaronder veel van mijn vrienden, die daarmee moeten worstelen.


Vertaling: Jonathan van Tongeren

Posted on

Zuid-Rusland overspoeld door Oekraïense vluchtelingen

Rostov aan de Don – Sinds de Oekraïense president Petro Porosjenko een militair offensief heeft ingezet tegen de zogenaamde volksrepublieken van Loegansk en Donetsk, wordt het zuiden van Rusland overspoeld door Oekraïense vluchtelingen. De stroom is inmiddels zo groot dat allerhande problemen ontstaan, zodat de Russische overheid al in 20 steden de noodtoestand heeft afgekondigd. Het Kremlin wil dat de internationale gemeenschap “adequaat reageert” op de beslissing van de Oekraïense regering om de gevechtshandelingen te hervatten.

De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties stelde onlangs, voor de hervatting van de krijgshandelingen, dat sinds juni meer dan 100.000 mensen uit Oekraïne naar Rusland gevlucht. Volgens de voorzitter van de Federatieraad, het Hogerhuis van het Russische parlement, is er inmiddels sprake van zo’n 500.000 vluchtelingen uit het zuid-oosten van Oekraïne. Precieze cijfers ontbreken vooralsnog echter.

Het gaat vooral om gezinnen, die uit angst voor het lot van hun kinderen de zuidoostelijke regio’s van Oekraïne verlaten. De overheid in de regio Wolgograd heeft in eerste instantie de vluchtelingen ruimhartig geaccommodeerd door kamers in sanatoria en vakantiekampen voor kinderen beschikbaar te stellen. Inmiddels is hier echter niet genoeg ruimte en zijn ook tentenkampen ingericht. De lokale overheid doet er alles aan om de vluchtelingen vooreerst kosteloos van voedsel en medicijnen te voorzien. Dit leidt soms echter tot logistieke problemen, zodat in 22 steden de noodtoestand is afgekondigd. Op centrale punten wordt rond de klok gewerkt aan de registratie van vluchtelingen. Maar veel vluchtelingen zijn onttrokken aan de registratie. Zo verblijven sommigen bij familie of vrienden. Veel Russen hebben ook vreemdelingen in hun huis opgevangen. Zodoende valt het de ambtenaren zwaar om goed zicht te krijgen op de precieze omvang. Poetins kabinetschef Sergei Ivanov heeft de vluchtelingen dan ook opgeroepen zich te laten registreren, ook wanneer ze niet in een vluchtelingenkamp verblijven, zodat ze ook aanspraak kunnen maken op hulp en een werkvergunning kunnen krijgen. Ivanov kondigde ook de instelling van een vereenvoudigde procedure voor de aanvraag van het Russisch staatsburgerschap voor Oekraïense vluchtelingen aan. De meesten hopen vooralsnog echter op enig moment naar hun thuisregio terug te kunnen keren. Terwijl anderen plannen maken om zich uiteindelijk op de Krim te vestigen. Slechts 7.000 hebben tot nu toe formeel het Russisch staatsburgerschap aangevraagd.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De opvang van vluchtelingen in tentenkampen biedt voor het moment soelaas. Maar als het conflict in Oekraïne nog enkele maanden aanhoudt, wordt het verblijf in tenten, gezien het slechtere weer in het najaar, problematisch. Een ander probleem dat na de zomer ontstaat is het onderwijs voor de kinderen. De lokale scholen kunnen zoveel extra leerlingen niet aan. De federale overheid zoekt een oplossing in leraren van reizende scholen die normaliter vooral les geven aan kinderen van binnenvaartschippers en rondtrekkende kermisartiesten.

De opvang  van de vluchtelingen en alles wat er bij komt kijken, kost veel geld. De federale regering heeft alleen de regio Wolgograd al 4,3 miljoen aan onverwijlde hulp toegezegd. Deze kosten komen bij de grote investeringen die nodig zijn op de onlangs bij de Russische Federatie aangesloten Krim. Aangezien er jaren lang niet is geïnvesteerd in de Krim, zijn er enorme bedragen nodig voor de spoorwegen, havens en de industrie. Poetin wil tot 2020 zo’n 22 miljard euro in de Krim steken.

Intussen heeft de Russische economie echter ook te lijden onder de sancties van de Europese Unie en de Verenigde Staten. Volgens berekeningen van het Internationaal Monetair Fonds zal de groei van de Russische economie dit jaar afnemen tot 0,2%. De Russen merken intussen door de inflatie een daling van hun reële inkomen.

De Oekraïense vluchtelingen kunnen weliswaar zelf in hun levensonderhoud voorzien. Maar net als alle buitenlanders mogen ze slechts 90 dagen achter elkaar werken. Er zijn in de ‘oblasten’ (regio’s) Wolgograd en Rostov zo’n 4000 arbeidsplaatsen beschikbaar in de bouw en de agrarische sector. De Oekraïners zoeken echter doorgaans werk als verkoper, chauffeur of ziekenverzorger.

Terwijl de Amerikaanse regering enerzijds het vluchtelingenprobleem bagatelliseert en anderzijds de schuld op de ‘separatisten’ schuift, wijt de Russische regering de grote vluchtelingenstroom aan het optreden van de Oekraïense regering. Het Kremlin verwacht van de internationale gemeenschap dan ook een “adequate reactie en een veroordeling van het misdadige optreden van de regering in Kiev”. Vooral de EU is in de positie om bij de Oekraïense regering op een wapenstilstand aan te dringen, aangezien dit als voorwaarde gesteld zou kunnen worden bij de financiële hulp aan Kiev.

Posted on

Eenzijdige EU-sponsoring voor links-liberale lobbyisten

Zaterdag schreef Johannes de Jong, woordvoerder van het Platform voor Fundamentele Rechten en Vrijheden in de EU, in het Reformatorisch Dagblad al, dat er “teveel op het spel staat om op 22 mei niet te gaan stemmen”. In het onderstaande artikel gaat hij voor Novini dieper in op de links-liberale lobby die achter voorstellen zit die christenen maar ook anderen zorgen zouden moeten baren: “De EU financiert eenzijdig een links-liberale lobby richting de eigen instellingen.” 

„Het Europees Parlement benadrukt dat de EU, binnen de EU en waar van toepassing in haar buitenlandbeleid, moet waarborgen dat er wetten worden gewijzigd, vastgesteld of juist ingetrokken ter naleving en bescherming van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten” (bedoeld wordt het recht op abortus).

„Het Europees Parlement benadrukt dat de lidstaten de verwijzing naar gewetensbezwaren in de belangrijkste beroepen moeten reguleren en controleren om ervoor te zorgen dat reproductieve gezondheid gegarandeerd is als recht” (bedoeld wordt een verbod op het weigeren van het uitvoeren van abortus).

„Het Europees Parlement benadrukt dat doeltreffende en uitgebreide seksuele voorlichting staat of valt met de deelname van jongeren, in samenwerking met andere belanghebbenden, zoals ouders, aan de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van de programma’s; pleit ervoor om bij seksuele voorlichting voorlichters van dezelfde leeftijd in te zetten als beproefd middel om jongeren zelfredzaam te maken” (bedoeld wordt verplichte seksuele voorlichting aan en door jongeren).

„Het Europees Parlement herinnert lidstaten eraan dat zij ervoor dienen te zorgen dat kinderen en jongeren hun recht op  onpartijdige, specifiek op leeftijdsgroep en geslacht afgestemde informatie ten aanzien van seksualiteit – zoals seksuele geaardheid, genderidentiteit en genderexpressie – daadwerkelijk kunnen genieten” (met „genderexpressie” wordt bedoeld dat jongeren voorgelicht moeten worden dat het verschil tussen man en vrouw niet echt bestaat en je dus je eigen seksuele identiteit bij elkaar kunt knutselen).

Lobby
Bovenstaande is een greep uit de voorstellen uit het zogeheten Estrela-rapport, dat slechts zeven stemmen (op de 766) tekortkwam om te worden aangenomen door het Europees Parlement. Dat laat zien wat er op 22 mei, de dag van de Europese verkiezingen, op het spel staat. Een machtige lobby van NGO’s werkt er hard aan om deze ideeën met tal van voorstellen te realiseren.

Deze lobby hoopt dat mensen deze agenda stilzwijgend over zich heen laten komen. Wie zwijgt stemt daarmee in met wat ze willen bereiken: een hyper-individualistische agenda van seksuele rechten die ten koste gaat van de grondrechten van de EU, zoals het recht op leven, gezinsleven, gewetensvrijheid en onderwijsvrijheid (vastgelegd in het ”Handvest van de grondrechten van de Europese Unie”). Deze Europese grondrechten moeten in het Europees Parlement verdedigd worden tegen een lobby die de grondrechten met voeten treedt en ingrijpt in fundamentele vrijheden in de lidstaten.

Daaruit blijkt meteen ook de misvatting van de Landelijke Stichting ter bevordering van de Staatkundig Gereformeerde beginselen, zoals uitgedragen in RD 10-5. Wie Bijbelse waarden in Nederland wil verdedigen stemt 22 mei ChristenUnie-SGP. Wie op die dag zwijgt en niet stemt, stemt in het licht van de feiten wel degelijk toe in het wegdrukken van christelijke waarden en grondrechten in Nederland vanuit de EU. De genoemde lobby wil dat er stappen gezet worden naar een superstaat die zich met al deze zaken zou moeten gaan bemoeien. Daarbij mengt men zich in zaken die persoonlijk en intiem zijn en ingrijpen in het gezinsleven. Om deze agenda te keren is het dus nodig om zowel voor leven, gezin en vrijheid te kiezen als tegen een Europese superstaat. En dat is precies wat de CU-SGP doet.

 

Eenzijdige EU-sponsoring voor links-liberale lobbyisten
De bovengenoemde lobby is geen hersenspinsel uit een complottheorie. Het gaat om concrete organisaties die concreet gezamenlijk actie ondernemen. Dit is glashelder te zien in hun gezamenlijke stellingname in gezamenlijke persberichten over rapporten (zoals het Estrela rapport) en Europese discussies. Concrete voorbeelden van laatstgenoemde categorie zijn de statements over het ‘One of Us’ Europees Burgerinitiatief of (eerder) de benoeming van Tonio Borg als Eurocommissaris. Voorbeelden van gezamenlijke statements kunnen hier (Estrela rapport) en hier (‘One of Us’) gelezen worden.

In de lijst van organisaties springen er een aantal uit, te weten IPPF-European Network, Marie Stopes International, ILGA Europa en de European Women’s lobby. Volgens het Europees transparantieregister ontving in 2012 de IPPF € 283.444,- , European Women’s Lobby € 877.731, ILGA Europa € 1.025.000,-  en als klap op de vuurpijl € 102.000.000,- voor Marie Stopes International (nee niet per ongeluk drie nullen teveel getypt). De Novini-redactie heeft de bewijsstukken van deze cijfers.

Lobbyen is niet per definitie problematisch. EU-financiering voor een NGO ook niet. Wat hier wel problematisch is, is de ondemocratische onevenredigheid. Het is klip en klaar dat dit een politiek getinte lobby is. Een blik op de website van bijvoorbeeld de IPPF maakt dit overduidelijk met alle oproepen richting de verkiezingen. Pro-life lobby’s krijgen echter geen cent van de EU, daar ligt het probleem. Kortom, de EU financiert eenzijdig een links-liberale lobby richting de eigen instellingen. Een sterk voorbeeld is de European Women’s Lobby waarvan de EU-financiering en de kosten van de lobby gelijk zijn.

Dat de pro-life lobby geen cent krijgt is geen ‘geklaag’. Ongeacht hoe iemand denkt over abortus is het voor iedereen een probleem dat de EU zo eenzijdig ondemocratisch te werk gaat. Het zou de Europese instellingen zelf zorgen moeten baren dat zij hun ondemocratische imago zo verder versterken.

Wat nog vreemder is, is dat de EU een eenzijdige lobby financiert die met voorstellen komt die heel duidelijk in tegenspraak zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De EU financiert hiermee een lobby tegen de eigen fundamentele rechten en vrijheden van de EU. Ook voor atheïsten die misschien geen enkel probleem hebben met abortus (etc.) zou het toch moeten uitmaken dat de EU een lobby financiert die de vrijheid van geweten onder druk wil zetten. Het gaat hier om grondrechten die niet selectief, al naar je politieke voorkeur, aan de kant gezet kunnen worden. Als je dat doet op één beleidsterrein, wat is dan het volgende?

Wat tenslotte helemaal vervreemdend werkt is de herhaalde opmerking van Europarlementariërs (zoals mevrouw In ’t Veld) die glashard beweren dat deze lobby’s nog meer steun moeten krijgen omdat Amerikaanse miljardairs zoveel geld toeschuiven naar de pro-life lobby. Dit terwijl organisaties als IPPF en Center for Reproductive Rights miljoenen ontvangen van de foundations van (jawel!) Amerikaanse miljardairs. Maar dat zijn natuurlijk ‘de goede miljardairs’. De IPPF ontving in 2013 alleen al rond 10 miljoen dollar uit deze fondsen, die ook naar IPPF Europa gingen. De vraag is waarom de EU daar nog meer dan een kwart miljoen aan subsidie bovenop moet doen.

We zien hier een ideologische, eenzijdige keuze vanuit de Europese instellingen die op zijn minst vraagt om een democratische correctie. Maar dit tegengeluid zal niet komen vanuit de partijen die geen moeite hebben met deze agenda. Het zal dus moeten komen van de enige lijst die consistent tegen deze lobby in gestemd en gewerkt heeft en dat is de ChristenUnie-SGP-lijst.

Uit al het bovengenoemde blijkt glashelder op welke terreinen het debat plaatsvindt en waar we onze stem moeten laten horen. Daarom roept het Platform voor Fundamentele Rechten & Vrijheden in de EU mensen op om wel te gaan stemmen. Het Europees Parlement wordt kleiner, van 766 naar 751 Europarlementariërs. De marges worden kleiner en het gewicht van onze stem daarmee alleen maar groter. De vraag is niet of we voor of tegen Europese invloed zijn op nationaal beleid, maar of we met onze stem tegenwicht zullen geven of niet.

Posted on

“De EU is er niet om oorlog te voeren”

Eerder berichtte Novini reeds over een nieuw initiatief voor een christelijk-conservatieve partij in Oostenrijk onder de naam Die Reformkonservativen (REKOS). Michiel Hemminga interviewde twee jonge mannen die betrokken zijn bij dit initiatief, Alexander Tschugguel en Johann Kuefstein.

De interesse voor de politiek werd bij beiden al op jonge leeftijd gewekt. Toen Alexander 16 was kwam hij toevallig in contact met de voorzitter van de JES, een katholieke studentenorganisatie, waar hij een cursus volgde. Die cursus, die zich met fundamentele beginselen bezig hield, zou een van de aanleidingen zijn voor Tschugguels latere politieke engagement, in eerste instantie in de universiteitspolitiek.

Voor Johann was het zijn grootvader, die historicus was, die hem de hartstocht voor de politiek en de geschiedenis deed ontdekken. Kuefstein studeert dan ook politieke wetenschappen en geschiedenis aan de Universiteit van Wenen, een studie die hij in de loop van dit jaar hoopt af te ronden. In zijn studie focuste hij zich onder andere op de politieke geschiedenis van Oostenrijk in de 19e eeuw. Via Johanns betovergrootvader (Franz Graf von Kuefstein) heeft zijn familie trouwens een nauwe betrokkenheid bij de katholieke sociale leer en met name de eerste sociale pauselijke encycliek Rerum Novarum. “Zaken die helaas veel mensen niets meer zeggen.” Kuefstein heeft dan ook de ambitie om de actualiteit van deze encyclieken voor de hedendaagse politiek duidelijk te maken en op basis daarvan te laten zien dat er ook een ander sociaal beleid mogelijk is dan het socialistische.

Zowel Tschugguel als Kuefstein is bij het nieuwe partijinitiatief betrokken geraakt doordat ze Ewald Stadler al kenden. Stadler is lid van het Europees Parlement. Hij werd gekozen voor de BZÖ, een afsplitsing van de FPÖ. Later keerde Stadler zich van de BZÖ af vanwege de liberale koers. Tschugguel kende Stadler van de zondagse mis: “Toen duidelijk werd dat hij geen kandidaat meer zou zijn voor de BZÖ, heb ik er bij hem op aangedrongen deze gelegenheid aan te grijpen om een nieuwe, conservatieve partij op te richten.” Dat heeft uiteindelijk geleid tot de oprichting van de Reformkonservativen en het betrekken van gelijkgestemden zoals Kuefstein.

Tschugguel en Kuefstein hebben hoge verwachtingen van het initiatief. Hun eigen rol zien ze vooral in het werven voor Stadler en de nieuwe partij. Kuefstein wil daarbij met name inzetten op het aan het denken zetten van mensen: “Het is toch bedenkelijk dat men zich als politicus niet op zijn christelijke wortels kan beroepen en dat alles wat christelijk is een negatieve lading heeft. Scheiding van kerk en staat heeft daar niets mee te maken. Stel je voor dat we de leden van de SPÖ een scheiding van staat en socialisme zouden voorschrijven, zodat ze geen politiek zouden mogen voeren op basis van deze ideologie.”

“Het hele politieke spectrum tendeert naar links.”

 

Beide heren zijn zeer overtuigd van de noodzaak van een nieuwe conservatieve partij. “Vanouds hebben conservatieven in Oostenrijk twee opties”, aldus Tschugguel: “Ten eerste de ÖVP, vandaag de dag een centrumlinkse partij, die het voor elkaar krijgt zich iedere volgende verkiezing nog weer een stukje kleurlozer te presenteren. Ten tweede de FPÖ, een nationalistische partij, waarvan het sociaal-culturele beleid grotendeels er mee door kan, maar waarvan het economische beleid nauwelijks te onderscheiden is van dat van de socialisten.” Het hele politieke spectrum tendeert kortom naar links, zo vat Kuefstein samen. “Daarom is het nodig traditionele christelijke waarden weer op de voorgrond te zetten, zodat er een echt alternatief is.”

Steun voor REKOS moet volgens Kuefstein dan ook te vinden zijn in allerlei kleine groepen en verbanden van mensen die zich niet kunnen vinden in de status quo, diverse christelijke organisaties, pro-life- en gezinsorganisaties, maar bijvoorbeeld ook tegenstanders van een Europese schuldenunie en voorstanders van de Oostenrijkse neutraliteit. Oostenrijk is bijvoorbeeld geen lid van de NAVO, maar heeft recent wel treinen met tanks doorgelaten. Die tanks waren onderweg naar het aan Oekraïne grenzende Hongarije. Stadler is echter de enige Oostenrijkse politicus die bekritiseert heeft dat de Oostenrijkse regering op deze ongeloofwaardige manier met de formele neutraliteit van het land omspringt.

Gevraagd naar het versplinterde partijpolitieke landschap in Oostenrijk, vooral onder de eurosceptische partijen, vertelt Kuefstein dat al verscheidene actieve leden van Team Stronach (een rechts-liberale eurosceptische partij, red.) de overstap naar REKOS gemaakt hebben. Voor de BZÖ, die in de verkiezingen aantreedt met een lijsttrekker waarvoor de liberale NEOS bedankte, ziet hij ook weinig toekomst, ook al omdat die sinds kort nota bene toetreding tot de NAVO bepleit. “Ik ben er zeker van dat 42 REKOS-kandidaten en honderden activisten veel kiezers voor onze ideeën zullen weten te winnen!”

De kansen van de pas opgerichte partij om een zetel in het Europees Parlement te bemachtigen lijken echter gering. REKOS moet opboksen tegen gevestigde partijen die veel gemakkelijker toegang hebben tot de media, de partij is in de peilingen vooralsnog dan ook niet verder gekomen dan 2%. Kuefstein ziet het glas echter half vol: “Er zijn veel teleurgestelde kiezers en niet-stemmers, de conservatieven onder hen hebben nu een geloofwaardig alternatief.” Ook het kwakkelende Team Stronach is een vijver waarin Kuefstein denkt te kunnen vissen, getuige de activisten die overkomen.

 

Volgens Tschugguel gaat het ook niet per se om het Europese Parlement, de verkiezingen zijn belangrijk om de partij bekend te maken. Hij is er zeker van dat ze op termijn doorbreekt in de Oostenrijkse politiek. Kuefstein beaamt dat: “Het is een lange-termijnproject, het groeit langzaam maar gestaag. Na de verkiezingen voor het Europees Parlement, zullen we aan de verkiezingen voor het nationale parlement deelnemen.”

“We moeten terug naar de bevoegdheidsverdeling van voor het Verdrag van Maastricht.”

 

De hoofddoelen zijn wat Kuefstein betreft duidelijk: “Ten eerste moeten de overmachtige EU-instellingen macht teruggeven aan de lidstaten. We moeten terug naar de bevoegdheidsverdeling van voor het Verdrag van Maastricht. Ten tweede moeten we als neutraal land de militaire unie voorkomen; de EU is er niet om oorlog te voeren. De Oostenrijkse betalingen aan het Europese Defensieagentschap moeten stopgezet worden en aan de invloed van de NAVO op de EU moet ook een einde komen. Ten derde gaan we voor de bescherming van het ongeboren leven en willen we dat de eisen van het grootste Europese Burgerinitiatief One of us worden doorgezet. De financiering van abortus door de Europese Commissie moet onmiddellijk gestopt worden. Als de EU niet tegemoet komt aan dit burgerinitiatief dan moet Oostenrijk de geldkraan dichtdraaien.”

Posted on

Bankenunie lost problemen EMU niet op

bankenunie

Al decennialang doet Brussel zijn best om macht naar zich toe te trekken, maar sinds de uitbraak gedraagt de EU zich helemaal als Rupsje Nooitgenoeg. Brussel ziet de oplossing van de vele problemen in een verdere verdieping van de EMU: er wordt hard gespijkerd aan een economische en monetaire unie, met als voorlopig ‘hoogtepunt’ een politiek akkoord voor een vergaande bankenunie. De SGP is er echter van overtuigd dat de fundamentele problemen hiermee niet worden opgelost, maar juist vergroot. Het is tijd voor echte oplossingen!

De eurocrisis juttert aan de pijlers van de Economische en Monetaire Unie (EMU). De SGP heeft zich in 1992 verzet tegen de vorming van deze EMU, omdat de economieën van de eurolanden zeer verschillend waren en omdat de vorming van de EMU een opstap vormde naar een politieke unie. In de afgelopen twintig jaar zijn de economieën in de eurozone bepaald niet naar elkaar toe gegroeid. Het fundamentele probleem is dat in veel Zuid-Europese landen de verdiencapaciteit te laag is.

Door de invoering van de euro hadden economisch zwakke landen geen mogelijkheid meer om de nationale munt te devalueren ten opzichte van sterkere munten, om zo de export te stimuleren. Daarnaast konden zwakke landen door de relatief lage rente in de eurozone goedkoop lenen. Voordat ze de euro hadden konden ze dat niet, omdat ze vanwege de staat van hun overheidsfinanciën een hogere rente moesten betalen. Dat heeft er onder meer geleid dat de schulden in deze landen hoog zijn opgelopen. Bovendien is het schuldenprobleem te laat onderkend, waardoor de burgers van Europese landen konden opdraaien voor de torenhoge schulden van enkele zwakke Eurolanden.

Naast het fundamentele probleem van de verdiencapaciteit is er ook nog het urgente probleem dat banken te weinig kapitaal hebben. Vooral banken in de Zuid-Europese landen hebben veel slechte leningen op de balans staan. Het gaat dan bijvoorbeeld om vastgoed waarvan de waarde sterk is gedaald.

De SGP wil de werkelijkheid nuchter onder ogen zien: de bankencrisis en de schuldencrisis bij overheden zetten de solidariteit binnen de eurozone zwaar onder druk. De groeiperspectieven zijn somber en het consumentenvertrouwen bevindt zich op een laag niveau. Wie denkt dat economische groei de oplossing gaat bieden, herhaalt de historische fout die al velen malen in de EU is gemaakt. Het wordt tijd voor echte oplossingen.

Bankenunie onacceptabel
Een volledige Europese bankenunie is voor de SGP onacceptabel. Op zich kan Europees bankentoezicht helpen om meer grip te krijgen op de Europese bankensector, die over landgrenzen heen georganiseerd is. Goed toezicht moet dan waarborgen dat de banken niet opnieuw teveel kunnen uitlenen en hun balansen niet opnieuw kunnen overladen met slechte leningen en discutabele financiële producten. Beter toezicht is dan ook een goede zaak. Europese risicodeling via een bankenunie gaat de SGP echter te ver. Dit zou betekenen dat omvallende banken en spaartegoeden in de toekomst niet meer door het euroland zelf worden gered, maar door de bankensector in de eurozone als geheel, via een zogenaamd Europees resolutiefonds en een depositogarantiefonds. Omdat het resolutiefonds geleidelijk zal worden gevuld door de banken zelf, is de kans groot dat het zeker de komende tien jaar nog over onvoldoende middelen beschikt. In dat geval moeten overheden, als de bail-in van investeerders tekort schiet, alsnog bijspringen als een bank gered moet worden. Omdat veel landen in nood zelf niet het geld hebben om hun eigen banken van nieuw kapitaal te voorzien, wordt de rekening verdeeld over de rest van de eurozone.

Daar komt bij dat Nederland en veel andere Noord-Europese lidstaten de problemen met de banken zelf hebben aangepakt. Nederlandse banken, zoals ABN AMRO, ING en SNS Bank zijn gered of gesteund met Nederlands belastinggeld. Veel Zuid-Europese landen hebben echter lang doorgemodderd en nog nauwelijks banken geherstructureerd. Op dit moment is er nog onvoldoende zicht op de omvang van de kapitaalbehoefte van zwakke banken. Dat maakt de bankenunie tot een hachelijk onderneming. Er zullen vele miljarden moeten worden afgeschreven en banken zullen extra geld nodig hebben om de bankbalansen gezond te maken. Deze banken dreigen straks met Europees geld gered te worden, bijvoorbeeld via goedkope leningen van de ECB, wat ook een fors inflatierisico met zich meebrengt. De SGP wil voorkomen dat de Nederlandse belastingbetaler twee keer betaalt: één keer voor de redding van de Nederlandse banken, en vervolgens via de Europese middelen ook nog voor de Zuid-Europese banken.

Niet doormodderen
De vraag is dan wel welke oplossing wel gekozen kan worden. Doormodderen met de EMU is geen optie. Bij alle mogelijke oplossingen is gedeeltelijke kwijtschelding van de te hoge schulden van banken en landen met de ernstigste problemen onvermijdelijk. Het overeind houden van noodlijdende banken en zwakke eurolanden door lidstaten met een sterke economie is uiteindelijk geen oplossing. Als later dit jaar de stresstests van de ECB duidelijk maken hoeveel kapitaal de banken in zwakke landen nodig hebben, komen hopelijk eindelijk de cijfers van de slechte leningen op de bankbalansen op tafel.

De echte oplossing dient zich pas aan als landen door een gezonde verhouding tussen lonen, prijzen en productie komen tot economisch herstel. Om te zorgen dat landen weer concurrerend kunnen worden, moeten ze hun munt in waarde laten dalen en dat kan niet zolang ze de euro hebben. Als ze overstappen naar een nationale munt, kunnen ze door een aangepaste wisselkoers devalueren waardoor ze goedkoper kunnen exporteren. De economie van het land kan dan weer gezond worden. Een land dat ook op langere termijn binnen de eurozone niet concurrerend kan worden, heeft er dus belang bij om buiten de eurozone te herstellen van de grote economische schok waardoor het is getroffen. Dit biedt een oplossing voor enkele zwakke eurolanden met een hoge schuldenlast die bovendien een dramatisch hoge werkloosheid kennen. Zij moeten weer perspectief krijgen, omdat ze maatschappelijk en economisch met hun rug tegen de muur staan. Dit scenario kan werkelijkheid worden voor landen als Griekenland, Portugal en Cyprus. Een begeleide uittreding voorkomt dat deze eurolanden en de eurozone als geheel van crisis naar crisis blijven voortmodderen op de ingeslagen weg. Belangrijke randvoorwaarde is dat het in goede samenspraak met het land plaatsvindt en dat het land een hulpplan krijgt. Daarmee kan het land de ergste schok opvangen en gericht aan structureel herstel werken. Het geldt gelijk als waarschuwing voor de voorlopig blijvende landen wat er gebeurt als ze niet tijdig orde op zaken stellen.

Een dergelijke zorgvuldige aanpak met uittreding waar nodig heeft de voorkeur boven een wanordelijk uiteenvallen van de eurozone. Dat zou namelijk het vertrouwen aantasten waar de economie op gebaseerd is. Goede banken zouden hier ook door worden getroffen en het zou de economie in het hart raken met grote schade als gevolg.

De juiste aanpak voor de eurocrisis bestaat dus uit het afschrijven van slechte leningen, het gezond maken van banken en de uittreding van eurolanden die het te moeilijk hebben met hun concurrentiepositie. De zwakke landen en de eurozone als geheel krijgen dan weer perspectief op een duurzaam herstel. Dat moet waarborgen dat de eurozone economisch gezond wordt en blijft. Dat kan niet als landen te ongelijksoortig zijn of zich niet willen toeleggen op de bijbehorende financiën en economie. Alle scenario’s voor crisisbestrijding zullen veel geld kosten, maar deze benadering pakt de problemen effectief bij de bron aan.

Posted on

Terugkeer tot orde: Van een losgeslagen economie naar een organische christelijke samenleving – Waar we geweest zijn, hoe we hier zijn aanbeland en waar het naartoe moet

Onlangs sprak de Amerikaanse publicist John Horvat in diverse steden in de Lage Landen, waaronder Brussel, Amsterdam en Gent over zijn boek Return to Order. Hieronder volgt de tekst van zijn toespraak (vertaling: Jonathan van Tongeren).

John HorvatDames en heren, laat ik beginnen met te zeggen hoe vereerd ik ben om hier te mogen zijn en met u wat overwegingen te delen over een onderwerp dat voor ons allen een voorwerp van bezorgdheid is. Dat onderwerp is de hedendaagse crisis die we zo ongeveer overal om ons heen zien. Er is de crisis in de Kerk, crisis in het onderwijs of crisis in het gezin.

Maar waar ik het vandaag over zou willen hebben is een bijzonder ernstig onderdeel van de algemene crisis, namelijk de crisis in de economie. Het is geen geheim dat de wereldeconomie in problemen verkeert. Zaken werken niet zoals ze zouden moeten werken. Overal zien we overmatige schuld, falend leiderschap en fiscale onverantwoordelijkheid. Men heeft het gevoel overweldigd en uitgeput te worden door de crisis – het staat in geen verhouding tot onze middelen. En voor velen is het niet precies duidelijk hoe we hier mee om zouden moeten gaan. Wat is de oorzaak van deze crisis? Waar strijden we precies voor? Waar zoeken we onze oplossingen?

Dit zijn vragen die besproken worden in het boek ‘Return to Order. From a Frenzied Economy to an Organic Christian Society – Where We’ve Been, How We Got Here and Where We Need to Go’ (Terugkeer tot orde: Van een losgeslagen economie naar een organische christelijke samenleving – Waar we geweest zijn, hoe we hier zijn aanbeland en waar het naartoe moet). Het is een boek over economie. Het is een boek over morele waarden. Wat meer is, het is een boek over economie én morele waarden. Want dat is wat we nodig hebben om zowel onze maatschappij als onze economie weer op de juiste koers te krijgen.

Laat ik, bij wijze van toelichting, vermelden dat ik dit onderwerp voor het eerst begon te onderzoeken in 1986. Ik raakte betrokken toen de oprichter van de eerste afdeling van Tradition Family Property (TFP), de Braziliaanse TFP, prof. Plinio Corrêa de Oliveira mij en vijf of zes andere Amerikanen uitnodigde mee te doen in een studiegroep over economie, die hij pragmatisch ‘de Amerikaanse Werkgroep’ noemde.

Prof. De Oliveira meende dat Amerika en het Westen op zekere dag een grote economische crisis zouden ondergaan ten gevolge van een losgeslagen economie. Hij zei dat we moesten onderzoeken hoe christelijke beschaving omging met economische vraagstukken; we zouden een katholiek antwoord moeten ontwikkelen. Zodoende hebben we ons in de Amerikaanse Werkgroep in de loop van de jaren zo nu en dan met deze kwesties bezig gehouden. En in de laatste zes of zeven jaar hebben we ons aan een intens studieprogramma gewijd. En het resultaat is een boek dat uitlicht waar het in onze economie en onze maatschappij verkeerd is gegaan. Belangrijker nog, het boek wijst in de richting van echte oplossingen gebaseerd op christelijke principes. In de loop van deze toespraak zou ik dan ook drie dingen willen doen. Ten eerste wil ik bespreken waar het verkeerd is gegaan in onze economie door de wortel van de huidige socio-economische crisis te analyseren. Ten tweede wil ik oplossingen bespreken door te bezien wat voor maatschappij we ons zouden moeten wensen. Ten slotte wil ik uitleggen hoe we naar een terugkeer tot orde toe zouden kunnen werken.

Wat de crisis aangaat, laat ik beginnen met te zeggen dat ik denk dat ons probleem ten diepste een geestelijk probleem is. Het gaat niet slechts om werkloosheid. Het gaat niet slechts om begrotingstekorten of het beleid van de centrale bank. Het is ook niet slechts goddeloosheid en immoraliteit. Dit zijn allemaal symptomen van agitatie diep binnenin de ziel van de moderne mens. We verkeren niet slechts in onze huidige staat doordat deze problemen hun intrede hebben gemaakt in onze levens maar bovenal doordat morele waarden er aan onttrokken zijn. Mijn stelling is dat economische instabiliteit niet zomaar ontstaat; we veroorzaken het wanneer we ons ontdoen van morele waarden, instituties en gebruiken. Een immorele maatschappij komt niet zomaar uit de lucht vallen, we laten deze ontstaan wanneer we ons losmaken van onze christelijke wortels en onze vitale tradities. Wanneer we deze zaken verliezen, zetten we zelf de deur open die het een vijandige cultuur toelaat om binnen te vallen, doordat moraal en economie ondermijnd worden. We zetten zelf het proces in gang waardoor we onze vrijheden kwijt raken, de economie begint te rafelen en het geloof van mensen vernietigd wordt. Mijn stelling is dat de wortel van wat er met onze economie en onze maatschappij aan de hand is in een socio-economische oorzaak gelegen is. Ik herleid het tot onze cultuur van onmiddellijke bevrediging – wat we onze feesteconomie zouden kunnen noemen.

Losgeslagen onmatigheid
Denk er maar eens over na. Mensen laten het geloof niet achter zich omdat ze gemarteld en vervolgd worden (momenteel althans niet). Nee, mensen laten het geloof achter zich omdat ze worden opgenomen door een cultuur die hen ieder denkbaar pleziert op elk denkbaar moment biedt en de indruk wekt dat iedereen het doet. We hebben geen een-kind beleid dat mensen dwingt abortussen te ondergaan, maar de algemene opvatting van mensen is dat als je een kind krijgt, je niet aan het feest mee kunt doen. In mijn boek noem ik deze drang tot onmiddellijke bevrediging ‘losgeslagen onmatigheid’ (LO). Losgeslagen onmatigheid is een roekeloze en rusteloze geest in bepaalde sectoren van de moderne economie die ons ertoe brengt legitieme beperkingen af te werpen en alle verlangens te bevredigen. Het schept een economie en een samenleving die losgeslagen en uit balans zijn. Vergis u niet, ik heb het niet over hebzucht of algemeen voorkomende ambitie; die zijn er altijd geweest en daar weet de vrije markt raad mee. Ik heb het niet over gewone ondernemingszin, die hebben we nodig. Nee, dit is iets dat mensen er toe brengt het hele idee van matiging te verachten en geestelijke, religieuze, morele en culturele waarden, die normaal dienen om de economische activiteit te ordenen en te matigen, bespotten. Je kunt deze LO aan het werk zien in losgeslagen markten en nieuwerwetse investeringsinstrumenten en hoog-risico derivaten die overal in de financiële wereld te vinden zijn. Je kunt het zien in speculatieve luchtbellen – zoals de ‘sub prime’-hypotheekcrisis van 2008. Of in de omvangrijke schuld. Het is een haast irrationele factor die de toon zet voor grote delen van de zakenwereld en uiteindelijk vrije markten vernietigd.

Maar waar u en ik de effecten van deze losgeslagen onmatigheid het meeste zien is in onze dagelijkse levens – in onze losgeslagen levensstijl. Onze gehaaste en hectische agenda’s. Onmiddellijke bevrediging is aan de orde van de dag. We moeten alles nu hebben, meteen, ongeacht de gevolgen. Het moet de laatste en de beste versie zijn; het moet nieuw en verbeterd zijn, 5.0, 6.0 of zelfs 7.0. Consumenten worden aangemoedigd om veel meer uit te geven dan hun middelen toelaten met een muisklik of een simpele beweging met een creditcard. Ik zag laatst een voorbeeld van LO in de Wall Street Journal waar ze het hadden over hoe men zijn CV op Twitter kan presenteren, ze gaven tips hoe je je hele leven kon terugbrengen tot een Tweet van 140 tekens.

Politici mengen zich in de losgeslagen onmatigheid door met roekeloze overgave uit te geven. Centrale banken gebruiken allerlei trucs om de effecten van losgeslagen markten te milderen. We verwachten allemaal van onze overheden dat ze als gouvernantes van laatste toevlucht optreden en al onze misstappen compenseren wanneer het fout loopt en dan hopen we maar dat het probleem vanzelf weg gaat. Maar de waanzin gaat gewoon verder.

Om een vergelijking te maken, zouden we kunnen zeggen dat een vrije markteconomie als een heel gezond en robuust menselijk lichaam is. Het is in staat hard te werken en een enorme rijkdom te genereren. Maar er is ook een drug genaamd LO die binnendringt in de vaten van dit gezonde lichaam en vernieling aanricht in zijn systemen. Het kan zelfs de spieren stimuleren nog harder te werken en het lichaam hyperactief maken. Maar het schept een enorme onbalans die er dikwijls toe leidt dat het hele systeem vastloopt.

Crisis is de norm, niet de uitzondering
Dit losgeslagen systeem en zijn constante vastlopen tekenen de geschiedenis van de moderne economieën. Naarmate de tijd vordert worden de krachs steeds groter en gevaarlijker. Nouriel Roubini en Stephen Mihn beweren in hun boek Crisis Economics dat in dit systeem “crises de norm zijn, niet de uitzondering. Dat wil nog niet zeggen dat alle crises het zelfde zijn. Verre van: de details kunnen van ramp tot ramp verschillen en crises kunnen hun oorsprong vinden in uiteenlopende problemen in verschillende sectoren van de economie.” Maar in het algemeen zijn crises de norm. Zoals Mervyn King, de vorige directeur van de Bank of England, in 2010 opmerkte: “Bankencrises zijn endemisch aan de markteconomie die sinds de Industriële Revolutie is ontstaan. De woorden ‘bankieren’ en ‘crises’ zijn vanzelfsprekende bedgenoten.”

Feesteconomie
De moderne economie heeft deze crises en krachs lange tijd overleeft. Maar nu neemt het probleem monstrueuze proporties aan. Ons probleem is dat deze drug van losgeslagen onmatigheid onze robuuste economie ondermijnt en nu domineert; het zet de toon. Het verscheurt onze economie en onze maatschappij. Het erodeert ons geloof. We hebben delen van onze economie omgevormd tot een feesteconomie die nooit op lijkt te houden; we hebben hele volksstammen met creditcards uitgerust met steeds toenemende bestedingslimieten en maandelijkse betalingen. Het verrast me niet dat we ons genoodzaakt zien tot het inbrengen van gigantische hoeveelheden kapitaal en tot ‘quantitative easing’ (kwantitatieve geldverruiming) in onze losgeslagen markten, alleen maar om het feestje gaande te houden.

Het verrast me niet dat onder deze omstandigheden het menselijke element, zo essentieel voor het behoorlijk functioneren van de maatschappij en de economie, is afgenomen. In deze context wordt geld de voornaamste overweging; het heerst. Moderne economische activiteit wordt kil en onpersoonlijk, mechanisch en star. Het wordt vol van onmenselijke regels en regelgeving in een ijdele poging de onmatigheid in te snoeren, waarbij men een parallelle regelgevende onmatigheid creëert. Om een voorbeeld uit het Verenigd Koninkrijk te geven, het handboek regelgeving van de Britse Autoriteit Financiële Diensten (FSA) telt tien hoofdstukken. Het hoofdstuk ‘Prudentiële Normen’ is onderverdeeld in elf subhoofdstukken. Het subhoofdstuk ‘Prudentiëel Bronnenboek voor Banken, Vastgoedmaatschappijen en Investeringsfirma’s’ bestaat uit veertien sub-subhoofdstukken. Het sub-subhoofdstuk ‘Martkrisico’ is onderverdeeld in elf sub-sub-subhoofdstukken. Het sub-sub-subhoofdstuk over ‘Rentepercentage PRR’ heeft zesenzestig paragrafen. Dit boek van 1,1 miljoen paragrafen wordt door de FSA vaak omschreven als “lichte regelgeving op basis van beginselen.” Ik ben er zeker van dat we zonder moeite andere voorbeelden zouden kunnen vinden in Washington of Den Haag of in Brussel bij de bureaucraten van de Europese Unie.

Sociaal kapitaal
In Return to Order zet ik uiteen dat de huidige ‘feesteconomie’ onhoudbaar is. En ik sta niet alleen in die inschatting; er zijn letterlijk honderden boeken die hetzelfde zeggen. We hebben ons sociale kapitaal – dat gevonden wordt in familie, gemeenschap en geloof en dat normaliter de economie onderhoudt en in evenwicht houdt – uitgeput. Losgeslagen onmatigheid neemt proporties van meerdere triljoenen euro’s aan, proporties die onze mogelijkheid er mee om te gaan te boven gaan. Voor wie het wil zien, koersen we een storm in.

Er valt over te steggelen wanneer het feest zal stoppen of wat de eerst volgende grote krach zal ontladen. Maar ik maak me sterk dat het niet de vraag is of het feest zal stoppen maar veeleer wanneer het zal stoppen en waar we vervolgens naartoe gaan. Ons probleem is dat we het feestje moeten verstoren… voor het te laat is. Als het u er om te doen is het feestje gaande te houden, dan is RTO niets voor u. Dan kan ik u werkelijk niet helpen. Als u dat wilt, ga dan vooral uw gang, blijf vooral lenen en ruim geld in de markt inbrengen en de dag van de afrekening voor u uit schuiven.

Wat kunnen we doen?
Maar als u een terugkeer tot orde wilt, laten we dan kijken naar manieren om de economie te bevrijden van de slavernij van losgeslagen onmatigheid, zodat de economie opnieuw vrij kan zijn. Laten we kijken naar oplossingen die ons zullen voeren van een losgeslagen economie naar wat ik een organische christelijke samenleving noem. Laten we het hebben over het soort samenleving dat we nodig hebben en dat we tot stand willen brengen als het feest uit is. Dit brengt me bij het tweede deel van mij toespraak, wat is het katholieke antwoord? Waar liggen de oplossingen? Eén van de vragen die me dikwijls gesteld wordt is die naar oplossingen: Wat we kunnen we doen om dit alles tegen te gaan? Is het wel mogelijk gezien de omvang ervan? Wat kunnen we concreet doen? Vertel me hoe en wel snel, ik heb niet veel tijd.

Ik kan wel invoelen dat mensen dat vragen. Praktische economische problemen vragen om praktische economische oplossingen. Maar wanneer mensen me vragen wat we kunnen doen om de crisis te bestrijden, reageer ik met een vraag: Waar wil je naartoe? Maar al te vaak weten we waar we niet naartoe willen – we willen geen socialisme, geen overregulering. We willen niet dat de staat zich op grote schaal in de schulden steekt om ‘de economie te stimuleren’. Maar soms is het onduidelijk waar we wel naartoe willen. Zodat, wanneer we ineens in de positie zouden geraken om zaken te veranderen, we geen positief programma te bieden zouden hebben. De vraag die ons nu dan ook echt zouden moeten stellen is: Wat voor samenleving hebben we nodig wanneer het feest uit is?

Waar willen we naartoe?
Het is deze belangrijke vraag waarop het boek Return to Order poogt een antwoord te geven. Het stelt vast dat wat er in onze postmoderne economie vernietigd wordt een kader van oriëntatie gevende beginselen is dat we orde noemen. Russell Kirk heeft dat goed verwoord, toen hij zei: “Orde is de eerste behoefte van de ziel.” Zonder orde kan men niet vrij zijn, vervolgt Kirk. Vrijheid, gerechtigheid, recht en deugd zijn alle uiterst belangrijk maar orde is de eerste en meest basale behoefte.

Zonder dit kader dat orde biedt, kunnen belangrijke instituten als de familie, de gemeenschap en de Kerk niet als natuurlijk remmen werken, die de effecten van losgeslagen onmatigheid temperen en het beoefenen van de deugd faciliteren. Het antwoord op onze vraag is dan ook simpel. We willen terug keren naar een kader van orde.

citaat Russell Kirk

We hebben dus orde nodig… maar niet om het even welke orde. Er zijn allerlei mensen die hun eigen orde voorstaan: socialistische ordes, ecologische ordes, neofascistische ordes en vele anderen die orde beloven, maar tirannie brengen. Dat is waarom we moeten terúgkeren naar orde. We hoeven geen orde uit te vinden. Het bestaat al, het is niet nieuws. Het is een maatschappelijke orde die voortvloeit uit onze menselijke natuur zelf, geldig is voor alle tijden en alle volken. Het is een maatschappelijke orde die niet wordt opgelegd of door wetten in het leven wordt geroepen, maar een orde die altijd boven komt drijven wanneer mensen zich voornemen zich te verenigen in een zoeken naar het gemeenschappelijk goede. Het is stevig gegrond in de beginselen van het natuurrecht, de tien geboden en geworteld in sociale instituties als de familie, de gemeenschap en het geloof. En hoewel het op iedereen van toepassing is, is de Kerk de beste en meest betrouwbare hoeder van deze orde.

Organische christelijke samenleving
Ons voorstel is dan ook eenvoudig en direct. De beste uitdrukking van deze orde vinden we in wat we noemen een organische christelijke samenleving – dezelfde orde waaronder de christenheid opkwam. Deze organische christelijke samenleving is een terugkeer naar onze verre wortels. Het is waar we vandaan komen. Het is een samenleving die historisch gevonden werd in de christenheid. Het gaat er niet om dat we terugkeer naar het verleden, maar dat we terugkeren naar het samenstel van ordenende principes dat onze zo veel van de instituties gebracht heeft die nu vervagen – de rechtsstaat, vertegenwoordigende regering, het traditionele gezin en subsidiariteit.

Het is een organische orde, dat wil zeggen een zeer flexibele samenleving die eerder doet denken aan een menselijk lichaam dan een machine met inwisselbare onderdelen. De organische samenleving en de bijbehorende economie zijn een verfrissend contrast met de moderne maatschappij. Het is geen systeem, maar als een familie, vol vitaliteit en spontaniteit, nuance en betekenis, poëzie en passie. In een organische samenleving heerst de eer, niet het geld.

Het is een christelijke orde. Wat we willen is ook een christelijke samenleving, want wanneer een organische orde christelijk is, vermenigvuldigt dat de mogelijkheden van ons handelen, omdat we God en zijn genade betrekken. Dit maakt het eenvoudiger om de deugd te beoefenen – vooral de kardinale deugden van verstandigheid, rechtvaardigheid, zielskracht en gematigdheid – en legt de fundering voor ware vooruitgang en welvaart.

De economische leer van de Kerk
In RTO heb ik ernaar gestreefd deze vergeten orde, die in de christenheid bestond, te beschrijven. Het is mijn bedoeling uit te leggen hoe in het verleden, onder de invloed van de leer van de Kerk, problemen vergelijkbaar met de onze werden opgelost en hoe wij hetzelfde zouden kunnen doen.

Zoals prof. Plinio Corrêa de Oliveira mij aanried, heb ik mij vooral op de economie geconcentreerd door de leer van de Kerk in deze zaken te schetsen. Ik heb ernaar gestreefd te beschrijven hoe een christelijke organische samenleving en de bijbehorende economie er uit zien. Ik moet toegeven dat ik, toen ik begon te onderzoeken wat de Kerk leert ten aanzien van de economie, verbaasd werd door wat ik vond. Ik had nooit gedacht dat ik oplossingen zou vinden die van een dergelijke wijsheid en gezond verstand getuigen.

Natuurlijk stonden de zaken er destijds wat anders voor. Om maar één ding te noemen: economen waren heiligen – Sint Antoninus (van Florence, red.), Sint Bernardinus van Sienna, Sint Thomas (van Aquino, red.), Sint Bonaventura en anderen. Er was ook de economische School van Salamanca die onder haar leden enkele geleerde en deugdzame lieden telde. De economische leer van de Kerk is verweven met haar morele leer – maar deze oplossingen zijn ook verrassend efficiënt, economisch steekhoudend en leiden tot welvaart. Tijdens mijn onderzoek vond ik bijvoorbeeld beschrijvingen van de economische effecten van het sacrament van de biecht. Ik vond de reële theorie van de juiste prijs, die evenwicht kan geven aan markten. Er zijn allerlei auteurs die de rustgevende effecten uiteenzetten van de passie van de Kerk voor gerechtigheid en haar nadruk op ware menslievendheid. Wanneer je al deze zaken bijeen neemt, kun je een algemeen beeld krijgen van waar we naartoe moeten.

We hebben allemaal vage noties van deze organische christelijke samenleving. Restanten van familie, eer en geloof overleven maar deze restanten alleen zijn niet genoeg om het tij te keren van gebroken gezinnen, versplinterde gemeenschappen en lege kerken waardoor ons sociale landschap geteisterd wordt. We hebben dringend een terugkeer naar en een herleving van deze orde nodig. Dit is waar we naartoe moeten, omdat het nergens anders naartoe kan, behalve wanorde. Aan hen die vragen hoe we kunnen terugkeren tot orde, zeg ik: laten we eerst overeenkomen waar we naartoe moeten – naar een organische christelijke samenleving. Als we daar over uit, zullen we verrast zijn hoeveel eenvoudiger het is daar naartoe te bewegen.

Hoe keren we terug naar orde?
Dat brengt ons bij het laatste punt: Hoe keren we terug naar orde? Iemand zal misschien tegenwerpen dat we weliswaar overeen kunnen komen dat deze organische christelijke samenleving een mooi idee is, maar dat het onder de gegeven omstandigheden niet realistisch is. Hoe geraken we daar? Je kunt niet maar even Ben Bernanke, Janet Yellen of Christine Lagarde (respectievelijk president en vicepresident van het Federal Reserve System en directeur van het Internationaal Monetair Fonds, red.) opbellen en zeggen: Stop met al die kwantitatieve geldverruimingsonzin en laten we beginnen een organische christelijke samenleving te bouwen.

Ze zullen zeker niet luisteren. Wat we echter wel kunnen doen is het publiek waarschuwen dat de huidige economische situatie van losgeslagen onmatigheid onhoudbaar is. We kunnen als de passagier op een cruiseschip zijn dat door moeizame wateren vaart en het feest uit verklaren. We kunnen al het mogelijke doen om de rampzalige effecten op de maatschappij te verminderen. En als het feestgedruis wegsterft, kunnen we een organische christelijke samenleving presenteren als reëel alternatief – in feite een alternatief dat veel reëler is dan de socialistische, ecologische en anarchistische alternatieven die andere voorstellen. Het is een alternatief dat een aantoonbare verdienste heeft en dat mag wel eens onderkend worden.

‘Als het feest uit is’ willen we niet met lege handen achterblijven. We hoeven echter niet te wachten tot het feest uit is. Het boek reikt genoeg aan dat je zou kunnen doen om naar een terugkeer tot orde dichterbij te brengen. We kunnen ons nu al voorbereiden op de soort samenleving die we nodig hebben en tot stand willen brengen als het feest uit is. Ik moet u echter waarschuwen dat het een vermoeiende afmattende oorlog tegen een doodscultuur en tegen onmiddellijke bevrediging inhoudt. Er zijn geen onmiddellijk afdwingbare oplossingen in deze cultuuroorlog, er is geen app die je kunt downloaden. Er is slechts bloed, zweet en tranen, zoals dat geldt voor ieder conflict.

Ik zou dan ook vijf dingen op willen sommen die u zou kunnen doen. Het eerste advies dat ik kan geven is dit:

1. Identificeer en bestrijdt het probleem
Vlucht er niet van weg. Geconfronteerd met de crisis, moeten we de verleiding weerstaan om ons af te zonderen, om te vluchten naar de een of andere afgelegen plaats en de rest van de wereld af te schrijven.

De crisis is zo wijd verbreid dat je er niet aan kunt ontsnappen. Maak je geen illusies, het bereikt je hoe dan ook, of het nu door middel van overheidshandelen is of middels de media of je iPhone. Velen van u die kinderen hebben weten dat ondanks uw uitmuntende inzet om uw kinderen af te schermen van zovele slechte dingen, er geen manier is om alles buiten te houden. Op een zeker moment moet je ze leren om de cultuur te bestrijden. Op enig moment moeten we deze strijd omarmen, dat is het kruis dat we vandaag de dag moeten dragen.

Niemand kan zich vandaag de dag volledig afzonderen en dat zouden we ook niet moeten willen. De aanval is onze beste verdediging. Het is nu de tijd om te vechten voor de Kerk, niet om haar achter te laten. Dit geldt in het bijzonder aangaande de diverse fronten in de strijd om de doodscultuur.

Ik heb er in RTO naar gestreefd het probleem te identificeren en suggesties te doen voor een oplossing. Prof. Plinio Corrêa de Oliveira adviseerde mij bij het schrijven van het boek en gaf aan dat het stellen van de juiste vragen de helft van de oplossing in zich draagt. Ik zou zeggen dat het identificeren van het probleem en het zoeken naar oplossingen in de juiste richting de helft van de omstandigheden voor een overwinning schept.

2. Terugtrekken uit de feesteconomie
Zo dikwijls hoor ik mensen zeggen: Wat kan ik in mijn eentje doen? De tegenstander beheerst de media, de universiteiten en de banken, heeft dit en dat. Wij beheersen niets. Er is werkelijk niets aan te doen.

Ik zou zeggen dat dat niet helemaal waar is. Er is één ding dat je wel beheerst: jezelf. Waarom beginnen we daar niet? Trek je dus terug uit de feesteconomie.
Let op: Ik zeg dus niet, zoals zoveel mensen zeggen, dat je je terug zou moeten trekken uit de maatschappij, geen gebruik meer moet maken van het elektriciteitsnet of jezelf moet onderdompelen in franciscaanse armoede.

Nee, blijf in de maatschappij, hou je baan, trek je slechts terug uit de feesteconomie. Ik sprak eerder over losgeslagen onmatigheid. We nemen allemaal deel aan onze cultuur van onmiddellijke bevrediging. We kunnen allemaal naar ons eigen persoonlijke leven kijken en zaken veranderen. We kunnen de deur dicht trekken die onze vijandige cultuur toelaat binnen te komen in onze levens en wanorde te scheppen. Dit betekent breken met bepaalde gewoontes en levensstijlen. Bijvoorbeeld meer besteden dan we te besteden hebben of aan modegrillen, onverstandige of zelfs roekeloze investeringen doen, offeren op het altaar van de snelheid met gejaagde agenda’s en levens vol stress, de onmatigheid van technologische hebbedingetjes onze levens en gedachten laten beheersen, geld belangrijker vinden dan familie, gemeenschap en religie.

Je hebt de controle over jezelf. Doe tenminste dit. Een van de dankbare dingen aan het schrijven van RTO is te horen van mensen die het deel over losgeslagen onmatigheid hebben gelezen en me vertellen dat ze hun levens als gevolg daarvan veranderd hebben.

3. We moeten intermediaire lichamen regenereren
We zijn niet alleen. We behoren allemaal tot intermediaire lichamen, verenigingen en gemeenschappen. Ieder van ons kan verenigingen waarbij hij aangesloten is beïnvloeden.

We moeten die intermediaire lichamen regenereren die de beste verdedigingslinie vormen tegen onze vijandige cultuur en onmatige economie. Niemand kan stand houden in een ‘gevecht van mij tegen de wereld’. We moeten de handen in een slaan met anderen die ook naar een terugkeer tot orde verlangen.

Het eerste intermediaire lichaam is het gezin. De beste maatregel die men kan nemen is om zijn gezinsleven op orde te brengen en iedere gelegenheid om het gezin te verdedigen in de publieke ruimte aan te grijpen. Dat houdt in dat we de strijd aangaan voor deze belangrijkste christelijke institutie. Geen ander instituut kan het gezin, dat ons in staat stelt te overleven in onze moderne wereld, vervangen. Familie is een krachtig, efficiënt en warm sociaal zekerheidsnet en kan in veel van de diensten voorzien die door de koude, afstandelijke moderne staat zijn geüsurpeerd. Het is een natuurlijke leerschool van matigheid in een wereld van losgeslagen onmatigheid. In tijden van crisis wendt men zich natuurlijkerwijs naar de familie.

Het zelfde kan in mindere mate gezegd worden van gemeenschappen en andere associaties. De gemeenschap is een belangrijke verdedigingslinie die we moeten proberen te ontwikkelen. Dit kan uitgebreid worden naar andere hechte verbanden, zoals parochies, pro-lifegroepen of culturele gezelschappen, die hun eigen gemeenschapsleven vormen. Een organische christelijke samenleving is een in hoge mate verbonden samenleving vol met verbanden en relaties. Het is het tegendeel van onze massamaatschappij die hechte gemeenschap ontmoedigt en extreem individualisme stimuleert.

4. We moeten goede katholieken zijn
Ik heb bewust de Kerk apart van de andere verbanden genoemd, omdat ze bijzonder is. Als je iets wilt doen met het oog op de huidige crisis, wees dan een goede katholiek. Het is de belangrijkste van alle middelen die tot onze beschikking staan. We moeten dan ook ons geestelijke leven op orde brengen.

Het is ook de meest praktische stap om door te voeren. De Kerk voorziet ons van zo veel. Als we matigheid willen praktiseren te midden van de overweldigende verleiding om onmatig te zijn, hebben we Gods genade en de sacramenten nodig om ons deel te krijgen aan het goddelijke leven van God en ons te versterken boven onze menselijke natuur uit. Het stelt ons in staat tot die heroïsche heiligheid die we bij de heiligen aantreffen.

We hebben de enorme kracht van het gebed, die is als een scepter die we kunnen gebruiken om God te vragen om wat we nodig hebben. We kunnen onze toevlucht nemen tot Onze Lieve Vrouwe, die ons in alle omstandigheden als een ware moeder zal helpen.

De Kerk als organisatie is ook een krachtige voorvechter. Ze heeft een heiligende invloed op de samenleving, die de teloorgang van een natie kan voorkomen. De Kerk heeft altijd haar stelling betrokken tegen de ketterijen en misvattingen van iedere tijd – de martelaren getuigen hier van.

We moeten dus goede katholieken zijn. Te denken dat we de storm kunnen doorstaan zonder de hulp van de Kerk is onszelf het krachtigste dat we hebben ontzeggen.

5. We hebben leiderschap en representatieve karakters nodig
Ik heb leiderschap tot het laatst bewaard omdat het een cruciaal ingrediënt is. We moeten zijn wat sommige sociologen representatieve karakters noemen – mensen die het woord nemen, mensen waar je naar op kunt zien, mensen die wat anderen nodig hebben in actie om kunnen zetten. Ze brengen mensen bij elkaar en zetten de toon.

Het probleem is dat echt leiderschap moeilijk is. Een leider is niet iemand die zegt: Hier ben ik, volg mij. Nee, een leider is iemand die het respect van de mensen om hem heen verdient. Mensen willen hem volgen, omdat hij het welzijn van anderen op zich neemt. Het is vol van verantwoordelijkheid en lijden. Het is veel gemakkelijker om mee te deinen op de golven van het leven. Het is ook makkelijker om je met je eigen zaken te bemoeien. Er heerst een ‘ik wil geen held zijn’-mentaliteit.

Wat de zaken nog beroerder maakt, is het feit dat de moderne cultuur het idee van representatieve karakters ontmoedigt en valse en onrepresentatieve karakters naar voren schuift met haar filmsterren en jet set-figuren. Wij moeten het tegenovergestelde doen. Iedereen hier kan iemand zijn waar anderen naar opzien, al is het maar in je eigen gezin. Je hoeft geen medaille te behalen. Maar je moet je wel inzetten.

We willen niet een enkele charismatische leider – dat is de weg van de minste weerstand die vaak verkeerd afloopt. Wat we nodig hebben is om een cultuur van helden te doen herleven op alle niveaus van de samenleving. We zouden dus moeten denken over concrete manieren waarop we werkelijk representatieve figuren kunnen zijn voor hen die naar ons opzien (hetzij in ons gezin, ons bedrijf, onze parochie, onze gemeenschap). Dit zou ons er toe brengen manieren te ontdekken om plichtsbesef, verantwoordelijkheid en zelfopoffering te omarmen. Op deze manier kunnen we opnieuw een sterk en betrouwbaar sociaal weefsel weven en terugkeren tot orde.

Er is iets interessants aan leiderschap. Al de andere dingen die ik genoemd heb – gezin, gemeenschap, intermediaire verbanden – hebben tijd nodig om te groeien, generaties zelfs. Zo vaak heb ik mensen al horen zeggen: “In mijn generatie zal het niet lukken dit te keren.” Maar met goede leiders en helden is het anders. Er is geen groot aantal van nodig en het vraagt geen lange tijd. Wanneer zij het strijdperk betreden, zeggen de sociologen, hebben leiders de capaciteit om dingen vrij snel te keren. Ik ben er zeker van dat u wel gevallen kent van een zakenman die een bedrijf weer op de rails heeft gezet, of een pastoor die een parochie weer op orde gebracht heeft of zelfs een sportcoach die van een team dat er slecht voor staat een landelijke kampioen maakte.

Daarom is het belangrijk dat we een heldencultuur genereren, want een terugkeer tot orde gaat niet vanzelf gebeuren. Mensen moeten betrokken worden. We hebben deze heldencultuur nodig om dingen gedaan te krijgen en ze snel gedaan te krijgen.

Resumerend
Dit zijn enkele ideeën ontleend aan mijn boek, waarvan ik hoop dat het uw begrip zal vergroten van de reden waarom we in crisis verkeren en dat het uwe overtuiging zal versterken dat er een katholiek antwoord is. Om samen te vatten wat er gezegd is: Wat ik gepoogd heb te doen met deze toespraak is twee vragen te beantwoorden: Waarom verkeren we in crisis? Wat voor samenleving hebben we nodig en willen we hebben wanneer het feest uit is?

We hebben twee hoofdpunten gezien. Het eerste is dat we in de huidige situatie verkeren, doordat we een cultuur van onmatigheid omarmd hebben, wat ik losgeslagen onmatigheid noem en wat zo veel van de morele, culturele en religieuze waarden heeft geërodeerd, die we zo hard nodig hebben om weer deugdzame en welvarende mensen te worden.

Ten tweede waar we naartoe moeten. We moeten terugkeren tot orde. We hoeven geen orde uit te vinden. Het is een sociale orde die voortkomt uit onze menselijke natuur zelf, geldig is in alle tijden en voor alle volken, maar met de Kerk als haar beste en meest betrouwbare hoeder. We zagen hoe de beste uitdrukking van deze orde wordt gevonden in wat we een organische christelijke samenleving noemen – dezelfde orde die de christenheid op deed komen.

Tenslotte keken we naar een aantal zaken die we nu vast kunnen doen om de terugkeer tot orde te bespoedigen en ons voor te bereiden op het soort samenleving dat we nodig hebben en tot stand willen brengen als het feest uit is.

Ik kan me zo voorstellen dat er nog altijd sommigen onder u zijn die sceptisch staan tegenover het idee van een terugkeer tot orde. Het is moeilijk om je voor te stellen hoe zoiets zou kunnen lukken. Als ik u met een laatste gedachte achter zou kunnen laten, dan deze: Een terugkeer tot orde is niet alleen nodig, maar ook mogelijk.

Een terugkeer tot orde is mogelijk omdat onze idealen aantrekkelijk zijn. Wat we ons moeten herinneren is dat onze (katholieke, conservatieve) positie naar zijn aard constructief is. De (seculiere) linkse agenda is daarentegen naar zijn aard destructief, omdat het de moraliteit en de autoriteit ondermijnt. We hoeven slechts de progressieve kloosters, die in rap tempo tot bejaardenhuizen worden, te vergelijken met bloeiende traditionele ordes die uit hun voegen barsten van alle jonge mensen.

Omdat links er naar neigt de structuren te vernietigen die de samenleving bij elkaar houden, vernietigt links naarmate de tijd vordert en het verval toeneemt ook de structuren die haar eigen organisaties en denken dragen. Occupy Wall Street was bijvoorbeeld zo’n anarchische organisatie dat er uiteindelijk niets van te maken was en letterlijk uit elkaar viel.

Naarmate de toestand verergert, ziet ons perspectief er steeds beter uit dan dat van hun, aangezien het een kracht tot stabiliteit en zekerheid is. Dit is waar te nemen in allerhande conservatieve reacties overal ter wereld. Een bijzonder sterk bewijs hiervan is het aantal jonge mensen dat zich nu engageert in de strijd tegen abortus. We zien het ook in verbazingwekkende bekeringsverhalen of de toename in het aantal roepingen. Zo was het tien of twintig jaar geleden niet. We moeten onze lijn houden.

Een andere reden waarom ik geloof dat een terugkeer tot orde mogelijk is, is dat de christelijke idealen die een terugkeer tot orde motiveren zeer krachtig zijn… wanneer ze op de juiste wijze en zonder verontschuldigingen gebracht worden. Een organische christelijke samenleving is vol van enorm krachtige concepten die tot de verbeelding spreken en mensen tot sublieme staaltjes en werken gebracht hebben. Deze zelfde idealen weerklonken te midden van de puinhopen van het Romeinse Rijk, bekeerden de barbaren en vestigden beschavingen. Ze hebben steeds mensen tot inkeer gebracht wanneer ze op het verkeerde spoor zaten.

Wat ik in RTO gepoogd heb te doen is deze krachtige concepten te beschrijven. Ik presenteer idealen als de weg van het kruis, de passie voor gerechtigheid, onze zoektocht naar het goede, ware en schone en een waarachtig gevoel van eer. Ik stel dat deze concepten ons nog altijd kunnen brengen tot vergelijkbare prestaties te midden van de huidige crisis. Bovendien stel ik dat de kracht en de aantrekkingskracht van onze christelijke idealen zodanig is, dat we ons er van nature toe keren, omdat ze zo goed passen bij onze menselijke natuur, we worden er toe aangetrokken wanneer wanorde heerst.

Deze christelijke orde, geïnspireerd door deze idealen, is waar je van nature naar neigt. En ik zou deze gedachte nog iets verder willen ontwikkelen, niet alleen worden mensen van nature aangetrokken tot deze organische christelijke orde, maar, te midden van de huidige chaos, worden mensen op dit moment aangetrokken tot deze orde. Naarmate de dingen erger worden, zullen meer en meer mensen bij zichzelf te rade gaan en zoeken naar een orde waarvan zij voelen dat die er moet zijn en misschien terug kan keren.

Overal ter wereld vinden we mensen die zoeken naar authenticiteit en orde. Ik zeg niet dat het een meerderheid van de mensen is – maar de geschiedenis wordt nooit bepaald door meerderheden, ze wordt bepaald door bevlogen minderheden die een grote invloed uitoefenen over de meerderheid. En er zijn aanzienlijke minderheden met grote passie en moed die durven hun mond open te doen en de cultuur uit te dagen. We moeten bakens zijn voor hen die zoeken.

Ter bemoediging
Om af te sluiten zou ik u een klein verhaaltje willen vertellen. Ons werk onder studenten, TFP Student Action, is veelvuldig betrokken geweest in het debat over het ‘homohuwelijk’ in Amerika. Ze gaan naar de meest liberale gebieden en voeren campagne rond dit vraagstuk. We worden vaak aangevallen maar verrassend genoeg worden we vaker gesteund. Op een keer gingen ze naar de Bronx (een wijk van New York, red.), waar ze bij een drukke verkeersader stonden en begroet werden door allerlei uitingen van steun, automobilisten claxonneerden, riepen steunbetuigingen en staken hun duim op. Een man zag ons, parkeerde zijn auto en kwam naar ons toe. Hij zei: “Ik wou kijken of ik het goed gezien had – jullie zijn vóór het traditionele huwelijk. Ik zag zoveel mensen hun steun betuigen dat ik het niet kon geloven. Ik dacht dat ik de enige in de Bronx was die tegen het ‘homohuwelijk’ was. Nu zie ik dat er duizenden zijn.”

Onze taak is dan ook om bakens van orde in een wereld van wanorde te zijn. We hebben heel krachtige principes. Soms is alles wat er nodig is een vonkje en je hebt een miljoen mensen op de Champs-Elysées staan om het traditionele huwelijk te verdedigen … in 2013. Een levendige pro-life-houding kan ineens en onverwacht tienduizenden op de been brengen in de straten van Brussel, Parijs, Madrid of Rome … in 2013. De organisatie ‘Nul Abortus’ hield in Spanje demonstraties in 46 steden. Mensen waren in staat bijna twee miljoen handtekeningen te verzamelen om het ‘Een van ons’-initiatief te ondersteunen (een Europees burgerinitiatief voor de beschermwaardigheid van embryo’s, red.). Of het brengt jongeren in Kroatië er toe 600.000 handtekeningen te verzamelen ter verdediging van het traditionele huwelijk. Ik heb met bewondering naar deze Europese initiatieven gekeken. Zulke inzet versterkt mijn geloof dat een terugkeer tot orde mogelijk is als we doen wat we moeten doen.

Maar deze visie zal alleen krachtig en aantrekkelijk zijn in zoverre we trouw blijven aan onze principes. We kunnen onze waarden niet aanlengen om tegemoet te komen aan de politiek-correcte tijden. Op een zeer categorische en Spaanse manier, heet de Spaanse pro-life-campagne nul abortus, niet vijftig procent abortus. De Fransen deden niet onder voor de Spanjaarden en erkenden de universele aantrekkingskracht van het huwelijk, riepen derhalve een manif pour tous (manifestatie voor allen, red.) uit, niet een manifestatie voor enkelen. Als we de weg van de minste weerstand kiezen, zullen we falen.

RTO coverEr is nog een laatste reden waarom ik denk dat een terugkeer tot orde mogelijk is en voor mij is dat de meest overtuigende: we kunnen rekenen op de hulp van God en Zijn genade. Ik zeg nog maar eens dat onze situatie is als die van de verloren zoon. Als je het verhaal van de verloren zoon leest, zul je zien dat hij het geld van zijn vader nam en uitgaf aan de losgeslagen onmatigheid van spelen en feesten. De verloren zoon kwam niet tot inkeer door een moreel probleem, maar door een economisch probleem – 1. Zijn geld was op en hij had geen manier om in zijn onderhoud te voorzien. 2. Een grote hongersnood teisterde het land. Het was toen dat de verloren zoon zich zijn vergissing realiseerde en terug verlangde naar het huis van zijn vader. Hij stond op en ging terug naar de vader.

In het verhaal van de verloren zoon weten we dat de zoon naar zijn vader verlangde. Maar we vergeten dat de vader nog veel meer naar zijn zoon verlangde. De vader keek al uit naar zijn zoon toen hij kwam en rende hem tegemoet. We mogen er van overtuigd zijn dat God verlangt naar onze grote terugkeer naar huis, veel meer dan wij dat doen. En wanneer hij ziet dat wij ons inzetten daarvoor, zal Hij niet onderdoen in zijn gulheid en zal Hij wat wij ondernemen gunstig gezind zijn. Aan de zorg van de vader mogen we de moederlijke genegenheid toevoegen van een moeder die ook intens het beste met ons voor heeft. Onze Gezegende Moeder is een voorvechter van onze zaak.

Het is mijn hoop dat, te midden van persoonlijk economische problemen en de economische crisis die onze landen bedreigd, het boek Return to Order mag dienen tot opwekking van een verlangen naar het huis van de vader en u er toe mag brengen op te staan en u met anderen aaneen te sluiten om de cultuur te veranderen en tot de vader en omarming van de moeder te komen. Het is mijn hoop dat u aan deze krachtige een aansprekende ideeën vast zult houden die ons oproepen dat te doen wat natuurlijk is – terugkeren naar huis.


N.a.v. John Horvat II, Return to Order. Where We’ve Been, How We Got Here and Where We Need to Go (York, PA: York Press, 2013), 380 p, harde kaft met stofomslag, ISBN: 978-0-9882148-0-4, 20,99 euro.

Posted on

Seksuele staatsopvoeding

De laatste weken is er grote opwinding ontstaan over de uitzendingen van Dr. Corrie. En terecht! Want deze uitzendingen zijn niets anders dan een aanslag op de onschuld van onze kinderen. Dr. Corrie meent onze kinderen te mogen heropvoeden en ze gebruikt daarvoor vreemde seksuele theorieën. Deze ideeën zijn niets anders dan een aanslag op het natuurlijke schaamtegevoel van de kinderen, op hun onschuld en niet in de laatste plaats het primaire recht van ouders om hun kinderen op te voeden. Dr. Corrie negeert alle bestaande religieuze en morele bezwaren en stelt zich boven alles en iedereen. Ze meent dat ze het recht heeft om de kinderen naar haar eigen smaakt te indoctrineren. Ze doet dit in overeenstemming met de kerndoelen die de overheid gesteld heeft met financiële staatssteun.

Opdat de lezers een idee krijgen van de absurditeit, het primitieve en amorele karakter wat de kinderen wordt voorgehouden beschrijven we delen van deze lesprogramma’s.

Dr. Corrie_1Amoreel, schaamteloos en vulgair: dat zijn de opvoedingsprincipes van Dr. Corrie 

De uitzending van SchoolTV met Dr. Corrie heeft veel opzien gebaard. Seksuele voorlichting bestaat al langer, maar dit heeft toch veel meer (negatieve) aandacht gekregen. Dat juist deze uitzendingen van SchoolTV, met daarin Dr. Corrie, veel ophef geven heeft een aantal redenen. De eerste is dat SchoolTV, waarin het dagelijks nieuws voor kinderen uitgelegd wordt, door heel veel scholen bekeken wordt. Nu worden deze scholen ongevraagd en onverwacht geconfronteerd met seksuele voorlichting voor hun kinderen. Een tweede reden is dat de manier van doen van SchoolTV ronduit smakeloos en platvloers is. Om enkele voorbeelden te geven. In de eerste aflevering laat Dr. Corrie middels een skelet zien hoe je moet tongzoenen. In aflevering 2 vertelt Dr. Corrie de kinderen (die 8-12 jaar oud zijn!) dat het handig is dat een piemel stijf is tijdens het vrijen, ‘want met een slappe lukt het niet’. En ze laat met handgebaren zien hoe ‘het’ werkt. Ook het taalgebruik is smakeloos en vulgair.

Moreel oordeel van Rutgers WPF

De ‘voorlichting’ van Dr. Corrie is bepaald niet neutraal te noemen, maar er wordt daarentegen een duidelijk oordeel opgelegd. Zo wordt in de derde aflevering van Dr. Corrie gesproken over ‘abnormaal’ zijn. Hier een letterlijk citaat van wat Dr. Corrie zegt:

“Daar word ik nu zo boos om. Van die mensen die andere mensen niet ‘normaal’ vinden. …Al ben je een jongen die op jongens valt, of een meisje wat op meisjes valt. Al ben je gelovig voor mij part en val je op niet gelovig, of doof of blind, ….dat maakt toch allemaal niet uit, dat is toch allemaal hartstikke normaal, JA! (schreeuwt hard en zegt:) En als je dat niet normaal vindt, dan ben je zelf niet normaal!!”

Wanneer je na de uitzending graag nadere informatie wilt hebben over dit onderwerp dan word je als kind verwezen naar de website. Op de website (onderaan de pagina) word je verwezen naar de pubergids voor meisjes en jongens. Hierin wordt dezelfde boodschap gecommuniceerd:

“Niet alle meisjes worden verliefd op een jongen. Dat kan net zo goed op een meisje zijn. Het kan ook dat je soms op een jongen en soms op een meisje verliefd wordt.”

En:

“Sophie: (11) Mijn buurmannen zijn homo. Ze hebben een dochtertje. Leuk toch?” 

En:

“Homoseksualiteit is net zo normaal als heteroseksualiteit. Alleen zijn veel minder mensen homo dan hetero.” 

Zo wordt dus niet alleen homoseksualiteit gepropageerd, maar ook het feit dat een homostel een dochtertje heeft, een dochtertje dat dus per definitie bij haar moeder is weggehaald, twee mannen kunnen nu eenmaal geen dochtertje verwekken zonder tussenkomst van een vrouw/moeder.

Maar ook op andere punten wordt een moraal gepreekt die op z’n zachtst gezegd bedenkelijk is. Oordeelt u zelf, is dit iets dat u uw kinderen wilt voorhouden?

“Ook wel eens naar seks gekeken op internet of televisie? Logisch, als je in de puberteit komt, ben je nieuwsgierig naar seks.” 

En is dit iets dat u wilt zeggen tegen uw kind (dat op de basisschool zit!):

“Je hebt misschien ontdekt dat het een lekker gevoel geeft als je aan je vagina en clitoris (het bobbeltje tussen je schaamlippen) zit. Je kunt dan een orgasme krijgen, oftewel klaarkomen. Jezelf laten klaarkomen heet vingeren, zelfbevrediging, soloseks of masturberen. Het gevoel van klaarkomen duurt meestal een paar seconden. Daarna voel je je lekker ontspannen.” 

Uit de pubergids voor jongens:

“Masturberen is heel gewoon en niet slecht voor je.” 

Dit soort seksvoorlichting wakkert de nieuwsgierigheid bij de jeugd aan en daarmee het geëxperimenteer, met alle gevolgen van dien: nog meer geslachtsziektes, ongewenste tienerzwangerschappen, ongelukkige tieners, tienerabortussen en noem maar op.

De visie van Rutgers WPF komt niet uit de lucht vallen, Rutgers WPF komt namelijk voort uit de NVSH[1]. Een vereniging die ziet bijna alle soorten van seksueel gedrag als normale beleving van de seksualiteit ziet. Zo hebben ze geen bezwaren tegen: pedofilie, necrofilie en bestialiteit om er maar een paar te noemen. Daarmee wordt eens te meer duidelijk hoe gevaarlijk het is om aan dit soort organisaties de seksuele opvoeding van onze kinderen over te laten.

Wetenschappelijk gezien onjuist

In dezelfde pubergids wordt ook het gebruik van anticonceptie aanbevolen, o.a. om je te beschermen tegen zwangerschap. Dat laat zien hoe negatief het beeld om de mens is, het krijgen van kinderen is immers iets waartegen je je beschermen moet. Maar wat er staat is ook wetenschappelijk gezien onjuist. In de pubergids wordt gezegd:

“Wel eens gehoord van soa? Dat is de afkorting voor ‘seksueel overdraagbare aandoening’, oftewel geslachtsziekte. Een condoom beschermt tegen een geslachtsziekte.” 

Het klopt dat de kans op soa’s[2] bij gebruik van het condoom verlaagd is, bij gonorroe bijvoorbeeld met 64%[3]. Maar dit betekent toch dat er bij wisselende seksuele contacten nog een aanzienlijke kans is op het krijgen van gonorroe. De kans op HIV (Aids) neemt met 85% af door gebruik van een condoom, dit bij correct gebruik wat in de praktijk heel vaak niet het geval blijkt te zijn[4]. Wanneer je wisselende seksuele contacten hebt en met condoom vrijt speel je dus een soort Russische roulette, waarbij je je kans op HIV weliswaar 85% lager is, maar de kans is toch nog aanzienlijk om besmet te raken. Bij anale seks neemt het risico slecht met 50% af, zo veilig is het dus ook weer niet. Het condoom biedt ook geen bescherming tegen humaan papillomavirus, een virus dat kan leiden tot baarmoederhalskanker. Het is dus bedrieglijk om kinderen voor te houden dat condooms veilig zijn en dat je daarmee afdoende beschermd bent tegen geslachtsziekten.

Hetzelfde geldt voor het voorkomen van zwangerschap. Volgens Rutgers WPF is het condoom effectief in het voorkomen van zwangerschap. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het anders is. Bij perfect gebruik van het condoom is gemiddeld 2-5% van de vrouwen zwanger na een jaar (wanneer ze geslachtsgemeenschap hebben en gebruik maken van het condoom), en in de praktijk ligt dit getal zelfs hoger, namelijk bij 10-12 procent! Hoe kan men dit dan veilig en betrouwbaar noemen?

Dr. Corrie_2Kan het nog erger? Ja !

Bovenstaande is al erg genoeg natuurlijk. Maar er is meer en het is nog erger. Zo wordt ook duidelijk hoe verdorven en slecht deze ‘voorlichting’ is. In de pubergids wordt aan het eind naar www.sense.info verwezen voor meer informatie.

Verder bevat deze site informatie over: anale seks, neuken, pijpen, beffen, enz. Wanneer je op deze onderwerpen klikt (NIET DOEN! Wanneer je zuivere geest je lief is) krijg je informatie over hoe je al deze vormen van seks kunt bedrijven. Je krijgt tips voor lekkere anale seks en hoe je je vriendje of vriendinnetje op allerlei manieren bevredigen kunt. En daar verwijzen we kinderen van 8-12 jaar naar! Hoe zot wil je het hebben. De mensen achter dit soort sites willen blijkbaar elke vorm van schaamte en schroom wegnemen.

Dr. Corrie_3

Maar ook de allochtone kinderen moeten bewerkt worden (die zijn vaak nog wat ‘achtergebleven volgens deze moderne pedagogen). Daarom krijgen de leerkrachten in het begeleidingsmateriaal het advies om de kinderen te leren om de geslachtsdelen, zoals borsten, vagina, clitoris, piemel en zaadballen, te scanderen. En allochtone kinderen kunnen die geslachtsdelen dan in hun eigen taal door de klas roepen!

Verplichting vanuit de overheid

Maar hoe komt het dat deze ‘voorlichting’ via SchoolTV vele duizenden scholen binnenkomt? Wat is de drijvende kracht erachter? De overheid stelt de kerndoelen voor het basisonderwijs op, hierin staan de belangrijkste dingen die kinderen moeten leren. Deze kerndoelen hebben betrekking op: de persoonlijke ontwikkeling van kinderen, de overdracht van maatschappelijke en culturele verworvenheden en de participatie in de samenleving[5]. Daarmee is direct duidelijk dat die doelen niet neutraal zijn, maar sterk worden beïnvloed door de ideologische bril van de opsteller, in dit geval de overheid.

Voor het Primair Onderwijs is in de sectie ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’ per december 2012 kerndoel 38 aangepast. Er stond:

“De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.”

Dit kerndoel is veranderd in:

“De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.” 

Volgends ‘Van Dale’ woordenboek betekent respect: ‘eerbied, achting, ontzag’. Kinderen moeten dus respect gaan hebben voor ‘seksuele diversiteit’, dat is versluierend taalgebruik voor ontzag en achting hebben voor homoseksuelen, lesbischen en biseksuelen enzovoorts. Zelfs bestialiteit en pedofilie vallen mogelijk binnen die diversiteit aan seksuele voorkeuren, ze worden in ieder geval niet uitgesloten en er wordt door de overheid gezegd dat we respect moeten hebben voor ‘ieders seksuele voorkeur’[6].

Maar de overheid probeert haar ideologische agenda niet alleen te verwezenlijken via de kerndoelen van scholen, maar ook door ‘voorlichting’ te subsidiëren. De voorlichting van Dr. Corrie is bijvoorbeeld gemaakt met medewerking van het Rutgers WPF dat zwaar gesubsidieerd wordt. Het Rutgers WPF had in 2012 inkomsten ter hoogte van 17,2 miljoen Euro[7], het grootste deel van deze inkomsten zijn subsidies vanuit de Nederlandse en Europese overheid. Ter vergelijking, in 2010 was dit nog 12,7 miljoen, en voor 2013 verwacht men fors hogere inkomsten, en dat in een tijd van bezuinigingen!

Oproep

Laten we als ouders onze kinderen beschermen tegen dit soort vuiligheid door onze kinderen niet te laten deelnemen aan lessen waar dit soort ‘informatie’ gegeven wordt. Door protest aan te tekenen bij school. Door de petitie te tekenen. Door een brief te schrijven naar SchoolTV (redactie@schooltvweekjournaal.nl). Meldt u aan wanneer u wilt meedoen en stuur ons dan een e-mail (hbos@federation-pro-europa-christiana.org) met uw e-mailadres en overige adresgegevens. We zullen u dan op de hoogte houden van de ontwikkelingen.


[1] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Rutgers_WPF

[2] Seksueel Overdraagbare Aandoeningen

[3] Holmes KK, Levine R, and Weaver M. Effectiveness of condoms in preventing sexually transmitted infections. Bulletin of the World health Organisation, Juni 2004, 82(6).

[4] Crosby RA, Sander SA, Yarber WL, et al. Condom errors and problems among college men. Sex Transm Dis 2002; 29(9):552-7. Davis KR, Weller SC. The effectiveness of condoms in reducing heterosexual transmission of HIV. Family planning perspectives 2002; 31:272-9. http://apps.who.int/rhl/reviews/CD003255.pdf

[5] Uit ‘Kerndoelen Primair Onderwijs’, pag 1, met inleiding van de minister van onderwijs.

[6] http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/basisonderwijs/vakken-en-kerndoelen-basisonderwijs

[7] http://www.rutgerswpf.nl/sites/default/files/20130624_RutgersWPF_magazine_2012.pdf

Posted on 1 Comment

De tijd dringt op de vuilnisbelt van Podgorica

Roma kamp Konik 2, Podgorica

Dit is Konik 2, een vluchtelingenkamp op de vuilnisbelt van Podgorica, de hoofdstad van Montenegro. Hier leven Roma die gevlucht zijn uit Kosovo, veertien jaar geleden.  Ze zijn stateloos. Voor velen is er nauwelijks hoop op een betere toekomst. Er is dringend hulp nodig, maar vrijwel niemand weet van hun bestaan. In dit artikel een impressie van een bezoek aan het kamp.

Astrit, een van de kampbewoners, spreekt goed Duits en leidt ons rond. De mensen zijn bang, de toekomst is onzeker. Vooral voor de mensen die hier wonen en nog geen permanente verblijfsvergunning hebben. In december 2013 is de deadline; iedereen zonder vergunning wordt het land uitgezet, naar het land van herkomst, Kosovo. Voor velen zal dat een leven in angst betekenen en misschien zelfs de dood, Kosovo haat deze Roma.

Er is nog een paar maanden tijd om papieren te regelen, zodat een permanente verblijfsvergunning voor Montenegro geregeld kan worden. De overheid werkt niet tegen. Maar de reis naar Kosovo of Servië om de geboorteakte op te halen kost geld. En dat is er niet. Hoe hard de Roma ook werken, voor de meesten is het sparen van 50 euro per persoon om de benodigde documenten te betalen een schier onmogelijke opgave. Deze vergeten groep mensen heeft hulp nodig, wel nu meteen. Anders is het te laat.

In januari rijden de bulldozers de vluchtelingenkampen op en wordt alles plat geschoven. Dat is het plan. Maar daar denken ze amper aan; wie dan leeft, die dan zorgt. Eerst papieren, anders zijn we sowieso verloren.

Konik 2, Podgorica, Montenegro - Novini World Affairs
Bedri Sala woont met vrouw en negen kinderen al 14 jaar op het kamp

Bedri Shala woont met zijn vrouw en negen kinderen al veertien jaar op het kamp, ze zijn trouw lid van de kerk. “Zonder de hulp van de kerk maakten we helemaal geen kans, ze helpen met het regelen van de papieren en documenten”. Of het goed komt voor december? “Waar haal ik het geld vandaan? Alles wat we verdienen is nodig voor de dagelijkse behoeften”. Het avondeten – een handvol paprika’s – ligt op een roestig kookstel zwart te worden. Dat wordt gegeten met brood en water. De kinderen roepen “chica”, ze willen op de foto.

Bedri vertelt over vroeger: “Het was net na de oorlog dat wij het meest geleden hebben in Kosovo. Zeven dagen zat ik in de gevangenis, werd geslagen, gemarteld, behandeld als een beest. Op weg naar de bruiloft van mijn broer Rexho werden we ontvoerd door UCK strijders. Ik kon vluchten door in een ravijn te springen, maar moest het lichaam van mijn broer achterlaten in Kosovo. Mijn broer – emotioneel haalt hij een rouwadvertentie tevoorschijn – voor mijn ogen doodgeschoten. Het lichaam werd 13 jaar later in een massagraf gevonden en herbegraven door mijn familie, na identificatie door EULex in Kosovo”. Bedri getuigde in de rechtbank in Belgrado tegen de man die zijn broer vermoorde. Hij en zijn familie kunnen niet terugkeren naar Kosovo, dat betekent voor hen alsnog de dood.

Het leven op de vuilnisbelt in Podgorica is hard, dagelijks graaft hij in de vuilnisbelt naar metalen, waarbij een kilo metaal 18 cent oplevert. Maar zijn kinderen geven hem vreugde, een doel om voor te leven. Er is hoop op God. Hij weet alleen niet hoe hij zelf ooit het geld bij elkaar kan graven om zijn familie te redden. 500 euro voor documenten uit Servië is daarvoor nodig. “We zijn vergeten, niemand weet van ons bestaan. Er is hier behalve de kerk verder niemand die zich over ons lot bekommert”. Donkere, hoopvolle ogen die smeken, handen die grijpen. “Alsjeblieft, schrijf over ons; vertel in Nederland wat je hier gezien hebt, help ons!”.

IMG_1514Langs de barakken scharrelt een geit, kuikens rennen achter de moeder eend aan. Wanneer ze volgroeid zijn, is dat een feestmaaltijd. Hier op deze giftige bodem groeit niets, geen groente en fruit, alleen wat gras. Dat eten de beesten, aangevuld met eetbare vuilnisresten.

Kinderen spelen in het vuil, rennen achter ons aan. Willen op de foto. Midden op het kamp is een waterplaats. Tientallen vrouwen zijn aan het werk. Water halen, de was doen, kinderen wassen. Sanitaire voorzieningen zijn er niet in de barakken, er zijn latrines aan de rand van het kamp. Vuile stinkende holen.

Voor Afieta Zecifi en haar gezin is de situatie net zo schrijnend. Ze is hartpatiënt, maar is niet verzekerd en er is geen medische zorg voor haar. Ze is gevlucht en heeft de zorg op zich genomen voor vier pleegkinderen wier ouders werden doodgeschoten door UCK strijders.

Voor hen geldt hetzelfde. Zonder officiële papieren kunnen ze niet blijven, maar terug naar Kosovo… nee, dat kan niet. “Dat betekent onze dood, ze kennen ons. Maar misschien kunnen we papieren krijgen in Belgrado”.

De op het kamp gevestigde kerk doet haar uiterste best om te helpen. Naast de verspreiding van het Woord is dat ondersteuning bij het volgen van de procedures, het helpen verkrijgen van verblijfsvergunningen. Maar er zijn er teveel. Predikant Sinisa Nadazdin verzucht “We proberen te doen wat we kunnen. Maar het valt niet mee, de tijd dringt”.

Op zondagavond is het kerk op het kamp, gedurende de dag is dat vanwege de verzengende hitte eigenlijk niet mogelijk. In de kleine barak zitten zo’n 30 mensen op de grond en een paar banken. Dominee Nadazdin gaat voor in gebed, legt de nood van de mensen neer voor God. We worden gevraagd om groetenis over te brengen uit onze kerkelijke gemeente. We lezen Psalm 43: “Doe mij recht, o God, en twist Gij mijn twistzaak (…) Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden”.

Hulppredikant Vasnim vertelt dat hij net terug is van een familiebezoek uit Kosovo. “Het was goed om mijn familie na jaren weer te zien, maar hier weer zijn, dat is echt thuis komen. Mijn moeder is moslim, ze begrijpt ten diepste niet wat ik hier doe en wie ik ben, omdat ze onze Heiland niet kent. Het is mijn eigen moeder, maar ik heb mij nog nooit zo eenzaam gevoeld als tijdens dit bezoek aan mijn familie. Maar ik weet: Wie op God vertrouwt zal geenszins beschaamd worden”. Woorden van hoop in een bijna uitzichtloze situatie.

Een kind kan gered worden met €50. Er is een totaalbedrag van €20.000 nodig om alle papieren te regelen.

We zijn momenteel in gesprek met hulporganisaties om een hulpproject te starten. Hierover volgt snel meer informatie. Hou de site in de gaten!

Posted on Leave a comment

Militair ingrijpen helpt burgers in Syrië niet verder

Victims Civil War Syria - Novini

Ontelbare levenloze lichamen die naast elkaar liggen opgebaard in kleine kamertjes en gangen wegens een gifgasaanval. Zulke beelden schreeuwen om een antwoord van de internationale gemeenschap. Een militaire aanval zal de kans op vrede verkleinen en de humanitaire ramp in Syrië echter hoogstwaarschijnlijk verergeren. De ChristenUnie pleit er daarom voor dat Minister Timmermans zich uitspreekt tegen militair handelen.

Een chemische aanval mag niet ongestraft voorbij gaan. Er zijn aanwijzingen dat President Assad achter de aanval zit. De resultaten van de VN-inspecteurs zullen waarschijnlijk aantonen dat er sprake is geweest van een chemische aanval maar kunnen geen antwoord geven op de schuldvraag. De Verenigde Staten, Frankrijk en Engeland; Rusland zegt goede gronden te hebben om aan te nemen dat de rebellen er juist achter zitten. Inmiddels heeft Minister Timmermans laten weten dat hij ook ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ ervan overtuigd is dat Assad verantwoordelijk is voor het gebruik van chemische wapens. Daarom hebben we een verzoek gedaan om opnieuw vertrouwelijk een briefing te krijgen van de Nederlandse inlichtingendiensten.

Een andere cruciale vraag wordt echter vrijwel niet gesteld: wat wordt er eigenlijk bereikt met een militaire aanval? Een mogelijk antwoord hierop ligt verscholen in het principe van de rechtvaardige oorlog. Heel simpel gezegd: bezint eer gij begint!

Dit concept, ooit bedacht door filosofen als Hugo de Groot en Thomas van Aquino, leidt ook voor het Syrische conflict tot heldere inzichten. Het uitgangspunt is dat een staat haar soevereiniteit verliest wanneer zij handelingen pleegt die ‘het morele geweten van de mensheid shockeren’. De chemische aanval heeft dit teweeg gebracht, al moeten we ook de enorme aantallen slachtoffers die al gevallen zijn niet vergeten. In dergelijke gevallen kan de internationale gemeenschap met militaire middelen haar morele verantwoordelijkheid nemen.

Het principe van de rechtvaardige oorlog verbindt wel eisen aan een militaire aanval. Zo moeten diplomatieke mogelijkheden zijn uitgeput, het geweld proportioneel zijn en de initiatiefnemers geleid worden door zuivere motieven.

Maar er is nog een belangrijk aspect. De militaire ingreep, de aanval moet een gerede kans van slagen hebben. Om twee redenen: een kansloze aanval betekent het slachtofferen van je eigen militairen. En een aanval die de kans op vrede verklein en niet tot minder, maar juist tot meer slachtoffers leidt, moet alleen al om die reden achterwege blijven. Dan is het middel erger dan de kwaal. En dat is er wel aan de hand als we het hebben over militair ingrijpen in Syrië.

Voorstanders van militair ingrijpen benadrukken dat afzijdig blijven geen optie is, omdat een chemische aanval een misdaad tegen de menselijkheid is. Dat is helaas maar al te waar. Toch kun je niet voorbijgaan aan de complexiteit van het Syrische conflict. Het gaat hier niet alleen om monster Assad dat in gevecht is met heldhaftige vrijheidsstrijders. De rebellen zijn niet eensgezind en bestrijden ook elkaar omdat ze verschillende ideeën hebben over de toekomst van Syrië.

Een militaire aanval op het regime van Assad zal de krachtsverhoudingen veranderen in het voordeel van de rebellen. Maar wie zijn dat eigenlijk? Het Amerikaanse congres bevroeg Minister Kerry juist hierover maar zijn antwoorden waren zeer verontrustend. Volgens Kerry is de Syrische oppositie gedurende de laatste maanden ‘steeds gematigder geworden’ en veel meer dan voorheen ‘voorstander van het democratische proces en een grondwet die minderheden beschermt’.

Niets blijkt minder waar. Ook uit Amerikaanse veiligheidsbronnen blijkt dat de oppositie verre van gematigd is. Ook de oppositie heeft zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden aldus VN-onderzoeker Pinheiro. Ook zij zijn verantwoordelijk voor standrechtelijke executies, het bestoken van woonwijken en gijzelnemingen. Het meest prangende is echter dat niet kan worden uitgesloten dat deze groeperingen ook chemische wapens hebben gebruikt.

Radicaal islamitische strijdkrachten, zoals Al Nusra, maken een cruciaal onderdeel uit van het verzet tegen Assad. Zij hebben geen oog voor andersdenkenden, of het nu gematigde moslims zijn, of christenen of alawieten. Afgelopen week kwam naar buiten dat jihadisten het christelijke dorp Maaloula zijn binnengevallen. Kerken werden verbrand en christenen vermoord. Wanneer het Assad-regime wordt verzwakt door een militaire aanval, wordt het bijltjesdag: voor de geloofsgenoten van Assad, voor christenen en voor iedereen die de jihadisten in de weg staan. Wat is dan het antwoord van Obama, Hollande en Cameron?

Wij moeten niet met een roze bril naar de oppositie te kijken. Een militaire oplossing zorgt er niet zo maar voor dat de mensenrechten, waaronder bescherming van minderheden, zullen worden gerespecteerd. En het is al helemaal geen recept voor democratie. Er bestaan geen gemakkelijke oplossingen om het bloedvergieten in Syrië te stoppen.

Natuurlijk moet duidelijk zijn dat oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid niet ongestraft kunnen blijven. Niet voor Assad en niet voor de oppositie. Maar daar zijn meer wegen voor. Nu afzien van ingrijpen is niet hetzelfde als voor altijd een vrijbrief geven aan oorlogsmisdadigers.

Beëindiging van het conflict moet het eerste doel zijn. Hopelijk is het ontmantelen van de chemische wapens waar nu over wordt gesproken daartoe een eerste stap. Alle aandacht dient nu gericht te zijn op het laatste initiatief binnen de VN-veiligheidsraad om tot een vreedzame oplossing te komen. Maar zelfs indien dat initiatief niet slaagt moet een militaire aanval op Syrië pertinent worden uitgesloten. Het komt ongetwijfeld voort vanuit een nobel streven maar zal de situatie voor de Syriërs waarschijnlijk alleen maar verergeren

Daarna zijn er mogelijkheden om het recht alsnog te laten zegevieren. Bijvoorbeeld door Assad en andere leiders die oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid hebben bedreven voor het Internationaal Strafhof te krijgen. In de Bijbel roept de profeet Amos ons op om het recht te laten stromen als water en gerechtigheid als een rivier. In dit geval staat militair handelen haaks op dat streven.

Joël Voordewind & Shamir Ceuleers (respectievelijk Tweede Kamerlid en beleidsmedewerker van de ChristenUnie-fractie)

 

Posted on 1 Comment

De verslechtering van de positie van christenen in de Arabische wereld ten gevolge van de ‘Arabische lente’

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen. Naast de groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen, en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe. Christenen verlaten de regio in groten getale, en de christenen die blijven verkeren in een kwetsbare positie. Te midden van de verdrukking geven het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen en het aantal moslims dat zich bekeert tot het christendom reden tot hoop.

Ruim twee jaar geleden werd de Arabische wereld opgeschud door een golf van protesten en revoluties die uiteindelijk leidden tot grote politieke aardverschuivingen. Aanvankelijk kwamen de protesten vooral voort uit breed gedeelde ontevredenheid over de aanhoudende slechte economische situatie, hoge voedselprijzen en structurele werkeloosheid. In korte tijd verdwenen echter sociaal-economische motieven naar de achtergrond. De revoluties werden gekaapt door fanatieke bewegingen die hun kans grepen om hun islamitische agenda te verwezenlijken. Met name de rechteloosheid ten gevolge van de ‘Arabische lente’, in combinatie met de sterke opkomst van verscheidene politiek-islamitische bewegingen, maakt de positie van christenen steeds moeilijker.

In het eerste deel van dit artikel zal aandacht besteed worden aan (1) de specifieke gevolgen van de ‘Arabische lente’ voor de positie van christenen in de Arabische wereld. In het tweede deel zal ingegaan worden op één van de meest verontrustende consequenties van de verslechterde positie van christenen: (2) de emigratie van christenen uit de regio. Tot slot zullen (3) enkele perspectieven worden gegeven voor de toekomst.

1. Arabische lente of Arabische winter? De gevolgen van de opstanden in de Arabische wereld voor de positie van christenen.

De ‘Arabische lente’ werd door velen gezien als een brede maatschappelijke beweging die vroeg om een einde aan mensenrechtenschendingen, corruptie en armoede. Heel snel bleek echter de uitkomst van deze revoluties volledig in strijd met de oorspronkelijke bedoelingen van de demonstranten[1]. De hoopvolle bestempeling van de revoluties in de Arabische wereld als ‘Arabische lente’ door Westerse analisten was niet alleen te optimistisch, maar ook naïef. Zeker, de autoritaire machthebbers in landen als Egypte en Libië werden verdreven, maar daar zijn politiek-islamitische regimes voor in de plaats gekomen die in de praktijk net zo autoritair zijn als hun voorgangers. Democratische hervormingen blijven uit, de rechteloosheid neemt toe, en de grote economische uitdagingen waar de regio voor staat zijn niet opgelost.

De Arabische lente begon in Tunesië in december 2010 en werd gevolgd door andere Arabische landen. In alle Arabische landen is de opkomst van een grote verscheidenheid aan politiek-islamitische bewegingen een belangrijk kenmerk van de revoluties, ten koste van seculiere protestbewegingen. Als gevolg hiervan oefenen islamitische groepen grote invloed uit op het regeringsbeleid en laten ze hun invloed merken in de samenleving.

In Tunesië, Egypte en Libië leidden de opstanden uiteindelijk tot een verandering van regime, waardoor islamitische partijen aan de macht kwamen. In Marokko, Algerije en Jordanië werden hervormingen geïntroduceerd om islamistische facties tevreden te stellen en de sociale vrede te bewaren, maar bleven de zittende regimes aan de macht. In Syrië, Saoedi-Arabië en Oman werden demonstraties op gewelddadige wijze neergeslagen. Ook in Jemen en Bahrein was er met name in 2011 meer geweld, al heeft dat nog niet geleid tot structurele veranderingen. In Jemen trad President Saleh die sinds 1990 aan het bewind was, als gevolg van aanhoudende protesten begin 2012, af.

SYRIA_please credit Flickr.com/freedomhouseSyrië bevindt zich al meer dan twee jaar in een zeer gewelddadige burgeroorlog met zowel politieke als sektarische elementen, waarin het regeringsleger vecht tegen diverse rebellengroepen. Formeel is Bashar Al-Assad nog steeds aan de macht, maar de rechteloosheid in het land neemt toe, en er lijkt geen uitzicht op een spoedige oplossing van het conflict. Het aantal geweldsincidenten tegen christenen in Syrië is ook fors toegenomen. In algemene zin maakt het burgerconflict christenen bijzonder kwetsbaar voor verschillende vormen van vijandelijkheden[2].

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen die ook terug te zien is in hogere scores op de wereldranglijst christenvervolging van Open Doors[3]. Naast de hierboven beschreven groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe.

Moslims die zich bekeerden tot het christendom (doorgaans aangeduid als Muslim Background Believers) hadden het altijd al moeilijk vanwege de afwijzing door hun families, maar de rechten van historische christelijke gemeenschappen (zoals de Kopten in Egypte of de Arameërs in Syrië) waren tot op zekere hoogte gewaarborgd onder de autoritaire regimes. Na de Arabische lente, namen de discriminatie en het geweld tegen beide groepen christenen flink toe.

De opkomst van islamitische groepen als de Moslimbroederschap in Egypte, het islamitische Bevrijdings Front in Algerije en het salafisme hebben duidelijk negatieve gevolgen voor de positie van christenen. De Arabische lente kan daarom beter gezien worden als een voorspel voor een Arabische winter, waarin de verdrukking van christelijke minderheden zal intensiveren.

Egypte, waar drie kwart van alle christenen in het Midden-Oosten leeft, islamiseert in rap tempo. De afgelopen jaren hebben koptische christenen zwaar geleden onder het geweld van islamitische groepen. Het bloedbad in de wijk Maspero in oktober 2011 waarin 27 christenen om het leven kwamen en honderden en honderden gewond raakten bij een demonstratie, zette al heel snel de toon voor de komende jaren. In dit bloedige incident deed het leger niets om christenen te beschermen, maar nam zelfs actief deel aan de moorden.

In Tunesië werd in 2011 een Poolse priester in koelen bloede vermoord door radicale islamisten. Sindsdien hebben er geen soortgelijke incidenten plaatsgevonden in het land, maar de bevolking is erg bang en het islamisme is veel zichtbaarder op straat. In Algerije worden de vrijheden van christenen steeds meer ingeperkt. Het land werd recentelijk opgeschrikt door een terroristische aanval in In Amenas in januari van dit jaar[4] waar circa 70 mensen bij omkwamen. In Libië kwamen in een aanslag door salafisten de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens en drie van zijn stafleden in september 2012 om het leven[5].

De val van despoten als Khadaffi (Libië) of Moebarak (Egypte) zorgde voor een machtsvacuüm dat nu gevuld wordt door moslimfundamentalisten. Voor grote groepen van de bevolking worden islamisten gezien als het enige alternatief voor structurele armoede en werkloosheid, na mislukt sociaal-economisch beleid van de voormalige heersers. In Libië heeft de transitieregering al duidelijk kenbaar gemaakt de sharia te willen implementeren in de nieuwe grondwet evenals de Annahda partij in Tunesië, die sinds de verkiezingen in 2011 leiding geeft aan de regering in dat land. In Egypte en Marokko hebben islamitische partijen eveneens de verkiezingen gewonnen. In Syrië wordt het rebellenleger in de oppositie gedomineerd door soennitische fundamentalisten.

2. De emigratie van christenen uit het Midden-Oosten

Hoewel minder dramatisch en nieuwswaardig dan gewelddadige vervolgingsincidenten van christenen zoals moorden en verbrande kerken, is er een ware exodus aan de gang van christenen uit het Midden-Oosten. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de inheemse christelijke bevolking van Turkije geschat op ongeveer 20 tot 25 procent van de bevolking. Na golven van etnische en religieuze zuiveringen, wordt geschat dat er vandaag de dag slechts 100.000 tot 120.000 christenen wonen in Turkije, 0,15% van de totale bevolking.

Nu, anno 2013, verlaten christenen opnieuw de regio in grote aantallen, al moet deze trend niet worden overdreven[6]. Hoewel de Amerikaanse invasie in Irak en de revolutionaire golf die bekend staat als de Arabische lente niet het begin waren van de emigratie van christenen uit het Midden-Oosten, was het wel een belangrijk keerpunt. Door deze recente politieke ontwikkelingen worden christenen geconfronteerd met een geheel nieuwe situatie, met fysiek geweld, mensenrechtenschendingen, sharia-wetgeving en overheden die niet in staat zijn om hun meest kwetsbare burgers te beschermen. In sommige gevallen zijn christelijke minderheidsgroepen een direct doelwit. In andere gevallen staan ze tussen verschillende strijdende partijen in en zijn daardoor extra kwetsbaar.

Vanwege de precaire situatie van christenen in het Midden-Oosten slinken hun aantallen. Sinds de oorlog in Irak en het daaropvolgende conflict kiezen steeds meer christenen ervoor het Midden-Oosten te verlaten. Van de 1 miljoen christenen die er volgens sommige analisten voor 2003 in Irak woonden, zijn er vandaag de dag nog maar tussen 200.000-500.000 over.

Op dit moment heeft met name de Syrische burgeroorlog een massale vluchtelingenstroom op gang gebracht, in de eerste plaats naar de buurlanden Turkije en Libanon. De impact van de Syrische burgeroorlog wordt daar steeds sterker gevoeld. Schattingen geven aan dat tussen 200.000 en 400.000 van de in totaal 1,9 miljoen christenen Syrië hebben verlaten sinds het begin van de burgeroorlog, wat neerkomt op 15-25% van de totale vluchtelingenstroom.

De huidige Syrische burgeroorlog doet vele parallellen zien met het Iraakse geweld tegen christenen na de ondergang van Saddam Hoessein. Turkije en Libanon waren tot voor kort relatief stabiele landen, maar de nabijheid van het Syrische conflict kan een voorbode zijn van wat christenen in die landen te wachten staat.

Het is overigens belangrijk te onderkennen dat de emigratie van de Syrische christenen niet is begonnen met de burgeroorlog in 2011. Hoewel het zeker waar is dat grote aantallen christenen (en andere minderheden) de burgeroorlog ontvluchten, groeit de maatschappelijke druk op christenen in feite al decennia lang door de radicalisering van de islamitische soennitische bevolking.

Ook Egypte destabiliseert steeds meer, nu de Moslimbroederschap stevig in het regeringszadel zit en salafistische groeperingen vrij kunnen opereren door de grote rechteloosheid. Volgens sommige persberichten zijn sinds 2011 100.000 van de in totaal 10 miljoen christenen geëmigreerd uit Egypte, maar dat getal is waarschijnlijk overdreven. Hoe dan ook valt het niet te ontkennen dat sinds de val van Moebarak veel Egyptische christenen het land hebben verlaten.

3. Toekomstperspectieven

Het is belangrijk te beseffen dat de Arabische wereld zich nog steeds in een transitiefase bevindt. De uitkomst van de Arabische lente is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk in te schatten welke kant een land als Syrië op zal gaan, en het is ook niet duidelijk of islamisten in een land als Tunesië aan de macht zullen blijven. Tegelijkertijd zijn de verkiezingsoverwinningen van islamitische fundamentalisten in verscheidene landen een slecht teken en ziet het er heel somber uit voor christenen die in de regio wonen.

De toekomstperspectieven voor de positie van christenen in de Arabische wereld lijken daarom verre van positief. Het ligt in de lijn der verwachting dat de druk op christenen in de komende jaren zal toenemen. De islamitische partijen die nu aan de macht zijn is er alles aan gelegen die macht vast te houden om steeds meer sharia-wetgeving te implementeren. Maar nog veel zorgwekkender dan de islamisten in de regering is de voortgaande islamisering van de samenleving waardoor christenen steeds meer gezien worden als uitheemse groepen, terwijl het in feite hele oude gemeenschappen zijn. Vanwege de chaotische en bedreigende situatie in de regio, zullen daarom waarschijnlijk in de toekomst nog veel christenen emigreren.

Van het succes van het islamisme gaat regionaal een sterke invloed uit. Het inspireerde de inval van jihadisten in Mali in 2012 en de terreur van Boko Haram in Nigeria. In Irak laait het sektarisch geweld ook weer op. En er is een reële dreiging dat het conflict in Syrië overslaat op buurlanden Libanon en Jordanië. Tevens moedigen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ook de verspreiding van de politieke islam aan in Afrikaanse landen met een christelijke meerderheid zoals Kenia of Tanzania.

Naast de politieke ontwikkelingen en de islamisering van de samenleving, is de voortdurende rechteloosheid in landen als Libië en Syrië mogelijk nog veel ernstiger voor christenen omdat het betekent dat misdrijven die tegen hen gedaan worden in feite niet worden bestraft. Hierdoor zijn christenen kwetsbaar, en dit geldt in nog grotere mate voor christenvrouwen en -meisjes die steeds vaker slachtoffer worden van seksueel geweld.

Tegelijkertijd zijn er ook signalen van hoop. Ondanks de verdrukking groeit de kerk in het Midden-Oosten langzaam. Moslims bekeren zich tot het christendom. Met name in Egypte groeit het aantal gelovigen. Het gaat nog steeds om kleine aantallen, maar het is onmiskenbaar dat de belangstelling voor het evangelie toeneemt.

In Syrië is het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen een belangrijke ontwikkeling die ook hoopvol doet stemmen. Nu de kerk onder grote druk staat, reikt zij steeds meer uit naar de samenleving en probeert het evangelie in de maatschappij handen en voeten te geven. De solidariteit van christelijke gemeenschappen in Libanon en Turkije die Syrische vluchtelingen opnemen is ook prijzenswaardig.

Wanneer zal deze winter voorbij zijn? Wanneer kunnen we verwachten dat de situatie zal verbeteren voor de christelijke bevolking? De onderdrukking en vervolging zal duren zolang de islamitische fundamentalisten de macht kunnen vasthouden. Als de islamitische fundamentalisten het Arabische volk teleurstellen, met name door geen wezenlijke antwoorden te bieden op de structurele armoede en uitzichtloosheid, zou dat op de lange termijn voor meer openheid kunnen zorgen om het evangelie te verspreiden.


[1] Hussein Agha and Robert Malley, “The Arab Counterrevolution”, The New York Review of Books, 29/09/2011

[2] Dennis Pastoor, Vulnerability Assessment of Syria’s Christians¸ Open Doors International, juni 2013, http://www.worldwatchmonitor.org/2013/06/2579000/.

[4] “In Amenas: timeline of four-day siege in Algeria”, The Guardian, 25/01/2013, http://www.guardian.co.uk/world/2013/jan/25/in-amenas-timeline-siege-algeria.

[5] “Chris Stevens, US ambassador to Libya, killed in Benghazi attack”, The Guardian, 12/09/2012, http://www.guardian.co.uk/world/2012/sep/12/chris-stevens-us-ambassador-libya-killed.

[6] Markus Tozman, “A short overview of the status quo of Christian minorities in Egypt, Iraq, Turkey, Syria and Lebanon”, World Watch Unit, Open Doors International, 2012.