Posted on

Koranscholen en het destabiliseren van de wereld

In Nederland en ook in België lijkt men het probleem van de Koranscholen en de verspreiding van het salafisme plots ontdekt te hebben. Dat de media het pas nu volop zien zegt veel over de aanpak in België en Nederland van dit maatschappelijk kankergezwel. Men negeerde het totaal of nog erger, men steunde hun opmars, zeker in het Midden-Oosten.

Overal in onze grote steden zijn er tegenwoordig Koranscholen waar allerlei veelal dubieuze imams onderwijs geven in het Arabisch en vooral de Koran. En dit in veel gevallen volgens de interpretatie van de salafistische koninkrijken en emiraten van het Arabisch schiereiland, Saoedi-Arabië, Qatar, Bahrein, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, met hier vooral Dubai en Abu Dhabi.

Op Koranscholen gangbare salafisme is ketterij

Het is hierbij totaal verkeerd zich alleen te focussen op Saoedi-Arabië, hoe afschuwelijk die regering ook moge zijn. De buurlanden zijn geen haar beter en steunen al decennia wereldwijd dit salafisme door onder meer het financieren van die Koranscholen en het verspreiden van die sektarische vorm van islam. Het is de speerpunt van hun strategie.

Toen het salafisme op het Arabisch schiereiland vorm kreeg via de leer van imam Mohammed ibn Abdul Wahhab (1703-1792) werd hij door de overgrote meerderheid van de islamitische schriftgeleerden van die tijd gezien als een ketter. Driehonderd jaar later is deze stroming van een onbetekenend fenomeen uitgegroeid tot een grote kracht in de islam. In essentie dankzij de oliegelden van die heersers op het Arabisch schiereiland.

Ogen dichtgeknepen

In het Westen heeft men voor die ontwikkeling steeds de ogen dichtgeknepen. De Britten steunden de politiek gelieerde Moslimbroeders vanaf hun ontstaan en doen dat nog steeds. Zelfs Al Qaida kan daar, zij het onder een andere naam, openlijk opereren.

Kind onthoofd man - Khaled ibn al Waleed Brigade - Najaar 2012 - Homs
De Koranschool Syrische versie. Een foto van het nu door Al Qaida opgeslorpte Khaled ibn al Walleed Bataljon waarbij men op de foto dit kind de waarden van het salafisme leert. Deze groep was een der eerste gewapende bendes die vocht tegen het Syrische leger in de provincie Homs en vooral rond de stad al Rastan. Ze ontstond al in 2011 toen figuren als Rik Coolsaet hen de hemel in prezen als ‘idealisten.’ Een van hun kindsoldaten zou volgens Wikipedia zelfs twee onthoofdingen hebben gedaan. Mogelijks is dit een scene uit dit luguber verhaal. Idealisten dus.

En hier en elders in de wereld liet men betijen. Waarom? De daar heersende families hebben nu eenmaal enorme zakken vol geld waarmee ze hier wapenfabrieken recht houden en dollars rondstrooien als zou het confetti zijn.

Europese steun voor de ‘helden’

Ondertussen ondermijnen de Saoedi’s en hun buren op die wijze wereldwijd allerlei landen, van de Filipijnen tot Mali en West-Europa. De EU laat betijen en organiseerde zelfs mee de door de Moslimbroeders en al Qaida geleide opstanden in Syrië, Egypte, Libië en Jemen. De vernielde staat van landen als Jemen, Libië en Syrië zijn er getuige van.

http://www.novini.nl/bin-laden-is-dood-maar-al-qaida-nog-springlevend/

Maar neen, men geeft ze zelfs nog steeds wapens, Al Qaida schiet in Jemen met wapens uit o.m. België terwijl ISIS in Jemen het doet met door de VS in Servië voor hen aangekochte mortieren. Toen men enkele jaren geleden in Algerije een onderzoek deed naar de verspreiding van religieuze boeken bleken die allemaal te komen uit Saoedi-Arabië.

http://www.novini.nl/islamitische-staat-breidt-activiteiten-uit-op-diverse-continenten/

Jorn De Cock

En dan was men in Algiers verrast dat lokale terreurbewegingen als het Front Islamique du Salut (FIS) op zeker ogenblik zelfs dreigden de staat over te nemen. Hetzelfde hier waar Jorn De Cock, de correspondent van De Standaard voor het Midden-Oosten, naar hij zelf stelde opleiding gaf aan die opstandelingen in Syrië. Dit terwijl zijn vrouw werkte in Qatar, de mogelijk grootste financier van al Qaida, om zo de opstand in Libië aan te vuren.

In zijn boek ‘De Arabische Lente’,(1) hemelde Jorn De Cock trouwens de Libische terrorist Abdel Hakim Belhaj, man van al Qaida en Qatar, op als een soort van nieuwe democraat, een jongen die alleen goed wil doen. Qatar zal tevreden geweest zijn over dit boek.

Corry Hancké

En toen journaliste Corry Hancké van diezelfde krant in 2014 naar de Krim trok, was haar gesprekspartner over de problemen van de Krimtataren de lokale topman van Hizb ut Tahrir, een o.m. in Duitsland verboden salafistische internationaal gestructureerde terreurgroep. Deze kan wel nog steeds in België legaal opereren. Men laat begaan.

Mohammed ibn Abdul Wahhab - 1
Mohammed ibn Abdul Wahhab leefde van 1703 tot 1792 in de provincie Najd waar nu de Saoedische hoofdstad Riaad gelegen is. Hun macht komt voort uit de alliantie die hij in 1744 sloot met Muhammed ibn Saoed, patriarch van de familie al Saoed. Zijn theorieën zijn een verdere uitwerking van wat men de Hanbali school van islamitische wet noemt. Een visie op de islam die in dit toen afgelegen gebied populair was maar die in de ontwikkelde gebieden van de islam als ketters werd gezien. Het is naar hem dat het wahhabisme wordt genoemd. Zijn volgelingen spreken echter van het salafisme.

En voor figuren als emeritus professor Rik Coolsaet, Koert Debeuf, Guy Van Vlierden en Montasser Alde’ emeh waren het idealisten die streden voor een betere maatschappij tegen de dictatuur van het ‘monster’ Bashar al Assad.

Zelfs Pax Christi deed vlijtig mee met deze in wezen christenvervolging. Hetzelfde natuurlijk voor onze politici, behoudens dan na verloop van tijd Filip Dewinter en zijn fractie binnen het Vlaams Belang. De VRT gaf deze salafistische terroristen zelfs een vrije tribune tijdens hun actie voor (sic) steun aan Syrië van 14 oktober 2013.

Ironisch dat NRC bericht over Koranscholen

Men kan het zelfs ironisch noemen dat juist de NRC, de Nederlandse krant, samen met Nieuwsuur van de Nederlandse televisie, dit verhaal over de Koranscholen uitbrachten. Ironisch want het is toch de NRC die al straks een decennium die salafistische opstanden in het Midden-Oosten steunt.

In Nederland zijn het voor de NRC ongewensten en staatsgevaarlijke typetjes die men niet hard genoeg kan bestrijden. In Syrië zijn het voor dit blad helden die men moet steunen, de toekomst van het land. De hypocrisie van die NRC ten volle.

Salafisme Koranscholen aanpakken met racismewetgeving

Wil men dit probleem effectief aanpakken dan dringen zich dan ook een aantal maatregelen op. Zo dienen de relaties met die landen van het Arabisch schiereiland op een laag pitje gezet te worden. Ze voeren immers een ons vijandig gezinde politiek. Het verlagen van onze diplomatieke vertegenwoordiging tot het niveau van zaakgelastigde is een mogelijkheid.

Verder dienen wij hen allen, en niet alleen de familie al Saoed, ook op andere vlakken publiek de wacht aanzeggen. Dat in Qatar de wereldbeker voetbal gaat plaatsgrijpen is gewoon een regelrechte schande die toont hoe corrupt die relaties zijn. Misschien kunnen onze regeringen die beweren begaan te zijn met de mensenrechten ter gelegenheid van die wereldbeker voetbal Qatar in het publiek aanklagen. Wedden dat ze zwijgen?

Verbieden salafistische literatuur moet geen probleem zijn

Nu rijden er in onze wielerwedstrijden door Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten gesponsorde ploegen mee. Dat kan toch niet. Verder kan men het salafisme heel gemakkelijk beschouwen als racistisch. Het is immers wij de goeden versus de anderen die men zelfs moet onthoofden. Veel racistischer kan men toch niet gaan. Het verbieden van dat soort boeken en literatuur moet dus geen probleem zijn.

Er is natuurlijk de vrijheid van meningsuiting maar die is nooit absoluut geweest. Lasterlijke uitingen, het ontkennen van de holocaust en racisme, wat in wezen laster is, zijn door de wet expliciet verboden met al meerdere veroordelingen tot gevolg. Men hoeft hier niet de terrorismewetgeving pogen toe te passen want dat zal juridisch moeilijk liggen. Immers niet alle salafisten zijn ook terroristen. Salafisme is er gewoon wel een voedingsbodem voor.

Abdel Rahman Ayachi
Abdelrahman Ayachi (links), zoon van Bassam Ayachi, de peetvader van het Molenbeekse salafisme, sneuvelde in 2013 in Syrië en zit dus nu bij zijn 40 of zo maagden te neuken. Hij kreeg in Brussel in eerste aanleg 8 jaar effectieve celstraf en in beroep werd dat 4 jaar. Dit voor terreurdaden in Irak. In 2012 was hij desondanks gids en tolk voor de propagandaverhalen van Rudi Vranckx van de VRT. De Vlaamse belastingbetaler financierde dus deze terrorist. Tijdens de zogenaamd (sic) humanitaire actie van de VRT voor Syrië kreeg hij van Vranckx op tv een vrij tribune om uit te leggen wat er in Syrië exact aan de hand was. Echt humanitair dus.

En diegenen die dat soort praatjes verspreiden, via Koranscholen of anderszins, kan men dan ook zo gewoon om reden van racisme voor de rechter slepen, veroordelen en desnoods uit het land zetten. Verder lijkt het raadzaam om via allerlei avondleergangen het gemakkelijker te maken om het Arabisch te leren.

Tijd om terug te slaan met alternatieven voor Koranscholen

Veel ouders uit de Arabische wereld willen immers dat hun kinderen hun taal, hun erfgoed, ook kennen. Dat moet men respecteren. Veel kinderen volgen die Koranlessen immers om zo het Arabisch te leren. Gratis Arabisch kunnen leren is een lokmiddel van die salafisten.

Het onderwijzen van het Arabisch makkelijker maken zal die kinderen immers weghouden van die Koranscholen waar men gratis onderwijs kan volgen en die racistische literatuur er zo bijkrijgt. De emirs en koningen uit die regio betalen immers alles dankzij die te dure olie. Ook moet men in het onderwijs en de media meer tegengas geven. Wat figuren als Rik Coolsaet, Jorn De Cock en anderen in de media deden was schandelijk.

Salafisme is geen ‘pure islam’

Stellen dat het salafisme teruggaat tot de zogenaamde pure islam, het prille begin van deze religie, zoals velen hier beweren, is onzin. Het salafisme, zeker in zijn huidige vorm, is geheel nieuw en heeft niets te maken met hoe bijvoorbeeld het kalifaat van de Oemmayaden, het eerste kalifaat na de dood van Mohammed, dit zagen. Zij leefden immers grotendeels in harmonie met de andere daar aanwezige godsdiensten.

Het overnemen door de regering van de door de Saoedi’s geleide Grote Moskee in Brussel was maar een eerste stap. Het ten gronde bestuderen van dit groot probleem en het nemen van de noodzakelijke drastische maatregelen moet volgen.

Wil men dit reëel salafistisch gevaar de kop indrukken dan zal alleen kordaat optreden helpen. Vanuit het Arabisch schiereiland is men al decennia bezig landen als Nederland en België aan het destabiliseren. Tijd om stevig terug te slaan.


Noten

1) Jorn De Cock, “Arabische Lente, een reis tussen revolutie en fatwa” De Bezige Bij, 2011.

Citaat op pagina 319: “Belhaj had weliswaar nooit een lidkaart van al Qaeda gehad, maar in de gevangenisjaren legde hij wel zijn mantel van streng orthodoxe salafist af. ‘Libië is een gematigd moslimland’, zei hij begin september. ‘We willen een beschaafd land zijn dat wordt geregeerd als een rechtstaat, wat ons onder Khadaffi werd ontzegd. Over de religieuze identiteit van het land moeten de burgers zich uitspreken.”

Die lidkaart van al Qaeda, wie zou die hebben? Abdel Hakim Belhaj werd na de machtsovername in Libië het hoofd van de militaire raad voor de hoofdstad Tripoli. Hij poogde ook via de al Wattan Partij die gelieerd was aan de Moslimbroederschap, Qatar en al Qaeda, verkozen te geraken. Bij de verkiezingen haalde de partij echter geen enkele zetel.

Volgens een serie bronnen was hij ook betrokken bij een aantal moordaanslagen in buurland Tunesië waaronder die op Chokri Belaid en Mohamed Brahmi, tegenstanders van het salafisme,. Dit gebeurde in samenwerking met Ansar al Sharia, de Tunesische tak van het salafisme. Volgens Tunesische onderzoekers was het de bedoeling een kalifaat op te richten voor Noord-Afrika.

Posted on

‘Handelsoorlog VS-China duurt nog minstens 20 jaar’

Jack Ma

Jack Ma, een van de meest succesvolle en wereldwijd meest bekende Chinese ondernemers heeft over de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China onlangs een duistere prognose afgegeven.

De oprichter van het Chinese internetplatform Alibaba zei dat de handelsoorlog tussen de beide landen nog meer dan 20 jaar zou kunnen voortduren. Zoals de self made miljardair het ziet, ijveren de twee grootste economieën van de wereld om de mondiale suprematie. Ma gaat er van uit dat deze strijd ook met het einde van het presidentschap van Donald Trump niet zal eindigen.

Importheffingen

De waarschuwing van de Chinese zakenman kwam op het moment dat het conflict tussen de beide grootmachten zich verder toespitste. Trump kondigde de invoering van importheffingen op Chinese import ter waarde van 200 miljard Amerikaanse dollar aan. Met deze stap zal de helft van de totale Amerikaanse import uit China aan importheffingen onderhevig zijn. In eerste instantie geldt vanaf 24 september een heffing van tien procent voor de geselecteerde Chinese goederen die in de VS ingevoerd worden. Mocht Peking in de strijd niet toegeven dan zou begin komend jaar de heffing naar 25 procent stijgen. In het geval dat China ervoor kiest vergelding te zoeken door er heffingen tegenover te stellen – zoals voor de hand ligt – heeft Trump een derde fase aangekondigd. Deze zou dan zonder uitzondering alle Amerikaanse import uit China treffen.

Vorige maand had de Amerikaanse president reeds importheffingen van 25 procent op de import van staal en tien procent op aluminium ingevoerd. Daar bovenop voerde Trump een extra afdracht van 25 procent op Chinese goederenleveringen naar de VS ter waarde van 50 miljard dollar in. In reactie daarop heeft de Chinese leiding heffingen op Amerikaanse goederen van vergelijkbare omvang ingesteld.

Oneerlijke handelspraktijken

De Amerikaanse president verdedigt zijn beleid door te stellen dat hij wil bereiken dat China de eigen markt sterker opent, investeringsbelemmeringen voor buitenlandse bedrijven wegneemt en tegen de diefstal van technologie optreedt. “Maandenland hebben we er bij China op aangedrongen deze oneerlijke handelspraktijken te veranderen en Amerikaanse bedrijven eerlijk te behandelen”, aldus Trump.

De leiding in Peking lijkt tot nu toe echter geen krimp te geven. De voortekenen wijzen eerder op escalatie. Als antwoord op de nieuw ingevoerde Amerikaanse heffingen, kondigde het Chinese ministerie van Handel aan van zijn kant additionele heffingen op Amerikaanse goederen van 60 miljard dollar in te stellen. Ondertussen wordt in Peking nog over een geheel andere mogelijkheid om de VS te straffen nagedacht. Diverse media melden namelijk dat de Chinese leiding de invoerheffingen voor belangrijke andere handelspartners wil verlagen.

De Chinese invoer beliep vorig jaar zo’n 130 miljard dollar. 40 procent van deze invoer was onderhevig aan importheffingen. Met de aangekondigde tegenmaatregelen van China zal het aandeel stijgen naar 85 procent. Voor verdere uitbreiding is dus weinig ruimte. China zal bij verdere escalatie dus bestaande heffingen verder op moeten schroeven of naar zogenaamde non-tarifaire handelsbelemmeringen moeten grijpen. Daaronder valt bijvoorbeeld de invoering van voorschriften of technische maatstaven die buitenlandse aanbieders van de binnenlandse markt moeten weren.

Uitblijvende hervormingen

Intussen neemt ook vanuit Europa de druk op China toe. Veel bedrijven uit EU-landen delen de Amerikaanse kritiek op het gebrek aan bereidheid tot hervormingen bij de Chinese leiding. Peking heeft weliswaar veranderingen aangekondigd, maar onder Europese investeerders die in China actief zijn, neemt de frustratie over uitblijvende hervormingen toe, zo komt naar voren uit een onderzoek van Roland Berger consultancy onder 1600 Europese bedrijven die in China actief zijn. Ruim de helft van de ondervraagden uitte de vrees dat in de komende jaren de administratieve belemmeringen en regulering in China toe zullen nemen. 62 procent van de ondervraagden bekritiseren dat Chinese bedrijven betere toegang hebben tot Europese markten dan Europese bedrijven tot de Chinese markt.

Ook de Handelskamer van de Europese Unie in Peking lijkt de kritiek van Trump te delen, deze noemt China “een van de meest restrictieve economieën ter wereld, ver achter de meeste newly industrialized countries”. De confrontatiegerichte koers van de Amerikaanse regering lijkt echter althans voor de afzienbare toekomst de problemen alleen maar te verergeren.

Posted on

Hoe Noord-Korea de wereld ziet

Noord-Koreaanse posters van kernbommen op Washington, aankondigingen over nucleaire proeven en raketlanceringen verschijnen van tijd tot tijd op onze televisieschermen. Vanaf komende zondag brengt de Amerikaanse president Donald Trump een bezoek aan niet alleen Zuid-Korea, maar ook Japan, China en Zuidoost-Azië. Toch zal vooral de spanning rond Noord-Korea Trumps Azië-reis domineren. Maar hoe kijkt de Noord-Koreaanse regering eigenlijk aan tegen de spanning in de regio en in de relatie met de VS? En hoe ziet Noord-Korea zijn kernwapenprogramma?

De recente rede van Noord-Koreas minister van buitenlandse zaken op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties geeft een zeldzame mogelijkheid verder te kijken dan de schijnbaar groteske woordenstroom van en over Noord-Korea. De rede gaf een inkijkje in hoe de Democratische Volksrepubliek de wereld en haar kernwapenprogramma ziet.

War deterrent

In het kader van de Algemene Vergadering van de VN heeft Noord-Korea, net als alle andere lidstaten van de VN, een uiteenzetting gegeven van een aantal punten die voor het land belangrijk zijn. De speech van de Noord-Koreaanse minister Ri Yong Ho focuste vooral op wat het land, naar eigen zeggen, heeft bewogen een kernwapenprogramma te starten.

De rede van de minister van Buitenlandse Zaken werd geopend door een aantal verwijten aan de Verenigde Staten. Noord-Korea wijst erop dat de VS gedurende de Korea-oorlog nucleaire wapens dreigde in te zetten en later ook nucleaire wapens stationeerde op het Koreaanse schiereiland. Evenzeer ervaart het land een dreiging door militaire oefeningen tijdens en na de Koude Oorlog. “Onze nationale nucleaire strijdkrachten”, stelt Ri, “zijn voor alle voornemens en doeleinden een oorlogsafschrikkingsmiddel en om een einde te maken aan de nucleaire dreiging van de VS en het voorkomen van haar militaire invasie.” Waarbij het doel van de Democratische Volksrepubliek is om een krachtsbalans te bereiken met de VS.

Veiligheidsraad dient belangen van haar permanente leden

Naast de VS bekritiseert Ri de VN-Veiligheidsraad. Ri stelt dat de Veiligheidsraad (VNVR) alleen handelt in het belang van haar permanente leden. “Het is voornamelijk gerelateerd aan de ondemocratische praktijk van de VN-Veiligheidsraad”, zegt Ri: “Een enkel permanent lid kan de algemene wil van 190 VN-lidstaten vetoën.” Ri Yong-ho noemt een drietal voorbeelden van VNVR-resoluties waardoor Noord-Korea zich oneerlijk en onterecht behandeld voelt. Allereerst ervaart de Democratische Volksrepubliek een dubbele standaard wat betreft het lanceren van satellieten, ‘in overtreding van het vreedzaam gebruik van de ruimte door een soevereine staat.’

Daarnaast beschouwt Noord-Korea de resolutie die Noord-Korea verbiedt nucleaire proeven te houden als illegaal en vindt dat er met twee maten wordt gemeten. Ri Yong-ho wijst er in zijn rede op dat de internationale wet over het verbieden van nucleaire wapens nog niet van kracht is en dat er andere landen zijn die veel meer tests hebben uitgevoerd.

Als derde en laatste punt wordt aangehaald dat de VNVR de ontwikkeling van nucleaire wapens door Noord-Korea als een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid duidt. Noord-Korea ziet dit als een overtreding van artikel 51 van het Handvest van de VN met betrekking tot de zelfverdediging van elk land.  Pyongyang neemt waar dat andere landen niet op de vingers zijn getikt voor het ontwikkelen van nucleaire wapens maar Noord-Korea nu wel.

Non-Proliferatie

Er wordt door de Democratische Volksrepubliek kritiek geuit op het Non-Proliferatieverdrag over kernwapens. “Artikel 10 van het Non-Proliferatieverdrag stipuleert dat elk lid het recht heeft zich van het verdrag te onttrekken als zijn belangen in gevaar zijn gebracht”, aldus Ri, “Dit artikel erkent dat de belangen van de staten boven het belang staan van nucleaire non-proliferatie.” Vanuit dit perspectief beschouwt de Democratische Volksrepubliek het ontwikkelen van een eigen kernwapenarsenaal als een zelf-verdedigingsmaatregel.

Betreffende het inzetten van haar nucleaire wapens zegt Ri dat Noord-Korea “preventieve handelingen zal ondernemen indien de VS en haar marine enig teken laten zien van het uitvoeren van een ‘onthoofdingsoperatie’ tegen ons hoofdkwartier, een militaire aanval tegen ons land.” De minister voegt hier aan toe: “We hebben echter niet de intentie om onze kernwapens in te zetten tegen landen die zich niet aansluiten bij militaire acties tegen de Democratische Volksrepubliek Korea.”

Sancties

Een laatste punt betreft de sancties die o.a. de VS hebben ingesteld tegen Noord-Korea ‘vanaf de eerste dag van haar bestaan’. Ri zegt in zijn rede dat Noord-Korea zichzelf heeft moeten ontwikkelen gebukt onder de zwaarste sancties ter wereld. De minister geeft aan dat er momenteel een onderzoek wordt uitgevoerd naar de ‘fysieke en morele schade’ van deze sancties. “Wanneer dit palet aan sancties en druk een kritisch punt bereikt, en daarmee het Koreaanse schiereiland in een oncontroleerbare situatie drukt, dan hebben de onderzoeksresultaten [van dit onderzoekscomité] een enorme invloed op het verantwoordelijk houden [van degenen die de sancties hebben ingesteld].” Bij dit laatste punt moet worden genoemd dat Ri dit in de opbouw van zijn speech los van de inzet van kernwapens noemt. De laatste paar zinnen van zijn rede wijdt Ri aan een steunwoord voor Venezuela, Syrië en Cuba.

Speech in vogelvlucht

Samenvattend brengt de Noord-Koreaanse minister Ri het volgende ter sprake: Noord-Korea ervaart een sterke dreiging van de VS, o.a. door haar militaire oefeningen en het stationeren van kernwapens. In de VN-Veiligheidsraad heeft het land geen vertrouwen aangezien het de resoluties van de Veiligheidsraad als vooringenomen beschouwt. Ook in een Non-Proliferatieverdrag ziet de Democratische Volksrepubliek geen bescherming, omdat landen daar uit kunnen stappen. Vanuit deze optiek achtte Noord-Korea het aangewezen kernwapens te verkrijgen om nucleaire pariteit met de VS te bereiken.


Noot: De Engelse vertaling van de toespraak die is gebruikt is voor het schrijven van dit artikel bevat een aantal grammaticale fouten en is daardoor niet op alle momenten even duidelijk.

De volledige rede, inclusief vertaling, kan hier worden bekeken:

Posted on

Waarom Amerika IS in Afghanistan in stand houdt

In Afghanistan is veel te doen over ongekenmerkte militaire helikopters die IS Khorasan assisteren met bevoorrading en transport van strijders. Er bestaat een sterk vermoeden dat de Verenigde Staten er achter zitten.

Doordat Amerikaanse en andere westerse troepen in het land, en onder invloed van de Amerikanen ook het Afghaanse leger, zich vooral richten op het bestrijden van de Taliban, heeft ‘Islamitische Staat’ stevig voet aan de grond kunnen krijgen in Afghanistan. De IS-tak in het land noemt zich ‘IS Khorasan’, naar een historische staatkundige eenheid die delen van Afghanistan, maar ook van diverse andere Centraal-Aziatische landen omspant.

Het vermoeden dat het om Amerikaanse helikopters gaat ligt voor de hand, omdat de Amerikanen nog altijd militair aanwezig zijn in het land. De Amerikanen frustreren al enige tijd iedere poging tot vredesonderhandelingen tussen de regering in Kaboel en (delen van) de Taliban, door op cruciale momenten Taliban-leiders uit te schakelen. Door kort voor besprekingen een Taliban-leider die tot onderhandelingen bereid is te elimineren, werken de Amerikanen in de hand dat de volgende Taliban-leider minder geneigd is tot gesprekken.

Door IS in stand te houden en onderhandelingen tussen de regering in Kaboel en de Taliban te frustreren, houden de VS Afghanistan instabiel. Om te begrijpen welk belang de VS daar bij hebben, moeten we naar de bredere regio kijken.

Een blik op de kaart van Eurazië laat een steppe- en woestijnzone zien die zich uitstrekt van Mantsjoerije in het oosten tot de Kaspische Zee in het westen. Zowel Rusland als China hebben historisch veel te kampen gehad met Mongoolse en Turkse volkeren uit deze contreien. Inmiddels werken Rusland en China er samen echter al enkele jaren aan om deze zone te bestendigen om zo een vreedzaam continent te creëren, waarin meer mogelijkheden ontstaan om economische potentiëlen aan te boren. Zo is Centraal-Azië rijk aan delfstoffen en een belangrijke doorgangsroute voor de Nieuwe Zijderoute richting Europa.

Centraal-Aziatische landen als Kazachstan, Tadzjikistan, Oezbekistan en Kirgizië doen allemaal mee in de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO) en recent zijn ook India en Pakistan toegetreden. Iran wil zich ook bij de SSO aansluiten en zelfs Mongolië zoekt inmiddels aansluiting. Daarmee zou – afgezien van geval apart Turkmenistan – een gigantische aaneengesloten landmassa ontstaan waarin vrede en veiligheid heersen en men zich zodoende kan richten op het ontplooien van economische potentiëlen die nog maar weinig benut worden.

De Verenigde Staten, die sommige van hun plannen gedwarsboomd zien door een meer assertieve rol van Rusland en China op het wereldtoneel, en die vrezen voor de aanhoudende economische opkomst van met name China, willen deze bestendiging van het Euraziatische continent waar mogelijk verstoren.

Amerikaanse activiteiten aan de Oost-Aziatische kant van Eurazië om bevroren conflicten zoals dat op het Koreaanse schiereiland en dat in de Zuid-Chinese Zee op te porren, zijn hinderlijk voor China. Maar de Volksrepubliek rekent al langere tijd met het gegeven dat de Amerikanen een snoer van landen in Oost-Azië – van Zuid-Korea tot Vietnam – aaneen hebben geregen, waarmee China’s toegang tot de open zee potentieel in gevaar is. Weliswaar hebben de Filipijnen en Maleisië dit stramien recent enigszins doorbroken, maar China denkt op de lange termijn en had dus al corridors gecreëerd om voor haar buitenlandse handel niet te sterk afhankelijk te zijn van de doorgang door de straat van Malakka. Zo legden de Chinezen infrastructuur aan in Burma en in Pakistan, zoals de haven van Gwadar, die toegang geeft tot de Arabische Zee.

Afghanistan is echter ideaal gepositioneerd om de bestendiging van Eurazië te verstoren. Zo werkt IS Khorasan samen met de Islamitische Beweging van Oezbekistan en andere islamisten in Tadzjikistan en Kirgizïe, waarmee de kleine Centraal-Aziatische landen te destabiliseren zijn. Ook het Oeigoerse separatisme in China is wat dat aangaat een middel waarvan de Amerikanen goed gebruik kunnen maken.

IS Khorasan heeft ook partners in Pakistan. Grensregio’s als Beloetsjistan zijn al instabiel en islamisten aan weerszijden van de grens kunnen daar gebruik van maken. En als Pakistan gedestabiliseerd zou worden, heeft China niets meer aan de haven van Gwadar. Het hele punt is namelijk dat China van daaruit goederen verder door Pakistan naar China kan transporteren en vice versa.

Maar ook als IS voorlopig vooral nog in Afghanistan actief is en de Centraal-Aziatische staten en Pakistan niet gedestabiliseerd worden, hangt de dreiging dat dit kan gebeuren nog wel boven de markt, zolang er in Afghanistan geen vrede bereikt wordt en IS zijn macht daar verder uit kan breiden.

China en Rusland willen begrijpelijkerwijs het nodige doen om vredesonderhandelingen tussen de Afghaanse regering en de Taliban te stimuleren, niet alleen het land zelf maar de hele regio zou daar baat bij hebben. De Amerikanen spreiden hun kansen door enerzijds die vredesonderhandelingen te blijven frustreren en anderzijds IS in stand te houden voor het geval Kaboel en de Taliban op enig moment toch tot een vergelijk mochten komen.

Posted on

Indonesische minister van Defensie: “Minstens 1200 IS-strijders op Filipijnen”

De Filipijnen dreigen een belangrijk nieuwe operatiegebied van ‘Islamitische Staat’ (IS) te worden. Volgens de Indonesische minister van Defensie Ryamizard Ryacudu zijn er minstens 1200 IS-strijders op de Filipijnen.

Dat stelde de minister op de Aziatische Veiligheidstop (Shangri-La-Dialoog) in Singapore. Generaal b.d. Ryacudu benadrukte in dit verband het gevaar dat van buitenlandse terroristen uitgaat en sprak van de noodzaak van wereldwijde terrorismebestrijding.

De Filipijnse regering houdt de inschatting van Indonesië schijnbaar voor overdreven. De Filipijnse staatssecretaris van Defensie Ricardo David verklaarde dat het aantal van 1200 IS-strijders voor hem nieuw was. De Filipijnse regering zou uitgaan van 250 à 400 IS-terroristen.

De Filipijnen kwamen de laatste weken internationaal in het nieuws, nadat IS-strijders zich in de stad Marawi op het eiland Mindanao ingegraven hadden. De regering zet inmiddels ook de luchtmacht in. Bij de schermutselingen met regeringstroepen zouden tot nu toe 177 dodelijke slachtoffers gevallen zijn, waaronder 120 terroristen. In het centrum van de stad van circa 200.000 inwoners zouden zich nog zo’n 50 IS-strijders verschanst hebben.

Posted on

Van Manchester naar Tripoli – J’Accuse

Voor de zoveelste maal sloegen salafistische terreurgroepen toe in Europa. De in het Verenigd Koninkrijk geboren 22-jarige Salman Abedi pleegde dinsdag een zelfmoordaanslag op de met kinderen en jongeren gevulde Manchester Arena. Het resultaat: 22 doden, waaronder een kind van 8 jaar, en tientallen gewonden.

Gelijktijdig pleegden andere gelijkaardige terroristen dinsdag en woensdag een aanslag in de Indonesische hoofdstad Jakarta en viel een aan ISIS gelieerde terreurgroep Marawi, een provinciehoofdstad op het Filipijnse eiland Mindanao, aan goed voor meer dan 200.000 inwoners.

En dan waren er diezelfde dag bomaanslagen in de Syrische stad Homs en in een voorstad van Damascus. Alsmede een in Mogadishu, hoofdstad van Somalië. En uiteraard is dit maar een kleine greep uit de vele terreuraanvallen die de voorbije drie dagen gepleegd werden door groepen verbonden aan dit islamitische fascisme.

Men wist wat hij deed

En wat blijkt nu? Salman Abedi komt uit een gezin dat zacht uitgedrukt ruikt naar het salafisme. Zijn vader Ramadan Abedi ontvluchtte naar Manchester het Libië van Kadhaffi want hij was zo te zien een salafist. Men beschuldigde hem trouwens van lidmaatschap van de Islamitische Strijdgroep, de lokale afdeling van al Qaida.

En deze link met het salafisme blijkt eveneens uit zijn huidige functie. Hij is namelijk het administratief hoofd van de Centrale Veiligheidsdienst in de hoofdstad Tripoli. En dat is een salafistisch nest. Wat gezien zijn functie ook betekent dat vader Abedi voor de Britten een gekende figuur was.

De steun van het Westen voor salafistische terreurgroepen in de wereld veroorzaakte in Manchester 22 doden, vooral jongeren en kinderen.

Ook de twee andere broers blijken zo te horen uit het zelfde extremistische en gewelddadige hout gesneden. Met andere woorden: Het Westen bracht hen en hun salafistische vrienden in Libië aan de macht en krijgt in Manchester en elders nu de gepeperde rekening aangeboden.

Bovendien blijkt nu uit een verklaring van de Franse minister van Binnenlandse Zaken Gerard Collomb dat de Franse veiligheidsdiensten hem kenden en wisten van zijn sympathie voor ISIS en zijn reisjes naar Libië en Syrië. Wat sterk doet vermoeden dat ook de Britten daar weet van hadden. Want die spionagediensten stellen toch dat ze rond deze kwestie innig samenwerken.

Amerikaanse veiligheidsdiensten

En uit een verhaal vandaag in de Londense krant The Times (1) blijkt dat de Britse veiligheidsdiensten al vijf jaar terug door meerdere personen gewaarschuwde waren over zijn liefde voor gewelddadig extremisme.

En die krant maakt, samen met o.m. het persbureau Reuters, melding van een zware ruzie over de zaak met de Amerikaanse veiligheidsdiensten. Volgens Londen lekten zij allerlei details en foto’s over de zaak aan The New York Times – de lieveling van de CIA – wat het onderzoek zwaar hypothekeerde.

Salman Abedi kreeg thuis het salafisme met de paplepel opgediend. Al vijf jaar terug waarschuwden mensen de Britse veiligheidsdiensten voor zijn liefde voor salafistisch geweld. En de Britse regering liet gewoon betijen. Wat is er nodig om binnen de Britse regering en veiligheidsdiensten koppen te doen rollen? Ach, de slachtoffers zijn toch maar gewone lieden.

De Britse premier Theresa May, die vandaag Donald Trump in Brussel ontmoet, ging naar eigen zeggen de zaak met hem ook bespreken. Waarom die lekken? Wou men mensen de tijd geven om zich in veiligheid te brengen? Waarschijnlijk.

Moet men dan verbaasd zijn dat velen die wat dieper in dit dossier kijken – en wakkere burgers moeten dat doen – het idee krijgen dat alles gewoon opgezet spel is. Dat onze veiligheidsdiensten hem gewoon zijn gang lieten gaan. Welke andere conclusie moet men dan misschien trekken? Of is het algehele incompetentie? Moeilijk te geloven.

Bovendien is het een feit dat het Westen door president Moeammar Kadhaffi te laten vermoorden ze ginds uitschot van de ergste soort aan de macht brachten. Dat ze massamoord pleegden en een relatief goed bestuurde natie vernielden. En bovendien de stroom veelal economische vluchtelingen uit Afrika zo hielpen aanzwengelen.

Woordvoerders van al Qaida

Maar wat moet een simpele burger denken als we zien dat Reem Maghribi, de echtgenote van Jorn De Cock, de man die voor de krant De Standaard de Libische oorlog versloeg, vanuit Qatar, toch een financier van al Qaida, die salafistische revolte via het internet aanwakkerde.

Met andere woorden: De Standaard en met uitbreiding de rest van onze media, steunden voluit dit gespuis, dit crapuul. Hun zoveelste stortvloed van tranen naar aanleiding van die slachtpartij in Manchester is dan ook om kotsmisselijk van te worden. Hun gedrag is gewoon wraakroepend.

Vader Ramadan Hashemi, man van de Libische tak van al Qaida. Eerst ontkende hij dat zijn zoon dat zou gedaan hebben want hij is, zegde vader, een tegenstander van geweld. Gans de zaak toont nogmaals de innige samenwerking van het Westen met al Qaida.

Wanneer worden die heren en dames die zich journalist noemen ter verantwoording geroepen? En wanneer worden de politici zoals een Nicolas Sarkozy, Barack Obama en hier Yves Leterme, Di Rupo en Charles Michel op hun daden afgerekend? Zij hebben wel niet die bom geplaatst in die Manchester Arena – het zijn heren en dames met standing – maar hebben het door hun beleid mogelijk gemaakt.

Zij zijn dan ook in wezen even schuldig als die extremist die zich daar opblies. Toen ons parlement over Libië die fatale beslissing nam om mee te bombarderen heeft geen enkele fractieleider in het federaal parlement daar enig bezwaar over geuit. Iedereen wou zo snel mogelijk en blind een dubieus figuur als Nicolas Sarkozy achterna lopen.

Politieke nullen

Geen enkele van de vele politici in dat parlement vroeg wat onze ambassadeur – die tegen was – daarover dacht. Neen, zij hadden de verhalen van Jorn De Cock gelezen en dat was voldoende. En tot heden heeft niemand zich hiervoor publiek verontschuldigd. Grof gewoon. Moeten we dan verschieten dat mensen neerkijken op de politiek?

Van Groen tot het Vlaams Belang allemaal trapten ze in de leugens van o.a. een Jorn De Cock over een massamoord die dreigde in de stad Benghazi en die moest gestopt worden. Wat echter in wezen vooral een door de Fransen georkestreerde opstand van de Libische Islamitische Strijdgroep (al Qaeda) en de Moslimbroeders was, werd in onze kranten voorgesteld als een gigantische volksopstand. Een leugen die men nadien nog eens overdeed in Syrië.

Ook de eveneens gearresteerde broer Hashem Abedi is een man van het geweld zoals blijkt uit deze foto. Hij en zijn vader zijn gevangen gezet in Libië. Vermoedelijk pure schijn om zo de reputatie van die salafistische regering die Tripoli beheerst wat op te poetsen.

Neen, Salman Abedi was een massamoordenaar maar hij kon dit maar doen dankzij de steun van westerse regeringen die alleen met woorden strijd voeren tegen die salafistische terreur.

Uiteindelijk geniet de Moslimbroederschap in het Verenigd Koninkrijk toch de steun van de Britse regering. Om van het recente meer dan wansmakelijk vertoon van de Amerikaanse president Donald Trump in Saoedi-Arabië, met Qatar de financier van die terreur, maar te zwijgen. Zelden zo’n grote komedie gezien.


1) The Times, 25 mei 2017, Fiona Hamilton e.a., ‘MI5 was warned about bomber Salman Abedi’s support of Islamists’.https://www.thetimes.co.uk/edition/news/mi5-was-warned-about-bomber-salman-abedi-s-support-of-islamists-6nrmtkmbk.

NASCHRIFT:

De Nederlandse journalist Harald Doornbos ontdekte een posting van vader Ramadan Abedi uit 2013 waarin hij zijn steun toezegde aan Jabhat al Nusra, de Syrische tak van al Qaeda. Zie de berichten van Doornbos op twitter.

Het zou ook interessant zijn om te weten op welke juridische gronden men vader Ramadan en zijn in Libië verblijvende zoon juist arresteerde. Was een gewon telefoontje vanuit Londen van MI6 genoeg? En dan is er de volgende vraag: Wie is baas in Tripoli?

Posted on

Duterte: EU, bemoei je met je eigen zaken en houd je geld maar!

De Filipijnse president Rodrigo Duterte doet weer van zich spreken, maar ditmaal niet vanwege zijn rigoureuze anti-drugsveldtocht. Duterte heeft namelijk demonstratief aangekondigd af te zien van een hulpkrediet van de Europese Unie van 250 miljoen euro.

De EU evenals verschillende ngo’s hadden Dutertes harde anti-drugsbeleid herhaaldelijk bekritiseerd en de president in dit verband van “mensenrechtenschendingen” beschuldigd. Met het afzien van de EU-lening trekt Duterte nu de consequenties waar de EU voor terugdeinsde. De EU gebruikt gelden vaak als hefboom om zaken af te dwingen bij derden, zogenaamde ‘soft power’, de Filipijnse president heeft nu volstrekt duidelijk gemaakt dat hij zich daar niet voor leent.

Na de verklaring deelden EU-functionarissen mee dat de Filipijnen geen verdere leningen aan zullen nemen. Duterte had zich al eerder afwijzend uitgelaten over de EU. Zo stelde hij dat de Europeanen “zich met hun eigen zaken moeten bemoeien”.

Hoewel Duterte door westerse regeringen en ngo’s bekritiseerd wordt, geniet hij in eigen land groot aanzien. Volgens een onafhankelijke peiling van Pulse Asia Research zijn 78 procent van de Filipijnen tevreden met zijn beleid. Bovendien vertrouwt 76 procent van de bevolking de president. Juist zijn rigoureuze campagne tegen drugsbendes geniet brede ondersteuning in alle lagen van de bevolking.

Posted on

Wat heeft Amerika met Kim Jong-un te maken? – Bondgenootschappen als transmissiebanden van oorlog

“Als China Noord-Korea niet oplost, dan zullen wij het doen”, zo waarschuwt president Donald Trump naar aanleiding van berichten dat Noord-Korea naast de ontwikkeling van intercontinentale raketten ook nieuwe kernproeven voor heeft.

China deelt een grens met Noord-Korea, Amerika niet. Hoezo is dit dan een probleem voor Amerika om “op te lossen”?  En waarom bouwt Noord-Korea een raket die de Stille Oceaan kan oversteken om Seattle of Los Angeles te treffen? Is Kim Jong-un gek?

Nee, hij richt zich op de Verenigde Staten, omdat die 28,500 soldaten aan zijn grens hebben gestationeerd. Als Amerikaanse marine-, raket- en grondtroepen zich niet in en rond het Koreaanse schiereiland bevonden, en als de VS niet per verdrag gebonden waren met Zuid-Korea tegen het noorden te vechten, dan zou er geen reden zijn voor Kim om raketten te bouwen om daarmee een verre supermacht te bedreigen die zijn naar binnen gerichte rijkje in de as zou kunnen leggen.

Het is zeer voordelig voor Seoul, maar is deze Amerikaanse garantie om een tweede Koreaanse oorlog te vechten, 64 jaar na de eerste, verstandig? Rusland, China en Japan hebben de vrijheid om te beslissen of en zo ja hoe ze reageren als er een oorlog uit mocht breken. Waarom heeft Amerika die vrijheid niet? Zou het niet beter zijn als ook de VS de volledige vrijheid hadden om te beslissen hoe ze reageren in het geval het noorden aanvalt?

Tijdens de oorlog tussen Rusland en Georgië in augustus 2008 besloot George W. Bush, ondanks John McCain, van oorlog af te zien. Als Georgië lid was geweest van de NAVO hadden we oog in oog gestaan met kernmacht Rusland.

En dat brengt ons bij het punt: De Verenigde Staten verkeren in toenemend gevaar om een half dozijn oorlogen in gesleept te worden, omdat we onszelf ertoe verplicht hebben te vechten voor een resem aan staten die niet of nauwelijks van betekenis zijn voor de vitale belangen van de VS.

Transmissiebanden van oorlog

Hoewel onze eerste president in zijn afscheidstoespraak zei dat we in buitengewone noodgevallen “vertrouwen in tijdelijke allianties” konden stellen, voegde hij daar aan toe: “Het is ons ware beleid om vrij te blijven van permanente bondgenootschappen met enig deel van de buitenlandse wereld.” Bondgenootschappen, zo meende Washington, zijn de transmissiebanden van oorlog. En toch heeft geen ander land in de geschiedenis zoveel oorlogsgaranties aan zo veel ‘bondgenoten’, op zo veel continenten, afgegeven als de Verenigde Staten.

Om verplichten tegenover de Baltische staten na te komen, hebben we Amerikaanse troepen naar de Russische grens verplaatst. Om te voorkomen dat China betwistte rotsen en riffen in de Zuid- en Oost-Chinese Zee claimt, is onze marine bereid ten oorlog te gaan – om de territoriale claims van Tokyo en Manila kracht bij te zetten.

Maar onze rijkste bondgenoten besteden stuk voor stuk minder aan defensie dan wij Amerikanen, en hebben allemaal handelsoverschotten te koste van Amerika. Neem Duitsland. Vorig jaar had Berlijn een handelsoverschot van 270 miljard dollar en gaf 1,2 procent van het BBP uit aan defensie. De Verenigde Staten had een goederenhandelstekort van 700 miljard dollar en gaf 3,6 procent van het BBP uit aan defensie. Angela Merkel denkt eerst aan Duitsland. Laat de Amerikanen onze defensie financieren, tegen de Russen aantreden en oorlogen in verre  landen voeren, denkt ze bij zichzelf; Duitsland zal zich meester maken van de wereldmarkten en van de Amerikaanse markt.

Japan en Zuid-Korea denken eender. Geen van beide komt in de buurt van het percentage van de BBP dat de VS aan defensie uitgeven. En beide landen hebben handelsoverschotten ten koste van Amerika. En toch verdedigen we ze.

President Trump mag onze bondgenoten dan intimideren en dreigen dat we dit niet eindeloos zullen verdragen. Maar dat zullen we wel, want Amerika’s elites leven voor het grote spel van de mondiale hegemonie.

Hoe zou een echt ‘America First’-buitenlands beleid er uit zien?

Het zou de vrijheid herstellen die de Verenigde Staten genoten gedurende de 150 jaar voor de NAVO, de vrijheid om te beslissen waar en wanneer we ten oorlog gaan. Amerikaanse bondgenoten zouden gewaarschuwd worden dat, hoewel we niet weglopen van de wereld, we ons wel onttrekken aan alle verdragsverplichtingen die van ons verlangen dat we ten oorlog gaan zodra er een schot valt.

Dit zou onze bondgenoten geweldig bij de les brengen. We zouden op kunnen houden met het geëmmer dat ze meer moeten uitgeven voor hun defensie. Ze zouden het voor zichzelf kunnen bepalen – en leven met de gevolgen ervan.

In het tijdperk van president Carter ontbonden we ons defensiepact met Taiwan. Taiwan heeft het overleefd en het geweldig gedaan. Als Duitsland, Japan en Zuid-Korea niet langer ervan verzekerd zouden zijn dat Amerika voor hen ten oorlog zou gaan, dan zouden ze alle drie nog eens goed naar hun defensie kijken. Het resultaat zou waarschijnlijk zijn dat ze hun defensie zouden versterken.

Maar als we niet beginnen om deze oorlogsgaranties in te trekken die we sinds de jaren ’40 hebben uitgedeeld, dan is de kans groot dat een van die garanties ons eerdaags een grote oorlog in trekt, waarna al deze bondsgenootschappen, voor zover we het overleven, op zullen lossen in ontgoocheling. Het is de hoogste tijd voor iets waar John Foster Dulles (minister van Buitenlandse Zaken onder president Dwight D. Eisenhower, red.) meer dan een halve eeuw geleden al toe opriep, een “pijnlijke heroverweging” van Amerika’s bondgenootschappen.

Posted on

Hoe lang houdt het Japans-Amerikaanse veiligheidspact nog stand?

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben de Verenigde Staten van Amerika een ferme greep op Japan. Recente politieke ontwikkelingen in Japan werken echter naar het geleidelijk losser maken van die greep toe.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft Japan onder Amerikaans bewind een democratische grondwet gekregen, waarin de macht van de keizer en zijn regering werd ingeperkt ten gunste van die van het parlement. Die grondwet verhindert ook dat Japan zijn strijdkrachten kan gebruiken voor andere doeleinden dan landsverdediging. Daarnaast hebben de VS en Japan een zogeheten veiligheidspact. De VS noch Japan heeft ooit een beroep op de ander gedaan in het kader van dat pact. Het is natuurlijk ook geen gelijkwaardig pact. Het meest merkbare gevolg ervan is dat de VS diverse militaire bases in Japan hebben, terwijl Japan voor de kosten daarvan opdraait. De nog altijd voortdurende stationering van Amerikaanse troepen in Japan is niet bepaald populair onder de bevolking. Zo zette op de onlangs in Japan gehouden top van de G7 de Japanse premier Shinzo Abe de Amerikaanse president Barack Obama nog in zijn hemd, door zijn misnoegen kenbaar te maken over de verkrachting en vermoording van een Japanse op het eiland Okinawa door een Amerikaanse huurling. Een diplomatieke faux pas die vooral voor binnenlandse consumptie bedoeld lijkt.

De G7-top vond overigens plaats nabij de Grote Schrijn van Ise. Hoewel de symboliek daarvan aan westerse waarnemers lijkt te ontsnappen, is ze niet zo subtiel dat het in Japan zelf zijn uitwerking zou missen. Die schrijn is gewijd aan de patroongodin van het Japanse keizerhuis en staat daarmee symbool voor het meer autoritaire, monarchistische Japan van voor de oorlog. Deze symboliek zal in ieder geval niet ontsnapt zijn aan Japanse nationalisten, met name georganiseerd in het Japanse Congres (Nippon Kaigi). De rechtse critici van Abe – geïnspireerd door de religieuze traditie van het sjintoïsme en het denken van de nationalistische schrijver Yukio Mishima – vinden hem, ondanks zijn sporadische retorische anti-amerikanisme, veelal te soft en in de praktijk eigenlijk een lakei van de Amerikanen.

Intussen werken partijgenoten van Abe echter naar verluidt achter de schermen wel aan een grondwetswijziging, waardoor artikel 9 gewijzigd wordt en de Japanse strijdkrachten niet meer uitsluitend defensief ingezet kunnen worden. De Amerikanen lijken dat te accepteren zolang Japan maar opdraait voor de kosten van de Amerikaanse legerbases op hun grondgebied. Het wederzijdse verdedigingspact zal dan ook nog wel een tijdje intact gelaten worden, zeker nu het conflict met China over een aantal minuscule eilandjes zo hoog opgespeeld wordt. Maar uiteindelijk zou ook dat pact onder druk kunnen komen te staan, doordat de Amerikaanse en Japanse belangen nu eenmaal uiteen lopen.

De Amerikaanse retoriek over ‘collectieve veiligheid’ en een ‘gelijkwaardig partnerschap’ kan intussen niet verhullen dat de VS Japan oogluikend toestaan het verdedigingsleger al meer toe te rusten voor meer offensieve oorlogvoering. De stormachtige manier waarop Japan daarmee bezig is, doet denken aan de schending van het Verdrag van Londen eind jaren dertig, toen Japan in hoog tempo vliegdekschepen en onderzeeboten bouwde. Die zoals bekend ingezet werden in de aanval op Pearl Harbor. Eventuele toekomstige Japanse agressie zal zich echter eerder op China of Rusland richten dan op Amerika.

Ondanks de Japanse herbewapening ligt het echter in de lijn der verwachting dat de Japanse invloed in de regio eerder af dan toe zal nemen. Het land lijdt immers onder een combinatie van factoren, zoals demografische krimp, economische stagnatie en een massieve staatsschuld. Zo zou Japan uiteindelijk wel eens een blok aan het been van de VS kunnen worden, waardoor het niet ondenkbaar is dat uiteindelijk de Amerikanen het pact zouden opzeggen om zo de handen vrij te hebben in de samenwerking met Korea, de ASEAN-landen en, wie weet, op enig moment zelfs China.

Posted on

Roekeloze haviken

Eerder deze week gingen kandidaten voor de Republikeinse nominatie voor het presidentschap van de Verenigde Staten op CNN in debat over buitenlands beleid en veiligheid. Wat vooral duidelijk werd, is dat de grootste kanshebbers zonder uitzondering roekeloze haviken zijn.

Sinds de neoconservatieven greep kregen op de Republikeinse partij, wordt deze in toenemende mate gekenmerkt door een losgeslagen en ronduit gevaarlijke kijk op buitenlandse bedreigingen en wat de gepaste reactie daarop zou zijn. Het debat van dinsdag werd gedomineerd door ISIS en het Midden-Oosten in het algemeen. Over andere delen van de wereld werd nauwelijks gesproken.

Vergeleken met de roekeloze stellingnames van hardliners als Rubio, Kasich, Christie en Fiorina, kunnen de standpunten van Cruz en Trump soms nog gematigd klinken. Maar ook zij zien er als het er op aan komt geen been in om op grote schaal oorlogsmisdaden te plegen om maar flink over te komen. Toen men bijvoorbeeld bij Cruz doorvroeg over zijn retoriek over tapijtbombardementen op ISIS, deinsde hij niet terug, maar bleef hij bij zijn standpunt dat in feite in zou houden dat tienduizenden burgers in door ISIS bezette Syrische steden om zouden komen door Amerikaanse bombardementen.

Het Duitse Wezel werd in 1945 door tapijtbombardementen in een maanlandschap veranderd.
Het Duitse Wezel werd in 1945 door tapijtbombardementen in een maanlandschap veranderd.

De hardliners lieten zich daarentegen voorstaan op standpunten die tot een direct conflict met Rusland zouden kunnen leiden, neem bijvoorbeeld het idee van een ‘no-fly-zone’ boven Syrië, maar wilden niet toegeven dat er ook een risico zou kunnen zitten aan dergelijke voorstellen. Eerder in het debat maakte Christie er een punt van om te zeggen dat het conflict met ISIS zoveel is als een Derde Wereldoorlog. Een herhaling van eerdere uitspraken die inhoudelijk weinig toevoegde, vooral een poging om op te vallen door stevige retoriek. Dat het in dit verband misschien ook zaak zou kunnen zijn om te voorkomen dat er een direct conflict met Rusland ontstaat, kwam bij Christie kennelijk niet op.

Paul deed het in dit debat relatief goed. Hij nam Rubio op de korrel inzake immigratie, surveillance en buitenlands beleid. Paul greep het geblaat van Christie over een derde wereldoorlog aan om hem in z’n hemd te zetten:

“Nou, als je voor een derde wereldoorlog bent, dan heb je je kandidaat gevonden. Hier heb je ‘m dan. Lieve mensen, wat we zoeken in een leider is iemand met oordeelsvermogen, niet iemand die zo roekeloos is dat hij hier op het podium staat en zegt: ‘Ja, ik sta te springen om Russische vliegtuigen neer te halen.’ Rusland vliegt immers al in dat luchtruim.”

Paul wees er ook terecht op dat als er twee jaar geleden daadwerkelijk naar de zogenaamde ‘rode lijn’ gehandeld was, ISIS nu waarschijnlijk ook de rest van Syrië onder controle zou hebben. Het debat van dinsdag gaf Paul de kans om zich duidelijk te onderscheiden van de andere kandidaten op deze beleidsterreinen, maar hij was dan ook de enige die zich werkelijk onderscheidde.

Trump maakte nog wel even een sterke opmerking over de zinloosheid van recente Amerikaanse interventies. Waarbij hij benadrukte dat de VS er “niets” aan gehad heeft, om vervolgens wat tegenstrijdig door te gaan over olie. Toen hij gevraagd werd naar het moderniseren van het Amerikaanse kernwapenarsenaal had Trump duidelijk geen idee waar het precies om gaat. In antwoord op een vraag over Syrië, zei Trump dat “we niet iedereen tegelijk kunnen bestrijden”, dat is in ieder geval een wat meer realistische en verantwoorde kijk op de zaak dan die van de hardliners.

Kasich sloeg een flater toen hij de Saoedi’s op hun blauwe ogen geloofde inzake het doel van hun internationale ‘anti-terrorisme-coalitie’. Inmiddels ontkennen diverse landen die door de Saoedi’s als onderdeel van die coalitie genoemd worden hun betrokkenheid. Maar wat belangrijker is, het idee dat uitgerekend Saoedi-Arabië, dat al decennia jihadisten in diverse landen ondersteund, een internationale anti-terrorisme-coalitie zou gaan leiden, moet toch op zijn minst de wenkbrauwen doen fronsen. Hij maakte zich verder belachelijk door te stellen dat Amerika Rusland op de neus moet slaan. Een clowneske en gevaarlijke opmerking die nog maar eens laat zien hoe onrealistisch en ondoordacht de visie van veel Republikeinse politici op internationale spanningen en potentiële conflicten is.

Ook Fiorina maakte zich volstrekt belachelijk door te denken dat China de VS zal steunen inzake Noord-Korea, als de Amerikanen eerst maar op alle mogelijke manieren de Chinese belangen doorkruisen.

“Ik heb 25 jaar zaken gedaan in China, dus ik weet dat om China zo ver te krijgen dat het met ons meewerkt, we eerst terug moeten slaan tegen hun cyberaanvallen, zodat ze weten dat het ons ernstig is. We moeten weerstand bieden aan hun verlangen om de handelsroute door de Zuid-Chinese Zee, waardoor ieder jaar 5 triljoen dollar aan goederen en diensten stroomt, te beheersen.

We kunnen ze niet de betwiste eilanden laten beheersen en we moeten samenwerken met de Australiërs, de Zuid-Koreanen, de Japanners en de Filipijnen om China in bedwang te houden. En dan moeten we ze vragen om hun steun en hun hulp inzake Noord-Korea.”

Wat er aan logica en samenhang ontbreekt in hun argumenten, lijken de haviken aan te willen vullen met strijdbaarheid en confrontatiegerichtheid.

Rubio kreeg de meeste aanvallen te verduren in het debat. Hij hield zich staande, maar kwam niet erg uit de verf. Hij bepleitte nog maar eens een agressiever beleid inzake Syrië. Daar hoort volgens Rubio ook een grondoorlog bij, die dan vooral door de legers van soennitische Arabische staten uitgevochten zou moeten worden. Waarom die landen dat risico zouden nemen, werd niet duidelijk. Hij kwam ook weg met een praatje over de verspreiding van ISIS naar Libië en Jemen. Terwijl die verspreiding juist plaats heeft kunnen vinden door oorlogen die hij Rubio steunde en in het geval van Jemen nog steeds steunt.

Al met al was het debat weinig hoopgevend. Alarmistische taal en bangmakerij zetten de toon en dreigingen werden opgeblazen. Voorgestelde oplossingen kwamen vooral neer op totale en rücksichtslose confrontatie. Er waren een paar positieve uitzonderingen, maar over het algemeen maakte het debat maar weer eens duidelijk waarom het buitenlandbeleid niet aan Republikeinen toevertrouwd kan worden.